CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Samenwerkingsvoorstel 2024-2027 AFWC.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 14 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief bij het samenwerkingsvoorstel van de corporaties voor de nieuwe samenwerkingsafspraken (VN2023-013777)7.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen werken aan de stad SAMENWERKINGSVOORSTEL VAN DE AMSTERDAMSE WONINGCORPORATIES IN HET KADER VAN HET BOD OP DE GEMEENTELIJKE WOONVISIE AMSTERDAM (AAV) 2024-2027 28 APRIL 2023

Inhoudsopgave

Inleiding

4

1. Duurzame woningen van goede kwaliteit

6

2. Meer betaalbare woningen

8

3. Betaalbaar wonen in een ongedeelde stad

10

4. Een passende woning en meer doorstroming

12

5. Jongeren en studenten horen bij de stad

14

6. Een (t)huis voor mensen met een kwetsbare positie op de woningmarkt

15

7. Zo lang en zo zelfstandig mogelijk thuis wonen

17

8. Leefbare buurten

18

Bijlage I Tabellen

20

Inleiding

Elke Amsterdammer verdient een betaalbaar duurzaam huis van goede kwaliteit. Met ruim 186 duizend woningen in de stad, dragen de corporaties hieraan bij, juist voor de mensen die dat het hardste nodig hebben. Energiearmoede, woningnood en kansenongelijkheid maken het echter moeilijk voor Amsterdammers om ‘gewoon’ fijn te wonen. Daarom dragen de corporaties de komende jaren bij aan het oplossen van deze opgaven. We verbeteren en renoveren woningen en pakken intussen de slechtste energielabels aan. We bouwen jaarlijks duizenden nieuwe sociale- en middeldure huurwoningen. We bieden een thuis aan kwetsbare groepen en leggen de verbinding met zorg en welzijn om hen te ondersteunen.

Als maatschappelijke organisaties inves­ teren de corporaties alles wat zij ver­ dienen terug in de wijk, de huidige huurders én de huurders van de toe­ komst. En we willen de komende jaren nog meer doen dan de afgelopen jaren, met name in verbetering en verduur­ zaming van de bestaande woningen. Om dit goed te kunnen doen, willen we de opgaven oppakken vanuit de behoefte van de buurt. Samen met bewoners en met de andere partners in de buurten moeten we focussen op de gedeelde maatschappelijke belangen en op een lange adem. Want waar we samen voor staan, is niet gemakkelijk te bereiken.

maar ook realistisch. We willen waar­ maken wat we beloven. Bovendien han­ gen alle opgaven met elkaar samen. Corporaties werken aan de stad door een mix van maatregelen zoals het weloverwogen slopen en nieuwbouwen van woningen, deze aan te kopen van een ontwikkelaar, soms te verkopen, waar mogelijk te verbeteren, tijdelijk neer te zetten of van huurprijs te veran­ deren. Keuze voor de ene inzet, heeft consequenties voor de andere. De hoofd­ stukken in dit voorstel hangen dan ook allemaal met elkaar samen. En dus hangen onze keuzes en maatregelen ook met elkaar samen.

Wat er moet gebeuren kan niet alle­ maal en het kan niet allemaal nu. De corporaties zijn met dit bod ambitieus,

De corporaties willen maximale impact maken op de stad en stellen voor om dat te doen met de maatregelen in de

4

volgende hoofdstukken. Om ook daad­ werkelijk impact te maken, is samen­ werking tussen gemeente, huurders en corporaties onontbeerlijk. Als corpora­ ties willen verduurzamen, moet de gemeente het verhaal over de energie­ transitie uitdragen en kunnen huurders­ organisaties helpen het draagvlak te vergroten. Willen we de woningnood oplossen én vasthouden aan de on­ gedeelde stad, dan moeten er ook woningen toegevoegd worden in de bestaande stad, ook in de ‘dure’ buurten, en moet ook gewerkt worden aan kan­ sengelijkheid en de inrichting van de openbare ruimte. Zonder de inzet van onze partners, zijn de plannen die de corporaties in dit voorstel neerleggen niet haalbaar. En het allerbelangrijkste: samen moeten we vasthouden aan de gekozen koers. Om te bouwen aan de stad moeten we zicht houden op de lange termijn. Aangezien we samen voor hetzelfde doel gaan, betaalbaar wonen in een ongedeelde stad, staan wij open voor verbetering van onze voorstellen en scherpen wij graag onze keuzes aan in samenspraak met de huurdersorgani­ saties en gemeente. We zien dan ook uit naar de gesprekken om tot afspraken te komen. Proces Normaal gesproken maakt de gemeen­

Samen werken aan de stad

te eerst een woonvisie, die de gemeen­ teraad vaststelt en doen de corporaties daarna een bod op de woonvisie. In Am­ sterdam loopt het proces anders. Het College van B&W heeft op 13 februari jongstleden de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) vastgesteld. De gemeenteraad stemt naar verwachting voor de zomer in met de AAV. De corpo­ raties doen met dit Samenwerkings­ voorstel dus hun bod op de concept woonvisie. Dat betekent dat bij het ver­ nieuwen van de Samenwerkingsafspra­ ken daardoor moties van de gemeente­ raad op tafel kunnen liggen of onvoorziene omstandigheden kunnen spelen, waardoor scherper gekeken moet worden naar wat wel en wat niet kan. Dit geldt ook wanneer bijvoorbeeld aanvullend landelijk huurbeleid wordt doorgevoerd of de economische om­ standigheden zo veranderen dat de in­ vesteringscapaciteit van corporaties significant achteruit gaat. Vanwege deze gezamenlijke keuze voor de verkorte termijn, doen de corpora­ ties dit voorstel onder voorbehoud van goedkeuring door hun Raden van Com­ missarissen.

Samen werken aan de stad

5

1. Duurzame woningen van goede kwaliteit

Elke huurder verdient een duurzaam huis van goede kwaliteit. De energiecrisis laat nog eens zien dat we extra tempo op verduurzaming moeten maken. Daarom versnellen wij conform de Nationale prestatieafspraken (NPA) de komende periode de verduurzaming en verbetering van de Amsterdamse woningen die wij bezitten. Om dit te bereiken investeren we in de periode 2024-2027 fors in onze bestaande voorraad: anderhalf keer meer dan in de huidige afspraken.

Dat geld investeren we de komende jaren vooral in het renoveren van com­ plexen en het eerder isoleren van onze woningen met de slechtste labels. Daar spannen we ons maximaal voor in en stretchen ons zowel financieel als orga­ nisatorisch maximaal. Daarnaast werken we ook aan de transitie naar aardgas­ vrij, plaatsen we zonnepanelen en be­ reiden we woningen voor op midden­ temperatuur. De versnelling op verduurzaming en verbetering van ons vastgoed is een complexe opgave die veel vraagt van de corporaties, gemeente Amsterdam en onze huurders. We hebben de komende periode veel werk te verzetten. Daarbij hebben we elkaar hard nodig. Dit willen we gaan doen: • Conform de NPA richten we ons op het doel om ultimo 2030 woningen met een

EFG-label uit te faseren. In de periode 2024–2027 hebben de corporaties plan­ nen om het aantal EFG-woningen met 15.0001 te verminderen. De aantallen hebben betrekking op de zogenaamde pre-labels. Die geven een actueler beeld dan de zogenaamde afgemelde labels. De labelsystematiek verandert nog tel­ kens, waardoor het aantal aan te pakken woningen ook kan wijzigen. Om dit aan­ tal EFG-labels te verminderen stretchen we ons organisatorisch maximaal en moet alles meezitten. Zo is het nodig dat in elk complex 70% van de huurders in­ stemt met de werkzaamheden en in VvE’s kunnen corporaties alleen aan de slag als ook de andere eigenaren instemmen met de verduurzaming. En dan blijven er, buiten de monumenten en te slopen wo­ ningen, toch nog woningen met EFG-la­ bels over. En dan blijven er, buiten de monumenten en te slopen woningen, toch nog woningen met EFG-labels over.

- We geven aan de gemeente en huur­ dersorganisaties inzicht in hoe wij onze EFG-opgave definiëren, prioriteren en monitoren. - Binnen ons bezit waar wij 100% eigenaar zijn pakken we op verschil­ lende manieren de EFG-labels aan. Met renovaties en vastgoedverbetering, maar ook bij mutatie en aanvullend op planmatig onderhoud werken we EFG-labels weg. Voor onze huurwo­ ningen met een E, F of G label die tot een VvE behoren gaan wij met de VvE’s in gesprek. We helpen waar mogelijk bij de organisatie van verduurzaming. Onze huurders binnen VvE complexen informeren we over de voornemens van de VvE.  - Woningen met EFG-labels komen ver­ spreid voor in onze complexen. Door een complexmatige aanpak te hante­ ren verduurzamen wij twee zoveel woningen als alleen die met een E, F of G-label. Ook voeren we renovaties uit in complexen zonder E, F of G-la­ bel, daarin wordt ook verduurzaamd. • Veel huurders hebben last van vocht en schimmel in hun woning. Dat kan te ma­ ken hebben met bewoning en ventileren, maar ook bouwfysische redenen hebben. - We pakken meldingen over kwaliteit van de woning adequaat op. - De komende periode zetten we samen met gemeente en bewonersorganisa­ ties in op een gezamenlijke schimmel­ aanpak.

1

 In de bijlage is een overzicht opgenomen van de plannen die de corporaties hebben in de afsprakenperiode om de EFG-labels aan te pakken. Het gaat hier om de bruto opgave, dus inclusief de uitzonderingen opgenomen in de NPA.

2

Conditiescore conform NEN2767 en woningen met een planning voor sloop uitgezonderd.

6

Samen werken aan de stad

• Conform de NPA werken we toe naar 0 woningen met een conditiescore van 5 of 6 in 20262. Dit is hoe we willen samenwerken: • We hebben de huurdersorganisaties nodig voor het vergroten van draagvlak bij de bewoners bij renovaties en ver­ duurzaming om het proces te versnellen. • We vragen regie en procesverbetering van de gemeente om tempo te kunnen maken met verduurzaming: - We vragen om stadsbrede communi­ catie en informatie richting alle Amsterdamse huurders over de energietransitie en de infrastructuur­ keuzes in de Transitievisie Warmte. Wij verwachten dat dit het verplichte draagvlak bij ingrepen ondersteunt. - We vragen om een snellere afhande­ ling en meer flexibiliteit in vergunning­ strajecten (welstand, flora en fauna), inzicht in en regie van de gemeente op tegenstrijdige belangen, bijvoorbeeld de wet natuurbescherming versus sneller isoleren. - We vragen om meer tempo in de beoor­ deling van subsidieaanvragen: zodat wij zekerheid hebben over het daad­ werkelijk ontvangen van de subsidie zodra we onze investeringsbeslis­ sing nemen. We willen onderzoeken hoe we samen dit proces kunnen ver­ beteren. - We vragen aan de gemeente om re­ gie te nemen in het verkrijgen van

Samen werken aan de stad

draagvlak bij particulieren, zodat we ook VvE’s kunnen verduurzamen. - Tijdens de uitvoering vragen we van de gemeente regie in de afstemming met nutsbedrijven en gemeentelijke werkzaamheden. •  Wij blijven ons inzetten en werken samen met gemeente en andere partijen richting een aardgasvrije stad, zoals overeengekomen in de mantelovereen­ komst Warmtemotor. We hebben echter zorgen over het tempo waarop we dit kunnen realiseren, vanwege de toe­ komstige marktordening voor collec­ tieve warmte (stadswarmte) die de condities voor alle partijen compli­ ceert. Wij vinden het belangrijk dat de gemeente duidelijk de regie pakt op de Transitievisie Warmte en de warmte­ keuzes per wijk en alle bewoners in een buurt daarin meeneemt. We conti­ nueren en intensiveren het kwaliteits­ overleg tussen gemeente, corporaties en huurderskoepels. Zodat we knel­ punten in de uitvoering van de verduur­ zaming samen op kunnen lossen. • We vragen de gemeente en partijen als !WOON om te helpen in het blijvend voorlichten van bewoners over hun eigen invloed op een comfortabele woning. • Om de zonnepaneelprojecten een goed vervolg te kunnen geven is het verlengen van de zon-subsidie een voorwaarde.

7

2. Meer betaalbare woningen

Naast de grote opgave in ons bestaand bezit blijven we investeren in het vergroten van de voorraad sociale huurwoningen. Dit is belangrijk gezien de wooncrisis waardoor te veel mensen, te lang op een betaalbare woning moeten wachten. Gelukkig is er ook goed nieuws. De afgelopen periode is de voorraad sociale huur weer gegroeid! We zijn blij met de omkering van een langjarige trend en die groei willen we de komende jaren doorzetten. Ons doel als corporaties is om een maximale impact op de stad te maken. Dat betekent zoveel mogelijk mensen huisvesten met een laag of middeninkomen.

Corporaties zien voor zichzelf ook een rol weggelegd in het realiseren van middeldure huurwoningen voor de lange termijn. We willen er zijn voor iedereen die ons nodig heeft. Voor jong en oud. Van alleenstaanden tot gezinnen. Voor reguliere huurders en kwetsbare huur­ ders. Wij gaan voor een ongedeelde stad, waarin huurders in alle wijken in de stad een thuis kunnen vinden. Dit willen we gaan doen: • In de periode 2024-2027 laten Amster­ damse corporaties de voorraad groeien met 3.000 permanente sociale huur­ woningen3. Om deze voorraadgroei te behalen, is een hoge dynamiek nodig met veel nieuwbouw, sloop, verdichting, verkoop, liberalisatie, transformatie en aankopen. We hebben plannen voor de bouw van jaarlijks ongeveer 2.700 3 4

woningen. Om die ook daadwerkelijk binnen de planning te realiseren moet echter alles meezitten en moeten alle processen vlot verlopen. • Boven op de voorraadgroei van per­ manente sociale huurwoningen zetten wij ons in voor het realiseren van flex­ woningen. We omarmen hierin de am­ bitie van de gemeente, maar of we hierin kunnen bijdragen is afhankelijk van de randvoorwaarden. Het bouwen van flexwoningen heeft alleen zin als dat sneller en goedkoper kan dan als we permanente woningen realiseren. • We realiseren een groei van de voor­ raad middeldure huurwoningen met 2.000 via nieuwbouw, liberalisatie van sociale huurwoningen en aftoppen van dure huur. Zo werken we aan een gemengde stad en meer plek voor lage en middeninkomens.

• We kijken verder vooruit dan 2027. Wij delen de ambitie uit de Woondeal om tot en met 2030 27.000 nieuwe4 sociale huurwoningen te bouwen. Wij hebben hiervoor de ruimte en capaciteit, maar voor een deel van deze projecten moet nog een locatie worden gevonden. • Conform de NPA zetten we extra in op geclusterde ouderenwoningen. •  De inkomsten uit het verkopen van woningen zijn hard nodig om dit voor­ stel waar te maken. Wel voeren we een maatschappelijk verkoopbeleid. We zijn terughoudend in het verkopen van schaarse woningen zoals de grootste gezinswoningen en rolstoelwoningen. • In het geval van grootschalige sloop-­ nieuwbouw houden we het absolute aantal sociale huurwoningen bij voor­ keur in stand. Zo is er blijvend plek voor bewoners uit de buurt (om terug te keren). Gebiedsgericht moet er ruimte blijven voor maatwerk, bijvoorbeeld als de concentratie sociale huur zeer hoog is. • Bij de nieuwbouwprogrammering willen we waar mogelijk kijken naar effectieve manieren om doorstroming te stimuleren. We kijken daarbij breed, van onvrijwillig thuis­ wonende jongeren, te groot wonende oude­ ren tot gezinnen die niet passend wonen. Dit is hoe we willen samenwerken: • We zijn blij met het voornemen in het Woningbouwplan van de gemeente om ‘gewoon goede woningen’ te bouwen. Om de nieuwbouwambitie te realiseren,

 et inzicht in de individuele aantallen per corporatie op de realisatie van deze beoogde voorraadgroei van sociale en middeldure huur en tijdelijke woningen is te zien in de bijlage. H  et betreft hier de bruto nieuw te bouwen woningen, zonder onttrekkingen door sloop, verkoop, liberalisatie etc. H

8

Samen werken aan de stad

bouwen we overal conform het bouw­ besluit zonder allerlei aanvullende eisen. • We werken met een strakke planning en de kortst mogelijke doorlooptijd van projec­ ten. Het doel is dat vergunningen in één keer en binnen acht weken worden goedgekeurd. We vragen om onorthodoxe manieren om de vergunningprocedure te versnellen. Daar denken we graag over mee. • Samen met de gemeente beginnen we nu met het zoeken naar concrete, nieuwe locaties voor de 27.000 sociale huurwoningen die we willen bouwen tot en met 2030, om ook op de langere termijn de voorraadgroei te continueren en te zorgen voor voldoende woningen voor Amsterdammers. Het gebrek aan locaties is een van de grootste zorgen voor de komende periode. • Corporaties zijn transparant over hun verkoop- en liberalisatiebeleid. De ge­ meente biedt ruimte voor verkoop en liberalisaties zodat corporaties blijvend kunnen investeren in nieuwbouw en verduurzaming. Door middel van verkoop en liberalisaties werken corporaties ook aan het versterken van buurten. • Ook in de centrale stadsdelen Centrum, Oost, West en Zuid willen we woningen toevoegen. We gaan op zoek naar nieuwe bouwlocaties en manieren om daar in de bestaande voorraad sociale huurwoningen toe te voegen. Zo kunnen we gezamenlijk zorgen voor voldoende aanbod van sociale huur, óók in de stads­ delen Centrum, Zuid, Oost en West.

Samen werken aan de stad

• We vragen van de gemeente dat zij strengere eisen stelt bij ontwikkelingen op particuliere grond, zodat ook hier kwali­ tatief goede sociale huur­woningen wor­ den gebouwd, denk aan voldoende opper­ vlakte en gezamenlijke voorzieningen. •  Als een commerciële partij sociale huur realiseert, zullen ook zij deze wo­ ningen eerlijk en transparant moeten toewijzen aan lagere inkomens en bij­ zondere doelgroepen. • We blijven werken met een lage sociale grondprijs. Daarnaast is ook een lage grondprijs nodig voor eeuwigdurende middeldure huur. • Het plaatsen van flexwoningen is enkel zinvol wanneer ze sneller gerealiseerd kunnen worden dan permanente wonin­ gen. We vragen aan de gemeente com­ mitment en de bijbehorende capaciteit en locaties voor het toevoegen van flexwo­ ningen. Het initiatief ‘Stad van Intussen’ van zes Amsterdamse corporaties biedt hiervoor goede uitgangspunten. Daarnaast vragen we aandacht voor. - Snellere procedures. En de corporaties rekenen op de gemeente voor een bijdrage aan het afdekken van risico’s voor herplaatsing van flexwoningen. - Voor bewoners is het van belang dat de gemeente zorgt voor voldoende ondersteuning vanuit de zorg en an­ dere maatschappelijke instellingen voor de doelgroepen in de flexwoningen. Bovendien moeten plannen gemaakt worden voor de opvang van bewo­

ners die moeten verhuizen na afloop van een tijdelijke locatie. - Daarnaast zoeken we de samen­ werking om maatwerk te leveren in de samenstelling (we plaatsen bijvoor­ beeld maximaal 30% statushouders) en zien we een gedeelde verantwoor­ delijkheid voor het beheer, zorg en het waarborgen van de veiligheid. • Bij sloop-nieuwbouw is er ruimte voor verdichting. Zo houden we voldoende aan­ bod van sociale huurwoningen en kun­ ne n we bovendien middenhuur toevoe­ gen. Het Aanvullend Convenant Erfpacht (ACE) zetten we door, zodat sloop-nieuw­ bouw ook financieel mogelijk blijft. We gaan flexibel om met de cultuurhisto­ rische kaders en maken een lokale af­ weging voor de ruimtelijke kwaliteit. •  Volkshuisvesting stopt niet bij de gemeentegrenzen: We vragen de gemeente Amsterdam om lobbykracht in te zetten zodat buurgemeenten in de Metropoolregio Amsterdam niet alleen 30% sociale huur bouwen, maar ook toegroeien naar minimaal 30% sociale voorraad, die dan voor 30% ingezet wordt voor huisvesting van mensen in een kwetsbare situatie. •  De gemeente Amsterdam is achter­ vang voor de leningen die de WSW voor de Amsterdamse corporaties borgt. Wanneer corporaties meer lenen, moet de gemeente ook een grotere voorzie­ ning in haar begroting opnemen.

9

3. Betaalbaar wonen in een ongedeelde stad

Veel sociale huurders hebben moeite om rond te komen. De inkomens zijn laag of niet meegestegen met de toenemende kosten voor levensonderhoud en energie. We staan voor een ongedeelde stad waar iedereen kans moet hebben om in elk stadsdeel te wonen.

De komende jaren dragen corporaties veel bij aan de betaalbaarheid van het wonen. Vooral mensen met lage inkomens profiteren de komende jaren van een gematigd huurbeleid. We volgen hierbij de ambitieuze NPA5. De huren stijgen de komende jaren 0,5% minder dan de lonen. We verbeteren de woonlasten door wo­ ningen te isoleren. Daarvoor vragen we geen huurverhoging. In 2023 verlagen we, een jaar eerder dan gepland, de huren voor huurders met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Door deze huurverlaging én die van 2021 zijn alle sociale huurders in Amsterdam in 2023 op een huurniveau uitgekomen dat past bij het inkomen. Wij concentreren ons op wat we kunnen doen om te voorkomen dat huishoudens in financiële problemen komen. Dat begint met het aanbieden van een betaalbare huurwoning die past bij het inkomen. We komen tijdig in actie als er betaal­ problemen ontstaan.

5

Tegelijk zoeken we in samenspraak met onze landelijke en lokale partners in ons huurprijsbeleid nadrukkelijk de balans tussen betaalbaarheid en kunnen blijven bijdragen aan de opgaven op het gebied van verduurzaming, nieuwbouw en reno­ vatie. Gemeente én corporaties kunnen niet alle oorzaken van betaalbaarheid en betalingsproblemen oplossen. Het Rijk is aan zet om te zorgen dat niemand door het sociaal minimum heen zakt. We dragen als volgt bij aan de betaal­ baarheid van het wonen voor hen die dat het hardst nodig hebben: Dit willen we gaan doen: • Voor huishoudens die op het sociale huursegment zijn aangewezen zorgen we ervoor dat onze woningen betaal­ baar zijn. Daarbij hebben we oog voor een goede balans in onze complexen, wijken en de stad. - In Amsterdam wordt gemiddeld 70% van de zelfstandige sociale woningen

aangeboden onder de hoge aftop­ pingsgrens (aan de primaire doelgroep). - Corporaties kunnen hier op stads­ deelniveau van afwijken in het be­ lang van de leefbaarheid. In buurten waar de corporaties zien dat leef­ baarheid onder druk staat, wijzen de corporaties meer woningen toe tus­ sen de hoge aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens (aan de secundaire doelgroep). En we maken gebruik van de 15% (7,5%+7,5% extra) wette­ lijke ruimte om woningen toe te wij­ zen aan hogere inkomens. Ter com­ pensatie wijzen we in draagkrachtige buurten meer woningen toe aan de primaire doelgroep. Zo blijven we stadsbreed minimaal 70% van de wo­ ningen toewijzen aan de primaire doelgroep. • Mensen met middeninkomens raken in Amsterdam steeds meer in de knel op de woningmarkt. Wij willen een bij­ drage leveren aan het oplossen van dit probleem. Deze mensen hebben recht op de stad, en de stad heeft hen nodig. Door middel van ons huurbeleid zorgen we ervoor dat huurwoningen die betaal­ baar zijn voor huishoudens met een middeninkomen ook daadwerkelijk bij hen terechtkomen. - We verhuren middenhuurwoningen voor maximaal € 1.131 (op 140% van de liberalisatiegrens) met voorrang aan huishoudens met een jaarin­ komen tot € 69.575.

De Nationale Prestatieafspraken en het rijksbeleid volgend, houden we hier ook de huurgrenzen en normen van de Rijksoverheid aan om betaalbaarheid te definiëren. Deze passen we aan bij wijzigingen.

10

Samen werken aan de stad

- We verhuren minimaal 50% van onze middenhuurwoningen voor een huur­ prijs onder € 1.010 (geïndexeerd op 125% van de liberalisatiegrens). • De komende jaren volgen de corpora­ ties een gematigd huuraanpassings­ beleid in lijn met de NPA: - In 2024 en 2025 neemt de huursom toe met de CAO-looninflatie -0,5%. - In 2026 en 2027 neemt de huursom toe met de consumentenprijsindex +1%, tenzij door de wetgever anders be­ sloten wordt. - We maken gebruik van de wettelijke ruimte om een inkomensafhankelijke huurverhoging te gebruiken voor in­ komensgroepen die door de wetgever worden aangewezen. Deze huurver­ hogingen tellen niet mee in de huur­ som. De extra investeringsruimte die daardoor gecreëerd wordt investe­ ren we in verbetering van de kwali­ teit en verduurzaming van ons bezit. - We brengen inkomensondersteunings­ regelingen vanuit de gemeente onder de aandacht bij huurders die daar mogelijk voor in aanmerking komen. - De invulling van het huuraanpas­ singsbeleid is onderwerp van gesprek tussen corporatie en de eigen huur­ dersvertegenwoordiging. Hierbij wordt het in de Wet Overleg Huurders Ver­ huurders (WOHV) vastgelegde advies­ traject zorgvuldig doorlopen.

Samen werken aan de stad

Dit is hoe we willen samenwerken: • Voor individuele huurders die in de knel komen is een specifieke aanpak belangrijk. Daarom willen we de maat­ regelen over vroegsignalering en huur­ schulden uit de huidige prestatieaf­ spraken graag continueren en waar nodig aanscherpen. Om dit tot een succes te maken is samenwerking met gemeente, huurders en andere belanghouders essentieel. • We waarderen dat de gemeente ook veel aan betaalbaarheid doet en dat zicht­ baar maakt via de ‘Pak je Kans’-web­ pagina van de gemeentelijke website. We vragen de gemeente dit door te zetten en uit te breiden als omstandig­ heden daarom vragen. • We vragen de gemeente om de lobby te blijven voeren richting het Rijk om het inkomensbeleid te laten aansluiten bij te hoge woonlasten voor huurtoe­ slaggerechtigden. • Wij vragen onze partners om de NPA en het landelijke huurbeleid aan te houden, en geen aanvullende wensen te stellen. Extra’s op het gebied van betaalbaarheid hebben direct effect op wensen gericht op beschikbaarheid en kwaliteit.

11

4. Een passende woning en meer doorstroming

We willen een stad die toegankelijk is voor bewoners in verschillende fases van hun leven. Onze huurders moeten ook op langere termijn prettig kunnen wonen in een woning met een huurprijs die past bij de woning en het inkomen, maar ook in een woning die wat betreft aantal kamers en oppervlakte past bij de samenstelling van het huishouden. We zien dat een deel van onze woningen nu niet passend is bewoond. Zo wonen er ouderen in woningen met steile trappen en alleenstaanden in woningen die geschikt zijn voor een gezin

Als corporaties dragen we bij aan op­ lossingen hiervoor. In de toewijzing door aan de voorkant te sturen op een pas­ sende verhuring van de vrijkomende woningen en door in te zetten op het verleiden van huurders die nu niet pas­ send wonen. Dit doen we met passend aanbod en het bieden van zekerheid in het wonen. Dit willen we gaan doen: Samen met de gemeente willen de corporaties zowel de uitvoering van de bestaande regelingen voor doorstroming verbeteren als het geheel van regelingen verbeteren. We kijken waar we met een ruimere toepassing van de bestaande regelingen een grotere groep huishou­ dens aan een passende woning kunnen helpen. Hierbij kijken we ook naar de behoeften van dat huishouden, naast de kenmerken van een passende woning,

12

met andere woorden; we willen niet al­ leen denken in oppervlakte en aantal kamers, maar kijken naar wat nodig is. We willen in ieder geval het volgende doen: • We breiden de regeling Van Groot Naar Beter uit. We sluiten aan bij de NPA waar het gaat om de doorstroming van ouderen te stimuleren. Hierbij denken we onder andere aan huurgewenning, een wooncoach, bewustwordingscampag­ nes, voorrangsregelingen en een ver­ huiskostenvergoeding. Om de regeling nóg aantrekkelijker te maken bieden we ook als zij naar nieuwbouw verhuizen de verhuizers aan dat de oude huur meegenomen wordt naar de nieuwe woning. • We bieden minimaal 50% van onze wo­ ningen in het middensegment aan met voorrang voor huurders die een sociale huurwoning achterlaten.

• Zekerheid in het wonen vinden we van groot belang en we zetten daarom in op verleiden tot doorstroming. Voor een beperkt aantal schaarse woningen, zoals rolstoelwoningen en grote gezins­ woningen, is dat echter niet toereikend. We willen samen vormen van tijdelijk­ heid voor deze schaarse woningen nader uitwerken, waarbij de woonzeker­ heid is gegarandeerd. Dit is hoe we willen samenwerken: • Het thema doorstroming staat zowel in de AAV van de gemeente als in de visie van de corporaties op een promi­ nente plek. We willen hierbij samen met de huurders en de FAH kijken wat er wél kan, onder welke voorwaarden. Dat geldt zowel voor het opstellen van een plan van aanpak ter bevordering van de huidige doorstroomregelingen en de uitvoering van de regelingen, als bij het samen bedenken en uitvoeren van nieuwe manieren om doorstroming te bevorderen. De behoefte van de huurders, en wat nodig is om hen te verleiden om meer passend te wonen staat centraal. Ook de zekerheid van huurders moet kunnen worden ge­ borgd, wettelijk en bijvoorbeeld door heldere afspraken aan de voorkant over passende vervolghuisvesting. •  We trekken samen beter op in de actieve informatievoorziening richting huurders over de regelingen. • Er zijn verschillende drempels voor

Samen werken aan de stad

mensen om te verhuizen. Samen met gemeente en huurders willen we breder kijken naar het wegnemen van drempels. - We vragen van de gemeente een ruimere toepassing van de verhuis­ kostenregeling zodat deze meer inge­ zet kan worden. - Verhuizen is intensief, waardoor veel mensen hier tegenop zien en de stap uiteindelijk niet nemen. Daarom wil­ len we in samenwerking tussen de gemeente en de corporaties een pilot initiëren, gericht op het opzetten van een verhuisservice met verhuiscoa­ ches om doorstromers te ontzorgen rond de verhuizing. We vragen de ge­ meente om waar nodig extra kosten voor haar rekening te nemen.

Samen werken aan de stad

13

5. Jongeren en studenten horen bij de stad

Jongeren en studenten spelen een belangrijke rol in Amsterdam. Zij dragen bij aan de levendigheid van de stad en vormen de basis voor haar onderwijsinstellingen. De Amsterdamse corporaties willen jongeren, van binnen en buiten de stad, daarom de kans bieden om in Amsterdam hun wooncarrière te starten. En daarom is de groei van het aantal woningen voor jongeren en studenten in de nieuwbouw essentieel.

De doelgroep jongeren bestaat uit ver­ schillende groepen, zoals werkende jongeren, studenten en jonge gezinnen, met elk een eigen, specifieke woon­ vraag. Met ook elk hun eigen opleiding, gender, leeftijd en culturele achter­ grond. Om al deze jongeren voldoende kansen te bieden, reserveren we een deel van onze woningvoorraad specifiek voor jongeren en studenten. Deze groepen blijven we wel scheiden, gezien hun verschillende levensfase, levensritmes en leefstijlen. We zien dat de voorraad betaalbare jongeren -en studenten­ woningen krimpt o.a. door het uit exploi­ tatie gaan van tijdelijke woningen en de focus op dure ‘sociale’ studentenhuis­ vesting die in de markt is gerealiseerd. Dit terwijl de vraag naar betaalbare woonplekken ook voor deze doelgroe­ pen blijft stijgen. We blijven ons inzetten voor voldoende woningen voor deze groepen, door nieuwe woningen te bouwen en de be­

14

staande voorraad beter te benutten, ook met woningdelen. Ook flexwoningen kunnen hiervoor wor­ den gebruikt en bieden in sommige ge­ vallen een uitkomst. Het is echter wel een tijdelijke oplossing, waarbij na 10 tot 15 jaar een dubbele inspanning geleverd moet worden voor vervanging én uit­ breiding om de stijgende behoefte op te vangen. Dit willen we gaan doen: • We zetten ons als corporaties in voor voldoende permanent betaalbare wo­ ningen voor jongeren en studenten in de periode van 2024-2027 in zowel de bestaande voorraad als bij nieuw­ bouw, zowel in de stad als in de regio. • We zetten het jongerencontract in wan­ neer dat passend is voor de doelgroep. • We onderzoeken hoe we de bestaande woningen via woningdelen beter kun­ nen benutten voor onder meer jonge­ ren en studenten.

Dit is hoe we willen samenwerken: • We vragen de gemeente om zich te blijven inzetten voor voldoende voor­ raad van sociale betaalbare studentenen jongerenhuisvesting, zoals bij het gunnen van grond voor nieuwbouw. • We vragen van de gemeente de moge­ lijkheid om als woningcorporatie zelf te beoordelen welke woningen en welke contractvormen het beste passen bij de verschillende groepen jongeren. • We vragen de gemeente om vergunnings­ vrij woningdelen voor woningcorpora­ ties toe te staan, bij zowel sociale huur als vrije sector huur. • We willen vasthouden aan de doelstel­ lingen van het Landelijk Actieplan Stu­ dentenhuisvesting en vragen ook de gemeente zich hieraan te committeren en uitvoering aan te geven. • We willen samen met de gemeente de onderwijsinstellingen en studenten­ organisaties betrokken houden, in een nader af te spreken samenwerkings­ vorm.

Samen werken aan de stad

6. Een (t)huis voor mensen met een kwetsbare positie op de woningmarkt

Iedereen heeft een (t)huis nodig. Sommige woningzoekenden moeten vanwege hun persoonlijke situatie een nieuwe of bijzondere start maken op de woningmarkt. Denk aan mensen die uitstromen uit een intramurale (zorg) instelling of uit detentie, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders en dak- en thuisloze mensen. Zij hebben extra hulp nodig om tijdig nieuwe woonruimte te vinden.

We werken samen met de gemeente en zorgaanbieders om te voorzien in pas­ sende woonplekken en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben om goed te landen in hun nieuwe (t)huis in een nieuwe woonomgeving. Dit willen we gaan doen: •  We willen maximaal 30% van onze jaarlijkse nieuwe verhuringen (uitgaan­ de van het voorgaande jaar) bestemmen voor huurders die zich in een kwets­ bare situatie bevinden zoals die in het Programma Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (PHKG), WLZ, rolstoel­ gebruikers en slachtoffers van de toeslagenaffaire. Jaarlijks kunnen we vervolgens in overleg met elkaar (wo­ ningcorporaties, gemeente en zorgin­ stellingen) het absolute aantal toewij­ zingen bepalen voor het volgende jaar. • Als het gaat om permanente interme­ diaire verhuur nemen we de verhuur van deze woningen mee in de 30% van

Samen werken aan de stad

het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen, ongeacht de finan­cieringsbron van de zorg. We huisvesten hier im­ mers kwetsbare Amsterdammers die anders in een veel duurdere zorgin­ stellingen moeten verblijven. • Voor de economisch daklozen blijven we inzetten op tijdelijke huisvesting via concepten als Onder de Pannen en Tijdelijk onder Dak. • Voor de complexen met verschillende doelgroepen en de nog te realiseren flexlocaties willen corporaties per complex het percentage kwetsbare doelgroepen (inclusief statushouders) bepalen, rekening houdend met de aard en de grootte van het complex, de voor­ zieningen in de buurt en de onder­ steuning die beschikbaar is. • We evalueren de Tien Werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ in 2024, passen deze zo nodig aan en zorgen ervoor dat af­ spraken tussen de partijen worden opgevolgd.

Dit is hoe we willen samenwerken: •  Binnen het Programma Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen, de gemeng­ de complexen en de projecten Onder de Pannen en Tijdelijk onder Dak werken we samen met de gemeente en de zorgaanbieders, ieder vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid. Wij kun­ nen onze bijdrage aan deze samen­ werking alleen doen als de andere partners hun verantwoordelijkheid blijven nemen. Dit gaat onder andere over financiering van de zorg en vol­ doende te matchen huishoudens en personeel om cliënten te begeleiden. • In de stuurgroep van het Programma Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen monitoren we gezamenlijk de toewij­ zing van woningen aan specifieke doelgroepen. Besluiten over het bij­ stellen van afgesproken aantallen en verdeling van doelgroepen worden genomen in de stuurgroep. •  Binnen het Programma Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen werken we samen met de gemeente en zorgaan­ bieders om mensen die begeleiding nodig hebben bij het zelfstandig wonen zo passend mogelijk te huisvesten. Dit doen we door samen zorgvuldig te matchen en samen te werken volgens de Tien Werkafspraken en de Omslagroute. •  Voor de gemengde wooncomplexen voor statushouders en woonstarters maken we werkafspraken met onze partners om de samenwerking, het

15

beheer en de ondersteuning voor kwetsbare statushouders op orde te krijgen. Insteek is dat de kwetsbare statushouder het recht heeft om ge­ bruik te maken van dezelfde voorzie­ ningen als de kwetsbare Amsterdam­ mer. Onderdeel daarvan is een escalatiemodel voor het handelen bij complexere casuïstiek. • De ondersteuning voor statushouders door zorg- en welzijnspartners is be­ schikbaar gedurende de gehele loop­ tijd van het gemengde complex/de flexlocatie. • We blijven investeren in de werkpro­ cessen en de samenwerking met de gemeente en zorgaanbieders, onder andere via de kwartaalbijeenkomsten van het implementatieteam Tien Werk­ afspraken en Omslagroute. Daarnaast stellen we een inwerkprogramma op voor nieuwe medewerkers van de drie partijen. • We monitoren samen met de partners en de stadsdelen de draagkracht en de draaglast van een buurt. Als een buurt of complex te kwetsbaar wordt, maken we afspraken over extra inter­ venties, waaronder aanpassingen in de toewijzing om de kwetsbaarheid te herstellen. De gemeente is hierin on­ misbaar als regisseur en partij die het overzicht heeft in de buurt. Dit heeft een relatie met het thema leefbaarheid.

16

Samen werken aan de stad

7. Z  o lang en zo zelfstandig mogelijk thuis wonen

Iedere Amsterdammer heeft het recht om zo lang en zo zelfstandig mogelijk thuis te kunnen wonen. Dat geldt in het bijzonder voor ouderen en mensen met een (fysieke en/of psychische en/of verstandelijke) beperking. Ons doel is dat bewoners zelfredzaam kunnen wonen, al dan niet met ondersteuning. Huurders moeten goed kunnen landen in de wijk, waar maatschappelijke voorzieningen op orde zijn en waar ze elkaar kunnen ontmoeten.

De regierol van de gemeente en toe­ gankelijke maatschappelijke voorzie­ ningen, is hierin cruciaal. Goed landen in de wijk draagt bij aan veerkrachtige wijken waar het prettig wonen en samen­ leven is. De nabijheid van zorg en welzijn in de woonomgeving is essentieel en van toegevoegde waarde voor langer zelfstandig wonen. Het voorkomt een­ zaamheid en de maatschappelijke kosten zijn lager. Corporaties zetten zich in voor goede lokale samenwerking met gemeente, zorg en welzijn. Wanneer bewoners in de problemen komen en zorg nodig hebben en/of overlast veroorzaken melden we dit. Woonoverlast is vaak een indicatie van onderliggende proble­ men. Het is van belang voor de bewo­ ner én de buurt dat professionals el­ kaar goed weten te vinden en opschalen als het nodig is.

Samen werken aan de stad

Dit willen we gaan doen: •  Door het bieden van woningen met permanente intermediaire verhuur­ contracten leveren de corporaties een bijdrage aan het woonzorgaanbod in de stad. Dat continueren we. • Per gebied streven we naar passende woonconcepten voor diverse doel­ groepen, waaronder senioren en sta­ tushouders. We onderzoeken op basis van een woonzorganalyse per gebied, in samenspraak met onze partners, de behoeften, de mogelijkheden en wat nog meer nodig is (denk aan het labe­ len van woningen, aanpassing van de huisvestingsverordening voor pas­ send toewijzen). Ons uitgangspunt is dat het wooncon­ cept een middel is en niet een doel op zich. Bij het realiseren van een bijzon­ der woonconcept in een bestaand complex nemen we de bewoners mee. Bij het realiseren van een gemeen­ schappelijke ruimte en community

building maken we structurele afspra­ ken over de financiering. Dat is rand­ voorwaardelijk voor het realiseren van een woonconcept dat voor een langere termijn kan bestaan. Dit is hoe we willen samenwerken: • Samen met de gemeente en zorg- en welzijnsaanbieders zorgen we voor prettig wonen voor al onze huurders en meer specifiek voor ouderen en men­ sen met een (fysieke en/of psychische en/of verstandelijke) beperking. We hebben elkaar hierin nodig vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid. • De regierol van de gemeente en toe­ gankelijke maatschappelijke voorzie­ ningen, van de huisarts tot het Buurt­ team en een ontmoetingsplek in de buurt, zijn cruciaal. Wij kunnen ruimte maken in ons vastgoed, de zorg- en welzijns­ aanbieder zorgt voor het programma en de gemeente voor de langdurige finan­ ciering van de zorg en voorzieningen. • Bij het geschikt maken en houden van woningen en wooncomplexen voor ou­ deren en mindervaliden werken we samen in het kader van de WMO. Aan­ passingen in de woning en de algemene ruimte zijn een voorziening vanuit de gemeente. •  We maken bindende werkafspraken met de gemeente over het aanvragen, plaatsen en verwijderen van aanpas­ singen in woningen en de algemene ruimte via de WMO.

17

8. Leefbare buurten

Corporaties staan voor een ongedeelde stad, een stad met buurten waar het prettig wonen is en waar oud en jong, arm en rijk zich thuis kan voelen, opgroeien en oud worden. Waar huidige bewoners zich gezien en gehoord voelen, maar waar ook ruimte is voor nieuwe bewoners. De diversiteit aan mensen maakt de stad en vraagt tegelijk verdraagzaamheid en zorgzaamheid om goed samen te leven.

In de meest kwetsbare buurten zetten we een stap extra om de buurten leef­ baarder te maken. Het verbeteren van de leefbaarheid vraagt om een integra­ le aanpak en ongelijk investeren om het geheel te verbeteren. De bijdrage van corporaties is in de basis gericht op kwaliteit van de woningen die ze ver­ huren en de directe fysieke leefomgeving. Naast het vernieuwen en verbeteren van woningen en ze goed op orde houden is meer nodig. Leefbaarheid is ook elkaar kunnen ontmoeten, het tijdig aanpakken van overlast en woonfraude, het voor­ komen dat buurten vervuilen en onveilig zijn en dat het voorzieningenniveau en het groen op orde is. We sturen ook op een gebalanceerde bewonerssamen­ stelling in buurten en complexen en een evenwichtig huurbeleid met een mix aan woningen voor verschillende inkomensgroepen. Hierbij werken we altijd samen met onze partners in de wijk, vooral in het sociale- en veilig­

18

heidsdomein, ieder vanuit de eigen ver­ antwoordelijkheid. De regie van de ge­ meente op de integrale aanpak is noodzakelijk om te borgen dat elke Am­ sterdammer de mogelijkheid heeft zelf­ redzaam te wonen, mee te doen in de samenleving en zich te ontwikkelen. Dit willen we gaan doen: • Corporaties prioriteren ieder een aantal interventiebuurten waarvoor ze hun beleid afstemmen om meer impact te maken op de leefbaarheid. Door een combinatie van een fysieke en sociale aanpak én in samenwerking andere relevante partners zoals de gemeente, zorg- en welzijnspartijen willen wij zo de veerkracht van die buurten vergroten. • We zetten ons daarnaast in voor geza­ menlijke gebiedsplannen met gemeen­ te en maatschappelijke partners. • We nemen verantwoordelijkheid om in deze interventiebuurten de samen­ werking op gang te brengen als dat

nodig is, maar pakken hierbij niet de regie van de gemeente over. Doel is het aanzwengelen van de samenwerking, het op gang brengen van het proces en het ondersteunen van andere par­ tijen in het pakken van hun rol. •  Voor prettig leven in de gemengde complexen zien we community buil­ ding als een must, zeker als er ook kwetsbare groepen wonen. • Daarnaast zorgen we in ons beheer ervoor dat complexen ‘schoon, heel en veilig’ zijn. We handelen bij overlast en schakelen indien nodig de verant­ woordelijke instanties in. • We bieden ruimte voor verschillende vormen van bewonersparticipatie. We ondersteunen bewonerscommissies en andere actieve bewoners die een bij­ drage willen leveren aan de leefbaar­ heid van hun buurt. We geven wanneer gewenst huurders regie over bijvoor­ beeld het beheer van (een deel van) hun complex. • Corporaties signaleren overlast en zor­ gelijke situaties aan de Meldpunten Zorg en Woonoverlast, of de Buurt­ teams Amsterdam. We maken graag werkafspraken over het bestendigen van de samenwerking en een escalatie­ model voor het handelen bij complexere casuïstiek. • Bij ernstige overlast en woonfraude willen we intensiever samenwerken met de gemeente om de last voor/in­ vloed op het woongenot van omwo­

Samen werken aan de stad

nenden te beperken. Daarbij verwach­ ten we dat de gemeente ons steunt als huisuitzetting onvermijdelijk is. Dit is hoe we willen samenwerken: • De inzet van de partijen in de wijken maakt pas echt impact wanneer die op elkaar afgestemd is. Daarom willen we de plannen die de corporaties heb­ ben voor vernieuwing en verbetering van woningen combineren met plannen van de gemeente voor de openbare ruimte. Zo werken we effectief samen aan de leefbaarheid. • Een belangrijke rol in de buurten is weggelegd voor het buurtteam, onder regie van het stadsdeel. We willen de samenwerking verbeteren door op­ nieuw te investeren in het verhelderen van de rolverdeling en doelen waar het gaat om gebiedsgericht werken. En hernieuwde, goed uitvoerbare werk­ afspraken formuleren. Daarnaast is het voor de continuïteit van ondersteuning in de wijken belangrijk om de nieuwe manieren van werken in het gebieds­ gericht werken te borgen voor de lan­ gere termijn. We stellen de gemeente voor om in twee of drie buurten als pilot de bestaande afspraken tegen het licht te houden en zo nodig aan te scherpen. • We verwachten dat de gemeente geld en capaciteit vrijmaakt voor gebieds­ gericht werken in de masterplange­ bieden. Als we deze lange termijn­

Samen werken aan de stad

plannen echt verder willen brengen, moeten we hier investeren in het doen. Dit vraagt om mensen met man­ daat die beslissingen kunnen nemen en ook echt in de buurten zelf aan de slag gaan. Dit betekent ook dat de inzet van de politie op orde is, zodat bewoners en professionals zich veilig voelen. • Als we allemaal onze rol pakken in de wijken en ongelijk investeren voor ge­ lijke kansen, betekent dit dat de cor­ poraties verantwoordelijk zijn voor leefbaarheid in de complexen, de ge­ meente voor de openbare ruimte en de voorzieningen, de welzijn- en zorg­ aanbieders voor de ondersteuning, de politie voor de veiligheid, et cetera. Alleen samen kunnen we de leefbaar­ heid op orde krijgen en houden. Belangrijk in de samenwerking is dus dat alle partners zich aan hun eigen verantwoordelijkheid houden. Soms moeten we daardoor ook informatie delen over bewoners. Dit doen we via de bestaande convenanten.

19

Bijlage I Tabellen bij het Samenwerkingsvoorstel van de Amsterdamse woningcorporaties 2024-2027

Tabel voorgenomen aanpak EFG-labels 2024-2027 bruto opgave* ultimo 2023

aantal weggewerkte EFG-labels 2024-2027

Bruto opgave* ultimo 2027

Rochdale

4.027

1.384

2.643

Stadgenoot

5.186

2.286

2.900

Eigen Haard

6.818

2.635

4.183

Ymere

8.003

3.052

4.951

de Alliantie

4.044

1.664

2.380

Lieven de Key

4.383

3649

734

Totaal

32.461

14.670

17.791

*Bruto opgave: totaal aantal woningen met pre-label EFG (volgens NTA8800) inclusief het aantal woningen waarvan geen pre-label berekend is maar het afgemelde label E,F of G is. In de bruto aantallen staan ook nog de woningaantallen waarvoor er in de NPA een uitzondering is opgenomen, zoals woningen met een monumentale status, woningen waarvoor sloop gepland staat en zogenoemde kleine woningen die volgens de voorgaande methodiek een beter label dan EFG zouden hebben. De definitie klein wordt nog nader uitgewerkt in de NPA en dit kan daarom nog niet van de bruto opgave afgetrokken worden.

Tabel voorgenomen voorraadontwikkeling sociale huur per corporatie 2024-2027 Lieven Rochdale Stadgenoot Woonzorg Ymere de Key

Totaal

120

1.648

1.536

1.624

338

1.655

10.968

0

0

0

0

0

0

0

0

-7

-273

0

-631

-477

-440

0

-760

-3.455

-467

0

-567

0

-226

-870

-757

0

-192

-3.079

Liberalisatie (saldo)

-166

0

-344

0

-84

-194

-129

-2

-274

-1.193

Saldo sociale huurwoningen

292

897

167

120

707

-5

298

336

429

3.241

De Alliantie

DUWO

Eigen Haard

Habion

Nieuwbouw zelfstandig

1.792

904

1.351

Nieuwbouw onzelfstandig

0

0

Verkoop

-867

Sloop

20

Samen werken aan de stad

Tabel voorgenomen voorraadontwikkeling middenhuur per corporatie 2024-2027 Lieven Rochdale Stadgenoot Woonzorg Ymere de Key

Totaal

De Alliantie

DUWO

Eigen Haard

Habion

Nieuwbouw­ opleveringen

458

0

234

0

0

209

407

13

0

1.321

Liberalisatie SH

166

0

344

0

84

194

85

2

274

1.149

Totaal

624

0

578

0

84

403

492

15

274

2.470

Lieven Rochdale Stadgenoot Woonzorg Ymere de Key

Totaal

Tabel voorgenomen voorraadontwikkeling zelfstandige flexwoningen per corporatie 2024-2027

6

De Alliantie

DUWO

Eigen Haard

Habion

Nieuwbouw tijdelijk

225

0

0

0

188

0

36

0

68

517

Sloop tijdelijk

0

0

0

0

-4866

0

0

0

0

-486

Saldo tijdelijke woningen

225

0

0

0

-298

0

36

0

68

31

Dit aantal is onder voorbehoud van overeenkomst met de gemeente voor het verlengen van de grondhuurovereenkomst van de locatie Zeeburgereiland tot 2029. Als dat niet mogelijk is komen hier nog 449 te slopen tijdelijke eenheden bij.

Samen werken aan de stad

21

Derkinderenstraat 20-5 1062 DB Amsterdam Postbus 9959 1006 AR Amsterdam www.afwc.nl info@afwc.nl T 020 346 0360

22

Samen werken aan de stad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12820082/1