CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectnota Holterbergdistrict.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het collegebesluit vaststelling Projectnota Holterbergdistrict Amstel III (VN2023-023077)25.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Stedelijke ontwikkeling

luwe gebieden

luwe stadsbuurt

gemengde gebieden

gemengde stadsbuurt

centrumgebied

hoogstedelijke buurt

bedrijventerrein

hoogstedelijk centrum

bebouwing buiten de agglomeratie

kleinschalige ontwikkeling en transformatie

gemeentegrens Amsterdam

pilotgebied grootschalige intensivering

Groen en landschap park en landschapspark landschap

regionale ontwikkeling rond haltes Noord/Zuidlijn havengebied en industrie afgestemde ontwikkeling stad en haven

water stadsstrand

havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek

dijken

Verbindingen netwerk van stadsstraten en

Plekken met stedelijke betekenis

stadslanen

stationskwartier

lange-lijnen-fietsnetwerk

kenniskwartier

verbinding stad en landschap

stedelijk centrum

verkleinen barrièrewerking

groen-blauwe hotspot

metro met station

groen-blauwe kralenketting

hoogwaardig openbaar vervoer

centrumgebied

spoorweg met station verdeelring A10 met een belangrijke functie voor stedelijk verkeer rijksweg met afrit veerverbinding

voorkeursgebied windenergie op Amsterdams grondgebied opslag duurzame energie

brug over het IJ

circulaire hub

indicatie oeververbinding zoekgebied Passenger Terminal Amsterdam

Figuur 18:

Energie en duurzaamheid

energiehub Hemweg tegengaan bodemdaling, vergroten biodiversiteit

De kaart van de omgevingsvisie voor Amsterdam tot 2050. In het witte kader de grootschalige stedelijke ontwikkeling die ook wel Amstelstad wordt genoemd. Bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Projectnota

Huidige situatie

26

Het Zuidoost van morgen Ruimtelijke context volgens de Omgevingsvisie Zuidoost groeit in rap tempo. Het is voor de ontwikkeling van het projectgebied essentieel om ook de toekomstige toekomst in ogenschouw te nemen. Aan de zuidoostkant van de stad vinden verschillende transformaties en gebiedsontwikkelingen plaats. De grootste ontwikkeling wordt 'Amstelstad' genoemd. Amstelstad is de werktitel voor de lange stedelijke zone tussen het Amstelkwartier in het noorden en het AMC in het zuiden. Dit gebied wordt begrensd door de A2 in het westen en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht in het oosten. Amstelstad ligt in de economisch sterke en goed bereikbare zuidflank van de Metropoolregio en beslaat zowel de gemeenten Amsterdam als Ouder-Amstel. Het centrumgebied wordt momenteel uitgebreid tot aan de ring A10, waardoor de 'stad' steeds dichterbij komt. Amstelstad ligt bovendien naast het cultuurhistorisch waardevolle Amstelland. De kantorengebieden Amstel III en ArenAPoort worden omgevormd tot gemengde woonwerkwijken. De belangrijkste opgave en ambitie voor Amstelstad is duurzame ontwikkeling, transformatie en intensivering. Er wordt een groot aantal woningen in verschillende milieus gerealiseerd, samen met de bijbehorende voorzieningen. De werkfunctie in de gebieden blijft en wordt uitgebreid. Daarvoor moeten er wel betere infrastructurele verbindingen worden aangelegd.

Op basis van deze ontwikkelingen en de beschikbare ruimte wordt geschat dat er uiteindelijk plaats zal zijn voor ongeveer 25.000 tot 50.000 nieuwe woningen, wat gelijkstaat aan 45.000 tot 90.000 nieuwe bewoners, met bijbehorende nietwoonfuncties zoals scholen, kantoren, winkels, horeca, zorg en sport. Ten oosten van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht, worden ook diverse ontwikkelingen voorzien die bijdragen aan de diversificatie en groei van Zuidoost. Dit omvat onder andere de fysieke groei van het stadsdeel, zoals in de Amsterdamse Poort, de H-, K- en E-buurt, in het Nelson Mandelapark, langs de flanken van de A9, en ook in Holendrecht en Reigersbos. Daarnaast stuurt het Masterplan Zuidoost op langjarige sociale verbeteringen in de Bijlmer en Gaasperdam.

27

Projectnota

Huidige situatie

Amstelstad Zoals zichtbaar in de kaart van de Omgevingsvisie wordt er een forse stedelijke verdichting in het gebied tussen het spoor Amsterdam-Utrecht en de A2, van het Amstelstation en het AUMC, voorzien. Deze ontwikkeling wordt ook wel Amstelstad genoemd. Hieronder geven we een beeld van de verschillende deelgebieden binnen Amstelstad. 1. Amstelstation Station Amsterdam-Amstel en omgeving ontwikkelt zich verder als groot regionaal multimodaal knooppunt. Rondom het station vindt intensieve verdichting plaats met hoogstedelijk wonen, grote kantoren en meer horeca, waardoor een gemengd grootstedelijk gebied ontstaat. 2. Amstelkwartier De ontwikkeling van het Amstelkwartier is in volle gang. Het accent ligt op woningbouw, maar er is ook ruimte voor werken. In het verlengde hiervan zal ook het gebied rond metrostation Overamstel gaan verdichten en transformeren, maar meer dan in bijvoorbeeld het Amstelkwartier wordt hier ingezet op behoud en groei van de werkfunctie en op een gelijkwaardige mix tussen werken, wonen en voorzieningen. 3. Amstel Business Park Dit bedrijventerrein (ten zuiden van de A10) transformeert en intensiveert naar een meer gemengd stedelijk woon-werkgebied. De beschikbare restruimte wordt verder opgevuld tot de spoorlijn DuivendrechtSchiphol.

Met het doortrekken van de Joan Muyskenweg tot aan station Duivendrecht wordt de verbinding met Amsterdam-Zuid verbeterd. Een nieuwe aansluiting op de A2, juist ten zuiden van knooppunt Amstel, maakt het Business Park beter bereikbaar. 4. De Nieuwe Kern De Nieuwe Kern ligt in de gemeente Ouder-Amstel, maar Amsterdam heeft er veel grond in eigendom. Het voornemen is hier zo’n 4.500 woningen te bouwen. Naast woningen is er ook ruimte voor kleine zelfstandige kantoren en voorzieningen. Aan de zuidgrens liggen de twee sportparken De Toekomst en Strandvliet. Die accommodaties worden uitgebreid met extra velden en indoor sportvoorzieningen. Ook station Duivendrecht en omgeving is onderdeel van de planvorming van De Nieuwe Kern.

Projectnota

5. ArenAPoort Het ArenA-gebied en de Amsterdamse Poort hebben zich ontwikkeld tot een centrum-, uitgaans- en evenementengebied van regionale en nationale betekenis. Het is daarnaast een van de belangrijkste kantoorlocaties van Nederland waar twee van de drie grootste banken van Nederland gevestigd zijn. Het is de ambitie om het gebied door te ontwikkelen via verdichting en een gemengd programma van woningen, horeca, winkels, cultuur en andere voorzieningen. Tegelijkertijd wordt ingezet op maatregelen die de leefbaarheid en duurzaamheid in het gebied bevorderen, zoals parkeeroplossingen tijdens evenementen, een betere stationsomgeving, meer hoogwaardig groen en het programmeren (en herinrichten) van ‘dode’ plinten in gebouwen. 6. Amstel III Kantorenstrook Dit (nu nog) monofunctionele kantorengebied is een van de grote beloften van Amstel-Stad. Samen met gevestigde eigenaren en investeerders worden tal van plannen ontwikkeld om het gebied geleidelijk aan te transformeren tot een levendig, hoogstedelijk en gemengd woon-werkgebied van hoge kwaliteit. Exacte aantallen woningen zijn nog niet bekend, maar voorlopige cijfers duiden op circa 15.000 woningen en bijbehorende voorzieningen. 7. AMC-gebied Het ziekenhuis Amsterdam UMC – locatie AMC is eigenlijk een complex aan gebouwen gewijd aan het verlenen van gezondheidszorg, onderwijs en research.

In het gebied werken ruim 7.000 zorgprofessionals en ongeveer 2.300 studenten. Die functies worden in de toekomst verder versterkt en uitgebouwd. De Medical Business Park ontwikkeling betreft het gebied ten zuiden van Amsterdam UMC, locatie AMC, dat een medisch bedrijventerrein wordt. De komende jaren ontwikkelen AMC en gemeente Amsterdam hier ongeveer 100.000 vierkante meter gemeenschappelijke laboratorium- en kantoorruimten.

Huidige situatie

28

1

109.000 m² BVO 45.000 m² BVO

2

746.375 m² BVO 213.400 m² BVO

3

190.000 m² BVO 275.000 m² BVO

4

450.000 m² BVO 250.000 m² BVO

5

510.000 m² BVO 1.160.000 m² BVO

6

831.000 m² BVO 442.000 m² BVO

7

0 m² BVO 100.000 m² BVO

Toename woonprogramma Toename niet-woonprogramma

Figuur 19:

29

De verschillende deelgebieden binnen Amstelstad.

Projectnota

Huidige situatie

3

Ambities

We willen een solidaire stad zijn, waar de ontwikkeling ten goede komt aan iedereen, en we zorgen voor een duurzame toekomst (Coalitieakkoord 2022-2026). Nieuwe woonwijken, kantoren en bedrijfshallen dienen binnen de bestaande grenzen van de stad te worden gerealiseerd (groeien binnen grenzen – Omgevingsvisie 2050). Volgens de Strategie Amsterdam Circulair dient Amsterdam in 2050 100% circulair te zijn. Zo behouden we de grondstoffen die we zo hard nodig hebben voor onze welvaart en de energietransitie. Tevens biedt dit sociale kansen, bijvoorbeeld omdat hergebruik zorgt voor lokale werkgelegenheid in de reparatie en verwerkingssector. Dit is in lijn met de Donuteconomie. Aansluitend op het programma Digitale Stad en het Tada Manifest, is de ambitie in het coalitieakkoord om in te zetten op een inclusieve, digitale stad. Met aandacht voor privacy en rechten en zeggenschap voor alle Amsterdammers. Met open en transparante technologie, die legitiem, soeverein en controleerbaar is. Zo kan worden voldaan aan de Amsterdamse normen en waarden, in plaats van afhankelijk te zijn van partijen elders. De technologie wordt met hoge duurzame ambities gerealiseerd zodat dit niet ten koste gaat van de planetaire grenzen.

3.1 Donuteconomie: de Donut als kompas voor gebiedstransformatie 3.1.1 De Donut-economie volgens Kate Raworth De mensheid ziet zich in de 21ste eeuw voor twee grote uitdagingen gesteld: het bewaken en zoveel mogelijk herstellen van de ecologische balans op onze planeet; en het toegankelijk maken en eerlijk verdelen van welvaart en welzijn over alle mensen die op onze planeet wonen. De econome Kate Raworth verwoordt die doelstellingen en de weg naar realisatie ervan in haar boek Donut-economie: in zeven stappen naar een economie van de 21e eeuw. Hierin pleit zij voor het loslaten van het oude model van

Projectnota

de een op puur op groei gebaseerde economie. In plaats daarvan moeten we naar een circulaire economie die ten dienste staat van de planeet en al haar bewoners, waarbij groei een middel is om meer sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid te creëren. Ze gebruikt daarvoor een schema in de vorm van een donut. De buitenste ring van de donut verbeeldt het ecologische plafond, bestaande uit de negen planetaire grenzen waarbinnen we dienen te blijven om de aarde leefbaar te houden. Maatregelen om de energievoorziening te verduurzamen of materiaal te hergebruiken dragen bijvoorbeeld bij om binnen de planetaire grenzen te blijven. De binnenste ring verbeeldt het sociaal fundament, gebaseerd op de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Deze beschrijft de minimale levensstandaard waar elk mens recht op heeft. Het creëren van opleidings- en baanmogelijkheden dragen hieraan bij, evenals sociale huisvesting en buurtvoorzieningen. Tussen het sociale fundament en het ecologisch plafond bevindt zich een donutvormige ruimte waarin de mens en de planeet in evenwicht kunnen floreren. Het doel is om in de donut terecht te komen. 3.1.2 De Stadsdonut voor Amsterdam Voor Amsterdam heeft Kate Raworth haar model gespecificeerd naar de Stadsdonut voor Amsterdam. Want haar Donut-economie is geen kant-en-klaar model dat op elke plek één op één kan worden toegepast.

De omstandigheden zijn nooit hetzelfde, de interventies die nodig zijn om binnen de donut te komen of te blijven, verschillen per situatie en per moment. Voor Amsterdam resulteerde dit in de centrale vraag: hoe kan Amsterdam een thuis zijn waar mensen tot bloei komen, op een florerende plek, en tegelijkertijd het welzijn van alle mensen en de gezondheid van de aarde respecteren? Om Amsterdammers tot bloei te laten komen, heeft Amsterdam voor haar inwoners

Ambities

30

doelstellingen geformuleerd ten aanzien van gezondheid, huisvesting, connectiviteit, mobiliteit, werk, onderwijs enzovoort. De doelstellingen van de stad worden op basis van beschikbare data e.d. gematcht met de actuele situatie, die (uiteraard) een momentopname is. Op basis van deze inventarisatie kun je als stad zien waar je nog buiten de donut zit. Waar je de planetaire balans schaadt of onvoldoende voorziet in het menselijk welzijn. Vervolgens kun je bepalen welke interventies nodig zijn.

Het toepassen van de donut-economie op een bedrijventerrein is een primeur voor Amsterdam. Het plangebied is geschikt omdat hier alle facetten van het stedelijk werkgebied van de toekomst samenkomen: efficiënte productie, distributie en logistiek en een steeds belangrijkere functie voor kennis en data, innovatie en de uitwisseling daarvan tussen bedrijven. De mogelijke lessen van dit project beperken zich niet tot de ontwikkeling van het bedrijventerrein zelf. De methodiek die hier wordt toegepast kan dienen als nieuwe standaard voor circulaire gebiedsontwikkeling van bedrijventerreinen die in heel Amsterdam en binnen en buiten de Metropoolregio Amsterdam kan worden toegepast.

De stadsdonut is een holistisch instrument voor verandering. Het is een hulpmiddel, een uitgangspunt voor een nieuwe manier van denken, voor inspiratie en verandering, op weg naar een stad die de mens en de planeet doen floreren, zowel lokaal als mondiaal. Ook bij het opstellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is de donut als hulpmiddel ingezet.

Het is de ambitie vanuit de principes van de Stadsdonut een levendig, multifunctioneel gebied te realiseren, waar onderwijs, onderzoek, wonen en ondernemen elkaar aanvullen. Belangrijke programmaonderdelen van het plangebied zijn:

3.1.3 De Stadsdonut in Amstel III De gemeente heeft in samenwerking met Wooden City onderzocht hoe de principes van Raworth’s Donuteconomie zich verhouden tot de ontwikkeling van de bedrijvenstrook en of er een methodiek van ‘donutgestuurde’ gebiedsontwikkeling van bedrijventerreinen op te stellen is.

■

■ ■

De nieuwe benadering geldt voor zowel zittende als nieuwe bedrijvigheid. Alle bedrijven zijn in principe welkom, de nieuwe benadering moet geen selectieinstrument worden. Er wordt gewerkt aan een methodiek waarmee een momentopname kan worden gemaakt en het transformatiepotentieel inzichtelijk wordt. Middels interventies kan er in de gebiedsontwikkeling worden gewerkt aan de doelstellingen.

■

■

Toename van het totale metrage bedrijfsruimte voor meer opleidings- en werkgelegenheidsmogelijkheden voor met name praktisch opgeleide Amsterdammers; Stadsverzorgende bedrijvigheid die aansluit op de pilot voor de nieuwe circulaire economie; HPC Rekenfaciliteit om voldoende veilige en nabije (zonder vertraging) rekenkracht te garanderen voor de nieuwe circulaire economie, data gedreven toepassingen en onderzoek; Maakruimtes en laboratoriumruimte voor Health & Life Science voor kleinschalige productie om het testen van data-gedreven toepassingen mogelijk te maken; Verschillende soorten woningen: diversiteit aan appartementen en doelgroepen (sociale huur, midden

TE

IM

O N

IN

EN D EN

EDE ACCTOAO S YS YSS TTE EEM E M

SIEF

in k o me n en we r k

CLU

NEM

ken

L

RIN

netwer

U

TU

ONDER

en e D

RC

NA

ON

CI

EF

EN

E

TI

IR

iling

IA A L FU N D A M E

erwijs

SO C

huisg ve st in

I SC H PLA C O LO G F

VA

A

iling

st a

ge z he

ond

luchtvervu

e

IE

e

nd

OM

voed s el

ON

r wate

he vervu misc che

b lo e ie

de

don d i

i rg

m een

va n

EC

rd a

g

d

m

e st

MOBILITEIT

RU

o oz

A

g in st

ver zur in

ag nla

n ne ea oc

aa nt a

klimaatverand ering

TECHNOLOGIE

it

31

nver

sie

t e ro zoetwa

e nttr

ID HE

AM ZA

F

D

ng kki

De Amsterdamse stadsdonut. Bron: Doughnut Economics Action Lab

Projectnota

e rz ad i g ffo sfo rv st iks to

te

Figuur 20:

nd c o

IAAL EN INCLUSIE

A

rsi g ro

SOC

UR

g

ili h sc

U

de

ve

gi

M

ar d ig e n

lo e co

M

ive

t va

e

RA

ch

vr

OG

iod

re

ke p o li t i e k a insp ra

PR

a

gb erin

ci

al

so c g e l iale ij k h e i d

ing

NT

k se ijk l ge

So

in d verm

se he id

SO

Figuur 21:

CIA

A L M A AT S C H A P P E L

IJK

Kernwaarden Holterbergdistrict Amstel III.

Ambities

■

■

■ ■

■

■

huur en vrije sector); Creatieve woon- en werkplekken die inspireren en passen bij de verschillende groeistadia van ondernemers en ondernemende bewoners: van start-up en scale-up tot grotere organisaties; Voorzieningen die een levendige, veilige en gezonde stadswijk ondersteunen en ontmoetingen binnen en buiten stimuleren; Educatieprogramma’s die door verschillende onderwijsinstellingen gebruikt kunnen worden; Ontmoetingsruimtes om actief kennis te delen, zowel binnen het ecosysteem als daarbuiten, op lokale, regionale en mondiale schaal; Groene publieke ruimte die sport, ontspanning en ontmoeting stimuleert maar ook rust biedt voor de reuring van het werk en past bij een aantrekkelijke werk- en woonomgeving. Een betere vertegenwoordiging van de foodsector in het plangebied;

3.2 Werkprogramma: meer bedrijfsruimte en andere economische functies Volgend uit de Omgevingsvisie 2050 en de Bedrijvenstrategie 2020-2030 is het plangebied opgenomen als gebied voor grootschalige intensivering. Voor het goed functioneren van de stad is ruimte voor bedrijven(terreinen) van groot belang. Extra stimulans hiervoor is de waarschuwing in de Amsterdamse Bedrijvenstrategie 2020-2030 voor een groeiend tekort aan bedrijfsruimte. Als we niet ingrijpen, zal dit tekort oplopen tot 150 hectare in 2040. Daarom is een voorwaarde bij de transformatie dat het aantal vierkante meters bedrijfsruimte in het plangebied naar 150% van het bestaande m2 aantal vierkante meters bedrijfsruimte groeit. Extra aandacht binnen het plangebied gaat naar de vestigingsmogelijkheden voor de stadsverzorgende bedrijvigheid, zoals loodgieters, monteurs, garages en stadsdistributeurs. De stijgende vastgoedprijzen in de groeiende stad verdrijven deze bedrijven uit de stad, terwijl die groeiende stad deze bedrijvigheid tegelijkertijd in haar nabijheid nodig heeft. De verdichting van het bedrijventerrein zal gecombineerd worden met het toevoegen van andere economische functies. Zoals kantoorruimte, laboratoria, HPC en voorzieningen.

3.2.1 Circa 9.000 extra arbeidsplaatsen Doordat er meer ruimte komt voor bedrijfsruimte, maar ook voor kantoren en (maatschappelijke) voorzieningen, zal het aantal arbeidsplaatsen groeien naar 9.000. Dit biedt kansen voor zowel ondernemers als werknemers. Er wordt ruimte gecreëerd voor uiteenlopende typen bedrijven, voor kleinschalige ondernemers die bedrijfsruimte zoeken en start-ups die een kantoorruimte delen met gemeenschappelijke voorzieningen. Of voor scale-ups die

Projectnota

weinig plek vinden in Amsterdam tot grotere bedrijven en laboratoria. Betaalbaarheid is belangrijk, juist om de diversiteit te waarborgen. 3.2.2 Complementariteit van functies De ontwikkeling van een rekenfaciliteit, bedrijfsruimte, kantoren en laboratoria staan niet los van elkaar. Iedere functie profiteert van elkaars nabijheid en draagt bij aan het totaalconcept van een werkgebied van de toekomst. Zo kunnen logistieke processen van de bedrijven door de rekenkracht geoptimaliseerd worden en profiteren laboratoria van de aanwezigheid van artificiële intelligentie. De rekenfaciliteit wordt door de kantorenontwikkeling een AI-cluster, waar start-ups, scale ups en gevestigde bedrijven en instellingen gebruik van kunnen maken. In de doorontwikkeling en het beheer van de verschillende vastgoedonderdelen is het essentieel dat de onderlinge relaties centraal staan, zodat het gebied meer wordt dan de som der delen.

3.3 Sociaal: bijdragen aan Zuidoost Essentieel bij de gebiedsontwikkeling is dat deze actief bijdraagt aan het sociale fundament van de nieuwe economie zoals die beschreven wordt in de Amsterdamse Stadsdonut. De Donut kent een aantal sociale pijlers: werk, inkomen, onderwijs, energie, connectiviteit, gemeenschap, mobiliteit, cultuur, gezondheid, huisvesting, water en voedsel, vrede en veiligheid (leefbaarheid), sociale rechtvaardigheid, politieke zeggenschap en gelijkwaardigheid in diversiteit. Voor deze pijlers kunnen in dit gebied sterke fundamenten worden gelegd. Voor een aantal zijn er al concrete plannen, zoals onderwijs en werk; voor andere pijlers zal meer uitwerking nodig zijn, zoals de zeggenschap die we (toekomstige) inwoners en ondernemers over de invulling van het gebied willen geven. Net als voor onderwerpen als samen stad maken en inclusieve stad (kansengelijkheid, maatschappelijke voorzieningen), gezonde stad (sport, voedsel en stadslandbouw, luchtkwaliteit en geluid). Dit zal worden uitgewerkt in de volgende fase voor het investeringsbesluit, waarin een sociaal-economisch plan zal worden opgenomen. 3.3.1 Connectie met Zuidoost Sociaal en inclusief betekent ook dat de bedrijvenstrook niet meer een ‘eiland’ zal zijn binnen Zuidoost, maar meer deel gaat uitmaken van Zuidoost.

De connectie tussen het bedrijventerrein en de bewoners van Zuidoost wordt op meerdere manieren verbeterd. Er wordt aansluiting gezocht bij het Masterplan Zuidoost, samenwerking gezocht met onderwijsinstellingen en placemakinginitiatieven opgezet. De gebiedsontwikkeling zal kansen bieden voor de mensen in zuidoost met alle achtergronden en opleidingsniveaus.

Ambities

32

3.3.2 Samenwerking met onderwijs en onderzoek Een van de doelstellingen van de ontwikkeling is de integratie van verschillende vormen van onderwijs. Afhankelijk van het uiteindelijke aantal en type gerealiseerde woningen, zullen er enkele basisscholen in het gebied komen. Daarnaast wordt samenwerking gezocht met onderwijs van vmbo tot WO+. Zo worden jongeren en studenten vroegtijdig betrokken bij diverse onderwerpen. In het hoofdstuk over AI staan daar enkele voorbeelden van. 3.3.3 Bijdragen aan Masterplan Zuidoost Om de kansen te benutten die de herontwikkeling met zich meebrengt wordt er aangesloten op het Masterplan Zuidoost 2021-2040. Specifiek wordt ingezet op de doelen uit het Masterplan: ■ ■ ■

Duurzame verbetering van het perspectief van de jeugd; Duurzame verbetering van de veiligheid; Duurzame verbetering van de leefomgeving. De herontwikkeling biedt specifiek kansen voor jongeren en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast, in algemene zin, zijn er kansen om werkgelegenheid te creëren voor diverse opleidingsniveaus en betaalbare bedrijfsruimte te realiseren voor ondernemers uit Zuidoost.

3.3.4 Social return De gemeente maakt met de ontwikkelaars in het gebied afspraken over de ‘social return’ van de ontwikkeling. Voorbeelden van concrete plannen: ■ ■ ■ ■

Kansen bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor jongeren: diverse onderwijs-, werkgelegenheids en cultuurprogramma’s ontwikkelen. Bedrijfsruimten die tot aan de herontwikkeling vrijkomen tijdelijk inzetten. Placemaking.

3.4 High Performance Computing (HPC): katalysator om binnen de Donut te komen 3.4.1 Een AI-cluster in Amsterdam Artificiële Intelligentie (AI) neemt in ons dagelijks leven, de wetenschap en de economie een steeds prominentere plaats in. Van het ontwikkelen van vaccins tot het ontwerpen van gebouwen. Van het voorkomen van misoogsten tot het aangaan van nieuwe relaties. AI helpt onderzoekers bij het aanpakken van de grootste problemen waarmee we momenteel als mensheid te maken hebben. De gemeente Amsterdam stimuleert AI ten behoeve van het welzijn van de inwoners van de stad, de wetenschap en de economie.

33

Projectnota

Amsterdam behoort in Europa tot de koplopers op het gebied van AI. Het innovatieve ecosysteem dreigt echter in haar ontwikkeling geremd te worden. Ten eerste kent de stad geen echt AI-cluster van bedrijven en instellingen. Zo’n cluster stimuleert innovatie omdat er meer interactie plaatsvindt. Tweede punt is dat voor AI veel rekenkracht nodig is. Deze High Performance Computing (HPC ofwel supercomputing) is niet alleen in Amsterdam maar zelfs in Nederland en Europa in onvoldoende mate aanwezig. In het plangebied wil Wooden City samen met haar digitale partner EscherCloud krachtige en toegankelijke faciliteiten voor HPC introduceren. Dat maakt het plangebied geschikt voor de vorming van het gewenste AI-cluster, zodat Amsterdam zijn koppositie kan consolideren en uitbreiden. Tegelijkertijd zou dit AI-cluster in combinatie met HPC een krachtige bijdrage kunnen leveren aan andere sectoren. Denk aan het Amsterdam Life Sciences-district direct naast het gebied of het Science Park, maar ook aan de stadsverzorgende bedrijvigheid die in het plangebied komt. 3.4.2 Wat kunnen we met HPC? HPC is het genereren van super-rekenkracht door een verzameling servers op een vaste plek of in de cloud, waarbij servers op soms verschillende plekken gekoppeld worden. De rekenkracht is gebaseerd op GPUs (Graphic Processing Units), die zeer geschikt zijn voor het ondersteunen van AI.

Hiermee kunnen wetenschappers en ondernemers veel slagvaardiger bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke problemen. Vraagstukken worden doorgerekend en gesimuleerd op een manier en met een snelheid die voorheen niet mogelijk was. In plaats van modellen met tien variabelen, is het nu mogelijk te werken met modellen met een miljard variabelen. Dat helpt om sneller oplossingen te vinden. In de energietransitie bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van nieuwe materialen die het schaarse lithium kunnen vervangen of bij het ontwikkelen van betere katalysatoren voor een duurzame productie van waterstof. Of bij klimaatverandering, omdat HPC via grootschalige simulaties betere analyses en oplossingen mogelijk maakt. En in de life sciences: door nieuwe moleculen voor betere medicijnen te ontwikkelen, of betere analyses van medische beelden te maken en nieuwe vaccins voor de bestrijding van pandemieën. 3.4.3 Datasoevereiniteit en toegankelijkheid Met de komst van HPC in het plangebied krijgen Amsterdamse kennisinstellingen, onderzoekers en ondernemers de beschikking over een rekenkracht die binnen Nederland en zelfs binnen Europa uniek is. Een alternatief is rekenkracht inkopen bij tech-reuzen buiten Europa. Daarbij spelen twee problemen. Ten eerste investeren deze grote partijen flink in rekenkracht, juist

Ambities

om de grote maatschappelijke problemen op onder meer klimaat en gezondheid te kunnen oplossen. Als Europa die capaciteit niet zelf opbouwt, dreigt het continent ook voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen afhankelijk te worden van de tech-reuzen. Daar komt bij dat talent en kennis weglekt, want onderzoekers kunnen daar over veel meer faciliteiten beschikken dan met HPC die hun in Europa ter beschikking staat. Een ander probleem is de datasoevereiniteit. Veel landen en ook de EU hebben wetten en regelgeving opgesteld voor het beheer en de opslag van data. Partijen uit andere werelddelen kunnen niet altijd verplicht worden zich te houden aan Europese of Nederlandse regelgeving. Buitenlandse regeringen kunnen bijvoorbeeld om redenen van ’nationale veiligheid’ besluiten zich data toe te eigenen of de privacy ervan te schenden. Ook is in het tijden van crisis onverstandig volledig afhankelijk te zijn van de digitale infrastructuur van één land, zeker als dat een land is dat niet in de EU ligt.

vergelijkbare uitdagingen van energetische en ruimtelijke aard. Er wordt ingezet op een integratie van HPC in de gebouwde omgeving, waarbij de leefbaarheid van het gebied bepalend is. HPC wordt zoveel mogelijk gemengd met andere functies, waarbij moet worden opgemerkt dat de functiemix beperkingen kent vanwege beveiligingsaspecten. Gevels zullen zichtbaar maken wat er in het gebouw gebeurt. Waar dit niet mogelijk is, zal maximaal worden ingezet op biodivers groen of opwekking van energie. De verdiepingshoogte in de gebouwen zal andere invullingen op termijn kunnen faciliteren.

De HPC die Wooden City en digitale partner EscherCloud willen bouwen in het plangebied, gaat voldoen aan de Europese wet- en regelgeving. Het beheer van de data en het gebruik van HPC komt daarmee tegemoet aan de hoge Amsterdamse standaard op deze gebieden. Voorwaarde is wel dat de toegankelijkheid tot HPC goed wordt geregeld en dat de rekenkracht (ook) wordt aangewend ten behoeve van de doelen die de stad stelt. De gemeente gaat daar afspraken over maken met Wooden City en EscherCloud. De marktpartijen sorteren hier nu al op voor door relaties aan te gaan met Amsterdamse kennis- en onderwijsinstellingen, direct omwonenden en programma’s voor talentontwikkeling. Zo kunnen ook de lokale gemeenschap en de stad in zijn geheel meeprofiteren van het AI-cluster en de bijbehorende rekenkracht. 3.4.4 Inpassing in de omgeving Omdat we allemaal in toenemende mate, ook in het dagelijks leven, gebruikmaken van digitale systemen en hulpmiddelen, hebben we in toenemende mate data-infrastructuur nodig. Maar data-infrastructuur legt een grote druk op de energieconsumptie van een stad, helemaal als deze gecentraliseerd wordt in grote datacenters. Bovendien zijn de grote datacenters doorgaans een aanslag op het landschap of verlagen ze de verblijfskwaliteit in een gebied. AI gericht op innovatie

In het plangebied wordt dit anders georganiseerd. Om te beginnen, HPC of super-rekenkracht is wat anders dan een datacenter; het wordt immers niet gebruikt voor de opslag van data maar voor het uitvoeren van complexe berekeningen. Hoewel deze HPC minder ruimte inneemt dan een luchtgekoeld datacenter, spelen er

AI gericht op onderwijs AI gericht op gezondheid Projectgebied Treinstation Spoor

Figuur 22:

Projectnota

Het bestaande AI-ecosysteem in Amsterdam en omgeving. Bron: PosadMaxwan

Ambities

34

35

De ambitie is om een zo hoog mogelijk percentage HPC te voorzien van immersiekoeling, om maximale restwarmte te kunnen benutten voor het gebied. Wooden City en EscherCloud onderschrijven deze ambitie. Bij immersiekoeling worden de servers ondergedompeld in een vloeistof die warmte geleidt. Hierdoor is substantieel minder energie nodig voor koeling dan bij de huidige luchtgekoelde datacenters. Tevens is de restwarmte hoogwaardiger, namelijk 40 á 45 graden Celsius ten opzichte van circa 27 graden Celsius bij restwarmte uit luchtgekoelde datacenters. HPC in het

plangebied kan naar schatting in potentie meer dan 10.000 nieuwbouwwoningen in Zuidoost van stadswarmte voorzien. Kanttekening is dat niet alle partijen op dit moment bereid zijn om aanpassingen van hun apparatuur te maken om in immersiekoeling te investeren. Wooden City en EscherCloud beginnen daarom met een aanzienlijk deel van de HPC in immersiekoeling uit te voeren, met het streven het aandeel in de loop der jaren op te voeren.

Projectnota

Ambities

ere eb ed Go

Ontwikkelen op basis van kernwaarden

n Bin

Een st

k

lus

nno vati e

TE

IM

ied

te r

RU

eb

en i

uk van

Werklocatie van de

kg

ne

tw er

nc

elij

Zuido

ost

toekomst

Creative werkplekken toria s en labora Maakruimte uctie e prod g li a h c Kleins tiek Logis id ghe rijvi d e b ken cte wij a p e n Com end ke ek l ligg p m te gs to im tin u me r e n n o e e ge tm ing ek n n i d i l n n O i b on ge n erb Pu v w n e i l n cia ve rse zie rij ve n so r i e d o D e iek be Vo Fys ri e a ul ri c C RA

M

M

Am

rd

bi

tie

sv oo

In

te n

siv er en eg en eh ve ele rd b uu e Ed d rz Co uc rij am ncr ati ve ete ep ns e tro n ro pla gr nne ok a mm no p a

A

Projectnota

en

Wer k

ted

in tu

ds

en

ng

ijv e

es ut

me

dr

OG

Deze kernwaarden werken door op alle stedelijke thema’s: economie, mobiliteit, ruimte, programma, maatschappelijk. De kernwaarden helpen om, samen met de stadsdonut, keuzes te maken. Een bijzondere rol speelt data-technologie, welke fungeert als katalysator voor de kernwaarden en helpt bij de ambitie om binnen de gezonde grenzen van de Donut te komen.

Ge

n

be

PR

Duurzaam en natuurinclusief: de ambitie is om het gebied te transformeren naar een duurzaam, circulair en natuurinclusief gebied.

pa ct

lro

■

Ondernemend en innovatief: er wordt ruimte gemaakt voor allerlei type ondernemerschap. Er wordt extra ruimte voor bedrijvigheid gemaakt, maar er zullen ook werkgebouwen ontwikkeld worden voor op datatechnologie en lifesciences gerichte bedrijven. Innovatie vindt plaats door bedrijven maar ook door hoe bedrijven met elkaar samen werken en zaken in collectief verband organiseren.

Gr oe

Co m

de

■

Sociaal en inclusief: het gebied is geen eiland, het ligt in een bestaand stadsdeel met bewoners en ondernemers die zich ook moeten kunnen profiteren van deze ontwikkeling. De ontwikkeling biedt onder andere kansen voor huisvesting, werk en opleiding. Er gaat specifieke aandacht uit naar de mensen in Zuidoost, tegelijkertijd wordt niemand uitgesloten.

an W

■

he aar ikb

De genoemde ambities staan niet op zichzelf, ze zijn onderling samenhangend en versterken elkaar. We onderscheiden drie kernwaarden die richting geven gedurende de ontwikkeling van het gebied:

Ambities

36

bou w

to ek om de va n

we rk ge bi ed

et n en m

St ed el ijk e

Ve rbi nd

st

etw erk en en kno

op

pu nte n

bed rijfsg e gest ape lde in hu

bs e n

liteit

Park eren

g we

er

Gedeeld e mobli

er m verke

o verv

r pe

Uitstootvrij vervoer

Langzaa

ar nba Ope

eid

MOBILITEIT

ie

m

o on ec

t-

nu

an nv

do

de

e ak

rm

aa W

EC n rke rste

OM

RC

U

L

ver ads t s n

va

Ve

IE

O

ON

CI

EF

b

de

gen zor

A

VA

TI

eid

igh

ijv edr

Ruim

ONDER

CLU

NEM

RIN

EN

TU

D

NA

EN

EN

IN

N

IR

gie

hnolo e datatec

uurzam te voor d

SIEF

EDE ACCTOAO SYSTEEM T ESCYHSN TOEL E OM GIE

Naar een to

ID

ekomst bin

Ont

F

ZA

IAAL EN INCLUSIE

D

U

ee

aal

us

ie

fe

n

nut

bela

ngri jk vo

heid

ne

kl

uurz aam

rgi e

im

aa ta da

pt

at ie

nt

me

da fun

st

idoo t Zu

Samenwerken met onderwijs

eit ilit

ob

oci

e me

Placema

m

king

eid

e rij tv

s rk

ecti

enh

cl

n van de do

ost

n Zuido

asterpla

n aan M

Wer kge leg

in

o to

ste

n Con

Een

A L M A AT S C H A P P E L

ts Ui

CIA

Bijdrage

pk a’s ort et erm ijn

ur

IJK

ouw

nde grenze

or d

urz am

Na tu

SO

en b

Du

UR

SOC

AM

HE

wer p

nen de gezo

Figuur 23:

37

Duurzame kernwaarden voor projectontwikkeling die alle stedelijke thema's beïnvloeden. Ondersteund door de stadsdonut en data-technologie als katalysator voor gezonde grenzen.

Projectnota

Ambities

4

Programma

4.1 Programmamix Bij het begin van een gebiedsontwikkeling met een looptijd van meer dan 10 jaar kent het programma een grote onzekerheidsmarge. Die onzekerheden betreffen economische aspecten zoals de ontwikkeling van de kantorenmarkt en de woningmarkt, maatschappelijke aspecten zoals het draagvlak voor de plannen onder stakeholders en ruimtelijke aspecten zoals het windklimaat en de invulling van de mobiliteitsopgave. De uitbreiding van het station Bijlmer Arena bijvoorbeeld, met een entree aan de Hoogoorddreef en daarmee een directe toegang tot het plangebied, is van cruciaal belang voor het toevoegen van programma. Gaandeweg zullen er steeds meer onzekerheden worden weggenomen. In deze

fase werken we met een indicatieve programmatabel. Het programma dient in ieder geval te blijven binnen de grenzen van wat ecologisch en maatschappelijk verantwoord is, oftewel binnen de Donut. De indicatoren hiervoor zullen nog nader worden uitgewerkt. Architecten, stedenbouwkundigen, ontwikkelaars en bouwers zullen worden uitgedaagd om tot een betere benutting van de ruimte te komen waarbij de stedelijke kwaliteit en de bijdrage aan de stadsdonut de maatgevende factoren zijn. Niet alleen voor het plangebied, maar ook gezien de functie van het terrein voor de stad. Zo dient het programma voldoende stadverzorgende bedrijvigheid op te leveren voor de

±34%

±33% ±30%

±70%

TOTAAL Huidig programma projectgebied ±33%

Bedrijvigheid Andere economische en maatschappelijke functies Wonen

Figuur 24:

TOTAAL Nieuw indicatief programma projectgebied

Huidige verdeling van programma in relatie tot het nieuwe indicatieve programma. In percentages, ten opzichte van het programma.

Projectnota

Programma

38

Functie

Huidig programma (m2)

Bedrijfsruimte

Nieuw indicatief programma (m2)

Aandeel (%)

Toename t.o.v. huidig programma (m2)

160.000

240.000

27%

80.000

Wonen

-

*295.000

33%

295.000

High Performance Computing (HPC)/ onderstation

-

50.000

6%

50.000

65.000

7%

35.000

4%

65.000

7%

-

150.000

17%

150.000

210.000

900.000

100%

690.000

Voorzieningen: Commercieel Voorzieningen: Maatschappelijk

50.000

Kantoor Laboratorium (met kantoor) Totaal Figuur 25:

115.000

Indicatief programma Holterbergdistrict *Uitgaande van ±4000 woningen

stad. De huidige verhouding binnen de bedrijvenstrook van 70% bedrijvigheid en 30% andere economische/ maatschappelijke functies zal bij deze verdichtingsopgave verschuiven, waarbij de bedrijvenfunctie voor het zuidelijk deel van het gebied dominant zal blijven en de woonfunctie alleen op het noordelijk deel een plek zal krijgen. De inschatting van de capaciteit van het plangebied is dat een programma van minimaal 850.000 à 900.000 m2 haalbaar moet kunnen zijn. Het programma heeft potentie om verder door te groeien. De ambitie om 150% aan bedrijfsruimte te realiseren leidt op basis van het huidige metrage van ca. 160.000 m2 tot een opgave

van ca. 240.000 m2. Voor het woonprogramma is in deze fase nog weinig onderbouwing voor handen. De realisatie van gestapelde bedrijfsruimte is voorwaardelijk voor het slagen van de gebiedsontwikkeling en zal fasegewijs gebeuren voorafgaand aan de toevoeging van andere functies. Het genoemde metrage en het aantal woningen zijn grove schattingen die aan de hand van het stedenbouwkundig plan in de volgende fase nader zullen worden onderbouwd en indien nodig worden bijgesteld. 4.1.1 Verdeling noordelijk en zuidelijk deel plangebied In het noordelijke gedeelte van het plangebied is een gemengd hoogstedelijk gebied voorzien. Tweederde deel van het totale programma is in dit gedeelte van ±18% ±45%

±34%

±33%

±37%

=

±70%

NOORD Nieuw indicatief programma projectgebied

+

±30%

±33%

Bedrijvigheid Andere economische en maatschappelijke functies Wonen

Figuur 26:

39

±70%

TOTAAL Nieuw indicatief programma projectgebied

ZUID Nieuw indicatief programma projectgebied

Indicatieve verdeling noordelijk en zuidelijk deel plangebied. Noordelijk deel: Mix van wonen, kantoren en voorzieningen; Zuidelijk deel: Focus op bedrijfsruimte en voorzieningen.

Projectnota

Programma

het plangebied voorzien. De mix van wonen, kantoren/ laboratoria, bedrijfsruimte en voorzieningen moet een levendig gebied opleveren op ieder moment van de dag. Het deelgebied zal qua programma aansluiten op het naastgelegen gebied Arenapoort. Alleen in dit gedeelte van het plangebied zullen er woningen worden gerealiseerd en zullen gevoelige functies zoals basisscholen een plek vinden. De Molenwetering vormt de overgang tussen het noordelijk en het zuidelijk gedeelte van het plangebied. In het zuidelijk gedeelte staat werken centraal, waarbij bedrijfsruimte dominant aanwezig is, in combinatie met laboratoria en kantoor. Er zijn geen woningen voorzien om ruimte te blijven bieden voor bedrijfsruimte. Aandacht zal uitgaan naar voorzieningen die enerzijds voor levendigheid moeten zorgen op ieder moment van de dag en anderzijds moeten kunnen bestaan tussen de bedrijvigheid. Het aandeel wonen (ook wel met MXI aangegeven) als onderdeel van het totale programma zal naar schatting een derde worden en zal ongeveer de helft van het programma op het noordelijk gedeelte beslaan.

4.2 Bedrijvigheid: ruimte voor stadsverzorgende bedrijvigheid Stadsverzorgende bedrijvigheid is belangrijk voor het functioneren van een stad en voor de individuele bewoners. Loodgieters, distributeurs, garages, schoonmaakbedrijven en kinderopvangcentra; dit soort bedrijven zit idealiter dicht bij de inwoners. In Amsterdam zien we echter een verdrijvingsmechanisme dat we in meer Europese hoofdsteden zien. Door de groei van de stad stijgen de prijzen van het vastgoed. De stadsverzorgende bedrijvigheid, die traditioneel een relatief laag rendement per vierkante meter kent, wordt hierdoor tot buiten de stadsgrenzen verdreven. Ze moeten hun heil zoeken in de regio of aan de rand van de stad, ver van de klant. Dat is niet alleen onhandig voor de klant, die lang op zijn product of dienst moet wachten of zelf moet gaan ophalen. Het is daardoor ook slecht voor het milieu en zorgt voor problemen inzake mobiliteit. De paradox stelt zich dat door de groei van de stad de vraag naar stadsverzorgende bedrijvigheid groeit, maar tegelijk die bedrijvigheid juist door de groei verdrongen wordt.

Winkelfunctie Bijeenkomstfunctie Gezondheidszorgfunctie Industriefunctie Kantoorfunctie Logiesfunctie Meervoudige gebruiksfunctie Overige gebruiksfunctie

Figuur 27:

Een verkenning van het toekomstige voorzieningennetwerk op hoofdlijnen. Deze verkenning heeft geen status en wordt in de volgende fase (investeringsbesluit) uitgewerkt middels een SP.

Projectnota

Programma

40

Overheden kunnen deze ontwikkeling niet tegengaan door ondersteuningsmaatregelen, maar wel door vestigingsmogelijkheden te creëren in gebieden die goed bereikbaar zijn en waar de bedrijvigheid niet botst met andere functies. Het plangebied is zo’n zone. Bedrijvenstrook Amstel III kent in potentie uitstekende vestigingsvoorwaarden – bereikbaar, dichtbij OV, centrum- en woongebieden -- om de groei van stadsverzorgende bedrijvigheid te accommoderen. De clustering van deze bedrijven draagt bij aan hun vermogen om efficiencyslagen te maken, te verduurzamen en circulaire ketens op te zetten. Daarnaast biedt de toename van stadsverzorgende bedrijvigheid kansen aan iedere Amsterdammer, met name praktisch opgeleiden vinden hier stage- en werkplekken. Er liggen diverse koppelkansen van verschillende takken bedrijvigheid met technische, ambachtelijke en digitale MBO-specialisaties. Het vergroten van de ruimte voor stadsverzorgende bedrijvigheid biedt nieuwe mogelijkheden voor de economische ontwikkeling van Zuidoost en is in lijn met de ambities van het Masterplan Zuidoost.

4.3 Kantoren De toevoeging van kantoren past binnen de Omgevingsvisie 2050, waarin staat dat bedrijvigheid gemengd moet worden met andere economische functies. Daarnaast groeit door de toenemende digitalisering en verschuiving naar tech de vraag naar kantoormeters door bedrijven die binnen deze sectoren actief zijn. Door ook deze gebruikers hier een plek te geven ontstaan synergiën die het totaalverhaal verder versterken. Bovendien zijn deze technologiebedrijven onder meer bezig met toepassingen die een groter publiek ten goede komen. Toepassingen voor Zuidoost zijn bijvoorbeeld de doorrekening van optimalisering van mobiliteitsmodellen in Amsterdam en de toekomstige scenario’s om bijvoorbeeld klimaatverandering tegen te gaan. Door deze nieuwe kantoorruimte te combineren met andere bedrijvigheid in het plangebied wordt de bovenstaande win-win situatie versterkt. De bedrijven in tech, duurzaamheid en life sciences zijn de sectoren van het heden en de toekomst waarin kansen en verdienmogelijkheden worden gezien. Door ze een plaats te geven in Zuidoost, brengen we die kansen naar Zuidoost. Recent onderzoek naar de kantorenmarkt in Amsterdam geeft aan dat ten aanzien van kantoren - zeker op het gebied van tech – nog uitbreidingsmogelijkheden zijn, mede gezien de gunstige ligging ten opzichte van het Bijlmer Arena station.

De ruimte die er voor het plangebied aanwezig is, wordt geschat op 170.000 m2 bvo. Afhankelijk van de kantorenmarkt zit hier nog groei in. Daar komt eventueel een verhuisbeweging bij van groeiende technologiebedrijven die de afgelopen jaren in

41

Projectnota

het centrum van Amsterdam zijn gevestigd. Enkele hiervan hebben zich kunnen vestigen in het centrum, maar de mogelijkheden voor groeiende bedrijven zijn als gevolg van schaarste aanzienlijk afgenomen. Het plangebied biedt zeer goede mogelijkheden voor de vestiging van technologie- en life science- bedrijven. De locatie is goed gelegen en uitstekend bereikbaar. Met de high performance computing die in het deelgebied wordt gerealiseerd, wordt een bijzondere extra kwaliteit geboden die invulling geeft aan een zeer sterk groeiende behoefte in de markt. Wooden City ambieert een ecosysteem op basis van high performance computing en AI voor diverse organisaties, van jong tot volwassen en van klein tot groot. Een ecosysteem waar kennisdeling, research & development en commerciële activiteiten elkaar versterken.

4.4 Laboratoria: duurzaamheid en life sciences Het belang van onderzoek naar klimaat en ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins is onderstreept door de globale coronapandemie van 2020. Rekenkracht is hierbij essentieel gebleken. Deze pandemie heeft ook aangetoond wat het belang is om dit zo lokaal mogelijk te doen, in plaats van het uit te besteden aan andere continenten. Laboratoria, ondersteund met rekenkracht, versterken deze innovatie en bieden kansen voor zowel de verdere ontwikkeling van bestaande onderzoekscentra in de stad (zowel academisch als bedrijfsmatig) alsook voor het plangebied. De geplande laboratoria bieden kansen voor mensen met verschillende opleidingsniveaus om te werken en door te groeien. De laboratoria met bijbehorende kantoren zullen worden ontwikkeld als een geïntegreerde health en life science campus. Deze kunnen zowel in het noordelijk als het zuidelijk plangebied komen, waarbij in het noordelijk plangebied alleen laboratoria kunnen komen waarvoor de nabijheid van woningen geen belemmering is. Gezien de nabijheid van HPC onderscheidt het laboratorium zich van andere laboratoria in de rest van de stad en is het een aanvulling hierop. De laboratoria bieden voldoende plafondhoogte en passende luchtkoeling ten behoeve van microbiologische laboratoriumfuncties. Daarnaast wordt de koeling via een duurzaam koudenet of koudebron aangevoerd.

4.5 High Performance Computing (HPC) Slimme technologie kan het smeermiddel van de transitie van Bedrijvenstrook Amstel III worden: de aanwezigheid van snelle internetverbindingen en de vestiging van HPC maken dat productie, reparatie, opslag en distributie van goederen in de toekomst op een meer sociaal verantwoorde en duurzame wijze kunnen gebeuren.

Programma

4.5.1 Versterken van het vestigingsklimaat De ambitie is het versterken van het vestigingsklimaat voor bestaande én nieuwe bedrijven. Dit is mogelijk door het ontwikkelen van een ecosysteem voor bedrijvigheid waarbinnen faciliteiten, ruimte en grondstoffen innovatief gedeeld worden. De efficiencyvoordelen en synergiën die een dergelijk ecosysteem opleveren, maken een vestiging op Amstel III voor ondernemers aantrekkelijker dan op andere, meer traditionele locaties. Dit sluit aan op marktontwikkelingen in smart city logistics, kleinschalige productie, circulair hergebruik van materialen en de deeleconomie.

Wonen in een omgeving waar je ook werkt heeft voordelen, maar bewoners kunnen ook overlast ondervinden van bedrijvigheid. Het plangebied zal zo worden uitgewerkt dat er een goede balans is. Dit zal worden bereikt door een hoogwaardige en prettige verblijfs- en leefomgeving. De aanleg van aantrekkelijke buitenruimte met waterpartijen, parken en groene pleinen draagt hieraan bij. Net als goede woonkwaliteit waar mensen tevreden zijn met hun woningen, onder andere door voldoende woonoppervlak en buitenruimte. In de vervolgfases (ontwerp, inrichting en beheer) wordt hier aandacht aan gegeven.

4.7 Voorzieningen De aanwezigheid van duurzame en Europese rekenkracht, met bijbehorend onderstation voor borging voldoende elektra, is van grote waarde voor de verdere ontwikkeling van de innovatie en ontwikkeling van technologiebedrijven en laboratoria. De fysieke nabijheid gecreëerd door een ecosysteem van dergelijke bedrijven in de kantoren en de gedeelde openbare ruimte maken de (informele) interactie tussen deze partijen mogelijk en laagdrempelig. Dit zal naar de toekomst toe potentieel leiden tot samenwerkingen en pilotprojecten waarbij de bestaande ondernemingen hun werking ook kunnen versterken.

4.6 Wonen Voor wonen geldt hetzelfde principe als voor het toevoegen van kantoren: ook de toevoeging van woningen past in de Omgevingsvisie 2050, mits de bedrijfsfunctie geïntensiveerd wordt. Woningen en dus bewoners maken het bedrijventerrein diverser, weerbaarder, sociaal veiliger en voor de werknemer en werkgever aantrekkelijker en uitnodigender. De sociale veiligheid en leefbaarheid dient voorop te staan, evenals een werkbaar klimaat voor de ondernemer. In de volgende fase zullen we de specificaties voor de woningen nader bepalen. We streven ernaar verschillende soorten woningen te creëren om aan diverse behoeften te voldoen, met speciale aandacht voor de inwoners van Zuidoost. Bovendien zullen we onderzoeken of we woningen kunnen realiseren voor mensen die een sterke economische band met de omgeving hebben.

Het plangebied wordt een gemengd stedelijk gebied. Binnen dat kader moet het voldoen aan de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, dan wel aan het geldende beleid. Dit is de basis, maar om van het plangebied een aantrekkelijk werken woongebied te maken zijn meer maatschappelijke en commerciële voorzieningen nodig. Ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen wordt extra ingezet op onderwijs (mbo, hbo, universitair onderzoek), opleiding, leiden naar werk en learning on the job. Het gebied kan ook een plek worden voor nonprofit organisaties die met duurzaamheid bezig zijn of voor maatschappelijke organisaties die zich richten op onderwerpen rondom digitalisering en gelijke kansen, privacy of veiligheid. In het zuidelijk gedeelte wordt bij het programmeren van (maatschappelijke) voorzieningen gekeken naar functies die samengaan met de bedrijvigheid enerzijds, en zorgen voor een levendig gebied op ieder moment van de dag anderzijds. Bijvoorbeeld sporten op de daken van bedrijfsgebouwen en locaties voor evenementen. Ten aanzien van de commerciële voorzieningen kan worden gesteld dat deze versterkend en aanvullend dienen te zijn op ArenAPoort.

ArenAPoort is aan de westelijke zijde een uitgaanscentrum met (inter)nationale aantrekkingskracht, met de Johan Cruijff ArenA, de Ziggodome, AFAS Live, de grootste bioscoop van Nederland en diverse grootschalige winkels waaronder de meubelboulevard Villa ArenA. Daarnaast zijn er lokale functies denkbaar die goed te combineren zijn met een bedrijventerrein en de leefbaarheid van het gebied vergroten, zoals een zalencentrum of een trouwlocatie. Deze zijn vooral lokaal georiënteerd, stadsverzorgend en dienen de verbinding te maken met Zuidoost. De dagelijkse detailhandelsvoorzieningen zijn op basisniveau en vooral bedoeld voor de bewoners en werkenden in het gebied. De niet dagelijkse detailhandelsvoorzieningen zijn – in principe vooral - te vinden in de omgeving, zoals de Amsterdamse Poort.

Projectnota

Programma

42

Figuur 28:

43

Visualisatie van PosadMaxwan.

Projectnota

Programma

5

Ruimtelijk kader

De ontwikkeling biedt de kans om het plangebied veel beter met de stad en de rest van Zuidoost te verbinden. Het gebied zelf kan een krachtige, herkenbare identiteit krijgen. Een Amsterdamse identiteit. De aansluiting met de omliggende wijken kan worden gevonden op verschillende (schaal)niveaus: groenblauw netwerk, mobiliteit, warmtenet, een onderscheidend programma dat aansluit bij het hoogstedelijke karakter van ArenAPoort maar ook bij de vraag naar bedrijfsruimte; een gemengd stedelijk gebied met diverse identiteiten waar veel ruimte is voor ondernemerschap. Er zullen verschillende plekken worden gecreëerd met een eigen sfeer. Een compact bedrijvigheidscluster, een dynamische hoogstedelijke werk- en innovatieomgeving maar ook rustiger delen. Alle met elkaar verbonden door een groen netwerk met grotere parken, natuurlijke wandelroutes en rustige binnentuinen.

5.1 Ruimtelijk concept op hoofdlijnen De huidige stedenbouwkundige verkenning is een concept op hoofdlijnen zonder status en wordt in de volgende fase (investeringsbesluit) uitgewerkt middels een Stedenbouwkundig Plan (SP). Het ruimtelijk concept is gebaseerd op een overzichtelijk en flexibel stedelijk

Figuur 29:

grid dat zowel logisch aansluit op zijn omgeving als geheel nieuwe kwaliteiten biedt. Ten noorden van de Molenwetering sluiten we vooral aan op de hoogstedelijkheid van ArenAPoort. Ten zuiden daarvan kiezen we voor een intensief ‘Pakhuizenkwartier’ (zie verderop). Het gehele gebied voorzien we van een genereuze groene en natuurinclusieve publieke ruimte. Het gebruikelijke onderscheid tussen de kwaliteit van een woonbuurt en een werkgebied laten we vervagen. De inrichting van de publieke ruimte wordt overal aantrekkelijk en groen, waarbij we zoveel mogelijk rekening houden met de wensen van de voetganger en (vracht-)fietser. Het ondernemen in alle soorten en maten, en de ruimtes die daarvoor nodig zijn, vormen een onderscheidend uitgangspunt voor het stedenbouwkundig kader van het plangebied. Ondernemen mag daarbij ruim gezien worden, het is inmiddels al lang niet meer zo dat je alleen productief kunt zijn in een kantoor of in een bedrijfshal. Vanuit huis werken is inmiddels ook heel gewoon. Het is dus belangrijk om bij het woningbouwprogramma daarvoor zover mogelijk op te sturen.

De groenstructuur, waterstructuur en het stedelijk grid vormen samen de onderlegger voor de ontwikkelingen in het projectgebied. Bron: Herzog & de Meuron

Projectnota

Ruimtelijk kader

44

Figuur 30:

45

Stedenbouwkundige verkenning op hoofdlijnen in relatie tot ontwikkelingen in omliggende gebieden. Deze verkenning heeft geen status en wordt in de volgende fase (investeringsbesluit) uitgewerkt middels een SP.

Projectnota

Ruimtelijk kader

De Molenwetering wordt het groene hart, met ook een recreatieve functie voor de omliggende buurten, en geeft met de voorgestelde fietsbrug direct toegang tot de Amstelscheg. Ze vormt de grens en het verbindend element tussen het noordelijke en zuidelijke gedeelte van het plangebied. De ambitie is om op deze plek de stad beter met het landschap te verbinden door de barrièrewerking van de A2 te verminderen. Hoewel dit pas op termijn (bij de ontwikkeling van Deelgebied 2) aan de orde zal zijn, wordt daar in de plannen voor Holterbergdistrict al rekening mee gehouden.

5.2 Aansluiten op Zuidoost 5.2.1 Hechten van gebieden ArenAPoort, Amstel III Kantorenstrook, Amstel III Bedrijvenstrook en de Amstelscheg zijn momenteel van elkaar gescheiden door grote wegen die beperkt oversteekbaar zijn. Een aantrekkelijke stad heeft gebieden die (meestal) organisch groeien en elkaar op een natuurlijke manier overlappen. Juist op de punten waar het ene gebied het andere ontmoet, ontstaan de meest levendige delen van de stad. Denk aan de Amsterdamse stadsstraten die onderdeel van buurten zijn, maar tegelijk een stedelijke betekenis hebben. De nieuwe structuur van het plangebied is wat betreft het programma, de volumes en het raamwerk van de publieke ruimte afgestemd op de structuren van de aangrenzende gebieden. Hierdoor kunnen de gebieden samen meer een geheel gaan vormen: Bijlmer-ArenA. Door ook nieuwe verbindingen naar de Amstelscheg te maken, wordt dit landschap veel beter met Zuidoost verbonden. 5.2.2 Koppelen en verbeteren van bestaande groen- en waterstructuren Door Bijlmer-ArenA loopt een aantal duidelijke groene en blauwe lussen of loops die vaak nog niet af of niet robuust genoeg zijn. Ze hebben echter wel de potentie om een sterke verbindende structuur te gaan vormen.

Het plangebied kan een voorname rol spelen in het aan elkaar knopen van de verschillende gebieden en groenblauwe corridors tot een robuuster netwerk van groene ruimten met plekken om elkaar te ontmoeten en te bewegen.

5.3 Een genereus groenblauw raamwerk Groenruimten bepalen voor een groot deel het ruimtelijk DNA van Zuidoost. Genereuze natuur is de basis voor een gezonde, klimaatadaptieve, natuurinclusieve en aantrekkelijke stadswijk. De groenblauwe structuur, met een balans tussen recreatieve en ecologische waarden, vormt een solide basis voor duurzame en gezonde verdichting.

en intensief groen op alle niveaus, van maaiveld en terrassen tot gevels en daken. Alle ruimten zullen moeten worden ingezet om binnen de groennormen te blijven die Amsterdam zichzelf gesteld heeft. Er wordt extra nadruk gelegd op het doortrekken van de ecologische en recreatieve corridor langs de Molenwetering naar de Amstelscheg en de verbinding over of onder de A2. Zo wordt een belangrijke groene ader en historisch landschap dichterbij Zuidoost gebracht en voor een grote groep mensen bereikbaar gemaakt. Het nieuwe groenblauwe raamwerk heeft onderstaande uitgangspunten: 5.3.1 Waterstructuur Natte natuur vormt het natuurlijke landschap van het plangebied. Op basis van het bestaande watersysteem wordt een nieuwe waterstructuur voorgesteld die belangrijke nieuwe kwaliteiten zal toevoegen. Tegelijk kan hierdoor de grondwaterstand in het gebied beter worden gereguleerd. De Molenwetering is de belangrijkste groenblauwe drager, de ecologische ruggengraat en verbindende corridor. Het is ook de belangrijkste recreatieve route in BijlmerArenA en binnen het -plangebied. Om als ecologische en recreatieve verbinding richting Amstelscheg te kunnen functioneren, is op de schaal van Zuidoost een minimale breedte van 50 meter nodig.

De kwaliteit van de Molenwetering wordt versterkt door een nieuw waterpark, aangevuld met een nieuwe singel in noord-zuid richting: een kwalitatief verbindend element dat de grondwaterhuishouding verbetert en aansluit op het waternetwerk van de omgeving. De Molenwetering, het waterpark en de singel vormen samen de basis voor het recreatieve en ecologische netwerk. Het waterpark gaat het groene hart van het gebied vormen en vergroot de recreatiemogelijkheden. Er zal ruimte zijn voor ecologie en biodiversiteit. Er komen onder andere een ecologische watertuin, een rustplaats aan het water, in het landschap geïntegreerde speelvoorzieningen en aantrekkelijke fiets- en voetgangersverbindingen. Als buffergebied kan het waterpark helpen regenwater vast te houden. Daarnaast zijn ten noorden en ten zuiden van het waterpark nog twee parken voorzien die bijdragen aan de waterretentie.

Gezien de hoge dichtheid van het gebied wordt ingezet op een hoge ecologische waarde met sterke diversiteit

De singel verbindt de parken onderling en sluit aan op het ruimere watersysteem van Zuidoost. Ze helpt bij de waterretentie en verlicht de hittestress in het gebied. Het profiel van de singel verandert om verschillende activiteiten en sferen mogelijk te maken. Het minimumprofiel is 20 meter, zodat de singel als

Projectnota

Ruimtelijk kader

46

ecologisch element kan functioneren. Recreatieruimten van verschillende groottes, van een voetpad tot een sportveld langs het water, kunnen aan deze ecologische corridor worden gekoppeld. Bij de aanleg van de singel wordt rekening gehouden met de bestaande kavelgrenzen en een haalbare fasering. Ook de lanen, de bomenrijen en de ondergrondse infrastructuur zullen de loop mede bepalen. Water kan tijdelijk gebufferd worden in wadi's totdat het hele kanaal gerealiseerd is. De extra wateroppervlakken die in het plangebied ontstaan, vormen samen met de bestaande waterstructuur rondom het gebied een gesloten netwerk van waterwegen. Hierdoor wordt de doorstroming bevorderd en waterkwaliteit verhoogd. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van doorlopende oevers, zodat doelsoorten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Nieuwe ecologische kwaliteiten toevoegen en verbinden We willen in het gebied verschillende nieuwe ecologische habitats creëren en verbinden met ecologische corridors binnen het gebied en in de omliggende wijken. De focus ligt vooral op de oost-westverbinding en de

relatie met de Amstelscheg. Een combinatie van twee ecologische strategieën lijkt veelbelovend voor dit gebied: waterinclusieve lokale ecologie en het Bos van de Toekomst dat zich richt op klimaatbestendigheid. Het nieuwe netwerk is bedoeld om zoveel mogelijk verschillende habitats en ecologische verbindingen in en rond het gebied te introduceren om de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van Zuidoost te verbeteren. 5.3.2 Betere bodem en meer verschillende habitats In de huidige situatie is de ecologische kwaliteit in het gebied beperkt. Private terreinen zijn over het algemeen vrijwel geheel verhard. De profielen van de meeste straten kennen weinig (verschillende) soorten beplanting. We streven naar een zodanige bodemgesteldheid dat in het gebied een veelheid aan soorten bomen, struiken en planten kan groeien. Dit geldt voor de openbaar (toegankelijke) delen, maar ook voor de private percelen. De vereiste ontwateringdiepte van 90 cm wordt op dit moment vaak niet gehaald, waardoor maatregelen nodig zijn. Dit biedt tevens kansen voor bodemverbetering en waterbuffering. Ook de gebouwen spelen een rol in de habitats; zowel gevels als daken worden natuurinclusief

Groenstructuur (voorstel op hoofdlijnen) Waterstructuur (voorstel op hoofdlijnen) Waterstructuur (haalbaarheid te onderzoeken) Duiker

Figuur 31:

47

Een verkenning van een groenblauw netwerk op hoofdlijnen. Deze verkenning heeft geen status en wordt in de volgende fase (investeringsbesluit) uitgewerkt middels een SP.

Projectnota

Ruimtelijk kader

ingericht. Zo kunnen door het hele gebied verschillende habitats voor verschillende soorten insecten en kleine dieren ontstaan. Vanwege de hoge grondwaterstand is het logisch om met name de natte landschapskwaliteit uit te bouwen. Er zal gebruik worden gemaakt van het puntensysteem dat is gekoppeld aan de in het handboek Natuurinclusief bouwen en ontwerpenvoorkomende maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13431728/1