CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Uitvoeringsplan gecoördineert ganzenbeheer.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 26 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ganzenjacht in het Twiske (VN2025-008864)7.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Met opmaak: Centrum

Met opmaak: Centrum

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 1 van 24

Colofon Refereren als FBE Noord-Holland (2024). Uitvoeringsplan ganzenbeheer recreatiegebied het Twiske. Stichting Faunabeheereenheid NoordHolland. Haarlem. Auteurs Stichting Faunabeheereenheid NoordHolland Postadres Spaarne 17 2011 CD Haarlem T 023 – 21 00 223 E info@fbenoordholland.nl I https://fbenoordholland.nl/

Met opmaak: Centrum

Eindredactie Stichting Faunabeheereenheid NoordHolland Fotografen/afbeeldingen Shutterstock

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 2 van 24

Met opmerkingen [DJG1]: Algemeen punt:

Inhoudsopgave Colofon .................................................................................................. 2

6.1

Preventieve maatregelen ..............................................18

Inhoudsopgave .................................................................................... 3

6.2

Nestreductie ................................................................... 20

1

Inleiding ......................................................................................... 4

6.3

Ruivangsten .................................................................... 20

Zorgplicht .................................................................................................... 6

6.4

Afschot .............................................................................. 21

2

Natuur- en recreatiegebied het Twiske .....................................7

6.5

Conclusie .......................................................................... 21

3

Ganzen en schade ....................................................................... 10 3.1

4

7

Uitvoering maatregelen............................................................. 22

Ganzenschade................................................................. 10

7.1

Ruivangsten .................................................................... 22

Schade aan natuur..............................................................................10

7.2

Afschot ............................................................................. 22

Schade aan zwemwater................................................................1011

7.3

Monitoring ....................................................................... 23

Preventieve maatregelen........................................................... 13

7.4

Communicatie................................................................ 23

4.1

Fysieke wering ................................................................. 13

4.2

Verjaging .......................................................................... 14

4.3

Inzet en effectiviteit van preventieve maatregelen .. 14

5

Veldervaring uit het Twiske ....................................................... 16

6

Maatregelen ................................................................................. 18

Literatuurlijst ...................................................................................... 24

In de opdrachtmail staat: Wij zouden jullie graag betrekken bij het onderzoek van de Faunabeheer Eenheid (FBE) Noord-Holland. Zij hebben de opdracht om te onderzoeken of het financieel en technisch haalbaar is om in het Twiske een eigen proef te doen met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer. Wij zien de opdracht eigenlijk niet terugkomen in de uitwerking van dit uitvoeringsplan. Er staat geen budget en geen financiële haalbaarheid, ook niet bij de maatregelen die uiteindelijk als meest kansrijk worden geacht. Meedenken over de inhoud van dit rapport op deze onderdelen is dan voor ons ook lastig. Wij hebben daarom naast deze feedback ook een zienswijze opgesteld om onze input mee te geven. De analyse in zijn geheel is nog erg algemeen en er worden conclusies getrokken zonder duidelijke onderbouwing - waardoor wij niet kunnen staven of daarin alle overwegingen worden meegenomen - of met conclusies die wat ons betreft niet volgens uit de onderbouwing. Ten aanzien van alternatieve maatregelen wordt bijvoorbeeld geconcludeerd dat deze niet haalbaar zijn om dit tot hogere kosten zal leiden, terwijl dit bij ons niet bekend is als expliciete randvoorwaarde. Daarmee wordt er een conclusie getrokken zonder een afweging te maken.

Daarnaast stond er in de opdracht dat er een eigen proef zou worden uitgevoerd, maar dit komt ook op geen enkele manier terug. Ook dit is juist een onderdeel waar onze expertise en input aan kan bijdragen. Ook hierop gaan wij in onze zienswijze nader in.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 3 van 24

1

Inleiding

Ganzen horen bij ons land. Ze zijn niet alleen prachtig om te zien, ze vervullen ook een belangrijke functie in ons ecosysteem. Zo

In het natuurgebied Wormer- en Jisperveld en Kalverpolder vormen de grote aantallen ganzen een bedreiging voor de

voorkomen ze bijvoorbeeld met hun graasgedrag op veel plekken dat open water dichtgroeit. De aantallen zijn echter

bijzondere veenmosrietlanden (Van Dijk et al., 2021). Voor het gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske worden ook

dusdanig toegenomen dat ze zorgen voor schade aan landbouw- en natuurbelangen en bovendien vormen ze een

de grote aantallen ganzen genoemd als een van de knelpunten voor het behalen van de gebiedsdoelen (Ecologische autoriteit,

risico voor de vliegveiligheid rondom luchthavens. Het duurzaam samenleven van mens en dier in een landschap dat

2023; Provincie Noord-Holland Directie Beleid - Sector Groen, 2023)

vele functies moet vervullen vraagt dan ook om weloverwogen maatregelen.

De provincie Noord-Holland keerde in 2023 meer dan 10 miljoen euro schade uit aan agrariërs. Ook gaat zij de komende jaren 2,5

In Noord-Holland worden in de zomer meer dan 125.000 ganzen geteld, vier keer zoveel als rond de eeuwwisseling. Vanaf oktober

miljoen euro investeren in herstelmaatregelen van specifiek door ganzen veroorzaakte schade in de natuurgebieden.

komen daar de trekkende ganzen bij. Met deze grote aantallen is het duurzaam voortbestaan van verschillende ganzensoorten in

De provincie Noord-Holland wil de schade aan de landbouw en de

Nederland ruimschoot gewaarborgd. De grote aantallen ganzen leiden helaas wel tot maatschappelijk onaanvaardbare schade aan flora en fauna en landbouwgewassen. Zo zorgen grauwe ganzen door overbegrazing van riet voor een afname van de broedbiotopen van de grote karekiet, woudaap, roerdomp en purperreiger (Van der Kooij, 2016; Van der Hut et al.,.a. 2018; Van der Winden & Van Beusekom, 2018; Van der Winden & Dreef, 2019). Ook zijn ganzen een bedreiging voor de broedende zwarte sterns (Van der Winden, 2010).

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Met opmerkingen [DJG4]: Voor welke diersoorten is dit? En wat is de bron? Met opmerkingen [DJG5]: Idem: bron?

natuur fors reduceren. Alle betrokken partijen – overheden (ministerie LNV, Ministerie I&W en de Provincies), landbouw, grondeigenaren, natuurbescherming – zijn tot het akkoord gekomen dat extra maatregelen nodig zijn om ganzenschade te beperken. Voor deze partijen zoekt de Faunabeheereenheid Noord-Holland naar oplossingen. In 2021 verscheen daarvoor het Faunabeheerplan Ganzen 2021-2024. Ondanks alle inspanningen op het gebied van preventieve maatregelen zoals weren en verjagen blijkt het nodig te zijn om het aantal standganzen, met name grauwe ganzen, te verminderen. Per gebied zal er overigens altijd een afweging blijven plaatsvinden welke maatregel het beste past. Daarbij dient de maatregel niet alleen een positief

Pagina 4 van 24

Met opmerkingen [MB2]: Deze bronnen ontbreken in de literatuurlijst Met opmerkingen [MB3]: Deze bron staat niet in de literatuurlijst

effect voor het lokale probleem te zijn maar ook moeten bijdragen aan het grotere geheel. De provincie Noord-Holland heeft, gezien de grootte van de problematiek, het onderwerp ‘ganzen’ opnieuw op de bestuurlijke agenda geplaatst na eerdere pogingen vanuit het beheer van het Recreatieschap Twiske-Waterland.. Met het verzoek om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de risico’s en schade door ganzen in Noord-Holland. Figuur 1 geeft de tijdlijn weer van de ganzen in het recreatiegebied het Twiske. Recreatieschap Twiske-Waterland signaleerde in november 2015 een explosieve groei van het aantal ganzen in het

Met opmerkingen [MB6]: Welke werende middelen worden hier bedoeld? Met opmerkingen [DJG7R6]: Wat was de opzet van de pogingen?

gebied. Daarna volgden negatieve effecten op de ontwikkeling van natuur en het zwemwater. Verschillende pogingen zijn

Met opmerkingen [DJG8]: Waar heeft het wel toe geleidt, wat waren de bevindingen, etc.

gedaan om met werende middelen de ongewenste effecten van ganzen tegen te gaan. Dit heeft nog niet tot voldoende resultaten

Met opmerkingen [MB9]: Ik mis hier een beetje een alinea met wat de lezer kan verwachten in het rapport. Wat komt er in een uitvoeringsplan? Welke onderdelen komen er aan bod? Dit draagt ten goede bij aan de leesbaarheid van het rapport.

geleidt. Het recreatieschap heeft na intensief beraad daarop besloten een grondgebruikersverklaring af te geven aan de Faunabeheer-

Met opmerkingen [H10]: In samenspraak met Natuurverdubbelaars kijken hoe de uitkomsten in deze rapportage terechtkomen.

eenheid om naast werende middelen ook het doden van ganzen door middel van ondersteunend afschot het geweer toe te staan. Het dDoel daarbij hiervan is om de schade en risico’s door ganzen

Met opmerkingen [DJG11R10]: Voorstel voor tekst, indien onze input tot een grondige revisie leidt: “Aan de Faunabeheereenheid Noord-Holland is gevraagd om hier een uitvoeringsplan voor te maken. De Natuurverdubbelaars heeft het uitvoeringsplan van feedback voorzien en heeft een zienswijze op het plan gedeeld met het recreatieschap.”

in Noord-Holland en ’t Twiske te verminderen. Aan de Faunabeheereenheid Noord-Holland is gevraagd om hier een uitvoeringsplan voor te maken. Bij het maken van dit plan is De Natuurverdubbelaars betrokken. Hen is gevraagd hun kennis en expertise te delen vanuit de opdracht die zij hebben uitgevoerd voor BIJ12 bij het herzien van de faunaschade preventiekits en het

Figuur 1: Tijdlijn van stappen die zijn gezet voor het mogelijk maken van ganzenbeheer in het recreatiegebied het Twiske.

‘project Eemland’.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 5 van 24

Indien onze input niet of beperkt wordt meegenomen is het wat ons betreft raadzaam om onze rol niet in dit stuk te benoemen.

Wet en regelgeving Het ingrijpen (weren, verjagen en met hoge uitzondering het doden) in het leven van een beschermd dier mag alleen worden gedaan onder strikte voorwaarden. Voor ganzen is de onderbouwing over de noodzaak om dit te doen opgenomen in een faunabeheerplan ganzen. Voor Noord-Holland dient uitvoering plaats te vinden op basis van het Faunabeheerplan Ganzen Noord-Holland 2021-2024. Aanvullend zijn er naast een faunabeheerplan afhankelijk van de omstandigheden aanvullend toestemmings-besluiten nodig. Er is een ontheffing1 nodig vanuit de soortbescherming. Voor recreatiegebied het Twiske geldt ook het Natura 2000-beheerplan Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske en de daarbij behorende Passende Beoordeling2. Het Natura 2000-beheerplan of een passende beoordeling zijn noodzakelijk, omdat het recreatiegebied binnen het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske valt. Deze onderdelen vormen het kader voor dit uitvoeringsplan voor specifiek recreatiegebied het Twiske. Bij het schrijven van dit uitvoeringplan is tevens gebruik gemaakt van de nieuwste (wetenschappelijke) inzichten die voortgekomen zijn uit het proces voor het vergroten van de kennis over ganzen en het maken van een nieuw faunabeheerplan ganzen. Dit wordt

gedaan door de faunabeheereenheden en

de provincies

Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland3. Zorgplicht De wet kent ook regels die ingaan op de zorgplicht. Het ingrijpen (weren, verjagen en met hoge uitzondering het doden) in het leven van een beschermd dier mag alleen worden gedaan onder strikte voorwaarden. De Omgevingswet (Ow) kent in artikel 1.6 Ow een algemene zorgplicht en in de uitvoeringsregelgeving verschillende specifieke zorgplichten, waaronder een zorgplicht voor flora- en fauna activiteiten in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De algemene zorgplicht treedt terug als er een specifieke zorgplicht geldt. Voor de uitoefening van de jacht en activiteiten om populaties van nature in Nederland in het wild levende dieren te beheren of om schade door dieren te bestrijden, houdt de specifieke zorgplicht in ieder geval in dat iemand die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt (artikel 11.27 lid 3 Bal). Aanvullend bevat artikel 11.28 Bal een algemene verplichting, gericht tot eenieder, om te voorkomen dat indien een in het wild levend dier wordt gedood of gevangen, het dier onnodig lijdt. Naast de zorgplicht geldt overigens ook het verbod op dierenmishandeling dat is neergelegd in artikel 2.1 lid 1 Wet dieren, nu deze bepaling ook van toepassing is op in het wild levende dieren (artikel 2 lid 7 Wet dieren).

Bij de uitvoering van dit plan zullen deze regels in acht worden genomen.

1

OD.357591

22

Passende beoordeling ganzenbeheer Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &

Twiske 2022

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

3

zie ook: https://www.ganzenplan.nl/

Pagina 6 van 24

2

Recreatie- en natuurgebied het Twiske

Het Twiske is een recreatie- en natuurgebied in Noord-Holland, gelegen tussen Landsmeer en Oostzaan, ten noorden van Amsterdam (Figuur 2). Het gebied wordt beheerd door Recreatie Noord-Holland, in opdracht van het Recreatieschap TwiskeWaterland. Twiske-Waterland is een samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en meerdere gemeenten. Het Twiske kent een rijke geschiedenis en vervult een belangrijke functie als recreatieplek en in 2012 ook aangewezen als Natura 2000-gebied.

Figuur 2: Ligging van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske en het recreatiegebied het Twiske in NoordHolland.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 7 van 24

Het gebied waar nu het Twiske ligt werd al in de 13e eeuw op kaarten vermeld en bestond oorspronkelijk uit veenweiden langs het gelijknamige riviertje. Door turfwinning ontstond een landschap van legakkers en petgaten. Nadat inpoldering en ontginning van het gebied had plaatsgevonden in de jaren 1930, bleek de kwaliteit van de drooggelegde landbouwgrond matig en werd het gebied uiteindelijk gebruikt voor zandwinning. De door zandwinning ontstane plas en het omliggende terrein werden in de jaren ‘60 ingericht als recreatie- en natuurgebied. De huidige indeling van het Twiske (Figuur 3Figuur 3) is sinds 1970 grotendeels gelijk gebleven, waarbij altijd een balans tussen recreatie en een natuurlijke inrichting is nagestreefd. Hierbij worden diverse vormen van recreatie mogelijk gemaakt, met een steeds toenemende aandacht voor natuurbehoud.

Figuur 3: Kaart van het Recreatiegebied het Twiske. Bron: www.twiske-waterland.nl.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 8 van 24

Het Twiske is een geliefde plek voor verschillende recreatieve activiteiten. Het gebied van 650 hectare bestaat voor een derde uit water, waardoor het populair is onder zwemmers, duikers, windsurfers en bootvaarders. Verschillende voorzieningen zijn aanwezig zoals wandelen fietspaden, vaarroutes, picknickplaatsen, een avonturen- en waterspeelplaats, en een

Sinds 2012 is het Twiske een Natura 2000-gebied en onderdeel van het grotere Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske (IVOT). Het Twiske is als Natura 2000Vogelrichtlijngebied aangewezen vanwege de aanwezigheid van zeldzame en bedreigde vogelsoorten. Zo is het gebied van belang voor overwinterende smienten en broedt er de snor, roerdomp,

duikplatform. Daarnaast is er bijvoorbeeld ook een zorgboerderij, boerderijwinkel en restaurants. Voor natuurliefhebbers zijn er

rietzanger en bruine kiekendief. In het Twiske zijn verschillende typen habitat te vinden, waaronder natte graslanden,

rustige gedeelten en stiltegebieden waar diverse vogelsoorten en andere dieren te vinden zijn. In het Twiske komt recreatie samen

moeraszones en zoete wateren met riet, die bijdragen aan de biodiversiteit en ecologische waarde van het gebied. Het beheer

met natuurbehoud, waardoor het een waardevolle en veelzijdige bestemming is voor zowel bewoners van de metropoolregio

van het Twiske dient zich te richten op het behoud en eventueel herstel van deze habitatten. Overige omliggende gebieden rond

Amsterdam als (buitenlandse) toeristen.

het Twiske bestaan uit andere natuurgebieden, landbouwgebieden of urbane gebieden (Figuur 2).

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 9 van 24

3

Ganzen en schade

3.1

Ganzenschade

Ganzen staan vooral bekend om de schade die zij aanbrengen aan landbouwgewassen en het risico dat zij kunnen vormen voor het vliegverkeer. Echter kunnen ganzen ook schade aanrichten in de natuur en zwemwater. Het is van belang om deze negatieve effecten in kaart te brengen en op basis daarvan een balans te vinden tussen de aanwezige ganzenpopulaties en natuur, en eventuele maatregelen. De informatie in dit hoofdstuk is voornamelijk gebaseerd op de informatie uit het Ganzenplan (Ganzenplan, n.d.). Schade aan natuur Begrazing door ganzen kan zowel positieve als negatieve effecten hebben op water- en rietgebieden. Een positief effect kan zijn dat de begrazing van ganzen de vegetatie in een gebied kort houdt., Hier waardoor worden bepaalde open successiestadia (met lage kruid- of grasachtige vegetatietypen) in stand gehouden of verlengd worden. Desalniettemin, hangt dit effect samen met een gereguleerd en dus actief peilbeheer om de rietvegetatie een kans te geven om te herstellen. In veel gebieden in Nederland, net zoals het grootste deel van het Twiske (met uitzondering van gebied 17 (Figuur 6)), is peilbeheer beperkt of niet mogelijk. Dit kan komt en door de regelgeving die geldt voor Natura 2000gebieden of door praktische belemmeringen. Hierdoor kan vaak geen sturing gegeven worden aan het behoud of herstel van

rietkragen . Doordat er geen sturing gegeven kan worden, en overheersen vaak de negatieve gevolgen van ganzenvraat. Het negatieve effect van ganzenvraat op de natuur is de afname van de kwaliteit en kwantiteit van rietlanden. Deze aantasting van riet is ook door terreinbeheerders geconstateerd in het Twiske. Aantasting van rietkragen kan indirecte negatieve gevolgen voor de andere diersoorten in het gebied hebben. Zonder ingrijpen kunnen onder de Natura 2000-richtlijnen beschermde aan riet- en moeras gebonden broedvogels, zoals de roerdomp en bruine kiekendief, verdwijnen.

snor,

rietzanger,

Rietvegetatie beschermt ook oevers tegen afkalving en voorkomt vertroebeling van het water, wat essentieel is voor een gezond ecologisch watersysteem zoals vastgelegd in het nationaal bepaalde Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar de bescherming en verbetering van aquatische ecosystemen en vereist dat oppervlaktewateren een goede ecologische toestand behouden dan wel bereiken. Overbegrazing door ganzen kan rietkragen beschadigen en, als ganzenvraat in overmaat plaatsvindt, het behalen van de KRW-doelen belemmeren. Ganzen produceren de hele dag door mest, ook tijdens het foerageren buiten watergebieden. Hoewel vaak slechts een klein deel van deze mest op de slaapplaatsen terecht komt, kan deze fosfaatbelasting onder bepaalde omstandigheden, voornamelijk in voedselarme wateren met weinig doorstroom, de lokale waterkwaliteit en het ecosysteem beïnvloeden en verstoren.

Schade aan zwemwater

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Met opmerkingen [MB12]: Tekstueel past het beter om eerst een algemene zin toe te voegen, zoals we ook in de FPK voor ganzen hebben gedaan: “In Nederland vinden we naast overwinterende en doortrekkende ganzen ook soorten die in Nederland broeden, waaronder grauwe ganzen, brandganzen, kolganzen, Nijlganzen en Canadese ganzen. Ganzen eten veel en kunnen veel schade veroorzaken aan gewassen. Gewasschade kan in heel Nederland optreden, met name in water- en grasrijke gebieden.”

Pagina 10 van 24

Met opmerkingen [MB13]: Zoals?

Uitwerpselen van watervogels, zoals dat van ganzen, kunnen op lokaal niveau de waterkwaliteit zodanig verslechteren dat veilige zwemwaternormen overschreden worden. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van het Escheriachia coli bacterie in vogelpoep, beter bekend als E. coli of het poepbacterie (Noordhuis & Verdonschot, 2021). Het uiteindelijke effect van

uitgevoerd door derden. Het profiel is bedoeld om burgers te informeren over de waterkwaliteit in een gebied en de eventuele genomen of vereiste acties. Binnen het Twiske is in recente jaren (2018-2021) een negatief zwemadvies uitgegeven voor tenminste twee van de acht zwemlocaties op basis van E. coli en blauwalg metingen (het Doesstrand en de Speelsloot; Figuur 4) en

vogelpoep op de waterkwaliteit is onder andere afhankelijk van de dichtheid vogels, de soort en de verblijfsduur. Verschillende typen

verschillende ‘aanvaardbare’ metingen voor andere zwemlocaties (Van Spronsen & Robben, 2022). Voor de negatieve metingen van

waterlichamen worden anders beïnvloedt door vogelpoep. Bijvoorbeeld, minder zwevend stof en meer waterplanten helpen

zwemwater in het Twiske zijn verschillende redenen aangeleverd.

om de invloed van vogelpoep te verminderen. Ook doorstroom van water is een belangrijke factor, stilstaand water wordt bijvoorbeeld sneller beïnvloedt dan water met veel doorstroom. Hoewel er variatie bestaat in de effecten van ganzen op zwemwater, is het de taak van provincies en waterbeheerders om passende maatregelen nemen ten aanzien van de zwemwaterkwaliteit indien kwaliteitsnormen worden overschreden. In Nederland is in 2006 de zwemwaterrichtlijn ingesteld, deze gelden voor alle zwemwateren en hebben als doel het beschermen van zwemmers in oppervlaktewateren door monitoring en classificatie (categorieën: uitstekend, goed, aanvaardbaar, slecht) van de waterkwaliteit. Elk zwemgebied vereist een zwemwater- profiel voor communicatie en beheermaatregelen, mogelijk met aanvullend onderzoek,

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Figuur 4: De locaties van de verschillende zwemstranden in het Twiske, uit Haskoning DHV Nederland B.V. (Spronsen & Robben, 2022).

Pagina 11 van 24

Bij zwemwaterlocaties in het Twiske zijn verbanden met weersomstandigheden vastgesteld. Ten eerste kunnen E. coli overschrijdingen optreden na periodes van droog weer en stijgende temperaturen, mogelijk door een toename van zwemmers en andere menselijke bronnen. Ten tweede is er een relatie met langdurige of intense regenbuien, waardoor feces van

spoelt een groot deel van deze mest in korte tijd naar het zwemwater, dit kan leiden tot verhoogde concentraties fecale bacteriën in (zwem)water. In gebieden met hoge dichtheden ganzen rond zwemwater kunnen regenbuien na een periode van droogte significant bijdragen aan overschrijdingen van de norm voor E. coli. Spronson en Robben (2022) benoemen ook een

watervogels afspoelen van de nabijgelegen oevers, ligweides, stranden en bouwwerken, of objecten in het water zoals

incidentele hoge overschrijding van intestinale enterokokken, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door watervogels bij het

bruggetjes, steigers en damwanden. Tijdens droge periodes hoopt de mest van watervogels zich op langs de oevers. Bij hevige regen

zwemstrand De Leers (Figuur 4Figuur 4 & Tabel 1Tabel 1).

Tabel 1: De zwemwaterkwaliteit van de verschillende zwemlocaties binnen het Twiske (zie Figuur 4) op basis van metingen in 2018-2021, uit Haskoning DHV Nederland B.V. (Spronsen & Robben, 2022). Het Twiske Aantal waarnemingen

Voorgaande beoordelingen Eindoordeel

Eindoordeel

Eindoordeel

Eindoordeel

Eindoordeel

Zwamwaterklasse op basis Locatie

van logpercentielen

2018

2019

2020

2021

2018-2021

2014-2017

2014-2017

2014-2017

2014-2017

Kure-Jan Strand

Escherichia coli

6

6

12

6

goed

goed

goed

aanvaardbaar

goed

Intestinale enterococcen

6

6

12

6

uitstekend

uitstekend

uitstekend

uitstekend

goed

Escherichia coli

6

6

12

6

goed

goed

goed

aanvaardbaar

goed

Intestinale enterococcen

6

6

12

6

uitstekend

uitstekend

uitstekend

uitstekend

uitstekend

Escherichia coli

12

12

12

11

aanvaardbaar

aanvaardbaar

aanvaardbaar

aanvaardbaar

aanvaardbaar

Intestinale enterococcen

12

12

12

11

aanvaardbaar

goed

goed

goed

goed

Escherichia coli

6

6

12

11

slecht

goed

goed

slecht

slecht

Intestinale enterococcen

6

6

12

11

slecht

uitstekend

goed

slecht

slecht

Escherichia coli

6

6

6

11

uitstekend

uitstekend

uitstekend

goed

uitstekend

Intestinale enterococcen

6

goed

goed

goed

aanvaardbaar

Schoorlstrand Baaiegat Doesstrand De Leers Speelsloot Vennegatstrand

6

6

11

uitstekend

Escherichia coli

12

12

11

slecht

Intestinale enterococcen

12

12

11

uitstekend

Escherichia coli

12

12

11

aanvaardbaar

goed

aanvaardbaar goed

aanvaardbaar uitstekend

Intestinale enterococcen

12

12

11

goed

aanvaardbaar

Twiske Poort,

Escherichia coli

6

12

6

goed

aanvaardbaar

goed

spartelvijver

Intestinale enterococcen

6

12

6

goed

goed

uitstekend

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 12 van 24

4

Preventieve maatregelen

Preventieve maatregelen zijn erop gericht om ganzen van een

Grotere vogels zoals zwanen en ganzen kunnen bijvoorbeeld met

bepaalde plek te weren. Dit kan gedaan worden door een gebied onaantrekkelijk maken of ganzen actief te verjagen. Hierbij wordt

behulp van spandraden geweerd worden, deze draden (ca. 2 mm dik) worden vaak enkele centimeters boven het land of water

geprobeerd het gedrag, de ruimtelijke verspreiding en de gemaakte schade van ganzen te beïnvloeden. Preventieve

geplaatst. Naast dat contact met de draden een schrikreactie veroorzaakt, maken ze ook een afschrikwekkend zoemend geluid.

maatregelen kunnen opgedeeld worden in fysieke wering en verjaging, deze worden hieronder verder besproken. De informatie in dit hoofdstuk is voornamelijk gebaseerd op de informatie uit het Ganzenplan (Ganzenplan, n.d.). Voor meer informatie kan dit document bestudeerd worden.

4.1

Fysieke wering

Fysieke weringen voorkomen dat ganzen bepaalde gebieden kunnen bereiken. Op zowel land als in het water kan dit effectief gedaan worden met behulp van netten en rasters, deze maatregel is echter alleen nuttig in de ruiperiode wanneer ganzen niet kunnen vliegen. Rond watergebieden wordt fysieke wering ingezet om rietkragen te beschermen tegen ganzenvraat (Van der Winden et al., 2022) (Figuur 5). Het nadeel is echter dat ook andere watervogels, en mogelijk zelfs grotere vissen, gehinderd kunnen worden of zelfs verstrikt raken in de netten. In kleinschalige situaties, meestal binnen stedelijk gebied, kan fysieke wering een relatief eenvoudige oplossing zijn om ganzen uit bepaalde terreinen (zoals speel- en sportterreinen) te weren.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Figuur 5: Raster om een rietkraag ter bescherming tegen ganzenvraat. Bron: Van der Winden et al. (2022).

Pagina 13 van 24

Op lokaal niveau kunnen verschillende variaties van fysieke weringen gemakkelijk toegepast worden. Rond het Doesstrand in het Twiske zijn bijvoorbeeld bomen geplaatst omringd door hoger gras en bij het Schoorlstrand is de beplanting toegenomen. Bomen en ander hoog gewas ontneemt het zicht en kan een gebied minder aantrekkelijk maken voor ganzen. Echter blijft het

dan moet beoordeeld worden of deze maatregelen zonder negatieve effecten op de Natura 2000instandhoudingsdoelstellingen uitgevoerd kan worden. Dit kan gedaan worden via een passende beoordeling. In de opgestelde passende beoordeling is dit niet getoetst. Verjaging kan namelijk leiden tot verstoring van andere beschermde diersoorten. Indien

water en dus de aanliggende stranden toegankelijk voor ganzen. Dit zijn terugkerende problemen bij fysieke weringen waardoor het

dit significante effecten kan hebben op doelsoorten is het niet mogelijk om deze in te zetten. Gezien de hoge frequentie die

volledig uitsluiten van ganzen vaak onmogelijk blijkt.

nodig is om ganzen effectief te verjagen, verjaging moet meerdere keren per dag plaatsvinden, wordt de kans op een

4.2

significante verstoring van overige broedvogels voorzien.

Verjaging

In het geval van recreatie- en natuurgebieden zijn de opties voor verjagende middelen vaak beperkt tot visuele middelen

4.3 Inzet en effectiviteit van preventieve

(vogelverschrikker, ballon, vlieger, Scare Man, vlag/wimpel), akoestische middelen (gaskanon, sirene, bromlint), en actieve

maatregelen

middelen zoals verjaging door inzet van mensen, honden of drones. Geadviseerd wordt om meerdere middelen afwisselend in te zetten. De effectiviteit van verjagende middelen kan namelijk snel afnemen doordat gewenning relatief snel optreedt bij ganzen. Daarnaast wordt de effectiviteit altijd bepaald wordt door de beschikbaarheid van alternatieve foerageerplekken in de omgeving. Naast het feit dat ganzen snel gewend raken aan verjagende middelen, is er nagenoeg geen wetenschappelijke onderbouwing voor de werking van deze middelen op de lange termijn terwijl deze vaak kosten- en tijdsintensief zijn. Daarnaast moet beoordeeld worden of deze middelen toegestaan zijn in Natura 2000-gebieden. Mocht dit niet zo zijn,

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Het type preventieve maatregelen en de intensiteit waarmee deze toegepast worden spelen een belangrijke rol in de effectiviteit van verjaging en de verspreiding van ganzen. Ten eerste moet onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende stadia gedurende het jaar, met name de winter, het voorjaar en de zomer. Gedurende de ruiperiode in de zomer, wanneer ganzen niet kunnen vliegen, heeft verjaging geen nut, in deze periode zijn fysieke weringen effectiever. In het najaar, winter, en voorjaar is verjaging het meest zinvol. Hoewel verjaging een geprefereerde methode is, zijn er vele randvoorwaarden die bepalen of het verjagingsbeleid daadwerkelijk effectief is. Meijer et al. (2023) stellen dat het combineren van verjaagtechnieken, samenwerking tussen grondgebruikers en de beschikbaarheid van rustgebieden essentieel zijn voor het effectief verjagen van ganzen en de gebruikte methoden op een kosteneffectieve wijze in te zetten. Pagina 14 van 24

Met opmerkingen [MB14]: Waarom is hier geen laser meegenomen? Met opmerkingen [MB15]: Uit onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen (voor de FPK’s) door ecologisch bureau Altenburg & Wymenga, is gebleken dat dit helemaal niet effectief is. Ik zou deze methoden niet benoemen. Met opmerkingen [MB16]: Uit onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen (voor de FPK’s) door ecologisch bureau Altenburg & Wymenga, is gebleken dat dit helemaal niet effectief is. Ik zou deze methoden niet benoemen. Met opmerkingen [MB17]: Waarom zijn hier niet de bird alert en het vogelafweerpistool meegenomen? Met opmerkingen [MB18R17]: BirdAlert zou een goede optie kunnen zijn als alternatieve verjaagmethode. Ik denk dat dit wel interessant is om verder uit te zoeken? Uit onderzoek blijkt namelijk dat geen verhoogd niveau van schrikreacties van andere vogelsoorten is op de BirdAlert. (Kappers et al. (2023). Onderzoek naar de effectiviteit van BirdAlert voor het verjagen van wilde ganzen. A&W-rapport 20-377, Sovon rapport 2022/112.) De pilot in Het Twiske zou een bijdrage kunnen leveren

...

Met opmerkingen [MB19]: Dit zou ik knalapparaat noemen, gaskanon is klopt wel maar is een minder gangbare benaming. Met opmerkingen [MB20]: Uit onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen (voor de FPK’s) door ecologisch bureau Altenburg & Wymenga, is gebleken dat... Met opmerkingen [DJG21]: Alle maatregelen die opgenomen zijn in de FPKs zijn beoordeeld op effectiviteit, mede op basis van wetenschappelijke literatuur. Wel is het zo dat de conclusie getrokken kan ...

Een pilot in het Eemland door Klaver en Egas (2023) onderzocht of gecoördineerd verjagen van ganzen, zoals beschreven in Meijer et al. (2023), gewasschade kan verminderen. Tijdens de pilotperiode van januari tot maart 2023 daalde het aantal ganzen, vooral brand- en kolganzen, significant door de verjaging. Echter bleef het aantal grauwe ganzen relatief stabiel, hoogstwaarschijnlijk

Hoewel de pilotstudie positief is over het gecoördineerd verjagen van ganzen, wordt hiermee vooral gerefereerd naar overwinterende brand- en kolganzen. Gedurende de pilot richtte de meeste verjagingsacties zich op grauwe ganzen terwijl de aantallen van deze soort in de Eempolder niet significant afnamen. Het wegblijven van enig effect kan verklaard worden

omdat dit over het algemeen gebiedstrouwe standganzen betreft. Hoewel de pilot leidde tot 52% minder gewasschade binnen het

door het feit dat de meeste grauwe ganzen standganzen zijn, deze vogels zijn zeer plaats getrouw en komen na verjaging weer terug

pilotgebied, nam de schade buiten dit gebied juist toe, hoogstwaarschijnlijk door dezelfde ganzen die simpelweg een

naar hetzelfde gebied. Het advies wat volgt is dat een andere of aanvullende aanpak, waaronder beheer, nodig is om schade door

ander nabijgelegen gebied opzoeken. Dit laat zien dat onder verschillende omstandigheden, voornamelijk als er geen of niet

grauwe ganzen te reduceren.

voldoende rustgebieden beschikbaar zijn of de ganzen deze gebieden niet gebruiken, verjaagde ganzen elders in natuur- of landbouwgebieden neerstrijken en alsnog schade veroorzaken. Hiermee wordt de schadeproblematiek niet opgelost maar slechts verplaatst en is dus geen efficiënte manier om beperkte of dure middelen in te zetten. De gebruikte verjagingsmethoden, waaronder lasers en drones, zouden volgens het rapport geen verstoring hebben veroorzaakt onder op weidevogels. Echter blijft het de vraag in hoeverre dit standhoudt bij langduriger gebruik of in gebieden met een andere soortendynamiek. De pilot wordt

Daarbij werd de pilot Eemland uitgevoerd buiten Natura 2000gebied en hoefde er daarbij geen rekening gehouden te worden met eventuele Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Het Twiske valt wel binnen een Natura 2000-gebied en daarbij mogen eventuele maatregelen geen effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.

voortgezet waardoor dit effect gemeten kan worden.

Met opmerkingen [DJG22]: Uit onze eerdere onderzoeken blijkt inderdaad dat zonder grootschalige gebiedsgerichte benadering er sprake is van een waterbed effect en zonder voldoende plekken waar ze wel mogen zijn er geen alternatief wel voor een specifieke plek effectief kan zijn, maar inderdaad tot verplaatsing van het probleem leidt. Dat houdt evenwel niet in dat een proef met niet-dodelijke maatregelen in de context van een natuurgebied zinloos is. In de afweging moet wel worden meegenomen wat het doel van deze proef is (zoals ook vermeld in onze zienwijze). Met opmerkingen [DJG25]: Juist dit verschil maakt het doen van een proef in een natuurgebied de moeite waard. Met opmerkingen [MB23]: Als je hier refereert naar lasers, zou ik het ook benoemen bij visuele middelen onder verjaging. Met opmerkingen [DJG24]: Dit klopt op zich, maar juist dat zou een proef kunnen aantonen.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 15 van 24

5

Veldervaring uit het Twiske

Op 26 april 2024 hebben medewerkers van de FBE Noord-Holland een werkbezoek gebracht aan het Twiske. Onder begeleiding van de terreinbeheerders zijn zij rondgeleid door het Twiske om locaties met hoge ganzendichtheden of waar ganzenschade is vastgesteld in kaart te brengen (Figuur 6). Daarnaast is gekeken naar de indeling van het gebied, om te bepalen waar welk type van beheer het beste passend is. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met het minimaliseren van de kans op verstoring van mensen en andere diersoorten binnen en buiten het gebied. De meest geschikte locaties voor zowel afschot als ruivangsten bevinden zich aan de noord- en zuidkant van het gebied (Figuur 6). Hierbij worden de gebieden waar kwetsbare soorten zich huisvesten, voornamelijk rietvelden, vermeden. Daarnaast kan de toegang van dit gebied tijdelijk beperkt worden door het toegangshek tijdelijk te sluiten. De piek qua bezoekers begint over het algemeen na 10 uur in de ochtend, dit laat voldoende ruimte vrij om voor die tijd beheer uit te voeren. Ook moet rekening gehouden worden met de voorschriften uit het Natura 2000beheerplan voor ganzenbeheer en dient men rekening te houden

Met opmerkingen [MB26]: Dit komt een beetje uit de lucht vallen, misschien goed om hier ook nog iets over te zeggen? Misschien een kopje toevoegen bij het vorige hoofdstuk?

met de resultaten uit de passende beoordeling.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 16 van 24

Figuur 6: Kaart met gebieden waar ganzen zijn waargenomen bij het veldbezoek.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 17 van 24

6

Maatregelen

In de inleiding is reeds aangegeven dat ondanks alle inspanningen op het gebied van preventieve maatregelen zoals

De reeds genomen preventieve maatregelen hebben in het Twiske niet het gewenste resultaat opgeleverd. De ganzenoverlast is nog

weren en verjagen het nodig blijkt te zijn om het aantal standganzen, met name grauwe ganzen, in Noord-Holland te

altijd in grote mate aanwezig. Dit is in overeenstemming met wetenschappelijke en praktijk onderzoeken naar de effectiviteit

verminderen. Ondanks dit gegeven zal er altijd per gebied een afweging moeten plaatsvinden welke maatregel het beste past.

van verjaging en fysieke wering.

Daarbij dient de maatregel niet alleen een positief effect voor het lokale probleem te zijn maar ook moeten bijdragen aan het grotere geheel en voor een ander moet het probleem niet groter worden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan welke maatregelen passend zijn voor het Twiske en samenhang met de effecten voor haar omgeving.

6.1

Preventieve maatregelen

Preventieve maatregelen bestaan uit fysieke wering, zoals hekken of rasters en verjaging door het gebruik van een Scare Man, gaskanon of drone. Preventieve methoden zoals weren en verjagen verminderen in principe niet rechtstreeks het aantal ganzen, dus ook niet de druk op de vegetatie, ongeacht of dat nu landbouwgewassen of natuurgraslanden zijn. Ganzen moeten immers ergens eten. Ondanks dit gegeven is gekeken of het mogelijk is om door middel van preventieve maatregelen en verjagen de schade in zowel het Twiske en in Noord-Holland te verlagen.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Met opmerkingen [MB27]: Welke zijn dit?

De meeste overlast in Noord-Holland en ook het Twiske wordt veroorzaakt door de standganzen van de grauwe ganzen. De standganzen in het Twiske zijn gebiedstrouw en dus lastig te verjagen zoals eerder ondervonden in bijvoorbeeld het Eemland (zie paragraaf 3.3). Zij zullen vaak weer terugkomen. Daarnaast, ongeacht de verjagingstechniek, is de verjaging van ganzen zonder een aangewezen opvanggebied niet zo zinvol omdat de schade in deze regio reeds hoog is en het schadeprobleem zich dan alleen verplaatst maar niet verminderd. In Noord-Holland zijn er opvanggebieden aangewezen, de zogenaamde ganzenrust- en foerageergebieden, voor ganzen die in de winter aanwezig zijn (Figuur 7). In redelijke nabijheid van het Twiske ligt zo’n opvanggebied. Deze gebieden zijn met name aangewezen voor het opvangen van trekganzen, maar standganzen kunnen hier ook terecht. Echter zijn deze opvanggebieden niet ingericht voor de hoge aantallen standganzen die er nu zijn. Mocht het verjagen van de grauwe ganzen in het Twiske al succesvol zijn, kan er verdringing ontstaan in de opvanggebieden voor de trekganzen.

Pagina 18 van 24

Met opmerkingen [MB28]: Ik mis in deze tekst wel onderbouwing aan de hand van cijfers. Hoe veel hectare zijn de ganzen rust- en foerageergebieden? Hoe veel ganzen kunnen hier terecht? Hoe veel ganzen zijn er volgens de laatste tellingen in deze gebieden en hoe veel ganzen zijn er in het Twiske?

Verjagen binnen het Natura 2000-gebied waar het Twiske onderdeel van uit maakt kan ook een optie zijn. Het Twiske maakt echter onderdeel uit van Natura 2000-gebied dat van relatief grote omvang is en het gros van de deze gronden de natuurlijke habitat van ganzen omvat. Er zal daarom vooral sprake zijn van het verplaatsen van de schade. Verjagen naar overige omliggende – niet urbane – gebieden (buiten het Natura 2000-gebied) is een andere optie. Deze gebieden zijn nagenoeg allemaal landbouwgronden en zijn geliefde foerageergebieden bij ganzen. Zij ondervinden echter reeds bovengemiddeld schade door het aantal standganzen. Het verjagen naar deze gebieden zal ervoor zorgen dat de kans op schade en kosten zal toenemen terwijl het doel juist is het verlagen daarvan.

Met opmerkingen [DJG29]: Dit is misschien een algeheel beleidsdoel, maar voor zover wij weten niet het doel van de proef. Dus daarmee op zichzelf geen reden om de proef niet te doen.

De bovengenoemde factoren samengenomen laten zien dat het inzetten van preventieve maatregelen de schade niet zal verlagen.

Met opmerkingen [DJG30]: Idem

Figuur 7: Liggen van de ganzen rust- en foerageergebieden ten opzichte van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske, waarin het recreatiegebied het Twiske ligt.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 19 van 24

6.2

Nestreductie

Bij nestbehandeling worden nesten onklaar gemaakt door eieren weg te halen, in te prikken of in te smeren met olie. Hoewel dit één van de meest toegepaste maatregelen is, blijkt uit recent onderzoek dat deze methode ineffectief is. Ten eerste is het praktisch onmogelijk om alle ganzennesten binnen een gebied te vinden en te behandelen volgens protocol. Daarnaast produceren ganzen vaak een tweede legsel als het eerste legsel te vroeg in het broedseizoen verstoord wordt. Ook leidt een lager aantal uitgekomen kuikens tot minder concurrentie om voedsel, en daardoor hogere overlevingskansen voor de overgebleven kuikens. Hoewel herhaalde nestbehandeling op kleine schaal en met recent gevestigde ganzenpopulaties, zoals in stadsparken, lokaal overlast kan verminderen, is de maatregel niet geschikt voor grootschalige populatiereductie van ganzen. Juist in grote natuurgebieden en recreatiegebieden zoals het Twiske is de

6.3

Ruivangsten

Ruivangsten, waarbij relatief grote aantallen ganzen tegelijkertijd worden gevangen en gedood, zijn een effectieve manier om een (lokale) ganzenpopulatie direct te reduceren. Ruivangsten bieden een efficiënte en doelgerichte aanpak, juist in overzichtelijke gebieden met hoge ganzenconcentraties. Door middel van ruivangsten wordt overlast en schade door ganzen snel en effectief verminderd. Met een vangkraal kunnen ganzen relatief eenvoudig en met minimale verstoring van overige natuurwaarden gevangen worden. De ruimtelijke indeling en concentraties van ganzen in het Twiske maken ruivangsten eenvoudig mogelijk met naar verwachting minimale verstoring voor de omgeving.

methode zeer kosten- en tijdsintensief en kan de menselijke activiteit andere broedvogels verstoren (Figuur 8Figuur 8).

Met opmerkingen [MB31]: Welk onderzoek? Kan je hier een bron toevoegen?

Met opmerkingen [MB35]: Indien dit als kansrijk wordt geacht, lijkt het me van toegevoegde waarde om hier in ieder geval iets toe te voegen over verwachte kosten en technische haalbaarheid. (Op welke plekken lijkt dit kansrijk? Hoe vaak? Hoe veel ganzen zouden dan weggevangen moeten worden? Wat gebeurt er met de dode ganzen?) Met opmerkingen [MB32]: Dit zijn veel belangrijke claims, waar geen bronnen aan zijn toegevoegd. Andere FBE’s (Utrecht bijvoorbeeld) en ganzenorganisaties (Hofganzen) pleiten nog steeds voor deze aanpak. Ik denk dat dit stuk inhoudelijk verstevigd kan worden met bronnen. Met opmerkingen [MB33R32]: Daarnaast, is dit een maatregel die jullie in het verleden al hebben geprobeerd? Met opmerkingen [MB34]: Is dit het doel van het uitvoeringsplan voor het Twiske? Of is dat schade verminderen?

Figuur 8: Werking van nestbehandeling.

Door deze zin ontstaat er verwarring over het beoogde doel van dit uitvoeringsplan. Wellicht het beoogde doel ook duidelijker uiteenzetten in de inleiding zodat hier geen verwarring over ontstaat.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 20 van 24

6.4 Afschot Het succes van een ganzenpopulatie hangt af van verschillende factoren: het aantal volwassen ganzen, de legselgroottes, het uitkomen van eieren en de overleving van kuikens. Hierbij speelt het aantal volwassen ganzen dat een broedpaar vormt en potentieel een nest kan initiëren een cruciale rol. Afschot in het vroege voorjaar (februari-april), vóór de broedperiode, kan effectief een lokale populatie reduceren door het gericht verwijderen van koppelvormers. Ganzen die partnerverlies ondergaan broeden over het algemeen niet. Door specifiek te focussen op de koppelvormers wordt dus ingezet op het verlagen van het voorplantingssucces als gevolg van partnerverlies (er komen geen nieuw broedsel), én wordt de populatie verkleind doordat er ganzen gedood worden. Op korte termijn kan afschot ook schade verminderen door het afschrikkende effect van het schieten en doden van ganzen. Hoewel gewenning kan optreden, passen ganzen hun gedrag en gebiedsgebruik aan op basis van eerdere ervaringen. Hierdoor kan afschot op twee manieren effectief zijn voor het verminderen van schade: door het reduceren van het aantal ganzen – ook op de lange termijn – en door het tijdelijk afschrikkende effect dat afschot heeft. Gezien de belangen in het gebied zelf als daarbuiten is het onwenselijk om ganzen te verjagen naar andere gebieden.

Afschot zal daardoor gericht moeten zijn op zo min mogelijk verjagen van ganzen. Ook is het afschot van koppelvormende ganzen gericht om zo min mogelijk de omgeving te verstoren. Dit in tegenstelling tot verjaging, waarbij bewust de ganzen worden verjaagd, wat ook een effect zal hebben op de omgeving.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

6.5 Conclusie In het Twiske en daarbuiten vindt overlast plaats door ganzen waarbij reeds genomen maatregelen onvoldoende blijken. Preventie biedt geen oplossing. Zowel binnen als buiten het Twiske zijn er in de zomerperiode geen opvanggebieden voor ganzen. In het geval van verjaging verplaatsten de ganzen, en dus de schade, zich enkel en alleen naar omliggende natuur- en landbouwgebieden waar natuur- en gewasschade dan alsnog weer kan toenemen (zie paragraaf 3.3). Rekening houdend met de het type land rondom het Twiske, zijn op het moment nieuwe beheermaatregelen vereist om ganzenoverlast tegen te gaan. Gezien de aard van de ganzenschade en de indeling van het gebied, zijn ruivangsten en het schieten van koppelvormers de meest effectieve maatregelen om het doel te bereiken. Daarbij is een significante verstoring van andere Natura 2000instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten, mits het beheer wordt uitgevoerd conform de Passende Beoordeling (Hüsken & De Nijs, 2022) en wat is opgenomen in het Natura 2000-beheerplan (Provincie Noord-Holland, 2023). De Passende Beoordeling geeft een beschrijving van de maatregelen en beschrijft of er mitigerende maatregelen genomen dienen te worden en welke dit dan moeten zijn. Een aantal maatregelen die van te voren genomen zijn, is het verplicht stellen van het gebruik van een geluiddemper en het maximaliseren van het aantal schoten.

Mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden zijn het

Pagina 21 van 24

Met opmerkingen [MB36]: Dit wordt voor het eerst genoemd in de conclusie, ik zou dit ook al benoemen bij afschot.

instellen van verstoringsvrije zones of betredingsbeperkingen van

7

Uitvoering maatregelen

7.1

Ruivangsten

Ganzen zijn tijdens de jaarlijkse rui van hun slagpennen gedurende drie tot vijf weken niet in staat om te vliegen. Gedurende de rui verzamelen ganzen zich vaak in grotere groepen op plekken waar ze veilig pogen te zijn voor landpredatoren. De ruiperiode voor nagenoeg alle ganzen vindt plaats in de maanden mei, juni en juli. In deze periode kunnen ganzen relatief eenvoudig gevangen worden met vangkralen en vervolgens gedood met CO2. Het doden met oplopende CO2concentraties is volgens het Richtsnoer Ganzendoden (2012) acceptabel voor het dierenwelzijn. Ook blijkt uit onderzoek van de Wageningen Livestock Research en de Raad voor

habitattypen.

7.2

Afschot

Afschot reduceert de ganzenpopulatie, de directe levensverwachting van ganzen en het gedrag van ganzen. Het gebiedsgebruik van ganzen is negatief gerelateerd aan de afschotintensiteit; hoe intensiever het afschot, hoe minder ganzen dit gebied gebruiken. Gebaseerd op de ruimtelijke indeling van het Twiske en de ganzenconcentraties, is afschot een realistische beheermaatregel. Door rekening te houden met de bezoekersaantallen en -tijdstippen, wordt verwacht dat afschot kan plaatsvinden zonder dat recreanten of omwonenden hier hinder van ondervinden en doelsoorten niet significant worden verstoord.

Dierenaangelegenheden dat tijdens het doden van ganzen met CO2 de ganzen binnen één minuut bewusteloos zijn. Hoewel de

Afschot wordt in opdracht van de FBE Noord-Holland uitsluitend met geluidsdemper en door ervaren ingehuurde beheerders

methode per individuele gans relatief meer stress veroorzaakt dan een goedgeplaatst schot, is het met afschot niet mogelijk om

uitgevoerd waarbij intensieve afstemming met medewerkers van het recreatieschap plaatsvindt. Uitvoering van het afschot zal

in één keer grote groepen ganzen te doden. Indien de omstandigheden zich ervoor lenen (o.a. geen significante effecten op Natura 2000-doelsoorten, kunnen handelen conform voorschriften ontheffing, recreatiedruk etc.) kunnen ruivangsten worden ingezet. Uitvoering van de ruivangsten zal plaatsvinden

plaatsvinden conform de Passende Beoordeling en Natura 2000beheerplan.

conform de Passende Beoordeling en Natura 2000-beheerplan.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 22 van 24

7.3 De

Monitoring uitvoering

wordt

continue

gemonitord of

conform de

voorschriften uit de verschillende toestemmingsbesluiten kan worden voldaan. Indien dit niet het geval is zullen er geen werkzaamheden plaatsvinden. Provincies en ministerie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) geven al dan niet gezamenlijk opdracht voor het uitvoeren van (wetenschappelijke) onderzoeken. De FBE is via de IPO taakgroep en als adviseur lid van de WAG (Werkgroep AEWA Ganzenaanpak) betrokken bij deze onderzoeken. Indien nieuwe inzichten moeten leiden tot een andere aanpak zal dit met de provincie en het recreatieschap besproken worden. Specifieke aandacht gaat uit naar het zo min mogelijk hoeven ingrijpen in het leven van een dier (weren, verjagen en doden) en het vergroten van de effectiviteit van de uitvoering. Nederlandse Werkgroep voor de AEWA-ganzenaanpak (WAG) Nederland maakt onderdeel uit van een internationaal netwerk voor de bescherming van vogels (AEWA). De WAG draagt bij aan de planning en implementatie van afspraken ter bescherming en beheer van vogelsoorten. Hier hoort ook het waarborgen van effectieve monitoring en rapportage bij. De WAG bestaat uit een vertegenwoordiger van het ministerie van LVVN, die het nationale aanspreekpunt is voor het AEWAverdrag, een trekkende/ coördinerende provincie (Friesland), een tweede provincie (Zuid-Holland), BIJ12 Faunazaken, een adviseur vanuit de FBE’s en een landelijke ganzenexpert (Sovon).

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

7.4

Communicatie

Er zal een Q&A worden opgesteld die beschikbaar komt via de website van de faunabeheereenheid en recreatieschap TwiskeWaterland. Deze zal worden opgesteld naar voorbeeld4 van Texel. Het aantal ganzen in Nederland, en specifiek in Noord-Holland, is zo groot dat er geen zorgen zijn over de gunstige staat van instandhouding. Echter, dit hoge aantal ganzen veroorzaakt maatschappelijk onaanvaardbare schade aan de landbouw en natuur in Noord-Holland. Daarom heeft de FBE, in samenwerking met de omliggende provincies, een plan ontwikkeld met een reeks maatregelen om deze schade te verminderen. Naast preventieve maatregelen is het verminderen van de populatie een belangrijk aspect van dit plan. Het is echter cruciaal om de gunstige instandhoudingsstatus te blijven waarborgen. Dit betekent dat er altijd ganzen zullen blijven en dat er dus ook een beperkte mate van schade zal blijven optreden. Zeker binnen het werkgebied van het recreatieschap zal er een aanzienlijk aantal ganzen aanwezig zijn, omdat deze regio, gezien de huidige verspreiding, bijzonder aantrekkelijk is voor ganzen. De aanwezigheid van relatief veel ganzen kan worden beschouwd als een van de kernwaarden van dit gebied. Het is daarbij belangrijk dat gebiedspartners (recreatieschap, agrariërs, natuurorganisaties) met elkaar blijven afstemmen waarbij zij samen de relatie met ganzen in deze regio verder vormgeeft. 4

Q&A gecoördineerd beheer Texel

Pagina 23 van 24

Met opmaak: Centrum

Literatuurlijst Ecologische autoriteit. (2023). Advies over de Natuurdoelanalyse Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske, provincie Noord-Holland. Ganzenplan. (n.d.). Interprovinciaal Faunabeheerplan Ganzen. Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland. CONCEPT. www.ganzenplan.nl Hüsken, K., & De Nijs, N. (2022). Passende beoordeling gecoördineerd beheer ganzen Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske.

voor

Dieraangelegenheden.

(2012).

Richtsnoer

Ganzendoden. Rapport RDA. Van der Winden, J., Korporaal, N., Van Horssen, P., Klaassen, B., & Coops, H. (2022). Rasters helpen herstel van stromingsriet in randmeren. De Levende Natuur, 123(4), 126–131. Van Dijk, R., De Vries, D., Bucholc, A., Löwenhardt, H., Wolters, J.-W., & De Swart, E. (2021). Evaluatie Natura 20000 beheerplan Wormer- en Jisperveld en Kalverpolder. Evaluatie van de eerste beheerplanperiode 2016-2022.

Klaver, G., & Egas, Y. (2023). Pilot Eemland: Effecten van het gecoördineerd

Raad

verjagen

van

ganzen

op

de

Van Spronsen, B., & Robben, M. (2022). Zwemwaterprofiel Het Twiske.

gewasschadecijfers en weidevogels. Meijer, T., Groot, D., Kappers, E., Stahl, J., & Bos, D. (2023). Innovaties voor ganzenwering en -verjaging in de provincie Utrecht. Noordhuis, R., & Verdonschot, R. (2021). Factsheet: de invloed van vogels op de ecologische kwaliteit. Notitie Kennisimpuls Waterkwaliteit. Provincie

Noord-Holland.

(2023).

Natura

2000-beheerplan

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske. Periode 20232029. Provincie Noord-Holland Directie Beleid - Sector Groen. (2023). Natuurdoelanalyse Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske.

Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske

Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15661684/1