CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Voorjaarsnota 2023.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 12 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voorjaarsnota 2023 (VN2023-016075)35.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota 2023

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 11 mei 2023 Voorjaarsnota 2023

2

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Leeswijzer

5

1.

Bestuurlijke Hoofdlijnen

7

2.

Financiële Hoofdlijnen

13

2.1 2.2

14 16

3.

4.

Opgavegericht en wendbaar Het financiële beeld

Programma's

25

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.A 3.B

26 37 48 53 55 57 64 70 74 80

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen, Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

Bijlagen

89

4.1 4.2 4.3

90 98 102

Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Doelenraming

Voorjaarsnota 2023

3

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Deze voorjaarsnota is tot stand gekomen in een lastige periode. Onze financiële toekomst zit vol onzekerheden, zoals inflatie en stijgende rente. De geplande bezuinigingen van het rijk op het gemeentefonds maken dat Amsterdam, net als andere gemeenten, een financieel ‘ravijn’ nadert. Tegelijkertijd staat de stad voor grote uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid, duurzaamheid en jeugdzorg. We willen de groei van de stad in goede banen laten lopen, zodat Amsterdam een sociale en verbonden stad blijft. De uitdagingen waar we voor staan vragen om investeringen, maar we willen ook onze financiën gezond houden. In deze voorjaarsnota hebben we oog voor beide en maken we verstandige keuzes. We doen wat nodig is voor de stad en de Amsterdammer, maar we zorgen er ook voor dat het huishoudboekje van de gemeente op orde blijft. We investeren in acute problemen en in de stadsdelen en bewoners die dit het hardst nodig hebben. In woningen, bereikbaarheid, duurzaamheid, kwetsbare jongeren en in sport- en cultuurvoorzieningen. We zorgen ervoor dat Amsterdammers met de stad en elkaar verbonden blijven. Ook zorgen we ervoor dat Amsterdam financieel gezien gezond en wendbaar blijft.

We herstellen de algemene reserve, sparen een deel van de erfpachtopbrengsten en lichten met de bestuursopdracht ‘Inzicht in beleid, geld en keuzes’ onze eigen organisatie door, zodat we tijdig kunnen bijsturen als onze financiën daarom vragen. Met deze Voorjaarsnota zorgen we voor sociale én fysieke verbinding in de stad en maken we de stad én onze financiën toekomstbestendig. Met vriendelijke groet, Hester van Buren Wethouder Financiën

Voorjaarsnota 2023

4

Leeswijzer

Leeswijzer In de voorjaarsnota wordt op hoofdlijnen informatie gegeven over de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren en wordt voor het lopende begrotingsjaar inzicht gegeven in de substantiële beleidsmatige en financiële afwijkingen ten opzichte van de laast vastgestelde begroting. De voorjaarsnota geeft conform de Financiële verordening dus inzicht in: 1. de belangrijke ontwikkelingen voor de komende jaren in de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen; 2. de mutaties van het lopende begrotingsjaar. De voorjaarsnota laat enerzijds zien welke afwijkingen zich voordoen in 2023 bij het uitvoeren van het beleid dat eerder is vastgesteld. In andere woorden: welke wijzigingen in de begroting er nodig zijn zonder dat sprake is van een aanpassing in het door de raad vastgestelde beleid. Daarbij is het uitgangspunt dat alleen onvermijdelijke mee- en tegenvallers leiden tot een begrotingswijziging want waar nog bijgestuurd kan worden, blijven de vastgestelde budgetten gelden als het kader. Dit betekent ook dat we ervan uitgaan dat de uitvoering van het vastgestelde beleid niet wijzigt en op koers blijft. De voorgestelde begrotingswijzigingen zorgen ervoor dat de beleidsdoelen kunnen worden behaald. Anderzijds wordt in deze voorjaarsnota inzicht gegeven in de beleidsmatige keuzes die invloed hebben op 2023. Als gevolg van het aanpassen van beleid wordt de begroting gewijzigd.

Hierbij kan het gaan om beleidsintensiveringen of -extensiveringen. De mee- en tegenvallers en de beleidsintensiveringen en -extensiveringen bepalen samen het budgettaire beeld voor 2023. Dit budgettaire beeld, de mutaties in het lopende begrotingsjaar en de bijbehorende toelichtingen zijn terug te vinden in hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 3 – Programma’s De begroting is opgebouwd uit acht genummerde beleidsprogramma’s en de programma’s A (Algemene dekkingsmiddelen) en B (Bestuur en organisatie). In hoofdstuk 3 wordt per programma op het niveau van programmaonderdeel aangegeven wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Conform de Financiële verordening worden alleen afwijkingen en wijzigingen in de programmaonderdelen toegelicht die groter zijn dan € 1 miljoen. Afwijkingen en wijzigingen kleiner dan € 1 miljoen worden dus niet specifiek toegelicht, maar tellen wel mee in de totalen.

Bijlage 1 – Verloopstaat reserves In bijlage 1 zijn de reserves opgenomen. Daarbij is per reserve inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 2 – Verloopstaat voorzieningen In bijlage 2 zijn de voorzieningen opgenomen. Daarbij is per voorziening inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 3 – Doelenraming De doelenraming geeft inzicht in de baten en lasten per doel, rekening houdend met de begrotingswijzigingen in de voorjaarsnota. De doelen behoren niet tot het autorisatieniveau van de raad, maar worden ter kennisname beschikbaar gesteld.

Hoofdstukken 1 en 2 – De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In de bestuurlijke hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. In de financiële hoofdlijnen komt de budgettaire situatie aan de orde. Hier zetten wij uiteen met welke autonome ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting we worden geconfronteerd en welke keuzes zijn gemaakt. Voorjaarsnota 2023

5

1

H1

Bestuurlijke Hoofdlijnen Bijna een jaar geleden gingen wij van start met de uitvoering van het Amsterdams Akkoord 2022-2026. Daarin staat hoe wij vorm willen geven aan een solidaire en verbonden stad met kansen voor iedereen, aan verantwoorde groei van de stad en aan een duurzame toekomst van ons allemaal. Het coalitieakkoord is opgesteld in een onstuimige en snel veranderende wereld, de Begroting 2023 in een onzekere financiële context. In deze voorjaarsnota geeft het college een overzicht van hoe het gaat met de inkomsten en uitgaven in het lopende jaar en doet het college aan de gemeenteraad voorstellen voor wijzigingen. Het gaat om wijzigingen ten opzichte van de begroting zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 9 november 2022. Ze worden voor alle programma's in detail toegelicht in hoofdstuk 3. Het meerjarige beeld wordt uitgewerkt richting de Begroting 2024. Deze voorjaarsnota heeft daarmee een ander karakter dan in eerdere jaren (zie ook de raadsbrief van 29 november 2022). De gemeenteraad besluit bij de voorjaarsnota alleen over de wijzigingen in het lopende jaar. Besluiten over het meerjarig beeld (2024-2027) volgen bij de Begroting 2024. Dan is meer bekend over de hoeveelheid geld die de gemeente van het rijk ontvangt. Het rijk maakt dat bekend in de zogenaamde meicirculaire. Het geld van het Rijk bepaalt in belangrijke mate de financiële ruimte van de gemeente.

Wel geven we in de hoofdlijnen een meerjarige doorkijk. Welke ontwikke­lingen in de financiën verwachten we voor de periode 2024 tot en met 2027? Welke opgaven zien we op ons afkomen? Hoe kunnen we een sociale stad zijn, met kansen voor alle Amsterdammers, ondanks de dreiging van de grote terugval in rijksmiddelen en de oplopende rente? Hoe kunnen we zorgen voor verantwoorde groei van de stad, waarbij we de bestaande stad op peil houden, mensen met elkaar verbonden blijven, nu de bouwkosten en rente stijgen en het rijk ons onvoldoende compenseert voor de groei? Hoe werken we aan een duurzame toekomst en geven we als gemeente het goede voorbeeld met het verduurzamen van onze eigen gebouwen? En hoe zorgen we, ondanks de beperkte financiële ruimte, dat we ook blijven investeren in grootstedelijke sport- en cultuurvoorzieningen?

Voorjaarsnota 2023

Daarbij geven we op hoofdlijnen weer aan welke keuzes we denken, bij de Begroting 2024 volgen concrete voorstellen: • Extra inzet voor de jeugdzorg als tegenwicht voor de bezuiniging van het rijk, zodat de wachtlijsten niet nog verder oplopen en nog meer jongeren in de knel komen; • Extra middelen om het openbaar vervoer in 2024 op peil te houden, dit vanwege de verwachte bezuinigingen door het GVB; • Reserveren van geld voor een fietsbrug tussen stadsdeel Noord (en de oostkant van de stad); • Inpassen van de reserveringen voor het verlengen van de ringlijn naar Havenstad, verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en het aanleggen van een derde perron op Station Zuid, om Amsterdam bereikbaar en Amsterdammers verbonden te houden. Het gaat om een deel van de benodigde investering; • Investeringsruimte voor een nieuwe ijshal bij de Jaap Edenbaan, een mobiliteitshub met sportpark op het dak en mogelijkheden voor andere maatschappelijke voorzieningen in Zuidoost, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van de sporthallen Zuid en uitbreiding van het Flevoparkbad met een 25 meterbad en doelgroepenbad zodat kinderen en andere Amsterdammers kunnen blijven bewegen.

En voor het Nationaal Slavernijmuseum en de renovatie van het Nationaal monument Slavernijverleden OBA Next en een extra zaal voor podiumkunsten en repetities in Zuidoost, verduurzaming en renovatie van het Bijlmer Parktheater en de Nieuwe Meervaart om Amsterdammers te blijven verrijken; • Extra middelen voor de aanpak van wooncrisis, vluchtelingencrisis en klimaatcrisis; • Extra middelen voor Amsterdam 750 jaar; • Extra middelen om intimidatie, discriminatie en geweld tegen LHBTIQ+ Amsterdammers te bestrijden en om seksuele intimidatie en seksueel geweld in de stad tegen te gaan, zowel op straat als online. We schuiven keuzes niet voor ons uit. Maar we kiezen nu. Dit doen we in het belang van de Amsterdammers en we maken ook duidelijk waar we geen geld aan kunnen besteden: er is helaas geen geld voor nieuwbouw van het Bijlmer Parktheater (wel voor renovatie), niet voor een tweetal zwembaden, voor de sporthallen Strandvliet en voor de renovatie van Paradiso (waaraan we wel bijdragen om geluidsoverlast terug te dringen). Ook zijn keuzes in welke investeringen er in de openbare ruimte plaatsvinden onvermijdelijk. Het complete investeringsportfolio wordt bij de begroting voorgelegd, maar in aanloop daarnaartoe zal op een aantal projecten, zoals de Oranje Loper, al een herijking moeten plaatsvinden. 7

H1

Meerjarige doorkijk: tekorten dreigen Een fors positief rekeningresultaat in 2022 (€ 196 miljoen) en een nabetaling op de coronacompensatie (€ 75 miljoen) zorgen voor een positief beeld voor 2023. Maar het meerjarig beeld blijft somber. In de Begroting 2023 was sprake van een structureel tekort vanaf 2026 van € 90 miljoen. Een terugval in rijksmiddelen is de oorzaak. Inmiddels is het tekort voor 2026 door het rijk gedeeltelijk gedempt, maar vanaf 2027 blijft het ‘ravijn’ bestaan en wordt het dieper. We wachten op uitsluitsel van het rijk over dit ‘ravijn’. Het is de bedoeling dat er een nieuwe financieringssystematiek komt voor de gemeenten, maar hoe dat vorm gaat krijgen en per wanneer was – en is – nog niet duidelijk. De Voorjaarsnota 2023 van het kabinet laat zien dat het rijk weliswaar geld vrijmaakt voor gemeenten vanaf 2027 maar dat is bij eerste beschouwing onvoldoende om het ravijn te dempen. De precieze impact van de Voorjaarsnota 2023 van het kabinet wordt duidelijk in de meicirculaire en wordt daarom meegenomen in aanloop naar de Begroting 2024. Het financiële beeld verslechtert, mede door de stijgende rente en de inflatie. Toch willen we bij de Begroting 2024 – met behulp van het positieve rekeningresultaat – incidenteel ruimte vrij maken om een aantal grote knelpunten aan te pakken. De belangrijkste zaken lichten we hieronder toe.

Knelpunten aanpakken Met het principeakkoord met het rijk over de jeugdzorg is er eindelijk meer duidelijk­ heid over de middelen voor de jeugdzorg. Er wordt nog steeds bezuinigd, maar minder dan voorgenomen. We willen met ingang van 2024 jaarlijks € 4 miljoen meer uittrekken voor de Jeugdzorg als tegenwicht voor de rijksbezuinigingen en eenmalig € 10 miljoen om de wachtlijsten in de jeugdzorg terug te dringen. Daarnaast gaan we schuiven binnen het bredere programma om de gevolgen van de bezuinigingen te beperken. Het college wil in totaal € 10 miljoen extra uittrekken voor de aanpak van de wooncrisis. Met een Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting willen we alle middelen aangrijpen om deze wooncrisis het hoofd te bieden. De aanpak is gericht op de hele woningmarkt: op nieuwbouw en op bestaande bouw, en in alle prijssegmenten. Het gaat om meer dan alleen een woning: het gaat ook over woningkwaliteit en over leefbaarheid in wijken en buurten. Veel huisvestingsproblemen grijpen in elkaar en zijn complex. Dat vraagt om een bredere blik om betaalbaarheid, kwaliteit en leefbaarheid te verbeteren.

Voorjaarsnota 2023

Het college is voornemens een bijdrage te leveren van maximaal € 7,5 miljoen om het ov voor de stad in 2024 op peil te houden. Alle Amsterdammers moeten gebruik kunnen blijven maken van aantrekkelijk en betrouwbaar openbaar vervoer en moeten overal in de stad kunnen komen, of dat nu bij hun oma in Noord is of die vriend in Zuidoost. Openbaar vervoer verbindt mensen en openbaar vervoer verbindt de stad. Het openbaar vervoer zit echter nog steeds in zwaar weer, onder andere door het teruglopen van reizigersinkomsten en toegenomen energiekosten. Het GVB verwacht in 2024 maatregelen in het ov-netwerk te moeten nemen om daarmee € 8-10 miljoen te besparen; dat leidt tot minder lijnen en lagere frequenties. We gaan in gesprek met de Vervoerregio Amsterdam en het GVB over de inzet van het extra geld en de dienstregeling die het GVB daarmee in 2024 kan aanbieden. Het college zet daarbij in op het beschikbaar houden van een goed en betrouwbaar netwerk in 2024. We hebben daarbij in het bijzonder aandacht voor de stadsdelen buiten de ring en boven het IJ. Ondertussen is Amsterdam in gesprek met de Vervoerregio over de nieuwe concessieperiode, vanaf 2025, om ook dan goed openbaar vervoer in de hoofdstad te kunnen blijven bieden. Extra middelen zijn de komende jaren nodig voor de opvang van vluchtelingen.

Het college wil hiervoor de komende periode een bedrag oplopend tot € 9 miljoen per jaar reserveren. Amsterdam wil een barmhartige stad zijn voor hen die het kwetsbaarst zijn, nergens meer naar toe kunnen en hulp nodig hebben. Dit betekent dat ‘nieuw­komers’ opvang moeten krijgen, en daarnaast zo snel mogelijk perspectief op werk, woning en een volwaardige plek in de samenleving. De landelijke ontwikkelingen zorgen dat het beroep op de gemeente Amsterdam en de gemeentelijke organisatie toeneemt. Bij de Begroting 2024 worden scenario’s hiervoor uitgewerkt en willen we extra middelen ter beschikking stellen. Het college wil in de periode 2023-2026 € 2 miljoen extra geld uittrekken om intimidatie, discriminatie en geweld tegen LHBTIQ+ Amsterdammers te bestrijden en om seksuele intimidatie en seksueel geweld in de stad tegen te gaan, zowel op straat als online. Amsterdam is een vrije stad waar elke Amsterdammer zich veilig moet voelen. We gaan € 300 miljoen reserveren voor de schaalspronginvesteringen, hiervoor gaan we sparen binnen het Vereveningsfonds, zetten we de reserve Zuidas en de reserve Erfpacht in. Een uitgewerkt voorstel ligt voor bij de Begroting 2024.

In november 2022 hebben rijk en regio afspraken gemaakt over een gezamenlijke investering van bijna € 5,5 miljard voor het doortrekken Noord/Zuidlijn, het sluiten van de Ringlijn en het oplossen van het tekortvoor Zuidasdok. De gemeente Amsterdam draagt € 600 miljoen 8

H1

bij aan de regionale bijdrage van in totaal € 1.366 miljoen. Goede ov-verbindingen zijn noodzakelijk om tot 2050 325.000 woningen (175.000 tot 2030) en 270.000 banen (140.000 tot 2030) te kunnen realiseren in de Metropool Regio Amsterdam (MRA). Om de Amsterdamse bijdrage aan deze projecten te bekostigen vindt het college het verstandig vroegtijdig en gedoseerd de benodigde middelen te reserveren. Een deel van de Amsterdamse bijdrage voor het hele pakket van € 600 miljoen wordt bekostigd uit de reeds opgebouwde reserve voor Zuidasdok. Om vanuit het vereveningsfonds te kunnen bijdragen aan de schaalspronginvesteringen en tegelijkertijd een gezond vereveningsfonds te behouden, wil het college de extra structurele onttrekking van € 20 miljoen uit het vereveningsfonds, waartoe is besloten in het coalitieakkoord, terugdraaien. Het college wil een hogere bijdrage vragen van toeristen en stelt voor om te beginnen met een verhoging van de vaste voet met € 1 en het variabele tarief met 1%. Dit leidt tot een stijging van de belastinginkomsten met circa € 30 miljoen. Als onderdeel van de aanpak Binnenstad wordt al ingezet op een schonere binnenstad. Het college gaat extra inzetten op afvalinzameling en reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord en daarnaast op de kwaliteit van de openbare ruimte in Noord.

Bezoekers zijn en blijven welkom in de stad, maar dat mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid in de stad en van Amsterdammers. Bij de Begroting 2024 zal een besluit worden genomen over de inzet van de toeristenbelasting als instrument om het toerisme te reguleren en de leefbaarheid te verbeteren. Parallel aan deze voorjaarsnota wordt het onderzoek naar effect van verhoging van de toeristenbelasting aan de raad voorgelegd, inclusief een aantal scenario’s. De stad maken we samen. Op 27 oktober 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Juist in lastige tijden is vieren belangrijk. Daarom trekken we in totaal € 11 miljoen extra uit voor het vieren van Amsterdam 750. We zetten met behulp van Amsterdams talent in op nieuwe verbintenissen, dierbare herinneringen én blijvende nalatenschappen met bijzondere aandacht voor de jonge generatie aan wie we de stad doorgeven.

Bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes De dreigende tekorten in 2027 vragen om een wendbare begroting, nieuwe ambities vragen om keuzes. Vorig jaar zijn we de bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes gestart, mede om voorbereid te zijn op het mogelijke structurele tekort. Met de Voorjaarsnota 2023

bestuursopdracht wil het college betere sturingsmogelijkheden krijgen op de gehele begroting. Dit is een wens die ook in de raad leeft. De inzichten uit de bestuurs­ opdracht moeten ons helpen om bij te kunnen sturen als de financiën daarom vragen. De bestuursopdracht verloopt via drie sporen: meer inzicht in de exploitatiebegroting, de investeringen en de scenario’s voor de schuldontwikkeling. Bij de Voorjaarsnota 2024 is er meer inzicht in alle drie de sporen van de bestuurs­ opdracht, en kunnen op basis daarvan integrale keuzes gemaakt en met de raad besproken worden.

Kader voor verantwoorde schuldontwikkeling Geld lenen schept de ruimte om grote investeringen te doen, die van belang zijn voor de stad Amsterdammers helpen en daarmee hun waarde in de toekomst bewijzen. Als de rentelasten stijgen, kunnen hoge schulden ook een risico voor de begroting van de gemeente vormen. Het bepalen van een verantwoorde schuldlimiet is een afweging tussen beide belangen. Op 22 maart heeft u de scenario’s over schuldontwikkeling ontvangen. Het college wil de hoogte van de schuld voor erfpacht (erfpachtschuld) loskoppelen van de schuld voor overige investeringen (standaardschuld). De beide soorten schuld zullen apart worden beheerst. Dit geeft ruimte om de schuld desgewenst te laten stijgen. Onze belangrijkste financiers (BNG Bank en NWB) delen dit inzicht.

Investeren in verantwoorde groei en een duurzame toekomst Met een stad die volop ontwikkeling is de Amsterdamse investeringsopgave is groter dan ooit en de ambities zijn groot. We willen 7.500 woningen per jaar bouwen in complete en goed bereikbare gebieden, we hebben grote opgaven rondom verduurzaming en het wegwerken van achterstalligheid in onze bruggen en kades. Gelijktijdig loopt Amsterdam tegen de grenzen van de investeringscapaciteit aan. Niet alleen de financierbaarheid van investeringen, maar ook de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid zijn knellend. Scherpe keuzes zijn daarom nodig, en die keuzes zullen impact hebben op de stad. Om die keuzes te kunnen maken is meer inhoudelijk inzicht in de investeringen nodig. In het kader van de bestuursopdracht zijn we gestart met een traject om dit inzicht te krijgen, waaronder het inzicht in de investeringen voor instandhouding en duurzaam­ heid en uitvoerbaarheid. Net als het traject inzicht in de begrotingsruimte wordt dit traject bij de Voorjaarsnota 2024 afgerond.

9

H1

Voor de Begroting 2024 stellen we voor om de investeringsruimte vast te stellen op het niveau van het gemiddelde van de investeringsruimte van de jaren 2022 tot en met 2026, en deze te indexeren. Amsterdam investeert daarmee meer dan ooit in haar openbare ruimte om noodzakelijke verbeteringen en vervangingen te doen aan onze pleinen, parken, kades en (water)wegen. Tegelijk staat het onderhoud van de stad wel onder druk en moeten er bij de begroting keuzes worden gemaakt over investeringen in de openbare ruimte behorende bij de groei van de stad. Daarnaast stelt het college voor om de investeringsruimte te verhogen voor een aantal specifieke opgaven, waarvoor de inhoudelijke keuzes in beeld zijn, en waarmee we niet willen wachten tot de volgende voorjaarsnota. Op die keuzes gaan we hierna verder in.

gemeente voorgaan en het goede voorbeeld geven in de duurzaamheidstransitie waar we als stad en samenleving voor staan.

Keuzes over beeldbepalende investeringen We hebben onszelf eerder tot doel gesteld om bij deze voorjaarsnota wel keuzes te maken over een aantal grote, beeldbepalende ambities. Dit omdat duidelijk is dat we meer ambities hebben dan we in de komende periode waar kunnen maken. Keuzes om projecten te schrappen of in de koelkast te plaatsen zijn noodzakelijk maar ook altijd pijnlijk. Maar veel projecten in de lucht houden is kostbaar zowel in termen van geld als uitvoeringscapaciteit. Bovendien willen Amsterdammers en partners weten waar ze aan toe zijn. Het college wil deze helderheid daarom zo snel mogelijk geven. We reserveren € 100 miljoen binnen de reserve erfpacht voor de aanleg van een fietsbrug over ’t IJ aan de oostkant van de stad. Een goede verbinding met Noord vindt het college van groot belang, voor de huidige bewoners en voor de toekomstige ontwikkeling van dit deel van de stad. Daarom wil het college kiezen voor een fietsbrug over het IJ. Met het voorstel om nu € 100 miljoen voor de brug te reserveren zet Amsterdam een grote stap richting de realisatie ervan. Om de resterende € 200 miljoen bij elkaar te krijgen, gaan we de komende tijd verder in gesprek met onze partners. want zonder onder hen kunnen we de brug niet aanleggen. Ook met het rijk gaan we in gesprek. Een fietsbrug is verbonden aan het realiseren van de grote woningbouwopgave waar de regio voor staat.

Verder wil het college de investeringsruimte in de periode 2023-2027 € 150 miljoen verhogen om de panden die de gemeente zelf in eigendom heeft verder te verduur­ zamen en brandveiliger te maken. Op dit moment telt de gemeentelijke vastgoedportefeuille ongeveer 475 panden in eigendom die nog niet volledig aan de duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, waaronder eigen huisvesting energieneutraal en aardgasvrij in 2030. We willen als Voorjaarsnota 2023

10

H1

De Smart Mobility Hub (SMH) is een mobiliteitshub nabij de Johan Cruijff Arena met op het dak een open sportpark van 4 hectare voor diverse sporten in een parkachtige omgeving. In de plint van het gebouw zullen maatschappelijke en commerciële voorzieningen gehuisvest worden, waaronder de opvang voor winterkouderegeling (circa 100 bedden). Het gebouw fungeert ook als energie- en klimaatbuffer voor de omliggende gebieden (nieuw te bouwen circa 500.000 m2 woonprogramma). Door de SMH wordt 12 hectare vrijgespeeld voor de ontwikkeling van andere functies waaronder wonen. De SMH is noodzakelijk voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Om de SMH in totaliteit mogelijk te maken, is voor het mobiliteitsdeel extra investeringsruimte van € 57 miljoen noodzakelijk. Het mobiliteitsdeel van de SMH is ook een forse investering om Zuidoost beter aan te laten sluiten op de stad, zowel fysiek als sociaal-maatschappelijk. De planvorming is bovendien al in een zeer vergevorderd stadium. Daarom wordt voorgesteld hiervoor extra investeringsruimte beschikbaar te stellen. Ook binnen de grote beeldbepalende maatschappelijke voorzieningen (de ‘specials’) is het duidelijk dat keuzes gemaakt moesten worden. Bij die keuzes is breder gekeken en in sommige gevallen uitgegaan van versoberingen in programma en architectonische kwaliteit.

Op die manier worden zoveel mogelijk belangrijke voorzieningen, zij het wellicht in iets andere vorm, voor de stad en haar inwoners gerealiseerd.

Het college kiest ervoor om de volgende projecten niet (met gemeentelijke middelen) te doen: trainingshal Jaap Edenbaan, sporthallen Strandvliet, de renovatie en uitbreiding van Paradiso, nieuwbouw Bijlmer Parktheater (wel renovatie). De zwembaden Zuidwestflank en Strandeiland worden voorlopig in de koelkast gezet. Binnen de investeringsruimte voor de specials Maatschappelijke Voorzieningen (beeldbepalende maatschappelijke voorzieningen) wordt € 22,5 miljoen vrijgemaakt voor duurzaamheidsinvesteringen. De investeringsruimte voor specials wordt daarnaast voor ditzelfde doel met € 10 miljoen verhoogd. Er wordt op termijn € 50 miljoen vrijgemaakt om de specials verder te verduurzamen, om de renovatie van het Bijlmer Parktheater mogelijk te maken en om een extra zaal voor podiumkunsten en repetities in Zuidoost te realiseren, mogelijk in combinatie met de OBA Next. Ook willen we geld uittrekken voor de renovatie van het Nationaal monument Slavernijverleden. Vormgeven aan een solidaire en verbonden stad met kansen voor iedereen, aan verantwoorde groei van de stad en aan een duurzame toekomst van ons allemaal. Dit was het voornemen van dit college bij de start een jaar geleden. Deze voorjaarsnota is een volgende stap in het realiseren van dat voornemen.

Het college geeft prioriteit aan de volgende projecten en reserveert daarvoor investeringsruimte: • Nationaal slavernijmuseum • Uitbreiding van het Flevoparkbad met een nieuw 25 meterbad en een doelgroepenbad met zorg • Vervangende nieuwbouw en uitbreiding van de Sporthallen Zuid • Nieuwe Meervaart • Renovatie en verduurzaming Bijlmer Parktheater • OBA Next en een extra zaal voor podiumkunsten en repetities in Zuidoost • Vervangende nieuwbouw en verduurzaming huidige ijshal Jaap Edenbaan

Voorjaarsnota 2023

11

2

H2

Financiële Hoofdlijnen De financiële hoofdlijnen geven een overzicht van de budgettaire gevolgen van de besluitvorming in de voorjaarsnota. Ook gaan we in op onze inzet om zo flexibel mogelijk te kunnen inspelen op de financiële uitdagingen om ons heen. In de basis staat voorop dat de continuïteit van de gemeentelijke taken en dienstverlening is gewaarborgd, zowel in de nabije als in de verdere toekomst. We geven een actualisatie van het beeld in de Begroting 2023. Daarmee bieden we inzicht in de uitvoering van de begroting in het lopende jaar. Het is de eerste keer dat we het financiële deel van de voorjaarsnota op deze manier, als enkeljarige uitvoeringsnota, hebben opgesteld. In de wijziging van de financiële verordening van 1 maart is dit opgenomen. Bij de begroting volgt het meerjarige beeld, waarin dan de meest recente ontwikkelingen verwerkt zijn, zoals de meicirculaire van het gemeentefonds. De focus van deze financiële hoofdlijnen ligt dus – in lijn met de rest van de voorjaarsnota – op het huidige jaar. Als een verandering in een onderdeel van het financiële beeld in 2023 ook meerjarige effecten heeft, lichten we die toe in de tekst. De toelichting is beknopt en bedoeld om alvast de richting te laten zien die bij de Begroting 2024 verwacht kan worden. De raad stelt bij deze voorjaarsnota alleen de budgettaire wijzigingen in 2023 vast.

In hoofdstuk 3 is gedetailleerd terug te vinden welke begrotingsaanpassingen zich in 2023 voordoen in de programma’s.

Voorjaarsnota 2023

13

H2

2.1 Opgavegericht en wendbaar Opgavegericht en wendbaar zijn kernbegrippen voor onze inzet voor Amsterdam. Daarmee zijn het ook de kernbegrippen voor de begroting en specifiek deze voorjaarsnota. Om doelgerichte sturing daarop te bevorderen, geven we daar invulling aan via de programma’s in de begroting. Om de continuïteit te kunnen garanderen is het van belang dat de begroting sluit, de baten en lasten op de korte termijn én op de lange termijn in evenwicht zijn, de begroting voldoende flexibel is om in te kunnen spelen op nieuwe opgaven en voldoende ruimte heeft om schokken op te vangen. De coronapandemie was zo’n schok. Een substantieel deel van onze eigen inkomsten viel weg. Toch konden we aan onze schuldverplichtingen blijven voldoen en de publieke taken en voorzieningen blijven uitvoeren omdat de algemene reserve ruimte bood om de tegenvallers op te vangen. We waren in staat om opgavegericht en wendbaar te reageren op deze uitzonderlijke situatie, ook in financiële zin. Nu het rijk de structurele financiering van de gemeenten heeft bevroren op een verlaagd niveau, komt de begroting niet vanzelf weer op een stabiel pad. We kijken aan tegen een structureel tekort van € 90 miljoen dat verder zal oplopen, door tegenvallers zoals de stijgende rente die we voor onze leningen moeten betalen en achterblijvende compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen.

Vanuit het Besluit begroting en verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht om een sluitende begroting op te leveren. We rekenen op het rijk om ons minimaal op het niveau te financieren dat we gehad zouden hebben zonder het 'ravijn'. Net voor de publicatie van onze voorjaarsnota heeft ook het rijk hun Voorjaarsnota 2023 gepubliceerd. Hoewel de exacte gevolgen voor gemeenten pas inzichtelijk worden middels de meicirculaire, is het beeld dat dat dit onvoldoende is om het ravijn te dempen. We zullen zelf maatregelen moeten nemen om meer stabiliteit in de begroting te krijgen. Dat zal onze toezichthouder, de provincie, ook van ons verwachten. De inzichten uit de bestuursopdracht ‘Inzicht in beleid, geld en keuzes’ zullen de sturing op de begroting verbeteren en leiden tot integrale besluitvorming die de opgaven ondersteunt waarvoor we staan. Dit voorzien we voor het voorjaar 2024. In deze Voorjaarsnota 2023 zetten we de eerste stap met het kader voor de schuldontwikkeling.

Voorjaarsnota 2023

Kader schuldontwikkeling Een hoge schuldenlast kan leiden tot inflexibiliteit en minder mogelijkheden om de opgaven te realiseren doordat de rentebetalingen oplopen. Zeker in een periode waarin de rentepercentages stijgen. Tegelijkertijd kan geld lenen de ruimte scheppen om grote investeringen te doen, die hun waarde in de toekomst bewijzen. Het bepalen van een verantwoorde schuldlimiet is een afweging tussen beide belangen. De actuele schuld bedraagt € 6,7 miljard en is hiermee gelijk aan de schuld eind 2022. Gedurende de rest van 2023 zal de schuld naar verwachting nog maar beperkt stijgen en komt hiermee lager uit dan begroot. Bij de Begroting 2024 maken we een nieuw meerjarenbeeld van de schuldontwikkeling. We hebben als onderdeel van de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes onderzocht wat een wenselijk kader voor de schuldontwikkeling kan zijn. In de raadsinformatiebrief van 22 maart 2023 zijn de overwegingen en scenario’s van dit traject toegelicht. We stellen voor om op de twee samenstellende delen van de schuld, de ‘standaard’ schuld en de erfpachtschuld, apart te sturen. Bij de standaardschuld gaat het om alle rendabele en onrendabele investeringen exclusief erfpacht. Daarvoor blijft een plafond bestaan zoals dat er nu ook is maar wordt het schuldkader in de komende jaren minder knellend voor de investeringsopgave.

De begrenzing komt dan meer vanuit de betaalbaarheid en de realiseerbaarheid, de twee andere ‘lenzen’ die in het investeringsstelsel centraal staan. Voor de betaalbaarheid gaat het er om of er voldoende begrotingsruimte is om de afschrijvingen, rente, beheer en onderhouds­ kosten van de investeringen te kunnen betalen. Voor de realiseerbaarheid is van belang of het mogelijk is om de geplande investeringen volgens de planning uit te voeren. Investeringen in de domeinen Openbare ruimte en mobiliteit (ORM), Maatschappelijke voorzieningen (MV) en Bestuur, organisatie en overig (BOO) dragen bij aan de standaardschuld. We willen deze investeringen (rendabel en onrendabel) integraal afwegen onder een plafond voor de realisatie dat zich tussen de 90 en 130% schuldquote beweegt. De schuldquote berekenen we door de schuld te delen op het begrotingstotaal. De provincie heeft als onze toezichthouder een signaalwaarde voor de schuld afgegeven: een schuldquote lager dan 90% geldt als voldoende en hoger dan 130% als onvoldoende. Voor de meerjarenperiode richten we ons met 110% op het midden daarvan. 14

H2

Daarnaast gaan we vanaf 2023 de hogere canonopbrengsten van de erfpacht sparen, dat wil zeggen de meeropbrengsten ten opzichte van de huidige raming. Deze voegen we toe aan de reserve schuldontwikkeling om zo eigen vermogen op te bouwen en minder te hoeven financieren met vreemd vermogen. Zo zorgen we er op de lange termijn voor dat de schuld niet blijft stijgen. Dit is van belang omdat op erfpacht niet afgeschreven wordt. Bij groei van de stad door woningbouw blijft anders het schuldniveau stijgen. We willen het inzicht vergroten in de relatie tussen de woningbouwproductie en de bijbehorende vervolginvesteringen om tot een verantwoorde groei van de stad te komen. Een langjarig portfolio voor de woningbouwproductie is een voorwaarde om de inpasbaarheid van vervolginvesteringen te kunnen verzekeren.

Harmonisatie van de indexering Bij de Begroting 2024 zullen we een voorstel doen om de indexering van de lokale heffingen te harmoniseren. Dit betekent dat de belastingen en de tarieven zoveel mogelijk op eenzelfde wijze aan de loon- en prijsontwikkelingen worden aangepast. Nu gebruiken we daarvoor verschillende indexen op verschillende momenten, of indexeren we beperkt of helemaal niet. Dit is vaak historisch zo gegroeid. Uiteindelijk leiden deze verschillen ertoe dat de inkomsten en uitgaven met elkaar uit de pas gaan lopen en de bestedingskracht van de begroting afneemt. Door eenduidigheid in de indexering wordt de begroting stabieler en de gemeente voorspelbaarder voor onze inwoners en bedrijven.

Besparing reserves In het coalitieakkoord is in 2023 een besparing opgenomen van € 30 miljoen op de reserves. Om hier invulling aan te geven hebben we de egalisatiereserves van enige omvang inhoudelijk beoordeeld. We willen de ombuiging realiseren door de reserve frictiekosten en de egalisatiereserve Inkomen en conjunctuur beide voor € 10 miljoen te laten vrijvallen en de toevoeging aan de reserve Xaas te verlagen met € 10 miljoen. Uit de beoordeling van de reserves blijkt dat deze besparing verantwoord is, gelet op de stand en rekening houdend met de voorziene ontwikkeling van deze reserves.

Voorjaarsnota 2023

15

H2

2.2 Het financiële beeld Het financiële beeld van deze voorjaarnota laat een groot positief saldo zien. Het fors positieve rekeningresultaat (€ 196,2 miljoen), de verwachte coronacompensatie (€ 74,5 miljoen) vanuit het rijk en de bijstelling van de raming van de toeristenbelasting (€ 20 miljoen) geven ruimte om incidentele tegenvallers en beleidsintensiveringen in 2023, maar ook in de jaren erna te dekken. Structureel is die ruimte er niet; het structurele tekort loopt bij ongewijzigd beleid zelfs verder op. De dreigende tekorten vragen om een wendbare begroting. Het positieve saldo wordt daarom gedoteerd aan de algemene reserve om bij de Begroting 2024 in te zetten, in de eerste plaats om de incidentele tekorten in de meerjarenperiode op te lossen. In onderstaande tabel 1 staan de saldorelevante ontwikkelingen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde Begroting 2023. De tabel bestaat uit de volgende onderdelen: • Het beginsaldo • Ontwikkelingen in het algemene beeld • Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s • Investeringen • Kasschuiven • Algemene reserve

Tabel 1 Financieel overzicht 2023 I/S

2023

S

0,0

S

37,3

1. BEGINSALDO Saldo Begroting 2023 2. ONTWIKKELINGEN IN HET ALGEMENE BEELD Gemeentefonds Grondslageffect voormalige SMF-uitgaven (nominaal)

S

-3,9

Ontwikkeling dividenden

I/S

-58,1

Ontwikkeling belastingen

S

24,0

Ontwikkeling parkeren

S

5,1

Rente

S

-1,0

Erfpachtresultaat

S

-0,9

Correctie amendementen Begroting 2023

S

-4,5

EU-subsidies (ombuiging coalitieakkoord)

S

-10,0

Jaarafsluiting 2022

I

196,5

Eindejaarsmarge (saldo van plussen en minnen)

I

-26,2

I/S

-43,9

S

-2,6

I

9,8

3. ONTWIKKELINGEN IN DE BELEIDSPROGRAMMA’S Totaal 4. INVESTERINGEN Actualisatie kapitaallasten investeringen 5. KASSCHUIVEN Totaal kasschuiven SALDO Voorjaarsnota 2023

122

6. ALGEMENE RESERVE Toevoeging aan de algemene reserve EINDSALDO Voorjaarsnota 2023

Voorjaarsnota 2023

-122 0

16

H2

1. Beginsaldo Saldo Begroting 2023 Het startpunt van de Voorjaarsnota 2023 is de vastgestelde Begroting 2023, dus inclusief de aangenomen amendementen bij de behandeling van de begroting.

2. Ontwikkelingen in het algemene financiële beeld Het beeld van 2023 is heel positief. Dit komt met name door het fors positieve rekeningresultaat uit het Jaarverslag 2022, de coronacompensatie vanuit het rijk en de ramingsbijstelling van de toeristenbelasting. Voor de jaren 2024 – 2027 ziet het beeld er echter anders uit, de ontwikkelingen in de algemene dekkingsmiddelen resulteren in een verslechtering voor de jaren 2024 – 2027, en daarmee ook een toename van het structurele tekort. Dit komt met name door lagere inkomsten uit onze gemeente­ fondsuitkering in de decembercirculaire 2022 en een stijging van de verwachte rentelasten.

Gemeentefonds Het grootste deel van onze inkomsten ontvangen we uit het gemeentefonds. Ieder jaar worden er door het rijk drie circulaires gepubliceerd (de meicirculaire, de september­ circulaire en de decembercirculaire) waarin wordt aangegeven wat de ontwikkeling is van het gemeentefonds. Op basis van deze circulaires wordt duidelijk wat de gevolgen zijn voor de uitkering die Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds. In de Begroting 2023 is sprake van een structureel tekort vanaf 2026 van € 90 miljoen. De oorzaak van dit tekort ligt in de terugval van onze gemeente­fondsuitkering van 2025 op 2026 –het bekende ‘ravijn’. Het rijk heeft het ravijn naderhand (in de septembercirculaire, die verscheen na de indiening van de begroting bij de raad) goeddeels verschoven naar 2027. De grootste oorzaak hiervan is dat de inkomsten uit het gemeentefonds vanaf 2026 niet meer meegroeien met de rijksuitgaven, maar zijn vastgeklikt op een vast bedrag ten opzichte van 2022. Een neveneffect hiervan is dat de grondslag voor de vergoeding uit het gemeente­ fonds voor de nominale ontwikkelingen ook daalt vanaf 2026. Dat leidt ertoe dat we geen structureel sluitende begroting kunnen presenteren.

Voorjaarsnota 2023

De septembercirculaire en de decembercirculaire worden voor het jaar 2023 verwerkt bij deze voorjaarsnota en voor de jaren 2024 en verder in de Begroting 2024. In de Begroting 2023 is al rekening gehouden met het (loon en prijs) accres dat we in de septembercirculaire zouden ontvangen. De verwachting kwam redelijk overeen met het daadwerkelijke accres. Tegelijkertijd zit er in de septembercirculaire echter een forse tegenvaller vanwege de hoge WOZ-waarden van Amsterdam. Ook het effect van de decembercirculaire is een tegenvaller in onze algemene middelen. Door de coronacrisis liepen de inkomsten van Amsterdam sterk terug, voornamelijk op het gebied van parkeer- en toeristenbelasting. Het rijk heeft toegezegd gemeenten voor de jaren 2020 en 2021 reëel te compenseren voor gederfde inkomsten. In totaal ontvangt Amsterdam in de komende meicirculaire daarom € 114,5 miljoen aan compensatie voor gederfde inkomsten in 2020 en 2021. Hiervan is, in lijn met eerdere afspraken, € 40 miljoen gereserveerd voor de verwachte derving van parkeerinkomsten. Per saldo leidt dit bij deze voorjaarsnota dus tot het positief effect van € 74,5 miljoen. Het negatieve beeld van de gemeentefondsuitkering in 2023 slaat door de toegezegde coronacompensatie om naar een positief effect van € 37,2 miljoen. Dit effect verwerken we in deze voorjaarsnota.

Het effect voor 2024 en verder wordt op basis van de dan actuele inzichten in de Begroting 2024 verwerkt.

Aanpassing grondslag loon- en prijsontwikkeling (nominaal) Tot en met 2022 werden de uitvoeringskosten voor straat-, fiets- en garageparkeren en de ontwikkeling van de stedelijke mobiliteitsprojecten opgevangen door de parkeer­ opbrengsten. De nominale ontwikkeling van deze kosten werd daarom niet gedekt uit de algemene dekkingsmiddelen. Bij Begroting 2023 is besloten om, vanaf boekjaar 2023, het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) op te heffen en de parkeeropbrengsten over te hevelen naar de algemene dekkingsmiddelen. Met het opheffen van het SMF is het gesloten systeem komen te vervallen. Vanaf deze voorjaarsnota lopen de kosten voor inning en handhaving van parkeren en het programmabudget stadsverbetering en stadsbehoud (onderdeel van programma 2) mee in de jaarlijkse systematiek voor de indexering van de uitgaven.

17

H2

Ontwikkelingen dividenden De actualisatie van de dividendinkomsten laat voor 2023 een forse min van € 58,1 miljoen zien. De voornaamste reden is dat we de wijze van ramen van het dividend van het Havenbedrijf in lijn brengen met onze overige deelnemingen.

De raming voor de OZB stellen we aan de hand van de laatste inzichten naar boven bij met ongeveer € 8 miljoen in 2023. De bezoekerseconomie herstelt zich sneller dan we verwachtten. Dit zorgt voor een verhoging van de verwachte inkomsten over 2023 voor zowel de toeristenbelasting als de VMR, met respectievelijk € 20 miljoen en ruim € 1 miljoen.

Conform het BBV begroten en verantwoorden we dividenden van deelnemingen in het jaar waarin we ze ontvangen. Voor dividenden van het Havenbedrijf volgen we sinds de verzelfstandiging een afwijkende lijn. Daar begroten en verantwoorden we in het jaar waarop het dividend betrekking heeft.

De opbrengsten van de reclamebelasting blijven achter bij de raming, wat voor 2023 neerkomt op een negatieve aanpassing van € 5,1 miljoen.

Parkeren Dat levert een praktische complicatie en een verslaggevingstechnisch bezwaar op. De praktische complicatie houdt in dat een ongelukkige samenloop met ons jaarrekeningproces optreedt. De jaarlijkse algemene vergadering waarin de winstuitkering wordt vastgesteld, vindt plaats in de laatste dagen voor publicatie van ons jaarverslag (en dat betekent dat ons jaarverslag tot het laatste moment in beweging blijft). Het verslaggevingstechnische bezwaar zit erin dat we worden geacht voor gelijke activa een gelijk afschrijvingsregime te hanteren. Na deze aanpassing hanteren we dus conform BBV voor alle deelnemingen dezelfde wijze van ramen en verantwoorden van het dividend. Gevolg van deze aanpassing is dat we in 2023 geen dividend van het Havenbedrijf verantwoorden, wat een tegenvaller van € 56,7 miljoen betekent. Daarnaast hebben we te maken met een andere, veel kleinere, tegenvaller. De geraamde dividenden van Alliander zijn door de oplopende investeringen en de toenemende kosten aan onder meer TenneT en de zogeheten netverliezen die optreden bij het vervoer van elektriciteit verlaagd. Hogere energieprijzen zorgen ervoor dat de netverliezen duurder worden.

Belastingen Het geactualiseerde beeld van de autonome ontwikkeling van de belastinginkomsten leidt tot aanpassingen in de ramingen van de onroerende zaakbelasting (OZB), de toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie (VMR). Dit geldt ook voor de geraamde inkomsten uit de reclamebelasting, die we dit jaar voor het eerst heffen.

Voorjaarsnota 2023

De opbrengsten uit straatparkeren zijn tegen het licht gehouden voor de Voorjaarsnota 2023. Waar afgelopen jaar nog sprake was van lagere inkomsten als gevolg van coronamaatregelen ligt dat in 2023 niet in de lijn der verwachtingen. Daarnaast stijgen de parkeerinkomsten door de maatregelen in de Parkeerverordening 2023. Zo is het tarief voor naheffingsaanslagen verhoogd en is het 10-centtarief op een aantal plaatsen vervangen door het reguliere tarief. Dit leidt per saldo tot een positief effect van € 5,1 miljoen in 2023.

Rente In het afgelopen jaar is de rente sterk gestegen. In de Begroting 2023 was hier al rekening mee gehouden. De rekenrente voor nieuw aan te trekken langlopende leningen is toen verhoogd naar 2,75%. Dat zorgde voor een tegenvaller oplopend naar € 50 miljoen in 2026. Inmiddels staat de marktrente voor langlopende leningen aan gemeenten op 3,25%. Dit geldt zowel voor kortlopende – als langlopende leningen. Vanwege de zeer vlakke rentecurve liggen deze niveaus dicht bij elkaar. Er is momenteel € 6,4 miljard aan langlopende leningen afgesloten tegen een vaste rente van gemiddeld 1%. Hierdoor werkt het effect van de rentestijging op de totale externe schuld vertraagd door. Het gemiddelde rentepercentage over de schuld stijgt stapsgewijs naar 2,2% in 2027. In de jaren daarna zal onze gemiddelde rente, bij ongewijzigde omstandigheden, verder oplopen tot uiteindelijk 3,25%. De actualisatie van de rente zorgt voor een kleine tegenvaller van € 1 miljoen in 2023, maar loopt bij ongewijzigde omstandigheden verder op tot ruim 30 miljoen in 2027. Het effect voor 2024 en verder wordt op basis van de dan actuele inzichten in de Begroting 2024 verwerkt. 18

H2

Erfpacht

Eindejaarsmarge

Per saldo leiden de wijzigingen tot een negatief effect van € 0,9 miljoen (2023). Dit wordt veroorzaakt door hogere kosten voor informatievoorziening door vernieuwing en verplaatsing van het bestaande ICT-landschap. Het onderliggende erfpachtresultaat verbetert in 2023. Dit is vooral het gevolg van de canonindexering die hoger is dan waarvan in de Begroting 2023 werd uitgegaan. Daarnaast wordt er verhoudingsgewijs meer gekozen voor afkoop en minder voor jaarlijkse canonbetaling. Dit zorgt voor lagere canoninkomsten, maar ook voor lagere rentelasten. Omdat de lagere rentelasten bij het onderdeel rente zijn meegenomen, leidt dit in deze opstelling tot een lager saldo bij erfpacht.

Door de cijfers uit het Jaarverslag 2022 af te zetten tegen de begroting hebben we de eindejaarsmarge berekend. De eindejaarsmarge is bedoeld om een eventuele onderbesteding mee te kunnen nemen naar een volgend jaar (gemaximeerd op 1% van het lastentotaal van een programma) of een overschrijding als een taakstelling op te nemen voor het komend jaar. De positieve en negatieve eindejaarsmarges tellen op tot € 26,2 miljoen. Dit betekent dat per saldo € 26,2 miljoen meegenomen wordt naar 2022, wat zorgt voor een min van € 26,2 miljoen in het financiële beeld in 2023.

Correctie amendementen Begroting 2023

Naast de hierboven toegelichte wijzigingen in de algemene dekkingsmiddelen, bevat deze voorjaarsnota ook wijzigingen in de beleidsprogramma’s. In tabel 2 zijn de afwijkingen opgenomen die zich in de programma’s voordoen ten opzichte van de begroting. Dit betreft alleen de ontwikkelingen die een bestuurlijke keuze vragen en een gevolg hebben voor het saldo van onze gemeentebegroting. Hieronder lichten we per programma kort toe wat de belangrijkste bestuurlijke keuzes zijn die het college heeft gemaakt.

Bij de raadsbehandeling van de Begroting 2023 zijn twaalf amendementen aangenomen, waarvan elf met financiële consequenties. Deze consequenties zijn gedekt door de veronderstelde ruimte in een aantal reserves. Het verwerken van deze amendementen in de begroting kan leiden tot knelpunten in de taken die normaliter vanuit deze reserves gedekt worden. De raad is hierover in een brief geïnformeerd op 6 december 2022. Deze tekorten worden in deze voorjaarsnota aangevuld vanuit de algemene middelen voor € 4,5 miljoen in 2023 en € 1,7 miljoen in 2024. Het effect voor 2024 wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

Tabel 2 Mutaties in de beleidsprogramma’s met een saldo-effect (bedragen x € miljoen)

EU-subsidies (ombuiging coalitieakkoord) In het collegeakkoord is een ombuiging opgenomen op Europese subsidies van € 10 miljoen structureel vanaf 2023. Ter voorbereiding op deze voorjaarsnota is onderzocht hoe deze taakstelling kan worden behaald. Hieruit blijkt dat deze taakstelling niet gerealiseerd kan worden. Het gaat hierbij namelijk om incidentele subsidies met een relatief lage slagingskans om ze binnen te halen, waardoor het per jaar zeer onzeker is wat er aan extra ontvangen subsidies kan worden gerealiseerd. De taakstelling wordt gecorrigeerd vanuit de algemene middelen voor een bedrag van € 10 miljoen structureel vanaf 2023. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt. Wel kijken we kritisch naar onze strategie voor het werven van Europese subsidies.

2023 1 - Bouwen, wonen en duurzaamheid

-10,9

2 - Openbare ruimte, groen, water, vervoer

-5,7

3 - Economie, kunst, cultuur en erfgoed

-5,3

4 - Sport en bewegen

-0,1

5 - Onderwijs

-0,7

6 - Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit

-11,6

7 - Sociale zaken en armoedebestrijding

-0,9

8 - Veiligheid

-6,7

B - Bestuur en organisatie

-2,0

Totaal programma's

-43,9

Rekeningresultaat 2022 Het resultaat over 2022 is € 196,5 miljoen positief. Dit staat ook in het Jaarverslag 2022 dat we op 26 april 2023 uitbrachten.

Voorjaarsnota 2023

19

H2

Programma-organisatie Havenstad (programma 1) De overkoepelende organisatie voor het woningbouwprogramma Havenstad wordt gezien het tijdelijke karakter niet structureel, maar meerjarig incidenteel bekostigd. De komende periode is voor de programma-organisatie tenminste € 1 miljoen nodig, waarvan € 0,5 miljoen gedekt is vanuit de coalitieakkoordmiddelen voor gebieds­ ontwikkeling. Om dit aan te vullen was het streven om de bespaarde inzet van de programma-organisatie in 2022, van € 0,44 miljoen, door te schuiven naar 2023. Dit is echter abusievelijk niet gebeurd, waardoor dit in het rekeningresultaat (algemene middelen) is beland. Vanuit de algemene middelen stellen we daarom € 0,4 miljoen in 2023 beschikbaar voor de programma-organisatie Havenstad.

Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (programma’s 1 en 6) In de huidige wooncrisis zien we dat in alle segmenten de balans tussen vraag en aanbod is verstoord. In het sociale segment is deze verstoring het grootst. Door oververhitting van de woningmarkt vinden er steeds meer misstanden bij verhuur plaats. En ondanks renovaties is de kwaliteit en duurzaamheid van een substantieel deel van de woningvoorraad onvoldoende. Om deze wooncrisis aan te pakken, heeft het college de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) opgesteld, waarmee in de volle breedte – nieuwbouw en bestaande bouw, en in alle prijssegmenten – de crisis wordt aangepakt. Het college heeft op 7 februari 2023 ingestemd met het in de inspraak brengen van de AAV, maar er was nog geen dekking. Het voorstel is om € 0,2 miljoen in 2023 € 0,6 miljoen in 2024, € 4,6 miljoen in 2025 en € 4,6 miljoen in 2026 hiervoor beschikbaar te stellen. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

Terugdraaien winstafdracht Vereveningsfonds (programma 1) In het coalitieakkoord is afgesproken om het Vereveningsfonds (VEF) bij te laten dragen aan het voorzieningenniveau van de stad door een structurele uitname te doen, die oploopt van € 10 miljoen in 2023 naar € 20 miljoen structureel vanaf 2026. Om vanuit het VEF te kunnen sparen voor een pakket van investeringen waaraan ook het rijk bijdraagt, wordt voorgesteld om deze uitname uit het VEF ongedaan te maken. In deze voorjaarsnota heeft dit een effect op de algemene middelen van € 10 miljoen in 2023. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

We nemen in deze voorjaarsnota de verwachte stijging van de rijksmiddelen voor jeugdzorg in de komende jaren op in de begroting. Dat biedt de ruimte om de begroting van onze jeugdzorg mee te laten groeien met die verwachte stijging, en die zo op een reëler niveau te brengen. Doordat de baten én de lasten stijgen is dit effect gemeentebreed neutraal en dus niet zichtbaar in tabel 2. Daarnaast is pasgeleden een akkoord gesloten over de Hervormingagenda Jeugd tussen VNG en het rijk. Hiermee zijn de inhoudelijke doelstellingen en het financiële kader meerjarig vastgesteld. Het financieel kader van de landelijke hervormingsagenda ligt lager dan het niveau van de jeugdbegroting van Amsterdam in de Begroting 2023 en daarom wordt voor 2023 € 10 miljoen vanuit de algemene middelen toegevoegd aan de egalisatiereserve Jeugd. Daarnaast zijn er diverse Amsterdamse ontwikkelingen waar we op willen inzetten. Bijvoorbeeld het stabiliseren van de wachtlijsten voor hoogspecialistische jeugdhulp op het niveau van 2022 en het verbeteren van het wachtlijstbeheer. Ook willen we dat er adequate ondersteuning komt als het nieuwe contract voor enkelvoudige specialistische jeugdhulp per 1 januari 2024 van start gaat. Omdat het akkoord over de Hervormingsagenda net gesloten is en er personeelstekort is bij de aanbieders, worden deze wijzigingen incidenteel in deze voorjaarsnota voorgesteld.

Bij de Voorjaarsnota 2024 wordt een geactualiseerd beeld voorgelegd.

Evenementen (programma 8) De stad trekt veel evenementen met elk jaar een breed en uniek aanbod. Voor 2023 gaat het onder meer om de herdenking van het slavernijverleden, Queer en Pride Amsterdam in de nieuwe opzet en om evenementen tijdens de jaarwisseling 2023-2024. Daarnaast verschuift het beleid voor evenementen van faciliterend en begrenzend naar meer programmatisch-inhoudelijk sturend. Er zijn meer middelen nodig om vanuit de gemeente toe te zien op het beheersbaar houden van de effecten voor de stad bij de meest risicovolle evenementen en voor te verstekken subsidies vanuit het Evenementen­ fonds. Er wordt daarom € 1,0 miljoen extra beschikbaar gesteld in 2023, en € 1,6 miljoen in zowel 2024, 2025 als 2026. Het meerjarige voorstel wordt bij de Begroting 2024 gepresenteerd.

Jeugdzorg Voor jeugdzorg is in deze voorjaarsnota een reëlere begroting opgesteld. Uitgangspunt is daarbij het behoud van het dienstverleningsniveau van 2023. Voorjaarsnota 2023

20

H2

Amsterdam 750 (programma 8)

Referendum hoofdstructuur groen (Programma 1)

In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. De stad viert dit een jaar lang en het wordt een jubileum voor alle Amsterdammers. We zetten met behulp van Amsterdams talent in op nieuwe verbintenissen, dierbare herinneringen én blijvende nalatenschappen met bijzondere aandacht voor de jonge generatie aan wie we de stad doorgeven. Ook de raad heeft in verschillende moties hierom verzocht. Om de ambities voor het jubileum te realiseren, en voldoende menskracht te hebben voor het initiëren, aanjagen en coördineren van de activiteiten, wordt er € 5,7 miljoen in 2023, € 2,8 miljoen in 2024 en € 3,1 miljoen in 2025 beschikbaar gesteld. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

Er is een verzoek gekomen voor het organiseren van een referendum voor de hoofdstructuur groen. Dit referendum zal gelijktijdig plaatsvinden met de Europese verkiezingen in mei 2024. Voor het organiseren van dit referendum wordt een incidenteel bedrag beschikbaar gesteld van € 0,3 miljoen in 2023.

Migratie, asiel en ongedocumenteerden (programma’s 1, 4, 5, 6, 7 en B) Amsterdam blijft een gastvrije stad voor vluchtelingen en ongedocumenteerden. Dit betekent dat alle ‘nieuwkomers’ in Nederland humanitaire opvang moeten krijgen, en daarnaast zo snel mogelijk perspectief moeten krijgen, op werk, een woning, en een volwaardige plek in de samenleving. Daarbij laten we asielzoekers en status­houders zo snel mogelijk volwaardig deelnemen aan de maatschappij en bieden we ongedocumenteerden de mogelijkheid voor een menswaardig bestaan. Om dit te bereiken worden de programma’s voor asielzoekers en statushouders, ongedocumenteerden en Oekraïense ontheemden samengevoegd in het programma Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden. Voor 2023 wordt de rijksuitkering van € 90,6 miljoen voor opvang van Oekraïners ingezet. Daarnaast stellen we uit de algemene middelen € 3 miljoen in 2023, € 6 miljoen in 2024 en € 9 miljoen in de jaren 2025 en 2026 beschikbaar voor het programma Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

Jongerenadviesraad Amsterdam We vinden participatie van bewoners (en ondernemers) in de totstandkoming van beleid erg belangrijk. Om in het bijzonder jongeren een stem te geven in ons handelen als gemeente, wordt er een vertegenwoordigingsorgaan ingesteld dat deze geluiden op stedelijk niveau verzamelt. Jongeren vormen immers een grote groep binnen de stad, maar stemmen als leeftijdsgroep het minst. Er wordt een grote afstand beleefd tot wat er in het stadhuis gebeurt. Daarom wordt de Jongerenadviesraad Amsterdam (JARA) opgericht.. Om deze jongerenadviesraad te bekostigen, stellen we € 0,3 miljoen structureel vanaf 2023 beschikbaar. Het effect voor 2024 en verder wordt in de Begroting 2024 verwerkt.

Voorjaarsnota 2023

4. Investeringen Bij de Begroting 2024 leggen we de meerjarige investeringsportfolio’s 2023-2027 voor. De portfolio’s per domein zijn geactualiseerd en aangevuld, gericht op uitvoering van de collegeambities voor verantwoorde groei en een duurzame toekomst. Het totaal­ beeld ziet er als volgt uit: Tabel 3 Voorgenomen investeringsruimte 2023 – 2027 (bedragen x € miljoen) Domeinen

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Bestuur en organisatie en overig

78

57

45

19

43

243

Maatschappelijke voorzieningen

164

226

249

314

207

1.160

Openbare ruimte en mobiliteit

386

351

279

287

288

1.591

Totaal domeinen

628

634

573

620

538

2.994

Domeinen We zijn voornemens de investeringsruimte op te hogen met een jaarschijf 2027 van € 538 miljoen, het gemiddelde van de basisruimte van de afgelopen jaren. Daarnaast passen we een indexatie toe van 4,3%, in lijn met de indexatie die in de beleids­ programma’s is toegepast. Na verrekening met de onder- of overbesteding uit 2022 komt de investeringsruimte voor 2027 uit op € 538 miljoen en voor 2023-2027 uit op € 2.994 miljoen. De investeringsruimte in 2023 van het domein Bestuur en organisatie en overig is € 17 miljoen hoger dan de ruimte die in de Begroting 2023 is vastgesteld, voor Openbare ruimte en mobiliteit € is dat juist € 16 miljoen lager. Dit wordt veroorzaakt door een gewijzigd tempo van de uitvoering. Deze afwijkingen zijn neutraal binnen de meerjarige ruimte van deze domeinen.

21

H2

Het portfolio 2023 van het domein Openbare ruimte en mobiliteit wordt bijgesteld, onder andere voor een aantal nieuwe investeringen die gepland staan om aan te vangen in 2023. De investeringen passen binnen de vastgestelde portfolioruimte en maken deel uit van het investeringsportfolio dat de raad zal worden aangeboden bij de Begroting 2024.

Specifieke opgaven Voor enkele specifieke opgaven willen we aanvullend middelen beschikbaar stellen. Voor verduurzaming en instandhouding van het gemeentelijk vastgoed voegen we € 150 miljoen toe aan de investeringsruimte. Deze vastgoedopgave was in het verleden onvoldoende in beeld, maar is nu geïnventariseerd en wordt onderdeel van de investeringen in alle drie de domeinen. De nadere invulling en verdeling over de domeinen leggen we voor bij de Begroting 2024. Het portfolio van maatschappelijke investeringen voor ‘specials’ is doorgelicht om een voorstel op te stellen voor de uit te voeren projecten, passend binnen de beschikbare investeringsruimte voor de specials tot en met 2033. Het voorstel omvat investerings­ ruimte voor nieuwbouw en uitbreiding van de sporthallen Zuid (€ 117 miljoen), een nieuwe ijshal bij de Jaap Edenbaan (€ 34 miljoen) en uitbreiding van het Flevoparkbad met een 25 meterbad en doelgroepenbad (€ 32,6 miljoen). Ook de Nieuwe Meervaart (€ 96,5 miljoen), OBA Next (€ 36,5 miljoen) en het Nationaal Slavernijmuseum (€ 29 miljoen) zijn opgenomen in het voorstel. Er wordt op termijn € 50 miljoen vrijgemaakt om de specials verder te verduurzamen, om de renovatie van het Bijlmer Parktheater mogelijk te maken en om een extra zaal voor podiumkunsten en repetities in Zuidoost te realiseren mogelijk in combinatie met de OBA Next.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936134/1