Bijlage 1 Raadsinformatiebrief Hoofdgroenstructuur.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 14 december 2021 Ruimtelijke Ontwikkeling Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid; Bestuurszaken.rd@amsterdam.nl Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur vrijgegeven voor inspraak en advies
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur is door het college van B&W op 14 december 2021 vrijgegeven voor inspraak en advies. Vanaf 20 december 2021 kunnen belanghebbenden gedurende acht weken zienswijzen indienen en kunnen de stadsdelen advies geven. In de Omgevingsvisie 2050 is één van de strategische keuzes om de stad ‘rigoureus te vergroenen’. Een geactualiseerde Hoofdgroenstructuur levert een belangrijke bijdrage aan deze ambitie. Het huidige beleidskader Hoofdgroenstructuur zoals opgenomen in de Structuurvisie 2040 sluit niet meer aan bij de nieuwe ambitie en wordt met voorliggend Beleidskader geactualiseerd. In deze brief infomeer ik u over de opzet en de inhoud van het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur: 1. Waarom hebben we een Hoofdgroenstructuur? 2. Wat blijft hetzelfde en wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige versie van de Hoofdgroenstructuur? 3. Hoe werken deze veranderingen door in het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur?
1. Waarom heeft Amsterdam een Hoofdgroenstructuur? Doel Hoofdgroenstructuur Amsterdam groeit: er komt steeds meer bebouwing bij. Door de beperkte ruimte staat het groen onder druk. Bij een complete stad hoort voldoende en gevarieerd groen om goed te kunnen functioneren. Daarom zijn de voor de stad onmisbare groengebieden aangewezen als Hoofdgroenstructuur en blijven deze behouden voor nu en voor de toekomst. Op die manier blijft Amsterdam een mooie, gezonde en leefbare stad voor mens, plant en dier. Een gezonde en aantrekkelijke stad is ook een economisch vitale stad. Werking en positionering
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 2 van 13
Sinds de introductie in het structuurplan van 2003 wordt de Hoofdgroenstructuur als planologischjuridisch instrument ingezet om het waardevolle stedelijke groen binnen de stadsgrenzen van Amsterdam te behouden en te versterken. De Hoofdgroenstructuur bevat de minimaal benodigde hoeveelheid stedelijk groen en bijbehorende waterstructuren die behouden blijft voor de toekomst. Het gaat om bestaand groen met een wijkoverstijgende functie. De groenfunctie van de Hoofdgroenstructuur wordt streng ‘bewaakt’: alleen plannen of initiatieven die zorgen voor een verbetering van de Hoofdgroenstructuur zijn toegestaan. In dit concept Beleidskader worden op de toetskaart de bestaande groene gebieden aangewezen die tot de Hoofdgroenstructuur behoren en worden er verschillende ‘soorten’ groen onderscheiden (groentypen). Welke initiatieven er wel of niet een plek kunnen krijgen binnen de Hoofdgroenstructuur wordt per groentype beschreven in voorliggend beleidskader. Het beleidskader is geldig voor 10 jaar, maar zal periodiek worden geactualiseerd op eventueel tussentijds genomen raadsbesluiten.
2. Wat blijft hetzelfde en wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige versie van de Hoofdgroenstructuur? Stevige borging van de beschermingsstatus Met voorliggend beleidskader blijft de zware beschermingsstatus van de Hoofdgroenstructuur behouden en wordt deze nog steviger geborgd door toetsing in een vroeg stadium van de planvorming. Een robuuste Hoofdgroenstructuur heeft juridisch-planologische bescherming nodig. Door groen op te nemen in de Hoofdgroenstructuur wordt het beschermd tegen verharding. We voorkomen op die manier dat er bij de vele bouwprojecten in de stad steeds stukjes worden afgesnoept, waardoor de structuur uit elkaar valt en de juist zo belangrijke samenhang verloren gaat. Daarom worden ruimtelijke plannen getoetst aan de richtlijnen uit dit beleidskader en wordt de Hoofdgroenstructuur verankerd in het Omgevingsplan (naar verwachting in 2023). Dit kan gevolgen hebben voor het financiële resultaat van ruimtelijke plannen. Woningbouw, werkgerelateerde functies of andere vormen van verharding, die niet ondersteunend zijn aan de groenfunctie, zijn niet toegestaan. Dit geldt ook voor ruimtevragers die samenhangen met de groei van de stad, zoals nieuwe infrastructuur voor georganiseerde sport, vrije ruimte, mobiliteit of energietransitie.
In de Omgevingsvisie 2050 is ervoor gekozen om bestaande sportparken te handhaven in de Hoofdgroenstructuur, omdat deze vaak op essentiële plekken in de Amsterdamse groenstructuur zijn gelegen. De ecologische waardevolle groene omzomingen van veel sportparken maakt dat ze integraal onderdeel uitmaken van het groenblauwe raamwerk. Voor de uitbreiding van het sportareaal binnen de Hoofdgroenstructuur is de Omgevingsvisie 2050 leidend. Bij de verdichtingsopgave ontzien we het groen en het landschap zoveel mogelijk. Waarborging van voldoende sportaanbod in de open lucht doen we door sport in te passen in stedelijk gebied (buiten de Hoofdgroenstructuur) en door bestaande sportparken te optimaliseren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 3 van 13
Daar waar dit uiteindelijk niet mogelijk blijkt is een gemeenteraadsbesluit vereist om uitbreiding in de Hoofdgroenstructuur toe te staan. Om te beoordelen of een initiatief of plan een verbetering van de groenfunctie betekent blijven we de komende jaren gebruikmaken van de adviezen van een onafhankelijke toetscommissie (Technisch Adviescommissie Hoofdgroenstructuur, TAC). Naar verwachting zal de rol van de TAC in de toekomst (op z’n vroegst over 2 jaar) opnieuw worden bezien in relatie tot een mogelijk in te stellen Commissie Omgevingskwaliteit als uitvloeisel van de Omgevingswet. Toetsing door de TAC gebeurt op basis van dit beleidskader. Alleen B&W kan, met instemming van de gemeenteraad, een negatief advies van de TAC naast zich neerliggen en besluiten dat er zwaarder wegende argumenten zijn om toch ruimte te bieden aan een functie die volgens het Beleidskader en TAC advies niet inpasbaar zijn. Projecten, initiatieven of plannen die betrekking hebben op de Hoofdgroenstructuur, en in tegenspraak zijn met het vigerende bestemmingsplan, moeten vroegtijdig voor toetsing aan de TAC worden voorgelegd. In vergelijking met de vorige Hoofgroenstructuur is in dit beleidskader een aanscherping aangebracht ten aanzien van de momenten van toetsing.
In drie fasen van de planvorming volgens het Plaberum (Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen) of het PBI (Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur) dient een toets door de TAC te worden aangevraagd. Daarmee wordt voorkomen dat pas in het eindstadium van planvorming strijdigheid met het Hoofdgroenstructuur beleid wordt geconstateerd en er bestuurlijk alleen nog een ja of nee tegen een negatief TAC-advies resteert. Door tijdige toetsing worden kansen voor versterking van de Hoofdgroenstructuur eerder betrokken bij de planvorming en zou een 2e en 3e toets eenvoudiger kunnen verlopen. Het resultaat van de toetsing (in de vorm van een TAC-advies aan het gemeentebestuur) moet tijdig beschikbaar zijn, zodat het college nog de mogelijkheid heeft een plan te (laten) aanpassen. Meer groen en blauw aangewezen als Hoofdgroenstructuur In vergelijking met de vorige versie (zoals opgenomen in de Structuurvisie 2040) is de voorgestelde Hoofdgroenstructuur per saldo gegroeid. Dat is bijzonder in een sterk verdichtende stad, maar ook randvoorwaardelijk voor een gezonde en leefbare stad richting toekomst. Meer groen in Amsterdam krijgt een beschermde status. Er meer waterelementen aan de Hoofdgroenstructuur toegevoegd.
Niet al het water gaat deel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur, het gaat om de blauwe elementen in de stad die onlosmakelijk met het groen van de Hoofdgroenstructuur verbonden zijn, soms ook vanuit cultuurhistorisch perspectief. Denk aan de stedelijke recreatieplassen in de stadsparken (zoals de Sloterplas en Gaasperplas) of waterlopen die deel uitmaken van groene verbindingen. De inzet is dat deze waterpartijen en oevers, in lijn met de Watervisie (2016), nog meer natuur- en recreatieve waarde krijgen. Van een mozaïek naar een robuust groen netwerk voor mens én dier In lijn met de ambitie zoals beschreven in de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050 ontwikkelt de Hoofdgroenstructuur zich van een voornamelijk mensgerichte groenstructuur bestaande uit losse onderdelen naar een aaneengesloten groenblauw netwerk voor mens én dier.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 4 van 13
Het Amsterdamse stedelijke groenbeleid is nu nog opgebouwd rondom drie verschillende stedelijke groenstructuren die deels overlappen en naast elkaar functioneren: de Hoofdgroenstructuur, de Ecologische Structuur en de Hoofdbomenstructuur. Vanwege de grote onderlinge samenhang is het de ambitie in de Omgevingsvisie 2050 om deze structuren in stappen met elkaar te verknopen tot één robuuste groenstructuur. Daarom is de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) voor dit Beleidskader geactualiseerd en opgenomen in het Beleidskader Hoofdgroenstructuur. De Amsterdamse Ecologische Visie (2012) komt daarmee als op zichzelf staand beleidskader te vervallen. Het is op dit moment nog niet mogelijk om de Hoofdbomenstructuur op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Daarvoor moeten eerst een aantal stappen worden doorlopen: actualisatie naar een meer gedetailleerde Hoofdbomenstructuur; selectie welke structuren uit de Hoofdbomenstructuur onderdeel gaan uitmaken van de Hoofdgroenstructuur; onderzoeken op welke wijze integrale toetsing kan worden georganiseerd. Het actualiseren van de Hoofdbomenstructuur zal worden betrokken bij de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode, waar de Hoofdbomenstructuur deel van uitmaakt. De actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode is naar verwachting eind 2023 gereed voor vaststelling door de gemeenteraad.
Versterking van de variatie van het groen Amsterdam wil de variatie aan groengebieden behouden en versterken (Groenvisie 2020-2050). In voorliggend Beleidskader Hoofdgroenstructuur is door het introduceren van een aantal nieuwe groentypen (natuurpark, stadsplantsoen, landschap en groene verbinding) en de laag ‘stadsnatuur’ meer nuance en variatie aangebracht. De specifieke kwaliteiten en gewenste waardeontwikkeling van deze groentypen worden in hoofdstuk 5 en 6 van het Beleidskader beschreven. Verkleuring naar een ander groentype kan alleen op basis van een raadsbesluit. Daarnaast is in lijn met de Groenvisie 2020-2050 een waardensysteem toegevoegd aan het beleidskader parallel aan de gebruikelijke functiebenadering. Stadsgroen is niet alleen belangrijk voor allerlei ‘functies’ in de stad, zoals sport en recreatie, maar heeft ook waarden van zichzelf. Groen reguleert de waterhuishouding, draagt bij aan biodiversiteit, slaat CO2 op en zorgt voor demping van stijgende temperaturen in de zomer. Tegelijkertijd heeft groen veelal een belangrijke cultuurhistorische waarde en draagt ze bij aan de gezondheid van haar bewoners: het helpt stress reduceren en nodigt uit tot bewegen. Met de 11 waarden die in dit concept Beleidskader worden onderscheiden wordt benadrukt dat al het groen in de stad tegelijk meerdere waarden vertegenwoordigt.
Door per groentype drie prioritaire waarden te benoemen geven we sturing aan de gewenste variatie aan groengebieden en de ontwikkelintentie van elk groentype. Groentypen die door de groei van de stad meer onder druk komen te staan blijven binnen dit beleidskader behouden voor de stad. Dat geldt voor sportparken, maar ook voor de ruigere groengebieden in en rondom de stad waar doorgaans hoge ecologische waarden worden aangetroffen. Binnen het groentype ‘natuurpark’ (vergelijkbaar met het groentype ‘ruigtegebied/ struinnatuur’ in de vorige versie van de Hoofdgroenstructuur) staat het behoud en de beleving van
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 5 van 13
natuur voorop. Ook is door het integreren van de Amsterdamse ecologische structuur in de Hoofdgroenstructuur onder de naam ‘stadsnatuur’ een zwaardere status gegeven aan ecologisch waardevolle gebieden en verbindingen. Anders dan bij de ecologische structuur het geval was gaat de onafhankelijke toetscommissie TAC hier nu ook aan toetsen. Een initiatief binnen ‘stadsnatuur’ zal alleen als ‘inpasbaar’ worden beoordeeld als de natuurwaarde minimaal behouden blijft. In tegenstelling tot de ecologische structuur zijn ook kleinere gebieden binnen stadsparken aangewezen als ‘stadsnatuur’. Denk bijvoorbeeld aan de Koeweide in het Vondelpark. De Ecologische Visie Amsterdam, met daarin de ecologische structuur, komt na vaststelling van het beleidskader Hoofdgroenstructuur te vervallen als afzonderlijk beleidskader. Deze is in geactualiseerde vorm opgenomen in het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Actief werken aan verbetering van de Hoofdgroenstructuur De eisen die de stadsbevolking stelt aan het gebruik van het groen veranderen voortdurend. Daarom werken we aan een Hoofdgroenstructuur die enerzijds robuust is en niet ter discussie staat en anderzijds kan groeien en meebewegen als de stad met al haar bewoners, flora en fauna, daarom vraagt. In voorliggend concept-Beleidskader staat bij elk groentype een beschrijving opgenomen van de gewenste waardenontwikkeling.
Een plan of initiatief wordt uitgedaagd om minimaal bij te dragen aan de ontwikkeling van de drie genoemde ‘prioritaire waarden’. Dat kan bijvoorbeeld natuur zijn of gezondheid of recreatie. De vaak gehoorde opvatting ‘dat er niks kan in de Hoofdgroenstructuur’ of ‘dat de stad ermee op slot wordt gezet’, is een misvatting. Een goed functionerende Hoofdgroenstructuur kenmerkt zich door een grote diversiteit aan groen, dat zoveel mogelijk openbaar toegankelijk is en waar mens en dier op uiteenlopende wijzen van kunnen genieten. Daar horen ook gebouwde voorzieningen en routes bij, en ruimte voor verbetering en vernieuwing. Initiatieven en plannen die bijdragen aan een versterking van de Hoofdgroenstructuur en geen afbreuk doen aan bestaande groenwaarden zijn welkom. Vooral binnen de gebieden die komende jaren aanzienlijk transformeren liggen er kansen om de Hoofdgroenstructuur te optimaliseren, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de grote gebiedsontwikkelingen worden nieuwe stadsparken en groene verbindingen aangelegd die straks deel gaan uitmaken van de Hoofdgroenstructuur. Om het Hoofdgroenstructuur-beleid ‘werkbaar’ te houden, zijn er in het concept-Beleidskader specifieke spelregels meegegeven aan gebiedsontwikkelingen (zie bijlage 1 hoofdstuk 3.2 Groeien binnen grenzen).
Het zijn proces spelregels die het project enige flexibiliteit bieden bij de nadere invulling van de Hoofdgroenstructuur, maar die tegelijk zorgen dat de Hoofdgroenstructuur na de transformatie van het gebied aantoonbaar beter is geworden. Voor het actief werken aan de doorontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur zijn daarnaast een drietal vervolgstappen gewenst. In de eerste plaats zal de ontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur worden gemonitord onder de vlag van de Groenvisie. Ten tweede wordt, mede op basis van deze monitoring, een ‘Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur 2030’ (gepland 2022/2023) voorgesteld, waarmee de raad: - actief kan sturen op het kwalitatief en kwantitatief versterken van de Hoofdgroenstructuur, parallel aan de groei van de stad;
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
-
-
Datum 14 december 2021 Pagina 6 van 13
vanuit een stedelijk perspectief onderbouwing krijgt voor investeringen vanuit beschikbare budgetten voor openbare ruimte en groen, zoals het Strategisch Huisvestingsplan Bovenplans Groen en het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Deze budgetten zijn momenteel – mede onder invloed van investeringsplafonds – beperkt; richting gebiedsontwikkelingen en andere stedelijke projecten helderheid kan bieden over wenselijke kwaliteitsimpulsen in de Hoofdgroenstructuur.
Als derde vervolgactie wordt voorgesteld om, parallel aan actualisatierondes van de Omgevingsvisie 2050, ook de toetskaart Hoofdgroenstructuur periodiek te actualiseren. Wenselijke wijzigingen (zoals nieuw gerealiseerde stadsparken of nieuwe verbindingen) zullen tijdens een actualisatieronde in de toetskaart worden verwerkt en opnieuw aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Bovengenoemde vervolgstappen om actief te werken aan de doorontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur kunnen niet los gezien worden van de noodzaak om de komende jaren: de Hoofdgroenstructuur optimaal en zo spoedig mogelijk te borgen in het Omgevingsplan, via opname van regels voor de Hoofdgroenstructuur in een basisregelset en een nadere doorvertaling naar gebieden; de raad te adviseren over het wel of niet laten opgaan van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) in een bredere toetscommissie die toeziet op een integrale toetsing op ontwikkelingen in de stad, zoals in de Omgevingswet als gewenste werkwijze staat beschreven (2022/2023); de Hoofdgroenstructuur-toetskaart van Weesp op te stellen, ter visie te leggen en bestuurlijk te laten vaststellen door de gemeenteraad van Amsterdam (2022) en vervolgens te integreren in de Hoofdgroenstructuur toetskaart van Amsterdam (na 2022); het specifieke beleids- en toetsingskader voor Waterland te actualiseren.
3. Hoe werken deze veranderingen door in het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur (HGS)? In bijlagen 2 en 3 bij deze raadsbrief treft u de voorgestelde nieuwe toetskaart en een vergelijking met de vorige versie van de toetskaart. Welke groengebieden zijn opgenomen in de nieuwe Hoofdgroenstructuur? In de toetskaart Hoofdgroenstructuur (HGS) is bestaand groen opgenomen of groen waarvan zeker is dat deze op korte termijn gerealiseerd wordt en waar een raadsbesluit aan ten grondslag ligt om de HGS uit te breiden. Het betreft groen met een wijkoverstijgende functie. Het gaat om groen binnen de gemeentegrens, omdat het stadsbestuur alleen daar zeggenschap over heeft. Het HGS-beleid is een ruimtelijk toetsingsinstrument om initiatieven en planvorming op inpasbaarheid te beoordelen. Het grondgebied van Weesp is (nog) niet opgenomen. In 2022 is de bestuurlijke fusie met Weesp voorzien en zullen de omgevingsvisies van Amsterdam en Weesp worden samengevoegd tot één omgevingsvisie. De ambtelijke fusie van Amsterdam en Weesp
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 7 van 13
zorgt ervoor dat al intensief wordt samenwerkt op het gebied van groenbeleid. Er is afgesproken dat in de eerstvolgende actualisatie van de Hoofdgroenstructuur de groene structuur van Weesp vertaald wordt in een HGS toetskaart en wordt geïntegreerd in het beleidskader. Waardoor is de HGS gegroeid ten opzichte van de oude versie? De Hoofdgroenstructuur die voorligt is groter dan de versie die in de Structuurvisie was opgenomen. De groei is te verklaren door: toevoeging van nieuw gerealiseerde groengebieden (zoals Dakpark A9 en Dakpark Spaarndammertunnel); toevoeging van bestaande groengebieden (zoals Ruigoord, erven in Tuinen van West, park bij Kometensingel, Botteskerkpark, groene verbindingen in het havengebied); de integratie van de Amsterdamse Ecologische Structuur in de HGS; toevoeging van water dat onlosmakelijk samenhangt met het groenensemble (zoals Gaasperplas als onderdeel van het Gaasperpark, andere stadsplassen en diverse sloten en vaarten als onderdeel van groene (natuur-)verbindingen).
Ook zijn er een beperkt aantal gebieden uit de toetskaart HGS gehaald, waaronder: een aantal onderdelen uit het groentype curiosa (Hortus en Artis), zie toelichting hieronder; grenscorrecties op basis van raadsbesluiten (correctie Het Schouw in Noord; tracébesluit Zuidasdok/A10-Zuid, kanteling sportpark AFC Zuidas); technische grenscorrecties (bedrijventerrein Lutkemeer, jachthavens bij Diemerzeedijk). Welke groentypen staan er op de toetskaart en wat is het verschil met de vorige versie van de HGS? De groentypen uit de oude HGS zijn vrijwel 1-op-1 overgenomen, maar soms met andere namen. De veranderingen qua groentypen zijn: - ‘Curiosa’ vervalt - ‘Corridor’ -> ‘Groene verbinding’ - ‘Ruigtegebied/struinnatuur’ -> ‘Natuurpark’ - ‘Stadsrandpolder’ -> ‘Landschap’ - ‘Stadspark’ -> ‘Stadspark’ - ‘Begraafplaats’ -> ‘Gedenkpark’ - ‘Volkstuinpark/schoolwerktuin’ -> ‘Tuinpark’ - ‘Sportpark’ -> ‘Sportpark’ ‘Stadsplantsoen’ (nieuw) Het groentype ‘curiosa’ was vanaf de introductie van het Hoofdgroenstructuurbeleid een rare eend in de bijt. Hierin zaten gebieden die niet rechtstreeks onder één van de andere groentypen te scharen waren. Bij deze actualisatie is besloten dit groentype te laten vervallen. Met de drie hieronder vallende locaties is als volgt omgegaan: - Het Stenen hoofd heeft het nieuwe groentype ‘stadsplantsoen’ meegekregen.
- Artis en de Hortus zijn uit de Hoofdgroenstructuur gehaald. Het zijn immers plekken die beleidsmatig vanuit andere regimes afdoende bescherming genieten, welke geen (primaire) groenbestemming hebben en waarbij sprake was van betaalde toegang. Het groentype ‘corridor’ is vervangen door het groentype ‘groene verbindingen’. Er staan meer ‘groene verbindingen’ op de nieuwe HGS toetskaart. Deze groene verbindingen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 8 van 13
hebben (in vergelijking met de corridors) een meer recreatief profiel met mogelijkheden voor fietsen, wandelen, sport, spel. Als een groene verbindingen tevens als ‘stadsnatuur’ op de toetskaart is aangeduid, dan ligt het primaat bij behoud en versterking van de natuurwaarde. De meeste gebieden die het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’ hadden hebben nu het groentype ‘natuurpark’ meegekregen. De status hiervan is hetzelfde. De nieuwe naamgeving is doorgevoerd om duidelijkheid te scheppen over de positionering van deze gebieden in stedelijke setting, maar vooral ook om de prioritaire waarde van ‘natuur’ binnen deze groengebieden ten opzichte van de meer mensgerichte groenwaarden en groentypen te benadrukken. Organisaties als de TAC en het Groenplatform attendeerden hier bij de totstandkoming van de Groenvisie al op. Een groengebied krijgt het label natuurpark als het groengebied voor het merendeel ook het label stadsnatuur draagt en er sprake is van een herkenbare eenheid als parkgebied met een flinke omvang en een natuurlijk karakter. Binnen natuurparken zijn er zones (entrees, randen) waar recreatief iets meer mag. Deze intensievere zones hebben daarom bewust in de toetskaart geen ‘stadsnatuur’ label meegekregen.
In het verlengde hiervan heeft het groen aan de stadsrand het groentype ‘landschap’ meegekregen ter vervanging van het groentype ‘stadsrandpolder’ welke een wat negatievere connotatie had voor juist heel waardevol groen in en om onze stad. Stadsplantsoen is als nieuw groentype toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Het betreft kleinere park/tuinachtige gebieden in de stad met een wijkoverstijgende functie die vanwege schaarste of zeldzaamheid zijn toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Een aantal gebieden die voorheen het groentype ‘stadspark’ hadden zijn naar dit nieuwe groentype omgezet.
Welke gebieden zijn in de toetskaart opgenomen onder een ander groentype? Alleen als het huidige gebruik dusdanig is gewijzigd gedurende de afgelopen 10 jaar of als er nieuw beleid, een visie of plan bestuurlijk is vastgesteld met betrekking tot een groengebied uit de Hoofdgroenstructuur, of als de nieuw geïntroduceerde groentypen passender bleken, dan is het groentype gewijzigd. Dit geldt bijvoorbeeld voor: - Wachterliedplantsoen : van Stadspark naar Stadsplantsoen - Schellingwouderpark : van Ruigtegebied/Struinnatuur naar Landschap (met stadsnatuur) - Schellingwouderbreek : van Stadspark naar Groene Verbinding (met stadsnatuur) - Natuurzone Osdorperbinnenpolder ten westen van A5: van Stadsrandpolder naar Natuurpark - Het Stenen Hoofd: van Curiosa naar Stadsplantsoen - Wilmkebreekpolder: van Ruigtegebied/struinnatuur naar Landschap (met stadsnatuur) Op welke wijze is de sportopgave verwerkt in het concept Beleidskader HGS? De stad wordt zo ingericht dat het de Amsterdammers uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Het groen in en rond de stad speelt hierin een belangrijke rol: het biedt Amsterdammers de mogelijkheid te sporten en bewegen in een natuurlijke, gezonde omgeving. Hoewel sportvoorzieningen strikt genomen niet alleen maar ‘groen’ zijn, maken ze wel onlosmakelijk deel uit van de groene en recreatieve ruimte in en rond de stad.
Sport en groen zijn nauw met elkaar verbonden. Veel sportbeoefening vindt van oudsher plaats in de buitenlucht en weer een groot
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 9 van 13
deel daarvan op sportparken, die meestal gelegen zijn in de Hoofgroenstructuur. Sportparken horen dus nadrukkelijk bij de Hoofdgroenstructuur, maar ze brengen voor een groene functie wel relatief veel verharding en objecten (parkeren, paden, hekken, masten) en bebouwing (clubhuizen) met zich mee. Verder bestaan ze voor een belangrijk deel uit kunstgrasvelden en vragen ze om een bepaalde schaalgrootte en maatvoering. Daarom passen ze niet op alle plekken in de Hoofdgroenstructuur en is er een apart groentype voor benoemd in de Hoofdgroenstructuur (sportpark). Het groenbeleid richt zich op het beperkt toelaten van nieuwe sportparken in de Hoofdgroenstructuur.
Daarvoor wordt het principe van drie stappen aangehouden (zie Omgevingsvisie Amsterdam 2050): Stap 1: Bij de ontwikkeling van nieuwe buurten boven een bepaalde omvang wordt ten minste de helft van de buitensportopgave (conform de sportnormen) gerealiseerd binnen de buurten Stap 2: Het bestaande areaal aan sportterrein blijft behouden en het gebruik wordt geoptimaliseerd zodat meer Amsterdammers op verschillende manieren en verschillende tijdstippen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen Stap 3: Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landschappelijke setting (in het laatste geval dus binnen de Hoofdgroenstructuur) Voor stap 1 is van belang dat de sportopgave vroegtijdig wordt ingepast in de gebiedsontwikkeling en dat bij bestuurlijke besluitvorming expliciet wordt aangegeven hoe de sportopgave is ingepast en hoe met een eventuele ‘restopgave’ wordt omgegaan. Voor stap 2 is van belang dat het beleidskader Hoofdgroenstructuur voldoende ruimte biedt om intensivering van bestaande sportparken mogelijk te maken, omdat intensiever gebruik veelal gepaard zal gaan met meer verharding of bebouwing. De begrenzing van de sportparken als geheel zijn daarbij leidend.
In de afweging tussen intensiever gebruik van bestaande sportparken of realisatie van nieuwe sportparken binnen de Hoofgroenstructuur, is het stedelijk groenbelang meer gebaat bij intensivering (ook als dat het groene karakter binnen het sportpark verandert) dan bij benutten van andere groene ruimte. Op bestaande sportparken wordt daarom ruimte geboden voor intensivering, optimalisering en de opgave om sportparken meer openbaar te maken. Dit betekent dat de regels voor verharding, kunstgras en bebouwing binnen de bestaande sportparken in de Hoofdgroenstructuur niet te knellend moeten zijn. Overigens kunnen verdichting en intensivering ook samengaan met vergroening, zoals overdekt parkeren met sport op het dak of vergroening van clubgebouwen en het is belangrijk om hier veel aandacht aan te geven en voortdurend te (blijven) kijken naar innovatieve oplossingen. Wanneer inzichtelijk is gemaakt dat de regels uit het beleidskader onvoldoende ruimte bieden in een specifieke situatie en context, dan biedt het beleid meer ruimte, mits onderbouwd in een integraal plan voor het betreffende sportpark; de TAC kan dan advies uitbrengen op basis van dit integrale plan.
Voor stap 3 is van belang dat ruimte voor nieuwe sportparken of uitbreiding van bestaande sportparken in de Hoofdgroenstructuur via maatwerk wordt geboden in gebieden waar is aangetoond dat de eerste twee stappen onvoldoende oplossing bieden; dit wordt per gebied bekeken en besloten. Afgezien van de zes sportlandschappen zijn er nog meer gebieden waar
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 10 van 13
voorzien wordt dat de sportopgave in de toekomst gaat knellen. Hier is vanuit het Hoofdgroenstructuurbeleid nog niet op geanticipeerd, zodat het drie-stappen-principe zorgvuldig gevolgd wordt. Uitzondering daarop vormen het gewijzigde beschermingsregime binnen de Hoofdgroenstructuur voor de sportparken Kadoelen en Diemerpark, vanuit de vergevorderde bestuurlijke wens om hier optimalisatie te combineren met uitbreiding van de sportparken. Op het aan te leggen Buiteneiland (IJburg) is de keuze al gemaakt: hier komt een sportpark. Deze locatie wordt bij een toekomstige actualisatie als sportpark in de toetskaart opgenomen, zodra het eiland daadwerkelijk gerealiseerd is. In de nog op te stellen Opgavenkaart voor de Hoofdgroenstructuur (zie 1.3) wordt verder de toekomst in gekeken om op een zorgvuldige wijze met de sportopgave om te gaan; daarbij worden ook de inzichten van de op te stellen gebiedsgerichte uitwerkingen, Integrale Stadsdeel Programma’s, Integrale Stedelijke Programmering en de Sport- en Beweegstructuur onder de Omgevingsvisie betrokken. Belangrijk is dat de sportopgave en groenopgave, zoals de groene omranding van sportparken, zoveel mogelijk hand in hand gaan.
Hoewel er consensus is over de 3 stappen methodiek zoals omschreven in de Omgevingsvisie, biedt deze nog onvoldoende duidelijkheid hoe en waar in de stad voldoende ruimte gevonden gaat worden voor sport in een groeiende stad. In het kader van de Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie wordt in ‘Integrale Stadsdeel Programma’s’ en in de ‘Uitwerking Sport- en Beweegstructuur’ inzichtelijk gemaakt hoe de 3 stappen-systematiek ruimtelijk gaat landen in de stad, zodat de sportnorm wordt gehaald. Daarbij wordt ook gekeken naar oplossingen binnen de Hoofdgroenstructuur. Om bij te dragen aan de stadsbrede sportopgave is in de Omgevingsvisie 2050 een zestal zoekgebieden aangewezen als opgave ‘sportlandschap’. Hierbij gaat het voornamelijk om het inpassen van de meer extensieve vormen van georganiseerde buitensport, in samenhang met ruimte voor ongeorganiseerde buitensport. De inpassing van georganiseerde sportvoorzieningen op deze locaties dient zorgvuldig te gebeuren en vraagt om maatwerk. Vier locaties (Bijlmerweide, Centraal Park Gaasperdam, Sportpark Kop Amstelscheg, Oeverlanden/Nieuwe Meer) maken nu al deel uit van de Hoofdgroenstructuur. Op deze locaties is bewust geen ‘stadsnatuur’ regime toegepast, zodat sport als toegestane verbijzondering binnen het betreffende groentype ingepast kan worden op basis van definitieve plan- en besluitvorming en realisatie.
Daar waar sportvelden nodig zijn om bij te dragen aan de stadsbrede sportopgave zijn ze slechts toegestaan mits de complexen kleinschalig van opzet zijn (maximaal drie hockey- of voetbalvelden), open van karakter en optimaal duurzaam en landschappelijk ingepast. De afweging of hier kunstgras nodig of wenselijk is, is locatie specifiek. De TAC zal hierbij niet toetsen op de vraag ‘of’ sport kan worden ingepast, maar wel op de vraag ‘hoe’ (in welke mate, met welke ruimtelijke structuur en met welke inrichting/vormgeving). De eventuele toekomstige omzetting van het betreffende groentype naar sporttype ‘sportpark’ wordt per locatie separaat aan de raad voorgelegd, zodat per geval/gebied een zorgvuldige en transparante afweging mogelijk is. Locaties die nu nog geen onderdeel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur (Groene Veld in Noord, IJburg Buiteneiland) worden pas opgenomen in de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur als de besluitvorming en planvorming is afgerond.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 11 van 13
Voor de locaties Bijlmerweide, Centraal Park Gaasperdam en Groene Veld in Noord is de verwachting dat deze locaties als eerste aan bod (moeten) komen om bij te dragen aan de groeiende vraag naar georganiseerde sport. Om ruimte te bieden aan toename van zwemwatercapaciteit in de stad is in het beleidskader opgenomen dat op de locaties De Mirandabad en Flevoparkbad uitbreiding van zwembaden mogelijk is. Dat zal niet alleen lukken binnen bestaande verharding. Uitbreiding is dus ook buiten bestaande verharding mogelijk met een zo goed mogelijke groene inpassing. Overkapping van het Flevoparkpad behoort als uitzondering tot de mogelijkheden. Hoe is de Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) geïntegreerd in het nieuwe beleidskader HGS? De Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) is geïntegreerd in de nieuwe HGS-kaart en komt daarmee als apart instrumentarium te vervallen. Logischerwijs is met de integratie van de AES de hoeveelheid groen met het primaat ‘natuur’ in de HGS toegenomen. In de oude HGS waren er twee groentypen met het primaat natuur/ecologie: ‘struinnatuur/ruigtegebied’ (lichtgroen) en ‘corridor’(bruin). In de nieuwe HGS is de AES opgenomen onder de naam ‘stadsnatuur’. Door integratie van de AES in de HGS zijn een aantal aanpassingen in het ecologische netwerk doorgevoerd die hieronder worden toegelicht. De AES-kaart is een visiekaart.
Naast het bestaande ecologische groen staan er ook ambities (ontbrekende schakels) op deze kaart. Dat is een belangrijk verschil met de toetskaart in de HGS, waar alleen bestaand groen op het grondgebied van Amsterdam een plek in heeft gekregen. Nieuwe wenselijke ecologische verbindingen of het opheffen van knelpunten zijn niet op de toetskaart HGS belandt, maar zullen in de ‘Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur 2030’ (gepland 2022/2023) een plek moeten krijgen met als doel het stadsnatuur netwerk verder te versterken. De integratie van de AES in de HGS heeft de vaak al bestaande spanningsvelden tussen natuurbelangen en recreatieve belangen op diverse locaties in de stad extra scherp voor het voetlicht gebracht. Daarin zijn in afstemming met stadsecologen keuzes gemaakt. Zo was bijvoorbeeld Park Somerlust onderdeel van de AES. Het overweldigende recreatieve gebruik van deze plek, met name in warme zomermaanden, heeft altijd op gespannen voet gestaan met de aanduiding als ecologische structuur. In de HGS toetskaart is er voor gekozen om dit soort plekken niet meer als een vlak in te tekenen maar als een stadsnatuur verbinding (in de vorm van een stippellijn). Dat betekent dat vooral de ecologische verbinding belangrijk is en niet zozeer de ligging of de breedte ervan.
Dat geeft meer flexibiliteit om deze ecologische verbindingen te combineren met gebruik / recreatieve voorzieningen. Ook op andere plekken zijn er door een aangescherpte zonering stukjes AES niet teruggekomen als ‘stadsnatuur’ (zoals delen van het Baanakkerspark, Gijsbrecht van Amstelpark en Diemerpark). Daarbij heeft het huidige gebruik van deze plekken de doorslag gegeven. Op andere plekken zijn in vergelijking met de AES juist stukken ‘stadsnatuur’ toegevoegd (zoals grote delen van Waterland, delen van de Tuinen van West en ecologisch waardevolle stukken in stadsparken zoals Vondelpark, Sloterpark en Rembrandtpark.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 12 van 13
Ook waren in de AES spoorwegen en rangeerterreinen opgenomen. Deze zijn niet opgenomen in de HGS, met uitzondering van het begeleidend groen (taluds) langs deze hoofdinfrastructuurlijnen. Voor zover de provinciale NNN binnen de gemeentegrens ligt, is deze naar stadsnatuur vertaald (dat zie je in stukken van Waterland, Gaasperpark en Gaasperzoom, het water van de Nieuwe Meer en de in de kop van de Amstelscheg).
Kaart links: groengebieden met primaat natuur in de oude HGS kaart (corridors en struinnatuur/ruigtegebied) Kaart rechts: groengebieden met primaat natuur in de nieuwe HGS toetskaart (stadsnatuur)
Hoe wordt er straks door de TAC getoetst aan ‘stadsnatuur’? Met het opnemen van de AES in de nieuwe HGS heeft ecologie meer status gekregen en is daarmee steviger verankerd in de toetsings- en planvormingscyclus van gebiedsontwikkelingen. Dit zal naar verwachting leiden tot een steviger behoud en ontwikkeling van de zo gewenste robuuste ecologische structuur. Met de integratie in de HGS zal een initiatief of plan dat ten koste gaat van de natuurwaarde een negatief advies van de TAC krijgen, daar waar tot nu toe veelal meteen gemitigeerd en gecompenseerd werd. Bij de toetsing van initiatieven in stadsnatuur zal er een ambtelijk ecologisch advies betrokken worden. Voorstellen om compenserende/ mitigerende maatregelen te nemen kunnen wel onderdeel zijn van het advies, maar worden daarmee meer expliciet gemaakt. Bij een negatief TAC advies is een afwijkingsprocedure noodzakelijk t/m de raad. Stadsnatuur is geen groentype. Stadsnatuur is een laag die altijd bovenop een groentype ligt. Als er sprake is van ‘stadsnatuur’ dan zal de TAC bij haar toetsing het behoud en de versterking van de natuurwaarde op één zetten. En pas daarna gevolgd door de prioritaire waarden van het betreffende groentype. Voorbeeld: in een stadspark zijn de prioritaire waarden: recreatie, sociaal, gezondheid.
In een stadspark met stadsnatuur eroverheen zijn de prioritaire waarden: natuur, recreatie, sociaal, gezondheid.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 14 december 2021 Pagina 13 van 13
Proces Bewoners en belanghebbenden kunnen van 20 december tot en met 13 februari 2022 (in totaal acht weken inclusief de kerstvakantie) hun zienswijze indienen. Gelijktijdig ontvangt u als raad ook het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Als u er, net als het college, aan hecht dit belangrijke onderwerp al in dit stadium te bespreken dan kan dat in de volgende raadscommissie RO en in de daaropvolgende raad. Eventuele moties zullen dan als zienswijzen worden meegenomen in de Nota van Antwoord. Indien u dat wenst kan er voorafgaand een technische sessie worden georganiseerd. Gedurende de inspraak organiseert de gemeente tenminste één online bijeenkomst voor bewoners en belanghebbenden om hen te informeren en op te roepen om mee te denken. Het vervolgproces ziet er als volgt uit: - 20 december 2021 t/m 13 februari 2022 (in totaal acht weken inclusief de kerstvakantie): mogelijkheid om zienswijzen in te dienen en voor stadsdelen om advies te geven. - Jan 2022 (datum volgt): inspraakbijeenkomst - Jan 2022 (datum volgt): technische sessie voor raadsleden en stadsdeelbestuurders (indien gewenst) - 19 januari 2022: raadscommissie RO - 26 januari 2022: bespreking in de raad (indien gewenst) - Q1 2022: opstellen Nota van Antwoord - Q1 2022: college B&W - Medio 2022: vaststelling door de nieuwe raad Tot slot Amsterdam groeit: er komt steeds meer bebouwing bij.
Om goed te kunnen blijven functioneren, is voldoende en gevarieerd groen noodzakelijk. Daarom wijzen we de voor de stad onmisbare groengebieden aan als Hoofdgroenstructuur en behouden we deze voor nu en voor de toekomst. Op die manier blijft Amsterdam een mooie, gezonde en leefbare stad voor mens, plant en dier.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid
Bijlagen 1. Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur - inspraakversie 2. Concept Toetskaart Hoofdgroenstructuur - inspraakversie 3. Vergelijking oude en voorgestelde nieuwe Hoofdgroenstructuur
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl