Bijlage 1. Ontwerp wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling CNB NZK.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 1: Ontwerp wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied
Besluit van de raad van de gemeente tot aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd;
Gelet op Hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; de toestemming van de gemeenteraden van Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad, op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Overwegende dat: de afspraken die de Minister van Verkeer en Waterstaat en het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied zijn overeengekomen op 1 april 1994, liggen vast in de overeenkomst inhoudende de regeling van het nautische beheer in het Noordzeekanaal gebied; de afspraken in het convenant betreffende de publieke taken van Havenbedrijf Amsterdam N.V. op het gebied van nautisch beheer (Havenmeester-convenant Amsterdam) zijn gesloten op 21 maart 2013 en 2 april 2013 en gepubliceerd op 11 april 2013 in de Staatscourant; op 1 juli 2022 een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking is getreden, als gevolg waarvan de gemeenschappelijke regeling Centraal nautisch Beheer aanpassing behoeft; onderhavige tekst de voorheen geldende tekst van de Gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied van 26 september 2017 vervangt;
Besluit De geldende gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer in te trekken en als volgt opnieuw vast te stellen
Gemeenschappelijke regeling CNB
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 1 van 11
©
Hoofdstuk 1: algemene bepalingen Artikel 1:
definities
1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: het bestuur van het CNB; b.
burgemeesters:
de burgemeesters van de gemeenten;
c.
CNB:
de bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
d.
colleges:
de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
e.
directeur:
de directeur van het CNB, bedoeld in artikel 11, eerste lid van deze regeling;
f.
divisie havenmeester:
organisatieonderdeel van het havenbedrijf dat onder leiding staat van de havenmeester;
g.
gemeenten:
de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad;
h.
havenbedrijf:
Havenbedrijf Amsterdam N.V.;
i.
havenmeester:
de Havenmeester van Amsterdam bedoeld in artikel 3, eerste lid onder c van het Aanwijzingsbesluit noodwetgeving infrastructuur en milieu, die de leidinggevende is van de divisie havenmeester;
j.
minister:
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat ;
k.
nautisch beheer:
het coördineren, optimaliseren, begeleiden en handhaven van het scheepvaartverkeer en het scheppen van voorwaarden hierover in het Noordzeekanaalgebied;
l.
Noordzeekanaalgebied:
het gebied als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;
m.
raden:
de gemeenteraden van de gemeenten;
n.
regeling:
deze gemeenschappelijke regeling;
o.
rijkstaken:
p.
scheepvaartverkeer:
i.
de nautische taken van het rijk met betrekking tot het bevorderen van een veilige, vlotte en milieuverantwoorde afwikkeling van het scheepvaartverkeer in het Noordzeekanaalgebied;
ii.
de overige taken van het rijk met betrekking tot het waterhuishoudkundige beheer, het waterkeringbeheer en het wegbeheer op de Noordzeesluizen te IJmuiden;
de zee-, binnen-, plezier- en passagiersvaart;
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 2 van 11
©
2.
q.
voorzitter:
de voorzitter van het bestuur, bedoeld in artikel 9 eerste lid van deze regeling, en
r.
wet:
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, gelezen het CNB, het bestuur en de directeur.
Artikel 2:
bedrijfsvoeringsorganisatie
1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, af te korten als het CNB. 2. het CNB is gevestigd te Amsterdam.
Hoofdstuk 2
belang, taken en bevoegdheden
Artikel 3:
belang
Artikel 4:
bevoegdheden
1. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen in het belang van een vlotte, veilige en duurzame afwikkeling van het nautisch beheer in het Noordzeekanaalgebied. 2. Het Noordzeekanaalgebied genoemd in het eerste lid, omvat: a. Het zeegebied, voor zover liggend binnen de gemeentegrenzen van Velsen; b. De buitenhaven van IJmuiden; c. Het noorder- en zuiderbuitenkanaal, het verbindingskanaal daartussen en de buitentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede het buitenspuikanaal; d. De Noordzeesluizen te IJmuiden; e. De binnentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden; f. De eerste, tweede en derde rijksbinnenhaven, het binnenkanaal en de staalhaven, alsmede het binnenspuikanaal te IJmuiden; g. Zijkanaal A naar Beverwijk en Zijkanaal G naar Zaandam tot aan de dr. J.M. den Uylbrug; h. Het Noordzeekanaal en het IJ; i. De havenbekkens, gelegen aan de onder a tot en met h genoemde wateren. 3. Het Noordzeekanaalgebied is nader aangeduid in de kaart opgenomen in Bijlage 1.
1. De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur. 2. Alle bevoegdheden die bij of krachtens enige wet toekomen aan bestuursorganen van het CNB komen toe aan het bestuur, voor zover de aard van deze bevoegdheden zich daartegen niet verzet. 3. De colleges onderscheidenlijk de burgemeesters van de gemeenten kunnen voor uitoefening van de taken genoemd in artikel 5, eerste en tweede lid, mandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de directeur van het CNB. De mandaten, volmachten en machtigingen worden verleend in mandaatbesluiten, op basis van een modelbesluit. 4. Bevoegdheden gerelateerd aan nautisch beheer kunnen buiten deze regeling om worden gemandateerd, voor zover de aard van deze bevoegdheden zich daartegen niet verzet. 5. Het bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 3 van 11
©
het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur te brengen.
Artikel 5:
taken
1. Ter behartiging van het belang waarvoor deze gemeenschappelijke regeling wordt getroffen kan het CNB namens de colleges van de gemeenten de volgende taken uitvoeren, of doen uitvoeren, die betrekking hebben op de uitvoering van nautisch beheer, in ieder geval bestaande uit het Verkeersmanagement (VM) op basis van de Scheepsvaartverkeerwet en aanpalende wet- en regelgeving. 2. Daarnaast kunnen de gemeenten, zowel gezamenlijk als ieder voor zich, additionele taken beleggen bij het CNB indien deze liggen in het verlengde van de in het eerste lid van dit artikel genoemde taken, waaronder: a) Internationale Code voor de Beveiliging van Schepen en Havenfaciliteiten (International Ship and Port facility Security Code (ISPS); b) Regionale Havenverordening (RHV); c) Havenafvalplan (HAP). 3. Het CNB sluit met elke gemeente een dienstverleningsovereenkomst waarin nadere afspraken over de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken zijn opgenomen en waarin wordt gespecificeerd welke additionele taken het CNB voor die gemeente kan uitvoeren of kan doen uitvoeren en onder welke inhoudelijke en financiële voorwaarden dit plaatsvindt. 4. Het CNB kan opdrachten voor taakuitvoering aanvaarden van Rijkswaterstaat voor rijkstaken. 5.
Het CNB sluit met het Havenbedrijf een dienstverleningsovereenkomst teneinde in opdracht van het CNB zorg te dragen voor de uitvoering van de taken genoemd in het eerste, tweede en vierde lid. 6. De in het eerste en tweede lid bedoelde taken worden uitgeoefend in samenhang met de bevoegdheden en taken van de gemeente op het gebied van het havenbeheer, de zorg voor veiligheid en milieu, de openbare orde en veiligheid, ruimtelijke ordening, en de economische ontwikkeling.
Hoofdstuk 3: Artikel 6:
organisatie samenstelling van het bestuur
1. Het CNB heeft een bestuur. Het bestuur bestaat uit vier leden. De colleges van de gemeenten wijzen elk uit hun midden een lid aan. Het bestuur is belast met de taken en de daaraan verbonden bevoegdheden als bedoeld in artikel 5. 2. De leden van het bestuur stemmen met inachtneming van de volgende stemverhouding: a. De gemeente Amsterdam: zes stemmen; b. De gemeente Velsen: drie stemmen; c. De gemeente Beverwijk: twee stemmen; d. De gemeente Zaanstad: twee stemmen. 3. Het bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. 4. Het bestuur besluit met ten minste tien van de stemmen in het geval van: a. vaststelling van de begroting;
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 4 van 11
©
b. vaststelling van het bijdragebesluit; c. oprichting van en deelname in een privaatrechtelijke rechtspersoon. 5. De colleges wijzen voor ieder door hen aangewezen lid tevens een plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij afwezigheid in het bestuur kan vervangen. 6. De leden van de CNB Raad, bedoeld in artikel 19 zijnde de vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en de vertegenwoordiger(s) van Tata Steel en Zeehaven IJmuiden, worden uitgenodigd voor de vergaderingen van het bestuur, tenzij het bestuur uitdrukkelijk voor een concreet geval heeft besloten om in beslotenheid te vergaderen. 7. Het bestuur stelt een modeltekst vast voor: a. de RHV, als bedoeld in artikel 5, tweede lid onder b, b. het HAP, als bedoeld in artikel 5, tweede lid onder c, c. model-mandaatbesluiten voor de mandatering bedoeld in artikel 4, derde lid, voor zover het betreft taken als genoemd in artikel 5, eerste lid en collectieve additionele taken bedoeld in artikel 5, tweede lid; en voor zover van toepassing model-delegatiebesluiten voor delegatie bedoeld in artikel 4, vierde lid. 8. De agenda en de besluiten van het bestuur zijn openbaar.
Artikel 7:
verantwoording
1. Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen. 2. Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat collegegevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt op het tijdstip dat het college daarom verzoekt. Ook zonder dat het college daarom verzoekt, verschaft het bestuur het college alle inlichtingen die deze nodig heeft voor de uitoefening van hun taken. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verantwoording en inlichtingen aan de raden. In het kader van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 2 stuurt het bestuur voorafgaand aan zijn vergadering de agendapunten van de bestuursvergadering aan de raad van de gemeenten. Het bestuur stuurt binnen een maand na zijn vergadering de conceptbesluiten aan de raad van de gemeenten. 4. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen indien dit lid niet langer het vertrouwen van dat college bezit. 5. Op voorstel van de raden van de gemeenten stelt het bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die bestaat uit leden die de raden uit hun midden aanwijzen.
Het bestuur stelt de bevoegdheden, taken en werkwijzen van de commissie vast, nadat de raden hun wensen en bedenkingen daaromtrent kenbaar hebben kunnen maken.
Artikel 8:
reglement van orde
Artikel 9:
voorzitter
1. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden vast. 2. Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee maal.
1. Het bestuur wijst uit zijn midden het lid van de gemeente Amsterdam als voorzitter aan.
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 5 van 11
©
2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8. 4. Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen.
Artikel 10:
secretaris
Artikel 11:
directeur en organisatie
1. Het bestuur heeft een secretaris. Als secretaris wordt aangewezen de havenmeester, zoals opgenomen in het convenant betreffende de publieke taken Havenbedrijf Amsterdam N.V. op het gebied van nautisch beheer (Havenmeester-convenant Amsterdam), gesloten op 21 maart 2013/2 april 2013 en gepubliceerd op 11 april 2013 in de Staatscourant. 2. De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 3. De secretaris medeondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.
1. De secretaris, bedoeld in artikel 10, eerste lid, is als directeur onder verantwoordelijkheid van het bestuur belast met de leiding van het CNB en met de zorg voor een juiste taakvervulling door het CNB. 2. Overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, is de divisie havenmeester belast met de uitvoering van de taken van het CNB overeenkomstig artikel 5, eerste tweede en vierde lid . De directeur draagt voor zover van toepassing zorg voor verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van de divisie havenmeester om bevoegde uitoefening van de taken te garanderen. 3. Het bestuur kan instructies voor de directeur vaststellen. De directeur legt aan het bestuur verantwoording af over uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, eerste, tweede en vierde lid. 4. Onder de uitvoering van taken als bedoeld in het derde lid, wordt mede begrepen uitvoering van staftaken op onder meer op financieel-, personeel-, juridisch-, en organisatorisch gebied. 5. De dienstverleningsovereenkomst bedoeld in artikel 5, vijfde lid specificeert activiteiten die door de divisie havenmeester worden uitgevoerd en onder welke inhoudelijke en financiële voorwaarden dit plaatsvindt.
Hoofdstuk 4:
financiële bepalingen
Artikel 12:
gemeentewet
Artikel 13:
financiële verantwoordelijkheid
De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet niet is afgeweken.
1. De gemeenten dragen er zorg voor dat het CNB te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, dan doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 3. Het bestuur kan een bijdragebesluitvaststellen, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor instandhouding van het CNB, en op welke wijze de gemeenten ervoor garant staan dat het CNB per taak over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 6 van 11
©
4. Elke gemeente draagt de integrale kosten voor de taken die hij op basis van artikel 5 van deze regeling afneemt van het CNB. De nadere financieringsafspraken worden opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 5, derde lid. 5. In afwijking van het derde lid kan het bestuur bij vaststelling van de begroting, overeenkomstig artikel 6, vierde lid, besluiten dat een van de gemeenten een groter of kleiner gedeelte van de begroting voor zijn rekening neemt dan op basis van de kostprijstoerekening voor de taakuitvoering. Bij het voorgaande kan in overweging genomen worden dat een deelnemende gemeente via haar uitkering uit het gemeentefonds gelden ontvangt voor de uitvoering van taken van artikel 5, eerste lid.
Artikel 14:
kadernota
Artikel 15:
zienswijzeprocedure en vaststelling begroting/jaarrekening
Artikel 16:
Jaarrekening
1. Het bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. 2. Het bestuur laat de raden schriftelijk en gemotiveerd weten wat zijn oordeel is over de zienswijze(n), voordat het een besluit neemt.
1. Het bestuur zendt uiterlijk op 30 april de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. 2. De ontwerp-begroting wordt ten minste twaalf weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld aan de raden toegestuurd. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges overeenkomstig artikelen 34 en 35 van de wet voor een ieder ter inzage gelegd en, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het bestuur stelt, voordat het de begroting vaststelt, de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen 6. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten van Noord-Holland hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van Noord-Holland. 8.
Het tweede, vierde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten. Het bepaalde in het vijfde en zevende lid is van toepassing, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval inzending aan gedeputeerde staten binnen vier weken na vaststelling plaatsvindt. 9. De begroting van het CNB wordt opgesteld op basis van een voorstel door het havenbedrijf, op basis van de dienstverleningsovereenkomst bedoeld in artikel 5, vijfde lid.
1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. 3. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Holland.
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 7 van 11
©
Artikel 17:
Besluiten na zienswijzen
1. De volgende besluiten van het bestuur dienen, voordat ze worden vastgesteld, voorgelegd te worden aan de raden voor het indienen van een zienswijze: a. besluiten als bedoeld in artikel 6, vierde lid; b. besluiten waarvan de leden van het bestuur unaniem van oordeel zijn dat het om een politiek gevoelige kwestie gaat die het gehele gebied van de regeling betreft dan wel belangrijke impact heeft op het grondgebied van alle aangesloten gemeenten. 2. Voordat het bestuur een besluit neemt over een van de onderwerpen als bedoeld in het eerste lid, biedt het de raden van de deelnemende gemeenten de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen. 3. Het bestuur laat de raden schriftelijk en gemotiveerd weten wat zijn oordeel is over de zienswijze(n), voordat het een besluit neemt. 4. Belanghebbenden (ingezetenen en bedrijven) worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten als bedoeld in het eerste lid onder c. Zodra het bestuur het concept-beleid heeft vastgesteld, gaat de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van start. Wanneer inzake de voorbereiding van besluiten geen relevante zienswijzen voor het beleid worden ingediend, wordt er geen participatie georganiseerd op de uitvoering en evaluatie.
Hoofdstuk 5:
geformaliseerd overleg
Artikel 18:
beleidsoverleg
Artikel 19:
CNB Raad
1. Er is een beleidsoverleg bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenten en het CNB. 2. Het beleidsoverleg heeft tot taak om de directeur en het bestuur te adviseren over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 5, eerste, tweede en vierde lid.
2. Het bestuur draagt zorg voor de inrichting, ondersteuning en instandhouding van een CNB Raad bestaande uit een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat en een vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van Tata Steel en Zeehaven IJmuiden. 3. Het bestuur kan andere organisaties aanwijzen die zitting hebben in de CNB Raad. 4. De CNB Raad beraadslaagt over bestaand en toekomstig uitvoeringsbeleid van het CNB en deelt zijn bevindingen met het bestuur. 5. Beraadslaging van de leden van het CNB Raad met het bestuur vindt overeenkomstig artikel 6, zesde lid plaats tijdens vergaderingen van het bestuur. Daarnaast kunnen de leden van de CNB raad ook besluiten buiten de vergaderingen van het bestuur met elkaar te beraadslagen.
Hoofdstuk 6:
bepalingen over de regeling
Artikel 20:
duur
Artikel 21:
toetreding
De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
1. Dagelijkse besturen van andere gemeenten of andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet toetreden tot de regeling. 2. De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogd toetreder en de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet, unaniem daartoe besluiten.
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 8 van 11
©
3. Het bestuur regelt de financiële en de overige gevolgen van de toetreding. Het bestuur kan voorwaarden aan de toetreding stellen.
Artikel 22:
uittreding
1. Een college, kan uittreden uit de regeling. 2. Het bestuur regelt de financiële en de overige gevolgen van de uittreding. Deze zijn bindend voor het uittredende college. Uitgangspunt is dat het voortbestaan van de regeling niet in gevaar mag komen, dat er geen bedragen aan het uittredende college worden betaald en dat het uittredende college het CNB betaalt voor de verleende diensten en de kosten van de uittreding. Contracten met de uittredende gemeente worden ontbonden met inachtneming van het in dit lid bepaalde. De uittreding gaat niet ten koste van het vermogen van het CNB.
3. Voor de uittreding maken de deelnemende gemeenten in elk geval afspraken over de volgende
onderwerpen: Hoe wordt uittreding kenbaar gemaakt; wat is het aanvangsmoment van de procedure; welke partij stelt een uittredingsplan op en berekent de uittreedsom; wat is het moment van feitelijke uittreding; wat zijn de kaders van het uittredingsplan en voor de berekening van de uittreedsom; wanneer wordt de GR aangepast en hoe is de besluitvorming.De uittreding kan, behoudens door het bestuur toe te stane afwijking, slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het eerstvolgende jaar, volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
Artikel 23:
wijziging
Artikel 24:
opheffing
1. Het bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de colleges zenden. 2. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer de colleges van de gemeenten daartoe unaniem hebben besloten 3. Binnen 8 weken nadat het college de concept-wijziging aan de raden heeft gestuurd, kunnen de raden hun zienswijze indienen, dan wel laten weten dat ze ervan afzien. Het college stelt, als het een wijziging aan de raad voor zienswijzen heeft ingediend, de wijziging vast en stelt raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen en de wijziging. 4. De raden van de gemeenten beslissen binnen 13 weken na toezending van de wijziging van de regeling over de toestemming tot wijziging. De termijn van 13 weken start op het moment dat de deelnemende colleges de raden verzoeken om toestemming te verlenen voor het wijzigen van de regeling.. De raden van de gemeenten kunnen hun toestemming onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang 5. Het bestuur regelt de eventuele gevolgen van de wijziging.
1. De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de wet, daartoe besluiten. Het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing bij de opheffing van de regeling. 2. In geval van opheffing van de regeling regelt het bestuur de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld dan nadat de raden van de gemeenten en de minister in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 9 van 11
©
Hoofdstuk 7:
slotbepalingen
Artikel 25:
bekendmaking en intrekking
Artikel 26:
geschillencommissie
Artikel 27:
archief
Artikel 28:
evaluatie
1. Het college van Amsterdam draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet. 2. De regeling d.d. wordt ingetrokken.
1. Voordat over een geschil als bedoeld in art. 28 van de wet, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, leggen partijen het geschil voor aan een geschillencommissie die door het bestuur wordt ingesteld. 2. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganenen brengt advies uit over de mogelijkheid partijen tot overeenstemming te brengen.
7. Het bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 8. Overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen regeling, draagt het bestuur zorg voor de archiefbescheiden. Het bestuur deelt voornoemde regeling mee aan de colleges. 9. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van het CNB. 10. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats van een van de gemeenten aan. 11. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het bestuur een regeling vast. Het bestuur deelt voornoemde regeling mee aan de colleges. 12. De archivaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. 13.
In afwijking van het vorige lid kan het bestuur ook de archivaris van de gemeente, bedoeld in het vierde lid, aanwijzen als archivaris van het CNB.
Ten aanzien van de evaluatie van de regeling en de uitvoering ervan geldt dat geen vaststaande frequentie is vastgelegd. Het bestuur bepaalt – bij meerderheid van stemmen – of, wanneer en eventueel voor welke nader te bepalen onderdelen van de GR een evaluatie van meerwaarde is. De aansluitende uitvoering van de evaluatie wordt verzorgd door het bestuur en wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Afwijking van de regeling omtrent evaluatie is mogelijk als de deelnemende raden daarom verzoeken.
Artikel 29:
inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking, van de voorliggende wijziging
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 10 van 11
©
Artikel 30:
citeerwijze
De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied.
Bijlage 1: CNB Mandaatgebied gemeenten
Gemeenschappelijke Regeling CNB_definitief concept met wijzigingen bijhouden.docx definitief Pagina 11 van 11
©