Bijlage 1. Rapport techniekmonitor Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Rapport Techniekmonitor Amsterdam Birch Consultants Juli 2023
Managementsamenvatting _____________________________________________________________________________ 2 1
Introductie ____________________________________________________________________________________________ 3
2
Analyse _________________________________________________________________________________________________ 6 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5
2.2
Beschouwing van PPS´en en programma’s _____________________________________________________ 6 Introductie PPS’en ___________________________________________________________________________________________ 7 Bereik en begroting PPS’en _________________________________________________________________________________ 9 Actielijnen PPS’en __________________________________________________________________________________________ 12 Gemeentelijke programma’s en Sterk Techniek Onderwijs ____________________________________________ 14 Uitdagingen en kansen ____________________________________________________________________________________ 16
Beschouwing rol gemeente Amsterdam ______________________________________________________ 19
3
Conclusies en handelingsperspectieven _______________________________________________________ 24
4
Bijlagen ______________________________________________________________________________________________ 26 4.1
Lijst geïnterviewde personen ___________________________________________________________________ 26
4.2
Bereik in tabelvorm per PPS ____________________________________________________________________ 27
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
1
Managementsamenvatting De huidige krapte op de arbeidsmarkt, met name in de technische sectoren, vormt een aanzienlijke uitdaging. In de Metropoolregio Amsterdam wordt samengewerkt tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en gemeenten om de vraag- en aanbodmismatch aan te pakken. Deze monitor brengt de resultaten in kaart van initiatieven en programma’s en biedt inzichten voor mogelijke beleidsaanpassingen van de gemeente Amsterdam. Als onderdeel van dit onderzoek zijn interviews gehouden met programmamanagers van PPS'en en gemeentelijke programma's. In totaal zijn 16 PPS'en en programma's geanalyseerd. De bevindingen tonen aan dat er momenteel voornamelijk wordt gefocust op het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO), met minimale aandacht voor primair onderwijs (PO), hoger beroepsonderwijs (HBO) en wetenschappelijk onderwijs (WO). Opvallend is dat systematische monitoring van het bereik ontbreekt bij verschillende PPS'en en gemeentelijke programma's. Er kan echter worden geschat dat alle PPS’en gezamenlijk ongeveer 2.080 VO-leerlingen, 2.950 MBO-leerlingen en 726 midden- en kleinbedrijven (MKB's) hebben bereikt in 2022. Het aanpakken van de diverse uitdagingen waarmee PPS'en worden geconfronteerd, biedt potentie tot het verbeteren en innoveren van onderwijs.
Voorbeelden hiervan zijn het flexibiliseren van het onderwijs, inzetten van hybride docenten en implementeren van modulaire opleidingsprogramma's. Daarnaast onderzoeken verschillende PPS'en ook hoe ze hun initiatief kunnen verduurzamen om op de lange termijn impact te kunnen blijven maken. Gemeentelijke programma's ondervinden ook uitdagingen, met name bij het effectief meten van hun impact. Het blijkt lastig te zijn om de impact nauwkeurig te monitoren en beoordelen. Wat betreft de rol van de gemeente waarderen de geïnterviewden haar proactieve betrokkenheid en inzet om de instroom van talent in de technische sector te vergroten. Het portfolio van de gemeente richt zich voornamelijk op MBO-initiatieven, terwijl ook aandacht voor het basisonderwijs aanzienlijke impact kan hebben. Het is in deze leeftijdscategorie dat de beeldvorming ontstaat die tot interesse of juist afkeer kan leiden. Concluderend zou de instroom van talent in de technische sector in Amsterdam verslechteren zonder aanzienlijke investeringen in technisch onderwijs. Het advies is dan ook om vooral door te blijven gaan met het huidige beleid en gekozen aanpak. Daarnaast kunnen er strategische gemaakt worden waarmee de impact van het gemeentelijke beleid verhoogd kan worden. Het tweede advies is om met de huidige beschikbare middelen strategische keuzen te maken voor de lange termijn.
Concreet houdt dit om meer in te zetten op het basisonderwijs, monitoring van het effect op onderwijs te verbeteren (en niet alleen naar doelmatigheid te kijken) en het onderwijs een grotere rol te laten spelen bij PPS’en waar dit nu nog te weinig het geval is.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
2
1 Introductie Aanleiding De vraag naar technisch personeel is de afgelopen jaren flink toegenomen en het aanbod van technisch personeel is in die jaren niet meegegroeid. De arbeidsmarktkrapte is ongekend hoog, met een structureel karakter. In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt er hard gewerkt aan de maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, duurzaamheid, circulariteit, mobiliteit, verstedelijking en leefbaarheid. Voor al deze maatschappelijke opgaven is de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde mensen onmisbaar, maar momenteel blijft het aanbod van technisch personeel achter bij de vraag. Om de mismatch tussen vraag en aanbod in de technische sectoren terug te dringen, werken in de MRA het bedrijfsleven, het (beroeps)onderwijs en de gemeente samen. Die samenwerking vindt op verschillende manieren plaats. Zo zijn er publiek-private samenwerkingen (PPS-en), het Sterk Techniek Onderwijs (STO) Amsterdam en de gemeente Amsterdam heeft zelf meerdere gemeentelijke programma’s waar ze actief de samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven opzoekt. Al deze samenwerkingen en programma’s vormen samen het gemeentelijk beleid om de instroom in de techniek te bevorderen. In deze techniekmonitor brengen we de resultaten van de pps-en, STO en de gemeentelijke programma’s in kaart.
Aan de hand van deze resultaten maken we inzichtelijk wat het gemeentelijke beleid oplevert en geven we handvatten voor het beleid van de gemeente om de techniekinstroom in de technieksector verder te verhogen. Huidige situatie technische instroom De instroom van technisch gekwalificeerde studenten op de arbeidsmarkt loopt sinds 2010 op. In figuur 1 wordt het verloop in de periode 2012 tot en met 2021 weergegeven. Er is te zien dat zowel het percentage studenten dat kiest voor Techniek1, alswel het totale aantal gediplomeerden in arbeidsmarktregio GrootAmsterdam is toegenomen vanaf 2013 tot 2021, maar in 2022 is dit aantal licht gedaald. Circa een kwart van alle gediplomeerden in 2022 heeft een technisch achtergrond, wat neerkomt op ongeveer 6.5002 mensen met een technisch diploma die in 2022 een diploma kregen van een Amsterdamse onderwijsinstelling. Hier tegenover staat dat het aantal baanopeningen (vacatures) voor technische en ICT beroepen in hetzelfde jaar op ~12.900 stond.3 Het aantal studenten kan het aantal baanopeningen op de arbeidsmarkt dus niet vullen.
Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) bepaalt elk jaar welke opleidingen onder techniek vallen; ICT valt hier volgens die indeling onder. Bron: Techniekpactmonitor, 2022 3 UWV, 2022. 1 2
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
3
Gediplomeerden in de Techniek in Groot Amsterdam 26% 23% 20%
20%
22%
23%
19%
22% 18%
17%
18%
2379 1263 1225
2477 1382 1373
2384 1555 1466
2553 1561 1505
2481 1547 1658
2692 1626 1761
2998 1621 1841
3133 1754 2214
2640 1720 2207
14%
2013/14
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
Aantal MBO
Aantal HBO
Aantal WO (master)
Aandeel MBO
Aandeel HBO
Aandeel WO (master)
Figuur 1 Bron: Techniekpact Monitor (2022). Bewerking Birch
Werkwijze Om de resultaten van de initiatieven die de instroom in de techniek proberen te verhogen in beeld te brengen, zijn wij met ze in gesprek gegaan om zo de beschikbare kwantitatieve en kwalitatieve data op te halen, deze data te analyseren en te duiden. Tijdens het opstellen van deze monitor liep gelijktijdig de aanvraagprocedure van de Nationaal Groeifonds ronde voor de opschaling van Ecosysteem PPS-en. De betrokken PPS-en in deze aanvraag zijn dezelfde PPS-en als in deze techniekmonitor. Omwille van de efficiëntie en het niet dubbel willen belasten van de initiatieven hebben wij in onze gesprekken met de PPS-en de benodigde kwantitatieve gegevens voor de Nationaal Groeifonds aanvraag verzameld. De invulling van de gesprekken hebben we tweeledig opgezet, het eerste deel had een kwalitatief-evaluatief karakter en het tweede deel een monitorend-cijfermatig karakter. Schematisch valt dit als volgt samen te vatten:
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
4
Kwalitatief (1 uur) • Ervaring samenwerking met onderwijs, bedrijfsleven en gemeente • Governance en organisatie • Activiteiten en uitvoering • Missie, visie en doelen • Impact Kwantitatief (1 uur) • Financiën (begroting) • Bereik activiteiten •Onderwijs (studenten, leerlingen, schooltype, docenten, onderzoekers) •Bedrijfsleven (mkb'ers, hybride docenten, netwerken etc.) •Beroepsbevolking (zij-instromers, werklozen etc.) Ter voorbereiding van de interviews hebben we de gesprekspartners gevraagd om relevante kwantitatieve gegevens te verzamelen. Bij meerdere PPS-en bleek een aantal gegevens niet verzameld, niet beschikbaar of onbekend. Hierdoor zit er verschil in het aantal variabelen waarover per PPS data geleverd konden worden. De (op maat gemaakte) factsheets zijn opgesteld op basis van de beschikbare gegevens. Als de gegevens niet beschikbaar waren, hebben we gevraagd hoe de gegevens in de toekomst wel verzameld kunnen worden. In de onderstaande tabel zijn de geïnterviewde partijen weergegeven. Naam
Type
ACTT
PPS
ASTA
PPS
BouwAcademie
PPS
House Of Digital
PPS
NexTechnician
PPS
VTI
PPS
Be an Engineer
PPS
Make IT Work
PPS
CoE City Net Zero
PPS
Sterk Techniek Onderwijs (STO)/TASC
Rijksoverheidsprogramma
Andersom Amsterdam
Gemeentelijk programma
Programma Bruggen en Kademuren (PBK)
Gemeentelijk programma
Projectplannen MBO agenda
Gemeentelijk programma
Maakplaats 021
Gemeentelijk programma
Werk Opleiding Jongeren (WOJ)
Gemeentelijk programma
Duurzame Stad, Duurzame Banen
Gemeentelijk programma
Tabel 1: Partijen die voor de Techniekmonitor zijn gesproken
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
5
De partijen die in deze Techniekmonitor zijn geanalyseerd en weergegeven zijn verschillend van aard. De belangrijkste verschillen tussen een PPS, een gemeentelijk programma en een rijksoverheidsprogramma zijn dat een PPS een samenwerking is tussen de overheid, onderwijs en private partijen om een gezamenlijke ambitie te realiseren. Een gemeentelijk programma is een initiatief van de gemeente, dat vaak ook gefinancierd wordt door de gemeente zelf, met als doel het realiseren van lokale doelstellingen. Een rijksoverheidsprogramma richt zich op het realiseren van nationale doelstellingen en is gefinancierd vanuit de nationale overheid. De partijen hebben dus te maken met verschillende financieringsstromen, redenen van ontstaan, doelen van de organisatie, samenwerkingen en bestuursstructuren. Deze verschillende elementen bemoeilijken de vergelijkbaarheid tussen de partijen. De vergelijkbaarheid is in dit onderzoek dan ook niet het hoogste doel. Het hogere doel is in kaart brengen wat de impact is van elk partij op het vergroten van de techniekinstroom, zodat de gemeente deze inzichten kan gebruiken in haar verdere beleidsontwikkeling op dit thema. In deze rapportage bundelen en analyseren wij de gezamenlijke input van alle partijen en zullen we hier conclusies over trekken en aanbevelingen doen.
2 Analyse Birch heeft in de eerste helft van 2023 gesprekken gevoerd met alle partijen die de gemeente Amsterdam financiert binnen de technische sector. Dit heeft voor ieder partij geleid tot een factsheet met daarin missie, visie en doelen, kerncijfers en andere relevante informatie die beschikbaar is voor de partij. In dit hoofdstuk kijken we voorbij de feitelijke activiteiten van de partijen en kijken we ook naar welke taken waar zijn belegd en wat de verschillende partijen bijdragen aan het doel van de gemeente om meer instroom in het technisch onderwijs te krijgen. Dit doen we op twee manieren: 1. Een beschouwing van de PPS’en, STO en gemeentelijke programma’s; 2. Een beschouwing van de rol van de gemeente Amsterdam.
2.1 Beschouwing van PPS´en en programma’s In het portfolio van de gemeente Amsterdam dat geanalyseerd is in dit rapport, zitten in totaal negen PPS’en, één rijksoverheidsprogramma en zes gemeentelijke programma’s. De PPS’en hebben vaak een specifieke sector, cluster of branche waar ze zich op richten met specifieke doelstellingen, terwijl gemeentelijke programma’s een bredere focus hebben. De doelstellingen worden ruim geformuleerd, gericht op de promotie van techniek in algemene zin. Het gaat hier vooral om het enthousiasmeren van jongeren voor de techniek. De meeste PPS’en richten zich op VO- of MBO-niveau. Er wordt nauwelijks ingezet op PO, HBO en WO. Van de gemeentelijke programma’s richten sommige zich, naast MBO, op het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en jongeren tussen de 16 en 27. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van alle initiatieven met inhoudelijke focus en opleidingsniveau.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
6
Naam
Type
Sector/cluster/branche
Opleidingsniveau
ACTT
PPS
Verspaning
MBO
ASTA
PPS
Energietransitie
LLO
Be an Engineer
PPS
Techniek
VO, MBO, HBO, WO
BouwAcademie
PPS
Bouw
MBO
CoE City Net Zero
PPS
Technische oplossingen HBO voor klimaatneutrale stad
House Of Digital
PPS
Digitalisering & IT
MBO
Make IT Work
PPS
IT
HBO
NexTechnician
PPS
Mobiliteit
MBO
VTI
PPS
Installatietechniek
MBO
Sterk Techniek Rijksoverheid Techniek algemeen Onderwijs (STO)/TASC programma
PO/VO
Andersom Amsterdam Gemeentelijk programma
Wetenschap & Techniek
PO
Programma Bruggen en Kademuren (PBK)
Gemeentelijk programma
Breed
PO/VO
Projectplannen MBO agenda
Gemeentelijk programma
Breed
MBO
Maakplaats 021
Gemeentelijk programma
Breed
PO/VO jaar 1
Werk Opleiding Jongeren (WOJ)
Gemeentelijk programma
Breed
Alle jongeren tussen de 16 en 27
Duurzame Stad, Duurzame banen
Gemeentelijke Breed programma
Alle opleidingsniveaus
Tabel 2 Overzicht initiatieven met inhoudelijke focus en opleidingsniveau
2.1.1 Introductie PPS’en ACTT Samen met het bedrijfsleven zorgen de opleiders ROC van Amsterdam, Tetrix Techniekopleidingen en STODT ervoor dat het nieuwe-technologie-onderwijs beter aansluit op het bedrijfsleven. Arbeidsmarkt Samenwerkingsnetwerk Techniek Amsterdam (ASTA) ASTA levert, door publiek, privaat samen te werken een substantiële bijdrage aan voldoende en gekwalificeerde vakkrachten in de Installatie, Bouw, Netbeheer, Metaal en Metalektro sectoren. Het doel van ASTA is om meer zijinstroom te begeleiden naar banen gerelateerd aan de klimaatdoelen en de energietransitie.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
7
Be an Engineer Be an Engineer heeft als doel jongeren te inspireren en te interesseren voor technische en technologische vakgebieden, en hen aan te moedigen om een carrière als ingenieur na te streven. Het organiseert evenementen en activiteiten om jongeren in contact te brengen met professionals uit de sector en hun kennis en vaardigheden op het gebied van techniek en technologie te vergroten. BouwAcademie Amsterdam (BAA) BouwAcademie Amsterdam s het samenwerkingsverband tussen de Gemeente Amsterdam, het ROC van Amsterdam, Bouwmensen Amsterdam en Bouwend Nederland regio Amsterdam. Bouwacademie richt zich op het opleiden en bijscholen van vakmensen in de bouwsector. Het biedt intensieve opleidingstrajecten aan waarin deelnemers praktische vaardigheden en theoretische kennis opdoen. Centre of Expertise: City Net Zero City Net Zero is een expertisecentrum dat zich richt op het verduurzamen van steden en het realiseren van klimaat neutrale stedelijke omgevingen. Het initiatief werkt samen met kennisinstellingen, bedrijven en overheden om innovatieve oplossingen te ontwikkelen en kennis te delen op het gebied van duurzaamheid, energie-efficiëntie en circulaire economie. House Of Digital (HoD) House of Digital is een samenwerking waarbinnen overheden, instellingen, bedrijven én studenten heel intensief samenwerken.
Ze dragen bij aan de ambitie van Amsterdam om de Europese mainport voor internet en data-innovaties te worden. Ze hebben een uniek programma opgezet waarmee ze deze uitdagingen aanpakken. Make IT Work Make IT Work is een initiatief dat zich richt op omscholing van werkzoekenden naar IT-functies. Het biedt een intensief opleidingsprogramma aan waarin deelnemers in korte tijd worden klaargestoomd voor een carrière in de IT-sector. Het initiatief heeft als doel om zowel werkzoekenden nieuwe kansen te bieden als de groeiende vraag naar IT-professionals in te vullen. NexTechnician NexTechnician verkleint de kloof tussen kennis van afgestudeerden en de eisen van de mobiliteitsbranche door intensieve samenwerking tussen bedrijven uit Groot Amsterdam en NoordHolland en het ROC van Amsterdam. MBO College Westpoort verzorgt de mbo-opleidingen in de sector Mobiliteitstechniek. Vakschool Technische Installatie (VTI) VTI is een samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijfsleven, overheid en brancheverenigingen in de Metropoolregio Amsterdam. Samen werken zij aan goede opleiding van de technische professional van
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
8
de toekomst. Hiervoor promoten ze het installatievak onder jongeren & zij-instromers. Voor het delen van kennis worden Hybride Vakdocenten opgeleid.
2.1.2 Bereik en begroting PPS’en Het bereik van de PPS’en is in onderstaande grafieken weergegeven. Van de gemeentelijke programma’s zijn deze gegevens niet beschikbaar. Het bereik is het aantal leerlingen, partijen en professionals dat een PPS heeft gerapporteerd te bereiken. In de grafieken is te zien dat de PPS’en voornamelijk leerlingen in het VO en MBO hebben bereikt. Verder is te zien dat er een breed palet aan verschillende doelgroepen is bereikt. Welke doelgroepen het meeste zijn bereikt, hangt af van het doel van de PPS. Met MKB worden midden- en kleine bedrijven bedoeld, dit zijn bedrijven met minder dan 250 werknemers. Werkveldpartijen zijn partijen in het werkveld van de PPS, die niet onder MKB, grote bedrijven en opleidingen vallen, bijvoorbeeld brancheorganisaties.
Bereik per PPS naar leerlingen per opleidingsniveau 1067
750
800
750
550
500
80
PO
VO ASTA
Bouw Academie
440
80
48
13 MBO
House Of Digital
HBO NexTechnician
VTI
5 WO Be an Engineer
Zie bijlage 4.1 voor een gedetailleerde tabelweergave van het bereik.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
9
Bereik per PPS naar doelgroep 280
20 166 135
120
104 85 41
70
32 18
ASTA
3
112 83
13 24
Bouw Academie
18 17
53261
House Of Digital
3
10
NexTechnician
28
23
102
20 17 1 5
VTI
Be an Engineer
20
1
Make IT Work
1
CoE
Zie bijlage 4.1 voor een gedetailleerde tabelweergave van het bereik.
Het totale bereik valt op te splitsen in leerlingen (po, vo, mbo, hbo, wo), organisaties (MKB, grote bedrijven, opleidingen, werkveld partijen) en professionals (lectoren, practors, werknemers, docenten, mensen die (nog) geen betaalde baan hebben). Dit is in onderstaande tabel te zien, met daarbij welk percentage dit is van het totale bereik. Het valt op dat BouwAcademie, Nextechnician, HoD en VTI het grootste aandeel leerlingen hebben bereikt. MakeIT Work heeft het grootste aandeel organisaties bereikt, gevolgd door HoD en Be an Engineer. Ten slotte heeft HoD het grootste aandeel professionals bereikt, gevolgd door VTI en MakeIt Work.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
10
PPS
Bereik
Bereik
Bereik
leerlingen
organisaties
professionals
ASTA
80 2%
0 0%
3 1%
Bouw Academie
1.195 24%
121 12%
1 0%
House Of Digital
1.147 23%
208 21%
242 42%
NexTechnician
1.300 26%
49 5%
25 4%
VTI
1.300 26%
48 5%
136 24%
Be an Engineer
0 0%
207 21%
43 7%
Make IT Work
61 1%
356 35%
100 17%
CoE City Net Zero
0 0%
19 2%
31 5%
Totaal
5.083
1.008
576
Aanvullend op het bereik, hebben de PPS’en ook begrotingscijfers gerapporteerd. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Cijfers over de financiën van de gemeentelijke programma’s waren niet beschikbaar. De tabel geeft zowel het bedrag dat is begroot per PPS weer en welk percentage dit is van de totale begroting. PPS
Begroting
Aandeel
Be an Engineer
€88.000,-
2%
VTI
€209.200,-
4%
ASTA
€344.271,-
6%
House Of Digital
€450.000,-
8%
Bouw Academie
€905.000,-
17%
CoE City Net Zero
€942.603,-
17%
NexTechnician
€1.023.980,-
19%
Make IT Work
€1.476.000,-
27%
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
11
2.1.3 Actielijnen PPS’en PPS’en kunnen sterk verschillen in wat ze willen en doen en hoe ze dat organiseren. Om te werken aan een waardevolle samenwerking met als doel het versterken van toekomstbestendig beroepsonderwijs, kunnen PPS’en activiteiten verrichten om bij te dragen aan verschillende ‘actielijnen’ (Katapult, 2023). Deze zijn gericht op het versterken van ketens en ecosystemen, talentontwikkeling, LLO, innoveren van de beroepspraktijk en het bouwen van een contextrijke infrastructuur. De actielijnen waar de PPS’en op inzetten, met bijbehorende financieringscijfers, zijn in de tabel hieronder weergegeven. Hier is te zien dat volgens de PPS’en de meeste financiële middelen zijn ingezet op het versterken van ketens en ecosystemen (~23%) en bouwen aan een contextrijke infrastructuur (~22%), gevolgd door talentontwikkeling (~13%) en innoveren van de beroepspraktijk (~12%). Het minste is ingezet op LLO (~7%). De activiteiten van de PPS’en op de verschillende actielijnen worden onderstaand verder toegelicht. Activiteiten gerelateerd aan:
Middelen (in Euro) Aandeel middelen
1. Contextrijke infrastructuur
1.179.620,-
22%
2. Versterken van ketens en ecosystemen
1.264.111,-
23%
3. Talentontwikkeling
717.840,-
13%
4. Innoveren van beroepspraktijk
644.340,-
12%
5. Leven Lang Ontwikkelen
396.840,-
7%
2.1.3.1 Contextrijke infrastructuur Katapult beschrijft deze programmalijn als het investeren in middelen die individuele partijen zich niet kunnen veroorloven en het openstellen van apparatuur, machines en expertise (mensen) voor alle leden van de PPS. Bouwacademie, CoE City Net Zero, House of Digital en VTI hebben een focus op het voorzien in een contextrijke infrastructuur. Bij VTI dragen stakeholders uit het bedrijfsleven, onderwijs en overheid bij in geld, kennis of inzet om de instroom van installatietechnici op het MBO te bevorderen. Dit doen ze onder andere door middel van certificaten voor installatiebranches, gastlessen, trainingen en excursies voor leerlingen. VTI was de eerste partij in Nederland die een certificaat ontwikkelde voor basisonderhoud CV, waar al honderd zij-instromers mee zijn opgeleid. House of Digital draagt bij aan een contextrijke IT infrastructuur door de kennis van grote bedrijven te ontsluiten en de mogelijkheid te bieden om studenten onder te brengen bij kleinere bedrijven. De Bouwacademie gebruikt bestaande samenwerkingsverbanden met bouwbedrijven, bouwmensen en het ROC van Amsterdam, kennispartner TNO woningbouwcorporaties en de gemeente om per relevante (bouw)thema’s te bepalen. De bedrijven zijn aangesloten op inhoud.
2.1.3.2 Versterken van ketens en ecosystemen Katapult geeft aan dat het versterken van ketens en ecosystemen is gericht op het verbinden van partners en het uitbreiden van het ecosysteem en netwerk met nieuwe partners. Alle PPS’en in Amsterdam hebben meerdere partners en zijn actief op het onderhouden van deze relaties. Van de
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
12
Amsterdamse PPS’en heeft Be an Engineer bijvoorbeeld een samenwerkingsverband heeft met UWV voor het bewerkstelligen van de leercultuur die nodig is om een stap richting techniek te maken via regionale activiteiten. De Bouw Academie heeft een belangrijke coördinerende rol in het speelveld tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. De vervolgstap van Bouw Academie ligt bij de toekenning van de Nationaal Groeifonds Aanvraag waarmee ook de partnerships met bedrijven wordt geformaliseerd en het netwerk wordt versterkt. Ook House of Digital verbindt partners met elkaar. De samenwerking met bedrijven wordt door de PPS’en beschreven als waardevol, omdat er kennis en kunde mee uitgewisseld kan worden. Het uitwisselen van kennis en ervaring gebeurt meer met grotere bedrijven, terwijl kleine bedrijven vaak meer ruimte bieden om studenten onder te brengen. Be an Engineer helpt het versterken van de keten en relaties met bedrijven door mensen onder te brengen bij bedrijven, werkgevers zijn blij met aangeleverde talenten. 2.1.3.3 Talentontwikkeling Talentontwikkeling wordt door Katapult omschreven als een actielijn die focust op het innoveren van het onderwijs, het aantrekken van jongeren en (hybride en gast-) docenten en docentprofessionalisering, met als doel om het onderwijs beter te laten aansluiten op de arbeidsmarkt.
Dit wordt onder andere bereikt door het verbeteren van onderwijs. Verschillende PPS’en ondernemen activiteiten die zich hierop richten. Be an Engineer helpt kandidaten om de stap richting techniekonderwijs te maken door te ondersteunen in het oriënterende proces, wat vaak een pijnpunt voor kandidaten is. Bij Make IT Work wordt onderwijs gegeven door docenten van hogescholen. De afnemende bedrijven (geen partners) hebben de mogelijkheid om input te geven in het materiaal dat wordt onderwezen, wat goed is voor de onderwijsontwikkeling. Ook Bouw Academie is actief op onderwijsontwikkeling en focust zich op het creëren van een up-to-date onderwijsprogramma om mensen met de juiste vaardigheden in de bouw krijgen, net als House of Digital, dat zich voornamelijk richt op het versterken van de IT component in verschillende beroepen en het beter aansluiten van het onderwijs bij de beroepsprakrijk. Ook NexTechnician wil het gat tussen bedrijven en onderwijs verkleinen. 2.1.3.4 Innoveren van beroepspraktijk Dit wordt door Katapult omgeschreven als een actielijn die zich bezig houdt met het stimuleren van de innovaties van de beroepspraktijk in de regio. Een voorbeeld van een initiatief op deze actielijn is de BITacademy van HoD, een softwaredeveloper opleiding waar wordt gewerkt met opdrachten uit het bedrijfsleven.
Op zijn beurt wil BouwAcademie innovatie bewerkstelligen in de logistiek en de bouw, door efficiënter te werken en nieuwe bouwconcepten te verkennen, zoals circulaire bouwmaterialen, biobased materialen en digitalisering. Bij Be an Engineer worden bedrijven geholpen door innovatieve campagnes, gericht op zij-instroom voor het mbo en hbo te organiseren, te helpen met de oriëntatie op de techniek, evenementen te organiseren en een servicepunt op de Hogeschool van Amsterdam te creëren. Verder vindt bij NexTechnician innovatie van de beroepspraktijk plaatst door de hechte samenwerking de partnerbedrijven, door kennisuitwisseling tussen voortgezet onderwijs en beroepspraktijk over de nieuwste technieken.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
13
2.1.3.5 Leven Lang ontwikkelen (LLO) LLO focust zich op het ontwikkelen van een aantrekkelijk en relevant LLO aanbod dat goed aansluit op de (technologische) behoeften van de arbeidsmarkt, volgens Katapult. Zo probeert House of Digital IT componenten in verschillende beroepen te versterken. Bedrijven weten niet altijd wat ze met het technische domein kunnen doen, en House Of Digital probeerde daar verandering in te brengen door o.a. de medewerkers op te leiden. Evenzo spant Be an Engineer zich in om mensen zonder technische achtergrond te verwelkomen in de techniek. Ook NexTechnician faciliteert LLO en zij-instroom op het gebied van mobiliteitstechniek, plaats Bouw Academie mensen via een zij-instroom traject in de bouw en schoolt Make IT Work in 5 maanden (voltijd) mensen om naar IT’ers met een HBO of WO opleiding. Het doel is om de overstap te vergemakkelijken via werving, selectie en dan matching met een werkgever.
Contextrijke Versterken van Talentinfrastructuur ketens en ontwikkeling ecosystemen
Leven Lang ontwikkelen
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
●
ASTA Bouw Academie
●
Be an Engineer CoE City Net Zero House of Digital Make IT Work NexTechnician VTI
●
●
●
●
●
●
●
●
Innoveren van beroepspraktijk
●
Tabel 3 Actielijnen per PPS
2.1.4 Gemeentelijke programma’s en Sterk Techniek Onderwijs 2.1.4.1 Andersom Amsterdam Er zijn verschillende gemeentelijke programma’s gericht op het basisonderwijs. Andersom Amsterdam helpt basisscholen externe professionals en vakdocenten te vinden om het lerarentekort en de werkdruk te verlichten óf om leerlingen een rijke schooldag te bieden. De aanpak bestaat uit het langs scholen gaan om tekorten te inventariseren, vaak in de wetenschap en techniek. Vervolgens gaat Andersom Amsterdam aan de slag om de scholen te matchen met aanbieders van onderwijs. Dit programma heeft niet als hoofddoel om de instroom in het techniekonderwijs en de technische beroepen te verhogen en wijkt daarmee af van de andere gemeentelijke programma’s in deze techniekmonitor.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
14
2.1.4.2 Maakplaats 021 Maakplaats 021 richt zich op basisschoolleerlingen en oudere kinderen, tussen de 8 en 16 jaar. Er zijn 10 maakplaatsen gecreëerd in Amsterdam. Deze maakplaatsen worden gebruikt om kinderen in aanraking te brengen met technische vaardigheden, waar ook koppelingen worden gemaakt naar “oude ambachten”. 2.1.4.3 Programma Bruggen en Kademuren (PBK) Het PBK is een gemeentelijk programma da verantwoordelijk is voor het renoveren van bruggen en kademuren. Een onderdeel van het programma is ook om basisschoolleerlingen te enthousiasmeren voor de techniek. De doelgroep is primair onderwijs, maar ook het vmbo. Er worden workshops, snuffelstages, excursies en gastcolleges georganiseerd. PBK werkt samen met de TechCampus want die hebben de ideeën om jongeren te inspireren en PBK heeft de mensen. In totaal heeft het programma naar eigen schatting 2300 leerlingen bereikt met hulp van een netwerk van 18 ambassadeurs en andere collega’s. 1100 leerlingen werden via de Tech Campus bereikt. Ook heeft PBK samengewerkt met het Amsterdam Light Festival. Via deze route zijn ongeveer 1200 basisschoolleerlingen bereikt. 2.1.4.4 Sterk Techniek Onderwijs Amsterdam In Nederland zijn er 86 STO regio’s die het landelijke budget inzetten om het techniekonderwijs te verbeteren. In 2020 is in Amsterdam gestart een team gestart dat de STO middelen (8 miljoen) zou inzetten.
Esprit is daarvan de penvoerder. STO Amsterdam heeft als ambitie om alle jongeren vanaf groep 6 te laten oriënteren op de techniek. Ze willen daarmee de instroom in het technisch vmbo en de doorstroom van voortgezet techniekonderwijs naar MBO bevorderen. STO denkt mee over curriculum van de leerlingen, profielen, met welke bedrijven samengewerkt kan worden en de inrichting van het onderwijs. STO Amsterdam is een van de weinige initiatieven/programma’s met een (gedeeltelijke) focus op het PO en heeft als voornemen om de inzet op het PO komend jaar te verdubbelen. Het programma bereikt 220 basisscholen en 96 VO scholen. STO werkt met drie programmalijnen: TASC (techniekschool) de Techcampus en MVI. Binnen het programma TechCampus Amsterdam worden 6500 leerlingen bereikt. 2.1.4.5 Mbo-agenda Met de mbo-agenda werken de mbo-instellingen en de gemeente samen om goed onderwijs in de stad aan te bieden en de samenwerking tussen mbo’s te vergroten. De mbo-instellingen kunnen subsidie bij de gemeente aanvragen voor projecten die bijdragen aan de doelen zoals beschreven in de mbo-agenda. Tot de doelen behoren meer onderlinge samenwerking en betere afstemming, duurzame inzetbaarheid bevorderen en Leven Lang Ontwikkelen stimuleren, maar ook de toeleiding naar het mbo en de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het mbo-onderwijs te bevorderen.
Een van de doelen van de mboagenda met betrekking tot de techniek is het bevorderen van de instroom richting de tekortsectoren (waaronder de techniek). De nieuwe mbo-agenda is gepubliceerd en zal lopen tot 2027.4 De nieuwe mbo4
Gemeente Amsterdam, MBO Agenda 2023-2027 6_vrm22_485_mbo-agenda_1.pdf
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
15
agenda bouwt voort op de doelen in de vorige agenda, maar heeft nu de nadrukkelijke toevoeging gekregen dat er ‘meer toeleiding naar het mbo’ moet komen. 2.1.4.6 Duurzame Stad, Duurzame Banen Begonnen als programma voor extra investeringen in coronatijd heeft het team van Duurzame Stad, Duurzame Steden zich gericht op het bevorderen van zij-instromers in de bouw en techniek. Onderscheidend t.o.v. andere programma’s is de focus op een andere groep dan scholieren en studenten, namelijk zij-instromers. De doelgroep krijgt een opleiding bij een van de partners (zoals Tetrix, ROC van Amsterdam, Installatiewerk NH) en al werkende worden de zij-instromers opgeleid. Ter verbetering van het programma liggen de ambities in het zoeken naar een combinatie van inhoudelijke cursussen en het aanbieden van taaltrainingen. Momenteel wordt veel arbeidspotentieel namelijk afgewezen op basis van onvoldoende taalbeheersing en het bestaand aanbod aan taaltrajecten kan beter/efficiënter worden gecombineerd. Ook het bekostigen van het programma wordt aangepast. Zo kijkt OCW naar het faciliteren van financiële tegemoetkomingen in de vorm van een lening of fonds om het gebrek aan salaris op te vangen.
2.1.4.7 Werk Opleiding Jongeren (WOJ) Tot slot is er WOJ, een gemeentelijk programma dat zich bezig houdt met het begeleiden van alle jongeren tussen 16 en 27 jaar zonder werk of school in alle stadsdelen van Amsterdam, met als doel jongeren te helpen met het vinden van een baan, het terug naar school gaan en het omgaan met geldzorgen. WOJ houdt zich niet specifiek bezig met het vergroten van de techniekinstroom, maar dit kan wel bijvangst van de opbrengsten van het programma zijn. Jongeren worden geholpen met financiën en praktische ondersteuning door een uitgebreid team van jongeren adviseurs, schuldhulpverleners, job hunters en job coaches. Vacatures worden binnengehaald door Werkgeversservicepunt adviseurs. WOJ is actief waar jongeren actief zijn, zoals ROC’s, binnen wijken en bij maatschappelijke organisaties. Dat maakt het bereik groter.
2.1.5 Uitdagingen en kansen De meeste PPS-en en programma’s zijn al voor een lange tijd actief. Zij hebben daarmee allen ervaringen opgedaan die relevant zijn voor andere PPS-en en programma’s én voor het beleid van de gemeente. In deze paragraaf vatten we de uitdagingen en kansen die de pps- en programma’s ervaren, samen. 2.1.5.1 PPS’en Tijdens het uitvoeren van de actielijnen komen de PPS’en verschillende uitdagingen tegen. Bij VTI is er bijvoorbeeld een uitdaging om de plannen en resultaten van initiatieven te borgen in de onderwijsorganisatie(s), omdat er onvoldoende capaciteit in het onderwijs is. NexTechnician heeft gemerkt dat onderwijsontwikkeling soms lastig is, omdat het tempo bij het onderwijs en het bedrijfsleven verschilt. VTI ziet evenals NexTechnician kansen in flexibilisering van het onderwijs, hybride
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
16
docenten en modulaire opleidingen. Verder wil NexTechnician een andere aanpak om tekorten tegen te gaan, namelijk een fors investeringsprogramma met als doel het ontlasten van docenten die normaal voor de klas staan maar daarnaast nog andere verantwoordelijkheden hebben. Ook willen VTI en NexTechnician meer instroommomenten gedurende? het jaar bewerkstelligen en keuzevakken met aanvullende technieken inzetten. House of Digital vult aan dat om tekorten tegen te gaan, er meer gedaan zou kunnen worden op het gebied van kantoorautomatisering, e-commerce en het vroeger beginnen met techniek (basisschool). Een kans voor de toekomst is ook om het ICT-onderwijs meer toegepast te maken. Bouw Academie ervaart een uitdaging in het stimuleren van de doorstroom van het VMBO naar (technisch) MBO, maar de aanwezigheid van de Techschool biedt daarin mogelijkheden. Verder heeft Make IT Work gemerkt dat werkgevers in het begin twijfelend waren om nieuwe mensen in te zetten, maar nu steeds vaker enthousiaster en daadkrachtiger zijn. Daarnaast ziet Make IT Work een uitdaging in het efficiënt verkorten van het programma, wat nodig is omdat het geen subsidie ontvangt van de gemeente. Modulariseren van het onderwijs wordt gezien als een mogelijke kans hierin. Ook Be an Engineer wordt niet (meer) vanuit de gemeente Amsterdam gesubsidieerd, maar vanuit een landelijk model.
Voor de toekomst wordt gekeken om landelijk aan te sluiten op de Katapult Groeifondsaanvraag. Be an Engineer zou voor een succesvolle continuïteit behoefte hebben aan een soort van “RIF voor het hbo”, omdat er geen kleiner investeringsinstrument bestaat voor het hbo dan bijvoorbeeld (subsidies die zijn gefinancierd uit) het groeifonds. Verder merkt Be an Engineer dat bedrijven vaak wel willen, maar dat het ‘hoe’ soms lastig blijft. Een mogelijke kans is het maken van een HBO-servicepunt, dit is een (digitaal) servicepunt, waar hbo-ers terecht kunnen voor vragen en hulp bij het oriëntatieproces dat voorafgaat aan een nieuwe baan. Meer hulp bij het oriëntatieproces kan overstappers helpen bij zij-instroom.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
17
Concluderend zien we dat de volgende uitdagingen en kansen worden genoemd door PPS-en en programma's: Uitdagingen
Kansen
→
1. Plannen en resultaten borgen in het onderwijs door onvoldoende capaciteit
1. Ontlasten van docenten in werkzaamheden (door NGF aanvraag)
2. Verschil in tempo onderwijs en bedrijfsleven
2. Flexibilisering in het onderwijs
3. Stimuleren van reguliere doorstroom vanuit het VMBO naar het MBO
3. Meer onderwijs instroommomenten in het jaar
4. Verkorten van programma’s (efficiëntieslag) zonder subsidiering
4. Modulair onderwijs
5. Bedrijven helpen in het hoe bij het helpen van medewerkers in hun ontwikkeling (LLO)
5. Een servicepunt voor medewerkers en meer hulp bij het oriëntatieproces van afgestudeerden en overstappers (zij-instromers)
6. Behouden van succesvolle continuïteit
6. Kleiner investeringsinstrument voor het onderwijs dan een groeifonds. 7a. Meer keuzevakken met techniekcomponenten
7. Toekomstige tekorten tegengaan, instroom bevorderen
7b. Eerder (PO) beginnen met techniek kennismaking 7c. ICT onderwijs meer toegepast maken
2.1.5.2 Gemeentelijke programma’s Een veelgenoemde uitdaging bij de programma’s is dat het lastig is om impact te meten en bij te houden. Volgens Maakplaats 021 is het lastig om de impact van het programma bij te houden. Het is logischerwijs lastig voor de maakplaatsen om te kijken of het participeren aan een programma bijdraagt aan een latere keuze richting een technisch profiel. Op zijn minst kan gezegd worden dat door de maakplaatsen meer kinderen in aanraking komen met technische profielen en activiteiten en zien de maakplaatsen dat kinderen ontdekken dat ze goed zijn in het werken met hun handen. Het is voor de toekomst van het programma belangrijk om inzicht te krijgen in de uiteindelijke onderwijskeuze van de kinderen die mee hebben gedaan aan Maakplaats 021, ook om de financiering structureel voor een langere termijn te krijgen. Hier ligt voor de gemeente een kans om te bemiddelen. Ook Werk Opleiding Jongeren heeft nog geen systeem om de “gebruikers” te volgen, al zouden ze dat we willen. Programma Bruggen en
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
18
Kademuren vult aan dat het lastig te beoordelen is of de verschillende activiteiten ook daadwerkelijk impact heeft gehad op de keuze voor het voortgezet onderwijs. Ook de MBO agenda geeft aan dat het lastig is om te zien wat het oplevert, ondanks dat er voortgangrapportages worden bijgehouden en gepubliceerd. Daarom is betere monitoring iets wat op de agenda staat, evenals concretere resultaatafspraken. Met het formuleren hiervan zou de gemeente kunnen helpen. Ook zou de gemeente kunnen helpen met het versterken van samenwerking en het bij elkaar brengen van middelen en mensen. Bovendien, kunnen ze betrokkenen motiveren door het opstellen van een beleid dat duidelijk en niet versplinterd is, met daarin heldere KPI’s, volgens Sterk Techniek Onderwijs. Programma Bruggen en Kademuren vult aan dat het niet alleen belangrijk is om jongeren kennis te laten maken met bijvoorbeeld bruggen en kadermuren, maar ook om ze daar van tevoren en na afloop over na te laten denken, zodat het hun onderwijskeuze mogelijk positief zal beïnvloeden en sturen richting techniek. De MBO agenda zegt verder dat het verhogen van de techniekinstroom lastig gaat en het wellicht een goed idee om eerder in de onderwijsketen te beginnen: bij het basisonderwijs en voortgezet onderwijs, inclusief een grotere rol voor de ouders (meer en beter betrekken).
Tot slot ziet Andersom Amsterdam een kans om de impact van het gemeentelijke beleid op de techniekinstroom te vergroten door meer techniek programma’s aan te bieden op hun platform. Concluderend zien de programma’s de volgende uitdagingen en kansen: Uitdagingen
→
Kansen
1a. Impact meten en bijhouden (monitoring) 1b. Causale verbanden leggen met huidige programma’s en effect meten op keuze voor technische opleidingen/studies
2. Techniekonderwijs aantrekkelijker maken voor kinderen en jongeren.
1. Facilitering van een monitoringstool en methodiek om gemeentelijke programma’s te ondersteunen. 2a. Kinderen en jongeren eerder in de onderwijsketen (PO) kennis laten maken met techniek 2b. Programma’s met doel techniekinstroom verhoging meer zichtbaar maken.
2.2 Beschouwing rol gemeente Amsterdam Formele verantwoordelijkheid van de gemeente in stimulering instroom techniek gelimiteerd De gemeente Amsterdam voelt en pakt op meerdere vlakken verantwoordelijkheid voor het vergroten van de instroom in de techniek. En dat is nodig, zeker omdat in Groot Amsterdam het aantal en aandeel van leerlingen met een technische profielkeuze in het voortgezet onderwijs de afgelopen jaren ongeveer gelijk is gebleven en er in 2021/22 een lichte daling in het aantal en aandeel technische gediplomeerden te zien was ten opzichte van het voorafgaande jaar (figuur 1). Bovendien worden er nog altijd een grote
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
19
arbeidsmarkttekorten voorzien. Voor veel technische functies in Amsterdam zijn volgens berekeningen die tot 2026 zijn uitgevoerd, de verwachte tekorten tot en met 2026 zeer groot of groot.5 Hoewel de gemeente de verantwoordelijkheid pakt en voelt, heeft ze geen formele verantwoordelijkheid voor het vergroten van de instroom in de techniek. Hierdoor zijn de formele sturingsmechanismen die de gemeente tot haar beschikking heeft enigszins beperkt. De formele sturing is gelimiteerd tot financieren en subsidiering. Daarnaast is de gemeente wel actief in het veld en heeft haar aanwezigheid veel invloed. Door het goede netwerk van de gemeente kan ze uiteindelijke ontvangers van subsidies benaderen om een subsidieregeling onder de aandacht te brengen. Wanneer ze zelf in een sturende of een uitvoerende rol in een dergelijk initiatief te zit, kan de gemeente sturend optreden. Tot slot neemt de gemeente ook zitting in meerdere werk-, project- en stuurgroepen en heeft ze op die manier ook invloed op de dagelijkse uitvoering. Waar nodig stimuleert de gemeente nieuwe ontwikkelingen door werkgroepen op te starten met de mensen in het veld (onderwijs en bedrijfsleven), de Bouw Academie en House of Digital zijn hier voorbeelden van.
Tenslotte is de gemeente ook een belangrijke opdrachtgever van technische projecten, en kan ze eisen stellen bij de aanbesteding, en kan ze eisen stellen aan de rol die bedrijven hebben voor zij-instroom of techniekpromotie. En soms is ze zelf uitvoerder, en daarmee zelf ook een belangrijke werkgever van technische beroepen en kan ze nieuwe aanpakken testen. We concluderen dat de gemeente, hoewel mede afhankelijk van derden, in beginsel voldoende gereedschappen tot haar beschikking heeft om te interveniëren op de instroom van de arbeidsmarkt. In dit hoofdstuk kijken we op basis van opgehaalde informatie uit interviews en deskresearch hoe, waar en waarom die instrumenten worden ingezet. Waar ligt de focus? Kijkend naar het portfolio’s van PPS’en en onderwijsinitiatieven die de gemeente Amsterdam financiert om de instroom in de techniek te vergroten valt een aantal dingen op. We zien een zwaartepunt in de onderwijsinitiatieven voor het mbo. Mede vanwege de populaire RIF-regeling hebben mbo-instellingen veel initiatief genomen om een PPS op te zetten, wat voor de gemeente een mogelijkheid bood om in te stappen en de eigen beleidsdoelen na te streven. Voorbeelden hiervan zijn NexTechnician en House of Digital. Dit sluit aan bij de observatie dat mbo-instellingen doorgaans relatief goed de weg naar landelijke subsidies weten te vinden.
5
Zie externe analyse, Birch
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
20
PO Andersom Amsterdam Maakplaats 021 PBK STO Amsterdam
VO
MBO
STO Amsterdam PBK Techcampus TASC
NexTechnician VTI House of Digital BouwAcademie ACTT Techcampus Duurzame stad, Duurzame Banen
HBO BeAnEngineer
LLO ASTA
Waar is verandering wenselijk? De focus van de gemeente op de mbo-instellingen is begrijpelijk, maar de mbo-opgeleiden vormen niet de enige doelgroep die aandacht verdient. We weten dat de keuze voor techniek al wordt gemaakt rond achtjarige leeftijd6 en we weten dat door demografische ontwikkelingen initiële instroom simpelweg onvoldoende zal zijn. PO, VO en LLO zijn daarom ook broodnodig. En ook de hoeveelheid vacatures op hbo-niveau is groot. Het is echter onze inschatting dat met name de inzet op het primair onderwijs extra aandacht verdient. Maakplaats021, Sterk Techniek Onderwijs Amsterdam en Andersom Amsterdam zijn momenteel de enige programma's die voor een groot deel op het PO gericht zijn en scholieren kennis laat maken met onder andere de technische beroepen. Op dit moment bereiken deze programma’s gezamenlijk nog geen 10%7 van alle basisschoolleerlingen. Daarnaast is er ruimte om deze programma's nadrukkelijker te laten sturen op het verhogen van de techniekinstroom en hun bereik te vergroten. Een inzet op het PO sluit ook aan op de rol die de gemeente kan pakken. Doorgaans weten scholen in het basisonderwijs de weg naar subsidieprojecten relatief moeilijker te vinden en door het contact dat een gemeente met scholen in het basisonderwijs heeft is de gemeente een uitgelezen partij om daar impact te kunnen maken.
De concrete aanbeveling die daarbij hoort is om het PO-team actief te betrekken bij de werkzaamheden van het team beroepsonderwijs en de beleidsdoelen omtrent techniekinstroom met hen te delen. Ten tweede kan ook in de inzet op het VO worden geïntensiveerd. Hoewel het de laatste jaren redelijk goed gaat met de profielkeuze van leerlingen op de havo zijn er grote tekorten op de arbeidsmarkt voor technisch geschoolde hbo’ers. Een suggestie is om de verbinding te zoeken met initiatieven die al een (soms beperkte) connectie hebben met het VO. Denk daarbij aan Maakplaats021 en Andersom
Vermeulen, Hedwig & van den Tillaart, Harry & Warmerdam, John & Uerz, Dana. (2008). Schoolverlaters in de technische installatiebranche, in D. Fouarge & A. de Grip (red.), Technotopics III: essays over onderwijs en arbeidsmarkt voor bétatechnici, ROA Maastricht... 7 Het bereik van Techcampus Amsterdam ligt op ongeveer 6.500 leerlingen, de verdeling tussen het aandeel PO/VO is onbekend. In Amsterdam waren er in 2022 ongeveer 65.000 PO leerlingen. 6
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
21
Amsterdam. Voor de gemeente ligt een rol om het belang van VO onder de aandacht te brengen en te sturen op initiatieven met een focus op deze schakel in de onderwijsketen. Tot slot ligt er een mogelijkheid voor de gemeente in het verrijken van het onderwijs dat nu al plaatsvindt, door middel van het inbrengen van praktijkcases in het mbo en het hbo. Zowel mbo als hbo heeft aangegeven dat daar behoefte aan is en als grootste werkgever van de stad zou het niet onlogisch zijn om de rol als inbrenger van een case op je te nemen. Succesvolle PPS’en dicht bij onderwijs Het opvallende patroon bij de gesprekken die zijn gevoerd met de PPS’en en onderwijsinitiatieven is dat de PPS’en die relatief dicht bij het onderwijs zitten - en waar de verantwoordelijkheid voor het management van de PPS dichtbij het onderwijs ligt - de meest duurzame PPS’en zijn. Dit zijn de PPS’en met de meeste studenten en de meeste bekendheid. Zij maken daarmee tegelijkertijd de meest blijvende impact. PPS’en die sterker afhankelijk zijn van het bedrijfsleven lijken in eerste instantie meer moeite te hebben met hun bedrijfsvoering en duurzaam groeien. Vanuit de publieke functie kan het wenselijk zijn om PPS’en draaiend te houden die niet gedragen worden door private middelen, maar dit is een overweging die heel bewust moet worden gemaakt.
Als het de intentie is om een initiatief zonder gemeentelijke financiering te laten voortbestaan (en betaald te laten worden door scholen of bedrijfsleven), wordt aanbevolen om meer aandacht te besteden aan de verduurzaming van de PPS. En als de intentie er is om verduurzaamd verder te gaan, dan moet aan het begin van het commitment een helder plan worden vastgelegd. Evaluatie van het portfolio vindt plaats op doelmatigheid, beperkt op doeltreffendheid Mede vanwege de beperkte vrijheid om zelf initiatieven te starten is de gemeente op dit moment gericht op het monitoren van de doelmatigheid van de output van de initiatieven. Dat wil zeggen: worden de middelen die de gemeente heeft efficiënt besteed (als we kijken naar de activiteiten die worden ontplooid)? Worden de dingen juist gedaan? De vraag die bij de gemeente minder vaak wordt gesteld is de vraag naar doeltreffendheid: worden de juiste dingen gedaan? Welke impact wordt gerealiseerd door deze investering?
Dat is deels te verklaren door de veronderstelde moeilijkheid om beoogde effecten te meten. De keuze voor het technisch profiel neemt toe, maar in welke mate kan dat worden toegeschreven aan de activiteiten die de gemeente onderneemt?
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
22
Onderwijsinitiatieven hebben impact, maar niet structureel De gemeentelijke programma’s hebben vaak geen verduurzamingscomponent en zullen dus na het aflopen van de nu bestaande financiering aflopen. Dit stelt de gemeente in staat om flexibel te opereren en daar middelen in te steken waar op dat moment de noodzaak het hoogst is. De niet-structurele financieringsstromen zijn in die zin geen bedreiging om blijvend te bouwen aan een sterke infrastructuur voor een hogere instroom van techniek. De gemeente kan namelijk aan het eind van de financieringslooptijd opnieuw evalueren op welke manier hun inzet zou moeten worden voortgezet. Zij kan ook besluiten de middelen in anderen, nieuwe initiatieven te stoppen die een andere focus hebben. De commitment aan het verhogen van de instroom hoeft niet gelijk te staan aan de commitment aan een bepaald initiatief. Team van de gemeente De gemeente Amsterdam is een grote en complexe organisatie en in zo’n organisatie liggen veel afstemmingsvraagstukken voor. Spreekt de organisatie met één mond? Weten collega’s van verschillende teams wat er speelt? Dit speelt bij de gemeente Amsterdam net zo goed, maar de organisatie lijkt goed op elkaar ingespeeld. Vanuit de gesprekken blijkt niets dan tevredenheid over het team van de gemeente en de wijze waarop de teamleden zich inzetten voor de verschillende initiatieven.
De faciliterende en netwerkende rol wordt gewaardeerd. De risico’s die mogelijk op de loer liggen, zijn dat het team klein is. Medewerkers van de gemeente hebben mogelijk een dubbele rol, namelijk die van initiatiefnemer, mede-uitvoerder en verantwoordelijke voor de activiteiten en tevens als ‘controleur’ van de uitgegeven subsidies. Het risico dat dit met zich meebrengt is dat de gemeente haar eigen activiteiten moet beoordelen zonder geheel onafhankelijk te zijn. Tot nu toe zijn er echter geen voorbeelden bekend waar dat niet goed is gegaan, al blijft hier een mogelijke risico bestaan. Door de organisatiestructuur van de gemeente is op dit moment het PO-team niet aangehaakt, wat gegeven de missie om meer technisch talent op te leiden opmerkelijk is. Voor verdere groei zou dat team aangehaakt moeten worden. Een laatste risico van de beperkte omvang van het team is dat het contact met PPS’en te persoonsafhankelijk wordt. Het huidige team heeft een vertrouwensband en een werkwijze opgebouwd, waarmee ze in staat zijn PPS’en strategisch te sturen. Zonder dat er formele gezagsrelaties zijn. Bij vervanging van een individu in het team moet de relatie opnieuw worden gemaakt. Ook hier is nog geen voorbeeld bekend van hoe dat in het verleden fout is gegaan.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
23
3 Conclusies en handelingsperspectieven In dit hoofdstuk presenteren wij de conclusies en de inzichten over PPS’en, STO Amsterdam en de gemeentelijke programma’s in deze Techniekmonitor. De conclusies zijn gebaseerd op de interviews en de kwantitatieve analyses en geven een beeld van de effectiviteit van de initiatieven om de instroom in de techniek te bevorderen en het gemeentelijke beleid om de initiatieven te helpen. Aan de hand van de inzichten geven we handelingsperspectieven waar de gemeente Amsterdam mee aan de slag kan om nog meer jongeren te enthousiasmeren voor de techniek en om nog meer instroom in de technieksector te bewerkstelligen. Stutten, niet bouwen We zien dat het percentage dat kiest voor een technisch profiel op de middelbare school de afgelopen jaren voor het VWO en het VMBO ruwweg gelijk is gebleven en in sommige jaren iets is gestegen. Daarnaast concluderen we dat er momenteel beperkt wordt gemonitord van de effectiviteit van de PPS’en. Gezien het bereik van de ondernomen acties van de initiatieven kunnen we met een redelijke zekerheid aannemen dat hoewel het percentage dat heeft gekozen voor techniek niet is gestegen, het naar alle waarschijnlijkheid minder zou zijn geweest zonder de initiatieven voor instroomvergroting.
Initiatieven dichtbij het onderwijs zijn het meest duurzaam Uit de interviews en de kwantitatieve data blijkt dat voortbestaan van initiatieven na het ophouden van publieke financiering (buiten reguliere onderwijsfinanciering) uitdagend is. Hoewel het niet altijd de ambitie is van de initiatieven om op eigen benen te staan is er een duidelijk patroon zichtbaar bij de initiatieven die wél die ambitie hebben. Het zijn de initiatieven dichtbij het onderwijs die erin slagen volume te realiseren, een netwerk aan te boren en daarmee duurzaam te zijn. Inzet op basisonderwijs kan doeltreffendheid van een hogere techniekinstroom vergroten De focus van de gemeente is momenteel sterk op het mbo gericht, terwijl de keuze voor techniek eerder wordt gemaakt. Door breder te investeren in de gehele onderwijsketen, en vooral in het basisonderwijs, kan de gemeente een bredere doelgroep bereiken en daarmee effectiever te werk gaan. Sterk team van de gemeente Het team van de gemeente wordt zeer positief geëvalueerd door stakeholders in het veld. Als netwerker verbindt het initiatieven, weet het initiatief af te wisselen met evaluatie en lukt het te sturen terwijl het op gepaste afstand van de initiatieven blijft. De sterke positie in het netwerk is persoonsgebonden en gebouwd over meerdere jaren. Een wissel van persoon zou dus zeer zorgvuldig moeten worden gedaan.
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
24
Monitoring op doelmatigheid, niet op doeltreffendheid Op de impact van de initiatieven wordt op dit moment niet gemonitord, terwijl een goede monitoring daarop een sterk sturingsinstrument zou kunnen zijn. Soms kan het nodig zijn de beschikbare financiering op een ander initiatief in te zetten waar hogere doeltreffendheid kan worden behaald. Die informatie heeft de gemeente op dit moment niet tot haar beschikking. Monitoring op impact, en dan in het bijzonder acties en projecten die bijdragen aan een verhoging van de techniekinstroom, zou een voorwaarde voor financiering van de gemeente kunnen zijn. Dit wordt deels opgepakt door de monitoring die vanuit Katapult beschikbaar wordt gemaakt vanwege de toekenning van de NGFmiddelen. Op basis van bovenstaande conclusies stellen wij enkele handelingsperspectieven op. Ten eerste is uit het onderzoek gebleken dat de gemeente positief geëvalueerd wordt en zijn er weinig aanknopingspunten vanuit de stakeholders om te veranderen. Het advies is dan ook om vooral door te blijven gaan met het huidige beleid en gekozen aanpak. Ten tweede is gebleken dat er nog strategische keuzes gemaakt kunnen worden waarmee de impact van het gemeentelijke beleid op het verhogen van de techniekinstroom verhoogd kan worden. Wij adviseren om met de huidige beschikbare middelen langere termijn strategische overwegingen te maken.
De handelingsperspectieven zijn bovengenoemde categorieën onderverdeeld en weergegeven in onderstaand figuur:
Handelingsperspectieven gemeente Amsterdam
Ga door met huidig beleid en aanpak
Met de begeleiding van de PPS’en in je portfolio
Met de huidige inzet van teamleden gemeente
Denk aan lange termijn strategische overwegingen
Blijf letten op balans
Zet meer in op het basisonderwijs waar de impact
tussen bedrijfsleven
van het enthousiasmeren van jongeren en kinderen
en onderwijs als
voor techniek groter is.
partners Doeltreffendheid
Verhoog de doeltreffendheid door de monitoring van
verhogen door
onderwijsinitiatieven te verbeteren en niet alleen
monitoring van
naar doelmatigheid te kijken
onderwijs initiatieven
Met het ondersteunen van Met het ondersteunen van onderwijsinitiatieven
onderwijisinitatieven (mbo) (mbo)
Overweeg het onderwijs een grotere rol te laten spelen bij PPS’en waar dit nu nog minder het geval is
Laat het onderwijs een grotere rol spelen bij PPS’en waar dit nu nog te weinig het geval is
Laat het onderwijs een grotere rol spelen bij PPS’en waar dit nu nog te
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
25
4 Bijlagen 4.1 Lijst geïnterviewde personen Naam geïnterviewde
PPS/Programma
Type
Ivo van Oosterhout
ACTT
PPS
Martin de Haan
ASTA
PPS
Robert Koerts
BouwAcademie
PPS
Ton Paffen
House Of Digital
PPS
Jaques Neefs
NexTechnician
PPS
Martin de Haan
VTI
PPS
Tanja Hulst
Be an Engineer
PPS
Ronald Kleijn
Make IT Work
PPS
Felia Boerwinkel (geen interview, enkel 0-meting cijfers)
CoE City Net Zero
PPS
Odilon Romero
Sterk Techniek Onderwijs (STO)/TASC
Rijksoverheid programma
Jacques Neefs
STO
Rijksoverheid programma
Roel Spits
Andersom Amsterdam
Gemeentelijk programma
Chahida Bouataouan, Petra van Programma Bruggen en den Berg Kademuren (PBK)
Gemeentelijk programma
Maaike van Rooijen
Projectplannen MBO agenda
Gemeentelijk programma
Jose Remijn
Maakplaats 021
Gemeentelijk programma
Jamilla Tahiri
Werk Opleiding Jongeren (WOJ) Gemeentelijk programma
Hester Keesmaat
Duurzame stad, Duurzame banen
Gemeentelijke programma
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
26
ASTA
Leerlingen
Lector
Practor
Docent/ Onderzoeker
Niet actief op arbeidsmarkt
Werknemers
Opleidingen
Groot bedrijf
Werkveld partij
MKB
PPS
4.2 Bereik in tabelvorm per PPS
VO
3
Bouw Academie
104
House Of Digital
166
NexTechnician
41
VTI
32
Be an Engineer
85
Make IT Work
280
CoE
18
Totaal
726
73
750
440
102
80
1067
5
750
550
500
800
112
5
20
13
3
135
120
2
23
20
6
83
17
70
157
1
10
52
280
28
1
18
3
HBO
WO
80
17 24
MBO
1
20 134
160
Rapport Techniekmonitor Amsterdam
5
13
48
2950
48
1 1
1
2080
5
27