CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Projectnota Erotisch Centrum.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Projectbesluit Erotisch Centrum (VN2026-000707)28.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4 alinea's met “opening”: 341 343 344 386

Gemeente Amsterdam

deels boven het water worden gebouwd om demping van water te minimaliseren. Om het programma te kunnen realiseren is een minimale oppervlakte (voetprint) van 1.100 m2 noodzakelijk. De maximale voetprint van 1.700 m2 wordt ingegeven door de ligging van de gasleiding en de wateraspecten (bestaande duikers). De uiteindelijke voetprint bepaalt voor een groot deel de toekomstige bouwhoogte: hoe kleiner de voetprint, hoe hoger het gebouw kan worden. Dit gegeven bepaalt ook de zichtbaarheid van het Erotisch Centrum vanaf de A10 en de De Boelelaan. Er zijn momenteel weinig vergelijkbare voorbeelden van een Erotisch Centrum elders beschikbaar. Toch is er onderzocht hoe andere (Europese) steden invulling geven aan modern sekswerk. De inzichten uit deze steden zijn opgenomen in bijlage 5.

Figuur 89: Bouwvlak binnen plangebied Bouwvlak gebouw Erotisch Centrum buisleiding gevaarlijke inhoud (Gasunie) 5m veiligheidsafstand tot buisleiding gevaarlijke inhoud duikers

69

Gebouwmodellen Commissie Integrale Omgevingskwaliteit Op 11 december 2024 zijn de eerste bevindingen over de inpassingsopgave gedeeld met de Commissie Integrale Omgevingskwaliteit. Deze commissie adviseert het stadsbestuur vroeg in stedelijke projecten over architectonische, stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische kansen en beperkingen. De commissie bestaat uit onafhankelijke experts op het gebied van ruimtelijk ontwerp en stedelijk erfgoedbeheer. De adviezen helpen om projecten te definiëren die bijdragen aan de kwaliteit van de stad en het stedelijke leven. De commissie ziet dat een Erotisch Centrum ontwerpen een grote opgave is, onder meer omdat er weinig tot geen bekende voorbeelden zijn. Wat er uiteindelijk in het Erotisch Centrum aan functies komt zal grotendeels het uiterlijk bepalen. Ook heeft de commissie geadviseerd over de aansluiting van de ontwikkellocatie op de omgeving en vraagt zij aandacht voor verbetering van de kwaliteit van de onderdoorgangen naar station RAI en het metrostation. De adviezen en aanbevelingen van de commissie zijn grotendeels verwerkt in de projectnota. Voor het volledige advies, zie bijlage 4.

‘Een meer high endvoorziening past beter in een gebouw of een cluster van gekoppelde volumes en is typologisch gezien meer geschikt voor deze locatie.’ uit advies Commissie Integrale omgevingskwaliteit

Na de keuze van de plek voor het gebouw binnen het plangebied is verder gestudeerd. Met behulp van verschillende testmodellen is onderzocht of het programma daadwerkelijk is in te passen. Daarbij is gekeken naar de samenhang van programmaonderdelen, de mogelijke interne logistiek en de inpassing. Het testen toont aan dat een gebouw met een programma van circa 10.000 m2 BVO, exclusief fietsenstalling of kelder, ingepast kan worden. Er zijn drie modellen getest, ieder met een verschillende verschijningsvorm: In model 1 wordt uitgegaan van een atriumgebouw met een publieke plint van vier verdiepingen. Boven deze plint zijn vier sekswerkverdiepingen met een interne route gesitueerd. Op de bovenste verdieping is ruimte voor horeca en/of een andere publieksfunctie. Er zijn verschillende routes binnen het gebouw mogelijk. Het gebouw is acht verdiepingen hoog met een voetprint van 1.500 m2. In model 2 zijn er twee gebouwendelen gemaakt, die met elkaar verbonden zijn via een centrale entreehal. Deze hal loopt van de Europaboulevard tot aan de achtergevel: de waterkant. Boven de eerste vier verdiepingen met publieke- en horecafuncties zijn vier verdiepingen met sekswerkfuncties gesitueerd. Het verschil met model 1 is de mogelijkheid om de functies meer uit elkaar te plaatsen en verschillende clusters te maken.

Ook maakt model 2 een visuele verbinding vanaf de entree aan de Europaboulevard richting de waterplas. Omdat een deel van het gebouw boven het water hangt, is de voetprint kleiner. Het gebouw telt acht verdiepingen met een voetprint van 1.100 m2. In model 3 zijn alle publieke functies gesitueerd op de eerste zes verdiepingen. Daarboven zijn vijf verdiepingen met sekswerkfuncties. Dit model is compacter en daarmee hoger dan de modellen 1 en 2. Het gebouw is tien verdiepingen hoog met een voetprint van 1.100 m2. In deze fase zijn de uitgangspunten met behulp van deze modellen onderzocht. Zij geven een indicatie van de mogelijke vorm van het gebouw. De testmodellen bieden de ruimte aan de (combinatie van) marktpartij(en) om binnen de randvoorwaarden naar de meest optimale architectonische vorm te zoeken. De definitieve vorm van het gebouw wordt pas bepaald na het investeringsbesluit als de gekozen marktpartij het gebouw daadwerkelijk gaat ontwerpen

70

Projectnota Erotisch Centrum

Figuur 90: Testmodel 1

horeca (dag/avond) horeca (avond/nacht) Figuur 91: Testmodel 2 maatschappelijke functies erotisch evenementen kunst en cultuur

detailhandel diensverlening sekswerkplekken erotisch entertainment inpandige loopruimte en stijgpunten ondersteunende functies (kantoor, personeelruimte) Figuur 92: Testmodel 3

Gemeente Amsterdam

zorg/toezicht (t.b.v. sekswerkfunctie)

71

GEBOUWMODELLEN

Figuur 93: Testmodellen 1, 2 en 3 gezien vanaf A10 Zuid

Figuur 94: Testmodellen 1, 2 en 3 gezien vanaf de De Boelelaan

5.3. Ruimtelijke onderzoeken In het stadsbrede locatieonderzoek scoorde de Europaboulevard als kansrijk. Deze locatie voldoet aan de eisen voor voetgangers, er ligt een goed fietsnetwerk, het openbaar vervoer is nabij en divers (alleen overdag). Ook het autoparkeren, het fietsparkeren en een Kiss & Ride zijn oplosbaar. Als onzekere factoren werden de capaciteit van het autonetwerk en het ontbreken van nachtelijk openbaar vervoer genoemd.

7.500-11.500 verkeersbewegingen (aankomst en vertrek) per etmaal zorgt. De drukste periode qua verkeersgeneratie op vrijdag ligt tussen 21:00 en 01:00 uur. Het grootste deel van de bezoekers komt overdag en in de avond met het openbaar vervoer (46%), het aandeel lopend en per fiets is rond de 25%, het overige deel komt per auto en taxi. In de nachtperiode na twaalf uur daalt het ov-gebruik naar 19% en neemt het auto-, taxi- en fietsgebruik toe.

Deze uitgangspunten zijn startpunt geweest voor de ruimtelijke onderzoeken voor de projectnota. Voor verkeer en parkeren, kabels en leidingen, water, groen en ecologie en duurzaamheid is omschreven waaraan voldaan moet worden om het Erotisch Centrum succesvol op de plek in te passen en bezoekersstromen goed te organiseren.

Openbaar vervoer Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer door de ligging in de buurt van trein- en metrostation RAI, metrostation Europaboulevard, tram- en bushaltes. In de nacht is er beperkt openbaar vervoer.

Verkeer en parkeren Verkeer en bereikbaarheid voor alle modaliteiten – openbaar vervoer, auto, fiets, voetganger – is een belangrijke voorwaarde voor het goed functioneren van het Erotisch Centrum. Voor wat betreft verkeer is zowel de autobereikbaarheid als de bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers onderzocht. Voor de omgeving lopen diverse initiatieven om het gebied bereikbaar te houden, zoals de aanpassing van de A10 Zuid via het project Zuidasdok en het Mobiliteitsplan Zuidflank. Langs de locatie voor het Erotisch Centrum liggen routes voor voetgangers en fietsers. In het gebouw zelf en in de omgeving worden geen (nieuwe) autoparkeerplaatsen gerealiseerd. Autoverkeer kan parkeren op de openbare parkeerplaatsen langs de Europaboulevard en in de nabijgelegen parkeergarages, hier is voldoende parkeercapaciteit beschikbaar. Aan de oostzijde van de Europaboulevard wordt een Kiss&Ride strook aangelegd, zodat taxi’s bij het gebouw kunnen voorrijden, maar niet parkeren. Deze strook wordt ook gebruikt voor logistiek en bevoorrading (overdag). Er is een verkeersonderzoek (zie bijlage 3.2) uitgevoerd naar het verkeer van en naar het Erotisch Centrum in 2040. Hierbij is rekening gehouden met geplande ontwikkelingen in de omgeving zoals de realisatie van Zuidasdok, ontwikkeling van Zuidas en de A2 Entree.

Evenementenverkeer in de omgeving, zoals naar de RAI, is meegenomen in het model door deze te verdelen over het jaar. Uit de cijfers blijkt dat het Erotisch Centrum op vrijdag per openbaar vervoer, fiets, lopend, auto en taxi voor ongeveer

74

Voor sekswerkers, maar ook voor bezoekers is het belangrijk om veilig te arriveren en weg te gaan. Aandachtspunt is dat het openbaar vervoer ‘s nachts na 01.00 uur beperkt is. Er zijn daarom voldoende Kiss & Ride-plekken noodzakelijk, die dicht bij de ingang liggen, zodat sekswerkers niet alsnog ver moeten lopen. Er zijn op dit moment geen plannen voor uitbreiding van het nachtelijk openbaar vervoer in de omgeving. Vanwege de 24/7-openingstijden van het Erotisch Centrum kan in een volgende fase verkend worden of er mogelijkheden zijn voor nachtelijk openbaar vervoer of alternatieven. Verkeersnetwerk auto Voor de bereikbaarheid maakt het Erotisch Centrum gebruik van de bestaande autonetwerken in de omgeving. Bij de verkeerskundige inpassing moet rekening worden gehouden met het verkeer op de Europaboulevard en A10. Uit het verkeersonderzoek komt naar voren dat de ontwikkeling van het Erotisch Centrum zorgt voor beperkte toename van autoverkeer in de ochtend- en avondspits. Uit de cijfers blijkt dat het Erotisch Centrum op vrijdag voor ongeveer 2.700 verkeersbewegingen per auto en taxi (aankomst en vertrek) per etmaal zorgt. De drukste periode qua verkeersgeneratie op vrijdag ligt tussen 21:00 en 01:00 en dus buiten de spits. In de ochtendspits gaat het om ca. 75 aankomsten en vertrekken van auto’s en taxi’s. In de avondspits gaat het om ca.

350 aankomsten en vertrekken van auto’s en taxi’s. Een groot deel van het verkeer dat het Erotisch Centrum genereert, vindt plaats buiten de spitsperioden. Vooral in de ochtendspits is het effect van de ontwikkeling van het Erotisch

Projectnota Erotisch Centrum

Centrum gering. De hoeveelheid verkeer van en naar het Erotisch Centrum is zeer beperkt ten opzichte van de hoeveelheid verkeer die losstaat van de ontwikkeling. In de avondspits zorgt verkeer richting het Erotisch Centrum voor een toename van de wachtrijen die ontstaan bij het kruispunt Europaboulevard – de De Boelelaan. Vooral op de noordelijke rijbaan van de Europaboulevard loopt de wachtrij op. In de helft van de simulaties ontstaat er een wachtrij die oploopt tot aan het kruispunt van de Europaboulevard met de noordelijke toe- en afrit van de A10. In dat geval is er, totdat de hoeveelheid verkeer afneemt, sprake van een knelpunt. Uit de analyse blijkt dat wanneer dit knelpunt optreedt het slechts kort aanwezig is en niet zorgt voor een forse toename van wachtrijen op andere richtingen van dit kruispunt. Zo blijft de wachtrij op de noordelijke afrit van de A10 beperkt en is er geen terugslag van verkeer op de A10. Voor het verkeersnetwerk in de omgeving geldt dat het verkeersonderzoek laat zien dat het verkeer, los van de ontwikkeling van het Erotisch Centrum, in de toekomst

Gemeente Amsterdam

toeneemt. Zonder maatregelen uit het Mobiliteitsplan Zuidflank ontstaan er knelpunten. In het verkeersonderzoek is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Er is gekeken hoe de verkeerssituatie er uit ziet zonder maatregelen uit het mobiliteitsplan en zonder kalibratie, beide zorgen voor meer verkeer. Los van de ontwikkeling van het Erotisch Centrum nemen de wachttijden op de kruispunten in de toekomst al aanzienlijk toe, waarbij regelmatig blokkades op andere kruispunten optreden. Ook in beide spitsperioden is er sprake van wachtrijen die terugslag veroorzaken tot op de A10. Voor een goede verkeersafwikkeling is het essentieel dat de verkeersdrukte in het gebied wordt beperkt. Dat kan door in te zetten op het gebruik van andere modaliteiten, of bijvoorbeeld door verkeersmanagement, alternatieve routes of infrastructurele maatregelen. De ontwikkeling van het Erotisch Centrum leidt in de gevoeligheidsanalyse slechts tot een beperkte toename van de knelpunten. Om de bereikbaarheid van het gebied ook in de toekomst te waarborgen zijn er op gebiedsniveau maatregelen nodig, deze zijn reeds voorzien in het Mobiliteitsplan Zuidflank.

Figuur 95: Parkeerplaatsen langs de Europaboulevard

75

Figuur 96: Verkeersontsluiting Bouwvlak Erotisch Centrum Kiss & Ride Voetgangers Fietsers Auto

76

Projectnota Erotisch Centrum

Ontsluiting Kiss & Ride, taxiverkeer en logistiek Uit het verkeersonderzoek komt naar voren dat voor de capaciteit van de Kiss & Ride uitgegaan kan worden van 13 tot 14 parkeerplekken. Op deze plekken kunnen taxi’s bezoekers en personeel afzetten en ophalen. Leveranciers kunnen deze plekken ook gebruiken voor laden en lossen. De benodigde capaciteit voor logistiek zal naar verwachting beperkt zijn, en grotendeels plaatsvinden buiten de momenten met veel bezoekers. Het laden en lossen mag de doorstroming niet belemmeren, dit zou via venstertijden kunnen worden geregeld als het nodig is. Het is noodzakelijk dat er voldoende Kiss & Ride-plekken dicht bij de ingang liggen, zodat sekswerkers niet ver hoeven te lopen. Voor de Kiss & Ride-plekken en laden en lossen is een nieuwe ontsluiting vanaf de oostrijbaan van de Europaboulevard nodig. Er zijn een aantal varianten ontworpen en voorgelegd aan expertiseteam Openbare Ruimte & Mobiliteit (zie bijlage 3.1). De meest geschikt beoordeelde variant ligt iets verder van de kruispunten Europaboulevard – De Boelelaan en Europaboulevard met de afrit van de A10. Deze variant is uitgewerkt na het advies van het expertiseteam en gaat nu uit van een naar het oosten verschoven fietspad waardoor het autoverkeer van en naar de ventweg het fietsverkeer niet meer hoeft te kruisen.

In het verkeersonderzoek zijn vervolgens twee ontsluitingsvarianten onderzocht. Een rechts-in/ rechts-uitvariant aan de Europaboulevard. En een variant met een ontsluiting op het kruispunt met de De Boelelaan-Europaboulevard. Uit het onderzoek komt naar voren dat een ontsluiting van de Kiss&Ride via een rechts-in/ rechts-uitvariant relatief eenvoudig kan worden ingepast in het verkeersnetwerk. Deze oplossing heeft geen effect op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling van de kruispunten. Voor de ontsluiting van de Kiss & Ride wordt daarom uitgegaan van de rechts-in/rechts-uitvariant. Deze variant correspondeert met de variant F zoals opgenomen in het verkeersonderzoek. Er komt een afslagvak op de Europaboulevard richting het noorden na het kruispunt met de De Boelelaan en voordat de Europaboulevard onder het viaduct van de A10 doorgaat. Vanaf dat afslagvak rijden automobilisten via een inritconstructie een erf op en maken een bocht van 180 graden richting het zuiden de ventweg op. Deze ventweg ligt op de plek waar in de huidige situatie een fietspad ligt. Dit fietspad wordt verlegd naar het oosten om te voorkomen

Gemeente Amsterdam

dat fietsers de rijweg kruisen. Aan het einde van de ventweg gaat het verkeer richting een bocht van 90 graden via een uitritconstructie met een verplichte rechtsaf beweging weer de Europaboulevard op. Dit kan op momenten dat er geen autoverkeer vanaf het kruispunt met de De Boelelaan aan komt rijden, bijvoorbeeld tegelijkertijd met de groenfase van de fietsoversteek over de Europaboulevard. Vanwege de verwachte samenloop in uitvoering met het project Zuidasdok is mogelijk tijdens de bouwfase een tijdelijke variant van de Kiss & Ride nodig. Hierover moet in de volgende fase afstemming plaatsvinden met Zuidasdok. Verkeersnetwerk fiets en voetgangers Voor de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers zijn geen extra routes nodig. De opgave ligt vooral in het zorgen voor duidelijke routes en voldoende ruimte blijven bieden voor doorgaand fietsverkeer. In de omgeving van het Erotisch Centrum is aandacht nodig voor de situering van de Kiss & Ride-plekken en de bestaande fietspaden die onderdeel zijn van Plusnet Fiets. Daarnaast moeten stoepen nabij de entree voldoende breed zijn voor bezoekers. De oversteekbaarheid van de Europaboulevard voor voetgangers en fietsers is een aandachtspunt. Van belang is om te kijken naar de looproutes – vanaf ov, parkeergarages of andere aankomstplekken – en deze zo veilig mogelijk in te richten.

Het zoveel mogelijk bundelen van de verschillende loop- en fietsstromen met zichtbaarheid vanaf de straat is van belang voor sociale veiligheid. Ook kan worden onderzocht of er bij een toekomstige fietsbrug over de Europaboulevard voorzieningen voor voetgangers kunnen worden toegevoegd. Dit zou het eenvoudiger maken om vanaf de westkant van de Europaboulevard, vanaf station RAI, naar het Erotisch Centrum te lopen. Parkeren Er is een inschatting gemaakt van de parkeervraag voor auto’s, fietsen en scooters. Parkeren auto’s Als uitgangspunt voor de parkeervraag voor auto’s naar het Erotisch Centrum wordt de Nota parkeernormen Auto gehanteerd. De locatie is aangeduid als B-locatie in het beleid. Er geldt voor voorzieningen een maximum parkeernorm met als uitgangspunt om de parkeervraag op eigen terrein op te lossen. In de nota zijn parkeernormen opgenomen voor verschillende functies. Deze nota is echter beperkt toepasbaar

77

op het Erotisch Centrum, doordat niet voor alle functies die worden beoogd normen of aanwezigheidspercentages zijn opgenomen. Om die reden is een andere aanpak gehanteerd om de parkeervraag inzichtelijk te maken. Om de piek in de parkeervraag in te schatten is een berekening uitgevoerd gebaseerd op het aantal verkeersbewegingen, zie bijlage 3.2. Op basis van aankomsten en vertrekken van bezoekers en werknemers, de verblijfsduur en het deel daarvan dat gebruik maakt van de auto (modal split) is de parkeervraag voor auto’s berekend. De gemiddelde verblijfsduur heeft invloed op het aantal geparkeerde auto’s, om die reden is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met een langere verblijfsduur voor sekswerk en horeca om het effect daarvan inzichtelijk te maken. Op zaterdagavond worden de meeste bezoekers verwacht, dit is ook het piekmoment voor parkeren. Uit de berekening volgt dat de parkeervraag voor auto’s een bandbreedte van 318-417 parkeerplaatsen betreft. Het parkeren voor het Erotisch Centrum zal in de omgeving plaatsvinden, in het gebouw komt geen parkeergarage. Vanuit veiligheidsoogpunt zou een gebouwde parkeergarage op de locatie van het Erotisch Centrum een voordeel zijn, omdat sekswerkers (en bezoekers) minder lang over straat hoeven.

Aan de andere kant hecht een groot deel van de sekswerkbezoekers aan anonimiteit, die met parkeren in het Erotisch Centrum minimaal is, waardoor de voorkeur naar verwachting ligt bij parkeren in de omgeving. Stedenbouwkundig en verkeerskundig is een parkeervoorziening voor auto’s van bezoekers en medewerkers op deze locatie lastig in te passen, doordat in het gebouw relatief weinig parkeerplaatsen per bouwlaag kunnen worden ingepast. Daarnaast is er weinig ruimte om rijvorming voor een parkeergarage bij drukte op te vangen, waardoor naar verwachting een garage te veel effect heeft op de doorstroming van verkeer op de Europaboulevard. De Kiss & Ride-strook bij het Erotisch Centrum voorziet in een locatie dicht bij het gebouw zodat sekswerkers niet lang over straat hoeven. Voor autoparkeren wordt daarom afgeweken van het uitgangspunt uit het parkeerbeleid om parkeren op eigen terrein te realiseren, maar aangesloten bij het beleid voor parkeren in de omgeving. In het Mobiliteitsplan Zuidflank is als uitgangspunt opgenomen dat nieuwe kantoren en voorzieningen worden ontwikkeld zonder autoparkeervoorzieningen. Bezoekers van het Erotisch Centrum kunnen parkeren in de

omgeving en in bestaande parkeergarages. Daarmee wordt aangesloten bij het uitgangspunt ‘geen nieuwe parkeergarages’ uit het Mobiliteitsplan Zuidflank. Vanwege de ligging op afstand is het van belang om de bestaande looproutes vanaf parkeergarages, ov of andere aankomstplekken goed te analyseren en zo nodig zo veilig mogelijk in te richten. De maximale parkeervraag van 318-417 parkeerplaatsen kan in de omgeving worden opgevangen. In de openbare ruimte en in parkeergarages in de omgeving zijn meer dan 1000 bestaande parkeerplaatsen aanwezig waar ook geparkeerd kan worden voor het Erotisch Centrum. Omdat de piektijden van het Erotisch Centrum in de avond en het weekend liggen is de inschatting dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Hieronder worden de locaties beschreven. In de omgeving zijn er mogelijkheden om in de openbare ruimte te parkeren. De locatie is onderdeel van het parkeergebied Zuidas en Buitenveldert. Daar is betaald parkeren ingevoerd van maandag tot en met zaterdag van 09:00 uur tot en met 19:00 uur. Aan de Zuidkant van de op- en afrit S109 zijn in de openbare ruimte aan de oost- en westzijde van de Europaboulevard 540 openbare parkeerplaatsen aanwezig (na herinrichting 2025). Deze worden vooral in het weekend overdag gebruikt door bezoekers van het Amstelpark.

Dubbelgebruik is mogelijk doordat de pieken van het Amstelpark (overdag) en het Erotisch Centrum (avond) zullen verschillen. Een deel van de Europaboulevard wordt tijdens piekdagen gebruikt als bufferlocatie door de RAI op basis van afspraken met stadsdeel Zuid, dit gaat om circa 60 dagen per jaar. Ook is de locatie genoemd als woningbouwlocatie in de Ontwikkelstrategie 2035, Bouwen aan buurten in de toekomst. Het is echter nog niet bekend op welke termijn dit concreet wordt. Er zijn verschillende parkeergarages binnen 5 en 10 minuten loopafstand waar de parkeervraag van het Erotisch Centrum opgevangen kan worden: Q-park Eurocenter (max. 476 parkeerplaatsen) aan de Europaboulevard en Q-park Ravel (max. 356 parkeerplaatsen) op enige afstand. Een deel van deze garages betreffen openbare parkeerplaatsen. Deze parkeergarages worden grotendeels gebruikt door kantoorpersoneel, waardoor er tijdens de piekperiodes van het Erotisch Centrum buiten kantooruren relatief veel parkeercapaciteit beschikbaar is. Mocht dit ontoereikend zijn dan is parkeren in de parkeergarage van de RAI

Figuur 97: Parkeermogelijkheden in de omgeving met een indicatie van de loopafstanden in tijd

78

Projectnota Erotisch Centrum

(tevens P&R-locatie) mogelijk op de momenten dat er geen grootschalige evenementen bij de RAI plaatsvinden en is op grotere afstand Q-park Valley beschikbaar. Parkeren fiets en scooters Als uitgangspunt voor de parkeervraag voor fietsen en scooters naar het Erotisch Centrum wordt de Nota parkeernormen Fiets en Scooter gehanteerd. Het plangebied is aangeduid als zone 3 met laag fietsgebruik in het beleid. Er geldt voor voorzieningen als uitgangspunt om de parkeervraag op eigen terrein op te lossen. Onder voorwaarden kan worden afgeweken van de normen, afhankelijk van de mate van de impact op de openbare ruimte. Net als voor autoparkeren is voor fietsparkeren een andere aanpak gehanteerd om de parkeervraag inzichtelijk te maken. Om de piek in de parkeervraag in te schatten is een berekening uitgevoerd gebaseerd op het aantal

Gemeente Amsterdam

verkeersbewegingen, zie bijlage 3.2. Op basis van aankomsten en vertrekken van bezoekers en werknemers, de verblijfsduur en het deel daarvan dat gebruik maakt van de fiets (modal split) is de parkeervraag berekend. Er is rekening gehouden met een langere verblijfsduur. Op zaterdagavond worden de meeste bezoekers verwacht, dit is ook het piekmoment voor parkeren. Uit de berekening volgt dat de parkeervraag voor fietsen een bandbreedte van 239-324 fietsparkeerplaatsen betreft. Voor scooters wordt uitgegaan van 14-18 parkeerplekken. In de volgende fase wordt onderzocht of het parkeren van fietsen en scooters van bezoekers en medewerkers in een inpandige stalling kan worden ingepast, of dat er een (gedeeltelijke) oplossing komt voor fietsparkeren in het ontwerp van de openbare ruimte.

79

Kabels en leidingen

Water

Bij aanpassing van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden met kabels en leidingen in de ondergrond. Als een ontwerp van de openbare ruimte rondom het Erotisch Centrum bekend is wordt via de zogenaamde wenstracéprocedure met kabel- en leidingbeheerders bekeken welke aanpassingen aan kabels en leidingen nodig zijn. Voor eventuele noodzakelijke verleggingen van kabels en leidingen geldt de verleggingsregeling.

Het beoogde gebouw van het Erotisch Centrum ligt grotendeels in de waterplas ten noorden van het fietspad. Een deel van de waterplas moet daarvoor worden gedempt. Afhankelijk van het ontwerp zal mogelijk ook water worden gedempt voor de buitenruimte of een ecologische oever rondom het gebouw. Dit zorgt voor wijzigingen in het watersysteem.

De hogedruk aardgasleiding W-534-01 (16 inch/ 40 bar) van de Gasunie die onder het plangebied ligt, vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de inpassing van het gebouw. Er moet rekening gehouden worden met risico’s vanuit de wetgeving voor externe veiligheid in de Omgevingswet (belemmeringengebied 4 meter). Daarnaast heeft Gasunie aangegeven dat rekening moet worden gehouden met uitvoeringsaspecten nabij de leiding tijdens de bouw, waarvoor een afstand van het gebouw van 5 meter vanuit het hart van de leiding wenselijk is (Velin-richtlijn). Er wordt daarom rekening gehouden met een afstand van 5 meter. Voor de uitvoering gelden daarnaast eisen om bijvoorbeeld de leiding vrij te houden van obstakels en technische eisen voor werken nabij de leiding. Voor externe veiligheid is een verkennend onderzoek uitgevoerd, daarin is naast de aardgasleiding ook het risico van vervoer van gevaarlijke stoffen via de A10 onderzocht, zie Overige omgevingsaspecten en bijlage 3.4. Samengevat kan voldaan worden aan de wettelijke eisen om buiten het belemmeringengebied van de leiding te bouwen en aan het plaatsgebonden risico. Voor het realiseren van een gebouw binnen aandachtsgebieden is een verantwoording van de risico’s nodig.

Bij de uitwerking van het ontwerp voor het Erotisch Centrum moet rekening worden gehouden met de volgende randvoorwaarden voor de aardgasleiding: • Het gebouw moet op minimaal 5 meter afstand liggen vanuit het hart van de hogedruk aardgasleiding. • Door de ligging van het gebouw binnen explosie- en brandaandachtsgebieden moet in volgende fasen worden afgewogen of de risico’s aanvaardbaar zijn en of extra (gebouw)maatregelen nodig zijn op basis van de Omgevingswet en gemeentelijk beleid. • In de uitvoering moet rekening gehouden worden met veiligheidseisen voor werken in de buurt van de aardgasleiding.

80

Er is een watertoets opgesteld (zie bijlage 3.7). Hieruit volgt een aantal randvoorwaarden. Demping van water moet gecompenseerd worden, evenals het verlies aan oever. In de vervolgfase wordt een concrete locatie voor de watercompensatie en kwaliteitsverbetering onderzocht. Dit geldt ook voor de maatregelen die aan (de doorstroming van) het watersysteem moeten worden getroffen. De waterstrategie Zuidas vormt een belangrijk kader waarin het thema water integraal wordt benaderd.Met deze strategie willen de gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) zichtbaar maken hoe de wateropgaven in de gebiedsontwikkeling zijn geïntegreerd. Een van de belangrijkste aandachtspunten is dat tijdens de ontwikkeling van Zuidas een stand-still principe voor waterkwaliteit wordt aangehouden. Watercompensatie In de Waterschapsverordening stelt het Waterschap AGV eisen aan watercompensatie bij dempingen en verhardingen. Dit betekent dat het te dempen water 100% elders gecompenseerd moet worden. Voor extra verharding, zoals een gebouw of wegen, geldt dat 15% van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd als nieuw wateroppervlak binnen de Binnendijkse Buitenveldertse Polder. Bij een verhardingstoename mag ook gecompenseerd worden door het aanleggen van een alternatieve waterberging. Er is een aantal locaties in beeld rondom het Amstelpark, waar watercompensatie mogelijk is.

Hiermee kan voldaan worden aan de watercompensatie-eis uit de Waterschapsverordening. Het onderzoek naar de haalbaarheid van watercompensatie op deze locaties is nog niet afgerond. In de volgende fase van het project zal de watercompensatie verder worden uitgewerkt, waarbij ook wordt gekeken naar compensatie van de ecologie en waterkwaliteit.

Projectnota Erotisch Centrum

Figuur 98: Waterplas plangebied

Gemeente Amsterdam

81

Watersysteem Zoals toegelicht in hoofdstuk 2 stroomt de waterafvoer vanuit Zuidas richting poldergemaal Stadwijck via twee routes (zie route A en B in Figuur 35). Beide routes moeten behouden blijven om de afvoercapaciteit en robuustheid van het systeem te waarborgen. Een demping of overkluizing mag de afvoer van water niet belemmeren. De demping voor de bouw van het Erotisch Centrum belemmert mogelijk route A. Afvoerroute A gaat via twee duikers (buizen) onder de Europaboulevard richting het noordelijke oppervlaktewater in de lus van de A10. Het noordelijke en zuidelijke oppervlaktewater zijn verbonden met drie duikers onder het fietspad. Vervolgens gaat het water via twee duikers onder de op-/afrit van de A10 richting het oppervlaktewater rondom het Amstelpark. Het Erotisch Centrum mag de waterafvoer niet belemmeren. Het is van belang om bij de uitwerking van het ontwerp rekening te houden met het in stand houden van de afvoercapaciteit van deze route. De uitgangspunten voor het Erotisch Centrum zijn doorgerekend met een hydraulisch model (zie bijlage 3.10). Daaruit blijkt dat het watersysteem zowel tijdens de bouw als de eindfase van het Erotisch Centrum aan de normafvoer blijft voldoen. Ook met de demping van de ABN AMRO-vijver. Dit betekent dat het water met voldoende snelheid het gemaal bereikt. Wat betreft de normafvoer is sprake van een acceptabele situatie.

82

plangebied te realiseren, zodat de waterberging ten goede komt aan het deel van de polder waar het water naartoe stroomt. In de vervolgfase van het project wordt nader onderzocht wat de gevolgen voor het watersysteem zijn en waarbij ook de locatie voor vereiste watercompensatie wordt onderzocht. Waterkwaliteit, beheer en onderhoud Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het oppervlaktewater in de lus van de A10 is geen ‘KRW-waterlichaam’ en behoort dus tot ‘Overig water’. Voor ‘Overig water’ geldt een inspanningsverplichting. Waterplanten zijn de graadmeter voor de ecologische toestand van ‘Overig water’. De bouw van het Erotisch Centrum in de waterplas zal naar verwachting effect hebben op de waterkwaliteit, door onder andere het dempen van oppervlaktewater (vermindering oeverlengte) en de schaduwwerking van het gebouw op het water. De verandering van de waterkwaliteit zal moeten worden gecompenseerd. Op dit moment worden de randvoorwaarden voor compensatie van waterkwaliteit door het Waterschap AGV nader uitgewerkt. De compensatie zal aan deze randvoorwaarden moeten voldoen. Bij de uitwerking van het ontwerp zal onderzocht worden op welke wijze de waterkwaliteit behouden en eventueel verbeterd kan worden.

Als de waterkwaliteit verslechtert dan zal er compensatie moeten plaatsvinden met inachtneming van de eisen uit de Waterschapsverordening AGV.

Bij extreme regenbuien (T100) neemt de stijging van de waterstanden in het watersysteem in de bouw- en eindfase toe met 0,4 - 1,2 cm. Zonder demping van de ABN AMRO-vijver is de peilstijging rondom het Erotisch Centrum relatief klein, maar niet verwaarloosbaar. Met demping van de ABN AMRO-vijver vindt er een verdere verhoging van de stijghoogten plaats. Het is vooral de combinatie van ingrepen (dempingen ABN AMRO-vijver en het Erotisch Centrum, aangevuld met de maatregelen aan de A10) die de peilstijging doen toenemen. In de bouwfase zijn de effecten tot aan de VU zichtbaar, maar niet bij het AUMC. In de eindfase zijn de effecten van de verwachte waterstijging enkel lokaal zichtbaar. Kortom, het toevoegen van het Erotisch Centrum heeft geen effect op de normafvoer en nauwelijks op een T100 bui.

Grondwater De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied, zowel tijdens de uitvoering als in de eindsituatie, geen verslechtering van de grondwatersituatie veroorzaken, ook niet in naastgelegen gebieden. Het beleid is voor gemeente Amsterdam genoemd in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027. De gewenste ontwateringsdiepte (GHG t.o.v. maaiveld) voor nieuwbouw- en transformatiegebieden is 0,9 meter beneden het maaiveld.

Geadviseerd wordt om gezamenlijk met Zuidas en Waternet te bepalen waar het te compenseren oppervlaktewater kan worden gerealiseerd. Het advies is om de watercompensatie ten noordwesten van het

Voor de bouw van het Erotisch Centrum is gedeeltelijke demping van de waterplas voorzien. Een demping verhoogt over het algemeen de grondwaterstand. Dus het is van belang om het effect van de demping op

Projectnota Erotisch Centrum

de grondwaterstand te laten modelleren in verband met de bomen en de omgeving (o.a. Europaboulevard). Tevens kan met het model de benodigde maaiveldhoogte worden bepaald om te voldoen aan de minimale ontwateringsnorm van 0,9 meter beneden het maaiveld. In de volgende fase van het project zal het effect van de demping op de grondwaterstand nader worden onderzocht. Grondwaterneutrale kelders Bij het uitwerken van de uitgangspunten voor het Erotisch Centrum is geen kelder meegenomen. Mocht er toch een kelder worden aangelegd, dan is van belang dat deze grondwaterneutraal wordt aangelegd. Als de kelder groter is dan 300 m2, moet dit worden aangetoond met een geohydrologisch onderzoek. Dit volgt uit het paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale kelders’ als onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De toetsing hiervan vindt plaats bij de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Indien aan de orde, zal in de vervolgfase van het project een geohydrologisch onderzoek worden verricht.

Gemeente Amsterdam

Hemelwaterberging De regels over hemelwaterberging bij bouwwerken staan in het Omgevingsplan Amsterdam (voorheen de Hemelwaterverordening). Uit deze regels volgt dat het verboden is om vanaf een gebouw hemelwater te lozen in het openbaar riool of op de openbare ruimte, anders dan het oppervlaktewater, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand wordt gehouden (artikel 4.112). Op dit moment is nog niet duidelijk of het Erotisch Centrum het hemelwater direct op het oppervlaktewater zal lozen. Het lozen op het oppervlaktewater is echter niet wenselijk vanwege het krappe watersysteem in de Buitenveldertse Polder. De wijze van lozen zal in de vervolgfase van het project nader worden uitgewerkt. Voor een hemelwaterberging geldt onder andere de eis dat een regenbui van 60 mm in 1 uur verwerkt moet worden op eigen terrein (60 liter per m2 gebouw), waarbij de waterbergingsvoorziening na 60 uur weer leeg en beschikbaar moet zijn voor een volgende bui. Waterberging kan op het gebouw, inpandig of buiten het gebouw (mits op eigen grond) plaatsvinden.

Figuur 99: Referentiebeeld groen dak met hemelwaterberging

83

Om afstroming richting de Europaboulevard te voorkomen, is het van belang om zo veel mogelijk hemelwater op eigen kavel te houden en te verwerken. Indien het maaiveld in een lichte afname wordt aangelegd richting het oppervlaktewater, zal het hemelwater bij extreme neerslag richting het oppervlaktewater gaan in plaats van de bebouwde omgeving. Ook kan instroom van hemelwater in het Erotisch Centrum worden voorkomen door het niveau van de vloer hoger te leggen dan maaiveld. Indien het niet mogelijk is om hemelwater direct te lozen op het oppervlaktewater, zal bij het ontwerp van het gebouw rekening worden gehouden met de benodigde waterbergingscapaciteit, en daarmee het voorkomen van extra hemelwater richting de openbare ruimte.

Groen en ecologie Het bestaande groen en de bomen zullen waar mogelijk intact worden gelaten. De zuidkant van de waterplas wordt groen en ecologisch ingericht als landschappelijke overgang naar het Amstelpark dat onderdeel is van de hoofdgroenstructuur. De locatie is geen onderdeel van de gemeentelijke hoofdgroenstructuur of ecologische structuur. Dit betekent dat de inpasbaarheid in de hoofdgroenstructuur niet hoeft te worden getoetst.

Figuur 100: Oeverbegroeiing

Aan de waterkant is een landschappelijke inpassing van het gebouw van belang om zo een geleidelijke overgang naar het Amstelpark te waarborgen. Groene gevels en natuurinclusief bouwen kunnen hieraan bijdragen. Het is belangrijk om rekening te houden met het uitzicht van en naar het Amstelpark en waar mogelijk met het groen in de omgeving. Maar

ook met de bereikbaarheid en de routes van fietsers en voetgangers langs het Amstelpark en de Europaboulevard. Afhankelijk van de ruimte die het gebouw inneemt en de ligging van het Erotisch Centrum zal worden gezocht naar natuurcompensatie in de directe omgeving. De inrichting van het groen zal divers moeten zijn om recht te doen aan de kwaliteiten die de locatie nu heeft. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de wijzigingen in wegen en groen die al plaatsvinden in het groen in de omgeving vanwege Zuidasdok. Na de bouw van het Erotisch Centrum, is het wenselijk om bij de herinrichting van het groen en de openbare ruimte zoveel mogelijk een aaneengesloten oever van hetzelfde type aan te leggen, met ononderbroken profiel van de oever van bodem tot maaiveld. Daarbij wordt zoveel mogelijk oever met beschoeiing gecompenseerd en delen van oever zonder beschoeiing met rust gelaten. Op een aantal plekken staan bomen dicht bij de waterlijn. Dit zorgt voor uitdagingen voor het beheer van de oever en is minder gunstig voor de waterkwaliteit. Ecologie – Soortenbescherming Bij projecten moet rekening worden gehouden met (beschermde) natuurwaarden in de omgeving. Te beschermen waarden van een bepaald gebied of bepaalde planten- en diersoorten mogen niet worden aangetast door het gebruik.

Het gebied bestaat grotendeels uit groenstructuren die deel uitmaken van bosschages (groepen bomen) en struweel (struiken) en uit waterstructuren. Als gevolg van de ontwikkeling van Zuidasdok, de verbreding van de A10, worden bomen gekapt en oppervlaktewater gedempt/overbouwd. Door deze werkzaamheden neemt de geschiktheid van de locatie voor de aanwezige dier- en plantsoorten af. Voor de volledigheid is een quickscan ecologie uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde dier- en plantsoorten in het plangebied. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek te verrichten naar de functie van het gebied voor en de aanwezigheid van vaatplanten, vleermuizen en marterachtigen. Tijdens de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels. Voor werkzaamheden in het plangebied geldt te allen tijde een zorgplicht ten aanzien van dier- en plantsoorten. De komende jaren wordt meer duidelijk over het moment van

84

Projectnota Erotisch Centrum

de start werkzaamheden van Zuidasdok. Het geadviseerde aanvullende onderzoek zal hierop worden afgestemd. Soortenbescherming staat de haalbaarheid van het project Erotisch Centrum niet in de weg. Ecologie – Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Botshol, het Markermeer en het IJmeer. Deze liggen op ruim acht kilometer afstand van het plangebied. Gezien deze afstand wordt er geen significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden verwacht, zowel tijdens de aanleg als het gebruik van het Erotisch Centrum. Voor de volledigheid is in deze fase met de Aerius-calculator een berekening uitgevoerd van de mogelijke stikstofdepositie op deze Natura 2000-gebieden (zie bijlage 3.10). De bijdrage aan de stikstofdepositie van het plan Erotisch Centrum Europaboulevard is berekend met het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2024.1.2). In de berekening is de uiterst conservatieve aanname gedaan dat alle bouwwerkzaamheden plaatsvinden in één jaar. Zolang de uitstoot tijdens de werkzaamheden aan de waterplas gedurende de aanlegfase niet boven 230,7 kg NOX en 9,4 kg NH3 komt, is de berekende stikstofdepositie zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is op geen enkel relevant hexagoon sprake van een toename in stikstofdepositie.

Er worden geen negatieve effecten verwacht op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan. Gebiedsbescherming staat de haalbaarheid van het project Erotisch Centrum niet in de weg.

Figuur 101: Bestaande bomen in het plangebied

Ecologie – Bomen Vanwege Zuidasdok moet een groot deel van de bomen worden gekapt. Aan Zuidasdok is op 24 februari 2017 een kapvergunning verleend voor de kap van bomen binnen het tracébesluitgebied. Op figuur 103 is te zien welke bomen in de omgeving van het plangebied onderdeel uitmaken van de kapvergunning van Zuidasdok. Op de plek van het werkterrein is het aantal bomen dat gekapt moet worden afhankelijk van de inrichting en gebruik door de aannemer. Naar verwachting zal de kap van bomen binnen het tracébesluitgebied over enkele jaren plaatsvinden.

Gemeente Amsterdam

Figuur 102: Uitsnede verleende kapvergunning Zuidasdok, rood = kapvergunning verleend

85

Vanwege het belang van het groen is een nulmeting uitgevoerd om de aanwezige bomen in het plangebied in kaart te brengen. Bovendien maken de bomen (platanen) langs de Europaboulevard onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur. In totaal zijn in het plangebied 172 bomen geïnventariseerd. Hierbij is onderzoek gedaan naar de soort boom, de groeiconditie, de restlevensduur en verplantbaarheid, maar ook de waarde en functie van de boom. Van de aanwezige bomen heeft 88% een conditie van redelijk tot goed. 94% van de bomen heeft een levensverwachting van meer dan vijftien jaar. Met deze informatie kan in de vervolgfase een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen de waarde van de boom, het ontwerp van het Erotisch Centrum en de daarbij behorende openbare ruimte.

Figuur 103: Referentiebeelden groen en klimaatadaptatie

86

De resultaten van de nulmeting worden in de vervolgfase van het project betrokken bij het uitwerken van het ontwerp van het gebouw en de openbare ruimte. Doel is om de rij platanen aan de Europaboulevard – onderdeel van de hoofdbomenstructuur – zo veel mogelijk intact te laten. De benodigde verkeersontsluiting wordt zo goed mogelijk binnen de bestaande bomenrij ingepast, al zal kap van bomen niet uitgesloten worden. De impact van de werkzaamheden tijdens de bouw zal effect hebben op de platanen. Dit wordt te zijner tijd afgestemd met groen- en boomexperts om het

doel – het zo goed mogelijk in stand houden van de bomenrij – te bereiken. De aanwezige bomen staan de haalbaarheid van het project Erotisch Centrum niet in de weg.

Duurzaamheid In het collegeakkoord van mei 2018 is vastgelegd dat Amsterdam een wezenlijke bijdrage wil leveren aan het halen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. De ambitie is om de uitstoot aan broeikasgassen in Amsterdam ten opzichte van 1990 terug te dringen met 55% in 2030 en 95% in 2050. De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal beschrijft de langetermijnvisie en strategie op de Amsterdamse energietransitie en de acties voor de korte termijn. De aanpak loopt via vier paden: de gebouwde omgeving, verkeer en vervoer, elektriciteit en haven en industrie. Op grond van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2025 dient alle nieuwbouw minimaal energieneutraal en bij voorkeur energieleverend te zijn. Om dit te bereiken zullen gebouwen voldoende geïsoleerd moeten zijn met speciale aandacht voor oververhitting gedurende de zomer. De ambitie is om innovatie de ruimte te geven voor o.a. lokaal warmte en koude uitwisselen tussen gebouwen en functies. De Warmtestrategie Zuidas stimuleert onder meer partijen om primair te kiezen voor warmteen koudeopslag (WKO) op eigen terrein of voor (eventueel in combinatie met) een aansluiting op stadswarmte en/of het stadskoelingsnetwerk.

Projectnota Erotisch Centrum

Het Amsterdamse beleidskader voor duurzaam ontwikkelen bestaat op hoofdlijnen uit zes pijlers: 1. Duurzame energie en aardgasvrij: om de transitie naar 100 procent duurzame energie te bereiken wordt ingezet op zeer energiezuinige tot energieleverende nieuwbouw. 2. Uitstootvrije mobiliteit en schone lucht: om de luchtkwaliteit te verbeteren en de uitstoot van CO2 te reduceren wordt ingezet op uitstootvrije mobiliteit. 3. Circulair gebouwde omgeving: in 2050 is de stad 100 procent circulair. Circulair bouwen is noodzakelijk om die ambitie te bereiken. 4. Klimaatadaptatie: in een steeds extremer wordend klimaat worden maatregelen getroffen om hittestress, wateroverlast en droogte tegen te gaan. 5. Natuurinclusief bouwen: de natuur krijgt een volwaardige plaats bij het ontwerpen van nieuwbouw en openbare ruimte voor een gezonde leefomgeving voor mens en dier. 6. De gezonde stad: een duurzame stad is een gezonde stad. In Amsterdam wordt gewerkt met De Amsterdamse Gezondheidslogica. Deze biedt 12 principes voor een gezonde leefomgeving. Duurzame energie Amsterdam wil in 2040 aardgasvrij zijn. Conform de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) zet Amsterdam in op goed geïsoleerde, energieleverende gebouwen. Lage temperaturen en collectieve warmtesystemen zijn belangrijk omdat dit de CO2-uitstoot van de gebieden verlaagt.

Nieuwe gebouwen moeten minimaal energieneutraal en bij voorkeur energieleverend zijn. Amsterdam wil innovatie de ruimte geven voor o.a. lokaal warmte en koude uitwisseling tussen gebouwen en functies. Amsterdam zet in op het maximaal opwekken van zonneenergie, door onder meer daken, maar ook door gevels te benutten voor zonnepanelen. De randvoorwaarden voor duurzame energie worden in de vervolgfase nader uitgewerkt. Netcongestie De vraag naar elektriciteit in Amsterdam groeit snel. Sinds eind 2021 is er in Amsterdam sprake van netcongestie, aanvankelijk alleen nog op delen van het regionale Liander-net. Inmiddels is er op het gehele Noord-Hollandse hoogspanningsnet van TenneT ook sprake van congestie, waardoor er tot minimaal 2031 geen extra vermogen meer wordt toegekend

Gemeente Amsterdam

aan grootverbruikers van elektriciteit. Voor kleinverbruikers zoals woningen is vooralsnog wel genoeg vermogen beschikbaar. Dit betekent dat er tot en met 2031 geen elektriciteit van het net beschikbaar zal zijn voor niet-woonfuncties zoals het Erotisch Centrum. Amsterdam werkt daarom samen met partners aan structurele oplossingen voor de netcongestie. Vanaf 2031 zal er stapsgewijs extra vermogen beschikbaar komen voor (de regio) Amsterdam, met een uitloop tot 2036. Tot die tijd worden nieuwe aanvragen van grootverbruikers op een wachtlijst geplaatst. Dit heeft gevolgen voor de algehele ontwikkeling van de stad. Amsterdam zoekt in brede samenwerking tussen directies en programma’s naar oplossingen voor de congestie. Aangezien de plannen en de situatie met betrekking tot netcongestie veranderlijk zijn, wordt gedurende het project gemonitord welke invloed de netcongestie heeft op het project. Circulair gebouwde omgeving In de Strategie Amsterdam Circulair 2020 2025 staat dat de stad in 2050 circulair is. Dit wil zeggen dat kringlopen volledig gesloten zijn: waardevolle materialen en grondstoffen worden hergebruikt en er wordt geen afval geproduceerd. De ambitie is om 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken in 2030. Circulair bouwen is noodzakelijk om die ambities te bereiken.

Circulair bouwen betekent het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een manier die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. De ambitie is om de negen circulaire bouwprincipes van Het Nieuwe Normaal toe te passen. Hieronder valt onder meer het bouwen met materialen met een zo laag mogelijk materiaal gebonden CO2-uitstoot, het verminderen van restafval en een toekomstbestendig, adaptief en losmaakbaar ontwerp. Conform het convenant FSC-hout 2007 wordt alleen hout toegepast dat afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen met FSC-certificaat. De circulaire ontwerpprincipes gelden eveneens voor de openbare ruimte. Het sluiten van de kringloop heeft ook betrekking op het beperken van afval. De randvoorwaarden voor een circulair gebouwde omgeving worden in de vervolgfase nader uitgewerkt.

87

Klimaatadaptatie Het aanpassen van de omgeving aan de klimaatverandering is onontkoombaar. In het extremer wordende klimaat en de verder verdichtende stad is daarom extra inspanning nodig om de leefkwaliteit van de stad te behouden. Voor nieuwbouw en de openbare ruimte betekent dit dat er maatregelen nodig zijn om hittestress, droogte en wateroverlast te voorkomen. Er moet voldoende water opgevangen worden in en om gebouwen, ook als waterbuffer voor droge periodes. Door klimaatverandering zullen de frequentie en intensiteit van hoosbuien de komende jaren toenemen. Omgaan met extreme neerslag is een gedeelde verantwoordelijkheid en een opgave voor zowel gemeente, Waternet, bewoners en ondernemers. Om wateroverlast te voorkomen moet er bij nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen rekening gehouden worden met de afvoer van hemelwater. Zo stimuleert het programma ‘Amsterdam Weerproof’ bewoners, ondernemers, ambtenaren en kenniswerkers om hemelwaterbestendig te werken bij de verandering van daken, straten, tuinen, parken en pleinen. Groene daken of polderdaken kunnen afvoer van regenwater vertragen of bergen en dienen dan ook maximaal ingezet worden bij de ontwikkeling. Voor het project is, als onderdeel van de Watertoets (zie uitgebreider onder Water), ingegaan op advies en aanbevelingen over klimaatadaptatie in de waterhuishouding.

Ook geeft het een eerste risico-inschatting van de vier thema’s van klimaatadaptatie; droogte, hemelwateroverlast, hitte en overstromingen. Deze dienen om richting te geven aan de planvorming. Droogte: het risico op droogte door de ontwikkeling van het Erotisch Centrum is laag. De grondwaterstand stijgt over het algemeen na demping van oppervlaktewater, dus er is voornamelijk een risico op grondwateroverlast. Dit zou mogelijk gevolgen kunnen hebben op de bomen en infrastructuur (wegen) nabij de projectlocatie. Dit aspect is meegenomen in de watertoets en vervolgonderzoeken. Hemelwateroverlast: na een regenbui van 70 mm/uur (en 90 mm/uur) staat op meerdere locaties op de weg en het fietspad van de Europaboulevard >25 cm water op straat. Dit is een risico voor hinder van (calamiteiten)verkeer. Dit neemt toe na een bui van 90 mm/uur. Dit

88

aspect is meegenomen in de watertoets en vervolgonderzoeken. Hittestress: er is geen risico op hittestress doordat er veel bomen rondom de ontwikkellocatie staan. Wel is de aanbeveling om zo veel mogelijk bomen en schaduwwerking in het gebied te handhaven. Overstromingen: op de projectlocatie is een klein overstromingsrisico van regionale waterkering (1/500 jaar) met een maximale waterstand van 0,36 m. Binnen de scope van het project kunnen geen maatregelen worden genomen om het overstromingsrisico te verkleinen. De aanbevelingen die uit de Watertoets volgen, worden in de vervolgfase nader uitgewerkt. Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en openbare ruimte. De Groenvisie 2050 schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe die zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Toevoegen van zowel horizontaal als verticaal groen aan het gebouw zijn van belang om een bijdrage te leveren aan een leefbare stad. De grootste oppervlakten zijn het dak, (blinde) gevels en delen van het maaiveld. Groene oppervlakten en lijnen zijn zowel van grote waarde voor diverse soorten insecten en vogels als voor het verlagen van de omgevingstemperatuur.

Inspiratie voor klimplanten aan de gevels kan worden gevonden in de Klimplantengids (2022) van de gemeente Amsterdam. Inspiratie voor natuurinclusieve maatregelen kan worden gevonden in het Handboek Natuurinclusief bouwen (2019) van de gemeente Amsterdam en in het document Plan voor een groene Zuidas (2018). Hierin worden de ambities voor een klimaatadaptieve, groene en natuurinclusieve Zuidas omschreven en worden marktpartijenontwikkelaars aangemoedigd om een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit in de stad. De randvoorwaarden voor natuurinclusief bouwen worden in de vervolgfase nader uitgewerkt.

Projectnota Erotisch Centrum

Figuur 104: Huidige waterbegring Figuur 105: Referentiebeeld groene gevel

Gemeente Amsterdam

89

Figuur 106: Kaart met essentiële dragers van het Amstelpark.

De gezonde stad De Amsterdams Gezondheidslogica biedt twaalf principes met bouwstenen die ingaan op maatregelen in de openbare ruimte en maatregelen voor gebouwen, waarvan de volgende principes relevant zijn voor het project:

Overige omgevingsaspecten

• Fietsers en voetgangers krijgen ruim baan. • Een gezonde stad is een groene stad. • Gezond voedsel is logisch en overal. • Er is gezonde lucht voor iedereen. • De stad is bestand tegen klimaatverandering. • Gebouwen en buitenruimten dragen bij aan gezondheid.

Archeologie Vanwege het belang van behoud van archeologische monumenten, is advies gevraagd aan Monumenten en Archeologie (M&A) of onderzoek moet worden gedaan naar de kans dat er archeologische waarden aanwezig zijn in de bodem. Het projectgebied ligt in de Binnendijkse Buitenveldertse Polder. Archeologische resten hebben hier een lage trefkans en zijn vooral losse vondsten met een wijde verspreiding. In het projectgebied heeft in de 20ste eeuw groot grondverzet plaatsgevonden. Er worden geen onverstoorde archeologische resten verwacht. Ook de geplande bodemingrepen leiden naar verwachting niet tot onevenredige aantasting van archeologische waarden.

Om te komen tot een ontwerp dat aansluit bij de Amsterdamse duurzaamheidsambities wordt in de vervolgfase nader onderzocht welke maatregelen getroffen kunnen worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de eisen die volgen uit de Watertoets en het ecologisch onderzoek.

In deze paragraaf is een overzicht opgenomen waarin overige omgevingsaspecten op een rij zijn gezet, zoals archeologie en externe veiligheid. Als er onderzoeken zijn uitgevoerd, zijn de resultaten hieronder samengevat.

Op basis van het bureauonderzoek voor het Tracébesluit Zuidasdok (Monumenten en Archeologie, 2018) geldt voor het projectgebied een uitzondering van archeologisch onderzoek bij alle bodemingrepen. Wel geldt op grond van de Erfgoedwet een vondstmeldingsplicht. Als tijdens de graafwerkzaamheden vondsten of sporen zichtbaar worden van archeologisch belang, dan wordt het gemeld bij Monumenten en Archeologie om afspraken te maken voor berging en documentatie. Archeologie staat de haalbaarheid van het project Erotisch Centrum niet in de weg. Bodem Om ervoor te zorgen dat er niet gebouwd wordt op verontreinigde grond is een verkennend (water)bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd naar de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de waterbodem (RSK, 3 oktober 2024, bijlage 3.6). Met het uitgevoerde onderzoek is geen overschrijding van de Interventiewaarden bodemkwaliteit aangetoond. Bij grondwerkzaamheden mag vrijgekomen grond onder voorwaarden worden hergebruikt. De grond wordt over het algemeen ingedeeld in kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter. De uitzondering hierop is de zandige bovengrond op de plek van boring 028 (noordoostelijk deel van de locatie) dat sporen koolas bevat. Deze grond wordt ingedeeld in kwaliteitsklasse ‘Matig

90

Projectnota Erotisch Centrum

verontreinigd’. De boring is gedaan in het talud van de A10, waardoor het niet aannemelijk is dat deze grond geroerd of bebouwd moet worden voor het Erotisch Centrum. In de onderzochte grond zijn verhoogde gehalten aan PFOS, PFOA en overige PFAS aangetoond. De grond voldoet aan kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ op basis van de parameter PFAS volgens het landelijke hergebruikskader. Wat betreft de waterbodem voldoet het slib uit alle vakken aan klasse ‘Matig verontreinigd’ voor het toepassen op/in landbodem en aan klasse ‘Matig verontreinigd’ voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam. De vaste waterbodem uit alle vakken voldoet aan klasse ‘Landbouw/natuur’ voor het toepassen op/in landbodem en aan klasse ‘Altijd toepasbaar’ voor het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam. In de waterbodem zijn verhoogde gehalten PFOS, PFOA en overige PFAS aangetoond. De onderzochte waterbodem is op basis van PFAS volgens het landelijke hergebruikskader elders toepasbaar (klasse ‘Landbouw/ natuur’). Concluderend is de bodemkwaliteit geschikt voor het gebruik als Erotisch Centrum en zijn saneringsmaatregelen niet noodzakelijk De (water)bodemkwaliteit staat de haalbaarheid van het project Erotisch Centrum niet in de weg. Cultuurhistorie Monumenten en Archeologie (M&A) heeft een quickscan cultuurhistorie gemaakt voor het plangebied. Het volledige rapport (C24-043, d.d.

04-12-2024) is als bijlage 3.3 opgenomen. Uit de historisch-stedenbouwkundige context valt te concluderen dat er in het plangebied zelf geen noemenswaardige cultuurhistorische waarden meer aanwezig zijn. Sinds de voltooiing van het zuidelijk deel van de A10 wordt het plangebied ingesloten door de op- en afrit S109. Daarnaast heeft het gebied in 2006 een nieuwe inrichting gekregen. De waterpartij is hierbij vergroot en dat wat er nog aan groen resteerde van de Floriade uit 1972, heeft plaats gemaakt voor een nieuwe groeninrichting. Wel grenst het plangebied direct aan het Amstelpark, dat in 2022 is aangewezen als gemeentelijk monument. Daarnaast maakt het plangebied deel uit van een groter gebied, waarvan de opzet is bepaald door de principes van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Uit de quickscan volgt dat bij de ontwikkeling binnen het plangebied rekening gehouden

Gemeente Amsterdam

moet worden met een aantal kernkwaliteiten van het gemeentelijk monument Amstelpark en in grotere lijnen de principes van het AUP. Op basis hiervan adviseert M&A samengevat het volgende: • Laat het groen van de bosgordels en de boomrijke Europaboulevard intact. • Houd rekening met belangrijke zichtlijnen vanuit het park naar de omgeving. • Onderzoek (bijvoorbeeld door middel van volumestudies) de zichtbaarheid en impact van nieuwbouw, gezien vanuit het Amstelpark. • Het is aanbevelenswaardig om te onderzoeken of de bosgordels – en eventueel andere essentiële dragers van het park – kunnen worden ingezet om het zicht vanuit het park op eventuele nieuwbouw in het plangebied (deels) te ontnemen. • Respecteer de AUP-principes die ten grondslag liggen aan de opzet van Buitenveldert, de Europaboulevard en het Amstelpark als onderdeel van de Amstelscheg, en neem deze opzet ook als uitgangspunt bij toekomstige ontwikkelingen in het plangebied. Cultuurhistorie wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan en staat de haalbaarheid van het project niet in de weg. Externe veiligheid In het kader van externe veiligheid moet rekening worden gehouden met mogelijke veiligheidsrisico’s als gevolg van transportroutes gevaarlijke stoffen over de A10, en de aanwezigheid van een hogedruk aardgasleiding in het projectgebied.

Er is een Verkennend onderzoek externe veiligheid (bijlage 3.4) uitgevoerd. Er zijn een aantal varianten binnen het plangebied berekend om inzicht te krijgen in de effecten op verschillende locaties. Deze zijn betrokken bij de locatiekeuze. Hieronder worden de resultaten voor de beoogde locatie beschreven. De locatie ligt binnen aandachtsgebieden waarbinnen volgens de Omgevingswet onderzoek nodig is naar de risico’s externe veiligheid. Voor de hogedrukaardgasleiding W-534-01 (16 inch/ 40 bar) van Gasunie geldt een brandaandachtsgebied van 170 meter aan weerszijden van de leiding. De locatie ligt daarnaast buiten het brandaandachtsgebied van de A10, maar binnen het explosieaandachtsgebied en het (toekomstige) gifwolkaandachtsgebied.

91

In de Omgevingswet is opgenomen dat er niet gebouwd mag worden in het belemmeringengebied van een hogedruk aardgasleiding en dat voldaan moet worden aan het plaatsgebonden risico. Het belemmeringengebied ligt 4 meter vanuit het hart van de leiding. De beoogde locatie van het gebouw ligt buiten dit belemmeringengebied en kan voldoen aan de afstandseis. Ter plaatse van de planlocatie is voor zowel de A10 als de buisleiding het plaatsgebonden risico lager dan 10-6/jaar en voldoet daarmee aan de wettelijke grenswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549757/1