CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Review 19 maatregelen bouwdynamiek

RAAD 7 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Actualiteit inzake onderkeldering en verzakking van een pand aan de Van Eeghenstraat3.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Update/herbeoordeling 2024 van maatregelen bouwdynamiek periode 2019 – 2022

Nr.

Maatregel

Eindresultaten eerste fase Bouwdynamiek (2019 – 2022)

Update en herbeoordeling 2024

Portefeuille/ organisatieonderdeel

Een aantal bestemmingsplannen is herzien/geactualiseerd. Per plangebied is nagegaan welke (beperkende) maatregelen relevant zijn t.a.v. bouwdynamiek. Waaronder: - maatregelen om uitbouwen in binnenterreinen/tuinen tegen te gaan; - eisen t.a.v. het vertraagd legen van waterberging; - beperken van mogelijkheden voor optoppingen; - inperken van de omvang van balkons; - beperken van bouwhoogtes van aanbouwen; - betere bescherming van cultuurhistorische waarden van orde panden.

Dit is geregeld in de bestemmingsplannen De Pijp 2018, Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022, Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (allemaal in Zuid), Oud-West 2018 en Westerpark Zuid (in West). Hiermee zijn de voornaamste bouwdynamiekgebieden in Zuid en West voorzien van een dergelijke regeling. Verdere uitrol in gebieden met minder bouwdynamiek zal onder de Omgevingswet gebiedsgewijs worden beoordeeld bij wijziging van het omgevingsplan. Wanneer hiertoe wordt besloten voor andere gebieden, zal dit nu eenvoudiger zijn, omdat de betreffende rijksregelgeving onder de Omgevingswet bij gemeenten is neergelegd en in het Omgevingsplan Amsterdam meer naar eigen inzichten kan worden ingericht.

Ruimtelijke ordening / R&D

A. Bestemmingsplan 1

2

3

Via bestemmingsplan vergunningvrij bouwen inperken.

Via paraplubestemmingsplan uitbouwen in Binnenterreinen/tuinen tegengaan.

In beschermde stadsgezichten, maar ook elders, conserverender bestemmingsplannen.

Deze maatregel is uitgevoerd en afgerond. Zie ook hieronder bij 2. In plaats van een paraplubestemmingsplan is eerder gekozen voor een gebiedsgewijze regeling, mede omdat de jurisprudentie voorschrijft dat een onderbouwing van een dergelijke regeling in voldoende mate als ‘locatiespecifiek’ dient te zijn. Dat maakt dit onderwerp niet erg geschikt voor een parapluregeling, maar de voornaamste bouwdynamiekgebieden zijn inmiddels ook al voorzien van een dergelijke regeling. Zie hiervoor onder 1.

Ruimtelijke ordening / R&D

Deze maatregel is uitgevoerd en afgerond. Zie ook hieronder bij 1. Dit is gebeurd in de onder 1 genoemde bestemmingsplannen in de voornaamste bouwdynamiekgebieden in Zuid en West. Inmiddels zijn ‘Oud-Zuid’ en de ‘Admiralenbuurt’ aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht

Ruimtelijke ordening / R&D

1

(november 2022). Bij de genoemde bestemmingsplannen is hier al op geanticipeerd. Verdere conservering in gebieden met minder bouwdynamiek zal onder de Omgevingswet gebiedsgewijs worden beoordeeld bij wijziging van het omgevingsplan. Wanneer hiertoe wordt besloten voor andere gebieden, zal dit nu eenvoudiger zijn, omdat meer rijksregelgeving onder de Omgevingswet bij gemeenten is neergelegd en in het Omgevingsplan Amsterdam meer naar eigen inzichten kan worden ingericht. Deze maatregel is uitgevoerd en afgerond. Zie ook hieronder bij 1 en 2.

B. Omgevingsvergunning 4

Bij verlenen omgevingsvergunning in afwijking bestemmingsplan effecten omgeving meewegen.

In de raadsbrief 13 februari 2019 (Nr. BD2019-003397) is toegelicht dat de afweging van de omgeving reeds onderdeel is van inhoudelijk beoordeling. De afweging tussen het belang van de aanvrager en het algemeen belang is een wettelijke verplichting.

Onder de Omgevingswet moet het omgevingsplan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties bevatten’. Ook bij de beoordeling of afgeweken kan worden van het omgevingsplan, moet de gemeente dit afwegen. De gemeente moet daarbij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarborgen. Dat belang krijgt een bredere invulling dan het belang van een goede ruimtelijke ordening (in de situatie vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verschillende gezondheidsaspecten en duurzaamheids-/milieuaspecten. Maar een ruimere rol voor bijvoorbeeld privaatrechtelijke aspecten is niet aan de orde. Er is dus weliswaar sprake van een bredere reikwijdte onder de Omgevingswet, maar deze kent ook weer geen ingrijpende inhoudelijke veranderingen ten opzichte van de oude situatie. Bovendien is voorlopig nog sprake van een soort overgangssituatie. Per 1 januari j.l. geldt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ (alle oude bestemmingsplannen en de zogenoemde bruisschatregels van het rijk) en wordt toegewerkt naar één omgevingsplan voor Amsterdam volgens de kaders van de Omgevingswet, waarin we alle oude bestemmingsplannen omvormen naar de nieuwe systematiek van de Omgevingswet en waarin meer ruimte is voor lokale regels en afwegingen.

Ruimtelijke ordening / R&D

Onder Omgevingswet: groter belang participatie De gemeenteraad kan op grond van de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarbij het organiseren van participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een aanvraag om omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan. Dit heeft ook plaatsgevonden bij besluit van 9 november 2022, waarbij voor alle

2

aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat participatie daarbij verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. In het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 zijn uitgangspunten opgenomen hoe participatie zal worden meegewogen bij de beoordeling van deze aanvragen. Dit zal in ieder geval als effect hebben dat omwonenden in een eerder stadium kunnen meepraten over bouwprojecten in hun omgeving. Dit verhoogt dan ook de mogelijkheid om plannen te beïnvloeden en effecten in de omgeving eerder onderdeel te laten worden in de planontwikkeling. Uiteindelijk geeft dit de gemeente betere inzichten bij de afweging of van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. De Omgevingswet gaat ten aanzien van deze maatregel niet alles veranderen, maar zet bijv. ten aanzien van participatie bij buitenplanse afwijkingen toch een betekenisvolle wijziging in gang. In de stad heeft de gemeenteraad dit verder versterkt door deze verplichting op te leggen voor alle buitenplanse afwijkingen. Hierbij wordt wel aangetekend dat bij de vaststelling van de eerste wijziging van het omgevingsplan (naar verwachting oktober 2024), een groot deel van de voorheen bestaande planologische kruimelgevallen (uit het Besluit omgevingsrecht) zullen worden opgenomen in de eerste wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam.

Voor die gevallen geldt dan straks de participatieverplichting niet meer. Deze maatregel was al een wettelijk verplicht onderdeel van de vergunningverlening en heeft met de Omgevingswet een sterkere positie gekregen. Deze maatregel wordt daarmee ook als afgerond beschouwd. 5

Bij verlenen omgevingsvergunning strikter toepassen van afwijkingenbeleid.

Het afwijkingenbeleid in West en Zuid is in 2019 herzien. De volgende beperkende maatregelen zijn opgenomen: - beperken van het realiseren van dakterrassen; - beperken van het realiseren van aanbouwen aan de achterzijde (inclusief eventuele kelders);

Er is geen dringende ruimtelijke aanleiding om het in 2019 ingrijpend aangepaste afwijkingenbeleid (voor kleinere ‘planologische kruimelgevallen’ die afwijken van het bestemmingsplan) in West en Zuid aan te passen. Er zijn toen aanmerkelijke beperkingen doorgevoerd. De mogelijkheden uit het afwijkingenbeleid zijn vormgegeven in de vorm van beleidsregels. Dat houdt in dat indien aan de voorwaarden wordt voldaan, de afwijking wordt vergund, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten. Daarnaast blijft het mogelijk om van dit afwijkingenbeleid af te wijken, wanneer aanvragen toch ruimtelijk inpasbaar worden beoordeeld. Dit betreft maatwerk. Overigens is de categorie planologische kruimelgevallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen te vervallen. Het

Ruimtelijke ordening / R&D

3

- beperken van het realiseren van balkons in breedte en diepte.

afwijkingenbeleid van Zuid en West geldt nog wel onverkort, maar met een andere juridische basis. Zie verder hiervoor onder 4. Deze maatregel is uitgevoerd en afgerond.

6

Bij verlenen omgevingsvergunning onderscheid tussen eigenaar- bewoner en eigenaar-verhuurder.

7

Vergunningenbeleid buurtspecifiek maken

Deze maatregel is onuitvoerbaar. De Wabo biedt bij de beoordeling van aanvragen van een omgevingsvergunning geen mogelijkheid om onderscheidt te maken tussen eigenaar-bewoner en eigenaar-verhuurder.

De hiernaast genoemde onuitvoerbaarheid is nog steeds van toepassing.

Het afwijkingenbeleid houdt rekening met buurtspecifieke aspecten.

De hiernaast gedane constatering is ongewijzigd. Wel moet hierbij worden vermeld dat dit buurtspecifieke vooral betrekking heeft op cultuurhistorische en stedenbouwkundige typeringen en kenmerken van buurten.

Bouwen / VTH

Deze maatregel is onuitvoerbaar en wordt dan ook als afgerond beschouwd. Ruimtelijke ordening / R&D

Deze maatregel was en is al onderdeel van de vergunningverlening. Deze wordt dan ook als afgerond beschouwd. 8

Uniformer en strikter toepassen van omgevingsvergunningen

C. 9

Vergunningverlening is aan regels gebonden en wordt correct uitgevoerd.

De hiernaast gedane constatering is nog steeds van toepassing.

In de raadsbrief 13 februari 2019 (Nr. BD2019-003397) is toegelicht dat reeds verleende omgevingsvergunningen geen weigeringsgrond is voor een nieuw te verlenen vergunning. Als iemand theoretisch gezien lang moet wachten om een verbouwing uit te voeren, omdat het maximum aantal

Eerder werd het stellen van een maximum niet als kansrijk gezien. Aangezien deze maatregel wel raakt aan de kern van de opgave (de concentratie van objecten en activiteiten zorgt vaak juist voor bovenmatige overlast) hebben we nader onderzocht of en hoe het juridisch en praktisch mogelijk is om een maximum te stellen aan het aantal tijdelijke objecten en/of tijdelijke verkeersmaatregelen.

Bouwen / VTH

Deze maatregel was en is al onderdeel van de vergunningverlening. Deze wordt dan ook als afgerond beschouwd.

Overlast Via APV maximum aan overlast per straat/buurt stellen

Openbare ruimte / V&OR

Daar is uit naar voren gekomen dat het technisch-juridisch gezien mogelijk is om een maximum aan het aantal te verlenen objectvergunningen in te stellen, maar

4

verbouwingen in zijn straat of buurt al is bereikt, verhoudt dat zich slecht tot de mogelijkheid die er bestaat om een niet uitgevoerde omgevingsvergunning na 26 weken in te trekken. Wel zouden beleidskaders strikter kunnen worden toegepast voor het plaatsen van objecten in de openbare ruimte.

dat er ook een aantal belangrijke bezwaren aan kleven. Zo moet goed onderbouwd worden waarom vanaf een x-aantal objecten sprake is van bijvoorbeeld teveel hinder of teveel afbreuk aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Omdat dit altijd afhankelijk is van de specifieke situatie en de aanvraag is dit a priori moeilijk/niet te bepalen. Daarnaast is het instellen van een maximum ook lastig uitvoerbaar – zowel vanuit de kant van de aannemers als vanuit de gemeente. Al met al constateren we dat het instellen van een maximum geen effectieve maatregel is om de overlast door bouwactiviteiten te verminderen. Verder is eerder aangegeven dat het verscherpen van de voorwaarden voor afzonderlijke aanvragen kan helpen om de overlast verder te beperken. In dat licht heeft in stadsdeel West in 2021-2022 de pilot parkeerdrukregeling plaatsgevonden. Tijdens deze pilot werden per aanvraag maximaal twee parkeervakken uitgegeven voor het plaatsen van tijdelijke bouwobjecten, tenzij de noodzaak tot meer plekken goed gemotiveerd werd. Deze pilot bleek succesvol maar heeft geen structureel vervolg gekregen. We bouwen voort op de pilot en gaan op een aantal (drukke) plekken in de praktijk aan de slag met het verscherpen van gebiedsspecifieke voorwaarden.

Een belangrijk aandachtspunt en onderdeel hiervan is dat verscherpingen effecten hebben in ieder stap van de keten, en een goede samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke directies vereisen. Deze maatregel is onderzocht, maar heeft een aantal belangrijke bezwaren. We werken dit nader uit in de vervolgaanpak bouwdynamiek. Aanvullend kijken we naar het verscherpen van de voorwaarden voor afzonderlijke aanvragen.

10

Bereikbaarheid-, leefbaarheid-, veiligheid-, en communicatieplan verplichten bij kleine projecten.

Op verschillende plekken is geëxperimenteerd met het verplicht stellen van aandacht voor communicatie en leefbaarheid door de initiatiefnemer. Resultaat hiervan is dat het plaatsen van een Bouwbord sinds mei 2020 is opgenomen in de

Op het (verplicht gestelde) bouwbord staan de contactgegevens van de uitvoerder, wat er gebouwd wordt én wat de verwachte einddatum van de werkzaamheden is. De interne gemeentelijke werkwijze rondom het Bouwbord functioneert over het algemeen goed. Een aandachtspunt is wel dat de toezichthouders hier niet altijd voldoende op letten. Dit is en wordt binnen VTH opnieuw onder de aandacht gebracht.

Bouwen / VTH

Op straat is te zien dat het Bouwbord lang niet altijd wordt gebruikt. Aanvullend op meer/beter toezicht kan het ook helpen om de aanvragers en uitvoerders bewust te maken van het (verplichte) Bouwbord. Dit nemen we mee in de

5

vergunningsvoorwaarden van de Omgevingsvergunning.

bredere communicatie rondom bouwvergunningen en –overlast. Bijvoorbeeld door een handreiking of een format. Dit wordt verder uitgewerkt als onderdeel van de vervolgaanpak bouwdynamiek. Deze maatregel is (deels) uitgevoerd en wordt als afgerond beschouwd.

11

Hogere prioriteit aan handhaving in openbare ruimte.

THOR is gestart met een team toezichthouders specifiek om overlast in de openbare ruimte als gevolg van bouwen tegen te gaan.

Van april 2023 tot april 2024 heeft THOR samen met de stadsdelen een pilot uitgevoerd met gebiedsgericht toezicht voor bouwactiviteiten. Deze pilot bouwde voort op een werkwijze die door stadsdeel West was ontwikkeld als onderdeel van de aanpak bouwdynamiek. Inmiddels heeft THOR besloten om de pilot te bestendigen. Dit betekent dat ieder stadsdeel structureel één extra toezichthouder heeft die zich specifiek richt op bouwgerelateerde hinder. Op basis van de ervaringen en lessen van het afgelopen jaar wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het gebiedsgericht toezicht.

Openbare ruimte / THOR

Deze maatregel is uitgevoerd en wordt momenteel nog verder doorontwikkeld. Dit wordt meegenomen in de vervolgaanpak bouwdynamiek. D. Overig 12

13

Maximum stellen aan vergroten woning

In grondwateradviezen van Waternet meer rekening houden met omgeving.

In de raadsbrief 13 februari 2019 (Nr. BD2019-003397) is toegelicht dat er nadelen kleven aan deze maatregel en de voorkeur wordt gegeven aan goede afweging binnen het bestemmingsplan en het afwijkingenbeleid om overlast tegen te gaan.

Zie ook punten 1, 3, 4 en 5. Dit is gebeurd middels het beperken van het vergunningsvrij bouwen in de onder 1 genoemde bestemmingsplannen en aanpassing van het afwijkingenbeleid.

Waternet besteedt in het advies op de omgevingsvergunning ook aandacht aan Rainproof en het realiseren van waterberging bij aanbouwen.

De hiernaast gedane constatering is nog steeds van toepassing.

Ruimtelijke ordening / R&D

Deze maatregel is – zij het op iets andere wijze – uitgevoerd en afgerond.

Bouwen / VTH

Deze maatregel was en is al onderdeel van de vergunningverlening. Met het paraplubestemmingsplan is het grondwater daar nog sterker onderdeel van geworden. Deze maatregel wordt daarmee als afgerond beschouwd.

6

Daarnaast is in oktober 2021 het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld. Waarmee het in Amsterdam niet is toegestaan om kelders aan te leggen die een negatieve invloed hebben op de stand en stroming van het grondwater. 14

15

16

Meer betalen voor in gebruik nemen van parkeerplaatsen

In de legesverordening zijn de tarieven voor het gebruik van parkeerplaatsen (voor het plaatsen van objecten) flink verhoogd.

Zie hiernaast.

Korting geven op leges bij vooraf akkoord met buren.

In de raadsbrief 13 februari 2019 (Nr. BD2019-003397) is toegelicht dat deze maatregel weinig effect zal hebben i.v.m. beperkte hoogte van de bedragen en het meerwerk dat het zou opleveren.

De hiernaast gedane constatering is nog steeds van toepassing.

De bescherming van orde 2 panden is meegenomen in de actualisaties van bestemmingsplannen.

Aanvullend aan de hiernaast gemaakte opmerking het volgende:

Aanpassen van ordewaardering en/of welstand voor binnenterreinen en gebouwen eromheen.

Openbare ruimte Dienstverlening / DVL

Deze maatregel is uitgevoerd en afgerond.

Bouwen / VTH

Deze maatregel zien we niet als voldoende effectief en wordt daarmee als afgerond beschouwd.

-

-

Erfgoed en Cultuurhistorie / M&A

In de basisregelset van de ontwerp wijziging Omgevingsplan (die naar verwachting in oktober 2024 wordt vastgesteld), is een gelijkschakeling opgenomen voor rijksbeschermde en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Dit gaat bijvoorbeeld betekenen dat vergunningplichten die gelden in rijksbeschermde stadsgezichten, straks ook gaan gelden voor gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Met vergunningplichten kan straks dus meer worden gestuurd op (de al dan niet inpasbaarheid van) kleinere bouwplannen zoals aanbouwen. Naar aanleiding van de aangenomen motie 1317 wordt momenteel ook gewerkt aan een paraplubestemmingsplan voor de gehele stad waarin voor de (nu nog niet beschermde) huidige orde-1 en 2 panden die niet beschermd zijn een sloopvergunningstelsel zal worden opgenomen. Dit bestemmingsplan is vertraagd en omdat onder de Omgevingswet geen

7

-

ontwerpbestemmingsplannen meer worden voorgelegd, wordt nu bekeken in welke vorm de regels zullen worden voorgelegd en vastgesteld. Naar aanleiding van motie 1736 is inmiddels begonnen met een actualisering van de waarderingskaart van de 19de-eeuwse Ring. Bij eerdere inventarisatie is gebleken dat de waarderingen die zo’n 20 jaar geleden zijn toegekend, niet meer aansluiten bij de huidige wetenschappelijke én maatschappelijke waardering voor de 19de-eeuwse architectuur. De Actualisering is net gestart en zal eind 2025 worden opgeleverd. Daarna start de bestuurlijke vaststelling van de geactualiseerde kaarten d.m.v. verankering in de welstandsnota.

Deze maatregel is (en deels wordt) uitgevoerd en wordt daarmee als afgerond beschouwd. 17

Verbeteren van bereikbaarheid, navolgbaarheid en communicatie stadsdeel/gemeente.

Per mei 2020 is het plaatsen van een Bouwbord opgenomen in de vergunningsvoorwaarden. Daarnaast is er op Amsterdam.nl meer informatie te vinden voor zowel degene die verbouwt als omwonenden.

Met de hiernaast genoemde maatregelen zijn stappen gezet om de overlast door bouwactiviteiten te verminderen door betere communicatie en informatie. Tegelijkertijd zien we ook dat hier nog veel winst te behalen.

Bouwen / VTH (maar ook andere portefeuilles en organisatieonderdelen)

Vanuit de activiteiten in stadsdeel West in de vorige bestuursperiode is naar voren gekomen dat bewoners veel behoefte hebben aan informatie over de vergunningverlening en de rechten en plichten van verschillende partijen bij bouwactiviteiten. Daarbij richten we ons in het bijzonder op informatie over het civielrecht. Hiermee kunnen bewoners zich (civielrechtelijk) beter positioneren. Deze maatregel is deels uitgevoerd. We nemen een aantal nieuwe maatregelen mee in de vervolgaanpak bouwdynamiek.

18

Aanstellen van onafhankelijke bewonersbehartiger

De maatregel is niet opgenomen en uiteindelijk geen onderdeel geworden van de bestuursopdracht.

In algemene zin zijn er voor bewoners al verschillende plekken waar hun belangen worden behartigd of een plek vinden. Zo kunnen Amsterdammers terecht bij de stadsdeelcommissies en bij de gemeenteraad, of bij de Ombudsman. Ook kennen de procedures rond te verlenen omgevingsvergunningen momenten waarop belangen kunnen worden ingebracht, zoals de zienswijze procedure en de bezwaarprocedure. Mede daarom is deze maatregel niet opgenomen in de uiteindelijke bestuursopdracht.

Bouwen / VTH

Naderhand is echter nog wel onderzocht op welke wijze het idee van een onafhankelijk bewonersbehartiger vorm kan worden gegeven. In stadsdeel West is dat gedaan door het inrichten van het BuurtLab, waarmee verschillende

8

bewoners (zowel uit stadsdeel West als Zuid) met het stadsdeel in gesprek gingen over het beleid, bijvoorbeeld voor bouwplannen die afwijken van de bestemmingsplanregels. Ook is in het BuurtLab destijds de mogelijkheid van grondwaterneutrale kelders verkend. Ook het rapport van Prof. J. Struiksma over de dilemma's bij vergunningverlening is mede op initiatief van het BuurtLab opgesteld. Met het BuurtLab werd tegelijkertijd ook duidelijk dat de rol en bevoegdheden van zo'n groep bewoners lastig in te regelen en daarmee te formaliseren was. Vooral de vraag welke belangen worden vertegenwoordigd en daarmee welke zwaarte daaraan toegekend moet en kan worden maakte dat in de (juridische) praktijk deze belangen maar lastig een plek konden krijgen bij de weging. Deze maatregel blijkt niet voldoende uitvoerbaar en effectief. Deze wordt dan ook als afgerond beschouwd. Wel gaan we op andere manieren inzetten op betere communicatie en informatievoorziening (zie ook 17). 19

Onderzoeken of wijken tot rijksbeschermd stadsgezicht kunnen worden genoemd.

Hoewel het tegengaan van de negatieve effecten bijvangst kan zijn bij het benoemen van gebieden tot rijks/gemeentelijk beschermd stadsgezicht, kan alleen de reden van bouwdynamiek geen aanleiding zijn om een gebied tot beschermd gezicht aan te wijzen.

Het rijk gaat er niet meer toe over nieuwe rijksbeschermde stadsgezichten aan te wijzen. Inmiddels zijn de Admiralenbuurt (West), Oud-Zuid (Zuid) en Betondorp (Oost) aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Onder 16 is verder al toegelicht dat in de basisregelset van de ontwerp wijziging Omgevingsplan, een gelijkschakeling is opgenomen voor rijksbeschermde en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Dit gaat bijvoorbeeld betekenen dat vergunningplichten die gelden in rijksbeschermde stadsgezichten, straks ook gaan gelden voor gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Met vergunningplichten kan straks dus ook in gemeentelijk beschermde stadsgezichten meer worden gestuurd op (de al dan niet inpasbaarheid van) kleinere bouwplannen zoals aanbouwen. Deze wijziging van het omgevingsplan is voorzien in Q4 2024. Deze maatregel wordt als afgerond beschouwd.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14676139/1