CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport personeelstekorten voortgezet onderwijs 1okt 2022

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Lerarentekort voortgezet onderwijs (VN2023-011763)10.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Personeelstekorten voortgezet onderwijs Peildatum 1 oktober 2022 Pilot

Datum

februari 2023

Auteurs

dr. Hendri Adriaens dr. Maartje Elshout Suzan Elshout MSc

Versie

1.2

Uitgave Centerdata info@centerdata.nl www.centerdata.nl Contact Hendri Adriaens hendri.adriaens@centerdata.nl © Centerdata, Tilburg, 2023 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

4

1

Inleiding

6

2

Dataverzameling

7

2.1 2.2 2.3

7 7 9

Methode Inhoud van de uitvraag Veldwerk

3

Respons

12

4

Leraren

14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

14 15 15 17 18 19 21

De grote gemeenten vergeleken De mate waarin vestigingen met een verschillend tekort te maken hebben De manier waarop tekorten worden ingevuld Tekorten naar onderwijstype Tekorten naar stadsdeel Tekorten naar vak Minder of niet aangeboden vakken

5

Schoolleiding

23

6

Opmerkingen van vestigingen en schoolbesturen

25

6.1 6.2

25 26

7

Opmerkingen en vragen bij de helpdesk Opmerkingen in de uitvraag

Conclusies en aanbevelingen

27

7.1 7.2 7.3

27 27 28

Personeelstekorten Kan de bevragingsmethode landelijk toegepast worden? Mogelijke verbeteringen uitvraag

Bibliografie

30

Bijlagen

31

A

32

Tabellen

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

3

Managementsamenvatting Dit rapport beschrijft de pilot voor een meting van personeelstekorten in het voorgezet onderwijs (vo). Deze pilot is gehouden onder alle vestigingen voor voortgezet onderwijs in de gemeenten Amsterdam, ’s-Gravenhage en Rotterdam. Het doel van deze pilot is tweeledig. Enerzijds is inzicht in de actuele tekorten aan leraren en schoolleiding in deze gemeenten gewenst. Anderzijds is het belangrijk de gehanteerde methode te evalueren en lessen te trekken uit deze pilot mocht deze meting herhaald worden. De methode van bevraging van de vo-vestigingen is grotendeels gebaseerd op de methode zoals die voor het primair onderwijs (po) binnen de G5 gehanteerd wordt.1 Voor de tekortmeting in het vo is de bevraging van de lerarentekorten wel uitgesplitst naar onderwijstype, vak en graadsector. In de methode worden schoolbesturen uitgenodigd, die op hun beurt de eigen vestigingen dienen uit te nodigen. Het idee is dat een e-mail van het schoolbestuur in plaats van een externe partij responsbevorderend werkt. Daarnaast hebben we de vestigingen ook rechtstreeks benaderd voor het geval dat schoolbesturen inactief zouden blijven.

Dankzij deze maatregel en diverse andere responsbevorderende maatregelen, zoals herinneringsmails, inzet van de drie gemeenten, een begeleidende brief van de VOraad en een terugkoppeling aan het bestuur, was de respons met ongeveer 70% bijzonder hoog te noemen. Merk daarbij op dat deelname aan het onderzoek vrijwillig was. De tekorten aan leraren bedragen 7% van de werkgelegenheid in Amsterdam en Rotterdam, en 5,5% in ’s-Gravenhage. De tekorten aan leraren bestaan voor 30-40% uit openstaande vacatures en voor 6070% uit verborgen tekorten. De tekorten zijn het hoogst bij onderwijstype vmbo-bk en het laagst bij het praktijkonderwijs. De tekorten in het vo lijken op het eerste gezicht mee te vallen in vergelijking met het po (Amsterdam 17,6%, ’s-Gravenhage 17,3%, Rotterdam 11,3%). De tekorten zijn echter wel geconcentreerd bij een beperkte groep van vakken. De grootste tekorten hebben we gemeten bij de vakken techniek (20,5%), NASK (10,8%), informatica (10,3%), Duits (10,2%), economie (10,2%), Nederlands (9,9%), natuurkunde (9,7%), wiskunde (8,5%) en de beroepsgerichte vakken vmbo (7,4%). De tekorten aan schoolleiding zijn iets lager dan de lerarentekorten. Over het algemeen zijn de tekorten bij tweedegraads vakken hoger dan bij eerstegraads vakken.

We hebben verder geconstateerd dat het bevragen van vestigingen (brin6) in plaats van scholen (brin4) diverse problemen met zich meebrengt. Zo zijn de contactgegevens van vestigingen vervuild en is soms niet duidelijk of een vestiging tot de populatie behoort. Gedurende het onderzoek hebben we op verzoek van schoolbesturen 10% van de vestigingen moeten deactiveren omdat deze bijvoorbeeld niet meer bestonden. Het bevragen van internationale scholen brengt verder als probleem met zich mee dat deze zich soms niet kunnen relateren aan de onderwijstypen vmbo, havo of vwo, en dat ze graag een vragenlijst in het Engels hadden gehad. Gecombineerd met het feit dat een deel van deze scholen het personeel uit het buitenland zegt te betrekken, adviseren we internationale scholen niet meer uit te nodigen voor een tekortmeting.

1

(Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022).

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

4

Tot besluit merken we op dat sommige vestigingen hebben aangegeven de vragenlijst lang en complex te vinden. Dit wordt mede veroorzaakt door het bevragen van de tekorten naar onderwijstype, vak en graadsector. We hebben de invullast zoveel mogelijk proberen te beperken door middel van het samenvoegen van vakken in hoofdvakken en door vestigingen alleen relevante invulvelden te laten invullen. Desondanks blijft het een omvangrijke vragenlijst. Het is dan ook aan te bevelen de gewenste informatie nog eens nader te bezien voor een eventuele volgende meting.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

5

1

Inleiding

Het voortgezet onderwijs (vo) kampt met een personeelstekort. De daadwerkelijke omvang van dit tekort is echter niet bekend. Met inzicht in actuele personeelstekorten in het vo kan beter en gerichter beleid gevoerd worden om tekorten terug te dringen, door de aandacht bijvoorbeeld te richten op bepaalde regio’s of bepaalde vakken. Daarnaast biedt een verbeterd inzicht in de actuele tekorten de mogelijkheid om te komen tot betere ramingen van de toekomstige tekorten. Momenteel wordt in de arbeidsmarktramingen2 namelijk, bij gebrek aan betere informatie, aangenomen dat de onbevoegd gegeven lessen, beschikbaar vanuit het IPTO-onderzoek,3 de tekorten weerspiegelen. Maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal. Tekorten kunnen zich bijvoorbeeld ook uiten door het uitvallen van lessen of het niet meer aanbieden van specifieke vakken. Het huidige onderzoek betreft een pilot waarbij personeelstekorten worden gemeten onder alle vestigingen in het vo in Amsterdam, ’s-Gravenhage en Rotterdam met peildatum 1 oktober 2022. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de aanpak van de tekortmeting in het primair onderwijs. 4 Het doel van het pilotonderzoek is tweeledig: 1.

Inzicht krijgen in de omvang van de actuele personeelstekorten in het voortgezet onderwijs in de deelnemende gemeenten.

2.

Bezien of de gehanteerde aanpak geschikt is voor een landelijke meting van de personeelstekorten in het vo.

Het rapport begint in hoofdstuk 2 met een beschrijving van de methodiek van de tekortmeting. De hoofdstukken 3 tot en met 5 gaan met name in op punt 1 hierboven. We bespreken daarin de respons, de tekorten aan leraren naar onderwijstype en vak, de invulling die vestigingen deels hebben gehanteerd voor de tekorten en of vakken minder of niet meer worden aangeboden. Hoofdstukken 6 en 7 gaan meer in op punt 2 hierboven. In hoofdstuk 6 bespreken we de opmerkingen die vestigingen hebben achtergelaten bij het invullen van de vragenlijst en hoofdstuk 7 sluit af met conclusies en aanbevelingen voor een landelijke meting. Bij dit rapport hoort een Excelbijlage. Deze is te vinden op Mirrorpedia. De tabellen in dit rapport zijn ook in de Excelbijlage opgenomen. Tevens is het met de Excelbijlage mogelijk de resultaten in dit rapport in meer detail te bekijken, zoals bijvoorbeeld uitgesplitst naar gemeente.

(Adriaens, de Vos, & Guimarães, 2022) (Vloet, den Uijl, Guimarães, & Fontein, 2023) 4 (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022) 2 3

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

6

2

Dataverzameling

In dit hoofdstuk lichten we de dataverzameling toe. Daarbij bespreken we de methode in het algemeen (sectie 2.1), de details van de inhoud van de uitvraag (sectie 2.2) en het verloop van het veldwerk van de pilotmeting (sectie 2.3).

2.1

Methode

De personeelstekorten worden gemeten via een online vragenlijst. Dit werkt als volgt. Schoolbesturen ontvangen als eerste een uitnodigingsmail van Centerdata met daarin een link naar hun persoonlijke pagina. Op die pagina is informatie over het onderzoek te vinden en kan het bestuur per vestiging een unieke link vinden naar de uitvraag voor die vestiging. Deze link kan het bestuur vervolgens doorsturen naar de vestiging met de vraag om de uitvraag in te vullen. Om het voor besturen makkelijker te maken, zijn ook per vestiging links beschikbaar om direct automatisch een e-mailbericht op te stellen met daarin een voorbeeldtekst en de link. Op de persoonlijke pagina kunnen schoolbesturen ook bijhouden welke vestigingen de uitvraag nog niet hebben ingevuld om zo gericht herinneringsmails te kunnen sturen. Vestigingen worden zowel via de schoolbesturen benaderd als rechtstreeks via een mail van Centerdata. Zo ontvangen vestigingen toch hun link naar de uitvraag als een schoolbestuur inactief blijft. Als vestigingen klaar zijn met het invullen van de uitvraag, krijgen schoolbesturen een signaal en kan het schoolbestuur de antwoorden van de vestiging controleren en eventueel aanpassen.5 Deze controle is vrijblijvend. De data van de vestigingen komen automatisch in de beveiligde omgeving van Centerdata terecht.

Na afloop van de dataverzameling ontvangen schoolbesturen een terugkoppeling op hun persoonlijke pagina met data van de eigen vestigingen die hebben deelgenomen en totalen over de tekorten voor het schoolbestuur.

2.2

Inhoud van de uitvraag

Aan het begin van de uitvraag krijgen vestigingen achtergrondinformatie over het onderzoek, specifieke instructies (bijvoorbeeld dat kortdurende vervangingen van maximaal 6 weken niet meegeteld moeten worden) en worden enkele begrippen gedefinieerd (zie Kader 1). Daarnaast wordt de peildatum vermeld en om welke vestiging het gaat. Er wordt herhaald dat de uitvraag enkel voor de genoemde vestiging ingevuld moet worden. Elke vestiging die binnen de drie deelnemende gemeenten valt, ontvangt een aparte uitvraag.

5

Ook als het schoolbestuur de controle niet uitvoert, worden de gegevens van de vestigingen in de analyses meegenomen.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

7

Kader 1: Begrippen in de toelichting van de uitvraag Een tekort telt pas als een tekort (verborgen of niet) wanneer je er per direct een bevoegde leraar voor zou willen aannemen. Scholen die duurzaam hebben gekozen voor een andere organisatievorm tellen deze inzet dus niet als tekort. Verborgen tekorten zijn tekorten (bij reguliere posities of vervangingen) waarvoor uit nood een (tijdelijke) alternatieve oplossing is gevonden, omdat er geen geschikte bevoegde leraar beschikbaar was. Onder 'schoolleiding' verstaan we personeel dat onderwijskundig en/of organisatorisch leiding geeft, tevens personele verantwoordelijkheid draagt in school en valt onder de Fuwasys salarisschalen 11 t/m 16 of schaal LB, LC of LD.

In de uitvraag komen de volgende onderwerpen aan bod: •

•

De typen onderwijs die de vestiging aanbiedt: 1.

vmbo-bk,

2.

vmbo-tg/havo/vwo,

3.

praktijkonderwijs (pro) en/of

4.

internationale schakelklassen (isk)

Het aantal fte leraren per onderwijstype, voor vmbo-bk en vmbo-tg/havo/vwo ook uitgesplitst naar vak6 maal graadsector.7

•

Het lerarentekort per onderwijstype (in fte), uitgesplitst naar: 1.

openstaande vacatures versus verborgen tekorten

2.

reguliere posities versus vervangingen > 6 weken.

Vestigingen moeten dit voor onderwijstypen vmbo-bk en vmbo-tg/havo/vwo uitgesplitst naar vak maal graadsector opgeven. Om de vestigingen de tekorten zoveel mogelijk op dezelfde manier te laten invullen, is de tekst in Kader 2 getoond aan vestigingen. •

De uitsplitsing (in percentages) van verborgen tekorten naar de volgende mogelijkheden: 1.

2.

3.

intern ingevuld: ▪

bevoegd

▪

onbevoegd/andersbevoegd/onderbevoegd8

extern ingevuld: ▪

bevoegd

▪

onbevoegd/andersbevoegd/onderbevoegd8

klassen samengevoegd

•

De vakken die minder of niet meer aangeboden worden door een lerarentekort

•

Het aantal fte schoolleiding

•

Het schoolleidingtekort (in fte), uitgesplitst naar: 1.

reguliere posities versus vervangingen > 6 weken

2.

openstaande vacatures versus intern ingevulde verborgen tekorten versus extern ingevulde verborgen tekorten

•

Eventuele opmerkingen

Zie bijlage A voor de vakindeling die vestigingen konden raadplegen. Merk op dat leraartaken naast lesgeven niet bevraagd zijn. 8 De categorieën andersbevoegd en onderbevoegd noemen we hierna samen de categorie benoembaar. 6 7

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

8

Kader 2: Uitleg in de uitvraag over het begrip “tekort” Onder het lerarentekort vallen openstaande vacatures en verborgen tekorten voor zowel reguliere posities als vervangingen langer dan 6 weken. Het aantal fte dat nog gezocht wordt, kan ingevuld worden bij openstaande vacatures. Onder openstaande vacatures valt ook de situatie waarin een vak minder wordt aangeboden: bijvoorbeeld wanneer een vak in plaats van 3 uur per week 2 uur per week wordt gegeven. Wanneer een vak (voor bepaalde groepen) helemaal is afgeschaft door het personeelstekort en er geen vacature meer openstaat, telt u dit niet mee. Dit kunt u later opgeven. Bij verborgen tekorten gaat het om situaties waarin uit nood een tijdelijke alternatieve oplossing is gevonden, omdat er geen bevoegde leraar beschikbaar was. Specifiek gaat het bij verborgen tekorten om de volgende soorten (tijdelijke) oplossingen: • • • • •

Intern opgelost met een voor het vak bevoegde leraar (1) Intern opgelost met een onbevoegde, andersbevoegde of onderbevoegde leraar (2) Extern opgelost met een voor het vak bevoegde leraar (3) Extern opgelost met een onbevoegde, andersbevoegde of onderbevoegde leraar (3) Klassen samenvoegen

Wat niet onder verborgen tekorten valt: • •

LIO (laatste jaar van de opleiding) Bevoegde leraar van invalpool structureel inzetten in plaats van als tijdelijke vervanger

(1) Bijvoorbeeld lesgeven door schoolleiders en ambulante leraren. (2) Bijvoorbeeld lesgeven door een voor het vak onbevoegde leraar, lesgeven door werknemer die geen leraar is (IB-er, onderwijsassistent of lerarenondersteuner), lesgeven door iemand die nog in opleiding is (en geen LIO kan worden), zijinstromer die ongewenst al zelfstandig voor de klas staat (dus niet alle zijinstromers). (3) Bijvoorbeeld via een uitzendbureau of detacheringsbureau of een ZZP’er.

2.3

Veldwerk

Op verzoek van de begeleidingscommissie vindt de uitvraag plaats op vestigingsniveau (brin6). Dit heeft enkele nadelen. Zo zijn er op vestigingsniveau ILOCs, dislocaties, tijdelijke vestigingen en vestigingen met een ontbrekend aantal leerlingen (hieronder “bijzondere vestigingen”). Hiervan is voor DUO en ons niet duidelijk of deze de uitvraag moeten invullen. We laten het aan besturen om te bepalen of de uitvraag voor deze vestigingen wel of niet relevant is. Daarnaast hebben veel vestigingen van dezelfde school bij DUO dezelfde naam, waardoor ze moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit is opgelost door in alle communicatie het fysieke adres toe te voegen aan de naam van de vestiging (naast eventuele informatie over het type vestiging, zoals ILOC). Verder is de kwaliteit van de e-mailadressen die bij DUO geregistreerd staan als contactadres voor de vestiging niet altijd even goed. Zo ontbreken bijvoorbeeld soms e-mailadressen. Sommige e-mailadressen van vestigingen hebben we nog handmatig kunnen vinden via de website van de vestiging. Wanneer dat niet lukte is in eerste instantie het e-mailadres van het bestuur gebruikt.9 Daarnaast is er veel overlap in e-mailadressen van vestigingen. Men heeft dan bijvoorbeeld voor alle vestigingen van een bestuur het e-mailadres van het bestuur opgegeven.

Het gevolg zou zijn dat het bestuur bij elke mailing e-mails zou krijgen voor alle vestigingen, en die tevens niet voor het bestuur Voor 3 vestigingen ontbrak zowel het e-mailadres van het bestuur als het e-mailadres van de vestiging. Gemeenten hebben geholpen te zoeken naar de e-mailadressen. Uiteindelijk bleek het om verouderde gegevens te gaan. Het bestuur was bijvoorbeeld niet op de hoogte van het bestaan van de vestigingen. Deze vestigingen zijn vervolgens uit de populatie gehaald. 9

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

9

maar voor de specifieke vestigingen bedoeld zijn. Om dit probleem tegen te gaan, is op 6 oktober 2022 een vooraankondiging over het onderzoek gestuurd naar de besturen binnen de drie gemeenten. Daarin is achtergrondinformatie over het onderzoek gegeven en hebben besturen via een unieke link zicht gekregen op de e-mailadressen die bij DUO voor de vestigingen bekend zijn. Het schoolbestuur heeft de mogelijkheid gehad elk e-mailadres (inclusief het e-mailadres van het bestuur zelf) aan te passen. De aangepaste e-mailadressen zijn in het vervolg gebruikt in de communicatie over het onderzoek. Op 11 oktober 2022 is aan besturen een herinnering gestuurd om uiterlijk 14 oktober de e-mailadressen te controleren en eventueel aan te passen. In totaal hebben 26 van de 45 besturen deze emailcontrole (57,8%) uitgevoerd. In het vervolgtraject (de daadwerkelijke uitvraag) is echter gebleken dat toch nog een groot aantal e-mailadressen aangepast moest worden, ook van besturen die de emailcontrole hadden uitgevoerd. Op dinsdag 1 november 2022 hebben schoolbesturen van Centerdata een uitnodigingsmail ontvangen met een link naar hun persoonlijke pagina waar alle informatie over het onderzoek en het doorsturen van de links aan de vestigingen staat.

Centerdata heeft de vestigingen ook rechtstreeks een uitnodigingsmail gestuurd om te voorkomen dat het onderzoek vertraging zou oplopen bij inactiviteit van de schoolbesturen. Schoolbesturen hebben op hun persoonlijke pagina in een real-time responsoverzicht op elk gewenst moment kunnen volgen of hun vestigingen de uitvraag al hadden ingevuld en hun vestigingen aan het invullen kunnen herinneren. Oorspronkelijk hadden vestigingen tot en met 25 november 2022 om de uitvraag in te vullen. Op 8 november 2022 is de eerste herinneringsmail gestuurd naar schoolbesturen en vestigingen die nog niet klaar waren, gevolgd door herinneringsmails op 14 november, 21 november en 24 november 2022. In overleg met OCW werd de dataverzameling met twee weken verlengd. De uiteindelijke deadline werd daarmee 9 december 2022. Dit is aan schoolbesturen en vestigingen die nog niet klaar waren aangekondigd op 28 november 2022. Schoolbesturen en vestigingen die nog niet klaar waren hebben herinneringsmails ontvangen op 5 december en 8 december 2022. Met alle emailberichten is een brief van de VO-raad meegestuurd waarin schoolbesturen gestimuleerd worden om deel te nemen. Tussendoor hebben de drie gemeenten ook hun schoolbesturen aangespoord om deel te nemen en op hun beurt vestigingen aan te sporen die nog niet klaar waren.

Tabel 1 op pagina 11 geeft een compleet overzicht van de mailings en de bruto respons in aantallen vestigingen vlak voor elke mailing. Om tijdens de dataverzameling responspercentages te kunnen berekenen, is voor de populatie uitgegaan van alle vestigingen, 203 in totaal.10 In hoofdstuk 3 zal de uiteindelijke respons nog in meer detail besproken worden. Na bijna drie weken dataverzameling hadden 77 van de 203 vestigingen de uitvraag volledig ingevuld (37,9%). Vooral in de laatste week voor de oorspronkelijke deadline zijn er nog veel vestigingen bijgekomen. Op dat moment hadden 134 vestigingen de uitvraag volledig ingevuld (66,0%). Bij de uiteindelijke deadline (9 december 2022) waren dit 151 vestigingen (74,4%). Voor een onderzoek zonder responsverplichting zijn dit zeer hoge responspercentages.

Dat wil zeggen: inclusief ILOCs, dislocaties, tijdelijke vestigingen en vestigingen met een ontbrekend aantal leerlingen. Vestigingen waarvan expliciet bij ons door het bestuur is aangegeven dat deze niet meer bestaan of de vragenlijst daarvoor niet kan worden ingevuld, zijn hierin niet meegenomen. 10

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

10

Tabel 1: Overzicht van mailings en bruto respons in aantal vestigingen dat de vragenlijst heeft afgerond vlak voor iedere mailing en als percentage van de populatie (203 vestigingen)

datum mailing

vestigingen

% van populatie

dinsdag 8 november 2022

22

10,8%

maandag 14 november 2022

41

20,2%

maandag 21 november 2022

77

37,9%

donderdag 24 november 2022

112

55,2%

maandag 28 november 2022 (verlenging)

134

66,0%

maandag 5 december 2022

143

70,4%

donderdag 8 december 2022

145

71,4%

na deadline dataverzameling (9 december)

151

74,4%

dinsdag 1 november 2022 (uitnodiging)

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

11

3

Respons

De populatie bevat 203 vestigingen.11 In totaal hebben 192 vestigingen de vragenlijst geopend en 151 hebben deze voltooid. Bij deze vestigingen is bij 11 vestigingen sprake van problemen met de invoer, zie Tabel 2 voor de uitgevoerde controles. Het totaal in de tabel is ontdubbeld voor vestigingen die meer dan één probleem vertoonden. Tabel 2: Controles van de data

probleem

aanwezig afwezig

aanwezig (%)

aantal leerlingen 0 of ontbrekend, verdere controles niet mogelijk

4

151

2,6%

leerling-leraarratio <1 of >35

11

140

7,3%

leerling-schoolleidingratio <1

0

151

0,0%

totaal, ontdubbeld en exclusief eerste probleem

11

140

7,3%

We bespreken de problemen kort in detail. Bij 4 vestigingen ontbrak het aantal leerlingen in de gegevens die we van DUO hebben ontvangen. Andere controles (zoals op de leerling-leraarratio) zijn daardoor niet mogelijk. Bij 11 vestigingen was sprake van een onmogelijke leerling-leraarratio. Bij 4 van deze vestigingen werkten volgens de vestigingen in het geheel geen leraren. Tevens waren de tekorten bij die vestigingen zeer beperkt (bijvoorbeeld 0,3 fte), maar tegelijkertijd verzorgt de vestiging volgens DUO onderwijs voor een groot aantal leerlingen (1.078 in het onderhavige voorbeeld, voor een leerling-leraarratio van 3.593). Het minst scheef van deze 11 vestigingen was een vestiging met 28,7 fte leraren, geen tekorten en 1.138 leerlingen (leerling-leraarratio 39,7). Dit hoofdstuk is gebaseerd op de 140 vestigingen die de uitvraag volledig invulden en waarbij geen problemen met de eigen invoer zijn geconstateerd. De 4 vestigingen met ontbrekende leerlinggegevens zijn dus bij de analyses meegenomen. Voor de 140 vestigingen voerden schoolbesturen in 119 gevallen (85%) de controle op de ingevoerde gegevens uit. Die controle was vrijblijvend (zie ook sectie 2.1). Vestigingen waarbij de controle niet is uitgevoerd zijn toch meegenomen in de analyses.12 De respons, gemeten in aantallen vestigingen en in aantallen leerlingen op de vestigingen, is weergegeven in Tabel 3 en Tabel 4.

Omdat niet duidelijk is van welke bijzondere vestigingen13 respons verwacht kan worden (zie ook sectie 2.3), presenteren we de respons zowel inclusief als exclusief alle bijzondere vestigingen. De tabel inclusief (Tabel 3) geeft waarschijnlijk een onderschatting van de respons in termen van vestigingen. De tabel exclusief (Tabel 4) geeft waarschijnlijk een overschatting van de respons in termen van aantallen vestigingen.

Zie sectie 2.3 voor meer informatie over (de totstandkoming van) dit aantal. Merk op dat schoolbesturen bij 9 van de 11 vestigingen met een probleem hebben aangegeven de gegevens gecontroleerd te hebben. 13 ILOCs, dislocaties, tijdelijke vestigingen en vestigingen met een ontbrekend aantal leerlingen. 11 12

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

12

Tabel 3: Respons inclusief bijzondere vestigingen – gemeente

vestigingen

leerlingen

gemeente

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Amsterdam

81

58

72%

43.779

30.403

69%

's-Gravenhage

47

37

79%

27.544

20.764

75%

Rotterdam

75

45

60%

35.305

21.302

60%

totaal

203

140

69%

106.628

72.469

68%

Tabel 4: Respons exclusief bijzondere vestigingen – gemeente

vestigingen

leerlingen

gemeente

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Amsterdam

77

57

74%

43.683

30.307

69%

's-Gravenhage

46

36

78%

27.374

20.594

75%

Rotterdam

67

41

61%

32.673

19.751

60%

totaal

190

134

71%

103.730

70.652

68%

We zien dat de respons met ongeveer 70% zeer hoog te noemen is. Vergelijkbare vrijwillige onderzoeken leveren doorgaans een lagere respons op. Daarbij moet opgemerkt worden dat er zeer veel responsbevorderende maatregelen zijn uitgevoerd (zie ook sectie 2.3). Verder zien we dat ’s-Gravenhage een relatief hoge respons laat zien en Rotterdam een relatief lage. Tot besluit van dit hoofdstuk tonen we nog het onderwijsaanbod dat de 140 vestigingen verzorgen. Iedere vestiging heeft zelf opgegeven welke van de vier onderwijstypen ze aanbieden. Daarbij waren meerdere antwoorden mogelijk. In Tabel 5 is het totaal aantal vestigingen per gemeente gegeven en het aantal vestigingen dat een specifiek onderwijstype aanbiedt. Dit aantal is ook weergegeven als percentage van het totaal aantal vestigingen in de gemeente. Zo zien we bijvoorbeeld dat 78% van de vestigingen in Rotterdam het onderwijstype vmbo-tg/havo/vwo aanbieden, maar dat dit in ’s-Gravenhage door maar 65% van de vestigingen wordt aangeboden. Tabel 5: Onderwijsaanbod in aantallen vestigingen en als percentage van het totaal aantal vestigingen

totaal

vmbo-bk

vmbo-tg/havo/vwo

pro

isk

gemeente

vest

vest

%

vest

%

vest

%

vest

%

Amsterdam

58

20

34%

43

74%

7

12%

3

5%

's-Gravenhage

37

16

43%

24

65%

5

14%

5

14%

Rotterdam

45

17

38%

35

78%

6

13%

6

13%

totaal

140

53

102

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

18

14

13

4

Leraren

Dit hoofdstuk beschrijft de tekorten onder leraren. We bespreken in de volgende secties achtereenvolgens een vergelijking van de G3, een histogram van tekorten, openstaande tekorten en de invulling van verborgen tekorten, de tekorten naar onderwijstype, stadsdeel en vak, en welke vakken minder of niet meer worden aangeboden naar aanleiding van een tekort. In alle secties in dit hoofdstuk bespreken we de lerarentekorten opgeteld over alle onderwijstypen, met uitzondering van sectie 4.4 (tekorten naar onderwijstype) en secties 4.6 en 4.7 waarin wordt ingezoomd op de vakken die gegeven worden binnen de onderwijstypen vmbo-bk en vmbo-tg/havo/vwo.

4.1

De grote gemeenten vergeleken

Allereerst geven we per gemeente de naar wens vervulde fte’s en de subtotalen van de gemeten tekorten weer in Figuur 1. Hierin zijn de tekorten uitgesplitst naar tekorten bij reguliere posities en bij vervanging, en tevens naar openstaande vacatures en verborgen tekorten. De onderdelen zijn weergegeven relatief ten opzichte van de totale werkgelegenheid (=werkzaam personeel + tekorten). Merk op dat de figuur bij 90% begint, om op die manier in te kunnen zoomen op de tekorten. De labels bij iedere staaf geven de omvang van het betreffende tekort aan in fte. Figuur 1: Tekorten aan leraren – gemeente 100% 99%

34

23

35

98% 97%

108

51 58

96%

95% 94% 93%

20

11 1

16

19

13 1,478

92% 2,441

1,610

91% 90%

Amsterdam

's-Gravenhage

Rotterdam

vervuld naar wens

verborgen vervanging

openstaande vervanging

verborgen regulier

openstaand regulier

We zien in Figuur 1 dat in alle gemeenten het merendeel van de tekorten bij reguliere posities zit. Daarbinnen wordt het grootste deel gevormd door verborgen vacatures. ’s-Gravenhage heeft iets lagere tekorten dan Amsterdam en Rotterdam, maar de verdeling over de getoonde categorieën is bij alle gemeenten vergelijkbaar.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

14

Deze tekorten zijn lager dan de in het primair onderwijs gemeten tekorten. Amsterdam had op dezelfde peildatum in het po bijvoorbeeld een lerarentekort van 17,6%. 14 In het vo zijn de tekorten echter geconcentreerd bij specifieke vakken, waardoor een directe vergelijking lastig is. In sectie 4.6 zullen we in detail ingaan op de tekorten naar vak.

4.2

De mate waarin vestigingen met een verschillend tekort te maken hebben

In een histogram kan worden bekeken welk deel van de vestigingen in een bepaalde tekortcategorie valt. We hebben in Figuur 2 de verdeling van het totale tekort (openstaande en verborgen tekorten, regulier en vervanging) opgenomen. We zien bijvoorbeeld dat 28% van de vestigingen aangeven geen tekort te hebben. Verder rapporteert 5% van de vestigingen een tekort van meer dan 30%.15 Figuur 2: Histogram van vestigingen over categorieën van tekorten aan leraren 30% 25% 20% 15% 10% 5%

4.3

> 30%

28% - 30%

26% - 28%

24% - 26%

22% - 24%

20% - 22%

18% - 20%

16% - 18%

14% - 16%

12% - 14%

10% - 12%

8% - 10%

6% - 8%

4% - 6%

2% - 4%

0% - 2%

0%

0%

De manier waarop tekorten worden ingevuld

Vestigingen hebben bij de uitvraag aangegeven of ze openstaande vacatures hadden en ook of ze verborgen tekorten hadden. Tevens hebben ze aangegeven hoe ze een verborgen tekort momenteel hebben ingevuld. In Tabel 6 tot en met Tabel 8 zijn de uitsplitsingen in fte per gemeente weergegeven (zie ook sectie 2.2 voor een toelichting op de categorieën). Daarbij zijn ook extra kolommen opgenomen waarin het tekort respectievelijk wordt gerelateerd aan het totaal aantal fte verborgen tekorten, het totale tekort in fte en de werkgelegenheid (bij de gemeten vestigingen) in fte. We zien dat tekorten voor 30-40% bestaan uit openstaande vacatures en voor 60-70% uit verborgen tekorten. De verborgen tekorten worden in ongeveer twee derde van de gevallen intern ingevuld. Dit gebeurt dan in de meerderheid van de gevallen met een onbevoegde of benoembare.16 Indien een verborgen tekort met een externe wordt ingevuld, dan gebeurt dat in Amsterdam in twee derde van de gevallen, in Rotterdam in ongeveer de helft van de gevallen en in ’s-Gravenhage in ongeveer één derde van de gevallen met een onbevoegde of benoembare. In totaal wordt er in Amsterdam en ’sZie Tabel 29 in (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022). In het po vinden we dat 11% van de vestigingen in de 5 grote steden geen tekorten heeft.

In de rest van Nederland heeft 37% van de scholen geen tekort, zie Figuur 2 en Figuur 7 in (Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022). 16 Onbevoegd en benoembaar zijn als één geheel bevraagd, zie ook sectie 2.2. Aan de hand van IPTO (Vloet, den Uijl, Guimarães, & Fontein, 2023) weten we wel dat doorgaans een groot deel van deze groep benoembaar zal zijn. 14 15

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

15

Gravenhage in ongeveer 70% van de gevallen van een verborgen tekort een beroep gedaan op een onbevoegde of benoembare om het tekort op te lossen. In Rotterdam gaat het om 46% van de gevallen. Het samenvoegen van klassen als oplossing voor een tekort wordt alleen toegepast in Rotterdam. Als we kijken naar het type positie waarvoor een tekort is, dan gaat het gemiddeld in ongeveer 80% van de gevallen om reguliere posities. Tabel 6: Tekorten aan leraren – Amsterdam werkzaam

2.441

werkgelegenheid

2.622 regulier

totaal

vervanging totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

6,9%

142

39

181

- openstaand

34

20

55

30%

2,1%

- verborgen

108

19

127

100%

70%

4,8%

verborgen, intern ingevuld

71

8

79

62%

43%

3,0%

- bevoegd

16

3

19

15%

10%

0,7%

- onbevoegd/benoembaar17

56

4

60

47%

33%

2,3%

verborgen, extern ingevuld

36

11

47

37%

26%

1,8%

- bevoegd

11

5

16

12%

9%

0,6%

- onbevoegd/benoembaar

25

6

31

24%

17%

1,2%

verborgen, klassen samengevoegd

0

1

1

1%

1%

0,1%

vervanging totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

5,5%

Tabel 7: Tekorten aan leraren – 's-Gravenhage werkzaam

1.478

werkgelegenheid

1.563 regulier

totaal

74

12

- openstaand

23

11

33

39%

2,1%

- verborgen

51

1

52

100%

61%

3,3%

verborgen, intern ingevuld

37

1

37

72%

44%

2,4%

- bevoegd

6

0

6

12%

7%

0,4%

- onbevoegd/benoembaar

31

1

31

60%

37%

2,0%

verborgen, extern ingevuld

14

0

14

28%

17%

0,9%

- bevoegd

10

0

10

20%

12%

0,7%

- onbevoegd/benoembaar

4

0

4

8%

5%

0,3%

verborgen, klassen samengevoegd

0

0

0

0%

0%

0,0%

17

85

Benoembaar bestaat uit de categorieën andersbevoegd en onderbevoegd, zie ook sectie 2.2.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

16

Tabel 8: Tekorten aan leraren – Rotterdam werkzaam

1.610

werkgelegenheid

1.731 regulier

totaal

vervanging totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

100%

7,0%

93

29

121

- openstaand

35

16

51

42%

2,9%

- verborgen

58

13

71

100%

58%

4,1%

verborgen, intern ingevuld

35

10

46

65%

38%

2,6%

- bevoegd

18

3

21

29%

17%

1,2%

- onbevoegd/benoembaar

18

7

25

36%

21%

1,5%

verborgen, extern ingevuld

14

2

15

22%

13%

0,9%

- bevoegd

7

1

8

12%

7%

0,5%

- onbevoegd/benoembaar

7

0

7

10%

6%

0,4%

verborgen, klassen samengevoegd

8

1

10

14%

8%

0,6%

4.4

Tekorten naar onderwijstype

In deze sectie bespreken we de tekorten aan leraren naar onderwijstype. De tekorten zijn weergegeven in Tabel 9 tot en met Tabel 11. De tekorten zijn separaat opgenomen voor reguliere en vervangingstekorten. We zien dat het vmbo-bk de hoogste tekorten kent, zowel voor reguliere als voor vervangingsposities. Dit is voornamelijk gelegen in hoge verborgen tekorten bij dat onderwijstype. Het aantal openstaande vacatures is bij vmbo-bk net iets minder hoog dan bij isk. De laagste tekorten zien we bij het praktijkonderwijs. De tekorten bij reguliere posities zijn daar half zo hoog als bij bij het vmbo-bk. Tabel 9: Reguliere tekorten aan leraren – onderwijstype

fte onderwijstype

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb

totaal

open

verb

totaal

vmbo-bk

1.342

32

57

89

2,4%

4,3%

6,7%

vmbo-tg/havo/vwo

3.858

48

141

189

1,3%

3,7%

4,9%

praktijkonderwijs (pro)

483

5

11

16

1,0%

2,3%

3,3%

internationale schakelklassen (isk)

234

7

7

14

3,0%

2,9%

5,9%

totaal

5.917

92

216

308

1,6%

3,7%

5,2%

Tabel 10: Vervangingstekorten aan leraren – onderwijstype

fte onderwijstype

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb

totaal

open

verb

totaal

vmbo-bk

1.342

12

19

31

0,9%

1,4%

2,3%

vmbo-tg/havo/vwo

3.858

29

10

39

0,7%

0,3%

1,0%

483

3

4

7

0,7%

0,8%

1,5%

praktijkonderwijs (pro) internationale schakelklassen (isk)

234

2

0

2

1,0%

0,0%

1,0%

totaal

5.917

47

33

80

0,8%

0,6%

1,3%

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

17

Tabel 11: Totale tekorten aan leraren – onderwijstype

fte onderwijstype

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb

totaal

open

verb

totaal

vmbo-bk

1.342

44

77

121

3,3%

5,7%

9,0%

vmbo-tg/havo/vwo

3.858

77

151

228

2,0%

3,9%

5,9%

praktijkonderwijs (pro)

483

8

15

23

1,7%

3,1%

4,8%

internationale schakelklassen (isk)

234

9

7

16

4,0%

2,9%

7,0%

totaal

5.917

139

249

388

2,3%

4,2%

6,6%

4.5

Tekorten naar stadsdeel

In deze sectie tonen we in Tabel 12 tot en met Tabel 14 een andere doorsnede van de dataverzameling, namelijk naar staddeel per gemeente. Voor de indeling naar stadsdeel worden diverse wijken samengenomen om te kleine aantallen te voorkomen. De wijk van een vestiging is bepaald met behulp van een koppeling van het vestigingsadres (postcode + huisnummer) met de gemeente-wijk-buurtdata van het CBS.18 Opvallend is met name dat tekorten erg kunnen verschillen per stadsdeel. Zo lopen de tekorten in Amsterdam van 0,0% tot ruim 13% per wijk. In ‘s-Gravenhage springt Escamp er in negatieve zin uit en in Rotterdam is de problematiek in stadsdeel Prins Alexander veruit het grootste. Tabel 12: Tekorten aan leraren naar stadsdeel – Amsterdam fte stadsdeel

vestigingen

Centrum

1

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

50

0

0

0

0,0%

0,0%

0,0%

Nieuw-West

8

514

20

43

63

3,9%

8,3%

12,2%

Noord

12

297

17

19

36

5,8%

6,3%

12,1%

Oost

11

472

3

16

19

0,6%

3,5%

4,1%

Weesp

2

107

1

1

2

0,5%

1,2%

1,7%

West

2

87

0

6

6

0,0%

7,0%

7,0%

Westpoort

1

28

0

4

4

0,0%

13,4%

13,4%

Zuid

18

856

12

37

49

1,4%

4,3%

5,7%

Zuidoost

3

211

2

1

3

0,8%

0,6%

1,4%

open

Tabel 13: Tekorten aan leraren naar stadsdeel – 's-Gravenhage fte stadsdeel

vestigingen

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb.

totaal

verb.

totaal

Centrum

6

300

15

10

25

5,0%

3,2%

8,2%

Escamp

3

117

3

10

13

2,4%

8,3%

10,7%

Haagse Hout

7

273

1

4

5

0,5%

1,4%

1,9%

Laak

2

68

3

0

3

4,0%

0,0%

4,0%

Leidschenveen-Ypenburg

3

201

9

3

12

4,5%

1,6%

6,1%

Loosduinen

7

194

2

7

9

1,1%

3,4%

4,5%

Scheveningen

6

270

0

17

17

0,0%

6,3%

6,3%

Segbroek

3

140

0

2

2

0,3%

1,4%

1,7%

18

Hiervoor is voor 4 vestigingen postcode en huisnummer opgezocht op de website van de vestiging of op Google Maps.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

18

Tabel 14: Tekorten aan leraren naar stadsdeel – Rotterdam fte stadsdeel

vestigingen

% van werkgelegenheid

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

Centrum

2

66

2

0

2

3,0%

0,0%

3,0%

Charlois

5

115

5

3

8

4,1%

2,9%

7,0%

Delfshaven

7

267

17

5

23

6,5%

1,9%

8,4%

Feijenoord

5

237

5

8

13

2,2%

3,2%

5,3%

Haven

1

49

0

0

0

0,0%

0,0%

0,0%

Hillegersberg-Schiebroek

4

143

3

4

8

2,2%

3,1%

5,3%

Hoek van Holland

0

0

0

0

0

-

-

-

Hoogvliet

2

92

3

10

12

2,9%

10,4%

13,3%

IJsselmonde

4

89

3

1

4

3,7%

1,2%

4,9%

Kralingen-Crooswijk

4

249

5

7

12

1,8%

2,8%

4,6%

Noord

7

235

1

9

11

0,5%

4,0%

4,5%

Overschie

0

0

0

0

0

-

-

-

Pernis

0

0

0

0

0

-

-

-

Prins Alexander

4

187

6

23

30

3,5%

12,4%

15,9%

Rozenburg

0

0

0

0

0

-

-

-

4.6

Tekorten naar vak

Vestigingen die vmbo-bk en/of vmbo-tg/havo/vwo aanbieden (122 in totaal), hebben ook vragen gekregen over de werkende fte’s en tekorten per vak. Daarbij is Tabel 25 in bijlage A gepresenteerd aan de vestigingen en is gevraagd de formatie en tekorten in te delen in de genoemde hoofdvakken. Deze sectie bespreekt de tekorten naar vak. In Tabel 15 en Tabel 16 zijn respectievelijk de tweedegraads en eerstegraads tekorten per vak opgenomen. In Tabel 17 zijn de totale tekorten per vak opgenomen. Allereerst zien we dat Techniek veruit het grootste tekort heeft (20,5%) en Klassieke Talen het kleinste (1,5%). De lijst van vakken met de grootste tekorten bevat met name de bekende tekortvakken (in volgorde van aflopend tekort): techniek, NASK, informatica, Duits, economie, Nederlands, natuurkunde, wiskunde en de beroepsgerichte vakken vmbo. Merk op dat in het onderhavige onderzoek ook openstaande vacatures en andere vormen van verborgen tekorten zijn gemeten (zie ook sectie 2.2). Zo zien we in het IPTO-onderzoek bijvoorbeeld dat het vak Duits relatief vaak bevoegd wordt gegeven, maar uit het onderhavige onderzoek komt het met 10,2% totaal tekort toch als één van de grotere tekortvakken naar voren. We zien dat het hierbij in bijna de helft van de gevallen gaat om openstaande vacatures.

Verder zien we dat de tekorten aan tweedegraads leraren bij alle vakken behalve Techniek hoger zijn dan de tekorten aan eerstegraads leraren. Dit komt overeen met de bevindingen in sectie 4.3 in het IPTO-rapport waarin gerapporteerd wordt dat het percentage onbevoegd gegeven lessen in het tweedegraads gebied hoger is dan in het eerstegraads gebied. We zien bijvoorbeeld dat het tekort aan leraren lichamelijke opvoeding in het tweedegraads gebied ongeveer 7 keer zo hoog is als het tekort in het eerstegraads gebied. Bij Klassieke talen is het tekort in het tweedegraads gebied ongeveer 5 keer zo groot als in het eerstegraads gebied. Aan de andere kant van het spectrum liggen de vakken Informatica, Wiskunde en NASK waarbij het tekort in het tweedegraads gebied ongeveer 30% hoger is dan in het eerstegraads gebied.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

19

Tabel 15: Tekorten aan tweedegraads leraren als percentage van de werkgelegenheid – vak formatie werkgel.

regulier

werkend

open

vervanging

verborgen

open

totaal

verborgen

Aardrijkskunde

130

91,3%

2,0%

5,9%

0,8%

0,0%

Biologie

207

92,5%

1,3%

4,3%

0,6%

1,2%

8,7% 7,5%

CKV, kunstvakken

172

94,9%

1,8%

1,9%

1,2%

0,2%

5,1%

Duits

107

87,1%

2,7%

6,2%

2,7%

1,3%

12,9%

Economie (avo)

175

87,5%

3,1%

6,4%

0,0%

3,0%

12,5%

Engels

355

93,7%

0,4%

4,2%

1,2%

0,5%

6,3%

Frans

110

92,5%

1,1%

3,2%

2,5%

0,5%

7,5%

Geschiedenis

142

97,4%

0,2%

2,2%

0,2%

0,0%

2,6%

Informatica

37

88,8%

2,6%

5,0%

3,6%

0,0%

11,2%

Klassieke talen

16

95,7%

0,0%

2,5%

1,8%

0,0%

4,3%

Levensbeschouwing

33

93,4%

0,0%

6,6%

0,0%

0,0%

6,6%

Lichamelijke Opvoeding

222

93,1%

5,0%

0,9%

0,9%

0,0%

6,9%

Maatschappijleer

91

93,7%

2,3%

3,8%

0,0%

0,2%

6,3%

Natuurkunde

65

84,7%

3,8%

9,8%

0,9%

0,8%

15,3%

Natuurkunde/Scheikunde (NASK)

77

88,8%

2,1%

6,6%

2,3%

0,2%

11,2%

Nederlands

435

88,7%

2,8%

6,3%

1,5%

0,7%

11,3%

Scheikunde

44

92,0%

0,0%

6,6%

1,4%

0,0%

8,0%

Techniek (avo)

60

81,0%

6,3%

3,9%

6,3%

2,5%

19,0%

Wiskunde

397

90,8%

2,3%

5,3%

0,5%

1,1%

9,2%

Gezondheidszorg en Welzijn (avo)

31

96,3%

1,8%

1,9%

0,0%

0,0%

3,7%

Beroepsgerichte vakken vmbo

264

92,6%

1,0%

4,4%

0,5%

1,6%

7,4%

Overige vakken

310

95,8%

1,0%

2,0%

0,9%

0,3%

4,2%

3.482

91,8%

2,0%

4,4%

1,1%

0,8%

8,2%

totaal

Tabel 16: Tekorten aan eerstegraads leraren als percentage van de werkgelegenheid – vak formatie werkgel.

regulier

werkend

open

vervanging

verborgen

open

totaal

verborgen

Aardrijkskunde

76

95,9%

0,9%

2,2%

0,9%

0,0%

4,1%

Biologie

90

97,7%

0,2%

1,9%

0,0%

0,2%

2,3%

CKV, kunstvakken

178

100,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Duits

67

94,0%

1,3%

2,4%

1,8%

0,4%

6,0%

Economie (avo)

92

94,3%

0,0%

5,4%

0,0%

0,3%

5,7%

Engels

151

98,3%

0,0%

1,7%

0,0%

0,0%

1,7%

Frans

80

95,4%

0,9%

2,6%

0,0%

1,1%

4,6%

Geschiedenis

94

98,3%

0,2%

1,5%

0,0%

0,0%

1,7%

Informatica

18

91,5%

4,5%

4,0%

0,0%

0,0%

8,5%

Klassieke talen

70

99,1%

0,0%

0,0%

0,4%

0,4%

0,9%

Levensbeschouwing

16

98,2%

0,0%

1,8%

0,0%

0,0%

1,8%

Lichamelijke Opvoeding

159

99,0%

0,9%

0,1%

0,0%

0,0%

1,0%

Maatschappijleer

41

95,2%

0,0%

3,1%

1,7%

0,0%

4,8%

Natuurkunde

73

95,3%

0,0%

4,7%

0,0%

0,0%

4,7%

Natuurkunde/Scheikunde (NASK)

15

91,8%

0,0%

8,2%

0,0%

0,0%

8,2%

Nederlands

155

93,8%

2,6%

3,5%

0,0%

0,0%

6,2%

Scheikunde

75

95,7%

0,7%

2,8%

0,8%

0,0%

4,3%

Techniek (avo)

5

62,0%

0,0%

38,0%

0,0%

0,0%

38,0%

172

93,0%

0,0%

7,0%

0,0%

0,0%

7,0%

0

-

-

-

-

-

-

Beroepsgerichte vakken vmbo

1

100,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Overige vakken

91

96,9%

1,5%

1,1%

0,0%

0,5%

3,1%

1.718

96,4%

0,6%

2,6%

0,2%

0,1%

3,6%

Wiskunde Gezondheidszorg en Welzijn (avo)

totaal

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

20

Tabel 17: Tekorten aan leraren als percentage van de werkgelegenheid – vak formatie werkgel.

regulier

werkend

open

vervanging

verborgen

open

totaal

verborgen

Aardrijkskunde

206

93,0%

1,6%

4,5%

0,9%

0,0%

7,0%

Biologie

297

94,1%

1,0%

3,6%

0,4%

0,9%

5,9%

CKV, kunstvakken

350

97,5%

0,9%

0,9%

0,6%

0,1%

2,5%

Duits

174

89,8%

2,2%

4,7%

2,3%

1,0%

10,2%

Economie (avo)

267

89,8%

2,0%

6,1%

0,0%

2,1%

10,2%

Engels

506

95,1%

0,3%

3,4%

0,8%

0,3%

4,9%

Frans

190

93,7%

1,0%

3,0%

1,5%

0,8%

6,3%

Geschiedenis

236

97,8%

0,2%

1,9%

0,1%

0,0%

2,2% 10,3%

Informatica

55

89,7%

3,2%

4,7%

2,5%

0,0%

Klassieke talen

86

98,5%

0,0%

0,5%

0,7%

0,3%

1,5%

Levensbeschouwing

49

95,0%

0,0%

5,0%

0,0%

0,0%

5,0%

Lichamelijke Opvoeding

381

95,6%

3,3%

0,6%

0,6%

0,0%

4,4%

Maatschappijleer

132

94,2%

1,6%

3,6%

0,5%

0,2%

5,8%

Natuurkunde

138

90,3%

1,8%

7,1%

0,4%

0,4%

9,7%

Natuurkunde/Scheikunde (NASK)

92

89,2%

1,7%

6,9%

2,0%

0,2%

10,8%

Nederlands

591

90,1%

2,8%

5,6%

1,1%

0,5%

9,9%

Scheikunde

119

94,3%

0,4%

4,2%

1,0%

0,0%

5,7%

Techniek (avo)

65

79,5%

5,8%

6,6%

5,8%

2,3%

20,5%

Wiskunde

569

91,5%

1,6%

5,8%

0,4%

0,7%

8,5%

Gezondheidszorg en Welzijn (avo)

31

96,3%

1,8%

1,9%

0,0%

0,0%

3,7%

Beroepsgerichte vakken vmbo

265

92,6%

1,0%

4,4%

0,5%

1,5%

7,4%

Overige vakken

401

96,0%

1,1%

1,8%

0,7%

0,4%

4,0%

5.200

93,3%

1,5%

3,8%

0,8%

0,6%

6,7%

totaal

4.7

Minder of niet aangeboden vakken

De vestigingen die vmbo-bk en/of vmbo-tg/havo/vwo aanbieden is ook gevraagd of ze vakken minder of niet aanbieden door de lerarentekorten. In Tabel 18 tot en met Tabel 20 is een overzicht te vinden per gemeente. We zien dat vestigingen in een meerderheid van de gevallen geen vakken minder of niet meer aanbieden. Bij in totaal 27 vestigingen is dit wel het geval, maar hebben de vestingen deze informatie al verwerkt in de tekorten zoals die in de voorgaande secties zijn besproken. In totaal geven 14 vestigingen aan dat ze het minder of niet meer geven van vakken nog niet in de opgegeven tekorten hadden verwerkt. Deze 14 vestigingen is vervolgens gevraagd welke vakken ze dan minder of niet meer geven. Hierbij waren meerdere antwoorden mogelijk. We zien in Tabel 21 op pagina 22 dat het gaat om met name CKV, wiskunde en overige vakken. In totaal hebben de 14 vestigingen bij 19 vakken aangegeven dat ze deze minder of niet meer geven vanwege de tekortenproblematiek. Tabel 18: Minder of niet aanbieden van vakken – Amsterdam categorie

vestigingen

%

geen vakken minder aangeboden

34

64%

wel vakken minder aangeboden maar al verwerkt in opgegeven tekorten

11

21%

wel vakken minder aangeboden maar nog niet verwerkt in opgegeven tekorten

8

15%

totaal

53

100%

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

21

Tabel 19: Minder of niet aanbieden van vakken – ‘s-Gravenhage categorie

vestigingen

%

geen vakken minder aangeboden

26

84%

wel vakken minder aangeboden maar al verwerkt in opgegeven tekorten

4

13%

wel vakken minder aangeboden maar nog niet verwerkt in opgegeven tekorten

1

3%

totaal

31

100%

vestigingen

%

Tabel 20: Minder of niet aanbieden van vakken – Rotterdam categorie geen vakken minder aangeboden

21

55%

wel vakken minder aangeboden maar al verwerkt in opgegeven tekorten

12

32%

wel vakken minder aangeboden maar nog niet verwerkt in opgegeven tekorten

5

13%

totaal

38

100%

Tabel 21: Vakken die minder of niet worden aangeboden en waarvan dit door de vestiging nog niet is verwerkt in de opgegeven tekorten (ingevuld door 14 vestigingen, meerdere antwoorden mogelijk) vak

vestigingen

%

Aardrijkskunde

1

5%

Biologie

-

-

CKV, kunstvakken

3

16%

Duits

-

-

Economie (avo)

-

-

Engels

1

5%

Frans

-

-

Geschiedenis

-

-

Informatica

1

5%

Klassieke talen

-

-

Levensbeschouwing

-

-

Lichamelijke Opvoeding

2

11%

Maatschappijleer

-

-

Natuurkunde

-

-

Natuurkunde/Scheikunde (NASK)

1

5%

Nederlands

2

11%

Scheikunde

-

-

Techniek (avo)

-

-

Wiskunde

3

16%

Gezondheidszorg en Welzijn (avo)

-

-

Beroepsgerichte vakken vmbo

2

11%

Overige vakken

3

16%

totaal

19

100%

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

22

5

Schoolleiding

De vestigingen zijn ook bevraagd over eventuele tekorten aan schoolleiding (zie ook sectie 2.2). De vragen waren hierbij minder uitgebreid en (uiteraard) niet uitgesplitst naar onderwijstype, vak of graadsector. De gegevens zijn per gemeente samengevat in Tabel 22 tot en met Tabel 24. Bij een vergelijking met Tabel 6 tot en met Tabel 8 op pagina’s 16 en 17 zien we dat de tekorten aan schoolleiding in iedere gemeente iets lager zijn dan de tekorten aan leraren. Voor Amsterdam is dit een verschil met de situatie in het primair onderwijs. Daar zien we juist dat tekorten aan schoolleiding hoger zijn dan de tekorten aan leraren.19 De tekorten bestaan in ’sGravenhage en in Rotterdam in 60% van de gevallen uit openstaande vacatures en in 40% van de gevallen uit verborgen tekorten. In Amsterdam is deze verdeling omgedraaid. De verborgen tekorten zijn in Amsterdam en ’s-Gravenhage in de meeste gevallen intern ingevuld. In Rotterdam zijn deze voornamelijk extern ingevuld. Interessant is nog te melden dat de hoogte van het tekort aan schoolleiding beperkt samenhangt met de hoogte van het tekort aan leraren: de correlatiecoëfficiënt is 0,47 (statistisch significant positief). Dit duidt op een zwak positief verband: hoe hoger het tekort aan schoolleiding, hoe hoger wellicht ook het tekort aan leraren, en vice versa. Tabel 22: Tekorten aan schoolleiding – Amsterdam werkzaam

203

werkgelegenheid

215 regulier

vervanging

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

totaal

7

6

12

100%

5,8%

- openstaand

4

1

5

42%

2,4%

- verborgen

3

5

7

100%

58%

3,3%

> intern ingevuld

2

2

4

56%

32%

1,9%

> extern ingevuld

1

3

3

44%

26%

1,5%

regulier

vervanging

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

totaal

7

2

8

100%

4,8%

- openstaand

5

0

5

60%

2,9%

- verborgen

2

2

3

100%

40%

1,9%

> intern ingevuld

2

2

3

100%

40%

1,9%

> extern ingevuld

0

0

0

0%

0%

0,0%

Tabel 23: Tekorten aan schoolleiding – 's-Gravenhage werkzaam

166

werkgelegenheid

175

19

(Adriaens, Elshout, & Elshout, 2022).

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

23

Tabel 24: Tekorten aan schoolleiding – Rotterdam werkzaam

136

werkgelegenheid

145 regulier

vervanging

totaal

% van verb.

totaal

6

3

8

- openstaand

5

0

5

- verborgen

1

3

3

100%

> intern ingevuld

0

1

1

> extern ingevuld

1

2

2

% van totaal

% van werkgel.

100%

5,8%

60%

3,5%

40%

2,3%

29%

12%

0,7%

71%

29%

1,7%

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

24

6

Opmerkingen van vestigingen en schoolbesturen

In dit hoofdstuk bespreken we de opmerkingen van vestigingen en schoolbesturen. Dit doen we omdat de opmerkingen mogelijk aanknopingspunten bieden bij eventuele aanpassingen aan de uitvraag en/of aanpak van het onderzoek. Het gaat zowel om opmerkingen die bij de helpdesk gemeld zijn (sectie 6.1) als opmerkingen die in de uitvraag zelf zijn opgegeven (sectie 6.2).

6.1

Opmerkingen en vragen bij de helpdesk

Voor vragen over het onderzoek konden schoolbesturen en vestigingen terecht bij de helpdesk van Centerdata. De opmerkingen en vragen die meerdere keren gemeld zijn, bespreken we hieronder, gerangschikt van frequent naar minder frequent. 1.

Verzoeken voor informatie omtrent het e-mailadres dat de uitnodiging voor het onderzoek heeft ontvangen, met doorgaans het aanvullende verzoek de uitnodiging opnieuw te sturen.

2.

Verzoeken tot het wijzigen van het e-mailadres. Dit betrof soms het adres van enkel een bestuur of een vestiging, maar soms ook van alle vestigingen van een bestuur. Merk op dat besturen voorafgaand aan het onderzoek al separaat de mogelijkheid is geboden hun eigen emailadres en dat van hun vestigingen aan te passen.

3.

Voor in totaal 12 vestigingen werd aangegeven dat de uitvraag niet relevant was. Meestal ging het bij deze vestigingen om bijzondere vestigingen (dislocaties, ILOCs, tijdelijke vestigingen of vestigingen met een ontbrekend aantal leerlingen).

4.

Voor in totaal 10 vestigingen werd aangegeven dat de gegevens van de vestiging alleen samen met die van een andere vestiging konden worden opgegeven en ze daarom bij een andere vestiging waren opgeteld. Twee van deze vestigingen werden via de opmerkingen in de uitvraag doorgegeven.

5.

Het verzoek om opnieuw toegang te verlenen tot een al ingediende uitvraag om bijvoorbeeld alsnog de PDF met antwoorden te kunnen downloaden of de antwoorden (nogmaals) te kunnen controleren.

De opmerkingen en vragen bij de helpdesk waren dus veelal van administratieve aard. Er zijn weinig technische of inhoudelijke vragen binnengekomen. De technische vragen die binnenkwamen, konden goed beantwoord worden. Een voorbeeld is dat een vestiging vastliep in de uitvraag. Het bleek dat voor de vestiging was ingevuld dat een bepaald onderwijstype gegeven werd, maar daarin geen leraren werkzaam waren én er geen tekort was. Deze combinatie van invoer is niet geldig en wordt daarom niet toegestaan. De vestiging kon de antwoorden aanpassen en verder met het invullen van de uitvraag. Er zijn geen vragen geweest over de werking van de persoonlijke pagina met het respons- en controleoverzicht (zie sectie 2.1). Die aanpak leek dus duidelijk voor schoolbesturen. Bij de helpdesk kwamen soms ook redenen binnen om niet deel te nemen aan het onderzoek. We hebben de belangrijkste redenen hieronder samengevat. 1.

De vragenlijst is lang en complex en gevoelsmatig leveren vestigingen dezelfde informatie meerdere keren per jaar.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

25

2. 3.

4.

5.

De vragenlijst is zeer bewerkelijk; hoeveel fte docenten er per vak zijn heeft de vestiging niet zo snel paraat. Wij zijn een brede school en bieden alle onderwijstypes aan; docenten worden verspreid over alle onderwijstypes ingezet. Het is zeer arbeidsintensief en foutgevoelig om per onderwijstype het aantal fte aan te geven. Drie internationale vestigingen gaven aan de uitvraag niet te kunnen invullen omdat ofwel geen enkel onderwijstype vergelijkbaar was met de onderwijstypen in de uitvraag (1 vestiging) ofwel de vragenlijst enkel ingevuld kon worden als er een Engelse versie van is (2 vestigingen). Een vestiging kon de aanstellingen niet goed scheiden van een hogeschool waarop personeel in dienst is en vulde daarom de uitvraag niet in.

Ten opzichte van de populatie die we van DUO ontvingen bleek uit communicatie met gemeenten, besturen en vestigingen (veelal via de helpdesk) dat we uiteindelijk 23 vestigingen,20 ruim 10%, moesten verwijderen uit de populatie omdat de vestiging bijvoorbeeld inmiddels was opgeheven, omdat de uitvraag niet relevant was voor de vestiging (bijvoorbeeld bij bepaalde dislocaties) of omdat de gegevens van de vestiging niet gescheiden konden worden van die van een andere vestiging en dus bij de andere vestiging opgeteld moesten worden.

6.2

Opmerkingen in de uitvraag

Aan het eind van de uitvraag werd aan vestigingen de mogelijkheid gegeven om opmerkingen over de uitvraag in te vullen. Daarbij werd expliciet gevraagd naar suggesties voor verbeteringen (zie Kader 3). Kader 3: Opmerkingenvraag Mogelijk vindt deze uitvraag volgend jaar op landelijk niveau plaats. Heeft u suggesties voor verbeteringen van de uitvraag? Waren bepaalde onderdelen lastig in te vullen? Ontbraken bepaalde instructies, vragen of antwoordmogelijkheden? U kunt eventuele opmerkingen hierover hieronder invullen. Mocht u nog andere opmerkingen hebben, dan kunt u ook die hieronder kwijt.

29,1% van de vestigingen maakte gebruik van de mogelijkheid om opmerkingen op te geven. De volgende opmerkingen kwamen meerdere keren voor (gerangschikt van meer naar minder frequent): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

We missen het OOP in de uitvraag. De uitsplitsing vmbo-bk versus vmbo-tg is voor 5 vestigingen moeilijk (of niet) te maken (bijvoorbeeld door heterogene brugklassen). Lastig in te vullen, veel werk, graag de uitvraag eenvoudiger maken. In fte invullen is moeilijk. De gegevens van bepaalde vestigingen zijn niet van elkaar te scheiden, dus vestigingen zijn bij elkaar opgeteld. Goede uitvraag, prima in te vullen. Het zou handig zijn als bepaalde eerder ingevulde gegevens op volgende schermen zichtbaar zouden zijn.

Het is voor DUO en ons niet mogelijk te onderscheiden welke vestigingen niet tot de populatie zouden behoren. Mogelijk hadden daarom nog meer vestigingen uit de populatie verwijderd moeten worden. 20

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

26

7

Conclusies en aanbevelingen

Dit hoofdstuk vat de bevindingen met betrekking tot de gemeten tekorten (sectie 7.1) samen, en bevat onze gedachten met betrekking tot de bevragingsmethode en de respons (sectie 7.2) en voorstellen tot verbeteringen van de uitvraag naar aanleiding van feedback van schoolbesturen en vestigingen (sectie 7.3).

7.1

Personeelstekorten

De tekorten aan leraren bedragen in Amsterdam en Rotterdam ongeveer 7% van de werkgelegenheid voor leraren en in ’s-Gravenhage ongeveer 5,5%. Dat lijkt mogelijk laag in vergelijking met de tekorten aan leraren in het primair onderwijs (Amsterdam 17,6%, ’s-Gravenhage 17,3%, Rotterdam 11,3%). Echter, de tekorten spelen in het vo vooral bij specifieke vakken. De grootste tekorten hebben we gemeten bij de vakken techniek (20,5%), NASK (10,8%), informatica (10,3%), Duits (10,2%), economie (10,2%), Nederlands (9,9%), natuurkunde (9,7%), wiskunde (8,5%) en de beroepsgerichte vakken vmbo (7,4%). Over het algemeen zijn de tekorten bij tweedegraads vakken hoger dan bij eerstegraads vakken. De tekorten aan leraren bestaan voor 30-40% uit openstaande vacatures en voor 60-70% uit verborgen tekorten. De verborgen lerarentekorten worden in Amsterdam en ’s-Gravenhage in ongeveer 30% van de gevallen ingevuld door een bevoegde en in 70% door een onbevoegde of benoembare. In Rotterdam wordt ongeveer even vaak een beroep gedaan op een bevoegde als een onbevoegde/ benoembare, en daarnaast wordt ook de oplossing “klassen samenvoegen” in 15% van de gevallen toegepast. We zien de hoogste tekorten bij onderwijstype vmbo-bk en de laagste tekorten bij het praktijkonderwijs. De tekorten aan schoolleiding zijn in de pilotgemeenten iets lager dan de lerarentekorten.

Er zijn ongeveer evenveel openstaande vacatures als verborgen tekorten. De verborgen tekorten worden in de meerderheid van de gevallen intern ingevuld.

7.2

Kan de bevragingsmethode landelijk toegepast worden?

Over het algemeen leek de methode duidelijk voor vestigingen en besturen. Er zijn weinig vragen binnengekomen over de algemene aanpak met de persoonlijke pagina (met het respons- en controleoverzicht) en het doorsturen van de unieke inloglinks (de tweetrapsbenadering van schoolbesturen naar vestigingen). De respons was boven verwachting hoog, zeker voor een onderzoek met een vrijblijvend karakter, en het veldwerk verliep soepel. In het algemeen blijkt deze aanpak dus goed werkbaar en zou een landelijke meting op basis van de methode van deze pilot goed mogelijk zijn. Daarbij moet wel een kanttekening geplaatst worden. Het uitvragen op vestigingsniveau (brin6) in dit pilotonderzoek zorgde voor veel extra werkzaamheden onder andere in verband met ontbrekende of incorrecte e-mailadressen, vestigingen die niet meer bestaan en de onzekerheid over de populatie (welke dislocaties, ilocs, et cetera dienen te responderen?). Deze problemen bestaan niet of in veel

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

27

mindere mate op schoolniveau (brin4). Zo moest uiteindelijk ruim 10% van de vestigingen verwijderd worden uit de populatie, bijvoorbeeld omdat de uitvraag niet relevant was voor een dislocatie of omdat de gegevens van de vestiging niet gescheiden konden worden van die van een andere vestiging. Daarnaast lijken de e-mailadressen van vestigingen die bij DUO geregistreerd zijn van slechte kwaliteit te zijn als we kijken naar het aantal e-mailadreswijzigingen dat we hebben moeten doorvoeren (zowel tijdens de dataverzameling van e-mailadressen als ook nog tijdens de dataverzameling van de tekorten). Het kostte veel extra tijd om dit alles te verwerken. Deze problemen kunnen een impact hebben op bijvoorbeeld kosten en/of doorlooptijd mocht een landelijke meting ook op vestigingsniveau plaats gaan vinden. Sommige responsbevorderende maatregelen die we in het pilotonderzoek hebben genomen zijn echter landelijk niet toe te passen. Zo gaf Centerdata regelmatig updates aan de gemeenten over welke besturen en vestigingen nog niet klaar waren. De gemeenten namen vervolgens contact op met deze besturen met de vraag om deel te nemen. Deze inzet van de gemeenten zal op landelijke schaal waarschijnlijk niet mogelijk zijn (in ieder geval buiten de G3), waardoor de respons buiten de G3 waarschijnlijk lager zal uitvallen. Overigens brengt dat ook een dilemma met zich mee.

Mocht men deze rol van de gemeenten in de G3 willen behouden om daar de respons zo hoog mogelijk te krijgen, dan zullen er twee aparte methoden ontstaan (binnen en buiten de G3), waardoor de analyses ook separaat zullen moeten verlopen. Responsbevorderende maatregelen die wel op landelijke schaal toegepast kunnen worden zijn de trapsgewijze benadering (met de daarbij behorende technische hulpmiddelen als de automatische mailtekst en het real-time responsoverzicht voor besturen), het versturen van meerdere herinneringen, het meesturen van een brief van de VO-raad met de mailings, het inzetten van een toegankelijke helpdesk (naast een duidelijke Q&A) en het verzorgen van een terugkoppeling met resultaten aan besturen. We zouden dan ook aanbevelen om deze responsbevorderende maatregelen zoveel mogelijk te behouden. Maar omdat de rol van de gemeenten grotendeels zal wegvallen, zouden we ook willen aanbevelen om verdere mogelijkheden tot responsbevordering te verkennen. Zijn er bijvoorbeeld oproepen mogelijk via regio’s? Zijn er andere partijen die kunnen stimuleren tot deelname? Zijn er platforms waarop of nieuwsbrieven waarin een oproep tot deelname geplaatst kan worden? Et cetera.

7.3

Mogelijke verbeteringen uitvraag

Zowel via de helpdesk (als reden om niet deel te nemen) als bij de opmerkingen in de uitvraag komt terug dat de uitvraag lang en complex is. Het lijkt daarom goed om nog eens na te denken welke informatie echt noodzakelijk is en wat er ingekort kan worden. Gezien de problemen bij het uitsplitsen naar onderwijstypen21 kan mogelijk de uitsplitsing vmbo-bk versus vmbo-tg/havo/vwo heroverwogen worden. Daarbij kunnen de beroepsgerichte vakken vmbo natuurlijk wel nog steeds als apart vak uitgevraagd worden.

Vijf vestigingen gaven bij de opmerkingen in de uitvraag aan dat zij vmbo-bk niet goed konden scheiden van vmbo-tg (zie ook sectie 6.2) en één vestiging gaf expliciet bij onze helpdesk aan dat het uitvragen van gegevens per opleidingsniveau de reden was om niet deel te nemen. 21

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

28

Drie internationale vestigingen gaven aan dat zij de uitvraag niet goed konden invullen. Het schoolbestuur van twee van deze vestigingen gaf aan personeel uit het buitenland te betrekken. Dat roept de vraag op of deze vestigingen eigenlijk tot de populatie zouden moeten behoren. Overigens was ook de taal van de uitvraag (Nederlands) voor deze vestigingen onoverkomelijk, waardoor deze vestigingen niet hebben meegedaan. We willen voorstellen internationale vestigingen daarom niet meer te bevragen. De meest voorkomende opmerking in de uitvraag ging over het opnemen van vragen over onderwijs ondersteunend personeel (oop) in de uitvraag. Dit kan worden overwogen bij het aanpassen van de uitvraag, maar zou de uitvraag wel langer maken en daardoor de respons negatief kunnen beïnvloeden.

Personeelstekorten voortgezet onderwijs – peildatum 1 oktober 2022 – pilot

29

Bibliografie Adriaens, H., de Vos, K., & Guimarães, J. (2022). De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel po, vo en mbo 2022-2032. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., & Elshout, S. (2022). Personeelstekorten primair onderwijs - peildatum 1 oktober 2022. Tilburg: Centerdata. Vloet, A., den Uijl, M., Guimarães, J., & Fontein, P. (2023). IPTO: vakken en bevoegdheden in het vo, peildatum 1 oktober 2021. Tilburg: Centerdata.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12813161/1