CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Raadsadres reactie op TAC-preadvies Diemerpark – 2 sportvelden clubgebouw en parkeren

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 20 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de beantwoording van het raadsadres reactie TAC preadvies Diemerpark – 2 sportvelden, clubgebouw en parkeren (VN2024-003308)1.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: college van B&W CC. : gemeenteraad van Amsterdam, stadsdeelcommissie Oost Onderwerp: TAC-preadvies Diemerpark – 2 sportvelden, clubgebouw en parkeren Amsterdam, 3 december 2023 Geacht college, Op 30-10-2023 bracht de TAC voor de derde keer sinds 2018 een preadvies uit over een plan voor uitbreiding van de sportvelden en parkeerplaatsen in het Diemerpark. Omdat het Diemerpark ons aan het hart gaat hebben we het TAC-preadvies geanalyseerd. Bovendien hechten we aan een correct historisch perspectief. Naar aanleiding daarvan hebben we de behoefte om op het TAC-advies te reageren. Het TAC-preadvies bestaat, na een inleiding, uit drie onderdelen: 1. Plan In dit onderdeel wordt een plan beschreven dat inhoudt dat de twee huidige sportverenigingen (voetbal en hockey) in het Diemerpark gevestigd blijven en dat beide verenigingen er een veld bij krijgen. 2. Formeel advies Dit onderdeel bevat het advies van de TAC op basis van toetsing aan het vigerende beleid. 3. Informeel advies (nieuwe beleidskader) Dit onderdeel bevat het advies als het plan getoetst zou worden aan het nieuwe concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Het Beleidskader zal onderwerp zijn van een op 06-06-2024 te houden raadgevend referendum onder de bewoners van Amsterdam. Hieronder citeren we enkele passages uit de twee eerste onderdelen Plan en Formeel advies, en stellen we daar een paar vragen over.

1. Plan Citaat: “Van de voorgestelde uitbreiding van parkeerfaciliteiten tot 90 parkeerplaatsen geeft u (…) aan dat dit in lijn is met het toegestane vanuit het vigerende bestemmingsplan. Dit aangezien die het onder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om de parkeerplaatsen binnen de sportbestemming te verplaatsen naar een ander deel van het terrein.” In dit citaat wordt verwezen naar het bestemmingsplan. In artikel 17.5.3 Parkeervoorzieningen van de bestemmingsplanregels van het vigerende bestemmingsplan (IJburg 1e fase – 2013) staat: “Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn maximaal 42 parkeerplaatsen toegestaan.” In artikel 17.6 Wijzigingsbevoegdheid staat: “Het Dagelijks Bestuur is bevoegd (…) ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone-wijzigingsgebied' het bestemmingsplan te wijzigen door het aanduidingsvlak 'parkeerterrein' te verplaatsen, met dien verstande dat: a. verplaatsing van het aanduidingsvlak alleen is toegestaan naar de eveneens als 'wro-zone-wijzigingsgebied' aangeduide gronden; b. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid alleen is toegestaan indien ter plaatse van het te verplaatsen aanduidingsvlak geen parkeerplaatsen zijn gerealiseerd; c.

toepassing van de wijzigingsbevoegdheid alleen is toegestaan indien het parkeerterrein ter plaatse van de eveneens als 'wro-zone- wijzigingsgebied' aangeduide gronden op een verkeerskundig aanvaardbare manier wordt ontsloten vanuit de richting van de Diemerzeedijk en negatieve effecten voor de ecologie zoveel mogelijk worden beperkt.” We stellen vast dat in artikel 17.5.3 in de bestemmingsplanregels uitdrukkelijk gesproken wordt over 42 parkeerplaatsen. In artikel 17.6 is het mogelijk gemaakt om die 42 parkeerplaatsen te verplaatsen naar een ander deel van het sportgebied, maar daar mogen dan niet al parkeerplaatsen gerealiseerd zijn. Uitbreiding tot 90 parkeerplaatsen, zoals in het preadvies staat, lijkt ons dan ook evident strijdig met het bestemmingsplan. We zouden daarom graag uitleg ontvangen waarom gesteld wordt dat de voorgestelde uitbreiding tot 90 parkeerplaatsen “in lijn is met het toegestane vanuit het vigerende bestemmingsplan”.

2. Formeel advies Citaat 1: “Op grond van de door u verstrekte informatie (…) constateert de TAC dat dit voorstel (…) in principe en onder voorwaarden inpasbaar is in de Hoofdgroenstructuur. Deze voorwaarden betreffen: 1. Dat de voorgestelde begrenzing van het sportpark als eindsituatie bestendigd wordt door deze als nieuwe begrenzing van het groentype sportpark (…) aan te houden en het restant (9 minus 7,7 hectare) huidige sport bestemming om te zetten in het groentype natuurpark. 2. Dat de voorgestelde bebouwing en verharding daadwerkelijk compact blijft en in lijn met wat het bestemmingsplan op dit moment toestaat.” Citaat 2: “Toetsend aan het beleidskader Hoofdgroenstructuur staat echter buiten kijf dat de uitbreiding van het sportpark met 2 sportvelden en de verplaatsing van het clubhuis gedeeltelijk (…) binnen het groentype ‘ruigte/struinnatuur’ plaatsvindt. Deze voorzieningen zijn daar niet inpasbaar en mogen hier niet mee opgevuld worden.” Citaat 3: “De TAC realiseert zich dat de omvang van het huidige sportpark op dit moment groter is dan het vanuit het beleidskader Hoofdgroenstructuur in 2011 begrensde groentype ‘sportpark’.

Uitgangspunt voor onze advisering vormt echter het vanuit het bestemmingsplan IJburg 1e fase vergunde sportbestemmingsmogelijkheid ter grootte van 9 hectare.” Uit citaat 1 blijkt dat de TAC een (in principe) positief preadvies afgeeft over de voorgenomen uitbreiding tot 8 sportvelden omdat dit inpasbaar zou zijn in de Hoofdgroenstructuur. Uit citaat 3 blijkt dat dit positieve preadvies gebaseerd is op het bestemmingsplan. Het is dus niet gebaseerd op het vigerende beleid voor de Hoofdgroenstructuur, beschreven in de Structuurvisie Amsterdam 2040. In de inleiding van dit preadvies en een groot aantal andere TAC-adviezen, staat de zin: “De TAC is gehouden haar adviezen te baseren op de richtlijnen die zijn vastgelegd in het instrumentarium voor de Hoofdgroenstructuur van de ‘Structuurvisie Amsterdam 2040 (…)’.” Dit staat ook duidelijk in de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de technische adviescommissie (Verordening op de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur 2019). Uit citaat 2 blijkt dat, als de TAC zich gebaseerd had op de Structuurvisie Amsterdam 2040, zij een negatief advies had moeten uitbrengen. Zo redenerend begrijpen we niet waarom de TAC dan toch een (in principe) positief preadvies afgeeft.

De TAC is kennelijk bezorgd “dat er op termijn mogelijkerwijs vanuit de resterende sportopgave in IJburg 1 alsnog extra sportvelden in het Diemerpark ingepast dienen te worden bij gebrek aan alternatieven op de korte en middellange termijn” en is al lang “blij (…) dat er een voorstel ligt waarbij de uitbreiding van het sportpark zich beperkt tot 2 sportvelden.” Daarom vermoeden we dat de TAC, ondanks dat het uitbreidingsplan strijdig is met de Structuurvisie Amsterdam 2040, gehoor heeft gegeven aan de wens van het projectteam om een positief preadvies uit te brengen na de eerdere twee negatieve preadviezen. Het college heeft nu nog de taak om te voldoen aan de voorwaarde van de TAC om in het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur het groentype ‘sportpark’ op 7,7 ha vast te stellen (“De toevoeging van 2 sportvelden resulteert in een bruto totaal oppervlak (…) van 7,7 hectare sport.”). We vermoeden dat het projectteam ervan uit zal gaan dat dit op steun van de gemeenteraad kan rekenen. Op basis van het oude plan voor uitbreiding met vier sportvelden, was het groentype ‘sportpark’ in het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur immers al vergroot van bijna 4,7 ha naar 11,6 ha. Door 11,6 ha (of 9 ha ‘sport’ in het bestemmingsplan) te beperken tot 7,7 ha, zou dit bovendien gepresenteerd kunnen worden als ‘groene winst’ .

We zouden we graag toegelicht zien waarom de TAC haar positieve preadvies baseert op het bestemmingsplan en niet, zoals de Verordening op de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur voorschrijft, op de Structuurvisie Amsterdam 2040. Hieronder lichten we toe waarom niet alleen het zich baseren op het bestemmingsplan in plaats van op het beleid voor de Hoofdgroenstructuur een volgens ons onterecht positief TAC-advies oplevert, maar ook waarom het uitbreidingsplan niet in lijn is met de doelstelling van het bestemmingsplan.

VERSCHIL TUSSEN BELEID EN BESTEMMINGSPLAN Het gebied met de bestemming ‘sport’ in het bestemmingsplan (bijna 9 ha) is aanzienlijk groter dan het gebied dat het sportterrein volgens het beleid zou mogen innemen (bijna 4,7 ha groentype ‘sportpark’ in de Structuurvisie Amsterdam 2040). Dit verschil (4,3 ha) is bij de vaststelling van het bestemmingsplan (2013) ontstaan, toen werd besloten om in het Diemerpark de 6 sportvelden, die er in de planontwikkeling voor het Diemerpark voorzien waren, bestemmingsplantechnisch mogelijk te maken. Tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan bestond er echter nog geen inrichtingsplan voor het sportterrein. Met name door de problematische ondergrond van een groot deel van het park (de ligging op een voormalige vuilstort) en de vraag hoe het parkeren voor de sportvelden georganiseerd kon worden, was men nog op zoek naar de best mogelijke inrichting van het sportterrein (sportvelden, clubgebouwen, parkeerplaatsen). Dat moest ‘ergens’ in de kop van het park komen. Om zichzelf daarin flexibiliteit te verschaffen, kende de stadsdeelraad Oost aan een gebied van bijna 9 ha de bestemming ‘sport’ toe. Hiernaast staan twee afbeeldingen. De bovenste afbeelding is een deel van de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Het gele vierkant is het gebied van bijna 4,7 ha met het groentype ‘sportpark’.

Dit is ongeveer de (netto) grootte van 6 sportvelden. Met een rode lijn is het gebied van bijna 9 ha met de bestemming ‘sport’ weergegeven. Dit is de weergave van een zoekgebied voor de 6 geplande sportvelden, clubgebouwen en 42 parkeerplaatsen. De onderste afbeelding toont gedetailleerder het gebied met de bestemming ‘sport’ op de bestemmingsplankaart (lichtgroen). Tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan lag er nog geen besluit over de locatie van parkeerplaatsen. Deze zouden ook buiten het Diemerpark kunnen komen. Om eventueel in het park parkeerplaatsen te kunnen realiseren, werden in het bestemmingsplan alvast twee gebieden gereserveerd, op één waarvan een parkeerterrein zou mogen komen. Deze gebieden zijn in de afbeelding aangeduid met de letter ‘P’. Het is nooit de bedoeling geweest om deze gebieden te gebruiken voor sportvelden. Het was een beleidskeuze om in het Diemerpark niet méér dan 6 sportvelden te realiseren. En dat beleid is tot op heden niet door de gemeenteraad gewijzigd. Realisatie van het uitbreidingsplan voor het sport- en parkeerterrein in het Diemerpark is niet in lijn met…  … het vigerende beleid voor de hoofdgroenstructuur en  … het bestemmingsplan, zowel qua m2 aan sportvelden als aantal parkeerplaatsen. Uw reactie zien we tegemoet, waarvoor bij voorbaat dank. Met vriendelijke groet, namens het bestuur van Vrienden van het Diemerpark

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13932444/1