CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Regels Bp Cluster 7

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 9 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Cluster 7” Nr. VN2022-0133244.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Cluster 7

Ontwerp voor vaststelling

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Cluster 7

Colofon

Opdrachtgever

3W & Blauwhoed

Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaanheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.T2102BPGST-VG01

Datum print

23 Maart 2022

Planstatus

ontwerp voor vaststelling

blz. 3

Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk1

5 Inleidende regels

6

Begrippen Wijze van meten

6 12

Bestemmingsregels

13

Gemengd Verkeer - 1 Verkeer - 3

13 16 17

Algemene regels

18

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

18 19 21 23

Overgangs- en slotregels

24

Artikel 10 Overgangsrecht bouwwerken Artikel 11 Overgangsrecht gebruik Artikel 12 Slotregel

24 25 26

Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk4

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 5

Regels

Gemeente Amsterdam

blz. 6

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels Begrippen

plan

het bestemmingsplan Cluster 7 met identificatienummer NL.IMRO.0363.T2102BPGST-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6

bebouwingspercentage

een in het bestemmingsplan aangegeven percentage dat de grootte van het te bebouwen deel van een bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft, waarbij kelders en souterrains niet mee worden gerekend, tenzij anders is bepaald; 1.7

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.8

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.9

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 7

1.11

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.12

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere- en parkeerlagen niet inbegrepen; bouwlagen worden geteld zoals weergegeven in het volgende figuur:

1.13

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.14

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.15

culturele voorziening

Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.16

dagelijks bestuur

het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost; 1.17

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.18

evenementen categorie 1

Laag profiel: dit zijn kleinschalige evenementen met een lokale uitstraling en aantrekkingskracht voor met name de bewoners van Zuidoost.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

1.19

evenementen categorie 2

Medium profiel: dit zijn grootschalige en middelgrote evenementen; stedelijke/regionale evenementen met aantrekkingskracht voor een breed publiek. Deze evenementen worden bezocht door grote aantallen bezoekers: > 2.000. 1.20

evenementen categorie 3

Hoog profiel: grootstedelijke evenementen; bovenstedelijke/nationale evenementen met een nationale uitstraling en nationale publiekstrekkers. Deze evenementen worden bezocht door aanzienlijk veel bezoekers: > 10.000. 1.21

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22

geohydrologisch rapport

het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht:

de bodemopbouw; de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; de grondwaterfluctuatie; de grondwaterstroming; de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen. 1.23

grondwaterneutraal bouwen

het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag en welvorming. 1.24

horeca van categorie 1

een voorziening waar al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren worden verkocht, zoals fastfoodrestaurants, cafetaria's, snackbars en shoarmazaken; 1.25

horeca van categorie 2

een voorziening: a. waar muziek ten gehore wordt gebracht en de gelegenheid wordt geboden tot dansen, zoals dancings en discotheken; b. waar zalen aan (besloten) gezelschappen worden verhuurd, inclusief de verkoop van dranken en spijzen, zoals zaalverhuurbedrijven; c. waar verenigingen tot bevordering van de gezelligheid bij elkaar komen (sociëteit);

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 9

1.26

horeca van categorie 3

een voorziening die overwegend gericht is op de verstrekking van (sterke) dranken, zoals cafés en bars; 1.27

horeca van categorie 4

een voorziening die gericht is op het verkopen van ter plaatse bereide etenswaren, zoals restaurants, eetcafés, grand-cafés, lunchrooms, koffiehuizen, theehuizen en ijssalons; 1.28

huisgebonden beroep of bedrijf

a. aan huis verbonden beroep:

de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten;

b. aan huis verbonden bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hiermee wordt geen bed & breakfast, detailhandel of horeca bedoeld; 1.29

kantoor

het bedrijfsmatig verlenen van diensten met een administratief karakter, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.30

kelder

ondergronds (deel van een) gebouw, uitgezonderd funderingsconstructies, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil. 1.31

leisure

Recreatieve voorziening inclusief ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel die zich richt op de een of meer van de hierna volgende activiteiten: spel en sport; (kook)workshops; vermaak (niet zijnde casino of daaraan gerelateerde activiteiten).

Gemeente Amsterdam

blz. 10

1.32

maatschappelijke voorzieningen

overheids-, medische-, onderwijs-, sociaal-culturele, sport-, religieuze en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, inclusief ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel; 1.33

nutsvoorzieningen

een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water en elektriciteit, de telecommunicatie, en openbaar vervoer, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.34

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.35

ondergronds

beneden peil. 1.36

ondersteunende detailhandel

bij de hoofdfunctie horende en aan de hoofdfunctie ondergeschikte detailhandel ter plaatse van een inrichting die niet als hoofddoel detailhandel heeft, waarbij maximaal 5% van het bruto vloeroppervlak van de inrichting voor ondersteunende detailhandel mag worden gebruikt; 1.37

ondersteunende horeca

verkoop van etenswaren en/of dranken voor gebruik ter plaatse in een inrichting die niet als hoofddoel horeca heeft, waarbij maximaal 30% van het bruto vloeroppervlak van de inrichting voor ondersteunende horeca gebruikt mag worden; 1.38

parkeerlaag

een bijzondere bouwlaag, zie artikel 1.12; 1.39

parkeervoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van de stalling van motorvoertuigen, zoals parkeergarages, met bijbehorende in- en uitritten, entreegebouwen, technische ruimten, bergingen beheerderkantoren, laad- en losvoorzieningen en andere nevenruimten; 1.40

peil

het peil wordt gemeten vanaf -2,8m NAP; 1.41

prostitutiebedrijf

een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten vormt;

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 11

1.42

publieksgerichte dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan bedrijven en/of personen, waarbij maximaal 20% van het bruto vloeroppervlak wordt gebruikt voor niet voor het publiek toegankelijke ruimten en de ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met reguliere detailhandel; 1.43

seksinrichting

een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel; 1.44

shopperhal

Een cluster van veelal kleinschalige winkeleenheden gericht op detailhandel voor food en non-food, al dan niet voor of door de uitbater zelf geproduceerde artikelen, in combinatie met horeca en leisure waarbij het cluster een duidelijke verblijfsfunctie heeft voor bezoekers. 1.45

smartshop

een winkel waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen; 1.46

supermarkt

detailhandel in de vorm van een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk levensmiddelen, voedingsmiddelen - inclusief versartikelen zoals groente, brood, vlees en zuivel - en huishoudelijke artikelen worden verkocht, met een bruto vloeroppervlak van minimaal 750 m2; 1.47

verkeersareaal

gronden die in gebruik zijn als verkeersruimte voor al dan niet gemotoriseerd verkeer, bestaande uit rijwegen, fiets- en voetpaden en ongebouwde parkeervoorzieningen; 1.48

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen, waaronder begrepen kunstwerken, verband houden met de waterhuishouding, zoals dammen, duikers, dijken, sluizen, beschoeiingen en remmingswerken, uitgezonderd steigers; 1.49

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (met dien verstande dat groepswonen wordt beschouwd als één huishouden); 1.50

zakelijke dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan bedrijven en/of personen met inbegrip van ondersteunende detailhandel, waarbij minimaal 20% van het bruto vloeroppervlak wordt gebruikt voor niet voor het publiek toegankelijke ruimten.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Artikel 2

2.1

Wijze van meten

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4

bruto vloeroppervlak

de som van de oppervlakte van verschillende bouwlagen van een bouwwerk. Dit is inclusief magazijn en nevenruimten en exclusief loadingdocks en expeditiegangen. 2.5

bebouwingspercentage

een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 2.6

de bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

detailhandel in de eerste en tweede bouwlaag; zakelijke dienstverlening in de eerste, tweede en derde bouwlaag; publieksgerichte dienstverlening in de eerste, tweede en derde bouwlaag; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1' de onder sub b tot en met sub c genoemde functies, tevens in de 2e, 3e en 4e bouwlaag; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2' een shopperhal zoals bedoeld in artikel 1.44 alsmede horeca uit categorie 1, 3 en 4; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' tevens horeca uit categorie 1, 3 en 4; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' horeca uit categorie 3 en 4 in de eerste, tweede of derde bouwlaag; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 2' horeca uit categorie 3 en 4 in de tweede of derde bouwlaag; i. magazijnen; j. maatschappelijke voorzieningen; k. leisure en culturele voorzieningen; l. woningen in de tweede en hoger gelegen bouwlagen, met dien verstande dat woningen ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' niet zijn toegestaan; m. ruimten ten behoeve van huisgebonden beroep of bedrijf van maximaal 50% van het totaaloppervlakte van de woning in de tweede en hoger gelegen bouwlagen;

Alsmede voor: n. o. p. q. r. s. t. u. v.

parkeervoorzieningen, zowel ondergronds, als in de eerste tot en met derde bouwlaag; bijbehorende bouwwerken; nutsvoorzieningen; laad- en losvoorzieningen, technische ruimten, bergingen en andere nevenruimten; fiets- en voetpaden; groen; binnentuin; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; (gemeenschappelijke) bergingen voor woningen.

3.2

Bouwregels

Op en onder de in 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

Gemeente Amsterdam

blz. 14

a. b. c. d. e.

f. g.

h. i. j. k.

gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; maximum bebouwingspercentage is 100%; ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7.2; de maximum bouwhoogte bedraagt: zoals met de aanduiding 'maximale bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' mag vanaf een hoogte van 7m de aangrenzende gevel in de aanduiding worden gebouwd, waarbij geldt dat: 1. de gevel mag tot een diepte van maximaal 2 meter verspringen; 2. voldaan wordt aan het bepaalde onder f; ter plaatse van de aanduiding 'minimum onbebouwd oppervlak m2' dient ten minste het aangegeven oppervlak onbebouwd te blijven vanaf de onder sub e aangegeven hoogte; ter plaatse van de aanduiding 'specifiek bouwaanduiding - 2' mag de maximum bouwhoogte zoals aangeduid worden overschreden tot de in het naastgelegen aanduidingsvlak aangeduide maximum bouwhoogte, met dien verstande dat de overschrijding uitsluitend is toegestaan in een gebied van 2 meter gemeten vanuit de grens tussen twee aanduidingsvlakken met verschillende aangeduide maximale bouwhoogten; woningen waarvoor een hogere waarde is verleend op basis van de Wet geluidhinder dienen te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel; in- en uitritten dienen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' te worden gerealiseerd; in afwijking van

het bepaalde in lid 3.1 onder k zijn woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' toegestaan vanaf de derde bouwlaag. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' mag de aangegeven bouwhoogte worden overschreden, voor de realisatie van bergingen, waarbij de overschrijding ten hoogste 4 meter bedraagt.

3.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 6 meter; b. indien een bouwwerk wordt gerealiseerd op het dak van de bebouwing bedraagt de maximum bouwhoogte in afwijking van het bepaalde onder a maximaal 3 meter, gemeten vanaf het betreffende dak. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Toegestaan gebruik

a. de maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte (bvo) van de in artikel 3.1 sub a tot en met i genoemde functies bedraagt 19.500m² waarbij geldt dat het; 1. gezamenlijke brutovloeroppervlakte (bvo) voor detailhandel ten hoogste 16.000 m² bedraagt met dien verstande dat het gezamenlijke brutovloeroppervlakte (bvo) aan supermarkten ten hoogste 5.000 m2 bedraagt, en het totale aantal supermarkten binnen het in bijlage 2 als 'maximum aantal supermarkten' aangeduide gebied niet meer dan 4 mag bedragen; 2. gezamenlijke brutovloeroppervlakte (bvo) van horeca van categorie 1, 3 en 4 ten hoogste 4.000 m2 bedraagt, waarvan ten hoogste 2.000m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2'; 3. maximum oppervlak voor maatschappelijke functies ten hoogste 5.300 m² bedraagt; b. het maximum oppervlak voor leisure en culturele voorzieningen samen bedraagt ten hoogste 1.500 m²; c. het maximum aantal woningen bedraagt het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 15

aangegeven aantal.

3.3.2

Gebruiksregels voor parkeren

Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat: a. voor de mogelijke functies voldoende autoparkeervoorzieningen worden gerealiseerd, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de 'Nota parkeernormen auto 2017 (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017, gewijzigd d.d. 29 november 2017)'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging; b. ten hoogste 600 autoparkeerplaatsen voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan worden gerealiseerd; c. voldoende fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de 'Nota parkeernormen fiets en scooter (vastgesteld door de gemeenteraad op 14 maart 2018)' en de Amsterdamse Bouwbrief (maart 2015). Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Vergroten supermarkt

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3 sub b tot een toevoeging van 1.500 m2 aan brutovloeroppervlakte (bvo) van supermarkten tot de maximale gezamenlijke brutovloeroppervlakte (bvo) van 6.500 m2, mits in een onderzoek de behoefte aan deze toevoeging binnen het afzetgebied van de Amsterdamse Poort als geheel, rekening houdend met de bestaande oppervlakte aan supermarkten binnen de Amsterdamse Poort, is aangetoond.

3.4.2

Locatie detailhandel

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 sub d om ten hoogste 1.000 m² detailhandel toe te staan, met dien verstande dat het maximum oppervlak voor detailhandel zoals bepaald in 3.3.1 sub a, niet wordt overschreden.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Artikel 4 4.1

Verkeer - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

wegen, straten en pleinen; verkeersareaal; parkeervoorzieningen; ondergrondse gebouwde parkeervoorzieningen; in- en uitritten van parkeergarages; laad- en losvoorzieningen; fietsenstallingen; technische voorzieningen ten behoeve de aangrenzende bebouwing; staanplaatsen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op en onder de in 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.

4.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwde parkeervoorzieningen ten behoeve van de aangrenzende bestemming met een bouwhoogte van ten hoogste 5 en een diepte van ten hoogste 1 m vanuit de aangrenzende bestemming; b. overstekende bouwdelen ten behoeve van de aangrenzende bestemming tot een maximale diepte van 0,5 meter; c. balkons ten behoeve van de aangrenzende bestemming tot een diepte van 1,5 meter.

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde: 5 meter.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 17

Artikel 5 5.1

Verkeer - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

pleinen; fiets- en voetpaden; fietsparkeervoorzieningen; technische voorzieningen ten behoeve de aangrenzende bebouwing; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; staanplaatsen;

alsmede voor: h. evenementen categorie 1 en evenementen categorie 2, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein 2"; 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op en onder de in 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.

5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 7 meter; b. overkappingen zijn toegestaan behorend bij de aangrenzende gebouwen, met dien verstande dat overkappingen zijn toegestaan op maximaal 3 meter van de bestemmingsgrens. 5.3

Specifieke gebruiksregels

Voor de in lid 5.1 genoemde gronden geldt de volgende regel: a. het maximum aantal evenementen in categorie 1 en categorie 2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein 2' mag tezamen maximaal 10 per jaar bedragen.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 19

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Toegestane overschrijdingen

Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings- en bouwgrenzen te overschrijden: a. tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen en andere ondergeschikte delen van gebouwen zoals balkons, voor zover deze de vrije doorgang van het verkeer niet belemmeren; b. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 m; c. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 1.0 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 m boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 m langs een rijweg, 2,4 m boven een rijwielpad en 2,2 m boven een voetpad, voorzover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van bedoelde strook van 1,5 m.

7.2

Grondwaterneutrale kelders

7.2.1

Algemeen

De gronden, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, zijn mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.23.

7.2.2

Bouwregel

Het is verboden onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten, met dien verstande dat bestaande kelders zijn toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, alsmede kelders waarvoor voorafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingsvergunning is verleend waar nog uitvoering aan gegeven kan worden dan wel een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en deze omgevingsvergunning niet geweigerd kan worden.

7.2.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning te verlenen om in afwijking van het bepaalde in lid 7.2.2, een kelder te bouwen of te vergroten mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd geldt: 1. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van maximaal 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat burgemeester en wethouders de aanvraag toetsen aan de beleidsregels "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; 2. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 300 m2 of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang als genoemd in 7.2.1. Gemeente Amsterdam

blz. 20

b. Burgemeester en wethouders kunnen op basis van de toetsing aan de beleidsregels of de uitkomsten uit het geohydrologisch onderzoek aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van het belang als genoemd in 7.2.1. c. Als vast staat dat een bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, houdt het college bij de afweging om gebruik te maken van de bevoegdheid in 7.2.3 sub a tevens rekening met overige belangen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. d. Indien de beleidsregels worden gewijzigd of herzien, moet bij de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 21

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen

Het is verboden de in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aande grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving. 8.2

Verbodsregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 8.1 wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van een:

a. b. c. d. e. f. g.

bedrijven die zijn opgesomd in bijlage I onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; automatenhal; seksinrichting; smartshop; coffeeshop; prostitutiebedrijf; geldwisselkantoor, behoudens de op grond van de regels in Hoofdstuk 2 toegestane geldwisselkantoren; h. belwinkel/internetcafé behoudens de op grond van de regels in Hoofdstuk 2 toegestane belwinkels/internetcafés; 8.3

Toegelaten bedrijven

Voor zover binnen dit plan bedrijven zijn toegestaan, mogen gronden en gebouwen worden gebruikt voor de volgende categorieën bedrijven: a. bedrijven die in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging vallen onder de categorie A. b. Het dagelijks bestuur is bevoegd om in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunningte verlenen, met dien verstande dat het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een bedrijf dat is toegestaan dat: 1. niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging voorkomt en in vergelijking met bedrijven die wel vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 2. in de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging voorkomt en valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits het desbetreffende bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 3. na uitbreiding, wijziging of aanpassing in de Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits de uitbreiding, wijziging of aanpassing niet tot gevolg heeft, dat het bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën, meer milieuhinder veroorzaakt. 8.4

Doelmatigheidsbepaling

Het dagelijks bestuur verleent in afwijking van het bepaalde in lid 8.1 een omgevingsvergunning wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 23

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, is het dagelijks bestuur bevoegd af te wijken van de desbetreffende regels van het plan zodat:

a. in het plangebied de volgende bebouwing wordt toegestaan: 1. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum vloeroppervlak van 25 m², alsmede 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, geluidwerende en windhinder beperkende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies; b. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; c. de in de regels toegestane maximale bouw- en goothoogten met niet meer dan 1 meter wordt vergroot; d. de in de regels toegestane maximale bouw- en goothoogten, anders dan in bedoeld in c, met ten hoogste 3 meter worden overschreden ten behoeve van lift- en trappenhuizen en centrale verwarmingsinstallaties en ten hoogste 5 meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, installaties ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en antennes; e. de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen worden overschreden tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van balkons, bordessen, galerijen, luifels, buitentrappen en lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte delen van gebouwen.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het dagelijks bestuur kan eenmalig ontheffing verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 25

Artikel 11

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Cluster 7.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 27

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Programmering commerciële voorzieningen

Bijlage 2

Horecavisie ArenAPoort

Bijlage 3

Vigerende mogelijkheden

Bijlage 4

Bodemonderzoek Blok 1 en 2

Bijlage 5

Bodemonderzoek Blok 3

Bijlage 6

Bodemonderzoek verbeelding verontreinigingen

Bijlage 7

Akoestischonderzoek

Bijlage 8

Memo stikstof

Bijlage 9

Verschilberekening aanlegfase Fase 1A

Bijlage 10

Verschilberekening aanlegfase Fase 1B

Bijlage 11

Verschilberekening aanlegfase Fase 2A

Bijlage 12

Verschilberekening aanlegfase Fase 2B

Bijlage 13

Verschilberekening gebruiksfase

Bijlage 14

Quickscan ecologie

Bijlage 15

Parkeerbalans Amsterdamse Poort

Bijlage 16

Verkeersonderzoek Cluster 7

Bijlage 17

CFD-studie windhinder en windgevaar

Bijlage 18

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling

Bijlage 19

Nota vooroverleg

Bijlage 20 Cluster 7

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan

Bijlage 21

Bezonningsstudie

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Maximum aantal supermarkten

Gemeente Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11536520/1