CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectnota Erotisch Centrum.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Projectbesluit Erotisch Centrum (VN2026-000707)28.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

4 alinea's met “opening”: 341 343 344 386

Figuur 107: Uitsnede kaart Hoogbouwbeleid

Vanwege de ligging van het Erotisch Centrum binnen explosie- en brandaandachtsgebieden moet in het vervolg een verantwoording komen van de risico’s en een afweging over het aanwijzen van voorschriftengebieden. Het gaat dan om een verantwoording over onder andere de gevaren en gevolgen, zelfredzaamheid, hulpverlening en of extra (gebouw)maatregelen nodig zijn op basis van de Omgevingswet en gemeentelijk beleid. Daarbij zal ook advies worden gevraagd aan de Veiligheidsregio. Als eerste stap richting deze afweging is het groepsrisico berekend. Voor de hogedruk aardgasleiding blijft het groepsrisico lager dan de oriëntatiewaarde van 1. Voor het vervoer

van gevaarlijke stoffen via de A10 is het groepsrisico berekend zonder en met realisatie van Zuidasdok. Zonder realisatie van Zuidasdok zorgt de ontwikkeling van het Erotisch Centrum niet voor een toename van het groepsrisico. Wel is in de huidige situatie het groepsrisico hoger dan 1. Na realisatie van Zuidasdok vervalt het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen via de A10 vanwege de bouw van tunnels. Het explosieaandachtsgebied vanwege de A10 is dan ook niet meer relevant. Het groepsrisico van de A10 bedraagt na de realisatie van Zuidasdok minder dan 0,001 keer de oriëntatiewaarde voor zowel de referentiesituatie als de planrealisatie. De berekende groepsrisico’s voldoen aan het gemeentelijke Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid. Vanwege de ligging van het Erotisch Centrum binnen explosie- en brandaandachtsgebieden moet in volgende fasen worden afgewogen of de risico’s aanvaardbaar zijn en of extra (gebouw)maatregelen nodig zijn op basis van de Omgevingswet en gemeentelijk beleid. Geluid In het Erotisch Centrum zijn werkplekken voor sekswerkers, horeca, cultuur en maatschappelijke functies voorzien. Het Erotisch Centrum is daarmee geen geluidgevoelig gebouw als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dat betekent dat geen onderzoek hoeft te worden uitgevoerd naar de verwachte geluidbelasting op de gevel van het gebouw.

Het Erotisch Centrum is een locatie waar mogelijk milieubelastende activiteiten worden verricht. Dit betekent dat op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving rekening moet worden gehouden met het geluid van activiteiten, op geluidgevoelige gebouwen in de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw is o.a. een woon- of onderwijsfunctie. Bij het juridisch-planologische besluit waarmee het Erotisch Centrum mogelijk wordt gemaakt, moet gemotiveerd worden dat sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouwen zijn op circa 200 meter afstand gelegen: woningen in Kop Zuidas, aan de overzijde van de Rijksweg A10 en het woongebouw Eurocenter in Vivaldi, aan de overzijde van de Europaboulevard. Gelet op de afstand van het erotisch centrum tot deze geluidgevoelige gebouwen wordt geen onaanvaardbare geluidsituatie verwacht. Geluidbelasting staat de haalbaarheid van het project niet in de weg.

92

Projectnota Erotisch Centrum

Hoogbouwaspecten Het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 stelt regels over hoogbouw (hoger dan 30 meter). De projectlocatie ligt binnen de grens het cluster in regime 1 en dus gelden de regels van dit regime. Hoogbouw op deze locatie kan worden gezien als een logische continuering van het hoogbouwcluster aan Zuidas en is logisch in verband met de nabijheid van metrostation RAI. Dat betekent dat de locatie geschikt is voor hoogbouw (meer dan 30 meter). Een gebouw hoger dan 30 meter is op grond van het hoogbouwbeleid toegestaan. In deze fase van het project is het nog niet duidelijk of wordt voorzien in een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 30 meter. Indien wordt voorzien in hoogbouw dan moeten de principes voor hoogbouw in acht worden genomen. Windhinder In Nederland bestaat geen wetgeving om windhinder of windgevaar te voorkomen. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet wordt meegenomen in de afwegingen. Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving. Daarvoor is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar en deze betrekken in de beoordeling nodig. Voor gebouwen van 30 meter en hoger geldt dat een windhinderonderzoek conform NEN 8100 verplicht is. Met dit onderzoek kan worden aangetoond of er sprake is van windhinder of niet.

De toetsing hiervan vindt plaats bij de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Bij de vervolgfase van het project, als de hoogte en omvang van het gebouw bekend zijn, zal het aspect windhinder worden onderzocht en betrokken. Bezonning In het kader van bebouwing speelt bij hoogbouw het wegnemen van zon van andere functies of gebouwen (bezonning) een rol. Er bestaan geen landelijk wettelijk vastgelegde normen of eisen waaraan plannen ten aanzien van de bezonning in relatie tot bestaande functies moeten voldoen. De dichtstbijzijnde gebouwen staan op circa 130 meter van de projectlocatie. Gelet op deze afstand is het de verwachting dat bezonning de haalbaarheid van het project niet in de weg staat.

Gemeente Amsterdam

Bij de vervolgfase van het project, als de hoogte en omvang van het gebouw bekend zijn, zal het aspect bezonning worden onderzocht en betrokken. Hoogtebeperkingen Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib) is gebaseerd op paragraaf 8.2.1 van de Wet luchtvaart (Wlv). Met het Lib wordt met kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het Lib bevat voor dat gebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van het gebruik van gronden en de (hoogte van) bebouwing. Dit voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op onder meer de veiligheid van het vliegverkeer van en naar de luchthaven. Bij de vaststelling van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet de toetshoogte van het Lib in acht worden genomen. Er zijn twee toetshoogtes: de algemene of maatgevende toetshoogte (bijlage 4 bij het Lib) en de toetshoogte in verband met radar (bijlage 4a bij het Lib). Op de locatie is de maatgevende toetshoogte (exclusief radar) 96 meter ten opzichte van NAP, de toetshoogte radar is 51 meter ten opzichte van NAP. Gelet op de beoogde hoogte van het Erotisch Centrum staat het Lib de haalbaarheid van het project niet in de weg.

Luchtkwaliteit Paragraaf 5.1.4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht. De instructieregels zien toe op gevolgen voor aandachtsgebieden luchtkwaliteit en specifieke gevallen (de aanleg van auto(snel)wegen en wegtunnels). Voor projecten die geen of weinig luchtverontreiniging veroorzaken is een uitzondering opgenomen. Het project draagt dan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtvervuiling. Dit is het geval voor het Erotisch Centrum, waarmee voldaan kan worden aan de instructieregels uit het Bkl. Het Erotisch Centrum is geen gevoelige bestemming, zoals een woning, en kan daarmee in de buurt van wegen worden gerealiseerd. Luchtkwaliteit staat de haalbaarheid van het project niet in de weg.

93

Milieueffectrapportage In de Omgevingswet afdeling 16.4 zijn de eisen opgenomen voor de milieueffectrapportage. Het doel is het milieubelang vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken en daarbij inzicht te krijgen in de potentiële milieueffecten. Het Erotisch Centrum is opgevat als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (J11, bijlage V, Omgevingsbesluit). Het betreft een plan voor ‘een klein gebied op lokaal niveau’, waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Door de omvang van het initiatief en de ligging bij stations RAI en Amsterdam Zuid en stedelijk gebied Zuidas worden op voorhand geen aanzienlijke milieueffecten verwacht als bedoeld in artikel 16.36 Ow en is de inschatting dat er geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. In het vervolgproces zal voor de investeringsnota een plan-mer-beoordeling worden opgesteld. In dat onderzoek wordt beoordeeld of sprake is van aanzienlijke milieueffecten vanwege de ontwikkeling en. of er inderdaad kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport. Vanwege de omvang van de voorgenomen ontwikkeling en verwachte milieueffecten wordt uitgegaan van een project-mer-beoordeling voor de wijziging van het omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Trillingen spoor en metro Er zijn geen wettelijke normen voor trillinghinder ten gevolge van de activiteit spoorwegen (railverkeer). Amsterdam heeft ook geen standaardregels opgesteld voor de bescherming van trillingen ten gevolge van de activiteit spoorwegen. Voor spoortrillingen is in 2019 een handreiking opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Uit deze Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen volgt onder meer dat de gebruikelijk gehanteerde afstand waarbinnen trillinghinder door spoor wordt getoetst, een zone is tot 100 meter van het spoor. De afstand van 100 meter van trillinggevoelige gebouwen tot een spoorweg wordt in principe ook in Amsterdam aangehouden voor de afweging of nader trilling onderzoek noodzakelijk is. De projectlocatie is op meer dan 100 meter van een spoorweg gelegen. Bovendien is met de activiteiten zoals voorzien in het Erotisch Centrum geen sprake van een trillinggevoelig gebouw. Dit betekent dat onderzoek naar mogelijke trillinghinder niet nodig is. Trillinghinder staat de haalbaarheid van het project niet in de weg.

Concluderend: op basis van bovenstaande aspecten is inpassing van het Erotisch Centrum op een locatie binnen het plangebied aan de Europaboulevard mogelijk, zij het dat voor een aantal aspecten vervolgonderzoek in de volgende fase noodzakelijk is.

94

Projectnota Erotisch Centrum

Gemeente Amsterdam

95

6. Uitgangspunten en randvoorwaarden In het vorige hoofdstuk is gekeken naar wat de opgaven zijn om het Erotisch Centrum aan de Europaboulevard in te kunnen passen. Ook zijn de onderzoeken genoemd die noodzakelijk zijn voor de inpassing. Er is gekeken of er aspecten zijn die inpassing belemmeren. Het gebouw kan worden gebouwd als er rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld de ondergrondse gasleiding. Ook vraagt een aantal zaken om nader onderzoek, dat in een volgende fase van de investeringsnota plaats zal vinden. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de inpassing van het gebouw benoemd. Die gaan over programma, maar ook over de plek van het gebouw binnen het beschikbare plangebied. Er is gekeken naar flexibiliteit, adaptiviteit en beeldkwaliteit en welke inpassingsprincipes van belang zijn om het gebouw optimaal te kunnen inpassen. Deze uitgangspunten en randvoorwaarden hebben ook een link met de ontwikkelstrategie in hoofdstuk 7. In de volgende fase worden deze uitgangspunten en randvoorwaarden verder uitgewerkt in de selectiedocumenten.

6.1. Programmatische uitgangspunten Het Erotisch Centrum wordt een gebouw met een veelzijdige programmering. Het combineert een breed scala aan functies met een focus op erotiek, cultuur, educatie, en de lhbtiq+-gemeenschap. Het college wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen rond seksualiteit en gender en een veilig en vergund alternatief bieden voor sekswerkers van de Wallen. De aanleiding voor de brede programmering is dat het Erotisch Centrum een plek wordt waar seksualiteit en erotiek op een

positieve, inclusieve en culturele manier worden belicht, met ruimte voor diversiteit, ontmoeting en verbinding tussen verschillende groepen. Vaststaand onderdeel van het programma zijn de circa 100 werkplekken. Aanvullend programma zijn de daarbij horende (zorg)functies, erotisch en niet-erotisch entertainment, kunst en cultuur, horeca (dag/avond/nacht), winkels, en maatschappelijke functies. Inclusief ruimte voor techniek en opslag tellen deze programmadelen op tot circa 10.000 vierkante meter BVO. Figuur 109: Programma

Figuur 108: Sfeerimpressie dagbeeld met rechts Erotisch Centrum

Gemeente Amsterdam

97

6.2. Stedenbouwkundige uitgangspunten Bouwvlak en situering • Uitgangspunt BVO is circa 10.000 m2 exclusief fietsenstalling. • Voetprint varieert tussen 1.100 m2 en 1.700 m2. • Het aantal bovengrondse bouwlagen volgt uit de verhouding voetprint/BVO en is niet meer dan 10 bouwlagen. • Zichtbaar gebouw vanaf de A10, station RAI en de De Boelelaan, en ingetogen vanuit het Amstelpark. • Sekswerkplekken zijn aan de buitengevel nergens zichtbaar. • Een stedelijke kant met een uitnodigende plint aan de Europaboulevard met hoofdentree en aparte entrees voor de plintfuncties. En een zachtere kant aan de waterplas. • Bevoorrading/afval en techniek zorgvuldig inpassen. • Installaties inpandig oplossen en mee ontwerpen. • Minimaal 5 meter afstand houden tot het hart van de hogedrukgasleiding en rekening houden met veiligheidseisen. • Rekening houden met het functioneren van het watersysteem. • Rekening houden met de ruimtereservering voor de toekomstige ongelijkvloerse fietsverbinding Europaboulevard.

Verkeer, openbare ruimte, water en groen • Herkenbare hoofdentree aan de Europaboulevard met openbare ruimte ingericht op bezoekersstromen. • Logische verkeerskundige ontsluiting van de K&R-zone aan de Europaboulevard. • Goed verlichte routes rond het gebouw, voor voetgangers en fietsers. • Hoofdbomenstructuur aan de Europaboulevard zoveel mogelijk intact laten. • De waterplas beleefbaar maken.

Duurzaamheid • Adaptief gebouwontwerp • Ten zuiden van het fietspad ruimte voor groen en ecologie als overgangszone naar het Amstelpark. • Landschappelijke inpassing aan de waterkant. • Rekening houden met natuurinclusief bouwen. • Integreren van circulaire ontwerpprincipes volgens Het Nieuwe Normaal.

Figuur 110: Stedenbouwkundige uitgangspunten

98

Projectnota Erotisch Centrum

fietsers toekomstige fietsverbinding duikers water afvoer hoge druk aardgasleiding (Gasunie) 5m veiligheidsafstand tot hoge druk aardgasleiding zoekgebied Erotisch Centrum voorplein doorzicht relatie buiten-binnen hoofdentree zichtbaar vanuit stad zichtbaar vanaf groen ecologie

Gemeente Amsterdam

99

INPASSINGSPRINCIPES

Voor het gebouw is een aantal inpassingsprincipes opgesteld. Deze gaan over de zichtbaarheid, de toegankelijkheid, de relatie met de waterplas, maar ook met de manier waarop de verschillende functies binnen het gebouw bereikbaar zijn. De principes zijn door middel van schema’s weergegeven. Deze inpassingsprincipes worden meegegeven in dit stadium. Het zijn geen vastgelegde randvoorwaarden, maar een handreiking voor de toekomstige ontwerper.

Alzijdig gebouw: het gebouw staat aan de straat en deels in de waterplas. Het kent geen direct aangrenzende bebouwing. Dat houdt in dat alle gevels aantrekkelijk ontworpen zijn en een relatie met de omgeving aangaan.

Drukke straatkant en rustige waterkant: de entree bevindt zich logischerwijs aan de Europaboulevard. De waterkant van het gebouw vraagt om subtiele inpassing.

Overgangszone straat-gebouw: de entree is zichtbaar aan de straat, het fiets- en voetgangersverkeer ondervindt geen hinder van het gebouw.

Meerdere entrees naast hoofdentree, mits veiligheid gegarandeerd, aparte entree sekswerkers: om de veiligheid van sekswerkers te garanderen kan er een personeelsentree gemaakt worden naast de hoofdentree.

Mogelijkheid van combinatie van sekswerkfuncties met publieksfuncties op verdiepingen met sekswerkfuncties: de functies in het gebouw kunnen per verdieping gemengd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549757/1