CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport PFAS onderzoek Vliegramp Bijlmer te Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging in de commissie RO van 6 september 2023 over de uitkomsten van bodemonderzoek naar PFAS op de plek van de vliegramp in de Bijlmer (VN2024-007412)33.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BK Ingenieurs B.V. Ravenswade 54k (4de verdieping) 3439 LD Nieuwegein

Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam

Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam, Grond en Ontwikkeling Postbus 2602 1000 CP Amsterdam

Projectnummer:

231141

Versienummer:

1.0

Kenmerk

TAGO/231141/1.0/JEGI

Plaats, datum:

Nieuwegein, 18 december 2023

088 321 25 30 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01 Bekijk onze certificaten hier

BK ingenieurs pagina 2 van 31

Inhoudsopgave

pagina

1 2

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 4 Vooronderzoek .............................................................................................................................................................................................. 5 2.1 Beschrijving onderzoekslocatie .................................................................................................................................................... 5 2.2 Voorgaand (water)bodemonderzoek......................................................................................................................................... 7 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ................................................................................................................. 8 2.5.1 Verkennend bodemonderzoek (deellocatie 1 tot en met 6).................................................................................... 10 2.5.2 Nader bodemonderzoek PFAS ter plaatse van vliegramp (deellocatie 5)..........................................................

10 2.5.3 Asbest .............................................................................................................................................................................................. 11 2.5.4 Waterbodemonderzoek (deellocatie 7) ............................................................................................................................ 11 3 Uitgevoerd onderzoek ..............................................................................................................................................................................12 3.1 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................................................................. 12 3.2 Uitgevoerd onderzoek................................................................................................................................................................... 12 3.2.1 Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................................................. 12 3.2.2 Nader bodemonderzoek PFAS (deellocatie 5) ...............................................................................................................

13 3.2.3 Waterbodemonderzoek .......................................................................................................................................................... 13 4 Resultaten onderzoek ...............................................................................................................................................................................15 4.1 Veldwerk landbodem ..................................................................................................................................................................... 15 4.2 Veldwerk waterbodem .................................................................................................................................................................. 15 4.3 Normering .......................................................................................................................................................................................... 16 4.4 Toetsingsresultaten ........................................................................................................................................................................ 16 4.5 Interpretatie nader onderzoek PFAS locatie vliegramp (deellocatie 5) ....................................................................

28 4.6 Interpretatie bodemonderzoek moestuinen (deellocaties 1, 2 en 3) ........................................................................ 29 4.7 Interpretatie bodemonderzoek heuvels en speeltuin (deellocaties 4 en 6) ........................................................... 29 4.8 Interpretatie waterbodemonderzoek (deellocatie 7)........................................................................................................ 29 5 Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................................................................................30 5.1 Conclusies ........................................................................................................................................................................................... 30 5.1.1 Nader onderzoek PFAS locatie vliegramp (deellocatie 5) ......................................................................................... 30 5.1.2 Bodemonderzoek moestuinen (deellocaties 1, 2 en 3) .............................................................................................. 30 5.1.3 Interpretatie bodemonderzoek heuvels en speeltuin (deellocaties 4 en 6) ......................................................

30 5.1.4 Interpretatie waterbodemonderzoek (deellocatie 7) .................................................................................................. 31 5.2 Aanbevelingen .................................................................................................................................................................................. 31

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 3 van 31

Bijlagen 1

Tekeningen en foto’s 1.1 Overzichtstekening met luchtfoto 1992 1.2 Overzichtstekening moestuinen en speeltuin 1.3 Overzichtstekening Nader onderzoek PFAS 1.4 Overzichtstekening Nader onderzoek PFAS incl. PFOS analyses 1.5 Overzichtstekening waterbodemonderzoek 1.6 Locatiefoto’s 2 Boorprofielen 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapporten grond 3.2 Analyserapporten grondwater 3.3 Analyserapport waterbodem 3.4 Analyserapporten asbest 3.5 Disclaimer SGS EA 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grondwater 4.3 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen waterbodem 5 Toetsingskaders PFAS 6 Verklarende woordenlijst 7 Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 4 van 31

1

Inleiding

In opdracht van Gemeente Amsterdam, Grond en Ontwikkeling heeft BK Ingenieurs B.V. in de periode april-november 2023 een verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS uitgevoerd op diverse deellocaties op en nabij de locatie van de Bijlmer vliegramp te Amsterdam. Aanleiding en doel onderzoek Op 4 oktober 1992 heeft in de Bijlmermeer een vliegramp plaatsgevonden waarbij tussen de flats Groeneveen en Kruiberg een omvangrijke brand is ontstaan. Bij het blussen van deze ramp is daarnaast vermoedelijk, onder andere, gebruikgemaakt van een poly- en geperfluorineerde alkylverbindingen (PFAS) houdend aquous film forming fluid (AFFF)-type blusschuim. Bij saneringen in 1994 en 1995 is vermoedelijk een deel van de met PFAS-verontreinigde grond en grondwater verwijderd. In 2017 is het grondwater op de locatie onderzocht, waarbij verhoogde concentraties PFAS zijn aangetoond. Deze grondwaterverontreiniging moet geactualiseerd te worden. De grond, waarvan de achtergrondwaarde op basis van de Bodemkwaliteitskaart <1,5 µg/kg voor PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) betreft, is niet eerder onderzocht op PFAS. Aanvullend worden op twee locaties nabij de voormalige vliegramp nieuwe moestuinen aangelegd en is sinds enkele jaren op grotere afstand reeds een moestuin aanwezig in het gebied. Tevens is nabij een speeltuintje aanwezig.

De kwaliteit van deze (toekomstige) moestuinen en het speeltuintje dient eveneens onderzocht te worden. Verder bevinden zich in het gebied twee heuvels waarbij de herkomst van de grond onbekend is. Ten slotte wordt de kwaliteit van de grond tussen enkele boomwortels onderzocht. Het doel van de onderzoeken is tweeledig: • in kaart brengen van de verontreiniging met PFAS in grondwater en eventueel in grond en waterbodem; • beoordelen geschiktheid van de verschillende locaties voor huidig en toekomstig gebruik. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen en protocollen als weergegeven in tabel 1. tabel 1: normen en protocollen Type onderzoek

Norm/protocol

Uitvoering

Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend waterbodemonderzoek Nader bodemonderzoek PFAS Verkennend asbest-in-grondonderzoek Verkennend asbest-in-puin(funderings)onderzoek

NEN 5725:2017 en NEN 5717:2017 ARVO:2020 NEN 5720:2017 NTA 5755:2022 NEN 5707+C2:2017 ARVO:2020

conform conform* niet conform conform** niet conform niet conform

* De onderzoeken bij de speeltuin, heuvels en boomwortels zijn indicatief uitgevoerd. ** Van enkele monsters is de conserveringstermijn van de stof PFAS overschreden; deze resultaten zijn hiermee indicatief.

Beperking van het bodem-, verhardings- en asbestonderzoek: (Water)bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond, grondwater en waterbodem. De hergebruiksmogelijkheden van de grond en de fundering dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit. Hoewel het veldonderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is verricht, blijft asbestonderzoek van de (water)bodem en fundering, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, een steekproef. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groter dan bij mobiele chemische verontreinigingen. Indeling van de rapportage Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitgevoerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5. Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 5 van 31

2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek voldoet aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” NEN 5725:2017 en de NEN 5717. Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. In dit vooronderzoek is het dossier uit het gemeentearchief en onder andere alle bekende bodemonderzoeken, waaronder de genoemde saneringsevaluaties, geraadpleegd en beschreven. Er is hierbij ook gekeken naar in hoeverre er naar blusschuim en eventuele daarin gerelateerde stoffen is gekeken. Ook is het huidige en toekomstige gebruik in kaart gebracht. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door informatie van de opdrachtgever, gebiedscoördinator en de digitale informatiesystemen van Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (onder andere NAZCA). Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van Cyclomedia, luchtfoto’s op de kaart van data.amsterdam.nl, www.topotijdreis.nl, topografische- en geohydrologische kaarten en de verspreidingskaart van Amsterdam voor de Duizendknoop. Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

De locatie betreft de locatie van de voormalige vliegramp, die momenteel in gebruik is als openbaar groen met diverse paden. Daarnaast worden een bestaande speeltuin, twee grondheuvels, een bestaande moestuin en twee geplande moestuinen onderzocht. De naastgelegen waterbodem bevindt zich eveneens ter plaatse van de voormalige vliegramp. Overzichtstekening van de onderzoekslocaties zijn opgenomen in bijlage 1. Deze tekeningen zijn alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. In bijlage 1.6 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. Een overzicht van alle voorgenoemde deellocaties is weergeven in tabel 2. tabel 2: overzicht deellocaties Locatie

Vliegramp Bijlmer te Amsterdam

Deellocatie 1 Deellocatie 2 Deellocatie 3 Deellocatie 4 Deellocatie 5 Deellocatie 6 Deellocatie 7

Moestuin 1 (gepland) Moestuin 2 (gepland) Moestuin 3 (bestaand) Heuvels (2 stuks) Nader onderzoek PFAS Speeltuin (bestaand) Waterbodemonderzoek (2 vakken)

Circa 600 m² Circa 1.000 m² Circa 1.000 m² 2 x circa 800 m² Circa 7.100 m² Circa 1.000 m² 2 x circa 800 m²

In tabel 3 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 3: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie

Deellocaties 1, 2, 4, 5 en 6 (moestuinen 1 en 2, heuvels, nader onderzoek PFAS en speeltuin): de locaties zijn momenteel in gebruik als onbebouwd terrein (park) in een woonwijk. Tot circa 1970 waren de locaties in gebruik als agrarisch gebied en sloot. De sloten zijn gedempt voor de aanleg van de woonwijk. Deellocatie 4 betreft twee hoger gelegen terreindelen (‘heuvels’). De herkomst van deze grond is onbekend. Deellocatie 3 (moestuin 3): op de locatie bevindt zich momenteel een moestuin. Voordat deze moestuin zich hier bevond, was het in gebruik als onbebouwd terrein (park) in een woonwijk. Tot circa 1970 was de locatie in gebruik als agrarisch gebied. Deellocatie 7 (waterbodemonderzoek): in de periode 1970-1992 bevonden zich bebouwing en water op de locatie. Tot 1970 was de locatie in gebruik als agrarisch gebied, waarbij ook sloten zijn gedempt. Na 1992 is de bebouwing niet langer aanwezig en is de aanwezige watergang verder uitgebreid.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 6 van 31 Voormalige bodembedreigende De locatie is opgehoogd tussen 1960 en 1969. Op de locatie is volgens NAZCA een ophoogactiviteiten, ophoogperiode en laag (niet gespecificeerd) aanwezig. Daarnaast zijn er ter plaatse van de deellocaties, met dempingen uitzonder van deellocatie 3, verschillende sloten gedempt voor de aanleg van de huidige woonwijk met park in 1970.

Grondverzet

Waterhuishoudkundige functie(s) en oorsprong Eerdere baggerwerkzaamheden Aanwezigheid asbest

Op 4 oktober 1992 heeft in de Bijlmermeer een vliegramp plaatsgevonden waarbij tussen de flats Groeneveen en Kruiberg een omvangrijke brand is ontstaan. Bij het blussen van deze ramp is daarnaast vermoedelijk, onder andere, gebruikgemaakt van een PFAS-houdend AFFF-type blusschuim. Hiermee is de locatie verdacht op PFAS. In bijlage 1.1 is een luchtfoto ten tijde van de ramp opgenomen, met daarop de onderzochte deellocaties. Ter plaatse van deellocatie 4 zijn verhogingen ‘heuvels’ aanwezig. De herkomst van deze grond is onbekend, maar deze waren tijdens de ramp nog niet aanwezig (zie bijlage 1.1) Verder is bekend dat direct na de ramp een deel van de bovengrond is ontgraven en afgevoerd. In 1994 en 1995 zijn er saneringen op locatie uitgevoerd (zie paragraaf 2.3). De saneringscontouren zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1.3. Daarna is de locatie naar zijn huidige vorm ingericht en bijvoorbeeld de huidige watergang ter plaatse van het voormalige flatgebouw aangelegd. Uit de geraadpleegde bronnen zijn verder geen gegevens naar voren gekomen over mogelijk grondverzet. De noordelijke watergang (vak 2) is gerealiseerd bij het realiseren van de aanwezige woonwijk; in begin jaren ’70 van de vorige eeuw. De zuidelijke watergang (vak 1) is ná de vliegramp gerealiseerd; ter plaatse van het voormalige flatgebouw.

Onbekend De voormalige flat is vóór 1993 aangelegd; waardoor het hiervan afkomstige puin wél asbestverdacht kan zijn. Dit wordt bevestigd door dhr. E Romijn van Gemeente Amsterdam; tijdens de sloop van de flats zijn asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Moestuin 3 is een bestaande moestuin. Moestuinen hebben vaak een verhoogde verdenking op asbest vanwege mogelijk asbesthoudende afzettingen of schuurtjes. Echter is deze moestuin pas in 2015 aangelegd (op basis van historische luchtfoto’s) en heeft deze daarom geen extra verdenking op de aanwezigheid van asbest. Op de locatie zijn verder geen gegevens over de aanwezigheid van asbest bekend.

Huidig Terreinverkenning

Gebruik locatie Bebouwing Terreinverharding Gebruik watergang

Bodembedreigende activiteiten Asbest aanwezig Geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, in april 2023 uitgevoerd. De situatie komt overeen met wat op basis van het vooronderzoek werd verwacht. Verder zijn er bij de terreinverkenning geen bijzonderheden geconstateerd die duiden op een bodemverontreiniging en hebben geleid tot een wijziging van de onderzoeksopzet. De locatie is in gebruik als park, water, speeltuin en een moestuin (moestuin 3) De locatie is onbebouwd De aanwezige voet-/fietspaden zijn deels verhard met beton. Het overige gebied is onverhard. De watergang betreft een gracht, welke zich deels ter plaatse van het voormalige flatgebouw bevindt. De oever bestaat deels uit kademuren en is deels onverhard. Er zijn eveneens een drietal voetgangers-/fietsersbruggen. Niet aanwezig/niet bekend Nee Ter plaatse van de vliegramp uit 1992 is in de grond en het grondwater een ernstig geval van bodemverontreiniging bekend met PAK, kerosine, minerale olie, xylenen, akylbenzenen, benzeen, fenolen, chloorkoolwaterstoffen, aromatische koolwaterstoffen en chloorhoudende alifaten in de grond en het grondwater. Daarnaast zijn er tributyl-fosfaat en ftalaten aangetoond. Na saneringen zijn hoogstens licht verhoogde gehalten/concentraties aangetoond in de grond en het grondwater.

Toekomstig Gebruik locatie Bodembedreigende activiteiten

De perceeleigenaar is voornemens een tweetal moestuinen aan te leggen op twee deellocaties. Voor het overige terrein blijft het gebruik gelijk. Geen / onbekend

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 7 van 31

2.2

Voorgaand (water)bodemonderzoek

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de omgeving zijn reeds meerdere (water)bodemonderzoeken uitgevoerd. De gegevens zijn opgenomen in tabel 4. tabel 4: voorgaand bodemonderzoek Locatie

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

Kruitberg/Groeneveen (tpv vliegramp Bijlmer) AM036302380

Oriënterend bodemonderzoek, 12662, 02-06-1993, Omegam Nader bodemonderzoek, 13982, 22-07-1993, Omegam Aanvullend bodemonderzoek 13982, 12-10-1993, Omegam Nader bodemonderzoek, 11020531, 14-07-1994, Omegam

Als gevolg van een ramp met een vrachtvliegtuig in 1992 is in de grond en het grondwater sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met PAK, kerosine, minerale olie, xylenen, akylbenzenen, benzeen, fenolen, chloorkoolwaterstoffen, aromatische koolwaterstoffen en chloorhoudende alifaten. Daarnaast zijn er tributyl-fosfaat en ftalaten aangetoond. In het vliegtuig werden onder andere fenolen, tribuylfosfaat, fluor-waterstof en vluchtige koolwaterstoffen vervoerd. Verder is in het contragewicht van het vliegtuig uranium verwerkt.

Saneringsevaluatie grond (vlek A), 11020531, 26-091994, Omegam Saneringsevaluatie grond (vlek B), 11021054, 30-091994, Omegam Saneringsevaluatie grondwater, 11021918, 21-061995, Omegam

Onderzoek naar uranium, 11016156, 15-12-1993, Omegam Nader onderzoek uranium, 11017794, 23-03-1994, Omegam Eindrapportage uranium, 04-10-1994, Stadsdeel Amsterdam Zuidoost Nader onderzoek uranium, 11023668, 23-01-1995, Omegam Afvoeronderzoek, 10057020, 14-05-1997, Omegam

Er zijn twee spotverontreinigingen aanwezig (vlek A en vlek B) en een verontreiniging in het grondwater. Deze zijn gesaneerd (zie hieronder). Verder zijn er lokaal matig tot sterk verhoogde concentraties arseen en zink gemeten in het grondwater. Deze zijn naar alle waarschijnlijkheid niet het gevolg van de vliegramp. Op het overige terrein zijn hoogstens licht verhoogde gehalten aangetoond. Hierbij zijn zowel de locatie waar tijdelijk wrakstukken zijn opgeslagen, het tracé vanaf het inslagpunt in de richting van de toen heersende windrichting en onder de aanvliegroute en het buitengebied onderzocht. In slibmonsters van een naastgelegen vijver zijn licht verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. De grond is ontgraven tot maximaal 3,2 m -mv. In de controlemonsters van vlek A zijn geen verhoogde gehalten minerale olie, alkylbenzeen, naftaleen en/of vluchtige aromaten gemeten. In de controlemonsters van vlek B zijn in de boven- en ondergrond (0,0 - 1,0 m -mv) maximaal licht verhoogde gehalten minerale olie, akylbenzenen en xylenen aangetoond. De ontgravingen zijn aangevuld met schoon zand. Het grondwater is gesaneerd door middel van onttrekking. Na sanering zijn in het grondwater licht verhoogde concentraties minerale olie, PAK, 1,1-dichloorethaan, dichloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, benzeen, akylbenzeen, ethylbenzeen, tributylfosfaat, fenolen en cresolen gemeten.

De saneringscontouren zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1.3. In het vliegtuig, die is komen ter verongelukken op de locatie, was uranium verwerkt in het ballast. Hiervan is niet alles teruggevonden. Er zijn boringen geplaatst tot 1,0 m -mv. In deze laag is geen significant verhoogd gehalten uranium aangetoond ten opzichte van concentraties die zijn aangetoond in onverdacht gebied.

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de huidige watergang (vak 1), voordat deze werd aangelegd. In de boven- en ondergrond zijn licht verhoogde gehalten lood, PAK en minerale olie aangetoond. Daarnaast zijn lokaal matig verhoogde gehalten minerale olie (vermoedelijk stookolie en motorolie) aangetoond, op het noordelijke deel van de (toekomstige) watergang. De grond zal worden afgevoerd.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 8 van 31 Locatie

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

Grondwateronderzoek PFAS, ASD1620-1/17010.990, 31-07-2017, Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.

Ter hoogte van de locatie van de brand en de voormalige kerosinevlek zijn zeven peilbuizen geplaatst. De grond is niet onderzocht. In de grond zijn bijmengingen met puin (maximaal sterk) waargenomen. Lokaal (B-P03) is rond 1,0 m -mv een sterke olie-waterreactie waargenomen en is een zwakke carbolineumgeur geroken. In alle peilbuizen zijn verhoogde concentraties PFOS gemeten. In één van de peilbuizen is maximaal 6,6 µg/l PFOS aangetoond. Er is voornamelijk (PFOS) en perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS) aangetroffen. De grondwaterstand is waargenomen vanaf 0,35 m -mv. Geconcludeerd wordt dat het vaststellen of de verhoogde concentraties van PFAS in het grondwater beschouwd moeten worden als een (ernstige) bodemverontreiniging afhangt van de toekomstige ontwikkeling en vaststelling van normen.

Bomen 125 locaties, West en Zuidoost NZ036323853

Onderzoek oppervlaktewater, 09.0005-089Z-Klein Kruidberg Bijlmerramp, 2609-2023, Waternet Verkennend bodemonderzoek, m20a0242.r01 , 1109-2020, Stantec

Boomlocaties Zuid en Zuidoost 2020 AM036321834

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, NL202014582-R21-489, 2605-2021, RPS

Kraaiennest (herinrichting) AM036304379

Historisch onderzoek, 17475368m 02-04-2020, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2.3

De peilbuizen uit dit onderzoek zijn opgenomen op de kaart in bijlage 1.3. Het oppervlaktewater van de onderzoekslocatie (dertig centimeter boven de waterbodem) is onderzocht op PFAS. Perfluorbutaanzuur (PFBA) is gemeten boven de rapportagegrens. Het onderzoek beslaat een zeer groot gebied. Boring B-04 is ter plaatse van deellocatie 2 geplaatst. In de boven- en ondergrond (0,0 - 1,0 m -mv) zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In de bovengrond (0,0 0,5 m -mv) zijn verhoogde gehalten som PFOA (0,92 µg/kg) en som PFOA (1,54 µg/kg) aangetoond. In de ondergrond (0,5 - 1,0 m -mv) zijn verhoogde gehalten som PFOS (1,71 µg/kg) aangetoond. Op basis van PFOS is de grond verontreinigd, maar is er geen saneringsnoodzaak. Het grondwater is niet aangetroffen binnen 1,0 m -mv. Het onderzoek beslaat een zeer groot gebied. Boring 519 is ter plaatse van deellocatie 2 geplaatst. In de boven- en ondergrond (0,0 - 1,0 m -mv) zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In de boven- en ondergrond (0,0 - 1,0 m -mv) zijn verhoogde gehalten som PFOA (0,78 µg/kg) en som PFOS (1,6 µg/kg) aangetoond. Op basis van de beleidsregels van Gemeente Amsterdam is grond op basis van PFOA niet verontreinigd. Op basis van PFOS is de grond verontreinigd, maar is er geen saneringsnoodzaak. Het grondwater is niet onderzocht. De grondwaterstand is waargenomen op 0,8 m -mv.

Het onderzoek is, onder andere, uitgevoerd ter plaatse van moestuin 3. Nabij deze deellocatie is de grond niet onderzocht op asbest. In meetpunten op >100 m afstand is analytisch geen asbest aangetoond. In grondmonsters nabij de locatie zijn hoogstens licht verhoogde gehalten aangetoond. Verder zijn er bij deze locatiecode enkele verdachte activiteiten geregistreerd; deze bevinden zich allen niet nabij de locatie.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit

Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart (BKK) opgesteld door Gemeente Amsterdam is de locatie gelegen in zone 2. Dit betekent het volgende: • Laag 0 - 50 cm: voldoet gemiddeld aan klasse ‘Wonen’. • Laag 50 - 100 cm: voldoet gemiddeld aan klasse ‘Wonen’. • Laag 100 - 200 cm: voldoet gemiddeld aan klasse ‘Wonen’. • Laag >200 cm: voldoet gemiddeld aan klasse ‘Landbouw/natuur’. De openbare weg bevindt zich in zone ‘A’: De jongere (schonere) gebieden zijn gekarakteriseerd als zone A (Landbouw/natuur) en zone B (Wonen). Onder de wegen in deze zones worden nauwelijks gehalten boven de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur of Wonen aangetroffen.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 9 van 31

Volgens de Bodemkwaliteitskaart PFAS van de Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied (ODNZKG) bevindt de locatie zich in de zone ‘Stedelijk/industrieel’. Dit betekent dat de volgende gemiddelde gehalten aan PFOS en PFOA kunnen worden verwacht: PFOS bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv): 0,80 µg/kg ds; PFOS ondergrond (0,5 - 1,0 m -mv): 0,32 µg/kg ds; PFOA bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv): 0,60 µg/kg ds; PFOA ondergrond (0,5 - 1,0 m -mv): 0,25 µg/kg ds. Volgens de ‘Ontgravingskaart’ voldoet de grond aan de klasse ‘Niet ingedeeld-PFOS/PFOA-Vrij toepasbaar’. Duizendknoop De locatie is niet verdacht op de aanwezigheid van Duizendknoop. De dichtstbijzijnde geregistreerde waarneming bevindt zich op circa 225 m.

2.4

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland opgesteld door de Dienst Grondwaterverkenning TNO) en het Hydrogeologisch Model REGIS II van TNONITG. Hieronder zijn in tabel 5 de regionale gegevens (tot circa 10 m -mv) samengevat. tabel 5: regionale bodemopbouw Diepte (m -mv)

Geohydrologische eenheid

Lithologie

0 - 7,5

Holocene afzettingen, complexe eenheid/antropogene ophooglaag Formatie van Boxtel, zandige eenheid

Afwisselend klei, veen en/of zand

7,5 - >10

Zand

Het grondwater in het Watervoerend Pakket stroomt in zuidwestelijke richting. De grondwaterstroming van het ondiepe freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals de ligging van sloten, drainage, bemalingen, onttrekkingen, dempingen, en dergelijke. De locatie is volgens de Provinciale milieuverordening (Pmv) en/of bodembeleid van de gemeente niet gelegen in een grondwater- en/of bodembeschermingsgebied.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 10 van 31

2.5

Onderzoekshypotheses en -strategieën

2.5.1

Verkennend bodemonderzoek (deellocatie 1 tot en met 6)

Verkennend bodemonderzoek moestuinen (deellocaties 1 tot en met 3) Er zijn drie (toekomstige) moestuinen die onderzocht dienen te worden. Moestuinen 1 (circa 600 m 2) en 2 (circa 1.000 m2) betreffen geplande moestuinen. Moestuin 3 (circa 1.000 m2) betreft een moestuin die reeds enkele jaren in gebruik is als moestuin. Op basis van de voorhanden gegevens wordt het onderzoeksprogramma uitgevoerd conform ARVO:2020 - strategie bodemonderzoek: ‘naoorlogse wijken’. Deze onderzoeksstrategie wordt uitgebreid met de analyse op PFAS. Enkele van de boringen zullen worden geplaatst ter hoogte van de omstreeks eind jaren ’60 van de vorige eeuw gedempte sloten. Verkennend bodemonderzoek heuvels (deellocatie 4) en speeltuin (deellocatie 6) In het gebied zijn twee ‘heuvels’ en een bestaande speeltuin aanwezig. De grond op deze deellocaties wordt indicatief onderzocht, gebaseerd op ARVO:2020 - strategie bodemonderzoek: ‘naoorlogse wijken’. Er worden analyses uitgevoerd op het ARVO-standaardpakket grond en/of PFAS. 2.5.2

Nader bodemonderzoek PFAS ter plaatse van vliegramp (deellocatie 5)

Het nader onderzoek naar PFAS in de grond en het grondwater wordt uitgevoerd conform de ARVO en de Nederlandse Norm NTA 5755. In 2017 heeft er een monitoring plaatsgevonden van het grondwater, waarbij in peilbuizen P102, P103 en P104 de hoogste concentraties PFOS zijn gemeten. Dit betreft de locaties waar de meeste kerosine in de grond is gelekt, waardoor het ook aannemelijk is dat op deze punten de meeste hoeveelheid blusschuim is toegepast. Bij voormalige peilbuizen P102, P103 en P104 worden ter verificatie nogmaals boringen met peilbuizen geplaatst. Voor verdere afperking worden in een grid, van circa 10 meter, aanvullende boringen en peilbuizen worden geplaatst. De peilbuizen worden freatisch geplaatst, minstens 0,5 m onder de grondwaterstand die zich op gemiddeld 1,0 m -mv bevindt. Bij drie peilbuizen in de kern wordt een tweede diepere filter geplaatst (beginnend op 0,5 m onder de geplaatste freatische filter), dit voor een eventuele verticale afperking. Tevens worden enkele boringen tot 3,0 m -mv geplaatst voor een eventuele verdere afperking van PFAS in grond. Daarnaast worden enkele boringen geplaatst naast bestaande bomen om de gehalten PFAS in de grond nabij de boomwortels vast te stellen. De analyses van zowel grond als grondwater worden uitgevoerd in verschillende fasen.

In de eerste fase worden de meest verdachte bodem (bovengrond en vermoedelijke kern van de PFAS-verontreiniging) ingezet. Na bekend worden van de resultaten kunnen vervolgens verdere afperkende analyses worden ingezet van ondergrond, diepe peilbuizen of verder in het horizontale vlak zonder dat er voor boringen terug naar locatie hoeft te worden gaan. Na het verkrijgen van deze resultaten kunnen, indien noodzakelijk, aanvullende boringen en/of peilbuizen worden geplaatst. Tijdens het onderzoek in 2017 is in peilbuis B-P03 een sterke olie-waterreactie gevonden. Indien dit wordt waargenomen dan worden eventueel verdachte lagen met een steekbus bemonsterd.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 11 van 31

2.5.3

Asbest

De locatie zijn onverdacht op asbest; de voormalige flat is wel voor 1993 gebouwd en in de flat was asbest toegepast, puin afkomstig hiervan kan asbestverdacht zijn. Tijdens de veldwerkzaamheden worden dan ook het maaiveld (ter plaatse van de boringen) en de opgeboorde grond visueel beoordeeld op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Indien er in het opgeboorde materiaal een bijmenging (vanaf gradatie sporen) met puin aanwezig is, wordt de bodem als asbestverdacht te worden beschouwd. Een asbestverdachte locatie dient conform de NEN 5707 en/of NEN 5897/ARVO:2020 te worden onderzocht. Het veldwerk wordt uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, asbestprotocol 2018. 2.5.4

Waterbodemonderzoek (deellocatie 7)

De locatie grens direct aan het oppervlaktewater. Om de Waterbodemkwaliteit in kaart te brengen wordt de waterbodem en de onderliggende vaste waterbodem onderzocht op de aanwezigheid van PFAS en het waterbodempakket A inclusief chloride. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720 met strategie 'overig water, lijnvormige locatie, normale inspanning'. Voor het onderzoek zijn twee vakken van iedere circa 800 m 2 geselecteerd, waar per vak 10 steken worden geplaatst en de sliblaag en de vaste waterbodem op PFAS worden geanalyseerd (kaart bijlage 1.5).

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 12 van 31

3

Uitgevoerd onderzoek

3.1

Kwaliteitsborging

De werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met het Besluit bodemkwaliteit. BK Ingenieurs B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk op basis van de beoordelingsrichtlijn (BRL) SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ en onderliggende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. BK Ingenieurs B.V. is hiervoor in het bezit van het procescertificaat VB-075. Voor het veldwerk en de bemonstering voor het PFAS-onderzoek zijn de voorschriften gehanteerd conform de handreiking PFAS bemonsteren (versie 1.0 van 25 juni 2020). De veldwerkzaamheden zijn aangenomen door vestiging Nieuwegein en uitgevoerd op in de periode april tot en met november 2023 door personeel van vestiging Velserbroek die voor de betreffende protocollen bij RWS Leefomgeving / Bodem+ geregistreerd staan onder de erkenning van BK Ingenieurs B.V. In bijlage 7 staan de namen van alle bij het project betrokken veldwerkers vermeld, inclusief het protocol en de verklaring dat zij hun veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever hebben uitgevoerd. De werkzaamheden waarop deze rapportage betrekking heeft, zijn conform de BRL SIKB 2000 getoetst op partijdigheid. Er is geen sprake van persoonlijk of zakelijk recht op de bodem, grond of bagger op de veldwerklocatie bij de uitvoerder van het veldwerk van voorliggend milieuhygiënisch bodemonderzoek.

3.2

Uitgevoerd onderzoek

De uitgevoerde werkzaamheden worden hier beschreven. De verschillende onderzoeken zijn daar waar mogelijk gecombineerd uitgevoerd. In tabel 6 zijn alle uitgevoerde werkzaamheden samengevat. 3.2.1

Verkennend bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek moestuinen (deellocaties 1 tot en met 3) De boringen ten behoeve van het bodemonderzoek zijn gelijkmatig verdeeld over de deellocaties. Enkele van de boringen zijn geplaatst ter hoogte van de omstreeks eind jaren ’60 van de vorige eeuw gedempte sloten. De mengmonsters zijn volgens de ARVO (2020) strategie ‘naoorlogse wijken’ zijn samengesteld uit maximaal zes deelmonsters. De mengmonsters zijn geanalyseerd op het ARVO-grondpakket. Daarnaast zijn enkele mengmonsters van de bodemlaag tot 0,7 m -mv aanvullend geanalyseerd op PFAS waarbij voor het samenstellen van de mengmonsters is aangesloten bij de ARVO. Voor de samenstelling van de grondmengmonsters wordt verwezen naar tabel 7 en tabel 8 (resultaten). Na het verkrijgen van de initiële onderzoeksresultaten is één mengmonster, ter plaatse van moestuin 3, uitgesplitst op de parameter zink. Er is één peilbuis per deellocatie geplaatst en bemonsterd. Het grondwater uit de peilbuizen is geanalyseerd op de parameters uit het ARVO-standaardpakket. Het grondwater van bestaande moestuin 3 is eveneens onderzocht op PFAS. Voor de resultaten wordt verwezen naar tabel 11.

De samenstelling van de ARVO-pakketten is beschreven in bijlage 6.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 13 van 31

Verkennend bodemonderzoek heuvels (deellocatie 4) en speeltuin (deellocatie 6) De boringen ten behoeve van het bodemonderzoek zijn gelijkmatig verdeeld over de twee locaties. De mengmonsters zijn gebaseerd op de ARVO (2020). strategie ‘naoorlogse wijken’ samengesteld uit maximaal zes deelmonsters. De mengmonsters zijn geanalyseerd op het ARVO-standaardpakket en/of PFAS. Voor de samenstelling van de grondmengmonsters wordt verwezen naar tabel 7 en tabel 8 (resultaten). Het grondwater is niet onderzocht. 3.2.2

Nader bodemonderzoek PFAS (deellocatie 5)

Het nader onderzoek naar PFAS in de grond en het grondwater is uitgevoerd conform de ARVO en de Nederlandse Norm NTA 5755. De boringen en peilbuizen zijn in eerste instantie nabij de in 2017 onderzochte monitoringspeilbuizen geplaatst. Bij voormalige peilbuizen P102, P103 en P104 zijn ter verificatie nogmaals boringen met peilbuizen geplaatst. Voor verdere afperking zijn in een grid, van circa 10 meter, aanvullende boringen en peilbuizen worden geplaatst. De peilbuizen zijn freatisch geplaatst, minstens 0,5 m onder de grondwaterstand die zich op gemiddeld 1,0 m -mv bevindt. Bij drie peilbuizen is een tweede diepere filter geplaatst (beginnend op 0,5 m onder de geplaatste freatische filter), voor een eventuele verticale afperking. Tevens zijn meerdere boringen tot 3,0 m -mv geplaatst voor een eventuele verdere afperking van PFAS in grond. Daarnaast zijn enkele boringen geplaatst naast bestaande bomen; om de gehalten PPFAS in de grond nabij de boomwortels vast te stellen. De meest verdachte lagen zijn in fasen geanalyseerd op PFAS (30 verbindingen), het betreffen géén mengmonsters. Het grondwater is eveneens onderzocht op PFAS (30 verbindingen). Voor de resultaten wordt verwezen naar tabel 8 en tabel 12. Asbest Ter plaatse van deellocaties 1, 2 en 5 zijn bodemvreemde bijmengingen waargenomen, waardoor de bodem als asbestverdacht beschouwd dient te worden.

Ter plaatse van deellocatie 5 zijn eveneens puinlagen aangetroffen. De locaties zijn onderzocht op asbest, gebaseerd op de NEN 5707 en ARVO:2020. Het maaiveld van de locatie van het asbestonderzoek is in haaks op elkaar staande inspectiestroken visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) is onderzocht door handmatig proefgaten met minimale afmetingen van 0,3 x 0,3 m te graven. De uitkomende grond van de graaf-/boorgaten is gezeefd over 20 mm. De fractie >20 mm is visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) is onderzocht door middel van het plaatsen van boringen tot 2,0 m -mv en het visueel inspecteren van de uitkomende grond op aanwezigheid van asbest. Van de uitkomende grond zijn van de fractie <20 mm zes mengmonsters van, voor zover mogelijk, minimaal 10 kg ds grond samengesteld. Van de fijne fractie van het uitkomende puinachtige materiaal is één mengmonster samengesteld van minimaal 25 kg ds. De monsters zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898. Voor de samenstelling van de mengmonsters wordt verwezen naar tabel 9 en tabel 10. 3.2.3

Waterbodemonderzoek

De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over de twee onderzoeksvakken. De boringen zijn vanuit een boot verricht. Per monstervak zijn de deelmonsters in het erkende laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam tot mengmonsters samengesteld en geanalyseerd. De mengmonsters zijn samengesteld op basis van geografische ligging, laagdiepten, visuele waarnemingen en slibdiktes.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 14 van 31

Aangezien de vaste waterbodem afwisselend bestaat uit zand, klei of grind was het niet mogelijk om 10 steken per mengmonster van de vaste waterbodem te analyseren. Het onderzoek is hiermee indicatief. In totaal zijn vijf mengmonsters geanalyseerd op het standaard pakket A Waterbodem en baggerspecie uit regionale wateren. De mengmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op PFAS. Voor de resultaten wordt verwezen naar tabel 13 en tabel 14. Alle analyses zijn uitgevoerd door de laboratoria van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam die geregistreerd staan in het RvA-register. De voorbehandeling voor de grond-, grondwater- en waterbodemmonsters is conform AS3000 uitgevoerd. De analyses op puinmonsters kunnen niet conform AS3000 worden uitgevoerd, maar zijn wel RvA-geaccrediteerd. De locaties van de verrichte boringen, peilbuizen en gaten zijn aangegeven op de overzichtstekening in bijlage 1.1. De locaties van de waterbodm boringen zijn opgenomen in bijlage 1.5. De locaties zijn met DGPS ingemeten. Het boor- en monsternemingsgereedschap waarvan bij het bodemonderzoek gebruikgemaakt is, staat per boring beschreven in de boorprofielen in bijlage 2. In tabel 6 zijn alle uitgevoerde werkzaamheden samengevat. tabel 6: uitgevoerd onderzoeksprogramma Deellocaties

Aantal peilbuizen/boring minimaal 3,0 m -mv

Analyses grond

Analyses grondwater

Deellocatie 1: Moestuin 1 2 x tot 0,5 m -mv 1 x tot 0,6 m -mv (stuit) 1 x tot 0,7 m -mv (stuit) 3 x tot 1,0 m -mv 1 x tot 2,0 m -mv Deellocatie 2: Moestuin 2 5 x tot 0,5 m -mv 4 x tot 1,0 m -mv 2 x tot 2,0 m -mv Deellocatie 3: Moestuin 3 7 x tot 0,5 m -mv 2 x tot 1,0 m -mv 2 x tot 2,0 m -mv Deellocatie 4: Heuvels 6 x tot 1,0 m -mv

1*

5 x ARVO-pakket grond 2 x PFAS**

1 x ARVO-pakket grondwater

1*

9 x ARVO-pakket grond 4 x PFAS**

1 x ARVO-pakket grondwater

1*

1 x ARVO-pakket grondwater 1 x PFAS** -

Deellocatie 5: Nader onderzoek PFAS

1 x tot 0,2 m -mv (stuit) 1 x tot 0,7 m -mv (stuit) 1 x tot 0,8 m -mv (stuit) 10 x tot 1,0 m -mv 20 x tot 2,0 m -mv 1 x tot 2,5 m -mv 9 x tot 3,0 m -mv 1 x tot 0,7 m -mv (stuit) 4 x tot 1,0 m -mv 2 x 10 steken tot 0,5 m -sliblaag

19 x freatisch* 3 x dieper filter

7 x ARVO-pakket grond 2 x zink 3 x PFAS** 2 x ARVO-pakket grond 4 x PFAS** 118 x PFAS**

2 x ARVO-pakket grond 2 x PFAS** 5 x PFAS** + waterbodempakket A en chloride

-

1 x tot 0,2 m -mv (stuit) 19 x 0,5 m -mv 1 x tot 0,6 m -mv (stuit) 3 x tot 0,7 m -mv (stuit) 1 x tot 0,8 m -mv (stuit) 33 x tot 1,0 m -mv 27 x tot 2,0 m -mv 1 x tot 2,5 m -mv 9 x tot 3,0 m -mv 2 x 10 steken waterbodem

18 x freatisch* 3 x dieper filter

25 x ARVO-pakket grond 133 x PFAS ** 5 x PFAS** + waterbodempakket A en chloride

3 x ARVO-pakket grondwater 23 x PFAS **

Deellocatie 6: Speeltuin Deellocatie 7: Waterbodemonderzoek Totaal

m -mv * **

Aantal boringen

-

-

22 x PFAS**

-

meters beneden maaiveld de bovenkant van het filter staat minstens 0,5 meter beneden de grondwaterstand analyse PFAS 30 verbindingen

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 15 van 31

4

Resultaten onderzoek

4.1

Veldwerk landbodem

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage 2 is de bodemopbouw van de onderzoekslocatie per boring weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. Uit de boorprofielen blijkt dat de bodem in het algemeen tot 2,5 à 3,0 m -mv uit zand bestaat. Daaronder zijn kleien veenlagen aanwezig tot 4,0 m -mv (maximale boordiepte). Ter plaatse van moestuin 3 is in de boven- en ondergrond (0,35 - 3,0 m -mv) klei waargenomen. Ter plaatse van de heuvels (deellocatie 4) zijn in de bovengrond zeer humus rijke zandlagen waargenomen. Ter plaatse van deellocaties 1, 2 en 5 zijn bijmengingen waargenomen met aardewerk, asfalt, beton, baksteen, kolengruis, puin en/of metselpuin. Ter plaatse van deellocatie 4 zijn sporen baksteen waargenomen. Ter plaatse van deellocaties 5 zijn lokaal puinlaag (metselpuin, menggranulaat, baksteen en/of beton) waargenomen. Verschillende boringen zijn gestuit op harde lagen. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden waargenomen tussen 0,45 en 1,26 m mv. Waarnemingen asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden waren de weersomstandigheden voor het uit te voeren asbestonderzoek voldoende. Er was voldoende licht, en was voldoende zicht en het was droog. Het gehele maaiveld is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte fragmenten. De inspectie-efficiëntie van de uit de gaten komende grond is 100%.

Op het maaiveld bij de boringen en in de uitkomende grond van de proefgaten is geen asbestverdacht materiaal in de grove fractie (> 20 mm) aangetroffen. Duizendknoop Op de locatie is een visuele inspectie uitgevoerd naar de aanwezigheid van Aziatische duizendknoop. Er is geen Duizendknoop waargenomen.

4.2

Veldwerk waterbodem

Waterbodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De waterdiepte bedraagt ter plaatse van de verrichte boringen 0,15 à 0,95 m. Hieronder is slib aanwezig in een laagdikte van 0,03 tot 0,1 meter. Onder het slib bestaat de vaste waterbodem uit grind, zand of klei. In de waterbodem zijn geen bijmengingen waargenomen en is geen asbestverdacht materiaal in de grove fractie (>20 mm) aangetroffen. Er zijn eveneens geen waarnemingen gedaan die duiden op een verontreiniging met mobiele en/of vluchtige stoffen.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 16 van 31

4.3

Normering

(Water)bodemonderzoek Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit worden de resultaten van de chemische analyses van grond- en grondwatermonsters getoetst aan de bodemnormen die zijn vastgesteld in de vigerende wet- en regelgeving, inclusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. BK ingenieurs maakt gebruik van het toetsprogramma van SGS EA dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)-service van het ministerie. De toetsing conform BoToVa is opgenomen in bijlage 4. Voor de volledige tekst van de bodemnormering wordt verwezen naar www.overheid.nl. In bijlage 6 is een verklarende woordenlijst opgenomen. De toetsingscriteria die zijn gebruikt voor waterbodem zijn: • ’toepassen baggerspecie op landbodem’ (T1); • ’toepassen baggerspecie in oppervlaktewater’ (T3); • ’verspreiden en/of toepassen in zoet oppervlaktewater’ (T5). PFAS De resultaten voor PFAS zijn getoetst aan de waarden zoals genoemd in de per 6 juni 2023 geactualiseerde eigen beleidsregel van Gemeente Amsterdam en in het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond van december 2021 en de op 2 mei 2022 gepubliceerde INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen). In dit rapport zijn de analyseresultaten voor PFAS zowel aan de Amsterdamse Beleidsregel als aan de landelijke normering getoetst.

Voor waterbodem is er geen lokaal beleid opgesteld en geldt het landelijke beleid. Voor grondwater is getoetst aan de INEV waarden voor grondwater exclusief toepassing als drinkwater. Voor een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader voor waterbodem en de toetsingswaarden van het lokale en landelijke beleid voor PFAS wordt verwezen naar bijlage 5. Asbest (grond) Voor asbest dienen de gewogen gehalten te worden getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet, vezelvormig anthophylliet, vezelvormig actinoliet en vezelvormig tremoliet). Op basis van een verkennend asbestonderzoek dient te worden getoetst aan de concentratie 50 mg/kg ds (dit is de helft van de interventiewaarde). Bij overschrijding van deze concentratie is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Indien de concentratie asbest lager is dan is een nader asbestonderzoek niet noodzakelijk. Er mag in een verkennend asbestonderzoek niet worden getoetst aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Asbest (puin) Zie onder bodemonderzoek. Voor asbest in puingranulaat is geen interventiewaarde vastgesteld, doch een hergebruiksnorm (grenswaarde) die ook 100 mg/kg ds bedraagt.

In funderingslagen kan geen sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien in een nader asbestonderzoek asbest boven 100 mg/kg ds aanwezig is. In dat geval is sprake van niet herbruikbaar puin.

4.4

Toetsingsresultaten

Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 4. De resultaten van het bodemonderzoek zijn getoetst aan het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De analyseresultaten, de getoetste gestandaardiseerde gehalten en de normwaarden waaraan getoetst is, staan weergegeven in bijlage 4. In tabel 7 en tabel 11 staan de stoffen vermeld waarvan het gestandaardiseerd gehalte in grond of de concentratie in grondwater de normwaarden voor grond en grondwater overschrijden. Met “gestandaardiseerd” wordt bedoeld: omgerekend naar standaard bodem. Daarnaast zijn de resultaten voor grond getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit Bbk. Deze gegevens staan eveneens in tabel 7.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 17 van 31

De in deze rapportage opgenomen toetsing van toepassing en verspreiden van grond volgens het Besluit bodemkwaliteit is slechts opgenomen om een indicatie te geven van de mogelijke afvoerbestemming van de grond of baggerspecie. Deze toetsing is geen wettelijk bewijsmiddel voor het toepassen van de grond conform het Besluit bodemkwaliteit. In tabel 8 en tabel 12 staan de resultaten van de PFAS-analyses van grond en grondwater samengevat. De gehalten som PFOS en som PFOA in grond zijn (conform het beleid van Amsterdam en het landelijke beleid) bij organische stof gehalten >10 % gecorrigeerd. Deze gecorrigeerde gehalten zijn getoetst aan het lokale én landelijke beleid. Asbest De resultaten voor asbest (gemeten en gewogen gehalten) zijn opgenomen in tabel 9 en tabel 10. Opmerkingen Op de analysecertificaten uit bijlage 3 staan voetnoten bij enkele parameters vermeld. Voetnoten die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderzoek, de interpretatie van de resultaten of conclusies zijn hieronder beschreven. Voor de overige voetnoten wordt verwezen naar de disclaimer van SGS EA in bijlage 3.5. Voetnoten die invloed hebben op de resultaten en conclusies van het onderzoek zijn de volgende: Voor de analyse van verschillende monsters is de conserveringstermijn voor de stof PFAS overschreden. Het analyseresultaat is hiermee indicatief.

Dit betreffen monsters die in een tweede of derde fase analyseronde zijn ingezet om de aangetroffen PFAS gehalten verder in kaart te brengen. Voor de analyse van monsters MM601 en MM602 is de conserveringstermijn voor de stof minerale olie overschreden. Het analyseresultaat is hiermee indicatief. Het onderzoek ter plaatse van de speeltuin was indicatief van aard en vooral gericht op het onderzoek naar PFAS. Van monsters 301-3 en 309-2 (uitsplitsing op zink) was na het nemen van deelmonsters ten behoeve van het bepalen van de bodemkenmerken (droge stof, organische stof en lutum) was geen 140 gram meer over voor de monstervoorbehandeling voor de overige parameters. Daarom is minder dan 140 gram voorbehandeld voor deze parameters. Aangezien de resultaten in lijn liggen met het betreffende mengmonsters worden deze als voldoende representatief geacht. Voor de analyse van asbestmonster GMM102 was niet de vereiste hoeveelheid droge stof (10 kg ds voor grond) aanwezig. Het analyseresultaat is hiermee indicatief en het asbestonderzoek voldoet niet aan de NEN 5707. Op welk analysemonster deze opmerking betrekking heeft, is zichtbaar gemaakt in tabel 9. In de kolom ‘monstergewicht’ zijn de analysemonsters waarvan de monsterhoeveelheid lager is dan 10,0 kg droge stof zijn zichtbaar door een weergave van het gewicht in rode cijfers.

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 18 van 31 tabel 7: overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond ARVO-parameters, hergebruiksmogelijkheden (indicatief) en veiligheidsklassen (voorlopig) Monster- Boringen code

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarneming en bodemsoort

Uitgevoerde analyse

> AW (mg/kg ds)

>T (mg/kg ds)

>I (mg/kg ds)

Indicatie hergebruik/ voorlopige veiligheidsklasse

ARVO-standaardpakket

PCB (µg/kg ds) (21,5) Kwik (0,32) Lood (69)

-

-

Klasse wonen/basishygiëne

(Geplande) moestuin 1: MM101

101, 103, 104, 106

0,0 - 0,5

Zand, geen

MM102

101, 107, 108, 109

0,0 - 0,7

Zand, beton (zwak), aardewerk (zwak), baksteen (sporen tot zwak), metselpuin (sporen tot zwak), asfalt (sporen), kolengruis (sporen)

PCB (µg/kg ds) (50,95) Minerale olie (390) Kwik (0,35) Lood (68) PAK (3,151)

-

Klasse industrie/basishygiëne

MM103

101, 109

0,5 - 1,2

Zand, baksteen (sporen), kolengruis (sporen), aardewerk (zwak)

PCB (µg/kg ds) (100,3) Kwik (0,16) PAK (2,37)

-

Klasse industrie/basishygiëne

MM104

102, 104, 105, 107

0,5 - 1,0

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (41,0)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

MM105

101, 102

1,2 - 2,0

Zand, geen

-

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

PCB (µg/kg ds) (43,4) Kwik (0,20) PAK (7,237)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

(Geplande) moestuin 2: MM201

201, 204, 212

0,0 - 0,5

Zand, geen

ARVO-standaardpakket

MM202

201, 204, 212

0,5 - 1,0

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (23,3)

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

MM203

201, 204, 212

1,0 - 2,0

Zand, geen

-

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

MM204

201, 212

1,8 - 3,0

Veen, geen

-

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

MM205

202, 205, 206, 207

0,0 - 0,5

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (43,3) Kwik (0,22) Lood (53)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

MM206

203, 208, 209, 210, 211

0,0 - 0,5

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (46,2) Kwik (0,33) Lood (51) PAK (2,247)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

MM207

205, 207, 208, 209

0,5 - 1,1

Zand, geen

Kwik (0,37) Lood (74)

-

-

Klasse wonen/basishygiëne

204-2

204

0,3 - 0,5

Zand, baksteen (sporen), aardewerk (sporen)

PCB (µg/kg ds) (50,9)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

208-2

208

0,4 - 0,6

Zand, baksteen (zwak)

PCB (µg/kg ds) (45,2) Kwik (0,23)

-

-

Klasse industrie/basishygiëne

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 19 van 31 Monster- Boringen code

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarneming en bodemsoort

Uitgevoerde analyse

> AW (mg/kg ds)

>T (mg/kg ds)

>I (mg/kg ds)

Indicatie hergebruik/ voorlopige veiligheidsklasse

PCB (µg/kg ds) (55,1) Koper (44) Zink (157) Cadmium (1,3) Kwik (0,20) Lood (54)

-

-

Klasse industrie / basishygiëne

Lood (60) PAK (16,277) (Bestaande) moestuin 3: MM301

301, 302, 303, 305

0,0 - 0,5

Zand, geen

ARVO-standaardpakket

MM302

301, 304, 306

0,3 - 0,5

Klei, geen

PCB (µg/kg ds) (45,8) Koper (44) Zink (202) Cadmium (1,06) Kwik (0,26) Lood (59)

-

-

Klasse industrie / basishygiëne

MM303

307, 310, 311, 312

0,0 - 0,5

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (51,3) Cadmium (1,17) Kwik (0,23) Lood (65)

-

-

Klasse industrie / basishygiëne

MM304

301, 309

0,5 - 1,0

Klei, geen

PCB (µg/kg ds) (23,6) Nikkel (36) Cadmium (0,83) Kwik (0,28)

-

Zink (1054) (uitgesplitst)

Niet toepasbaar / basishygiëne

MM305

302, 303, 310

0,5 - 1,0

Zand, geen

PCB (µg/kg ds) (122,5) Nikkel (38) Koper (41) Zink (199) Cadmium (2,1) Kwik (0,17)

-

Klasse industrie / basishygiëne

MM306

301, 303, 310

1,0 - 2,0

Zand, geen

-

-

-

Altijd toepasbaar / basishygiëne

301-6

301

2,0 - 2,5

Klei, geen

Cadmium (0,64) Kwik (0,46) Lood (92)

-

-

Klasse wonen / basishygiëne

-

Zink (516)

-

Klasse industrie / basishygiëne

Zink (182)

-

-

Klasse wonen / basishygiëne

Uitsplitsing MM304: 301-3

301

0,5 - 1,0

Klei, geen

309-2

309

0,5 - 0,8

Klei, geen

Zink

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 20 van 31 Monster- Boringen code

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarneming en bodemsoort

Uitgevoerde analyse

> AW (mg/kg ds)

>T (mg/kg ds)

>I (mg/kg ds)

Indicatie hergebruik/ voorlopige veiligheidsklasse

ARVO-standaardpakket

Kwik (0,21) Lood (60)

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

-

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

PCB (µg/kg ds) (58,6)

-

-

Klasse wonen/basishygiëne

-

-

-

Altijd toepasbaar/basishygiëne

Toetsing Amsterdam

Toetsing INEV’s/ Indicatie hergebruik

Heuvel 1: MM401

401, 402, 403

0,0 - 0,5

Veen, geen

MM402

401, 402, 403

0,4 - 1,0

Zand, geen

601, 602, 603, 604, 605

0,0 - 0,5

Zand, plastichoudend (zwak)

601, 602, 604, 605

0,5 - 1,0

Zand, geen

Speeltuin: MM601 MM602 > AW >T >I -

ARVO-standaardpakket

: gestandaardiseerd gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen gestandaardiseerd gehalte boven de betreffende normwaarde

tabel 8: toetsing resultaten PFAS ② grond (gecorrigeerde waarde) Monstercode

Boringen

Traject (m -mv)

Bodemsoort en zintuiglijke waarneming

Gehalte PFOS (ug/kg ds)

Gehalte Overig (ug/kg ds)

0,0 - 0,5

Zand, geen

2,8

0,0 - 0,7

Zand, beton (zwak), aardewerk (zwak), baksteen (sporen), metselpuin (sporen tot zwak), asfalt (sporen), kolengruis (sporen)

2,2

0,0 - 0,5 0,0 - 0,5

Zand, geen Zand, geen

1,3 1,3

-

Niet verontreinigd Niet verontreinigd

0,0 - 0,5

Zand, geen

1,4

-

Niet verontreinigd

0,3 - 0,5

Zand, baksteen (sporen), aardewerk

1

-

Niet verontreinigd

301, 302, 303, 305 301, 304, 306 307, 310, 311, 312

0,0 - 0,5

Zand, geen

1,4

-

Niet verontreinigd

0,3 - 0,5 0,0 - 0,5

Klei, geen Zand, geen

1,5 2,4

-

Verontreinigd Verontreinigd

MM401

401, 402, 403

0,0 - 0,5

Veen, geen

11,3

MM402

401, 402, 403

0,4 - 1,0

Zand, geen

2,3

PFOA: 2,02 PFHxS: 1,94 -

(Geplande) moestuin 1: MM101 MM102

101, 103, 104, 106 101, 107, 108, 109

-

Verontreinigd

<INEV/Wonen

Verontreinigd -

<INEV/Wonen

(Geplande) moestuin 2: MM201 MM205 MM206 204-2

201, 204, 212 202, 205, 206, 207 203, 208, 209, 210, 211 204

<INEV/Altijd toepasbaar <INEV / Altijd toepasbaar <INEV / Altijd toepasbaar <INEV / Altijd toepasbaar

(Bestaande) moestuin 3: MM301 MM302 MM303

-

<INEV / Altijd toepasbaar <INEV / Wonen <INEV / Wonen

Heuvel 1: Verontreinigd Verontreinigd

<INEV / Niet toepasbaar <INEV / Wonen

Locatie vliegramp Bijlmer te Amsterdam Verkennend en nader (water)bodemonderzoek PFAS | 231141 | 18 december 2023

BK ingenieurs pagina 21 van 31 Monstercode

Boringen

Traject (m -mv)

Bodemsoort en zintuiglijke waarneming

Gehalte PFOS (ug/kg ds)

Gehalte Overig (ug/kg ds)

Toetsing Amsterdam

Toetsing INEV’s/ Indicatie hergebruik

404, 405, 406 404, 405, 406

0,0 - 0,5 0,5 - 1,0

Zand, plastic (sporen), baksteen (sporen) Zand, baksteen (sporen), beton (sporen)

2 5,5

-

Verontreinigd Verontreinigd

<INEV / Wonen <INEV / Niet toepasbaar

601, 602, 603, 604, 605 601, 602, 604, 605

0,0 - 0,5

Zand, plastichoudend (zwak)

0,5

-

Niet verontreinigd

0,5 - 1,0

Zand, geen

0,2

-

Niet verontreinigd

Zand, beton (brokken), baksteen (zwak) Zand, aardewerk (zwak), puin (matig) Zand, geen Zand, geen Zand, baksteen (zwak) Zand, geen Zand, slib (zwak) Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, slib (zwak) Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, aardewerk (zwak), baksteen (zwak) Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen Zand, geen

4,6 35 0,7 0,7 4,1 12 1,8 39 4,5 1,7 16 5,7 2,6 12 1,6 2,9 1,3 24 0,8 6,8 3,1 79 2,1 1,1 4,5 110 37 9,7 1,1 19

PFHxS 1,6 -

Verontreinigd Verontreinigd Niet verontreinigd Niet verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Niet verontreinigd Verontreinigd Niet verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Bodem is ernstig verontreinigd Verontreinigd Niet verontreinigd Verontreinigd Bodem is ernstig verontreinigd Verontreinigd Verontreinigd Niet verontreinigd Verontreinigd

Heuvel 2: MM403 MM404 Speeltuin: MM601 MM602

<INEV / Altijd toepasbaar <INEV / Altijd toepasbaar

Locatie 5; nader onderzoek PFAS: 501A-1 501A-3 501A-5* 501A-7* 502B-2 502B-4 502B-6 503B-1 503B-2* 503B-5 504-1 504-3 504-5 505-1 505-6 506-1* 506-4* 507-1* 507-4* 508-2-3 509-1 509-2 509-4 509-6 510-1 510-3 510-5* 511-1 511-5 512-1

501A 501A 501A 501A 502B 502B 502B 503B 503B 503B 504 504 504 505 505 506 506 507 507 508 509 509 509 509 510 510 510 511 511 512

0,0 - 0,5 0,8 - 1,2 1,4 - 2,0 2,5 - 3,0 0,2 - 0,5 1,0 - 1,5 2,0 - 2,5 0,5 - 1,0 1,0 - 1,5 2,5 - 3,0 0,0 - 0,5 1,0 - 1,5 2,0 - 2,5 0,0 - 0,5 2,5 - 3,0 0,0 - 0,5 1,0 - 1,5 0,2 - 0,5 1,2 - 1,5 0,3 - 1,0 0,3 - 0,5 0,5 - 1,0 1,5 - 2,0 2,5 - 3,0 0,0 - 0,5 1,0 - 1,5 2,0 - 2,5 0,0 - 0,3 1,0 - 1,5 0,1 - 0,5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14215841/1