CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Raadsinformatiebrief Lessen en aanbevelingen

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Publicatie Lessen & Aanbevelingen Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 - 2021 Nr. VN2022-0140042.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 24 mei 2022 Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, Bestuurszaken.RD@amsterdam.nl Publicatie Lessen & Aanbevelingen Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 - 2021

Geachte leden van de gemeenteraad, In deze brief informeer ik u over de voortgang naar een circulaire economie en welke rol Amsterdam daarin speelt. Twee jaar geleden omarmden we het Donutmodel van Kate Raworth en stelden we de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het bijbehorende Innovatie- en Uitvoeringsprogramma 2020-2021 vast dat we op dat model baseerden. Met het Donutmodel als uitgangspunt werken we tegelijkertijd aan het minimaliseren van de ecologische voetafdruk én versterken we het sociale fundament. Via deze brief vraag ik de nieuw aangetreden raad om aandacht voor de opgave waarvoor we staan om onze duurzame doelen te behalen.

De trage opmars richting een circulaire economie brengt onze duurzame doelen in gevaar In aanloop naar een 100% circulaire economie in 2050 heeft Amsterdam zichzelf ten doel gesteld om in 2030 het gebruik van nieuwe grondstoffen te hebben gehalveerd. Met nog slechts acht jaar te gaan staan we als stad voor een enorme opgave. De transitie naar een circulaire stad gaat traag en blijft nu nog te klein om de benodigde impact te maken. Amsterdam is hierin sterk afhankelijk van nationale en internationale ontwikkelingen omdat we als stad alleen (vaak internationale) economische systemen niet aangepast kunnen krijgen. Minimaal 70% van de uitstoot zit in onze materialen en producten Onderzoeken – zowel van onze eigen organisatie, maar bijvoorbeeld ook het in april verschenen IPCC-rapport en het Circularity Gap Report 2022 – tonen aan dat het materiaalgebruik eerder toeneemt dan afneemt. Dat is extra zorgwekkend omdat we ook zien dat het overgrote deel van de wereldwijde milieu-impact is gekoppeld aan de productie van spullen die we hier consumeren. In de Monitor Amsterdam Circulair berekenen we dat van alle CO2 waarvoor Amsterdam verantwoordelijk is circa 70-90% is gerelateerd aan materiaalgebruik. Die verborgen impact zit veelal in spullen zoals kleding, elektronica en witgoed die worden geproduceerd in lagelonenlanden.

Behalve ecologische schade heeft onze consumptie ook sociale impact in andere delen van de wereld. Denk aan de uitbuiting van werknemers in lagelonenlanden, kinderen in Congo die in

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 2 van 7

gevaarlijke mijnen metalen winnen en hele leefgebieden die verdwijnen in Noord- en ZuidAmerika als gevolg van houtkap voor bijvoorbeeld sojaplantages. Kritieke grondstoffen worden steeds duurder en minder beschikbaar Daarnaast is de afgelopen periode heel duidelijk geworden dat onze economie erg afhankelijk is van grondstofstromen en productiefaciliteiten in andere landen. Ook constateren we dat de energietransitie ontzettend veel grondstoffen vraagt. De kwetsbaarheid van ons economisch systeem en het belang van leveringszekerheid daarin is in een stroomversnelling geraakt door de recente ontwikkelingen. Covid-lockdowns en geopolitieke spanningen leiden tot verstoring van de toeleveringsketen. Ook restricties op basis van protectionisme, boycots of (handels)oorlogen zijn aan de orde van de dag. Denk aan grondstoffen als silicium (voor zonnepanelen), lithium en kobalt (voor batterijen in elektrische auto’s), indium (voor smartphones) en koper die steeds schaarser worden. Maar ook de beschikbaarheid van voedsel en van hout voor de bouwopgave nemen af. De systeembrede blik van het Donutmodel De uitdagingen waarvoor Amsterdam staat, vragen om een systeembrede blik waarbij duurzame en sociale, maar ook fysieke en economische aspecten tegen elkaar worden afgewogen. Een denkkader dat zo'n systeembreed perspectief ondersteunt, is het Donutmodel.

Deze is twee jaar geleden door Amsterdam omarmd en bestaat in de kern uit twee concepten: de planetaire grenzen en het sociaal fundament. Het overschrijden van deze grenzen brengt de leefbaarheid in gevaar, zowel die van de aarde als die voor de mensen. Het is dus belangrijk dat we niet alleen kijken naar het lokale effect van ons handelen en consumeren, maar ook naar de impact elders op de wereld. De bekende Sustainable Development Goals (SDG’s) en ook het concept "brede welvaart" passen binnen de Donut. Toegevoegde waarde van de Donut is de holistische benadering. In mei 2020 is de Stadsdonut voor Amsterdam besproken bij de vaststelling van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025. Hierna zijn er veel initiatieven ontstaan die hierbij aansluiten: van Donutdeals door partijen in de stad tot Donut-gebiedsontwikkeling door de gemeente zelf. Bij verschillende directies wordt onderzocht hoe het Donutmodel kan worden toegepast op het mobiliteitsvraagstuk, voor bedrijventerreinen, circulair textiel, et cetera. Ook lag de Donut aan de basis voor de Staat van de Stad 2021. Dit was de eerste keer dat de Staat van de Stad (opgesteld door OIS) zich op zowel de ecologische als de sociale staat van Amsterdam richtte en daarbij ook keek naar de impact elders.

De circulaire economie maakt andere transities mogelijk Het Planbureau voor de Leefomgeving constateerde in zijn voortgangsrapportage eerder dit jaar dat de circulaire economie een belangrijke rol speelt in de aanpak voor grote maatschappelijke thema’s van nu: klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, lokale milieuvervuiling en leveringszekerheid. Dat wordt hieronder afgebeeld.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 3 van 7

We lopen voorop, maar circulariteit vindt vooral nog plaats op projectniveau Ik heb u net het probleem van het huidige economische systeem proberen te schetsen. Ondanks dat duidelijk is dat de circulaire economie onlosmakelijk is verbonden met een eerlijke en duurzame toekomst, zien we dat de benodigde systeemverandering nog onvoldoende is ingezet. Om uiteindelijk te komen tot een circulaire economie is het essentieel dat elke schakel in de keten verantwoordelijkheid neemt door binnen haar invloedsfeer aan de slag te gaan. Ook de Gemeente Amsterdam heeft hier een rol te spelen. Wij zullen als organisatie anders moeten inkopen, de nieuwe stad anders ontwikkelen en de bestaande stad circulair herontwikkelen. Dat betekent een andere manier van ontwerpen van de openbare ruimte, uitvragen en beheren. Als stad geven we bovendien richting aan marktpartijen en burgers en faciliteren ze met uiteenlopende instrumenten. Soms is dat met aangescherpte regelgeving, het stellen van doelen en handhaving hierop. Maar dikwijls ook door te helpen met experimenteren op projectniveau om zo koplopers te ondersteunen of zelf het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door de wijze waarop we inkopen of als opdrachtgever opereren. We hebben niet de illusie dat we als gemeente op eigen houtje de beoogde systeemverandering in gang kunnen zetten.

Er zijn grenzen aan de middelen en de capaciteit die hiervoor kan worden ingezet. We merken op dat we in binnen- en buitenland worden gezien als de stad die het voortouw neemt in de circulaire transitie. Dat doet ons deugd, maar de verwachtingen brengen ook extra verantwoordelijkheid en druk met zich mee. We weten dat een stad op zichzelf niet circulair kan worden als productieketens wereldwijd ongewijzigd blijven. Tegelijk weten we ook dat elke grote verandering begint met experimenten die schaalbaar zijn en leiden tot nieuwe standaarden. En dat is precies wat we nu nastreven, zowel op het gebied van beleid als de uitvoering.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 4 van 7

Binnen de circulaire strategie staat “leren door te doen” centraal: een aanpak die we al hanteren sinds we in 2015 zijn begonnen met onderzoek naar en uitvoeringsprogramma’s binnen de circulaire economie. We verkennen hoe de langjarige transitie naar een nieuw, circulair systeem eruitziet door concreet aan de slag te gaan in projecten. We werken met interne en externe partners aan tal van circulaire uitdagingen. We leren wat werkt en wat niet. Successen implementeren we in de manier van werken zodat we circulair werken kunnen opschalen. De circulaire strategie focust daarbij op de waardeketens Gebouwde Omgeving, Voedsel & Organische reststromen en Consumptiegoederen. Zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat circulaire criteria worden opgenomen in tenders. We proberen bedrijven te ondersteunen in het circulair maken van hun keten, zoals boeren, hotels, maakbedrijven en kledingproducenten. Zo is bijvoorbeeld samen met de Amsterdam Economic Board een visie en routekaart voor een circulaire textielsector opgesteld. En we doen ons best om zelf zo duurzaam mogelijk in te kopen, bijvoorbeeld met het onlangs opgerichte Team Duurzaam Opdrachtgeven en Inkopen, en via innovatietrajecten zoals het Innovatiepartnerschap, waarin we met negen scholen tegelijk circulair aanbesteden, of de innovatieve manier waarop kunstgrasvelden worden getenderd.

De uitvoering gaat gepaard met vallen en opstaan. Momenteel proberen we vooral nog circulair te werken in een lineair systeem. Zelfs binnen de gemeentelijke organisatie lopen we aan tegen diep ingesleten patronen binnen onze huidige manier van uitvoeren, inkopen en aanbesteden. Lessen en aanbevelingen uit de praktijk De kennis en ervaring die we opdoen in de projecten gebruiken we om processen en methodieken aangepast te krijgen. Door op die manier circulariteit onderdeel te maken van de standaard manier van werken, komt de benodigde opschaling en uiteindelijke implementatie in zicht. In het document ‘Programma Circulaire Economie: Lessen en Aanbevelingen 2020 – 2021’ is een selectie van twintig voorbeelden van projecten uitgelicht, waarbij we nieuwe manieren van uitvoering hebben verkend. De ervaring uit deze en andere projecten hebben bijgedragen aan de lessen en aanbevelingen die we in het hoofddocument hebben geborgd. Hieronder treft u een beschrijving van de belangrijkste aanbevelingen. Verrijk besluitvorming met monitoring van ecologische en sociale impact van materiaalgebruik De dominante manier van denken focust zich vooralsnog op de impact die dichtbij plaatsvindt en relatief goed zichtbaar is. Als we zuiniger met energie omgaan, zien we dat meteen terug op de energierekening.

Maar kopen we bijvoorbeeld kleding of elektronica, dan blijft de milieuschade in het productieland, ver weg, onzichtbaar. Daarom is het essentieel om ecologische en sociale impact van materiaalgebruik verder inzichtelijk te maken. Daarbij kunnen we voortbouwen op de Monitor Amsterdam Circulair. Daarnaast gaan we onderzoeken of de ‘verborgen impact’ ook een onderdeel kan worden van andere monitoringsinstrumenten, zoals de Klimaatrapportage en Verduurzamingsrapportage. In 2021 stond De Staat van de Stad - geïnspireerd door het Donutmodel - al in het teken van het monitoren van brede welvaart. Dit was de eerste keer dat De Staat van de Stad (opgesteld door afdeling Onderzoek, Informatie & Statistiek) zich op zowel de ecologische als de sociale staat van Amsterdam richtte en daarbij ook keek naar de impact elders. Monitoring op zo’n brede set aan indicatoren zorgt voor een evenwichtiger beeld waarin de financieel-economische component onderdeel wordt van een bredere context. Bouw experimenten uit tot een systeemverandering Halvering van materiaalgebruik in 2030 vraagt om een schaalsprong in de uitvoering. Om deze te kunnen realiseren, is het nodig om de stap te maken van ‘circulaire projecten’ naar ‘circulair

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 5 van 7

werken’ als standaard werkwijze. Dat betekent een vertaalslag van de geleerde lessen uit diverse projecten naar aanpassingen in standaardprocessen, procedures en criteria. Dit gaat niet vanzelf. Daarom is het belangrijk dat er voldoende tijd en begeleiding is om de leerervaringen te implementeren. Centrale regie en actieve sturing met een verplichtend karakter lijken daarbij noodzakelijk. Onderdeel daarvan kunnen ook aanpassingen zijn in bijvoorbeeld het instrumentarium rondom investeringsbesluiten. ‘Total cost of ownership’ en ook niet-financiële waarde zullen een volwaardige plek moeten krijgen als afwegingscriterium – bijvoorbeeld door sociale en ecologische impact te ‘monetariseren’ (ook wel ‘true pricing’ genoemd). Maak een doorvertaling van strategische ambities naar een concreet stappenplan Nu er twee jaar ervaring is opgedaan onder de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 is het tijd om de circulaire doelstellingen door te vertalen naar concrete stappen. Een stappenplan of routekaart richting de halveringsdoelstelling van 2030 helpt om concreter te maken wie welke rol op welk moment kan spelen. Ook helpt het individuen om hun inzet te relateren aan de strategische doelstellingen. Bovendien geeft lancering van de Monitor Amsterdam Circulair voor het eerst de mogelijkheid om data gedreven te sturen op ecologische en sociale impact van materiaalgebruik.

Essentieel hierbij is om binnen de waardeketens ook de specifieke productgroepen met de hoogste milieueffecten te identificeren. Maak daarvoor concreet welk impactpotentieel er is en welke bijdrage dit levert aan de doelstelling. Zoek daarbij de verbinding met de andere transities en maak de koppeling met economisch beleid. Onderzoek vanuit welke rollen de gemeente de transitie het meeste versnelt De afgelopen periode is binnen het circulaire programma met de inzet van verschillende – voornamelijk zachte – instrumenten geëxperimenteerd. Om tot een trendbreuk te komen, is het essentieel om te zoeken naar mogelijkheden om binnen bestaande wet- en regelgeving meer “drang en dwang” uit te oefenen, zoals ook het PBL al aanbeveelt. Het inkoopinstrument is een krachtige gebleken om verandering af te dwingen. Het opschalen van de rol van ‘launching customer’ en inkoper om de circulaire transitie lijkt een geschikte rol om de transitie te versnellen. Ook verdere intensivering van de samenwerking met andere overheden biedt kansen, bijvoorbeeld door inkoopvolume te bundelen, maar ook op het gebied van het wegnemen van ketenbarrières en het versnellen van landelijke of Europese regelgeving die stimuleert circulair te werken.

Om de energie van de initiatieven vast te houden en de positieve effecten ervan verder uit te bouwen is daarnaast mijn aanbeveling voor het volgende college om de systeembrede blik en integrale benadering van het Donutmodel verder uit te werken in het nieuwe Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair, in overig nieuw te ontwikkelen beleidsproducten duurzaamheid, en het model te betrekken bij meer integrale afweging en sturing op de domeinoverstijgende opgave van duurzaamheid.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 6 van 7

Europese en landelijke wetgeving zijn essentieel voor de circulaire transitie Als u de aanbevelingen leest, dan ziet u dat deze zich beperken tot het niveau en de invloedsfeer van onze gemeentelijke organisatie. Ondanks dat dit belangrijke stappen zijn voor zowel onze organisatie als de stad en regio, zult u begrijpen dat er voor een mondiale systeemverandering naar een eerlijke en circulaire economie veel meer nodig is dan de stappen die wij als gemeente momenteel kunnen zetten. Want zoals ook het PBL bevestigde in zijn voortgangsrapportage is er meer “drang en dwang” nodig om de transitie naar een circulaire economie daadwerkelijk te realiseren. Dat kan bijvoorbeeld met meer handhaving op regels die er al zijn en beter toezicht op het nakomen van gemaakte afspraken rondom duurzaamheid binnen (bouw)projecten en gebiedsontwikkeling. Met de nadruk die momenteel vooral ligt op de ‘zachte middelen’, zoals subsidies, stimuleringsregelingen en campagnes, gaan we er simpelweg niet komen. Het verbod in de Europese Unie op single-use plastics en de landelijke wet- en regelgeving die gratis disposables verbiedt en statiegeld zet op flesjes en blikjes, zijn stappen in de goede richting. Ze helpen ons als stad ook vooruit, maar zetten nog niet de beoogde systeemverandering in een stroomversnelling.

Alleen al om hierop te kunnen voorsorteren zijn er verschillende fiscale aanpassingen nodig, zoals het afschaffen van BTW op secundaire grondstoffen en een verschuiving van belastingen op arbeid naar belasting op primaire grondstoffen en energie. Dit maakt repareren en hergebruik lonend ten opzichte van nieuwe aanschaf. Maar dit zijn beslissingen die niet op gemeentelijk niveau kunnen worden genomen. Voor waardebehoud van grondstoffen en materialen is uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid nodig, tegelijk met aanscherping van regelgeving van vervuilende materialen, zoals textiel, consumentenelektronica en bouwmaterialen. Daarmee worden producenten verantwoordelijk voor het product en materiaal, ook na de gebruiksfase. Dit dwingt hen fundamentele ontwerpkeuzes te heroverwegen. Ook hier worden stappen gemaakt, zoals met de introductie door de EU van “the right to repair”. Voor consumenten wordt het veel makkelijker om hun spullen gerepareerd te krijgen, doordat producenten verplicht worden hun producten ‘repareerbaar’ te ontwerpen. Denk bijvoorbeeld aan vervangbaarheid van een batterij die daardoor niet meer vastgelijmd mag worden aan de rest van het apparaat.

Lokaal beleid met wereldwijde impact We zien dat de ecologische en sociale impact eerder groter wordt dan afneemt. Er is een trendbreuk nodig om het tij te doen keren. Kort na de publicatie in 2020 van het rapport ‘Stadsdonut van Amsterdam’ en de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020 – 2025’ zijn we overspoeld met verzoeken vanuit internationale media als The Guardian en CNN, instituten als het World Economic Forum en steden als Brussel en New York om onze circulaire Donutaanpak toe te lichten. Het toont aan dat onze visie en aanpak op veel plekken resoneren. Er wordt wel eens gezegd: ‘while nations talk, cities act’. Daar sluit ik me bij aan als het gaat om de circulaire economie. Als lokale overheid zijn we in staat om het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door beleid te maken dat ten gunste komt van mensen hier, maar ook elders. Ook kunnen we onze manier van inkopen en opdrachtgeven zo veranderen dat mens en milieu daar geen hinder meer van ondervinden, maar er juist van profiteren. En dat we de spelregels zo veranderen dat ook bedrijven en Amsterdammers met vertrouwen beslissingen kunnen nemen die goed zijn voor onze toekomst.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 24 mei 2022 Pagina 7 van 7

Als gemeente staan we dicht bij de Amsterdammers en bedrijven, maar zijn we ook sterk verbonden met andere steden en overheden. Met ons beleid en onze instrumenten hebben we de kans om bij te dragen aan de versnelling van de transitie naar een circulaire economie. We moeten voorkomen dat we over acht jaar terugkijken en constateren dat we nu meer hadden moeten doen. In de hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11845991/1