CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Raadsinformatiebrief Plan van Aanpak Toegankelijke OV haltes.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 13 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief inzake het (versneld) toegankelijk maken van bus- en tramhaltes (VN2022-043339)3.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 14 maart 2023 Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit; (Toegankelijkheid) Melanie van der Horst Bestuurlijke.zaken.VOR@amsterdam.nl

Onderwerp

Plan van Aanpak Toegankelijke OV haltes (beantwoording motie 758.21)

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het plan van aanpak voor het toegankelijk maken van bus- en tramhaltes voor mensen met een beperking in de gemeente Amsterdam. Dit plan is opgesteld in samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam en GVB, naar aanleiding van motie 758.21 die in oktober 2021 is aangenomen in de Raad (bijlage 1, beantwoording bijlage 2). Kernboodschap Het College en de Vervoerregio vinden het belangrijk om het OV-systeem voor iedereen toegankelijk te maken, om zowel invulling te geven aan wettelijke eisen als aan lokaal beleid. Op dit moment is 27% van de haltes volledig toegankelijk volgens de nieuwste normen. De resterende 73% procent is ingedeeld in vier categorieën, van simpel toegankelijk te maken naar (zeer) complex. De gemeente en Vervoerregio maken jaarlijks al veel haltes toegankelijk in herinrichten en projecten. Daarbovenop trekken de partijen in 2023 en 2024 elk €0,5 miljoen extra uit om haltes toegankelijk te maken. De partijen streven ernaar dat 63% van de haltes toegankelijk is in 2030, onder de voorwaarde dat dit budget/programma wordt doorgezet tot 2030. Gezien elke extra halte steeds lastiger inpasbaar en duurder is, heeft het uittrekken van een groter budget een steeds beperktere meerwaarde voor de reiziger.

Bij de totstandkoming en uitvoering van de plannen betrekken we Cliëntenbelang Amsterdam, en de Raad wordt jaarlijks op de hoogte gehouden van de voortang. Bestuurlijke en wettelijke context, rollen en verantwoordelijkheden Het college hecht veel waarde aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer (OV) voor mensen met een beperking en wil dat zo veel mogelijk mensen kunnen reizen ‘als ieder ander’ in 2030. Deze ambitie is onder andere vastgesteld in het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een Handicap, de Toekomstvisie Sociaal Vervoer en de Agenda Amsterdam Autoluw van de gemeente Amsterdam en het Beleidskader en Uitvoeringsprogramma Inclusieve Mobiliteit van Vervoerregio Amsterdam. Het toegankelijk maken van het OV is daarnaast een juridische verplichting, vastgelegd in (o.a.) het Besluit Toegankelijkheid OV1. Cruciaal onderdeel van toegankelijk openbaar vervoer zijn toegankelijke OV-haltes.

1

https://wetten.overheid.nl/BWBR0029974/2015-01-01

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 2 van 7

Recentelijk is ook het landelijke Bestuursakkoord Toegankelijk OV (2022-2032) getekend door (o.a.) de Vervoerregio en GVB. Hierin staat vermeld dat het OV toegankelijk moet zijn voor iedereen in 2040. In de beslisnota staat gemeld: “Aan decentrale OV-autoriteiten2 wordt gevraagd in hun uitvoeringsprogramma aan te geven in welk tempo en met welke prioritering zij gezamenlijk met wegbeheerders de bus- en tramhaltes toegankelijk willen maken.”3 Dit betekent dat de Rijksoverheid de Vervoerregio zal vragen een uitvoeringsprogramma te maken voor bus- en tramhaltes; deze brief dient als voorlopige Amsterdamse input voor dit uitvoeringsprogramma. Gezien bovenstaande is het te verwachten dat de verdere rapportage over toegankelijke bus- en tramhaltes via de Regioraad zal lopen, waarbij de gemeente uiteraard haar bijdrage zal leveren. Het toegankelijk maken van OV-haltes is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Vervoerregio, gemeente en GVB. Op 1 januari 2022 is de nieuwe OV-governance ingegaan, waardoor de Vervoerregio primair verantwoordelijk is voor het toegankelijk maken van tramhaltes. De gemeente is als wegbeheerder primair verantwoordelijk voor de bushaltes, en heeft bij tramhaltes een verantwoordelijkheid bij de inpassing van de haltes in de openbare ruimte.

Nieuwste toegankelijkheidsnormen Er kan eigenlijk niet worden gesproken van een ‘toegankelijke halte’: het is de instap tussen halte en voertuig die al dan niet toegankelijk is. Aangezien er verschillende type voertuigen rijden in Amsterdam (o.a. bussen, Combino-trams en 15G-trams) met elk hun eigen karakteristieken en er vele mensen zijn met vele verschillende beperkingen en hulpmiddelen (blindenstok, handbewogen rolstoel, elektrische rolstoel) is het lastig om één maat af te spreken voor ‘toegankelijkheid’. We onderscheiden twee soorten toegankelijkheid: voor mensen met een visuele, dan wel fysieke beperking. Gemeente Amsterdam en Vervoerregio nemen CROW-normen als uitgangspunt voor toegankelijkheid. Volgens deze normen is een halte toegankelijk voor mensen met een visuele beperking wanneer er een geleidelijn over de gehele lengte met instapmarkering ligt inclusief een aansluiting op de omgeving met overbrugbaar hoogteverschil. Wat betreft fysieke toegankelijkheid is er voor bushaltes een duidelijke CROW definitie4. De definitie is: breedte van het perron minimaal 1,50 meter, perronhoogte 18 centimeter, een barrièrevrije doorgang van minimaal 90 centimeter en een voldoende brede en drempelvrije aansluiting op de omgeving.

Voor de tram is daarentegen geen eenduidige landelijke definitie, omdat ieder tramnetwerk zijn eigen traminfrastructuur heeft; recentelijk is wel een aanzet gedaan voor landelijke normen door het Expertisecentrum Rail5. De normen die de gemeente Amsterdam en Vervoerregio hanteren zijn op die aanzet gebaseerd: dezelfde normen als voor bushaltes, behalve dat de haltehoogte 24 2

De Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Den Haag – Rotterdam, en de 12 provincies. https://open.overheid.nl/repository/ronl-19c063926ef2abedb840b499f45cfe7c8529c602/1/pdf/bijlageonderliggende-beslisnota-bestuursakkoord-toegankelijkheid-ov.pdf 4 https://www.crow.nl/kennis/bibliotheek-verkeer-en-vervoer/kennisdocumenten/verwerkingsregelsbus-tram-en-metro 5 https://www.crow.nl/getattachment/6f0745cf-8bb2-477e-838f-92f70859aa7c/EC-RailUitgangspunten-Toegankelijkheid-Tram-en-Metro.pdf.aspx?lang=nl-NL&ext=.pdf 3

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 3 van 7

centimeter dient te zijn, en de breedte van de halte 2,10 meter6. Bij deze normen kan nagenoeg iedereen met een fysiek hulpmiddel instappen. Dit is een nieuwe, zwaardere norm, waar nog weinig haltes aan voldoen. De haltes die hieraan voldoen zijn nagenoeg universeel toegankelijk in combinatie met alle trams die nu in Amsterdam rondrijden (Combino en 15G). Haltes die hier niet aan voldoen kunnen nog steeds voor een deel van de mensen toegankelijk zijn. Naast bus- en tramhaltes zijn er ook combihaltes, waar zowel trams als bussen halteren. Voor deze haltes is de toegankelijkheidseis hetzelfde als voor tramhaltes. Om deze reden wordt in dit stuk ‘tramhaltes’ gezegd waar tram- en combihaltes bedoeld wordt. Bussen worden bij 24 centimeter hoge combihaltes 6 centimeter opgetild, zodat zij de halte niet raken en tegelijkertijd de gewenste 18 centimeter hoogte bereiken. Categorisering ontoegankelijke haltes Er zijn in Amsterdam circa 879 bushaltes en 419 tram- en combihaltes (1298 totaal), buurtbushaltes niet meegerekend. Van deze haltes is 27% volledig toegankelijk,11% alleen fysiek toegankelijk, 10% alleen visueel toegankelijk, en 50% ontoegankelijk7. De haltes die niet volledig toegankelijk zijn, zijn ingedeeld naar de grootte van de opgave. De simpelst toegankelijk te maken haltes in categorie 1 zijn al breed en hoog genoeg, maar nog niet volledig toegankelijk.

Ze zijn toegankelijk te maken met kleine ingrepen op of rond het perron, meestal (visueel) door het toevoegen of corrigeren van geleidelijnen of instapmarkeringen, maar soms ook (fysiek) door het slechten van een drempel of het verplaatsen van een prullenbak. De 2de categorie zijn de haltes die breed genoeg zijn maar moeten worden opgehoogd, en dus volledig moeten worden vervangen. De 3de en 4de categorie zijn respectievelijk bus- en tramhaltes die moeten worden verbreed. Verbreden is een zwaardere ingreep die ten koste gaat van andere openbare ruimte, en sterk varieert afhankelijk van de situatie. Bushaltes zijn vaak onderdeel van het trottoir waardoor een verbreding meestal makkelijker is in te passen dan bij tramhaltes, die vaak tussen de trambaan en rijweg liggen in relatief drukke, smalle (stads)straten. In onderstaande tabel wordt het aantal haltes per categorie benoemd, en een beeld gegeven van de grof geschatte kosten als deze haltes los worden aangepakt (op basis van kengetalen en schetsen). Van de haltes in categorie 3 is een inschatting gemaakt van de ruimtelijke impact en de kosten van het verbreden. Voor de tramhaltes in categorie 4 dient een dergelijke exercitie nog te gebeuren, waardoor alleen de kosten van de haltes zelf zijn opgenomen (€22 miljoen).

6

Een vrije breedte van 2,10 meter bij de instapdeur: 1,50 meter om een rolstoel te kunnen draaien, en bij de 15G-tram nog 60 centimeter voor de plank. 7 Merk op dat voor mensen met een fysieke beperking 38% van de haltes toegankelijk is en voor mensen met een visuele beperking 37%. Vanuit het gebruikersperspectief is het percentage toegankelijke haltes dus minimaal 37%, tenzij iemand zowel een fysieke als visuele beperking heeft.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 4 van 7

Tabel 1: haltes ingedeeld naar fysieke en visuele toegankelijke, perronhoogte, perronbreedte en bus/tram & combihaltes. Deze tabel geeft een inzicht in de zwaarte van de (zwaarste/duurste) ingreep die nodig is om de halte toegankelijk te maken: klein (1), ophogen (2), bushalte verbreden (3) en tramhaltes verbreden (4). Daarbij wordt het percentage dat in deze categorie past vermeld, en de geschatte bouwkosten. De breedtes zijn indicatief voor de categorie-grootte.

Fysiek toegankelijk

Fysiek ontoegankelijk

Perron hoog genoeg

Perron niet hoog genoeg

Perron breed genoeg

Perron te smal

Bus, tram & combi

Visueel toegankelijk

Volledig toegankelijke haltes (27% haltes)

Bus

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

‘perron ophogen’

‘perron verbreden en ophogen’

‘perron verbreden en ophogen’

(26% van de haltes) Bouwkosten circa €16 miljoen

Visueel ontoegankelijk

Cat. 18 ‘kleine ingrepen’ (18% van de haltes) Bouwkosten circa €0,2 miljoen

Tram & Combi

(9% haltes) Bouwkosten circa €12 miljoen

(20% van de haltes) Kosten nader te bepalen (€22 + ??? miljoen)

Haltes toegankelijk maken in grotere projecten of als losse projecten? Er zijn twee manieren waarop bovenstaande haltes toegankelijk gemaakt kunnen worden. Ten eerste worden er op dit moment jaarlijks tientallen haltes toegankelijk gemaakt in projecten, zoals spooronderhoud, groot onderhoud of een herinrichting, waarbij de er bus- of tramhaltes binnen de scope vallen9. Het College overweegt vanwege het belang van toegankelijke haltes om haltes die in de buurt van een project liggen in de scope mee te nemen. Haltes meenemen in de scope maakt een project complexer en duurder. Dit vraagt dus steeds om een goede afweging tussen deze belangen. De tweede manier is het toegankelijk maken van haltes in een los project. Verderop in deze brief wordt dit zogenoemde ‘versnellingsproject’ uitvoerig beschreven.

8

Haltes in categorie 1 zijn per definitie breed, en meestal maar niet altijd fysiek toegankelijk en visueel ontoegankelijk. Vandaar de uitloper richting categorie 2, waarbij het onderscheid tussen haltes in categorie 1 en 2 zit in de perronhoogte: die is bij categorie 1 al op orde, terwijl haltes in categorie 2 nog verhoogd moeten worden. Dat is veel ingrijpender dan het verplaatsen van een prullenbak of het aanleggen van een geleidelijn. 9 In de periode 2020-2021 zijn bijvoorbeeld 39 tramhaltes, 14 combihaltes, en een onbekend aantal bushaltes toegankelijk gemaakt. Zie https://www.amsterdam.nl/iedereen-doetmee/watdoetdegemeente/, voortgangsrapportage toegankelijkheid 2021.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 5 van 7

De financiële opgave De totale kosten van het toegankelijk maken van alle haltes zijn afhankelijk van de werkstroom. Indien we alle haltes versneld toegankelijk maken zijn de totale in principe €50,4 miljoen, plus de ruimtelijke kosten van het toegankelijk maken van tramhaltes, die in de tientallen of zelfs honderden miljoenen kunnen lopen. Wanneer we ervan uitgaan dat de haltes in categorie 1 en 2 versneld opgepakt worden en de haltes in categorie 3 en 4 mee gaan in een herinrichting10 zijn de totale kosten van het toegankelijk maken van alle haltes circa €41,5 miljoen. Het versneld oppakken van haltes in categorie 3 en vooral 4 zorgt dus voor een significante toename in kosten. De verdeling van de kosten tussen gemeente en Vervoerregio is meestal maatwerk, maar bij het versneld toegankelijk maken van bushaltes betaalt de Vervoerregio op dit moment 50% van de subsidiabele kosten en bij tramhaltes 95%. In hoeverre is het mogelijk om OV-haltes in 2025 toegankelijk te maken? Hieronder wordt motie 758.21 beantwoordt. De motie vraagt het College om “samen met de VRA te onderzoeken wat er mogelijk is om bij de ambitie van een breed toegankelijk OV, waarbij zo veel mogelijk mensen aan het OV kunnen deelnemen, het jaar 2025 (in plaats van 2030) als streven te hanteren.” Op dit moment is 27% van de haltes toegankelijk.

Wanneer er jaarlijks in totaal €1 miljoen per jaar wordt uitgetrokken, kunnen alle haltes in categorie 1 en een deel van de bushaltes in categorie 2 worden aangepakt in de periode 2023-2025. Hiermee kan in het beste geval11 26% van de haltes toegankelijk gemaakt worden, zodat ongeveer 53% van de haltes toegankelijk zijn aan het einde van 2025. Indien hetzelfde budget t/m 2030 wordt doorgezet, kunnen alle haltes uit categorie 1 en alle bushaltes plus een vijfde van de tramhaltes uit categorie 2 worden aangepakt. Hiermee wordt circa 63% toegankelijke haltes bereikt. Wanneer we daar het onbekend aantal haltes wat in projecten meegaat bij optellen, kan in het beste geval naar schatting 70% van de haltes toegankelijke haltes in 2030. Het College en de Vervoerregio trekken elk minimaal €500.000 per jaar uit in 2023 en 2024. Met een grotere investering is in 2025 uiteraard meer mogelijk. Met in totaal €2 miljoen per jaar i.p.v. €1 miljoen kan het percentage toegankelijke haltes toenemen van 53% naar 61%. Met een nog veel grotere investering van €5,512 miljoen per jaar kunnen in totaal 70% van de haltes toegankelijk worden. Uitvoeringstechnisch is het overigens zeer de vraag er zoveel haltes kunnen worden aangepakt in 3 jaar tijd.

Grotere investeringen zorgen ook voor een groei van het percentage toegankelijke haltes in 2030: met in totaal €2 miljoen, €3 miljoen, en €5,5 miljoen per jaar t/m 2030 neemt het percentage toegankelijke haltes toe van 63% tot respectievelijk 70%, 76%, en 80%, plus haltes in projecten en herinrichtingen. De exacte aantallen hangen af van de uitvoeringsaspecten en werkelijke kosten van de versnellingshaltes en van het aantal haltes wat d.m.v. werk-met-werk toegankelijk wordt 10

En we ervan uit gaan dat de ruimtelijke kosten nihil zijn, of op de conto van het project komen. Ervan uitgaande dat alle haltes die op papier makkelijk uit te voeren zijn dat in werkelijkheid ook zijn; in sommige gevallen staan er bijvoorbeeld bomen op de halte, die niet in de datasystemen staan. 12 Naar schatting zou de Vervoerregio hier 80% van betalen, gezien het veelal tramhaltes betreft. 11

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 6 van 7

gemaakt. Duidelijk is dat zelfs met significante investeringen, volledige toegankelijkheid ook in 2030 niet haalbaar is. Het versnellingsproject Het College en de Vervoerregio zijn in 2022 begonnen om haltes in categorie 1 en 2 versneld toegankelijk te maken. Het College trekt voor dit versnellingsproject in 2022, 2023 en 2024 €500.000 per jaar uit, en de Vervoerregio vult dit aan met minimaal €500.000. Zo zijn in 2022 al vier tramhaltes uit categorie 2 aangepakt en staan er nog vier tramhaltes uit categorie 2 op de planning voor 2023 (die om verkeershinder te beperken niet konden worden uitgevoerd in 2022). Eind 2022 is er een projectleider gevonden die in 2023 en 2024 haltes toegankelijk maakt met voornamelijk kleine ingrepen, waarmee tientallen haltes in de categorieën 1 en 2 toegankelijk worden gemaakt. Bij een volgende actualisatie van bestedingsvoorstel van het voormalige SMF zal het college overwegen ook na 2024 een jaarlijks bedrag voor haltetoegankelijkheid toe te kennen. Het is immers het effectiefst wanneer deze aanpak wordt doorgezet tot en met 2030. Bij de keuze van haltes wordt rekening gehouden met uitvoeringskosten, het verwachte aantal mensen met een beperking dat gebruik zal maken van de halte, of het een overstaphalte betreft en de inzichten die ervaringsdeskundigen aandragen (Cliëntenbelang Amsterdam).

Bovenstaande haltes (de versnelling) vormen samen met de haltes die in herinrichtingen en projecten toegankelijk worden gemaakt de jaarlijkse voortgang. In 2022 zijn 24 tramhaltes verbeterd, in voor 2023 staan 22 tramhaltes op planning, voor 2024 naar schatting 12. Voor bushaltes is het totaal aantal haltes per jaar onbekend omdat er geen koppeling is tussen de locaties van en werkzaamheden. Uitdaging lange termijn Zoals hierboven geschetst worden er grote stappen gezet, maar zal in 2030 toch grofweg een derde van de haltes niet voldoen aan de lokale toegankelijkheidsnorm, en zorgt zelfs een grote investering maar voor 80% toegankelijke haltes. Waarschijnlijk zal een flink deel van de resterende haltes in de periode 2030-2040 toegankelijk worden in projecten. Een ander deel (veelal tramhaltes) ligt echter in zeer smalle straten of bijvoorbeeld op bruggen, waardoor het realiseren van voldoende breedte niet altijd fysiek inpasbaar is, of ten minste dilemma’s met zich meebrengt. Zo kunnen bij ruimtegebrek twee smalle haltes tot één toegankelijke halte worden samengevoegd, maar hierdoor worden de loopafstanden vergroot. Een andere optie is het versmallen van andere delen van de weg om ruimte te maken voor de halte, maar dit kan weer ten koste gaan van de doorgang voor rolstoelgebruikers of mensen met een gehandicaptenparkeerkaart.

De gemeente, Vervoerregio en GVB gaan daarom de komende tijd in kaart brengen wat er mogelijk is om een zo toegankelijk mogelijk OV te realiseren in 2040, rekening houdend met de smalle straten van de vooroorlogse stad. Gezien er 265 smalle tramhaltes zijn in de stad, zal een overzicht op halteniveau op zijn vroegst in 2024 worden afgerond. Informatie en participatie Motie 758.21 vraagt het College [over het plan] ”De Raad […] minimaal jaarlijks […] te informeren zodat zij hierop kan (bij)sturen”. Zoals in het begin van deze brief werd geschetst, zal de Rijksoverheid de Vervoerregio vragen een uitvoeringsprogramma voor toegankelijke bus- en

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 maart 2023 Pagina 7 van 7

tramhaltes te schrijven. Het is dan ook logisch dat de rapportage primair via de Regioraad verloopt. Jaarlijks deelt het College de Voortgangsrapportage Toegankelijkheid, waarin het College ook rapporteert over de toegankelijkheid van haltes. Op deze manier kan er zowel via de Regioraad als de gemeenteraad worden bijgestuurd. Tenslotte roept motie 758.21 het College op ‘ten minste eens per jaar met vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties over toegankelijk OV te overleggen.’ Bij de totstandkoming van dit plan is Cliëntenbelang Amsterdam betrokken. Het College en de Vervoerregio hebben op dit moment 8x per jaar ambtelijk overleg met Cliëntenbelang over de toegankelijkheid van het OV. In dit verband zullen de partijen ten minste jaarlijks (ambtelijk) overleggen over de voortgang van de haltetoegankelijkheidsopgave. Het College hoopt u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit

Bijlagen 1. Bijlage 1: Motie 758.21 Miedema c.s. verbeter de toegankelijkheid van het openbaar vervoer 2. Bijlage 2: Afdoening moties 723.21 en 758.21

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12578205/1