Bijlage 1. Voortgangsrapportage Onze stad van morgen.pdf
Tekst van het document
Onze stad van morgen
25
• De energiecoaches van Stichting !WOON voorzagen in 2024 ruim 1.800 huishoudens van energieadvies. In 2022 en 2023 werden hier al 8.000 bewoners door geholpen. Door gerichte werving verwachten we dat stichting !WOON samen met de energiebespaarservice 13.000 huishoudens bereikt. Onderzoek van TNO laat zien dat de besparing op de energierekening per huishouden per jaar gemiddeld tussen de €300 en €600 is. • Via diverse kanalen zijn Amsterdammers met een stadspas gestimuleerd om energie te besparen. Tot nu toe zijn 9.252 vouchers voor energiebesparende producten verstrekt. • Dankzij een innovatieve, gebiedsgerichte aanpak bereikten onder meer Stichting Energiehelden en het Energiebuurtfonds nog eens 1.280 kwetsbare huishoudens.
Onze stad van morgen
Actiepunt 1: ongelijk investeren voor gelijke kansen is altijd het leidende principe, we zetten in op een sociale transitie. Dat doen we bijvoorbeeld door woningen van bewoners in een kwetsbare positie als eerste te isoleren en te komen met een Actieplan Energiebesparing waarin we wijken helpen hun energieverbruik te verminderen. In 2022 startten we met een grootschalige aanpak energiearmoede om de gevolgen van de energiecrisis voor Amsterdammers te verzachten. In buurten waar energiearmoede veel voorkomt, is een huis-aan-huisaanpak ingezet, die in 2025 wordt voortgezet. We hebben een aantal mooie resultaten behaald in het terugdringen van energiearmoede: Vergoedingsregeling en intensieve aanpak in 169 geïdentificeerde buurten Verder is een vergoedingsregeling ingesteld voor huishoudens die recent zijn aangesloten op het warmtenet. Deze regeling garandeert stabiele warmteprijzen tot 2032 voor mensen in sociale huurwoningen. Het isolatieoffensief heeft als doel om tot en met 2030 circa 123.000 woningen te isoleren. In de hele stad worden eigenaren geïnformeerd. Daarnaast is er een intensieve aanpak gericht op de 169 geïdentificeerde buurten waar zowel sociaal-maatschappelijke opgaven spelen als veel slecht geïsoleerde woningen staan.
Hulp en advies voor ondernemers en mkb’ers Zuidoost, Nieuw-West en Noord De gemeente Amsterdam hanteert ook op economisch gebied het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Dit betekent dat we in verhouding meer doen voor ondernemers in de gebieden Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Voor mkb’ers in een kwetsbare positie worden advies- en fixteams ingezet. Deze teams voorzien mkb’ers van energieadvies, installeren gratis energiebesparende maatregelen én bieden een jaar gratis nazorg en begeleiding bij verdere verduurzaming. In 2024 hielpen de advies- en fixteams 1.333 ondernemers. Daarnaast zetten we op bedrijventerreinen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost in op het versterken van de onderlinge samenwerking op het gebied van verduurzaming. Eenvoudige energiebesparingsmaatregelen Ten slotte zetten we ons via het Actienetwerk GasTerug in voor structurele energiebesparing door middel van eenvoudige energiebesparingsmaatregelen, samen met onder meer bedrijven, brancheorganisaties, particuliere initiatieven en nutsbedrijven. De missie van dit netwerk is om voor 2030 50% energiebesparing te realiseren voor huishoudens, mkb en overheidsgebouwen in Noord-Holland en Flevoland. Een voorbeeld van een project is het verwarmen van mensen in energiearmoede en kwetsbare ouderen met een warmtevest, in plaats van het verwarmen van de ruimte.
De eerste resultaten laten zien dat het warmtevest zeer wordt gewaardeerd qua comfort, een positief effect heeft op gezondheid en dat mensen de thermostaat 1 graden naar beneden zetten. Dit scheelt €250 per jaar bij een slecht geïsoleerd huis.
26
Omzet gerelateerd aan fossiele brandstoffen
59,5
2020
61,7
2021
63
2022
67,8
2023
68,7
2024
65
2025
Verduurzaming van industrie en haven: forse daling totale CO₂-uitstoot Bij bedrijven is een forse daling te zien van de CO₂-uitstoot. Dit komt mede door de sluiting van de Hemweg-kolencentrale. Om verdere reductie te realiseren en de energietransitie te versnellen maakt de gemeente afspraken met de tien meest energie-intensieve bedrijven. Die afspraken worden afgestemd en vastgelegd in 2025. In 2025 verwachten we de eerste investeringsbeslissingen voor CO₂-afvang bij AEB. Ook zijn de voorbereidingen voor de ontwikkeling van waterstof en stoominfrastructuur begonnen. Dit zijn essentiële bouwstenen voor verduurzaming van de industrie in het havengebied.
• De totale CO₂-uitstoot van de haven en industrie daalde van 5.123 kiloton per jaar in 2019, naar 1.269 kiloton CO₂ per jaar.
Uitstootvrije mobiliteit: stimuleren duurzaam vervoer Amsterdam wil een uitstootvrije stad worden. Daarom stimuleren we elektrisch vervoer en fietsgebruik, terwijl we vervuilende voertuigen geleidelijk verder weren.
Uitstootvrij verkeer
12% 10%
• 12% van het wegverkeer in Amsterdam is inmiddels uitstootvrij.
8%
• 40% van het gemeentelijke wagenpark rijdt elektrisch of emissievrij.
5% 4% 3%
• Het aandeel van de havenomzet dat niet uit fossiele brandstoffen komt, steeg naar 69%.
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Percentage uitstootvrij
Aandeel niet gerelateerd aan fossiele brandstoffen Doel Figuur 7 Het aandeel van de omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele
Actiepunt 6: we bereiden een publiek warmtenetwerk voor Amsterdam voor, waarbij betaalbaarheid van de energierekening van bewoners voorop staat.
brandstoffen stijgt, van bijna 60% in 2020 naar 69% in 2024. Het aandeel non-fossiel omzet wordt berekend op basis van financiële gegevens. Hierbij is vooraf vastgesteld welke inkomsten gecategoriseerd zijn als fossiel en welke als nonfossiel. Het doel om in 2025 tenminste 65% van de totale omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen te laten zijn is reeds in 2024 bereikt.
Onze stad van morgen
Figuur 6 Uitstootvrij wegverkeer groeit en dit is zichtbaar in de vervoersbewegingen. In 2024 is 12% van alle vervoersbewegingen uitstootvrij.
De gemeente is aan zet als het gaat om duurzame warmtevoorziening. Samen met de beoogd Nationale Deelneming Warmte EBN en netbeheerder Alliander, onderzoeken we de mogelijkheden om gezamenlijk een warmtebedrijf op te richten. Dit warmtebedrijf wordt verantwoordelijk voor de realisatie en het beheer van collectieve warmtevoorzieningen voor Amsterdam en omliggende gemeenten. In april 2025 tekende de gemeente de intentieovereenkomst met als doel rond de zomer 2025 te besluiten over de contouren en uitgangspunten van de samenwerking. Na inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte kan het warmtebedrijf echt aan de slag.
Personenauto’s zijn veruit de grootste groep: circa 75% van het wegverkeer. De verschoning van taxi’s, brom- en snorfietsen en ov-bussen verloopt het snelst.
27
Duurzame energiebronnen: meer eigen productie Amsterdam streeft ernaar om in 2030 de helft van alle geschikte daken te benutten voor het opwekken zonne-energie en 127 MegaWatt (MW) aan windenergie op te wekken. Het programma Windenergie is vastgesteld met daarin de voorwaarden voor ontwikkeling van windprojecten. Energiecoöperaties krijgen een volwaardige positie in de ontwikkeling van duurzame energieprojecten, zodat bewoners actief kunnen deelnemen.
Opwek zonne-energie 770 667
550
kwam in Q3 van 2024 uit op de 322 megawattpiek
456 377 277
238 81
124
166
Figuur 8 Het potentiële vermogen van zonnepanelen
322
(MWp). Het doel om in 2025, 350 MWp aan opgesteld
350
vermogen te halen is dus in zicht. Om het doel van 2030 te halen, moet het vermogen jaarlijks met
206
gemiddeld 38 MWp toenemen. Om het doel van 2040 te halen (1.100 MWp) moet er vanaf 2030 jaarlijks nog 55 MWp bij.
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2030
• Het potentiële vermogen van zonnepanelen kwam in Q3 van 2024 uit op de 322 megawattpiek (MWp). Dat is meer dan de doelstelling van 300MWp voor 2024.
Realisatie
Doel
Opwek TJ
Opwek windenergie 464
482
518 127
382
Amsterdam, gestegen van 28 naar 32 windturbines,
320 66
Figuur 9 In 2024 is het aantal windturbines in
75
75
75
84
62
met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 84 MegaWatt. Dit is ongeveer 66% van de doelstelling. In de aankomende jaren, tot 2030, moet er nog 43 MW bijkomen om de doelstelling te halen.
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2030
Onze stad van morgen
Realisatie
Doel
Opwek TJ
28
Energiegemeenschappen Gemeente Amsterdam wil bewoners zoveel mogelijk mee laten delen in de opbrengsten van de energietransitie. Energiegemeenschappen krijgen daarom een volwassen en volwaardige plek in de Amsterdamse warmtetransitie. Deze bewonerscollectieven spelen een groeiende rol in het versnellen van de transitie en het vergroten van draagvlak. Oprichting Energiedienstenorganisatie (EDO) Het college wil via een Energiedienstenorganisatie (EDO) een kansrijk ondersteuningsmodel ontwikkelen voor energiegemeenschappen. Het beoogde eindbeeld is een organisatie die fungeert als kennispunt, procesbegeleider en verbinder bij projecten rond warmte, duurzame opwek en systeemintegratie. Een EDO moet enerzijds onafhankelijk kunnen opereren, en anderzijds goed ingebed moet zijn in het netwerk van energiegemeenschappen en de gemeentelijke organisatie. De oprichting van de EDO staat gepland in Q1 2026. Stappenplan voor bewonersinitiatieven Energiegemeenschappen – die door de EDO worden ondersteund – leveren een significante bijdrage in het reduceren van CO₂-emissies. Dit doen zij door het vergroten van het aandeel duurzame energieopwekking, energiebesparing en door het ondersteunen van duurzame buurtinitiatieven. De zomer 2025 verschijnt een stappenplan op duurzaamwonen.amsterdam. Hiermee krijgen beginnende én gevorderde bewonersinitiatieven
inzicht in de stappen die zij moeten doorlopen en welke ondersteuning de gemeente Amsterdam kan bieden. Betrekken warmtegemeenschappen De komende periode verkennen de gemeente en de Amsterdamse Producerende Energie Coöperaties (APEC) samen hoe warmtegemeenschappen betrokken worden bij het inrichten van de gemeentelijke kaders, zoals het warmteprogramma, en het op te richten publieke warmtebedrijf. Daarnaast onderzoeken we hoe succesvolle modellen, zoals Ketelhuis WG, gereproduceerd kunnen worden. Naast de ondersteuningsstructuur voor energiegemeenschappen, zijn er al veel projecten gestart of zelfs in uitvoering. Enkele voorbeelden zijn Ketelhuis WG, MeerEnergie, Duurzaam Slotervaart, Energiecommissie Oostelijk Havengebied, Weesp Duurzaam, Hart voor de K-buurt en Warme Reus. Voor het opwekken van wind- en zonneenergie werken we intensief samen met energiecoöperaties als NDSM -Energie, Zuiderlicht, Amsterdam Energie en Amsterdams GOED.
Elektriciteit-infrastructuur: uitbreiding, versterking en slimmer inzetten De elektrificatie van mobiliteit, gebouwen en industrie vraagt om een robuuste infrastructuur. Een toekomstbestendig stroomnet is essentieel om de energietransitie te ondersteunen. Daarom wordt ingezet op uitbreiding, versterking en het slimmer inzetten van de elektriciteitsinfrastructuur in en rond Amsterdam.
• Het opgesteld vermogen van elektriciteitsstations is met 8% toegenomen. • De bouw van de nieuwe elektriciteitsstations Oostzaan en Noord Papaverweg, en de verzwaring van het station IJpolder zijn begonnen.
Elektriciteitshuisjes Figuur 10 Het aantal elektriciteitshuisjes in de stad neemt toe. Op basis van het hoge scenario dat is geschat en opgenomen in het Ontwikkelperspectief
2300 2385
2479 2579
3095
Distributienet Amsterdam (OP) is een
3700
ruime verdubbeling van het aantal elektriciteitshuisjes, ook wel middenspanningsruimtes (MSR’s), nodig voor een toekomstbestendig stroomnetwerk. Om aan de verwachte behoefte te voldoen moeten er tot 2050 circa
2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2040 2050
Realisatie
Onze stad van morgen
2919 2684 2799
3277
Huidige ambitie
2.600 MSR’s worden bijgebouwd, waarvan 1.200 in de bestaande stad.
Doel
29
2.2
Transitie: naar een circulaire economie
Gebruik van nieuwe, niet-hernieuwbare materialen in Amsterdam mld. kg. 30
Met een circulaire economie streven we naar 50% reductie in het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen in 2030 ten opzichte van 2016. In 2050 willen we als stad 100% circulair zijn. Zo zorgen we voor een vermindering van de sociale-en ecologische impact van ons materiaalgebruik, zowel hier in Amsterdam als op de plekken waar de productie plaatsvindt. Zichtbare circulaire resultaten De transitie naar een circulaire economie krijgt in Amsterdam steeds meer vorm. Via extra ondersteuning voor het mkb en maatschappelijke initiatieven, en door hogere eisen bij aanbestedingen, worden steeds meer circulaire resultaten zichtbaar in de stad. Dat zien we ook terug in de cijfers: het gebruik van nieuwe, niet-herbruikbare materialen neemt af. Amsterdam pakt samen met koplopers uit zowel het mkb als het maatschappelijk middenveld een pioniersrol. Partijen aan elkaar verbinden en ondersteunen is hierin een belangrijke rol van de gemeente. Daarnaast is kennisontwikkeling en -deling belangrijk. De afgelopen jaren zijn veel nieuwe inzichten ontwikkeld over de knelpunten waar ondernemers tegenaan lopen om te kunnen concurreren met lineaire bedrijven.
Onze stad van morgen
Sluiting Hemweg De grootste verklaring voor de afname in materiaalgebruik is de vermindering van het gebruik van fossiele grondstoffen, zoals kolen en vaste aardolieproducten. De sluiting van de kolencentrale aan de Hemweg springt daarbij het meest in het oog; een duidelijk gevolg van de stappen die in de energietransitie worden gezet. Dit laat zien dat de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie nauw verbonden zijn.
25 20 15 10 5
• Het gebruik van nieuwe, niethernieuwbare materialen neemt steeds verder af: van 19 miljard kilo in 2016 naar 14 miljard kilo in 2023. • Fossiele grondstoffen blijven de grootste grondstofstroom met 42% van het totaal. Daarna komen bouw materialen die 15% van grondstof stroom uitmaken, gevolgd door voedsel met 12%.
0 2015
‘16 Gewicht
‘17
‘18
‘19
‘20
Reductiedoel
‘21
‘22
‘23
‘24
Ondergrens
‘25
‘26
‘27
‘28
‘29
‘30
Bovengrens
Figuur 11 Het gebruik van nieuw, niet-hernieuwbaar materiaal in de Amsterdamse economie is grillig, maar vertoont de laatste jaren een neerwaartse trend.
30
“Het is tijd voor duurzaam materiaalgebruik”
De impact van ons materiaalgebruik op de wereld Ons materiaalgebruik in de stad heeft enorme ecologische en sociale gevolgen voor de wereld. Ruim 80% van de totale CO₂-uitstoot van de stad Amsterdam wordt veroorzaakt door materiaalgebruik. Deze uitstoot vindt niet plaats in Amsterdam, maar wordt indirect wel veroorzaakt door Amsterdammers, omdat zij deze materialen en producten kopen en gebruiken. Het gaat daarbij om een indirecte uitstoot van 24.714 kiloton CO₂ per jaar, ten opzichte van circa 3.870 kiloton ‘directe’ CO₂-uitstoot (energieverbruik, mobiliteit). De maatschappelijke – ook wel ‘verborgen’ – kosten hiervan bedroegen in 2023 in totaal €15,1
17.303
0
5.000
12.320
2.777
mln € 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000
Betaalde prijs Verborgen sociale kosten
Onze stad van morgen
Verborgen milieukosten
miljard. In dat bedrag zijn zeventien effecten zoals bodemverzuring, verlies van biodiversiteit, (toename van) landgebruik, luchtverontreiniging en onderbetaling in één financieel getal samengevat. De totale economische waarde van datzelfde materiaalgebruik was €17,3 miljard. De verborgen kosten zijn dus bijna net zo hoog. Zou je deze kosten meerekenen in de prijs van een product – een eerlijke prijs – dan was alles gemiddeld bijna twee keer zo duur. De milieukosten die in Nederland gemaakt worden, zijn meestal het gevolg van de uitstoot en vervuiling door vervoer of de afdanking van materialen. Buiten
Nederland treedt de schade meestal op aan het begin van het productieproces, bijvoorbeeld tijdens materiaalwinning, bewerking en transport. Ook aan de sociale kant worden de grootste kosten buiten Nederland gemaakt. Dit heeft te maken met hoge verborgen kosten eerder in de keten. Denk aan kinderarbeid, waardoor het kind niet naar school kan met alle gevolgen van dien, voor zichzelf en zijn of haar gemeenschap. De verborgen kosten van de waardeketens voedsel en biomassa, fossiele grondstoffen en consumptiegoederen zijn het hoogst. De meeste massa aan materiaal wordt gebruikt in de bouw.
Figuur 12 De betaalde prijs en
Figuur 13 Sociale- en milieu-
voedsel en biomassa
de verborgen kosten (mln
kosten (inclusief CO₂-uitstoot)
fossiele grondstoffen
euro) van de materiaalcon-
materiaalconsumptie in
sumptie in Amsterdam. Als je
Amsterdam per waardeketen.
economische en sociale impact
In de bouw wordt de meeste
meeneemt in de prijs, zouden
massa gebruikt, maar de
bouw
producten in Amsterdam
grootste impact is het gevolg
overig
eigenlijk twee keer zo duur
van het voedsel dat we nuttigen.
moeten zijn.
consumptiegoederen mobiliteit
0
2.000
4.000
Verborgen sociale en milieukosten (€)
6.000 mln kg
31
• Amsterdammers gooien per persoon ongeveer 10 kilo textiel weg. Hiervan gaat ongeveer 7 kilo via het restafval verloren, terwijl circa 5 kilo daarvan nog goed een nieuwe bestemming had kunnen krijgen. Ongeveer 3 kilo textiel wordt wel gescheiden ingezameld en behoudt op die manier zijn waarde. • De Wear for Life campagne heeft 1,5 miljoen mensen bereikt. • Er zijn 14.000 stuks kleding en schoenen gerepareerd via de Stadspasregelingen.
• Het afgelopen jaar zijn meer dan 25 woongebouwen en meer dan vijf utiliteitsgebouwen circulair in aanbouw genomen of opgeleverd. Dat levert een besparing van 220 kiloton directe CO₂-uitstoot op. • Er is een start gemaakt om ruim 550 monumentale sociale woningen en de Centrale Markthal circulair te isoleren.
Onze stad van morgen
De uitvoeringsagenda Circulair 2023-2026 richt zich op de waardeketens gebouwde omgeving, consumptiegoederen en voedselverspilling. Gebouwde omgeving: beperken van materialen met een grote milieu-impact De Amsterdamse economie gebruikt jaarlijks ruim 2 miljard kilo bouwmaterialen. Dit wordt gebruikt voor de woningbouw, de inrichting van de openbare ruimte en het renoveren en isoleren van gebouwen. Door het beperken van materialen met een grote milieu-impact zoals beton en staal, draagt Amsterdam bij aan halen van de klimaatdoelstellingen en het verminderen van de effecten van klimaatverandering. Zo is de Biobased Academy van start gegaan. Hier onderzoeken acht woningbouwcorporaties en hun aannemers en experts hoe biobased isolatiemateriaal op grotere schaal in Amsterdam toegepast kan worden. Dit zal er over een aantal jaar voor zorgen dat het Amsterdamse isolatieoffensief voor een groot deel circulair kan worden uitgevoerd.
Consumptiegoederen: primair inzetten op textiel In de waardeketen consumptiegoederen zetten we primair in op textiel: een industrie die meer CO₂-uitstoot dan alle internationale vluchten en zeescheepvaart samen. Veruit de grootste impact van textiel in Amsterdam wordt veroorzaakt door de aanschaf van nieuw consumententextiel. Naar schatting wordt er jaarlijks zo’n 16 kiloton aan kleding, huishoudtextiel en schoenen aangeschaft door inwoners van Amsterdam.
een modeshow op de Kalverstraat en gratis naaiateliers bij verschillende bibliotheken in de stad. Ook ontwikkelt Amsterdam een textielhub aan de Donauweg, waar circa dertig bedrijven gaan samenwerken aan het versterken van de circulaire textielketen. Verder draagt Amsterdam eraan bij dat er nieuwe stoffen worden geproduceerd uit afgedankt textiel, via financiering en via de aanbesteding van het verwerken van het huishoudelijk textiel afval.
De textielindustrie is in Amsterdam zeer goed vertegenwoordigd en heeft al de nodige stappen gezet om de keten transparanter te maken en duurzamer te gaan werken. De gemeente Amsterdam ondersteunt activiteiten en campagnes van en met textielondernemers om het bewustzijn van consumenten te vergroten, duurzame businessmodellen te ontwikkelen en te zorgen dat innovatie de ruimte krijgt om zich te bewijzen. Zo werden onder de noemer Wear for Life meer dan 150 activiteiten georganiseerd, zoals
32
Actiepunt 9: circulair werken wordt de standaard. Dat betekent slimmer produceren en minder consumeren. Ook gaan we jaarlijks zeker honderd ondernemers helpen om de (eerste) stappen naar meer circulair ondernemen te zetten. In de uitvoeringsagenda Circulaire economie 2023-2026 staan zeventig acties die samen met dertien directies worden uitgevoerd. Een goed voorbeeld van circulair werken is het hergebruik van straatstenen door de materiaalhub Van Beentjes. Zij verwerkten 38.000 m2 aan gebruikte stenen in bijna een jaar tijd. Dat leverde een CO₂-besparing van zo'n 1,2 kiloton en een kostenbesparing van circa €638.000 op. Bovendien was dit goed voor €100.000 aan vermeden milieukosten.
Voedselverspilling: meer dan 120 bedrijven en initiatieven werken aan verminderen voedselverspilling De consumptie van voedsel heeft een sterke invloed op de totale CO₂-uitstoot van Amsterdam: het zorgt voor bijna tien keer meer uitstoot dan al het vervoer en transport binnen Amsterdam (825 kiloton CO₂ per jaar). In totaal consumeerden Amsterdamse huishoudens, horeca, bedrijven en overheidsinstellingen 6.700 miljoen kilo voedsel in 2022. In Amsterdam wordt daarvan jaarlijks 167 miljoen kilo voedsel verspild, met name door bedrijven, zoals verwerkers en horeca, en huishoudens. Daar waar de gemeente invloed kan uitoefenen doet Amsterdam dat, bijvoorbeeld door de eigen inkoopkracht te benutten. We organiseren challenges, convenanten en bieden adviestrajecten aan voor horeca en voedselverwerkende bedrijven. Zo is op initiatief van de gemeente Amsterdam het convenant Samen eten we Amsterdam gezond, duurzaam en eerlijk, ondertekend door twaalf organisaties als een van de stappen
Onze stad van morgen
om ons voedselsysteem te verbeteren. Voor huishoudens en maatschappelijke initiatieven organiseren we activiteiten en communicatie rondom voedselverspilling en lokaal composteren, onder andere tijdens de Verspillingsvrije Week, de Zero Waste Week en de Week van de Circulaire Economie. Maar we leveren ook maatwerk op scholen, diners in de buurt en kookworkshops. We leggen verbindingen tussen bedrijven en maatschappelijke initiatieven, zoals Voedselcirkel Amsterdam en Netwerk Buurtcompost Amsterdam.
Door hergebruik en andere circulaire strategieën, stootten 28 projecten – waarvan het materiaalgebruik in detail werd gemeten – in de tweede helft van 2024, 30% minder materiaalgebonden CO₂ uit. Deze informatie is nu voor het eerst beschikbaar omdat aannemers daar in Amsterdam over zijn gaan rapporteren. Hiermee wordt het mogelijk om gericht te sturen op circulariteit in de openbare ruimte.
• In Amsterdam werken meer dan 120 bedrijven en sociale initiatieven aan het verminderen van voedselverspilling. Amsterdam verbindt deze bedrijven met elkaar en met kennisinstellingen om de effectiviteit en de reikwijdte van de initiatieven van deze partijen te vergroten.
Inmiddels 140 bedrijven ondersteund Via de uitvoeringsagenda Circulair 2023-2026 ondersteunden we inmiddels 140 bedrijven en trokken we circa €10 miljoen aan (extern) kapitaal aan. Bedrijven worden geholpen met circulaire financiering, de ontwikkeling van nieuwe business cases en innovatie, en het vinden van fysieke ruimte. Via onze inkoopkracht helpen we met het creëren van een meer circulaire marktvraag. Ook passen we lokale regels aan en lobbyen we bij het Rijk en de EU om lineaire prikkels uit wet- en regelgeving te halen, zodat circulaire bedrijven beter kunnen concurreren.
33
2.3
“Het is tijd voor meer biodiversiteit”
Transitie: naar een groene en gezonde stad Groen, biodiversiteit en natuurinclusief Amsterdam zet zich volop in voor een natuurinclusieve stad en een stad die goed bestand is tegen klimaatverandering. Biodiversiteit en groen spelen hierin een onmisbare rol. We boeken hierin vooruitgang met behulp van innovatieve instrumenten als de Koele Groene Stratenkaart, het Soortenmanagementplan, het Plan Biodiversiteit en het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Met deze instrumenten lopen we op verschillende terreinen voorop in Nederland. De Koele Groene Stratenkaart: schaduw, verkoeling en een prettige leefomgeving Op basis van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een groennetwerk op straatniveau uitgewerkt: de Koele Groene Stratenkaart. Deze kaart laat zien waar kansen liggen om ecologische verbindingen te realiseren, evenals een fijnmazig netwerk van koele routes voor voetgangers en fietsers. Het groennetwerk bestaat uit twee samenhangende elementen. Enerzijds vormt het een netwerk van ecologische verbindingen die de bestaande groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur en ecologische Hoofdstructuur met elkaar verbinden. Deze verbindingen zijn van groot belang om versnippering van leefgebieden van dieren tegen te gaan en hen in staat te stellen hun territorium te
Onze stad van morgen
vergroten. Daarmee wordt voorkomen dat zij geïsoleerd raken op groene ‘eilanden’ in een verder versteende stad. Anderzijds wordt gewerkt aan een fijnmazig netwerk van koele groene straten, waarbij het uitgangspunt is dat iedere Amsterdammer binnen maximaal 300 meter van de voordeur toegang heeft tot dit netwerk. Via deze routes kunnen voetgangers en fietsers verkoelend en comfortabel bewegen door de stad, richting groene bestemmingen zoals parken, pleinen en waterrijke gebieden. Deze groene structuren dragen niet alleen bij aan de biodiversiteit, maar zorgen in een steeds warmere en drukkere stad ook voor schaduw, verkoeling en een aangenamere leefomgeving voor mens én dier. Binnen dit geheel krijgen natuurvriendelijke oevers aandacht, als belangrijke schakels in zowel het ecologische als het recreatieve netwerk. Zomer 2025 stellen we de Koele Groene Stratenkaart vast.
34
Puntensysteem natuurinclusief bouwen stimuleert ontwikkelaars Bij nieuwbouwprojecten krijgt het ruimte maken voor de natuur in de bebouwing zelf steeds meer vorm. De bekendste maatregel is het plaatsen van nestkasten bij nieuwbouw. Maar natuurinclusief bouwen gaat ook over vergroening van de stad. Dit groen biedt, naast een prettigere leefomgeving voor de mens, schuilplekken en voedselbronnen voor dieren in de vorm van inheemse planten. Bij gemeentelijke tenders in Amsterdam zijn ontwikkelaars verplicht voldoende punten te halen volgens het puntensysteem natuurinclusief bouwen. Uit de evaluatie van 2023 blijkt dat deze eis ontwikkelaars voldoende stimuleert, zonder dat het de woningbouwproductie vertraagt. Op nieuwbouwprojecten die niet in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd, heeft de gemeente geen directe invloed. Maar met een toolbox voor natuurinclusieve maatregelen hopen we de bouwwereld wel te inspireren de nieuwe en soms onbekende natuurinclusieve maatregelen op kavels en gebouwen toe te passen. Die aanpak lijkt te werken. Ook deze projecten kiezen steeds vaker voor een groene aanpak. Deze maatregelen worden gewaardeerd door Amsterdammers, waardoor het voor ontwikkelaars ook aantrekkelijk is om deze maatregelen te blijven nemen.
Onze stad van morgen
Soortenmanagementplan: mooie resultaten in Nieuw-West Al eeuwenlang bieden gebouwen in Amsterdam onderdak aan soorten als de gierzwaluw, huismus en verschillende soorten vleermuizen, die onder meer bijdragen aan de natuurlijke bestrijding van muggen. Voor de grootschalige herontwikkeling en verduurzaming van de stad is het van belang om inzicht te hebben in de aanwezigheid en verspreiding van deze gebouwbewonende soorten. Zo kunnen we maatregelen treffen om hun populaties te beschermen, te behouden en zelfs uit te laten breiden. Zo profiteren ook toekomstige bewoners van een natuurinclusieve leefomgeving en alle voordelen die daaraan gerelateerd zijn.
De Koele Groene Stratenkaart in Amsterdam.
Vuistregel 300 meter tot een koele plek. Dit zijn indicatieve lijnen.
De maatregelen leggen we vast in het Soortenmanagementplan. In 2024 zijn in stadsdeel Nieuw-West de gebouwbewonende soorten geïnventariseerd. De resultaten van dit onderzoek worden momenteel verwerkt in een grootschalige gebiedsvergunning. De inventarisatie laat mooie resultaten zien: zo zijn er 224 broedparen gierzwaluwen vastgesteld en wordt de zomerpopulatie gewone dwergvleermuizen geschat op 2.514 individuen, verdeeld over 15 kraamgroepen die samen gebruikmaken van 54 kraamverblijven. Op basis van de inventarisatie van gebouwbewonende soorten in Nieuw-West voor het Soortenmanagementplan, kunnen daar in 2026 waarschijnlijk de eerste woningen natuurinclusief worden verduurzaamd. In 2025 inventariseren we ook nog Noord, Zuidoost en Weesp. De rest van de stad volgt in de jaren daarna. De bedoeling is vanaf 2029 een gebiedsdekkend Soortenmanagementplan beschikbaar te hebben voor heel Amsterdam.
6 - De Koele Groene Stratenkaart
De Koele Groene Stratenkaart - 7
Figuur 14 De Koele Groene Stratenkaart in Amsterdam.
35
Vogelsoorten in Amsterdam
Plan Biodiversiteit Amsterdam draagt bij aan gezondheid, verkoeling en waterzuivering Een zo groot mogelijke variatie aan planten, dieren en micro-organismen is ook in de stad essentieel voor een gezonde, leefbare omgeving. Het draagt bij aan mentale gezondheid, verkoeling, waterzuivering, en werkt als klimaatbuffer tegen droogte en overstromingen. Daarnaast bevordert biodiversiteit de bestuiving van planten en onderdrukt het plaagsoorten, zoals eikenprocessierupsen en steekmuggen, wat ook stedelijke tuinen en stadslandbouw ten goede komt.
Onze stad van morgen
Geluid, licht, betreding en versnippering verstoren natuurlijke processen en leefgebieden. Dit leidt tot afname van biodiversiteit, doordat gevoelige soorten verdwijnen en ecosystemen minder veerkrachtig worden. Het Plan Biodiversiteit Amsterdam brengt de huidige stand van de biodiversiteit in bestaande parken en natuurgebieden van de stad in kaart. Met water- en bosvogels gaat het in de stad heel erg goed, terwijl bij amfibieën en weidevogels een negatieve trend te zien is. Het plan bevat maatregelen om de biodiversiteit in Amsterdam te vergroten met als resultaat een robuuster stedelijk ecosysteem. Dit eerste deel is reeds door het college vastgesteld. Het tweede deel van het Plan Biodiversiteit Amsterdam verlegt de focus naar het stedelijk gebied. De planning is om dit deel in 2026 af te ronden. Hierin worden doelen, doelsoorten en ecologische maatregelen geformuleerd om de biodiversiteit niet alleen te behouden, maar ook te versterken in het stedelijk gebied.
Groep
19851995
20202021
Verschil (%)
Watervogels
1.400
2.736
95
Vogels van bos
2.972
4.131
39
Moerasvogels
1.099
1.313
20
Vogels van struweel
2.899
3.260
13
Vogels van bebouwing
1.753
1.742
-1
Pioniervogels
151
144
-5
Weidevogels
1.109
683
-38
Totaal
11.383
14.009
23
Figuur 15 Deze tabel toont het aantal unieke soort-kilometerhok-combinaties. Dat zijn waarnemingen van een vogelsoort binnen een kilometerhok (1x1 km) in Nederland per telperiode. Hoe meer van deze combinaties, hoe breder verspreid of talrijker een soort(groep) is. Vogels van struweel zijn soorten die leven in lage, dichte begroeiing. Denk aan de roodborst of grasmus. Pioniervogels zijn soorten van jonge, vaak kale of dynamische leefgebieden, zoals bouwterreinen of jonge duinvalleien. Voorbeelden hiervan zijn de kleine plevier en de oeverloper.
36
Luchtkwaliteit Met het Actieplan Schone Lucht (ASL, 2019) streeft Amsterdam ernaar om in 2030 te voldoen aan het luchtkwaliteitsniveau van de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2005. In 2023 is voor het eerst al aan dit niveau voldaan. Dit was onder gunstige meteorologische omstandigheden met veel wind en veel regen. Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen We werken voortdurend aan volgende stappen in de uitvoering van het ASL. Naast (de aanscherping van) de eerdergenoemde milieu- en uitstootvrije zones, heeft de gemeente Amsterdam in 2023 het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend. Hiermee is de transitie naar schone mobiele werktuigen en emissieloos bouwen stevig ingezet. Mobiele werktuigen tot 56kW worden uitstootvrij uitgevraagd in
een aantal grote samenwerkingen. Mede op basis van deze ervaringen wordt in gemeentelijke opdrachten emissieloos werken verder opgeschaald in 2025. Laadinfrastructuur: randvoorwaarde voor uitstootvrije mobiliteit De uitrol van openbare laadinfrastructuur verloopt data-gestuurd op basis van gebruik en behoefte. Laadvoorzieningen zijn een randvoorwaarde voor uitstootvrije mobiliteit. Op basis van de actuele verschoning van mobiliteit en de schaarste op het elektriciteitsnetwerk kijken we of een herijking van het Strategisch plan Laadinfrastructuur 2020-2030 noodzakelijk is. Door netcongestie in delen van Amsterdam staat de stad voor de uitdaging om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk te benutten. Inmiddels wordt al circa 10% (834) van de laadpunten netbewust aangestuurd.
• Met de Plant FWD Week 2025 is naar schatting 6.000 kg CO₂ bespaard, dankzij meer plantaardige keuzes in meer dan 100 restaurants.
Onze stad van morgen
Voedsel De Voedselstrategie bevat onze aanpak voor een gezond, eerlijk, betaalbaar en duurzaam voedselsysteem. We werken onder andere aan de volgende doelstellingen: in 2028 moet 80% van de voedselomgeving voldoen aan de normen van het Voedingscentrum, in 2030 moet 25% van het geconsumeerde voedsel in Amsterdam afkomstig zijn uit de regio, en het aandeel plantaardige eiwitten in het voedingspatroon verschuift voor die tijd van 40% naar 60%. Het huidige dieet van Amsterdammers leidt tot een uitstoot van ongeveer 1.750 kiloton CO₂ per jaar. Vleesconsumptie is verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van deze uitstoot. De afgelopen tijd hebben we stevige resultaten geboekt in het stimuleren van plantaardig voedsel en een gezonde voedselomgeving, en hebben we maatschappelijke initiatieven versterkt die voor gezond en duurzaam voedsel zorgen.
Impuls aan plantaardig voedsel Via verschillende samenwerkingen geven we een impuls aan het plantaardig voedselaanbod in onze stad. Onze belangrijkste partner is Plant FWD, hét Europese event voor een plantaardiger en duurzamer voedselsysteem.
37
Het aandeel plantaardige/dierlijke eiwitten in dieet
100 90 80 70
57
40
52
60 50 40 30 20
43
60
48
10 0
Plantaardige gemeentelijke catering Binnen onze eigen gemeentelijke catering hebben we verkennend onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van een 70% plantaardige en 30% dierlijke eiwit-verhouding in het aanbod. Dit jaar voeren we een vervolgonderzoek uit. Hiermee werken we een strategie uit om te diversifiëren naar doelgroep en kantines voor de aanbesteding van de catering in 2026. In 2024 ondertekenden we als eerste Nederlandse gemeente en eerste hoofdstad binnen de EU de Plant Based Treaty. Dit verdrag richt zich op het vergroten van investeringen in plantaardige eiwitten. Onze deelname heeft direct geleid tot tekenen door twaalf andere grote steden en tot bredere internationale bewustwording.
Onze stad van morgen
NL gemiddeld
Plantaardig eiwit
2024 huidig dieet
2026
2028
2030 doel
Dierlijk eiwit
Figuur 16 Amsterdammers halen 52%van hun eiwitten uit dierlijke producten, zoals vlees, vis en zuivel. De overige 48% halen zij uit eiwitrijke plantaardige producten zoals granen, peulvruchten, en noten. Om de milieudruk te verlagen en de gezondheid te bevorderen, heeft de Amsterdamse voedselstrategie als doelstelling om het aandeel van eiwitten uit dierlijke producten te verlagen naar 40%, en het aandeel uit plantaardige producten te verhogen naar 60%. Het huidige Amsterdamse dieet is al meer plantaardig dan het gemiddelde Nederlandse dieet (Compendium voor de Leefomgeving, 2023). Dit heeft er onder andere mee te maken dat Amsterdammers gemiddeld minder melk drinken en minder vlees eten dan de rest van Nederland. Toch is er nog een weg te gaan om de gewenste verschuiving naar 60% plantaardige eiwitten te behalen. Dit vereist een aanpassing in onze dagelijkse gewoonten.
38
Sturing op voedselomgeving en duurzaam aanbod Het effect van de omgeving op ons gedrag wordt vaak vergeten of onderschat. Daarom lobbyen we met de Alliantie Stop Kindermarketing, de Alliantie Voeding voor de Gezonde Generatie en de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving voor een verbod op kindermarketing voor ongezond voedsel; jong geleerd is immers oud gedaan! In 2025 stuurt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de wet Verbod kindermarketing naar de Tweede Kamer. Ook sturen we, samen met andere grote werkgevers, op een gezonde voedselomgeving die tegelijkertijd duurzaam, betaalbaar en eerlijk geprijsd is. Op 8 april 2025 tekenden we met twaalf partijen het convenant Samen eten we Amsterdam gezond, duurzaam en eerlijk. Deelnemers zijn onder meer het GVB, de Green Business Club Zuidas, Amsterdam UMC en Boven-IJ ziekenhuis, kennisinstituten, zoals de Vrije Universiteit
Onze stad van morgen
• Meer dan 35.000 maaltijden per dag vallen onder het convenant Samen eten we Amsterdam gezond, duurzaam en eerlijk, waarin de doelstellingen uit de voedselstrategie van de gemeente zijn opgenomen op plantaardig, gezonde voedselomgeving, biologisch en voedselverspilling.
en Universiteit en Hogeschool van Amsterdam en de zorginstellingen Cordaan, Amsta en Amstelring. Deze werkgevers kopen grote hoeveelheden voedsel in voor hun medewerkers, patiënten, studenten, cliënten en gasten. De doelstellingen uit de voedselstrategie zijn integraal opgenomen in de afspraken van het convenant. De deelnemende partijen werken samen in een lerend netwerk om gezamenlijk te kunnen innoveren en kennis en ervaringen te delen.
Versterken van initiatieven creëert maatschappelijke waarde De bereikbaarheid en betaalbaarheid van gezond en duurzaam voedsel is van groot belang voor iedereen. 40% van de Amsterdamse volwassenen heeft overgewicht. Het negatieve effect van ongezonde voedselconsumptie is ongelijk verdeeld onder Amsterdammers. Een ruime meerderheid (59%) met een laag inkomen zegt soms of vaak niet genoeg geld te hebben voor gezond eten. Daarom werken wij samen met maatschappelijke initiatieven aan het verduurzamen en verder ontwikkelen van voedselverbindingsplekken. Zo hebben we de oprichting van Voedselcirkel Amsterdam Noord mede-mogelijk gemaakt.
• Voedselcirkel Amsterdam Noord voorziet wekelijks 1.800 huishoudens van eten. Hiermee wordt op jaarbasis 416 ton aan voedseloverschot gered en uitgedeeld. • Met een bedrag van € 100.000 aan 23 initiatieven creëerden we een maatschappelijke waarde van € 16 miljoen. Dit blijkt uit een meting van Social Handprint, een bedrijf dat impulsregelingen faciliteert met fondsen en bijdragen vanuit overheden.
39
2.4
Agenda Klimaatadaptatie 2024 - 2026 Met de acties uit onze Agenda Klimaatadaptatie 20242026 bereiden we ons voor op de toekomstige, maar ook nu al merkbare effecten van klimaatverandering. Ook al zetten we alles op alles om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken, we ontkomen niet aan de gevolgen. Daarom voeren we bij alle nieuwe herinrichtings- en vervangingsprojecten de Quickscan Klimaatadaptatie uit, brengen we knelpunten in beeld en kijken we naar de impact van klimaatverandering op bestaanszekerheid. Quickscan Klimaatadaptatie en projectondersteuning We stimuleren en ondersteunen klimaatadaptatie in projecten. Dit zijn voornamelijk herinrichtings- en vervangingsprojecten in de openbare ruimte. We integreren klimaatadaptatie structureel in werkzaamheden en beheer. Zo voeren we bij alle nieuwe herinrichtingsen vervangingsprojecten de Quickscan Klimaatadaptatie uit en komt er een inspiratiedocument voor klimaatbestendige nieuwbouw. Waar nodig, doen we iets extra’s. In 2024 gaven we aan vijftien projecten extra financiële ondersteuning voor het nemen van klimaatadaptatiemaatregelen. In de Frans Halsbuurt en het Midwoudpad is bijvoorbeeld meer groen geplant en zijn wadi’s aangelegd om regenwater op te vangen. Ook maakten we in 2024 diverse buurten groener en klimaatadaptiever, waaronder het Gijsbrecht van Amstelpark en de Rivierenbuurt.
Onze stad van morgen
• Samen met lokale organisaties, woningcorporaties en vrijwilligers voerden we drie grote Onze Straatacties uit om versteende tuinen om te zetten groene tuinen. • Door de gratis Tegelservice is bij 40 huishoudens circa 8.000 m2 aan tuintegels opgehaald om te vervangen voor groen. • In het kader van Amsterdam 750 jaar deelden we eind 2024 7.500 bomen uit in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. • Begin 2025 startten we met het uitdelen van 750 geveltuinpakketten. Deze actie loopt tot eind oktober 2025.
40
Actiepunt 3: we integreren de risico's van extreem weer structureel in de gezamenlijke opgave om Amsterdam klimaatadaptief te maken. We ontwikkelen nieuwe normen, eisen en richtlijnen om Amsterdam zoveel mogelijk te beschermen tegen extreem weer. Afgelopen jaar hebben we nieuwe normen, eisen en richtlijnen verkend. We hebben bijvoorbeeld gekeken naar de loopafstand tot een koele plek en het percentage schaduw op looproutes. Er is een doelenboom
Knelpunten en impact op bestaanszekerheid in beeld Op basis van risicokaarten brachten we de meest urgente knelpunten in beeld, waarbij we niet alleen fysieke, maar ook sociaal-economische factoren meewogen. De meeste knelpunten bevinden zich in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Voorbeelden van knelpunten zijn Slotervaart-Zuid, Banne-Buiksloot en Bijlmer-Oost. In deze buurten zien we dat er een groter risico is op schade door wateroverlast, een verhoogde kans op hittestress en dat er problemen kunnen ontstaan in droge periodes. In deze gebieden kunnen we niet wachten op regulier beheer en onderhoud. Daarom ontwikkelden we hiervoor een aparte aanpak.
Onze stad van morgen
opgesteld waarin voor de thema's hitte, droogte, wateroverlast en overstromingsrisico's doelen zijn geconcretiseerd en aanbevelingen voor normen, eisen en richtlijnen worden gedaan. Sommige inzichten hiervan worden al meegenomen in het beleid en de uitvoering. Projecten waarbij bomen worden geplant, kunnen bijvoorbeeld kiezen uit bomen die passen bij de klimaatadaptatie-opgave van het project. Als er sprake is van een hoog hitterisico worden bomen geplant die veel schaduw geven.
Ook bij klimaatadaptatie ongelijk investeren voor gelijke kansen We brachten ook de impact van klimaatverandering op de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen en gebieden in kaart. Dit onderzoek laat zien dat alle Amsterdammers kwetsbaar zijn voor de risico’s van het veranderende klimaat, maar dat de impact hiervan voor sommige groepen en gebieden groter is. Dit komt door verschillen in aanpassingsvermogen, zoals toegang tot privaat groen, mate van verharding en zoetwaterbeschikbaarheid, maar ook door het aantal 65-plussers en chronisch zieken dat in een buurt woont. Klimaatverandering vergroot daarmee (bestaande) ongelijkheden in de stad. Het is daarom belangrijk om ook bij klimaatadaptatie ongelijk te investeren voor gelijke kansen en in te zetten op sociaal-economisch kwetsbare buurten.
Knelpuntbuurten
Knelpuntnaam
Nr.
Knelpuntnaam
Nr.
Ruys de Beerenbrouckbuurt
1
Jan Maijenbuurt
8
Conficiusbuurt
2
Tuindorp Oostzaan (Cluster)
9
Baden Powellweg (Cluster)
3
Banne-Buiksloot (Cluster)
10
Slotermeer Noord-Oost (Cluster)
4
Buikslotermeerplein
11
Bosleeuw
5
Vogelbuurt-Zuid
12
Overtoomse Veld-Noord
6
Tuindrop Frankendael
13
Slotervaart-Zuid (Cluster)
7
Bijlmer-Oost (Cluster)
14
Figuur 17 De 14 meest urgente klimaatrisco knelpunten van Amsterdam, nummering buurten is willekeurig.
41
Voortgangsrapportage Klimaatadaptatie Eind 2025 zijn we op de helft met de uitvoering van de agenda Klimaatadaptatie 2024-2026, dan volgt een voortgangsrapportage. Ook werken we uit wat op lange termijn (financieel) nodig is om Amsterdam zo goed mogelijk voor te bereiden op het veranderende klimaat, in aanloop naar de nieuwe collegeperiode.
Actiepunt 8: we werken aan een nieuwe duurzaamheidsraad en stellen een klimaatspreekuur in met stemmen van ondervertegenwoordigde groepen zowel binnen als buiten Amsterdam. Begin 2025 zetten we de eerste stappen naar een nieuwe, inclusieve Duurzaamheidsraad. De nieuwe Duurzaamheidsraad bouwt voort op inzichten en ervaringen uit eerdere edities en streeft expliciet naar representatie, inclusie en diversiteit, zowel qua achtergrond als ervaring. Stemmen uit de samenleving die vaak onderbelicht blijven in klimaatgesprekken krijgen een plek in deze nieuwe raad. Daarnaast sluiten mensen uit diverse vakgebieden aan. Deze nieuwe Duurzaamheidsraad is in voorbereiding.
Klimaatspreekuren In 2023 organiseerden we het eerste klimaatspreekuur. Bewoners en ondernemers kunnen hier terecht met ideeën, zorgen of vragen rondom de verduurzaming van Amsterdam. Dit jaar houden we vijf verschillende klimaatspreekuren. We richten ons in het bijzonder op jongeren tijdens de Toekomst10daagse van Amsterdam 750 jaar. Ook zijn er thematische klimaatspreekuren over het warmteprogramma, duurzame opwek van energie en energiegemeenschappen.
“Het is tijd voor de toekomst”
Onze stad van morgen
42
Onze stad van morgen
43
Factsheet circulaire economie Onze stad van morgen
Met een circulaire economie streven we naar 50% reductie in het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen in 2030 ten opzichte van 2016. In 2050 willen we als stad 100% circulair zijn. Een circulaire economie is essentieel voor een duurzame toekomst. In Amsterdam bouwen we al circulair waar kan, hergebruiken we materialen en stimuleren we innovatieve ondernemers. We zien een daling in het gebruik van nieuwe grondstoffen, maar de verborgen kosten van ons materiaalgebruik zijn nog steeds hoog. Gebruik nieuwe materialen gedaald: 18 14 miljard kilo (2016–2023)
38.000 m2 straatstenen hergebruikt (1,2 kt CO₂ besparing, €638K)
14.000 kledingstukken & schoenen gerepareerd via Stadspas
>120 bedrijven actief tegen voedselverspilling
CO2
25 woon- & 5 utiliteitsgebouwen circulair gebouwd 220 kt CO₂ bespaard Verborgen milieu- & sociale kosten in 2023: €15,1 miljard
Gebruik van nieuwe, niet-hernieuwbare materialen in Amsterdam mld. kg. 30 25 20
Figuur Het gebruik van nieuw, niet-hernieuwbaar materiaal in de Amsterdamse economie is grillig, maar vertoont de laatste jaren een neerwaartse trend. De grootste verklaring voor de afname in materiaalgebruik is de vermindering van het gebruik van fossiele grondstoffen. De sluiting van de kolencentrale aan de Hemweg springt daarbij het meest in het oog. Dit laat zien dat de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie nauw verbonden zijn.
15 10 5 0 2015
‘16 Gewicht
‘17
‘18
‘19
‘20
Reductiedoel
‘21
‘22
‘23
‘24
Ondergrens
‘25
‘26
‘27
Bovengrens
‘28
‘29
‘30
De betaalde prijs en de verborgen kosten van de materiaalconsumptie in Amsterdam
Betaalde prijs
Verborgen milieukosten
17.303
0
5.000
10.000
12.320
15.000
Figuur De betaalde prijs en de verborgen kosten (mln euro) van de materiaalconsumptie in Amsterdam. Als je economische en sociale impact meeneemt in de prijs, zouden producten in Amsterdam eigenlijk twee keer zo duur moeten zijn. De milieukosten worden veroorzaakt door uitstoot, afdanking van materialen of tijdens materiaalwinning. De verborgen kosten van de waardeketens voedsel en biomassa, fossiele grondstoffen zijn het grootst.
Verborgen sociale kosten
20.000
25.000
2.777
30.000
mln € 35.000
Factsheet energietransitie Onze stad van morgen
Met de energietransitie streven we naar een reductie van 60% van de CO₂-uitstoot in 2030 (ten opzichte van 1990) en een klimaatneutrale stad in 2050. De energietransitie is in volle gang. Amsterdam werkt hard aan het verminderen van energieverbruik, het verduurzamen van mobiliteit en het terugdringen van CO₂uitstoot. De cijfers laten zien dat we grote stappen hebben gezet, maar ook dat versnelling nodig is om onze klimaatdoelen te halen.
CO2
Op weg naar 46% minder CO₂-uitstoot in 2030 en 82% minder in 2050 1.450 kinderen emissievrij vervoerd
25% minder energieverbruik in 2024 t.o.v. 2010
CO₂-uitstoot haven/ industrie gedaald van 5.123 naar 1.269 kton.
Zonnepanelen: 322 MWp opgesteld – doel 2024 overtroffen
Hernieuwbare energie gegroeid van 7% (2018) naar 17% (2024)
12% van het wegverkeer is uitstootvrij
3.600 huishoudens geholpen met energiebesparing + 9.252 vouchers verstrekt
De CO₂-uitstoot van Amsterdam van 1990 - 2050 kto CO₂-eq.
3.844 kton -10%
3500
-19%
3000 2500
-46%
2000 1500 1000
-82%
500 0 1990
Industrie
2022
Stadswarmte
2023**
Huishoudens
2030
Mobiliteit
Figuur De cijfers laten zien dat Amsterdam zich maximaal inzet. Tegelijkertijd zijn we ook realistisch over grote opgave en uitdagingen die er nog liggen. Het behalen van onze klimaatdoelstellingen vereist versnelling. Daarom kiezen we voor de warmtetransitie voor een meer diverse en flexibele strategie, met een focus op een gebouwgerichte aanpak en een versterkte inzet op warmtepompen. Om onze doelen te bereiken, zijn we echter sterk afhankelijk van besluitvorming en financiële ondersteuning van het Rijk.
2050
Landbouw
**
voorlopige cijfers
Energieverbruik per Amsterdammer 2019 - 2023
12.361
10.580
10.602
19.511
18.888
18.769
2.804
10.362
18.607
3.512
2.909
10.733
19.132
3.109
2.966
21.808
20.688
20.917
18.782
17.077
2019
2020
2021
2022
2023
Aardgas
Stadswarmte
Elektriciteit
Figuur Ondanks de groei van de stad - het aantal inwoners en banen - laat de figuur zien dat het energieverbruik afneemt. Ten opzichte van 2019 gebruiken we per Amsterdammer circa 12% minder energie. Deze daling komt door een lager aardgasgebruik (-22%) en een lager verbruik van voertuigbrandstoffen (-13%). Reductie van energieverbruik blijft belangrijk om op in te zetten. Het isolatieoffensief, energiecoaches voor huishoudens, fixteams voor MKB-ers en het Actienetwerk Gasterug dragen hieraan bij. De waardes voor gas en elektriciteit voor 2023 zijn ingeschat.
Voertuigbrandstoffen
Bron: Klimaatmonitor, Liander
Opwek zonne-energie in Amsterdam 770 667
550
456 377
322
350
277 238
206 166 124
81
2019 Realisatie
2020
2021 Doel
2022 Opwek TJ
Bron: Alliander, Klimaatmonitor, bewerking O&S
2023
2024
2025
2030
Figuur Het potentiële vermogen van zonnepanelen kwam in Q3 van 2024 uit op de 322 MegaWattpiek (mWp). Het doel om in 2025 350 MegaWattpiek aan opgesteld vermogen te behalen is dus in zicht. Om het doel van 2030 te halen, moet het vermogen jaarlijks met gemiddeld 38 MegaWattpiek toenemen. Om het doel van 2024 te halen moet er vanaf 2030 jaarlijks nog 55 MegaWattpiek bij. Totaal opgesteld vermogen en opwek van zonne-energie in Amsterdam
Factsheet gemeentelijke organisatie Onze stad van morgen
De gemeentelijke organisatie geeft het goede voorbeeld. Met forse daling van energieverbruik en CO₂-uitstoot, duurzame inkoop, circulaire bedrijfsvoering, klimaatadaptieve gebouwen en bewustwording onder medewerkers dragen we actief bij aan de transities. Deze factsheet toont hoe de gemeente haar eigen bedrijfsvoering verduurzaamt. CO2
CO2
Reductiedoel indirecte CO₂ vastgesteld: -60% in 2030, -90% in 2040, -100% in 2050
75% minder CO₂-uitstoot (2024 t.o.v. 2018)
Energieverbruik gemeentelijke organisatie: -19% sinds 2018
170 collegebesluiten droegen bij aan duurzame doelen
33% van Europese aanbestedingen duurzaam
70 panden aardgasvrij (was 32 in 2018)
600 medewerkers volgden ‘Climate Fresk’training
Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018 - 2024
718
682
638
641
633
595
582 452
2018
2019
Elektriciteit
2020
2021
2022
Brandstoffen
2023
2024* Aardgas
2025
2026
2027
Streefwaarde
2028
2029
2030
Warmte
Figuur De grafiek laat het energieverbruik van de gemeentelijke organisatie zien sinds 2018 tot en met 2024. We gebruiken nu 19% minder energie dan in 2018. Het verbruik van aardgas, elektriciteit en brandstoffen nam in 2024 af. Dat komt onder andere door het afstoten van een kantoorpand, het beter instellen van klimaatinstallaties, het isoleren van panden, het gebruik van energiezuinigere verlichting en andere energiebesparende maatregelen. Ook hebben we meer zonnepanelen geplaatst in 2024. We zien dat als we dit in tempo doorgaan we ons doel halen. De streefwaarde in 2030 is 452 TJ: een reductie van 37% t.o.v. 2018. 2024 zijn voorlopige cijfers
*
CO₂-uitstoot gemeentelijke organisatie in kiloton
26 24
Figuur De grafiek laat de directe (scope 1 en 2) CO₂-uitstoot zien van de gemeentelijke organisatie sinds 2018 tot en met 2024. We stootten in 2024 75% minder CO₂ uit dan in 2018. We zijn goed op weg om ons doel te halen om in 2030 100% CO₂ te verminderen t.o.v. 2018. Onze indirecte CO₂-uitstoot – uitstoot die ergens anders ontstaat door winning, vervoer en productie van voedsel of spullen – is echter veel groter. Het grootste deel van de indirecte uitstoot wordt veroorzaakt door onze inkoop, namelijk 77%. Daarom zetten we vol in op duurzaamheid bij nieuwe aanbestedingen.
21 18
8,8
7,8 6,5
2024 zijn voorlopige cijfers 2025 en 2026 zijn streefwaarden vastgesteld in de CO₂-prestatieladder
* *
2018
2019
Brandstoffen
2020
2021
2022
Aardgas
2023
2024* 2025* 2026*
Elektriciteit
2027
Vliegreizen
2028
2029 Warmte
2030
Zakelijk vervoer
Streefwaarde
Factsheet groene en gezonde stad en klimaatadaptatie Onze stad van morgen
Een leefbare stad is een groene en gezonde stad. Amsterdam investeert in biodiversiteit, schone lucht, gezond voedsel en klimaatbestendige wijken. Deze factsheet geeft een overzicht van maatregelen die zorgen voor een betere leefomgeving én bescherming tegen hitte, droogte en wateroverlast.
CO2
5.000 m² bloemrijk grasland ingezaaid op sportparken 2.514 vleermuizen en 224 broedparen gierzwaluwen geteld in Nieuw-West
6.000 kg CO₂ bespaard tijdens Plant FWD Week (plantaardig eten)
35.000 duurzame maaltijden per dag via convenant
Doel: 60% plantaardige eiwitten – nu al 48% (hoger dan NL gemiddelde)
7.500 bomen uitgedeeld eind 2024 (Noord, NieuwWest, Zuidoost)
8.000 m2 tegels vervangen via gratis tegelservice (840 huishoudens)
Luchtkwaliteit voldoet aan WHO-normen uit 2005
Koele groene stratenkaart in Amsterdam
Vuistregel 300 meter tot een koele plek. Dit zijn indicatieve lijnen.
6 - De Koele Groene Stratenkaart
De Koele Groene Stratenkaart - 7
Figuur Deze zomer stellen we de koele groene stratenkaart vast: een netwerk van ecologische verbindingen die versnippering van leefgebied van dieren tegengaat en via welke routes fietser en voetgangers comfortabel kunnen bewegen. Deze groene structuren dragen niet alleen bij aan de biodiversiteit, maar zorgen in een steeds warmere en drukkere stad ook voor schaduw, verkoeling en een aangenamere leefomgeving voor mens én dier.
Het aandeel plantaardige/dierlijke eiwitten in dieet 100 90 80 70
40
52
57
60 50 40 30 20
60
48
43
10 0 NL gemiddeld
2024 huidig dieet
Plantaardig eiwit
2026
2028
2030 doel
Figuur Amsterdammers halen 52% van hun eiwitten uit dierlijke producten, zoals vlees, vis en zuivel. De overige 48% halen zij uit eiwitrijke plantaardige producten zoals granen, peulvruchten, en noten. Om de milieudruk te verlagen en de gezondheid te bevorderen, heeft de Amsterdamse voedselstrategie als doelstelling om het aandeel van eiwitten uit dierlijke producten te verlagen naar 40%, en het aandeel uit plantaardige producten te verhogen naar 60%. Het huidige Amsterdamse dieet is al meer plantaardig dan het gemiddelde Nederlandse dieet (Compendium voor de Leefomgeving, 2023). Dit heeft er onder andere mee te maken dat Amsterdammers gemiddeld minder melk drinken en minder vlees eten dan de rest van Nederland. Toch is er nog een weg te gaan om de gewenste verschuiving naar 60% plantaardige eiwitten te behalen. Dit vereist een aanpassing in onze dagelijkse gewoonten.
Dierlijk eiwit
Knelpuntbuurten Figuur Op basis van risicokaarten brachten we de 14 meest urgente knelpunten van Amsterdam in beeld, waarbij we niet alleen fysieke, maar ook sociaaleconomische factoren meewogen. De meeste knelpunten bevinden zich in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Hier is een groter risico op schade door wateroverlast, een verhoogde kans op hittestress en op problemen in droge periodes. In deze gebieden kunnen we niet wachten op regulier beheer en onderhoud. Daarom ontwikkelden we hiervoor een aparte aanpak.