CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Syntheserapport BOGO 9 april 2024.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 4 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet (VN2024-007428)17.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het bestuurs- en directiereglement van de stichting B wordt het mandaat van de statutair directeuren op de eigen taken en gezamenlijke taken bepaald. De taken van het waterschap worden onder de vlag van de stichting Waternet uitgevoerd. Het model Stichting B biedt mogelijkheden om het bestuurlijk opdrachtgeverschap verder vorm te geven. Voor de gemeente Amsterdam is een uitgangspunt: Versterken van de (beleidsbepalende en opdrachtgevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken In het model van de Stichting B zijn mogelijkheden om de opdrachtgevende rol van de gemeente Amsterdam te versterken, doordat de leden van het stichtingsbestuur geen dubbele pet hebben en Amsterdam rechtstreeks door middel van DVO’s op de uitvoering van de taken kan sturen. Dit model biedt ook mogelijkheden om beleidsontwikkeling onder te brengen in de afdeling Water van de gemeente (en dus buiten de stichting Waternet te brengen).

28/54

Classificatie: Openbaar

4.2.3

Toetsingscriteria 1

(Be)sturing, zeggenschap en verantwoording: In welke mate draagt de variant bij aan een sterke (be)sturing op de watertaken, een krachtige zeggenschap van de deelnemers en verantwoording aan de deelnemers? -

-

-

-

2

Doelmatigheid en doeltreffendheid: In welke mate draagt de variant bij aan een doelmatige (efficiënte) en doeltreffende (effectieve) uitvoering van de diverse watertaken, doordat een bepaalde robuustheid, integraliteit en kwaliteit in de organisatie kan worden geborgd? Hierbij worden zowel financiële als kwalitatieve aspecten meegenomen. -

-

-

-

3

Het model van Stichting B lost het probleem van de ‘dubbele petten’ op, omdat het stichtingsbestuur bestaat uit een onafhankelijk professioneel bestuur. Taken en bevoegdheden worden aan het Stichtingsbestuur via DVO inclusief benodigde mandaten gemandateerd, zodat duidelijkheid ontstaat over de taken en bevoegdheden en het bestuur daarmee ook in staat wordt gesteld de statutaire doelen te verwezenlijken (uitvoering watertaken). De bestuurlijk opdrachtgevers blijven onveranderd verantwoordelijk voor de wettelijke watertaken. Het Stichtingsbestuur is verantwoordelijk voor een goede taakuitoefening en het afleggen van verantwoording hierover naar RvT, AGV en Amsterdam. In een samenwerkingsovereenkomst tussen de opdrachtgevers en de stichting Waternet worden afspraken vastgelegd over bepaling van beleid t.a.v. de bedrijfsvoering en de wijze waarop de sturing op de watertaken is geborgd. Inhoudelijke beleidsvoorbereiding ligt bij de stichting Een stichting kan beleidsbepalend zijn m.b.t. de eigen bedrijfsvoering. Afspraken hierover worden vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst.

Stichting B lijkt veel op de huidige stichting Waternet. De synergievoordelen die zijn benoemd in de Synergienotitie blijven behouden. De inrichting van de governance kan hier nog invloed op hebben (hoge/lage knip). Ook de inherente en operationele complexiteit blijft bestaan Voor de borging van doelmatige en doeltreffende uitvoering van de watertaken is het van belang dat de maatregelen om de operationele complexiteit te verminderen, worden uitgevoerd (bv aanpassing financiële systemen) Vanuit het synergieonderzoek kunnen overwegingen gemaakt worden over taken en afdelingen die onder directe sturing per bestuurlijk opdrachtgever/sector vallen en taken die gezamenlijke aansturing vragen vanuit synergie Efficiëntie en effectiviteit kunnen ook vergroot worden door de aansturing van de organisatie door een onafhankelijk bestuur met een duidelijke opdracht. Er is een aanname dat er geen/beperkte structurele kosten verbonden zijn aan de keuze voor deze variant.

Toekomstbestendigheid: In welke mate heeft de variant adaptief vermogen waarbij deze rekening houdt met mogelijke nieuwe taken en of partners en waarbij duurzaamheidsdoelen worden bevorderd? -

In principe is het uitvoeren van nieuwe taken in een stichtingsvorm mogelijk, als die passen binnen de doelomschrijving van de stichting. Ook kunnen in de samenwerkingsovereenkomst bepalingen opgenomen worden waarmee andere overheden tot deze

29/54

Classificatie: Openbaar

4

samenwerkingsovereenkomst kunnen toetreden. In de statuten kan bepaald worden of nieuwe deelnemers bestuursleden kunnen benoemen. De bestaande synergievoordelen kunnen behouden blijven

Fiscaal-juridisch: In welke mate draagt de variant bij aan de fiscaal (BTW/ Vpb) aantrekkelijke/ juridisch geaccepteerde organisatievorm, met het oog op de daarin ondergebrachte taken? T.a.v. de btw-koepelvrijstelling (indien de mogelijkheid bestaat deze te behouden), zijn er enkele aandachtspunten m.b.t. Stichting B: AGV en Amsterdam dienen, ondanks dat het stichtingsbestuur meer op afstand staat, als leden van de btw-koepel te blijven worden aangemerkt. Het is belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor de watertaken en ook het toezicht op de uitvoering ervan door Waternet bij Amsterdam en AGV geborgd blijven. Behoud van de mandaatstructuur en niet van delegatie van bevoegdheden is van belang: mandaat ziet toe op bestuursrechtelijk handelen. Delegatie van bevoegdheden naar een stichting is overigens niet mogelijk. Privaatrechtelijk vastleggen dat ook bij stichting B, Waternet in beginsel namens Amsterdam of AGV handelt. Verder zou een duidelijkere verantwoordingslijn met periodieke rapportages en evaluaties vastgelegd moeten worden waardoor Amsterdam en AGV betere controle en sturing behouden.

4.2.4

Veranderconsequenties Primaire processen: Wat is de impact van de overgang op de operatie? Dit wordt beschouwd op korte, middellange en lange termijn. -

Aangezien stichting B sterkt lijkt op de huidige situatie, is de verwachting dat nauwelijks impact op de operatie plaatsvindt. Opgemerkt moet worden dat de geconstateerde knelpunten in de bedrijfsvoering van de huidige stichting (omgang met inherente en operationele complexiteit) ook bij een transitie naar stichting B, aangepakt moeten worden.

Personele gevolgen & werkgeverschap: Wat zijn de verwachte consequenties voor de positie op de arbeidsmarkt en voor medewerkers van de variant? Personeel: De omzetting naar Stichting B vraagt niet om grootschalige omzetting van personeel. Een herverdeling van personeel kan wel aan de orde zijn. Dit is afhankelijk van nog te maken keuzes over de inrichting van deze governance variant. De verwachting is dat de variant geen negatieve consequenties heeft voor de positie op de arbeidsmarkt van Waternet. Frictiekosten: Indicatie/beschrijving van de benodigde kosten voor overgang van de huidige situatie naar de variant. Er zijn, afgezien van een juridische omzetting, geen grote veranderingen in de organisatie nodig voor een transitie naar Stichting B en daarmee zijn ook geen significante frictiekosten gemoeid. Ook voor de variant Stichting B geldt dat geconstateerde veranderpunten in de bedrijfsvoering, doorgang moeten vinden. Dit is niet onderscheidend tussen de varianten.

30/54

Classificatie: Openbaar

Verandermoeite: Benodigde veranderingen voor juridische structuur, organisatievorm, werkgeverschap, processen en systemen Juridisch: de juridische omzetting is een geringe opgave. Statuten, samenwerkingsovereenkomst en mandaten moeten worden aangepast. De juridische grondslag voor de huidige stichting is een drietal samenwerkingsovereenkomsten tussen Amsterdam, AGV en Waternet. Deze samenwerkingsovereenkomsten moeten worden samengevoegd tot één overeenkomst en worden aangepast. De aanpassingen hebben betrekking op de governance zoals de wijze waarop Amsterdam en AGV sturing en invloed houden op de stichting, het vastleggen van de wijze van verantwoording en op de rolverdeling tussen bestuur en een eventueel directietoezicht binnen de stichting. Daarnaast moet duidelijker vastgelegd worden wanneer Waternet op eigen naam kan handelen en wanneer het namens Amsterdam en AGV handelt.

4.3

Risico’s en mitigerende maatregelen Hoofdvraag is: Welke bestuurlijke afweging ligt voor t.a.v. de risico’s en de mitigerende maatregelen? Sturingsparadigma: De bestuurlijke nabijheid van het waterschapsbestuur enerzijds en de wens tot sturen via een opdrachtrelatie vanuit de wethouder anderzijds, is geduid als verschil in sturingsparadigma. Bij samenwerking speelt dit verschil een rol. Voorop staat de intrinsieke motivatie om samen te werken en een gedeelde visie over de aansturing en inrichting van deze samenwerking. Stichting B overbrugt deels de verschillen in sturingsparadigma. In het bestuurs- en directiereglement wordt opgenomen hoe naar de opdrachtgevers wordt geschakeld als er afstemming op de eigen en gezamenlijke taken nodig is. Daar komt de opdrachtgevende rol van de afdeling water bij Amsterdam in beeld, voor AGV adviseert de bestuursdienst AGV het waterschapsbestuur over de opdracht van AGV. Stichting B en de WBTR Als het bestuur van stichting B onafhankelijk is van AGV en Amsterdam, zal spanning met WBTR niet snel optreden. Mate van directe sturing door besturen AGV en Amsterdam is echter beperkt en bestuurders van de stichting dienen zich te richten naar het belang van de stichting.

Dit vergt bewustzijn en zorgvuldigheid bij AGV/ A’dam en bij stichtingsbestuurders, om te voorkomen dat het belang van de stichting ondergeschikt wordt aan de belangen van de bestuurlijke opdrachtgevers. Om comfort te geven voor sturingswens van AGV: beperking van mandaat waar stichting zelfstandig over mag beslissen. Stichting B en aanbestedingswet In deze variant blijft nog enigszins onzeker welke aanbestedingsvrijstelling voor Amsterdam en AGV van toepassing kan zijn, maar waarschijnlijk kan, indien geen sprake zou zijn van quasi-inbesteding, door Amsterdam en AGV een alleenrecht worden verleend aan Stichting B. Topstructuur Ook bij Stichting B is de kans op bestuurlijke escalatie reëel, net als overal waar met DVO’s wordt gewerkt. Een voorwaarde voor succes is de bereidheid tot samenwerking,

31/54

Classificatie: Openbaar

met respect voor de afzonderlijke opgaven van elk van de bestuurlijke opdrachtgevers. Bij de benoeming van directeuren is deze bereidheid een belangrijk selectiecriterium, op te nemen in het directiestatuut. In dit model is niet voorzien in een algemeen directeur. Als mitigerende maatregel kan dit worden toegevoegd, als primus interpares ter bevordering van de onderlinge samenwerking en het toezien op de verdeling van middelen over de opdrachtgevers. Synergie & complexiteit De synergievoordelen zoals die zijn beschreven in de Synergienotitie blijven behouden en kunnen verder worden uitgebouwd. Maak daarbij synergievoordelen meer expliciet: neem in de P&C-cycli indicatoren op voor synergie en borg synergievoordelen in de samenwerkingsovereenkomst en opdrachten per opdrachtgever. De operationele complexiteit die eveneens in het rapport is benoemd vraagt aandacht. Verdere professionalisering van de bedrijfsvoering, uitbouwen van uniformering en digitalisering van het assetmanagement zijn hoe dan ook noodzakelijk. De inherente complexiteit – naast verschil in sturingsparadigma - in termen van coördinatielast, werken met verschillende kaders en wet- en regelgeving blijft bestaan. Identiteit en gedrag Zorg voor een goed narratief m.b.t. eigen identiteiten en de gezamenlijke identiteit van de stichting, leg deze vast in samenwerkingsovereenkomst en neem op in effectsturing.

Stuur op persoonlijk leiderschap: maak de waarden van Waternet expliciet (narratief), borg het handelen naar deze waarden door hier bv regelmatig op terug te komen. De mate waarin dit effect optreedt kan actief worden beïnvloed door een wederzijdse erkenning van het belang en de kracht van de verschillende beeldmerken en identiteiten naast elkaar.

32/54

Classificatie: Openbaar

5

Variant Ontvlechting

5.1

Kenmerken In het onderzoek van KPMG (zie bijlagen) is de variant ‘Ontvlechting’ beschreven. Het advies is om het pad richting een ontvlechting gefaseerd uit te voeren met een zogenoemde ‘plateauplanning’, waarbij de ontvlechting in meerdere stappen plaatsvindt. Deze maakt doelen voor de eerstvolgende ontvlechtingsstap concreet en haalbaar en houdt tevens rekening met de veranderende context en voortschrijdend inzicht. Het eerste plateau is hierin concreet ingevuld. Het tweede plateau ligt nog niet vast. Hiervoor zijn 3 mogelijkheden globaal beschreven. Hieronder zijn de belangrijkste kenmerken van plateau 1 beschreven. Dit is dus een situatie van waaruit mogelijk nog een doorontwikkeling naar een volledige ontvlechting en/of een andere samenwerkingssituatie plaats zal vinden (zie ook afbeelding hieronder).

33/54

Classificatie: Openbaar

De kenmerken van plateau 1 zijn: De watertaken (primaire taken) van AGV en Amsterdam zijn juridisch gesplitst. De watertaken van AGV worden ondergebracht in een eigen publiekrechtelijke organisatie met eigen sturing en uitvoering. De watertaken van Amsterdam blijven in de Stichting Waternet. In de Stichting Waternet worden ook gedeelde activiteiten voor Amsterdam en AGV ondergebracht. Het betreft: o Marketing & Communicatie, Financiën en Control, Klantservice en betalingen, Mens en Organisatie, Algemene Zaken, IV&ICT, Onderzoek en Advies, Techniek De stichting krijgt het karakter van een uitvoeringsorganisatie. De statuten van de stichting worden aangepast, met ook een aanpassing van de mandaten. De stichting werkt op basis van een duidelijke opdrachtomschrijving welke is vastgelegd in de statuten. Tevens worden dienstverleningsovereenkomsten vastgelegd tussen de opdrachtgevers en de stichting. AGV heeft een directie waar de verantwoordelijkheden zijn belegd die nodig zijn voor een eigenstandige sturing en om de opdrachtgevende rol richting de stichting Waternet in te vullen. Amsterdam geeft vanuit de afdeling Water vorm aan het opdrachtgeverschap richting de stichting.

De governance van de stichting Waternet heeft in plateau 1 de volgende kenmerken: Samenstelling stichtingsbestuur met onafhankelijke leden, gericht op de dienstverlening vanuit de stichting (dus geen politieke invulling) Een Raad van Toezicht wordt aanbevolen. Deze staat op afstand van de stichting en is niet politiek. De leden van de RvT worden gezamenlijk benoemd door de opdrachtgevers. Bestuurlijke opdrachtgevers hebben geen directe zeggenschap in de stichting. Dienstverleningsovereenkomst: De praktische afspraken over invulling van de dienstverlening worden vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten. Hierin moet voldoende flexibiliteit zitten om richting plateau 2 meer diensten naar AGV over te kunnen hevelen. Daarnaast blijft mandaatverlening door de bestuursorganen van AGV en Amsterdam noodzakelijk zodat Waternet zijn taken (rechtsgeldig) kan blijven uitvoeren. Samenwerkingsovereenkomst: In een samenwerkingsovereenkomst die wordt aangegaan tussen Waternet, AGV en Amsterdam worden de te zetten stappen naar plateau 2 vastgelegd waarmee de partijen commitment tonen voor de ingeslagen weg. Afspraken tussen Amsterdam en AGV over de gewenste wijze van aansturen kunnen worden vastgelegd in een (separate) samenwerkingsovereenkomst. -

34/54

Classificatie: Openbaar

5.2

Afwegingskader

5.2.1

Randvoorwaarden Opheffen geconstateerde tekortkomingen: De variant adresseert de constateringen en aanbevelingen van de Rekenkamer en de gemeentelijke verkenning, alsmede de eisen die ILT stelt aan (de versterking van) de governance van Waternet Met het verduidelijken van de governance op korte termijn wordt in voldoende mate voorzien in de aandachtspunten zoals benoemd door ILT en de Rekenkamer. De stichting functioneert als onafhankelijke uitvoeringsorganisatie met een zakelijk (niet-politiek) bestuur. De opdrachtgever-opdrachtnemer relatie is zuiverder. In de inrichting van de governance is aandacht nodig voor de informatievoorziening vanuit het stichtingsbestuur naar de bestuurlijk opdrachtgevers. Voldoet de variant aan wet- en regelgeving? Beschrijf kort en bondig waarom de variant voldoet. Denk hierbij ook aan evt. risico’s. Als je risico’s signaleert, ook de mitigerende maatregelen beschrijven! Drinkwaterwet

Beleidskader Nota verbonden partijen 2021 Waterschapswet WBTR Aanbestedingswet

5.2.2

In de Drinkwaterwet (artikel 1, lid 1) is een stichting (zoals Waternet) aangemerkt als een mogelijke gekwalificeerde rechtspersoon. Een voorwaarde is dat een publiekrechtelijke rechtspersoon de volledige zeggenschap over het drinkwaterbedrijf moet hebben. Dit is een aandachtspunt als Amsterdam de stichting op afstand zet. Voldoet aan het verbonden partijen beleid van de gemeente Amsterdam, er is geen sprake van een dubbele petten problematiek en draagt bij aan een duidelijkere rollenscheiding tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Er zijn geen belemmeringen m.b.t. de Waterschapswet De geadviseerde governance voor de uitvoeringsstichting sluit aan op de WBTR De aanbestedingsvrijstelling quasi-inbesteding met meervoudig toezicht, lijkt niet te kunnen worden toegepast. Deze vrijstelling vereist namelijk (o.a.) dat Amsterdam en AGV vertegenwoordigers in het bestuur van Waternet hebben. Daar is bij de stichting in de ontvlechtingsvariant geen sprake van. Mogelijk biedt een door Amsterdam en AGV te verlenen alleenrecht aan Waternet een oplossing mits de stichting als een aanbestedende dienst kwalificeert. Het lijkt er op dat dit wel het geval is.

Uitgangspunten Voor waterschap AGV is een uitgangspunt: het versterken van de rol als eigenstandige overheid. Hierbij gaat het om een heldere positionering en een eenduidige identiteit van het waterschap AGV, en om het versterken van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap als bestuurslaag, die aanspreekbaar is en verantwoording aflegt aan haar inwoners over politieke keuzes en de uitvoering daarvan. AGV wordt een zelfstandige organisatie met de daarvoor benodigde functies (sturing, opdrachtgeverschap, kritische massa). Plateau 1 biedt ruimte om te bouwen aan de kwaliteit, legitimiteit en herkenbaarheid van de organisatie en aan versterking door nieuwe samenwerking. AGV gaat in plateau 1 meer lijken op andere waterschappen.

35/54

Classificatie: Openbaar

In november 2023 heeft het Algemeen Bestuur van de waterschap in een motie aangegeven onderdeel te willen blijven van de stichting Waternet. De variant ontvlechting doet geen recht aan deze motie. Voor de gemeente Amsterdam is een uitgangspunt: Versterken van de (beleidsbepalende en opdrachtgevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken. De gemeente Amsterdam is opdrachtgever voor de uitvoering van de watertaken in de stichting in een meer zakelijke (en minder politieke) verhouding. Plateau 1 geeft Amsterdam de ruimte om de positionering van de drinkwatertaken nader te bepalen.

5.2.3

Toetsingscriteria 1

(Be)sturing, zeggenschap en verantwoording: In welke mate draagt de variant bij aan een sterke (be)sturing op de watertaken, een krachtige zeggenschap van de deelnemers en verantwoording aan de deelnemers? De scherpere scheiding van rollen zorgt ervoor dat beide opdrachtgevers meer zeggenschap hebben over de sturing op en de uitvoering van hun watertaken. Een zakelijk stichtingsbestuur zonder politieke inmenging reduceert complexiteit Succes wordt bepaald door de kwaliteit van de afspraken in de dienstverleningsovereenkomsten en door de invulling van de governance. Risico’s WBTR: Vraag is hoe de nieuwe stichting WBTR proof wordt? Er staan in het figuur een lijn ‘opdracht en toezicht’ van waterschap naar stichting en een DVO-lijn tussen de ambtelijke organisaties van AGV en de stichting. Een onafhankelijk bestuur is WBTR-technisch positief, maar hoe gaat sturing door (directie) AGV op Waternet via de DVO? Directie AGV kan niet rechtstreeks sturen op de samenwerkingsafdelingen binnen Waternet. Mitigerende maatregel: regelen in DVO en samenwerkingsovereenkomst?

2

Doelmatigheid en doeltreffendheid: In welke mate draagt de variant bij aan een doelmatige (efficiënte) en doeltreffende (effectieve) uitvoering van de diverse watertaken, doordat een bepaalde robuustheid, integraliteit en kwaliteit in de organisatie kan worden geborgd? Hierbij worden zowel financiële als kwalitatieve aspecten meegenomen. -

-

Het onderbrengen van de watertaken in twee organisaties leidt tot een toename van ca 32FTE (structurele kosten, op plateau 1) Reductie van de complexiteit in de top van de organisatie werkt door naar andere niveaus in de organisatie en draagt daarmee bij aan efficiënte en effectieve uitvoering van de watertaken Ontvlechting heeft synergieverlies tot gevolg. Voor de meeste processen en taken geldt dat de bestaande synergie ook in een andere samenwerkingsvorm gerealiseerd kan worden. Deze samenwerkingsvorm(en) moeten nog opgebouwd worden. o In de Synergienotitie (2b) is geconstateerd dat op de processen voor programmeren van taken en uitvoeren van taken in projecten nauwelijks complexiteit is door samenwerking tussen beide opdrachtgevers en de synergie ‘nice to have’ is. Deze processen worden op plateau 1 ontvlochten. Dit is een risico voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van watertaken. Door verlies van schaalgrootte kan op efficiëntie ingeboet worden. o Voor Zuiveringsbeheer is in de Synergienotitie (2b) geconstateerd dat sprake is van synergie als uniek gevolg van de huidige samenwerking.

36/54

Classificatie: Openbaar

-

Het ontvlechten van de taken op dit onderdeel is complex en risicovol voor de primaire watertaken (genormeerde waterkwaliteit). Om de synergievoordelen in de onderlinge samenwerking te behouden, is het essentieel dat aandacht is voor gelijkvormigheid in processen en assetmanagement.

Risico’s Synergieverlies: compenseren door nieuwe samenwerkingen of samenwerkingsvormen aan te gaan. Onzeker of dit met dezelfde of betere kwaliteit lukt. 3

Toekomstbestendigheid: In welke mate heeft de variant adaptief vermogen waarbij deze rekening houdt met mogelijke nieuwe taken en of partners en waarbij duurzaamheidsdoelen worden bevorderd? -

-

4

Fiscaal-juridisch: In welke mate draagt de variant bij aan de fiscaal (BTW/ Vpb) aantrekkelijke/ juridisch geaccepteerde organisatievorm, met het oog op de daarin ondergebrachte taken? -

-

5.2.4

Door ontvlechting ontstaat mogelijk meer ruimte om synergie te zoeken in de samenwerking met andere partijen (gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschappen) om sector overstijgend de toekomstige uitdagingen m.b.t de watertaken aan te gaan. De plateaubenadering laat ruimte om in de doorontwikkeling naar plateau 2 keuzes te maken, rekening houdend met toekomstige opgaven. In plateau 1 wordt de huidige afdeling ‘strategie en ontwikkeling’ ontvlochten. Binnen deze afdeling werken alle fte voor beide opdrachtgevers waardoor de strategische programma’s gericht op energietransitie en circulaire economie volledig gericht zijn op beide opdrachtgevers. Aandacht is nodig om met nieuwe samenwerkingsvormen de synergie te behouden.

Koepelvrijstelling: Vraag is of bij de voorgestelde ontvlechtingsvariant nog steeds aan het ledencriterium wordt voldaan ondanks dat in de situatie van plateau 1 AGV en Amsterdam een rol houden in de stichting Waternet via de benoeming van het bestuur en de RvT. Daarnaast kan de beperktere samenwerking tussen AGV en Amsterdam binnen Waternet consequenties hebben voor de koepelvrijstelling. Verlies van de koepelvrijstelling heeft minder vergaande financiële consequenties dan bij de vernieuwde stichting of stichting B omdat de dienstverlening door Waternet aan AGV veel beperkter wordt in omvang.

Veranderconsequenties Primaire processen: Wat is de impact van de overgang op de operatie? Dit wordt beschouwd op korte, middellange en lange termijn. -

De ontvlechting van m.n. leidingwerken, programmeren, projecten en zuiveringsbeheer zorgt voor een risico voor de operatie op de korte en middellange termijn. In de arbeidsmarkt is technisch personeel (bv monteurs) schaars. Bij splitsing van de taken in verschillende organisatie, kan dit uitvoerend personeel minder effectief worden ingezet. Risico is dat meer personeel nodig is, dat moeilijk vindbaar is.

Personele gevolgen & werkgeverschap: Wat zijn de verwachte consequenties voor de positie op de arbeidsmarkt en voor medewerkers van de variant? -

De variant ontvlechting heeft veel verschuivingen van personeel tot gevolg. Voor een x deel van de medewerkers geldt de ze niet meer voor twee, maar voor één

37/54

Classificatie: Openbaar

-

opdrachtgever werken. Dit levert een complexiteitsreductie op in de uitvoering van taken. Aan de andere kant maakt dit het werk mogelijk minder interessant. De variant ontvlechting heeft mogelijk een negatieve impact op de positie op de arbeidsmarkt van Waternet. Dit is niet onderzocht, maar vaak uitgesproken als verwachting.

Frictiekosten: Indicatie/beschrijving van de benodigde kosten voor overgang van de huidige situatie naar de variant. -

-

Voor het ontvlechten van Waternet naar plateau 1 worden frictiekosten voorzien. Het gaat om kosten voor programmamanagement (intern), advieskosten, ITmigratiekosten en kosten voor verbreking van contracten/hernieuwing vergunningen. Er is geen raming van deze kosten beschikbaar. Bij de overdracht zijn daarnaast mogelijk fiscale aspecten van belang die zorgen voor kosten: btw, overdrachtsbelasting en vennootschapsbelasting. De plateauplanning biedt door gefaseerde ontvlechting mogelijkheden om frictiekosten te beperken.

Verandermoeite: Benodigde veranderingen voor juridische structuur, organisatievorm, werkgeverschap, processen en systemen -

-

-

-

5.3

Juridische structuur stichting Waternet: nieuwe stichtingsstatuten, DVO’s, samenwerkingsovereenkomst. Ook moet de bestaande structuur worden afgewikkeld. Bij (gedeeltelijke) ontvlechting moet rekening gehouden worden met de vereisten uit de Archiefwet. Arbeidsrecht: gedeelde functies en ontvlechting van afdelingen leidt tot aandachtspunten i.r.t. arbeidsrecht. Juridische overdracht van activiteiten en goederen. Vergunningen: een aantal werkzaamheden van Waternet zijn vergunningplichtig. Beoordeeld moet worden of/welke vergunningen opnieuw moeten worden verleend. IV& ICT wordt niet ontvlochten in plateau 1, maar onderdeel van de ‘shared service’ binnen Waternet. Dit beperkt de frictiekosten op korte termijn. Bij een verdere ontvlechting richting plateau 2 moet rekening gehouden worden met significante complexiteit en kosten voor de ontvlechting van de IT. Deelnemingen: moet een overdracht van aandelen overwogen worden van Waternet naar één van de opdrachtgevers?

Risico’s en mitigerende maatregelen Welke bestuurlijke afweging ligt voor t.a.v. de risico’s en de mitigerende maatregelen? Synergie en complexiteit Als mitigerende maatregel om te voorkomen dat synergievoordelen verloren gaan, is voor een fasering in de ontvlechting gekozen. Deze fasering zorgt er ook voor dat organisatieonderdelen waar ontvlechting complex en kostbaar is, als ‘shared services’ in de stichting Waternet worden ondergebracht. In de Synergienotitie (2b) is geconstateerd dat de huidige samenwerking in de primaire processen synergievoordelen kent. Ook is geconstateerd dat (de meeste van) deze voordelen niet uniek zijn voor de samenwerking tussen AGV en Amsterdam, maar ook op andere wijze behaald kunnen worden. De variant Ontvlechting biedt mogelijkheden om nieuwe samenwerkingsvormen aan te gaan. Er zijn voorbeelden elders in het land waar andere samenwerkingsvormen ook leiden tot synergievoordelen en minder tot complexiteit of coördinatielast.

38/54

Classificatie: Openbaar

Deze samenwerkingen moeten nog opgebouwd worden, het is onbekend of die tot vergelijkbare of meer synergievoordelen leiden. In de situatie van plateau 1 zijn de meeste ondersteunende processen ondergebracht in de shared service van Waternet. In de Synergienotitie is geconstateerd dat bij de ondersteunende processen het voordeel vooral zit in schaalgrootte (bouw- en beheervoordeel). Dat blijft in de shared services behouden op plateau 1. In de Synergienotitie wordt met name het financiële proces geduid als complex vanwege de samenwerking (inherente complexiteit). Deze complexiteit wordt met plateau 1 niet gereduceerd. Sturing De gefaseerde uitvoering van de variant ontvlechting zorgt ervoor dat met relatief weinig complexiteit en (naar verwachting) relatief lage frictiekosten een situatie ontstaat (plateau 1) waarin beide opdrachtgevers meer zeggenschap hebben over de sturing op en de uitvoering van hun watertaken. Hiermee treedt het door de directie van Waternet gesignaleerde risico van verschil in sturingsparadigma niet op. Ook is sprake van complexiteitsreductie in de topstructuur binnen Waternet. Plateau 1 is op dit moment ingestoken als een tijdelijke situatie van waaruit wordt doorontwikkeld. Ook kan er uiteindelijk voor gekozen worden om plateau 1 als eindsituatie te beschouwen.

Door deze situatie is de (mogelijke) eindsituatie nog niet ingevuld en blijft de ontvlechting van de meer complex geachte afdelingen (bv IV-ICT) nu nog buiten zicht. De plateauplanning geeft wel handvatten om te sturen op planning en risico’s bij verdergaande ontvlechting naar plateau 2. Mogelijk zorgt de systematiek van plateauplanning voor onrust binnen de organisatie, vanwege het uitblijven van een eindbeeld waarnaar toegewerkt kan worden.

39/54

Classificatie: Openbaar

6

Stichtingen met afsplitsing van de drinkwatertaak Vernieuwde Stichting met Drinkwater buiten stichting

Stichting B met Drinkwater buiten stichting

6.1

Kenmerken Bestuurlijk is overeengekomen om bij de afweging, naast de organisatiemodellen Vernieuwde Stichting, Stichting B en het Ontvlechtingsmodel3, ook de separate Drinkwater NV te betrekken. Ter verduidelijking, het gaat hierbij niet om de inrichting van de Drinkwater NV zelf, maar om het effect op de samenwerkingsvarianten zonder de drinkwatertaken, oftewel om sub-varianten van de Vernieuwde stichting en Stichting B. De basisopzet van de Vernieuwde Stichting en de Stichting B wijzigt hierdoor niet. Voor

In het ontvlechtingsonderzoek uitgevoerd door KPMG, wordt gekeken naar de juridische splitsing van de watertaken van AGV en Amsterdam. Dit onderzoek beschrijft niet de impact en wenselijkheid van een aparte N.V. Drinkwater. De ontvlechtingsvariant maakt het wel mogelijk om op enig moment de drinkwater- en rioleringstaken anders te positioneren. 3

40/54

Classificatie: Openbaar

een beschrijving van de hoofdkenmerken van deze twee organisatiemodellen wordt daarom verwezen naar de paragrafen 3.1 en 4.1. Om een goede vergelijking te kunnen maken wordt kort ingezoomd op de kenmerken van de inrichting van de drinkwaterkolom binnen de Vernieuwde Stichting met betrekking tot de onderzochte variant van de Drinkwater NV, waarbij de drinkwatertaken nog steeds uitgevoerd zouden worden door Waternet. Vervolgens wordt stilgestaan bij wat zou wijzigen als de drinkwatertaken geen onderdeel meer uitmaken van de Vernieuwde Stichting. Voor Stichting B geldt dat de inrichting van de drinkwatertaken niet afwijkt ten opzichte van de andere taken. Hier wordt daarom niet ingezoomd op deze inrichting, maar alleen ingegaan op de effecten als de drinkwatertaken geen onderdeel meer uitmaken van de Stichting B. Vernieuwde Stichting en onderzochte 'kleine’ NV Drinkwater In opdracht van de gemeente Amsterdam is het eerder in gang gezette onderzoek naar een separate NV Drinkwater in relatie tot de Vernieuwde Stichting afgerond. De hierin onderzochte variant moest passen binnen de lopende bestuursopdracht herijking governance Waternet4. De opdracht was de Drinkwater NV beperkt in omvang te houden en de uitvoering van de drinkwatertaken voort te zetten binnen de organisatie van stichting Waternet voor behoud van synergievoordelen en behoud van de btwkoepelvrijstelling.

Belangrijke kenmerken m.b.t. de drinkwaterinrichting van deze variant: De gemeente heeft ten opzichte van de Drinkwater NV de herkenbare, reguliere rol van aandeelhouder. Door bij oprichting in de statuten vast te leggen dat bepaalde bestuursbesluiten goedkeuring vereisen van de algemene vergadering, worden actief aandeelhouderschap en beheer van de vennootschap door de aandeelhouders gegarandeerd; de N.V. kent een standaard governance inrichting op basis van het burgerlijk wetboek, met een professionele en onafhankelijke raad van bestuur en een onafhankelijke raad van commissarissen. De NV bepaalt strategie en beleid ten aanzien van de drinkwatertaken en stuurt en controleert als opdrachtgever op de Vernieuwde Stichting. Dit wordt gerealiseerd via een dienstverleningsovereenkomst. Ook wordt voor de aansturing van de drinkwatertaak vanuit de separate Drinkwater NV een directeur benoemd in de statutaire directie Waternet; Vernieuwde Stichting met separate Drinkwater NV Bij deze organisatievariant gaat de uitvoering van de drinkwatertaken volledig over naar de NV.

Belangrijkste effecten voor de kenmerken van de Vernieuwde Stichting: De opzet van de statutaire directie verandert niet, vanuit AGV stuurt de SD nog steeds direct op de AGV-kolom en Amsterdam zal nog steeds een onafhankelijk directeur benoemen voor de Amsterdamse Riolering- en Waterbeheertaken en sturen op deze taken via een opdrachtgever/ opdrachtnemer relatie. De samenstelling van en de verhoudingen binnen de statutaire directie wijzigen wel. Hetzelfde kan worden verwacht voor de Raad van Toezicht. Doordat de toezichthouders aangesteld worden door de bestuurlijke opdrachtgevers en de Raadsvoordracht 15 maart 2023: ‘Vanuit de wens om de samenwerking met het Waterschap AGV in Waternet te continueren is als reactie op het standpunt van de Belastingdienst [inzake het vervallen van de btw-koepelvrijstelling] bijgaand projectplan opgesteld voor het starten van de onderzoeksfase naar een verzelfstandiging van de drinkwatertaak in een naamloze vennootschap. 4

41/54

Classificatie: Openbaar

-

drinkwatertaken niet langer worden uitgevoerd binnen de Stichting, ligt het voor de hand dat ook hier de verhoudingen wijzigen, terwijl de taken gelijk blijven. In het samenwerkingsonderzoek is aangegeven dat met name bij deze taken de gedeelde belangen en synergie het grootst zijn. Om samenwerking (verder) te bevorderen en escalatie naar de bestuurlijk opdrachtgevers in geval van schurende belangen te beperken, kan de aanstelling van een gelijkwaardige, onafhankelijke algemeen directeur een optie zijn, evenals een CFO en/of CIO met helder mandaat.

Stichting B zonder drinkwatertaken Belangrijkste effecten voor de kenmerken van Stichting B: Net als bij de Vernieuwde Stichting verandert de opzet van de statutaire directie niet, alleen de samenstelling en verhoudingen binnen de directie. Omdat in deze variant al sprake was van een onafhankelijk en inhoudelijk deskundig statutair bestuur, zal de impact hiervan minder groot zijn, dan bij de Vernieuwde Stichting. Daar staat tegenover dat voor de governance binnen Waternet ook niet langer voldaan hoeft te worden aan de Drinkwaterwet, waardoor de eerdergenoemde mogelijk vereiste positionering van een directeur Drinkwater in het statutair bestuur vervalt evenals de volledige zeggenschap over het drinkwaterbedrijf van Amsterdam binnen de stichting. 6.2

Afwegingskader

6.2.1

Randvoorwaarden Opheffen geconstateerde tekortkomingen: De variant adresseert de constateringen en aanbevelingen van de Rekenkamer en de gemeentelijke verkenning, alsmede de eisen die ILT stelt aan (de versterking van) de governance van Waternet Voor zowel Vernieuwde Stichting als Stichting B geldt dat door het vervallen van de drinkwatertaken, de toezichtrelatie met het ILT vervalt en er voor de Stichting geen sprake meer zal zijn van tekortkomingen op dit vlak. Voldoet de variant aan wet- en regelgeving? Beschrijf kort en bondig waarom de variant voldoet. Denk hierbij ook aan evt. risico’s. Als je risico’s signaleert, ook de mitigerende maatregelen beschrijven! Drinkwaterwet Beleidskader Nota verbonden partijen 2021 Waterschapswet WBTR

De op te richten NV zal moeten voldoen aan de Drinkwaterwet, maar dit staat verder buiten Waternet. De oprichting van een NV maakt herkenbare sturing vanuit Amsterdam als aandeelhouder op de drinkwatertaak mogelijk. Ook dit staat verder buiten Waternet. Er zijn geen belemmeringen m.b.t. de Waterschapswet De uitname van de drinkwatertaken heeft geen effect op de (juridische) opzet van de Vernieuwde Stichting of de Stichting B en daarmee ook niet op het al dan niet voldoen aan de WBTR. Voor een nadere toelichting wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.2.1 en 4.2.1 Kanttekening: Doordat de gedeelde belangen bij de overblijvende taken volgens het synergieonderzoek het grootst zijn, zullen de belangen van de opdrachtgevers mogelijk minder van elkaar verschillen. Dit verkleint mogelijk de wens/het risico op 'bijsturen’ door de opdrachtgevers.

42/54

Classificatie: Openbaar

Aanbestedingswet Deelnemingenbeleid AGV 2020

6.2.2

Uitname drinkwatertaken geen effect. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 3.2.1 en 4.2.1. Geen aandachtspunten

Uitgangspunten Voor waterschap AGV is een uitgangspunt het versterken van de rol als eigenstandige overheid. Hierbij gaat het om een heldere positionering en een eenduidige identiteit van het waterschap AGV, en om het versterken van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het waterschap als bestuurslaag, die aanspreekbaar is en verantwoording aflegt aan haar inwoners over politieke keuzes en de uitvoering daarvan. Uitname drinkwatertaken geen effect. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 3.2.2 en 4.2.2 Voor de gemeente Amsterdam is een uitgangspunt: Versterken van de (beleidsbepalende en opdracht gevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken Uitname drinkwatertaken geen effect. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 3.2.2 en 4.2.2

6.2.3

Toetsingscriteria 1

2

(Be)sturing, zeggenschap en verantwoording: In welke mate draagt de variant bij aan een sterke (be)sturing op de watertaken, een krachtige zeggenschap van de deelnemers en verantwoording aan de deelnemers? Uitname drinkwatertaken geen effect. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 3.2.3 en 4.2.3. Doelmatigheid en doeltreffendheid: In welke mate draagt de variant bij aan een doelmatige (efficiënte) en doeltreffende (effectieve) uitvoering van de diverse watertaken, doordat een bepaalde robuustheid, integraliteit en kwaliteit in de organisatie kan worden geborgd? Hierbij worden zowel financiële als kwalitatieve aspecten meegenomen. -

-

-

-

Voor beide Stichtingsvormen geldt dat de inherente en operationele complexiteit deels afneemt, doordat niet meer hoeft te worden voldaan aan de vereisten van de Drinkwaterwet en er een toezichthouder (ILT) minder zal zijn. Voor de overige taken blijft deze wel bestaan. Doordat de complexiteit deels afneemt, zal het naar verwachting eenvoudiger worden om de maatregelen om de operationele complexiteit te verminderen uit te voeren, hetgeen de doelmatige en doeltreffende uitvoering van de watertaken binnen Waternet kan bevorderen. Voor de beide Stichtingsvormen geldt dat de huidige synergievoordelen samenhangend met uitvoering van de drinkwatertaken (m.n. op het gebied van leidingwerken), op een andere wijze vormgegeven zullen moeten worden. Ook worden de opgaven minder divers en wordt de organisatie kleiner, waardoor schaalvoordelen afnemen en de arbeidsmarktpositie mogelijk minder goed wordt. De effecten op de totale structurele kosten vragen nog nader onderzoek. Enerzijds omdat de hierboven beschreven effecten nog niet zijn gekwantificeerd, en anderzijds omdat nog zal moeten worden gekeken op welke wijze de drinkwatertaken na uitname het beste kunnen worden

43/54

Classificatie: Openbaar

gepositioneerd. De uiteindelijke positie bepaalt in sterke mate de structurele kosten 3

Zie voorts de paragrafen 3.2.3 en 4.2.3 Toekomstbestendigheid: In welke mate heeft de variant adaptief vermogen waarbij deze rekening houdt met mogelijke nieuwe taken en of partners en waarbij duurzaamheidsdoelen worden bevorderd? -

4

Verlies brede blik op bronnen en verlies van gezamenlijke onderzoeks- en adviesafdeling en daarmee samenhangende innovatiekracht zou tot een vermindering van het adaptief vermogen kunnen leiden. Voor een nadere toelichting zie voorts paragraaf 3.2.3 en 4.2.3.

Fiscaal-juridisch: In welke mate draagt de variant bij aan de fiscaal (BTW/ Vpb) aantrekkelijke/ juridisch geaccepteerde organisatievorm, met het oog op de daarin ondergebrachte taken? T.a.v. de btw-koepelvrijstelling: voor beide stichtingsvormen geldt dat uitname van de belaste drinkwatertaak, de kans vergroot om de btw-koepelvrijstelling te behouden. Behoud is echter ook dan niet zeker. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe belaste activiteiten zoals industriewater en aquathermie, indien deze door de stichting worden ontwikkeld en niet door de drinkwaterorganisatie, waarvoor nieuwe constructies moeten worden bedacht en opgezet (AGV is al aandeelhouder van meerdere NV’s), dan wel alsnog tot verlies van de koepelvrijstelling kunnen leiden. De overige genoemde aandachtspunten wijzigen niet. Zie 3.2.3 en 4.2.3.

6.2.4

Veranderconsequenties

Primaire processen: Wat is de impact van de overgang op de operatie? Dit wordt beschouwd op korte, middellange en lange termijn. -

-

-

De ontvlechting van m.n. leidingwerken zorgt voor een risico voor de operatie op de korte en middellange termijn. Op de arbeidsmarkt is technisch personeel (bv monteurs) schaars. Bij splitsing van de taken in verschillende organisatie, kan dit uitvoerend personeel minder effectief worden ingezet. Risico is dat meer personeel nodig is, dat moeilijk vindbaar is, zie ook 6.2.4. De impact op de operatie is op de korte termijn groot omdat de organisatie deels wordt ontvlochten, zie hoofdstuk 6. Voor de impact op middellange en lange termijn, zie hetgeen hierover is opgenomen bij 3.2.4 en 4.2.4. Opgemerkt moet worden dat de geconstateerde knelpunten in de bedrijfsvoering van de huidige stichting (omgang met inherente en operationele complexiteit) ook bij een transitie naar de vernieuwde stichting en stichting B aangepakt moeten worden.

Personele gevolgen & werkgeverschap: Wat zijn de verwachte consequenties voor de positie op de arbeidsmarkt en voor medewerkers van de variant? Aangezien bij uitname van de drinkwatertaken sprake is van een gedeeltelijke ontvlechting gelden grotendeels dezelfde verwachtingen als bij een ontvlechting tussen AGV en Amsterdam. Zie hiervoor 5.2.4. Frictiekosten: Indicatie/beschrijving van de benodigde kosten voor overgang van de huidige situatie naar de variant.

44/54

Classificatie: Openbaar

Voor frictiekosten geldt dat hier sprake is van een gedeeltelijke ontvlechting, waardoor sprake zal zijn van vergelijkbare kosten als bij een gehele ontvlechting. Zie hiervoor 5.2.4. Verandermoeite: Benodigde veranderingen voor juridische structuur, organisatievorm, werkgeverschap, processen en systemen Bij deze optie is sprake van zowel overgang naar een nieuwe stichtingsvorm als een gedeeltelijke ontvlechting. Dit kan zorgen voor een vergelijkbare verandermoeite als bij de ontvlechtingsvariant (die immers ook bestaat uit een ontvlechting en een nieuwe stichtingsvorm). Mogelijk dat het werken met plateaus ook hierbij zou kunnen helpen. Zie voorts 3.2.4, 4.2.4 en 5.2.4.

6.3

Risico’s en mitigerende maatregelen

De bestuurlijke afwegingen voor de stichtingsvarianten zonder drinkwatertaken zijn niet wezenlijk anders dan met uitvoering van de drinkwatertaken, aangezien de opzet van de varianten niet wezenlijk anders is. Hierdoor zijn de risico's en mogelijke mitigerende maatregelen vergelijkbaar. Zie 3.3 en 4.3.

45/54

Classificatie: Openbaar

Bijlagen Bijlage 1: Tabel samenvatting varianten (separaat) Bijlage 2: Totstandkoming Waternet Bijlage 3: Doel en voortgang herijking en evaluatie Bijlage 4: Aanvullende bouwstenen bestuurlijke afweging Worden separaat bij deze rapportage aangeleverd: • KPMG rapport onderzoek ontvlechting Waternet (stap 1) • Notitie beschrijving huidige watertaken AGV en AMS (stap 2a) • Notitie AGV en Amsterdam andere waterschappen en gemeenten • Eindrapportage synergievoordelen en complexiteit samenwerking (stap 2b) • Advies Validatie Commissie Synergienotitie (nog niet ontvangen)

46/54

Classificatie: Openbaar

Bijlage 2: Totstandkoming Waternet De huidige stichting Waternet is gefaseerd tot stand gekomen. Deze bijlage geeft een globaal beeld van deze gefaseerde oprichting en de bestuurlijke bedoelingen van de stichting Waternet. Oprichting Dienst Waterbeheer en Riolering in 1997 Het integraal werken aan de watercyclus en de oprichting van de Stichting Waternet is gestart in 1997, met de oprichting van de Stichting Dienst Waterbeheer en Riolering (DWR). De taken van DWR waren de beleidsvoorbereiding en uitvoering ten aanzien van alle waterschapstaken van AGV en de aanleg en het beheer van de riolering, de zorg voor het ondiepe grondwater en de aanleg en het onderhoud van de natte infrastructuur voor de gemeente Amsterdam. De oprichting van een gemeenschappelijke operationele organisatie bood een goede waarborg voor behartiging van de belangen van alle deelnemende partijen en het afvalwaterbeheer (riolering en zuivering) werd hierdoor integraal georganiseerd. Er zijn indertijd diverse rechtsvormen voor deze gemeenschappelijke organisatie onderzocht: een naamloze vennootschap (N.V.), stichting en de gemeenschappelijke regeling. Belangrijk uitgangspunt hierbij was dat de gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) zelfstandig verantwoordelijk zouden blijven voor de eigen publiekrechtelijke taken.

De conclusie was dat een stichting de meeste mogelijkheden bood om te voldoen aan de uitgangspunten, waarbij taken in mandaat vervuld worden en de eindverantwoordelijkheid geheel blijft berusten bij AGV en de Gemeente Amsterdam. Integratie waterbeheer, riolering en drinkwater in 2005 Na een periode waarin een groot aantal drinkwaterbedrijven in Nederland fuseerden, werd in 2005 gekozen voor een fusie van DWR en Waterleidingbedrijf Amsterdam (WLB). Hiervoor is in 2005 een aanvullende samenwerkingsovereenkomst gesloten en is de naam DWR gewijzigd in Waternet (Samenwerkingsovereenkomst, 2005). In de overwegingen van deze aanvullende overeenkomst is onder andere opgenomen “dat de samenwerking tussen Amsterdam, AGV en DWR succesvol is gebleken” en “dat Amsterdam en AGV met de samenvoeging van DWR en WLB beogen een geïntegreerd waterketen- en watersysteembedrijf te bewerkstelligen, dat zowel de beleidsvoorbereiding en uitvoering van de (drink)watervoorziening, het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer, de waterkeringen, de riolering, het ondiepe en de natte infrastructuur verzorgt”. Ook in deze overeenkomst staan limitatieve ontbindingsgronden, waaruit door omkering positieve doelen voor meerwaarde kunnen worden afgeleid, bijvoorbeeld prestaties op (drink)waterkwaliteit en leveringszekerheid.

Er was bij de fusie ook een besparingsdoelstelling: “de structurele besparingen van de samenvoeging liggen in de orde van grootte van € 8,4 miljoen.” Andere doelen waren onder andere: betere mogelijkheid om strategie en beleidsvorming integraal af te stemmen; versterking van de klantfocus en verbetering van de dienstverlening aan de klanten; versterking van de arbeidsmarktpositie; vergroting van het ontwikkelingspotentieel (Gemeente Amsterdam, 2005). Integratie nautisch beheer 2011 Per 1 januari 2011 is de dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam (BBA) ingebracht in de stichting Waternet. Hiertoe werd een derde (aanvullende) samenwerkingsovereenkomst opgesteld (2010). BBA was verantwoordelijk voor het nautisch beheer in de gemeente Amsterdam. Een belangrijk onderdeel van het nautisch beheer is de brugbediening. In de voordracht voor de gemeenteraadsvergadering van 7 juli 2010 staan de synergievoordelen opgesomd, waaronder een betere borging van kwaliteit voor alle gezamenlijke werkzaamheden (van Amsterdam en AGV) zoals handhaving en

47/54

Classificatie: Openbaar

brugbediening, een sterkere positie als aanspreekpunt en partner voor nautisch- en vaarwegbeheer, gezamenlijk beleid voor de beleving en het gebruik van het water. In 2020 is het nautisch beheer grotendeels teruggegaan naar de gemeente. De vergunningverlening voor onder meer de rondvaart was sinds 2011 vooral een vraagstuk van economische ordening, waarvoor Waternet minder goed was toegerust en de handhaving op het water kon binnen de gemeentelijk directie THOR nauwer samenwerken met de handhaving op het land. De brugbediening is bij Waternet gebleven.

48/54

Classificatie: Openbaar

Bijlage 3: Doel en voortgang herijking en evaluatie Het governancetraject is gestart in 2021. Deze bijlage bevat een beschrijving van de opeenvolgende fases in het traject en de tussentijdse besluiten en bevindingen, een overzicht van de gevraagde en ongevraagde adviezen van de Ondernemingsraad en de maatregelen die reeds zijn genomen om de aansturing te verbeteren (bij wijze van no regret). Doel herijking en evaluatie governance Het besluit tot herijking en evaluatie van de governance van Waternet dateert uit de zomer van 2021. Daartoe is een bestuursopdracht vastgesteld en is het traject gestart. Hier waren verschillende aanleidingen voor: • Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen en gewijzigde (maatschappelijke) opvattingen over governance en openbaar bestuur veranderden de beelden over de besturing van de Stichting. Het feit dat de wethouder beleidsverantwoordelijk is voor een deel van de taken van de Stichting en tegelijkertijd lid is van het Stichtingsbestuur werd in toenemende mate als knelpunt ervaren. Voor de positie van de dijkgraaf gold deels een vergelijkbare redeneerlijn. Over het wederzijdse gevoel dat een evaluatie van de governance een goede zaak zou zijn, is het stichtingsbestuur rond de zomer van 2020 geïnformeerd.

• Daarnaast leidden bestuurlijke ontwikkelingen van de waterschappen sinds de verkiezingen van 2008 tot een groeiende behoefte aan een eigen identiteit voor waterschap AGV en invloed op de besturing van de Stichting Waternet. • Dat de bestuurlijke aansturing van Waternet door beide opdrachtgevers als onvoldoende werd ervaren, komt ook door een gegroeide behoefte aan sturing en zeggenschap. Dit mede vanwege een aantal opeenvolgende fouten en mislukkingen in de taakuitoefening door Waternet; waar Waternet grote ambities had in digitale transformatie, mislukten diverse ICT-toepassingen. • In het najaar van 2020 is een aantal artikelen gepubliceerd door het onderzoekplatform Follow the Money waarin werd aangegeven dat de digitale veiligheid van Waternet niet op orde was. Dat leidde tot het uitvoeren van een aantal onderzoeken en adviezen, niet alleen met betrekking tot het oplossen van knelpunten op het gebied van digitalisering en digitale veiligheid maar ook op het gebied van de governance van Waternet. • Tegelijkertijd liep de urgentie voor beide bestuurlijke opdrachtgevers op, omdat er ook problemen waren met drinkwaterfacturatie, belastingheffing en brug- en sluisbediening.

Dit sturingsvraagstuk betekent dat zowel de structuur (de huidige Stichting Waternet), als de verantwoordelijkheidsverdeling binnen die structuur, als de kwaliteit van de sturingsinformatie aandacht behoeft. Daarnaast is het gebrek aan zichtbaarheid en eigen identiteit als overheid voor waterschap AGV een belangrijk aandachtspunt. Bevindingen ILT en Rekenkamer Metropoolregio Amsterdam Het feit dat de digitale veiligheid bij Waternet niet op orde was, leidde tot vragen in de Tweede Kamer en een verzoek van de Minister aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tot het uitvoeren van een onderzoek naar de digitale veiligheid en de besturing bij de Stichting Waternet in het licht van de leveringszekerheid en kwaliteit van drinkwater. De ILT heeft haar bevindingen in april 2021 gepresenteerd. Ongeveer tegelijkertijd presenteerde de Rekenkamer Metropoolregio Amsterdam zijn onderzoeksrapport over de inrichting van gemeentelijke rioolwatertaken, met bijzondere aandacht voor de relatie tussen Amsterdam en Waternet.

49/54

Classificatie: Openbaar

Beide onderzoeken laten zich kritisch uit over de aansturing van Waternet door AGV en Amsterdam (zie ook hieronder): taken en verantwoordelijkheden van gemeentelijke- en waterschapsbestuurders met betrekking tot Waternet zijn onduidelijk de aansturing van Waternet door het stichtingsbestuur is onvoldoende de toezichthoudende taak van het stichtingsbestuur wordt onvoldoende ingevuld de informatievoorziening van de directie van Waternet aan het stichtingsbestuur is niet ingericht op dit toezicht. Bevindingen/wensen Rekenkameronderzoek De belangrijkste constateringen van Rekenkamer Metropoolregio Amsterdam met betrekking tot de governance van Waternet zijn: Duidelijkere positie bestuur Waternet t.o.v. directie. Bestuur leunt te veel op de directie en is onvoldoende kritisch. Bestuur van de stichting is nu ‘flinterdun’. Dubbele petten problematiek: wethouder in stichtingsbestuur. Duidelijkere rol van stichtingsbestuur in sturing op en verantwoording over integrale uitvoering watertaken inclusief bedrijfsvoering richting de bestuurlijke opdrachtgevers. Grote afhankelijkheid gemeente van Waternet zowel inhoudelijk als in rollen Waternet is een verbonden partij, maar treedt op als gemeentelijke

-

directie

Bevindingen/aanbevelingen ILT De belangrijkste constateringen van de ILT heeft onderzoek gedaan naar de toestand van de cybersecurity en besturing bij Stichting Waternet in het kader van de leveringszekerheid en kwaliteit van drinkwater: Waternet heeft zowel op bestuurlijk als organisatorisch niveau onvoldoende grip op de cybersecurity. Waarborging drinkwatertaken te veel geconcentreerd op operationeel niveau en te weinig bij bestuur en directie Waternet. Er is geen integraal toezicht op de drinkwatertaak. Het ontbreekt aan gestructureerd risicomanagement, bijsturing en evaluatie en duidelijkheid in de rol van het bestuur bij de drinkwatertaak. Beleidsvorming en bedrijfsvoering m.b.t. de drinkwatertaak zijn niet integraal belegd. In de statuten en de samenwerkingsovereenkomst staan tegenstrijdigheden over de verantwoordelijkheid van het stichtingsbestuur Onvoldoende toezicht stichtingsbestuur op drinkwatertaak. Zowel het college van B&W als het stichtingsbestuur geven beperkt uitvoering aan hun taken als het gaat om drinkwater. De tekortkomingen in de besturing vormen een risico voor de waarborging van kwaliteit en leveringszekerheid van drinkwater. Fase en deelbesluiten in het governancetraject Verschillende fases Sinds de bestuursopdracht van de zomer 2021 zijn op hoofdlijnen de volgende fasen te onderscheiden. 1.

De verkenningsfase: fase vanaf start bestuursopdracht zomer 2021 tot aan het principebesluit door beide opdrachtgevers eind 2021.

2.

De onderzoeksfase: uitwerking principebesluit tot aan voorlopige besluit januari 2023 (de zogenaamde onderzoeksfase).

50/54

Classificatie: Openbaar

3.

De ontwerpfase: fase vanaf uitwerking voorlopige besluit voorjaar 2023 tot aan besluit aanvullende informatie najaar 2023.

4.

Fase genereren aanvullende informatie (pas op de plaats) voorlopige besluit: uitvoeren aanvullende onderzoeken tot aan voorbereiding nieuw bestuursvoorstel voor definitieve afweging.

Ad 1. De verkenningsfase tot aan het principebesluit in eind 2021 In deze fase zijn verschillende bouwstenen ontwikkeld ter onderbouwing van het principebesluit: inventarisatie en beschrijving mogelijke organisatiemodellen, een kader voor afweging met randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria, een onderbouwing van de meerwaarde van samenwerking. Het doel van dit besluit was richting te geven aan de uitwerking van het meest wenselijke organisatiemodel. Dat leverde het besluit op om drie varianten verder uit te werken: Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarbij bestuurders van AGV en gemeente Amsterdam het bestuur van Waternet vormen. Een BVO is principieel beleidsarm en neemt dus geen beleidsvorming op zich. Dit betrof de voorkeursvariant. Stichting A, die het meest lijkt op de huidige situatie, waarbij het Stichtingsbestuur bestaat uit de Dijkgraaf, de portefeuillehouder Water van de gemeente en een onafhankelijke voorzitter. Stichting B, waarbij de besturen van AGV en Amsterdam een onafhankelijk en inhoudelijk deskundig Stichtingsbestuur benoemen, met daarnaast een Raad van Toezicht. Aangegeven is dat de BVO de voorkeur was en de stichting A en B twee terugvalopties waren. De wens tot onderlinge samenwerking werd herbevestigd. Ad 2.

De onderzoeksfase tot aan het voorlopige besluit januari 2023 De uitwerking en verdere analyse van bovengenoemde varianten vindt plaats vanaf januari 2022 in de onderzoeksfase. Dit leidt tot een rapport in de zomer van 2022 waarin deze drie varianten zijn beschreven aan de hand van de eerder vastgestelde randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria. Op basis daarvan was de conclusie dat de varianten Stichting A en de Bedrijfsvoeringsorganisatie daaraan onvoldoende tegemoetkomen: De omvorming van Stichting Waternet naar een BVO zou aanzienlijke frictiekosten met zich meebrengen, voornamelijk vanwege omzetten van eigendommen en contracten, evenals onzekerheid over het fiscale regime en onzekerheid bij het personeel. Stichting A vertoont te veel gelijkenissen met de huidige situatie en voldoet, net als de huidige stichting, niet aan de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Om deze reden richt het onderzoek vanaf dan op de verdere uitwerking van Stichting B. Vanwege de noodzaak tot versterking van de controlerende rol van zowel de gemeenteraad als het AB op de uitvoering van de watertaken, wordt er ook gekeken naar een variant op Stichting B, te weten de Vernieuwde Stichting. Deze variant kwam tegemoet aan de behoefte van het waterschap om directe sturing te kunnen geven aan de Stichting.

Dit heeft geleid tot een voorlopig besluit in januari 2023, waarbij verdere uitwerking van de vernieuwde stichting de voorkeur kreeg. Wederom is de wens tot samenwerking onderling bevestigd. Daarnaast zijn de volgende opdrachten gegeven:

51/54

Classificatie: Openbaar

-

-

-

verkennen wat er nodig is om een separate NV Drinkwater op te richten (met Amsterdam als enige aandeelhouder) van geringe omvang ten behoeve van het behoud van de btw-koepelvrijstelling en synergie uitwerking van een afdeling water bij de gemeente Amsterdam ter versterking van de beleidsbepalende, opdrachtgevende en toezichthoudende rol en de organisatie daarvan voor de Amsterdamse watertaken uitwerking van een eigen bestuursdienst voor waterschap AGV opstellen van een strategische samenwerkingsagenda tussen waterschap AGV en gemeente Amsterdam opstellen van een agenda voor regionale samenwerking met andere waterpartners.

Ad 3. De ontwerpfase tot het besluit tot aanvullende informatie najaar 2023 In het voorjaar is gestart met het ontwerpen van een vernieuwde stichting en de uitwerking van bovengenoemde onderdelen. Bureau Rijnconsult werd de opdracht gegund om met een ontwerp en organisatiebesluit aan de slag te gaan. De overige onderdelen werden in nauwe samenwerking tussen AGV, Amsterdam en Waternet verder uitgewerkt. Tijdens de uitwerking van het ontwerp voor de vernieuwde stichting werd door zowel de directie van Waternet als bureau Rijnconsult een aantal risico’s en complexiteiten gesignaleerd. Bij de besluitvorming over de vernieuwde stichting was daar al eerder op gewezen. Bij het concretiseren van de vernieuwde stichting bleken ze echter groter en lastiger te mitigeren dan gedacht. Dat heeft ertoe geleid dat het bestuurlijke opdrachtgeversoverleg (BOGO) in het najaar van 2023 besloot dat het noodzakelijk was dat aanvullende informatie zou worden aangeleverd. Het doel daarvan was om tot een evenwichtige beschrijving te kunnen komen van een viertal mogelijke organisatiemodellen, te weten de Vernieuwde stichting, Stichting B, Ontvlechting en een stichting zonder drinkwatertaak. Daartoe zijn door beide opdrachtgevers gezamenlijke bestuurlijke vragen geformuleerd die hebben geleid tot het geven van de opdracht voor de volgende onderdelen. Ad 4.

Fase genereren aanvullende informatie tot aan besluitvorming voorjaar 2024 In het eerste kwartaal is aan het bovenstaande verzoek invulling gegeven. Dat heeft aanvullende bouwstenen voor de bestuurlijke afweging opgeleverd. Op basis van al bestaande en de aanvullende informatie zijn de vier mogelijke organisatiemodellen in dit syntheserapport beschreven: • Variant ontvlechting Het BOGO heeft opdracht gegeven tot het laten uitvoeren van een aanvullend extern onderzoek naar een variant Ontvlechting (juridische ontvlechting watertaken waterschap AGV en gemeente Amsterdam) met zoveel mogelijk behoud van synergievoordelen en tegemoetkomend aan de wensen en eisen van beide opdrachtgevers. • Synergievoordelen en complexiteit in beeld Het BOGO heeft opdracht gegeven tot het aanleveren van aanvullende informatie over de synergievoordelen van de huidige manier van samenwerking aan eigen en gezamenlijke watertaken, bedoeld om in elke variant te kunnen beoordelen wat behouden zou moeten worden. Dit heeft een rapportage opgeleverd die bruikbaar is voor elk van de bouwstenen. Aan de opdracht is een beschouwing over complexiteit toegevoegd. • Afwegingskader voor bestuurlijke weging en keuze Het opstellen van een afwegingskader en beschrijving van een viertal varianten voor de definitieve afweging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14310992/1