Bijlage 1 - Raadsinformatiebrief actualisatie referentienormen college 25 juni.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 juni 2024 Maatschappelijke Voorzieningen Wethouder Moorman J.Hofman (MV) en M. Gerards (PMB), bestuurszaken.mv@amsterdam.nl Actualisatie Referentienormen maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
Geachte leden van de gemeenteraad, Graag informeer ik u dat het college op 25 juni 2024 de actualisatie van de Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen heeft vastgesteld. Maatschappelijke voorzieningen zijn onmisbaar voor een complete stad. De referentienormen helpen bij het vertalen van de sociale opgave naar fysieke ruimte in de gebiedsontwikkeling. Deze actualisatie heeft betrekking op de domeinen onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, kunst en cultuur, wpi en binnensport. De normen voor (anders) georganiseerde buitensport, groen en spelen worden herzien in een apart traject. Als deze ook geactualiseerd zijn, worden ze toegevoegd aan dit document De actualisatie van de referentienormen is reeds toegezegd in de uitvoeringsagenda omgevingsvisie die in 2021 met de raad is gedeeld. In 2018 werden drie woonmilieus onderscheiden. Echter, in de Omgevingsvisie 2050 is een vierde woonmilieu toegevoegd. Hierop moet de referentienorm worden aangepast. Daarnaast zijn Amsterdam en de wereld om ons heen continu in verandering. De referentienormen zijn een weergave van de maatschappelijke opgave. Evaluatie en herziening van de referentienomen zijn daarom van tijd tot tijd noodzakelijk. Tenslotte is gemerkt dat de referentienormen politiek en ambtelijk te technocratisch en normatief benaderd worden.
Wij hebben eerder toegezegd 1 u te informeren of en hoe de opgaven voor wat betreft maatschappelijke initiatieven, woonzorgconcepten en (asiel)opvang in de actualisatie zijn verwerkt. In deze brief nemen we u mee in de actualisatie van de Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, de bij de referentienorm behorende werkwijze en een aantal veranderingen ten opzichte van de referentienormen uit 2018. Daarna gaan we kort in op bovengenoemde opgaven. 1
Raadsinformatiebrief d.d. 29 november 2023 over de Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen en over de actualisatie
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 2 van 6
Actualisatie Met het vaststellen van deze actualisatie van de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen wordt duidelijk welke theoretische opgave hoort bij de vastgestelde woningbouwambitie uit de Omgevingsvisie 2050. Daarbij is het belangrijkste doel van de Amsterdamse Referentienormen om in een vroeg stadium inzicht te geven in de benodigde ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen in gebiedsontwikkeling en hiervoor voldoende vierkante meters te reserveren. Samen met de beleidsdirecties en maatschappelijke aanbieders Per beleidsdomein is bepaald voor welke voorzieningen de huidige normen volstaan en voor welke voorzieningen een aanpassing noodzakelijk was. Onderdeel van de gesprekken was het terugkijken op de ervaringen tot nu toe met de referentienorm. De actualisatie van de Amsterdamse referentienormen is gebaseerd op bestaand beleid, bestuurlijke ambities, actuele trends en ontwikkelingen en ervaringsgegevens. Afhankelijk van de voorziening is afgestemd met maatschappelijke aanbieders De actualisatie van de referentienormen sluit nu aan op de vier woonmilieus, zoals beschreven in de Omgevingsvisie 2050. Dit is gedaan op basis van een aantal referentiebuurten binnen de gemeente Amsterdam en demografische gegevens van de directie Onderzoek, Informatie en Statistiek.
Niet alle maatschappelijke voorzieningen die nodig zijn voor het goed functioneren van de stad zijn opgenomen als referentienorm. In de referentienorm zijn maatschappelijke voorzieningen opgenomen waarvoor de stad vanuit haar beleidsopgave verantwoordelijk is, maar ook voorzieningen waarvan de ervaring leerde dat die er zonder gemeentelijke inmenging niet zouden komen. Sport, groen en spelen Vanuit sport is binnen deze actualisatie alleen gekeken naar de norm voor de binnensport (sporthallen en zwembaden). Voor de norm voor de (anders) georganiseerde buitensport en sport in de openbare ruimte wordt samen met de norm voor groen en spelen een apart traject gevolgd. In het coalitieakkoord heeft het college de herijking van de groen- en sportnorm als aparte opgave verwoord. Na vaststelling worden de geactualiseerde normen als addendum toegevoegd in het document. Tot die tijd wordt voor buitensport, groen en spelen uitgegaan van de referentienormen uit 2018. Deze normen zijn daarom overgenomen in dit document. Handleiding voor het werken met de referentienorm Het is het van belang om u te realiseren dat de referentienormen een theoretisch model zijn. Zij kunnen nooit één op één worden toegepast. Ook is realisatie van de voorzieningen altijd afhankelijk van marktomstandigheden, de bereidheid van ontwikkelaars en mogelijkheden bij maatschappelijke aanbieders.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 3 van 6
Bij het bepalen van de opgave en de bijbehorende ruimteclaim moeten de bestaande en geplande maatschappelijke voorzieningen in de directe omgeving altijd worden meegenomen. Daarnaast spelen specifieke ontwikkelingen en problematiek in een bepaald stadsdeel of gebied, zoals demografie, sociale kwetsbaarheid en ligging een rol bij de totstandkoming van de totale ruimteclaim. De referentienormen vormen het startpunt van een goed gesprek over wat in sociaalmaatschappelijk opzicht de behoefte is in een gebied en de stad als geheel. Maatwerk en brede afweging blijven altijd noodzakelijk. In de Actualisatie van de Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen is daarom uitgebreid aandacht besteed aan hoe met de referentienorm gewerkt moet worden. Een geactualiseerde norm roept de vraag op hoe om te gaan met lopende projectgebieden en de ruimtelijke-sociale opgave in deze gebieden. Wetende dat de gebiedsontwikkeling, ontwikkelaars en beleggers gebaat zijn bij duidelijkheid en een stabiele lijn, is afgesproken om de geactualiseerde referentienorm toe te passen op gebiedsontwikkeling waar nog geen investeringsbesluit genomen is. In gebieden waarvoor wel een investeringsbesluit is genomen blijven de ruimtelijke en financiële kaders leidend.
Mocht er binnen zo’n gebied (maatschappelijk) programma vrijvallen, dan worden de geactualiseerde referentienormen meegenomen bij de afweging voor vervangend programma. Dit gebeurt ook bij actualisatie van een investeringsbesluit. Veranderingen ten opzichte van de vigerende referentienorm uit 2018 De grootste verandering in de actualisatie is dat een aantal maatschappelijke voorzieningen zijn toegevoegd. In de portefeuille democratisering is ervoor gekozen om maatschappelijk initiatief als nieuwe voorziening op te nemen in de actualisatie van de referentienorm. Daarnaast zijn een aantal bovenwijkse maatschappelijke voorzieningen opgenomen, waarvoor in de stad al een opgave lag, maar die tot nu toe nog niet opgenomen waren in de referentienorm. Het betreft verpleeghuizen, intramurale woonzorgvoorzieningen uit de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en vluchtelingenopvang. Het is de wens van het college om op deze ontwikkelingen vroegtijdig te anticiperen. Deze bovenwijkse opgave leidt ten opzichte van de vigerende referentienorm uit 2018 tot een theoretische stijging van de ruimteclaim met 3%. De toegenomen ruimteclaim is een ruimteclaim van bovenwijkse maatschappelijke voorzieningen en is dus niet op ieder project in de gebiedsontwikkeling toe te passen. De actualisatie leidt niet tot een hogere investeringsopgave voor het investeringsdomein MV.
Dit komt omdat de gemeente voor de meeste aan de referentienorm toegevoegde voorzieningen alleen de ruimteclaim doet en niet verantwoordelijk is voor de financiering. Vertrekpunt voor de uitwerking van de geactualiseerde norm in gebiedsontwikkeling is dat deze binnen de in de coalitie vastgestelde ruimtelijke- en financiële kaders moeten passen. Maatschappelijke initiatieven De afgelopen maanden is er aan de hand van gesprekken een analyse gemaakt over de vraag of het opnemen van maatschappelijke initiatieven in de referentienormen wenselijk en haalbaar is. De uitkomsten hiervan staan In de bijlage 3 “20240320 Analyse mogelijkheden referentienorm voor maatschappelijke initiatieven”.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 4 van 6
Conclusie is dat Maatschappelijke initiatieven niet geschikt zijn om op de reguliere manier (x woningen is x m2 bvo) op te nemen in de referentienormen. Hiervoor ontbreekt de noodzakelijke informatie. Deze informatie in beeld brengen is niet doenlijk en ook niet wenselijk. Daarentegen gaat het hier in de regel om organisaties die bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente. Maatschappelijk initiatief is daarom in de referentienorm opgenomen zonder specifieke norm. Het opnemen van Maatschappelijke initiatief in de referentienorm sluit aan bij de afspraken in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, over samen stadmaken en het zorgen voor ruimte voor initiatief. Om op transparante wijze te kunnen bepalen of maatschappelijke initiatieven die al bestaan in een projectgebied na de gebiedsontwikkeling behouden moeten blijven of niet zal een uniforme werkwijze ontwikkeld worden. Onderdeel hiervan is een duidelijke afbakening van maatschappelijke initiatieven en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling voor het al dan niet inpassen van deze initiatieven. Maatschappelijke initiatieven zijn daarmee niet zondermeer automatisch onderdeel van de bestaande opgave in de gebiedsontwikkeling. Intramurale woonzorgvoorzieningen In de vigerende referentienorm uit 2018 waren nog geen Wlz-voorzieningen opgenomen.
Niet de gemeente maar de rijksoverheid is verantwoordelijk voor mensen die langdurige, intensieve zorg thuis of in een instelling nodig hebben. In 2018 was de verwachting dat de toenemende behoefte aan intramurale zorg opgevangen kon worden in bestaand vastgoed. Daarbij was en is ook het beleid gericht op zo lang mogelijk zelfstandig wonen en wéér zelfstandig wonen. Inmiddels is gebleken dat er altijd vraag zal zijn naar intramurale woonzorgvormen voor mensen die om welke reden dan ook niet zelfstandig kunnen wonen. In de actualisatie zijn daarom verpleeghuizen en Woonzorgvoorzieningen die gefinancierd worden vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) toegevoegd aan de referentienormen. Verpleeghuizen Uit de woonzorganalyse van Companen (onderdeel van het Regiobeeld Amsterdam Vitaal en Gezond 2023 en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2023) blijkt dat door de groei en toenemende vergrijzing in Amsterdam 3.000 nieuwe verpleeghuisplekken nodig zijn t/m 2040. Het nieuwe rijksbeleid schrijft voor dat mensen in de toekomst zo lang mogelijk verzorgd moeten worden in hun eigen woning. De verpleeghuiscapaciteit mag niet worden uitgebreid. Maar geschikte zorgwoningen kunnen niet snel gerealiseerd worden. En er moeten altijd bedden zijn voor mensen die niet tot op het laatst thuis verzorgd kunnen worden. De bestaande verpleeghuiscapaciteit moet dan ook gehandhaafd worden.
Dit is opgenomen als ambitie in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. In sommige gevallen kunnen verpleeghuizen niet op de bestaande locaties gemoderniseerd worden. Het risico is dat de gebouwen zo slecht zijn, dat daar geen verpleeghuiszorg meer geleverd kan worden. Dat leidt tot een tekort aan bedden in de stad. In die gevallen moet elders naar een geschikte locatie worden gezocht. Voor de berekening van de norm is gebruik gemaakt van informatie van Woonzorg Nederland, een corporatie met veel ervaring in het ontwikkelen van verpleeghuizen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 5 van 6
Woonzorgvoorzieningen Naast behoefte aan verpleeghuizen is er ook vraag naar intramurale woonzorgvormen voor mensen met een beperking, die niet zelfstandig kunnen wonen. Uit de regio-analyse gehandicaptenzorg 2023 van het Zorgkantoor wordt een toename van de intramurale capaciteit voor 600- 800 cliënten de komende 5 jaar noodzakelijk geacht om aan de groeiende zorgvraag te voldoen en wachttijden te beperken. Woonzorgvoorzieningen die gefinancierd worden vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) waren nog niet opgenomen in de referentienorm. Gezien de verwachte behoefte in de stad is ervoor gekozen om de referentienorm woonzorgvoorziening toe te voegen. Met deze norm kan in de eerste planfase ruimte worden gereserveerd voor dit type woonzorgvoorzieningen. In het vervolgproces vindt in afstemming met ontwikkelaars en zorgaanbieders verdere concretisering plaats qua doelgroep, omvang, aantal plekken. De basis van de berekening van de referentienorm betekent niet dat er de komende vijf jaar daadwerkelijk 20 woonzorgvoorzieningen worden gerealiseerd. Gebiedsontwikkeling kent doorgaans lange doorlooptijden. (Asiel)opvang Op dit moment drukt de opvang voor vluchtelingen met name op de bestaande stad en is deze grotendeels geregeld in tijdelijke huisvesting. Amsterdam vindt het belangrijk om mensen op te vangen. Daarom wordt toegewerkt naar een hoger aandeel ‘vaste’ opvanglocaties.
Een zogenoemde ijzeren voorraad, flexibel in te zetten voor verschillende soorten opvang. Het toevoegen van een referentienorm voor de opvang van vluchtelingen sluit aan op deze ambitie. De berekeningen zijn gebaseerd op de opgave spreidingswet asielopvang (ca 4500 opvangplekken) en de opgave voor het realiseren van opvangplekken voor Oekraïne (ca 3085 opvangplekken). In de berekening is rekening gehouden met een toename van het aantal opvangplekken voor vluchtelingen. Voor Oekraïne is de opgave bijvoorbeeld inmiddels verhoogd naar 3719 opvangplekken per 1 januari 2025. Deze referentienorm draagt bij aan het evenredig verdelen van opvanglocaties over de bestaande stad en nieuwe stad die nu door gebiedsontwikkeling gemaakt worden. Omdat gebiedsontwikkeling een lange planningshorizon heeft zal het uiteindelijke resultaat van de referentienorm voor vluchtelingenopvang nog enkele jaren op zich laten wachten. In de actualisatie is de referentienorm voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) aangepast van 0,5 m2 bvo per nieuwe woning en naar 0,386 m2 BVO per nieuwe woning + 0,03 m2 terrein. Reden hiervoor is dat in de stad nu gewerkt wordt aan de planvorming en realisatie van 10 MOBW voorzieningen, die als vervanging van bestaande locaties worden gerealiseerd.
Deze nieuwe voorzieningen dragen bij aan de doelstellingen van evenredige verdeling van locaties over de stad, en kleinschaligheid. Op basis van de geactualiseerde referentienormen worden ruimteclaims gedaan voor de toekomst. De opgave die nu wordt gerealiseerd hoeft daarin niet meer meegenomen te worden.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 6 van 6
Ten opzichte van de vorige referentienorm is er in de actualisatie, zoals hierboven beschreven, een referentienorm toegevoegd voor asiel en Oekraïne, en is er een referentienormen toegevoegd voor intramurale voorzieningen binnen de Wlz. Bij elkaar opgeteld betekent dit de norm voor opvang in de stad aanzienlijk stijgt. Vervolg Bij de vaststelling van de Actualisatie Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen heeft het college ook ingestemd met het maken van een spreidingskaart en monitor voor de bovenwijkse opgave uit de Amsterdamse Referentienormen. De ervaring is namelijk dat het inpassen van een bovenwijkse voorziening een andere aanpak vraagt dan een wijkvoorziening. Dit komt door de omvang en of specifieke eisen van een dergelijke voorziening. Wij vinden het van belang om deze opgave beter te beleggen, afgestemd op andere bovenwijkse opgaven in de stad. Uiteraard in samenhang met de Integrale Opgavekaarten en de Gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Om vervolgens de voorgang op deze opgave in beeld te houden wordt ook gewerkt aan een stedelijke monitor. Maatschappelijke voorzieningen zijn onmisbaar in Amsterdam. Met de Actualisatie Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen groen en spelen is weer een stap gezet in het maken van een complete stad. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Coördinerend wethouder Maatschappelijke voorzieningen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl