CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Voorjaarsnota 2021

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Voorjaarsnota 2021 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2021. Nr. VN2021-01567237.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota 2021

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Sophie Verbroekken, Fotobank Amsterdam Datum: 12 mei 2021 2

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord4 Leeswijzer5 1.

Bestuurlijke hoofdlijnen

8

2.

Financiële hoofdlijnen

13

2.1 2.2 2.3 2.4

15 26 29 30

3.

Programma’s34 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.A 3.B

4.

Exploitatie: het financiële beeld Balans: investeringen en schuldontwikkeling  Weerstandvermogen en risico’s Overige relevante ontwikkelingen: doelenboom en frictiekosten

Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Kunst, cultuur en erfgoed Onderwijs Sport Werk, inkomen en participatie Volksgezondheid, jeugd en zorg Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Grond Wonen en groen Moderne open overheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

35 38 46 50 53 56 58 64 71 79 86 92 95 103

Bijlagen109 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Baten en lasten programma’s Baten en lasten per programmaonderdeel Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Doelenraming

110 114 124 132 136

3

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Onze financiën staan door de coronacrisis onder druk. Daar bovenop zien we onder andere structurele tekorten bij jeugd. We vangen de tekorten die er zijn op in deze voorjaarsnota en zorgen voor een sluitende begroting. Dat vraagt ons om scherp te zijn op uitgaven en zorgvuldig om te gaan met onze reserves. Onze strategie gericht op houdbare financiën in de toekomst is essentieel. Juist om de groei en ontwikkeling van onze prachtige stad op een goede manier mogelijk te kunnen maken en om ervoor te zorgen dat Amsterdam een sociale, inclusieve, duurzame en economische sterke stad blijft, ook op de lange termijn. Daarbij blijven we de komende jaren investeren, om zo het herstel en de renovatie van onze stad te bevorderen. Juist nu willen en moeten we investeren, om onder andere de toenemende ongelijkheid en werkloosheid aan te pakken en als vliegwiel om de economische groei aan te jagen. Het is vaker gezegd maar niet minder waar: we investeren ons uit de crisis.

Op dit moment kunnen Amsterdammers het terras weer op en is de verwachting dat Amsterdam over een paar maanden helemaal uit de lockdown is, als de cijfers het toelaten. Dat is goed nieuws en een mooi perspectief waar iedereen in onze stad op wacht. Tegelijkertijd verwachten we dat de negatieve gevolgen van de crisis voor veel Amsterdammers de komende jaren door zullen werken. Daar zullen wij als stadsbestuur alle aandacht voor houden en op acteren. Met vriendelijke groet, Victor Everhardt Wethouder Financiën

4

Leeswijzer

Leeswijzer In de voorjaarsnota worden de bestuurlijke keuzes voor de nabije toekomst bepaald. De voorjaarsnota geeft conform de beleidsnota Planning & Control inzicht in: 1. de uitvoering van de Begroting 2021 (dit wordt de viermaands­ rapportage genoemd); 2. de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders voor de Begroting 2022. De viermaandsrapportage laat zien welke afwijkingen zich voordoen in de Begroting 2021 bij het uitvoeren van het beleid dat eerder is vastgesteld. In andere woorden: welke wijzigingen in de begroting er nodig zijn zonder dat sprake is van een aanpassing in het door de raad vastgestelde beleid. Daarbij is het uitgangspunt dat alleen onvermijdelijke mee- en tegenvallers leiden tot een begrotingswijziging want daar waar nog bijgestuurd kan worden, blijven de vastgestelde budgetten gelden als het kader. Dit betekent ook dat we ervan uitgaan dat de uitvoering van het vastgestelde beleid niet wijzigt en op koers blijft. De voorgestelde begrotingswijzigingen zorgen ervoor dat de beleidsdoelen kunnen worden behaald. Het kaderstellende deel van de voorjaarsnota gaat over de beleidsmatige keuzes. Als gevolg van het aanpassen van beleid wordt de begroting gewijzigd. Hierbij kan het gaan om beleidsintensiveringen of beleidsextensiveringen.

De mee- en tegenvallers (de viermaandsmutaties) en de beleidsintensive­ ringen en beleidsextensiveringen bepalen samen het budgettaire beeld en daarmee het budgettaire kader voor het opstellen van de Begroting 2022.

Hoofdstukken 1 en 2 – De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In de bestuurlijke hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting voor 2021 en de daarop volgende jaren. In de financiële hoofdlijnen komt de budgettaire situatie aan de orde. Hier zetten wij uiteen met welke autonome ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting we worden geconfronteerd en welke keuzes zijn gemaakt om te komen tot een meerjarig sluitende begroting. Vervolgens gaan we in op de ontwikkeling op het gebied van de balans, met daarbij in het bijzonder aandacht voor investeringen en de daarmee samenhangende ontwikkeling van de schuld. De financiële hoofdlijnen worden afgesloten met de onderwerpen weerstandsvermogen, doelenboom en frictiekosten.

Hoofdstuk 3 – Programma’s De begroting is opgebouwd uit twaalf genummerde beleidsprogramma’s en de programma’s A (Algemene dekkingsmiddelen) en B (Bestuur en organisatie). In hoofdstuk 3 wordt per programma op het niveau van het programma­ onderdeel aangegeven wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de uitvoering van de Begroting 2021. Conform de beleidsnota Planning en Control worden alleen afwijkingen en wijzigingen in de programmaonderdelen toegelicht die groter dan € 1 miljoen zijn in enig jaar. Afwijkingen en wijzigingen kleiner dan € 1 miljoen worden dus niet specifiek toegelicht, maar tellen wel mee in de totalen.

5

Leeswijzer

Bijlagen 1 en 2 – Baten en lasten programma(onderdeel) In bijlagen 1 en 2 is het totaaloverzicht opgenomen van alle meerjarige financiële overzichten per programma en per programmaonderdeel. Per programma en programmaonderdeel worden de baten en lasten weergegeven, op basis van de nieuwe stand die resulteert uit de eerder beschreven wijzigingen.

Bijlage 3 – Verloopstaat reserves In bijlage 3 zijn de reserves opgenomen. Daarbij is per reserve inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 4 – Verloopstaat voorzieningen In bijlage 4 zijn de voorzieningen opgenomen. Daarbij is per voorziening inzichtelijk gemaakt wat het meerjarige verloop is, inclusief de wijzigingen als gevolg van deze voorjaarsnota.

Bijlage 5 – Doelenraming De doelenraming geeft inzicht in de baten en lasten per doel, rekening houdend met de begrotingswijzigingen in de voorjaarsnota. De doelen behoren niet tot het autorisatieniveau van de raad, maar worden ter kennisname beschikbaar gesteld.

6

1

H1

Bestuurlijke hoofdlijnen De grote vraag is: Waar staan we in het stappenplan van het Rijk als u dit leest op 12 mei, de dag dat dit boekwerk wordt gepubliceerd? Is op 11 mei de tweede stap van de versoepelingen al gezet? Dat is de vraag én tegelijkertijd de onzekerheid die zo lastig is voor iedereen. Welke stap richting het veilig open gaan van Amsterdam kunnen we wanneer zetten? Wat is het perspectief? De coronacrisis laat diepe wonden achter in de stad. In ons jaarverslag over 2020 schreven we hier al over. Ook dit hele jaar tot nu toe, zucht Nederland onder de maatregelen. Amsterdammers, ondernemers en organisaties proberen zich zo goed en zo kwaad als het kan te redden. De verwachting voor de komende maanden is dat de samenleving stap voor stap weer open zal gaan. Amsterdam kan weer opveren. Deze Voorjaarsnota 2021 valt daarmee samen met een belangrijk moment voor Amsterdam. We staan voor het moment waarop verruiming van mogelijkheden ingezet is. Met ook weer het perspectief op de langere termijn, omdat de vaccinatiegraad van de bevolking toeneemt. En dat betekent ook dat we langzaam overgaan van een crisisperiode naar die van herstel en renovatie. Waarbij we onze blik ook kunnen richten naar de toekomst van de stad en de ambities die wij als college daarvoor hebben. Hiermee onderscheiden we, na de crisisaanpak en ondersteuning, grofweg drie fasen.

De eerste fase is Amsterdam Veert op, de tweede fase is herstel en renovatie en fase 3 de ontwikkeling van de stad op (middel)lange termijn. De fases zijn niet precies in de tijd af te bakenen. Bij elke fase houden we onze inzet en ambities voor de volgende fasen voor ogen en anticiperen we op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Onze inzet delen we daarbij in hoofdlijnen in twee benaderingen in. Waarmee we ook voortbouwen op de koers die in de Begroting 2021 is uitgezet. We gaan niet terug naar de situatie zoals die was voor de crisis. We gaan de stad verder ontwikkelen. We houden onze koers voor de langere termijn vast, gericht op een sociaal en economisch sterke en duurzame, verbonden stad.

De eerste benadering is het loodsen van Amsterdam door de crisis en het herstel en de renovatie van onze samenleving. En ten tweede gaat het erom juist nu te investeren daar waar dat het hardste nodig is. Met compassie, betrokkenheid, enthousiasme en ambitie voor de stad en voortbouwend op de resultaten die we in de afgelopen jaren hebben bereikt. Wij verwachten dat Amsterdam zál opveren met veel inzet en enthousiasme. De inzet van het college is om dat te ondersteunen, mogelijk te maken en daar waar nodig extra impulsen te geven. Met oog voor ieders belangen en mogelijke overlast. Dat is de eerste stap en belangrijk richtpunt in de komende maanden. Daar bereiden we ons nu op voor en we gebruiken daarbij de ervaringen die we vorig jaar hebben opgedaan. Belangrijke ingrediënten daarbij zijn het ontmoeten en verbinden door creatief en flexibel gebruik van de openbare ruimte, met mogelijkheden voor een brede variatie aan behoeftes. Zo geven we ruimte aan Amsterdammers en ondernemers. Bij de Begroting 2021 hebben we verschillende maatregelen aangekondigd om Amsterdam door de crisis te loodsen, ook gericht op herstel en renovatie. Met een breed gedeelde inzet van zowel raad als college op behoud en versterking van werkgelegenheid en investeringen. En onze ambities voor de langere termijn ingezet voor herstel en renovatie, zoals met het programma duurzaam economisch herstel.

Dit programma richt zich op een duurzame stad en duurzame banen. De kern van de aanpak is dat we de ruimtelijke investeringen die wij als gemeente in de stad doen, als vliegwiel gebruiken voor het behoud van werk, het creëren van nieuwe banen en het opleiden voor en het toeleiden naar werk. Dat doen we niet alleen voor de investeringen in de verduurzaming van de stad, maar bijvoorbeeld ook voor de investeringen in het herstel van de kades en bruggen en het naar voren halen van projecten voor het onderhoud van de stad. Begin juni wordt u over de stand van zaken geïnformeerd.

8

H1

Eind 2020 is het Economisch Herstel en Investeringsplan (HIP) vastgesteld. Met een investering van € 21 miljoen in 2021 en 2022, waarvan € 11 miljoen lastenverlichting. Afgelopen periode zijn de eerste investeringen vanuit het HIP gedaan en zijn subsidieregelingen uitgewerkt die in mei opengesteld worden. Een voorbeeld is het MKB Digitaliseringsoffensief waarmee Amsterdam de komende jaren fors inzet op het verder digitaliseren van het MKB. Samen met de (culturele) partners bouwen we aan een nieuwe vorm van toerisme en willen we een meer op kwaliteit gerichte bezoeker aantrekken. We voeren het Actieplan congressen uit. Dat doen we in nauwe samenhang met het programma Aanpak Binnenstad waarin een groot aantal maatregelen is aangekondigd voor verbetering van de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de binnenstad. En we versterken met een investering in the female hub de positie en kansen van vrouwen in technologiesector binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Door het oprichten van de Regionale Ontwikkelmaatschappij voor de MRA en de regio Noord-Holland Noord wordt investeringskracht op regionaal niveau gebundeld om het brede MKB te ondersteunen en de transities te versnellen. Ook wordt in MRA-verband een gezamenlijke investeringsagenda opgesteld. Eind maart 2021 presenteerden wij het steunplan van € 21,4 miljoen voor de kunst- en cultuursector.

We zien dat er op verschillende manieren gewerkt moet worden aan steun en herstel van de cultuursector. Daarom hebben we gekozen voor een breed plan en samenwerking met externe partners. Het steunplan is in uitvoering. Een voorbeeld is de brede noodsteunregeling (van totaal € 16 miljoen) voor instellingen in het Kunstenplan en culturele instellingen die geen onderdeel uitmaken van het Kunstenplan maar wel bijdragen aan het algemeen nut, zoals kleinschalige theaters en musea gericht op de buurt. Bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) is het budget voor subsidiëring van projecten van onafhankelijk werkende makers en (buurtgerichte) initiatieven eenmalig met € 2 miljoen verhoogd. En rond 1 juni stellen we een stimuleringsregeling open voor de programmering van culturele nachtclubs. Na de zomer volgen verdere acties, onder andere op het gebied van behoud van banen in de cultuursector, het bevorderen van cultuurbezoek, het stimuleren van nieuwe samenwerkingen en experimenten om de cultuursector toekomstbestendig te maken.

Voor evenementen stellen we de raad met deze voorjaarsnota voor om het evenementenfonds structureel op een adequaat niveau te brengen. Dat biedt duidelijkheid en stabiliteit. Het beprijzen van evenementen in de openbare ruimte (beoogde opbrengst € 2 miljoen) stellen we opnieuw uit, naar 2023. Vanaf het begin van de crisis is de inzet geweest om onze huurders zoveel mogelijk liquiditeitsruimte te bieden en te voorkomen dat huurders failliet gaan als gevolg van een huurschuld. Daarom is direct vanaf medio maart uitstel van betaling verleend en zijn geen aanmaningen verstuurd. Door de coronamaatregelen kunnen veel huurders het door hen gehuurde niet of nauwelijks betalen. Deze huurders kunnen vanaf eind maart 2021 een aanvraag doen voor huurkorting. Dit geldt ook voor het liggeld voor de passagiersvaart (huurgelden en precario). Al deze maatregelen sluiten aan op en/of passen in de uitvoering van onze ambities voor Amsterdam en de regio. Met de uitvoering van het programma Amsterdam autoluw, klimaatneutraal en aardgasvrij. De uitvoering van het onderhoud en het versterken van het groen in de stad. De aanleg en inrichting van maatschappelijke voorzieningen en de gebiedsontwikkeling. Omdat er zo’n grote behoefte aan betaalbare woningen is in de stad blijven we doorbouwen en ons inzetten voor betaalbare woningen.

Al een paar jaar zitten we in een bouwpiek en er zijn voor de komende jaren genoeg bouwplannen en bouwgrond om samen met (markt)partijen jaarlijks 7.500 woningen in aanbouw te nemen. We zetten ons daarbij vooral ook in voor meer betaalbare woningen in het sociale segment en het middensegment. We noemen in een paar regels heel veel, zonder uitputtend te zijn. Voor het perspectief is het volgens ons wel van belang dit aan te stippen. Het voert in deze bestuurlijke hoofdlijnen echter te ver daar dieper op in te gaan. Zoals hiervoor aangegeven is onze tweede benadering het investeren daar waar dat het hardste nodig is. Aanvullend op onder andere, onze inzet op kansengelijkheid vanuit onderwijs, jeugd, armoede en schuldenbeleid en werk die we reeds vanaf 2018 hebben ontwikkeld en uitvoeren. De crisis heeft verschillen en problematieken scherper gemaakt.

9

H1

We intensiveren dit jaar en volgend jaar de aanpak van armoede en schulden. Zo willen we de groei van het aantal hulpbehoevenden opvangen. Daarnaast investeren we fors in preventie en vroegsignalering om de armoede en schuldenproblematiek zo klein mogelijk te houden. Hiermee proberen we de maatschappelijke kosten ook zo klein mogelijk te houden. We werken samen aan de bestrijding van deze crisis met schuldeisers die zijn aangesloten op onze aanpak vroegsignalering en collectief schuldregelen, de Buurtteams, werkgevers, maatschappelijke partners en vele vrijwilligers. Door deze gezamenlijke inzet en met hulp van de extra middelen ondersteunen we Amsterdammers die plotseling als gevolg van de crisis een beroep moesten doen op schuldhulpverlening of voedselhulp. Samen met onze partners blijven we inzetten op de uitvoering van het corona-offensief. We zetten actief in op een optimaal gebruik voor de regio en Amsterdam van de € 8,5 miljard die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor het onderwijs in de komende jaren. Het merendeel gaat direct naar de scholen. Via het Regionaal Werkcentrum helpen we mensen van ‘werk naar werk’. Met het actieplan Veerkracht geven we zelfstandig ondernemers ondersteuning. Voor jongeren is er extra ondersteuning via de aanpak Meer Kans op Werk Jongeren.

En we voeren de regeling Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandige Ondernemers (Tozo) uit, evenals de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). In 2021 ging een nieuw stelsel in met tien geselecteerde partners voor hoog specialistische jeugdhulp. Hierbij is veel aandacht voor de zorgbehoeften en de bijhorende urgentie enerzijds en de nodige kostenbeheersing anderzijds. Ook het Ouder-Kindteam (OKT) is en blijft een belangrijke partner. Zij biedt opvoedadvies en –ondersteuning en is grotendeels gericht op preventie. Samen met de kernpartners werkt het OKT samen met de buurtteams, dichtbij de leefomgeving van de Amsterdammers die zij ondersteunen en helpen. Er worden laagdrempelige activiteiten uitgevoerd voor jongeren. Hulp­ verleners, en zeker ook het jongerenwerk, zijn te prijzen voor de flexibiliteit en snelheid waarmee zij hebben ingespeeld op corona en de RIVM-maatregelen. De middelen die komen uit het Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van het Rijk, voor Amsterdam naar verwachting € 7 - 8 miljoen, zetten we zo goed mogelijk in.

In programma 8 (Volksgezondheid, jeugd en zorg) is er een aantal tegen­ vallers, zowel incidenteel in 2021 als structureel. We stellen de gemeenteraad voor om, behoudens een aantal aanpassingen waaronder op de Persoons­ gebonden budgetten, geen verdere besparingen op te nemen en de tekorten aan te vullen vanuit de algemene middelen. Zowel het incidentele tekort, als de verdere structurele tekorten. In totaal is dit voor de periode 2021 – 2025 ongeveer € 45 miljoen. Daarmee voorkomen we verdere besparingen, terwijl het Rijk volgens ons structureel met aanvullende middelen zou moeten komen. We investeren in de kwetsbaarste gebieden in de stad, zo is de Ontwikkel­ buurtenaanpak goed op stoom gekomen. Van buurtkamers en talentenhuizen, tot meer studieplekken en groen: samen met bewoners worden veel uiteenlopende projecten tot uitvoering gebracht in 32 aangewezen buurten in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. We verbeteren de buurten op het vlak van woonkwaliteit, veiligheid en leefbaarheid, sociaaleconomische positie, en energetische kwaliteit. Bij de initiatieven wordt gelijk opgetrokken met het ontwikkelen en uitwerken van de masterplannen voor Nieuw-West en Zuidoost. Dit doen we als overheid zeker niet alleen, maar juist in een alliantie met maatschappelijke partijen en bewoners.

We werken voor de begroting een voorstel uit om (nog) meer accenten te leggen op de masterplannen voor Zuidoost en Nieuw West. Daarvoor kijken we naar bestaande beleidsprogramma’s en ambtelijke capaciteit en middelen die komen van het Rijk, zoals voor Leefbaarheid en Veiligheid. De afhandeling van verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur moet beter. Daar investeren we de komende jaren in voor een totaal van € 6,2 miljoen tot en met 2023, tegelijk met het verbeteren van de informatiehuishouding. We zullen tevens bezien hoe binnen de bestaande ambtelijke capaciteit hiervoor extra ruimte gemaakt kan worden. Openheid en een zowel snelle als zorgvuldige afhandeling is belangrijk en onderdeel van alle elementen die samen aan het vertrouwen in de overheid kunnen bijdragen. We werken in dit kader bijvoorbeeld ook aan de versterking van de interactie met de Amsterdammer in het bestuurlijk stelsel en de referendumverordening. Tegelijk moeten we ons blijven inspannen om aan het vertrouwen in en de verbondenheid met de overheid te blijven bijdragen.

10

H1

In deze voorjaarsnota dekken we het tekort af dat als gevolg van de corona­ maatregelen ontstaat door lagere belastinginkomsten bij de toeristenbelasting en de vermakelijkheidsretributie. Dit doen we door de rijkscompensatie die we over 2020 voor de toeristenbelasting nog aanvullend verwachten, op te nemen in het beeld voor 2021. Dit stelt ons onder andere ook in staat de eerder genoemde problemen in programma 8 op te lossen. De Algemene reserve versterken we met een extra € 30 miljoen in de periode tot en met 2024.

Tot slot We zitten tegen het einde van een ontzettend ingrijpende en zware periode en gaan over naar een nieuwe periode, met ook onzekerheden. De komende tijd zal Amsterdam opveren en juist dan willen we ruimte geven, zodat Amsterdammers en ondernemers kunnen leven met vrijheid, zelfstandigheid en lef. Het zal door het contrast waarschijnlijk voelen als een explosie van activiteiten en mensen. Tegelijk zijn we ons bewust dat vele Amsterdammers de effecten van de crisis nog langere tijd zullen meedragen. En dat voor ondernemers de onzekerheid over continuïteit op langere termijn veelal niet weg is als er weer meer mag. Het is essentieel daar oog voor te blijven houden. Dat zien wij als een belangrijke taak voor ons zelf als college, ook in gesprek met Rijk en regio. We verwachten dat ook voor de komende jaren hiervoor aandacht moet blijven. Dat maakt, opgeteld bij de opgaven die we al hebben, dat scherp kiezen ook voor een volgend college belangrijk zal zijn.

11

2

H2

Financiële hoofdlijnen De gemeenteraad en het college besluiten op verschillende momenten in het jaar over de begroting, en over bijstellingen van de begroting. We hebben met elkaar afgesproken dat we daarbij één hoofdbesluit­vormingsmoment in het jaar gebruiken: de voorjaarsnota­besluitvorming. Dit betekent dat we in het voorjaar integraal kijken naar onze bestaande budgetten en onze ambities, en dat we deze bijstellen waar dat nodig is. De uitkomst van de voorjaarsnota­ besluitvorming staat in deze Voorjaarsnota 2021. In de voorjaarsnota staan meerjarige begrotingswijzigingen, dat betekent dat de begroting in het lopende jaar (2021) en meerjarig (van 2022 tot en met 2025) wordt aangepast. Daarbij is het uitgangspunt een sluitende begroting. Het college heeft de taak om tijdens de integrale besluitvorming te komen tot een meerjarig sluitend financieel beeld, met inachtneming van alle actuele ontwikkelingen, verwachtingen en wensen. De begrotingsstanden vanaf 2022 vormen de kaders voor de Begroting 2022.

In de financiële hoofdlijnen wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de budgettaire gevolgen van de besluitvorming. Daarbij ligt de focus op de bestuurlijke relevante ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 is gedetailleerd terug te vinden welke aanpassingen in de begroting zich voordoen. We beginnen dit hoofdstuk met de budgettaire gevolgen van de ontwikke­ lingen die zich voordoen en de bestuurlijke keuzes die in deze voorjaarsnota worden gemaakt om te komen tot een meerjarig sluitende begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de balans en van de schuld (paragraaf 2.2) en in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen (paragraaf 2.3) van de gemeente Amsterdam. Tot slot komen onderwerpen aan de orde die geen effect hebben op het budgettaire beeld of de ontwikkelingen op de balans, maar wel leiden tot een budgettair neutrale of tekstuele wijziging van de begroting (paragraaf 2.4).

13

H2

Coronaeffecten en compensatie van het Rijk Het negatieve effect van de coronacrisis in 2020 bedraagt ruim € 300 miljoen. Ter compensatie ontvingen we in 2020 extra inkomsten uit het Rijk van € 143,6 miljoen via de corona steunpakketten. Het grootste aandeel van het effect van de coronacrisis zien we in de begroting van Amsterdam terug in: • de gederfde inkomsten uit toeristenbelasting (€ 140,0 miljoen in 2020); • de gederfde parkeerinkomsten (€ 53,3 miljoen in 2020); • de gederfde dividendinkomsten (€ 32,6 miljoen in 2020). Kijkend naar bovenstaande genoemde punten, hebben we tot nu toe gedeeltelijk compensatie ontvangen voor de gederfde inkomsten in 2020 op de toeristenbelasting (€ 48,5 miljoen) en parkeren (€ 39,4 miljoen). In de Voorjaarsnota 2021 houden we (deels) rekening met de in te lossen belofte door het Rijk voor compensatie van de gederfde inkomsten. In het financiële beeld voor 2021 wordt de te verwachten compensatie van het Rijk over 2020 voor inkomstenderving op de toeristenbelasting ingezet, namelijk € 91,5 miljoen. We verwachten van het Rijk tenminste de compensatie volgens de tussen VNG en Rijk afgesproken wijze. Voor 2021 is de raming van de toeristenbelasting in de Begroting 2021 al naar beneden bijgesteld met € 75,0 miljoen. In deze voorjaarsnota stellen we deze raming nog eens bij met € 46,9 miljoen.

In totaal houden we in onze begroting voor 2021 dus rekening met inkomstenderving op de toeristenbelasting van circa € 120,0 miljoen. In het financiële beeld in deze voorjaarsnota houden we rekening met deze gederfde inkomsten, maar nog niet met de te verwachten rijkscompensatie die hier tegenover staat.

Wel maken we verderop in deze financiële hoofdlijnen inzichtelijk wat het (positieve) effect van deze rijkscompen­satie op ons weerstandsvermogen zou zijn (zie grafiek 2). Daarnaast wordt binnen het programma Verkeer, vervoer en waterstaat in 2021 rekening gehouden met € 40,0 miljoen aan nog te ontvangen compensatie van het Rijk voor de gederfde parkeerinkomsten. De lagere parkeerinkomsten in 2021 leiden tot een lagere toevoeging aan de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF), afgesproken is dat compensatie vanuit het Rijk voor parkeerinkomsten daarom ten gunste komt aan het SMF. Naast de corona-compensatie lopen er gesprekken met het Rijk over de verdeling van de gemeentefondsmiddelen. Zo speelt de herijking van het gemeentefonds, waarbij de bijdrage vanuit het Rijk aan gemeenten vanaf 2023 anders wordt verdeeld. Dit heeft mogelijk een groot effect op de bijdrage voor Amsterdam. Daarnaast wordt de huidige problematiek in het programma Volksgezondheid, jeugd en zorg bemoeilijkt door het (vooralsnog) uitblijven van extra (structurele) middelen vanuit het Rijk. Op 22 april is een incidentele bijdrage bekend gemaakt, dit gaat om landelijk € 613 miljoen voor 2021. Het aandeel voor Amsterdam is nog niet bekend en daarmee ook nog niet verwerkt in deze voorjaarsnota.

14

H 2.1

2.1 Exploitatie: het financiële beeld In onderstaande tabel 1 staan de meerjarige saldo relevante ontwikkelingen ten opzichte van de Begroting 2021 die volgen uit deze voorjaarsnota. De tabel bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Het beginsaldo 2. De algemene dekkingsmiddelen 3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s 4. De investeringen 5. De voorgestelde kasschuiven

Bij elkaar laten deze onderdelen in elk jaar een sluitende begroting zien. Onder de tabel lichten we de verschillende ontwikkelingen per onderdeel toe. Voor de ontwikkelingen per programma (onderdeel 3 in de tabel) zijn dit bestuurlijk relevante wijzigingen met een effect op het saldo. In hoofdstuk 3 van deze voorjaarsnota staat het financiële totaalbeeld per programma en programmaonderdeel. De totalen per programma in hoofdstuk 3 sluiten niet aan met de cijfers die we hieronder presenteren. Dit komt omdat in hoofdstuk 3 alle mutaties staan, ook de beleidsarme neutrale en technische mutaties.

Tabel 1. Financieel beeld 2021 tot en met 2025 (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo Begroting 2021

S

0,0

0,0

0,0

14,2

14,2

Extrapolatie

S 0,0

0,0

0,0

14,2

7,8

1. BEGINSALDO

-6,4

2. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Gemeentefonds: algemene ontwikkelingen

S

-22,4

-22,9

-23,3

-21,8

-21,8

Nominaal

S

-0,3

10,7

10,7

10,7

10,7

Dividenden deelnemingen

I

10,4

Ontwikkeling belastingen

I

-46,9

Renteresultaat

S

0,0

7,9

9,3

10,4

10,4

Erfpacht

S

0,8

3,7

3,8

3,0

8,2

Jaarafsluiting 2020

I

0,0

Eindejaarsmarge

I

9,8

Rijkscompensatie inkomstenderving 2020

I

-0,6

0,5

2,3

7,5

91,5 42,9

15

H 2.1

(bedragen x € 1 miljoen)

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Overstijgende onderwerpen

-3,7

-7,0

-5,0

-2,5

-2,5

Programma 1 Veiligheid

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

0,0

-4,0

-4,0

-4,0

-4,0

Programma 3 Economie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 4 Kunst, cultuur en erfgoed

-1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 5 Onderwijs

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 6 Sport

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 7 Werk, inkomen en participatie

2,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Programma 8 Volksgezondheid, jeugd en zorg

3. ONTWIKKELINGEN IN DE BELEIDSPROGRAMMA’S

-25,3

-4,7

-5,4

-5,1

-4,9

Programma 9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

0,3

0,4

0,4

0,4

0,5

Programma 10 Grond

-0,7

0,3

2,0

2,3

1,5

Programma 11 Wonen en groen

-2,0

-1,0

-2,0

-1,0

-1,0

Programma 12 Moderne open overheid

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Onderdeel B Bestuur en Organisatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

-31,3

-16,0

-14,0

-9,8

-10,4

9,7

22,2

20,4

7,9

-5,0

22,2

20,4

7,9

-5,0

4. INVESTERINGEN Actualisatie kapitaallasten investeringen

S

Toevoeging voor XaaS-investeringen

I

-20,0 -10,3

16

H 2.1

(bedragen x € 1 miljoen)

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Programma 2 – Stadsbehoud

I

-22,1

6,8

5,2

4,7

5,4

Programma 5 – Inzet incidentele middelen

I

5,7

-1,5

-1,7

-2,7

0,2

Programma 7 – Autonome groei van bijstand, armoede en schuldproblematiek

I

32,3

-12,0

-12,5

-4,8

-3,0

Programma 8 – Aanvullend openbaar vervoer

I

-0,2

0,2

Programma 9 – Havenstad en digitalisering bouwdossiers

I

0,9

-0,4

-0,5

Programma 11 – Ontwikkelbuurten

I

-2,5

2,5

Overzicht A – Data gedreven werken belastingen

I

-0,8

-0,5

Onderdeel B – Verkooptaakstelling vastgoed

I

-3,9

Incidentele kasschuif t.b.v. faciliteren schuiven

I

Toevoeging SMF (n.a.v. jaarrekeningcontrole 2020)

I

Vrijval kapitaallasten t.g.v. XaaS-investeringen (n.a.v. jaarrekeningcontrole 2020)

I

5. VOORGESTELDE KASSCHUIVEN

Saldo voor toevoeging Toevoeging aan de Algemene reserve

EINDSALDO

I

0,6

0,7

3,9 5,4

-2,9

-2,5

-5,0

0,1 0,0

-5,1 2,7

2,0

2,0

7,2

-3,3

2,6

8,5

2,3

9,5

9,6

-8,5

-2,3

-9,5

-9,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1. Beginsaldo

2. Algemene dekkingsmiddelen

Saldo Begroting 2021 Op 21 december 2020 stelde gemeenteraad de Begroting 2021 vast. Het (meerjarige budgettaire) saldo uit de Begroting 2021 is de laatst vastgestelde begrotingsstand en daarmee het uitgangspunt voor het budgettaire beeld van deze Voorjaarsnota 2021. In de Begroting 2021 sloten alle jaren op een saldo van 0, met uitzondering van het jaar 2024 dat sloot op een plus van € 14,2 miljoen.

Gemeentefonds Ieder jaar publiceert het Rijk drie zogenoemde circulaires (de meicirculaire, de septembercirculaire en de decembercirculaire) waarin staat wat de ontwikkeling is van het gemeentefonds. Op basis van deze circulaires wordt duidelijk wat de gevolgen zijn voor de uitkering die Amsterdam ontvangt uit het gemeentefonds.

Extrapolatie 2025 Bij de voorjaarsnota voegen we zoals gebruikelijk een extra jaarschijf toe aan de begroting. Dit betekent dat we voor alle budgetten en inkomsten hebben bekeken of deze bij ongewijzigd beleid vanuit 2024 moeten worden doorgetrokken naar 2025. Per saldo levert de extrapolatie een nadeel op van € 6,4 miljoen.

De inkomsten uit het gemeentefonds die in onze Begroting 2021 staan, zijn gebaseerd op de Meicirculaire 2020. Inmiddels zijn de Septembercirculaire 2020 en de Decembercirculaire 2020 gepubliceerd. De raming van de uitkering uit het gemeentefonds die Amsterdam ontvangt, hebben we aangepast op basis van de informatie uit deze twee circulaires. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 laat de actualisatie van de gemeentefondsraming een negatief beeld zien van € 22,4 miljoen in 2021, € 22,9 miljoen in 2022, € 23,3 miljoen in 2023 en € 21,8 miljoen in 2024. 17

H 2.1

Nominale ontwikkeling De uitgaven in de beleidsprogramma’s van de begroting presenteren we op basis van het huidige prijspeil, er is nog geen rekening gehouden met de ontwikkeling van lonen en van prijzen (nominale ontwikkeling). Jaarlijks actualiseren we de nominale ontwikkeling bij de voorjaarsnota. We baseren onze raming van de loon- en prijsontwikkelingen op de raming van het Centraal Planbureau (CPB). De lonen en prijzen stijgen door de coronacrisis minder hard dan verwacht. Dat leidt tot een meevaller, die we voor het jaar 2021 in de Begroting 2021 hebben gebruikt om de begroting te kunnen sluiten. Ook in deze voorjaars­ nota zetten we een gedeelte van de beschikbare ruimte voor nominale ontwikkeling voor 2022 en verder in als begrotingsruimte. We houden rekening met een tegenvaller in de uitkering van het gemeentefonds bij de aankomende Meicirculaire 2021, omdat de veranderde ontwikkeling van de lonen en prijzen ook invloed heeft op de uitkering die wij ontvangen uit het Gemeentefonds. Dividenden deelnemingen De dividendinkomsten (het resultaat op deelnemingen) worden jaarlijks bij de voorjaarsnota en bij de begroting bijgesteld. De wijziging in de dividend­ inkomsten is het gevolg van aanpassingen in de begrote dividendinkomsten bij verschillende deelnemingen.

Per saldo zorgt dit voor een positief effect van € 10,4 miljoen in 2021 ten opzichte van de bijstelling in de Begroting 2021, waarbij ook rekening is gehouden met kosten van het verkoopproces van AEB. We beperken ons tot een bijstelling van de verwachte dividend­ inkomsten voor 2021, want de ontwikkeling van de dividenden voor de jaren 2022 en verder zijn nog onzeker, vooral door de coronacrisis. Ontwikkeling belastingen De belastingopbrengsten stellen we jaarlijks bij de voorjaarsnota en bij de begroting bij. De verlenging van de coronamaatregelen (lockdown, reis­ beperkingen etcetera), de lage bezettingsgraden en lagere kamerprijzen in 2021 leiden tot een nadere bijstelling van de belastingen ten opzichte van de raming in de Begroting 2021. Op basis van deze nieuwe inzichten stellen we de toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie (VMR) bij naar 40% van de begrote inkomsten voor 2021.

Voor wat betreft de VMR gaan we er ook vanuit dat de opbrengsten voor evenementen en dagtoerisme nagenoeg nihil zullen zijn in 2021. Per saldo zorgt dit voor een nadeel van € 46,9 miljoen in 2021, met name door lagere inkomsten voor toeristenbelasting (€ 40 miljoen). De raming voor de toeristenbelasting in de Begroting 2021 was bijgesteld van circa € 200,0 miljoen naar € 125,0 miljoen en komt nu dus op € 85,0 miljoen voor 2021. Voor jaren voorbij 2021 zijn de ontwikkelingen op het gebied van toerisme nog met zoveel onzekerheid omgeven dat we ons bij de Voorjaarsnota 2021 beperken tot een bijstelling van de verwachte inkomsten voor 2021. Renteresultaat Bij de voorjaarsnota actualiseren we het renteresultaat voor 2021. Het rente­ resultaat verbetert ten opzichte van de Begroting 2021, omdat we verwachten in de toekomst goedkoper te kunnen lenen door de gedaalde marktrente. Daarnaast zijn er extra rentebaten door hogere verstrekte leningen. De mee­ valler van het renteresultaat in 2021 voegen we volgens afspraken in het coalitieakkoord toe aan de Algemene reserve tot een weerstandsratio van 1,4. De meevaller voor de jaren 2022 en verder hebben we opgenomen als begrotingsruimte. Erfpacht Het erfpachtresultaat neemt toe ten opzichte van de Begroting 2021 voor de jaren 2021 tot en met 2025.

Dit komt doordat hoge canonopbrengsten in 2020 (het resultaat van grote canonbetalende uitgiftes) zorgen voor hogere canonopbrengsten in opvolgende jaren. Tegenover de hogere canonopbrengsten staat het effect op de apparaats­ lasten en de (omslag)rente (het effect op de rente verantwoorden we hierboven bij het renteresultaat). Jaarafsluiting 2020 Het resultaat over 2020 is € 181,7 miljoen negatief, bestaande uit € 42,1 miljoen voor de noodkas, en € 139,6 miljoen vanuit de (overige) exploitatie. Dit staat ook in het Jaarverslag 2020 dat we op 29 april 2021 uitbrachten. Het negatieve resultaat komt ten laste van de Algemene reserve.

18

H 2.1

Eindejaarsmarge Door de cijfers uit het Jaarverslag 2020 af te zetten tegen de begroting hebben we de eindejaarsmarge berekend. De eindejaarsmarge is bedoeld om een even­tuele onderbesteding mee te kunnen nemen naar een volgend jaar (gemaximeerd op 1% van het lastentotaal van een programma) of een overschrijding als een taakstelling op te nemen voor het komend jaar. Dit is één van de afspraken uit de Financiële Samenwerkingsafspraken (FSA) van het college.

Een positieve eindejaarsmarge levert bestedingsruimte in 2021 op in de beleidsprogramma’s. Hier is bij sommige programma’s rekening mee gehouden om tot een sluitend beeld te komen. In een aantal programma’s is de eindejaarsmarge een taakstelling, die bij een volgend P&C-product zal worden ingevuld. Het saldo van € 9,8 miljoen van de overschrijdingen uit 2020 verwerken we als ruimte in het financiële beeld voor 2021. Rijkscompensatie inkomstenderving 2020 In de Voorjaarsnota 2021 houden we (deels) rekening met de in te lossen belofte door het Rijk voor compensatie van de gederfde inkomsten. Hierover staat al een toelichting in de box aan het begin van deze financiële hoofdlijnen. De compensatie voor de misgelopen toeristenbelasting in 2020 die we verwachten te ontvangen van het Rijk, gebruiken we in het financiële beeld voor 2021 (€ 91,5 miljoen). Zoals al is toegelicht aan het begin van deze hoofdlijnen, houden we voorzichtigheidshalve alleen rekening met de compensatie voor toeristenbelasting en alleen voor het jaar 2020.

In tabel 2 hieronder staan de eindejaarsmarges per programma. Vanwege de coronacrisis heeft het college van b en w besloten om per saldo over­ schrijdingen in een programma niet tot een negatieve eindejaarsmarge (taakstelling) te laten leiden, voor zover deze overschrijdingen door de crisis komen. Tabel 2. Eindejaarsmarge per programma (bedragen x € 1 miljoen) Programma

Eindejaars marge

Waarvan corona­ gerelateerde overschrijding

Gecorrigeerde eindejaars marge

1

Veiligheid

2,1

2

Verkeer, vervoer en waterstaat

-5,8

-4,0

-1,8

3

Economie

-3,6

-3,6

0,0

4

Kunst, cultuur en erfgoed

1,9

1,9

5

Onderwijs

1,4

1,4

6

Sport

-2,9

7

Werk, inkomen en participatie

1,0

8

Volksgezondheid, jeugd en zorg

-14,4

9

Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

-2,3

10

Grond

11

Wonen en groen

0,0

12

Moderne open overheid

-1,4

-1,4

B

Bestuur en Organisatie

-4,6

-4,6

Totaal

2,1

-2,9

0,0 1,0 -14,4

-2,3

0,0

Niet van toepassing 0,0 0,0 0,0 -9,8

Daarnaast houden we binnen het programma Verkeer, vervoer en waterstaat rekening met € 40,0 miljoen aan nog te ontvangen compensatie van het Rijk voor de parkeerinkomsten. De derving op de parkeerinkomsten en de compensatie van het Rijk voor de gederfde parkeerinkomsten, vallen binnen het Stedelijk Mobiliteitsfonds. In de Begroting 2022 en Najaarsnota 2021 actualiseren we de parkeeropbrengsten opnieuw en doen we zo nodig een bijstelling op de meerjarige reserveringen voor de uitgaven.

3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s In tabel 1 met het financieel beeld staat in onderdeel 3 per programma welke grote afwijkingen (wijzigingen van minimaal € 1 miljoen) zich voordoen ten opzichte van de begroting. Dit betreft alleen de ontwikkelingen die een bestuurlijke keuze hebben vereist en een gevolg hebben voor het saldo van onze gemeentebegroting. Naast de mutaties als gevolg van bestuurlijke keuzes, is er ook sprake van neutrale en technische mutaties die gemeentebreed neutraal zijn. Hieronder lichten we per programma kort toe wat de belangrijkste bestuurlijke keuzes zijn die het college heeft gemaakt. In hoofdstuk 3 van deze voorjaarsnota lichten we alle mutaties in de programma’s toe, niet alleen de bestuurlijke keuzes, maar ook de neutrale en technische mutaties.

19

H 2.1

Programma-overstijgende onderwerpen Stedelijke opgaven Masterplan Zuidoost, Aanpak Nieuw-West, Aanpak Binnenstad Met name de stedelijke aanpak in Zuidoost en Nieuw-West bevinden zich nog in de startfase en zijn grotendeels afhankelijk van nog vast te stellen rijksmiddelen. Uitgangspunt is dat de knelpunten bij het Masterplan Zuidoost, de Aanpak Nieuw-West en de Aanpak Binnenstad budgetneutraal worden opgelost. Daartoe wordt bijvoorbeeld de inzet van middelen vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds verlegd naar deze stadsdelen. Stedelijke opgave Evenementen Naast een opgave voor veiligheid dragen evenementen bij aan kunst, cultuur en economisch herstel. Daarom worden evenementen als programmaoverstijgend onderwerp gezien. Naast middelen voor het Evenementenfonds, gaat het hier ook om het opnieuw een jaar uitstellen (naar 2023) van de beprijzing van evenementen in de openbare ruimte (€ 2 miljoen in 2022), dekking voor de toegezegde verhoging van de middelen voor het Amsterdams 4 en 5 mei Comité en het toekennen van budget voor ‘Open Stad’ om ruimte te bieden aan particuliere en maatschappelijke initiatieven tijdens de corona-pandemie (incidenteel € 1 miljoen hogere lasten in 2021). De stedelijke opgave voor evenementen is daarmee € 2,5 miljoen in 2021, € 4,5 miljoen in 2022 en € 2,5 miljoen structureel vanaf 2023.

Informatiehuishouding en WOB-proces Openbaarheid van informatie is een veelbesproken onderwerp, onder andere door de Kabinetsreactie ‘Ongekend onrecht’, de Wet Open Overheid en het feit dat veel WOB-verzoeken niet binnen de termijn worden afgehandeld. Door het beschikbaar stellen van € 1,2 miljoen in 2021 en € 2,5 miljoen in 2022 en 2023, brengen we de informatiehuishouding op orde. Informatie wordt voortaan minder versnipperd opgeslagen, is beter en sneller vindbaar en wordt actief openbaar gemaakt. Ook optimaliseren we het WOB-proces, zodat de kwaliteit en afhandeltijd van verzoeken verbetert. Leges Leges zijn een vergoeding die een overheid vraagt voor het verstrekken van diensten aan burgers en bedrijven en vormen daarmee een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Het verhogen van de tarieven met het doel

om de kostendekkendheid te verbeteren ligt op dit moment niet voor de hand, omdat veel sectoren zwaar getroffen zijn door de coronapandemie en de tarieven in afgelopen jaren al flink zijn verhoogd. Daarom is het voorstel om de legestarieven te indexeren, en niet verder te verhogen om de kostendekkendheid te verbeteren. Op dit moment speelt er een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op de leges. Ten eerste brengen de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging veel onzekerheid met zich mee. Deze wet heeft mogelijk grote effecten op de vergunningverlening voor bouw en de toezicht en handhaving daarop. De impact van en de snelheid waarmee de effecten zich aandienen zijn aan de ene kant afhankelijk van bestuurlijke keuzes en aan de andere kant van de invoeringsdatum bepaald door het Rijk (vooralsnog is deze beoogd op 1 januari 2022). Deze effecten zijn nog niet duidelijk bij de Voorjaarsnota 2021, maar verwerken we zo mogelijk wel in de Begroting 2022 en in de legesverordening en –tabel 2022. Ten tweede is de verwachting dat gedurende 2021 en 2022 op een aantal andere gebieden beleidsaanpassingen zullen plaatsvinden (harmonisering met Weesp, Zone zwaar verkeer voor kwetsbare bruggen en kades, milieuzone, taxivergunningen), die zullen leiden tot meer of minder legesinkomsten.

Ook de effecten hiervan verwerken we waar mogelijk in de Begroting 2022 en in de legesverordening en –tabel 2022. Tot slot, op 25 juli 2019 heeft de rekenkamer aanbevelingen gedaan ter verbetering van het legesproces, onder andere over het verhelderen van de uitgangspunten op basis waarvan we de leges heffen. In lijn daarmee zijn nu ook de kaders en uitgangspunten die het college hanteert bij het opstellen van de concept legesverordening en -tabel verwoord in een beleidskader. Het beleidskader wordt gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2021 ter kennisname aan de gemeenteraad gestuurd.

Programma 1 – Veiligheid In het programma Veiligheid zijn geen grote afwijkingen of bestuurlijk relevante ontwikkelingen ten opzichte van de begroting, behalve het punt ten aanzien van het evenementenfonds dat we hiervoor al hebben toegelicht (en onderdeel is van programma 1).

20

H 2.1

Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat In het programma is vanaf 2022 € 4,0 miljoen structureel toegekend ten gunste van het programma Stadsbehoud om een aantal knelpunten op te lossen. Het betreft het herstellen van een aantal bestaande knelpunten als gevolg van areaaluitbreidingen uit voorgaande jaren. Hierdoor kan het uitvoeringsplan 2021 en 2022 worden gerealiseerd.

ook op sportgebied geleid tot veel beperkingen en tot ingrijpende gevolgen voor de verenigingen en andere sportaanbieders. Het is van essentieel belang dat we de schade aan de sportinfrastructuur zo beperkt mogelijk houden. Hier zetten we ons voor in. Daarnaast zal de gemeente, vanwege de aanhoudende coronamaatregelen, net als in 2020 ook in 2021 te maken krijgen met een behoorlijke inkomstenderving. Dit kan naar verwachting opgevangen worden vanuit rijkscompensatiepakketten voor sport.

Programma 3 – Economie In het programma Economie zijn geen grote afwijkingen of bestuurlijk relevante ontwikkelingen ten opzichte van de begroting.

Programma 4 – Kunst en cultuur Garantstelling Nationaal Holocaust Namenmonument Op verzoek van het Rijk heeft Amsterdam de garantstelling voor het tekort op de bouwkosten van het Namenmonument overgenomen. Hiervoor stellen we in de voorjaarsnota € 1,9 miljoen beschikbaar in 2021. De particuliere fondsenwerving heeft, mede vanwege de pandemie, vooralsnog niet het gewenste resultaat opgeleverd. We verwachten dat op korte termijn voor het volledige bedrag een beroep zal worden gedaan op de garantstelling.

De afgelopen jaren hebben we ons al ingezet om een urban sportstad te worden. De komende jaren zetten we hier extra op in met een tijdelijk impuls in 2021 en 2022 voor het aanpassen van urban sportaccommodaties in de stad.

Programma 7 – Werk, inkomen en participatie Voor dit jaar gaan alle scenario’s voor de economische impact van de coronacrisis uit van krimp van de economie en daarmee een verdere stijging van de werkloosheid en de bijstand. Pas na afloop van steunmaatregelen (Tozo, Now) in 2021 zal het daadwerkelijke effect van de coronacrisis op de economie en de werkgelegenheid zichtbaar zijn. We verwachten met name in de jaren na 2021 dat het economisch effect van de crisis merkbaar zal zijn op de bijstandspopulatie en op de armoede- en schuldenproblematiek.

Programma 5 – Onderwijs Door de coronacrisis is de ongelijkheid in het onderwijs zichtbaarder geworden en urgenter. De urgentie wordt ook onderkend door het Rijk. Er is met het Nationaal Programma Onderwijs extra geld beschikbaar gekomen, maar het is nog niet voldoende. Om uit deze crisissituatie te komen, moeten we de komende jaren blijven investeren. De onderbesteding uit 2021 zetten we de komende jaren in om, in samenhang met het Nationaal programma, kansengelijkheid te bevorderen en blijvende aandacht te hebben voor de gebieden waar dit het hardste nodig is. En om knelpunten op te lossen die ontstaan door het slopen van onderwijspanden die nog een restwaarde vertegenwoordigen op de balans.

Het Rijk onderkent de zware opgave op de domeinen Werk, Inkomen, Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening. Via de september- en december­ circulaire voor 2020 en 2021 heeft het Rijk extra re-integratiemiddelen beschikbaar gesteld voor bemiddeling van mensen naar werk, en daarnaast ook specifieke middelen voor de ondersteuning van jongeren, zelfstandig ondernemers en de bemiddeling van werk-naar-werk. Een deel van deze middelen is bedoeld voor de inzet in de arbeidsmarktregio en voor de inspanningen van onze regio gemeenten. Daarnaast heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor het tegengaan van armoede en problematische schulden. Deze rijksmiddelen worden met behulp van een kasschuif (zie ook onderdeel 5) deels verschoven naar latere jaren.

Programma 6 – Sport In het afgelopen jaar is eens te meer gebleken hoe belangrijk sporten en bewegen zijn voor de fysieke én de mentale gezondheid van de Amsterdammers. Sporten en spelen stimuleert jong en oud tot meedoen en participeren en brengt, juist in deze tijd, verlichting en plezier. Corona heeft

Incidenteel maken we uit de reserve Inkomensdeel en conjunctuur in 2021 € 2,0 miljoen vrij ten gunste van het financiële beeld.

21

H 2.1

Programma 8 – Volksgezondheid, jeugd en zorg Bij de Voorjaarsbrief 2020 en de Begroting 2021 hebben we budgettair ingrijpende keuzes gemaakt voor zorg en jeugdhulp. Die keuzes zijn noodzakelijk, omdat het Rijk ons onvoldoende voorziet in het benodigde geld om de Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO) uit te voeren en de jeugdhulp te geven. Bij de Voorjaarsbrief 2020 hebben we budgetplafonds bepaald. We hebben daarmee gezorgd voor een duidelijk financieel kader waarbij zorg wordt geleverd aan Amsterdammers die dat het hardste nodig hebben en waardoor overschrijdingen kunnen worden voorkomen. De vraag naar zorg en jeugdhulp neemt echter nog steeds toe terwijl de beschikbare middelen vanuit het Rijk dus niet afdoende zijn. Het gevolg is dat de wachttijden voor zorg en jeugdhulp blijven bestaan en toenemen. Dat willen we niet, daarom zijn we genoodzaakt om de budgetten ook in deze voorjaars­ nota te verhogen. Dit doen we door € 25,3 miljoen in 2021, € 4,7 miljoen in 2022, € 5,4 miljoen in 2023 en € 5,1 miljoen in 2024 en € 4,9 miljoen structureel vanaf 2025 toe te voegen aan programma 8. De structurele tegenvallers in programma 8 worden vooral veroorzaakt door overschrijdingen op voorzieningen zonder budgetplafond. De tegenvaller op het Persoonsgebonden budget (Pgb) ontstaat door de stijging van prijzen en het toegenomen gebruik.

De structurele tegenvaller vanaf 2022 wordt geneutraliseerd door een besparing op Pgb van € 2,8 miljoen. We nemen een aantal kostenbesparende maatregelen. Zo worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt met de aanbieders van Safehouses (begeleiding na een verslavingskliniek), zodat de kosten voor cliënten zonder regiobinding niet meer betaald worden door de gemeente Amsterdam. En worden aflopende indicaties van bestaande Pgb houders op het moment van herindicatie opnieuw beoordeeld in het kader van algemene en/of voorliggende voor­ zieningen zoals sociale basis en ambulante ondersteuning door het buurtteam. Voor de verwachte overschrijdingen op Woonvoorzieningen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen (€ 2,8 miljoen) geldt dat de vraag naar bijvoorbeeld rolstoelen en trapliften groeit en dat we hier extra budget voor vrijmaken. Aan de besloten maatregelen op het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) uit de Begroting 2021, wordt in lijn met de Toekomstvisie Sociaal Vervoer vanaf 2022 een andere invulling gegeven.

De incidentele tegenvaller wordt vooral veroorzaakt door frictiekosten als gevolg van de inkoop specialistische jeugdhulp en de zogenoemde negatieve eindejaarsmarge 2020 waarbij overschrijdingen uit 2020 moeten worden gecompenseerd in 2021.

Programma 9 – Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Indexatie van de jaarlijkse toevoeging aan de reserve bodemsanering Volgens de afspraken in de beleidsnota Reserves en Voorzieningen en de nota Financiële verantwoording Grondexploitaties en Erfpachtuitgiftes actualiseren we de indexatievergoeding van 2% aan de reserve Bodemsanering en Nazorg. Op basis van de geraamde ontwikkeling van de reserve is de jaarlijkse indexatietoevoeging verlaagd. Het resultaat uit deze indexatie komt ten gunste van het financiële beeld.

Programma 10 – Grond Indexatie van de jaarlijkse toevoeging aan de reserves en voorzieningen Vereveningsfonds en Zuidas Op basis van de stand van de balans per 1 januari 2021 en de actualisatie van de reserves en voorzieningen in het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties 2021, hebben we de indexatie-vergoeding geactualiseerd. Doordat de verwachte stijging van de reserves lager is, neemt ook de jaarlijkse indexatievergoeding af. Het resultaat uit indexatie van het Vereveningsfonds, oplopend naar structureel € 1,5 miljoen in 2025, komt ten gunste van het financiële beeld.

Programma 11 – Wonen en groen Huisvesting kwetsbare groepen Voor het ontwikkelen van locaties voor de huisvesting van kwetsbare groepen, economisch daklozen, jongeren en studenten maken we in de Voorjaarsnota 2021 middelen vrij. Er is € 2,0 miljoen beschikbaar in 2021 en € 1,0 miljoen in 2022 en 2023. Actieplan Wonen en Bouwen Voor het Actieplan Wonen en Bouwen wordt vanaf 2023 structureel € 1,0 miljoen ingepast in de voorjaarsnota. 22

H 2.1

Programma 12 – Moderne open overheid In het programma Moderne open overheid zijn geen grote afwijkingen of bestuurlijk relevante ontwikkelingen ten opzichte van de begroting.

Onderdeel B – Bestuur en Organisatie In het onderdeel Bestuur en organisatie zijn geen grote afwijkingen of bestuurlijk relevante ontwikkelingen ten opzichte van de begroting, behalve het punt ten aanzien van de Informatiehuishouding en het WOB-proces dat we hiervoor al hebben toegelicht (en onderdeel is van B).

Technische en neutrale mutaties programma’s Zoals aan het begin van dit onderdeel is toegelicht, geeft de regel per programma in tabel 1 alleen de ontwikkelingen die een bestuurlijke keuze hebben vereist en een gevolg hebben voor het saldo van onze gemeente­ begroting. Naast deze mutaties zijn er in de Voorjaarsnota 2021 ook technische en gemeentebreed neutrale mutaties verwerkt. In tabel 3 maken

we deze mutaties per programma inzichtelijk. Hier worden de neutrale mutaties per programma weergeven, maar ook de technische mutaties zoals de verdeling van gemeentefondsmiddelen over de programma's en de actualisatie van de kapitaallasten. In hoofdstuk 3 van deze voorjaarsnota worden alle mutaties in de programma’s toegelicht, zowel de bestuurlijke keuzes, als de neutrale en technische mutaties. Een voorbeeld van een technische en gemeentebreed neutrale mutatie is de verdeling van de areaalcompensatie. In de Begroting 2021 is vanuit de areaalsystematiek alleen de tranche 2021 van de areaalcompensatie verdeeld over de programma’s. In de Voorjaarsnota 2021 wordt deze tranche structureel verdeeld over de programma’s. Bij Begroting 2021 is besloten de bestaande areaalsystematiek te beëindigen, een nieuwe systematiek wordt uitgewerkt in Begroting 2022. Voor deze nieuwe systematiek zijn middelen beschikbaar op de stelpost areaal en middelen vanuit Groei van de stad (geoormerkt in het Herstelplan Samen sterker uit de crisis).

Tabel 3. Neutrale en technische mutaties per programma (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

2021

2022

2023

2024

2025

Programma 1 Veiligheid

1,5

-5,5

-5,4

-5,1

-0,8

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

25,4

-6,6

8,8

-34,9

-136,3

Programma 3 Economie

-2,6

-4,6

-11,7

-12,4

-12,5

Programma 4 Kunst, cultuur en erfgoed

-22,1

-0,6

-0,4

-0,4

2,6

Programma 5 Onderwijs

-3,2

-1,0

2,3

-5,8

-11,5

Programma 6 Sport

3,9

2,8

0,6

0,7

-0,2

Programma 7 Werk, inkomen en participatie

-23,1

-4,5

-13,6

-11,1

-14,7

Programma 8 Volksgezondheid, jeugd en zorg

-33,6

-27,6

-11,6

-13,2

-18,5

Programma 9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

-14,4

-2,2

3,1

3,1

-0,2

Programma 10 Grond

-102,3

-115,2

55,2

47,7

-63,4

Programma 11 Wonen en groen

-9,7

-7,0

-1,5

-6,0

-2,8

Programma 12 Moderne open overheid

-5,2

-2,5

-2,0

-1,4

-0,3

Overzicht A Algemene dekkingsmiddelen

290,0

198,2

-1,4

50,8

276,8

Onderdeel B Bestuur en organisatie

-25,7

-24,3

-25,2

-25,8

-23,3

Saldo van mutaties actualisatie kapitaallasten en gemeentefonds (zie tabel 1)

78,8

-0,7

-2,9

-13,9

-5,0

Totaal neutrale en technische mutaties

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

23

H 2.1

4. Investeringen In de Voorjaarsnota 2021 actualiseren we de begrote kapitaallasten van de reeds door de gemeenteraad goedgekeurde investeringen. Ook doen we een voorstel voor een oplossing om XaaS-investeringen voor te financieren via het instellen van een systeemreserve. Deze twee onderwerpen lichten we hieronder verder toe. Actualisatie kapitaallasten Jaarlijks wordt op basis van de jaarafsluiting van het afgelopen jaar een actualisatie uitgevoerd van de kapitaallasten van de investeringen. De begrote kapitaallasten op investeringen bestaan uit rente en afschrijvingen. Deze actualisatie voeren we uit voor het lopende begrotingsjaar en de vier daarop­ volgende jaren. De actualisatie is nodig om de kapitaallasten in de meerjaren­ raming in lijn te brengen met de (verwachtingen over de) voortgang in de investeringen. Per saldo leidt de actualisatie tot een meevaller in de jaren 2021 tot en met 2024. Structureel geeft de actualisatie een negatief effect van € 5 miljoen. Toevoeging voor XaaS-investeringen Steeds vaker wordt besloten het systeem of software als een dienst af te nemen in plaats van aankopen. We spreken van Anything as a Service (XaaS) als verzamelnaam voor verschillende vormen van diensten; software (SaaS), infrastructuur (IaaS), platform (PaaS).

We verwachten dat het aantal invest­ eringen op digitalisering en ICT waarbij gekozen voor een XaaS-oplossing, de komende jaren alleen maar stijgt. Dit is bij aanvraag van een investering niet altijd direct duidelijk. Ook voor een aantal lopende investeringen geldt dat uiteindelijk gekozen is/wordt voor een XaaS-oplossing en de budgetten al eerder nodig zijn dan begroot. Het is daarom belangrijk de financiële spelregels aan te passen op XaaS-investeringen en een oplossing te vinden voor dit administratieve probleem. Binnen onze huidige financiële spelregels is het niet zomaar mogelijk om budget van toegekende investeringen (kapitaallasten) om te zetten naar budget in onze reguliere (exploitatie) begroting. Met het instellen van een systeemreserve is het mogelijk om begrote kapitaallasten in tijd naar voren te halen en om te zetten naar budget voor de invoering. Om de reserve eenmalig te vullen om de XaaS-uitgaven voor

te financieren, is een eenmalige toevoeging van € 20 miljoen nodig. In de loop van de jaren loopt de dekking vervolgens weer per saldo neutraal. De dekking van de eenmalige toevoeging nemen we mee in het financiële beeld van de Voorjaarsnota 2021.

5. Voorgestelde kasschuiven De Financiële Samenwerkingsafspraken geven de optie om voorstellen te doen voor meerjarig neutrale kasschuiven. In onderdeel 5 van tabel 1 is te zien welke kasschuiven bij de Voorjaarsnota 2021 worden verwerkt. De kasschuiven lichten we hieronder verder toe. Stadsbehoud Het programma Stadsbehoud begint op stoom te komen, maar de beschikbaar gestelde budgetten voor het programma zijn niet toereikend. Het knelpunt in 2021 lossen we onder meer op door het kasritme van de toevoegingen aan de reserve Stadsbehoud aan te passen. Hierbij halen we € 22,1 miljoen aan totale toevoegingen naar voren naar 2021, die oorspronkelijk gepland stonden in de jaren 2022 tot en met 2025. Het gaat om € 6,8 miljoen in 2022, € 5,2 miljoen in 2023, € 4,7 miljoen in 2024 en € 5,4 miljoen in 2025. De begrote toevoeging aan de reserve Stadsbehoud neemt in diezelfde jaren af met de vermelde bedragen. Inzet incidentele meevallers Door de mee- en tegenvallers in samenhang te bezien en keuzes te maken voor het meerjarig schuiven van middelen, ontstaat een sluitend programma Onderwijs. De incidentele meevallers betreffen bijvoorbeeld de eindejaars­ marge, zogenoemde onderaanvragen op subsidiegelden vanwege corona en Amsterdamse gelden die niet nodig zijn in 2021, omdat het Rijk middelen beschikbaar stelt.

De incidentele meevallers zorgen ervoor dat dekking ontstaat voor de tegenvaller rond de restwaarde van panden die gesloopt worden. Jaarlijks slopen we panden voor (vervangende) nieuwbouw, waarvan sommige nog een waarde vertegenwoordigen op de balans. Ook zorgt de dekking uit incidentele meevallers er voor dat inzet mogelijk is en blijft om kansengelijkheid en het voorkomen van onderwijsachterstanden aan te pakken. Deze inzet wordt in samenhang met het Nationaal Programma Onderwijs bezien. 24

H 2.1

Autonome groei van bijstand, armoede en schuldproblematiek De kasschuiven van € 32,3 miljoen vanuit 2021 naar latere jaren zijn onder andere voor de autonome groei van de bijstand, het tegengaan van de jeugdwerkloosheid, het Regionale WerkCentrum en de Werkbrigade. Daarnaast biedt de kasschuif de mogelijkheid voor een latere ingroei van de (bestaande) taakstellingen voor statushouders en voor caseloadverlaging. We verlagen de lasten in 2021 met € 32,3 miljoen en verhogen de lasten met € 12,0 miljoen in 2022, € 12,5 miljoen in 2023, € 4,8 miljoen in 2024 en € 3,0 miljoen in 2025. Aanvullend openbaar vervoer (AOV) Een kasschuif van € 0,2 miljoen van 2023 naar 2022 is nodig om het Aanvullend openbaar vervoer binnen de meerjarenbegroting te houden. Haven-Stad en Digitalisering bouwdossiers Vanwege een gewijzigde planning van activiteiten voeren we in programma 9 kasschuiven door op de dossiers Haven-Stad en Digitalisering bouwdossiers. We verschuiven daarmee middelen vanuit 2021 naar latere jaren. Ontwikkelbuurten Voor het verbeteren van de leefbaarheid in de ontwikkelbuurten is vanuit de coalitiemiddelen € 40 miljoen beschikbaar gesteld. Dit is verdeeld in vier delen van € 10 miljoen per jaar in de periode 2019-2022. De stadsdelen hebben in 2021 een grote ambitie om op sociaal-maatschappelijk en fysiek terrein te investeren, en investeren in werk een forse impuls te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258462/1