Bijlage 1 - Ontwikkelingskader EVA 2035.pdf
Tekst van het document
Op dit moment ziet het er naar uit dat er slechts enkele van dergelijke onderstations in het Westelijk Havengebied van Amsterdam worden voorzien. Voor een type C inrichting is een omgevingsvergunning (milieuactiviteit) noodzakelijk. Ook moet rond het terrein van het transformatorstation een geluidszone (grote lawaaimaker, industrie, op gezoneerde bedrijventerreinen) worden gelegd. De geluidszone vormt het toetsingskader voor het geluid. De geluidbelasting op de buitenste grens van de zone mag niet hoger zijn de 50dB(A). Indien het nodig is rond het terrein een nieuwe zone vast te leggen of een bestaande zone te wijzigen, wordt hiervoor een bestemmingplan opgesteld. Het bestemmingsplan moet voldoen aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Het vergroten van de zone kan gevolgen hebben voor geluidgevoelige gebouwen in het bestaande en het nieuwe deel van de geluidzone. Bij de beoordeling van het geluid van inrichtingen wordt de Handleiding Industrielawaai toegepast. Onderstation, type B inrichting In Amsterdam kan een te bouwen onderstation ook worden aangemerkt als type B inrichting. Hiervoor is geen milieuvergunning noodzakelijk. Er moet een melding bij het bevoegd gezag worden gedaan en er kan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig zijn. In dit geval is een OBM nodig als er sprake is van activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is.
Hierop wordt later ingegaan.
Versie 1.4, februari 2022
36
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Omgevingsdienst NZKG of gemeente (stadsdeel) • De Omgevingsdienst NHN is in mandaat van de provincie Noord-Holland verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming (soortenonderzoek en stikstofdepositie). • Indien het bouwwerk ligt in een aangewezen ‘grootstedelijk’ gebied met regie Omgevingsdienst, worden zowel de omgevingsvergunning activiteit bouw (en eventueel strijdig gebruik en eventuele andere van toepassing zijnde Wabo-activiteiten activiteiten) als de regulering van de Wet milieubeheer door de ODNZKG afgehandeld ongeacht, of sprake is van een type B of type C inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. • In geval een bouwwerk niet ligt in een ‘grootstedelijk’ gebied met regie Omgevingsdienst wordt in geval het een type B Wet milieubeheer inrichting betreft, de omgevingsvergunning activiteit bouw (en eventueel strijdig gebruik en eventuele andere van toepassing zijnde Waboactiviteiten) door het stadsdeel uitgevoerd en de melding type B afgehandeld door de OD NZKG in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. • Indien het bouwwerk een type C inrichting is, worden ongeacht de locatie in de stad, door de OD NZKG alle milieu en bouwtaken afgehandeld.
Behandelaar Wet Milieubeheer
Versie 1.4, februari 2022
37
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Bouw en planologisch gebruik Voor de nieuwbouw van een onderstation is een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan het bestemmingplan. Indien passend (gebruik en bouw), en overigens voldoet aan welstand, Bouwbesluit en Bouwverordening, moet de omgevingsvergunning verleend worden. Als het gebruik of de bouwmogelijkheden niet passen in het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingplan nodig (of er kan een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld). In de meeste gevallen zal de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gevolgd en moet de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Ook een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. De belangrijkste omgevingsaspecten die in de motivering aan de orde moeten komen, zijn hieronder beschreven. Omgevingsaspecten Bij het verlenen van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of het opstellen van een nieuw bestemmingsplan kunnen in het kader van een goede ruimtelijke ordening de volgende omgevingsaspecten een rol spelen. Geluid Het onderstation kan mogelijk worden aangemerkt als een grote lawaaimaker in het geval van een openluchtinstallatie (zie ook ‘inrichting type C’), dat betekent dat er rond het terrein van het station een geluidszone industrielawaai moet worden gelegd.
Indien het onderstation op een gezoneerd industrieterrein wordt gebouwd dan wordt onderzocht of het binnen de geluidszonering past. Het geluid dat de inrichting produceert wordt bepaald volgens de Handleiding Industrielawaai (HIL)5. Het geluid op de buitenste begrenzing van de geluidszone mag ten hoogste 50dB(A) bedragen. Een wijziging van een geluidszone (bestaand industrieterrein) heeft gevolgen voor bestaande woningen in de zone en woningen die met de wijziging in de zone komen. De toename van geluid op de woningen mag ten hoogste 5dB(A) bedragen. Indien er sprake is van toename van geluid is ook is de akoestische binnenwaarde van de woningen van belang en moet deze onderzocht worden. In het geval de toegenomen geluidbelasting op de gevel leidt tot een overschrijding van de binnenwaarde moeten de woningen in principe geïsoleerd worden. Voor type A en type B inrichtingen gelden de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit bevat standaardwaarden voor het beschermingsniveau tegen geluidhinder. De beschermingswaarden zijn opgenomen in artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en zijn kortgezegd op de gevel van woningen, overdag 50dB(A), ‘s avonds 45dB(A) en ’s nachts 40dB(A). In specifieke gebieden, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein, kunnen andere waarden gelden, daarnaast is maatwerk mogelijk.
5
https://www.infomil.nl/publish/pages/104621/handleiding_meten_en_rekenen_industrielawaai_module_c1 _1.pdf
Versie 1.4, februari 2022
38
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Externe veiligheid Beoordeeld moet worden of het onderstation een inrichting in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is. Onderstations zijn geen inrichting in de zin van het Bevi. Wel kunnen zij effecten ondervinden ingeval een brand of explosie op korte afstand plaatsvindt van een inrichting. Deze risico’s moeten worden onderzocht en beoordeeld omdat uitval van een station te allen tijden moet worden voorkomen in verband met de leveringszekerheid (zie tekst t.a.v. wettelijke taak van de netbeheerder). Elektromagnetische velden Vigerend landelijke voorzorgbeleid magneetvelden bovengrondse hoogspanningslijnen Uit internationaal wetenschappelijk onderzoek komen aanwijzingen dat kinderen die dicht bij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen mogelijk een hogere kans hebben om leukemie te krijgen. Dit onderzoek en de bezorgdheid bij burgers daarover, vormden voor de Nederlandse rijksoverheid aanleiding in 2005 voorzorgbeleid te ontwikkelen bij bovengrondse hoogspanningslijnen (Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 3 oktober 2005 / Verduidelijking van het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 4 november 2008). Dat beleid is uitgewerkt in een beleidsadvies van het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en is gericht aan gemeenten, provincies en netbeheerders.
Er wordt geadviseerd om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Het beleidsadvies van de rijksoverheid ziet op langdurige blootstelling en is van toepassing op nieuwe situaties en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Voor alle bovengrondse hoogspanningsverbindingen, ondergrondse hoogspanningskabels, stations en opstijgpunten geldt daarnaast te allen tijde de momentane blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de EU (Europese Richtlijn 1999/519/EC). Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur in Nederland wordt deze limiet nergens overschreden. Nieuwe hoogspanningsinfrastructuur moet ook te allen tijden voldoen aan deze blootstellingslimiet. Herijking voorzorgbeleid en aanleiding onderzoek In 2018 gaf de Gezondheidsraad het kabinet in overweging het voorzorgbeleid uit 2005 te verbreden naar alle netcomponenten vanaf 1 kV.
Hierop is het bestaande voorzorgbeleid geëvalueerd en heeft de commissie Verdaas (2019) voorstellen gedaan. In 2021 publiceerde het ministerie van EZK de uitkomsten van het onderzoek van Lysias waarin wordt gekomen tot de introductie van vaste afstanden en een set proportionele maatregelen volgens het ALARA principe. Het toepassen van vaste afstanden is in de loop van 2021 getoetst met gemeenten en netbeheerders in zogenaamde botsproeven. Het is de verwachting dat in de loop van 2022 meer duidelijkheid komt over de aanpassing van het voorzorgbeleid uit 2005.
Versie 1.4, februari 2022
39
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Gemeentelijk voorzorgbeleid magneetvelden Met betrekking tot de elektromagnetische velden van nieuwe onderstations of uitbreidingen van onderstations past de gemeente Amsterdam sinds 2006 het voorzorgsbeginsel toe (dat ook van toepassing is op hoogspanningslijnen). Het uitgangspunt daarbij is dat de gemeente zoveel als redelijkerwijs mogelijk wil voorkomen dat kinderen tot en met 15 jaar langdurig (minimaal een jaar, gemiddeld vele uren per dag) in een magneetveld hoger dan 0,4 microtesla verblijven. Amsterdam volgt in beginsel het nieuwe Rijksbeleid, zeker als dat aansluit bij de huidige Amsterdamse werkwijze. Gemeente en netbeheerders zijn in overleg hoe dit exact wordt uitgewerkt. Ecologie, natuurbescherming, Flora en fauna, Natura 2000 Natura 2000 In de omgeving van Amsterdam is een aantal Natura 2000-gebieden aangewezen: Markermeer en IJmeer, Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske, Polder Westzaan, Naardermeer, Oostelijke Vechtplassen. De afstand tot deze natuurgebieden is van belang. Beoordeeld moet worden of de bouwwerkzaamheden en/of gebruik directe negatieve effecten op de Natura 2000gebieden hebben. Het kan bijvoorbeeld gaan om verstoring door licht- en geluid of stikstofdepositie. Mogelijk kunnen deze zonder verder onderzoek in een zogenaamde voortoets worden uitgesloten.
Indien er sprake is van nadelige effecten op een Natura 2000 gebied, is een passende beoordeling en een natuurbeschermingsvergunning nodig. Daarvoor is de provincie bevoegd gezag. Voor de negatieve effecten van stikstofdepositie in de bouwfase geldt momenteel een vrijstelling van de verplichting om een natuurbeschermingsvergunning aan te vragen Overigens bestaat wel een algemene verplichting om zoveel mogelijk emissievrij te bouwen, zie aanpak Schoon en Emissieloos Bouwen (en vanaf inwerkingtreding Omgevingswet art. 7.19a Bbl). Beschermde soorten Onderzocht moet worden of binnen het plangebied soorten aanwezig zijn, of te verwachten zijn die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming en die mogelijk negatief beïnvloed worden als gevolg van de activiteit. Zo nodig moeten mitigerende maatregelen worden overwogen/genomen en een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Ook daarvoor is de provincie bevoegd gezag.
Versie 1.4, februari 2022
40
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Hoogspanningsverbindingen De onderstations worden gevoed door hoogspanningsverbindingen en hoewel het tracé van eventuele nieuwe verbindingen buiten de reikwijdte van dit ontwikkelperspectief vallen, zijn hieronder enkele aandachtspunten opgenomen. Bestemmingsplan en vergunningen Gemeente en netbeheerders zijn in gesprek over hoe de tracés voor onder- en bovengrondse hoogspanningsverbindingen in het bestemmingsplan (t.z.t. omgevingsplan) worden opgenomen, bijvoorbeeld met een dubbelbestemming en/of een aanlegvergunningenstelsel. Voor hoogspanningsmasten is in ieder geval een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ nodig. Soms is nog een vergunning nodig op grond van andere wetgeving, zoals bijvoorbeeld de Waterwet. Mer-(beoordelings)plicht In de wet is opgenomen wanneer welke verplichtingen gelden. Hiervoor wordt kortheidshalve verwezen naar het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer). Zie categorie C24, D24.1 en D24.2 van de bijlage bij het Besluit mer. Milieuaspecten gebouw, inrichting en installaties Onderstations zijn te onderscheiden in verschillende typen, namelijk een openluchtinstallatie (AIS) en een Gas Isolated Systems (GIS) station. In Amsterdam worden met name door TenneT GIS onderstations ontwikkeld vanwege het ruimtebeslag en bijvoorbeeld geluidsemissie van een dergelijk station.
Deze zogenaamde GIS onderstations van TenneT bevatten SF6 als isolatiegas. Dit is een broeikasgas en voor het gebruik geldt de Europese F-gassenverordening. Volgens deze regels moet worden aangetoond dat er geen alternatieven mogelijk zijn. Op dit moment zijn deze alternatieven er niet. Conclusie Een aanvraag omgevingsvergunning voor de uitbreiding of nieuwbouw van een onderstation wordt getoetst aan het bestemmingplan. Indien passend (gebruik en bouw), en overigens voldoet aan welstand en Bouwbesluit, moet de omgevingsvergunning verleend worden. Indien het onderstation aangemerkt is als een inrichting type B, wordt volstaan met een melding Activiteitenbesluit, voor een inrichting type-C is een omgevingsvergunning milieu nodig. In het geval het beoogde onderstation niet past in het bestemmingsplan, is een vergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of een separaat bestemmingsplan nodig. De motivering van het besluit bevat een goede ruimtelijke onderbouwing. In deze onderbouwing komen de verschillende omgevingsaspecten aan de orde, wordt een eventuele m.e.r.(beoordelingsplicht) afgewogen, en wordt beoordeeld of er belemmeringen zijn voor de bouw en het gebruik van de gronden voor een onderstation.
Als sprake is van een grote lawaaimaker (type C), niet op een bestaand industrieterrein of met het oog op de geluidruimte van het industrieterrein niet passend zal een geluidszone moeten worden vastgelegd. Een geluidszone wordt in een bestemmingsplan
Versie 1.4, februari 2022
41
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
vastgelegd. Bij een type B-inrichting volstaat een melding, bij een type C-inrichting is een omgevingsvergunning milieu nodig. Mogelijk is een vergunning of ontheffing nodig op grond van de natuurbeschermingswetgeving
3.7 Klimaatadaptatie Bij de ruimtelijke keuzes voor locaties en inpassingen van onderstations wordt ook gekeken naar de extra uitdagingen die klimaatverandering naar alle waarschijnlijkheid gaat veroorzaken. Te denken valt aan extreme hitte, droogte en wateroverlast, zoals overstromingsgevaar. Netbeheerders ontwerpen het net zoveel als mogelijk klimaatadaptief waardoor in de beheerfase de kans op een calamiteit zoveel mogelijk wordt voorkomen. Met crisisplannen bereiden ze zich bovendien voor op overblijvende risico’s. Bij het bepalen van de zoeklocaties voor nieuwe onderstations is in dit Ontwikkelingskader EVA 2035 ook gekeken naar de kaart overstromingskans Amsterdam (zie www.maps.amsterdam.nl/klimaatadaptatie). Een eerste onderzoek door de gemeente Amsterdam laat zien dat twee zoeklocaties in laaggelegen polders liggen en bovendien in de categorie van de grootste overstromingskans vallen: de Buikslotermeer in Noord en de mogelijk alternatieve zoeklocatie Lutkemeerpolder in Osdorp. Het betreft hier nog altijd gebieden met de landelijke typering ‘kleine overstromingskans’ (1/300 tot 1/3.000 per jaar). Hiermee vallen deze locaties niet per se af, maar het vraagt wel om een nadere afweging en mogelijk het nemen van maatregelen.
Versie 1.4, februari 2022
42
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
4 Ontwikkelingskader op hoofdlijnen
4.1 Uitbreiding bestaande onderstations, nieuwe onderstations en kabelverbindingen Uit te breiden bestaande onderstations In dit Ontwikkelingskader EVA 2035 is de opgave beschreven om 12 van de 23 bestaande Amsterdamse onderstations uit te breiden en te vernieuwen. Het betreft 11 uit te breiden Lianderonderstations en 1 uit te breiden solitaire TenneT-onderstations De mate van uitbreiding is mede afhankelijk van de beschikbare ruimte boven- en ondergronds. Vanuit het centrum naar de randen van de stad bekeken gaat het om de volgende Lianderonderstations: Hoogte Kadijk, Uilenburg, Rhijnspoorplein, Westzaanstraat, Schipluidenlaan, Slotermeer, Basisweg, IJpolder, Hemweg, Noord Papaverweg en Vliegenbos. Rond 2030 zal het bestaande Liander-onderstation Marnixstraat in de westelijke binnenstad moeten worden vernieuwd. Daarnaast worden de bestaande TenneT-AIS-onderstations Hemweg en Noord Klaprozenweg vervangen en qua vermogen uitgebreid door GIS-onderstations, die een kleiner ruimtebeslag hebben. Bij de uitbreidingen van de bestaande onderstations hoort ook de realisatie van tientallen nieuwe (hoog-, midden- en laagspannings-) kabelverbindingen per onderstation. Nieuwe onderstations Daarnaast moeten er 29 nieuwe onderstations in Amsterdam worden gerealiseerd, op (vooralsnog) 23 locaties.
Het gaat hierbij om 6 Liander- en 6 TenneT- onderstations op één en dezelfde locatie,11 solitaire Liander-onderstations en 6 solitaire TenneT-onderstations. In totaal zijn er daarmee 41 uit te breiden en nieuwe onderstations in de gemeente Amsterdam. Het gaat om 28 Liander-onderstations en 13 TenneT-onderstations, inclusief nieuwe kabelverbindingen. De meeste nieuwe onderstations komen in de grote transformatie- en ontwikkelingsgebieden van de stad. Het gaat dan met name om de zuidflank (Schinkelkwartier-Zuidas-Overamstel-Zuidoost), de IJ-as (noordelijke IJ-oevers-Zeeburgereiland-IJburg), Havenstad en de haven. Daar vindt de grootste stedelijke verdichting plaats en is de groei van de vermogensvraag het grootst. Met name in Zuidoost wordt dit nog versterkt door de groei van het aantal datacenters. Bij alle nieuw te realiseren onderstations hoort ook de realisatie van tientallen nieuwe (hoog-, midden- en laagspannings-) kabelverbindingen per onderstation. Deze kabelverbindingen waaieren van het nieuwe onderstation uit in meerdere richtingen de wijken in.
Versie 1.4, februari 2022
43
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Onderstaande tabel geeft een overzicht welke bestaande en nieuwe onderstations in de gemeente Amsterdam gerealiseerd moeten worden.
Uit te breiden en te vernieuwen bestaande onderstations
Nieuw te realiseren onderstations
Liander + TenneT -
Liander Hoogte Kadijk, Schipluidenlaan, Slotermeer, Basisweg, IJpolder, Hemweg, Westzaanstraat, Noord Papaverweg, Vliegenbos, Uilenburg, Rhijnspoor
TenneT Noord Klaprozenweg
Totaal
Nieuwe Meer 2, Westpoort, Osdorp, Zeeburgereiland, Overamstel, Zuidoost 3 (Dbuurt en omgeving)
11 Sextantweg, Petroleumhaven, Havenstad Zuid (Contactweg), Nieuwpoortstraat, Cornelis Douwes, Buikslotermeer, IJburg, Zuidoost 1 (in Gaasperdam), Zuidoost 2 (in Amstel III) en Zuidoost 4 (in Bijlmer Oost), Watergraafsmeer 2
1 Hoogte Kadijk, Hemweg, Basisweg (Sloterdijk 3), Havenstad Zuid (aan Nieuwe Hemweg), Buikslotermeer, Zuidoost 1 (AUMC-terrein?)
12
6
11
6
29
Hemweg
4.2 Ruimtelijke kaart en toelichting legenda De kaart op pagina 19 geeft een beeld van de toekomstige ontwikkeling van het elektriciteitsnet in de gemeente Amsterdam tot 2035. In algemene zin gaat de voorkeur bij locatieonderzoeken voor nieuwe onderstations uit naar locaties in werkgebieden/bedrijventerreinen of restgroen/bermen/aansluitingen aan grote infrastructuur. Ongewenst, tenzij er echt geen alternatief is, zijn locaties in woonbuurten, centrumgebieden en (sport)parken/hoofdgroenstructuur. De zoeklocaties van nieuwe onderstations en nieuwe kabeltracés zijn indicatief. Aan een groot deel van de locaties van de nieuwe onderstations op de kaart ligt een locatieonderzoek ten grondslag.
Versie 1.4, februari 2022
44
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
De volgende criteria zijn daarin meegenomen: • • • • • • • •
Ruimtelijke inpasbaarheid. Passend in gebiedsvisie/plan. Planologisch-juridische en milieutechnische haalbaarheid. Technische haalbaarheid inclusief voldoende ruimte kabeltracés. Centrale ligging in elektriciteitsnetwerk. Complexiteit (eigendomspositie/afhankelijk andere partijen, maatschappelijk-politiek draagvlak (inschatting). Tijdige beschikbaarheid van de ruimte. Kosten (inschatting of raming).
Voor netbeheerders zijn de uitgangspunten bij het vinden van locaties: • • • •
Zoveel mogelijk aansluiten op het bestaande energienetwerk. Een spreiding van bestaande en nieuwe onderstations over de stad. Dichtbij de vermogensvraag om energieverlies te minimaliseren. Maximale vermogensgrootte van de onderstations om zo de beschikbare ruimte zo effectief en efficiënt mogelijk te benutten. • Wanneer windturbines in de nabijheid van een hoogspanningsverbinding en/of onderstations mogelijk worden gemaakt, dan wordt gehandeld conform het Handboek Risicozonering Windturbines van RVO. Op de kaart is de actuele stand van zaken van de diverse locatieonderzoeken voor nieuwe onderstations geschetst. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen: • • • • •
Definitieve locaties nieuwe onderstations. Voorkeurslocaties nieuwe onderstations. Zoeklocaties nieuwe onderstations. Mogelijk alternatieve zoeklocaties. Zoekgebieden nieuwe onderstation.
Definitieve locaties betreffen de nieuwe onderstations op IJburg (al in aanbouw) en in de bedrijvenstrook van Zeeburgereiland. Voorkeurslocaties zijn locaties waarvoor al in meer of mindere mate locatieonderzoek heeft plaatsgevonden en die daarbij als voorkeurslocatie overbleven. Daarover moet nog wel bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden, waarna de planologisch-juridische procedures volgen. Het gaat om het Havengebied, Buikslotermeer en Nieuwe Meer 2 (allemaal Liander en TenneT), Sextantweg, Petroleumhaven en Nieuwpoortstraat (alle drie Liander).
Versie 1.4, februari 2022
45
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Zoeklocaties zijn de overige locaties die wel in beeld zijn, maar nog nader onderzoek vragen. Ook hierover moet bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden en de planologisch-juridische procedures worden doorlopen. De zoeklocaties betreffen alle overige nieuwe onderstations. Mogelijk alternatieve zoeklocaties zijn in beeld als alternatief voor de zoeklocaties. Ook hiervoor is aanvullend onderzoek nodig. Zoekgebieden zijn de zones waarbinnen voor een specifiek onderstation de locatie moet worden gezocht. Ook de uit te breiden bestaande onderstations en schematische nieuwe 50kV en 150kV kabeltracés zijn op de kaart aangegeven. Voor de nieuwe 50kV en 150kV kabeltracés volgt nog nader tracéonderzoek per nieuw onderstation of per uitbreiding van bestaande onderstations. Dit kan eventueel ook nog consequenties hebben voor de haalbaarheid en locatie van bepaalde nieuwe onderstations of uit te breiden bestaande onderstations. Het Ontwikkelingskader is uitgetekend op de kaart Ontwikkelingskader elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. Deze kaart geeft een schets van de uit te breiden of deels te vervangen bestaande onderstations, zoekgebieden en de (voorkeurs-) locaties. Daarnaast is schematisch een indicatie weergegeven van nieuwe verbindingen 6. Per locatie wordt in de volgende fase onderzocht hoe de tracés moeten gaan lopen.
Kan een tracé niet lopen zoals gedacht, dan moet mogelijk de locatie van het onderstation aangepast worden.
6
Uitbreiding van het hoogspanningsnet brengt met zich mee dat ook op het middenspannings- en laagspanningsnet (MS-/LS-net) aanpassingen c.q. uitbreidingen gerealiseerd moeten worden. Uitbreidingen op zowel HS- als MS/LSniveau kunnen gelijktijdig/ parallel uitgevoerd worden, maar MS/LS-niveau valt niet binnen het kader van spoor 1 van het programma EVA en is dus geen onderdeel van dit ontwikkelkader).
Versie 1.4, februari 2022
46
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Versie 1.4, februari 2022
47
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Deze kaart is een ruimtelijke vertaling van het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. De kaart schetst het richtinggevend kader voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het elektriciteitsnetwerk in de gemeente Amsterdam tot 2035. De zoeklocaties van nieuwe onderstations zijn richtinggevend. De tracés van de nieuwe 150kV kabelverbindingen op de kaart zijn schematisch/indicatief weergegeven en worden later nader uitgewerkt.
4.3 De deelopgaven in de stad Noord In stadsdeel Noord zijn in de Buikslotermeer een nieuw Liander-onderstation en een nieuw TenneT-onderstation nodig. Hiervoor zijn als voorkeurslocaties het terrein van de voormalige RWZI Noord met slibvelden en het P+R-terrein in de oostelijke aansluiting Nieuwe Leeuwarderweg IJdoornlaan in beeld. In Havenstad Noord wordt in de ruime omgeving van het Cornelis Douwesterrein een extra Liander-onderstation geambieerd (en een TenneT-onderstation als deze geen plek in de Buikslotermeer kan krijgen). Hiervoor zijn meerdere mogelijke alternatieve zoeklocaties in beeld. Zuidoost In stadsdeel Zuidoost moet er op twee locaties een nieuw Liander-onderstation én een nieuw TenneT -onderstation bij komen. Op twee locaties moet alleen een Liander-onderstation worden ontwikkeld. Er zijn ook alternatieve netconfiguraties mogelijk, waaronder één met slechts één (groter) TenneT-onderstation waarbij de Liander onderstations KOP-stations (met een trafo op steel) worden. Dit betreft een nieuw TenneT-onderstation op de zoeklocatie op het westelijk AUMC-terrein en zoeklocaties voor drie solitaire Liander-onderstations. Eén in Gaasperdam (vrijkomende terreinen noordzijde brandweerkazerne ANTON of stadsdeelwerf Meerkerkdreef), één in de bedrijvenstrook Amstel III en één in de Bijlmer-Oost (vrijkomend terrein aan noordzijde van de oostelijke A9-tunnelmond).
Ook is er op termijn nog een Liander- en TenneT-onderstation in of in de omgeving van de D-buurt nodig. De terreinen in de aansluitingen van de Gooiseweg op de Daalwijkdreef, dit valt onder de gemeente Diemen, komen hier mogelijk ook voor in aanmerking.
Versie 1.4, februari 2022
48
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Nieuw-West In stadsdeel Nieuw-West worden er op twee locaties een nieuw Liander- én TenneT-onderstation ontwikkeld: eerst aan de Anderlechtlaan (bij het bestaande onderstation Nieuwe Meer) en op termijn in Osdorp (locatie nog te bepalen). Het nieuw Liander- en TenneT-onderstation Nieuwe Meer 2 voedt ook de verdere stedelijke ontwikkeling van de Zuidas en het Schinkelkwartier. Het zorgt bovendien voor meer vermogensruimte bij onderstation Hemweg, doordat deze het onderstation Schipluidenlaan niet meer hoeft te voeden. Dat gebeurt dan door onderstation Nieuwe Meer 2. Havengebied In dit gebied gaat het om de vernieuwing en uitbreiding van de bestaande onderstations Hemweg en IJpolder en de realisatie van de nieuwe onderstations Havenstad Zuid, Sextantweg, Petroleumhaven en Havengebied (bij Afrikahaven), inclusief de bijbehorende kabelverbindingen. Centrum In het oostelijk deel van de historische binnenstad moet het bestaande Liander-onderstation Uilenburg worden uitgebreid. Het bestaande TenneT 150kV-station Hoogte Kadijk moet worden vervangen en daarbij wordt rekening gehouden met een (beperkte) toekomstige uitbreiding. Rond 2030 zal het bestaande Liander onderstation Marnixstraat aan de westzijde van de binnenstad moeten worden vernieuwd. Oost In stadsdeel Oost is op het Strandeiland IJburg een nieuw Liander-onderstation in aanbouw.
Daarnaast worden er in de bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland ook een nieuw Lianderonderstation én een nieuw TenneT-onderstation ontwikkeld. Ook in de Watergraafsmeer moet een nieuw Liander-onderstation komen (Watergraafsmeer 2):uitbreiding van het bestaande onderstation Watergraafsmeer in het Science Park Amsterdam is niet mogelijk. Daarnaast is in het zuidelijk deel van de Watergraafsmeer/Overamstel op termijn nog een nieuw Liander- en een nieuw TenneT-onderstation nodig. Zuid In stadsdeel Zuid komen geen nieuwe onderstations. Het onderstation Zorgvliet (Liander en TenneT) bij station Amsterdam RAI op de Zuidas is enige jaren geleden uitgebreid en er zijn twee 20kV schakelstations gebouwd. Om te kunnen voldoen aan de groeiende elektriciteitsvraag op de Zuidas en in het Schinkelkwartier, wordt in stadsdeel Nieuw-West een nieuw onderstation (Nieuwe Meer 2) gerealiseerd. Dit komt bij het bestaande onderstation Nieuwe Meer aan de Anderlechtlaan. West In stadsdeel West is een nieuw Liander-onderstation nodig. Hiervoor is een terrein op de hoek van de Nieuwpoortstraat/Adolf van Nassaustraat als locatie in beeld. In het volgende hoofdstuk volgt een uitgebreidere toelichting van het Ontwikkelingskader per stadsdeel en het havengebied.
Versie 1.4, februari 2022
49
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
4.4 Afhankelijkheden en regionaal netwerk Afhankelijkheden tussen de onderstations hebben invloed op de planning en volgorde van de realisatie. Zo is de vernieuwing en uitbreiding van het 150kV TenneT-onderstation Hemweg voorwaardelijk voor de voeding van de nieuwe onderstations Havenstad Zuid en de uitbreiding van het bestaande onderstation Basisweg. De vernieuwing en uitbreiding van het 150 kV TenneTonderstation Klaprozenweg is voorwaardelijk voor de uitbreiding van het bestaande onderstation Vliegenbos op termijn. Het bestaande onderstation Schipluiden moet nieuwe 150kV-kabelverbindingen gevoed worden vanuit het nieuwe TenneT-onderstation Nieuw Meer 2. Daardoor kan dit onderstation losgekoppeld worden van het onderstation Hemweg, waardoor daar meer vermogensruimte ontstaat. Daarnaast zijn er afhankelijkheden met onderstations die buiten de gemeente Amsterdam liggen. In de buurgemeente Oostzaan wordt de komende jaren het onderstation Oostzaan uitgebreid (zowel het Liander-deel als het TenneT-deel) en wordt in de gemeente Diemen het Liander-deel van het onderstation Venserweg uitgebreid. Daarnaast is er aan de zuidoostkant van Amsterdam de realisatie van een nieuw 380kV-station nodig. Vanaf 24 maart 2022 wordt de gemeente Weesp onderdeel van de gemeente Amsterdam. Weesp viel buiten het gebied van de TSA 2.0.
Daarom zal er voor Weesp nader onderzoek gedaan moeten worden om te bepalen welke eventuele uitbreidingen in de hoofd-elektriciteitsinfrastructuur nodig zijn.
Versie 1.4, februari 2022
50
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
4.5 Planning op hoofdlijnen Algemene doorlooptijden Gemiddeld genomen kost het bouwen van een nieuw 150/50kV-onderstation en/of aanleg van een 150kV-verbinding 7 jaar . Hierbij geldt dat een groot deel van deze tijd nodig is om de juiste rechten te verkrijgen om te mogen bouwen en aanleggen. Zie hiervoor ook de uitgangspunten van realisatie doorlooptijden van Netbeheer Nederland in het basisdocument energie infrastructuur. Tijdslijn TSA Op basis van de TSA is bekend wanneer het vermogen in Amsterdam nodig is op basis van de ambities en ontwikkelingen welke de gemeente Amsterdam heeft gesteld. Deze tijdslijn kan worden gelezen als het moment dat het onderstation ‘klaar’ moet zijn, zodat aan de verwachtte vermogensvraag kan worden voldaan. Wanneer bijvoorbeeld in 2026 nog geen onderstation Watergraafsmeer gerealiseerd is, loopt dit gebied een groter risico op congestie. Met de realisatie van het onderstation alleen is het vermogenstekort nog niet opgelost; het onderstation moet ook gevoed worden en moet vervolgens met kabels in de wijk worden gelust om naar de vermogensvragers te gaan. Klaar betekent dat het onderstation is gebouwd en wordt gevoed, de installaties zijn aangesloten op het 150kV dan wel 50kV net en op het distributienet. Dit start moment van functioneren wordt ook wel IBN genoemd: in bedrijf name.
In deze tijdslijn wordt duidelijk dat er twee pieken zijn in vermogensvraag: 1. Vanaf 2022 tot 2024 2. Vanaf 2030
Wanneer is er sprake van een knelpunt conform planning TSA 2.0 (hoog scenario)? Partijen hebben besloten voor de opgave vanuit de vermogensvraag uit te gaan van de TSA 2.0. Daarbij is ook besloten voor de opgave van de noodzakelijke ruimte per station en verbindingen uit te gaan van het hoge scenario. Dat betekent dat er wat reserveruimte zit in de planvorming (gelet op huidige inzichten TSA 2.0) en dat ingeval de uitgangspunten zoals opgenomen en doorgerekend in de TSA wijzigen, dat dit dan ook consequenties heeft voor de planning. Belangrijkste aandachtspunten vanuit TenneT beschouwd Het werkgebied van TenneT beslaat geheel Nederland (on- en offshore) en een deel van Duitsland. Er doen zich in het net op dit moment veel knelpunten voor in dit net van TenneT. Dat betekent dat een prioritering dient plaats te vinden. Hierover vindt afstemming plaats met diverse partijen, zie ook hoofdstuk 5.
Versie 1.4, februari 2022
51
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Afhankelijkheden in de integrale planning Wanneer het vermogen in de stad nodig is heeft de TSA in kaart gebracht. Door de vele afhankelijkheden is het zeer complex om een inschatting te geven van wanneer het vermogen daadwerkelijk beschikbaar is. Belangrijke factoren zijn de koppeling/voeding van de TenneT aan Liander stations, grondposities, doorlooptijden van planologische procedures en de maakbaarheid (denk aan voldoende materialen en bemensing). Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen IBN datum zoals eerder toegelicht en bedrijfsvaardigheid datum (BV). Bij de aangegeven BV datum is het zo dat Liander inschat dat het onderstation bijvoorbeeld in 2025 gebouwd kan zijn. Echter kan de IBN datum nog niet worden afgegeven, omdat het onderstation afhankelijk is van de voeding van TenneT en dus nog niet functioneert maar alleen bedrijfsklaar staat. Denk aan een auto zonder brandstof. Het kan ook zo zijn dat Liander een BV datum afgeeft door de afhankelijkheid van ruimte en recht, bijvoorbeeld wanneer de locatie nog bestuurlijk moet worden vastgesteld, grond nog moet worden verworven en/of er planologische procedures moeten worden doorlopen. Denk aan een auto zonder parkeerplek of parkeervergunning.
Bovendien moet worden opgemerkt dat wanneer de piek van de uitvoer in hetzelfde jaartal of tijdsvlak valt, er een maakbaarheidsprobleem in de vorm van tekort technici en materialen kan worden verwacht. Met de tabel hiernaast wordt dit geduid: op basis van het TSA middenscenario is een inschatting gegeven van uitvoerbaarheid in de Amsterdamse Liander projecten. In het blauw wordt aangegeven wanneer het vermogen nodig is, wat wordt afgezet tegen de oranje as. Deze staat voor wanneer het vermogen vanuit de projecten beschikbaar is, oftewel wanneer de onderstations gebouwd kunnen worden Beschikbaar en benodigd vermogen in tijd (Liander). Hierbij is een inschatting gemaakt van de materialen (benodigde kabels, verbindingen, gebouwen) en bemensing (technici en aannemerij). Vanuit deze inschatting is de schaarste in Amsterdam gezien de huidige stand van zaken op zijn vroegst 2028 verholpen. Voorwaarde is wel dat de regionale afhankelijkheden buiten de gemeentegrenzen; essentiële knooppunten zoals uitbreidingen in Spaarndam (150/380kV), Oostzaan en een nieuw 150/380kV punt op de lijn Diemen – Breukelen, gerealiseerd zijn. Ook is een integrale en gecommitteerde planning van netbeheerders en gemeente Amsterdam van belang.
Versie 1.4, februari 2022
52
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
In onderstaande tijdslijn wordt een inschatting gegeven van de Liander uitvoerbaarheid, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen BV en IBN. Zo is bijvoorbeeld voor project Buikslotermeer vanuit Liander een 2026 BV datum; Liander zou dit onderstation in 2026 bedrijfsklaar kunnen hebben. Voor het afgeven van een IBN datum is duidelijkheid nodig over de locatie, de planologische procedure en voeding vanuit TenneT. Deze tijdslijn staat dus niet op zichzelf; de data zijn pas realistisch in te schatten wanneer de locatie bestuurlijk is vastgelegd. Indien er geen IBN kan worden afgegeven door één van bovenstaande oorzaken, wordt alleen de Liander BV weergegeven in de tijdslijn. Deze BV datum staat dan voor een auto zonder brandstof; hij staat stil en kan je pas van A naar B brengen wanneer de afhankelijkheden van de IBN worden vastgesteld of opgelost. Belangrijkste knooppunten Hemweg is een zeer belangrijk knooppunt voor de voeding in de gemeente Amsterdam, voornamelijk voor het westelijke deel. Dit knooppunt is afhankelijk van de uitbreiding Oostzaan; pas wanneer dat onderstation in bedrijf is en Hemweg kan voeden, kan Hemweg de gekoppelde onderstations zoals Basisweg, Slotermeer, Sextantweg, Petroleumhaven, etc. aansluiten. Naast de eerder genoemde afhankelijkheden in de planning, is het daarom zeer belangrijk dat het netwerk als geheel wordt beschouwd.
Zo is voor het centrum onderstation Uilenburg een belangrijk knooppunt, en voor Zuid Oost de Gaasperdam/Zuid Oost 1. De komende jaren wordt de integrale overall planning door de netbeheerders en de gemeente Amsterdam nader uitgewerkt.
Inschatting uitvoerbaarheid: de BV en IBN data van Liander
Versie 1.4, februari 2022
53
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
5 Ontwikkelingskader Stadsdelen en Havengebied
In dit hoofdstuk is het Ontwikkelingskader voor de zeven stadsdelen van Amsterdam en het havengebied nader uitgewerkt.
De zeven stadsdelen en het havengebied
5.1 Stadsdeel Noord Ruimtelijke context, ontwikkelingen en visie Stadsdeel Noord is een overwegend luw en groen stadsdeel, dat bestaat uit buurten en tuindorpen met een heel eigen karakter. De dijken, polders en het Noordhollandsch Kanaal geven Noord ook een uitgesproken landschappelijke kwaliteit. Tegelijk wordt Noord met de ontwikkeling van de IJoevers meer onderdeel van Amsterdam. Grote projecten aan het IJ zijn het Hamerkwartier, Overhoeks, Buiksloterham en NDSM. Vanaf 2027 start ook de transformatie van het Cornelis Douwes-terrein, als onderdeel van de
Versie 1.4, februari 2022
54
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
transformatie van Havenstad-Noord. Daarnaast gaan in de Buikslotermeer de projecten Buikslotermeerplein, Centrumgebied Noord en Elzenhage door, net als de vernieuwing van BanneBuiksloot. De forse groei (tot een verdubbeling van het aantal inwoners) van het aantal woningen, werkfuncties en voorzieningen in stadsdeel Noord, én de energietransitie leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam Noord. Ontwikkelingskader elektriciteitsvoorziening In Noord liggen relatief meer 50kV-kabelverbindingen dan in andere stadsdelen. Vervanging van het huidige 50kV-net door 150kV-kabelverbindingen is daarom in dit stadsdeel extra gunstig. Dit leidt tot vermogensuitbreiding en meer betrouwbaarheid van het net. In stadsdeel Noord is in verhouding tot de andere stadsdelen op dit moment meer congestie op het elektriciteitsnet, wat de uitbreiding van het net hier extra urgent maakt. De netuitbreiding van Oostzaan is belangrijk voor dit gebied. Uitbreiding en vernieuwing onderstations Noord Klaprozenweg, Noord Papaverweg en Vliegenbos Vanwege de sterk groeiende vraag naar elektriciteit moeten de drie bestaande onderstations in stadsdeel Noord worden vernieuwd en uitgebreid. Het betreft de volledige vervanging en uitbreiding van het bestaande 150kV TenneT-station Noord Klaprozenweg.
Het bestaande AISstation wordt – naar alle waarschijnlijkheid op verzoek van de gemeente – vervangen door een 150kV GIS-installatie van TenneT, inclusief reservegebouw. Er is tevens een uitbreiding voorzien met minimaal 10 kabelvelden. Daarna volgt eerst de vermogensuitbreiding van het 150kV/45MVA-onderstation van Liander aan de Noord Papaverweg naar 106 MVA en vervolgens de vermogensuitbreiding van het Liander 50kV/80MVA-onderstation Vliegenbos naar 106MVA. Deze beide uitbreidingen vinden plaats na uitbreiding van het TenneT-onderstation Noord Klaprozenweg. Er zijn nieuwe 10kV-verbindingen nodig vanaf station Noord Papaverweg naar de nieuwe voedingsgebieden in stadsdeel Noord. Een deel van de uitbreiding van het onderstation Paperweg zal overigens ook de oostelijke binnenstad voeden. Nieuwe onderstations Buikslotermeer en Cornelis Douwes Op twee locaties zijn nieuwe onderstations noodzakelijk. Allereerst in Buikslotermeer: een nieuw 150kV TenneT-onderstation en 106 MVA Liander-onderstation. Daarnaast moet een locatie gevonden worden voor het nieuwe 106 MVA Liander-onderstation Cornelis Douwes. Dit zal in het projectgebied Havenstad Noord zijn, of op het Cornelis Douwesterrein. Dit is onderdeel van de transformatie van het Cornelis Douwesterrein naar een gemengde stedelijke stadswijk.
Als er geen locatie wordt gevonden voor een nieuw 150kV TenneT-onderstation in de Buikslotermeer – de voorkeurslocatie voor de netbeheerders – dan moet er in de ruime omgeving van het Cornelis Douwesterrein nog een locatie worden gevonden voor dit nieuwe onderstation. Voorkeurslocatie voor het geambieerde nieuwe TenneT-onderstation Buikslotermeer is het terrein van de voormalige rioolwaterzuivering en de slibvelden aan de noordzijde van de A10-Noord. Voor het Liander-onderstation onderzoekt de gemeente het P+R-terrein in de oostelijke aansluiting van
Versie 1.4, februari 2022
55
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
de Nieuwe Leeuwarderweg op de IJdoornlaan. Het voormalig RWZI-terrein is een mogelijk alternatieve zoeklocatie voor het nieuwe Liander-onderstation. De gemeente ambieert voor de voormalige rioolwaterzuivering en de slibvelden naar een TenneT (en mogelijk ook een Liander) onderstation een ontwikkeling met sport- en recreatieve voorzieningen en groen. Er wordt daarom gestreefd naar een zo optimaal mogelijk ruimtegebruik van de onderstations en -waar mogelijk- dubbel gebruik van de niet bebouwde terreinen. Voor de geambieerde nieuwe onderstations in de ruime omgeving van het Cornelis Douwesterrein geldt als zoekgebied het gehele Cornelis Douweterrein, plus de zone bij de Coentunnel en de sportparkgebieden Oostzaan en Meteorenweg. Enkele mogelijke zoeklocaties zijn al in beeld. Zoals eerder vermeld: bij de uitbreidingen van de bestaande onderstations en de realisatie van nieuwe onderstations hoort tevens de realisatie van tientallen kabelverbindingen.
Planning en urgentie De uitbreiding van de bestaande onderstations Noord Papaverweg (Liander) en NoordKlaprozenweg (TenneT) en de ontwikkeling van de nieuwe onderstations Buikslotermeer (één van TenneT en één van Liander) zijn op dit moment het meest urgent en bieden de meest structurele oplossing voor de aanpak van het vermogenstekort in Noord. De ontwikkeling van een Liander- (en eventueel TenneT-) onderstation Cornelis Douwes op of nabij het te herontwikkelen Cornelis Douwesterrein volgt op bovengenoemde netuitbreidingen (ingebruikname 2027 volgens de planning in deTSA 2.0). Als onderdeel van de gebiedsontwikkeling moet voor dit onderstation op korte termijn een definitieve locatie worden gevonden. Uitsnede kaart Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035: stadsdeel Noord
Versie 1.4, februari 2022
56
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Uitbreiden en aansluiten op 150kV van onderstation Vliegenbos is pas mogelijk als het TenneT onderstation aan de Klaprozenweg is vernieuwd en uitgebreid. En als de TenneT- en Lianderonderstations Buikslotermeer gerealiseerd zijn. Dit maakt de uitbreiding van onderstation Vliegenbos minder urgent (ingebruikname volgens TSA 2.0 planning: 2035), ook al is hier congestie afgekondigd. Dit wordt pas structureel verholpen bij de realisatie van de onderstations Buikslotermeer van TenneT en Liander. Opgave en planning elektriciteitsvoorziening stadsdeel Noord Locatie Netbeheerder & type onderstations
Uitbreiding bestaande onderstations (OS) + kabelverbindingen Noord Liander 150kV/45 MVA OS: uitbreiden naar 106 Papaverweg MVA Noord TenneT 150kV AIS OS: vernieuwen en uitbreiden Klaprozenweg naar GIS OS Vliegenbos Liander 50kV/80 MVA OS : uitbreiden naar 150kV/106MVA Nieuwe onderstations (OS) + kabelverbindingen Buikslotermeer Liander 150kV/106 MVA OS &TenneT GIS OS Cornelis Liander 150kV/106 MVA OS Douwes *) eventueel ook TenneT GIS OS, indien dit bij Buikslotermeer niet lukt
7
Planning TSA 2.0 7
Volgorde van urgentie
2022 z.s.m. 2035
2022 2027
Moment waarop extra vermogen nodig is volgens TSA 2.0
Versie 1.4, februari 2022
57
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
5.2 Stadsdeel Zuidoost Ruimtelijke context, ontwikkelingen en visie In het stadsdeel Zuidoost vinden een aantal grote stedelijke vernieuwingen en transformaties plaats: De transformatie en verdichting van de ArenAPoort en Amstel III (en de Nieuwe Kern in de buurgemeente Ouder-Amstel) aan de westzijde van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. In het westelijk deel, de bedrijvenstrook, van Amstel III breiden een aantal bestaande datacenters uit, en zijn nog enkele nieuw datacenters mogelijk. Daarnaast worden de vernieuwingen in de G-buurt en K-buurt in de Bijlmer afgerond. De vernieuwing van de D-buurt is voorlopig uitgesteld tot na 2030. In Gaasperdam wordt met name het centrumgebied Reigersbos doorontwikkeld en worden de Gaasperplas en het Gaasperpark verbeterd. Op het dak van de nieuwe Gaasperdammertunnel komt een park en aan de flanken daarvan kunnen op termijn nog een aantal bouwvelden worden ontwikkeld. De stedelijke verdichting, groei van het cluster datacenters in Amstel III en de energietransitie leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam Zuidoost. Vergeleken met de andere stadsdelen is, mede door de groei van het datacentercluster, de benodigde vermogensuitbreiding in Zuidoost extra groot. Er wordt daarom naar vier tot vijf locaties gezocht.
Ontwikkelingskader elektriciteitsvoorziening Amsterdam Zuidoost wordt nu van elektriciteit voorzien door de drie bestaande onderstations Bijlmer Noord (gelegen aan de Holterbergweg in buurgemeente Ouder-Amstel), Bijlmer Zuid (gelegen aan de Schurenbergweg in de westelijke bedrijvenstrook Amstel III) en Venserweg (aan de Venserweg in buurgemeente Diemen). De uitbreiding die recent (2020/2021) is gerealiseerd op het bestaande onderstation Bijlmer Noord is in 2022 operationeel. Het onderstation Venserweg wordt in 2024 uitgebreid. De beoogde netuitbreiding in dit gebied is sterk afhankelijk van een nieuw 380/150kV-punt van TenneT in Weesp/Diemen. Nieuwe onderstations Zuidoost 1 t/m 4 Om aan de verwachte sterk groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen, moeten op vier locaties in Zuidoost nieuwe onderstations worden gerealiseerd. Het betreft twee locaties met elk onderstations van zowel Liander als TenneT. Op de twee andere locaties is alleen een Lianderonderstation nodig. Grofweg vraagt de vermogensgroei om nieuwe onderstations die gelijkmatig verspreid liggen over het stadsdeel: • • •
In Gaasperdam is de ontwikkeling van een nieuw TenneT 150kV-onderstation en een nieuw Liander 150kV/106 MVA-onderstation nodig. Werknaam Zuidoost 1. In het noordwestelijk deel van Amstel III is een nieuw Liander 150kV/160 MVA-onderstation nodig. Werknaam Zuidoost 2. Een nieuw TenneT 150kV-onderstation en een Liander 150kV/106 MVA-onderstation zijn nodig, meer in het centrale en noordelijk deel van de Bijlmer. Werknaam Zuidoost 3.
Versie 1.4, februari 2022
58
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
•
Een Liander 150kV/106 MVA-onderstation is nodig in de Bijlmer Oost. Werknaam Zuidoost 4. De locatie van het tweede TenneT-onderstation kan in plaats van in de Bijlmer Midden ook in de Bijlmer Oost komen. Bij de realisatie van de nieuwe onderstations horen ook tientallen nieuwe hoog- en middenspanningskabels.
Alternatieve netconfiguraties Er zijn in Zuidoost ook alternatieve netconfiguraties mogelijk. Naast de variant met twee nieuwe 150kV-stations voor TenneT is er ook nog een variant waarbij TenneT (al dan niet door een gebrek aan fysieke ruimte) maar één nieuw 150kV-station realiseert bijvoorbeeld op de locatie AUMC. De overige Liander-stations worden dan als KOP-station (trafo op steel) hierop aangesloten. Dit is onder meer afhankelijk van de beschikbare ruimte in de ondergrond voor de aanleg van de 150kVverbindingen. De locatiebepaling en netwerkconfiguratie vraagt nog nader onderzoek. De uiteindelijke keuze van netconfiguratie is mede afhankelijk van de beschikbaarheid van locaties. Zoeklocaties Centraal in Gaasperdam wordt gezocht naar een locatie voor een TenneT-, en een Lianderonderstation Zuidoost 1. Kansrijke zoeklocaties voor het Liander onderstation zijn het in 2027 vrijkomende terrein van de huidige stadsdeelwerf aan de Meerkerkdreef en het vrijkomende terrein tussen de Gaasperdammertunnel en brandweerkazerne ANTON bij de Gooiseweg. Voor TenneT lijkt in Gaasperdam vooralsnog geen ruimte. Samen met het Amsterdam UMC wordt verkend of het westelijk terrein van het Amsterdam UMC bij de Tafelbergweg een mogelijke locatie is voor een nieuw TenneT GIS-station. Deze locatie is daarom als zoeklocatie aangeduid op de kaart.
In het noordelijk deel van de westelijke bedrijvenstrook in Amstel III moet nog een locatie gevonden worden voor het Liander-onderstation Zuidoost 2. In de omgeving van de D-buurt/Gooiseweg wordt ruimte gezocht voor een TenneT-, en een Liander-onderstation Zuidoost 3. Kansrijke locaties zijn mogelijk de terreinen in de aansluitingen van de Gooiseweg op de Daalwijkdreef. Dit moet samen met de gemeente Diemen te worden onderzocht. Een alternatief is om deze onderstations onderdeel te maken van de planvorming van de D-buurt, die stilligt en pas weer in 2030 start. In de Bijlmer Oost lijkt het vrijkomend bouwveld aan de noordzijde van de Gaasperdammertunnel bij de aansluiting S113 op de Kromwijkdreef een kansrijke zoeklocatie voor het onderstation Zuidoost 4 (Kromwijkdreef/oostelijke A9-tunnelmond).
Versie 1.4, februari 2022
59
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Uitsnede kaart Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035: stadsdeel Zuidoost
Versie 1.4, februari 2022
60
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Opgave en planning elektriciteitsvoorziening stadsdeel Zuidoost Locatie Netbeheerder & type onderstation
Uitbreiding bestaande onderstations (OS) + kabelverbindingen Bijlmer Noord Uitbreiding Liander OS van 53 MVA op 10kV en 160 MVA op 20kV
Planning TSA 2.0 8
2022 (uitbreiding gereed)
Venserweg Liander OS van 60 naar 106 MVA (gemeente Diemen) Nieuwe onderstations (OS) + kabelverbindingen Zuidoost 1 Liander 150kV/ OS & TenneT OS (GIS) Zuidoost 2 Liander 150kV/160 MVA OS
2022
Zuidoost 3
2030
Zuidoost 4
Liander 150kV/106 MVA OS & TenneT OS (GIS) Liander 150kV/106 MVA OS ( & eventueel TenneT OS (GIS) in plaats van Zuidoost 3)
Volgorde van urgentie
2022 2024
2030
Planning en urgentie De ontwikkeling van de nieuwe onderstations Zuidoost 1 (in Gaasperdam) en Zuidoost 2 (in bedrijvenstrook Amstel III) en de uitbreiding van het Liander-onderstation Venserweg (in gemeente Diemen) zijn zeer urgent. Het locatieonderzoek voor de onderstations Zuidoost 1 en 2 heeft dus zeer hoge prioriteit. De exacte planning en prioritering van de onderstations vraagt om een nadere uitwerking. De ontwikkeling van de nieuwe onderstations Zuidoost 3 (D-buurt, Gooiseweg) en Zuidoost 4 - zijn iets minder urgent: de ingebruikname staat in de TSA 2.0 (bij hoog-scenario) in 2030 gepland. Wel is het belangrijk dat de locaties voor deze onderstations op korte termijn worden gevonden en als reservering vastgelegd.
8
Moment waarop extra vermogen nodig is volgens TSA 2.0
Versie 1.4, februari 2022
61
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
5.3 Stadsdeel Nieuw-West Ruimtelijke context, ontwikkelingen en visie In stadsdeel Nieuw-West gaan de vergroening en verduurzaming hand in hand met de stedelijke ontwikkelingen in het centrumgebied/Osdorpplein, Sloterdijk Centrum, omgeving station Amsterdam Lelylaan en de metrostations Burgemeester Röellstraat en Johan Huizingalaan l. In het verlengde van de transformatie van het Schinkelkwartier komt ook de zone A4 – Oude Haagseweg op termijn tot ontwikkeling. Daarnaast biedt de ontwikkeling van de werkgebieden Sloterdijk II en III en het Business Park Amsterdam Osdorp ruimte voor nieuwe bedrijvigheid in het stadsdeel. De stedelijke ontwikkeling plus de energietransitie-ambities leiden tot een sterk groeiende elektriciteitsvraag in Amsterdam Nieuw West. Uitbreiding bestaande onderstations Basisweg, Slotermeer en Schipluidenlaan De opgave voor Nieuw-West betreft de uitbreiding van de drie bestaande onderstations en de aansluiting van deze Liander-onderstations op het 150kV netwerk: • • •
De uitbreiding van het Liander 60 MVA-onderstation Basisweg naar 106 MVA. De uitbreiding van het Liander 45 MVA-onderstation Slotermeer naar 106 MVA. De uitbreiding van het 60 MVA Schipluidenlaan naar 106 MVA.
Bij het Liander-onderstation Basisweg moet ook een nieuwe TenneT 150kV-onderstation worden ontwikkeld. Hiervoor wordt de locatie in de zuidelijk A5-aansluiting Luvernes onderzocht. Nieuwe onderstations Nieuwe Meer 2 en Osdorp Op twee locaties moeten nieuwe onderstations worden gerealiseerd, namelijk een TenneT 150kVonderstation en een Liander 150kV/160 MVA-onderstation Nieuwe Meer 2 aan de Anderlechtlaan/Oude Haagseweg bij het bestaande onderstation Nieuwe Meer. Later volgen de nieuwe TenneT- en Liander-onderstations Osdorp in Osdorp. Het onderstation Nieuwe Meer 2 voedt behalve stedelijk groei van een deel van Nieuw-West ook de verdere stedelijke ontwikkeling van de Zuidas. Bij de uitbreidingen van de bestaande onderstations en de realisatie van nieuwe onderstations horen tevens de realisatie van tientallen kabelverbindingen.
Versie 1.4, februari 2022
62
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Uitsnede kaart Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035: stadsdeel Nieuw West
Versie 1.4, februari 2022
63
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
Planning en urgentie Onderstation Hemweg (zie Havengebied) is een essentieel knooppunt in het netwerk. De uitbreidingen van TenneT en Liander op onderstation Hemweg zijn randvoorwaardelijk voor veel in de omgeving gelegen onderstations in het gebied Nieuw-West en het havengebied, zoals de uitbreidingen van de onderstations Basisweg, Slotermeer en Schipluidenlaan. De uitbreiding van onderstation Hemweg zelf, is op zijn beurt afhankelijk van de geplande uitbreiding van het onderstation Oostzaan, gelegen in de gemeente Oostzaan. Zeer urgent zijn: • • • •
De uitbreiding van het bestaande Liander-onderstation Basisweg. De realisatie van een nieuw TenneT-onderstation Basisweg in werkgebied Sloterdijk III. Uitbreiding van het bestaande Liander-onderstation Slotermeer met de realisatie van een nieuw TenneT-onderstation Slotermeer aan de Johan Broedeletstraat. De ontwikkeling van de nieuwe Liander- en TenneT-onderstations Nieuwe Meer 2 aan de Anderlechtlaan-Oude Haagseweg.
Minder urgent is de ontwikkeling van een nieuw Liander- en TenneT- onderstation in Osdorp (ingebruikname in 2035 volgens planning in de TSA 2.0). Hiervoor moet de komende jaren wel een locatie te worden gezocht en gereserveerd. Opgave en planning elektriciteitsvoorziening stadsdeel Nieuw West Locatie
Netbeheerder & type onderstations
Planning TSA 2.0 9
Volgorde van urgentie
Uitbreiding bestaande onderstations (OS) + kabelverbindingen Basisweg
Liander 150kV / 60 MVA OS: uitbreiden naar 106 MVA + nieuw TenneT 150kV GIS OS
2021
Liander 150kV / 45 MVA OS: uitbreiden naar 106 MVA Schipluidenlaan Liander 150kV / 60 MVA OS: uitbreiden naar 106 MVA Nieuwe onderstations (OS) + kabelverbindingen
2023
Slotermeer
9
2027
Nieuwe Meer 2
Liander 150kV / 160 MVA OS (1e fase 80 MVA) +TenneT 150kV GIS TWIN OS
2025
Osdorp
Liander 150kV / 106 MVA OS + TenneT 150kV GIS OS
2035
Moment waarop extra vermogen nodig is volgens TSA 2.0
Versie 1.4, februari 2022
64
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
5.4 Havengebied Ruimtelijke context, ontwikkelingen en visie De Amsterdamse haven is een bulkhaven die deel uitmaakt van het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Qua overslagvolume aan zeelading is het de vierde haven in Noordwest-Europa en de tweede in Nederland. In de Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 (vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam in december 2020) is de gemeentelijke visie op de ontwikkeling van de haven van Amsterdam vastgelegd. De rode draad in deze visie is de schaarse ruimte. Om recht te doen aan de publieke belangen sturen stad en haven op compact en efficiënt gebruik van de ruimte en verduurzaming van de haven. Er zal zoveel mogelijk moeten worden verdicht en geïntensiveerd. Samenvattend worden in deze Gemeentelijke Visie Haven (GVH) vijf publieke belangen onderkend: • Duurzaamheid: klimaatneutraal en circulair. • De haven als nautisch logistiek knooppunt. • De haven als industrieterrein. • Verstedelijking: hoogstedelijke woonwerkmilieus. • Veilig gebruik van de nautische ruimte. . Haven-Stad Gemeente en het Havenbedrijf hebben beide de opgave om, samen met de bedrijven in de haven, de transformatie van Haven-Stad mogelijk te maken.
In Haven-Stad (grofweg het havengebied binnen de Ring A10) ontstaat de komende decennia een gemengd hoogstedelijk gebied met woningen voor ongeveer 100.000 inwoners en werklocaties voor bedrijven én kantoren met plek voor circa 45.000 arbeidsplaatsen. Daarmee is Haven-Stad momenteel de grootste binnenstedelijke herontwikkelingslocatie van Nederland. De Gemeentelijke Visie Haven benadrukt dat de haven ook een belangrijke rol vervult als vestigingslocatie voor nutsbedrijven. De sterke groei van de elektriciteitsvraag in het havengebied wordt veroorzaakt door stedelijke verdichting en energietransitie van de bedrijvigheid, industrie in het Amsterdamse westelijk havengebied, de ontwikkeling van de gemengde stadswijk Havenstad ten oosten van de Ring A10, en de ontwikkeling van nog enkele datacenters in het havengebied. In de haven (inclusief HavenStad) moet ruimte gereserveerd worden voor de noodzakelijke forse uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur. Het grondverwervingsproces en proactief rekening houden met netuitbreiding, verloopt goed in dit gebied.
Ontwikkelingskader elektriciteitsvoorziening De opgave in het havengebied betreft de vernieuwing en uitbreiding van de bestaande onderstations Hemweg en IJpolder en de realisatie van de volgende nieuwe onderstations: Havenstad Zuid, Sextantweg, Petroleumhaven en Havengebied (bij Afrikahaven), met de tientallen bijbehorende kabelverbindingen. Voor het onderstation Hemweg wordt het ontwerp uitgewerkt van een nieuw uitgebreid GISonderstation van TenneT in het terrein van de westelijke A10-aansluiting S101. Dit ter vervanging van het bestaande 150kV-AIS-station. De bouw van het nieuwe TenneT-GIS-onderstation Hemweg vindt plaats in het terrein midden in de nieuwe A10-aansluiting S101.Deze vernieuwing en
Versie 1.4, februari 2022
65
Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035
uitbreiding is een randvoorwaarde voor de uitbreidingen van diverse andere onderstations in de omgeving. Voor de realisatie van de nieuwe onderstations Sextantweg, Petroleumhaven en Havengebied (in Atlascomplex bij Afrikahaven) zijn al terreinen in het havengebied gereserveerd. In het havengebied bij het Atlascomplex nabij de Afrikahaven is een terrein van ruim 3 hectare gereserveerd. Vooralsnog is dat de enige locatie et voldoende ruimte voor een nieuw AIS TenneTonderstation. Voor de nieuwe onderstations in het Haven-Stad Zuid-gebied zijn voorkeurslocaties in beeld aan de Contactweg (Liander) en de Nieuwe Hemweg in de oostelijke nieuwe A10-aansluiting S101 (TenneT). Op de lange termijn (2050) kunnen - bij een sterk groeiende vermogensvraag - extra onderstations nodig zijn in met name het westelijk deel van het havengebied/Sloterdijk III-West en het noordelijk deel van Haven-Stad Zuid (het Coenhavengebied). Deze langetermijnopgave valt buiten de scope van dit Ontwikkelingskader. 380/150kV TenneT-station lijn Beverwijk - Vijfhuizen TenneT geeft aan dat er in het zoekgebied ten zuiden van het Noordzeekanaal en tussen het bestaande 380/150kV-station Vijfhuizen ook een nieuw 380/150kv-station (ruimteclaim 8 hectare) nodig is om de toenemende vraag naar elektriciteit in het (westelijk) havengebied te kunnen faciliteren.