CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Raadsinformatiebrief Jaarverslag.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 21 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief en het Jaarverslag 2024 van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (VN2025-006130)2.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 maart 2025 Pagina 1 van 5

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 maart 2025 Ruimtelijke ordening Reinier van Dantzig Bestuurszaken.rd@amsterdam.nl

Onderwerp

Jaarverslag Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur 2024

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het jaarverslag van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) en hoe ze met de erin opgenomen aanbevelingen omgaat. Het jaarverslag biedt een inkijk in het advieswerk van de TAC, die ze sinds 2013 op basis van haar taakstelling vanuit de TAC-verordening opstelt. De TAC is een onafhankelijke commissie die advies geeft aan het college over de inpasbaarheid van initiatieven in de Hoofdgroenstructuur. De beoordelingscriteria zijn opgenomen in het instrumentarium van de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011 (hoofdstuk 5 groen en water). Daarin staat per groentype aangegeven welke ingrepen wel en niet inpasbaar zijn. In de toetskaart Hoofdgroenstructuur is afleesbaar welk stedelijk groen binnen de gemeentegrens onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur en welk groentype er ter plaatse geldt. Ook zijn op de interactieve versie hiervan op maps.amsterdam.nl alle TAC adviezen te raadplegen. Adviezen In 2024 zijn in totaal 70 adviezen door de TAC gegeven. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren doordat de TAC in de eerste helft van 2024 initiatieven ook nog informeel toetste aan het nieuwe concept-beleidskader Hoofdgroenstructuur, waarin meer groen was toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur.

Tegelijkertijd bevestigt het de toenemende druk op de (groene) ruimte in de stad. Het aandeel negatieve adviezen is laag, wat in lijn is met de afname in de voorgaande jaren. Wel heeft de TAC vaker voorwaarden aan de positieve adviezen verbonden. De beoordeling van initiatieven resulteerde in: • 37 positieve of neutrale, 23 positieve onder voorwaarde(n) en 10 negatieve adviezen. • De meeste aanvragen voor advies hadden betrekking op Amsterdam Noord (15), Nieuw-West (15) en Oost (13). • Van de 70 adviezen betroffen er 21 een preadvies. Naar verhouding zijn er minder vaak preadviezen in een vroeg stadium van de planvorming ingewonnen. Hetzij omdat er tijdsdruk op initiatieven zat, hetzij omdat het klakkeloos inwinnen van een TAC advies in het kader van een vergunningentraject ambtelijk ingeperkt is.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 maart 2025 Pagina 2 van 5

Evaluatie van adviezen Op basis van de door het TAC-secretariaat uitgevoerde evaluatie kan geconcludeerd worden dat er geen misstanden zijn. Het instrument van de Hoofdgroenstructuur functioneert goed en wordt gerespecteerd. Van de 10 initiatieven met een negatief TAC-advies in 2024 kan worden geconcludeerd dat: • 8 initiatieven nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. • In 1 geval het negatieve advies van de TAC heeft geleid tot intrekking van het plan. Het ging hierbij om het voorstel om een zendmast in het Eendrachtspark te plaatsen, ter hoogte van de Lodewijk van Deysselstraat. • In 1 geval is aangegeven dat een afwijkingsverzoek aan B&W wordt voorgelegd in Q1 2025 (een legalisatiekwestie in Landelijk Noord). Van de 23 unieke initiatieven met een positief advies onder voorwaarden in 2024 kan worden geconcludeerd dat: • 20 adviezen nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. • In 1 geval het plan is aangepast, waardoor het nu binnen het omgevingsplan past. • In 2 gevallen de door de TAC meegegeven voorwaarden zijn opgevolgd. Van de 12 nog lopende unieke casussen uit voorgaande jaren kan geconcludeerd worden dat: • 11 initiatieven lopen nog. • 1 initiatief betreft een illegaal bouwwerk waarvoor inmiddels een handhavingsprocedure is opgestart.

Het gaat hier om een tuinhuis aan de Ouderkerkerdijk 215 in Amsterdam Oost. In 2024 zijn B&W en Gemeenteraad in 2 gevallen contrair gegaan aan een negatief TAC-advies: • De vaststelling van de Investeringsnota en het Stedenbouwkundig Plan Stadscentrum Osdorpplein Fase 2a, waar de inpassing van de Nieuwe Meervaart onderdeel van uitmaakt. • Voor de tijdelijke transformatie van een pand in het Beatrixpark tot opvanglocatie voor vluchtelingen: de termijn is verlengd van 2,5 naar 5 jaar. In 2024 zijn er 5 tijdelijke ontheffingen verlopen, waarvan volgens de taakstelling van de TAC is nagegaan wat de status ervan is. • In 2 gevallen is de situatie in oorspronkelijke staat hersteld (een kunstwerk in de vijver van het Oosterpark en een opslagruimte en kantoor op Schooltuin Ridderbos in Nieuw-West). • In 2 gevallen wordt volgens planning plaatsgemaakt voor woningbouw (een moestuin en een hockeyveld in het Nelson Mandelapark). • Voor een bouwdepot en bouwweg in Zunderdorp in Amsterdam Noord, wordt een verlenging van de tijdelijke vergunning aangevraagd. Deze wordt in 2025 opnieuw voorgelegd aan de TAC. Aanbevelingen Op basis van wat de TAC aan casussen in 2024 de revue heeft zien passeren geven de TAC leden een zestal aanbevelingen mee aan het gemeentebestuur. Deze betreffen: 1. Focus op locatiespecifieke opgaves en het daar op kwalitatieve wijze integreren van groen. 2.

Laat in een ontwerp zien hoe de spanning tussen verdichting en vergroenen kan worden opgelost. 3. Breng op sportparken sociale en ruimtelijke opgaven met elkaar in verband vanuit het perspectief van een natuurinclusieve stad. 4. Hanteer een systeembenadering in natuurtoetsen voor ingrepen in de Hoofdgroenstructuur. 5. Neem bij de verdichtingsopgave het bestaande groen – ook die buiten de Hoofdgroenstructuur – als uitgangspunt. 6. Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 maart 2025 Pagina 3 van 5

Bestuurlijke reactie van het College van B&W op de aanbevelingen van de TAC Het college erkent dat het stedelijk gesprek over groen in Amsterdam de reikwijdte van het beleidskader Hoofdgroenstructuur overstijgt. Het beleidskader Hoofdgroenstructuur richt zich immers op bescherming en doorontwikkeling van bestaand stedelijk groen. Andere ruimtelijke instrumenten, zoals de referentienorm groen, de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan zijn gericht op reservering van nieuw groen in Amsterdam. Het college is van mening dat voor het wezenlijk anders invullen van het op 26 juni 2024 weggestemde Hoofdgroenstructuurbeleid en ook het eventueel aanpassen van de referentienorm groen, de adviezen uit het Burgerberaad Groene Stad afgewacht dienen te worden. Dat neemt niet weg dat ze de strekking van de aanbevelingen van de TAC onderschrijft. Ze geven het college echter geen aanleiding tot het ondernemen van separate acties, anders dan de al lopende aanpak en acties. In navolgende wordt dit nader toegelicht. Aanbeveling 1 en 2: Focus op locatiespecifieke opgaves en het daar op kwalitatieve wijze integreren van groen, via een goed ontwerp. Het college onderschrijft dat de vergroeningsopgave over meer gaat dan alleen de hoeveelheid groen in de stad. Hoe het groen eruit ziet en hoe deze bijdraagt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit is ook belangrijk.

De referentienorm die wij hanteren voor gebieds-ontwikkelingen is bedoeld als hulpmiddel voor de realisatie van voldoende groen. Afhankelijk van de bebouwingsdichtheid van deze gebieden en de hoeveelheid woningen die er daarbij komen, wordt de hoeveelheid groen bepaald die in de wijken mee ontworpen wordt. Aanbeveling 3: Breng op sportparken sociale en ruimtelijke opgaven met elkaar in verband vanuit het perspectief van een natuurinclusieve stad. Het college onderschrijft de oproep om de sociale en ruimtelijke opgaven op sportparken met elkaar in verband te brengen en dit vanuit het perspectief van een natuurinclusieve stad te doen. De Visie Amsterdamse sportparken; gastvrij en verbonden vastgesteld (2024) heeft als doel de waarde van de Amsterdamse sportparken te verhogen, niet alleen voor de sport, maar breder. We zien ons gesteld voor grote uitdagingen, met de groei van de stad, de sociale uitdagingen, de veranderende manier van sporten en bewegen én de klimaatverandering. Op sportparken komt veel samen. Ze vormen onmisbare schakels in de groene netwerken en de ecologische structuren van de stad. We zetten dan ook vol in op het realiseren van duurzame, klimaat adaptieve en natuur inclusieve sportparken. Het vergroenen van de sportparken gaat verder dan het behoud van de groene structuren.

We werken structureel aan het versterken van de biodiversiteit op en langs de waterranden van de sportparken, zodat het fijne en gezonde verblijfsplekken zijn voor mens, plant en dier. Het vraagt naast een goed ontwerp ook om goed beheer. We investeren dan ook in ecologisch beheer op onze sportparken. Ook kijken we hoe we natuur inclusieve maatregelen kunnen toepassen bij de renovatie of nieuwbouw van gebouwen op de sportparken. Geen een sportpark is hetzelfde. Zoals de TAC al aangeeft is er maatwerk nodig, een gerichte aanpak per sportpark. En soms moeten we keuzes maken. We kunnen niet alles, en niet alles tegelijk, maar gelukkig gebeurt er al veel. Voor-beelden hiervan zijn het inzaaien van bloemrijk grasland op verschillende sportparken en de biodiversiteit verhogende aanleg van zandbijenbedden, wildbloembedden en takkenrillen op sportpark Het Loopveld en het sportpark in het Amsterdamse Bos. Ook in de toekomst blijven we investeren in het vergroenen en verduurzamen van onze sportparken. Aanbeveling 4: Hanteer een systeembenadering in natuurtoetsen voor ingrepen in de Hoofdgroenstructuur Het college onderschrijft het belang van deze stadsecologische systeembenadering en werkt momenteel ook aan plannen die hierop aansluiten. In het ‘Plan Biodiversiteit fase 1’ – welke naar verwachting in Q2 2025 beschikbaar komt - is deze benadering uitgangspunt.

Vanuit een ecosysteembenadering – waarbij breder wordt gekeken dan puur de consequenties op de locatie waar het initiatief wordt voorgesteld - is onderzocht welke maatregelen in de groengebieden kunnen worden genomen om de biodiversiteit en de ecologische kwaliteit te vergroten. Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 maart 2025 Pagina 4 van 5

Aanbeveling 5: Neem bij de verdichtingsopgave het bestaande groen – ook die buiten de Hoofdgroenstructuur – als uitgangspunt De oproep om het groen waar mogelijk te behouden bij de verdichtingsopgave en te benutten voor de leefbaarheid van de stad onderschrijft het college vanzelfsprekend. Gelukkig houden Amsterdammers het gemeentebestuur scherp in deze. Naast dat het natuurlijk zonde is om gezond en volwassen groen te verwijderen, getuigt het van duurzaamheid om bestaand groen waar mogelijk als uitgangspunt bij de planvorming te nemen. De inzet uit de Ontwikkelstrategie 2035 om parallel aan de verdichting van de stad in te zetten op het versterken van een stedelijk netwerk van groene schakels sluit aan op deze aanbeveling. Met die winstwaarschuwing dat dit niet overal in de stad mogelijk zal zijn en er soms ook naar compromissen gezocht moet worden. Wel sluit het naadloos aan bij de opgave om de stad hittebestendig te maken en rigoureus te vergroenen. Dit gaat verder dan het groen binnen de Hoofdgroenstructuur. Sterker nog, het geldt als uitgangspunt voor al het Amsterdamse groen: van het groen bij de voordeur tot aan het landelijk gebied. Aanbeveling 6: Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland.

De invulling van het rijksbeleid en de ermee gepaard gaande consequenties voor invulling van het provinciale en Amsterdamse beleid zijn op dit moment nog dusdanig onzeker, dat concrete tegenvoorstellen niet voor de hand liggen. Wat bijvoorbeeld de stoppersregeling voor stikstofpiekbelasters en het besluit tot stopzetting van de opdracht om provinciale Programma’s Landelijk gebied op te stellen gaat betekenen voor het landelijk gebied van Amsterdam, valt niet in te schatten. Dat neemt niet weg dat er in de tussentijd gewoon doorgewerkt wordt aan de gezamenlijke doelstellingen van landschapsbehoud. Deze ligt in hoofdlijnen belegd in de Omgevingsvisie Amsterdam. De invulling daarvan gebeurt voornamelijk via al lopende processen, zoals de scheggen-aanpak en opstelling van een visie op biodiversiteit. Ook participeert de gemeente Amsterdam in Laag Holland, één van de al lopende gebiedsprogramma’s vanuit de Provincie Noord Holland. De zorg van de TAC om zowel de agrarische bedrijven als de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied te behouden onderschrijft het college. Specifiek vraagt de TAC hierbij aandacht voor de rol van grote bouwvlakken en neventakken van de agrarische hoofdactiviteit op erven. Het college acht de ontwikkeling van grote bouwvlakken voor woningen beheersbaar.

Minder wenselijke ontwikkelingen zijn zo schaars, dat we kunnen wachten op een volgende wijziging van het Omgevingsplan. De zorgen over neventakken zijn wel actueel. Met het inkrimpen van de economische betekenis van het agrarisch bedrijf worden de activiteiten op en nabij het erf belangrijker. De agrarische sector zelf wil weten hoeveel ruimte hiervoor is. Dat vraagt om gebiedsgerichte uitwerkingen. Er is behoefte aan het formuleren van een nieuw evenwicht tussen veen en weide door de transitie naar een landschap inclusieve landbouw te stimuleren en meer mogelijkheden voor extensief recreatief medegebruik te bieden. In stadsdeel Noord worden sinds enkele jaren gesprekken gevoerd met de agrarische werkgroep van de centrale dorpenraad. Deze agrariërs vragen niet om een visie. Wel onderzoekt het dagelijks bestuur van Noord hoe de doelen van de Omgevingsvisie, en op de lange termijn ook de doelen van de Voedselstrategie dichterbij kunnen worden gebracht.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 maart 2025 Pagina 5 van 5

Voor Weesp zijn gesprekken hierover gaande onder regie van het Dagelijks Bestuur van deelgebied Weesp. Als college ondersteunen we dit proces, omdat we enerzijds de uitdagingen en vraagstukken in het landelijk gebied herkennen en anderzijds dit zien als uitwerking van de Omgevingsvisies van Weesp en Amsterdam. We handelen hierbij behoedzaam omdat de rurale sfeer van de gebieden als bijzonder kwetsbaar wordt gezien. Op de erven lijkt meer mogelijk en is misschien ook meer wenselijk. Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Zita Pels Waarnemend wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling Bijlage Jaarverslag TAC 2024

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15513376/1