CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Raadsinformatiebrief_LP_def1.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 27 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de stand van zaken dossier ADM-terrein (VN2025-003333)1.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Leden van de gemeenteraad

Datum Ons kenmerk

13 maart 2025 2025-478

Uw kenmerk Behandeld door Kopie aan

Grond & Ontwikkeling

Bijlage(n) Onderwerp

Vonnissen rechtbank betreffende het ADM-terrein (d.d. 12/03/2025)

Geachte leden van de gemeenteraad, Het afgelopen jaar heb ik u vertrouwelijk geïnformeerd over de gesprekken met Larendael Participaties (LP) (zijnde de eigenaar van het ADM-terrein) over de beoogde aankoop van het terrein door de gemeente (op 20 en 26 juni 2024 en op 16 oktober). Tot en met vorige week heeft het college getracht om met LP tot overeenstemming te komen over de aankoop, onder andere door interne (middels de burgemeester) en externe bemiddeling. Het college had en heeft immers de wens om het ADM-terrein te verwerven en dat in zo goed mogelijke samenwerking te doen. De gesprekken van de gemeente met LP hebben echter helaas niet tot overeenstemming geleid tussen partijen. Daarnaast heeft LP tot op heden elf Woo-verzoeken ingediend bij de gemeente en loopt er een twintigtal juridische procedures tussen LP, de gemeente en het Havenbedrijf, waarvan het overgrote deel door LP is gestart. Op 12 maart 2025 heeft de rechtbank Amsterdam vonnis gewezen in drie juridische procedures die LP tegen de gemeente Amsterdam en het Havenbedrijf Amsterdam heeft aangespannen. Deze drie procedures raken de kern van de verwijten die LP de gemeente en het Havenbedrijf maakt. Hieronder wordt per procedure de aard van het geschil kort toegelicht, de hoofdlijn van het vonnis van de rechtbank weergegeven en beschreven wat de (mogelijke) gevolgen hiervan zijn voor de gemeente.

De uitspraken zijn inmiddels gepubliceerd op www.rechtspraak.nl en daar te raadplegen: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1492, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1493 en https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:1495.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 13 maart 2025 Kenmerk 2025-478 Pagina 2 van 4

1. Procedure m.b.t. het gebruik terreinen II en III LP eist in deze procedure dat – op grond van destijds ten behoeve van de ADM gevestigde erfdienstbaarheden - de terreinen II en III (i.c. de omliggende percelen die eigendom zijn van de gemeente en in erfpacht zijn uitgegeven aan het Havenbedrijf) mag afgraven en/of voor het overige deel bijna onbeperkt mag gebruiken. Als de uitleg van LP juist zou zijn, dan zou dat (onder meer) betekenen dat bestaand terrein, dat bij derden (waaronder het Havenbedrijf) in gebruik is, moet worden ontgraven. Als de uitleg van LP echter onjuist is, dan kan LP haar ontwikkelplannen – volgens LP – niet uitvoeren. Bovendien vordert LP in deze procedure dat als haar uitleg niet juist zou zijn, de geldende privaatrechtelijke bestemmingsbeperking wordt doorgehaald, althans aangepast, omdat exploitatie van het terrein als scheepswerf dan niet meer mogelijk zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat de uitleg die LP aan de erfdienstbaarheden geeft te ruim is. De rechtbank oordeelt (zeer kort samengevat) dat de door LP aangehaalde erfdienstbaarheden deels niet gevestigd zijn op delen van terreinen II en III. En voor zover deze wel gevestigd zijn, deze niet meer geldend zijn, omdat ze door tijdsverloop uitgewerkt zijn.

Verder oordeelt de rechtbank dat LP niet het recht heeft om terreinen II en III ‘zonder enige belemmering’ te benutten door schepen die naar of van dokken en hellingen op terrein I te varen, of om daar gebouwen of werken op te richten. De rechtbank wijst erop dat een erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend op een voor terreinen II en III (eigendom van de gemeente) minst bezwarende wijze. Larendael heeft verder niet aangetoond dat het aanbrengen van gebouwen of werken noodzakelijk is op te richten. De rechtbank gaat dus niet mee in de ruime uitleg van de erfdienstbaarheden van Larendael. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om het bestemmingsbeding in dat geval te schrappen of te wijzigen. Larendael heeft onvoldoende onderbouwd dat ongewijzigde instandhouding van de bestemmingsbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd. Daarbij speelt een rol dat Larendael bij aankoop van het terrein met deze bestemmingsbepaling bekend was en aanvaard heeft. Het enkele feit dat Larendael nog niet in is geslaagd de bestemming ‘scheepswerf’ te realiseren, rechtvaardigt niet de conclusie dat dit niet mogelijk is. Larendael heeft zeer ambitieuze plannen en stuit op problemen bij de realisatie daarvan, maar daarmee is niet gezegd dat vestiging en rendabele exploitatie van een scheepswerf redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.

Bovendien wijst de rechtbank erop dat de gemeente ook belang heeft bij handhaving van de huidige bestemmingsbepaling. Dat belang is ook financieel-economisch van aard. 2. Procedure tegen gemeente m.b.t. de kegelschepen LP eiste in deze procedure dat er geen (achterstevens van) kegelschepen en duwbakken mogen liggen in het tot het eigendom van LP toebehorende waterdeel van het ADM-terrein (terrein I) De rechtbank heeft geoordeeld dat LP geen belang (meer) heeft bij deze eis. De rechtbank heeft vastgesteld dat ter plaatse sinds 2023 een definitief afmeerverbod voor kegelschepen geldt en dat het Havenbedrijf heeft aangegeven dat zij dat verbod actief handhaaft. Bovendien is een deel van het water van terrein I inmiddels gedempt en heeft het Havenbedrijf verklaard geen gebruik te willen maken van die ligplaats in de huidige situering. Het Havenbedrijf streeft naar een nieuwe inrichting van die ligplaatsen, zodat oversteken in terrein I niet langer mogelijk zal zijn. De rechtbank heeft daarnaast niet kunnen vaststellen dat de aanwezige duwbakken overliggen in terrein I van Larendael. Ook daar ontbreekt dus een actueel belang bij Larendael. Larendael wordt door de rechtbank in het ongelijk gesteld.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 13 maart 2025 Kenmerk 2025-478 Pagina 3 van 4

Dit betekent overigens niet dat het aanmeren van kegelschepen voor een klein deel in terrein in het verleden dus steeds rechtmatig is geweest. De rechtbank is daar in deze procedure niet aan toegekomen, maar die vraag kwam wel aan de orde in de derde procedure. 3. Procedure m.b.t. het onrechtmatig handelen Deze procedure is oorspronkelijk ingesteld door Chidda, de vorige eigenaar van het ADM-terrein, tegen het Havenbedrijf Amsterdam. De procedure is overgenomen door LP. De gemeente is geen procespartij. De procedure ziet met name op de vraag of het Havenbedrijf tekort is geschoten in de nakoming van de gebruikersovereenkomst die destijds met Chidda is aangegaan. Ook ziet deze procedure op het gebruik van water nadat de gebruiksovereenkomst is geëindigd. In deze procedure vordert LP bovendien vergoeding van de door Chidda en daarna door LP geleden schade. De rechtbank is (kort samengevat) van oordeel dat het Havenbedrijf Amsterdam aan de opleveringsverplichting bij einde van de gebruiksovereenkomst in 2015 heeft voldaan. Larendael mocht geen oplevering in lege en ontruimde staat verwachten. Bovendien is ook niet gebleken dat Chidda zo’n oplevering in 2015 daadwerkelijk had verwacht. Zij heeft in de maanden na de oplevering het Havenbedrijf niet op een onjuiste oplevering gewezen.

Voor wat betreft de periode ná het eindigen van de gebruiksovereenkomst in 2015 stelt de rechtbank vast dat het water van terrein I ter plaatse kwalificeert als “openbaar vaarwater”, maar dat het aanmeren van kegelschepen, bestemd voor vervoer van gevaarlijke of schadelijke stoffen, in terrein I geen normaal maar bijzonder gebruik betreft, hetgeen de eigenaar van dat water niet zonder meer hoeft te dulden. In de periode 2015 tot 25 augustus 2020 was dat bijzondere gebruik echter toegestaan, omdat het Havenbedrijf het water toen gebruikte met instemming van een huurder van een deel van terrein I. Het Havenbedrijf heeft voor dat gebruik ook betalingen aan deze huurder verricht. Maar vanaf 25 augustus 2020 was dat niet het geval. Het oversteken van kegelschepen in terrein I was vanaf dat moment dus zonder recht of titel. De rechtbank komt daarom tot de eindconclusie dat het faciliteren van aanmeren van kegelschepen die voor een klein deel in terrein I uitstaken, vanaf 25 augustus 2020 een gebruik van dat water is waarvoor het Havenbedrijf geen recht of titel had. Dat heeft tot gevolg dat vorderingen van Larendael worden afgewezen, voor zover deze betrekking hebben op de periode tot 25 augustus 2020. Maar ook voor wat betreft de periode na 25 augustus 2020 heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat Larendael schade heeft geleden die vergoed moet worden.

De overschrijding van de grens met terrein I was immers zeer beperkt en zal de exploitatiemogelijkheden van Larendael niet sterk beperkt hebben. Elke partij kan van deze uitspraak in hoger beroep komen. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt 3 maanden na bekendmaking van de uitspraak. Zoals hierboven aangegeven is het college nog steeds geïnteresseerd in de aankoop van het ADMterrein. De gemeente heeft dit op 13 december 2024 – dus na de zittingen – opnieuw laten weten. De gemeente vindt het noodzakelijk dat door middel van voldoende bodemonderzoek de totale risico's van de aankoop van de grond goed in beeld zouden worden gebracht. Dat heeft niet afdoende plaats kunnen vinden. LP heeft op 7 maart jongsleden echter aangegeven het ADMterrein definitief niet meer te willen verkopen aan de gemeente. Van belang blijft dat het in de oorspronkelijke verkoopakte opgenomen eerste recht van koop door de gemeente onverminderd van toepassing blijft op het terrein, net als de hierin opgenomen geschillenregeling.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 13 maart 2025 Kenmerk 2025-478 Pagina 4 van 4

Ter zitting heeft LP overigens meegedeeld dat als de rechtbank niet mee zou gaan in de door LP voorgestane uitleg, zij op terrein I de drie reeds vergunde gebouwen wil realiseren, en de rest van het perceel te (laten) benutten door bedrijven uit de defensie-industrie. Over de meer algemene stand van zaken in het ADM-dossier en de beoogde aankoop door de gemeente zal ik u meer in detail vertrouwelijk informeren in de raadscommissie FKD van 27 maart 2025. Wel wil ik alvast aangeven dat de door LP via diverse (sociale) media geuite ongefundeerde beschuldigingen richting de gemeente en diens bestuurders en medewerkers onacceptabel zijn. De afgelopen maanden hebben er bemiddelende gesprekken plaatsgevonden tussen de heer Beelen, wethouder van Buren en de burgemeester. Deze hebben helaas niet tot een goede uitkomst geleid en zijn door de burgemeester en de wethouder als onaangenaam ervaren. Daarbij wordt de aanhoudende publieke veroordeling van ambtenaren (met naam en toenaam) die onder bestuurlijke verantwoordelijkheid opereren door het college als niet acceptabel beschouwd. De burgemeester heeft de heer Beelen per brief laten weten dat alle rechtstreekse bestuurlijke contacten worden beëindigd worden.

De gemeente blijft voor LP bereikbaar op dezelfde wijze als voor iedere andere ondernemer of burger en zal in haar handelen vanzelfsprekend dezelfde regels en procedures blijven hanteren die ook voor andere ondernemers of burgers gelden. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Hester van Buren Wethouder Lucht- en Zeehaven

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15261427/2