CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Voorjaarsnota 2021.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 1 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Voorjaarsnota 2021 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2021. (ZD2021-006317)37.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

• Hogere rentelasten van € 0,6 miljoen in 2021, € 3,0 miljoen in 2022, € 4,4 miljoen in 2023, € 5,8 miljoen in 2024 en € 7,5 miljoen in 2025. De verhoging van de rentelasten betreft enerzijds een verhoging door de toename van grond dat in canon wordt uitgegeven. Anderzijds stijgen de rentelasten in programmaonderdeel Erfpacht als gevolg van het besluit van de Raad om € 500 miljoen van de ontvangen afkoop­ sommen door de overstap over te hevelen naar de algemene reserve. Het rente-effect voor de gemeente wordt in een ander programma verantwoord.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Onttrekking

210,1

161,5

203,0

3,0

3,0

Toevoeging

255,9

133,0

51,2

44,3

44,3

Saldo laatst vastgestelde begroting

-45,9

28,5

151,8

-41,3

-41,3

Onttrekking

65,7

157,4

39,9

-1,1

-1,2

Toevoeging

26,0

149,0

94,8

10,5

-5,5

Saldo effecten voorjaarsnota

39,6

8,4

-54,9

-11,5

4,3

Onttrekking

275,7

318,9

242,9

1,9

1,8

Toevoeging

282,0

282,0

146,0

54,8

38,8

-6,2

36,9

96,9

-52,8

-37,0

Saldo na voorjaarsnota

Onttrekkingen In de onttrekkingen is een bedrag van € 500 miljoen opgenomen dat aan de algemene reserve wordt toegevoegd. Het gaat om € 150 miljoen in 2021 en 2022 en € 200 miljoen in 2024. Tot en met 2023 verwachten we € 437,0 miljoen aan meerwaarde te ontvangen. Naast de meerwaarde uit de overstap naar eeuwigdurende kent de financieringsreserve Erfpachtgrond ook een andere voedingsbron uit de tussentijdse afkopen bij voortdurende rechten. Het voorstel is om deze middelen te gebruiken om het ontoereikende deel aan te vullen.

84

H 3.10.2

De totale onttrekking stijgt met € 65,7 miljoen in 2021, met € 157,4 miljoen in 2022 en met € 39,9 miljoen in 2023. Hierna daalt de onttrekking met € 1,1 miljoen in 2024 en € 1,2 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere onttrekking uit de reserve Afkoopsommen Erfpachten van € 58,5 miljoen in 2021, van € 151,8 miljoen in 2022 en van € 38,3 miljoen in 2023. Dit betreft voornamelijk erfpachtrechten die overgaan naar het eeuwigdurend stelsel (deze worden gedoteerd aan de financieringsreserve Erfpachtgrond) of erfpachters die na verloop van het tijdvak kiezen voor canon. • Hogere onttrekking voor de kosten van de overstapregeling, zoals toegelicht bij de lasten, van € 7,2 miljoen in 2021, van € 5,5 miljoen in 2022, van € 1,6 miljoen in 2023. Hierna daalt de onttrekking met € 1,1 miljoen. In de onttrekking is rekening gehouden met kosten in programma B als gevolg van de capaciteitsuitbreiding.

Toevoegingen De totale toevoeging stijgt met € 26,0 miljoen in 2021, met € 149,0 miljoen in 2022, met € 94,8 miljoen in 2023 en met € 10,5 miljoen in 2024. In 2025 daalt de toevoeging met € 5,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere toevoeging aan de reserve Financiering Erfpachtgrond van € 26,0 miljoen in 2021, van € 149,0 miljoen in 2022 en van € 136,0 miljoen in 2023, omdat enerzijds erfpachters overstappen vanuit het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel en anderzijds dat we vooral in 2023 meer afkoopsommen bij 1e uitgifte verwachten. • Lagere toevoeging aan de reserve Afkoopsommen Erfpacht van € 36,2 miljoen in de periode 2023-2025 omdat we verwachten dat het effect van de overstapregeling ervoor zorgt dat de totale grondwaarde, van de erfpachtgrond die is afgekocht, in het voortdurend stelsel afneemt. Naast het effect van de overstapregeling speelt ook mee dat vaker wordt gekozen voor canon in plaats van afkoop.

85

H 3.11

3.11 Wonen en groen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

87,8

89,8

87,9

87,0

87,0

Lasten

401,6

376,6

342,3

312,1

307,5

Saldo laatst vastgestelde begroting

-313,9

-286,9

-254,5

-225,1

-220,5

0,7

-2,0

0,0

0,0

0,0

Baten Lasten

13,3

3,8

1,9

5,3

2,2

Saldo effecten voorjaarsnota

-12,6

-5,8

-1,9

-5,3

-2,2

Baten

88,5

87,7

87,8

87,0

87,0

Lasten

414,9

380,5

344,2

317,4

309,7

Saldo na voorjaarsnota

-326,4

-292,7

-256,4

-230,4

-222,7

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.

86

H 3.11.1

3.11.1 Wonen en bouwen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

59,6

59,6

57,7

56,8

56,8

Lasten

159,9

158,3

127,4

114,6

113,4

Saldo laatst vastgestelde begroting

-100,3

-98,8

-69,7

-57,8

-56,6

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

0,0

-3,2

-0,9

-0,2

-4,5

Saldo effecten voorjaarsnota

0,7

3,2

0,9

0,1

4,5

Baten

Baten

60,3

59,6

57,7

56,8

56,8

Lasten

159,8

155,1

126,5

114,4

108,9

Saldo na voorjaarsnota

-99,5

-95,6

-68,8

-57,6

-52,1

Baten De totale baten stijgen met € 0,7 miljoen in 2021 door enkele mutaties die kleiner zijn dan € 1,0 miljoen. Deze mutaties lichten we verder niet toe.

Lasten De totale lasten dalen met € 3,2 miljoen in 2022, met € 0,9 miljoen in 2023, met € 0,2 miljoen in 2024 en in 2025 met € 4,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten binnen dit programma van stuctureel € 6,0 miljoen door uniformering van de opbouw van de stadsdeelbegrotingen. Hiervoor wordt € 15,1 miljoen aan apparaatskosten voor de gebiedsteams (bewonersinitiatieven, buurtgerichte aanpak, gebiedsgericht werken) overgeheveld van programma 11 Wonen en groen naar programma 8 Volksgezondheid, jeugd en zorg. Vanuit programma 8 wordt € 9,1 miljoen budget voor apparaatskosten voor de Gebiedspool (Opdrachtgeverschap en gebiedsgericht werken) overgeheveld naar programma 11. • Lagere lasten van € 2,6 miljoen binnen programmaonderdeel 11.1 in 2021 door overheveling van budget voor de subsidieregeling Sociale Basis naar programma 8 ‘Volksgezondheid, jeugd en zorg’. Deze subsidies worden gefinancierd vanuit het budget Ontwikkelbuurten.

De regeling is bestemd voor het eenmalig subsidiëren van sociaal-maatschappelijke activiteiten in de ontwikkelbuurten in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. • Lagere lasten van € 1,6 miljoen in 2021 door verschuiving van apparaatskosten van programmaonderdeel 11.1 ‘Wonen en bouwen’ naar programmaonderdeel B1 'overhead’. • Lagere kapitaallasten in 2021 van € 1,2 miljoen omdat de investering in de informatievoorziening voor vergunningverlening nog niet is afgerond. Er wordt daarom nog niet gestart met afschrijven in 2021. • Hogere lasten van € 4,0 miljoen in 2023 en € 4,2 miljoen in 2024 door actualisatie van de verwachte vaststellingen van eerder beschikte subsidies aan wooncorporaties. Deze subsidies worden gedekt vanuit het Corporatiebudget. • Hogere lasten van € 2,5 miljoen in 2021 en lagere lasten van € 2,5 miljoen in 2022 door aanpassing van het kasritme voor de projecten in de ontwikkelbuurten. Hierdoor wordt het mogelijk om invulling te geven aan de ambitie in 2021 om op sociaal-maatschappelijk en fysiek terrein te investeren en om het investeren in werk een forse impuls te geven. • Hogere lasten van € 2,0 miljoen in 2021 en € 1,0 miljoen in 2022 en 2023 voor proceskosten om locaties te ontwikkelen voor huisvesting van kwetsbare groepen, economisch daklozen, jongeren en studenten.

• Hogere lasten van € 1,4 miljoen in 2021 en € 0,3 miljoen in 2022 vanuit het Corporatiebudget voor de uitvoering van groot onderhoud aan woonwagens en woonwagenterreinen en herstructurering op de locatie aan het Ma Braunpad. • Hogere lasten van € 1,0 miljoen vanaf 2023 door extrapolatie van middelen uit het Actieplan Wonen en Bouwen uit het coalitieakkoord 2018.

87

H 3.11.1

• Hogere lasten van € 0,7 miljoen in 2021 en 2022 en lagere lasten van € 2,8 miljoen in 2023, € 0,5 miljoen in 2024 en € 1,0 miljoen in 2025 voor realisatie van projecten voor huisvesting voor bijzondere doelgroepen. Deze middelen worden onttrokken uit de reserve Bouwstimulering. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen in 2021 en € 1,0 miljoen vanuit de reserve Bouwstimulering voor de aanleg van extra standplaatsen op bestaande en nieuwe woonwagenlocaties. • Hogere lasten van € 0,2 miljoen in 2021, € 1,7 miljoen in 2022, € 1,4 miljoen in 2023, € 0,7 miljoen in 2024 en € 1,0 miljoen in 2025 door actualisatie van de kasritmes voor de projecten die gedekt worden uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Onttrekking

17,9

20,6

12,5

1,1

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

17,9

20,6

12,5

1,1

0,0

Onttrekking

4,1

2,1

1,2

3,7

-1,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten voorjaarsnota

4,1

2,1

1,2

3,7

-1,0

Onttrekking

22,1

22,7

13,8

4,8

-1,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na voorjaarsnota

22,1

22,7

13,8

4,8

-1,0

Onttrekkingen De totale onttrekking neemt toe met € 4,1 miljoen in 2021 en met € 2,1 miljoen in 2022. In 2023 neemt de onttrekking toe met € 1,2 miljoen, in 2024 met € 3,7 miljoen en in 2025 neemt de onttrekking af met € 1,0 miljoen. Deze toename komt door • een hogere onttrekking van € 4,1 miljoen in 2023 en € 4,2 miljoen in 2024 door actualisatie van de verwachte subsidies aan wooncorporaties vanuit het Corporatiebudget. • een hogere onttrekking vanuit het Corporatiebudget van € 1,4 miljoen (2021) en € 0,3 miljoen (2022) voor de uitvoering van groot onderhoud aan woonwagens en woonwagenterreinen en herstructurering op de locatie aan het Ma Braunpad. • een lagere onttrekking van € 0,7 miljoen in 2021 en 2022 en een hogere onttrekking van € 2,8 miljoen in 2023, € 0,5 miljoen in 2024 en € 1,0 miljoen in 2025 voor realisatie van projecten voor huisvesting voor bijzondere doelgroepen. Deze middelen worden onttrokken uit de reserve Bouwstimulering. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves.

88

H 3.11.2

3.11.2 Onderhoud openbare ruimte en reiniging (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

25,5

25,5

25,5

25,5

25,5

Lasten

151,1

145,8

143,7

141,1

141,1

Saldo laatst vastgestelde begroting

-125,6

-120,3

-118,2

-115,6

-115,6

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

-0,8

-0,9

-1,1

-1,0

-1,1

Saldo effecten voorjaarsnota

0,8

0,9

1,1

1,0

1,1

Baten

25,5

25,5

25,5

25,5

25,5

Lasten

150,3

144,9

142,6

140,1

140,0

Saldo na voorjaarsnota

-124,9

-119,4

-117,1

-114,6

-114,5

Baten Er is geen afwijking op de baten.

Lasten De totale lasten dalen met € 0,8 miljoen in 2021 met € 0,9 miljoen in 2022, met € 1,1 miljoen in 2023, met € 1,0 miljoen in 2024 en met € 1,1 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 1,1 miljoen (2021) door het ingroeibudget. In de begroting 2019 is de besparingsopgave Slagvaardig Werken in de Openbare Ruimte van € 30,0 miljoen verwerkt. Voor de jaren 2019-2021 is ingroeibudget beschikbaar om begroting en realisatie in overeen­ stemming te brengen. In 2021 resteert € 1,1 miljoen. • Hogere lasten van € 1,3 miljoen (2022 en verder) door areaal uitbreiding. Bij de begroting 2021 is de groei van de stad incidenteel verwerkt voor de jaarschijf 2021. Deze wordt structureel gemaakt voor € 1,3 miljoen vanaf het jaar 2021.

• Hogere lasten van € 0,6 miljoen (2021) door een incidenteel onttrekking aan de reserve Stadsbehoud t.b.v. Spelen en Kunstwerken. • Lagere lasten van € 2,5 miljoen (2021), € 2,2 miljoen (2022) en € 2,4 miljoen (2023 en verder) door het herschikken van budget Programma 11.2 ’Onderhoud openbare ruimte en reiniging’ naar diverse programma’s zoals programma 9 ’Duurzaamheid en ruimtelijk ordening’, programma B ‘Overhead’ of naar programma onderdeel 11.3 ‘Groen dieren en welzijn’. Het gaat om diverse budgetten zoals: – Meldpunt Openbare Ruimte en Ratten In en Om Huis. – Formatie budget van Boomadviseurs en stadsecoloog naar progammaonderdeel 11.3. – Herijking van het organogram. De kosten worden gealloceerd naar programma B. – Actualisatie van projectbudgetten voor de periode 2021-2025 ten laste v Stedelijk Mobiliteit Fonds.

Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

89

H 3.11.3

3.11.3 Groen en dierenwelzijn (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

2,7

4,7

4,7

4,7

4,7

Lasten

90,6

72,5

71,3

56,4

53,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

-88,0

-67,8

-66,6

-51,8

-48,3

0,0

-2,0

0,0

0,0

0,0

Baten Lasten

14,1

8,0

3,9

6,5

7,8

Saldo effecten voorjaarsnota

-14,1

-10,0

-3,9

-6,5

-7,8

Baten

2,7

2,7

4,7

4,7

4,7

Lasten

104,7

80,4

75,2

62,9

60,8

Saldo na voorjaarsnota

-102,1

-77,8

-70,5

-58,2

-56,1

Baten De totale baten dalen met € 2,0 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijking: • Lagere baten van € 2,0 miljoen in 2022 doordat de evenementen in de openbare ruimte zijn uitgesteld naar 2023. De verwachting is dat in de zomer van 2021 weer evenementen mogelijk zijn. De voorbereidingen zijn nog niet gestart, door de Corona-Crisis zijn er op dit moment geen evenementen. De voorbereidingen voor evenementen starten in 2022, zodat het kan worden geëffectueerd in 2023.

Lasten De totale lasten stijgen met € 14,1 miljoen in 2021 en met € 8,0 miljoen in 2022. In 2023 stijgen de lasten met € 3,9 miljoen, in 2024 met € 6,5 miljoen en in 2025 met € 7,8 miljoen Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 7,6 miljoen in 2021 en € 6,2 miljoen in 2022 voor actualisatie van de budgetten in het programma Stadsbehoud. Deze budgetten zijn gericht op het onderhoud van groenvoorzieningen en instandhoudingsmanagement.

• Hogere lasten van € 2,0 miljoen in 2021 voor kleinere investeringen in het Amsterdamse bos. Deze investeringen worden gedekt uit de stelpost voor investeringen onder de activeringsgrens uit de Begroting 2021. • Hogere lasten van € 1,5 miljoen in 2021, € 1,1 miljoen in 2022, € 3,5 miljoen in 2023, € 3,2 miljoen in 2024 en € 4,5 miljoen in 2025 door actualisatie van de kasritmes voor de projecten die gedekt worden uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) zoals de groengelden. • Hogere lasten van € 1,0 miljoen structureel door overheveling van budget voor apparaatskosten voor de Gebiedspool (Opdrachtgeverschap en gebiedsgericht werken) vanuit programma 8 naar programma 11. De overheveling komt voort uit de uniformering van de opbouw van de stadsdeelbegrotingen. • Hogere lasten van € 0,3 miljoen in 2021, € 1,0 miljoen in 2022 en lagere lasten van € 0,9 miljoen in 2023 door bijstelling van het kasritme voor projecten in het Sloterpark, Rembrandtpark en Martin Luther Kingpark. Deze projecten worden gedekt uit de Kwaliteitsimpuls Groen. • Lagere lasten van € 0,9 miljoen in 2021, € 1,9 miljoen in 2022, € 0,3 miljoen in 2023 en hogere lasten van € 1,5 miljoen in 2024 en 2025 door actualisatie van de budgetten voor de onderhoudsprojecten in het programma Stadsbehoud. Deze budgetten zijn gericht op het onderhoud van groenvoorzieningen.

• De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

90

H 3.11.3

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking

2021

2022

2023

2024

2025

1,1

0,3

2,8

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

1,1

0,3

2,8

0,0

0,0

Onttrekking

1,3

1,0

-0,9

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten voorjaarsnota

1,3

1,0

-0,9

0,0

0,0

Onttrekking

2,4

1,3

1,9

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na voorjaarsnota

2,4

1,3

1,9

0,0

0,0

Onttrekkingen De totale onttrekking neemt toe met € 1,3 miljoen in 2021 en met € 1,0 miljoen in 2022. In 2023 neemt de onttrekking af met € 0,9 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 0,3 miljoen in 2021, € 1,0 miljoen in 2022 en lagere lasten van € 0,9 miljoen in 2023 door bijstelling van het kasritme voor projecten in het Sloterpark, Rembrandtpark en Martin Luther Kingpark. Deze projecten worden gedekt uit de Kwaliteitsimpuls Groen. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves.

91

H 3.12

3.12 Moderne open overheid (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

42,6

42,2

42,2

42,2

42,2

Lasten

118,2

109,1

101,6

96,1

96,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

-75,6

-66,9

-59,5

-53,9

-53,9

0,8

0,7

0,3

8,1

8,1

Baten Lasten

6,0

3,2

2,3

9,5

8,4

Saldo effecten voorjaarsnota

-5,2

-2,5

-2,0

-1,4

-0,3

Baten

43,4

43,0

42,5

50,3

50,3

Lasten

124,2

112,3

103,9

105,6

104,4

Saldo na voorjaarsnota

-80,8

-69,4

-61,4

-55,3

-54,1

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programmaonderdeel.

92

H 3.12.1

3.12.1 Digitale stad, interactie en informatie Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

42,6

42,2

42,2

42,2

42,2

Lasten

106,4

96,8

92,3

91,8

91,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

-63,8

-54,5

-50,1

-49,6

-49,5

0,8

0,7

0,3

8,1

8,1

Baten Lasten

4,7

2,9

2,3

9,5

8,4

Saldo effecten voorjaarsnota

-3,9

-2,1

-2,0

-1,3

-0,2

Baten

43,4

43,0

42,5

50,3

50,3

Lasten

111,1

99,6

94,6

101,2

100,0

Saldo na voorjaarsnota

-67,7

-56,7

-52,1

-50,9

-49,8

Baten De totale baten stijgen met € 0,8 miljoen in 2021 en lopen op tot € 8,1 miljoen in 2024 en 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten door een actualisatie van de legesopbrengsten. • Hogere baten doordat we een piek verwachten in inkomsten uit af te geven reisdocumenten in 2024 en 2025 door een aangepaste geldigheid van deze documenten.

De totale lasten van dit programma­ onderdeel stijgen met € 4,7 miljoen in 2021, met € 2,9 miljoen in 2022 en met € 2,3 miljoen 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 9,5 miljoen en in 2025 met € 8,4 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 2,5 miljoen in 2021 voor de extra kosten voor het op een veilige en wettelijk voorgeschreven manier organiseren van de Tweede Kamerverkiezingen. • Hogere lasten van € 0,8 miljoen in 2021, oplopend tot € 8,3 miljoen in 2024 en 2025 bij dienstverlening. Deze stijging is deels het gevolg van de actualisatie van de Rijksafdrachten. Een ander deel van deze stijging wordt verklaard door de verwachte piek in het aantal af te geven reisdocumenten. Dit als gevolg van een aangepaste geldigheid van deze documenten. • De overige afwijkingen lichten we hier niet toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

93

H 3.12.2

3.12.2 Democratisering Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

11,8

12,3

9,3

4,3

4,3

Saldo laatst vastgestelde begroting

-11,8

-12,3

-9,3

-4,3

-4,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Baten Lasten

1,3

0,4

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten voorjaarsnota

-1,3

-0,4

0,0

0,0

0,0

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

13,1

12,7

9,3

4,3

4,3

Saldo na voorjaarsnota

-13,1

-12,7

-9,3

-4,3

-4,3

Baten

De totale lasten stijgen met € 1,3 miljoen in 2021 en met € 0,4 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten in 2021 door de inzet van € 1,0 miljoen vanuit de incidentele coalitiemiddelen voor afspraken uit het herstelplan Samen sterker uit de crisis en het afronden en borgen van een aantal programmadoelen zoals buurtbudgetten en nieuw participatiebeleid tot hogere lasten. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

Er is geen afwijking op de baten.

94

H 3.A

3.A Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

2750,8

2797,9

2917,8

2957,5

2994,1

Lasten

106,8

231,1

296,8

366,7

445,3

Onttrekking reserves

1108,2

905,9

631,9

327,2

170,7

Dotatie reserve

941,8

807,2

692,1

419,8

409,1

2810,4

2665,5

2560,8

2498,1

2310,4

103,5

8,1

-12,1

-10,6

11,0

Saldo laatst vastgestelde begroting Baten Lasten

-18,4

-71,0

-80,7

-74,9

-73,6

Onttrekking reserves

110,3

204,2

16,2

27,1

184,9

Dotatie reserve

24,8

58,7

51,3

13,1

-34,4

Saldo effecten voorjaarsnota

207,4

224,5

33,5

78,3

303,8

Baten

2854,2

2806,0

2905,7

2946,9

3005,0

88,4

160,1

216,0

291,8

371,7

1218,5

1110,1

648,1

354,3

355,6

Lasten Onttrekking reserves Dotatie reserve Saldo na voorjaarsnota

966,6

865,9

743,4

433,0

374,7

3017,8

2890,0

2594,4

2576,4

2614,2

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.

95

H 3.A.1

3.A.1 Rente en resultaat Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

61,6

50,2

76,1

75,0

75,0

Lasten

28,8

23,2

15,0

11,7

11,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

32,7

27,0

61,0

63,3

63,3

Baten

12,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

-2,2

-10,2

-14,4

-18,4

-21,4

Saldo effecten voorjaarsnota

14,2

10,2

14,4

18,4

21,4

Baten

73,6

50,2

76,1

75,0

75,0

Lasten

26,6

13,1

0,6

-6,7

-9,7

Saldo na voorjaarsnota

47,0

37,1

75,5

81,7

84,6

Baten De totale baten stijgen met € 12,0 miljoen in 2021. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze stijging van € 12,0 miljoen komt door een bijstelling van de inschatting van de impact van de coronacrisis op de dividendinkomsten. In de begroting 2021 is er rekening gehouden met lagere dividendinkomsten van € 50,0 miljoen voor 2021, wat is bijgesteld naar € 38 miljoen.

De totale lasten dalen met € 2,2 miljoen in 2021 en dalen met € 10,2 miljoen in 2022. In 2023 dalen de lasten met € 14,4 miljoen, in 2024 met € 18,4 miljoen en in 2025 met € 21,4 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze daling van € 6,6 miljoen (2021), daling van € 7,9 miljoen (2022), daling van € 9,3 miljoen (2023), daling van € 10,4 miljoen (2024) en daling van € 10,4 miljoen (2025) komt door de actualisatie van de rentelasten op de externe schuld. • Deze stijging van € 2,7 miljoen (2021), daling van € 2,3 miljoen (2022), daling van € 5,1 miljoen (2023), daling van € 8,0 miljoen (2024) en daling van € 10,9 miljoen (2025) komt door de actualisatie van nieuwe, lopende en gerealiseerde investeringen in de begroting die ook zorgt voor een aanpassing van de bijbehorende rentelasten. • Deze stijging van € 1,6 miljoen (2021) komt door projectkosten Afval Energie Bedrijf. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

96

H 3.A.2

3.A.2 Belastingen Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

369,2

388,7

433,2

448,1

448,1

Lasten

25,8

25,9

25,0

25,1

25,1

Saldo laatst vastgestelde begroting

343,4

362,8

408,2

423,0

423,0

Baten

-50,8

4,3

0,0

0,0

0,0

Lasten

1,0

0,6

-0,5

-0,6

0,1

Saldo effecten voorjaarsnota

-51,7

3,7

0,5

0,6

-0,1

Baten

318,4

393,0

433,2

448,1

448,1

Lasten

26,8

26,5

24,6

24,5

25,2

291,7

366,5

408,7

423,6

422,9

Saldo na voorjaarsnota

De totale lasten stijgen met € 1,0 miljoen in 2021 en met € 0,6 miljoen in 2022. In 2023 dalen de lasten met € 0,5 miljoen, in 2024 met € 0,6 miljoen en in 2025 stijgen de lasten met € 0,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Een stijging van € 0,9 miljoen (2021) en € 0,9 miljoen (2022) als gevolg van investeringen in het data gedreven werken ten behoeve van de belastingprocessen. Deze uitgaven worden gedekt met een kasschuif uit de jaarbudgetten 2022 (€ 0,5 miljoen), 2023 (€ 0,6 miljoen) en 2024 (€ 0,7 miljoen). • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Baten

Reserves

De totale baten dalen met € 50,8 miljoen in 2021 en stijgen met € 4,3 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Een daling van € 46,9 miljoen (2021) door de neerwaartse bijstelling van de geschatte belastingopbrengsten als gevolg van de verlenging van de Covid-19 maatregelen. Dit betreft een verdere verlaging van de toeristenbelasting met € 40 miljoen en een verlaging van de vermakelijkhedenretributie (VMR) met € 6,9 miljoen. • Een daling van € 3,9 miljoen (2021) en een stijging van € 4,3 miljoen (2022) die verband houden met lastenverlichtingen om ondernemers in de crisis tegemoet te komen. Het betreft het niet heffen van reclame­ belasting (€ 9,9 miljoen) en precario op terrassen (€ 4 miljoen) in 2021. Met de geboden lastenverlichting wordt het hiervoor in 2021 gereserveerde budget van € 10 miljoen ingezet. De resterende € 3,9 miljoen wordt onttrokken van het gereserveerde budget voor lastenverlichting in 2022. Aanvullend wordt € 0,4 miljoen van het budget uit 2022 vervroegd ingezet om marktlieden in 2021 te ontlasten.

Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

97

H 3.A.3

3.A.3 Gemeentefondsuitkering (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

2305,9

2345,0

2394,6

2420,4

2457,0

Lasten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2305,9

2345,0

2394,6

2420,4

2457,0

141,8

3,3

-12,5

-11,0

10,5

Saldo laatst vastgestelde begroting Baten Lasten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten voorjaarsnota

141,8

3,3

-12,5

-11,0

10,5

Baten

2447,7

2348,3

2382,0

2409,4

2467,6

Lasten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2447,7

2348,3

2382,0

2409,4

2467,6

Saldo na voorjaarsnota

• Hogere baten van € 7,3 miljoen door relatieve groeicompensatie. Dit is voornamelijk gebaseerd op hoeveelheidsverschillen en ontstaat doordat er gebruik wordt gemaakt van actuelere maatstaven. • Lagere baten van € 29,7 miljoen doordat er in de verdeling van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met de eigen verdien­ capaciteit op OZB-inkomsten. • Lagere baten van € 0,7 miljoen door wijzigingen op de taakmutaties.

Lasten Er zijn geen afwijkingen op de lasten.

Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.

Baten De totale baten stijgen met € 141,8 miljoen in 2021 naar € 2.447,7 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen uit de September- en Decembercirculaire 2020: • Hogere baten van € 130,7 miljoen door aanvullende compensatie­ pakketten vanwege de coronacrisis. Dit bedrag bestaat voor € 91,5 miljoen uit nog te verwachten rijkscompensatie voor inkomstenderving toeristenbelasting. Hierbij gaan we uit van de door het Rijk gedane belofte om gederfde inkomsten voor gemeenten te compenseren. Voorzichtigheidshalve wordt er enkel rekening gehouden met de compensatie voor de gederfde toeristenbelasting en alleen voor het jaar 2020. • Hogere baten van € 34,1 miljoen door wijzigingen op integratie- en decentralisatie uitkeringen. Dit bedrag bestaat voor € 23,4 miljoen uit een bijdrage voor de brede aanpak dak- en thuisloosheid. Het kabinet stelt voor de aanpak van dak- en thuisloosheid een financiële impuls beschikbaar om ervoor te zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen.

98

H 3.A.4

3.A.4 Overige eigen middelen en onvoorzien (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

14,1

14,0

13,9

13,9

13,9

Lasten

52,2

182,0

256,7

329,8

408,5

Saldo laatst vastgestelde begroting

-38,0

-168,0

-242,8

-315,9

-394,6

Baten

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Lasten

-17,1

-61,4

-65,8

-55,9

-52,4

Saldo effecten voorjaarsnota

15,1

59,4

63,6

53,3

51,0

Baten

14,6

14,4

14,4

14,4

14,4

Lasten

35,0

120,6

190,9

274,0

356,2

Saldo na voorjaarsnota

-20,5

-106,2

-176,5

-259,6

-341,8

Baten De totale baten stijgen met € 0,4 miljoen structureel vanaf 2021. Deze afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten dalen met € 17,1 miljoen in 2021, met € 61,4 miljoen in 2022, met € 65,8 miljoen in 2023, met € 55,9 miljoen in 2024 en met € 52,4 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze daling van € 5,0 miljoen (2021) komt door overheveling uit de stelpost investeringen onder de activeringsgrens naar de lasten van de toegewezen investeringsprojecten in andere programma’s. • Deze daling van € 4,1 miljoen (2021 en verder) komt door overheveling van middelen uit de algemene stelpost in verband met het beschikbaar stellen van budget voor de zero based begroting van het ingenieursbureau.

• Deze daling van € 4,0 miljoen (2021), daling van € 27,8 miljoen (2022), daling van € 27,6 miljoen (2023) daling van € 26,1 miljoen (2024) en daling van € 22,9 miljoen (2025) komt door de vrijval van de stelpost voor nieuwe investeringen. Op deze stelpost worden de rente- en afschrijvingslasten begroot van lopende en nieuwe investeringen. Omdat de kapitaallasten zich niet zullen voordoen, vallen deze vrij. • Deze daling van € 1,0 miljoen (2021 en 2022) komt door overheveling van middelen uit de algemene stelpost in verband met het beschikbaar stellen van budget voor Bouw aan jouw Zuidoost en Community Wealth Building. • Deze daling van € 18,5 miljoen (2022 en verder) komt door over­ heveling van middelen uit de stelpost Areaaluitbreiding naar de andere programma’s voor de realisatie van de groei van de stad. • Deze daling van € 10,7 miljoen (2022 en verder) komt door inzet van middelen vanuit de stelpost nominale ontwikkelingen. • Deze daling van € 5,4 miljoen (2023) en stijging van € 2,9 miljoen (2024) en stijging van € 2,5 miljoen (2025) komt door een kasschuif vanuit de algemene stelpost in verband met het verschuiven van middelen in programma’s.

• Deze daling van € 2,4 miljoen (2021), daling van € 2,5 miljoen (2022), daling van € 2,7 miljoen (2023) daling van € 3,0 miljoen (2024) en daling van € 1,9 miljoen (2025) komt door overheveling van middelen uit de algemene stelpost in verband met het beschikbaar stellen voor de rente effecten van riolering en drinkwater. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

99

H 3.A.4

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Onttrekking

247,1

194,7

13,6

-10,2

2,1

Toevoeging

174,7

200,6

251,7

39,8

49,4

Saldo laatst vastgestelde begroting

72,4

-5,9

-238,0

-50,0

-47,3

Onttrekking

38,1

0,4

2,1

0,0

0,0

Toevoeging

45,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten voorjaarsnota

-7,2

0,4

2,1

0,0

0,0

Onttrekking

285,2

195,1

15,8

-10,2

2,1

Toevoeging

219,9

200,6

251,7

39,8

49,4

Saldo na voorjaarsnota

65,2

-5,5

-235,9

-50,0

-47,3

Onttrekkingen De totale onttrekking neemt toe met € 38,1 miljoen in 2021 en met € 0,4 miljoen in 2022. In 2023 neemt de onttrekking toe met € 2,1 miljoen, in 2024 en 2025 blijven de reservemutaties ongewijzigd. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • De toename in 2021 van € 38,1 miljoen betreft de volgende posten: – Een onttrekking van € 16,2 miljoen aan de post rekeningresultaat. Deze post is ook bij de toevoegingen zichtbaar, omdat dit bedrag toegevoegd wordt aan de algemene reserve. – Een onttrekking van € 10,6 miljoen aan de reserve overheveling gemeentefondsmiddelen decembercirculaire. Dit betreffen middelen die in 2020 ter beschikking zijn gesteld uit het gemeentefonds, maar in dat jaar niet tot (volledige) besteding zijn gekomen. De bestedingen vinden in 2021 in de verschillende programma’s waar de middelen betrekking op hebben tot besteding. – Een onttrekking van € 5,7 miljoen aan de algemene reserve ten gevolge van nog niet bestede middelen uit de noodkas. In 2020 heeft het college € 17 miljoen uit de noodkas voor de culturele sector ter beschikking gesteld. Hiervan is voor in totaal € 11,3 miljoen aan aanvullende subsidies verleend. Hierdoor resteert per einde 2020 € 5,7 miljoen.

– Een onttrekking van € 4,9 miljoen aan de reserve coalitiemiddelen. Dit betreffen coalitiemiddelen die in 2020 besteed zouden worden, maar in dat jaar niet tot (volledige) besteding zijn gekomen. De bestedingen vinden in 2021 in de verschillende programma’s waar de middelen betrekking op hebben tot besteding. – De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. • De toename in 2022 wordt hier niet nader toegelicht vanwege de omvang va het bedrag. • De toename in 2023 wordt voor € 2,5 miljoen veroorzaakt door rijksmiddelen voor armoedebeleid die in 2021 niet tot besteding komen, maar in 2023. Daarom worden de middelen in 2021 toegevoegd aan de reserve coalitiemiddelen en in 2023 hieraan onttrokken. Daarnaast is een kleine afname van de onttrekkingen begroot in 2023 die hier niet nader wordt toegelicht vanwege de omvang.

Toevoegingen De totale toevoeging neemt toe met € 45,3 miljoen in 2021. De reserve­ mutatie in de jaren 2022 tot en met 2025 blijven ongewijzigd. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Een toename van € 20,0 miljoen in 2021 vanwege de instelling van de reserve Xaas. Xaas staat voor Anything as a Service en betreft een bepaald type investeringen in software. De reserve wordt ingesteld vanwege Xaas investeringen in software die volgens boekhoudkundige regels niet als investering op de balans mogen staan. Voor de komende jaren worden op deze manier middelen gereserveerd die tot uitgaven gaan leiden in deze software. • Een toename van € 16,2 miljoen in 2021 vanwege een toevoeging van het positieve rekeningresultaat 2020 aan de algemene reserve. • Een toename van € 6,6 miljoen vanwege een update van de externe rentelasten. Deze worden aan de algemene reserve toegevoegd conform de gebruikelijke systematiek. • Een toename van € 2,5 miljoen in 2021 komt door rijksmiddelen voor armoedebeleid die in 2023 tot besteding komen. De middelen worden daarom in 2021 toegevoegd aan de reserve coalitiemiddelen en in 2023 hier weer aan onttrokken voor bestedingen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10273270/1