CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Segregatiemonitor po en vo 2024 - 2025.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Segregatiemonitor primair- en voortgezet onderwijs 2024 – 2025’ (VN2026-001022)9.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Segregatiemonitor po en vo 2024/’25 Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteurs: E-mailadres:

Directie Onderwijs 250021 Sara Rubingh en Marleen Rijksen s.rubingh@amsterdam.nl

Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Sport en speelvelden Holendrecht, fotograaf Roos Trommelen (2022)

Amsterdam, december 2025 3

Inhoud

Samenvatting en conclusie

3

Inleiding

8

1

10

Primair onderwijs 1.1

Diversiteit 10 1.1.1 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders blijft stijgen 10 1.1.2 Aandeel leerlingen met lage sociaaleconomische score daalt 11 1.1.3 Het aandeel leerlingen met Europese migratieachtergrond neemt toe 12 1.1.4 Aandeel hbo/wo-opgeleide ouders gestegen onder leerlingen met migratieachtergrond uit Azië, Amerika en Oceanië 13 1.2 Segregatie 13 1.2.1 Toename hbo/wo-opgeleide ouders in wijken in Nieuw-West, Noord en Zuidoost 14 1.2.2 Stabiel aandeel van de scholen is een afspiegeling van de wijk 15 1.2.3 Aandeel leerlingen op gemengdere scholen stabiel sinds 2020/’21 15 1.2.4 Scholen worden gemengder wat betreft migratieachtergrond 16 1.2.5 Relatief veel hbo/wo-opgeleide ouders op scholen met onderwijsconcept 17 1.3 Reisbewegingen naar school 18 1.3.1 Leerlingen gaan vaker in hun eigen stadsdeel naar school dan in 2018/’19 18

2

Voortgezet onderwijs

21

2.1

Diversiteit 21 2.1.1 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders blijft stijgen 22 2.1.2 Aandeel leerlingen met lage sociaal economische score daalt 22 2.1.3 Het aandeel leerlingen met Europese migratieachtergrond neemt toe 23 2.1.4 Aandeel hbo/wo-opgeleide ouders toegenomen onder leerlingen met en zonder migratieachtergrond 24 2.2 Segregatie 25 2.2.1 Toename leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in wijken in West en Oost 25 2.2.2 Aandeel leerlingen op gemengde scholen neemt af 27 2.2.3 Scholen steeds gemengder als het gaat om migratieachtergrond 28 2.2.4 Sterke verschillen in populatie tussen schooltypen 28 2.3 Reisbewegingen naar school 30 2.3.1 Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders vaker naar scholen in Centrum/Zuid 30

Literatuurlijst

33

Bijlage data en methode

34

Samenvatting en conclusie

De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat kinderen van diverse achtergronden elkaar ontmoeten op school (Amsterdams Akkoord, 2022). In opdracht van de directie Onderwijs brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) elke twee jaar een monitor uit waarin de ontwikkeling van segregatie in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs in beeld wordt gebracht. Onderwijssegregatie gaat over het verschijnsel dat kinderen met bepaalde achtergrondkenmerken ongelijk verdeeld zijn over scholen (KBA Nijmegen et. al., 2025). De volgende onderzoeksvragen staan centraal in de monitor: 1. Hoe ziet de diversiteit naar sociaaleconomische kenmerken (opleidingsniveau ouders en inkomen) en herkomst onder leerlingen in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs eruit en hoe verhoudt zich dit tot de afgelopen twaalf jaar? 2. Hoe ziet de onderwijssegregatie naar het opleidingsniveau van ouders en herkomst van de leerlingen in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs eruit en hoe verhoudt zich dit tot de afgelopen twaalf jaar? 3.

In hoeverre gaan leerlingen, uitgesplitst naar het opleidingsniveau van de ouders, naar school in het stadsdeel waar zij wonen? Aandeel leerlingen in het po en vo met hbo/wo-opgeleide ouders blijft stijgen In schooljaar 2024/’25 gingen er ruim 60.500 leerlingen in Amsterdam naar een basisschool voor het regulier of speciaal basisonderwijs (primair onderwijs, po) en bijna 47.000 leerlingen naar een middelbare school (voortgezet onderwijs, vo). Zowel in het po als vo zien we het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders al geruime tijd stijgen. In schooljaar 2024/’25 had 56 procent van de leerlingen in zowel het po als het vo hbo/woopgeleide ouders, terwijl dit in schooljaar 2012/’13 44% was in het po en 38% in het vo. Een vergelijkbare ontwikkeling zien we als we kijken naar de sociaaleconomische status van de leerlingen: bij een combinatie van het opleidingsniveau van de ouders en het huishoudinkomen, zien we dat steeds meer leerlingen, zowel in het po als vo, een hoge sociaaleconomische score hebben. Amsterdam heeft een diverse leerlingenpopulatie. Zowel in het po als vo hebben zes van de tien leerlingen een migratieachtergrond. Vooral het aandeel leerlingen met een Europese migratieachtergrond is in de laatste tien jaar gegroeid.

Leerlingen zonder migratieachtergrond en leerlingen met een Europese migratieachtergrond hebben vaker hbo/wo-opgeleide ouders dan leerlingen met een andere migratieachtergrond. In het po is het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders onder leerlingen met een migratieachtergrond gestegen. Dit geldt vooral voor leerlingen met een Marokkaanse, Turkse, Amerikaanse of Aziatische achtergrond. In het vo zien we het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders onder alle groepen leerlingen stijgen. Po en vo scholen worden gemengder wat betreft migratieachtergrond De diversiteit naar migratieachtergrond wordt in toenemende mate weerspiegeld op po en vo scholen. Het aandeel gemengdere scholen met een populatie dat rond het stedelijk gemiddelde ligt, is zowel in het po als in het vo toegenomen over de tijd. In schooljaar 2024/’25 ging bijna zeven op tien leerlingen in het po (70%) naar deze gemengdere scholen (tegenover 42% in schooljaar 2012/’13) en in het vo de helft (51% tegenover 41% in

3

schooljaar 2012/’13). Het aantal po scholen met dit type gemengdere populatie neemt dus sneller toe dan we in het vo zien. Belangrijk om te noemen is dat scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond nog steeds gemengd kunnen zijn, leerlingen kunnen immers verschillende migratieachtergronden hebben. Meer po en vo scholen met veel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders De stijging van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in Amsterdam zien we terug in de samenstelling van de scholen. Om te meten in hoeverre leerlingen gesegregeerd naar school gaan zijn Amsterdamse po- en vo-scholen ingedeeld in groepen op basis van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders. Vervolgens is gekeken hoe de leerlingenpopulatie over deze scholen is verdeeld. Er zijn steeds minder scholen met heel weinig leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (20% of minder). Hierdoor zien we dat het totaal aantal leerlingen dat naar dit type gesegregeerde school gaat ook is gedaald, zowel in het po als in het vo. Kinderen van hbo/wo-opgeleide ouders gaan daarentegen steeds vaker samen naar school. Het aantal scholen in het po en vo waar veel leerlingen hbo/woopgeleide ouders hebben (meer dan 80%) is toegenomen in de loop der jaren.

In 2024/’25 zat ongeveer een kwart van de leerlingen in de stad op dit type gesegregeerde school, terwijl het tien jaar eerder in het po om 12% en in het vo om 2% ging. In het po zien we dat het aandeel leerlingen dat naar een gemengdere school gaat sinds schooljaar 2020/’21 stabiliseert. Het aandeel leerlingen op gemengdere po-scholen is sindsdien rond twee derde. Figuur S.1 Verdeling leerlingen over scholen naar aandeel kinderen met hbo/wo-opgeleide ouders op school, schooljaar 2012/’13-2024/’25 (procenten) primair onderwijs

100%

80%

60%

40%

20%

0%

12 26 12 18

32

17

23 15 19

26

21

20

20

23

24

23

25

27

27

26

15

16

16

14

15

24

26

27

12

10

8

19

23

23 16

2012/'13 2014/'15 2016/'17 2018/'19 2020/'21 2022/'23 2024/'25

meer dan 80% (gesegregeerde scholen) 61-80% (gemengdere scholen) 41-60% (gemengde scholen) 21-40% (gemengdere scholen) 20% of minder (gesegregeerde scholen)

4

voortgezet onderwijs 100%

2

4

27

80%

30

6

17

22

25

meer dan 80% (gesegregeerde scholen)

28

30

61-80% (gemengdere scholen)

22 26

18

60%

18

23

21

25

25

20% 29 0%

25

24

23

12

41-60% (gemengde scholen)

29

21-40% (gemengdere scholen)

18 13

25

40%

19

23

18

15

14

27

11

20% of minder (gesegregeerde scholen)

8

2012/'13 2014/'15 2016/'17 2018/'19 2020/'21 2022/'23 2024/'25

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Leerlingen in het po gaan grotendeels in hun eigen stadsdeel naar school Het aandeel hbo/wo-opgeleide ouders verschilt sterk per wijk. Wel zien we dat het aandeel po-scholen dat een afspiegeling vormt van de wijk, wat betreft het opleidingsniveau van de ouders, al jaren stabiel is. Ongeveer driekwart van de scholen heeft maximaal 20 procentpunt meer of minder leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders dan dat er in de wijk wonen. Dit zien we ook terug in de leerlingenstromen door de stad. Een groot deel van de leerlingen in het po gaat namelijk in hun eigen stadsdeel naar school en dit is vaker het geval dan zes jaar geleden. Van de leerlingen met basisopgeleide ouders en leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders gaat 89 procent naar school in hun woonstadsdeel. Van de leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders gaat 84 procent in hun woonstadsdeel naar school. Leerlingen die in stadsdeel Centrum wonen gaan gemiddeld iets minder vaak naar school in hun woonstadsdeel. Leerlingen woonachtig in Weesp gaan juist vaker ook in Weesp naar school. Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders die in Nieuw-West, Noord en Zuidoost wonen gaan iets minder vaak in hun eigen stadsdeel naar school dan leerlingen uit deze stadsdelen met ouders met een ander opleidingsniveau.

Figuur S.2 Amsterdamse po-scholen met minimaal 100 leerlingen die al dan niet een afspiegeling van de wijk zijn naar opleidingsniveau ouders, in 2012/’13, 2024/’25 (procenten)

2024/'25

19

2012/'13

15

0%

veel minder (<-20%)

21

21

20%

40%

afspiegeling (-11% tot -20%)

-10% tot +10%

44

9

8

48

10

6

60%

80%

afspiegeling (+11 tot +20%)

100%

veel meer (>+20%)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

5

De segregatie in het po hangt samen met woonsegregatie, maar ook de schoolkeuze van ouders voor een onderwijsconcept en/of een denominatie van een school. Met name de Vrije school en Montessorionderwijs springen eruit als concepten die veel leerlingen van hbo/wo-opgeleide ouders trekken. Scholen zonder concept zitten vaker op of onder het gemiddelde van de stad. Scholen met de denominatie islamitisch of levensbeschouwelijk hebben juist relatief weinig leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders. Leerlingen in het vo met hbo/wo-opgeleide ouders veelal naar scholen in Centrum/Zuid De segregatie in het vo hangt samen met de niveaus die op de scholen worden aangeboden. Met name op categorale vwo-scholen ligt het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders erg hoog. Zo is het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders op categorale vwo-scholen 87 procent en op havo/vwo-scholen 72 procent. Dit is een groot verschil met scholen waar enkel praktijkonderwijs (16%) of vmbo (21-24%) wordt aangeboden. Scholen met een brede brugklas (waar minimaal drie onderwijsniveaus worden aangeboden) hebben een aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders rond het gemiddelde van de stad (58%). Deze verschillen naar schooltype zijn ook terug te zien in de leerlingenstromen door de stad.

In Centrum/Zuid zijn de meeste categorale vwo-scholen te vinden en we zien dan ook dat de leerlingenstromen naar dit stadsdeel onder leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders het grootst zijn. Zo gaat de helft van de leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in Centrum/Zuid naar school, tegenover een kwart van de leerlingen met havo-vwo/mbo opgeleide ouders en een op de zes leerlingen met basisopgeleide ouders. Leerlingen met basisopgeleide ouders of havo-vwo/mbo opgeleide ouders gaan vaker in hun eigen stadsdeel naar school. De segregatie in het vo is dus voornamelijk terug te vinden in de verschillende niveaus die op scholen worden aangeboden en de locatie van deze scholen. Wel zien we dat het totale aandeel leerlingen dat naar Centrum/Zuid naar school gaat iets gedaald is ten opzichte van 2018/’19, van 41 procent naar 38 procent. Er is dus een lichte toename in de spreiding van leerlingen, met name onder leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders en hbo/woopgeleide ouders.

6

Figuur S.3 Leerlingenstromen in Amsterdams voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

7

Inleiding

Onderwijssegregatie is al jaren stabiel hoog in Nederland. Onderwijssegregatie gaat over het verschijnsel dat kinderen met bepaalde achtergrondkenmerken ongelijk verdeeld zijn over scholen (KBA Nijmegen et. al., 2025). Hoewel de effecten van segregatie op onderwijsresultaten beperkt zijn, blijkt dat segregatie burgerschapsvorming en sociale cohesie kunnen belemmeren. Blootstelling aan een diverse schoolomgeving draagt bij aan het verbreden van perspectieven en wederzijds begrip en tolerantie (ibid.; Zwier, 2025). In het coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord’ benoemt het college dat het belangrijk is dat kinderen in Amsterdam elkaar ontmoeten en van elkaar leren (Amsterdams Akkoord, 2022). Het college ziet segregatie als een hardnekkig probleem dat niet makkelijk is opgelost, maar blijft zich inzetten om ouders en scholen te stimuleren tot ontmoeting onder andere door inzet van het programma Amsterdammerschap. In opdracht van de directie Onderwijs brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) elke twee jaar een monitor uit waarin de ontwikkeling van segregatie in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs in beeld wordt gebracht. Dit rapport bevat de meest recente gegevens over onderwijssegregatie in Amsterdam, tot en met schooljaar 2024/’25.

Werkwijze In de monitor wordt ten eerste naar de diversiteit van de leerlingen gekeken op basis van sociaaleconomische kenmerken en herkomst (onderzoeksvraag 1). Daarnaast wordt een absolute maat van segregatie in beeld gebracht. Hierbij wordt er gekeken naar de samenstelling van scholen op basis van het opleidingsniveau van de ouders en op basis van de migratieachtergrond van de leerlingen. Ook wordt er voor het po naar een relatieve maat van segregatie gekeken door de samenstelling op scholen te vergelijken met de samenstelling van woonbuurten in Amsterdam (onderzoeksvraag 2). Tot slot zullen de leerlingenstromen in het Amsterdamse basis- en voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel in kaart worden gebracht, uitgesplitst naar opleidingsniveau van de ouders (onderzoeksvraag 3). Dit is in 2019 ook gedaan (O&S, 2019), waardoor een vergelijking met zes jaar geleden mogelijk is. Samengevat staan de volgende vragen centraal: 1. Hoe ziet de diversiteit naar sociaaleconomische kenmerken (opleidingsniveau ouders en inkomen) en herkomst onder leerlingen in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs eruit en hoe verhoudt zich dit tot de afgelopen twaalf jaar? 2.

Hoe ziet de onderwijssegregatie naar het opleidingsniveau van ouders en herkomst van de leerlingen in het Amsterdamse primair en voortgezet onderwijs eruit en hoe verhoudt zich dit tot de afgelopen twaalf jaar? 3. In hoeverre gaan leerlingen, uitgesplitst naar het opleidingsniveau van de ouders, naar school in het stadsdeel waar zij wonen? Vanwege het onlangs verschenen onderzoek ‘Gescheiden wereld: onderwijssegregatie houdt aan’ van KBA Nijmegen, Kohnstamm Instituut en DUO zal dit jaar geen vergelijking worden gemaakt met andere G4-gemeenten of landelijke segregatie (KBA Nijmegen et. al., 2025). In het onderzoek Gescheiden wereld komt dit al voldoende aan bod.

8

Daarnaast zal de voorschool ook niet worden meegenomen. De voorschool is namelijk voor een specifieke groep kinderen en heeft daarom een segregerende werking. Over andere vormen van kinderopvang heeft O&S te weinig gegevens. Leeswijzer In hoofdstuk 1 staan de resultaten voor het primair onderwijs centraal. In hoofdstuk 2 worden de resultaten voor het voortgezet onderwijs besproken.

9

1 Primair onderwijs

Dit hoofdstuk gaat over het Amsterdamse primair onderwijs (po). We kijken daarbij naar zowel de basisscholen (bo) als de scholen voor het speciaal basisonderwijs (sbo). In de kaart hieronder zijn de verschillende scholen en hun omvang te zien. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op de diversiteit van leerlingen in het po. Vervolgens kijken we naar zowel relatieve als absolute onderwijssegregatie. Tot slot kijken we naar reisbewegingen van huis naar school. Figuur 1.1 Primair onderwijs scholen in Amsterdam

Schooltype bo < 194 bo 195-400 bo > 400 sbo

Omvang 194 400 650

Bron: DUO, peildatum 1-10-2025

1.1 Diversiteit De diversiteit van de leerlingen in het primair onderwijs wordt in beeld gebracht aan de hand van het opleidingsniveau van de ouders, de sociaaleconomische score van de leerlingen en de migratieachtergrond van leerlingen. Vervolgens de diversiteit naar migratieachtergrond ook gecombineerd met het opleidingsniveau van de ouders. 1.1.1 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders blijft stijgen In het schooljaar 2024/’25 gingen ruim 60.500 leerlingen in Amsterdam naar een basisschool voor regulier of gespecialiseerd onderwijs. Het aandeel van deze leerlingen met minstens één ouder met een hbo- of wo-diploma blijft stijgen. In 2012/’13 had 44 procent van de leerlingen hbo- of wo-opgeleide ouders. In 2024/’25 betreft het 56 procent van de

10

leerlingen. Het aandeel leerlingen met basisopgeleide ouders (maximaal basisschool, vmbo of mbo-1-opgeleid) daalt in de stad en is in dezelfde periode afgenomen met 12 procentpunt, van 27 procent naar 15 procent. Ongeveer drie op de tien leerlingen hebben ouders die een mbo (2-4), havo of vwo-diploma hebben. Dit aandeel is in de afgelopen twaalf jaar nauwelijks veranderd. Figuur 1.2 Opleidingsniveau ouders van leerlingen in het primair onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2012/’13-2024/’25 (procenten) 2024/'25

7

9

13

15

19

37

2023/'24

7

9

13

16

19

37

2022/'23

8

9

13

15

19

36

2021/'22

8

9

14

15

19

35

2020/'21

9

10

14

15

18

35

2019/'20

9

10

14

15

18

35

2018/'19

10

10

14

15

18

34

2017/'18

11

10

14

14

18

33

2016/'17

12

10

14

14

17

32

2015/'16

13

10

14

14

17

32

2014/'15

13

11

14

14

17

31

2013/'14

15

11

15

16

29

2012/'13

16

12

15

16

28

0% basisschool

20% vmbo/onderbouw h/v

basisopgeleid

14 14 40% mbo-2 en 3/havo

60%

80%

mbo 4/vwo

havo, vwo, mbo opgeleid

hbo

100% wo en hbo-master

hbo, wo opgeleid

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

1.1.2 Aandeel leerlingen met lage sociaaleconomische score daalt In schooljaar 2024/’25 had bijna de helft van de leerlingen een hoge sociaaleconomische score. Hierbij wordt naar opleidingsniveau en inkomen samen gekeken. Leerlingen met een hoge score hebben minimaal één hbo/wo-opgeleide ouder en een huishoudinkomen uit de middelste tot hoogste inkomensgroepen of ouders die maximaal een mbo (2-4), havo of vwo-diploma hebben met een inkomen uit de hoogste inkomensgroep. Iets meer dan een kwart van de leerlingen valt in de middelste groep en weer een kwart van de leerlingen had een lage sociaaleconomische score. De laagste groep zijn basisopgeleide ouders uit de laagste tot middelste inkomensgroepen of kinderen met ouders die maximaal een mbo (24), havo of vwo-diploma hebben met een minimum inkomen. Het aandeel kinderen met een lage sociaaleconomische score is in de afgelopen jaren iets gedaald, van 30 procent in schooljaar 2016/’17 naar 24 procent in schooljaar 2024/’25. Voor de schooljaren voor 2026/’17 is er helaas geen sociaaleconomische score berekend.

11

Figuur 1.3 Sociaaleconomische score (opleidingsniveau ouders en inkomen) van leerlingen in het primair onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2016/’17-2024/’25 (procenten) 2024/'25

24

2023/'24

25

27

2022/'23

25

27

2021/'22

27

28

43

3

2020/'21

27

28

42

3

2019/'20

28

28

42

2

2018/'19

29

28

42

2

2017/'18

30

28

42

0

2016/'17

30

28

41

1

80%

100%

0%

27

20% laag

46

4

46

2

42

40% midden

5

60% hoog

onbekend

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

1.1.3 Het aandeel leerlingen met Europese migratieachtergrond neemt toe Wanneer we de diversiteit onder basisschoolleerlingen naar migratieachtergrond in beeld brengen, zien we dat zes op de tien leerlingen in Amsterdam een migratieachtergrond hebben. Zij zijn zelf in het buitenland geboren en/of minstens een van hun ouders is in het buitenland geboren. Dit aandeel is eerder licht gestegen maar is nu al enkele jaren stabiel. Wel zien we dat het aandeel leerlingen met een Europese migratieachtergrond licht stijgt, van 9 procent in schooljaar 2012/’13 naar 15 procent in schooljaar 2024/’25. Het aandeel leerlingen met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse migratieachtergrond is in de afgelopen twaalf jaar juist gedaald. Zo zien we bij leerlingen met een Marokkaanse migratieachtergrond een daling van 19 procent in schooljaar 2012/’13 tot 13 procent in 2024/’25. Figuur 1.4 Migratieachtergrond van leerlingen in het primair onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2012/’13, 2017/’18, 2022/’23-2024/’25 (procenten) 2024/'25

39

15

6

13

5

7

10

6

2023/'24

39

14

6

13

5

7

10

6

2022/ '23

39

14

6

14

5

7

9

6

2017/'18

39

12

2012/'13

36 0%

20%

geen migratieachtergrond Turkije Suriname Azië (zonder Turkije)

9 40%

7

8

17

19 60%

6

6

7

5

9

7

7

5

80%

100%

Europa Marokko Afrika (zonder Marokko) Amerika en Oceanië (zonder Suriname)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

12

1.1.4 Aandeel hbo/wo-opgeleide ouders gestegen onder leerlingen met migratieachtergrond uit Azië, Amerika en Oceanië Het opleidingsniveau van ouders verschilt per migratieachtergrond van de leerlingen. Leerlingen zonder migratieachtergrond en leerlingen met een Europese migratieachtergrond hebben relatief vaak ouders met een hbo/wo-opleiding. Leerlingen met een Marokkaanse, Turkse of Afrikaanse migratieachtergrond hebben juist relatief minder vaak ouders met een hbo/wo-opleiding. Figuur 1.5 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in het primair onderwijs in Amsterdam naar migratieachtergrond, schooljaren 2012/’13 en 2024/’25 (procenten) 80 70

72

71 64

60

55

50 40 30

28

25

30

28

20 10 0

2012/'13

2024/'25

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Onder vrijwel alle groepen leerlingen met een migratieachtergrond is het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders gestegen in de afgelopen 12 jaar. De grootste stijging zien we onder leerlingen met een migratieachtergrond uit Azië, Amerika of Oceanië. Het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in deze groepen steeg met 16 procentpunt. Ook onder leerlingen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond zien we een relatief grote stijging.

1.2 Segregatie Voordat we ingaan op segregatie op scholen, kijken we eerst naar woonsegregatie. In hoeverre wonen leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders verspreid over de stad? Ook wordt in kaart gebracht hoeveel scholen een afspiegeling zijn van de wijk waarin zij staan. Absolute segregatie op scholen wordt in deze rapportage beschreven op basis van het opleidingsniveau van de ouders en migratieachtergrond van de leerlingen.

13

1.2.1 Toename hbo/wo-opgeleide ouders in wijken in Nieuw-West, Noord en Zuidoost Gemiddeld heeft 56 procent van de Amsterdamse leerlingen in het primair onderwijs hbo/wo-opgeleide ouders. Deze leerlingen wonen verspreid over de stad, maar concentreren zich voornamelijk in stadsdelen Zuid en Centrum. Er is dus sprake van woonsegregatie. De woonwijken met relatief weinig leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders liggen voornamelijk buiten de ring in de stadsdelen Zuidoost, Noord en Nieuw-West. Figuur 1.6 Aandeel leerlingen in het primair onderwijs met hbo/wo-opgeleide ouders per woonwijk in schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

De grootste toename in het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders ten opzichte van schooljaar 2012/ ’13 zien we ook in woonwijken buiten de ring in stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West. De wijk met de grootste toename is Overtoomse veld. In schooljaar 2012/’13 had 18 procent van de leerlingen die in deze wijk wonen hbo/wo-opgeleide ouders en in schooljaar 2024/’25 is dat 51 procent. De grootste afname is te zien in de wijk Irenebuurt e.o. van 91 procent hbo/wo-opgeleide ouders in 2012/’13 naar 84% in 2024/’25. Figuur 1.7 Verandering in aandeel leerlingen in het primair onderwijs met hbo/wo-opgeleide ouders per woonwijk van 2012/’13 tot 2024/’25 (procentpunten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

14

1.2.2 Stabiel aandeel van de scholen is een afspiegeling van de wijk In de vorige paragraaf zagen we dat het aandeel hbo/wo-opgeleide ouders verschilt per wijk. Wel zien we dat ongeveer driekwart van de scholen een redelijke afspiegeling is van de wijk waarin de school staat. Dit aandeel is al jaren stabiel. Deze scholen hebben maximaal 20 procentpunt meer of minder leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders dan dat er in de wijk wonen. Wanneer we een nauwere definitie hanteren door te onderscheiden hoeveel scholen in samenstelling 10 procentpunt meer of minder afwijken van de wijk, zien we dat 44 procent van de scholen een afspiegeling is van de wijk. Ook dit aandeel is redelijk stabiel. Figuur 1.8 Amsterdamse po-scholen met minimaal 100 leerlingen die al dan niet een afspiegeling van de wijk zijn naar opleidingsniveau ouders, in de even jaren 2012/’13-2024/’25 (procenten) 2024/'25

19

21

44

9

8

2022/'23

17

22

43

10

7

2020/'21

17

22

47

8

6

2018/'19

15

22

49

8

6

2016-'17

17

22

47

8

7

2014/'15

15

23

46

10

7

2012/'13

15

21

48

10

6

0% veel minder (<-20%)

20%

40%

afspiegeling (-11% tot -20%)

60% -10% tot +10%

80%

afspiegeling (+11 tot +20%)

100% veel meer (>+20%)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

1.2.3 Aandeel leerlingen op gemengdere scholen stabiel sinds 2020/’21 De stijging van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in Amsterdam zien we terug in de samenstelling van de scholen. Om te meten in hoeverre leerlingen gesegregeerd naar school gaan is naast de relatieve segregatiemaat, een absolute segregatiemaat berekend. Hiervoor zijn Amsterdamse po-scholen ingedeeld in groepen op basis van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (zie figuur 1.9). Figuur 1.9 Indeling van po scholen naar aandeel leerlingen met ouders met hbo/wo opleiding (aantal scholen)

15

Vervolgens is gekeken hoe de leerlingenpopulatie over deze scholen is verdeeld. De toename van hbo/wo-opgeleide ouders zien we terug in de samenstelling op de scholen. Er zijn steeds minder scholen met heel weinig leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (20% of minder). Hierdoor zien we dat het totaal aantal leerlingen dat naar dit type gesegregeerde school gaat ook is gedaald. In schooljaar 2012/’13 ging nog bijna een derde van alle leerlingen naar deze scholen. In schooljaar 2024/’25 betreft dit acht procent. Kinderen van hbo/wo-opgeleide ouders gaan daarentegen vaker samen naar school. Het aantal scholen waar heel veel leerlingen hbo/wo-opgeleide ouders hebben (meer dan 80%) is toegenomen in de afgelopen twaalf jaar. Dit zien we ook terug in het aandeel leerlingen op deze scholen. In schooljaar 2012/’13 ging twaalf procent van alle leerlingen naar dit type gesegregeerde school en in schooljaar 2024/’25 betreft dit bijna een kwart van de leerlingen. Deze stijging vond echter vooral plaats voor schooljaar 2016/’17 en lijkt inmiddels te stabiliseren. Figuur 1.10 Verdeling leerlingen over po-scholen naar aandeel kinderen met hbo/wo-opgeleide ouders, schooljaar 2012/’13-2024/’25 (procenten)

100%

80%

60%

40%

20%

0%

12 26 12 18

32

17

23 15 19

26

21

20

20

23

24

23

25

27

27

26

15

16

16

14

15

24

26

27

12

10

8

19

23

23 16

2012/'13 2014/'15 2016/'17 2018/'19 2020/'21 2022/'23 2024/'25

meer dan 80% (gesegregeerde scholen) 61-80% (gemengdere scholen) 41-60% (gemengde scholen) 21-40% (gemengdere scholen) 20% of minder (gesegregeerde scholen)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Het aandeel leerlingen op een gemengde(re) school nam in de loop van de tijd toe maar is sinds schooljaar 2020/’21 redelijk stabiel. Ruim de helft van alle kinderen gaat in schooljaar 2024/’25 naar gemengdere scholen (met 21-40% of 61-80% leerlingen met hbo/woopgeleide ouders) en 15 procent gaat naar een gemengde school waar het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders rond het stedelijk gemiddelde ligt (41-60%). Tegelijkertijd zien we dat het stedelijk gemiddelde met 56 procent langzaam aan de bovenkant van de categorie ‘gemengde school’ kruipt. 1.2.4 Scholen worden gemengder wat betreft migratieachtergrond De diversiteit onder leerlingen naar migratieachtergrond wordt in toenemende mate weerspiegeld op de scholen. In paragraaf 1.1.3 zagen we dat 61 procent van de leerlingen een migratieachtergrond heeft. Het aandeel gemengdere scholen met een populatie rond dit stedelijk gemiddelde (41-60% en 61-80% kinderen met een migratieachtergrond) neemt toe, steeds meer leerlingen gaan naar een gemengdere school. In schooljaar 2024/’25 gingen zeven van de tien leerlingen in het po naar deze gemengdere scholen, in schooljaar 2012/’13 ging het nog om 42 procent. Daarbij is het van belang te benoemen dat scholen

16

met veel leerlingen met een migratieachtergrond nog steeds gemengd kunnen zijn. Leerlingen kunnen immers verschillende migratieachtergronden hebben. Figuur 1.11 Verdeling leerlingen over po-scholen naar aandeel kinderen met een migratieachtergrond, schooljaar 2012/’13, 2016/’17, 2022/’23-2024/’25 (procenten) 100% 22

24

13

13

13

40% of minder (gesegregeerde scholen)

36

36

36

41-60% (gemengdere scholen)

28

31

34

61-80% (gemengdere scholen)

23

19

16

meer dan 80% (gesegregeerde scholen)

80%

60%

40%

20%

0%

25

30

17 18

36

2012/'13

29

2016/'17

2022/'23 2023/ '24 2024/'25

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Ook wanneer we kijken naar leerlingen met een migratieachtergrond van buiten Europa, die minder vaak hbo/wo-opgeleide ouders hebben (zie figuur 1.5), zien we dat scholen steeds gemengder worden. Van de leerlingen in het primair onderwijs heeft veertig procent een migratieachtergrond van buiten Europa. In schooljaar 2024/’25 gaat ruim de helft van de leerlingen (56%) naar een gemengdere school (21-60% leerlingen met migratieachtergrond buiten Europa). In schooljaar 2012/’13 was dit nog 46 procent van de leerlingen. 1.2.5 Relatief veel hbo/wo-opgeleide ouders op scholen met onderwijsconcept Schoolkeuze speelt een belangrijke rol in onderwijssegregatie (KBA Nijmegen et. al., 2025; Zwier, 2025). Leerlingen met verschillende kenmerken kunnen voorkeur hebben voor verschillende typen scholen. In paragraaf 1.1.1 zagen we dat in schooljaar 2024/’25 ruim de helft van de leerlingen (56%) in het Amsterdamse primair onderwijs hbo/wo-opgeleide ouders had. Dit percentage verschilt echter per denominatie en onderwijsconcept van de basisschool (zie figuur 1.12 en 1.13, de rode lijn is het gemiddelde in de stad). Op scholen voor algemeen bijzonder onderwijs en met een protestant-christelijke denominatie ligt het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders het hoogst. Bij basisscholen met een levensbeschouwelijk, islamitische of oecumenische denominatie ligt dit aandeel het laagst.

Bij scholen met een openbare, joods of hindoeïstische denominatie ligt het aandeel hbo/wo-opgeleide ouders rond het stedelijk gemiddelde beiden op 57 procent. Deze patronen zijn vergelijkbaar met de vorige segregatiemonitor (O&S, 2023). Als we de verdeling van leerlingen over de scholen bekijken naar de onderwijsconcepten dan springen met name de Vrije school en Montessorionderwijs eruit als onderwijsconcepten die veel leerlingen van hbo/wo-opgeleide ouders trekken. Op de Vrije scholen in de stad heeft gemiddeld 85% van de leerlingen hbo/wo-opgeleide ouders en op Montessorischolen gaat het om 75%. Dit zagen we ook in de segregatiemonitor 2022/ ’23 (O&S, 2023).

17

Figuur 1.12 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, naar denominatie basisschool (excl. sbo), schooljaar 2024/’25 (procenten) algemeen bijzonder (n=6.970)

69

protestants-christelijk (n=1.420)

66

katholiek (n=7.460)

60

joods, hindoeistisch (n=690)

57

openbaar (n=29.020)

57

oecumenisch (n=7.370)

47

islamitisch (n=3.940)

33

levensbeschouwelijk (n=1.780)

20

0%

20%

40%

60%

80%

100%

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S Figuur 1.13 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, naar concept basisschool (excl. sbo), schooljaar 2024/’25 (procenten) Vrije school (n=1.130)

85

Montessori (n=6.380)

75

Ontwikkelingsgericht (n=4.560)

66

Jenaplan (n=1.500)

62

Dalton (n=5.300)

61

geen / onbekend (43.300) 0%

50 20%

40%

60%

80%

100%

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

1.3 Reisbewegingen naar school In deze paragraaf zullen de leerlingenstromen in het Amsterdamse primair onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel in kaart worden gebracht, uitgesplitst naar opleidingsniveau van de ouders. Dit is in 2019 ook gedaan (O&S, 2019), waardoor een vergelijking met zes jaar geleden mogelijk is. 1.3.1 Leerlingen gaan vaker in hun eigen stadsdeel naar school dan in 2018/’19 In paragraaf 1.2.2 zagen we dat het aandeel scholen dat een afspiegeling vormt van de wijk wat betreft het opleidingsniveau van de ouders al jaren redelijk stabiel is. Dit zien we ook terug in de reisbewegingen van leerlingen. We zien namelijk dat een groot deel van de leerlingen in hun eigen stadsdeel naar school gaan, ongeacht het opleidingsniveau van de ouders. Dit geldt namelijk voor leerlingen met basisopgeleide ouders (89%), met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders (84%) en met hbo/wo-opgeleide ouders (89%). In vergelijking met schooljaar 2018/’19 is dat gestegen. Toen ging gemiddeld 81 procent van de leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in het eigen stadsdeel naar school, tegenover

18

83 procent van de leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders en 87 procent van de leerlingen met basisopgeleide ouders. Als we specifiek inzoomen op leerlingen met basisopgeleide ouders zien we dat voor elk stadsdeel geldt dat de grote meerderheid in het eigen stadsdeel naar school gaat. Voor leerlingen met basisopgeleide ouders die in stadsdeel Centrum wonen, gaat een relatief groot aandeel buiten het stadsdeel naar school. Zij gaan naar de stadsdelen West (11%), Oost (8%) en Zuid (8%). Leerlingen met basisopgeleide ouders die in Weesp, Noord en Zuidoost wonen gaan (bijna) allemaal in het eigen stadsdeel naar school. Leerlingen die van buiten de stad komen gaan relatief vaak naar een school in Zuid (39%). Figuur 1.14 Leerlingenstromen in Amsterdams primair onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met basisopgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Als we specifiek inzoomen op leerlingen met havo/vwo/mbo opgeleide ouders zien we dezelfde patronen als onder leerlingen met basis-opgeleide ouders. De grote meerderheid van de leerlingen gaat in hun woonstadsdeel naar school. Ook hier geldt dat iets minder vaak voor leerlingen woonachtig in stadsdeel Centrum en juist vaker voor leerlingen woonachtig in Weesp, Zuidoost of Noord. Leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders die buiten de stad wonen gaan relatief vaak naar scholen in stadsdeel Zuid, Zuidoost of Nieuw-West. Als we tot slot inzoomen op leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders zien we wederom dat de grote meerderheid van de leerlingen in hun eigen stadsdeel naar school gaan. We zien echter dat leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders woonachtig in Centrum iets vaker in het eigen stadsdeel naar school gaan dan leerlingen met ouders met een ander opleidingsniveau. Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders woonachtig in Nieuw-West, Zuidoost en Noord gaan juist minder vaak in hun eigen stadsdeel naar school dan andere leerlingen. Er is ook een groep leerlingen die niet woonachtig is in de stad. Van hen met hbo/wo-opgeleide ouders gaat de meerderheid naar een school in Zuid (57 procent).

19

Figuur 1.15 Leerlingenstromen in Amsterdams primair onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S Figuur 1.16 Leerlingenstromen in Amsterdams primair onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

20

2 Voortgezet onderwijs

In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de diversiteit onder leerlingen en de segregatie in het Amsterdamse voortgezet onderwijs. Hieronder is de kaart te zien met middelbare scholen in Amsterdam. We zien dat er relatief veel middelbare scholen in stadsdeel Zuid zitten. In dit hoofdstuk brengen we eerst de diversiteit van leerlingen in het vo in kaart, vervolgens kijken we naar de absolute onderwijssegregatie. Daarnaast worden de leerlingenstromen in kaart gebracht waarbij het stadsdeel waarin leerlingen wonen wordt vergeleken met het stadsdeel van de locatie waar zij naar school gaan. Voor dit hoofdstuk zijn de gespecialiseerde scholen niet meegenomen. Figuur 2.1 Middelbare scholen in Amsterdam

Schooltype praktijkonderwijs vmbo-b/k, vmbo-b/k/t vmbo-t en/of havo havo/vwo vwo vmbo-b t/m vwo vmbo-t t/m vwo internationaal

Omvang < 250 250 – 500 500 – 1000 ≥ 1000

Bron: DUO, peildatum 1-10-2025

2.1 Diversiteit De diversiteit van de leerlingen in het voortgezet onderwijs wordt in beeld gebracht aan de hand van het opleidingsniveau van de ouders, de sociaaleconomische score van de leerlingen en de migratieachtergrond van leerlingen. Voor een verdere verdieping wordt de diversiteit naar migratieachtergrond ook gecombineerd met het opleidingsniveau van de ouders.

21

2.1.1 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders blijft stijgen In het schooljaar 2024/’25 gingen ruim 46.760 leerlingen in Amsterdam naar het voortgezet onderwijs. Het aandeel leerlingen met tenminste één ouder met een hbo- of wo-diploma blijft stijgen, net als in het po. In 2024/’25 heeft 56 procent van de leerlingen hbo/woopgeleide ouders, een toename van 17 procentpunt ten opzichte van 2012/’13. Toen was dit aandeel 39 procent. Het aandeel leerlingen met basisopgeleide ouders (basisschool, vmbo of mbo-1 opgeleid) is in diezelfde periode gedaald met 15 procentpunt, van 33 procent naar 18 procent. Het aandeel leerlingen met ouders die een mbo (2-4), havo of vwo-diploma hebben is ook iets gedaald van 30% naar 26%. Figuur 2.2 Opleidingsniveau ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2012/’13-2024/’25 (procenten) 2024/'25

9

9

12

14

2023/'24

9

9

13

13

19

36

2022/'23

10

9

12

13

19

37

2021/'22

10

10

13

13

18

36

2020/'21

12

10

13

13

18

35

2019/'20

12

10

13

13

2018/'19

13

11

14

2017/'18

15

10

14

2016/'17

16

10

14

2015/'16

17

11

15

14

17

27

2014/'15

18

11

15

14

17

26

2013/'14

19

11

2012/'13

21

12

0% basisschool

37

18

13

20% vmbo/onderbouw h/v

basisopgeleid

19

15 16

34

17

32

13

17

30

14

17

29

14

16

14

40% mbo-2 en 3/havo

24

16

23

60%

80%

mbo 4/vwo

havo, vwo, mbo opgeleid

hbo

100% wo en hbo-master

hbo, wo opgeleid bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

2.1.2 Aandeel leerlingen met lage sociaaleconomische score daalt In schooljaar 2024/’25 had bijna de helft van de leerlingen een hoge sociaaleconomische score. Hierbij wordt naar opleidingsniveau en inkomen samen gekeken. Leerlingen met een hoge score hebben minimaal één hbo/wo-opgeleide ouder en een huishuidinkomen uit de middelste tot hoogste inkomensgroepen of ouders die maximaal een mbo (2-4), havo of vwo-diploma hebben met een inkomen uit de hoogste inkomensgroep. Iets meer dan een kwart van de leerlingen valt in de middelste groep en iets minder dan een kwart van de leerlingen had een lage sociaaleconomische score. De laagste groep zijn basisopgeleide ouders uit de laagste tot middelste inkomensgroepen of kinderen met ouders die maximaal een mbo (2-4), havo of vwo-diploma hebben met een minimum inkomen. Het aandeel kinderen met een lage sociaaleconomische score is in de afgelopen jaren gedaald, van 31 procent in schooljaar 2016/’17 naar 23 procent in schooljaar 2024/’25. Voor de schooljaren voor 2026/’17 is er helaas geen sociaaleconomische score berekend.

22

Figuur 2.3 Sociaaleconomische score (opleidingsniveau ouders en inkomen) van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2016/’17-2024/’25 (procenten) 2024/'25

23

27

47

3

2023/'24

24

27

46

3

2022/'23

25

27

44

4

2021/'22

26

28

43

2

2020/'21

27

28

43

3

2019/'20

28

29

43

1

2018/'19

29

29

41

1

2017/'18

30

29

40

0

2016/'17

31

29

39

1

80%

100%

0%

20% laag

60%

40% midden

hoog

onbekend

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

2.1.3 Het aandeel leerlingen met Europese migratieachtergrond neemt toe Zes op de tien leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben een migratieachtergrond. Zij zijn zelf in het buitenland geboren en/of minstens een van hun ouders is in het buitenland geboren. Het aandeel leerlingen met migratieachtergrond is vrijwel stabiel sinds 2012/’13. In diezelfde periode is het aandeel leerlingen met Europese migratieachtergrond toegenomen, van 8 procent naar 13 procent. Dit aandeel is de afgelopen drie jaar relatief stabiel gebleven. Het aandeel leerlingen met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse migratieachtergrond is iets kleiner geworden sinds 2012/’13, maar ook hierbij geldt dat er in de afgelopen drie jaar een stabiel beeld is.

23

Figuur 2.4 Migratieachtergrond van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam, schooljaar 2012/’13, 2017/’18, 2022/’23-2024/’25 (procenten) 2024/'25

39

13

6

14

6

7

9

6

2023/'24

39

13

6

15

6

7

9

6

2022/'23

40

12

6

15

6

7

9

6

2016/'17

39

17

8

7

7

5

2012/'13

38

8

11

6

7

5

20%

40%

0%

9

7

9

16 60%

80%

geen migratieachtergrond

Europa

Turkije

Marokko

Suriname

Overig Afrika

Overig Azie

Overig Amerika en Oceanië

100%

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

2.1.4 Aandeel hbo/wo-opgeleide ouders toegenomen onder leerlingen met en zonder migratieachtergrond Het opleidingsniveau van ouders verschilt tussen leerlingen met verschillende migratieachtergronden. Leerlingen zonder migratieachtergrond of met een Europese migratieachtergrond hebben vaker ouders die hbo/wo-opgeleid zijn. Leerlingen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond hebben juist minder vaak ouders met een hbo/wo-opleiding. Vergeleken met schooljaar 2012/’13 is het aandeel ouders met hbo/wo-opleiding groter geworden onder zowel de leerlingen zonder migratieachtergrond als leerlingen met migratieachtergrond. Zo is het aandeel ouders met hbo/wo-opleiding 23 procentpunt gestegen voor leerlingen met een migratieachtergrond uit Azië, Amerika of Oceanië. Ook zien we een relatief grote toename bij leerlingen met een migratieachtergrond uit Overig Azië (18 procentpunt) en Europa (17 procentpunt).

24

Figuur 2.5 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in het voortgezet onderwijs in Amsterdam naar migratieachtergrond, schooljaren 2012/’13 en 2024/’25 (procenten) 90 80

77 73

70 60 50

63 62 50

56

40

33

30

23

10

32

23

20

23

10

0

2012/'13

40

31

24

8

2024/'25

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

2.2 Segregatie Voordat we ingaan op segregatie op scholen, kijken we eerst naar woonsegregatie. In hoeverre wonen leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders verspreid over de stad? Absolute segregatie op scholen wordt in deze rapportage beschreven op basis van het opleidingsniveau van de ouders en migratieachtergrond van de leerlingen. 2.2.1 Toename leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in wijken in West en Oost Ruim de helft van de Amsterdamse leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft hbo/wo opgeleide ouders. Deze leerlingen wonen verspreid over de stad, maar concentreren zich voornamelijk in de woonwijken in stadsdelen Zuid en Centrum. Er is dus sprake van woonsegregatie, net als bij leerlingen in het primair onderwijs. In wijken in de stadsdelen Zuidoost, Noord en Nieuw-West wonen juist relatief weinig vo-leerlingen met hbo/wo opgeleide ouders.

25

Figuur 2.6 Aandeel Amsterdamse leerlingen in het voortgezet onderwijs met hbo/wo-opgeleide ouders per woonwijk in schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

De grootste toename in het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders ten opzichte van schooljaar 2012/’13 zien we voornamelijk in de stadsdelen West en Oost. De wijk met de grootste toename is IJburg-Zuid. In schooljaar 2012/’13 was het aandeel hbo/wo-opgeleide ouders hier 31 procent tegenover 74 procent in 2024/’25. Wijken in West met een relatief grote toename zijn Westerpark (van 28% naar 62%) en Westindische Buurt (van 35% naar 69%). De grootste afname is te zien in de wijk Lutkemeer/Ookmeer van 46 procent hbo/woopgeleide ouders in 2012/’13 naar 40 procent in 2024/’25.

Figuur 2.7 Verandering in aandeel Amsterdamse leerlingen in het voortgezet onderwijs met hbo/woopgeleide ouders per woonwijk van 2012/’13 tot 2024/’25 (procentpunten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

26

2.2.2 Aandeel leerlingen op gemengde scholen neemt af De stijging van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in Amsterdam zien we terug in de samenstelling van de scholen. Om te meten in hoeverre leerlingen gesegregeerd naar school gaan is een absolute segregatiemaat berekend. Hiervoor zijn Amsterdamse voscholen ingedeeld in groepen op basis van het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (zie figuur 2.8). Figuur 2.8 Indeling van scholen naar aandeel leerlingen met ouders met hbo/wo-opleiding (aantal scholen)

Vervolgens is gekeken hoe de leerlingenpopulatie over deze scholen is verdeeld. Twee derde van de Amsterdamse vo-leerlingen zit op een gemengde vo school. Dit aandeel is iets afgenomen sinds 2012/’13, toen was dit aandeel nog 70 procent. Deze ontwikkeling zien we niet terug bij het primair onderwijs, waar het aandeel leerlingen op gemengde scholen een stabieler beeld laat zien sinds 2020/’21. Er zijn steeds minder scholen met heel weinig leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (20% of minder). In 2012/’13 ging 29 procent van de vo-leerlingen naar deze scholen, tegenover acht procent van de leerlingen in 2024/’25. Het aandeel leerlingen dat naar een school gaat met veel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders (meer dan 80%) is juist toegenomen in deze periode. Van 2 procent in schooljaar 2012/’13 naar 28 procent in 2024/’25. De ontwikkelingen in het aandeel leerlingen op gemengde en niet-gemengde scholen heeft zich doorgezet in alle jaren tussen 2012/’13 en 2024/’25. Figuur 2.9 Verdeling leerlingen over vo-scholen naar aandeel kinderen met hbo/wo-opgeleide ouders, schooljaar 2012/’13-2024/’25 (procenten) 100%

80%

2 27

4 30

6

17

22

25

28

30 22

60%

40%

18

25

26 18

19

21

25

25

20% 29 0%

25

24

23

18

15

14

27

11

61-80% (gemengdere scholen)

12

41-60% (gemengde scholen)

29

21-40% (gemengdere scholen)

18 13

23

23

meer dan 80% (gesegregeerde scholen)

8

2012/'13 2014/'15 2016/'17 2018/'19 2020/'21 2022/'23 2024/'25

20% of minder (gesegregeerde scholen)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

27

2.2.3 Scholen steeds gemengder als het gaat om migratieachtergrond De diversiteit onder leerlingen naar migratieachtergrond wordt in toenemende mate weerspiegeld op de scholen. In paragraaf 2.1.3 zagen we dat 61 procent van de leerlingen een migratieachtergrond heeft en dat dit aandeel sinds 2022/’23 nauwelijks is veranderd. Het aandeel gemengdere scholen met een populatie rond dit stedelijk gemiddelde (41-60% en 61-80% kinderen met een migratieachtergrond) neemt toe, steeds meer leerlingen gaan naar een gemengdere school. In schooljaar 2024/’25 ging ongeveer de helft van de leerlingen in het vo naar een gemengdere school. Dit is een toename vergeleken met 2012/’13, toen dit aandeel nog 41 procent betrof. Tussen schooljaren 2023/’24 en 2024/’25 lijkt het beeld relatief stabiel. Belangrijk om te noemen is dat scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond nog steeds gemengd kunnen zijn, leerlingen kunnen immers verschillende migratieachtergronden hebben. Figuur 2.10 Verdeling leerlingen over vo-scholen naar aandeel kinderen met een migratieachtergrond, schooljaar 2012/’13, 2016/’17, 2022/’23-2024/’25 (procenten) 100%

80%

29

32

60%

22

16

40%

19

28

20%

0%

30

2012/'13

24 2016/'17

25

23

40% of minder (gesegregeerde scholen)

29

29

41-60% (gemengdere scholen)

24

21

22

61-80% (gemengdere scholen)

23

26

25

meer dan 80% (gesegregeerde scholen)

30

23

2022/'23 2023/ '24 2024/'25

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Wanneer we kijken naar leerlingen met een migratieachtergrond van buiten Europa, die minder vaak hbo/wo-opgeleide ouders hebben (zie figuur 2.5), zien we een toename vergeleken met schooljaar 2012/’13. Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft 48 procent een migratieachtergrond van buiten Europa. Sinds 2012/’13 is het aandeel leerlingen dat naar gemengdere scholen gaat met 21%-60% kinderen met een migratieachtergrond van buiten Europa, gestegen van 69 procent naar 85 procent in schooljaar 2024/’25. Deze stijging vond vooral plaats tussen 2012/’13 en 2022/’23, sindsdien lijkt het beeld relatief stabiel. 2.2.4 Sterke verschillen in populatie tussen schooltypen Schoolkeuze en het schoollandschap spelen een belangrijke rol in onderwijssegregatie (KBA Nijmegen et. al., 2025; Zwier, 2025). Leerlingen met verschillende kenmerken kunnen voorkeur hebben voor verschillende typen scholen. Het aanbod van scholen in een gemeente heeft daar ook invloed op. In het voortgezet onderwijs bestaat er een verband tussen het onderwijsniveau dat wordt aangeboden en de leerlingenpopulatie op een school.

28

Zoals in 2.1.1 beschreven heeft 56 procent van de leerlingen hbo/wo-opgeleide ouders. De rode lijn in figuur 2.11 geeft dit gemiddelde weer. Scholen waarop enkel praktijkonderwijs (16%) of vmbo (21-24%) wordt aangeboden, hebben minder leerlingen met hbo/woopgeleide ouders, terwijl het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders op categorale vwo-scholen (87%) en havo/vwo-scholen (72%) een stuk hoger ligt. De leerlingenpopulatie op deze laatste groep scholen is relatief groot: 33 procent van de Amsterdamse middelbare scholieren zit op een havo/vwo of vwo-school. Scholengemeenschappen (bieden minstens drie niveaus aan) en vmbo-t en/of havo-scholen liggen het dichtst bij het gemiddelde van de stad. Scholen met een brede brugklas zijn scholen waarbij leerlingen van minimaal drie onderwijsniveau samen onderwijs krijgen in de brugklas. In Amsterdam zijn er tien van zulke scholen. Bij deze scholen is het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders 58 procent. Dit is rond dan het gemiddelde van de stad (56%). Figuur 2.11 Aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, naar type vo-school, schooljaar 2024/’25 (procenten) schoolgemeenschap (n = 18.440)

53

categoraal vwo (n = 6.060)

87

havo/vwo (n = 8.590)

72

vmbo t en/of havo (n = 4.850)

50

vmbo b/k/t (n = 4.610)

24

vmbo b/k (n = 1.240)

21

praktijkonderwijs (n = 830)

16

0%

20%

40%

scholen met brede brugklas(n=4.960) 0%

60%

80%

100%

58 20%

40%

60%

80% 100% bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Zoals beschreven in 2.1.1 is het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders toegenomen met 17 procentpunt tussen 2012/’13 en 2024/’25. Deze ontwikkeling is terug te zien bij alle typen vo-scholen, maar de mate waarin verschilt. De grootste toename in het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders zien we bij havo/vwo (23 procentpunt) en vmbo-t en/of havo scholen (21 procentpunt). In mindere mate zien we de toename bij vmbo b/k en praktijkonderwijs (beide 6 procentpunt). Sinds schooljaar 2022/’23 is het beeld relatief stabiel.

29

Figuur 2.12 Ontwikkeling aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, naar type vo-school, schooljaar 2012/’13 - 2024/’25 (procenten) 40

schoolgemeenschap

53 75

categoraal vwo

87 49

havo/vwo

72 29

vmbo t en/of havo

50 10

vmbo b/k/t

24 15

vmbo b/k

21 10

praktijkonderwijs

16 0%

20%

40%

2012/'13

2024/'25

60%

80%

100%

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

2.3 Reisbewegingen naar school In deze paragraaf zullen de leerlingenstromen in het Amsterdamse voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel in kaart worden gebracht, uitgesplitst naar opleidingsniveau van de ouders. Dit is in 2019 ook gedaan (O&S, 2019), waardoor een vergelijking met zes jaar geleden mogelijk is. De stadsdelen Centrum en Zuid, en Zuidoost en stadsgebied Weesp zijn samengevoegd voor deze analyses vanwege de lage aantallen scholen in Centrum, Zuidoost en stadsgebied Weesp. 2.3.1 Leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders vaker naar scholen in Centrum/Zuid Niet in ieder stadsdeel staan evenveel middelbare scholen. Veel leerlingen in het Amsterdamse voortgezet onderwijs gaan daardoor buiten hun eigen stadsdeel naar school. In Zuid staan de meeste scholen, in Centrum, Zuidoost en Weesp het minst. Daarom is voor het in kaart brengen van de leerlingenstromen stadsdeel Centrum bij stadsdeel Zuid gevoegd en stadsdeel Zuidoost bij stadsdeel Weesp. Met name vwo-scholen bevinden zich in Centrum/Zuid. De meeste leerlingen gaan dan ook in Centrum/Zuid naar school (38% van de leerlingen), gevolgd door Oost/Zuidoost (18%), Nieuw-West (17%), Noord (10%) en West (inclusief Westpoort (6%)). Scholen in Centrum/Zuid, Zuidoost/Weesp en Oost trekken relatief veel leerlingen van buiten de stad.

Als we specifiek inzoomen op leerlingen met basisopgeleide ouders zien we dat in bijna alle stadsdelen de meerderheid van de leerlingen in het woonstadsdeel naar school gaat. Voor leerlingen met basisopgeleide ouders die in stadsdeel West (inclusief Westpoort) wonen, gaat een relatief groot aandeel buiten het eigen stadsdeel naar school (75%). Zij gaan

30

relatief vaak naar Nieuw-West. Leerlingen die van buiten de stad komen gaan relatief vaak naar een school in Centrum/Zuid (28%) of Zuidoost/Weesp (26%). Gemiddeld gaat een op de zes leerlingen met basisopgeleide ouders naar school in Centrum/Zuid, dit aandeel is vrijwel onveranderd sinds 2018/’19. Figuur 2.13 Leerlingenstromen in Amsterdams voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met basisopgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

Als we specifiek inzoomen op leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders zien we dat voor de meeste stadsdelen geldt dat de meerderheid van de leerlingen naar school gaat in hun woonstadsdeel. Enkel bij West (inclusief Westpoort) gaat minder dan de helft van de leerlingen in het woonstadsdeel naar school (21%). Leerlingen met havo-vwo/mboopgeleide ouders die buiten de stad wonen gaan relatief vaak naar scholen in Centrum/Zuid (35%) en Zuidoost/Weesp (24%). Gemiddeld gaat een kwart van de leerlingen met havo/vwo/mbo opgeleide ouders naar school in Centrum/Zuid. Dit is dus vaker dan onder leerlingen met basisopgeleide ouders, maar minder vaak dan in 2018/’19. Toen was dit nog bijna een derde (30%). De leerlingenstromen zijn onder scholieren met hbo/wo-opgeleide ouders het grootst. In Centrum/Zuid gaat meer dan driekwart van de leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders in het woonstadsdeel naar school. In de overige stadsdelen is het aandeel leerlingen dat naar Centrum/Zuid op school gaat hoger dan voor leerlingen met basisopgeleide of havovwo/mbo opgeleide ouders. Leerlingen van buiten de stad gaan relatief vaak naar scholen in Centrum/Zuid (52%), Oost (17%) en Zuidoost/Weesp (16%). In totaal gaat de helft van de scholieren met hbo/wo-opgeleide ouders in Centrum/Zuid naar school.

Dit is vaker dan leerlingen met basisopgeleide ouders of met havo-vwo/mbo-opgeleide ouders, maar dit is minder dan in 2018/’19 toen dit nog 58 procent was. Dat veel leerlingen met hbo/wo opgeleide ouders in Centrum/Zuid naar school gaan is niet geheel onverwacht, aangezien hier de meeste vwo-scholen liggen.

31

Figuur 2.14 Leerlingenstromen in Amsterdams voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S Figuur 2.15 Leerlingenstromen in Amsterdams voortgezet onderwijs van woonstadsdeel naar schoolstadsdeel van leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders, schooljaar 2024/’25 (procenten)

bron: CBS/OJZ, bewerking O&S

32

Literatuurlijst

Amsterdams Akkoord. (2022). Coalitieakkoord 2022-2026. https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/coalitieakkoorduitvoeringsagenda/ KBA Nijmegen, Het Kohnstam Instituut en DUO. (2025). Gescheiden werelden: onderwijssegregatie houdt aan. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/11/bijlage-3eindrapport-onderzoek-onderwijssegregatie-2025 Onderzoek & Statistiek. (2019). Segregatiemonitor primair en voortgezet onderwijs 2018/’29. https://onderzoek.amsterdam.nl/artikel/segregatie-op-amsterdamse-basisscholenen-middelbare-scholen-verschuift Onderzoek & Statistiek. (2023). Segregatiemonitor primair en voortgezet onderwijs 2022/’23. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/segregatiemonitor-primair-envoortgezet-onderwijs-2022-23 Zwier, D. (2025). Rhythms of class: Socio-economic disparities and peer dynamics in secondary school choice. Universiteit van Amsterdam. https://pure.uva.nl/ws/files/218682900/Thesis.pdf

33

Bijlage data en methode

Leerlingenbestanden vanaf 2018/’19 Vanaf schooljaar 2018/’19 heeft O&S als basis het inschrijvingsbestand van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs van CBS Microdata gebruikt. Dit bestand heeft als belangrijkste voordeel dat het ook de leerlingen bevat die van buiten de regio naar Amsterdam komen. Geselecteerd zijn leerlingen, met geregistreerd Burgerservicenummer, die op 1 oktober van het betreffende schooljaar op een Amsterdamse (speciale) basisschool of middelbare school zaten. Vervolgens is dit leerlingenbestand verrijkt met gegevens over het opleidingsniveau van de ouder(s), het huishoudinkomen, de migratieachtergrond en het adres van de leerlingen. Voor dit schooljaar gebruikte O&S als basis de registratiebestanden van leerlingen vanuit de afdeling Onderwijs. Voor meer informatie over deze bestanden verwijzen we naar de vorige segregatiemonitor (O&S, 2023). Beschikbare achtergrondinformatie De beschikbare informatie vanuit het CBS is voor alle kenmerken relatief hoog. Van de leerlingen was over de jaren heen tussen de 89-90% bekend wie de vader is en van 98-99% wie de moeder is. Multipele imputatie om ontbrekende gegevens over ouderlijk opleidingsniveau te schatten O&S wil graag het gemiddeld aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders per school berekenen. Het opleidingsniveau van ouders is echter niet van alle leerlingen bekend.

Omdat de onderwijsregistraties nog niet zo heel lang bestaan, ontbreekt deze informatie in de registers helaas over veel oudere Nederlanders. Ook particuliere opleidingen vallen buiten het bereik van de onderwijsregisters. Daarnaast is van veel Nederlanders met een migratieachtergrond en een buitenlandse opleiding onvoldoende registerinformatie beschikbaar. Deze informatie wordt met behulp van enquête informatie (EBB) aangevuld. Hiervoor zijn de missende gegevens benaderd. Voor het po gaat het om 14 tot 11 procent van de ouders. Voor het vo ging het in schooljaar 2012/’13 nog om 22 procent. Inmiddels ligt dit percentage net als bij het po rond de 14 tot 11%. Met een multipele imputatie wordt voor elke missende waarde van het opleidingsniveau van de ouders vijf keer een realistische waarde geschat op basis van de beschikbare achtergrondgegevens. Dit gebeurt in een ‘fully conditional specification’, een Markov chain Monte Carlo (MCMC) methode. Omdat opleidingsniveau van de ouders een categorische variabele is (opgedeeld in 6 categorieën van basis tot wo opgeleid), wordt hiervoor een logistische regressie gebruikt. Uiteindelijk benadert de verdeling van de nieuwe dataset de verdeling die in de originele dataset zit. Het voordeel van het hebben van vijf datasets met elke keer andere geïmputeerde gegevens is dat de variatie die in de originele dataset zit gewaarborgd blijft.

Uiteindelijk gebruiken we deze vijf datasets samen om gemiddeldes en percentages per school en per buurt uit te rekenen. We publiceren geen gegevens over individuele scholen, of over buurten met minder dan 50 leerlingen. Sociaaleconomische Score De sociaaleconomische score is van 2016 tot en met 2023 bekend. Hierdoor loopt deze score voor schooljaar 2024/’25 een jaar achter.

34

Onderzoek en Statistiek

Postbus 658 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16541908/1