Bijlage 1. Voorjaarsnota 2021
Tekst van het document
Lasten De totale lasten dalen met € 0,7 miljoen in 2021 en stijgen tot € 10,1 miljoen vanaf 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Stijging in de lasten van € 6,0 miljoen vanaf 2021 doordat de uitvoering en het budget voor de Sociaal Medische Indicatie (SMI) kinderopvang wordt overgeheveld van programma 8 naar programma 5. De uitvoering wordt gedaan door dezelfde organisaties als de voorschoolse educatie, die ook reeds onder programma 5 vallen. • Stijging in de lasten van € 2,5 miljoen in 2022 en 2023 en € 2,6 miljoen in 2024 voor het Intensiveren van onderwijsachterstandenbeleid in samenhang met de Amsterdamse uitwerking van het Nationaal Programma Onderwijs. Met de Amsterdamse uitwerking van het Nationaal Programma Onderwijs wordt extra leertijd en ondersteuning ingezet voor die kinderen die dit het hardst nodig hebben. Daarnaast worden scholen gestimuleerd om duurzame evidence of informed based interventies in te zetten, zoals bijvoorbeeld High Dosis Tutoring. In de notitie Samen sterker uit de crisis is € 5,0 miljoen beschikbaar gesteld voor dit beleidsthema, € 3,0 miljoen voor 2021 en € 2,0 miljoen voor 2022. • Stijging in de lasten van € 2,5 miljoen in 2022 voor de dekking van de restwaarde van panden die gesloopt gaan worden voor (vervangende) nieuwbouw. Eerder werd aan een reserve onttrokken voor deze dekking, deze reserve is in 2020 opgeheven.
• Daling in de lasten van € 2,7 miljoen in 2021, omdat incidentele budget 2021 waaronder eindejaarsmarge 2020 van € 1,4 miljoen, wordt ingezet om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Deze middelen worden in de komende jaren ingezet, onder andere voor de dekking van de restwaarde van sloop panden en de aanpak van onderwijsachterstanden. • Daling in de lasten van € 2,5 miljoen in 2021 voor de aanpak van het lerarentekort. In 2021 is incidenteel meer budget beschikbaar door een verschuiving van middelen vanuit de voorjaarsnota 2019 naar 2021, een subsidie vanuit het Rijk en de bijdrage van schoolbesturen aan het Noodplan. Verder zijn er vertragingen ontstaan door schoolsluitingen in verband met Covid-19 crisis. 54
H 3.5.1
• Stijging in de lasten van € 1,7 miljoen vanaf 2022 door de structurele toekenning van middelen voor de groei van de stad in 2021. • Daling in de lasten van € 2,6 miljoen in 2021 tot een stijging van € 4,6 miljoen vanaf 2025 door een actualisatie in de meerjarige kapitaallasten voor investeringen. De daling is grotendeels het gevolg van investeringen waarvan de uitgaven later plaatsvinden. • Daling in de lasten van € 2,5 miljoen in 2022 en € 1,0 miljoen in 2023, omdat de begroting is bijgesteld naar de reële verwachting van het aantal kinderen op de voorschool. • Daling in de lasten van € 2,3 miljoen vanaf 2022, omdat de budgetten voor de Teambeurzen (0nderdeel van de Lerarenagenda) en huurvergoedingen worden verlaagd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de besparingsopgave zoals besloten in de Begroting 2021, onderdeel taakreductie. • Daling in de lasten van € 0,6 miljoen in 2021 tot structureel € 1,6 miljoen vanaf 2022 door een verlaging van de Rijksuitkering voor Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) als gevolg van het teruglopen van het aantal jonge kinderen in de stad, zie ook de toelichting bij de baten. De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: • kleiner zijn dan € 1,0 miljoen; • het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
55
H 3.6
3.6 Sport (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
16,6
16,6
16,6
16,6
16,6
Lasten
78,7
73,8
69,4
68,5
68,1
Saldo laatst vastgestelde begroting
-62,2
-57,2
-52,9
-52,0
-51,6
Baten
13,6
0,3
0,3
0,3
0,3
Lasten
9,7
-2,5
-0,3
-0,4
0,5
Saldo effecten voorjaarsnota
3,9
2,8
0,6
0,7
-0,2
Baten
30,2
16,9
16,9
16,9
16,9
Lasten
88,4
71,3
69,2
68,2
68,7
Saldo na voorjaarsnota
-58,2
-54,4
-52,3
-51,3
-51,8
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.
56
H 3.6.1
3.6.1 Sport (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
16,6
16,6
16,6
16,6
16,6
Lasten
78,7
73,8
69,4
68,5
68,1
Saldo laatst vastgestelde begroting
-62,2
-57,2
-52,9
-52,0
-51,6
Baten
13,6
0,3
0,3
0,3
0,3
Lasten
9,7
-2,5
-0,3
-0,4
0,5
Saldo effecten voorjaarsnota
3,9
2,8
0,6
0,7
-0,2
Baten
30,2
16,9
16,9
16,9
16,9
Lasten
88,4
71,3
69,2
68,2
68,7
Saldo na voorjaarsnota
-58,2
-54,4
-52,3
-51,3
-51,8
Baten De totale baten stijgen met € 13,6 miljoen in 2021. Vanaf 2022 stijgen de baten structureel met € 0,3 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten van € 12,5 miljoen in 2021 vanuit de Specifieke Uitkering Sport (SPUK). Met ingang van 1 januari 2019 is sport een vrijgestelde prestatie. Wij berekenen sinds die datum geen btw over het gebruik van sportvoorzieningen. Daartegenover staat dat wij de btw op het beheren van- en investeren in sportvoorzieningen niet kunnen aftrekken. Voor dit btw nadeel door ontvangen wij deze specifieke uitkering (SPUK). • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten stijgen met € 9,7 miljoen in 2021. In 2022 dalen de lasten met € 2,5 miljoen, in 2023 met € 0,3 miljoen en in 2024 met € 0,4 miljoen. In 2025 stijgen de lasten met € 0,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 12,5 miljoen in 2021 door het btw nadeel van de sportvrijstelling per 1-1-2019. Dit nadeel wordt geheel gecompenseerd door de ontvangen Specifieke Uitkering Sport (SPUK). Daardoor is het nadeel voor de begroting neutraal. Zie ook de toelichting bij de baten.
• Hogere structurele lasten van € 0,8 miljoen vanaf 2022 door het beheer van nieuwe sportvoorzieningen. Dit is onder andere het toezicht en onderhoud van nieuwe sporthallen en sportparken die wij in 2021 in gebruik nemen. • Lagere lasten van € 3,5 miljoen tot € 0,5 miljoen (2021-2023) en hogere lasten van € 0,5 miljoen (2025) door actualisatie van de kapitaallasten. De kapitaallasten zijn op korte termijn lager doordat investeringen zijn vertraagd. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking
2021
2022
2023
2024
2025
5,3
1,3
1,3
1,3
1,3
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
5,3
1,3
1,3
1,3
1,3
Onttrekking
0,7
-0,7
-0,7
-0,7
-0,7
Toevoeging
0,5
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
0,2
-0,7
-0,7
-0,7
-0,7
Onttrekking
5,9
0,7
0,7
0,7
0,7
Toevoeging
0,5
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na voorjaarsnota
5,4
0,7
0,7
0,7
0,7
Onttrekkingen De totale onttrekking neemt toe met € 0,7 miljoen in 2021 en vanaf 2022 structureel af met € 0,7 miljoen. De afwijking lichten we verder niet toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Toevoegingen De totale toevoeging neemt toe met € 0,5 miljoen in 2021 door een amendement om (extra) sportevenementen te organiseren. 57
H 3.7
3.7 Werk, inkomen en participatie (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
620,9
620,7
620,6
620,4
620,4
Lasten
1052,7
1022,5
977,5
965,0
965,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
-431,8
-401,8
-357,0
-344,6
-344,6
Baten
135,7
45,6
45,6
45,6
45,6
Lasten
127,4
62,1
71,6
61,5
63,3
8,2
-16,5
-26,0
-15,9
-17,7
Saldo effecten voorjaarsnota Baten
756,5
666,3
666,1
666,0
666,0
Lasten
1180,1
1084,6
1049,1
1026,5
1028,3
Saldo na voorjaarsnota
-423,6
-418,3
-383,0
-360,5
-362,3
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programmaonderdeel.
€
ABC
58
H 3.7.1
3.7.1 Inkomensregelingen Lasten
(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
613,7
613,7
613,7
613,7
613,7
Lasten
712,2
700,9
689,1
692,9
692,9
Saldo laatst vastgestelde begroting
-98,5
-87,2
-75,4
-79,2
-79,2
Baten
124,5
45,6
45,6
45,6
45,6
Lasten
106,7
42,9
49,8
49,9
53,5
Saldo effecten voorjaarsnota
17,7
2,7
-4,3
-4,3
-7,9
Baten
738,2
659,3
659,3
659,3
659,3
Lasten
819,0
743,7
739,0
742,8
746,4
Saldo na voorjaarsnota
-80,8
-84,5
-79,7
-83,5
-87,1
Baten De totale baten stijgen met € 124,5 miljoen in 2021 en met € 45,6 miljoen in de jaren 2022-2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten van € 78,9 miljoen (2021), als gevolg van de coronacrisis heeft het Rijk de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) ingesteld. Voor 2021 is Tozo 3 en 4 geraamd. Het betreft hierbij de verwachte Rijksbaat om Amsterdammers te voorzien in een uitkering voor Tozo levensonderhoud en/of Tozo bedrijfskapitaal. Daarnaast verstrekt het Rijk middelen om de regeling te kunnen uitvoeren. • Hogere baten van € 45,3 miljoen (2021-2025) vanwege de verwachte ontwikkeling van het Rijksbudget voor het verstrekken van bijstands uitkeringen aan Amsterdammers en bijstandsuitkeringen aan ondernemers. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
De totale lasten stijgen met € 106,7 miljoen in 2021 en met € 42,9 miljoen in 2022. In 2023 stijgen de lasten met € 49,8 miljoen, in 2024 met € 49,9 miljoen en in 2025 met € 53,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 59,2 miljoen (2021) en lagere lasten van € 5,4 miljoen (2022). Het betreft de verwachte lasten om Amster dammers te voorzien van een uitkering voor Tozo levensonderhoud en/of Tozo bedrijfskapitaal. Ook betreft het hierbij de uitvoeringslasten om de Tozo-uitkering te verstrekken aan Amsterdammers. • Hogere lasten van € 48,9 miljoen (2021-2022) en € 50,8 miljoen (20232025), als gevolg van de coronacrisis wordt een stijgende trend in de aantallen van de bijstandsuitkeringen verwacht. Deze trend zal zich in Amsterdam vertalen in hogere uitkeringslasten. Omdat Amsterdam op onderdelen meer dan evenredig geraakt wordt door de crisis, is de verwachting dat extra onttrokken zal moeten worden uit de Egalisatie reserve Inkomensdeel en Conjunctuur. De effecten van de coronacrisis zijn onzeker en zullen bijgesteld worden naarmate het inzicht beter is.
• Lagere lasten van € 0,8 miljoen (2021), € 0,9 miljoen (2022) en lagere lasten van € 1 miljoen (2023-2025) als gevolg van de structurele invulling van de taakstelling op het gemeentelijke apparaat en door de taakstelling als gevolg van een lagere compensatie voor de nominale loonontwikkeling. • Lagere lasten van € 0,5 miljoen (2021). We stellen middelen beschikbaar voor de vervanging en doorontwikkeling van informatietools en -systemen. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
59
H 3.7.1
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking
32,3
20,4
4,9
4,9
4,9
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
32,3
20,4
4,9
4,9
4,9
Onttrekking
-4,1
0,5
7,3
7,3
7,3
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
-4,1
0,5
7,3
7,3
7,3
Onttrekking
28,2
20,9
12,2
12,2
12,2
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na voorjaarsnota
28,2
20,9
12,2
12,2
12,2
• Hogere onttrekking van € 7,4 miljoen voor het programma Veerkracht, waarmee we bestaande ondernemers willen begeleiden naar een baan in loondienst of als zelfstandige. • Lagere onttrekking van € 18,7 miljoen op de middelen van Tozo. Het betreft hierbij een actualisatie. In 2021 onttrekken we € 1,3 miljoen en in 2022 € 4,8 miljoen extra om de Tozo levensonderhoud en/of Tozo bedrijfskapitaal aan de Amsterdammers te kunnen verstrekken. • Er vindt een vrijval (hogere onttrekking) plaats van € 2 miljoen ten gunste van Algemene Middelen op basis van bestuurlijke besluit vorming. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves.
Onttrekkingen De totale onttrekking neemt af met € 4,1 miljoen in 2021. In 2022 neemt de onttrekking toe met € 0,5 miljoen, in 2023-2025 neemt de onttrekking toe met € 7,3 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere onttrekking van € 5,2 miljoen (2021-2022) en € 7,3 miljoen in 2023-2025 als gevolg van de bijstandsuitkeringen. Verwacht wordt dat er een stijgende trend in de aantallen bijstandsuitkeringen zal zijn naar aanleiding van de coronacrisis. Deze trend zal zich ook in Amsterdam vertalen in hogere uitkeringslasten. Omdat Amsterdam op onderdelen meer dan evenredig geraakt wordt door de crisis is het de verwachting dat extra onttrokken zal moeten worden uit de Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur. In 2021-2025 wordt een tekort verwacht van € 12 miljoen. De effecten van de coronacrisis zijn onzeker en zullen bijgesteld worden naarmate het inzicht beter is.
60
H 3.7.2
ABC
3.7.2 Werk, participatie en inburgering (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
6,3
6,2
6,0
5,9
5,9
Lasten
216,8
201,9
180,1
163,9
163,8
Saldo laatst vastgestelde begroting
-210,4
-195,7
-174,1
-158,0
-158,0
Baten
11,3
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
16,2
16,3
16,4
8,7
6,9
Saldo effecten voorjaarsnota
-4,9
-16,3
-16,4
-8,7
-6,9
Baten
17,6
6,2
6,0
5,9
5,9
Lasten
233,0
218,2
196,5
172,6
170,8
Saldo na voorjaarsnota
-215,3
-212,0
-190,5
-166,7
-164,9
Baten De totale baten stijgen met € 11,3 miljoen in 2021. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten van € 8,7 miljoen (2021) als gevolg van een verwachte btw-suppletie op re-integratie activiteiten. De Hoge Raad heeft bepaald dat re-integratie activiteiten met terugwerkende kracht compensabel zijn; • Hogere baten van € 1,4 miljoen (2021) door vanuit het Rijk ontvangen lage-inkomensvoordeel (LIV). Wij ontvangen de LIV-middelen, omdat wij Wsw-medewerkers met een laag loon in dienst hebben; • Hogere baten van € 1,1 miljoen (2021) als gevolg van een te ontvangen vergoeding voor het uitvoeren van re-integratie-activiteiten voor burgers van de gemeente Weesp; • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten stijgen met € 16,2 miljoen in 2021 en met € 16,3 miljoen in 2022. In 2023 stijgen de lasten met € 16,4 miljoen, in 2024 met € 8,7 miljoen en in 2025 met € 6,9 miljoen. In totaal ontving de gemeente binnen programmaonderdeel 7.2 € 24 miljoen voor re-integratie en crisisdienstverlening van het Rijk in 2020 en 2021.
Daarnaast ontvangt de gemeente naar verwach ting € 8,7 miljoen als gevolg van een btwsuppletie op re-integratie activiteiten. Een deel van dit budget wordt ingezet in 2021. Een ander deel wordt verplaatst naar 2022-2025 omdat de werkzaamheden als gevolg van de coronacrisis ook in deze periode zullen vallen. Dit geldt voor: • Hogere lasten van € 2,5 miljoen (2021), € 8,1 miljoen (2022) en € 3,5 miljoen (2023) voor extra ondersteuning en begeleiding van mensen die als gevolg van de coronamaatregelen werkloos zijn geworden; • Hogere lasten van € 2,3 miljoen (2023), € 1,5 miljoen (2024) en € 0,8 miljoen (2025) om de ondersteuning en begeleiding van bijstandsgerechtigden langzamer af te bouwen dan wat eerder was besloten in het herstelplan Samen sterker uit de crisis. Wij verwachten juist in 2023 en 2024 een groeiend beroep op bijstand als na-ijleffect van de coronacrisis; • Hogere lasten van € 1,1 miljoen (2021), € 1,4 miljoen (2022) en € 2,6 miljoen (2023) voor de extra begeleiding naar werk en school van jongeren. De werkloosheid als gevolg van de coronacrisis is relatief hoog onder jongeren; • Hogere lasten van € 1,3 miljoen (2022 en 2023) voor het regionaal werkcentrum (RWC).
Het RWC bemiddelt mensen die hun werk dreigen te verliezen van werk naar werk; • Hogere lasten van € 1,5 miljoen (2023), € 2,5 miljoen (2024) en € 2,3 miljoen (2025) voor extra ondersteuning en begeleiding van statushouders, zodat we meer geleidelijk toegroeien naar een nieuw dienstverleningsniveau voor statushouders dan wat eerder was besloten in het herstelplan Samen sterker uit de crisis; • Hogere lasten van € 1,0 miljoen (2021) voor de bijdrage aan het programma Doorontwikkeling Sociaal Domein. De overige wijzigingen zijn het gevolg van: • Hogere lasten van € 5,4 miljoen (2021) voor programma Veerkracht om te voorkomen dat ondernemers vanuit de Tozo de bijstand instromen of in de schulden raken. Dekking komt vanuit de Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur; 61
H 3.7.2
• Lagere lasten van € 3,5 miljoen (2021) door de verschuiving van middelen voor de werkbrigade. Hierdoor zijn er hogere lasten van € 1,3 miljoen (2022), € 1,4 miljoen (2023) en € 0,8 miljoen in latere jaren. Op deze manier wordt de begroting van de werkbrigade zo goed mogelijk aangesloten op het verwachte aantal brigadisten; • Hogere lasten van € 1,7 miljoen (2021), € 1,5 miljoen (2022) en € 0,5 miljoen (2023 en later) voor het programma Community Wealth Building in Zuidoost, voor de Sociale Basis en voor het masterplan stadsdeel Zuidoost. Dekking komt vanuit het herstelplan Samen sterker uit de crisis; • Hogere lasten van € 1,4 miljoen (2021) door het inzetten van LIV-baten voor de ondersteuning en begeleiding van bijstandsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking; • Hogere lasten van € 1,4 miljoen (2021) door het bijstellen van de gemeentelijke bijdrage aan de uitvoeringskosten voor Sociaal Werk naar € 6,8 miljoen in 2021 als gevolg van coronaverliezen. Dit wordt gedekt door een onttrekking vanuit de reserve Sociaal Werk; • Hogere lasten van € 1,1 miljoen (2021) als gevolg van het uitvoeren van re-integratie-activiteiten voor burgers van de gemeente Weesp; • Hogere lasten van € 1,4 miljoen (2021), € 1,6 miljoen (2022) € 1,8 miljoen (2023 en verder) als gevolg van de regeling Bijverdien premie.
Vanaf 1 maart 2021 belonen we mensen in de bijstand met een premie als ze parttime werken of gaan werken. Dit wordt gedekt door het herstelplan Samen sterker uit de crisis; • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking
2021
2022
2023
2024
2025
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na voorjaarsnota
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekkingen De totale onttrekking is € 1,4 miljoen in 2021. Dit zetten we in als gemeente lijke bijdrage aan de uitvoeringskosten voor Sociaal Werk als gevolg van coronaverliezen.
Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves.
62
H 3.7.3
€
3.7.3 Armoede en schuldhulp (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
0,8
0,8
0,8
0,8
0,8
Lasten
123,7
119,8
108,2
108,2
108,2
Saldo laatst vastgestelde begroting
-122,9
-118,9
-107,4
-107,4
-107,4
-0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
Baten Lasten
4,5
2,9
5,4
2,9
2,9
Saldo effecten voorjaarsnota
-4,6
-2,9
-5,4
-2,9
-2,9
Baten
0,7
0,8
0,8
0,8
0,8
Lasten
128,2
122,7
113,6
111,1
111,1
Saldo na voorjaarsnota
-127,5
-121,9
-112,8
-110,3
-110,3
Baten De totale baten dalen met € 0,1 miljoen in 2021. De afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Lasten
• Hogere lasten van 1 miljoen (2022-2025) doordat de compensatie voor de nominale ontwikkeling gedeeltelijk is uitgekeerd. Dit resulteert in een taakstelling voor programmaonderdeel 7.1 en 7.3. De taakstelling was tijdelijk in programma 7.3 geparkeerd. Bij de voorjaarsnota is deze over 7.1 en 7.3 verdeeld waardoor de lasten in programma 7.3 zijn gestegen. • Hogere lasten van € 0,8 miljoen (2021) doordat extra kosten gemaakt worden voor het programma Veerkracht-de-escalatie. Hierbij wordt in een zo vroeg mogelijk stadium hulp aan ondernemers geboden vanuit schuldhulpverlening, wat leidt tot hogere uitvoeringskosten dan waar oorspronkelijk mee rekening werd gehouden. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
De totale lasten stijgen met € 4,5 miljoen in 2021. In 2022 stijgen de lasten met € 2,9 miljoen, in 2023 met € 5,4 miljoen, in 2024 en 2025 met € 2,9 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 1,8 miljoen (2021) door extra uitgaven voor Schuldhulpverlening en Bijzondere Bijstand ten behoeve van de bestrijding van de coronacrisis, die gefinancierd worden uit de beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk. • Hogere lasten € 1,5 miljoen (2022-2025) vanwege de groei van de stad. De groei heeft gevolgen op het gebruik van armoedevoorzieningen waar dientengevolge meer gebruik van zal worden gemaakt. Deze extra lasten worden gedekt vanuit de compensatie areaal vanuit de Algemene middelen.
63
H 3.8
3.8 Volksgezondheid, jeugd en zorg (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
68,9
70,0
70,1
70,3
70,3
Lasten
1031,1
977,3
935,5
924,2
920,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
-962,2
-907,3
-865,4
-853,9
-849,7
52,0
-0,1
-0,3
-0,3
-0,3
Baten Lasten
96,5
32,4
16,5
17,9
23,1
Saldo effecten voorjaarsnota
-44,5
-32,6
-16,7
-18,2
-23,4
Baten
120,8
69,9
69,8
70,0
70,0
Lasten
1127,6
1009,8
952,0
942,1
943,1
Saldo na voorjaarsnota
-1006,8
-939,9
-882,1
-872,1
-873,1
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.
64
H 3.8.1
3.8.1 Basisvoorzieningen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
41,3
41,8
41,6
41,6
41,6
Lasten
230,4
224,4
219,9
216,9
212,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
-189,1
-182,6
-178,2
-175,3
-171,1
Baten
54,8
1,4
1,4
1,4
1,4
Lasten
50,4
-3,6
-4,0
-3,8
0,1
Saldo effecten voorjaarsnota
4,3
5,0
5,4
5,3
1,3
Baten
96,1
43,2
43,1
43,1
43,1
Lasten
280,9
220,8
215,9
213,1
212,8
Saldo na voorjaarsnota
-184,8
-177,6
-172,8
-170,0
-169,8
Baten De totale baten stijgen met € 54,8 miljoen in 2021 en stijgen met € 1,4 miljoen structureel vanaf 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten voor Team Corona van € 55,3 miljoen. De Corona meerkosten (teststraten, belteams, bron- en contactonderzoek) worden gecompenseerd door het Rijk. • Hogere baten voor Gezondheidsbevordering van € 1,4 miljoen vanaf 2022 als gevolg van de actualisatie van de begroting. • De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: – kleiner zijn dan € 1 miljoen; – het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
Lasten De totale lasten stijgen met € 50,4 miljoen in 2021 en dalen de komende jaren met € 3,6 miljoen in 2022, € 4,0 miljoen in 2023, € 3,8 miljoen in 2024 en stijgen met € 0,1 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor Team Corona van € 55,3 miljoen als gevolg de Corona meerkosten (teststraten, belteams, bron- en contactonderzoek), zie ook de toelichting bij de baten.
• Hogere lasten voor Gebiedsteams van per saldo € 5,0 miljoen vanaf 2021 als gevolg van het overhevelen van budgetten van programma 11 Wonen en groen naar programma 8. • Lagere lasten voor Sociaal Medische Indicatie kinderopvang van € 5,6 miljoen vanaf 2021 doordat de uitvoering en het budget wordt overgeheveld naar programma 5 Onderwijs. De uitvoering wordt gedaan door dezelfde organisaties als de voorschoolse educatie, die ook reeds onder programma 5 vallen. • Lagere lasten voor Gezondheidsbevordering van € 3,3 miljoen in 2021 (verschuiving naar programma B) en hogere lasten van € 0,9 miljoen in 2022, € 0,2 miljoen in 2023, € 0,6 miljoen 2024 en € 0,5 miljoen in 2025. De hogere lasten zijn het gevolg van budgetoverhevelingen tussen programmaonderdelen in dit programma, een toevoeging van middelen uit een reserve en de actualisatie van kapitaallasten. • Hogere lasten voor de subsidieregeling Sociale Basis van € 2,6 miljoen in 2021 als gevolg van het overhevelen van budgetten van programma 11 Wonen en groen naar programma 8. • Hogere lasten voor programmaonderdeel 8.1 van € 1,6 miljoen vanaf 2022 door structurele toekenning van middelen voor groei van de stad in 2021.
• Hogere lasten voor Stedelijk Jeugd- en Jongerenwerk van € 1,3 miljoen in 2021 door de intensivering op het Jeugd- en Jongerenwerk in de buurt bij de Begroting 2021 en een overheveling van middelen uit 2020 voor de instandhouding van lokale vrijwilligersorganisaties. • Lagere lasten voor Maatschappelijke dienstverlening van € 1,2 miljoen in 2021 door diverse kleinere meevallers. • De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: – kleiner zijn dan € 1 miljoen; – het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
65
H 3.8.1
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking
2021
2022
2023
2024
2025
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
0,6
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na voorjaarsnota
0,6
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekkingen Hogere lasten van € 0,2 miljoen in 2021 door een extra onttrekking aan de reserve Health Valley.
Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves.
66
H 3.8.2
3.8.2 Wijkteams (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
86,0
103,1
106,5
106,5
106,5
Saldo laatst vastgestelde begroting
-86,0
-103,1
-106,5
-106,5
-106,5
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Baten Lasten
1,3
1,3
1,3
1,5
2,0
Saldo effecten voorjaarsnota
-1,2
-1,3
-1,3
-1,4
-1,9
Baten
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Lasten
87,3
104,5
107,8
108,0
108,5
Saldo na voorjaarsnota
-87,2
-104,4
-107,7
-107,9
-108,4
• De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: – kleiner zijn dan € 1 miljoen; – het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
Baten Afwijkingen worden niet toegelicht, want deze zijn kleiner dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten stijgen met € 1,3 miljoen tot en met 2023 en lopen op naar € 1,5 in 2024 en € 2,0 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor Ouder- Kind Teams van € 3,9 miljoen vanaf 2021. Dit is gevolg van het overgang van Samen Doen naar de Ouder- Kind Teams (OKT). Daarnaast wordt budget toegevoegd voor preventie, het jonge kind en vluchtelingen en de bij de Begroting 2021 vastgestelde nominale compensatie. • Lagere lasten voor Flexibel Preventief Aanbod van € 1,2 miljoen vanaf 2021. In de afgelopen jaren bleef de besteding van dit budget achter. Daarom worden deze middelen nu structureel overgeheveld naar programmaonderdeel 8.3 Individuele voorzieningen, zodat sprake is een betere verdeling van budgetten aan de beleidsdoelstellingen van jeugd. Dit is een direct gevolg van het nieuwe inkooptraject 2021.
67
H 3.8.3
3.8.3 Individuele voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
27,6
28,2
28,5
28,7
28,7
Lasten
706,9
641,8
602,7
594,3
594,3
Saldo laatst vastgestelde begroting
-679,4
-613,6
-574,2
-565,6
-565,6
-2,9
-1,6
-1,8
-1,8
-1,8
Baten Lasten
44,7
34,9
19,0
20,3
20,9
Saldo effecten voorjaarsnota
-47,6
-36,5
-20,8
-22,1
-22,7
Baten
24,7
26,6
26,7
26,9
26,9
Lasten
751,7
676,7
621,7
614,6
615,2
Saldo na voorjaarsnota
-727,0
-650,1
-595,0
-587,7
-588,3
Baten De totale baten dalen met € 2,9 miljoen in 2021, met € 1,6 miljoen in 2022 en met € 1,8 miljoen structureel vanaf 2023. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten voor Gezondheidsbevordering van per saldo € 2,2 miljoen in 2021 en € 0,4 miljoen vanaf 2022 als gevolg van onder andere een verschuiving binnen programma 8 en vrijval van een voorziening. • De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: – kleiner zijn dan € 1 miljoen; – het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
Lasten De totale lasten stijgen met € 44,7 miljoen in 2021, € 34,9 miljoen in 2022, € 19 miljoen in 2023, € 20,3 miljoen in 2024 en € 20,9 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen van € 26,9 miljoen in 2021, € 3,3 miljoen in 2022, € 6,2 miljoen in 2023, € 7,7 miljoen in 2024 en € 8,3 miljoen in 2025. Dit is het gevolg van een hogere uitkering uit het gemeentefonds in 2021 van € 23,7 miljoen voor de Brede aanpak van de dak- en thuisloosheid. Een verdere stijging
van € 3,6 miljoen heeft betrekking op de actualisatie van de gemeentefonds middelen, vanaf 2022 bedraagt deze stijging € 4,4 miljoen. Hogere lasten van € 0,2 miljoen in 2022 oplopend naar € 1,7 miljoen in 2025 vanwege een actualisatie van de kapitaallasten. • Hogere lasten voor specialistische jeugdhulp van € 6,0 miljoen in 2021. Dit wordt veroorzaakt door onvoldoende doorstroom van jongeren vanuit de hoog specialistische jeugdhulp naar beschermd wonen voorzieningen. Dit bedrag kan nog oplopen. Daarnaast zijn de lasten vanaf 2021 hoger vanwege een technische correctie van € 2,8 miljoen op de besluitvorming van de Voorjaarsbrief 2020. In 2022 is sprake van hogere lasten van € 15,3 miljoen vanwege een rijksbijdrage voor de stijging van de kosten van de jeugdzorg. • Hogere lasten voor programmaonderdeel 8.3 van € 5,7 miljoen vanaf 2022 door structurele toekenning van middelen voor groei van de stad in 2021. • Hogere lasten voor vrouwenopvang (Veilig Thuis), opvang mensen handel en uitstapprogramma's prostituees van € 5,9 miljoen in 2021 en € 5,8 miljoen vanaf 2022 als gevolg van integratie- en doeluitkeringen uit het Gemeentefonds. • Lagere lasten voor Individuele Betaalopdrachten (IBO) van € 3,7 miljoen vanaf 2021. Dit betreft de overgang naar lumpsumbedragen voor hoog specialistische jeugdhulp (HSJH).
Als gevolg van het nieuwe inkoop traject 2021 is de verwachting dat voldoende specialistische jeugdhulp is ingekocht en daardoor minder budget nodig is voor niet gecontrac teerde zorg. • Lagere lasten voor Aanvullend openbaar vervoer (AOV) van € 3,1 miljoen in 2021 doordat vanwege de coronacrisis minder gebruik gemaakt wordt van het AOV. Aan de besloten besparing op het AOV in de Begroting 2021 wordt in lijn met de Toekomstvisie Sociaal Vervoer vanaf 2022 een andere invulling van maatregelen gegeven.
68
H 3.8.3
• Hogere lasten voor Pgb van € 3,1 miljoen in 2021 door een stijging van prijzen en het toegenomen gebruik van Pgb. De hogere lasten vervallen vanaf 2022 door een besparing op Pgb van € 2,8 miljoen. • Hogere lasten voor Hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen van € 2,8 miljoen vanaf 2021 door structurele groei van de vraag naar deze voorzieningen. • Hogere lasten voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van € 1,3 miljoen in 2021 als gevolg van uitkeringen uit het Gemeentefonds voor de Landelijke functie opvang Mensenhandel en vrouwenopvang vanuit DUVO-middelen. • De overige afwijkingen op de lasten worden niet verder toegelicht omdat deze: – kleiner zijn dan € 1 miljoen; – het gevolg zijn van het (budgetneutraal) herschikken dan wel uniformeren van de gemeentebegroting.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
69
H 3.8.4
3.8.4 Diversiteit (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
7,8
8,0
6,5
6,5
6,5
Saldo laatst vastgestelde begroting
-7,8
-8,0
-6,5
-6,5
-6,5
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
0,0
-0,2
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
0,0
0,2
0,0
0,0
0,0
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
7,8
7,8
6,5
6,5
6,5
Saldo na voorjaarsnota
-7,8
-7,8
-6,5
-6,5
-6,5
Baten Er zijn geen begrotingswijzigingen op de baten in dit programmaonderdeel.
Lasten De totale lasten dalen met € 0,2 miljoen in 2022. Deze afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
70
H 3.9
3.9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
403,1
411,6
429,2
437,5
437,5
Lasten
455,5
472,0
467,6
472,1
428,8
Saldo laatst vastgestelde begroting
-52,4
-60,4
-38,4
-34,6
8,7
2,4
5,5
0,7
0,7
6,9
Baten Lasten
15,9
8,2
-1,9
-2,4
7,1
Saldo effecten voorjaarsnota
-13,5
-2,7
2,6
3,1
-0,2
Baten
405,5
417,1
429,9
438,2
444,4
Lasten
471,4
480,2
465,7
469,7
435,9
Saldo na voorjaarsnota
-65,9
-63,0
-35,8
-31,5
8,6
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.
71
H 3.9.1
3.9.1 Riool en drinkwater (bedragen x € 1 miljoen)
• De stijging vanaf 2022 is het gevolg van toename aantal drinkwaterklanten, rioleringsaansluitingen door de groei van de stad en extra kosten voor digitale beveiliging. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
(bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
209,4
216,2
221,8
226,3
226,3
Lasten
205,1
208,6
213,5
217,7
217,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
4,3
7,5
8,2
8,6
8,6
Baten
-2,0
1,7
0,8
0,8
7,1
Lasten
-2,2
1,6
0,8
0,8
6,7
Saldo effecten voorjaarsnota
0,3
0,0
0,0
0,0
0,3
Baten
207,4
217,8
222,6
227,1
233,4
(bedragen x € 1 miljoen)
Lasten
202,9
210,3
214,3
218,5
224,5
(bedragen x € 1 miljoen)
4,5
7,6
8,3
8,6
8,9
Saldo na voorjaarsnota
Baten De totale baten dalen met € 2,0 miljoen in 2021 en stijgen met € 1,7 miljoen in 2022. In 2023 en 2024 stijgen de baten met € 0,8 miljoen en in 2025 met € 7,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze daling van € 2,0 miljoen in 2021 is grotendeels het effect van de coronacrises op het (groot)gebruikersdeel van de rioolheffing. • De stijging van € 1,7 miljoen in 2022, € 0,8 miljoen in 2023 en 2024 en € 7,1 miljoen komt grotendeels door toename aantal drinkwaterklanten (in 2025), rioleringsaansluitingen als gevolg van de groei van de stad en extra kosten voor digitale beveiliging. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten dalen met € 2,2 miljoen in 2021 en stijgen met € 1,6 miljoen in 2022. In 2023 en 2024 stijgen de lasten met € 0,8 miljoen en in 2025 met € 6,7 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze daling van € 2,4 miljoen in 2021 komt door een lagere onttrekking aan de egalisatievoorziening Rioolheffing. Hierboven bij de baten is beschreven dat we verwachten door de Coronacrises minder Rioolheffing te innen. Dit wordt verrekend met de egalisatievoorziening Rioolheffing.
Reserves
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking
2,9
1,4
0,6
-0,1
-0,1
Toevoeging
0,0
0,7
0,7
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
2,9
0,7
-0,1
-0,1
-0,1
Onttrekking
-0,2
-0,7
-0,6
0,1
0,2
Toevoeging
0,0
-0,7
-0,6
0,1
0,2
Saldo effecten voorjaarsnota
-0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
2,7
0,7
0,0
0,0
0,1
Toevoeging
0,0
0,0
0,1
0,1
0,2
Saldo na voorjaarsnota
2,7
0,7
-0,1
-0,1
-0,1
Onttrekkingen De afwijking lichten we niet toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Toevoegingen Er is geen afwijking op de toevoegingen aan reserves in 2021. Vanaf 2022 is de afwijking kleiner dan €1 miljoen en lichten we deze niet toe.
72
H 3.9.2
3.9.2 Afval en grondstoffen (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
183,9
185,5
197,9
201,7
201,7
Lasten
147,3
149,8
161,0
164,7
164,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
36,6
35,7
36,9
36,9
36,9
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
-0,4
-1,0
-3,6
-5,0
-4,8
Saldo effecten voorjaarsnota
0,4
1,0
3,6
5,0
4,8
Baten
183,9
185,5
197,9
201,7
201,7
Lasten
146,8
148,8
157,4
159,8
159,9
Saldo na voorjaarsnota
37,1
36,7
40,5
41,9
41,8
Baten
• Een daling van € 0,7 miljoen als gevolg van herverdeling middelen circulaire economie. Betreft een herverdeling van de beschikbare middelen tussen programmaonderdelen (Afval en Grondstoffen, en Ruimte en Duurzaamheid). De verlaging van lasten is ook het geval voor 2022 met € 1,1 miljoen, 2023 en 2024 met € 1,2 miljoen en in 2025 met € 0,8 miljoen. Deze middelen worden verhoogd op een ander programmaonderdeel. • Een daling van € 0,3 miljoen door herijking (actualisatie) van de personeelslasten. Structureel effect vanaf 2021 tot met 2025. • Een daling van € 0,1 miljoen vanaf 2021 structureel door overdracht budgetten aan andere organisatieonderdelen (Stadsbeheer en Interne dienstverlening).
Er zijn geen begrotingswijzigingen op de baten in dit programmaonderdeel.
Reserves
Lasten
(bedragen x € 1 miljoen)
De totale lasten dalen met € 0,4 miljoen in 2021 en met € 1,0 miljoen in 2022 en in 2023 met € 3,6 miljoen, in 2024 met € 5,0 miljoenen in 2025 met € 4,8 miljoen. Deze effecten zijn het gevolg van de volgende afwijkingen: • Een stijging van € 0,7 miljoen in 2021 als gevolg van actualisatie kapitaallasten (in 2022 € 0,5 miljoen hoger, in 2023 € 1,9 miljoen lager, in 2024 € 3,3 miljoen lager en in 2025 met € 3,6 miljoen). De actualisatie van de kapitaallasten (daadwerkelijke investeringen en geplande investeringen) leidt tot een bijstelling van de rente en afschrijvingen. In 2021 en 2022 is sprake van een stijging van de lasten, vanaf 2023 worden de kapitaalasten lasten weer lager (op basis van huidig investeringsbehoefte). De actualisatie kapitaallasten heeft een link met de investeringsreserve afval. De fluctuatie in de kapitaallasten werden tot 2020 geëgaliseerd via de investeringsreserve afval. Deze reserve is in 2020 geheel gebruikt. De egalisatie verloopt niet meer via deze reserve.
(bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking
0,3
-1,1
-1,1
-1,1
0,0
Toevoeging
3,1
1,0
1,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
-2,9
-2,1
-2,1
-1,1
0,0
Onttrekking
-0,3
1,1
1,1
1,1
0,0
Toevoeging
-3,1
-1,0
-1,0
0,0
0,0
Saldo effecten voorjaarsnota
2,9
2,1
2,1
1,1
0,0
Onttrekking
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na voorjaarsnota
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
73
H 3.9.2
Onttrekking De totale onttrekking neemt af met € 0,3 miljoen in 2021 en neemt toe met € 1,1 miljoen in 2022 tot en met 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • De afname van € 0,3 miljoen (2021) en toename € 1,1 miljoen (2022 en verder) komt door de actualisatie kapitaallasten (met als basis de meerjarige investeringen stand februari 2021.
Toevoeging De toevoeging aan reserves neemt af met € 3,1 miljoen in 2021 en met € 1,0 miljoen in 2022 en 2023. Dit is het gevolg van de volgende afwijkingen: • De afname van € 3,1 miljoen (2021) en € 1,0 miljoen (2022 en verder) komt door de actualisatie kapitaallasten (met als basis de meerjarige investeringen stand februari 2021.
74
H 3.9.3
3.9.3 Duurzaamheid en milieubeheer (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
1,3
1,3
1,3
1,3
1,3
Lasten
65,3
83,9
73,2
70,0
26,9
Saldo laatst vastgestelde begroting
-64,0
-82,6
-71,9
-68,7
-25,6
4,0
3,7
0,0
0,0
0,0
Baten Lasten
20,0
6,3
0,0
1,3
4,8
Saldo effecten voorjaarsnota
-16,0
-2,5
0,0
-1,3
-4,8
Baten
5,3
5,0
1,3
1,3
1,3
Lasten
85,4
90,2
73,3
71,3
31,7
Saldo na voorjaarsnota
-80,0
-85,2
-72,0
-70,0
-30,4
Baten De totale baten stijgen met € 4,0 miljoen in 2021 en met € 3,7 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze stijging van € 4,0 miljoen (2021) en € 3,7 miljoen (2022) komt door specifieke uitkering van het rijk voor de het opzetten van een proeftuin aardgasvrije wijk.
Lasten De totale lasten stijgen met € 20,0 miljoen in 2021 en met € 6,3 miljoen in 2022. In 2024 stijgen de lasten met € 1,3 miljoen en in 2025 met € 4,8 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze stijging van € 20,0 miljoen (2021) en € 6,3 miljoen (2022) komt door: – Actualisatie projecten bodemsanering van € 5,5 miljoen in 2021; – Een stijging van € 2,9 miljoen komt doordat de bijdragen aan de grondexploitaties gestegen zijn. Er zal aan meerdere plannen bijgedragen worden. De grondslag voor dit bedrag is een raming van het percentage dat vanuit de reserve wordt bijgedragen; – Een stijging van € 1,0 miljoen, doordat een bijdrage wordt gedaan aan Buiteneiland als hergebruikproject; – Een stijging van € 0,7 miljoen, doordat de saneringslasten van waterbodems bij gasfabrieken zijn gestegen;
– Een stijging van € 0,5 miljoen, doordat er meer nazorg plaatsvindt; – Een stijging van € 0,4 miljoen vanuit meerdere kleinere mutaties, die hier niet verder toegelicht worden. • Inzet niet bestede middelen 2020 voor projecten Luchtkwaliteit van € 1,9 en actualisatie van € 4,2 miljoen in 2021. In 2022 stijgen de lasten met € 1,7 miljoen als gevolg van actualisatie. In 2023 en 2024 dalen de lasten en in 2025 nemen de lasten als gevolg van actualisatie van projecten met € 4,7 miljoen toe. Dekking vindt plaats uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. In 2020 zijn subsidies overgeboekt naar 2021 omdat deze -weliswaar toegekend-, maar niet verantwoord konden worden, omdat niet is aangetoond dat aan de voorwaarden van de subsidie is voldaan. Daarnaast zijn er niet bestede versnellingsmiddelen voor duurzaamheid waarvan verwacht wordt dat deze in 2021 besteed gaan worden. De bestedingen worden gedekt uit de reserve duurzaamheids fonds. In totaal wordt nu € 2,7 miljoen aan de begroting toegevoegd. Dekking vindt plaats uit de reserve duurzaamheidsfonds. • Een stijging € 0,7 miljoen als gevolg van herverdeling middelen circulaire economie. Betreft een herverdeling van de beschikbare middelen tussen programmaonderdelen (9.2 Afval en Grondstoffen, en 9.3 Ruimte en Duurzaamheid).
De verhoging van lasten is ook het geval voor 2022 met € 1,1 miljoen, 2023 en 2024 met € 1,2 miljoen en in 2025 met € 0,8 miljoen. Deze middelen worden verlaagd op een ander programmaonderdeel. • Door het rijk is specifieke uitkering toegekend aan de gemeente Amsterdam voor het opzetten van een proeftuin aardgasvrije wijk. De uitkering wordt verstrekt voor de wijkgerichte aanpak bestaande woningen en andere gebouwen aardgasvrij-ready te maken met het oog op leren hoe de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. De bestedingen zijn verdeeld over 2021, € 4,0 miljoen en 2022, € 3,7 miljoen. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.
75
H 3.9.3
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking
37,1
63,0
44,5
42,5
5,2
Toevoeging
40,9
40,8
3,3
3,3
3,3
Saldo laatst vastgestelde begroting
-3,7
22,2
41,2
39,2
1,9
Onttrekking
8,0
-0,1
-0,1
-0,1
-0,2
Toevoeging
-0,3
-0,4
-0,4
-0,4
-0,5
Saldo effecten voorjaarsnota
8,3
0,3
0,3
0,4
0,3
Onttrekking
45,2
62,9
44,4
42,4
5,0
Toevoeging
40,6
40,5
2,9
2,9
2,8
Saldo na voorjaarsnota
4,6
22,4
41,5
39,6
2,2
Onttrekkingen De totale onttrekking neemt toe met € 8 miljoen in 2021 af en neemt met € 0,1 miljoen af vanaf 2022. Dit is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Deze toename van € 8 miljoen in 2021 komt door een onttrekking van € 2,7 miljoen aan het duurzaamheidsfonds vanwege de niet bestede versnellingsmiddelen in 2020 en nog te verantwoorden subsidies uit 2020. • Door de actualisatie projecten bodemsanering wordt in 2021 € 5,5 miljoen onttrokken aan de reserve bodemsanering. De actualisatie van de projecten zijn toegelicht onder de lasten van programma onderdeel 3.9.3 Duurzaamheid en milieubeheer. • De overige afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Toevoegingen De totale toevoeging neemt af met € 0,3 miljoen in 2021 en met € 0,4 miljoen in 2022. In 2023 neemt de toevoeging af met € 0,4 miljoen, in 2024 met € 0,4 miljoen en in 2025 met € 0,5 miljoen. De afwijkingen lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
76
H 3.9.4
3.9.4 Ruimtelijke ordening Lasten
(bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
0,3
0,4
0,0
0,0
0,0
Lasten
29,9
21,8
12,1
11,9
11,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
-29,6
-21,4
-12,1
-11,9
-11,7
Baten
0,2
0,0
-0,2
-0,2
-0,2
Lasten
-1,7
1,0
0,6
0,2
0,2
Saldo effecten voorjaarsnota
1,9
-1,0
-0,8
-0,4
-0,4
Baten
0,5
0,4
-0,2
-0,2
-0,2
Lasten
28,2
22,8
12,7
12,1
11,9
Saldo na voorjaarsnota
-27,7
-22,4
-12,9
-12,3
-12,1
Baten De totale baten stijgen in 2021 met € 0,2 miljoen en dalen met € 0,2 miljoen structureel vanaf 2023. Deze lichten we niet verder toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
De totale lasten dalen met € 1,7 miljoen in 2021 en stijgen met € 1,0 miljoen in 2022. In 2023 stijgen de lasten met € 0,6 miljoen, in 2024 met € 0,2 miljoen en in 2025 met € 0,2 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Daling van € 0,6 miljoen door uniformering van de salarisbudgetten bij de stadsdelen. Het salarisbudget van de afdeling opdrachtgeverschap van Stadsdeel Zuidoost wordt structureel ondergebracht in programma 11. • Daling van € 0,5 miljoen door incidentele kasschuif naar 2023 voor Haven Stad • Daling van € 0,6 miljoen door de aanpassing van de loonindexatie van 3,6 naar 1,8%.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
77
H 3.9.5
3.9.5 Begraafplaatsen en crematoria (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
Lasten
7,9
7,9
7,7
7,7
7,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
0,4
0,4
0,5
0,5
0,5
Baten
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Lasten
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
Saldo effecten voorjaarsnota
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
Baten
8,3
8,3
8,3
8,3
8,3
Lasten
8,1
8,0
7,9
7,9
7,9
Saldo na voorjaarsnota
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
Baten De baten stijgen met € 0,1 miljoen. De afwijking lichten we verder niet toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Lasten De lasten stijgen met € 0,2 miljoen. De afwijking lichten we verder niet toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Reserves Er zijn voor dit programmaonderdeel geen reservemutaties.
78
H 3.10
3.10 Grond (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
1090,9
931,9
816,1
706,7
706,7
Lasten
677,0
570,5
582,8
516,7
515,2
Saldo laatst vastgestelde begroting
413,8
361,4
233,3
189,9
191,4
Baten
-222,6
-206,8
60,1
136,4
-52,0
Lasten
-120,6
-94,7
2,3
86,6
4,0
Saldo effecten voorjaarsnota
-102,0
-112,2
57,8
49,8
-56,0
Baten
868,3
725,0
876,3
843,0
654,7
Lasten
556,5
475,8
585,1
603,3
519,2
Saldo na voorjaarsnota
311,9
249,2
291,1
239,7
135,4
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.
79
H 3.10.1
3.10.1 Grond (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
735,3
650,8
610,7
502,1
502,1
Lasten
635,6
533,6
545,7
479,3
479,3
Saldo laatst vastgestelde begroting
99,7
117,2
65,0
22,8
22,8
Baten
-195,5
-209,8
-1,8
120,8
-57,1
Lasten
-131,4
-104,4
-4,9
80,0
-4,6
Saldo effecten voorjaarsnota
-64,1
-105,4
3,1
40,8
-52,5
Baten
539,8
441,0
608,9
622,9
445,0
Lasten
504,3
429,2
540,9
559,3
474,7
Saldo na voorjaarsnota
35,6
11,8
68,1
63,6
-29,7
De financiële stromen in programma 10 betreffen vooral de baten en lasten van de grondexploitaties (10.1) en erfpacht (10.2). Bij beide wordt een groot deel van de baten en lasten verrekend met de reserves, waardoor dit geen effect heeft op de algemene middelen. De verrekening gebeurt op grond van de BBV-voorschriften en de gemeentelijke vertaling daarvan in de Nota Financiële Verantwoording Grondexploitaties en erfpacht. Wel is de omvang van deze stromen bepalend voor de ontwikkelingen binnen het Verevenings fonds, de financieringsreserve Erfpachtgrond en de reserve Afkoopsommen erfpacht. De ontwikkelingen bij de baten en lasten hebben daarmee veelal een tegenhanger in de onttrekkingen en dotaties aan de reserves. Geschoond voor systeemtechnische (indexatievergoeding, overhead toerekening) en administratieve verrekeningen is er sprake van een afdracht vanuit de reserves van het Vereveningsfonds aan de algemene middelen van € 89,3 miljoen in 2021 en € 87,0 miljoen in de periode 2022 t/m 2025, waarvan € 13 miljoen structureel.
Baten De totale baten van € 539,8 miljoen betreffen in hoofdzaak de grond opbrengsten in de grondexploitaties en de (administratieve) winstnemingen uit de grondexploitatieprojecten ten gunste van de reserve. De baten grondopbrengsten worden geraamd op € 451,8 miljoen in 2021 en de winstnemingen in 2021 op € 86,9 miljoen. De totale baten dalen met € 195,5 miljoen in 2021, met € 209,8 miljoen in 2022 en met € 1,8 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 120,8 miljoen en in 2025 dalen de baten met € 57,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten in de grondexploitaties van € 100 miljoen en lagere winst nemingen van € 95 miljoen in 2021, doordat vertraging en onzekerheid over grondinkomsten, mede als gevolg van de coronacrisis toenemen. Dit zien we met name terug in een lagere verwachting van de afzet van commercieel vastgoed. Dit komt ook tot uiting in de winstnemingen die verlaagd zijn en hier een direct gevolg van zijn. Elk jaar worden de ramingen van de gebiedsontwikkelingsprojecten van het Verevenings fonds en Zuidas geactualiseerd in het kader van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG). De actualisatie wordt bij de voorjaarsnota ook in de meerjarenbegroting verwerkt en heeft naast 2021 ook tot gevolg dat de baten (inclusief winstnemingen) in 2022 en verdere jaren zijn aangepast.
In het MPG is een uitgebreidere toelichting op de actualisatie opgenomen en wordt daarnaast ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de reserves en de vereveningsruimte. De actualisatie heeft geen effect op de algemene middelen (saldoneutraal).
80
H 3.10.1
• Lagere baten doordat de laatste jaren minder woningen van Woning corporaties zijn geliberaliseerd dan eerder geraamd. Bij liberalisaties dragen de corporaties conform de samenwerkingsafspraken een deel van de huurverhoging af aan het Vereveningsfonds. Dit heeft een nadelig effect van € 0,5 miljoen in 2021 en oplopend naar € 1,1 miljoen in 2023. Dit is het gevolg van enerzijds minder liberalisaties dan toegestaan en anderzijds nieuwe samenwerkingsafspraken, waarin verhuur ten behoeve van het middensegment wordt gestimuleerd en woningen hierdoor minder snel in aanmerking komen voor deze regeling. Deze lagere baten leiden tot een lagere dotatie aan het Verevenings fonds en is hiermee saldoneutraal voor de algemene middelen.
Lasten De totale lasten bestaan in hoofdzaak uit de uitgaven in de grondexploitatie projecten en diverse (administratieve) verrekeningen met de balans (verrekening saldo Onderhanden Werk, Immateriële en vaste activa). De uitgaven in de grondexploitatieprojecten, waaronder het verwerven, bouw- en woonrijp maken, worden geraamd op ca. € 400,0 miljoen in 2021. De administratieve verrekeningen op ca. € 105,0 miljoen. De totale lasten dalen in 2021 met € 131,4 miljoen in 2021, met € 104,4 miljoen in 2022 en met € 4,9 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 80,0 miljoen en in 2025 dalen de lasten met € 4,6 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten in de grondexploitaties en overige gebiedsontwikkelings projecten van € 42,6 miljoen in 2021 en hierna hogere lasten van € 41,9 miljoen in 2022, € 51,8 miljoen in 2023, € 32,9 miljoen in 2024 en € 43,8 miljoen in 2025. Dit is het gevolg van een groot aantal nieuwe – en herziene plannen, waarbij in de eerste vijf jaar relatief veel wordt geïnvesteerd om in latere jaren de grondproductie voor wonen, commercieel en maatschappelijk vastgoed te realiseren. In het MPG wordt uitgebreider ingegaan op de gebiedsontwikkelingsprojecten, zoals toegelicht bij de baten.
• Lagere administratieve verrekeningen met de balans van € 89,2 miljoen in 2021 en € 204,4 miljoen in de jaren 2022-2025). Het saldo van de grondexploitaties wordt grotendeels verrekend met het Onderhanden werk op de balans. Door de lagere baten en hogere lasten in de grondexploitaties en overige gebiedsontwikkelingsprojecten, zoals hierboven toegelicht, nemen ook de administratieve verrekeningen af. • Lagere lasten van € 0,9 miljoen doordat overheadkosten nu in programma B worden begroot conform BBV-voorschriften (saldoneutraal). Naast de baten en lasten in de grondexploitaties maken ook de tariefdiensten deel uit van programmaonderdeel 10.1. Bij de tariefdiensten is in 2021 sprake van hogere lasten van € 1,3 miljoen door uitbreiding van de formatie van de tariefdiensten, waarin de vaste formatie is gestegen en de externe inhuur is verlaagd. Hier was al dekking in de begroting opgenomen in een ander programma, waardoor dit voor de gemeente saldoneutraal is. In de jaren hierna dalen de lasten met € 0,2 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Onttrekking
191,3
Toevoeging
211,2
124,5
98,4
108,1
106,6
200,2
161,5
125,2
125,2
Saldo laatst vastgestelde begroting Onttrekking
-19,9
-75,7
-63,2
-17,1
-18,6
-31,7
24,2
-22,4
-9,4
32,9
Toevoeging
-92,9
-90,5
-22,5
27,9
-19,3
Saldo effecten voorjaarsnota
61,2
114,7
0,1
-37,3
52,2
Onttrekking
159,6
148,7
76,0
98,7
139,5
Toevoeging
118,4
109,7
139,1
153,1
105,9
Saldo na voorjaarsnota
41,3
39,0
-63,1
-54,4
33,6
81
H 3.10.1
Onttrekkingen De totale onttrekking neemt af met € 31,7 miljoen in 2021. Hierna neemt de onttrekking toe met € 24,2 miljoen in 2022, af met € 22,4 miljoen in 2023, af met € 9,4 miljoen in 2024 en toe met € 32,9 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere onttrekking voor projecten die rechtstreeks met het Verevenings fonds of de reserve Zuidas worden verrekend van € 32,5 miljoen in 2021. Hierna neemt de onttrekking hiervoor toe met € 24,1 miljoen in 2022, af met € 22,4 miljoen in 2023, af met € 9,4 miljoen in 2024 en toe met € 32,9 miljoen in 2025. Het kasritme voor uitgaven voor deze projecten is gewijzigd naar aanleiding van de actualisatie in het MPG 2021. • Hogere onttrekking/vrijval van € 0,8 miljoen ter dekking van een taakstelling op proceskosten uit de voorjaarsnota 2019, waarvoor in het plaberum besparingen worden gezocht. Deze besparingen (voor zover gerealiseerd binnen de grondexploitaties) leiden tot betere resultaten in de grondexploitaties die met het Vereveningsfonds worden verrekend.
Toevoegingen
• Hogere toevoeging van € 2,5 miljoen in 2021 doordat we een bijdrage van de Vervoersregio Amsterdam voor het project N200 Haarlemmerweg ontvangen. Het saldo van dit project wordt in mindering gebracht op de balanspost “Activa Maatschappelijk Nut” en de bijbehorende financieringsreserve die mede is gevormd vanuit bijdrage uit het Vereveningsfonds. • Lagere toevoeging van € 0,5 miljoen in 2021, oplopend tot € 1,1 miljoen in 2023, door lagere inkomsten uit huurliberalisaties, zoals toegelicht bij de baten. • Hogere toevoeging van € 0,1 miljoen in 2021 als gevolg van de indexatievergoeding van 2% over de stand van de voorzieningen die onderdeel uitmaken van het Vereveningsfonds, conform de nota financiële verantwoording grondexploitaties en Erfpacht uitgifte. In de jaren 2022-2025 neemt de toevoeging af met in totaal € 10,4 miljoen, omdat de stand van de voorzieningen lager wordt. • Hogere toevoeging van € 3,0 miljoen aan de reserve Zuidas in 2025 ten laste van het subsidiebudget voor de OBA. Hiertoe heeft de Raad, tijdens de behandeling van de begroting 2020, besloten tijdens de behandeling van de begroting 2020 met amendement 14.020.
De totale toevoeging neemt af met € 92,9 miljoen in 2021. Hierna neemt de toevoeging af met € 90,5 miljoen in 2022, af met € 22,5 miljoen in 2023, toe met € 27,9 miljoen in 2024 en af met € 19,3 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere toevoeging doordat er minder winst kan worden genomen in de grondexploitaties. In 2021 nemen de toevoegingen af met € 95,0 miljoen in 2021, af met € 88,6 miljoen in 2022, af met € 18,0 miljoen in 2023, toe met € 32,5 miljoen in 2024 en af met € 18,7 miljoen in 2025. Dit is het gevolg van de actualisatie van de ramingen van de gebiedsontwikkelingsprojecten van het Verevenings fonds en Zuidas in het kader van het Meerjarenperspectief Grond exploitaties (MPG), zoals toegelicht bij de lasten en baten.
82
H 3.10.2
3.10.2 Erfpacht (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
2025
Baten
355,6
281,1
205,4
204,6
204,6
Lasten
41,4
36,9
37,1
37,5
36,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
314,2
244,2
168,3
167,1
168,6
Baten
-27,1
3,0
61,9
15,6
5,1
Lasten
10,8
9,8
7,2
6,6
8,6
Saldo effecten voorjaarsnota
-37,9
-6,8
54,7
8,9
-3,5
Baten
328,5
284,0
267,3
220,1
209,7
Lasten
52,2
46,6
44,3
44,1
44,5
276,3
237,4
223,1
176,0
165,1
Saldo na voorjaarsnota
De financiële stromen in de erfpachtexploitatie, de reserve afkoopsommen en de financieringsreserve Erfpachtgrond worden in dit programmaonderdeel toegelicht. In de door de raad vastgestelde Nota Financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte is vastgelegd hoe deze financiële stromen administratief worden verwerkt en hoe (een deel van) de baten en lasten met de reserves worden verrekend. De financiële stromen zijn het eenvoudigst op te splitsen in canon, reguliere afkoopsommen en afkoopsommen overstap. • De canon betalende rechten zijn reguliere (jaarlijkse) inkomsten voor de algemene middelen. Deze nemen toe bij nieuwe uitgiften. De grond waarde bij uitgifte wordt door het onderdeel erfpacht als het ware “aangekocht” van de grondexploitatie en wordt gefinancierd met een binnengemeentelijke lening en als schuld op de balans geplaatst. Over deze schuld wordt rente betaald. Dit geldt zowel in het voortdurend stelsel als in het eeuwigdurende stelsel. • Als de canon in het voortdurende stelsel wordt afgekocht, ontvangt de gemeente een afkoopsom. Deze afkoopsom wordt aan de reserve afkoopsommen toegevoegd. De reserve Afkoopsommen is altijd gelijk aan de aankoopwaarde van de grond. Mocht de ontvangen afkoopsom hoger (of evt. lager) zijn dan de aankoopprijs, dan wordt dit verschil verrekend met de financieringsreserve Erfpachtgrond.
• De gemeente is in 2016 overgestapt van een voortdurend erfpachtstelsel naar een eeuwigdurend erfpacht stelsel. Een overgestapt eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde meer voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. Bij een overstap van het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel wordt allereerst de afkoopsom aangewend voor de aflossing van de bestaande grondwaarde op de balans waarna de meerwaarde wordt toegevoegd aan de financieringsreserve Erfpachtgrond. • De rente over de reserve afkoopsommen en de financieringsreserve Erfpachtgrond komt ten gunste van de jaarlijkse exploitatie. De lasten en baten in programmaonderdeel 10.2 worden gedeeltelijk verrekend met reserves. Dit betreft voornamelijk de afkoopsommen. Deze baten kunnen niet los worden gezien van de onttrekkingen en dotaties aan de reserves. De kosten en opbrengsten van de canon betalende rechten (canon-/ rente en apparaatskosten) komen ten gunste van de jaarlijkse exploitatie. Rekening houdend met de effecten van rente en overhead, die tot uiting komen in andere programma’s, verbetert het resultaat voor de gemeente met € 0,8 miljoen in 2021, oplopend tot € 8,2 miljoen in 2025. De totale baten dalen met € 27,1 miljoen in 2021. Hierna stijgen de baten met € 3,0 miljoen in 2022, met € 61,9 miljoen in 2023, met € 15,6 miljoen in 2024 en met € 5,1 miljoen in 2025.
Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten van € 32,4 miljoen in 2021 doordat we in dit jaar minder afkoopsommen verwachten te ontvangen. In de jaren 2022-2025 verwachten we een stijging van de afkoopsommen met € 58,6 miljoen. De effecten van de overstapregeling op baten zijn vooraf moeilijk in te schatten. Wel zien we dat er vaker wordt gekozen voor canon in plaats van afkoop. De afkoopsommen worden verrekend met reserves. 83
H 3.10.2
• Hogere canonopbrengsten van € 5,3 miljoen in 2021 doordat we verwachten dat erfpachters kiezen voor canon in plaats van afkoop. In de jaren hierna stijgen de canonopbrengsten met € 5,8 miljoen in 2022, met € 5,4 miljoen in 2023, met € 5,1 miljoen in 2024 en met € 10,6 miljoen in 2025. De totale lasten stijgen met € 10,8 miljoen in 2021, met € 9,8 miljoen in 2022 en met € 7,2 miljoen in 2023, met € 6,6 miljoen in 2024 en met € 8,6 miljoen in 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 5,8 miljoen in 2021 voor het uitvoeren van de overstap regeling. Hierna stijgen de lasten met € 4,7 miljoen in 2022 en € 1,4 miljoen in 2023. Hierna dalen de lasten met circa € 1,2 miljoen. Het kost meer capaciteit om aanvragen te verwerken dan in eerste instantie gedacht. Het zwaartepunt van de werkzaamheden voor de afhandeling van overstapaanvragen ligt in 2021, waarna dit weer afneemt. Daarnaast is in de jaren 2021, 2022 en 2023 meer beheer en onderhoud nodig aan het overstapportaal dan oorspronkelijk begroot. De lasten voor de Overstap worden onttrokken aan de financierings reserve Erfpachtgrond. • Hogere lasten van € 2,2 miljoen voor het beheer van het Erfpacht stelsel. De lasten worden hoger door onder andere transformaties die arbeidsintensief zijn.
Daarnaast is sprake van een toenemende beheer last voor erfpachtrechten, aanpassingen aan de erfpacht ICT-systemen en onvoorziene werkzaamheden, zoals de behandeling van WOBverzoeken, juridische procedures en taxaties. • Hogere lasten van € 1,1 miljoen in 2021 voor het ontwikkelen van het nieuw informatiesysteem erfpacht (NISE). Hiervoor is in de meerjaren begroting € 5,0 miljoen gereserveerd. In de jaren 2022-2024 dalen de lasten met € 1,3 miljoen, waardoor dit per saldo € 0,2 miljoen positief is. • Hogere lasten van € 1,0 miljoen in 2021 voor het opnemen voor een voorziening voor dubieuze debiteuren. Door de coronacrisis is besloten om vaker uitstel van betaling te verlenen. Dit heeft tot gevolg dat hiervoor een groter bedrag gereserveerd dient te worden.