Bijlage 1. Raadsinformatiebrief Presentatie vluchtelingenmonitor 2022.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 4 november 2022 Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden, Vluchtelingen), Volwasseneducatie, laaggeletterdheid en inburgering Wethouder Groot Wassink Stedelijk coördinatieteam asielzoekers en vluchtelingen, vluchtelingen@amsterdam.nl Presentatie Vluchtelingenmonitor 2022
Geachte leden van de gemeenteraad, Het college van B en W biedt u middels deze brief de zesde editie van de Vluchtelingenmonitor aan. Sinds de Russische inval in Oekraïne op 24 februari van dit jaar is er een einde gekomen aan de stabilisatie in asielmigratie die na de piek van 2015 en 2016 werd waargenomen. Eerder zorgde de coronapandemie voor een versterking van de neerwaartse trend in asielmigratie naar Nederland. Als gevolg van verschillende vrijheidsbeperkende maatregelen daalde het aantal aanvragen naar een (vanaf 2014 bezien) historisch laagtepunt in de eerste helft van 2020. Ook het aantal nieuwe statushouders in Amsterdam bleef beperkt. In twee jaar tijd is dit beeld drastisch veranderd. Hoewel de stijging van het aantal nieuwe asielverzoeken in 2021 2022 beperkt te noemen is, zorgen tekortkomingen in de opvang van asielzoekers en onvoldoende doorstroom van statushouders naar huisvesting dat Nederland op dit moment in een opvangcrisis verkeert. De positie van statushouders die in het vorige decennium een vergunning in Nederland kregen, verdient echter ook in de huidige tijd van crises onverminderde aandacht. Daarvoor zijn twee belangrijke redenen. In de eerste plaats hebben deze asielvergunningen vaak tot gezinshereniging geleid in de daarop volgende jaren.
In de tweede plaats zijn veel van deze statushouders nu ongeveer vijf jaar in Amsterdam (of elders in Nederland) woonachtig. Zij bevinden zich daarom wettelijk gezien óp of net over de drempel van naturalisatie: het verkrijgen van Nederlanderschap. Verder is het van belang in beeld te brengen hoe het vergunninghouders in Amsterdam is vergaan terwijl de verschillende coronamaatregelen van kracht waren. Hoe heeft hun positie op het gebied van werk zich ontwikkeld tussen 2019 en medio 2021? Zien we de (economische) veerkracht ook terug onder statushouders? Of zijn juist zij getroffen geweest door de externe economische schokken waarvoor een stad als Amsterdam bovengemiddeld gevoelig is? Deze vragen komen aan de orde in de zesde editie van de Vluchtelingenmonitor, die sinds de ontwikkeling en later invoering van de ‘Amsterdamse Aanpak Statushouders’ in eerste instantie twee keer per jaar, daarna jaarlijks en vanaf 2018 om het jaar door O&S wordt gepubliceerd.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2022 Pagina 2 van 5
Inmiddels bevinden we ons in een nieuwe realiteit op het asiel- en opvangdossier: een grote groep ontheemden uit Oekraïne wordt opgevangen in onze stad1 en de landelijke opvangcrisis geeft een enorme druk op alle ketenpartners, waaronder de gemeente(n). Door deze grote ontwikkelingen en ontstane druk kan deze rapportage nu pas aan u aangeboden worden. Peildata in de Vluchtelingenmonitor 2022 In deze editie beschrijven we Amsterdamse statushouders aan de hand van verschillende registraties op peilmoment 1 juli 2021. Om inzicht te krijgen in de rol die corona en hieraan gerelateerde maatregelen (zoals lockdowns, coronatesten en vaccinaties) hebben gespeeld in de positie van statushouders, zijn op enkele punten ook vergelijkingen gemaakt met de twee voorgaande jaren. Hoewel de meest recente gegevens in deze monitor hoofdzakelijk op 1 juli 2021 gepeild zijn, zijn enkele arbeidsmarktgegevens met peilmoment 1 maart 2022 toegevoegd om een indruk te krijgen van de arbeidsmarktsituatie na opheffing van de meest stringente coronamaatregelen. Zijn statushouders die hun baan verloren weer aan het werk? Hierbij wordt extra aandacht besteed aan jonge statushouders in de leeftijd tussen 18 en 29 jaar. Het algemene zorggebruik wordt beschreven aan de hand van gegevens met peilmoment 1 juni 2019. Recentere gegevens zijn nog niet beschikbaar.
Voor jeugdzorg zijn wel recentere gegevens beschikbaar en opgenomen (peildatum 1 juli in de jaren 2019, 2021 en 2021). Demografie Op peildatum 1 juli 2021 telde Amsterdam het laagste aantal geregistreerde statushouders sinds 2019: 6.760 statushouders. Vergeleken met alle G5-steden heeft Amsterdam in ieder jaar in de periode 2014-2021 telkens het hoogste aantal statushouders in absolute zin. Net als in voorgaande jaren vormen statushouders afkomstig uit Syrië een groot deel van de statushouders in Amsterdam, gevolgd door statushouders uit Eritrea/Ethiopië.2 Een omvangrijke en groeiende groep statushouders in de stad is afkomstig uit een verscheidenheid aan landen van herkomst (‘overige herkomstlanden’). Hieronder vallen bijvoorbeeld Iran, Afghanistan, Irak, China, Soedan, Somalië en in toenemende mate Turkije. De grootste groep statushouders valt in de leeftijdscategorie 20-44 jaar. Kijkend naar alle leeftijden van de statushouders bij elkaar dan is de meerderheid van de statushouder man (64%), maar alleen in de groep 20-44 jarigen is deze oververtegenwoordiging van mannelijke
1
In de monitor wordt in Bijlage II een eerste beeld geschetst van de ontheemden uit Oekraïne die sinds maart 2022 in Amsterdam worden opgevangen. 2 In de monitor worden verschillende statushouders ingedeeld naar land van herkomst. Tenzij anders aangegeven wordt hiervoor de herkomstdefinitie van het CBS gebruikt. Daarbij bepalen het geboorteland van de persoon en/of het geboorteland van de ouders het land van herkomst. Deze methode zorgt ervoor dat, in tegenstelling tot wanneer er gekeken zou worden naar nationaliteit, de groep die recent uit Eritrea is gevlucht deels wordt aangemerkt als zijnde van Ethiopische herkomst (geboren voor de onafhankelijkheid van Eritrea in 1991). Uit nadere analyse blijkt dat een groot deel van de recente vluchtelingen van Ethiopische herkomst de Eritrese nationaliteit heeft. Om deze reden en ter minimalisering van onthullingsrisico’s, zijn Eritrese en Ethiopische statushouders in enkele tabellen en figuren samengevoegd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2022 Pagina 3 van 5
statushouders te zien. Bij statushouders jonger dan 20 jaar of ouder dan 44 jaar is de manvrouwverhouding gelijkmatiger verdeeld. In Amsterdam zijn statushouders grotendeels alleenstaand (38%) of onderdeel van een paar met kinderen (39%). In alle andere G5-steden is het aandeel alleenstaande statushouders veel lager (27%). Dit verschil komt hoofdzakelijk voort uit het feit dat Amsterdam heeft aangegeven dat voor de taakstelling huisvesting statushouders voornamelijk wooneenheden voor eenpersoonshuishoudens beschikbaar waren de afgelopen jaren, waardoor er meer alleenstaande statushouders aan Amsterdam gekoppeld zijn. Het aandeel nareizigers is in Amsterdam lager dan in de andere G5-steden, wat waarschijnlijk verband houdt met de relatief jonge leeftijd van veel Amsterdamse statushouders, waardoor er vermoedelijk minder vaak al sprake is van een huwelijk of partnerschap in het land van herkomst. Er wonen relatief weinig statushouders in stadsdelen Zuid en Centrum. Wijken met de meeste statushouders per 1.000 inwoners hebben allemaal een gemende huisvestingslocatie voor statushouders en jongeren. Behalve in Westlandgracht (circa 11.000 inwoners) is het totale aantal inwoners in deze wijken echter vrij klein, waardoor het aantal statushouder naar verhouding hoog is.
In absolute zin wonen de grootste aantallen statushouders in Bijlmer Centrum (420), Westlandgracht (390), Elzenhagen (280), Middenmeer (270) en Osdorp-Oost (260). Werk en inkomen Tussen 2019 en 2020 zagen we een kleine afname in het aandeel statushouders dat een betaalde baan heeft, dit herstelde zich voorzichtig in juli 2021: 37% van de statushouders heeft dan minimaal één baan in loondienst. Het aandeel statushouders dat werk had in 2019 en daarna niet meer, steeg in 2021 door, maar nam tot de periode maart 2022 (peildatum) weer af. Jongeren en recente cohorten statushouders raakten vaker hun baan kwijt tijdens de coronacrisis, maar vonden ook vaker weer werk in de periode tussen juli 2021 en maart 2022 in vergelijking tot oudere statushouders en statushouders uit vroegere cohorten. De helft van de statushouders werkte medio 2021 in een krimpsector en hadden overwegend contracten voor bepaalde tijd. In maart 2022 was dat iets meer dan een kwart van de statushouders (27%). Het aandeel statushouders dat werkt in een krimpsector is afgenomen in de periode medio 2019-maart 2022. Ditzelfde geldt voor het aandeel statushouders werkzaam in kleine banen. De kwaliteit en duurzaamheid van werk dat statushouders doen lijkt met de beëindiging van de coronamaatregelen en tegelijkertijd de toenemende krapte op de arbeidsmarkt te zijn verbeterd in de periode medio 2021-maart 2022.
Zichtbaar is ook het aandeel statushouders dat werkzaam was in de horeca dat afnam in de periode juli 2019-juli 2021. Deze afname is waarschijnlijk grotendeels toe te schrijven aan de noodgedwongen sluitingen van horeca door de coronamaatregelen. Hoewel het aandeel sindsdien weer heel licht gestegen is, vond de meerderheid (56%) werk in andere sectoren. Bijstandsafhankelijkheid Zodra een statushouder van een COA-opvanglocatie verhuist naar een woning in een Nederlandse gemeente, ontstaat recht op bijstand. Bijgevolg is het aandeel statushouders dat bijstand ontvangt in de eerste jaren na huisvesting zonder uitzondering hoog. Het aandeel statushouders met een uitkering is in de periode 2017-2021 sterk gedaald (met 23 %-punt, van 81% in 2017 naar
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2022 Pagina 4 van 5
58% in 2021). Met name jonge statushouders (18 29 jaar) zijn minder vaak bijstandsafhankelijk geworden: een afname van 9 procentpunt in de periode 2019 2021. We zien dat bijstandsafhankelijkheid afneemt naarmate een statushouder een langere verblijfsduur heeft. Onder vrouwelijke statushouders is de bijstandsafhankelijkheid hoger dan onder mannen. Echter, bij vrouwelijke statushouders neemt de bijstandsafhankelijkheid wel sneller af dan onder mannelijke statushouders, met name bij de statushouders in de leeftijden tussen 18 en 34 jaar. Oudere statushouders zijn vaker bijstandsafhankelijk dan jonge statushouders. Vooral de groep vrouwen tussen 55-66 jaar kent een hoge bijstandsafhankelijkheid (92%). In vergelijking met andere steden in de G5 is de bijstandsafhankelijkheid onder statushouders in de gemeente Amsterdam vergelijkbaar met het percentage in Rotterdam (respectievelijk 58% en 59%). In de andere G5-steden ligt de bijstandsafhankelijkheid lager. Landelijk ligt de bijstandsafhankelijkheid van statushouders hoger dan de percentages in Amsterdam. Ten slotte is het verschil tussen bijstandsafhankelijkheid tussen jonge statushouders (18-29 jaar) en de groep ouder dan dat (30+ jaar) minder groot dan in andere grote steden en dan in Nederland gemiddeld.
Jonge statushouders ontvangen in Amsterdam relatief vaak een bijstandsuitkering, wat vermoedelijk verband houdt met hun positie als alleenstaanden. Zorgvoorzieningengebruik Amsterdamse statushouders maken ongeveer evenveel gebruik van zorg als in de andere G5steden. Statushouders uit Eritrea/Ethiopië maken in alle G5-steden het minst gebruik van zorg. In vergelijking met de G5-steden maken statushouders in Amsterdam meer gebruik van GGZ dan in andere steden, dit geldt met name voor statushouders uit Syrië en uit de groep ‘overige herkomstlanden’. Na Utrecht verleent Amsterdam de meeste jeugdzorg aan statushouders. In de leeftijdscategorie 0-17 jaar is vanaf 2019 een lichte stijging te zien, in de leeftijdscategorie 18-29 jaar juist een lichte daling. Inburgering en onderwijs Wat betreft inburgering vergelijkt de Vluchtelingenmonitor drie verschillende peilmomenten: 1 juli 2019, 1 juli 2020 en 1 juli 2021. De cijfers hebben alleen betrekking op statushouders die in de periode 2014-2018 een asielvergunning kregen en op 1 juli van ieder peilmoment in Amsterdam woonachtig waren. Door de maatregelen die van kracht waren tijdens de coronapandemie, konden er geen klassikale lessen worden gegeven en is het afnemen van examens vertraagd. Om die reden werd de inburgeringstermijn voor alle inburgeringsplichtigen sinds maart 2020 verlengd met zes maanden.
Ongeveer 60% van de Amsterdamse statushouders die in de periode 2014-2018 een vergunning heeft gekregen, heeft medio 2021 het inburgeringsexamen gehaald. Onder jongeren ligt dit percentage lager (ca. 30%). Op 1 juli 2021 volgden circa 2.300 Amsterdamse statushouders onderwijs, waarvan ongeveer de helft naar primair onderwijs ging. Het aandeel statushouders dat onderwijs volgt is tussen 2019 en 2021 vrijwel stabiel gebleven. Alleen binnen de leeftijdsgroep 18-26 jaar is een duidelijke toename van het aandeel statushouders dat onderwijs volgt zichtbaar. 38% van de onderwijsvolgende statushouders is 18 jaar of ouder. Van deze groep volgt het grootste deel een mbo-opleiding.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2022 Pagina 5 van 5
Draagvlak Van 2015 tot en met 2018 onderzocht O&S periodiek het draagvlak onder Amsterdammers voor opvang en huisvesting van vluchtelingen. Sinds eind 2018 zijn deze draagvlakmetingen vervangen door enkele vragen in de Staat van de Stad enquête (even jaren) en in de Burgermonitor (oneven jaren). De meest recente meting betreft de Burgermonitor van 2021. Het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen is bij benadering gelijk gebleven in de periode 2018-2021. Het aandeel Amsterdammers dat het (helemaal) eens is met de stelling ‘Ik vind het goed dat er in Amsterdam vluchtelingen worden opgevangen’ is licht gegroeid (van 63% in 2019 naar 67% in 2021). Ook gaven in 2021 meer Amsterdammers aan ervaringen te hebben met vluchtelingen in hun buurt dan in 2019. Bewoners van stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost hebben het vaakst ervaring met de opvang van vluchtelingen. In die stadsdelen zien we ook het laagste aandeel positieve ervaringen met de opvang van vluchtelingen. In de stadsdelen West, Zuid en Centrum is het aantal Amsterdammers dat in aanraking kwam met vluchtelingen het kleinst en in stadsdeel Oost zijn Amsterdammers het vaakst positief over in aanraking komen met vluchtelingen in hun buurt.
Hoe de komst van enkele duizenden ontheemden uit Oekraïne dit sentiment heeft beïnvloed is nog ongewis en zal op basis van een volgende meting in de Staat van de Stad kunnen worden vastgesteld. Tot slot Snel veranderende macrofactoren onderstrepen het belang van blijvend monitoren van de positie van statushouders. Voor de volgende editie van de Vluchtelingenmonitor beogen we een ingekorte rapportage op basis van een set basistabellen-en figuren en ruimere aandacht voor twee à drie verdiepingsvragen, die eerder dan in 2024 zoals regulier gepland, kan verschijnen. Hierbij kan worden gedacht aan analyses omtrent naturalisatie, een verdiepende analyse naar verhuisgedrag van statushouders van en naar Amsterdam, of de veranderende positie van recent gearriveerde ontheemden uit Oekraïne in de stad.
Met vriendelijke groet,
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden, Vluchtelingen)
Bijlagen 1. Vluchtelingenmonitor 2022
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl