CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Plan Biodiversiteit voor parken en natuurgebieden 2025-2030 DEFINITIEF.pdf

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Plan Biodiversiteit: parken en natuurgebieden (VN2025-012571)37.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Plan Biodiversiteit 2025-2030 Parken en natuurgebieden

Plan Biodiversiteit fase 1

2

Actieplan 2025-2030

Inhoud Voorwoord3

Samenvatting4

Deel II: Analyse 4. Het belang van biodiversiteit in de stad25

Leeswijzer9

7.

Amsterdammers en biodiversiteit

7.1

Wat kunnen bewoners doen aan de biodiversiteit? Ecologisch medebeheer en groene initiatieven Ondernemers

7.2 7.3

5.

Planten en dieren in de stad

27

Inleiding Amfibieën Bijen Broedvogels Dagvlinders Flora Libellen Reptielen Zoogdieren

27 28 29 33 36 40 43 45 48

Bijlagen

Deel I: Actieplan 1.

Inleiding

11

1.1 1.2 1.3 1.4

Waarom dit plan? Hoe zijn we gekomen tot dit plan? Scope en doorwerking van dit plan Huidig beleid

11 11 12 12

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

2.

Actieplan biodiversiteit

14

6. Natuur in de stad

51

2.1 2.2 2.3

Doel en aanpak biodiversiteit Maatregelen Kosten en financiering

14 14 16

6.1 6.2

51

3.

Uitvoering actieplan

20

3.1 3.2 3.3

Werkwijze Communicatie Monitoring

20 21 22

6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11

Inleiding Ecologische kerngebieden en verbindingszones Bos en bosplantsoen Struweel en struweelhaag Ruigte Bloemrijk grasland Extensief gazon Natuurvriendelijke oevers Moeras Natuurlijk stadswater Poelen

Bijlage 1 Informatiebladen gidssoorten Bijlage 2 Informatiebladen natuurbeheertypen Bijlage 3 Kwaliteitseisen van natuurbeheertypen (KPI’s ecologisch beheer) Bijlage 4 Kwalificerende soorten per natuurtype Bijlage 5 Totaaloverzicht maatregelen Bijlage 6 Definities Bijlage 7 Bronnen Bijlage 8 Toelichting op toegepaste methodiek

81

81 82 84 85 86 97

108 119 125 135 137 139

52 59 62 64 66 68 69 75 77 79

› Boshyacinth Foto: Florinda Nieuwenhuis

Plan Biodiversiteit fase 1

Actieplan 2025-2030

Voorwoord Op mijn twaalfde kreeg ik van mijn overgrootvader een verrekijker. Samen met mijn vader trok ik er in het weekend op uit om vogels te spotten. Mijn eerste kievit kan ik me nog als de dag van gister herinneren. Een magisch gevoel. Hetzelfde gevoel kreeg ik onlangs, toen ik mijn eerste ijsvogel in vlucht boven mijn hoofd zag vliegen. Al jarenlang hoopte ik de ijsvogel een keer te zien. Ik wist dat dit wonderschone beestje in Amsterdam woonde, maar dat je ‘m niet vanzelfsprekend tegenkomt. Ze broeden namelijk in steile oeverwanden van stromende beken en rivieren. Dus niet in de veenrivieren die van oorsprong in Amsterdam voorkwamen, maar wel in Overijssel of Limburg. Dus toen het moment daar was vond ik dat heel bijzonder. Dat je de blauwe flits nu aan de randen van de stad tegenkomt is een prachtig voorbeeld van wat we kunnen bereiken. We willen dat het aantal verschillende planten- en diersoorten in onze stad toeneemt, maar dat gaat niet vanzelf. We kunnen ze helpen door natuurvriendelijke oevers aan te leggen, de waterkwaliteit te verbeteren en het groen te verbinden. Zo vergroten we de biodiversiteit in de stad. Door meer wilde, inheemse planten te laten groeien krijgt de natuur meer de ruimte. Meer groen en meer biodiversiteit is goed voor de stad. Niet alleen zorgt natuurlijk groen voor verkoeling en houdt het water vast.

Ook kunnen we hierdoor plaagsoorten op natuurlijke wijze beperken. De eikenprocessierups komt minder voor als er meer variatie is. Vleermuizen eten wel 3000 muggen per nacht, wat de stad voor mensen weer een stuk prettiger maakt. En natuurlijk zorgen veel verschil­ lende planten ervoor dat er betere bestuiving plaats vindt. Allemaal belangrijke redenen waarom we de stad natuurlijker willen maken met een hoge biodiversiteit. We zien steeds vaker resultaat. Op dit moment wordt ongeveer de helft van het groen in Amsterdam ecologisch beheerd. Dat is een manier van beheren waarbij we ruimte geven aan de natuur en variatie aanbrengen. We laten bijvoorbeeld dode bomen liggen om ruimte te geven aan paddenstoelen en maken de overgang tussen bossen en grasland minder hard. Niet alleen de ijsvogel weet inmiddels haar weg naar Amsterdam te vinden, maar ook de otter, de eekhoorn en de boommarter zijn in onze stad te vinden. Je ziet het resultaat ook wanneer je door de stad fietst. Door minder vaak te maaien kun je bloeiende planten als beemdooievaarsbek en echte koekoeksbloem zien en wordt het groen om je heen kleurrijker en natuurlijker. Dat maakt de stad een stuk vrolijker.

De komende jaren moet Amsterdam nog een stuk natuurlijker worden. Met dit Plan Biodiversiteit gaan we hiermee verder. Gazons vormen we om tot bloemrijk grasland, groene gebieden verbinden we beter met elkaar en planten kopen we zoveel mogelijk gifvrij in. Daarnaast nemen we nog veel meer andere maatregelen om de biodiversiteit te vergroten, zodat Amsterdam een fijn thuis wordt voor mensen, planten én dieren.

Melanie van der Horst Wethouder groen en openbare ruimte

3

Plan Biodiversiteit fase 1

Samenvatting Deel I: Actieplan H1 Inleiding Bestuurlijke aanleiding. In dit plan laten we zien hoe we de biodiversiteit in de Amsterdamse parken en natuurgebieden gaan vergroten. Deze ambitie is opgenomen in de Groenvisie (2020), de Omgevingsvisie (2021) en het coalitieakkoord (2022-2026). De uitgangspunten uit deze visies zijn op hoofdlijnen verwoord en onderdeel van een integrale visie. Er is een uitvoeringsplan nodig om deze strategische visies om te zetten in praktisch uitvoerbare plannen. Plan Biodiversiteit fase I voorziet hierin. Beleidsvoorbereiding. Bij de voorbereiding van dit plan is een groot aantal belang­ hebbenden betrokken. Naast de betrokken afdelingen binnen de gemeentelijke organisaties is een werksessie gehouden met lokale professionele deskundigen o.g.v. biodiversiteit. Ook is een werksessie met 80 in het groen actieve bewoners georganiseerd. De input uit deze werksessies is verwerkt in het plan. Scope. Plan Biodiversiteit voor parken en natuurgebieden richt zich op het vergroten van de biodiversiteit in de ecologische kerngebieden en verbindingszones van Amsterdam. Hieronder valt de Amsterdamse ecologische structuur (AES) aangevuld met de parken uit de Hoofdgroenstructuur. In een vervolgplan richten we onze aandacht nu nog niet op hoe de biodiversiteit in de wijken en buurten en bij gebiedsontwikkeling kan worden vergroot.

Het vervolgplan zal een integraal onderdeel uitmaken van de realisatie van het groenbeleid. Doorwerking. De doorwerking van Plan Biodiversiteit fase I is als volgt: • De inrichting en het beheer van de ecologische kerngebieden en verbindingszones is gericht op het vergroten van de biodiversiteit. Voor alle gebieden zijn gidssoorten en natuurtypen geformuleerd. In dit plan zijn de eisen opgenomen die deze gidssoorten aan hun leefomgeving stellen. Ook zijn de eisen die wij stellen aan de kwaliteit van de natuurtypen opgenomen. De inrichting en het beheer richt zich op het bevorderen van deze eisen (Kritische Prestatie Indicatoren, KPI’s). • In contracten voor de uitvoering van het ecologisch groenbeheer zullen de in dit plan geformuleerde eisen (KPI’s) als richtlijnen opgenomen worden, zodat aannemers zich richten op de geformuleerde doelen en daar op aangestuurd worden;

Actieplan 2025-2030

• In de ecologische kerngebieden en verbindingszones vindt structurele ecologische monitoring en inspectie plaats conform de in dit plan geformuleerde kwaliteitseisen. Dit gebeurt jaarlijks in een kwart van de gebieden. In 2032 kan de trend op basis van 3 monitoringrondes worden onderbouwd; • Uitvoering van de maatregelen waarvoor financiële dekking is in de eerste termijn; • Voor de maatregelen waarvoor momenteel geen financiële dekking is, de tweede termijn, worden middelen gezocht.

H2 Actieplan biodiversiteit Doel en strategie Het doel van Plan Biodiversiteit is dat in de periode 2025‑2030 de biodiversiteit, uitgedrukt in aantal kwalificerende soorten, in de Amsterdamse ecologische kerngebieden en verbindingszones toeneemt. De strategie om dit doel te bereiken is 1) het verhogen van de kwaliteit van de ecologische kerngebieden en verbindingszones, 2) het verbinden van de ecologische kerngebieden met elkaar door het verbeteren van de verbindingszones en 3) het vergroten van het oppervlak ecologische inrichting en -beheer in de ecologische kerngebieden en verbindingszones. Het doel en de strategie van Plan Biodiversiteit sluit goed aan op de Natuurherstelwet waar Nederland een implementatieplan voor op moet stellen. Op basis van het doel en de strategie hebben we een pakket aan maatregelen ontwikkeld. Groot en dagelijks onderhoud. Het meest urgent is om de verruiging en verbossing van de stadsnatuur te verminderen en tegen te gaan. Hierdoor gaan leefgebieden van soorten verloren. Dit pakken we aan door achterstallig onderhoud aan oevers, poelen, struwelen en graslanden uit te voeren. Ook de verbindingszones en fauna­ passages vergen de nodige verbeteringen. We herstellen schade aan faunapassages en maken de toegang tot deze passages veiliger voor dieren. Tegelijkertijd is het belangrijk om nieuwe verruiging en verbossing te voorkomen.

Hiervoor is er meer budget nodig voor het ecologisch beheer. Herinrichting. In dit plan is de ambitie verwoord om te komen tot een uitbreiding van de leefgebieden. We hebben de belangrijkste maatregelen voor herinrichting op een rij gezet en de kosten daarvoor berekend. Hiervoor moeten middelen worden gezocht. Voor de natte natuur gaat het daarbij om het aanleggen van

4

Plan Biodiversiteit fase 1

5

Actieplan 2025-2030

natuur­vriendelijke oevers, nieuwe poelen en moerassen. Deze natte natuur heeft onze prioriteit, omdat de soorten van water het slecht doen. Bovendien dragen deze maat­ regelen bij aan een goede waterkwaliteit en zodoende aan de doelen op gebied van de Kaderrichtlijn Water. Maar we willen ook investeren in de droge natuur. We willen langs de bosranden meer mantelzoomvegetaties aanleggen en gazon omvormen naar bloemrijk grasland. Ook willen we meer faunavoorzieningen aanleggen, zoals zandige taluds voor wilde bijen en meer winterleefgebied voor de ringslang. Ten slotte willen we de stad voor migrerende dieren veiliger maken, vooral door de faunageleiding naar faunapassages te verbeteren. Beleidsrealisatie. Naast deze beheer- en inrichtingsmaatregelen hebben we ook beleidsmaatregelen opgenomen. Deze richten zich vooral op het verminderen van verstoring van wilde planten en dieren. Zo onderzoeken we of het ontwikkelen van een Ecologische waterstructuur, in navolging van de Amsterdamse ecologische structuur, mogelijk is. Door aan te geven waar waternatuur de primaire functie heeft, zijn complexere ecosystemen in het water mogelijk. Ook onderzoeken we waar er conflicten zijn tussen honden losloopgebieden en ecologisch kwetsbare gebieden en welke oplossingen er zijn om dit conflict te verminderen.

H3 Uitvoering en financiering actieplan Budget eerste termijn. Voor de drie strategieën zijn maatregelenpakketten opgesteld, bestaande uit maatregelen voor herinrichting, groot onderhoud en vervanging, dagelijks onderhoud en beleidsrealisatie. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen een maatregelenpakket voor de eerste termijn en voor de tweede termijn. Voor de maatregelen in de eerste termijn is gedeeltelijk financiële dekking aanwezig. Voor een aantal posten is nog niet bekend wat de totale kosten bedragen. Zo hebben we inzicht in de mate waarin faunapassages gebreken vertonen (zie verder hoofdstuk 5), maar nog niet wat reparatie van deze gebreken gaat kosten. We verwachten dat voor een aantal maatregelen de huidige budgetten niet voldoende zullen zijn. Indien de kosten hoger blijken dan de budgetten, zal er via de begrotingscyclus een aanpassing van de budgetten worden aangevraagd. Budget tweede termijn. We voorzien dat er ook herinrichtingsmaatregelen nodig zijn om het doel te behalen. Voor deze tweede termijn worden financiële middelen gezocht. Het ligt niet in de verwachting dat deze financiële middelen binnen bestaande budgetten gevonden kunnen worden. De gemeenteraad kan via de begroting sturen op een versnelling of vertraging van het behalen van het doel. › Gele lis langs de oevers van het Beatrixpark. Foto: Florinda Nieuwenhuis

Plan Biodiversiteit fase 1

Deel II: Analyse H4 Het belang van biodiversiteit in de stad Op wereldniveau is biodiversiteit de essentie van ons leven waar de mens niet zonder kan. Maar Amsterdam is geen tropisch regenwoud, mangrovenbos of de Veluwe. Toch is biodiversiteit ook op schaal van de stad essentieel voor een leefbare stad. Een hoge biodiversiteit heeft een positief effect op de mentale gezondheid van bewoners van de stad. Groen en biodiversiteit zorgt voor verkoeling van de stad en de mensen die daarin leven. Een hoge biodiversiteit draagt bij aan natuurlijke waterzuivering. En als het water schoon genoeg is, is een verfrissende duik op hete dagen onweerstaanbaar. Biodiversiteit is belangrijk als klimaatbuffer, door grote hoeveelheden water op te nemen bij overstromingen, of juist door water vast te houden bij droogte. Tevens zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat plaagsoorten worden onderdrukt. Bij een hoge diversiteit aan insecten vindt betere bestuiving van groenten en fruit plaats. In stedelijk gebied profiteren daktuinen, volkstuinen en stadslandbouw hiervan. Bestuivende insecten zijn bovendien essentieel voor de voortplanting van onze wilde planten.

H5 Planten en dieren in de stad Het gaat wereldwijd en landelijk slecht met de biodiversiteit. Sinds 1970 is het aantal individuen in populaties (de Living Planet Index) met bijna 70% afgenomen. In dit plan geven we een beeld van hoe het in Amsterdam gaat met de biodiversiteit. Dit doen we aan de hand van acht soortgroepen, waar voldoende informatie over beschikbaar is. Deze soortgroepen onthullen een rijke biodiversiteit in Amsterdam, maar we zien ook dat deze biodiversiteit erg kwetsbaar is. Positief. De verspreiding van het aantal watervogels is sinds 1985 bijna verdubbeld, de verspreiding van het aantal vogels die leven in bossen steeg met bijna 40%. Ook zien we een opleving van het aantal soorten wilde bijen in Amsterdam sinds de jaren ’90, die toen nauwelijks meer voorkwamen in de stad. Dagvlinders komen waarschijnlijk ook op meer plekken voor in Amsterdam dan dertig jaar geleden, net als libellen. Het aantal ringslangen is, met dank aan de broeihopen die vrijwilligers aanleggen, flink toegenomen. In 2021 is de otter voor het eerst waargenomen in Amsterdam en ook het aantal boommarters neemt toe.

Actieplan 2025-2030

Negatief. Het is echter te vroeg om hieruit te concluderen dat het goed gaat met de biodiversiteit in Amsterdam. Er zijn ook soorten waar het slecht mee gaat. De weidevogels rondom Amsterdam zijn sinds 1985 met zo’n 40% afgenomen. Waterplanten zijn in weinig wateren van Amsterdam te vinden. Waterplanten zijn een voorwaarde voor vele andere organismen in het water. Het gaat het momenteel slecht met de gewone pad en bruine kikker. Hazen en konijnen staan sinds kort op de Rode Lijst voor bedreigde soorten en gaan sterk achteruit. De wezel, hermelijn, bunzing en Noordse woelmuis gingen hen al voor op de Rode Lijst. In Amsterdam komen 17 soorten bijen voor die op de Rode Lijst staan, waaronder de landelijk uiterst zeldzame moshommel. Van de vogels staan er 41 op de Rode Lijst. Onzekerheid. Van veel soorten, zoals insecten en bodemleven, is weinig bekend. Ook ontbreekt het aan kwantitatieve data over aantallen, populatie omvang en ‘biomassa’. Het onderzoek in Duitse natuurgebieden, waarbij aangetoond is dat de totale biomassa aan vliegende insecten met 75% is afgenomen in de laatste 27 jaar, stemt niet optimistisch. Ook de bewoners die wij in een werksessie bevroegen waren over het algemeen niet positief gestemd. Men ziet en ervaart minder (vliegende) insecten dan voorheen.

“Er zijn nog veel soorten in Amsterdam, maar de aantallen per soort is erg klein”, vertelde de top-waarnemer van Amsterdam ons tijdens de werksessie. Ook over de vleermuizen hebben we momenteel een beperkt beeld. De Amsterdamse biodiversiteit is dus weliswaar rijk, maar tevens erg kwetsbaar. Zeker als we ons realiseren dat klimaatverandering en de verdichting van de stad een steeds hogere druk op de biodiversiteit geeft.

H6 Natuur in de stad Het natuurbeheer in Amsterdam. Een van de belangrijkste middelen die wij in handen hebben om de biodiversiteit te versterken is de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In dit plan hebben we onderzocht hoe de inrichting en het beheer van de ecologische kerngebieden en – verbindingszones kan worden verbeterd. Bossen en struwelen. We zien dat de bossen en bosplantsoenen van Amsterdam in de laatste decennia zijn toegenomen en ouder zijn geworden. Ook is hier meer structuur ontstaan in de vorm van dikke bomen, struweel (struiken) en dode bomen. Dit heeft meer voedsel en verblijfplaatsen opgeleverd voor bosvogels als de bosuil en de boomklever en zoogdieren als de vos en de eekhoorn. De mantelzoomvegetatie, de zone met vooral struiken en kruiden, loopt hierop achter. Langs relatief weinig bos(plantsoenen) ligt een dergelijke mantelzoomvegetatie of is door achterstallig onderhoud dichtgegroeid. Dat zien we terug in de verspreiding van de vlinders en

6

Plan Biodiversiteit fase 1

vogels die in deze bosranden leven. Die doen het minder goed dan de soorten die leven in de kern van het bos (vogels) of grasland (vlinders). Een belangrijke maatregel om de biodiversiteit te vergroten is daarom om meer mantelzoomvegetaties aan te leggen en deze goed te onderhouden. Ook het aandeel dood hout kan fors worden verhoogd, door dode bomen te laten liggen of staan waar dat veilig kan. Bloemrijke graslanden. In de graslanden komt eveneens een ambivalent beeld naar voren. Het oppervlak bloemrijk grasland neemt toe, zeker sinds de vaststelling van de Ecologische structuur in 2012. Dit, in combinatie met het afschaffen van chemische onkruidbestrijding, heeft eraan bijgedragen dat het aantal wilde bijen is toegenomen. Ook graslandvlinders hebben hiervan geprofiteerd. We zien echter in veel graslanden verruiging ontstaan, waardoor grassen en struiken de meer kwetsbare bloeiende plantensoorten verdrukken. Dit gaat ten koste van de beschikbaarheid van voedsel voor bijen, zweefvliegen, kevers en vlinders. Deze verruiging komt enerzijds door de neerslag van stikstof uit de lucht. Anderzijds kan het onderhoud op deze bloem­ rijke graslanden verbeterd worden. Door vaak genoeg en op het juiste moment te maaien en het maaisel af te voeren, kan de bodem worden verschraald. Dit leidt tot een hogere biodiversiteit.

De toezichthouder is hier een belangrijke speler, maar de werkdruk is hoog. Waternatuur. Ook het oppervlak water is de laatste decennia toegenomen. Hierdoor is de verspreiding van de algemene watervogels, zoals ganzen, eenden en futen, bijna verdubbeld. Ook zijn er de laatste dertig jaar natuurvriendelijke oevers aangelegd. Hiervan hebben libellen en ringslangen geprofiteerd. We zien echter op stedelijk niveau dat de ecologische kwaliteit van het water sterk achterblijft. De waterkwaliteit is bijna nergens op het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het aantal waterplanten is zelfs verslechterd. Veel oevers zijn voorzien van een harde oeverbescherming, zoals een kade, steenglooiing of houten beschoeiing. Hier kunnen geen waterplanten groeien: een voorwaarde voor een goede waterkwaliteit en biodiversiteit. Een van de omvangrijkste en belangrijkste maatregelen om de biodiversiteit te vergroten is daarom het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Een andere belangrijke maatregelen is het aantal bomen en boomvormers langs oevers te beperken. Bomen die binnen vijf meter van de waterlijn staan geven schaduw en bladval in de watergang. Gedeeltelijk is hier sprake van achterstallig onderhoud door te weinig maaien, maar er zijn ook veel bomen aangeplant op oevers. Doordat waterplanten hier niet kunnen groeien, blijft de aquatische biodiversiteit achter.

Er zullen daarom op sommige plekken bomen en boomvormers moeten worden verwijderd. In een oeverbeheerplan wordt een zorgvuldige belangenafweging gemaakt, waarbij we uitgaan van een gefaseerde aanpak voor de lange termijn.

Actieplan 2025-2030

Indien op kap van bomen langs oevers moet worden over gegaan is zorgvuldige afstemming met de buurt vanzelfsprekend. Er zijn in Amsterdam veel poelen aangelegd, maar deze zijn niet altijd goed onder­ houden en daardoor dichtgegroeid. Dit zal de toch al moeilijke situatie van de gewone pad en bruine kikker geen goed doen. In Amsterdam liggen niet veel moerassen, maar de moerassen die we hebben zijn wel van topkwaliteit. Soorten als de roerdomp, het baardmannetje en de bruine kiekendief op Amsterdams grondgebied is om trots op te zijn. Voor het behoud van deze soorten is het belangrijk om verdroging en verbossing van het moeras te voorkomen. Mogelijkheden om een natuurlijk peilbeheer te voeren worden onderzocht. Ook gaan we onderzoeken of we het oppervlak moeras kunnen uitbreiden. Moerassen houden nog meer broeikas­gassen vast dan bomen, waardoor dit ook vanuit klimaatbeleid een goede maatregel is. De druk op de biodiversiteit in Amsterdam. Amsterdam groeit, zowel in bevolkings­ aantal als in aantal woningen en voorzieningen. Hierdoor neemt de druk op de biodiversiteit toe. Verkeer. Door de bevolkingsgroei neemt het verkeer toe, of dat nu om auto- vrachtof (elektrisch) fietsverkeer gaat. Het verkeer blijft o.a. voor overstekende egels, boommarters en bunzingen een groot gevaar. In de afgelopen 13 jaar hebben we hiervoor 172 faunapassages aangelegd.

Dit heeft lokaal geleid tot minder doden en een betere verspreiding van soorten. Dit zien we bijvoorbeeld aan een verminderd aantal overreden ringslangen in gebieden waar we faunapassages hebben aangelegd. Echter, de stad blijft een gevaarlijk leefgebied voor dieren. Het aantal knelpunten is groot. In een ontsnipperingsplan gaan we deze knelpunten prioriteren en de belang­ rijkste aanpakken. Onze aanbeveling is om net als in voorgaande jaren middelen vrij te maken voor het oplossen van deze knelpunten. Met het aanleggen van fauna­ passages alleen zijn we er echter niet. Een aantal verbindingszones is te smal om goed te functioneren. In ruimtelijke projecten wordt bekeken of deze robuuster gemaakt kunnen worden. Recreatie op het water. De drukte is ook te merken aan de toegenomen recreatie op het water en in het groen. Rustige watergangen met luwe oevervegetatie voor moerasvogels worden steeds schaarser. Ook voor de waterkwaliteit is rust op het water nodig, omdat boten de bodem opwoelen en in troebel water geen waterplanten groeien. Het is daarom nodig om het gebruik van het water te zoneren. Het vastleggen van een ecologisch waterstructuur, in navolging van de ecologische groenstructuur,

7

Plan Biodiversiteit fase 1

8

Actieplan 2025-2030

kan voor betere bescherming van de waternatuur zorgen. Op korte termijn willen we vaarten die nu nog rustig zijn bestemmen voor de natuur, zodat hier weer waterplanten kunnen groeien. Recreatie in het groen. In de parken zijn veel paden met wandelaars te vinden die al dan niet met de hond struinen door het groen. Deze vorm van natuurbeleving en beweging blijft belangrijk voor de mentale en fysieke gezondheid van de Amsterdam­mer. Het is daarbij belangrijk om een balans te vinden tussen recreatie en natuur. In sommige parken liggen zo veel paden dat de ruimte daartussen te klein wordt voor een eekhoorn om rustig te foerageren of een ringslang om te zonnen. We onder­zoeken daarom of er meer luwe zones gecreëerd kunnen worden in de parken. De bufferzones die de Vogelbescherming recentelijk gepubliceerd heeft, zijn een behulpzaam middel om in de analyse toe te passen. Zo wordt de (natuurlijke) belevingswaarde van deze gebieden ook verhoogd.

H7 Amsterdammers en biodiversiteit Ook Amsterdammers doen veel om de biodiversiteit te vergroten. Van kleine aanpas­ singen in achtertuin, daktuin, geveltuin of balkon tot actief bijdragen aan groene buurtprojecten of ecologische monitoring. Indrukwekkend is de lijst projecten waarin bewoners al dan niet samen met de stadsecologen of ecologisch groen­medewerkers stadsnatuur onderhouden en voor verschillende soorten faunavoor­zieningen aanleggen. Ook indrukwekkend is de enorme hoeveelheid data die vrijwilligers genereren door soorten te tellen of inventarisaties uit te voeren. Van alle steden wordt er in Amsterdam de meeste waarnemingen ingevoerd. Deze data gebruiken we in onze ecologische monitoring van de stad. Maar er is meer samenwerking mogelijk, zoals ook tijdens de werksessies met bewoners werd benadrukt. Samenwerking tussen de gemeente en andere overheidsinstanties of andere terreinbeherende organisaties, met academische instellingen en met de vele deskundige vrijwilligers in het groen.

› Broeihoop voor de ringslang in de Volgermeerpolder. Foto: Florinda Nieuwenhuis

Plan Biodiversiteit fase 1

Actieplan 2025-2030

Leeswijzer Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 6

• Wat is de bestuurlijke aanleiding voor dit plan? • Hoe zijn we tot dit plan gekomen en wie hebben we hierbij betrokken? • Wat is de scope en doorwerking van dit plan? • Wat is het huidige beleid?

• Welke natuurbeheertypen onderscheiden we in Amsterdam en welke gidssoorten horen bij deze natuurbeheertypen? • Welke criteria hanteren we om de kwaliteit van deze natuurbeheertypen te toetsen? • Wat is de huidige kwaliteit van deze natuurbeheertypen?

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 7

• Welk doel heeft Amsterdam op gebied van biodiversiteit? • Wat is de Amsterdamse aanpak om de biodiversiteit te vergroten? • Welke maatregelen nemen we om de biodiversiteit te vergroten? • Wat zijn de kosten en baten van de maatregelen om de biodiversiteit te vergroten?

• Wat kunnen bewoners doen om de biodiversiteit te vergroten? • Welke groene bewonersinitiatieven vinden plaats om de biodiversiteit te vergroten? • Hoe kunnen we deze initiatieven versterken? • Wat kunnen ondernemers doen om de biodiversiteit te vergroten?

Hoofdstuk 3 • Hoe gaan we het plan uitvoeren en wie betrekken we daarbij? • Hoe en naar wie communiceren we over dit plan? • Hoe monitoren we de biodiversiteit en het effect van de maatregelen?

Hoofdstuk 4 • Wat is biodiversiteit? • Waarom is biodiversiteit belangrijk in de stad? • Hoe gaat het met de mondiale en landelijke biodiversiteit? • Hoe beïnvloedt klimaatverandering de biodiversiteit?

Hoofdstuk 5 • Hoe gaat het met verschillende soortgroepen in Amsterdam? • Wat hebben deze soortgroepen nodig om te kunnen leven in een gebied?

9

10

Plan Biodiversiteit fase 1

Deel I: Actieplan

› ijsvogelwand in het Vondelpark. Foto: Florinda Nieuwenhuis

Deel I: Actieplan

1. Inleiding 1.1 Waarom dit plan? In dit plan laten we zien hoe we de biodiversiteit in Amsterdam gaan vergroten. Amsterdam staat voor een gezonde leefomgeving die ook in de toekomst leefbaar is. Hierbij zijn robuuste ecosystemen en een hoge biodiversiteit essentiële schakels. De ambitie om te komen tot een natuurinclusieve stad is opgenomen in de Groenvisie (2020), de Omgevingsvisie (2021) en het coalitieakkoord (2022-2026). Het gemeentebestuur wil daarbij de biodiversiteit beschermen én vergroten (Coalitieakkoord 2022-2026). De uitgangspunten uit de Groenvisie en Omgevingsvisie zijn algemeen geformuleerd en onderdeel van een integrale visie. Er is een uitvoeringsplan nodig om deze strategische visies om te zetten in praktisch uitvoerbare plannen. Plan Biodiversiteit voorziet hierin. Met concrete handvaten voor ontwerpers, richtlijnen voor beheerders en tips voor bewoners en ondernemers wil dit plan aanzetten tot actie. Biodiversiteit maken we samen, maar vooral door te doen.

In ‘Plan biodiversiteit 2025-2030: parken en natuurgebieden’ richten we ons op het vergroten van de biodiversiteit in de ecologische kerngebieden en verbindingszones van Amsterdam. In een vervolgplan zullen we ons richten op het vergroten van de biodiversiteit in de wijken, buurten en bij gebiedsontwikkelingen.

Inleiding

1.2 Hoe zijn we gekomen tot dit plan? We zijn tot dit plan gekomen door een veelvoud aan bronnen, deskundigen en bewoners te raadplegen. Bronnen (zie bijlage 7): • Analyse van de landelijke trend en lokale trend met toepassing van data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); • Analyse van de data uit het Amsterdamse programma Ecologische monitoring en inspecties (EM&I) van de periode 2020-2024; • Literatuuronderzoek; • Raadpleging van plannen van stadsdelen en andere overheidsinstanties, bestaande werkinstructies; Interne en externe deskundigen (zie het Verslag dat als aparte bijlage bij het plan is toegevoegd): • De kwaliteitseisen natuurbeheertypen zijn beoordeeld door TAUW alsook de data EM&I 2020-2024. • We hebben een werksessie gehouden met Amsterdamse deskundigen op gebied van biodiversiteit, afkomstig van de Academische wereld, natuurverenigingen, natuurbeherende organisatie en waterschappen; • We hebben werksessies gehouden met (eco)groenmedewerkers, directievoerders & toezichthouders, ontwerpers, assetmanagers en beleidsmakers; • De stadsecologen onderhouden frequent contact met de landelijke soortenorganisaties zoals EIS Nederland, SOVON, RAVON, FLORON, Vogelbescherming en de Vlinderstichting.

Bewoners (zie het Verslag dat als aparte bijlage bij het plan is toegevoegd): • We hebben een werksessie georganiseerd met 60 bewoners die betrokken zijn bij lokale groene verenigingen. Op deze avond kwamen veel bewoners met een grote hoeveelheid kennis over groen en biodiversiteit. We kunnen bij deze groep daarom beter spreken over informele deskundigen, als aanvulling op de groep formele deskundigen.

11

Deel I: Actieplan

1.3 Scope en doorwerking van dit plan Scope. Dit plan richt zich op maatregelen die de biodiversiteit beschermen en vergroten: • in de ecologische structuur en de parken van Amsterdam; • in de periode 2025-2030, met uitloop naar 2032. In 2032 loopt het programma Ecologische monitoring en inspecties 12 jaar en kan een nieuwe trend vastgesteld worden (op basis van 3 monitoringsrondes); • die betrekking hebben op herinrichting, groot onderhoud, dagelijks onderhoud, communicatie en participatie. Dit plan richt zich niet op: • De (middel)lange termijn (na 2030); • Andere groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur dan parken, struinnatuur en corridors, zoals begraafplaatsen, sportparken en volkstuinen; • Een aanpassing van de (planologische) afbakening van de Ecologische structuur of aanpassing van de Hoofdgroenstructuur. De Ecologische visie (2012) en beleidskader Hoofdgroenstructuur (2011) blijven vigerend.

• De regio, zoals het ommeland om Amsterdam; • De ontwikkeling van nieuwe groengebieden; • De gebouwde omgeving; • De gehele openbare ruimte van Amsterdam; In andere plannen wordt gewerkt aan: • Biodiversiteit bevorderen in de buurten, wijken en bij gebiedsontwikkeling (Plan Biodiversiteit deel 2); • Biodiversiteit in gebouwen beschermen en vergroten (Soortenmanagementplannen, SMP); • Biodiversiteit vergroten in straten en paden (Groene stratenkaart); • Uitbreiden van het oppervlak groen (Omgevingsvisie, rigoureus vergroenen); • Uitbreiden biodiversiteit in nieuwe gebiedsontwikkelingen (Projectplannen, gebiedsvisies). Doorwerking. Door het vastleggen van dit plan zal het volgende in werking treden: 1. De inrichting en het beheer van de ecologische kerngebieden en verbindingszones is gericht op het vergroten van de ecologische kwaliteit en biodiversiteit. De criteria die hiervoor worden gehanteerd, zijn opgenomen in dit plan (bijlage 3). De kwaliteitseisen zijn de Kritische Prestatie Indicatores (KPI’s) voor het ecologische beheer. Waar in het cultuurlijk groen met de CROW maatlat het te bereiken kwaliteitsniveau wordt gementen, gelden voor het ecologisch beheer deze KPI’s.

Inleiding

2. In contracten voor het ecologisch groenbeheer zullen de in dit plan geformuleerde kwaliteitseisen (zie bijlage 3) als richtlijnen opgenomen worden, zodat aannemers zich richten op de geformuleerde doelen en daar op aangestuurd worden; 3. In de ecologische kerngebieden en verbindingszones vindt structurele ecologische monitoring en inspectie plaats conform de in dit plan geformuleerde kwaliteits­ eisen, waarbij de ecologische kwaliteit en soortenrijkdom vierjaarlijks wordt beoordeeld en omgezet in aanbevelingen voor beheer en inrichting. In 2032 kan de trend op basis van 3 monitoringrondes worden ingeschat; 4. Uitvoering van de maatregelen waarvoor financiële dekking is (met name groot onderhoud en vervanging en een aantal beleidsmaatregelen). 5. Voor de maatregelen waarvoor momenteel geen financiële dekking is, worden middelen gezocht.

1.4 Huidig beleid Natuurherstelwet. In juni 2024 is de Natuurherstelwet door de EU goedgekeurd. De wet stelt sterke bindende doelen: • Artikel 4: de lidstaten moeten 30% van hun gedegradeerde ecosystemen herstellen tegen 2030 (1), als er niet genoeg van een habitat over is om het in goede staat te brengen, moet er bijkomend habitat gecreëerd worden (2) en indien de gebieden waar deze habitats voorkomen te versnipperd zijn, moeten de nodige verbindingen gecreëerd worden zodat robuuste, aaneengesloten natuurgebieden worden gerealiseerd (3). • Artikel 8: In steden moet de oppervlakte groene ruimte op nationaal niveau minstens behouden blijven tegen 2030 en toenemen tegen 2050. Ook de boomkroonbedekking moet toenemen in steden. • Artikel 10: De lidstaten moeten de afname van bestuivers populaties keren en omzetten in een stijgende trend tegen 2030. • Artikel 12: De lidstaten moeten een stijgende trend realiseren voor de volgende indicatoren van bos: staand en liggend dood hout, meer bos met bomen van verschillende leeftijden door elkaar, boomsoortendiversiteit, aandeel inheemse boomsoorten, verbindingen tussen bossen, aantal bosvogels en de voorraad organische koolstof. Nederland heeft twee jaar de tijd om deze wet om te zetten in een landelijke aanpak. We weten daarom op dit moment niet precies hoe Nederland de wet gaat implementeren.

Het schaalniveau is bijvoorbeeld belangrijk waarop de doelen behaald moeten worden. Plan Biodiversiteit fase 1 loopt hierop vooruit en Amsterdam neemt haar eigen verantwoordelijkheid. Met dit plan kunnen belangrijke

12

Deel I: Actieplan

13

Inleiding

onderdelen van de Natuurherstelwet uitgevoerd worden, waaronder een verbetering van de kwaliteit van ecosystemen, verbinden van habitats, toename bestuivers populaties en toename kwaliteit van bos. Het doel van het vergroten van het oppervlakte groene ruimte wordt niet via dit plan gehaald. Kaderrichtlijn water. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die in 2000 van kracht is geworden. De doelstellingen binnen de KRW zijn gericht op het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De Europese lidstaten hebben gezamenlijk afgesproken dat uiterlijk in 2027 een goede toestand bereikt moet zijn. Voor de overige wateren is het doel om in ieder geval geen achteruitgang in de chemische en ecologische waterkwaliteit te hebben. Omgevingswet. De omgevingswet definieert wat een ‘flora en fauna activiteit’ is. Dit zijn activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. De omgevingswet geeft regels over flora en fauna activiteiten om soorten te beschermen. Als nadelige gevolgen niet uit te sluiten zijn, moet degene die de activiteit verricht alle passende preventieve maatregelen treffen om nadelige gevolgen voor dier- en plantensoorten te voorkomen. Groenvisie. In de ‘Groenvisie 2020-2050: een leefbare stad voor mens en dier’ is het groenbeleid van Amsterdam vastgelegd.

De natuurinclusieve stad is daarbij een van de vier leidende pijlers. In de Groenvisie is omschreven dat investeringen in het groen moeten leiden tot een verhoging van de biodiversiteit. Ook is hierin opgenomen dat de ecologische structuur wordt uitgebreid en ecologisch beheer de norm wordt. Omgevingsvisie. Ook in de ‘Omgevingsvisie 2050: een menselijke metropool’ is de natuurinclusieve stad opgenomen. Een van de doelen uit de Omgevingsvisie is te komen tot “een aaneengesloten ecologisch structuur met hoge biodiversiteit”.

› Eekhoorns in het Amstelpark. Foto: Bart Vastenhouw, Saxifraga

Deel I: Actieplan

2. Actieplan biodiversiteit 2.1 Doel en aanpak biodiversiteit Ambitie. De ambitie van gemeente Amsterdam is om de biodiversiteit te behouden en te vergroten, zodat er meer soorten organismen voor kunnen komen in Amsterdam en dat populaties en ecosystemen sterker worden zodat zij beter bestand zijn tegen klimaatverandering. Hierdoor ontstaat tevens een gezonde leefomgeving voor de Amsterdammer. Doel. Het doel van Plan Biodiversiteit is dat in de periode 2025-2030 de biodiversiteit, uitgedrukt in aantal kwalificerende soorten, in de Amsterdamse ecologische kerngebieden en verbindingszones toeneemt. Toelichting. Een toe-of afname van het aantal kwalificerende soorten wordt per gebied beoordeeld. Wat de betreffende ecologische gebieden zijn wordt toegelicht in hoofdstuk 5.2. Wat de kwalificerende soorten zijn wordt toegelicht in hoofdstuk 5.1.2. Strategie. We vergroten en versterken de biodiversiteit door toepassing van drie strategieën. Deze sluiten aan op artikel 4 van de Natuurherstelwet: 1. Het verhogen van de kwaliteit van de ecologische kerngebieden en verbindingszones. Hierdoor worden de habitatseisen van soorten verbeterd, waardoor populaties sterker worden. 2. Het verbinden van de ecologische kerngebieden met elkaar door het verbeteren van de verbindingszones.

Hierdoor wordt het leefgebied van soorten vergroot en kunnen populaties zich met elkaar vermengen, waardoor populaties sterker worden. Ook kunnen soorten zich makkelijker aanpassen aan weersextremen. 3. Het vergroten van het oppervlak groen dat ecologisch is ingericht en beheerd Het gaat hier om het omvormen van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen binnen de ecologische kerngebieden. Het totale oppervlak groen zal vanuit dit plan niet toenemen.

14

Actieplan biodiversiteit

2.2 Maatregelen Maatregelen eerste termijn. We starten met de maatregelen waar financiële dekking voor is. Het betreft maatregelen van groot en dagelijks onderhoud alsook beleids­ maatregelen. In onderstaand overzicht is een samenvatting weergegeven van de maatregelen per natuurtype. De volledige lijst maatregelen is te vinden in bijlage 5. In onderstaande overzicht wordt tevens aangegeven onder welke strategie de maatregel valt (kwaliteit vergroten, verbinden en kwantiteit vergroten). Dit onder voorbehoud van financiering, zie verder hoofdstuk 2.3. Maatregelen

Natuurtype

Strategie

Alle

Vergroten

Verbossing mantelzomen aanpakken

Bosplantsoen

Kwaliteit

Verbossing struweel aanpakken

Struweel

Kwaliteit

Verbossing natuurvriendelijke oevers aanpakken

Natuurvriendelijke oever

Kwaliteit

Verdiepen natuurvriendelijke oevers

Natuurvriendelijke oever

Kwaliteit

Tegengaan verdroging moeras (onderzoek)

Moeras

Kwaliteit

Poelen verdiepen en achterstallig onderhoud

Poelen

Kwaliteit

Herstellen defecte faunapasages

Verbindingszone

Verbinden

Ontwikkelingsbeheer mantelzoomvegetaties

Bosplantsoen

Kwaliteit

Verschralen bloemrijk grasland

Bloemrijk grasland

Kwaliteit

Nestplekken wilde bijen maken

Bloemrijk grasland

Kwaliteit

Pilot bloemrijk gazon

Extensief gazon

Kwaliteit

Verblijfplaatsen marters aanleggen

Verbindingszones

Verbinden

Verruiging aanpakken

Alle

Kwaliteit

KPI’s opnemen in contract: verbeteren kwaliteit

Alle

Kwaliteit

Aanpassen contract dood hout

Bosplantsoen

Kwaliteit

Beheerplannen bosplantsoenen maken

Bosplantsoen

Kwaliteit

Herinrichting Niet in de eerste termijn Beheer Groot onderhoud en vervanging

Dagelijks onderhoud

Beheer

Deel I: Actieplan

15

Actieplan biodiversiteit

Maatregelen

Natuurtype

Strategie

Maatregelen

Natuurtype

Strategie

Bijenkasten verwijderen

Bloemrijk grasland

Kwaliteit

Aanleggen vooroevers

natuurvriendelijke oever

vergroten

Hitteprotocol maaibeleid opstellen

Bloemrijk grasland

Kwaliteit

Aanleggen natuurvriendelijke oevers

natuurvriendelijke oever

vergroten

Beheerplannen natuurvriendelijke oevers maken

Natuurvriendelijke oever

Kwaliteit

Aanleggen moeras

moeras

vergroten

Aanpassen PvE beschoeiing met FUP’s

Natuurvriendelijke oever

Kwaliteit

Vernatten moeras

moeras

kwaliteit

Beheerkaarten actualiseren

Alle

Kwaliteit

Hondenwerende maatregelen poelen

poelen

kwaliteit

Aanleggen poelen

poelen

vergroten

Beleid Ontwikkelen ecologische waterstructuur

Natuurlijk stadswater

Kwaliteit

Aanbrengen paddentrappen

verbindingszones

verbinding

Connectiviteitsplan fauna

Verbindingszones

Verbinden

Herstel faunapassages

verbindingszones

kwaliteit

Inventarisatie varen/verbodszones

Natuurlijk stadswater

Kwaliteit

Aanleggen faunapassages

verbindingszones

verbinding

Opstellen ontsnipperingsplan

Verbindingszones

Verbindingen

Aanleggen faunageleiding

verbindingszones

verbinding

Gedragscode invasieve exoten

Alle

Kwaliteit

Omvormen groen verbindingszones

verbindingszones

verbinding

Herzien hondenlosloopgebieden

Alle

Kwaliteit

Verbreden verbindingszones

verbindingszones

verbinding

Inkoop gifvrije planten

Alle

Kwaliteit

Beheer

Rustige zones parken/ padenstructuur

Alle

Kwaliteit

Maatregelen weidevogelbeheer

bloemrijk grasland

kwaliteit

Toepassing inheemse planten

Alle

Kwaliteit

Oevers waterspitsmuis afsteken

natuurvriendelijke oever

kwaliteit

Donkere gebieden

Alle

Kwaliteit

Beleid Inventarisatie locaties natuurvriendelijke oevers

natuurvriendelijke oever

vergroten

Inventarisatie locaties nv oevers

natuurvriendelijke oever

vergroten

Inventarisatie locaties moerassen

moeras

vergroten

Advisering faunapassages in projecten

verbindingszones

verbinden

Advisering omvorming groentypen

verbindingszones

verbinden

Inventarisatie locaties overige maatr.

alle

kwaliteit

Inventarisatie regionale aanpak

alle

verbinden

alle

kwaliteit

Betrekken vrijwilligers bij ecologische monitoring alle

kwaliteit

Samenwerking met externe/regionale partners

verbinden

Communicatie en participatie Communicatieplan en uitvoering

Alle

Kwaliteit

Maatregelen tweede termijn. Met de maatregelen voor de eerste termijn wordt het doel om de biodiversiteit te vergroten nog niet gehaald. Hiervoor zijn extra financiële middelen nodig (zie alinea 2.4). Met de volgende maatregelen willen we de biodiversiteit vergroten. Maatregelen

Natuurtype

Strategie

Herinrichting

Communicatie en participatie Communicatieplan en uitvoering

Omvormen achterstallige sierheesters naar bosplantsoen

bosplantsoen

vergroten

Aanplanten struweelhagen

struweel

kwaliteit

Omvormen gazon en ruw gras

bloemrijk gras

vergroten

Aanleggen fauna uittreedplaatsen

natuurvriendelijke oever

kwaliteit

Aanleggen broeihopen en winterverblijf

natuurvriendelijke oever

kwaliteit

alle

Deel I: Actieplan

2.3 Kosten en financiering Maatregelen eerste termijn. Voor de maatregelen die we in de eerste termijn uitvoeren zijn gedeeltelijk financiële middelen beschikbaar. Vanuit het groot onderhoud worden als eerste de poelen aangepakt. Naar verwachting kunnen alle poelen die in slechte staat verkeren worden hersteld. Ook wordt een begin gemaakt met het verdiepen van natuurvriendelijke oevers die verland zijn en het verwijderen van boomvormers en bomen. Voor met name het laatste onderdeel is de omvang nog niet volledig in kaart gebracht. Naar verwachting zullen de huidige middelen niet voldoende zijn om alle verbossing, verruiging en verlanding op natuurvriendelijke oevers aan te kunnen pakken. Tevens wordt een start gemaakt met het herstellen van gebreken in faunapassages. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is of faunapassages hersteld kunnen worden of geheel vervangen moeten worden is nog niet te zeggen of er voldoende budget is. Vanuit het programma Ecologisch Monitoring en Inspecties krijgen we een steeds beter beeld van de kosten van de maatregelen. Een bijsturing van de benodigde budgetten op basis van de informatie uit deze Ecologische Monitoring en Inspecties volgt via de begrotings­ cyclus (voorjaarsnota). Zo kan de gemeenteraad het tempo versnellen of vertragen waarin de doelen behaald worden.

Voor het dagelijks onderhoud zetten we de maatregelen door, waar we al jaren aan werken. Het gaat bijvoorbeeld om het verschralen van de graslanden, zodat de verruiging beperkt. Ook kan een start worden gemaakt met het ontwikkelen van mantelzoomvegetaties in bosranden. Tevens zetten we het aanleggen van fauna­ voorzieningen zoals broeihopen, marterhopen en nestplekken voor bijen voort. We nemen alle KPI’s op in de nieuwe contracten voor groenonderhoud, zodat het voor de aannemer helder is welke kwaliteit we voor ogen hebben. We zetten de monitoring en inspecties voort conform deze KPI’s.

16

Actieplan biodiversiteit

gaan we verder met de ingestoken systematiek van het toekennen van gidssoorten aan kerngebieden en verbindingszones. We ontwikkelen een interactieve kaart, waarop iedereen per gebied kan zien wat de beoogde gidssoorten zijn en wat deze nodig hebben. Tegelijkertijd werken we aan een ontsnipperingsplan voor de verbindingszones, waarin we goed aangeven voor welke soorten de verbindings­ soorten moeten functioneren en welke maatregelen nodig zijn om knelpunten te beperken.

Maatregelen

Dekking

Mate van dekkking

Herinrichting Niet in eerste termijn

N.V.T

Beheer Groot onderhoud en vervanging Verbossing mantelzomen aanpakken

Asset groen

+/-

Verbossing struweel aanpakken

Asset groen

+/

Verbossing natuurvriendelijke oevers aanpakken

Asset water

+/

Verdiepen natuurvriendelijke oevers

Asset water

+/

Tegengaan verdroging moeras (onderzoek)

Asset groen

+

Poelen verdiepen en achterstallig onderhoud

Asset groen

+

Herstellen defecte faunapasages

Asset groen

+/

Kwaliteit natuurtypen minimaal op niveau ‘gemiddeld’

Stadswerkeren

+/-

Dagelijks onderhoud

Ontwikkelingsbeheer mantelzoomvegetaties

Asset groen/ Stadswerken

+/-

Het is echter duidelijk dat het huidige budget voor dagelijks onderhoud niet voldoen­de is om voor alle gebieden het beoogde kwaliteitsniveau te verkrijgen. We brengen in beeld wat de kosten zijn om aan het beoogde kwaliteitsniveau te kunnen voldoen. Een eventuele bijsturing van de benodigde budgetten volgt via de begrotingscyclus (voorjaarsnota). Zo kan de gemeenteraad het tempo versnellen of vertragen waarin de doelen behaald worden. Tot die tijd worden de KPI’s wel aangehouden, maar kunnen hier nog geen resultaatverplichtingen aan gekoppeld worden.

Verschralen bloemrijk grasland

Stadswerken

+/-

Nestplekken wilde bijen maken

Stadswerken

+

Pilot bloemrijk gazon

Stadswerken

+/-

Verblijfplaatsen marters aanleggen

Stadswerken

+

Verruiging aanpakken

Stadswerken

+/-

Vanuit het beleid starten we met een inventarisatie naar de haalbaarheid van een ecologische waterstructuur. We beginnen met alle belangen in kaart te brengen en met alle stakeholders de prognoses voor de toekomst in beeld te brengen. Ook

Aanpassen contract dood hout

Asset groen

+

Beheerplannen bosplantsoenen maken

Asset groen

+

Beheer

Deel I: Actieplan

17

Actieplan biodiversiteit

Mate van dekkking

Maatregelen

Dekking

Bijenkasten verwijderen

Asset groen

+

Hitteprotocol maaibeleid opstellen

Asset groen

+

Beheerplannen natuurvriendelijke oevers maken

Asset water

+

Aanpassen PvE beschoeiing met FUP’s

Asset civiele constr.

+

Beheerkaarten actualiseren

Asset groen/ water

+/-

Ontwikkelen ecologische waterstructuur

Jp org groen R&D

+

Inventarisatie varen/verbodszones

Jp org groen R&D

+

Opstellen ontsnipperingsplan

Jp org groen R&D

+

Gedragscode invasieve exoten

Jp org groen R&D

+

Herzien hondenlosloopgebieden

Jp org groen R&D en stadsdelen

+

Inkoop gifvrije planten

Asset groen

+

Rustige zones parken/ padenstructuur

Jp org groen R&D

+

Toepassing inheemse planten

Jp org groen R&D

+

Donkere gebieden

Jp org groen R&D

+

Beleid

Communicatie en participatie Communicatieplan en uitvoering

JP ORG GROEN R&D

+/-

Citizen science en samenwerking met vrijwilligers op ecologische monitoring

JP ORG GROEN R&D

-

Investering in interactieve communicatiemiddelen in de parken

JP ORG GROEN R&D

-

middelen gezocht. Het ligt niet in de verwachting dat deze financiële middelen binnen bestaande budgetten gevonden kunnen worden. De gemeenteraad kan via de begroting sturen op een versnelling of vertraging van het bevorderen van de biodiversiteit. Omvormingen. Naast een investering in het dagelijks onderhoud is het belangrijk om nieuwe leefgebieden aan te leggen. De kansen hiervoor zijn enorm, zoals in de volgende hoofdstukken wordt uiteengezet. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, verbeteren van de ecologische verbindings­ zones, aanleggen van nieuwe moerassen en poelen en faunapassages. Deze herinrichting brengt incidentele kosten met zich mee in de aanlegfase. Het brengt ook structurele kosten met zich mee voor het in stand houden en beheren van de nieuwe leefgebieden. In de volgende overzichten zijn deze kosten weergegeven. Vanuit oogpunt van biodiversiteit heeft de waternatuur prioriteit, omdat de soorten van water het slechter doen dan de soorten van land. Ook dragen deze maatregelen bij aan het behalen van de KRW doelen, waar momenteel een forse achterstand is opgelopen. Eenmalige investeringskosten

Eenheid

Hoeveelheid

Eenheidsprijs

Subtotaal

Verbindingszones Faunapassages

10 stuks

25.250

252.500

Faunageleiding

20 stuks

84.375

1.687.500

Fauna uittreedplaats

200 stuks

1.671

334.200

Ecoduiker/ faunarichel

20 stuks

3.010

60.200

Keienwal alleen met keien viaduct

40 locaties

10.000

400.000 2.734.400

*Toelichting: + budget dekt de kosten +/ budget aanwezig, maar de kosten nog niet volledig bekend - geen budget aanwezig.

Waternatuur

Maatregelen tweede termijn. We voorzien dat er meer maatregelen nodig zijn om het doel te behalen dan het verbeteren van de kwaliteit van het huidige areaal. Voor deze herinrichtingsmaatregelen in de tweede termijn worden financiële

Vooroever

800 m1

312

249.845

Natuurvriendelijke oever breed

5000 m1

170

850.000

Natuurvriendelijke oever smal

1

7000 m

170

1.190.000

Moeras

2

5000 m

116

580.750

Poel

15000 m2

9

137.845 3.008.440

Deel I: Actieplan

Eenmalige investeringskosten

Eenheid

Hoeveelheid

Eenheidsprijs

Subtotaal

Bosplantsoen en struweel Mantelzoomvegetatie

18

Actieplan biodiversiteit

67.500 m2

502.197

Toename structurele beheerkosten per jaar na herinrichting

Beheer €/Jaar

Vervanging €/Jaar

Waternatuur 696

6.246

6.942

Natuurvriendelijke oever breed

13.050

n.v.t.

13.050

16.950

Natuurvriendelijke oever smal

12.180

n.v.t.

12.180

65.000

Moeras

4.350

n.v.t.

4.350

656.097

Aanleggen poel

13.050

n.v.t.

Vervangen geschoren haag voor struweelhaag

10 stuks

71.950

Struweelhaag

10 stuks

Takkenril

20 stuks

Vooroever

13.050 49.572

Diverse Grondnestplek bijen

100 stuks

Winterbiotoop ringslang

20 stuks

66

DIRECTE BOUWKOSTEN ENGINEERINGSKOSTEN

Totaal €/Jaar

22 %

Investeringskosten

6.600

Bosplantsoen en struweel

24.000

Aanplanten mantelzoomvegetatie*

30.600

Vervangen geschoren haag voor struweelhaag

9.001.352

Aanplanten struweelhaag

1.980.297

Aanleggen takkenril

n.v.t.

-4.275

5,8

n.v.t.

5,8

5,8

n.v.t.

5,8

1.520

n.v.t.

1.520 -2.743

10.981.649 Diverse

Toename beheerkosten. Na de aanlegfase moeten de nieuwe voorzieningen beheerd worden en in geval van faunavoorzieningen na verloop van de levensduur weer vervangen worden. De kosten hiervoor zijn de structurele beheerkosten. Deze worden in het overzicht hieronder weergegeven. Toename structurele beheerkosten per jaar na herinrichting

Beheer €/Jaar

Vervanging €/Jaar

Totaal €/Jaar

Verbindingszones Faunapassages

73,4

6.313

6.386

Faunageleiding

146,8

42.188

42.334

Fauna uittreedplaats

566

33.420

33.986

Ecoduiker/ faunarichel

115,6

3.010

3.126

310

n.v.t.

15.500

1.212

84.930

101.332

Keienwal alleen met keien viaduct

Aanleggen grondnestplek bijen Aanleggen winterbiotoop ringslang

6.600

n.v.t.

6.600

155

n.v.t.

155 6.755

EXTRA BEHEERKOSTEN PER JAAR

154.916

Groot onderhoud en vervanging

101.332

Dagelijks onderhoud

53.584

*Voor het berekenen van de kosten van het beheer van de mantelzoomvegetaties zijn we uitgegaan van omvorming van gazon naar mantelzomen. De beheerkosten van gazon liggen hoger dan die van ruigte (zoom) en struweel (mantel). Daarom krijgt de kostenpost voor mantelzoomvegetaties een negatief getal.

Deel I: Actieplan

19

Actieplan biodiversiteit

Communicatie en participatie. Uit de werksessies met externe deskundigen en bewoners kwam de wens naar voren voor meer samenwerking tussen gemeente en actieve bewoners(groepen) en meer te investeren in communicatie. Het gaat hierbij om het investeren in communicatie middelen, zoals het maken van een beheer­ kalender en beheerkaart op de website, en plaatsen van interactieve informatie in parken. Ook is er een brede wens om de vrijwilligers die aan ecologische monitoring doen te koppelen aan het ecologische monitorings­programma van de gemeente. Dit brengt extra kosten met zich mee waar dekking voor gezocht wordt. Extra investering in communicatie en participatie

Per jaar

Communicatieplan en uitvoering

20.000

Samenwerking met vrijwilligers bij ecologische monitoring

40.000

Samenwerking met externe/regionale partners

10.000

Subtotaal

70.000

Baten. Tegenover de kosten staan maatschappelijke baten. Deze zijn door het RIVM in 2019 voor Amsterdam in kaart gebracht. Het versterken van de biodiversiteit heeft effect op al deze onderdelen. Het Amsterdamse groen levert de volgende baten op. • € 31 miljoen vermeden zorgkosten per jaar • € 150 miljoen vermeden arbeidsverlies • € 24 miljoen vermeden kosten waterzuivering • € 11 miljard toegevoegde woningwaarde Niet nominale baten van het groen in Amsterdam: • 35.000 minder patiënten per jaar • 190 vermeden vroegtijdige sterfgevallen • 31 miljoen m3 waterberging in groen • 1,9 graden C verkoeling in Amsterdam

› Dood hout leeft. Foto: Florinda Nieuwenhuis

Deel I: Actieplan

3. Uitvoering actieplan 3.1 Werkwijze Projectteam Plan Biodiversiteit Een goede organisatie en werkwijze is nodig om de maatregelen uit Plan Biodiversiteit uit te kunnen voeren. Hiervoor richten we een projectteam op, bestaande uit coördinatoren vanuit de verschillende afdelingen. We richten ons daarbij onder andere op:

Plan • Coördinatie. Afdeling Ruimte en Duurzaamheid neemt de algemene coördinatie op de uitvoering van Plan Biodiversiteit op zich. Door jaarlijks een werkplan te maken, is het voor alle afdeling duidelijk welke maatregelen het volgende jaar uitgevoerd zullen worden. De R&D coördinator werkt hierin samen in een team van coördinatoren per afdeling. Voor iedere afdeling wordt een coördinator benoemd waarmee het jaarlijkse werkplan biodiversiteit wordt opgesteld. • Interne samenwerking. Het moet voor alle betrokken afdelingen helder zijn wat er van hen verwacht wordt. De coördinatoren van de afdelingen maken jaarlijks een werkplan voor de betrokken afdeling en stemmen dat af met de R&D coördinator. • Integrale voorbereiding. Voorafgaand aan de uitvoering van de maatregelen wordt afgestemd met relevante stakeholders. Voor de herinrichtingsmaatregelen wordt het Beheer Aan Tafel (BAT) proces gevolgd. Ook wordt afgestemd met collega's, zoals ontwerpers openbare ruimte, medewerkers van de stadsdelen, boomadviseurs e.a.. • Externe samenwerking. Voorafgaande aan de uitvoering van de maatregelen wordt afgestemd met relevante externe organisaties buiten de gemeentelijke organisatie. Te noemen zijn de waterschappen, Rijkswaterstaat, ProRail, Provincie, recreatieschappen en natuurbeherende organisaties zoals Natuurmonumenten. Hierdoor kunnen koppelkansen benut worden.

De coördinatoren benoemen in het jaarplan met welke partijen afgestemd wordt. • Bewoners betrekken. Voorafgaand aan de uitvoering van de maatregelen informeren we buurtbewoners over de maatregelen. Bij grote projecten nodigen we buurtbewoners uit mee te denken met het plan en mee te doen met de uitvoering. Te denken valt aan het gezamenlijk een bloemenweide inzaaien of struiken aanplanten.

20

Uitvoering actieplan

Do • Social return. Bij de uitvoering van de maatregelen is onze inzet om een sociale bijdrage te leveren. Dit doen we door bijvoorbeeld samen te werken met arbeidsparticipanten (Pantar, werkbrigade, Cordaan).

Check • Monitoring. In het programma Ecologische Monitoring en Inspecties (EM&I) wordt de voortgang gemonitord. Jaarlijks wordt een kwart van het areaal gemonitord. Het gaat daarbij om het meten van de ecologische kwaliteit van de natuurbeheertypen alsook de aanwezigheid van kwalificerende soorten. Bij acute situaties in het veld, zoals een extreem droge of juist natte periode, zullen we bijsturen. Aan het eind van het jaar worden de resultaten van de EM&I teruggekoppeld aan de beheerders en stadsecologen, zodat de maatregelen voor het volgende jaar hierop aangepast kunnen worden.

Act • Financiering. De verschillende afdelingen zijn verantwoordelijk voor het aanvragen van financiële middelen via de Voorjaarsnota. Het is daarbij wenselijk dat de verschil­ lende afdelingen hun inbreng op elkaar afstemmen, zodat voor ecologie een samenhangend pakket aan maatregelen aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

Initiatieven vanuit projecten en stadsdelen Vanuit het projectteam zullen maatregelen voor de biodiversiteit worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen projecten en stadsdelen ook eigen initiatieven nemen om de biodiversiteit te vergroten. Zij kunnen dit plan als volgt gebruiken: Stappen

Meer informatie

Welke gidssoorten gelden voor mijn gebied?

Bijlage 1.1

Wat hebben deze gidssoorten nodig?

Bijlage 1.2

Welke natuurbeheertypen gelden voor mijn gebied?

Bijlage 2.1

Welke kwaliteitseisen gelden voor deze natuurbeheertypen?

Bijlage 3

Welke ecologische kwaliteit heeft het gebied nu?

Data EM&I, op te vragen bij Asset Groen V&OR

Hoe kan ik de kwaliteit vergroten vanuit mijn project?

Bijlage 3 en advies stadsecoloog

Deel I: Actieplan

Uitvoering actieplan

3.2 Communicatie Interne communicatie. Om ervoor te zorgen dat de kennis over biodiversiteit wordt verspreid onder de gemeentelijke organisatie is het belangrijk om interne communicatie uit te voeren. Door de kennis over biodiversiteit te delen in de organisatie, kan een vliegwieleffect van Plan Biodiversiteit ontstaan. Hierdoor wordt ook in andere plannen en projecten biodiversiteit meegenomen. Voor de interne communicatie hebben we onder andere de volgende acties voor ogen: Thema

Maatregel

Resultaat

Atlas maps.amsterdam.nl

Ontwikkelen interactieve atlas op maps.amsterdam.nl waar per gebied de gidssoorten, kwalificerende soorten en natuurbeheertypen te zien zijn en wat er gedaan kan worden om de biodiversiteit te vergroten.

In 2025 is de atlas biodiversiteit toegevoegd aan maps.amsterdam.nl Infosheets gidssoorten en natuurtypen zijn via de gemeentelijke website of maps. amsterdam.nl te downloaden.

Presentaties en cursussen Jaarlijkse cursus voor ontwerpers, gebieds- coördinatoren en beheerders over biodiversiteit, gidssoorten en ecologie. Presentaties op verzoek.

Jaarlijks ca 45 deelnemers aan cursussen ecologie en biodiversiteit.

Nieuwsbrief

Jaarlijkse nieuwsbrief voor betrokken afdelingen over de uitvoering van maatregelen.

Jaarlijkse nieuwsbrief

Monitoring

De ecologische monitoring wordt verzorgd vanuit het programma Ecologische monitoring en inspecties. In 2025 verkennen wij in hoeverre de data uit EM&I kan worden gekoppeld aan de Monitor Groen.

Verkenning mogelijkheden koppeling EM&I aan Monitor Groen uitgevoerd. Vervolg afhankelijk van verkenning.

Externe communicatie. Communicatie met bewoners en externe partijen is niet alleen belangrijk voor het draagvlak voor (de uitvoering van) het plan. We willen dat zoveel mogelijk mensen de voordelen van biodiversiteit kunnen ervaren. Door af te stemmen op het tempo van de natuur, kan stress en spanning verminderd worden. In een steeds drukker wordende stad is het vinden van rust in de stadsnatuur steeds belangrijk. In ons communicatieplan onderzoeken wij hoe we mensen kunnen bereiken die nog niet zoveel de stadsnatuur opzoeken.

21

Deel I: Actieplan

Uitvoering actieplan

Thema

Maatregel

Resultaat

Algemeen

Opstellen en uitvoeren communicatieplan met als doel de Amsterdammer te betrekken bij biodiversiteit in het algemeen en te informeren over de maatregelen die gemeente Amsterdam uitvoert. Onderscheid in doelgroepen. Hierin wordt tevens meegenomen communicatie en lobby o.g.v. toepassing van gifvrije planten.Suggestie uit bewonersavond: geef stadsnatuurexpedities aan kinderen.

In 2025 vastgesteld communicatie plan met jaarlijkse uitvoering van communicatie acties. Onder voorbehoud van financiering.

Sociale bijdrage

Onderzoeken hoe kwetsbare Amsterdammers meer kunnen profiteren van de voordelen In overleg met afdeling Sociaal Domein vastgesteld plan van aanpak en uitvoering van van biodiversiteit, zoals een verbeterde mentale gezondheid. Natuurbeleving kan acties. zorgen voor meer ontspanning. Door bijvoorbeeld excursies te geven aan bewoners die normaliter niet vaak natuurgebieden bezoeken, kunnen we deze groepen mogelijk ondersteunen. De aanpak zal in overleg met Sociaal Domein worden uitgewerkt.

Interactieve informatie in parken (tip van bewoners)

Inventarisatie welke interactieve communicatiemiddelen (bijvoorbeeld infoborden met QR code, luistervink) het meest effectief zijn in parken en toepassen in x aantal parken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16033003/1