CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Voorjaarsnota 2025.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025 (VN2025-008527)31.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota 2025

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: TODAY, Utrecht Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 22 mei 2025 Voorjaarsnota 2025

2

Inhoud

Inhoudsopgave Voorwoord4 Leeswijzer5 1

Hoofdlijnen

6

2

Programma’s

19

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B

21 37 52 58 61 65 76 85 90 98

3

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport en Bewegen Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale Zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen Bestuur en Organisatie

Bijlagen

106

3.1 3.2 3.3

109 119 124

Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Doelenraming

Voorjaarsnota 2025

3

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Voor u ligt de Voorjaarsnota 2025. Bij de voorjaarsnota passen we de begroting voor dit jaar aan op basis van mee- en tegenvallers. Bij de voorjaarsnota kijkt het college of er geld over of tekort is en waar in de stad extra investeringen nodig zijn. Ook bevat de voorjaarsnota op hoofdlijnen een vooruitblik op 2026 en verder.

Het college wil de stad en de financiën goed achterlaten en een nieuw bestuur niet confronteren met tekorten. Daarom wil het college de programma’s en budgetten die ook volgend jaar nodig zijn zoveel mogelijk door laten lopen. Het college wil in 2026 lastenverzwaringen voorkomen.

De economische en financiële vooruitzichten zijn onzeker. Bovendien heeft Amsterdam te maken met een forse tegenvaller in de inkomsten van het rijk. Het kabinet bezuinigt op zaken die Amsterdammers treffen, zoals op onderwijs. En de eerdere bezuinigingen op het gemeentefonds (het ‘ravijn’) en de jeugdzorg lost het rijk wel voor een deel maar niet helemaal op. Dit dwingt het college tot scherpe keuzes. Er wordt alleen extra geïnvesteerd daar waar dat noodzakelijk is.

Met deze voorjaarsnota werken we samen verder aan het coalitieakkoord en aan de gezamenlijke opgave voor een duurzaam, verbonden, sociaal en schoon Amsterdam. Veel dank aan iedereen die aan deze voorjaarsnota heeft meegewerkt.

Hester van Buren Wethouder Financiën

Omdat de financiële positie van woningcorporaties onder druk staat, stelt het college extra geld beschikbaar voor onder meer de aanpak van schimmelwoningen en verhuur van corporatiewoningen door zorginstellingen. Het college trekt ook meer geld uit voor de Aanpak Noord. Er komt geld beschikbaar voor de aanpak Online leefwereld om de digitale weerbaarheid van jongeren te vergroten. Het centrale meldpunt onbegrepen gedrag en de meldpunten zorg- en woonoverlast in de stadsdelen krijgen meer middelen om het aantal incidenten met mensen die onbegrepen gedrag vertonen, te verminderen. Sportclubs en de sociale basis krijgen meer geld vanwege gestegen (energie)kosten. Ook stellen we meer middelen beschikbaar om armoedebestrijding op niveau te houden.

Voorjaarsnota 2025

4

Leeswijzer

Leeswijzer In de voorjaarsnota wordt op hoofdlijnen informatie gegeven over de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren en wordt voor het lopende begrotingsjaar inzicht gegeven in de substantiële beleidsmatige en financiële afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. De voorjaarsnota geeft conform de Financiële verordening dus inzicht in: 1. de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren in de hoofdlijnen; 2. de mutaties van het lopende begrotingsjaar. De voorjaarsnota laat enerzijds zien welke afwijkingen zich voordoen in 2025 bij het uitvoeren van het beleid dat eerder is vastgesteld. In andere woorden: welke wijzigingen in de begroting er nodig zijn zonder dat sprake is van een aanpassing in het door de raad vastgestelde beleid. Daarbij is het uitgangspunt dat alleen onvermijdelijke mee- en tegenvallers leiden tot een begrotingswijziging, want waar nog bijgestuurd kan worden blijven de vastgestelde budgetten gelden als het kader. Dit betekent ook dat we ervan uitgaan dat de uitvoering van het vastgestelde beleid niet wijzigt en op koers blijft. De voorgestelde begrotingswijzigingen zorgen ervoor dat de beleidsdoelen kunnen worden behaald. Anderzijds wordt in deze voorjaarsnota inzicht gegeven in de beleidsmatige keuzes die invloed hebben op 2025. Als gevolg van het aanpassen van beleid wordt de begroting gewijzigd.

Hierbij kan het gaan om beleidsintensiveringen of -extensiveringen. De mee- en tegenvallers en de beleidsintensiveringen en -extensiveringen bepalen samen het budgettaire beeld voor 2025. Dit budgettaire beeld, de mutaties in het lopende begrotingsjaar en de bijbehorende toelichtingen zijn terug te vinden in hoofdstuk 2.

Voorjaarsnota 2025

Hoofdstuk 1 – Hoofdlijnen In de hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. Daarna komt de budgettaire situatie aan de orde. Hier zetten wij uiteen met welke ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting we worden geconfronteerd en welke keuzes zijn gemaakt.

Hoofdstuk 2 – Programma’s De begroting is opgebouwd uit acht genummerde beleidsprogramma’s en de pro­ gramma’s A (Algemene dekkingsmiddelen) en B (Bestuur en organisatie). In hoofd­stuk 2 wordt per programma op het niveau van programmaonderdeel aangegeven wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de Begroting 2025. Conform de Financiële verordening worden alleen afwijkingen en wijzigingen in de programmaonderdelen toegelicht die groter zijn dan € 1 miljoen. Uitzonderingen zijn autonome effecten en beleidskeuzes.

Bijlage 1 – Verloopstaat reserves In bijlage 1 zijn de reserves opgenomen. Daarbij is per reserve inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 2 – Verloopstaat voorzieningen In bijlage 2 zijn de voorzieningen opgenomen. Daarbij is per voorziening inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 3 – Doelenraming De doelenraming geeft inzicht in de baten en lasten per doel, rekening houdend met de begrotingswijzigingen in de voorjaarsnota. De doelen behoren niet tot het autorisatieniveau van de raad, maar worden ter kennisname beschikbaar gesteld.

5

1 Hoofdlijnen

H.1

1.1 Inleiding De Voorjaarsnota 2025 is de eerste rapportage over de uitvoering van de Begroting 2025. Vorig jaar hebben we een sluitende begroting voor 2025 opgesteld, waarbij we blijven investeren in zorg voor en welzijn van Amsterdammers, jongeren en ouderen, in een duurzame toekomst, in de bouw van betaalbare woningen en in een schone en goed onderhouden stad. Met de voorjaarsnota geven we inzicht in de mee- en tegenvallers in het lopende begrotingsjaar. Het beeld voor 2025 pakt anders uit dan we dachten bij het opstellen van de Begroting 2025. Voor alle onderdelen van de begroting zien we dat de bud­ getten onder druk staan en dat we binnen de programma’s pijnlijke maatregelen moeten nemen om stijgende kosten op te vangen. We hebben bovendien te maken met een grote onvoorziene tegenvaller in de inkomsten vanuit het rijk. Dit hangt samen met een aanpassing in het gemeentefonds voor de maatstaf voor huishoudens met een laag inkomen. Meevallers in de inkomsten vanuit het rijk zijn er ook. We krijgen extra loon- en prijscompensatie. De aanpassing van de waarden voor woningen, bedrijfs­ panden en andere onroerende zaken, de WOZ-waarde valt gunstig uit. Verder kunnen we een deel van de egalisatie­reserve voor de bijstands­uitkeringen laten vrijvallen, omdat we voorzien dat die niet nodig is voor negatieve toekomstige ontwikkelingen.

Met de ruimte die hierdoor in de algemene middelen ontstaat, doen we wat nodig is om de financiën en de stad weerbaar te houden. We compenseren sport­accom­moda­ties voor kostenstijgingen en trekken geld uit om externe partners in het sociaal domein te compenseren voor loon- en prijsstijgingen volgens de arbeids­voorwaarden­ontwik­ke­ ling in de zorg, de zogeheten OVA-systematiek. Het college investeert in de lijn van de jeugdvisie extra om de omgeving van jongeren te versterken en zo te zorgen dat minder jeugdzorg nodig is. De financiële positie van corporaties staat onder druk. Het college stelt extra geld beschikbaar voor woningcorporaties, onder meer voor de aanpak van schimmel­ woningen en voor intermediaire verhuur voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Intermediaire verhuur houdt in dat het huurcontract eerst op naam van de zorgaan­ bieder komt, met de bedoeling dat als het goed verloopt de bewoner het contract overneemt. Deze steun verzacht ook de impact bij corporaties van de eerdere verhoging van de onroerendezaakbelasting. Voorjaarsnota 2025

We maken verder extra geld vrij voor de aanpak Noord, het meldpunt zorg- en overlast, de aanpak online leefwereld en fysieke plekken waar mensen met vragen of klachten over parkeerboetes terecht kunnen. Ook stellen we een commissie Toekomst Joods Amsterdam in om het college te adviseren over de het toegezegde bedrag van € 25 miljoen om te investeren in de toekomst van Joods leven in de stad. In de Begroting 2025 hadden we een reservering opgenomen van € 100 miljoen om incidenteel kwetsbaarheden op te kunnen vangen die ontstaan door onder andere rijksbezuinigingen. Hiervan resteert nog € 10 miljoen.

Vooruitblik We leven in onrustige en onzekere tijden. Bij de Begroting 2026 hopen we meer inzicht te hebben in het effect van de voorjaarsnota van het rijk op onze meerjarenbegroting. Dan is de meicirculaire voor het gemeentefonds bekend en kunnen we de balans opmaken. Het is duidelijk dat het rijk extra geld uittrekt voor de jeugdzorg en de terug­val in het gemeentefonds. In onze eigen voorjaarsnota hebben we alvast rekening gehouden met een incidentele compensatie van het rijk voor de jeugdzorg. Vanaf 2028 heeft het rijk voor de jeugdzorg echter ook extra besparingen in het vizier. Een duur­ zame en toereikende financiering van de jeugdzorg, zoals geadviseerd door commissie Van Ark, is al met al nog onzeker. Op dit moment is ook onduidelijk wat de gemeenten gaan merken van de korting van 10% op de specifieke uitkeringen (spuk’s) waar het rijk al eerder over heeft besloten. We verwachten wel dat deze korting op de speci­ fieke uitkeringen tot pijnlijke maatregelen zal leiden. Zo voorzien we dat we de leeftijd voor de voorschool moeten verhogen. Voorop blijft staan dat we doen wat nodig is voor de toekomst van de stad en de Amsterdammer en tegelijkertijd zorgen dat de financiën van de gemeente op orde blijven. Voor een aantal programma’s waarvan de middelen aflopen willen we structureel geld vrij maken omdat we het belangrijk vinden dat ze blijven doorgaan.

Dat gaat bijvoorbeeld om de aanpak voor ongedocumenteerden en dakloosheid. Bij de Begroting 2026 willen we geen lastenverzwaringen doorvoeren. Tarieven worden uiteraard wel op de gebruikelijke wijze geïndexeerd. We zien verder dat de kosten 7

H.1

voor de organisatie blijven stijgen. Er ligt een opgave om de organisatie­kosten te verminderen. Bij de begroting komen we hierop terug. Tot slot worden de plannen voor investeringen geactualiseerd, gericht op verant­woorde groei en een duurzame toekomst binnen de kaders voor een verantwoorde schuld­ont­wikkeling. Zo zorgen we ervoor dat we de stad en de financiën goed achterlaten voor een nieuw college.

Voorjaarsnota 2025

8

H.1

1.2 Het financiële beeld In deze hoofdlijn lichten wij de financiële ontwikkelingen voor het jaar 2025 toe. Als een verandering in financiële beeld in 2025 ook meerjarige effecten heeft, lichten we die toe in de tekst. De toelichting is beknopt en bedoeld om alvast de richting te laten zien die bij de Begroting 2026 verwacht kan worden. De raad stelt bij deze voorjaarsnota alleen de budgettaire wijzigingen voor het jaar 2025 vast.

In hoofdstuk 3 is terug te vinden welke begrotingsaanpassingen in de programma’s ter besluitvorming worden voorgelegd. Dit zijn zowel de bestuurlijke keuzes als de neutrale en technische mutaties.

1. Beginsaldo

In onderstaande tabel zijn de ontwikkeling voor de Begroting 2025 opgenomen.

Saldo Begroting 2025 Tabel 1. Financieel overzicht 2025 (I = incidenteel, S = structureel, - = negatief saldo-effect) I/S

2025

S

0

Gemeentefonds

S

5,7

Belastingen

S

-5,4

Dividenden

S

1,1

Rentelasten

I

10,2

Vrijval reserves en voorzieningen

I

52,2

Overig

S

10,0

(bedragen x € 1 miljoen) 1. Beginsaldo Saldo Begroting 2025 2. Ontwikkelingen in het algemene beeld

I/S

-49,0

4. Investeringen Actualisatie kapitaallasten investeringen

0,0

5. Kasschuiven Totaal kasschuiven Saldo Voorjaarsnota 2025

Voorjaarsnota 2025

2. Ontwikkelingen in het algemene financiële beeld Gemeentefonds

3. Bestuurlijke keuzes in de programma’s Totaal

Het startpunt van de Voorjaarsnota 2025 is de vastgestelde Begroting 2025, die voor 2025 sloot op nul.

I

-24,9 0

Het grootste deel van onze inkomsten ontvangen we uit het gemeentefonds. Deze inkomsten worden drie maal per jaar door het rijk bijgewerkt met actuele ontwikkelingen, zoals beleidsimpulsen, indexatie en aanpassing van de maatstaven. Het rijk licht deze ontwikkelingen toe in circulaires (de meicirculaire, de september­ circulaire en de decembercirculaire). Op basis van deze circulaires wordt duidelijk wat de gevolgen zijn voor de uitkering die Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds. In deze voorjaarsnota verwerken wij de effecten van de september- en december­ circulaire 2024 voor het jaar 2025. De effecten voor de volgende jaren worden mee­ genomen in de Begroting 2026. Door de actualisatie hebben wij een meevaller van € 29,7 miljoen in 2025 door met name aanvullende prijscompensatie en aanpassing van de WOZ-waarden. Daarnaast zien wij in CPB-raming dat de maatstaf voor huis­ houdens laag inkomen voor Amsterdam aanzienlijk afneemt vanaf 2024. Wij verwachten dat dit in 2025 een tegenvaller van € 24 miljoen geeft. Deze loopt op tot structureel € 43 miljoen. Deze ontwikkeling wordt door het rijk verwerkt in de Meicirculaire 2025. Gezien de omvang van deze tegenvaller nemen we deze mee in deze voorjaarsnota en eerder in het Jaarverslag 2024.

9

H.1

Het kabinet heeft eind april 2025 de Voorjaarsnota 2025 gepubliceerd. In deze voorjaarsnota staan extra middelen voor gemeenten aangekondigd om de tekorten van gemeenten door de terugval in het gemeentefonds en de stijgende kosten van de jeugdzorg (rapport Van Ark) deels te compenseren. De extra middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds en verwerkt in de Meicirculaire 2025. Voor de jeugdzorg hebben wij in deze voorjaarsnota een eerste (risico)-inschatting gemaakt, zie de bestuurlijke keuzes bij programma 6. Ook de voorstellen op andere beleidsterreinen zijn van invloed op de uitvoering van onze taken, zoals de verkorting van de duur van de WW. Op het moment van het opstellen van deze voorjaarsnota hebben wij nog geen totaal zicht op het effect voor Amsterdam van alle door het kabinet voorgestelde maatregelen. Deze nemen wij op in de Begroting 2026.

Belastingen In de voorjaarsnota actualiseren we de raming van onze belastingkomsten. Wij ver­ wachten voor 2025 lagere inkomsten (€ 2,8 miljoen) voor met name precario door een hoger aantal bezwaren die leiden tot aanpassing of vernietiging van de aanslag. De aanleiding was dat in 2024 de aanslagen voor precariobelasting zijn geactualiseerd op basis van de administratie van de terrasvergunningen. Vanaf 2026 verwachten we structureel hogere belastinginkomsten door de toename van parkeerinkomsten. We hebben de onroerende zaakbelasting (OZB) in de Begroting 2025 extra verhoogd. Dit heeft ook een effect op de lasten van ons eigen vastgoed. Het gaat om € 2,6 miljoen voor onder andere de ambtelijke huisvesting en sport-, parkeeren onderwijsgebouwen.

Rente De marktrente beweegt momenteel tussen de bandbreedte van 3,0% tot 3,5%. Wij laten daarom de rente voor nieuwe langlopende schuld onveranderd op 3,25%. We verwachten dat de schuldstijging niet geleidelijk door het jaar heen, maar meer aan het einde van het jaar zal plaatsvinden. Omdat de leningen daardoor later worden afgesloten dalen de rentelasten voor 2025 met € 6,4 miljoen. Daarnaast stijgen de rentebaten op verstrekte leningen door de financiering aan AEB vanaf medio 2025 met € 3,8 miljoen.

Vrijval reserves en voorzieningen Uit de egalisatiereserve Inkomensdeel en conjunctuur voor de bijstandsuitkeringen laten we € 46 miljoen vrijvallen, omdat deze reserve toereikend is om het risico voor de komende jaren af te dekken. Uit de reserve Economische Structuur- en Arbeids­ marktversterking (1,6 miljoen) en de reserve coalitiemiddelen (€ 0,5 miljoen) laten we ook middelen vrijvallen. In de nieuwe beleidsnota Reserves en voorzieningen is de minimale omvang van een reserve verhoogd naar € 0,5 miljoen. Conform deze aanpassing valt de reserve Amsterdams Promotiefonds voor Cultuur en Stadsinitiatieven vrij (€ 0,3 miljoen). Daarnaast heffen we de voorziening voor de zogenaamde reparatie-uitkeringen op, aangezien er momenteel een premievrijstelling geldt door het lage aantal langdurig werklozen in de sector. Er valt hierdoor € 3,8 miljoen vrij. Tenslotte verwerken wij ook het neutrale effect van het opheffen van de reserve Achterstallig onderhoud. Deze middelen worden ingezet bij het programmabudget van Stadsbehoud (€ 1,0 miljoen) en programma bruggen en kademuren (€ 3,5 miljoen). Dit is in lijn met de doelstelling van de reserve.

Ontwikkelingen dividenden De actualisatie van de dividenden laat voor 2025 een meevaller zien van € 1,1 miljoen. Dit is vooral het gevolg van een hogere dividenduitkering van Alliander als gevolg van goede bedrijfsresultaten (€ 2 miljoen). En een lager dividend voor het Havenbedrijf (€ 0,9 miljoen) vanwege hogere exploitatielasten en afschrijvingen. Beide hebben ook een structureel effect, deze worden meegenomen in de Begroting 2026.

Voorjaarsnota 2025

Overig De overige ontwikkelingen omvatten hoofdzakelijk incidentele opbrengsten en lasten en de vrijval van een aantal stelposten. Deze stelposten kunnen vrijvallen omdat we niet meer verwachten dat de uitgaven nog plaatsvinden.

10

H.1

3. Bestuurlijke keuzes De voorjaarsnota bevat ook wijzigingen in de programma’s. Uitgangspunt bij deze voorjaarsnota is dat ontwikkelingen in het bestaande beleid binnen het programma worden opgelost. Dit betekent dat binnen de programma’s maatregelen zijn genomen om de stijgende kosten te dekken. Daarmee blijft de incidentele ruimte die ontstaat in het algemene financiële beeld beschikbaar voor ontwikkelingen die extra inzet en/ of middelen vragen. Deze bestuurlijke keuzes hebben een effect op het saldo van onze begroting van in totaal € 77,2 miljoen in 2025. Dit dekken we deels uit de eindejaars­ marge (€ 28,2 miljoen) en voor het overige deel uit de ontwikkelingen in het algemene beeld (€ 49 miljoen). Meerjarige effecten verwerken we in de Begroting 2026. Om een structureel tekort in het financieel beeld te voorkomen stellen we een besparing op de eigen organisatie voor. Deze werken we richting de Begroting 2026 verder uit. Het overzicht van de bestuurlijke keuzes is in tabel 2 opgenomen. Hieronder lichten we per programma kort toe wat de belangrijkste bestuurlijke keuzes zijn die het college heeft gemaakt. Daarnaast geven we een kort overzicht van de inzet van de eindejaars­ marge in de verschillende programma’s.

Tabel 2. Bestuurlijke keuzes met een saldo-effect (bedragen x € 1 miljoen, -=negatief saldo-effect)

2025

1

Oplossen knelpunten programma 1

-11,0

1

Beperken impact OZB‑verhoging woningcorporaties

-1,0

1

Overheveling gemeentefondsmiddelen Omgevingswet

-3,7

2

Vergroten inzet parkeren

-1,4

3

Aanpak binnenstad

-1,6

3

Compensatie bezuinigingen rijk op Kunst & Cultuur

-1,5

4

Energielasten sport

-1,5

6

Nominaal sociale basis

-1,4

7

Aflopende middelen programma 7

-5,2

6

Nominaal Buurtteams

-1,1

8

Aanpak Noord/meldpunt zorg en woonoverlast

-2,6

A

Generatiepact

-1,1

A

Opvanglocaties Oekraïners

-31,5

A

Amendementen Begroting 2025

-1,2

B

Aanpak online leefwereld

-1,5

B

Toeslagenouders, arbeidskrapte en verzuimpreventie

-2,0

B

AFIS

-2,8

Overige bestuurlijke keuzes < € 1 miljoen

-5,2

Totaal bestuurlijke keuzes in de programma’s

77,2

Inzet eindejaarsmarge

28,2

Totaal ontwikkelingen in de programma’s

-49,0

Programma 1 Oplossen knelpunten (€ 11 miljoen) Vanuit de algemene middelen dekken we een aantal knelpunten in programma 1. Daarmee blijft bijvoorbeeld de voorziening op peil om groot onderhoud van onze panden aan te pakken (€ 2,0 miljoen), dekken we de extra OZB-lasten als gevolg van de waardestijging van het gemeentelijk vastgoed (€ 0,6 miljoen) en maken we € 1 miljoen vrij voor de uitvoering van het beleid voor de Woonruimteverdeling. Daarnaast lossen we het aandeel van de eindejaarsmarge voor 2025 op. Voorjaarsnota 2025

11

H.1

Frictieleegstand en schimmelaanpak (€ 1,0 miljoen)

Programma 4

We willen de impact van de OZB‑verhoging voor woningcorporaties beperken en maken voor de komende jaren € 8 miljoen vrij. Zo compenseren we frictieleegstand bij woningcorporaties door actief bij te dragen aan de doorstroming van ouderen en zetten we extra in op de aanpak van schimmelproblematiek voor € 5 miljoen totaal, waarvan € 1 miljoen in 2025. Ook dragen we in 2026 € 1,5 miljoen en 2027 € 1,5 miljoen euro bij aan intermediaire verhuur voor de huisvesting van kwetsbare groepen.

Energielasten sport (€ 1,5 miljoen)

Overheveling gemeentefondsmiddelen Omgevingswet (€ 3,7 miljoen) Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. We ontvangen rijks­ bijdragen voor de bekostiging van de meerjarige transitiefase. Tot en met 2024 is er nog € 3,7 miljoen beschikbaar uit de reeds ontvangen middelen, deels afkomstig uit de decembercirculaire 2023 (€ 1,4 miljoen) en deels uit de meicirculaire 2024 (€ 2,3 miljoen). Deze middelen zijn in het resultaat 2024 vrijgevallen, maar willen we voor de Omgevingswet beschikbaar houden.

Programma 2

In 2025 valt de compensatie voor de energielasten weg, wat zorgt voor een tekort van € 1,5 miljoen. We compenseren de stijgende energielasten van sportaccommodaties.

Programma 6 Nominaal sociale basis (€ 1,4 miljoen) We zetten stappen richting een uniforme systematiek voor compensatie van de inflatie voor alle partners die binnen de WMO activiteiten uitvoeren. De huidige vergoeding is voor CAO-plichtige partners binnen de sociale basis niet toereikend om de stijgende prijzen en loonstijging te compenseren. Gezien het belang van de activiteiten die deze partners uitvoeren voor de beweging die we in het stelsel willen maken, die van meer focus op preventie en het versterken van de veerkrachtige buurten, is een gelijke compen­satie voor deze partners noodzakelijk. Voor 2025 en verder verhogen we de compen­satie van 1,9% naar 3,7%, conform de systematiek die ook voor andere part­ners binnen de WMO is gehanteerd. Hiervoor is in 2025, 2026 en 2027 € 2,0 miljoen nodig, waarvan € 0,6 miljoen wordt gedekt binnen de begroting van programma 6. Voor de structurele doorwerking vanaf 2028 is dekking binnen de begroting van programma 6.

Vergroten inzet parkeren (€ 1,4 miljoen) Door de gebiedsuitbreiding van betaald parkeren in Nieuw-West en Zuidoost is er structureel extra inzet nodig (€ 0,8 miljoen in 2025 en € 1,5 miljoen vanaf 2026). Daarnaast starten we een pilot voor 2025 (€ 0,7 miljoen) en 2026 (€ 0,7 miljoen) om te bezien of het meer persoonlijk in behandeling nemen van vragen en klachten over parkeerboetes helpt bij het voorkomen van onterechte stapeling van boetes en alle gevolgen daarvan.

Risico kosten jeugdzorg

Programma 3

Het kabinet stelt in deze voorjaarsnota namelijk tot 2028 extra middelen voor de jeugd­zorg beschikbaar. Bij de Begroting 2026 kunnen we op basis van de Meicirculaire 2025 vaststellen of dit toereikend is om de begrotingsvoorstellen meerjarig te compen­ seren, welk ramingsrisico resteert en of extra maatregelen voor jeugd nodig zijn. Daarbij kijken we eerst naar maatregelen binnen Jeugd in lijn met de Amsterdamse jeugdvisie, maar we beschouwen het oplossen van een tekort als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gesprekken tussen de VNG en rijk over de adviezen van de commissie en compensatie van gemeenten worden in aanloop naar Prinsjesdag voortgezet. Begin 2027 volgt een nieuw advies van de deskundigencommissie.

Aanpak binnenstad (€ 1,6 miljoen) Voor de beoogde structurele transformatie uit de Aanpak Binnenstad hebben we in 2021 de reserve Vastgoed ingesteld om de onrendabele top van aankopen door onze deelnemingen mogelijk te maken. In deze voorjaarsnota vullen we deze reserve verder aan.

Compensatie bezuinigingen rijk op Kunst & Cultuur (€ 1,5 miljoen) Onevenredig veel Amsterdamse instellingen zijn voor de periode 2025-2028 hun landelijke subsidie van de Rijkscultuurfondsen misgelopen. Daarnaast wordt bezuinigd op internationalisering en staat de lokale infrastructuur onder druk. Wij compenseren het wegvallen van deze Rijksmiddelen in 2025 en 2026, totaal € 3 miljoen. Voorjaarsnota 2025

Ook voor Amsterdam worden de stijgende kosten voor de jeugdzorg niet volledig gecom­pen­seerd door het rijk. Vooruitlopend op de voorjaarsnota van het rijk hebben we een inschatting gemaakt van extra inkomsten op basis van het advies van de des­kun­ digencommissie Van Ark. Daarmee dekken we de verwachte kosten voor de komende jaren. Daarmee nemen we een financieel (ramings-)risico, met name vanaf 2028.

12

H.1

Programma 7

Opvanglocaties Oekraïne (€ 31,4 miljoen)

Aflopende middelen programma 7 (€ 5,2 miljoen)

We voegen de resterende middelen voor de opvang van Oekraïners van € 31,4 miljoen uit 2024 toe aan de projectreserve Duurzame opvanglocaties. Op deze wijze dekken we de financiële risico’s van langjarige huur voor de opvang van vluchtelingen af.

We maken incidenteel middelen vrij om de pilot Asielzoekers aan het werk voort te kunnen zetten, voor de opgave statushouders en inburgering, regionaal Werkcentrum instrumenten en het opvangen knelpunten armoedebegroting (€ 20,4 miljoen). Daarnaast worden ook structureel de knelpunten voor armoede en bestaanszeker­ heid opgelost die ontstaan door aflopende middelen uit het coalitieakkoord en rijks­middelen (€ 7 miljoen in 2026, € 10 miljoen in 2027 en € 3 miljoen vanaf 2028).

Amendementen Begroting 2025 (€ 1,2 miljoen) Voor de uitvoering van de amendementen van de Begroting 2025 stellen we in 2025 € 1,2 miljoen beschikbaar en in 2026 € 3,4 miljoen.

Nominaal Buurtteams (€ 1,1 miljoen)

Programma B

We subsidiëren de buurtteams onder meer voor de schuldhulpverlening. De huidige vergoeding is niet toereikend om de stijgende prijzen en loonstijging te compenseren. Daarom passen we ook voor de buurtteams de systematiek aan en verhogen het loon­ kosten deel van de subsidie naar 3,7%. Voor de structurele doorwerking is dekking binnen programma 7.

Aanpak online leefwereld (€ 1,5 miljoen)

Programma 8

Eenmalige uitkering toeslagenouders, gemeentebrede kosten arbeidskrapte en verzuimpreventie (€ 2,0 miljoen)

Aanpak Noord en meldpunt zorg en woonoverlast (€ 2,6 miljoen) Voor de grote opgaven in Noord stellen we structureel extra middelen beschikbaar. De focus bij de aanpak Noord ligt daarbij op het borgen van de continuïteit van de aanpak en het bouwen aan vertrouwen, een hoofddoel van de aanpak. Ook maken we middelen vrij voor de veiligheidsaanpakken in de stad. Dit is onderdeel van het meldpunt zorg en woonoverlast. We willen het aantal incidenten met mensen die onbegrepen en onveilig gedrag vertonen verminderen. Daarnaast vergroten we de capaciteit van de meldpunten om de pilot om ernstige overlast achter de voordeur aan te pakken te laten slagen. In totaal stellen we hiervoor € 2,6 miljoen in 2025, € 6 miljoen in 2026, € 7 miljoen in 2027 en € 3 miljoen vanaf 2028 beschikbaar.

Programma A Generatiepact (€ 1,1 miljoen) Het doel van het generatiepact is om medewerkers met fysiek zwaar werk aan het einde van de loopbaan minder te belasten. Hierdoor kunnen deze medewerkers langer met plezier doorwerken, geleidelijk afbouwen en hun kennis doorgeven. De regeling start op 1 april 2025 en loopt tot 1 april 2027 (€ 1,1 miljoen in 2025, € 1,5 miljoen in 2026 en 2027). Na een jaar wordt de regeling geëvalu­eerd en besloten of deze wordt voorgezet. We passen onze begroting aan om de verwachte kosten te dekken. De werkelijke kosten zijn afhankelijk van het aantal aanmeldingen en herbezetting. Voorjaarsnota 2025

We investeren in de aanpak online leefwereld jongeren, gericht op de beschikbaar­ heid van voldoende kennis, de uitvoering van een lobby-agenda en de vormgeving van interventies met gebruikers. Hiervoor maken we in 2025 € 1,5 miljoen en 2026 € 1,5 miljoen vrij.

We stellen middelen beschikbaar voor een eenmalige uitkering aan toeslagenouders die bij de gemeente in dienst zijn. Daarnaast stellen we middelen voor gemeentebrede kosten arbeidskrapte en voor verzuimpreventie. In totaal is dit een bedrag van € 3,8 miljoen voor de periode 2025 tot en met 2029.

Kostenraming AFIS (€ 2,8 miljoen) De overgang naar het nieuwe financiële systeem (AFIS) heeft vertraging in de betaling aan onze leveranciers veroorzaakt. Om te zorgen dat ondernemers zo snel mogelijk betaald worden en de technische problemen op te lossen hebben we extra capaciteit ingezet. Deze kosten bedroegen € 2,8 miljoen. De totale kosten schatten we in op € 5,8 miljoen. De extra capaciteit wordt afgeschaald zodra dat kan. Voorop blijft staan dat ondernemers op tijd betaald worden. Wij dekken deze lasten de komende vier jaren door beheers- en besparingsmaatregelen. Dan gaat het onder andere om ver­ eenvoudiging en versimpeling zoals de health check die ook adviseert. Daarnaast is sprake van uitgaven voor de verdere implementatie en verbetering van het systeem, die worden ingepast binnen het projectenportfolio. In het projectenportfolio zijn alle (investerings)projecten opgenomen. De actualisatie van het portfolio vindt plaats bij de begroting 2026.

13

H.1

Opgave programma B

Inzet eindejaarsmarge

Binnen programma B hebben we een grote financiële opgave. Zo geeft de groei van de organisatie extra druk op de bedrijfsvoering en is de nominale compensatie onvol­ doende om de loon -en prijsontwikkelingen op te vangen. We zien dit bijvoorbeeld bij huur, onroerendezaakbelasting, onderhoud van de huisvesting, schoonmaak, beveiliging, IT producten en diensten en energieprijzen. Wij dekken deze lasten de komende jaren door het treffen van beheers- en besparingsmaatregelen. Voor de begroting worden deze maat­regelen verder uitgewerkt. We weten nu al dat in 2025 niet alle beheers- en besparings­maatregelen tot voldoende resultaat leiden. Wij dekken dit knelpunt de komende jaren door het verhogen van de opgave.

Overige bestuurlijke keuzes onder de € 1 miljoen

Het effect in de programma's bestaat voor een deel uit de eindejaarsmarge. Door de cijfers uit het Jaarverslag 2024 af te zetten tegen de begroting hebben we de einde­ jaarsmarge berekend. De eindejaarsmarge is bedoeld om een eventuele onder­ besteding mee te kunnen nemen naar een volgend jaar (gemaximeerd op 1% van het lastentotaal van een programma) of een overschrijding als een taakstelling op te nemen voor het komend jaar. De positieve en negatieve eindejaarsmarges tellen op tot € 52,3 miljoen. Voor programma B hebben we besloten de eindejaarsmarge van € 24,1 miljoen (tekort) niet door te zetten. Dit vinden we boven op het invullen van de huidige taakstelling niet realistisch. Dit betekent dat per saldo € 28,2 miljoen meegenomen wordt naar 2025. Hieronder wordt kort uiteengezet hoe de einde­ jaarsmarge in de programma’s wordt ingezet.

Naast de bovenstaande bestuurlijke keuzes verhogen we ook een aantal budgetten met een bedrag kleiner dan € 1 miljoen. In de programma's zijn deze toegelicht. Dit betreft:

Programma (bedragen x € 1 miljoen)

2025

1 – Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

-20,4

2 – Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

-13,7

Programma (bedragen x € 1 miljoen)

2025

2

Beleidscapaciteit passagiersvaart

-0,5

2

Waternet

0,1

2

Overheveling gemeentefondsmiddelen Artis

-0,5

3

Monument gastarbeiders

-0,4

3

Monumenten en Archeologie (de Oude Kerk)

-0,5

3

Haalbaarheidsstudie Cultuurgebouw Noord

-0,5

3

Amsterdams Promotiefonds voor Cultuur en Stadsinitiatieven

-0,3

5

Gezonde schoollunches

-0,3

6

Overheveling gemeentefondsmiddelen Social Labs

-0,4

7

Kindregelingen

-0,6

8

APV-baten

-0,8

A

Cultureel Joods leven

-0,1

A

Systematisch evalueren

-0,5

A

Besparing datagedreven werken

0,1

Totaal bestuurlijke keuzes lager dan € 1 miljoen

Voorjaarsnota 2025

-5,2

3 – Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

0,7

4 – Sport en Bewegen

-1,5

5 – Onderwijs

-0,2

6 – Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

-

7 – Sociale Zaken en armoede Bestrijding

4,3

8 – Veiligheid

2,7

B – Bestuur en Organisatie

0,0

Totaal

-28,2

Programma 1 heeft in 2024 een negatief resultaat gerealiseerd. Op basis van de analyse van het resultaat worden maatregelen genomen om tekorten in de toekomst te voorkomen zoals bijvoorbeeld voor het aandeel van Ingenieursbureau, Project Managementbureau en de decentrale overhead van het Juridisch bureau. De verkoop van diverse vastgoedpanden wordt ingezet als dekking voor de eindejaarsmarge (€ 8,2 miljoen). De resterende € 12,2 miljoen wordt voor een deel in 2025 opgelost, en verder over de jaren heen gedekt door bezuinigingen binnen het programma.

14

H.1

Programma 2 heeft een negatieve eindejaarsmarge van € 13,7 miljoen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een overbesteding van € 15,9 miljoen bij het programma Stadsverbetering. Het beschikbare budget van dit programma is bijgesteld voor 2025 om de eindejaarsmarge te dekken.

De meerjarige portfolio’s leggen we bij de Begroting 2026 voor.We stellen nu de investeringsruimte voor 2025 bij op basis van de verwachte uitgaven in 2025. Dit geldt met name voor de investeringen in het domein van de openbare ruimte en mobiliteit. Deze ruimte schuift door naar de jaren erna.

Programma 3 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 0,7 miljoen. Dit bedrag wordt ingezet voor tijdelijke capaciteit voorzieningen Kunst & Cultuur (€ 0,25 miljoen in 2025 en € 0,25 in 2026) om de inhaalslag te maken voor de realisatie van nieuwe culturele voorzieningen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het restant gaat naar dempen van tegenvallers binnen het programma (€ 0,2 miljoen).

Het totaalbeeld van de investeringsruimte voor 2025 ziet er als volgt uit: Tabel 3. Voorgenomen investeringsruimte 2025 (bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2025

Voorjaarsnota 2025

Bestuur en organisatie

61

43

Maatschappelijke voorzieningen

224

241

Openbare ruimte en mobiliteit

358

284

Programma 5 heeft een negatieve eindejaarsmarge van € 0,2 miljoen. Dit wordt naar rato van de overbesteding in 2024 verdeeld over de directies Onderwijs en Maatschappelijke voorzieningen.

Tariefdiensten

123

104

5

18

Totaal domeinen

771

680

Programma 7 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 4,3 miljoen. Deze wordt ingezet voor het op peil houden van de personeelscapaciteit binnen het programma Sociale zaken en Armoedebestrijding.

Overprogrammering

211

158

Totaal incl. overprogrammering

982

838

Programma 8 heeft een positieve eindejaarsmarge van € 2,7 miljoen. Deze middelen worden ingezet om de tegenvallende APV-baten te compenseren en voor de toe­ zegging over de rol van het GVB bij deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Becijferd is dat het GVB destijds circa € 100.000 aan gemaakte kosten vergoed kreeg. Het college heeft besloten afstand te nemen van dit geld (€ 0,1 miljoen). Het Centraal Joods Overleg is gevraagd om een voorstel te doen voor de verdeling van deze gelden.

Maatschappelijke voorzieningen

Programma 4 heeft een negatieve eindejaarsmarge van € 1,5 miljoen. Dit bedrag wordt als taakstelling verdeeld over de jaren 2026, 2027 en 2028 en in deze jaren ingevuld.

Domeinen

Overig

De verhoging van de geraamde investeringsuitgaven voor maatschappelijke voor­ zieningen komt doordat we een aantal investeringen naar voren halen. Onder andere door een nieuwe contractvorm voor het aanbesteden van onderwijshuisvesting.

Openbare ruimte en mobiliteit & tariefdiensten

4. Investeringen

De verlaging van de benodigde ruimte is onder andere het gevolg van aanbestedingen rondom elektrificeren die langer duren dan gepland door gebrek aan marktcapaciteit. Daarom verlagen wij de geraamde investeringsuitgaven.

We hebben de portfolio’s per domein geactualiseerd en aangevuld, gericht op uitvoering van de collegeambities voor verantwoorde groei en een duurzame toekomst. In de portfolio’s programmeren we meer investeringen dan waar feitelijk ruimte voor is. Dit noemen we overprogrammering. Op die manier calculeren we vertraging in de uitvoering in. In de portfolio’s wordt hiervoor een realistisch percentage aangehouden (van maximaal 30%).

In de Begroting 2026 leggen we de meerjarige investeringsportfolio’s voor. Om vertraging te voorkomen leggen we een aantal aanpassingen bij de voorjaarsnota ter besluitvorming voor. Dit betreft enkele nieuwe of gewijzigde investeringen waarvan uitgaven zijn gepland in 2025. Dit zijn investeringen waarvoor nog geen investerings­ besluit is genomen (nieuwe investeringen en versnelling van investeringen) of waarvan het investeringsbedrag wordt verhoogd.

Voorjaarsnota 2025

15

H.1

Tabel 4. Investeringen 2025 met besluitvorming in deze voorjaarsnota Nieuwe investering (bedragen x € 1 miljoen)

Tabel 5. Kasschuiven 2025‑2029 Totale Investeringssom

1 Aanbesteding en uitvoering voor woonwagens en standplaatsen

2,5

2 Aanbesteding veiligheid bergingen

2

3 DVM 4 glasvezelring

2

4 Nieuwendijk

10

Versnelling van investering

Totale investeringssom

5 Van Diemenstraat

9,2

6 Investeringen Sport

16,2

Verhoging van investering

Verhoging investeringssom

7 Zandfilters

35

8 Kalverstraat

1,7

9 Aanleg warmtenet Middenmeer Noord

3,2

10 AFIS: Verbetering en doorontwikkeling systeem (Xaas)

6,9

Voor een aantal investeringen wordt het bedrag verhoogd en versneld, zoals de Van Diemenstraat, investeringen voor sport, de Kalverstraat en de aanleg Middenmeer Noord. De nieuwe investeringen zijn investeringen die op korte termijn nodig zijn, zoals voor de woonwagens. Voor AFIS wordt het bedrag verhoogd met € 6,9 miljoen in 2025. Dit betreft € 2,1 voor de verdere implementatie van AFIS en € 4,8 miljoen voor de verbetering en doorontwikkeling van het systeem. We passen ook de structurele licentiekosten vanaf 2027 in (totaal € 4,3 miljoen tot en met 2029). Deze lasten staat los van het oplossen van de vertraging in de verwerking van de facturen.

Programma (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

1 – Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

Omgevingsdienst Noordzee­ kanaal en eindejaarsmarge

-1,0

-5,7

-1,5

3,1

3,1

2 – Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

onder andere Stads­verbetering, Achterstallig Onderhoud

-19,9

3,7

-2,8

12,1

6,9

3 – Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

Afval en eindejaarsmarge

-0,2

0,2

0,0

0,0

0,0

4 – Sport en Bewegen

Eindejaarsmarge

-1,5

0,5

0,5

0,5

0,0

5 – Onderwijs

Diversen onderwijs

0,0

0,8

-0,8

0,0

0,0

6 – Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

onder andere Aanpak dakloosheid

10,4

-1,4

-9,0

0,0

0,0

7 – Sociale Zaken en Armoede Bestrijding

onder andere Pantar

0,4

-7,1

-5,7

8,9

3,5

8 – Veiligheid

Horecabeleid

0,5

0,0

0,0

-0,3

-0,3

B – Bestuur en Organisatie

Opgave programma B, stadsdelen en knelpunten nominaal

-15,6

3,6

4,0

4,0

4,0

-24,9

-5,5

-15,2

28,4

17,2

Totaal

In september 2023 heeft de raad ingestemd met een krediet van € 65 miljoen voor de nieuwbouw van langzame zandfilters op de productielocatie Weesperkarspel. De totale projectwaarde wordt nu op € 90 miljoen (p85-waarde) geraamd. Deze stijging wordt veroorzaakt door prijsstijgingen van bouwmaterialen en een verhoogde risicoreservering.

Voorjaarsnota 2025

16

H.1

Afwijkingen per programma

Frictiekosten

In deze voorjaarsnota verwerken we ook technische en gemeentebrede neutrale mutaties. Dit zijn mutaties zonder effect op het saldo van onze begroting. In tabel 6 maken we deze mutaties per programma inzichtelijk.

Frictiekosten ontstaan wanneer het behalen van een structurele besparingsmaatregel gepaard gaat met kosten om deze besparing te realiseren. We streven ernaar frictie­ kosten altijd zo laag mogelijk te houden. Ook verwachten we van alle organisatie­­ onderdelen dat zij zoveel mogelijk zelf dekking vinden voor frictiekosten. Wanneer dit niet mogelijk is, kan een beroep worden gedaan op de frictiekostenreserve.

Een voorbeeld van een technische en gemeentebrede neutrale mutatie zijn de gerichte uitkeringen uit het gemeentefonds, de zogenaamde integratie- en decentra­ lisatie-uitkeringen. Deze uitkeringen worden door het rijk geoormerkt voor besteding met een bepaald doel of op een bepaald terrein. Deze inkomsten vertalen wij direct door naar de beleidsprogramma’s voor besteding (hogere lasten). In dit voorbeeld leidt dit tot een verbetering van het saldo van programma A (waar de inkomsten uit het gemeente­fonds worden verantwoord) en een verslechtering van het saldo van de beleidsprogramma’s (waar het geld wordt uitgegeven). Per saldo is het effect nul. Tabel 6. Technische en neutrale mutaties per programma (bedragen x € 1 miljoen)

2025

Programma 1 – Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

381,6

Programma 2 – Openbare Ruimte, Groen, Water, Vervoer

-105,1

Programma 3 – Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

3,3

Programma 4 – Sport en Bewegen

0.9

Programma 5 – Onderwijs

3,0

Programma 6 – Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

15,1

Programma 7 – Sociale Zaken en Armoede Bestrijding

28,7

Programma 8 – Veiligheid

4,4

Programma A – Algemene Dekkingsmiddelen

-238,4

Programma B – Bestuur en Organisatie

-93,6

Totaal

Voorjaarsnota 2025

0,0

In onderstaande tabel staan de voorgestelde onttrekkingen en toevoegingen die we in de Voorjaarsnota 2025 verwachten. Tabel 7. Toevoegingen en onttrekkingen frictiekostenreserve (bedragen x € 1 miljoen) Onderwerp

2025

Economische Zaken & Cultuur – Reorganisatie

0,3

Ontvlechting Waternet

3,4

Sport en Bewegen – Extern plaatsen sportotheek

0,2

Facilitair Bureau – Besparingsopgave ambtelijke huisvesting / Hybride werken

1,1

Personeel & Organisatie – Besparingsopgave ambtelijke huisvesting / Hybride werken

0,5

Personeel & Organisatie – Eigen Risicodragerschap

0,4

Personeel & Organisatie – Personeelsreductie reorganisatie

3,0

Personeel & Organisatie – Voorbereiding reorganisatie

1,0

Personeel & Organisatie – Kwaliteitsimpuls

1,5

Juridisch Bureau – Datagedreven werken

0,6

Besparingsopgave organisatie Samen Sterker uit de Crisis

0,2

Totaal

12,2

Op basis van de begrote toevoegingen en onttrekkingen in deze voorjaarsnota en de eerdere besluitvorming over de frictiekostenreserve ontstaat onderstaand verloop.

17

H.1

Tabel 8. Verloop frictiekostenreserve Verloopstaat reserve frictiekosten (bedragen x € 1 miljoen)

2025

Beginsaldo (uit Jaarverslag 2024)

15,5

Dotaties

26,0

Aanvragen frictiekosten

12,2

Verwacht eindsaldo

29,3

Voorjaarsnota 2025

18

2 Programma's

H.2

Programma's

2 

2.1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

21

2.2

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

37

2.3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

52

2.4

Sport en Bewegen

58

2.5

Onderwijs

61

2.6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit65

2.7

Sociale Zaken en Armoedebestrijding

76

2.8

Veiligheid

85

2.A

Algemene Dekkingsmiddelen

90

2.B

Bestuur en Organisatie

98

20

H.2.1

2.1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Baten

1.075,6

809,8

121,7

931,4

Lasten

981,0

859,5

149,7

1.009,2

Saldo baten en lasten

94,6

-49,7

-28,1

-77,8

Onttrekking

322,3

789,5

38,3

827,9

Toevoeging

574,8

200,5

391,0

591,4

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-252,5

589,1

-352,6

236,5

Totaal Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

-157,9

539,4

-380,7

158,7

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

294,9

268,9

(bedragen x € 1 miljoen)

(bedragen x € 1 miljoen) Apparaatslasten

Saldo effecten Saldo na voorjaarsnota voorjaars­nota

Saldo effecten Saldo na voorjaarsnota voorjaars­nota 38,1

307,0

H.2.1

2.1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling Financiële toelichting

Mutaties lasten Autonome ontwikkelingen

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Saldo effecten voorjaarsnota

Saldo na voorjaars­nota

3,7

-

-

-

22,1

15,8

8,9

24,7

Autonome ontwikkelingen

-

-

2,3

2,3

Gemeentefondsmiddelen Omgevingswet

-

-

2,3

2,3

Coalitieakkoord

-

-

0,8

0,8

Gemeentefondsmiddelen Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Naast eigen middelen ontvangen wij rijksbijdragen voor de bekostiging van de meerjarige transitiefase. Tot en met 2024 is er nog € 3,7 miljoen beschikbaar uit de reeds ontvangen middelen, deels afkomstig uit de meicirculaire 2024 (€ 2,3 miljoen) en deels uit de december­ circulaire 2023 (€ 1,4 miljoen, zie toelichting bij programmaonderdeel 1.4). Wij stellen voor deze resterende middelen uit 2024, die geland zijn in het rekeningresultaat, via de Algemene reserve door te schuiven naar 2025. Daarmee maken wij de besteding van deze middelen in 2025 conform het bestedingsplan mogelijk.

Overheveling onttrekking reserve coalitiemiddelen

-

-

0,8

0,8

Coalitieakkoord

Budgetneutrale wijzigingen

-

-

5,8

5,8

-18,4

-15,8

-8,9

-24,7

Totaal onttrekking

5,7

2,2

0,8

3,0

Diverse reserves

5,7

-

-

-

Reserve Coalitiemiddelen 22‑26

-

1,0

0,8

1,8

Reserve IJ-oeververbinding

-

1,2

-

1,2

5,7

2,2

0,8

3,0

-12,7

-13,6

-8,1

-21,7

(bedragen x € 1 miljoen) Baten Totaal baten Lasten Totaal lasten

Saldo baten en lasten Onttrekking

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal

Coalitiemiddelen gebiedsontwikkeling We schuiven het niet-bestede deel van de begrote onttrekking aan de reserve coalitie­ middelen voor gebiedsontwikkeling in 2024 door naar 2025. Dit verhoogt de lasten in 2025. Deze dekken we met een onttrekking uit de reserve coalitiemiddelen.

Budgetneutrale wijzigingen De overhead van directies die werkzaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budgetneutraal omdat deze lasten van programma B naar de overige programma’s gaan.

Mutaties onttrekkingen Mutaties baten

Totaal toevoegingen

Er zijn geen afwijkingen op de baten.

Reserve coalitiemiddelen Hogere onttrekking uit de reserve Coalitiemiddelen voor de middelen gebiedsontwikkeling. Zie ook de toelichting bij de lasten.

Voorjaarsnota 2025

22

H.2.1

2.1.2 Grond Financiële toelichting Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Saldo effecten voorjaarsnota

Saldo na voorjaars­nota

472,0

406,0

69,2

475,2

-

-

69,2

69,2

410,4

437,9

84,3

522,2

Begrotingsbijstellingen

-

-

73,6

73,6

Budgetneutrale wijzigingen

-

-

10,9

10,9

Nominale ontwikkelingen

-

-

-0,2

-0,2

61,7

-31,9

-15,1

-47,0

(bedragen x € 1 miljoen) Baten Totaal baten Begrotingsbijstellingen Lasten Totaal lasten

Saldo baten en lasten Onttrekking Totaal onttrekking

112,8

123,1

-0,5

122,6

Diverse reserves

112,8

-

-

-

Reserve Coalitiemiddelen 22‑26

-

3,4

-

3,4

Reserve Vereveningsfonds

-

72,8

-1,9

70,9

Stedelijke Bodemsanering en Nazorg

-

0,0

-

0,0

Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties

-

46,9

1,4

48,3

Totaal toevoeging

176,2

100,4

-4,2

96,2

Diverse reserves

176,2

-

-

-

Reserve Vereveningsfonds

-

78,8

-9,4

69,4

Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties

-

21,6

5,2

26,8

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-63,4

22,7

3,7

26,4

Totaal

-1,8

-9,2

-11,4

-20,6

Toevoeging

Voorjaarsnota 2025

Bij dit programmaonderdeel geven we voor de toelichting op saldo effecten in de voorjaarsnota eerst een uitleg over de methodiek. Programmaonderdeel 1.2 is in financieel administratief complex. Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de financiële stromen met balansposten wordt verrekend. Bovendien moeten de verrekeningen met de reserves, vanwege BBV-voorschriften, ook in de exploitatie verant­woord worden. In de overzichten lopen daarom zowel de inkomsten en uitgaven in de projecten als de dotaties en onttrekkingen aan de reserves door elkaar. Programmaonderdeel 1.2 Grond betreft hoofdzakelijk de gebiedsontwikkeling. De kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling worden met de reserves (het Vereveningsfonds en reserve Zuidas) verrekend. Deze reserves vormen een gesloten systeem. Daarop zijn in dit programmaonderdeel twee uitzonderingen: de afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen en de autonome ontwikkelingen met betrekking tot de indexatievergoeding. De financiële toelichtingen bij de tabellen in dit programma richten zich vanuit de verplichte verantwoordingseisen vooral op de afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting en minder op de omvang van de bedragen. Om die reden geven we hier eerst inzicht in. In 2025 verwachten we € 475,2 miljoen aan baten te realiseren.

Dit bedrag bestaat uit opbrengsten in de grondexploitaties (€ 381,9 miljoen), winstnemingen (€ 53 miljoen). Daarnaast houden we rekening met erfpachtinkomsten (€ 17 miljoen) en rijksbijdragen die we inzetten voor woningbouwprojecten (€ 23 miljoen). In 2025 verwachten we € 522,2 miljoen aan lasten te realiseren. Dit bedrag bestaat hoofdzakelijk uit kosten in de grondexploitaties en overige projecten (€ 566,7 miljoen). Daarnaast is een bedrag van -/- € 44,5 miljoen in de lasten opgenomen voor admini­ stratieve verrekeningen. Dit is nodig om de grondexploitaties saldoneutraal in de begroting op te nemen. Dit zijn geen uitgaven, maar verrekeningen met balansposten. Elk jaar worden de ramingen van de gebiedsontwikkelingsprojecten van het Verevenings­fonds en Zuidas geactualiseerd in het Meerjarenperspectief Grond­ exploitaties (MPG). Deze actualisatie wordt bij de Voorjaarsnota en Begroting 2026 23

H.2.1

meerjarig verwerkt. In het MPG is een uitgebreidere toelichting op de actualisatie opgenomen. Daarnaast wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de reserves en de vereveningsruimte. De actualisatie heeft geen effect op de algemene middelen (saldoneutraal). Zorgwekkend is dat we al een aantal jaar een zeer negatieve kasstroom hebben met de laagste opbrengsten sinds 2013. Om het Vereveningsfonds robuust te houden moet de kasstroom verbeteren. Dit jaar worden in het verleden opgebouwde risico­ reserveringen aangesproken. Er is geen ruimte voor extra ambities of investeringen buiten de gebieds­ontwikkeling.

Mutaties baten Begrotingsbijstellingen • Gronduitgiften: doordat veel gronduitgiften uit voorgaande jaren zijn vertraagd, verwachten we meer inkomsten vanuit de gebiedsontwikkeling ten opzichte van eerdere ramingen (€ 56,0 miljoen). Dit is het gevolg van extra maatregelen en meer duidelijkheid over het beleid op middeldure huur. Meerjarig zien we juist dat de baten dalen omdat we nog geen verbeteringen zien in de marktomstandigheden en het effect van netcongestie. Netcongestie raakt vooral commerciële uitgiftes. Dit zijn veelal winstgevende plannen, waardoor de winstnemingen dalen (€ 10 miljoen). • We zetten aanvullende rijksmiddelen in voor onder andere flexwoningen, mobiliteits­pakketten en bovenplanse investeringen woningbouw (€ 23,2 miljoen). Deze subsidies hebben we in voorgaande jaren ontvangen en zijn opgenomen in een voorziening. We nemen deze baten administratief op wanneer wij (deels) aan de subsidievoorwaarden voldoen.

Mutaties lasten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten wij niet verder toe. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Administratieve verrekeningen: dit zijn geen uitgaven, maar betreffen verrekeningen van baten en lasten met balansposten (€ 46,2 miljoen). • Gebiedsontwikkeling: we gaan meer investeren in de gebiedsontwikkeling (€ 24,0 miljoen). We stellen onze kasritmes bij, zetten rijksmiddelen in en doen een capaciteitsuitbreiding. • Lerarencampus: Dit budget voegen we toe aan de reserve Vereveningsfonds (€ 3,4 miljoen). Dit bedrag is gebruikt voor compensatie van lagere inkomsten in de grondexploitatie. De resultaten van de grondexploitaties worden verrekend met de reserve.

Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De overhead van directies die werk­zaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budget­ neutraal omdat deze lasten van programma B naar de overige programma’s gaan.

Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen.

Voorjaarsnota 2025

24

H.2.1

Mutaties onttrekkingen Totaal toevoegingen Reserve Vereveningsfonds We onttrekken minder omdat specifieke projecten zijn vertraagd (€ 3,7 miljoen). Hier staat tegenover dat we meer onttrekken door gestegen apparaatskosten (€ 1,8 miljoen). Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties We onttrekken meer voor het project Zuidasdok door vervroegde investeringen.

Mutaties toevoegingen Totaal toevoegingen Reserve vereveningsfonds We verlagen de toevoeging doordat we minder winst kunnen nemen, omdat we opbrengsten in winstgevende plannen later ontvangen (€ 15 miljoen). Daarnaast verhogen we de toevoeging ter compensatie van lagere opbrengsten in de grond­ exploitatie waar we de lerarencampus en de indexatie van de reserve met 2% (totaal € 5,5 miljoen). Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties We verhogen de toevoeging doordat we meer winst kunnen nemen, omdat we opbrengsten in winstgevende plannen eerder ontvangen.

Voorjaarsnota 2025

25

H.2.1

2.1.3 Erfpacht Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Saldo effecten voorjaarsnota

Saldo na voorjaars­nota

419,5

230,5

-

230,5

-

-

-

-

Baten Totaal baten Begrotingsbijstellingen Lasten Totaal lasten

234,1

53,3

1,7

55,0

Begrotingsbijstellingen

-

-

0,9

0,9

Budgetneutrale wijzigingen

-

-

0,8

0,8

185,4

177,2

-1,7

175,5

Totaal onttrekking

165,3

545,9

27,6

573,5

Diverse reserves

165,3

-

-

-

Reserve afkoopsommen erfpacht

-

98,0

-

98,0

Meerwaarde voortdurend

-

447,9

27,6

475,6

Totaal toevoeging

393,2

98,2

395,2

493,3

Diverse reserves

393,2

-

-

-

Reserve afkoopsommen erfpacht

-

53,5

-

53,5

Meerwaarde voortdurend

-

44,7

-150,0

-105,3

Reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht

-

-

545,2

545,2

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-227,9

447,7

-367,5

80,2

Totaal

-42,4

624,9

-369,2

255,7

Saldo baten en lasten Onttrekking

Toevoeging

Voorjaarsnota 2025

Bij dit programmaonderdeel geven we voor de toelichting op het saldo effecten voorjaarsnota eerst een uitleg over de methodiek. Ook in dit programmaonderdeel worden veel kosten en opbrengsten met de balans verrekend. Zo worden de ontvangen afkoopsommen uit het voortdurend stelsel toegevoegd aan de reserve Afkoopsommen. De ontvangen afkoopsommen uit de overstap naar het eeuwig­ durende stelsel en de meerwaarde die we ontvangen op erfpachtwijzigingen in het voortdurende stelsel minus de kosten van de overstapregeling worden toegevoegd aan de reserve Vermogensopbouw. Het erfpachtresultaat bestaat uit de canonopbrengsten, overige opbrengsten, beheer erfpachtstelsel, rentelasten en het project NISE. Het resultaat komt ten goede aan de algemene middelen. Bijstelling van de canonopbrengsten, de afkoopsommen en de rentelasten zijn nog niet verwerkt in deze voorjaarsnota. Dit doen we bij de begroting 2026.

Mutaties lasten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten wij niet verder toe. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn: • Apparaatslasten: we gaan de achterstanden die zijn ontstaan door de overstap­ regeling inhalen. Hiervoor verhogen we onze lasten (€ 0,6 miljoen) en dekken deze uit de reserve Financiering Erfpachtgrond.

26

H.2.1

Budgetneutrale wijzigingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij de omvang van lasten of baten niet veranderen. Veelal zal dit betekenen dat er sprake is van een verschuiving over programma’s, programmaonderdelen of doelen. De overhead van directies die werkzaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budget­ neutraal omdat deze lasten van programma B naar de overige programma’s gaan.

Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Mutaties onttrekkingen Totaal onttrekkingen Meerwaarde voortdurend We onttrekken de meerwaarde uit de overstapregeling 2024 aan de reserve Financiering Erfpacht (€ 27 miljoen). Deze hevelen wij aanvullend over naar de reserve Vermogensopbouw, bovenop het bedrag dat al begroot was. Daarnaast onttrekken we aan deze reserve om de achterstanden voor de overstapregeling in te halen (€ 0,6 miljoen). Zie ook toelichting bij de lasten.

Mutaties toevoegingen Totaal toevoegingen Meerwaarde voortdurend We voegen € 150 miljoen minder toe aan de reserve meerwaarde voortdurend, omdat we de ontvangen meerwaarde met ingang van 2025 toevoegen aan de reserve Vermogensopbouw. Reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht We voegen € 545,2 miljoen toe aan de reserve Vermogensopbouw. Dit bestaat hoofdzakelijk uit meerwaarde die is ontstaan uit de overstapregeling. Daarnaast worden ook hogere canonopbrengsten en overige meerwaarde die ontstaat uit erfpachtwijzigingen toegevoegd aan deze reserve.

Voorjaarsnota 2025

27

H.2.1

2.1.4 Bouwen en Wonen Financiële toelichting

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Saldo effecten voorjaarsnota

Saldo na voorjaars­nota

Totaal onttrekking

15,1

23,6

5,9

29,5

Diverse reserves

15,1

-

-

-

12,7

1,6

14,3

(bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Saldo effecten voorjaarsnota

Saldo na voorjaars­nota

66,5

85,4

25,6

111,0

Reserve Coalitiemiddelen 22‑26

-

Coalitieakkoord

-

-

-0,9

-0,9

Reserve Vereveningsfonds

-

-

0,8

0,8

Isolatieoffensief

-

-

-0,9

-0,9

Kwaliteitsimpuls Groen

-

0,9

-

0,9

Begrotingsbijstellingen

-

-

26,5

26,5

Reserve Actieplan bouwstimulering

-

0,8

3,3

4,1

Reserve Corporatiebudget

-

9,2

0,3

9,4

176,2

188,6

38,6

227,3

Nieuw beleid

-

-

1,0

1,8

Totaal toevoeging

0,6

0,3

-

0,3

Frictieleegstand en schimmelaanpak

-

-

1,0

1,8

Diverse reserves

0,6

-

-

-

Autonome ontwikkelingen

-

-

2,7

2,7

Reserve Wooncoöperatieven

-

0,3

-

0,3

Wet betaalbare huur

-

-

1,3

1,3

Gemeentefondsmiddelen Omgevingswet

-

-

1,4

1,4

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

14,5

23,4

5,9

29,3

Mee- en tegen­vallers

-

-

0,7

0,7

Totaal

-95,2

-79,8

-7,1

-87,0

Woonruimteverdeling

-

-

1,0

1,0

Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029

-

-

-0,3

-0,3

Coalitieakkoord

-

-

0,6

0,6

Coalitieakkoord

Overheveling onttrekking reserve coalitiemiddelen

-

-

2,5

2,5

Isolatieoffensief

-

-

-1,9

-1,9

Isolatieoffensief We verschuiven een deel van de middelen voor het Isolatieoffensief via de reserve Coalitiemiddelen naar het volgende jaar.

Begrotingsbijstellingen

-

-

26,9

26,9

Budgetneutrale wijzigingen

-

-

5,8

5,8

Nominale ontwikkelingen

-

-

1,3

1,3

Intertemporele compensatie

-

-

-0,4

-0,4

-109,7

-103,2

-13,0

-116,2

(bedragen x € 1 miljoen) Baten Totaal baten

Lasten Totaal lasten

Saldo baten en lasten

Voorjaarsnota 2025

Toevoeging

Mutaties baten

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen kleiner dan € 1 miljoen lichten wij niet verder toe. Afwijkingen groter dan € 1 miljoen zijn:

28

H.2.1

• Opvang Oekraine: we begroten onze proces- en transitiekosten (€ 16,6 miljoen). Dit betreft de Rijksbijdrage van de Bekostigingsregeling Opvang Ontheemden Oekraïne. Zie ook de toelichting op de lasten. • Flexprojecten: we begroten de Rijksbijdragen voor de flexprojecten (€ 2,5 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. • Volkshuisvestingsfonds Nieuw‑West: betreft een Rijksbijdrage voor de maatschappelijke voorzieningen en projecten in de openbare ruimte van Nieuw‑West (€ 5,4 miljoen). Zie ook de toelichting bij lasten. • Indexatie leges: we verhogen de leges vergunningen stadsdelen met 3,3 procent om de kostenstijging als gevolg van stijgende lonen en prijzen op te vangen (€ 1,6 miljoen). De indexering van de legestarieven met 3,3% is opgenomen in de vastgestelde Legesverordening Amsterdam 2025. Het percentage is een gewogen gemiddelde van de loon- en prijsontwikkeling die in de begroting is verwerkt.

Mutaties lasten Nieuw beleid Frictieleegstand en schimmelaanpak We willen de impact van de OZB-verhoging voor woningcorporaties beperken en maken voor de komende jaren € 8 miljoen vrij. Zo compenseren we frictieleegstand bij woningcorporaties door actief bij te dragen aan de doorstroming van ouderen en zetten we extra in op de aanpak van schimmelproblematiek voor € 5 miljoen totaal, waarvan € 1 miljoen in 2025.

Autonome ontwikkelingen Wet betaalbare huur In verband met de invoering van de Wet betaalbare huur in 2024 zijn via het Gemeente­fonds meerjarig middelen beschikbaar gesteld voor de implementatie van- en het handhaven op de nieuwe wetgeving. De wet zorgt ervoor dat mensen een betaalbare huurwoning kunnen krijgen met een huurprijs die past bij de kwaliteit van de woning. Gemeentefondsmiddelen Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Naast eigen middelen ontvangen wij Rijksbijdragen voor de bekostiging van de meerjarige transitiefase. Tot en met 2024 is er nog € 3,7 miljoen beschikbaar uit de reeds ontvangen middelen, deels afkomstig uit de decembercirculaire 2023 (€ 1,4 miljoen) en deels uit de meicirculaire 2024 (€ 2,3 miljoen, zie programmaonderdeel 1.1). Wij stellen voor Voorjaarsnota 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669677/1