Bijlage 1 raadsbrief programma radicalisering en extremisme najaar 2023.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de gemeenteraad
Datum Behandeld door Bijlage(n) Onderwerp
19 september 2023 Openbare Orde en Veiligheid, secretariaatoov@amsterdam.nl Informatiebeeld Radicalisering en Extremisme Rapportage vragenlijstonderzoek onder Amsterdamse professionals Koerswijziging programma Radicalisering en Extremisme
Geachte leden van de raad,
Sinds 2020 bent u ieder half jaar geïnformeerd over de werkzaamheden van het programma Radicalisering en Extremisme. In deze voortgangsbrieven schetsen we de belangrijkste ontwikkelingen in Nederland en Amsterdam, voorzien we deze van duiding en geven we een update van de inzet. Zoals al aangegeven in de brief van najaar 2022 is de problematiek van radicalisering en extremisme de afgelopen jaren sterk veranderd, wat vraagt om een herziening van het beleid.1 Door de huidige focus van het programma op mogelijke geweldsdreigingen is er onvoldoende ruimte om goed in te spelen op de wijze waarop extremisme zich nu in de stad manifesteert. Met name de opkomst van het anti-institutioneel extremisme en daarbij horende uitingsvormen stellen het programma voor nieuwe uitdagingen.2 Daarbij zien we dat de ondersteuningsbehoefte van professionals in de stad zijn verschoven. Daarom bevat deze brief een aantal voorstellen waarover het college met u in gesprek wil. Deze voorstellen zijn gebaseerd op het informatiebeeld Radicalisering en Extremisme en het onderzoek dat onlangs is uitgevoerd onder professionals in de stad. Deze voorstellen hebben deels betrekking op het verleggen van de focus en deels op aanvullende activiteiten. De kernwerkzaamheden, zoals de uitvoering van de integraal Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (iPGA-R) worden dan ook 1
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/1067148
2
Zie het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) 58 van mei 2023
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 2 van 9
voortgezet; dit geldt eveneens voor de uitvoering van trainingen en het onderhouden van opgebouwde netwerken in de stad. Deze brief is als volgt opgebouwd: eerst zetten we de belangrijkste ontwikkelingen op een rij, vervolgens geven we aan tot welke uitdagingen dat leidt en tot slot geven we aan welke aanvullingen en aanpassingen nodig zijn in het programma. 1. Ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme Zoals gewoonlijk schetsen we eerst de belangrijkste ontwikkelingen ten aanzien van radicalisering en extremisme in Amsterdam. Het jaarlijkse informatiebeeld, gesprekken met partners en professionals in de stad en een vragenlijstonderzoek onder Amsterdamse professionals laten zien dat de aard van de dreiging verandert, nieuwe vraagstukken om onze aandacht vragen en de behoeften van professionals verschuiven. Informatiebeeld: de veranderde aard van de dreiging In het voorjaar is een actueel informatiebeeld Radicalisering en Extremisme opgesteld waarin we informatie van verschillende veiligheidspartners combineren met informatie uit de stad. Het informatiebeeld vormt de basis voor het beleid en de inzet van het programma, en de voorgestelde wijzigingen. Uit het informatiebeeld blijkt dat we sinds een aantal jaar te maken hebben met een diffuus dreigingsbeeld, waarbij de dreiging uitgaat van een divers palet aan extremistische stromingen en gedragingen.
Daarbij is bovendien steeds meer sprake van een zogenaamde salad bar ideologie, waarbij mensen hun eigen ideologie samenstellen vanuit losse fragmenten van verschillende denkbeelden. Dit is met name zichtbaar bij het relatief nieuwe fenomeen wat door de AIVD ‘anti-institutioneel extremisme’ is genoemd. In zijn algemeenheid zien we dat het aantal personen in de integraal Persoonsgerichte aanpak – Radicalisering (iPGA-R) en het aantal meldingen bij het Steunpunt terugloopt in vergelijking met een aantal jaren geleden. Tegelijkertijd zien we andere vraagstukken opkomen die vragen om een ander perspectief dan het veiligheidsperspectief, omdat er in de eerste instantie geen risico op geweld van uit gaat. Hieronder geven we kort de belangrijkste conclusies uit het informatiebeeld weer. Islamitisch extremisme De belangrijkste dreiging van een terroristische aanslag in Nederland blijft uitgaan van islamitisch extremisme. Het afgelopen jaar is de dreiging vanuit de mondiale jihadistische beweging volgens de AIVD toegenomen, met name vanuit door ISIS aangestuurde netwerken. De meeste aanslagen in het Westen worden echter nog steeds gepleegd door alleen handelende daders en zijn vaak kleinschalig. Dikwijls gaat extremistisch gedachtegoed bij deze personen samen met psychische problematiek.
Verder blijft de omvang en dreiging van de Nederlandse jihadistische beweging gelijk; het ideaal van een islamitische staat en de bereidheid hiervoor geweld te gebruiken blijven bestaan. De internationale ontwikkelingen leiden dus nog niet tot een ander beeld als het gaat om aanhangers van dit gedachtegoed in Nederland. Dit zien we terug bij de (beperkte) meldingen en personen die instromen in de iPGA-R. Vanaf 2021 is het aantal personen dat voor islamitisch extremisme in de iPGA-R is opgenomen sterk gedaald. Veel ‘oude’ casussen zijn uitgestroomd, omdat zij geen tekenen van een risico op geweld meer laten zien. De terugkeer van Syriëgangers, die eerst hun straf uitzitten en daarna terugkeren in de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 3 van 9
samenleving, en de opvang van hun kinderen, blijven echter onze aandacht vragen. Daarnaast vormt de toegenomen aanwezigheid van online jihadistische propaganda een risico. Nog altijd betreft het merendeel van de casuïstiek en van de meldingen bij het Steunpunt Radicalisering islamitisch extremisme (16 meldingen sinds het vorige informatiebeeld van april 2022). Rechtsextremisme Sinds 2020 waarschuwen AIVD en NCTV voor de opkomst van rechtsextremisme. De terroristische geweldsdreiging vanuit het rechtsextremisme gaat voornamelijk uit van aanhangers van het accelerationisme. De inschatting van de AIVD is dat er in Nederland enkele honderden aanhangers zijn van dit gedachtegoed. In Amsterdam is dit gedachtegoed in meerdere casussen en meldingen te zien. Aanhangers van het accelerationisme zijn voornamelijk jonge mannen, vaak met een instabiele thuissituatie en psychosociale problematiek. Zij staan internationaal met elkaar in contact en verheerlijken rechts-terroristische aanslagplegers. Doordat de gedragingen zich hoofdzakelijk online af spelen, is dit vaak onzichtbaar voor de omgeving en/of professionals. Daarnaast zijn er rechtsextremisten waar geen geweldsdreiging van uitgaat maar die wel een bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde, omdat zij hun gedachtegoed actief proberen te normaliseren.
Sinds december 2022 zijn er op verschillende plekken in Nederland rechtsextremistische laserprojecties geweest waarbij racistische en antisemitische teksten werden geprojecteerd op gebouwen, waaronder op enkele plekken in Amsterdam. Sinds het vorige informatiebeeld (april 2022) kwamen vier meldingen binnen bij het Steunpunt Radicalisering over rechtsextremisme. Ook zijn er verschillende voorbeelden van extreemrechtse acties in de stad. Anti-institutioneel extremisme Het anti-institutioneel extremisme is een relatief nieuwe stroming die is gebaseerd op het wereldbeeld dat er een kwaadaardige elite aan de macht is die de bevolking wil onderdrukken of zelfs wil vermoorden. De omvang van de anti-institutioneel extremistische beweging is het afgelopen jaar gegroeid. De inschatting van de AIVD is dat meer dan honderdduizend Nederlanders in meer of mindere mate geloven in dit zogenoemde kwaadaardige elite-narratief. De voornaamste dreiging die uitgaat van het anti-institutioneel extremisme is ondermijning van de democratische rechtsorde op de lange termijn. Daarnaast gaat er op kortere termijn een geweldsdreiging uit van een klein deel van de aanhangers. In totaal zijn bij het Steunpunt Radicalisering negen meldingen binnengekomen over deze vorm van extremisme, waarvan drie sinds het vorige informatiebeeld (april 2022).
Het kwaadaardige elitenarratief is breder zichtbaar in de stad: zowel onder Amsterdammers als bij demonstraties waar eveneens mensen van buiten Amsterdam aan deelnemen. De aanhangers vormen een zeer diverse groep mensen met verschillende denkbeelden. We zien dat het anti-institutionele gedachtegoed zich op verschillende manieren manifesteert in Amsterdam. Anti-institutioneel extremisten zien politieke en bestuurlijke ambtsdragers, maar ook anderen die zij beschouwen als onderdeel van ‘de elite’ (zoals politie, wetenschappers en journalisten), als vijanden van de Nederlandse bevolking. Vanuit deze overtuiging worden zowel online als offline bedreigingen en doodswensen geuit of worden anderen opgeroepen om ‘in actie te komen’. Persoonlijke aanvallen op personen die gezien worden als vertegenwoordigers van de overheid, instituties of ‘elite’ zijn kenmerkend voor anti-institutioneel extremisme. Functionarissen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 4 van 9
worden persoonlijk verantwoordelijk gehouden, aangesproken op hun identiteit en soms benaderd in hun persoonlijke leefomgeving. De haat en aanvallen richten zich op hen als persoon in plaats van op het instituut, de organisatie of het beleid wat zij vertegenwoordigen en gaan gepaard met grote vijandigheid of zelfs ontmenselijking. In sommige gevallen worden personen belemmerd in hun werk. Dit speelt zich voor een groot deel online af, al dan niet door gecoördineerde massale (haat)acties. Er zijn de afgelopen jaren meerdere voorbeelden bekend van Amsterdammers met een prominente of publieke functie die een grote hoeveelheid online haat over zich heen kregen. Dikwijls blijven de hatelijke uitingen precies binnen de grenzen van de wet. Daarmee is het mogelijk dat de individuele uitingen an sich niet strafbaar (of problematisch) zijn maar dat de veelheid aan negatieve reacties zeer intimiderend, belastend of zelfs traumatisch kan zijn voor het doelwit. Een deel van de aanhangers van anti-institutionele denkbeelden keert zich actief af van de maatschappij. Deze zogenoemde soevereinenbeweging is de afgelopen drie jaar aanzienlijk gegroeid en bestaat landelijk vermoedelijk uit enkele duizenden personen.3 Het gaat hierbij om losse samenwerkingsverbanden van een diverse groep gelijkgestemden, en dus niet om een homogene groep of organisatie.
Aanhangers stellen dat de overheid niet (langer) legitiem is en verklaren zichzelf onafhankelijk van de staat (‘soeverein’ of ‘autonoom’). Een deel richt zich van de overheid af en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te leven, maar respecteert nog wel de wet- en regelgeving. Een ander deel stelt echter dat zij niet meer gebonden zijn aan wet- en regelgeving. Zij weigeren belastingen, boetes, huur of hypotheek te betalen, gaan over tot thuisonderwijs of zeggen verplichte verzekeringen op. Dit kan leiden tot grote persoonlijke en/of financiële problemen. Tot slot is er een beperkte groep soevereinen die (potentieel) gewelddadig zijn. Dit zijn tot nu toe vaak mensen met veel problematiek en jarenlange aanvaringen met de autoriteiten. Dergelijke voorbeelden vanuit Amsterdam zijn tot dusver niet bekend. Wel blijkt uit verschillende bronnen dat soevereine denkbeelden voorkomen in de stad, zo komen bij diverse organisatieonderdelen van de gemeente met enige regelmaat brieven van ‘soevereine’ Amsterdammers binnen.
De aanwezigheid van anti-institutioneel extremisme speelt in een bredere maatschappelijke context, waarbij het vertrouwen tussen burger en overheid onder druk staat.4 Veel verschillende factoren spelen hierin een rol: structurele ongelijkheid, armoede, inflatie en hoge energieprijzen, problemen op het gebied van de woningmarkt, het klimaat en andere beleidsthema’s, polariserende krachten als gevolg van onder andere individualisering, mondialisering, de opkomst van sociale media en verlies van economische en maatschappelijke zekerheden. Maar ook zeker niet in de laatste plaats draagt het optreden van de overheid zelf hier aan bij.5 Linksextremisme De AIVD en de NCTV zien geen toename van links-extremistische activiteiten of van een toegenomen dreiging vanuit de linkse beweging in Nederland.6 Dit sluit aan bij het beeld van linksextremisme in Amsterdam, namelijk dat de geweldsdreiging zeer beperkt is en de actieve 3
DTN 58.
4 Door het Stedelijk Strategieteam zijn twee ambtelijke verkenningen gedaan naar deze context: Wrijving en Glans
in de stad en De betrouwbare gemeente. 5 Zie bijvoorbeeld ‘Atlas van afgehaakt Nederland’ (2021), jaarverslag Raad van State (2022), of ‘Gezag herwinnen’ van de Raad voor het Openbaar Bestuur (2022). 6 Jaarverslag AIVD 2022, DTN 58.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 5 van 9
extreemlinkse beweging overwegend geduid wordt als activistisch. Daarbij is te zien dat extreemlinks met regelmaat reageert op extreemrechts, waardoor een toename in acties vanuit extreemrechts zorgt voor een toename in (tegen)acties vanuit extreemlinks. Het afgelopen jaar zijn er geen personen in de iPGA-R opgenomen vanwege linksextremisme. Ook zijn er over deze vorm van extremisme geen meldingen of adviesvragen binnengekomen bij het Steunpunt. Nieuw vraagstuk: ongewenste buitenlandse inmenging De NCTV en AIVD waarschuwen al een aantal jaar voor dit vraagstuk, en ook bij het Steunpunt Radicalisering krijgen we hier meer vragen en meldingen over, bijvoorbeeld over personen met Turkse achtergrond die zich onveilig voelen vanwege vermeende banden met de Gülen-beweging of over personen uit Eritrea die door de Eritrese overheid onder druk worden gezet om financiële bijdrage te leveren. Uit gesprekken met professionals maken we op dat dit slechts het puntje van de ijsberg is. Veranderende behoeften van professionals Onlangs is het tweede vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder Amsterdamse professionals (bijlage 2). De veranderingen in het extremistische landschap zorgen ervoor dat professionals andere vragen en behoeften hebben van het programma.
Het is opvallend dat meer dan de helft van de professionals aangeeft in de afgelopen twee jaar (vermoedens van) tenminste één vorm van extremisme tegen te zijn gekomen. Tegelijkertijd geeft slechts 14% van de professionals aan weleens contact te hebben gehad met het Steunpunt Radicalisering, terwijl een groot deel (ca. 70%) wel bekend is met het Steunpunt. Het is dus niet zo dat professionals het Steunpunt niet kennen. Hierdoor wordt duidelijk dat professionals het Steunpunt dus lang niet altijd als de logische en laagdrempelige plek zien voor zorgen. Bellen met een telefoonnummer lijkt voor een deel van de professionals te veel op melden en past niet goed bij de aard van de zorgen die ze zich maken. Tevens geven zij aan zich zorgen te maken over de gevolgen voor hun cliënt. We moeten onze verwachtingen aan professionals aanpassen aan de veranderende problematiek. Tot nu toe zetten we vooral in op het vergroten van de signaleringskracht van professionals, zodat (indien er sprake is van een geweldsdreiging) geradicaliseerde personen opgenomen kunnen worden in de iPGA-R.
We zien echter steeds meer dat professionals een primaire rol kunnen spelen in het tegengaan van radicalisering, door contact te leggen en te houden met mensen die extremistische denkbeelden (zoals het kwaadaardige elite narratief) aanhangen, door gesprekken te voeren en waar nodig hulp, zorg en ondersteuning te bieden. Deze laagdrempelige benadering past beter bij de gedragingen en uitingen die we momenteel zien en bij de zorgen zoals de professionals die ervaren. Tevens wanneer het gaat om ongewenste buitenlandse beïnvloeding zien we onder professionals behoefte aan steun bij het ondersteunen van slachtoffers. Naast meedenken over wat er speelt en gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen, heeft het betrekking op het leggen van lijnen naar de veiligheidspartners en het Rijk (NCTV en Buitenlandse Zaken). Daarnaast roept dit fenomeen andere vragen op, bijvoorbeeld voor de openbare orde of voor bedrijfsspionage.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 6 van 9
2. Uitdagingen voor het programma Deze ontwikkelingen stellen het programma Radicalisering en Extremisme voor een aantal uitdagingen: - We worden vaker geconfronteerd met uitingen en gedragingen, die dikwijls niet gewelddadig of strafbaar zijn, maar in hun effect wel ondermijnend voor de democratische rechtsorde. Veel van de uitingen vanuit rechtsextremistische en anti-institutioneel extremistische hoek en van ongewenste buitenlandse inmenging passen daarom eerder in de categorie ‘ondermijning van de democratische rechtsorde’ dan de categorie ‘gewelddadig extremisme’. Denk aan doxing, (online) intimidatie, online massahaat met extremistische kenmerken of bewuste onttrekking aan het gezag. De daders van dit soort acties zijn niet gewelddadig genoeg om te voldoen aan de criteria van de iPGA-R, maar hun slachtoffers (politici, journalisten, ambtenaren, etc.) ervaren wel een beperking in hun functioneren en hun welzijn. Kortom: we zien dat individuen in hun vrijheden worden beknot, dat in vrijheid deelnemen aan de democratische rechtsorde wordt belemmerd, dat getracht wordt een parallelle wereld te creëren en dat mensen worden opgezet tegen andere groepen (of de overheid en haar instituties). - Veel gebeurt online. Dit geldt voor alle vormen van extremisme.
Signalering is hierdoor een groot probleem; de gemeente heeft geen bevoegdheden en is preventief nauwelijks aanwezig, politie kan alleen na signalen monitoren en heeft beperkte capaciteit, AIVD kan wel signaleren en monitoren maar kan bij het ontbreken van een risico voor de nationale veiligheid geen signalen vroegtijdig bij de gemeente beleggen. - Specifiek voor anti-institutioneel extremisme geldt dat het doel van de ‘beweging’ veel minder duidelijk antidemocratisch is dan dat van andere extremistische stromingen. Men streeft niet naar stichting van een islamitische staat of een witte etnostaat, maar naar ‘bevrijding’ van de elite. Het extremistische karakter van de stroming zit meer in de ingezette methodes en de effecten die het op de lange termijn sorteert. Dit bemoeilijkt signalering maar roept ook de vraag op of het frame van ‘extremisme’ passend is. - Rechtsextremisme en met name anti-institutioneel extremisme zijn veel politieker dan voorheen. Niet alleen is de aanhang (van bv. het kwaadaardige elite narratief) veel groter, onderdelen van het narratief zijn in afgezwakte vorm te horen in de politieke arena, wat een duidelijk onderscheid lastig maakt. Dit zorgt voor normalisering van extreem gedachtegoed en bemoeilijkt signalering. Bovendien maakt het inzet vanuit het programma radicalisering en extremisme erg gevoelig, wat kan zorgen voor verlamming.
De laatstgenoemde vormen van extremisme zijn onderdeel van (of misschien beter: uitwassen van) veel bredere (en volstrekt legitieme) maatschappelijke ontwikkelingen, zoals een breed gedeeld wantrouwen in de overheid, opkomst van een tegenbeweging tegen met conservatievere ideeën over de inrichting van de samenleving, de weerstand tegen de komst van asielzoekers, etc. Dit maakt het veel moeilijker om een onderscheid te maken tussen legitieme en extremistische uitingen, en dus om extremisme te signaleren maar tegelijkertijd te voorkomen dat grote groepen mensen onterecht in de hoek van extremisme worden gedrukt. Daarbij is het de vraag of het veiligheidsperspectief waaruit het programma R&E opereert wel past bij de problematiek. Zeker omdat we weten dat er vaak ook andere problemen spelen wanneer personen bij ons in beeld komen. 3. Aanpassingen in de koers van het programma Het programma radicalisering en extremisme heeft de capaciteiten en expertise om een belangrijke rol te spelen in het omgaan met bovengenoemde ontwikkelingen. We benoemen er een aantal:
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
-
-
-
-
19 september 2023 Pagina 7 van 9
Het programma heeft een goede informatiepositie opgebouwd. We staan in nauw contact met organisaties in zowel het sociale domein als het veiligheidsdomein, waardoor we weten we wat er speelt in de stad. Door de samenwerking met een brede groep professionals heeft het programma een groot bereik onder Amsterdammers en is veel en diverse expertise te mobiliseren voor het tegengaan van allerlei vormen van radicalisering en extremisme. Er is expertise en ervaring opgebouwd in het persoonsgericht werken, het realiseren van duurzame gedragsverandering en in het in contact komen en blijven met mensen met extreme/ radicale maatschappelijke opvattingen. Via de projectleiders sociale veiligheid van de stadsdelen is er een goede ingang om de democratische veerkracht van de stad te vergroten, zonder het stigma van radicalisering.
Wel is het nodig om een aantal aanpassingen aan het programma radicalisering en extremisme te doen. Belangrijkste is dat we meer willen werken vanuit vertrouwen in plaats van het problematiseren van groepen burgers. Hieronder worden een aantal richtingen geschetst waar we met u over in gesprek willen A. Andere rol van professionals: van focus op signaleren naar focus op zelfstandig handelen De focus in de samenwerking met professionals ligt tot nu toe in het vroegtijdig signaleren van radicalisering richting gewelddadig extremisme. Deze focus volstaat niet meer, zoals de behoeftepeiling onder professionals laat zien. De uitingsvormen van rechtsextremisme en antiinstitutioneel extremisme vragen om een andere benadering. We stellen daarom voor de rol van professionals in de stad te veranderen; van signaleren en melden naar in contact blijven en waar mogelijk zelfstandig handelen. Dit vraagt een andere inzet van het programma, meer gericht op het in staat stellen om te handelen en minder op signaleren. We stellen voor om de focus te verleggen naar het ondersteunen van professionals in het omgaan met personen met extremistisch gedachtengoed of die lijken te radicaliseren. Vooral omdat we te maken hebben met een andere doelgroep en we mensen niet onnodig in het frame van ‘veiligheidsprobleem’ willen duwen.
Vaak kan verdergaande radicalisering voorkomen worden door vroegtijdig op de juiste manier met een persoon in gesprek te komen en te blijven. Niet vanuit veiligheidsperspectief, maar vanuit het perspectief van de zorg en het sociaal domein. We helpen professionals om het contact met de persoon te leggen en te behouden, zonder zelf met de betreffende persoon aan de slag te gaan of persoonsgegevens te verwerken. Waar nodig verwijzen we warm door naar het sociaal domein en voegen expertise op het gebied van radicalisering aan de begeleiding toe. Concreet betekent dit dat we professionals toerusten en ondersteunen om in contact te treden, bijvoorbeeld als het gaat om personen die zich soeverein verklaren. B. Meer aandacht voor slachtoffers van extremisme en ongewenste buitenlandse inmenging Tot nu toe is het programma Radicalisering en Extremisme gericht op potentiële daders, en daarmee op radicaliserende en extremistische personen. Dat was logisch in de tijd dat het dreigingsniveau voor een grootschalige, georganiseerde terroristische aanslag hoger was, wat ons tot nu toe gelukkig bespaard is gebleven. Bij nieuwe vormen van extremisme zien we echter dat op andere manieren, door (online) intimidatie en bedreigingen, wel daadwerkelijk slachtoffers worden gemaakt. Dit valt bijvoorbeeld op bij anti-institutioneel extremisme maar ook bij intimidatie binnen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 8 van 9
diasporagroepen Daarom stellen we voor om het bijstaan van deze personen op te nemen in de scope van het programma radicalisering en extremisme.
Concreet betekent dit dat wanneer een persoon door ongewenste buitenlandse inmenging of intimidatie vanuit extremistisch gedachtegoed beperkt wordt in het functioneren binnen de democratische rechtstaat, ondersteunen we deze persoon waar mogelijk en staan we de persoon bij. We bieden een luisterend oor, leggen waar nodig lijnen met de juiste veiligheidspartners, coördineren de inzet van professionals (van wijkagent tot psychologische ondersteuning) waar nodig en agenderen het onderwerp bij de rijksorganisaties die hier met diplomatieke middelen iets tegen kunnen doen. C. Nieuwe samenwerkingen en mogelijkheden benutten online domein Om beter te weten wat er speelt aangaande rechtsextremisme, anti-institutioneel extremisme en ongewenste buitenlandse inmenging, is het noodzakelijk om onze samenwerking met organisaties uit te breiden. Bijvoorbeeld met de Belastingdienst, Juridische Zaken en Dienstverlening als het gaat om soevereinen, en met klantbegeleiders van WPI als het gaat om ongewenste buitenlandse inmenging. We moeten daarnaast meer gebruik maken van de mogelijkheden om online informatie te verzamelen voor ons informatiebeeld op fenomeenniveau, binnen de kaders van de AVG. Voorwaarde is dat we steeds goed uitleggen waarom we dat doen, en dat we voorkomen dat het systematisch wordt.
Op deze manier kunnen we beter zicht krijgen op fenomenen die de democratische rechtsorde ondermijnen (bv. aanjagers binnen de anti institutionele extremistische beweging of rechtsextremistische beweging). Een voldoende expliciete taak voor gemeenten om online informatie te verzamelen ter voorkoming van radicalisering en extremisme ontbreekt nog. Tegelijkertijd liggen er wel vragenstukken rondom het voorkomen van openbare ordeverstoringen in de stad. De gemeente is bij uitstek in staat is om samen met maatschappelijke partners hier een preventieve en de-escalerende rol in te nemen. We verkennen de mogelijkheden verder met de privacy juristen. D. De democratische veerkracht in de stad versterken Het huidige diffuse dreigingsbeeld en de opkomst van het anti-institutioneel extremisme vormen een aanleiding om te investeren in de democratische veerkracht van Amsterdammers. Het primaire doel van de inzet die we in dit kader kunnen uitvoeren is het vergroten van de democratische veerkracht en dus niet het tegengaan van radicalisering en extremisme. Dit past ook beter bij de rol van de gemeente; we zijn niet het verlengstuk van de veiligheidsdiensten, maar leveren een positieve bijdrage aan de Amsterdamse samenleving.
Om de democratische veerkracht van de stad te versterken organiseren we activiteiten gericht op (online) ideologische weerbaarheid en mediawijsheid, morele betrokkenheid en democratische vorming. We zorgen hierbij voor een goede aansluiting op reeds bestaand aanbod gericht op burgerschap, identiteitsvorming en sociale vaardigheden. Het gaat dus niet om individuele interventies op basis van concrete signalen, en daarmee niet risico gestuurd. In elk stadsdeel hebben we daarnaast een lokale aanpak waarbij lokale netwerken en initiatieven benut worden om te zorgen voor een ondersteunende en veerkrachtige sociale omgeving.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
19 september 2023 Pagina 9 van 9
Tot slot Met deze wijzigingen kan het programma inspelen op de beschreven uitdagingen en blijven we werken aan een veerkrachtige en veilige stad, waarin idealen nagestreefd worden met democratische middelen. Vanuit de opgebouwde kennis en netwerken verbreden we het blikveld, sluiten we aan bij de behoeften van professionals, staan we naast slachtoffers, verkennen we onze rol in het online domein en dragen we bij aan de democratische veerkracht van Amsterdam. Daarnaast blijven we uiteraard alert op signalen van radicalisering tot gewelddadig extremisme. In het voorjaar van 2024 wordt u geïnformeerd over de voortgang.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Bijlagen 1. Informatiebeeld Radicalisering en Extremisme (juni 2023) 2. Rapportage vragenlijstonderzoek onder Amsterdamse professionals
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl