CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 principenota_Volewijck.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 19 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis te nemen van de Verkenning van kansen voor de Ontwikkelbuurt Volewijck (ZD2021-016248)17.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Januari 2021

Verkenning van Kansen Volewijck

Principenota Volewijck

De Volewijck, aangewezen door het college als ontwikkelbuurt, kent veel problemen, uitdagingen en kansen. Om te bepalen wat gedaan moet worden, hebben we onderzocht waar de kansen liggen voor deze wijk.

2

3

Principenota Volewijck

Voorwoord Voor u ligt de Verkenning van Kansen, ook wel de principenota voor de Volewijck. De Volewijck, aangewezen door het college als ontwikkelbuurt, kent veel problemen, uitdagingen en kansen. Om te bepalen wat gedaan moet wor­ den, hebben we onderzocht waar de kansen liggen voor deze wijk. De Volewijck bestaat niet, zal iedere Volewijcker zeggen. Dan bestaat de Volewijcker natuurlijk ook niet, of slechts een beetje. De Volewijck wordt gevormd door buurten, buurtjes, straten en pleinen waar bewoners zich thuis voelen en waarmee ze zich identificeren. Kwam je ‘uit de rimboe’ of ‘net van om de hoek’? Het bepaalde je zelfbeeld en ons beeld van ‘de bewoner’ (ons = de professionals).

Deze principenota beschrijft de wijk en buurten, de taaie problemen en de kansen die er liggen om het leven een beetje beter en makkelijker te maken. Deze nota bevat ook het verhaal van de buurt, opgetekend aan de hand van gesprekken met tien willekeurige buurtbewoners. Hun verhaal staat los van statistiek en gaat over de zorgen, irritatie, trots en energie van mensen die de buurt al hun hele leven of pas heel kort kennen. Voor deze mensen maakt het niet uit of je oude of nieuwe bewoner van de Volewijck bent. Herken­ ning en verbinding ontstaan door gedeelde armoede, betrokkenheid en het gevoel onderdeel te willen zijn van je omgeving. We hopen met deze nota een nieuwe impuls te geven aan een gezamenlijke en integrale aanpak om de Volewijck en Volewijckers een goed leven te geven.

De Volewijck biedt thuis aan een zeer gevarieerde bevolking. Nieuwe status­ houders leven naast Volewijckers die al generatielang in Floradorp wonen. De wijk herbergt creatieve zzp’ers en ondernemers die hier al decennia lang hun winkel runnen. En kwetsbare personen wonen naast zorgzame buren. In de Volewijck zien we liefdevolle verwaarlozing, bemoeizorg en zorg­ mijding, achterstanden en mogelijkheden. We struikelen over ongelijke ­stoepen, hebben het koud in slecht geïsoleerde woningen, zijn bezorgd over de toekomst van onze kinderen maar nog vaker of we het einde van de maand gaan halen.

4

5

Principenota Volewijck

Samenvatting verkenning van kansen in de Volewijck: Principenota Volewijck De Volewijck bestaat uit de Van der Pekbuurt (met daarbij het Laanwegkwar­ tier, Disteldorp en de Gentiaanbuurt) ten zuiden van de Van Hasseltzone en in het noorden de Bloemenbuurt en het Floradorp. In de directe omgeving van de Volewijck liggen de nieuwe stadswijken Overhoeks, Buiksloterham en Klap­ rozenbuurt die volop in ontwikkeling zijn. De wijk wordt doorsneden door de Van Hasseltzone en is sinds de komst van de noord-zuidlijn bereikbaar vanaf metrohalte Noorderpark. De Volewijck is gebouwd in het begin van de vorige eeuw als tuindorp, bedoeld om arbeiders van scheepswerven in Noord te huisvesten en de verkrotte binnenstad te ontlasten. De wijk heeft in de afgelopen honderd jaar en langer haar bevolkingssamenstelling meer en meer zien veranderen. In de jaren zeventig en tachtig vertrokken Amsterdammers naar de groeikernen Purmerend en Lelystad en kwamen de eerste gastarbeiders en vervolgens hun gezinnen. De laatste decennia zien we enerzijds een toename van de instroom van kwetsbare groepen in de kleine sociale huurwoningen in de van der Pek­ buurt en anderzijds zijn in de Bloemenbuurt woningen verkocht.

De Volewijck als één wijk bestaat niet

De onderlinge verschillen tussen de (sub)buurten in de Volewijck zijn groot. Dat komt door de geschiedenis van de buurten, de aanwezige problematiek, de opgaven waar al langer of korter aan wordt gewerkt en door de verschillen in synergie. Om niet alleen gebruik te maken van ambtelijke analyses van de buurt hebben we 10 buurtbewoners gevraagd hun verhaal over de buurt te vertellen. Dat is terug te lezen in hoofdstuk 2.

Aansluiten en maatwerk

In deze principenota hebben we er voor gekozen om een integrale opgave van de wijk te beschrijven en deze omvat dan ook zowel een sociale als een fysieke analyse en opgave. De Volewijck is al langere tijd een van de wijken in de stad waar extra aandacht voor is. Op deze inspanningen wordt voort­ gebouwd en er worden accenten aangegeven op basis van analyse en kennis vanuit buurtbewoners en professionals.

6

Sociaal economische analyse en opgave (verkenning van kansen) Kwetsbare huishoudens

De oude wijken in Oud Noord, waaronder de Van der Pekbuurt maar ook delen van de Heggerankweg en omgeving, hebben nog steeds te kampen met bewoners die in het dagelijks leven met zoveel problemen geconfron­ teerd worden dat de draaglast hun draagkracht (ver) te boven gaat. Een rela­ tief groot aantal mensen ondervindt problemen op meerdere leefgebieden. Dit kan gepaard gaan met overlast voor de buurt, bijvoorbeeld van verwarde bewoners of door nachtelijke aanloop van bezoekers bij verslaafde bewoners die kampen met psychische problemen of beperkingen. Daarnaast is de ‘verborgen problematiek’ een groot zorgpunt. Door deze situatie wordt ook de draagkracht van de wijk op de proef gesteld. De aanpak kwetsbare huis­ houdens waar twee jaar geleden mee is gestart, wordt gecontinueerd. Daarbij werken we toe naar de overdracht van de ontwikkelde methodiek naar de toekomstige buurtteams. Daarnaast onderzoeken we hoe we deze aanpak kunnen voortzetten voor de zeer complexe vragen en hoe we de verbindin­ gen kunnen maken met de aanpak weerbare jeugd en positief perspectief.

Armoede

In de wijk zien we veel armoede, zowel onder alleenstaanden maar ook bij gezinnen, zo groeit 1 op de 3 kinderen op in armoede. Daarnaast zien we veel gezondheidsproblemen zoals overgewicht en verslavingsproblematiek die ook vaak terug te voeren zijn op langdurige armoede, stress en een ongezonde leefstijl.

Jeugd

De forse sociaaleconomische problematiek vertaalt zich in beperktere kansen voor kinderen en jongeren. Veel kinderen groeien op in armoede, ouders zijn de Nederlandse taal niet machtig en veel gezinnen hebben met zoveel stress te kampen dat er weinig ruimte overblijft om kinderen de ondersteuning te bieden die nodig is. Samen met de scholen in de buurt zetten we in op het versterken van een veilige en stimulerende omgeving waar kinderen en jonge­ ren gesteund en gezien worden. Naast samenwerking met de scholen wordt onderzocht hoe het vrijetijdsaanbod voor kinderen kan worden vergroot. We gaan werken aan een integrale aanpak waarbij we onderscheid maken in het aanbod voor kinderen, tieners en jongeren. Specifieke aandachtspunten daarbinnen zijn: opgroeien in armoede en kwetsbare gezinnen, tegen gaan van crimineel gedrag en toeleiden naar werk.

7

Principenota Volewijck

Veiligheid

Door diverse incidenten in het afgelopen half jaar staat de veiligheid en leefbaarheid in de wijk onder druk. Jongerenoverlast steekt de kop op en professionals in de wijk constateren een toename en verharding van jeugd­ criminaliteit. Deze ontwikkeling kunnen we deels verklaren door de komst van de metrohalte (o.a. drugshandel) maar ook hardnekkige overlast van een criminele groep 23- tot 30-jarigen in de Bloemenbuurt ligt hier aan ten grondslag. Daarnaast is er een verharding van de straatcultuur zichtbaar waartoe jongere tieners en kinderen zich aangetrokken voelen.

Opgave

 et vergroten van de zelfredzaamheid van kwetsbare groepen. H Onder andere door een intensieve aanpak kwetsbare huishoudens en het ­continueren van de aanpak van de taskforce tot het moment van ­overdracht in buurtteams. Het verkleinen van achterstanden bij de jeugd. Onder andere door het ­intensiveren van de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren gericht op hun weerbaarheid en ontwikkelingskansen in samenwerking met ouders,scholen en vrijetijdsaanbieders. Het versterken van de sociaaleconomische positie. Onder andere door ­maatwerk gericht op het vinden van werk. Het vergroten van de sociale veiligheid, onder andere door het verbeteren van de signaalfunctie van het netwerk van in de buurt.

Ongedeelde wijk

Tenslotte, stadsdeel Noord is samen met stadsdeel Oost, het snelst ­groeiende stadsdeel. De stedelijke ontwikkeling van Noord vindt midden in de stad plaats, versnipperd over geheel Noord én direct grenzend aan bestaande buurten. De stedelijke ontwikkeling biedt zowel kansen als de noodzaak tot samenhang in planvorming. Voor de Volewijck geldt dat er in de verdere uitwerking van planproducten op fysiek, economisch en sociaal terrein v­ erbindingen worden gelegd met de aangrenzende plangebieden Buiksloterham en Klaprozenbuurt. Het gaat dan o.a. om werkgelegenheid, social return, woonwensen, woonruimteverdeling en openbare ruimte. Daarnaast geldt dat er op een aantal beleidsterreinen (o.a.landschapskaart, mobiliteitsplan, sport, economie, cultuur) al planontwikkeling in gang gezet voor heel Noord: deze wordt nader afgestemd met de opgaven van de Volewijck. Ook kijken we naar de samenhang in tijd van de verschillende projecten om waar mogelijk werk met werk te maken én Noord gedurende de lange periode van ontwikkeling leefbaar en bereikbaar te houden.

8

Fysieke analyse en opgave (verkenning van kansen) Wonen

De woningvoorraad in de wijk is eenzijdig (80% voornamelijk kleine sociale huurwoningen) en de woningvoorraad is in een aantal buurten sterk aan ver­ betering toe. De woningen in de Van Der Pekbuurt zijn eigendom van Ymere. Die heeft in het zuidelijk deel na de renovatie een klein gedeelte verkocht. In het noordelijke deel van de buurt wordt nu gewerkt aan renovatieplannen. In de Bloemenbuurt worden op dit moment plannen ontwikkeld voor het onder­ houd van de woningen in de Heggerankweg en omgeving.

Voorzieningen

De Volewijck kent meerdere buurtkamers en buurtcentra die gerund worden door bewoners. Het aantal professionals dat ondersteuning biedt bij deze ontmoetingsplekken is beperkt. Het aanbod voor kinderen en jongeren is óf buiten de wijk te vinden óf fragmentarisch. De ontwikkelingen rond de Oran­ je Nassauschool als family-school zou hierin een bijdrage kunnen leveren. Net zoals de plannen om een huis van de wijk te bouwen op de grens van de ­Volewijck en Buiksloterham inclusief een cultuurpodium.

Buurteconomie

Het winkelcentrum Mosveld heeft een ruim gesorteerd aanbod voor dage­ lijkse boodschappen en vormt samen met de noordzijde van de Van der Pekstraat en de Hagedoornweg het winkelgebied van de wijken. De buurt kent nog enkele solitaire winkels en horecazaken. Vooral de Van der Pekstraat vraagt om extra inspanningen zodat er een goed functionerende winkelstraat van gemaakt kan worden. Daarom zetten we in op een betere verbinding met het Mosveld voor een sterkere buurteconomie.

Openbare ruimte, verkeer en groen

De openbare ruimte in de Volewijck is verouderd en aan vervanging en herinrichting toe. De bereikbaarheid in de wijk staat vaak onder druk en zorgt op meerdere plaatsen voor onveilige situaties. Het groen heeft een kwali­ teitsimpuls nodig en de aansluiting met het water zoals bij de Ranonkelkade vraagt om passende ingrepen. In de wijk is weinig gelegenheid voor sport en spel en de aansluiting van het Noorderpark op de buurt kan beter door de ­Wingerdweg aan te pakken.

9

Principenota Volewijck

Inhoud Voorwoord Samenvatting

5 6

1. Inleiding

12

2. Lieverdjes zijn het niet

19

3. Sociaaleconomische analyse en opgave

24

4. Fysieke analyse en opgaven

34

5. Beleid

50

6. Krachtenveldanalyse en risicoverkenning  .1 Krachtenveldanalyse 6

56

6.2 Risicoverkenning

57 57

7. Ontwikkelstrategie

58

8. Financiën

60

9. Participatie en communicatie

62

10. Planning en organisatie

66

11. Principebesluiten

68

12. Bijlagen

71

1.1 Plangebied Ontwikkelbuurt Volewijck 1.2 Historische ontwikkeling en ruimtelijke structuur 1.3 Aanleiding en kansen voor de Volewijck 1.4 Doel van de Verkenning van Kansen en leeswijzer

3.1 Analyse sociaaleconomische opgaven 3.2 Maatregelen om sociale opgaven aan te pakken

4.1 Analyse fysieke opgave 4.2 Maatregelen om fysiek opgaven aan te pakken

9.1 Wat hebben we gedaan 9.2 Wat gaan we doen 9.3 Communicatie

10.1 Planning 10.2 Organisatie

10

13 13 17 18

25 29

35 39

63 63 64

67 67

11

Principenota Volewijck

1.1 Plangebied Ontwikkelbuurt Volewijck De Volewijck telt drie buurten: de Bloemenbuurt Noord, de Bloemenbuurt Zuid en de Van der Pekbuurt. De Bloemenbuurt Noord kent nog een subbuurt, namelijk Floradorp. Binnen de Van der Pekbuurt onderscheiden we ook twee subbuurten, namelijk Disteldorp en de Gentiaanbuurt. Het westelijk deel (het voormalige Florapark) van het Noorderpark rekenen we ook tot de Volewijck. Enkele delen van de Volewijck vallen ook onder andere lopende projecten (nr. 1 = Sixhaven en nr.2 = Klaprozenbuurt). Kaart 1: Plangebied de Volewijck

1. Inleiding

Bron: gemeente Amsterdam, Ruimte & Duurzaamheid

1.2 Historische ontwikkeling en ruimtelijke structuur In de dertiende eeuw werd de Waterlandse Zeedijk aangelegd om het land te beschermen tegen de zee. De buitenlandtong in het IJ werd de Volewijck genoemd. Tot 1795 was hier het galgenveld. Daar werden veroordeelden na hun executie opgehangen ter afschrikking voor de rest van de stad. 12

13

Principenota Volewijck

de IJtunnel en de Nieuwe Leeuwarderweg (die nu het oorspronkelijke Volewijckspark en de Waterlandse Zeedijk doorsnijden) opgenomen. Op het tracé van het Johan van Hasseltkanaal werd in 1966 het Ziekenhuis Amster­ dam-Noord (nu een hotel) gebouwd, gevolgd door de aanleg van de Johan van Hasseltweg in 1968 die de oorspronkelijke buurten nu doorsnijdt. In 2015 begonnen we met de renovatie van de woningvoorraad binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. In 2014 zijn delen van Amsterdam Noord, waaronder de Volewijck, aangewezen tot Rijksbeschermd stads­ gezicht. De Van der Pekstraat en het Mosplein zijn enkele jaren geleden heringericht. De dagmarkt op het Mosveld is in 2014 verplaatst naar de middenstrook van de Van der Pekstraat en aan het Mosveld is een winkel­ centrum gekomen met woningen op de bovenverdiepingen. In de plint van de Van der Pekstraat hebben diverse nieuwe winkels en horecavestigingen zich genesteld. In 2014 ontstond het Noorderpark door de samenvoeging van Florapark en Volewijckspark en in 2018 is de Noord-Zuidlijn gaan rijden. Door deze ont­ wikkelingen en haar gunstige ligging nabij het centrum en centraal station, wordt de Volewijck steeds meer deel van het centrum van Amsterdam. Dat is ook te zien aan de snel stijgende grondprijzen. De Volewijck grenst aan voormalige haven- en bedrijventerreinen aan het IJ die transformeren naar gemengde stadsbuurten.

Kaart 2: Ontstaan van de Volewijck 1616 Bron: www.wilmkebreek.nl /index.php/wilmkebreek/ geschiedenis

Vanaf het eind van de negentiende eeuw vestigden zich hier industriële – en havengebonden bedrijven. In de jaren 1918-1940 kwamen vlak achter de Noordelijke IJ-oever de tuindorpen van Oud-Noord tot stand, waaronder de Volewijck met merendeels sociale huurwoningen bedoeld voor de haven­ arbeiders en diverse groepen inwoners van het centrum. Vooruitlopend op de woningbouw wordt in 1910 het Volewijckspark aangelegd. Tien jaar later wordt gestart met het Florapark. Disteldorp wordt in 1918 als noodwoon­ voorziening gebouwd. Eind jaren twintig worden de overige ‘tuinstadbuur­ ten’ van de Volewijck opgeleverd: de Van der Pekbuurt, Bloemenbuurt en Floradorp. Ze zijn ontworpen als stedenbouwkundige ensembles in laagbouw volgens de tuinstadgedachte: niet meer dan twee verdiepingen met een schuine kap erop. Het Mosveld, tussen de Van der Pekbuurt en de Bloemenbuurt, werd de centrale pleinruimte in de Volewijck. Hier was ook de accommodatie van de toenmalige (eredivisie) voetbalclub de Volewijckers. Met de in 1958 verschenen aanvulling op het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935 wordt de basis gelegd voor de huidige stedenbouwkundige structuur van Amsterdam Noord. Deze structuur wordt gekenmerkt door een opbouw van loodrecht op het IJ staande groene voegen met daartussen met groen afgebakende woonbuurten. In het groen zijn de ontsluitingswegen zoals

14

Dit zijn de wijken Overhoeks, Buiksloterham en de Klaprozenbuurt, nieuwe wijken waar divers gebouwd wordt. Er is meer koop en middenhuur dan gebruikelijk in de oude wijken in Noord en veel nieuwe mensen van buiten Noord en Amsterdam zullen hier een woning betrekken. Het is de vraag hoe de bewoners en ondernemers van de Volewijck kunnen meeprofiteren van deze nieuwe ontwikkelingen.

De Tuindorpen

De tuindorpen in Amsterdam Noord zijn rijksbeschermd stadsgezicht omdat ze een bijzonder en geslaagd onderdeel zijn van de volkshuisves­ tingsgeschiedenis van Nederland. Ze kwamen tot stand als gevolg van de ambitieuze idealen van de gemeente Amsterdam om ook voor de gewone arbeider betaalbare eengezinshuizen met een tuin in een aantrekkelijke woonomgeving mogelijk te maken, als ware het de grachtengordel voor de gewone man. Met beperkte financiële middelen werd door samenwerkende architecten, corporaties, gemeenteapparaat en -bestuur een immense krachtinspanning geleverd die een serie even bescheiden als uitzonderlijke tuindorpen tot resultaat heeft gehad. De gemeente besloot hiervoor in het eerste kwart van de 20ste eeuw de nieuw verworven grond ten noorden van het IJ en ter weerszijden van het Noordhollands Kanaal behalve voor (scheepsbouw)industrie ook geschikt te maken voor sociale woningbouw - destijds een nieuw fenomeen. Vooral de daadkracht van de eerste wethouder volkshuisvesting F.M. Wibaut, wethouder W. Vliegen van Publieke Werken en J.W.C. Tellegen die tot 1915 directeur was van Bouw en Woningtoezicht (BWT) en daarna burgemeester was, en A. Keppler aan het hoofd van de Gemeentelijke Woningdienst 15

Principenota Volewijck

(GWD) vormde een onmisbare factor. Keppler was een van de belangrijkste voorvechters van de moderne stedenbouwkundige beginselen en de motor achter de realisatie van de tuindorpen in Noord. Zowel de stedenbouwkundige plannen voor de diverse deelgebieden als de architectonische ontwerpen zijn ontstaan in nauwe samenwerking met woningbouwvereningen en sociaal geëngageerde en vooruitstrevende architecten als H.P. Berlage, B.T. Boeyinga, J.E. Van der Pek, J.H.W. Leliman en H.J.M Walenkamp. Amsterdam-Noord werd in de periode 1910-1940 tot in de kleinste details uitgewerkt als een uniek ‘sociaal-democratisch’ woongebied. De woningbouw startte in 1909 in het zuiden van de Vogelbuurt. Later volgden de Van der Pekbuurt (ca. 1918-1926), de rest van de Vogelbuurt (1920-1930), Tuindorp Oostzaan (in twee fases 1921-1924 en 1935-1938), de Bloemenbuurt (1928-1931), Tuindorp Nieuwendam (1927-1930) en Tuindorp Buiksloot (1930-1932). De nieuwe woonbuurten kregen allerlei geplande voorzieningen, zo als scholen, winkels, politieposten, verenigingsgebouwen, een openbare leeszaal, badhuizen, en ook een zwembad (Obelt, tot 1926), de Noorderbegraafplaats, en een kerk aan het Zwanenplein (overige kerken waren particuliere initiatieven). Als groenvoorziening kwamen er drie parken, te weten het Vliegenbos, het Volewijks- en het Florapark.

Het resultaat bestaat uit een reeks tuindorpen waarvan de stedenbouwkundige opzet, inrichting van de openbare ruimte, beplanting en het bebouwingskarakter op uitgekiende wijze op elkaar afge­ stemd zijn. Ze worden in grote mate gekenmerkt door een kleinschalig en schilder­ achtig effect, met gebogen of verspringende gevelwanden, verschillen in bouwhoogten, het bijzondere daklandschap, geknikte of gekromde straten, poortvormige doorgangen en besloten straatjes en groene hoven. De over­ gang tussen de openbare en privé buitenruimten loopt subtiel in elkaar over, bouwblokken worden opengeknipt en het zicht op de (semi)privé binnen­ terreinen speelt nadrukkelijk mee in het totale concept.

1.3 Aanleiding en kansen voor de Volewijck De Volewijck blijft op sociaaleconomisch vlak achter bij de rest van de stad. Het staat te boek als een van de meest kwetsbare buurten in Amsterdam. Dat komt omdat de Volewijck een bevolking heeft waarvan een boven­ gemiddeld deel langdurig in armoede leeft en waar gezondheids - en psychische problemen een grote druk op bewoners en de buurten leggen. Kinderen en jongeren krijgen niet altijd de steun die ze nodig hebben en bij een deel van de bevolking leeft het idee dat ze er niet meer toe doen. Veel straten en pleinen in de Volewijck zijn in slechte staat en aan vervan­ ging of herinrichting toe. Vergeleken bij de investeringen in omliggende projectgebieden geeft onder meer dit verschil bewoners het gevoel aan hun lot over gelaten te worden. Ook is een aanzienlijk deel van de woningen in vooral de Van der Pekbuurt en de Bloemenbuurt-Noord in slechte staat en dringend aan renovatie toe. Er liggen ook kansen in de Volewijck waar de bewoners van de Volewijck van kunnen meeprofiteren. De woningvoorraad bestaat momenteel voornamelijk uit relatief kleinere sociale huurwoningen. Door het renoveren en aanpassen van de woningen kan de woningvoorraad diverser worden. Daarnaast is er ruimte in de buurt om woningen bij te bouwen. Renovatie en bijbouwen bie­ den mogelijkheden voor woningzoekenden uit de buurt.

Denk aan jongeren uit Floradorp die op zichzelf willen wonen of ouderen uit de Bloemenbuurt die in een kleinere en aangepaste woning willen wonen. Bovendien wordt de Volewijck omringd door gebieden waar de komende tijd veel woningen worden gebouwd. In de vorige paragraaf noemden we ze al: Overhoeks, de Klaprozenbuurt en de Buiksloterham. De uitdaging is om de Volewijck de aankomende jaren zo goed mogelijk te laten aansluiten en te laten meeprofiteren van deze omliggende gebieden. Ook in de (concept) investeringsnota’s voor Buiksloterham en Klaprozenbuurt zijn hiervoor uit­ gangspunten opgenomen. Er zijn uiteenlopende manieren om de bewoners van de Volewijck ook te laten profiteren van de ontwikkelingen in de omlig­ gende gebieden. Bijvoorbeeld door het realiseren van woningen voor woningzoekende uit de Volewijck, zorgen voor de benodigde sociale voorzieningen in de Volewijck en het benutten van kansen voor goede fysieke, economische en sociale verbindingen tussen de nieuwe wijken en de Volewijck. Het is belangrijk dat er geen harde scheidslijnen zijn tussen oude en nieuwe buurten en er een echte ongedeelde wijk komt. Al deze opgaven en kansen hebben ertoe geleid dat het college van B&W de Volewijck in november 2017 heeft aangewezen als ontwikkelbuurt.

16

17

Principenota Volewijck

1.4 Doel van de Verkenning van Kansen en leeswijzer Deze principenota verkent de opgaven en kansen in de Volewijck, hoe haar potenties optimaal kunnen worden benut en hoe de sociaaleconomische achterstand van deze buurt en haar inwoners kan worden ingelopen. Met deze Verkenning van Kansen leggen we strategische keuzes voor aan het college van B&W. Het principebesluit dat op basis van deze verken­ ning tot stand komt, is de eerste stap in de planvorming en bestuurlijke besluitvorming. De nota start met een verhaal van de buurt, opgeschreven op basis van gesprekken met een groep bewoners met verschillende achtergronden. Het geeft goed weer waar de problemen zitten en doet ook een appèl op de gemeente om bij het verder uitwerken van plannen voor de Volewijck de diversiteit en geschiedenis van de wijk niet uit het oog te verliezen. In de volgende hoofdstukken behandelen we de sociale – en fysieke opgaven, evenals de opgaven voor de buurteconomie. Ook lichten we toe hoe we bewoners en ondernemers hebben betrokken bij het opstellen van deze nota.

18

2. Lieverdjes zijn het niet

19

Principenota Volewijck

Bewoners vertellen het verhaal van de Volewijck in Amsterdam Noord. Verzameld en geschreven door Chris Keulemans, februari 2020 ‘We leven in een gesegregeerde wereld. En de scheiding loopt niet langs etnische lijnen, maar langs inkomen’, zegt Jamal, student planologie. Iedereen knikt. Sonja telt in haar blok van veertig woningen nog maar tien oorspronkelijke bewoners. De anderen zijn statushouders of hoogopgeleide tweeverdieners. Patrick ziet het verschil bij hem in de Dotterbloemstraat: een echtpaar dat er al veertig jaar woont, betaalt een huur van 320 euro, het nieuwe stel verderop betaalt 950 euro in de vrije sector. Daarnaast staat een huis te koop voor 4,5 ton en zijn nieuwe Somalische buurvrouw kreeg een woning voor 600 euro per maand.

”Nieuwe Noorderlingen doen wel mee met participatieavonden, maar laten hun kinderen niet met ons spelen.” Jamal, student planologie

20

Vroeger ‘kon’ je iedereen, zegt het gezelschap rond de tafel. Tegenwoordig gaan mensen alleen met hun eigen kringetje om. Patrick ziet er kwade opzet in: ‘De gemeente stuurt aan op het vervangen van oorspronkelijke Amster­ dammers.’ En statushouder Mahmoud heeft vanuit een totaal andere achter­ grond last van precies hetzelfde: ‘In Syrië voedde de hele familie, inclusief ooms en tantes, de kinderen op. Maar het Nederlandse asielbeleid wil niet teveel mensen uit één land op dezelfde plek. We worden over het hele land verspreid. Ik heb twaalf familieleden in Nederland: één in elke provincie.’ Je moet je eigen kring om je heen bouwen, zegt Sonja. Niet alleen met je familie, ook met je buren. Dan kan iedereen elkaars kinderen in de gaten houden. Zo doen we dat hier. De Volewijck is niet één buurt. Daar is iedereen het over eens als we twee avonden bij elkaar zitten, nog voor de anderhalve meter samenleving, eerst in Buurthuis Van der Pek, daarna in Buurtkamer Bloemenbuurt. Vroeger heette de Bloemenbuurt de rijke buurt. Floradorp was er voor de asocialen en de Van der Pekbuurt voor de ambtenaren. En dan had je nog het verschil tussen de katholieken, de protestanten en de socialisten, alle­ maal met hun eigen winkels en verenigingen. Plus de communisten natuur­ lijk. Dat soort onderscheid bestaat niet meer.

Maar het hele gezelschap benadrukt dat de problemen en de oplossingen per buurt verschillen, per straat zelfs, en dat de gemeente dus niet de fout moet maken ze allemaal over één kam te scheren. Bestuurders en ambtenaren zouden dat beter kunnen zien door meer in de buurt rond te lopen, hier te wonen, te leren van het verleden en vast te houden aan een visie voor de lange termijn, in plaats van elke vier jaar opnieuw te beginnen. De negen mensen rond de tafel zijn in alles verschillend. Wat ze gemeen hebben: dat ze hun buurt door en door kennen, er alles uithalen wat erin zit en kankeren op z’n Amsterdams. Juist omdat ze zo van hun buurt houden is het nooit helemaal goed. Tuurlijk gaan ze wel eens uit op het Rembrandt­ plein of wandelen in ’t Twiske, maar voor de rest brengen ze mooie dagen en vrije avonden door in het Noorderpark, aan het pierenbadje bij IJskoud de Beste, in de speeltuin Bloemenkwartier, bij de Ethiopiër aan de Papaver­ weg of Royalvis aan de Van der Pekstraat, bij FC Hyena of de Euroscoop, op

het eigen balkon of bij de buren in de voortuin. Ze doen boodschappen bij de Appie, de Dirk, de Jumbo en de Lidl in de Banne. Ze speuren naar koop­ jes op de markt en halen soms hun eten bij de voedselbank. Ze houden van zelfstandige zaken als Kaddour, Tuyp, Burger, Wasserette de Roos en Kims Broodjes, maar komen er niet zo vaak als ze zouden willen. En de buurten om de hoek? In de Banne komen ze nog wel eens, voor het winkelcentrum en familiebezoek. In Buiksloterham alleen voor de Gamma en de Praxis. En in Overhoeks maar heel af en toe, om er een beetje doorheen te rijden. Allemaal maken ze gebruik van de nieuwe metro. En met plezier. Alleen heeft die ook, aan beide kanten van de spoorlijn, een nieuw probleem mee­ gebracht. Of eigenlijk: een oud probleem dat weer helemaal terug is. Jonge­ rencriminaliteit. Een nieuwe generatie dealers en dealertjes. Met messen op zak. Jongens, nooit meisjes, die worden gebeld voor wiet of pillen. Met de metro zijn de klanten er zo. Of de jongens rijden zelf de stad in, verkopen het spul aan ‘die studenten’ en even later zijn ze weer thuis. Van de week kreeg een jongen een mes in zijn rug. Het geweld wordt steeds grover. Kwestie van tijd voordat er iemand wordt neergestoken in de donke­ re fietstunnel bij de metro. Vroeger eigenden ze zich de hele straat toe. Je zag ze meteen. Nu gaat het slimmer.

Ze hebben een business plan en doen hun best om niet op te vallen. Doodnormale jongens, vaak uit gebroken gezinnen. Jongetjes van tien worden al geronseld op het schoolplein. Een nieuw soort sociale controle: wie niet meedoet ligt eruit. Bij de metro stelen ze fietsen, die ze voor een tientje aanbieden bij het buurthuis. Of scooters. Het is gemakkelijk geld. Waar vaak de hele familie van moet leven. Het gebeurt met de beste bedoelingen, vinden ze zelf. Wat doe je ertegen? Een van die dealers woont bij je in de straat. Iedereen kent hem, de woningbouw ook. Soms zit hij even vast of hij is weer drie maanden in Egypte. Zeg je er iets van, dan komen ze verhaal halen. Jon­ getjes van tien lachen de wijkagent uit: mij pak je toch niet. Als je nog bij die jongens in de klas hebt gezeten of samen hebt gevoetbald, dan begin je er maar niet over. Anders ben je geen vrienden meer. Jongerenwerkers hebben er geen greep op. Dock probeert hooguit te voorkomen dat iemand verkeerde keuzes maakt. Streetcornerwork is de enige die ’s nachts nog wel eens controleert.

”De gemeente stuurt aan op het vervangen van oorspronkelijke Amsterdammers.” Patrick, stichting Flora 4 Life

In Floradorp diende een groep mannen een plan in voor het buurtbudget. Tegen een lichte vergoeding zouden ze zelf, in gele hesjes, gaan patrouil­ leren rond de metrohalte. Eerst even ‘praten’ met de jongens en ze daarna pas afleveren bij het politiebureau. Het plan werd niet in behandeling geno­ men. Maar het kan natuurlijk ook zonder subsidie. Dat buurtbudget is trouwens een mooie spiegel voor de relatie tussen buurt en gemeente. Natuurlijk is het fantastisch, 250.000 euro voor Bloemenbuurt Noord. De opzet klinkt goed en democratisch: ‘Om bewoners meer zeg­ genschap te geven en omdat zij vaak zelf de beste ideeën hebben voor hun buurt, heeft de gemeente 250.000 euro beschikbaar gesteld als buurtbud­ get. Bewoners en organisaties konden plannen indienen die bijdragen aan het verbeteren van de buurt.’ Geen andere buurt haalde zoveel ideeën op: ruim 200.

21

Principenota Volewijck

Maar: de buurtbewoners bepaalden onder welk thema elk idee kwam te vallen, en als jouw idee niet onder de drie populairste thema’s viel kon er niet op worden gestemd. En: in de uitvoering van de plannen zie je al het verschil tussen de vrijwilligers van de oude stempel en de zzp’ers van nu. Allebei hebben ze plannen die goed zijn voor de buurt. Maar de zzp’ers nemen hun dagtarief op in de begroting. De vrijwilligers doen hun werk, nou ja, vrijwillig. Dat kan allemaal gebeuren. Zet een grote pot met geld in het midden en er ontstaat altijd gelazer. Maar het buurtbudget is echt een spiegel. Het brengt twee hardnekkige eigenschappen aan het licht, van de buurt en van de gemeente. En die zijn belangrijk bij het opstellen van de principenota. Hier komen ze:

”Er is een nieuwe generatie dealers. Het geweld wordt steeds grover.“ Mohamed, student bestuurskunde

Deze buurt gelooft vanouds dat de overheid haar niet serieus neemt. Daar zit een geschiedenis van honderd jaar gettovorming, verwaarlozing en betutteling achter. En dus is hier een mentaliteit ontstaan van: als niemand voor ons zorgt, dan zorgen wij wel voor onszelf. Alleen al hier aan tafel zitten vijf mensen – Celeste, Linda, Sonja, Patrick en Abdel – die voor niks of heel weinig medebuurtbewoners helpen ‘die in de verdommenis zitten.’ Die hele geschiedenis zorgt ervoor dat hier misschien wel de lastigste Amster­ dammers wonen van allemaal. Geen wonder dat ambtenaren en bestuurders er zo schichtig mee omgaan. Lieverdjes zijn het niet. Het zal nog even duren voordat ze hun wantrouwen tegen instituties opzij kunnen zetten. En dan helpt het niet als de gemeente, zelfs onder de nieuwe vlag van democratisering, volhardt in schijnbewegingen. Burgerinitiatieven toejui­ chen, maar niet de regie loslaten. Plannen steunen die tijdelijk zijn, nooit duurzaam. ‘Waarom geven we dat buurtbudget niet uit aan vergoedingen voor mensen uit de buurt die straten en tuinen opknappen, die hun bejaarde buren verzorgen, die de boel schoonhouden en beheren?’ vraagt cultureel antropoloog Linda uit de Bloemenbuurt zich af. ‘Vijftig mensen elk 5.000 euro per jaar, dan heb je het heel goed besteed.’ Die voorliefde voor tijde­ lijkheid verraadt een angst voor structurele verandering.

En dat er iets moet veranderen is zeker. Nu houden Jamal en Mohamed hun broertjes en neefjes van de straat, zorgt Celeste voor schone vuilnisbakken en stoepen, mag Mahmoud komen koken bij Sonja in de Buurtkamer, knapt Patrick de ene na de andere tuin op in Floradorp, zorgt Charlotte ervoor dat mensen uit de buurt welkom zijn in de Tolhuistuin, onderhoudt Linda een netwerkje van ziekenbezoekers en houdt Abdel het buurthuis draaiende. Oudjes en kwetsbare buurtgenoten worden steeds afhankelijker van zulke buren. Maar als zij ermee kappen of toch maar verhuizen, dan valt de buurt uit elkaar.

”Ik woon hier al sinds 1994. Maar het asociale gedrag van mensen wordt zo erg dat ik erover denk om te vertrekken.” Celeste, vrijwilliger Greenteam

”Ik zit nu op Nederlandse taalles, als enige Hollander in de klas, om die moeilijke woorden van de gemeente te leren begrijpen.” Sonja, Buurtkamer Bloemenbuurt

”Veel goede initiatieven vinden elkaar niet meer na het verdwijnen van ilovenoord en de Echo. Die ambassadeurs verdienen een redactie die alles in kaart brengt en koppelt, met een fondsenwerver ernaast.”

”Bij mooi weer zit ik in het Noorderpark, op het laatste bankje voor het zwembad. Om in gesprek te komen met mensen.“ Mahmoud, statushouder

”Er gaat iets mis met die kinderen. Vaak zijn hun ouders gescheiden. Ze kennen elkaar van school en beïnvloeden elkaar.“ Abdel, beheerder Buurthuis Van der Pek

”Mijn buurvrouw is ziek. Maar ik ben geen familie en dus voor de instanties geen formele contactpersoon. Terwijl de kracht van onze relatie juist dat informele is.” Linda, cultureel antropoloog

Charlotte, programmeur Tolhuistuin 22

23

Principenota Volewijck

De Volewijck telt op dit moment een kleine 10.000 inwoners. In de Volewijck wonen vergeleken met het gemiddelde van Noord, veel alleenstaanden (51%) en weinig ouderen (12%). Dit komt vooral door de bevolkingssamen­ stelling van de Van der Pekbuurt. In de beide Bloemenbuurten wonen juist meer ouderen dan gemiddeld in Noord en Amsterdam. Verder kent de Vole­ wijck een relatief hoog percentage éénoudergezinnen. Net als in heel Noord en Amsterdam stijgt het aantal bewoners met een westerse migratieachter­ grond. Het aandeel bewoners met een niet-westerse migratieachtergrond ligt in de Volewijck met 40% hoger dan gemiddeld in Noord en Amsterdam.

3. Sociaaleconomische analyse en opgave

24

3.1 Analyse sociaaleconomische opgaven Armoede

De Volewijck kent een relatief grote sociaaleconomische problematiek. Drie op de tien huishoudens leven van een minimuminkomen en één op de drie jongeren groeit op in een minimahuishouden. Er is sprake van een relatief hoog percentage bijstandsontvangers (12,6% in 2019) en inwoners met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (9% in 2018). Ook komt onder bewoners van de Volewijck vaker schuldenproblematiek voor dan gemiddeld in Noord en Amsterdam. De sociale problematiek bevindt zich vooral in de Van der Pekbuurt en in een deel van de Bloemenbuurt Noord (Floradorp en Heg­ gerankweg en omgeving). Dit beeld is de laatste jaren in het bijzonder in de Bloemenbuurt Zuid veranderd. Dat komt omdat woningcorporaties daar woningen hebben verkocht en er meer kapitaalkrachtige nieuwe stedelingen zijn gaan wonen. Hierdoor zijn de cijfers, vooral op sociaaleconomisch vlak, iets verbeterd.

25

Principenota Volewijck

Maar met de ‘oud-Volewijckers’ gaat het nog niet veel beter of misschien zelfs slechter. Het gemiddeld besteedbare huishoudinkomen in de Volewijck was in 2017 met 28.100 euro lager dan dat van Noord (34.500 euro) en Amsterdam (39.000 euro). Tussen 2015 en 2017 is het gemiddeld besteedba­ re huishoudinkomen van de Volewijck wel sneller gegroeid dan gemiddeld in Noord en Amsterdam.

Gezondheid en kwetsbaarheid

Sociaaleconomische factoren hangen vaak samen met gezondheid en wel­ zijn. Het aantal inwoners dat zijn gezondheid (zeer) goed beoordeeld is in de Volewijck met 66% (2016) dan ook lager dan in Noord (71%) en Amsterdam (76%). Ook hebben bewoners van de Volewijck vaker ernstige psychische klachten (12% in 2016) dan gemiddeld in Noord (7%) en Amsterdam (8%). In de Volewijck komt daarnaast meer eenzaamheid voor dan gemiddeld in Noord en Amsterdam: 17% (2016) van de bewoners van de Volewijck is (zeer) ernstig eenzaam tegenover 15% in Noord en 13% in Amsterdam.

26

Tot slot heeft de helft van de bevolking van de Volewijck overgewicht/obesi­ tas (2016). Dit komt overeen met het gemiddelde van Noord en is hoger dan het aandeel bewoners met overgewicht/obesitas in Amsterdam (40%). Het aandeel bewoners dat aangeeft weinig regie over zijn eigen leven te ervaren is in de Volewijck met 15% (2016) groter dan gemiddeld in Noord (13%) en Amsterdam (10%). Naar schatting is een relatief groot deel van de bevolking in de Volewijck laaggeletterd en/of licht verstandelijk beperkt. Gemiddeld in Amsterdam wordt dit percentage geschat op 20% (2018), in Bloemenbuurt Noord op 29%, in Bloemenbuurt Zuid op 31% en in de Van der Pekbuurt op 37%. De Volewijck heeft daarnaast het hoogste percentage instroom van kwetsbare huishoudens van heel Amsterdam: in de periode 2016-2018 is 3,8% van de woningvoorraad toegewezen aan kwetsbare doelgroepen, tegen 1,2% gemiddeld in Amsterdam. De buurt is dus al kwetsbaar en wordt dat met deze instroom nog meer.

Jeugd en Jongeren

Eén op de drie kinderen tot en met 17 jaar groeit op in een minimum huis­ houden. Dat ligt ver boven het stedelijke gemiddelde van 18%. Het aandeel laagopgeleide schoolverlaters (17-22) is relatief hoog: 14,8% (2019). Ter vergelijking: het gemiddelde van Noord is 11,7% en van Amsterdam is 9%. In de Volewijck zijn ouders van basisschoolleerlingen vaker laagopgeleid dan gemiddeld in Amsterdam: 25% (2018) tegenover 23% in Noord en 20% in Amsterdam. Wat betreft de Cito-toets scoren kinderen uit de Volewijck lager (533 in 2018) dan de gemiddelde Amsterdamse Cito-score (535). Een aanzienlijk deel van de kinderen in de wijk groeit op in achterstand. Zij lopen de kans dat ze niet al hun potenties kunnen ontwikkelen.

27

Principenota Volewijck

een buurtfunctie zoals het buurthuis Van der Pek, buurtkamer Heliotroop, de Kluzzfabriek (specifiek voor jongeren) en het Anker. Ook het Antoniushuis biedt ruimte aan de buurt. Deze liggen verspreid over de wijk en worden soms door buurtbewoners beheerd en geprogrammeerd.

3.2 Maatregelen om sociaaleconomische opgaven aan te pakken Volewijckers zijn trost op hun buurtje, op de geschiedenis van hun buurt, op hun contacten, netwerken en hun betrokkenheid. Ondanks alle problemen die onderkent worden, willen de meeste mensen niet weg maar wel dat het beter moet gaan. Beter met de mensen, beter met de buurt. En veel bewoners willen hun steentje daar aan bijdragen. Laat dat de basis zijn van de opgave die we beschrijven en de aanpak die ons voor ogen staat.

Veiligheid

In de Volewijck is de criminaliteit tussen 2014 en 2017 gedaald. Ook de overlast is gedaald en het gevoel van sociale veiligheid is verbeterd. De veiligheidsindex in de Volewijck is de laatste jaren verbeterd maar nog wel ongunstig ten opzichte het gemiddelde van Noord (100 in 2018 versus 94 in Noord). De overlastindex is 110 (2018) en is gunstig ten opzichte van 117 in Amsterdam. De jongerenoverlast is gedaald naar 9% (2018) vergeleken met 10% in Amsterdam en is de laatste jaren verplaatst van de Van der Pekbuurt naar de Bloemenbuurt. Ondanks deze positieve trends in de statistieken blijft veiligheid en overlast een belangrijk aandachtspunt. Professionals werkzaam in de wijk melden dat er vaak sprake is van overlast door de multi-problematiek achter de voordeur en de huisvesting van veel kwetsbare huishoudens in de wijk. Ook komt huiselijk geweld, drugsmisbruik en bran­ donveilige situaties door verzameldrang vaak voor. Door de lage meldings­ bereidheid zien we dit niet goed terug in de statistieken. Het is daarom goed te realiseren dat de objectieve cijfers een vertekeing geven van de daadwerkelijke veiligheidsproblemen in de wijk. Vooral de zachte informatie gekregen vanuit informele gesprekken met bewoners laat vaak een ander beeld zien dan de statistiek. De sociaaleconomische achterstand in de wijk heeft gevolgen voor de jeugd.

Het kan leiden tot een beperkt toekomstperspectief en een verhoogd risico om te vervallen in criminele activiteiten. Zo is de Bloemenbuurt bekend met langdurige en hardnekkige problematiek op het gebied van (geluids)overlast en criminele activiteiten van jongeren. Sommige jongeren proberen zonder opleiding, werk of inkomen simpel aan geld te komen door het op straat verhandelen van drugs.

Voorzieningen

28

Ondanks de flinke sociale problematiek heeft de Volewijck geen eigen Huis van de Wijk en zien we minder structurele aanwezigheid van professionals in de wijk. De zogenoemde preventieve waakvlamfunctie, zoals deze in het laatste Aedesrapport ‘Veerkrachtige Wijken’ wordt omschreven, wordt node gemist. Het Huis de Meeuw bedient vooral de Vogelbuurt, een buurt met ook veel sociale problematiek. De Volewijck kent wel meerdere ruimtes met

Om de problemen in de Volewijck aan te pakken en bewoners perspectief te bieden, zetten we in op de volgende vier thema’s: kwetsbare huishoudens, weerbare jongeren, goede netwerken van professionals en niet professionals in de wijk en ongedeelde wijk. Daar waar het nodig is zoeken we naar nieuwe of andere initiatieven daar waar uitbreiding of aanpassingen meer op hun plaats zijn zetten we in op deze koers. Dit laatste betekent dat we voorstellen om nieuwe (lopende) projecten en initiatieven te versterken of uit te breiden, meer in te zetten op goede samenhang en integraliteit tussen de projecten en initi­ atieven en op zoek te gaan naar samenwerkingsverbanden tussen én met de formele en informele partners in de wijk. Hierin wordt voortgebouwd op het bestaande netwerk van maatschappelijke organisaties en bewonersnetwerken die al actief zijn in de wijk.

3.2.1  Intensieve aanpak kwetsbare huishoudens Via complexgerichte aanpakken bereiken de gemeente en woningcorporatie Ymere veel bewoners in de Van der Pekbuurt. Onder hen zijn bewoners met uiteenlopende problemen op het gebied van o.a. armoede, verslaving, GGZ-problematiek, eenzaamheid, zorg of (dreigende) overlast. Vaak sig­ naleren we daarbij ook dat de bewoners niet de hulp krijgen die ze nodig hebben: er is sprake van zorgmijding, gebrekkige coördinatie bij multi-pro­ blematiek en symptoombestrijding in plaats van het aanpakken van de onderliggende sociale problematiek. Daarom wordt de complexgerichte aanpak geïntensiveerd en uitgebreid naar andere buurten in de Volewijck. Per casus bepalen we met alle zorg­ verleners en betrokken instanties wat het beste hulptraject moet zijn en dat wordt opgestart en gemonitord op het beoogde effect. Daarmee voorkomen we dat instanties langs elkaar heen werken, niet effectief zijn of dat er teveel terugval is. We dienen daarmee twee doelen: het duurzaam en effectief aanpakken van de sociale problematiek en het voorkomen van overlastsituaties.

29

Principenota Volewijck

Deze manier van werken vraagt van alle partijen extra inzet en alertheid en is daarmee een voorbeeld voor de verdere doorontwikkeling van het sociaal domein in de vorm van buurtteams. Vooralsnog is de inschatting dat door de hardnekkige problematiek en de noodzaak om te blijven monitoren, de complexgerichte aanpak niet volledig kan worden overgenomen door de buurtteams. We zoeken daarom naar een passende manier om deze te bor­ gen binnen het sociaal domein. Naast het oplossen van sociaal – en/of emotionele problemen in een gezin, is het ook belangrijk om te zorgen voor zinnige dagbesteding en toeleiding naar betaald werk. In Oud-Noord worden daarom in bewoners met een parti­ cipatiewet-uitkering uitgenodigd voor een gesprek over hun kansen op werk. Zij worden begeleid door een gemeentelijk multidisciplinair team, bestaande uit klantmanagers Activering, Werk en Re-integratie en Koers naar Werk, en jobcoaches en jobhunters. De caseload van klantmanagers neemt hierdoor af. Deze individuele aanpak is vooral gericht op uitstroom naar werk. Bewoners voor wie werk nog een stap te ver is, worden individueel begeleid naar zorg of participatie.

3.2.2 Weerbare jongeren Een fijn thuis is een belangrijke basis voor goede schoolresultaten en gewenst sociaal gedrag. Dit is niet voor iedereen vanzelfsprekend. In de Volewijck groeien jongeren vaak op in een kwetsbare thuissituatie. Om hun ontwikke­ lingskansen te vergroten, moeten we ervoor zorgen dat de situatie thuis min­ der kwetsbaar is. De maatregelen intensieve aanpak kwetsbare huishoudens en meer professionals in de wijk, moeten niet alleen de omstandigheden van de volwassenen in de wijk verbeteren, maar ook bijdragen aan een stabiele en rustige thuissituatie voor de betrokken kinderen en jongvolwassenen. We zet­ ten in het bijzonder in op het voorkomen van onveilige situaties zoals huiselijk geweld en kindermishandeling. Een veilige en stabiele thuissituatie is niet af te dwingen, maar sociale steun kan er wel voor zorgen dat de schade beperkt blijft. Om sociale steun te kunnen geven, is het belangrijk dat mensen elkaar zien en horen en dat er een netwerk is. Daarom moeten we ervoor zorgen dat mensen in een buurt, wijk en woonblok elkaar ontmoeten, leren kennen, zien en horen waardoor zij in staat zijn om elkaar sociale steun te geven.

Daarnaast is het belangrijk dat de scholen in de Volewijck hun positie ver­ sterken en dat die de kinderen een veilige omgeving kunnen bieden waarin ze gestimuleerd worden zich te ontwikkelen, zowel op het gebied van het curriculum als in zelfontplooiing, weerbaarheid en talentontwikkeling. De Oranje-Nassauschool is aangewezen als family-school (school als buurtge­ meenschap). In dit concept werken de school, ouders en sociale partners samen om kinderen beter te ondersteunen. Hoewel op termijn de klimop en de rosa naar buiten de wijk verhuizen, zal voor de komende jaren gewerkt moeten worden aan een integrale aanpak waarin gezinnen (ouders en kinde­ ren) de ondersteuning krijgen die passend is om veilig op te kunnen groeien.

30

Wat betreft de huisvesting van scholen zijn aanpassingen of verplaatsingen dringend gewenst. De PO-schoolpanden van de Klimop en de Rosaschool zijn verouderd of niet meer passend, bijvoorbeeld omdat ze te dicht bij een druk­ ke weg staan. Een van de PO-scholen kan in de toekomst verplaatst worden naar de nieuw te ontwikkelen wijken in de Buiksloterham en Klaprozenbuurt.

In de Volewijck komt ook vervangende nieuwbouw en uitbreiding van een PO-school. Daarnaast is de bestaande VO-school (Nieuwe HAVO) toe aan vervanging en is er ruimte voor toevoeging van woningen. De gymzalen van de VO- en PO-scholen worden bij elkaar gevoegd en opgewaardeerd tot een sporthal voor de buurt. Mogelijkheden voor ontwikkeling in de groenstrook door bv. extra sport en spelmogelijkheden toe te voegen moeten nader wor­ den onderzocht.

Jeugd en veiligheid

Ook op straat is meer aandacht voor kinderen en jongeren nodig. Professio­ nals die in de Volewijck werken, geven aan dat er een negatieve straatcultuur heerst. De oudere groep beïnvloedt de jongere groep negatief en de jeugd vertoont op steeds jongere leeftijd afwijkend en crimineel gedrag. Daarnaast ontbreken positieve en zichtbare rolmodellen voor jongeren. We moeten kin­ deren en tieners een ander perspectief bieden. De focus ligt nu op het opstel­ len van een integrale gebiedsgerichte visie op de Volewijck i.c. Bloemenbuurt en de Van der Pekbuurt. Dat vraagt om een samenhangende aanpak waarbij we samen optrekken met alle partners (binnen en buiten de sociale basis) in de wijk die werken met jeugd zoals het Ouder- en Kindteam en de scholen. Daarbij willen we in dialoog met de jongeren en ouders over hun leven en hun toekomstperspectief werken aan een passend aanbod in een veilige en leefbare wijk.

3.2.3 Meer professionals in de wijk In de Volewijck liggen verspreid over de wijk een kleinschalig buurthuis en een aantal buurtkamers. Ze worden beheerd en geprogrammeerd door buurtbe­ woners en zijn daarmee laagdrempelig voor anderen, hoewel we ook zien dat met name kwetsbare bewoners schromen om een onbekende plek binnen te stappen. De bewoners komen hier voor sociale activiteiten. Er zijn niet veel professio­ nele organisaties in de buurtkamers actief, terwijl het toch een goede plek is om kwetsbare bewoners te vinden. Vaak werken de professionals vanuit het Huis van de Wijk de Meeuw in de Vogelbuurt of hebben een eigen kantoor (Doras). Bewoners geven aan dat beide locaties te ver weg zijn en er een mis­ match is tussen zorgaanbod en zorgvraag. De opgave is om de buurtkamers ook in te zetten als vindplekken voor outre­ achende professionals zodat zij kwetsbare buurtbewoners kunnen begeleiden en activeren. Daarnaast is het van belang om als professional langdurig in de wijk actief te zijn om ‘de waakvlam brandend te houden’. Met andere woor­ den: goed doorgronden wat de problematiek is, hier zorg voor organiseren en er zijn wanneer de problemen weer verergeren. Daarvoor is meer professione­ le inzet nodig en de aanwezigheid van bijvoorbeeld klantmanagers Activering in de wijk die meer outreachend te werk gaan.

Deze professionele inzet moet er ook toe leiden dat er meer bewonersinitiatieven ontstaan die ruimte bieden aan bewoners om meer mee te doen. Door passende ondersteuning te bieden waar en wanneer nodig krijgen bestaande bewonersinitiatieven de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Er dient samen met hen een passend plan gemaakt te worden hoe professionals en bewoners een sluitend aanbod kunnen realiseren.

31

Principenota Volewijck

Maatschappelijke voorzieningen

3.2.4 De Volewijck als ongedeelde wijk

Daarbij komt ook ruimte voor ontmoeting in een Huis van de Wijk. We onderzoeken de haalbaarheid hiervan. Een voorziening in deze vorm op deze locatie kan zowel de bestaande buurt als de nieuwe buurt dienen en verbin­ dend werken tussen de buurten. De ligging ten opzichte van andere publieke voorzieningen langs het Mosveld en de Van der Pekstraat is ook goed. Voor een invulling van de programmering moeten bewoners een actieve rol krijgen. Gezien de zorgen die er leven omtrent de toekomst van kinderen en jongeren onderzoeken we hoe we een passende ruimte voor jeugd en jongeren kunnen realiseren. De voorzieningen in de omgeving van de Volewijck zullen meege­ nomen worden om het brede aanbod in beeld te krijgen en tegelijkertijd bij te dragen aan de opgave van de wijk.

In Noord hebben we op dit moment de unieke situatie dat er grootschalige transformatieprojecten plaatsvinden naast de meest kwetsbare wijken van Amsterdam. De Volewijck is hiervan een goed voorbeeld, de buurt sluit aan op meerdere projectgebieden waaronder Overhoeks, Buiksloterham en de Klaprozenbuurt. Als de komende periode niet stevig wordt ingezet op de ver­ binding tussen deze buurten, raakt de Volewijck geïsoleerd van haar omgeving en worden tegenstellingen nóg groter dan ze al zijn. Om te zorgen dat ook de kwetsbare bewoners van de Volewijck kunnen profiteren van deze nieuwe ont­ wikkelingen en omdat we een harde scheidingslijn tussen bestaande en nieuwe buurten willen voorkomen, hanteren we in de projecten het principe van de ongedeelde wijk. Op deze manier waarborgen we dat de Volewijck mee­ profiteert van investeringen die wij als gemeente doen. Dit doen we samen met gebiedsontwikkeling en woningcorporaties. Hiermee is al veel ervaring opgedaan in de IJplein-/Vogelbuurt en het Hamerkwartier, die aanpak geldt als wenkend perspectief voor een aanpak voor de Volewijck in combinatie met de omliggende transformatiegebieden Buiksloterham en de Klaprozenbuurt.

Om deze doelen goed te kunnen dienen op de korte termijn, wordt buurthuis Van der Pek verbouwd. Op de lange termijn (2022 – 2024) werken we in het grensgebied tussen de Volewijck en Buiksloterham bij Papaverhoek, aan een cluster van voorzieningen: een gezondheidscentrum met ruimte voor wijkzorg en maatschappelijke dienstverlening in één gebouw.

De ambities en opgaven zoals benoemd onder ‘ weerbare jeugd’ als bij ‘ kwetsbare huishoudens’ brengt met zich mee dat welzijn- en zorg professio­ nals fysiek in de wijk aanwezig moeten kunnen zijn. En dat zij beschikken over locaties van waaruit en waarbinnen zij afspraken met bewoners kunnen maken en activiteiten kunnen aanbieden. De realisatie van nieuwe zorg/welzijn voor­ zieningen, vaak op de grens van bestaande en nieuwe buurten moet niet ten koste gaan van de vaak noodzakelijke fysieke nabijheid en beschikbaarheid van professionals voor bewoners.

Werkgelegenheid

De omliggende nieuwe woon-werkgebieden (Klaprozenbuurt en Buiksloter­ ham) bieden kansen voor werkgelegenheid. Tegelijkertijd ligt er een vraag naar werk in de Volewijck en blijft mogelijk arbeidspotentieel onbenut. Hierbij is de ambitie om vraag en mogelijk aanbod beter met elkaar te verbinden en hiervoor een kwartiermaker aan te stellen.

32

Samen met corporaties wordt een vastgoedstrategie ontwikkeld waarin aandacht is voor de volgende onderdelen:  e realisatie van een woningaanbod passend bij de behoeften van bewoners D van Noord. Bijvoorbeeld niet alleen de ontwikkeling van kleine (sociale) huurwoningen aan te bieden, maar ook sociale huurwoningen >65m2 om ook gezinnen en ouderen te kunnen huisvesten.  Bewoners uit de Volewijck wordt de kans geboden om tegen een passende huur te kunnen doorstromen naar een passende woning in Buiksloterham of de Klaprozenbuurt.  ok is het van belang dat 30% van de sociale huurwoningen worden O bestemd voor kwetsbare huishoudens met voorrang. Hierdoor kan de hoge concentratie van kwetsbare groepen in de Volewijck worden verminderd.

De kwartiermaker krijgt de opdracht om te onderzoeken of bestaande onder­ nemers/werkgevers en netwerken werkgelegenheid, opleiding of dagbeste­ ding kunnen bieden aan bewoners uit naastgelegen buurten. Het doel is om ervoor te zorgen dat buurtbewoners met een grote afstand tot de arbeids­ markt bereikt worden en meer vaardigheden krijgen om zo hun afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Tevens wordt speciaal voor jongeren onderzocht hoe VO scholen en ‘werkplaatsen’ een bijdrage kunnen leveren aan toeleiding naar werk.

Daarnaast liggen er de volgende kansen:

Ook in het kader van de ongedeelde wijk willen we onderzoeken wat voor specifiek aanbod voor jongeren noodzakelijk / wenselijk is.

 e bestaande en toekomstige werkgelegenheid in transformatiegebieden D biedt kansen voor de bewoners van de Volewijck. We maken ons sterkt om de investeringen in de openbare ruimte, waar mogelijk, door aansluiting op straat- en buurt­niveau ook ten goede te laten komen aan de Volewijck.

 e verwachten dat de detailhandel in de Volewijck meeprofiteert van de W bevolkingstoename en de kapitaalkracht in de nabijgelegen transformatie­ gebieden Buiksloterham en de Klaprozenbuurt. In de Papaverhoek in Buiksloterham komt een Huis van de Wijk en een ­welzijnscluster mede ten behoeve van de bewoners van de Volewijck.

33

Principenota Volewijck

In dit hoofdstuk beschrijven we de analyse, opgaven en kansen voor wonen, buurteconomie en openbare ruimte. De Volewijck is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan als verzameling tuindorpen, gebouwd om arbeiders en bewoners van de dichtbevolkte binnenstad te huisvesten. Elk tuindorp had zijn eigen doelgroep en dat zie je nu nog terug in de woninggrootte, manier van bouwen, de aanwezige voorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Gedurende de jaren is er gerenoveerd, bijgebouwd en vernieuwd. Ook zijn er voorzieningen bijgekomen of verdwenen. Over het algemeen kunnen we stellen dat de wijk een grote opgave heeft in het fysieke domein, zowel als het gaat over de openbare ruimte als over de woningen/het bezit van de woningcorporaties.

4. Fysieke analyse en opgaven

34

4.1 Analyse fysieke opgave Woningvoorraad

e Volewijck telt 4876 woningen. Bijna 80% hiervan bestaat uit corpora­ tiewoningen, 8% is particuliere huur en 12% is koop. Voor Noord is deze verhouding anders, namelijk: 57% sociale huur, 12% particuliere huur en 31% koopwoningen. En voor Amsterdam als geheel is dit 41-29-30% respectie­ velijk sociale huur, particuliere huur, koop. Er zijn grote verschillen tussen de drie buurten in het percentage corporatiewoningen. Het aandeel in de Van der Pekbuurt is met 86% het hoogst, gevolgd door de Bloemenbuurt Zuid met 78%. De Bloemenbuurt-noord telt 70% corporatiewoningen. In vergelij­ king met Noord als totaal (58%) en Amsterdam als geheel (42%) is het aan­ deel corporatiewoningen hoger. Het corporatiebezit in de Volewijck daalt minder snel dan in de rest van Noord. In de Bloemenbuurt Noord is het aan­ deel lager, hier zijn in het verleden woningen verkocht. In de Bloemenbuurt Noord bestaat 25% uit eigenaar-bewoners en 5% uit particuliere huur. In de Van der Pekbuurt is het aandeel eigenaar-bewoners (8%) en particuliere huur (7%) vrijwel gelijk.

35

Principenota Volewijck

deel van de woningvoorraad is verkocht aan eigenaar-bewoners die zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud.

Buurteconomie

De Volewijck heeft relatief veel winkel- en horecavoorzieningen voor de buurt. Het Mosplein is recentelijk vernieuwd en vooral in het noordelijk deel van de Van der Pekstraat zijn winkels en voorzieningen gekomen, waaronder creatieve en ambachtelijke detailhandel en bedrijvigheid. Het Van der Pek­ plein is heringericht en de hoeklocaties zijn bezet met horeca en detailhan­ del met een buurtoverstijgende aantrekkingskracht. De Pekmarkt is in 2014 verplaatst van het Mosveld naar de Van der Pekstraat. De Pekmarkt staat onder druk, de markt is van zestig vaste standplaatshouders teruggegaan naar zeventien in de laatste twee jaar. De Hagendoornweg is een drukke verkeerstraat met een mix van versnipperde economische voorzieningen. Ook het economisch functioneren van de Hagedoornweg staat de laatste decennia sterk onder druk. De Volewijck telt ruim duizend ingeschreven bedrijven bij de Kamer van Koophandel. Deze wijk kent relatief veel starters (11,3%) vooral in de Bloe­ menbuurt Noord (16,7%). Vaak gaat het dan om zzp’ers: in de Volewijck 69% van alle vestigingen en in de Bloemenbuurt Noord 77%, vergeleken met Amsterdam (59%). Dit betreft vooral de traditionele zzp’ers waaronder taxichauffeurs, aannemers en bezorgdiensten.

De Volewijck heeft relatief veel kleine corporatiewoningen vergeleken met de rest van Noord en Amsterdam, Van de woningen is 52% kleiner dan 60 m2 en 28% is tussen de 40-60 m2. Daardoor zijn er veel lage huren. In Amsterdam is 37% kleiner dan 60 m2. Veel gezinnen in de Volewijck wonen te krap. De woningvoorraad is daarmee eenzijdig te noemen, zowel naar marktsegment als naar woninggrootte. Er ontbreken op dit moment mogelijkheden voor een wooncarrière binnen de buurt, voornamelijk voor huishoudens met kinderen, omdat grotere woningen (van meer dan 60 m2) zowel in de sociale huur als het middensegment ontbreken. Ook zijn er onvoldoende mogelijkheden voor de ouderen in de buurt, die veelal te groot wonen, om door te stromen naar kleinere, geclusterde ouderenwonin­ gen met voorzieningen in de nabijheid. Van de 55-plussers in de Volewijck geeft 23% aan dat hun woning niet geschikt is om er oud in te worden. Van de 55-plussers woont 28% in een woning van 70m2 of meer. Dit vraagt op termijn aanpassingen aan de woning of een vervangende woonruimte elders in de wijk of omliggende wijken. Er zijn vijf Amsterdamse woningcorporaties die bezit hebben in de Volewijck: Ymere, Stadgenoot, de Alliantie, de Key en Eigen Haard. Ymere heeft verreweg het meeste bezit.

36

De woningvoorraad is dringend aan verbetering toe, vooral in de van der Pekbuurt, de Gentiaanbuurt en aan de Heggerankweg e.o. in de Bloemen­ buurt Noord. Het betreft ongeveer 1150 woningen. Een klein deel van de woningen is door Ymere onlangs gerenoveerd (Van der Pekbuurt Zuid). Een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10972722/1