CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verkenning van Kansen De Kleine Wereld.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Verkenning van kansen De Kleine Wereld, de principenota (ZD2021-015890)15.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

9 Idem.

Overige ontwikkelingskansen lange termijn Naast de ontwikkelzone J. Drijverweg, de drie ontwikkellocaties en drie aandachtsgebieden onderzoeken we in de volgende fase samen met alle betrokkenen de mogelijkheden en wenselijkheid van (her)ontwikkeling van andere locaties in de buurt: • Toevoegen woningen aan gesloten koppen (locaties nader te bepalen in volgende fase); • Basisschool De Piramide. Het huidige gebouw zal voorlopig dienst gaan doen als tijdelijk onderkomen voor scholen in de buurt die een nieuw gebouw krijgen of te maken krijgen met een verhuizing of verbouwing. Op lange termijn biedt deze locatie mogelijk ook nog ruimte voor (her) ontwikkeling.

Concept principenota De Kleine Wereld

31

Ontwikkellocaties en aandachtsgebieden

1

2 C 4

A 3 B

Ontwikkelzone J. Drijverweg Ontwikkellocaties

Aandachtsgebieden

1 Korthagenhuis 2 Basisschool Boven ’t IJ Kampina

A Complexen Mariëndaal, Spelderholt en Warnsborn

3 Moskee locatie J. Drijverweg

B DHIL-complexen

Ontwikkellocaties langere termijn

C Complexen ten oosten van de H. Cleyndertweg, grenzend aan Mastbos/Bakkerswaal/Dijkwater

4 Studentenflat H. Cleyndertweg

Uitgangspunt bij toevoeging van woonprogramma is 40-40-20%. In de vervolgfase moet worden afgewogen of een 40-40-20 verdeling per project passend is. Argumenten om hiervan af te wijken zouden, conform het advies van Afdeling Wonen (zie bijlage), liggen in de specifieke doelgroepen en het faciliteren van doorstroming.

3.5

Verduurzamen en aardgasvrij maken van de buurt

Aardgasvrij maken De gemeente Amsterdam heeft de ambitie om in 2040 een aardgasvrije stad te zijn. Voor De Kleine Wereld houdt dit in dat bestaande gebouwen op grote schaal het gebruik van aardgas moeten verminderen. Het verminderen kan bijvoorbeeld door de bestaande gebouwen beter te isoleren of door minder warmte te gebruiken door bijvoorbeeld slimme thermostaten en op termijn het aardgas vervangen door duurzame(re) energiebronnen. Hierdoor ontstaat geleidelijk een overgang tot een aardgasvrij Amsterdam.

32

Concept principenota De Kleine Wereld

Voor De Kleine Wereld is een warmtenet het meest geschikte alternatief voor aardgas. In de eerste helft van 2021 starten we met een verkenning met alle gebouweigenaren in de ontwikkelbuurten van De Kleine Wereld en Buikslotermeer Noord om te bekijken wat de natuurlijke momenten zijn in deze wijk die we kunnen benutten voor de energietransitie. Ook de (vervangende) nieuwbouw op de ontwikkellocaties kan zo’n natuurlijk moment vormen. Na de verkenning maken we een Buurt Uitvoerings Plan waarin we beschrijven wat de meest logische volgorde is, welke gebouweigenaren er zijn in de buurt, welke initiatieven of projecten er reeds lopen en hoe we de subsidie voor aardgasvrij verwarmen en koken, die beschikbaar gesteld kan worden door de gemeenteraad, willen inzetten. Warmtenet Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. De leidingen vervoeren het warme water tegelijkertijd naar meerdere woningen in een buurt. Daarom is deze manier van verwarmen vooral geschikt voor buurten waarin huizen dicht op elkaar staan. Verschillende bronnen kunnen energie leveren aan een warmtenet. Nu gebruiken we vooral restwarmte uit een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) en restwarmte uit de elektriciteitscentrale in Diemen. De komende 30 jaar worden de bronnen steeds duurzamer, tot we in 2050 een klimaatneutraal Amsterdam hebben.

Mogelijke bronnen voor de toekomst zijn aquathermie of geothermie. De mogelijkheden voor deze opties worden nu uitgebreid onderzocht. Lopende initiatieven in Buikslotermeer Noord en De Kleine Wereld In De Kleine Wereld onderzoeken de Key, Waternet en Firan of ze een aantal woningbouwblokken kunnen verwarmen met warmte uit de riolering. Deze warmte wordt via een warmte-koude opslag en warmtepompen in de gebouwen gebruikt om de woningen te verwarmen. Hiermee zou het gas­ verbruik van de gebouwen flink worden gereduceerd en een forse CO2reductie worden bereikt. Op het moment in de toekomst dat groot onderhoud aan de orde is, kunnen de gebouwen helemaal gasloos worden. Bij de invoering van innovatieve technieken worden de belangen van de betrokken bewoners in de VvE’s onderzocht en er wordt intensief gepraat over de voor- en nadelen en eventuele risico’s. Zo kunnen de VvE’s een overwogen en evenwichtig besluit nemen over de eventuele verduurzaming van hun energievoorziening. Wanneer is De Kleine Wereld aan de beurt? Fase 2 | 2020-2030: De Kleine Wereld is dus binnenkort aan de beurt om over te stappen, en mensen kunnen zich hier alvast op voorbereiden. Een warmtenet is voor deze buurt de meest voor de hand liggende optie. Een van de belangrijkste dingen die bewoners in de wijk alvast kunt doen om woningen goed voor te bereiden is isoleren.

Zo gaat er minder warmte verloren en is er minder energie nodig om de huizen te verwarmen.

Concept principenota De Kleine Wereld

33

3.6

Samenvatting en prioritering opgaven

Meer ruimte voor buurtvoorzieningen Voor de korte termijn wordt gezocht naar tijdelijke ruimte voor basisvoor­ zieningen, waar professionele hulp, zorg en ondersteuning kan worden geboden. Ook voor jongeren dient een ontmoetingsplek in de directe omgeving gevonden te worden. Voor de lange termijn zijn twee clusters aangewezen die mogelijkheid bieden tot het toevoegen van structurele ruimte voor maatschappelijke voorzieningen: de zone langs de Wieden en de J. Drijverwegzone. Verbeteren openbare ruimte ten behoeve van sport, spel en ontmoeting Sinds de jaren ’60 is er nauwelijks geïnvesteerd in de openbare ruimte. Met het oog op de gebiedsontwikkeling die volop plaatsvindt in stadsdeel Noord is het van groot belang dat de gemeente stevig inzet op het verbeteren van de directe leefomgeving in deze buurt. Dit om een scheidslijn tussen oude en nieuwe buurten te voorkomen. Het verbeteren van de openbare ruimte en het geven van een kwaliteitsimpuls voor het groen in De Kleine Wereld nodigt bewoners uit om te ontmoeten en te spelen. Prioriteit is het opknappen van de hoven in het deelgebied De Kleine Wereld, waar de sociale problematiek het hoogst is.

Opgavenkaart

Ontwikkelzone Drijverweg

Kans openbare ruimte

Ontwikkellocatie

Kans fietsroute

Ontwikkellocatie langere termijn

Verbeteren onderdoorgangen

Veilig oversteken

34

Concept principenota De Kleine Wereld

Verbeteren verbindingen voor voetgangers en fietsers De fiets- en voetgangersverbindingen worden versterkt en de verbinding met de omgeving wordt verbeterd door onderdoorgangen onder de IJdoornlaan en A10 veiliger te maken. Om het gebruik van de fiets te stimuleren dient onderzocht te worden of op 50 km per uur wegen zoals de J. Drijverweg veiliger gefietst kan worden, zodat het een levendiger straat wordt. Verbeteren woningkwaliteit en -differentiatie door toevoegen van woningen Om verschillende kansen met elkaar te verbinden wordt voorgesteld om de J. Drijverweg als integrale ontwikkelzone uit te werken. Er zijn in De Kleine Wereld drie aandachtgebieden waar het verbeteren van de woningkwaliteit het meest urgent is. Op drie locaties vinden ontwikkelingen plaats die bijdragen aan de verbetering van de buurt: Het Korthagenhuis met ouderenwoningen waarin buurtvoorzieningen worden opgenomen. Het toevoegen van studentenwoningen aan de H. Cleyndertweg. De vervanging van de basisschool Boven ’t IJ – Kampina, waar ook woningbouw mogelijk is. Samen met woningcorporaties wordt in de volgende fase gekeken wat de mogelijkheden zijn op de langere termijn. Verduurzamen en aardgasvrij maken van de buurt In de bestaande woningen moet op grote schaal het gebruik van aardgas verminderen.

Dat kan bijvoorbeeld door de bestaande gebouwen beter te isoleren of door minder warmte te gebruiken door bijvoorbeeld slimme thermostaten en op termijn het aardgas vervangen door duurzame(re) energiebronnen. Hierdoor ontstaat geleidelijk een overgang tot een aardgasvrij Amsterdam. De drie woningcorporaties onderzoeken verduurzaming. Deze onderzoeken moeten nog verder uitgewerkt worden. Een combinatie van isoleren en doordacht gebruik van warmte en energie kan kostenbesparing opleveren. Uitgangspunt is dat die besparingen bij de bewoners terechtkomen. Overzicht locatie-ontwikkelingen in onderzoek: 1.

J. Drijverwegzone – woningen, voorzieningen en openbare ruimte

2

Korthagenhuis: toevoegen ouderenwoningen met buurtvoorziening

3.

H. Cleyndertweg: toevoegen studentenwoningen

4.

Basisschool Boven ’t IJ – Kampina: vervanging van basisschool met mogelijk woningbouw

Concept principenota De Kleine Wereld

35

4.

Beleid-, weten regelgeving

36

Concept principenota De Kleine Wereld

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de beleid-, wet- en regelgeving die relevant is voor de planvorming van de Kleine Wereld en van de onderzoeken die hiervoor moeten worden uitgevoerd. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (ontwerp) Op 12 januari 2021 is de ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ter visie gelegd. Het stadsbestuur zet ermee de lijnen uit naar 2050. Hoe richten we de stad in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Het gemeentebestuur wil de groei een plek geven binnen de stad. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroening en Samen stadmaken. De Omgevingsvisie is de langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. Deze wet treed naar verwachting 1 januari 2022. De Woonagenda 2025 (2017) De Woonagenda 2025 heeft als uitgangspunt voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. In ontwikkelbuurten is verdichting mogelijk als het zowel financieel als sociaal en fysiek een positieve bijdrage levert aan de buurt. In de woonagenda staat het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering: 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop.

Afwijken is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden zoals de mate van menging van de woningvoorraad in de directe omgeving, de aard en intensiteit van de verdichtingsopgave en de omvang van het financiële effect op de grondexploitatie. Programmering voorzieningen Amsterdam-Noord (2018) Als uitwerking van het Amsterdams Detailhandelsbeleid 2018-2022 ‘Sterke winkelgebieden in een groeiende stad (2017) is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) voor heel Amsterdam uitgevoerd. In het onderzoeksrapport wordt geconcludeerd dat het horeca-aanbod in Noord schaars is en dat er ruimte is voor horeca buiten de bestaande voorzieningencluster, zowel in gebieden waar bevolkingsgroei is, als waar daar geen sprake van is. Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 (2019) In het Kunstenplan is voor ontwikkelbuurten opgenomen dat iedereen in de stad in aanraking dient te komen met kunst en cultuur. Kunst- en cultuur­ activiteiten in buurten verrijken de leefomgeving, dragen bij aan sociale cohesie en aan persoonlijke ontwikkeling. In de ontwikkelbuurten waar de maatschappelijke problemen het grootst zijn, kan kunst en cultuur bijdragen aan meer samenhang en verbinding tussen bewoners en meer betrokkenheid bij de eigen buurt.

Daarom moet ingezet worden op meer culturele activiteiten, bijvoorbeeld door de broedplaatsen in die wijken te laten samenwerken met meer gevestigde culturele instellingen.

Concept principenota De Kleine Wereld

37

Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2018) Een goed aanbod van maatschappelijke voorzieningen is cruciaal voor de leef kwaliteit van een buurt, het stadsdeel en de stad als geheel. Bewoners hebben behoefte aan maatschappelijke voorzieningen voor hun ontwikkeling, gezondheid, ter ontspanning of als vangnet. Dit betekent dat deze voorzieningen goed voor handen moeten zijn. Hiervoor is in 2018 de referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen vastgesteld dat handvatten biedt voor ruimtereserveringen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen in gebiedsontwikkeling. Groenvisie 2020-2050, een leefbare stad voor mens en dier’ In de op 21 december 2020 vastgestelde Groenvisie 2020-2050 is de visie van Amsterdam op de rol van groen en natuur in de stad voor nu en in de toekomst. De Groenvisie is ontwikkelingsgericht. We bouwen aan een groen stad op vier pijlers: klimaatadaptatie, natuur, gezondheid en sociale cohesie. De ambitie is om het bestaande groen te verbeteren en toegankelijker te maken, nieuw groen toe te voegen en de groene ruimte in en om de stad beter met elkaar te verbinden. Ook de functies van het buurtgroen spelen een belangrijke rol. Buurtgroen heeft een belangrijke ontmoetingsfunctie voor buurtbewoners en zorgt ervoor dat mensen meer bewegen.

De openbare ruimte moet toegankelijk en gebruiksvriendelijk ingericht worden voor functies zoals sport, spel en recreatie. Hierdoor neemt het gebruik toe en draagt het bij aan de sociale veiligheid in de buurt. Ook kansen qua biodiversiteit, ecologische verbindingen en rainproof inrichten van de openbare ruimte moet hierin meegenomen worden. Integrale Landschapskaart (2020) Als input voor de Groenvisie heeft stadsdeel Noord de Integrale Landschapskaart opgesteld waarin de belangrijkste landschappelijke structuren worden beschreven op stadsdeelniveau voor de thema’s cultuurhistorisch landschap, groen, water en gebruik. Zo is de Buikslotermeerpolder een landschapselement dat herkenbaar dient te blijven in het landschap. Met de Kansen en Verbindingenkaart vormt de Integrale Landschapskaart een goede onderlegger voor versterking van de groenstructuur en ecologie in Noord. Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) In 2025 is de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk, er wordt prioriteit gegeven aan verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers, de inrichting is gericht op flexibel gebruik, ziet er mooi uit en nodigt uit tot beweging.

In de visie zijn 5 ambities opgesteld die bijdragen aan een aantrekkelijke en bruikbare openbare ruimte: • Inrichten op huidig en toekomstig gebruik; • Het ondersteunt de dynamiek van de stad; • Wordt duurzaam ingericht en beheerd; • De openbare ruimte wordt overal op verzorgd niveau onderhouden; • Het inrichten en beheren van de openbare ruimte is een gezamenlijke opgave.

38

Concept principenota De Kleine Wereld

Programma De Bewegende Stad Amsterdam heeft de ambitie om zijn bewoners bewust of onbewust te stimuleren om te bewegen. Beweging leidt tot verlenging van het aantal gezonde levensjaren, fysieke en mentale fitheid, lagere zorgkosten en hogere productiviteit. De Kleine Wereld biedt mogelijkheden om de openbare ruimte zodanig in te richten dat lopen, fietsen en sport en spel bewust en onbewust gestimuleerd wordt. Wet- en regelgeving De Kleine Wereld en Buikslotermeer Noord vallen in het bestemmingsplan Buikslotermeer II en is in september 2013 vastgesteld. De hoofdbestemming zijn de bestemmingen ‘wonen’ en ‘maatschappelijk’ (voor o.a. zorginstellingen). Ondersteunend daaraan is de bestemming ‘verkeer’, ‘water’ en ‘groen’ aanwezig. Het westelijke stuk groen grenzend aan Buikslotermeer Noord valt in het bestemmingsplan Noorderkwartier. Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Met de Omgevingswet wordt het wettelijk kader voor verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving vereenvoudigd. Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: • een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevings­ kwaliteit bereiken en in stand houden; • de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.

Voor het bereiken van die balans op lokale schaal krijgen de verschillende overheden meer afwegingsruimte. Er zijn minder regels en er is meer ruimte voor initiatieven. Op invoeringsdatum van de Omgevingswet worden de geldende bestemmings­ plannen in Amsterdam gebundeld tot één (tijdelijk) omgevingsplan. Ook het bestemmingsplan ter plaatse van De Kleine Wereld is dan onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan zal ook regels ten aanzien van omgevingswaarden bevatten, zoals geluid, bodem en geur. In de komende jaren zal het gemeentebestuur een nieuw omgevingsplan moeten inrichten. Voor gebiedsontwikkelingen en bouw- en gebruiksmogelijkheden zal dan het omgevingsplan worden gewijzigd. Concrete projecten worden dan mogelijk met een omgevingsvergunning. Zo kan worden afgeweken van het omgevingsplan. Ingeschat wordt dat de volgende omgevingsaspecten van invloed zullen zijn bij eventuele ontwikkelingen: • Geluid, luchtkwaliteit & externe veiligheid Uit het programma Schone lucht volgt dat Amsterdam in Uitstootvrij is in 2030. Door de aanwezigheid van de A10, Nieuwe Leeuwarderweg en IJdoornlaan, dient in geval van nieuwe ontwikkelingen nader onderzoek plaats te vinden en advies te worden gevraagd (TAVGA/Omgevingsdienst). • Bodem De Kleine Wereld ligt in de Buikslotermeerpolder waar mogelijk sprake kan zijn van inklinking van de bodem.

In de volgende planfase dient

Concept principenota De Kleine Wereld

39

bodemonderzoek te worden gedaan naar eventuele risico’s die invloed kunnen hebben op o.a. de herinrichting van de openbare ruimte. • Verkeer en parkeren Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan het parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam. • Water Nieuwe ontwikkelingen moeten rekening houden met het omgevingsaspect water (droge voeten, schoon water en veiligheid tegen inundatie) in relatie tot het grondwaterniveau, het gemeentelijk rioleringsplan en Rainproof Amsterdam. Met betrekking tot onderhoud van riolering dient opgetrokken te worden met Waternet zodat gelijktijdig de openbare ruimte opgeknapt kan worden. Het Concept Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelderbouw • Flora en fauna Het westelijke groen en de noordelijke struinnatuur vallen in de Hoofdgroenstructuur. In geval van strijdigheid met het bestemmingsplan dient op deze locatie advies te worden gevraagd bij de Technisch Advies Commissie (TAC). Ook zal er onderzoek moeten plaatsvinden naar bijzondere planten en dieren. • Cultuurhistorische waarden Het schoolgebouw Mariëndaal 13 is eind 2020 aangewezen als gemeentelijk monument. Bovenstaande punten maken onderdeel uit van de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening. Bij inwerkingtreding van de omgevingswet zullen initiatieven getoetst worden aan de criteria van de fysieke leefomgeving.

Dit betekent dat behalve bovenstaande punten ook veiligheid en gezondheid zullen moeten worden meegewogen. Relevante omgevingsaspecten worden in de volgende (project)fase verder onderzocht. Dit ter voorbereiding van de wettelijke procedures

40

Concept principenota De Kleine Wereld

5.

Krachtenveldanalyse en risicoverkenning

Concept principenota De Kleine Wereld

41

Ruimtelijk De vastgoedeigenaren (woningcorporaties, scholen, projectontwikkelaars en verenigingen van eigenaren) zijn de belangrijkste stakeholders, zonder hun medewerking kunnen de ambities niet gerealiseerd worden. Bij de voorbereiding van de Verkenning van kansen is samen opgetrokken met de woningcorporaties. De coronacrisis zal naar verwachting gevolgen hebben voor de investeringskracht van de woningcorporaties, en mogelijk voor de keuze van hun prioritaire buurten. De investeringen in de stedelijke en landelijke duurzaamheidsopgave, ook van woningcorporaties, is sterk bepalend voor de kansen op dit vlak, waaronder de inkomensgevolgen van de huurders. Om de kansen in de openbare ruimte van de Wieden aan de IJdoornlaan maximaal te benutten is de ontwikkeling van het winkelcentrum Boven ’t Y belangrijk, met name aan de IJdoornlaan ter hoogte van De Wieden. Het verwerven van draagvlak onder bewoners is cruciaal voor het benutten van de kansen. Uit gesprekken met bewoners is gebleken dat bewoners graag de openbare ruimte willen verbeteren en behoefte hebben aan meer ontmoetingsplekken voor volwassenen en vooral voor kinderen en jongeren. Het tempo waarin de gemeente Amsterdam aan deze wensen tegemoet kunnen komen kan op gespannen voet staan met de verwachtingen en wensen van bewoners, die toch al het gevoel hebben in een “vergeten” buurtje te wonen.

Concrete risico’s: • Inklinking van het landschap kan mogelijk invloed hebben op ingrepen in de openbare ruimte. Het is daarom van belang om in de volgende fase een bodemonderzoek uit te voeren. • De complexiteit van de opstelling van de eigenaren van het blok van horeca en winkels aan de Drijverweg is een belangrijke factor om de kans te benutten dit beeldbepalende blok te vitaliseren. Integraliteit van de opgave In de gebiedsuitwerking is de opgave integraal in beeld gebracht. De over­ koepelende maatschappelijke ambitie omvat onder meer het verbeteren van de positie van de bestaande bewoners. Bij het werken aan de ruimtelijke opgave in de volgende fase is het van groot belang dat dit in samenhang gebeurt met de sociale, economische en veiligheidsopgave. Het risico bestaat dat dit te veel losse aanpakken en projecten worden. Planning en proces Een risico is dat de verschillende aspecten van de aanpak niet goed op elkaar afgestemd worden, of dat ambities van samenwerkingspartners niet synchroon lopen, waardoor vertraging en ineffectiviteit kunnen ontstaan. Tijdens de vervolgfase worden de risico’s nauwkeuriger en per deelproject in kaart gebracht, zodat deze passen binnen de maximale risicobereidheid van de gemeente Amsterdam en de samenwerkingspartners, allereerst de woningcorporaties

42

Concept principenota De Kleine Wereld

6.

Ontwikkelstrategie

Concept principenota De Kleine Wereld

43

In de volgende fase werkt de gemeente met de corporaties stapsgewijs en in samenhang aan de 5 ruimtelijke opgaven (zie hoofdstuk 3). Het stadsdeel is verantwoordelijk voor de extra sociale inzet, waarvoor zij momenteel capaciteit en geld aan het organiseren is. Het stadsdeel is eveneens verantwoordelijk voor de totale integrale ontwikke­ ling van de buurt, waaronder de samenhang tussen de sociale, veiligheid en ruimtelijke aanpak. Hierbij zijn met name de extra maatschappelijke voorzieningen van belang. Hoe dit vorm krijgt hangt af van financiering en overleg over rollen en verantwoordelijkheden, met een actieve rol voor het gebiedsteam. Ruimtelijk (en budgettair) zijn er twee hoofdopgaves: 1. het verbeteren van de aanwezige openbare ruimte; de hoven, de verbindingen voor fietsers en de Drijverwegzone 2. het transformeren en verdichten van enkele locaties; met name de Drijverwegzone, Korthagenhuis, Boven ’t Y – locatie Kampina en studentencomplex Cleyndertweg De directie(s) Verkeer & Openbare Ruimte en/of Grond & Ontwikkeling wordt eindopdrachtgever voor de integrale ruimtelijke verbetering van de buurt, waaronder allereerst de twee genoemde hoofdopgaven. Voor de integrale ruimtelijke verbetering wordt één projectmanager verantwoordelijk, die overlegt met Verkeer & Openbare Ruimte en/of Grond & Ontwikkeling. Deze projectmanager kan ook onderdelen van de opgave op zich nemen.

De integrale verbetering gaat over de samenhang tussen het verbeteren van de openbare ruimte, de verbindingen voor langzaam verkeer binnen en vanuit de buurt, de aandachtsgebieden met de woningen van de woningcorporaties en de ruimte daar omheen, en de specifieke ontwikkellocaties. De project­ manager ruimte stuurt ook op samenhang met de aanpak in de omliggende buurten en het Buikslotermeerplein. Samen met de bewoners zorgen de gemeente en de woningcorporaties dat de bewoners van De Kleine Wereld ook maximaal mee kunnen profiteren van de ontwikkelingen in de omgeving van hun buurt. Daarmee vermindert de geïsoleerdheid van de buurt en haar bewoners. De ontwikkeling van het Buikslotermeerplein biedt eveneens kansen. De wens voor een zogenaamd Ongedeeld Noord betekent dat de herontwikkeling van het winkelcentrum en De Kleine Wereld elkaar moeten versterken. Per opgave volgt hierna de verdere aanpak. Hiervoor is al opgemerkt dat de aanpak in de vervolgfase zal afhangen van de financieringsmogelijkheden. Het voorbehoud van financiering moet expliciet worden gemaakt ten aanzien van de aanpak van de ontwikkelzone Drijverweg.

6.1

Meer ruimte voor buurtvoorzieningen

De belangrijkste buurtvoorziening, het zorg- & welzijncluster (1.300 m2) komt naar verwachting in de Drijverwegzone. Hier liggen belangrijke ontwikkel­

44

Concept principenota De Kleine Wereld

opgaven, en de zone is centraal gelegen in de buurt. Samen met de maat­ schappelijke partners en bewoners wordt onderzocht waar welke functie het beste ingepast kan worden. Er komt een projectmanager voor de Drijverwegzone, die ook verantwoordelijk wordt voor de realisatie van dit zorg- & welzijncluster. Naar verwachting wordt het cluster onderdeel van een gebouw met hoofdzakelijke woningen. Naar verwachting komt de huidige Emir Sultan moskeelocatie (Spelderholt 167) binnen de Drijverwegzone als eerste in ontwikkeling. Op de moskeelocatie rust reeds een maatschappelijke bestemming, die naar verwachting in combinatie met de bestemming Wonen behouden blijft ook na de bestemmings­ planwijziging. Financiering van de investering in maatschappelijk vastgoed wordt opgenomen in de Meerjarenbegroting Maatschappelijk Vastgoed. In het nieuw te bouwen Korthagenhuis, eigendom van Eigen Haard, komen mogelijk ook sociaalmaatschappelijke voorzieningen, van ongeveer 400 m2, met name gericht op senioren. Een optie is dat de eerste jaren hier een deel van het zorg- & welzijncluster komt, aangezien het Korthagenhuis enkele jaren eerder gereed is dan de gebouwen in de Drijverwegzone. De gemeentelijk projectbegeleider (een projectmanager) van dit particuliere initiatief stemt af met de projectmanager Drijverwegzone.

6.2

Verbeteren openbare ruimte ten behoeve van ontmoeting

De herinrichting van de hoven is prioritair. Een projectmanager maakt een prioritering welk hof eerst aan te pakken, dit in nauwe samenwerking met bewoners en de eigenaren, te weten de woningcorporaties en de vve’s. Het reeds beschikbare budget is inclusief de proceskosten. Het stadsdeel wordt opdrachtgever van de hoven, gezien de reeds bestaande samenwerking met de corporaties en de intensieve samenwerking met bewoners. Bovendien biedt het proces van herinrichting ook kansen voor de persoonlijke ontwikkeling van bewoners en voor hun verantwoordelijkheid voor hun omgeving, wat past bij de rol van het stadsdeel.

6.3

Verbeteren verbindingen voor voetgangers en fietsers

Een projectleider openbare ruimte maakt een plan van aanpak, met prioritering en fasering, inclusief de benodigde financiering. De Drijverwegzone valt volledig onder de ruimtelijke projectmanager (zie inleiding van dit hoofdstuk). Verder bepaalt ook elders de fasering van de locatieontwikkelingen mede de fasering in de aanpak voor de openbare ruimte. Van het reeds beschikbare budget worden de proceskosten gefinancierd. Verkeer & Openbare Ruimte wordt opdrachtgever van deze opgave.

6.4 Verbeteren woningkwaliteit en -differentiatie door toevoegen van woningen Opdrachtgever voor de locatieontwikkelingen wordt de directie Grond & Ontwikkeling, nadat B&W het principebesluit heeft genomen. De

Concept principenota De Kleine Wereld

45

ontwikkellocaties volgen (al dan niet deels gezamenlijk) het Plaberum en moeten leiden tot project- en investeringsbesluiten. Het initiatief voor de aandachtsgebieden (A, B en C) ligt bij de eigenaren van de woningen, de woningcorporaties. Dit geldt ook voor de Cleyndertwegflat van De Key. Voor het Korthagenhuis, Boven ’t IJ – locatie Kampina en de ontwikkelzone Drijverweg kan Grond & Ontwikkeling verantwoordelijk worden. De herontwikkeling van de moskeelocatie Emir Sultan loopt vooruit op de totale aanpak van de Drijverwegzone. Blijkt de snelheid in de projecten dusdanig anders/hoger dan wordt voor het project een eigen project- dan wel investeringsbesluit genomen. De projecten zullen apart de ruimtelijke procedures doorlopen.

6.5

Op termijn aardgasvrij maken van de buurt

Deze ambitie is sterk afhankelijk van de overige opgaven. De gemeente ziet toe op de kansen die de herontwikkeling van de openbare ruimte en de ontwikkelgebieden bieden.

46

Concept principenota De Kleine Wereld

7.

Organisatie, planning en proces

Concept principenota De Kleine Wereld

47

7.1

Organisatie

Het bestuurlijk opdrachtgeverschap voor de ontwikkelbuurten ligt bij de coördinerend wethouder Wonen en Ontwikkelbuurten en het coördinerend ambtelijk opdrachtgeverschap bij de directeur Wonen. In de volgende fase, de projectfase, ligt het ambtelijk opdrachtgeverschap voor het fysieke deel bij de directeur Grond en Ontwikkeling (G&O) en/of de directeur Verkker & Openbare Ruimte (V&OR). Het ambtelijk opdrachtgeverschap voor het sociale deel komt bij de stadsdeelsecretaris Amsterdam Noord. De directeur G&O belegt deze taak vervolgens bij de manager gebiedsontwikkeling Noord, die de grondexploitatie beheert van waaruit de proceskosten locatieontwikkeling worden betaald. De stadsdeelsecretaris belegt het aansturen van de sociale opgave bij de gebiedsmanager Noord-Oost. De manager gebiedsontwikkeling en de gebiedsmanager trekken in de planvorming gezamenlijk op. Periodiek komen de stadsdeelsecretaris, de directeur G&O en de directeur Wonen in de stuurgroep Ontwikkelbuurten bijeen om de voortgang en het proces te bewaken.

7.2

Planning en proces

In de projectfase werken verschillende (deel)projectteams van gemeente, woningcorporaties, maatschappelijke partners samen met bewoners de deelopgaven en thema’s uit. De planning van de verschillende onderdelen apart en in relatie tot elkaar en tot het geheel wordt in de volgende fase verder uitgewerkt. De planning is onder voorbehoud en kunnen geen rechten aan ontleend worden. Globaal ziet de planning er op dit moment als volgt uit. De Kleine Wereld

INDICATIEF

Meerjarenplanning

Q3 2021

Planvorming G&O

Q4 2022

vaststelling

Principe nota

B&W

B&W

vaststelling

Investeringsnota

raad

Dekking goedgekeurd

Zorg- & welzijnscluster Buurtkamer de Wieden

Q1 2024

vaststelling

Projectnota

Aanvraag voorjaarsnota raad

Studentencomplex Cleyndertweg

Uitvoering - afhankelijk van Eigen Haard

Herontwikkeling Basisschool Boven ’t IJ + woningen

Voorbereiding

Voorbereiding, incl. tender

Uitvoering

Uitvoering

Ontwikkelzone Drijverweg

Planvorming V&OR

Uitvoering

Uitvoering – afhankelijk van de Key

Korthagenhuis

Locatie moskee

Uitvoering

Voorbereiding, incl. kredietbesluit & tender

Dekking goedgekeurd

Aanvraag voorjaarsnota raad Voorbereiding, incl. kredietbesluit

P.M.: uitvoeringsdata onbekend Q4 2022

Q1 2024

vaststelling

vaststelling

Programma van eisen/ Nota van raad raad uitgangspunten Voorlopig of definitief ontwerp

Openbare ruimte

(herinrichting/aanleg wegen & fietspaden)

Aanpak hoven – de Kleine Wereld De Wieden

Voorbereiding & uitvoering Voorbereiding & uitvoering

Voorbereiding & uitvoering

Aanpak hoven – Buikslotermeer Noord

Voorbereiding & uitvoering

Aanpak aandachtsgebieden

48

Mariendaal, Spelderholt & Warnsborn

P.M.: uitvoeringsdata onbekend, planning afhankelijk van Stadgenoot

DHIL-complexen

P.M.: uitvoeringsdata onbekend, planning afhankelijk van de Key

Mastbos, Bakkerswaal & Dijkwater

P.M.: uitvoeringsdata onbekend, planning afhankelijk van de Key

Concept principenota De Kleine Wereld

Datum: 10-05-2021 Tjerk Hoving, PMB Planningsadviseur M 06 13403823 t.hoving@amsterdam.nl

8.

Participatie en communicatie

Concept principenota De Kleine Wereld

49

Bij de voorbereiding op deze Verkenning van kansen zijn op verschillende momenten gesprekken gevoerd met bewoners, ondernemers en maat­ schappelijke partners in de buurt. Het doel van alle gesprekken in deze fase was informeren, toetsen en ophalen van wensen en behoeften. Met de betrokken woningcorporaties is regelmatig afgestemd. De nota is samen met De Key, Stadgenoot en Eigen Haard opgesteld. De Alliantie stond in deze fase wat meer op afstand, omdat zij beperkt bezit hebben in deze buurt, waar voor hun bezit ook geen grote opgave ligt.

8.1

Participatie tot nu toe

• In de zomer van 2019 hebben drie studenten van Urban Management van de Hogeschool van Amsterdam een drietal bijeenkomsten met een groep stakeholders georganiseerd. De groep was samengesteld uit mensen die een specifieke groep representeerden: bewonersorganisaties, gemeente, ondernemers, sociaal maatschappelijke innovatoren en kennisinstituten. De groep heeft gemeenschappelijke waarden in de buurt en belangrijke thema’s die spelen verkend. • In het najaar van 2019 is een serie bijeenkomsten georganiseerd samen met het team van de buurtbudgetten. Bewoners hebben samen bepaald welke thema’s zij belangrijk vinden om het buurtbudget aan te besteden. Het gesprek ging ook over de onderwerpen die op een andere manier op de korte of lange termijn aangepakt zouden moeten worden. Bewoners gaven aan het heel fijn te vinden om op deze manier met elkaar in gesprek te zijn. Sommigen moesten een beetje wennen aan de aandacht die de buurt ineens krijgt. • In december 2019 is een uitnodiging gestuurd aan alle ondernemers van de Drijverweg. Om verschillende redenen konden er maar een beperkt aantal mensen aanwezig zijn bij het overleg. Uit individuele gesprekken weten we dat de ondernemers graag verbeteringen aan willen brengen aan hun winkels en de directe omgeving. Het gesprek met ondernemers en eigenaren wordt vervolgd.

• Op drie locaties is in 2019 gestart om samen met bewoners en andere betrokken een plan te maken voor het verbeteren van de openbare ruimte: 1. de parkeerplaats aan de H. Cleyndertweg, 2. het “Waterplein” aan het eind van de Wieden op de overgang naar winkelcentrum Boven ’t Y; en 3. de openbare tuin/groenstrook aan de Zilverberg. Bij de laatste locatie is wordt samen met de huisartsenpraktijk, de buurtkamer en omwonenden een ontwerp voor een “Beweegtuin en beweegroute” gemaakt. • 18 januari 2020 is het participatieproces voor de buurtbudgetten en de Verkenning van kansen afgerond met een drukbezocht Winterbuurtfestival. Meer dan 150 buurtbewoners, jong en oud, kwamen naar basisschool de Piramide. Daar bespraken zij welke onderwerpen zij het belangrijkst vonden en werd gestemd over de projecten. Online hadden daarvoor al 400 mensen hun stem uitgebracht (zie voor verslag Winterbuurtfestival bijlage 1).

50

Concept principenota De Kleine Wereld

Buurtfestival 18 januari 2020.

Onderwerpen In gesprekken met bewoners en andere stakeholders kwamen drie onderwerpen steeds naar voren. Allereerst het ontbreken van activiteiten en ontmoetingsplekken voor alle bewoners in de buurt: kinderen, jongeren, ouderen, vrouwen. Bewoners geven aan dat er voor kinderen en jongeren te weinig te doen is in de buurt. De buurt is heel blij met de nieuwe speeltuin aan de Mariëndaal/Spelderholt, maar deze is nu al te klein. In de zomer van 2019, toen hij net geopend was, was het soms overvol met kinderen en jongeren. Maar ook ouders en ouderen kwamen er gezellig bij zitten in het zonnetje. Dat vraagt duidelijk om meer Vaak vragen bewoners om een plek speciaal voor de oudere jeugd. Die hebben nu geen eigen plek in de buurt, waardoor ze ook in de speeltuin zijn. De activiteiten die – naast buiten spelen en ontmoetingsplekken – verder vaak genoemd worden, zijn het tekort aan sport- en bewegingsactiviteiten voor verschillende groepen. Terugkerende thema’s zijn ook eenzaamheid en armoede. Veel ouderen komen hun huis nauwelijks uit. Een “buurtbusje” zou daarbij goed kunnen helpen. Meer hulp bij armoede is voor veel mensen nodig. Er is geen voedselbank in de directe omgeving en ook de begeleiding naar participeren en werken kan beter. Taallessen worden hier ook genoemd. Met stip op nummer 2 staat het slecht onderhouden groen en bestrating op veel plekken in de openbare ruimte.

Daarbij komt ook de rattenoverlast terug in bijna alle gesprekken. Veel straten hebben ongelijke stenen waardoor het met een rollator lastig lopen is, bijvoorbeeld naar het winkelcentrum. Het straatbeeld is saai. Veel grijs en stenen en groen dat niet goed is onderhouden en dicht is gegroeid. Onkruid op de stoepen. Ook missen bewoners prullenbakken en bankjes om even op te kunnen zitten onderweg. Het groen zou veel mooier kunnen worden gemaakt en prettiger om te verblijven. Vaak worden daarbij Amerbos en Baanakkerspark genoemd.

Concept principenota De Kleine Wereld

51

In delen van de buurt is te weinig verlichting, bijvoorbeeld langs de routes naar de metro. Bewoners voelen zich onveilig op die routes. Ten derde, naast de sociale veiligheid speelt ook de verkeersveiligheid voor bewoners een grote rol: er wordt te hard gereden, vooral op de van Heekweg en het Dijkwater. Deze laatste zou heel goed afgesloten kunnen worden voor autoverkeer. Bewoners zouden graag zien dat er meer 30 km zones ingevoerd worden en dat er minder verkeersborden komen. In Amerbos en Elpermeer wordt veel foutief geparkeerd op de hoeken, waardoor onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties ontstaan.

8.2

Participatie en communicatie in de volgende fase

Nadat het college van Burgemeester en Wethouders de Verkenning van kansen heeft vastgesteld door, start de ruimtelijke uitwerking van de plannen in de projectfase. In deze fase wordt samen met de buurt een plan van aanpak plan voor verbetering van de openbare ruimte en groen gemaakt. Dit plan worden getoetst op haalbaarheid en wenselijkheid. Alle bewoners worden uitgenodigd om mee te praten. De gemeente Amsterdam zet alle middelen in om tot een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van bewoners te komen. Daarnaast zullen gericht groepen omwonenden bij verschillende deelprojecten worden betrokken. Voor de integrale ontwikkelzone J Drijverweg kan een specifiek participatie­ proces worden ingericht. Voor de meeste ontwikkellocaties geldt dat de woningcorporaties de ontwikkelaars zijn. Samen met de gemeente zullen zij de bewoners uit de directe omgeving actief informeren en bij de plannen betrekken. Als eerste zal Eigen Haard in 2021 alle omwonenden van het Korthagenhuis uitnodigen om hen bij de plannen te betrekken. Parallel aan de fysieke projecten wordt in de volgende fase ook gewerkt een de sociale, economische en veiligheidsopgave in de buurt. Ook daar worden bewoners op verschillende manieren bij betrokken. Ook worden de activiteiten die met buurtbudget worden betaald, uitgevoerd in de buurt.

Om de samenhang tussen de verschillende opgaven voor en met bewoners en andere stakeholders te waarborgen wordt een integraal participatieplan en een participatiekalender opgesteld. Daarin wordt voor de verschillende activiteiten aangegeven op welk niveau bewoners kunnen participeren (geïnformeerd worden, meedenken, meedoen).

8.3

Communicatie

Met de communicatie wil de gemeente Amsterdam in de volgende fase bewoners, ondernemers en organisaties in De Kleine Wereld: • informeren over lopende en toekomstige projecten, al dan niet met buurtbudgetten en over het participatie- en planvormingsproces en hun mogelijke rol daarin; • uitnodigen voor (online) e bijeenkomsten;

52

Concept principenota De Kleine Wereld

• enthousiasmeren en stimuleren om mee te denken en actief deel te nemen aan het participatieproces; • gedeeld eigenaarschap stimuleren. De gemeente Amsterdam zet hiervoor een mix aan communicatiemiddelen in: social media, een nieuwsbrief (tweemaal per jaar)bewonersbrieven, persberichten. Ook via www.amsterdam.nl/dekleinewereld informeren we iedereen met regelmatige updates en documenten. In De Kleine Wereld is het belangrijk om mensen naast alle bovengenoemde middelen ook persoonlijk te benaderen. De ervaring in de afgelopen periode in De Kleine Wereld heeft geleerd dat het is gelukt om een grote diverse groep bewoners aan tafel te krijgen, nadat meerdere keren met een busje de buurt in is gegaan, mensen persoonlijk hebben gesproken en uitgenodigd. Dat zullen we ook in de volgende fase blijven doen.

Concept principenota De Kleine Wereld

53

9.

Financiën

54

Concept principenota De Kleine Wereld

Financiële middelen zijn een voorwaarde voor het realiseren van de in deze nota beschreven opgaven. Op basis van de verschillende ontwikkellocaties in de Kleine Wereld is een eerste globale inschatting gemaakt van de potentiele opbrengsten. Ook zijn op hoofdlijnen de investeringen in de in de openbare ruimte inzichtelijk gemaakt, daaraan toegevoegd zijn de kosten voor voorbereiding en toezicht en de proceskosten. Voor alle volgende plannen is de plankostenscan van toepassing. De geraamde opbrengsten zijn onvoldoende om de investeringskosten af te dekken. De ontwikkellocaties verschillen van elkaar in opbrengsten, investeringen, planning en complexiteit. Bij locaties als de Cleyndertweg en het Korthagen­ huis speelt de gemeente een faciliterende rol. Mogelijke opbrengsten zijn sterk afhankelijk van de investeringsbereidheid van de betreffende eigenaren. Bij de Drijverwegzone, inclusief de Emir Sultan moskeelocatie, heeft de gemeente een meer bepalende rol ten aanzien van de ontwikkelmogelijkheden. In de voorgestelde ontwikkelstrategie is hiermee rekening gehouden. Binnen de ontwikkelzone J. Drijverweg geldt een meer directe relatie tussen de investeringen in de openbare ruimte en de ontwikkelmogelijkheden. Voor de ontwikkellocaties locaties geldt dit minder. Deze kunnen relatief autonoom tot ontwikkeling worden gebracht.

De geraamde kosten en opbrengsten worden in een volgende fase verder onderzocht, waarbij gekeken zal worden naar mogelijke optimalisaties. Het resultaat hiervan wordt meegenomen in een eventueel te nemen project- of investeringsbesluit. Ook zal er nader worden gekeken naar de financierings­ bronnen, waarbij de financiering van verschillende ontwikkelingen apart of als geheel kunnen worden aangevraagd bij de betreffende bron. Zie bijlage: Financiële verkenning (kabinet)

Concept principenota De Kleine Wereld

55

10.

Principebesluit

56

Concept principenota De Kleine Wereld

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Kennis te nemen van de nota Verkenning van Kansen De Kleine Wereld, de principenota (bijlage 1) waarin de bestaande situatie wordt beschreven en aanleiding, urgentie en mogelijkheden voor verbetering van De Kleine Wereld in beeld worden gebracht; 2. Kabinet Kennis te nemen van de Financiële Verkenning behorende bij de principenota De Kleine Wereld (bijlage 2). Hierin staat indicatief aangegeven welke investeringen er worden gedaan in de woonwijk en welke opbrengsten dit genereert; 3. In te stemmen met het opleggen van de geheimhouding op grond van art. 25 van de Gemeentewet op de bijlage 2 ‘Financiële Verkenning van principenota De Kleine Wereld’. Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 10 lid 2 sub b en g van de Wet openbaarheid van bestuur. De geheimhouding wordt opgelegd tot 2 jaar na het sluiten van de grond­ exploitatie, geschat wordt dat dit 2030 zal zijn; 4. De raad op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet te verzoeken de opgelegde geheimhouding tijdens de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad te bekrachtigen; 5. In te stemmen met nader onderzoek en uitwerking van de opgave ruimte voor buurtvoorzieningen met als doel te komen tot goede dienstverlening in de buurt en ontmoeting van bewoners.

De buurtvoorzieningen betreffen een zorg-welzijncluster, twee buurtkamers, ontmoetingsplekken en horeca. In de volgende fase onderzoekt de gemeente op welke locaties en gebouwen geschikte ruimte gemaakt kan worden. Samen met alle betrokkenen (specifiek woningcorporaties) onderzoekt de gemeente op welke manier deze voorzieningen in de toekomst levensvatbaar kunnen blijven en hoe deze kunnen aansluiten bij de behoefte van de buurt. 6.  In te stemmen met nader onderzoek en uitwerking van de opgave verbeteren van de openbare ruimte met als doel bewoners uit te nodigen tot sporten, spelen en ontmoeten. Hierbij hoort het verbeteren van hoven tussen de flats. De gemeente onderzoekt samen met woningcorporaties en bewoners welke hoven als eerste aan te pakken en hoe de hoven opnieuw in te richten. 7. In te stemmen met nader onderzoek en uitwerking van de opgave verbeteren van de verbindingen voor voetgangers en fietsers, met als doel dat bewoners en bezoekers zich veilig door de buurt kunnen bewegen en die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten. 8. In te stemmen met de opgave wonen (bijlage 11), waarbij nog te realiseren nieuwbouw en renovatie van woningen een bijdrage leveren aan de geconstateerde noodzaak tot differentiatie, verbeteren van woning­kwaliteit, doorstroming, betaalbaarheid en duurzaamheid.

De gemeente onderzoekt, deels samen met woningcorporaties, de ontwikkellocaties Korthagenhuis, basisschool Boven ’t IJ – locatie Kampina, studentencomplex Cleyndertweg en de Drijverwegzone, plus drie aandachtsgebieden. Onderzoeksvraag hierbij is hoe daar op korte en lange termijn nieuwe woningen kunnen komen. 9. Kennis te nemen van de drie uitkomsten van het participatietraject: behoefte aan meer activiteiten, slecht onderhouden groen en bestrating en sociale- en verkeersveiligheid.

Concept principenota De Kleine Wereld

57

10. In te stemmen met het uitwerken van een plan van aanpak voor de sociale en sociaaleconomische opgave in nauwe samenhang met de opgave zoals beschreven in deze principenota. 11. In te stemmen met de uitwerking van de ruimtelijke ambities naar een Projectbesluit met de daarna volgende uitgangspunten: a. Betrekken van de bewoners en andere belanghebbenden in het plan­ vormingsproces, met behulp van een mix van participatievormen, om ieders belang zoveel mogelijk mee te nemen in de uitwerking van de plannen; b. De wethouder Wonen aan te wijzen als bestuurlijk opdrachtgever; de directeur Grond & Ontwikkeling aan te wijzen als ambtelijk opdracht­ gever voor de Drijverwegzone; de directeur Verkeer en Openbare Ruimte als ambtelijk opdrachtgever voor de herinrichting van de openbare ruimte; stadsdeelsecretaris Amsterdam Noord aan te wijzen als ambtelijk opdrachtgever voor de sociale opgave en de coördinatie tussen de sociale en de fysieke opgave; de directeur Wonen aan te wijzen als coördinerend ambtelijk opdrachtgever.

c. De te begrote proceskosten te activeren als immateriële vaste activa binnen het desbetreffende regime van het Vereveningsfonds en het Stedelijk Mobiliteitsfonds; 12. Kennis te nemen van het advies van directie Grond & Ontwikkeling (bijlage 9) en van directie Verkeer en Openbare Ruimte (bijlage 10) aan directie Wonen; 13. Kennis te nemen van het positief advies van het DB / stadsdeel Noord inzake de Verkenning van kansen De Kleine Wereld (bijlage 3 en 4) 14. In te stemmen met de bijgevoegde raadscommissievoordracht (bijlage 13), waarin de raadscommissie wordt verzocht: a. Kennis te nemen van de nota Verkenning van Kansen De Kleine Wereld, de bijlage ‘Financiële Verkenning van principenota De Kleine Wereld’ en de bijlagen ‘advies Stadsdeel Noord aan het college van burgemeester en wethouders’ en ‘directieadvies van directie Grond & Ontwikkeling aan directie Wonen’ inzake de nota Verkenning van kansen De Kleine Wereld; b. Kennis te nemen van de geheimhouding die op grond van artikel 25, tweede lid van de Gemeentewet is opgelegd op de bijlage “Financiële Verkenning van principenota De Kleine Wereld”. Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 10 lid 2 sub b en g van de Wet openbaar­ heid van bestuur.

De geheimhouding wordt opgelegd voor 10 jaar, tot en met december 2030; c. Kennis te nemen van het verzoek om de opgelegde geheimhouding op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet tijdens de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na aanlevering bij de raadsgriffie te bekrachtigen.

58

Concept principenota De Kleine Wereld

Concept principenota De Kleine Wereld

59

60

Concept principenota De Kleine Wereld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10877688/1