CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapportage voortgang Agenda Dieren 27juni25.pdf

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de voortgangsrapportage Agenda Dieren 2024-2026 (VN2025-015596)6.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage Acties Dierenwelzijn uit Agenda Dieren 2024-2026

Stand van zaken Q1 2024 t/m Q2 2025

1

Inhoudsopgave

Onderwerp Voorwoord wethouder Inleiding Afbakening Toelichting op politiek-populaire thema’s Armoede (1.1.1) Kinderboerderijen (1.2.1) Minder evenementen-activiteiten (1.2.2) Paardensport (1.2.3) Visserij-Hengelsport (1.2.5) Proefdieren (1.2.6) Afschot (1.4.2) Extreem weer (1.4.8) Opvangketen (3.2.1 + 3.2.2 + 5) Toekomst Toevlucht (3.2.3) Conclusie Beknopte voortgang van overige thema’s

Paginanummer 3 4 4 4 6 7 8 9 11 12 13 14 15 16 17 Bijlage 2

2

Toelichting wethouder Dierbaar Amsterdam is mij dierbaar. Al sinds jaar en dag zijn we een stad voor plant, mens en dier. Dieren verdienen aandacht en zorg, puur en alleen al vanwege intrinsieke waarde. Los van hun meerwaarde voor ons als mens op sociaal, mobiliteit, welzijnsvlak. Daarom zijn we in 2019 tot meest diervriendelijke gemeente verkozen. Als grote stad willen we koploper zijn en blijven. Amsterdam wil een stad zijn waarin iedereen zijn of haar verantwoordelijk neemt voor het welzijn van dieren. Samen zetten we de komende jaren grootse stappen naar een diervriendelijk en biodivers Amsterdam. Met de nieuwe Agenda Dieren 2024-2026 zetten we een stap voorwaarts in het ambitieniveau. Bestaande thema’s zoals kinderboerderijen, armoede en afschot zijn op ambitieniveau verdiept en er zijn nieuwe thema’s bijgekomen zoals diervriendelijk water, goede match tussen mens en dier, en paardensport. In 2024 zijn we begonnen met de uitvoering van ons nieuwe beleid. Met trots de voortgang op dierenwelzijn. Nagenoeg alle thema’s zijn al opgepakt en in uitvoering. Over een jaar gaan we inhoudelijk evalueren op resultaten, impact, trends en welke nieuwe ontwikkelingen. Voor nu alvast een technische inkijk in waar we staan, wat is opgepakt en wat nog wordt opgepakt. Zita Pels, Wethouder Dierenwelzijn

3

Inleiding Amsterdam wil een diervriendelijke stad zijn. Ten eerste omdat dieren voelende wezens zijn en daardoor onze zorg verdienen. Maar ook omdat dierenwelzijn, mensenwelzijn betekent. De gezondheid van dieren is namelijk leidend voor een leefbare stad. Om hiertoe te komen, zorgen we dat dieren in staat zijn om een natuurlijk en gezond leven te leiden, vrij van onnodig leiden en stress. We hebben aandacht voor de fysieke gezondheid, het natuurlijke gedrag, het mentale welzijn en de leefomstandigheden van zowel gehouden als in het wild levende dieren. Met de vaststelling van Agenda Dieren 2024-2026 in juni 2024, is een nieuw geluid omarmd. Namelijk die van positief welzijn. Hiermee streven we naar de daadwerkelijke positieve beleving van dieren en het faciliteren van meer autonomie aan dieren, in plaats van enkel in te zetten op het scheppen van de randvoorwaarden zoals goed voedsel, ruimte en groepsgedrag. Het eerste uitvoeringsjaar was een bewogen jaar. Vol opstarten van nieuwe projecten en verdiepen van reeds bestaande samenwerkingen. Nagenoeg alle thema’s zijn opgepakt en nog in uitvoering.

Afbakening Deze voortgangsrapportage gaat uitgebreid in op de voortgang van de politiek-populairste ambities uit Agenda Dieren 2024-2026. In bijlage 2 is de beknopte voortgang te vinden van de overige thema’s. Deze rapportage is een technische tussenstand. Bedoeld om de raad te informeren en het gesprek te voeren over waar nodig tussentijds moet worden bijgestuurd. In de evaluatie van het beleid dat per Q4 2026 volgt, wordt diepgaander ingezoomd op: resultaten, het wel of niet behalen van de gestelde doelen, impact, ontwikkelkansen en aanbevelingen.

Toelichting op politiek-populaire thema’s Zie hieronder een toelichting op de volgende thema’s: armoede, kinderboerderijen, evenementen, paardensport, hengelsport, proefdieren, afschot, extreem weer, opvangketen huisdieren en Toevlucht. Deze thema’s hebben de afgelopen jaren de meeste politieke aandacht gekregen. Voornamelijk vanwege de wens om extra gemeentelijke bevoegdheden te creëren of concretere landelijke regelgeving.

4

Armoede (1.1.1) Sinds 2016 ondersteunt de gemeente Amsterdamse stadspashouders met de Amsterdamse dierenhulp aan minima (hierna: ADAM-regeling) en is daarmee een van de meest populaire armoederegelingen. De inzet van de Agenda Dieren 2024-2026 is om de ADAM-regeling te versterken en te zorgen dat de ADAM-regeling sneller in beeld komt bij de bewoners. Ook is gestart met financiële ondersteuning van de dierenvoedselbank (stichting Amsterdamse zwerfkatten. Waarom is inzet belangrijk Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk?

Openstaande acties?

Gaan we afronding halen in 2026?

Armoede kan een reden zijn waardoor dieren niet de juiste (medische) zorg krijgen. We zien de risico’s van armoede voor het welzijn van de dieren en de eigenaren. Amsterdam wil deze zorg voor dieren en eigenaren verlichten. In 2023 en 2024 heeft de gemeente de SAZ-dierenvoedselbank gesteund door het financieren van extra (speciaal) dierenvoer. Begin 2025 is de evaluatie gestart van de ADAM-regeling met het oog om de regeling te versterken op punten van uitbreiding, spreiding, bekendheid, voldoende dekking in het weekend, administratieve lasten, financiële ruimte voor sterilisatie en veelvuldige handelingen. Zowel de dierenartspraktijken en de klanten van de ADAMregelingen worden gevraagd naar hun ervaringen. Ook wordt gekeken hoe de ADAM-regeling sneller bij bewoners in beeld kan komen. Mede door het onderzoek naar de spreiding van het gebruik van de ADAM-regeling, kan ingezet worden op gerichte communicatie over de ADAM-regeling. Om de bekendheid te versterken is in 2024 extra1 inzet gepleegd. Ook is de minister verzocht om de dierenartskosten te reguleren. Hierover zijn we nog in gesprek. De ADAM-regeling is al jaren een populaire armoederegeling. Er is sprake van een goede en stabiele samenwerking tussen de Dierenambulance Amsterdam (uitvoering ADAM-regeling) en de dierenartsen en gemeente. In 2024 zijn 3845 adam-waardebonnen uitgegeven en 2427 consulten geregistreerd.

Er zijn 719 dieren gechipt; 536 katten gesteriliseerd/gecastreerd en 5357 medische handelingen verricht. Nagenoeg alle genoemde handelingen zijn sinds 2020 gestegen. Alleen het onvruchtbaar maken van katten is licht gedaald in 2024. De kosten2 van de deelnemende dierenartsen stijgen en de vergoedingen van de gemeente lopen uit de pas met de eigen dierenartstarieven voor consulten en chippen. Dit is een realiteit die de ADAM-regeling duurder maakt, naast dat het aantal handelingen is toegenomen. Tijdens presentaties aan het sociale domein (herkennen van dierenleed en daarop kunnen acteren) is gebleken dat de ADAMregeling niet3 bij alle partijen (die achter de voordeur komen) even bekend is. Daarom wordt nu aan hen extra informatie over de ADAM-regeling verstrekt. Er vindt overleg plaats over hoe de dierenvoedselbank bepaalt wie wel en niet in aanmerking komt en wat (maatwerk) nodig is vanuit de gemeente. De evaluatie van de ADAM-regeling gaat inzicht bieden op welke facetten moet worden bijgestuurd in relatie tot uitbreiding, spreiding, bekendheid, voldoende dekking in het weekend, administratieve lasten, financiële ruimte voor sterilisatie en veelvuldige handelingen. De evaluatie van de ADAM-regeling zal handvatten bieden hoe hier mogelijk mee om te gaan en de inzet vanaf 2026/2027 bepalen. Ja.

Naar aanleiding van de evaluatie wordt een afweging gemaakt of een gesprek met het rijk over een tekort aan dierenartsen en gesprekken met zorgverzekeraars (van mensen) noodzakelijk zijn (blz. 8 Agenda Dieren)

1

Voor de start van het nieuwe stadspasjaar (1 augustus 2024) zijn voor de periode van een week dagelijks op AT5 een kort filmpje getoond over de ADAM-regeling (Amsterdam Informeert). 2 Door de toename van de kosten van de ADAM-regeling is sinds 2023 het beschikbare, structurele budget niet meer afdoende, maar wordt door incidentele middelen (in 2024: € 65.000) vanuit de Agenda Dieren opgevangen tot 2027. 3 Het is momenteel niet in beeld hoe veel procent van de partijen niet bekend is met adam-regeling. Dat komt omdat er geen totaaloverzicht is van alle uitvoerende teams, en omdat we niet overal worden uitgenodigd om te komen presenteren.

5

Kinderboerderijen (1.2.1) Sinds 2016 steunt de gemeente de Amsterdamse kinderboerderijen om het dierenwelzijn te verbeteren. Met Agenda Dieren 2024-2026 is het accent op drie fronten verschoven. Namelijk: naar het stimuleren van kinderboerderijen om zélf plannen in te dienen voor positief dierenwelzijn (voorheen nam de gemeente het initiatief), het versterken van de aandacht voor dierenwelzijn in de subsidierelatie met de stadsdelen, en het uniformeren van gemeentelijk beleid4. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk? Openstaande acties?

Gaan we afronding halen in 2026?

Er is een enorme potentie voor kinderboerderijen als ontmoetingsplaats voor educatie, sociaal-maatschappelijk en recreatie. De dieren op de kinderboerderij zijn hierbij een verbindende factor en cruciaal bij het kennismaken, ervaren en verbinden met de levende natuur. Geborgd positief dierenwelzijn is de belangrijkste basisvoorwaarde voor het bestaansrecht van een kinderboerderij. Daarnaast is het belangrijk dat de basis op orde is. Aandacht vanuit de gemeente voor uniform beleid ten aanzien van de kinderboerderijen helpt daarbij. In 2025 is de subsidieregeling Positief dierenwelzijn op Amsterdamse kinderboerderijen gestart. Hierbij wordt getoetst of de aanvraag de uitkomst is van reflectie, lerend vermogen en het liefst daaraan pionierend uitvoering geven. In 2024 is het hiervoor gereserveerde budget, besteed aan opleidingen voor vakbekwaam personeel. Verder is dierenwelzijn voor het eerst een formeel onderwerp van gesprek geworden tussen kinderboerderij en gemeente. De stadsdelen die de kinderboerderijen subsidiëren hebben allen op uniforme wijze, het thema dierenwelzijn opgenomen in hun subsidievoorwaarden.

Hierbij wordt gerefereerd aan: (1) de overeenkomst5 “Positief dierenwelzijn op Amsterdamse Kinderboerderijen (2022)”, (2) alle wettelijke eisen, met het VSKBN kwaliteitsbewijs als inhoudelijk uitgangspunt, (3) dat de educatieve rol gericht is op het leren over en kennismaken met dier en natuur. Ook is op lokaal stadsdeelniveau geïnvesteerd in de fysieke omgeving van Diereneiland6 en Buiktuin7 en is er aandacht voor zoönose bij de kinderboerderijen. Afsluitend is het ministerie verzocht om de open normen uit Wet Dieren te concretiseren. Dit onderwerp krijgt geen vervolg want wordt niet breder gedragen. Er is veel animo voor de subsidieregeling Positief dierenwelzijn en het budget van jaarlijks € 60.000 zal zeker opgaan. De subsidieaanvraag richt zich op vernieuwing en niet op het in orde krijgen van de basisvoorwaarden8 van dierenwelzijn. In het contact met de kinderboerderijen wordt dit toegelicht. Het onderzoek naar de investeringsopgave van kinderboerderijen en het toewerken naar een centraal en uniform gemeentelijk beleid voor onderhoud, vastgoed, groen en grond, is vertraagd door de complexiteit van dit vraagstuk. Er wordt aangestuurd naar een oplevering in uiterlijk begin 2026. Start met het verlenen van de subsidie voor Positief Dierenwelzijn en het opdoen van ervaring met deze toets op dierenwelzijn.

Voor het versterken van de plek voor natuur- en milieueducatie en hoe zij hun omgeving natuurinclusief kan maken, is nader onderzoek nodig. De uitvoering van de genoemde motie: goed borgen van beheer en onderhoud Ja, voor zover geen bijzonderheden.

4 Motie 59.22 _ RIB motie goed borgen van beheer en onderhoud.

https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11108013/1/059_22_Motie+A_L_+Bakker+c_s_+goed+borgen+van+beheer+en+onderho ud+van+kinderboerderijen?connection_type=17&connection_id=8048997 5 met de verplichting om een actueel dierenbeleidsplan te publiceren 6 Hier is een nieuwe buurtkamer gebouwd, is het onderdeel kinderboerderij vernieuwd en heeft een vakbewame beheerder. 7 Hier zijn een nieuwe ontvangstruimte en een vakbekwaam beheerder verbeteringen heeft doorgevoerd. 8 Zo komt achterstallig onderhoud bijvoorbeeld niet in aanmerking voor deze subsidie, hoe hoog de nood ook is

6

Minder evenementen en activiteiten (1.2.2) Met de ambities uit Agenda Dieren 2024-2026 is beoogd om extra routes te creëren om activiteiten en evenementen met dieren te ontmoedigen9. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering? Wat loopt minder makkelijk?

Openstaande acties? Gaan we afronding halen in 2026?

9

Dieren kunnen vaak weinig zelfstandige keuzes maken tijdens een evenement. Daarom is het wenselijk om: (i) de frequentie van activiteiten en evenementen met dieren in de stad te verminderen | (ii) daar waar het alsnog plaatsvindt een verdiepend gesprek met de organisator te hebben over het welzijn en over hoe de inzet kan worden verfijnd, verminderd en vervangen. Team Dierenwelzijn wordt bij vergunningaanvragen voor zowel de inzet10 van dieren als de bescherming van wilde dieren goed gevonden en dus geregeld geconsulteerd voor de verdiepende uitvraag richting organisatoren. Ook zijn diverse juridische verkenningen gedaan, namelijk: (1) naar de mogelijkheid voor het excluderen van activiteiten en evenementen in gemeentelijk vastgoed. Dat blijkt juridisch mogelijk, maar heeft weinig impact11, (2) naar de mogelijkheid voor het excluderen van activiteiten en evenementen in de subsidieverordening. Dat blijkt mogelijk en wordt voor de invoering per januari 2026 voorbereid12, (3) naar de mogelijkheid voor een meldingsplicht voor activiteiten met dieren. Deze blijkt niet mogelijk, want niet proportioneel13, (4) naar de mogelijkheid voor het excluderen van activiteiten en evenementen in de exploitatievergunning. Dat blijkt juridisch mogelijk, mits14 de inzet van dieren is gekoppeld aan de horecaexploitatie binnen de voorziening.

Ook is geadviseerd bij het toekomstige evenementenbeleid rondom de impact van evenementen op wilde dieren, bodem en flora15. Alle verkenningen zijn afgerond. De meeste evenementen blijken niet terugkerend, waardoor het vergunningsproces mogelijk ontmoedigend werkt. Bij de advisering rondom vergunningaanvragen worden niet altijd alle verdiepende vragen (volledig) beantwoord of verzochte evaluaties aangeleverd. De organisator is hiertoe niet verplicht. De gemeente heeft geen bevoegdheid om hier in iets af te dwingen. Hierover zijn we (via Diervizier) in gesprek met het Rijk. Wanneer we meer bevoegdheden krijgen, zullen we die ten volste benutten. Tot die tijd verkennen we hoe het indienen van een evaluatie structureel onderdeel kan worden bij een herhaald evenement. Nee. Alle vastgestelde acties zijn reeds verkend. De daadwerkelijke uitvoeringen (exclusie subsidieverordening en locatiefprofielen) worden in Q4 2025 vastgesteld. Ja, voor zover geen bijzonderheden.

De gemeente kan alleen ontmoedigen en heeft geen bevoegdheid om dit te verbieden. Verbodsbevoegdheid ligt bij het Rijk

10 Hierbij worden organisatoren ook gevraagd om de afgelopen editie te evalueren op wat goed ging en wat beter kan rondom het

dierenwelzijn. Een enkele keer heeft het verdiepende gesprek ertoe geleid dat de organisator alsnog af zag van de inzet van dieren. 11 Zie afhandeling motie 223.24 inzake tegengaan evenementen met dieren in gemeentelijk vastgoed 12 Zie afhandeling motie 223.24 inzake tegengaan evenementen met dieren in gemeentelijk vastgoed 13 Voor een meldplicht bestaat juridisch onvoldoende grondslag gelet op de landelijke regelgeving rondom dierenwelzijn en het feit dat het gaat om activiteiten die niet plaatsvinden in een door de gemeente gereguleerd domein, zoals de openbare ruimte of vergunningplichtige activiteiten 14 In de praktijk blijkt dat niet het geval, want de inzet is gekoppeld aan sport, cultuur of kindactiviteiten. Horeca is een nevenactiviteit. 15 In het nieuwe evenementenbeleid en de locatieprofielen worden stedelijke richtlijnen omtrent flora en fauna voorgesteld waaraan evenementen rekening mee moeten houden. Hierdoor is er meer aandacht voor het beschermen van flora en fauna.

7

Paardensport (1.2.3) Met de vaststelling van Agenda Dieren 2024-2026 is paardensport als nieuw beleidsthema omarmd. Met de genoemde acties bouwen wij een samenwerkingsnetwerk op, bewegen lokale houders ertoe om hun eigen dierenwelzijnsbeleid openbaar te maken en maatregelen te treffen voor positief welzijn. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk? Openstaande acties?

Gaan we afronding halen in 2026? 16

Paardensport staat maatschappelijk en politiek onder de loep. Met name rondom het gebruik van de paarden in topsport en rondom het gebruik van diervriendelijke hulp- en trainingsmiddelen. Het publiek vraagt steeds meer van aanbieders. Wij gaan uit van zelfregulering van de branche en willen dierenwelzijnspioniers waar mogelijk helpen. Zodat de kwaliteitsverschillen groter worden en wij als stad koploper zijn voor de rest van Nederland. Sinds mei jl. zijn we met commerciële en particuliere lokale houders van paarden in Amsterdam + Amsterdamse Bos in gesprek over: openbaarmaking van locatiegebonden welzijnsbeleid, aansluiting bij een branche-organisatie, gezamenlijke uitgangspunten rondom positief welzijn, inzet gediplomeerde instructeurs, educatie van leden over trainingsmethodes en het herkennen van pijn en stress en de inzet van diervriendelijke materialen en methoden. Dit in nauwe samenwerking met Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra en Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie. De Sectorraad Paardenwelzijn, Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Caring-Vets, Dier&Recht en Dierenbescherming worden geconsulteerd voor tussentijds (niet-bindend) advies. Ook is het ministerie gevraagd om meer aandacht te hebben voor het natuurlijke gedrag van paarden tijdens de inzet.

We wachten eerst de uitkomsten van motie16, afwegingskader17 en ons lokaal project af voordat het gesprek wordt herstart. Op 16 mei zijn we met diverse soorten houder in gesprek gegaan over een gezamenlijke invulling van positief welzijn, de zorgplicht, kansen en knelpunten. Ook heeft de Sectorraad Paarden haar meest actuele Gids gepresenteerd, wat een mooie basisambitie stelt conform Wet Dieren. Tijdens de sessie zijn al wat mooie statements geuit, zoals: • van houders mag je verwachten dat zij de daadwerkelijke uiting van een blij paard als graadmeter zien voor welzijn en niet alleen de omstandigheden zoals goed voer of voldoende ruimte • van houders mag je verwachten dat zij zichtbaar maken hoe zij de positiefwelzijnsprincipes in het algemeen én per paard toepassen De input van 16 mei is op 11 juni concreter en diepgaander met de groep besproken, wat gaat leiden tot een overeenkomst in november 2025 en cofinanciering vanaf 2026. Het gesprek over het versterken van opleidingskansen en eigen rol (vanuit houder gezien) rondom het borgen van kennis binnen eigen locatie en Amsterdam heeft nog niet tot concrete afspraken geleid. We lopen op koers.

Waarschijnlijk halen we de bestuurlijke ondertekening van de overeenkomst pas in november in plaats van september, waardoor de daadwerkelijke cofinanciering voor locatiespecifieke welzijnsversterkingsmaatregelen doorschuift naar 2026 in plaats van Q4 2025. Het budget van 2024 wordt daarom voor collectie verbeterwensen ingezet. Ja, voor zover geen bijzonderheden.

Motie-Teunissen (Kamerstuk 36163-13)

17

Toezegging uit afhandeling motie van het lid Teunissen over een algemene maatregel van bestuur instellen voor een verbod op alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen (Kamerstuk 36163-13)

8

Visserij-Hengelsport (1.2.5) Met de nieuwe overeenkomst van het verhuur van visrecht zijn er 8 nieuwe afspraken met de AHV overeengekomen. Bedoeld om de sportvisserij diervriendelijker en duurzamer te maken. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk?

Gaan we afronding halen in 2026?

Inzet is belangrijk om de hengelsport diervriendelijker en duurzamer te maken. Dit draagt bij aan het herstel van biodiversiteit en verkleint de milieuschade door loodvervuiling. Zowel mensen als dieren profiteren hiervan: Amsterdammers krijgen schoner water en een natuurvriendelijkere leefomgeving, terwijl vissen en andere waterdieren minder negatieve effecten ondervinden van hengelsportactiviteiten. De huurovereenkomst met de hengelsportvereniging is aangepast met ambitieuzere afspraken over de zorg en aandacht voor dierenwelzijn18. Ook wordt er gewerkt aan een plan van aanpak voor het uitfaseren van lood in Amsterdams. De verwachting is dat dit plan in Q4 2025 klaar is. Het contact met de Amsterdamse Hengelsportvereniging en Sportvisserij Nederland verloopt goed. Zo zijn er meerdere overleggen per jaar en is draagvlak voor verandering. Dat blijkt uit de gesprekken van afgelopen jaar en de maatregelen die intern vanuit de organisatie al getroffen worden om uitvoering te geven aan de nieuwe overeenkomst. Zo informeert de AHV conform de huurovereenkomst haar leden de nieuwste wetenschappelijke inzichten rondom schadebeperkend én ecologisch verantwoord vissen en draagt de AHV actief uit dat methodes die de vissen het meest beschermen de norm is.

AHV doet dit door hier in ieder geval over te communiceren in het verenigingsblad en door kennisinstituten en dierenwelzijnsorganisaties zoals de Vissenbescherming lezingen te laten geven tijdens ledenvergaderingen over de nieuwste inzichten Het volledig uitfaseren van de loodreductie blijkt lastig desondanks de getoonde inzet. Uit gesprekken blijkt dat gedragsverandering onder vissers niet vanzelf gaat. Er is mogelijk extra inzet nodig op communicatie, marktverandering en bewustwording om veranderingen echt door te laten zetten. Uit het plan van aanpak zal blijken hoe AHV die transitie wilt versnellen. Ook moet nog worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn om beroepsvisserij in ecologische waardevolle gebieden te verbieden. Dat is een complexe opgave omdat de vergeven vergunning afkomstig zijn vanuit RVO en het geen gemeentelijke aangelegenheid is. Ook moet er gekeken worden naar het water gelegen aan de Gemeente Amsterdam, waar er meerdere gemeentes eensgezind moeten worden. Afsluitend heeft de visserijkamer nog geen akkoord gegeven op de nieuwe overeenkomst. Desondanks werken we wel al conform de afspraken samen. Het merendeel wel. Het onderzoek naar wat de mogelijkheden zijn om beroepsvisserij in ecologische waardevolle gebieden te verbieden wordt naar alle waarschijnlijkheid niet gehaald voor 2027. Mogelijk wel voor 2030.

18

Namelijk 1. Het tegengaan van waterverontreiniging door vislood. 2. Het tegengaan van het gebruik van weerhaken. 3. Het versterken van de signaalfunctie bij AHV over voldoende schuilplaatsen voor onderwaterdieren. 4. Het tegengaan van het uitzetten van vis, tenzij via protocol afgesproken. 5. Het tegengaan van waterverontreiniging door bijvoeren voor het lokken van vissen en visafval. 6. Het stimuleren van kennis binnen de verenging over de diervriendelijkste vismethoden. 7. de jaarverslagen en verslagen van evaluaties van de overeenkomst worden aan de relevante raadscommissie aangeboden. 8. Dat aan het einde van het geldende tijdvak tijdig in overleg wordt getreden over de verlenging, dan wel beëindiging van de overeenkomst

9

Proefdieren (1.2.6) Met de vaststelling van Agenda Dieren 2024-2026 zijn proefdieren als nieuw beleidsthema omarmd. De bedoeling is om lokale laboratoria ertoe te bewegen om de landelijke Transitie Proefdiervrije Innovatie op lokaal niveau te versnellen (inclusief betere registratie)19 en er wordt conform de agenda toegewerkt naar een adoptievoorziening van ex-proefdieren. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering? Wat loopt minder makkelijk? Openstaande acties? Gaan we afronding halen in 2026?

Ex-proefdieren verdienen net zo goed een fijn leven als alle andere dieren. Daar waar ze na een proef nog een dierwaardig leven kunnen hebben, verdienen ze onze hulp om dat zo snel mogelijk te kunnen vinden. Er is nog geen lokale inzet voor adoptie van ex-proefdieren. De toepassing van dierproeven past niet in een diervriendelijke stad. En is daarmee onethisch. Daarnaast zijn er ook onderzoeksmatige bezwaren zoals beperkte betrouwbaarheid, voorspelbaarheid, en herhaalbaarheid. Het is dus wenselijk dat deze dierproeven zo snel mogelijk worden vervangen door alternatieven. Als gemeente kunnen we een aanjagende rol pakken. In april heeft een gesprek plaatsgevonden met Universiteit Utrecht. Zij hebben reeds een uitvoerig adoptieprogramma voor hun ex-proefdieren, waar wij inspiratie uit wilden halen. Voor het zomerreces zijn de lokale laboratoria aangeschreven met het verzoek om na het reces met ons te verkennen wat ervoor nodig is om iets vergelijkbaars in Amsterdam te organiseren. Tijdens deze gesprekken wordt ook in gegaan op de kansen rondom het versnellen van de landelijke Transitie Proefdiervrije Innovatie. N.t.b wanneer de gesprekken hebben plaatsgevonden. Hierover zal uitvoerig worden gerapporteerd in Evaluatie Agenda Dieren 2026. N.t.b wanneer de gesprekken hebben plaatsgevonden. Hierover zal uitvoerig worden gerapporteerd in Evaluatie Agenda Dieren 2026.

Het voeren van de gesprekken met de lokale laboratia en het komen tot daadwerkelijke afspraken. Ja, voor zover geen bijzonderheden.

19 Zie afhandeling motie 225.25 van Krom, Lust en Noordzij inzake meer inzet ten aanzien van proefdieren in Amsterdam

10

Afschot (1.4.2) Met de ambities uit Agenda Dieren 2024-2026 is een verdieping en uitbreiding gezocht in wat we al deden. Het eerder vastgestelde nee-tenzij principe (conform Omgevingswet), stelt dat afschot alleen verantwoord is indien er geen preventie-alternatieven meer mogelijk zijn. Met het huidige beleid willen we de kansen voor die preventie-alternatieven vergroten20. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering? Wat loopt minder makkelijk?

Openstaande acties?

Gaan we afronding halen in 2026?

De zorgplicht stelt dat we dieren niet in gevaar mogen brengen en dieren in (dreigende) nood dienen te helpen. Vanuit die plicht beredeneerd, heeft de gemeente een inspanningsverplichting om de kansen tot gevaar te verkleinen. Bovenal blijkt uit de rechtspraak21 dat hoge eisen worden gesteld aan het onderzoeken en uitvoeren van alternatieve maatregelen, voordat toestemming mag worden gegeven voor het doden van dieren. De gemeente draagt in 2025-2026 financieel bij aan de vossenrasters22 in Kinsel en de Ronde Hoep. Het gebiedsgericht23 onderzoeksproces is gestart en afgestemd met relevante organisaties die schadebestrijding en populatiebeheer uitvoeren en/of gebieden in eigendom hebben. Ook is het eerste onderdeel (opvangen van BIJ12 schadeclaims24) uitgevoerd van de berekening wat het kost om een eventuele stop op afschot in eigen gebieden op te vangen. Onze wensen rondom winterrustgebieden, het schrappen van afschot als vereiste, en het stellen van kwalitatieve vereisten aan alternatieven zijn met het Rijk de Provincie gedeeld. Een ecologisch bureau heeft de openbare literatuurstudie volbracht, en heeft de theorie aan de praktijk getoetst. Het onderzoek is vertraagd en de uitkomsten worden globaler dan beoogd. Dat komt omdat de datadeling vanuit partijen die schadebestrijding en populatiebeheer uitvoeren en/of gebieden in eigendom hebben, onvoldoende op gang komt.

Zij verwijzen naar de openbare data die alleen informatie biedt over de gehele wildbeheereenheidsregio in plaats van Amsterdam specifiek. Redenen hiervoor lopen uiteen: beperkt draagvlak, geen registraties, geen tijd, geen mandaat om de data te mogen delen. We zijn op verschillende niveaus met deze partijen in gesprek, bedoeld om de samenwerking alsnog te kunnen krijgen. De gemeente heeft echter geen doorzettingsmacht, want de Provincie Noord-Holland is eindverantwoordelijk. (i)Afronding van het tweede onderdeel van de berekening (preventiekosten) wat het kost om een eventuele stop op afschot in eigen gebieden op te vangen. (ii)Resultaten van het gebiedsgericht onderzoek opleveren en deze met relevante lokale organisaties en agrarische collectieven lokaal duiden. (iii)Daarna wordt zo goed als mogelijk toegewerkt naar de preventiemaatregelen in de hotspotgebieden. Dat is niet zeker. Doordat het onderzoek is uitgelopen en in juli 2025 globaler wordt opgeleverd dan beoogd, is het de vraag in hoeverre we tot concrete effectieve locatiespecifieke preventie kunnen gaan komen.

20 Dat we meer preventie willen, betekent niet dat er geen noodzaak voor afschot meer zal zijn. Maar wel dat de noodzaak daartoe langer

kan worden uitgesteld. 21 Ontheffingen o.g.v. artikel 3.8 Wnb voor het doden van vossen ten onrechte verleend (Rechtbank Noord-Nederland, 15 mei 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2184) en Opdracht aan Staatsbosbeheer o.g.v. artikel 3.18 Wnb om edelherten te doden terecht verleend (Rechtbank Midden-Nederland, 19 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5616). 22 Zie afhandeling motie 221.24 van het lid Krom van de Partij voor de Dieren inzake Amsterdam klaar met de jacht. 23 Het doel was om per gebied te inventariseren waar de grootste risico’s op populatie-afbreuk van beschermde soorten kunnen ontstaan. 24 De schatting is 1 miljoen euro getaxeerde schade per jaar voor geheel Amsterdam, waarvan €208.000 voor specifiek de gebieden in eigendom van gemeente Amsterdam. Deze bedragen zijn een schatting en beredeneerd op percentage overlap van grond t.o.v totaalgebied wildbeheereenheid. Indien de schade op gronden in eigendom door de gemeente wordt overgenomen, dienen die door ca 2 fte te worden behandeld (ca 200.000 per jaar). Om een totaalbeeld te kunnen geven over wat het zou kosten om een eventuele stop op afschot in eigen gebieden op te vangen, is ook nog het tweede gedeelte van de berekening (preventie) nodig. Die volgt in Q4 2025.

11

Extreem weer (1.4.8) Met de ambities uit Agenda Dieren 2024-2026 wordt dierenwelzijn structureel en proactief meegenomen in communicatie, waar dit in het oude beleid vooral ad hoc en reactief gebeurde. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk?

Gaan we afronding halen in 2026?

De inzet is belangrijk omdat er momenteel veel onduidelijkheid bestaat over hoe veehouders hun dieren in de weide adequaat kunnen beschermen tegen extreem weer, terwijl dit wel wettelijk verplicht is. Daarnaast is bescherming van in het wild levende dieren tegen klimaatverandering essentieel voor hun welzijn en overleving. Als er niet voldoende schuilgelegenheden zijn, zijn in het wild levende dieren niet weerbaar genoeg tegen extremen. We nemen deel aan een pilot in samenwerking met de WUR, Diervizier en de Dierencoalitie, waarin onderzocht wordt hoe vee in de weide beter beschermd kan worden tegen extreem weer. De samenwerking richt zich op het ontwikkelen van effectieve beschuttingsmaatregelen die breed toepasbaar zijn. Daarnaast is dierenwelzijn nadrukkelijker geïntegreerd in de publiekscommunicatie, onder andere via de communicatiekalender, waarin bewoners en instanties handelingsperspectieven krijgen om dieren beter te beschermen. Ook zijn er specifieke waarschuwingen opgenomen, bijvoorbeeld over het niet achterlaten van honden in auto’s tijdens warme dagen, en biedt de Amsterdamse Tuinkalender maandelijks tips, zoals het aanleggen van drink- en schuilplekken voor in het wild levende dieren. Hierbij wordt gebruikgemaakt van informatie en adviezen van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG).

Intern zijn dieren opgenomen in het gemeentelijke Hitteprotocol en is er afstemming geweest met het dierpartnernetwerk om informatie op tijd en effectief te delen De samenwerking met externe partners zoals WUR, Diervizier en de Dierencoalitie verloopt constructief en levert waardevolle inzichten op. Ook de publiekscommunicatie is succesvol afgestemd op de seizoenen, waardoor bewoners op relevante momenten bereikt worden. Binnen de organisatie is er meer aandacht voor dierenwelzijn in de interne communicatie. Ook de vergroening van de stad en de inrichting van klimaatadaptieve, biodiverse gebieden zijn goed opgepakt. Het Plan Biodiversiteit geeft richting aan de uitvoering van het beheer van de eigen gebieden. Hoewel de uitvoering grotendeels soepel verloopt, blijft de onduidelijkheid rond de wettelijke verplichting tot beschutting van vee in de weide een aandachtspunt. Dierhouders weten vaak niet precies aan welke eisen zij moeten voldoen, terwijl zij wel verantwoordelijk zijn voor het beschermen van hun dieren. De pilot moet meer duidelijkheid brengen in toe te passen beschermingsmaatregelen, maar de uitkomsten zijn nog niet definitief. Daarnaast vraagt het bereiken van alle relevante doelgroepen voor gedragsverandering, zowel voor dierenhouders als bewoners, om blijvende en gerichte communicatie inspanningen.

Ook is de beschikbaarheid van structurele middelen en inzet op lange termijn een aandachtspunt. Ja. Op basis van de huidige voortgang en het feit dat bijsturing op dit moment niet nodig is, lijkt de afronding in 2026 haalbaar. Belangrijk is wel dat de uitkomsten van de pilot geen vertraging oplopen.

12

Opvangketen gehouden dieren (3.2.1 + 3.2.2 + 5) Met Agenda Dieren 2024-2026 wordt actiever ingezet om acute knelpunten op te lossen en sterkere afspraken te maken binnen de opvangketen over onderlinge samenwerking, doelgerichtheid registratie en communicatie. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk?

Gaan we afronding halen in 2026?

De gemeente heeft een wettelijke taak rondom het vervoer en de opvang van zwerfdieren. Daarnaast is er zorg voor dieren (en eigenaren) die in de knel komen omdat de eigenaren niet meer willen of kunnen zorgen voor hun dier. De tijd tijdens en na de uitbraak van Covid-19 is van toenemende invloed geweest op huisdierbezit, afstand25 van huisdieren die in steeds grotere mate verwaarloosd binnen kwamen, en de daarbij horende zorgkosten. In 2023 is het noodfonds voor dierenwelzijnsorganisaties in werking getreden. Dit om de gevolgen van inflatie (energiecrisis), het hoofd te bieden. Men kon daarvoor ondersteuning vragen en voorstellen doen om de eigen organisatie toekomstbestendiger te maken. De Dierenambulance Amsterdam, DOA en dierenasiel Oostzaan hebben hier aanspraak op gedaan. In mei 2025 is de opvangketen gestart met het formuleren van een samenwerkingsplan die onze wens ondervangt naar een duidelijke koppeling tussen de beschikbare budgetten, de gezamenlijke vervoers- en opvangdoelen, registratie, communicatie en de financiële uitdagingen. Dit plan leidt tot een doelgerichte aanpak voor de verschillende type opvangen. Amsterdam is trots op de wijze waarop personeel en vrijwilligers van de vervoer- en opvangketen al jaren dieren in nood helpen. Ze zijn zichtbaar en goed benaderbaar voor Amsterdammers.

Naast de reguliere opvang richten de organisaties zich ook meer op het aanbieden van preventieve hulp en worden dieren in crisissituaties zoveel mogelijk opgevangen. Ook is de verwachting dat het samenwerkingsplan eind 2025 klaar is, waardoor in 2026 al met de nieuwe samenwerkingsafspraken kan worden gewerkt. Vanwege de konijnenopvangcrisis (2023), had konijnenopvang de Werf zich in samenspraak met de gemeente ingezet voor een uitbreiding van hun opvanglocatie. Dit heeft (nog) niet geleid tot een concrete uitbreiding van de opvangplaatsen en exploitatie. Desondanks zijn er geen directe problemen ontstaan bij de opvang van zwerfkonijnen. Wel waren de mogelijkheden voor het opnemen van afstandskonijnen beperkt. De planning is dat in de zomer van 2025 duidelijk wordt wat nodig26 is om een uitgebreide konijnenopvang te realiseren. Daarnaast blijkt het tekort aan vakbekwaam personeel (en behoud) voor sommige opvangorganisaties een structureel probleem27. Het voornemen is om dit als aandachtspunt binnen het samenwerkingsplan inzichtelijk te maken. Ook is een sterke behoefte door de Politie geuit om de dieren die zij aantreffen in een crisissituatie makkelijker bij de opvangketen onder te brengen zonder dat hier overgegaan moet worden tot in beslagname28.

Wij ondersteunen hun wens omdat inbeslagname vaak geen recht doet aan de situatie waarin de eigenaar tijdelijk niet voor een dier kan zorgen, en verkennen welke nieuwe afspraken mogelijk zijn. Ja, voor zover geen bijzonderheden.

25

In september 2024 luidde de opvangketen de noodklok in het Parool over de grote hoeveelheden katten. Eerder was er een landelijk tekort aan opvangplaatsen voor konijnen. 26 Alle inspanningen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunnning zijn dan doorlopen. 27 Met name omdat de beloning en secundaire arbeidsvoorwaarden achterblijven bij andere opvangorganisaties. Zo is de betaling laag en bouwt personeel bij deze organisaties geen pensioen op. 28 Het gaat hier om uitzonderlijke situaties waar eigenaren in een crisissituatie terecht gekomen zijn en niet bij machte zijn daarin een afgewogen keuze te kunnen maken. Dit vraagt wel meer van de opvang als achtervang zonder ‘toestemming’ van de eigenaar.

13

Toekomst Wildopvang de Toevlucht (3.2.3) In Agenda Dieren 2024-2026 staat benoemd dat er zorgen zijn over de bedrijfsmatige en fysieke continuïteit van Wildopvang Toevlucht en dat het college de intentie heeft om de knelpunten op te lossen. Hiermee heeft Agenda Dieren een collegebrede bestuursopdracht gegeven om de wildopvang in Amsterdam te behouden. Waarom is inzet belangrijk

Wat al opgepakt?

Wat gaat goed in de uitvoering?

Wat loopt minder makkelijk?

Gaan we afronding halen in 2026?

Alleen met een robuuste wildopvang kan aan de gemeentelijke doelen worden voldaan. Door de groei in het aantal opgevangen dieren, personele bezettingsproblemen en diverse fysieke knelpunten op het terrein, staat de aandacht voor een professionele (financiële) bedrijfsvoering onder druk. De continuïteit van deze voorziening is in onze optiek niet gegarandeerd. Op bedrijfsmatig vlak zijn de volgende acties in gang gezet: (1) De Provincie Noord-Holland is verzocht om mede (financieel) probleemeigenaar te zijn van een vitale wildopvang in regio Amsterdam. Dit heeft ertoe geleid dat Provincie een eenmalige financiële bijdrage gaat leveren en over een eventuele structurele samenwerking in gesprek wil blijven, (2) aan Toevlucht is budget beschikt voor het (extern) laten opstellen van een toekomstbestendig bedrijfsplan (toekomstvisie, personeelsplan, vrijwilligersplan, fondsenplan / financiële bedrijfsvoering, borging van uitvoeringsprotocollen). Op fysiek vlak wordt verkend wat er nodig is om de fysieke knelpunten op te lossen. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor: (1) de juridische inpassing van legalisatie in het bestemmingsplan, (2) de landschappelijke inpassing zoals (groen)beheer- en onderhoud, toegankelijkheid, inrichting terrein, oplossen fysieke knelpunten, (3) de inpassing van de wildopvang functie in de hoofdgroenstructuur.

Welke kansen en risico’s worden voorzien tot de ecologische kwaliteit?, (4) het urgentieniveau van achterstallig groenbeheer en risico op aansprakelijkheid. De Toevlucht is sinds 1988 gevestigd in de Bijlmerweide in Amsterdam. De stichting vangt zieke en gewonde vogels en andere wilde dieren op uit Amsterdam en andere gemeenten. Met de tijd is de Toevlucht uitgegroeid van een kleinschalige hobby tot een regiofunctie. Ondertussen revalideren er jaarlijks 5000 vogels en 500 zoogdieren. Hiermee is De Toevlucht gegroeid naar een centrale voorziening voor de provincie Noord-Holland. Daarnaast onderscheidt de Toevlucht zich ten opzichte van andere wildopvangen door hun variëteit aan opgevangen dieren. De meeste opvangen specificeren zich tot één of enkele soorten. Qua bedrijfsvoering blijkt het werven en behouden van personeel een groot struikelblok voor de Toevlucht. De borging van de fysieke continuïteit is complex; niet alleen zijn er diverse afbreukrisico’s29, ook is het nog niet bekend of alle relevante organisatieonderdelen inhoudelijk goed betrokken zijn. Ja, voor zover geen bijzonderheden.

29 Zoals: Beperkte middelen om het terrein bruikbaar te maken t.b.v. legalisering. En het risico dat er ongelukken gebeuren tijdens

extreem weer. Ondanks contractuele uitbesteding van het groenbeheer aan Toevlucht, blijft de gemeente eigenaar van het terrein. Gemeente is dus aansprakelijk.

14

Conclusie We lopen goed op koers, ondanks beperkte bezetting. Nagenoeg alle thema’s zijn reeds opgepakt en in uitvoering. Voor het merendeel van alle thema’s verwachten we dat deze in 2026 afgerond zijn. Niet alleen zijn we zoals voorheen in nauw contact met onze subsidiepartners, maar ook met nieuwe spelers zoals lokale paardenhouders en dierproeflaboratoria. Het is nu nog te pril om te stellen of onze inzet tot de gewenste impact leidt. Volgend jaar wordt gewerkt aan de evaluatie Agenda Dieren 2024-2026. Via die evaluatie wordt diepgaand gereflecteerd op de resultaten, het wel of niet behalen van de gestelde doelen, impact, ontwikkelkansen en (financiële) aanbevelingen voor de volgende bestuursperiode. In de volgende bestuursperiode zal opnieuw de aandacht voor dierenwelzijn (financieel) moeten worden geborgd. Niet alleen zijn er signalen dat de structurele middelen onvoldoende zijn om onze vervoer- en opvangketen kwalitatief te kunnen continueren, ook houden de incidentele (project)middelen per 2027 op. Dit financieel probleem zal moeten worden opgelost bij de coalitie-onderhandelingen.

Beknopte voortgang van thema’s: Bijlage 2

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373124/1