Bijlage 1 Verordening maart 2021
Tekst van het document
Verordening op het toerisme in balans d.d. maart 2021 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bandbreedte: de onder- en bovengrens van het totaal aantal toeristenovernachtingen per jaar waarbij er op gemeenteniveau balans wordt geacht te zijn tussen de belangen van bewoners, ondernemers en bezoekers; b. toeristenovernachting: iedere overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding die niet resulteert in een verblijf van meer dan 30 dagen; c. dagbezoek: een bezoek aan de gemeente met een vrijetijdsmotief zonder overnachting; d. toeristische draagkracht: de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het significant ten koste gaat van de toerisme gerelateerde leefbaarheid; e. toeristische druk: het effect op de openbare ruimte in een wijk dat wordt veroorzaakt door toerisme gebaseerd op objectieve waarnemingen van het aanbod en gebruik van voorzieningen die gericht zijn op toeristen; en f. toerisme gerelateerde leefbaarheid: de aspecten van een wijk die direct of indirect door bezoekers of concentraties van bezoekers kunnen worden beïnvloed.
Artikel 2 Bandbreedte toeristenovernachtingen De bandbreedte wordt vastgesteld op XX en XX miljoen toeristenovernachtingen per jaar, waarbij XX miljoen toeristenovernachtingen per jaar als optimum geldt. Artikel 3 Waarborgen bandbreedte 1. Het college informeert de raad jaarlijks vóór 31 januari over: a. het aantal toeristenovernachtingen dat in het lopende en de twee daaropvolgende kalenderjaren wordt verwacht; en b. het aantal toeristenovernachtingen dat in het voorafgaande kalenderjaar heeft plaatsgevonden. 2. Indien het aantal toeristenovernachtingen of het verwachte aantal toeristenovernachtingen buiten de bandbreedte valt, biedt het college de raad binnen zes maanden een beleidsnota aan over de wijze waarop het aantal toeristenovernachtingen binnen de geprognotiseerde periode van drie jaar binnen de bandbreedte wordt gebracht. De raad stelt deze beleidsnota vast. 3. De beleidsnota bevat ten minste: a. de maatregelen die het college neemt om het aantal toeristenovernachtingen binnen de bandbreedte te brengen of houden waarbij ten minste wordt ingegaan op:,: i. de mogelijke regulering van het aantal toeristenovernachtingen in vakantiewoningen ii. de mogelijke regulering van het aantal toeristenovernachtingen met behulp van de toeristenbelasting; iii. de overige relevante maatregelen die het college kan nemen om het aantal toeristenovernachtingen te reguleren iv. b.
de verwachte impact van de voorgestelde maatregelen op:
i. ii.
het aantal toeristenovernachtingen binnen de geprognotiseerde periode van drie jaar; en de begroting van de gemeente.
Artikel 4: monitoring dagbezoeken 1. Het college informeert de raad jaarlijks vóór 31 januari over: a. het aantal dagbezoeken dat in het lopende en de twee daaropvolgende kalenderjaren wordt verwacht; en b. het aantal dagbezoeken dat in het voorafgaande kalenderjaar heeft plaatsgevonden. 2. Indien het aantal dagbezoeken of het verwachte aantal dagbezoeken het college zorgen baart, biedt het college de raad binnen zes maanden een beleidsnota aan over de wijze waarop het aantal dagbezoeken gereguleerd zal worden. De raad stelt deze beleidsnota vast. 3. De beleidsnota bevat ten minste: a. de maatregelen die het college neemt om het aantal dagbezoeken binnen de geprognotiseerde periode van drie jaar te reguleren, waarbij ten minste wordt ingegaan op: i. de invloed die de gemeente heeft op het volume van het toerisme binnen de MRA ii. de mogelijke regulering van het aantal dagbezoeken met behulp van de vermakelijkhedenretributie; iii. de overige relevante maatregelen die het college kan nemen om het aantal dagbezoeken te reguleren Artikel 4 Toeristische draagkracht wijken 1. De toeristische druk per wijk wordt ten minste bepaald op grond van: a. het aantal woningen dat wordt aangeboden voor vakantieverhuur per 1000 inwoners; b. het aantal coffeeshops per 1000 inwoners; c. het aantal stoepen met minder dan 1,5 meter loopruimte; d. het aantal attracties; e. de hotelcapaciteit; en f.
het overige toeristisch aanbod per km². 2. De toerisme gerelateerde leefbaarheid wordt ten minste bepaald op grond van een tweejaarlijkse enquête waarbij ten minste wordt onderzocht op welke wijze bewoners de volgende aangelegenheden ervaren binnen hun wijk: a. de onveiligheidsbeleving index; b. de overlast door vervuiling; c. de overlast door toeristische verhuur van woningen in directe woonomgeving; d. de overlast door mensen onder invloed van alcohol en/of andere verdovende middelen op straat; e. het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen; en f. de sociale cohesie. 3. Het college biedt de raad een beleidsnota aan over de verdere invulling van de begrippen toeristische druk en toerisme gerelateerde leefbaarheid en de wijze waarop aan de hand van deze begrippen de toeristische draagkracht wordt bepaald. De raad stelt deze beleidsnota vast.
Artikel 5 Waarborgen toeristische draagkracht 1. Het college informeert de raad om het jaar vóór 31 januari over de toeristische draagkracht van iedere wijk waarvoor het college dit relevant acht. 2. Indien de toeristische draagkracht in één of meer wijken onder druk staat, biedt het college binnen zes maanden een beleidsnota aan over het waarborgen van de toeristische draagkracht. De raad stelt deze beleidsnota vast. 3. De beleidsnota bevat ten minste: a. een overzicht van de wijk of wijken waarin de toeristische draagkracht onder druk staat; b. de maatregelen die het college neemt om de toeristische druk te doen afnemen in de betreffende wijk(en); c. de maatregelen die het college neemt om de toeristische leefbaarheid te herstellen in de betreffende wijk(en); d. de verwachte impact van de voorgestelde maatregelen op: i. de toeristische draagkracht van de betreffende wijk(en); en ii. de begroting van de gemeente.