Bijlage 1. Omgevingsprogramma Riolering 2022 - 2027 - vastgesteld onder voorbehoud
Tekst van het document
Deze programmaperiode is de bedoeling nog actiever bij ontwikkelingen en betrokken instanties te communiceren over grondwater, zodat ruimtelijke ontwikkelingen grondwaterneutraal en met een
47
robuust maaiveldniveau worden ontworpen en de samenhang tussen grondwater (ondergrond) en de normen voor Rainproof (bovengrond) (h)erkend wordt. Ook de inwoners en bedrijven in Amsterdam moeten op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden en mogelijkheden. Daarvoor sluiten we aan bij de communicatiekanalen van Amsterdam Rainproof en van het Programma Klimaatadaptatie om de rol van grond water bij uitdagingen en oplossingen te benadrukken.
Indicator Rainproof Aantal Rainproof knelpunten [aantal urgent, aantal zeer urgent, aantal extreem urgent]. Met: n Urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 15 jaar; n Zeer urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 10 jaar; n Extreem urgent Rainproof knelpunt: op te lossen binnen 5 jaar.
Meldingen Bij meldingen van particulieren en bedrijven over grondwateroverlast of –onderlast wordt contact opgenomen met de melder. Eventueel vindt een locatiebezoek plaats om de situatie te beoordelen. Zo kan worden vastgesteld of er een grondwaterprobleem is en waar de oorzaak ligt . Ook wordt advies gegeven hoe hier mee om te gaan.
Indicator grondwater Aantal buurten met hoog risico op grondwateronderlast/-overlast. Met: n Voor nadere invulling is het nog nodig een methodiek om het risicoprofiel van een buurt te bepalen, bijv. op basis GHG t.o.v. maaiveld, GLG t.o.v. maaiveld, aanwezige ontwateringsmiddelen/ drainage
5.6 Indicatoren
5.7 Risico’s
Voor de programma’s zijn drie indicatoren ontwikkeld om de voortgang op het gewenste resultaat te kunnen monitoren. De indicatoren zijn een afspiegeling van wat momenteel wordt gezien als de meest cruciale factor om op te kunnen sturen. De indicatoren worden toegepast en gemonitord via de jaarlijkse cyclus van begrotingen en resultaten.
In deze paragraaf zijn de risico’s benoemd die spelen rondom de ambities beschreven in voorliggend Omgevingsprogramma Riolering. Deze risico’s komen naar voren bij een generieke risico inventarisatie. 5.7.1 Consistentierisico’s Het beschreven beleid in hoofdstuk 4 heeft oorsprong in het voorgaande hoofdstuk en daarmee een basis in de Omgevingsvisie. Het programma in hoofdstuk 5 is een uitwerking van dit beleid. Op deze manier hebben beleid en programma’s een solide en verwijsbare basis en is het consistentierisico gemitigeerd.
Voor zowel riolering, Rainproof en grondwater wordt nu één resultaat-indicator voorgesteld: Indicator riolering Restlevensduur riolering = Gemiddelde restlevensduur van alle leidingen [jaren]. Met: n Restlevensduur = Verwachtte aantal jaar dat de leiding bij regulier onderhoud nog functioneert. – Wordt per gebied beïnvloed door gebieds beoordeling (huidige leeftijd, technische levensduur, zetting, vultijd, technische staat o.b.v. inspecties); – Wordt per leiding beïnvloed door object beoordelingen. n Een hogere restlevensduur duidt op een toekomstbestendiger stelsel; n Een dalende trend van de restlevensduur duidt op een gemiddelde verslechtering van het stelsel. n Met de restlevensduur kan ook een inschatting worden gemaakt van de onderhoudsstatus ‘top/verzorgd/sober’. Invulling hiervan volgt gedurende de programmaperiode.
5.7.2 Haalbaarheidsrisico’s Een tweede categorie risico’s zijn haalbaarheidsrisico’s. Dit zijn de risico’s ten gevolge van de beschikbaarheid van middelen om de beschreven ambities te behalen. Voorbeelden zijn een tekort aan budget, onvoldoende beschikbaarheid van expertise of onvoldoende betrouwbaarheid van assets, systemen of informatie. Tekort aan budget De kosten voor activiteiten in het Omgevingsprogramma Riolering worden gedekt door de inkomsten uit de rioolheffing. Dit budget is specifiek gealloceerd en kan niet voor andere ambities worden ingezet. Wel bestaat het risico dat de opbrengsten van de rioolheffing onvoldoende zijn om alle activiteiten volledig uit te kunnen voeren. Dit is het geval wanneer de werkelijke kosten hoger liggen dan de hier ingeschatte kosten, wanneer de tarieven lager worden vastgesteld dan voorgesteld in dit Omgevingsprogramma en wanneer de groei van het aantal aansluitingen lager uitvalt
48
dan geprognosticeerd. Daarnaast bestaat mogelijk een knelpunt wat betreft investeringen. Deze moeten haalbaar zijn en in verhouding met andere stedelijke opgaven. Een eventuele herprioritering van de investeringen kan gevolgen hebben voor de haalbaarheid van de uitvoering van de ambities.
worden opgebouwd. Monitoring en flexibiliteit in op- en afschalen zijn hier belangrijk om het risico te beheersen. 5.7.3 Generieke en inherente risico’s Generieke risico’s en inherente risico’s voor de gemeente Amsterdam en Waternet als uitvoerende partij zijn geanalyseerd aan de hand van een risicolijst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Met name de digitale veiligheid valt hierin op, omdat Waternet in het recente verleden rondom dit thema onder de aandacht is geweest. Waternet heeft maatregelen getroffen, waaronder het aanstellen van een Chief Security Officer in de directie, die de opdracht heeft het risico in digitale veiligheid te verkleinen. Ook extreme weersomstandigheden verdienen aandacht, omdat de middelen om de watertaken uit te voeren gedeeltelijk weersafhankelijk zijn terwijl de kans op extreme weersomstandigheden vergroot. Hiervoor lopen trajecten om de middelen klimaatbestendig te maken, met name rondom overstroming, droogte, extreme regenval en hitte.
Onvoldoende beschikbaarheid van expertise Waternet heeft voldoende expertise door de jarenlange ervaring in de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Toekomstige veranderingen kunnen nieuwe expertise vereisen, zoals mogelijk het meer omgevingsgericht benaderen van projecten en de implementatie van meer bovengrondse maatregelen ten behoeve van het programma Rainproof. In dergelijke gevallen kan Waternet een beroep doen op de aanwezige expertise bij de andere afdelingen van gemeente Amsterdam. Een gebrek aan voldoende personeel lijkt een groter risico. Met name de benodigde vervanging van riolering in de komende periode vereist veel uitvoerend werk. Beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel is een risico dat met inhuur of uitbesteding niet vanzelfsprekend kan worden weggenomen, gezien de huidige krappe arbeidsmarkt.
5.7.4 Specifieke risico’s De risico’s specifiek voor de gemeente Amsterdam en Waternet als uitvoerende partij liggen met name in de governance structuur. Waternet is als Stichting werkzaam voor zowel de gemeente Amsterdam als voor waterschap AGV. Deze constructie is onder de aandacht vanwege het onderzoek van de Rekenkamer Metropool Amsterdam over de gemeentelijke rioolwatertaken (26 mei 2021) en de gezamenlijke bestuursopdracht van Amsterdam en AGV ‘Herijking Governance Watertaken (lopende eind 2021). Een eventuele verandering van de opdrachtgeverstructuur voor Waternet kan betekenen dat het mandaat van de gemeentelijke watertaken naar Waternet wijzigt. Daarbij zullen de uitvoerende taken en het in dit Omgevingsprogramma Riolering beschreven beleid gecontinueerd moeten worden. Aandachtspunt is dat deze continuering dan voorspoedig verloopt.
Onvoldoende betrouwbaarheid van assets Een verminderde betrouwbaarheid van het functioneren van de is een wezenlijk risico voor de gezondheid. De krapte in de ondergrond, hogere gebruiksintensiteit en blootstelling aan extremere weersomstandigheden kunnen leiden tot een verminderde betrouwbaarheid en vormen zodanig een risico. De hiervoor benodigde (innovatieve) oplossingen kunnen tot hogere kosten leiden. Ook de vervangingsopgave vormt een risico. De vervanging van de riolering wordt veelal gecombineerd met andere werkzaamheden waar de vervanging van het wegdek nodig is. Riolering ligt immers bijna altijd onder het wegdek. Dat maakt dat de betrouwbaarheid van het functioneren van de riolering afhankelijk is van de vervangingsprogramma’s van wegen. Daarom worden de vervangingsprogramma’s van riolering en wegen in het vervolg integraal met elkaar ontwikkeld. Paragraaf 5.3.1 geeft een nadere toelichting op deze integratie. Onvoldoende beschikbaarheid systemen & informatie Voor de riolering is eerder al ingezet om assetmanagement toe te passen, waardoor systemen en informatie voldoende op orde zijn om het beheer effectief en efficiënt uit te voeren. Voor het grondwaterbeheer en het Rainproof maken van de stad moet assetmanagement nog worden vormgegeven. Daarom krijgen deze onderwerpen aandacht in onder andere secties 5.4 en 5.5.
Ook het pilotproject Strandeiland, waarbij een nieuwe vorm van sanitatie wordt toegepast, behelst een risico omdat kennis en ervaring in praktijk
49
50
6 Financiën In voorgaande hoofdstukken zijn de ambities van dit Omgevingsprogramma verwoord en zijn de daarbij uit te voeren activiteiten beschreven. De kosten van deze activiteiten zijn in dit hoofdstuk in beeld gebracht voor de programmaperiode. Daarnaast is in beeld gebracht hoe de rioolheffing zich op lange termijn ontwikkelt aan de hand van een kostendoorkijk voor na het jaar 2027 en een kostendekkingsberekening. De hier geschetste middelen en ontwikkeling van de rioolheffing zijn slechts indicatief, omdat daadwerkelijke vaststelling van budgetten en de rioolheffing jaarlijks plaatsvindt bij de begroting.
6.1 Kosten en investeringen periode 2022 – 2027
van de prognose uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 – 2021 zijn de kapitaallasten slechts beperkt gestegen. Dit is te verklaren door de huidige lage rentestand.
Kosten gemeentelijke watertaken 2022 – 2027 De kosten voor de programmaperiode zijn opgebouwd uit beheerkosten voor afvalwater en hemelwater (inclusief het programma Rainproof), de kosten voor grondwaterzorg en de kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen. Ook zijn de perceptiekosten van de afdeling Belastingen en de kosten voor baggerwerkzaamheden opgenomen. Deze exploitatiekosten zijn in Tabel 3 inclusief BTW opgenomen omdat de BTW wordt meegenomen in de rioolheffing. In deze tabel is een jaarlijkse gemiddelde stijging van 3,2% van de exploitatiekosten te zien over de programmaperiode. Hierbij wordt uitgegaan van prijspeil 2021 en is nog geen inflatiecorrectie toegepast.
Inzet budget voor toekomstbestendigheid De gemeente Amsterdam heeft begin 2021 besloten om 10% van het budget stedelijk beheer te reserveren voor het toekomstbestendig maken van de assets van de gemeente. De achterliggende gedachte van dit besluit is dat dit structureel onderdeel is van het werk, ook al zijn er nog onzekerheden. Dit budget wordt onder andere ingezet voor innovaties, Living Labs en andere mogelijkheden om oplossingen in de praktijk te testen en de uitvoering op te schalen. In lijn met dit besluit wordt ook in beheer van de taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater structureel budget ingezet voor het klimaatbestendig maken van de assets. Dit maakt het mogelijk om relevante positieve onderzoeksresultaten zo snel mogelijk structureel mee te nemen in uitvoeringsprojecten of, waar relevant, actief deel te nemen in door andere assetmanagers van de gemeente geïnitieerde Living Labs om deze te testen in de Amsterdamse praktijk.
De post 'Beheer’ laat een stijgende trend zien. Deze toename van beheerkosten is een gevolg van een jaarlijkse geprognosticeerde areaaluitbreiding. In deze post zijn vanaf 2023 ook de te verwachten kosten voor het in beheer nemen van Rainproof voorzieningen meegenomen en de kosten voor onderzoek naar het functioneren van hemelwaterverwerkende voorzieningen. Binnen de post grondwaterzorg zijn de niet structurele kosten voor het opzetten van asset management voor ontwateringsmiddelen opgenomen. De stijging in kapitaallasten wordt voor een groot deel verklaard door de toegenomen investeringen voor vervanging van de riolering (zie Tabel 4). Ten opzichte
Risicobeheersing Uit de risicoanalyse van sectie 5.7 blijkt dat de kosten mogelijk hoger uitvallen dan nu berekend, als gevolg van de haalbaarheidsrisico’s. Om rekening te houden met dit risico, zijn de uitvoeringskosten met 1,5% verhoogd, gebaseerd op de lijn van eerder aangevraagde onvoorziene verhogingen.
51
Tabel 3. Exploitatiekosten Gemeentelijke Watertaken (2022 - 2027), inclusief BTW (bedragen x € 1 mln., prijspeil 1 januari 2021)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Beheer
55,5
58,3
58,8
59,3
59,8
60,3
Baggeren t.b.v. riolering
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Grondwaterzorg
2,8
3,1
2,7
2,6
2,6
2,6
Kapitaallasten
23,4
25,2
27,1
29,9
30,6
33,4
Kosten afdeling Belastingen
2,4
2,5
2,5
2,5
2,5
2,5
Totaal jaarlijkse uitgaven
84,7
89,6
91,6
94,7
96,0
99,3
De exploitatiekosten opgenomen in het OPR wijken af van de vastgestelde begroting 2022. Voor het jaar 2022 zijn de cijfers bijgesteld vanwege de tariefstijging die nog niet volledig verwerkt is in begroting 2022, en bijgesteld vanwege de toevoeging van de begroting van Weesp. Voor de doorkijk vanaf 2023 wijken de cijfers af vanwege de uitwerking van extra ambitie in het OPR en vanwege de fusie met Weesp.
Tabel 4. Investeringen Gemeentelijke Watertaken (2022-2027), exclusief BTW (bedragen x € 1 mln., prijspeil 1 januari 2021)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Aanleg
12,0
12,0
12,0
12,0
12,0
12,0
Rainproof
3,0
4,0
4,0
4,0
4,0
4,0
Strandeiland
3,0
3,0
12,7
-
1,2
1,3
1,3
1,3
1,3
Vervanging
32,9
34,3
42,2
42,2
42,2
40,2
Rioolgemalen
5,0
5,0
5,0
5,0
5,0
5,0
Totaal
55,9
59,5
77,2
64,5
64,5
62,4
Grondwaterzorg
De investeringen opgenomen in het OPR voor het jaar 2022 baseren zich op de vastgestelde begrotingen 2022 van Amsterdam en Weesp.
Tabel 5. Opbouw rioolheffing 2021 Soort gebruiker
Tarief 2021
Huiseigenaar/eigenaar bedrijfspand
€
144,00
Grootverbruiker 1: van 301 m³ tot en met 1.000 m³ per jaar
€
422,04
Grootverbruiker 2: van 1.001 m³ tot en met 5.000 m³ per jaar
€
1.597,05
Grootverbruiker 3: van 5.001 m³ tot en met 10.000 m³ per jaar
€
5.285,47
Grootverbruiker 4: van 10.001 m³ tot en met 50.000 m³ per jaar
€
13.369,47
Grootverbruiker 5: van 50.001 m³ tot en met 100.000 m³ per jaar
€
54.884,53
Grootverbruiker 6: van 100.001 m³ tot en met 500.000 m³ per jaar
€
102.171,92
Grootverbruiker 7: vanaf 500.001 m³ per jaar
€
134.579,29
52
te maken met het in 2022 en 2023 uit te voeren onderzoek naar samenwerking in programmering. In deze post zijn ook de kosten voor vervanging van Weesper riolering meegenomen. Daarnaast is jaarlijks een bedrag van € 600.000,- opgenomen voor vervanging van drukriolering en IBA’s. Het huidige meerjarenkrediet voor Middenmeer is niet afzonderlijk inzichtelijk gemaakt in Tabel 4, maar met deze post samengevoegd;
Investeringen 2022 - 2027 De te verwachten investeringen in de programma periode zijn weergegeven in Tabel 4. Het onderscheid in de verschillende posten is als volgt: n
n
Eerste aanleg riolering (categorie ‘Stad maken’) Dit krediet wordt ingezet voor de eerste aanleg van riolering bij nieuwe ontwikkelingen. De hoogte van dit krediet is afgestemd op hoeveelheid woningen die komende periode wordt bijgebouwd, voortvloeiend uit de woningbouwambitie. De kosten voor aanleg van riolering in de Bloemendalerpolder zijn voor rekening van de ontwikkelaar en zijn daarmee niet in deze post meegenomen. Dit is vastgelegd in het Bestuursakkoord Bloemendalerpolder van 2011 (status: vertrouwelijk);
Strandeiland (categorie ‘Stad maken’) Krediet voor de aanleg van een innovatief rioolstelsel op Strandeiland, met als doel om in hoge mate grondstoffen te kunnen terugwinnen en energie te produceren uit afvalwater. Kosten voor eventuele andere pilots voor nieuwe sanitatie zijn hierin niet opgenomen, omdat er nog onvoldoende zicht is op welke pilot waar kan worden gerealiseerd;
n
Aanleg drainage (categorie ‘Stad verbeteren’) Dit is een nieuw krediet, bedoeld om infiltratie- of ontwateringsmiddelen aan te kunnen leggen in gebieden met een te lage of te hoge grondwaterstand. Voorheen werd slechts incidenteel drainage aangelegd. De kosten daarvan drukten op de exploitatie. Nu de aanleg van drainage structureler van aard wordt en de inwoners decennia lang profijt hebben van deze voorzieningen, wordt voor deze aanleg een krediet aangevraagd;
Rioolgemalen (categorie ‘Stad zijn’) Dit krediet is bedoeld voor de vervanging van rioolgemalen.
Weesp De begroting 2022 van Weesp is als uitgangspunt gebruikt voor de exploitatiekosten van dit Omgevingsprogramma Riolering. Deze kosten zijn bij de Amsterdamse exploitatiekosten opgeteld. De kapitaallasten van Amsterdam en Weesp zijn hiermee ook samengevoegd, net als de kredieten. Zo ontstaat een compleet beeld van de kosten voor de gemeentelijke watertaken na de fusie.
Rainproof maatregelen (categorie ‘Stad verbeteren’) Dit krediet is voor de aanleg van hemelwaterverwerkende voorzieningen, waarmee de stad hemelwaterbestendig gemaakt kan worden. Omdat er nog weinig hemelwaterverwerkende voorzieningen zijn aangelegd, is de hoogte van dit krediet gebaseerd op een best mogelijke schatting. In de loop van de programmaperiode worden de aanlegkosten van dit type voorzieningen beter inzichtelijk;
n
n
n
6.2 Ontwikkeling van de rioolheffing De rioolheffing is ten dele gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt’ door een onderscheid in een eigenaren- en gebruikersdeel. Het gebruikersdeel geldt voor grootverbruikers die meer dan 300 m³ water per jaar verbruiken, opgedeeld in 7 staffels. Tabel 5 geeft de opbouw weer van de tarieven van de rioolheffing in 2021. Het voorgesteld tarief voor gebruikers (de 7 staffels) is gebaseerd op een schatting. Op moment van schrijven is de evaluatie van de invoering van de gedifferentieerde rioolheffing nog niet gereed. Mogelijk leidt dit in de toekomst tot een bijstelling van de tarieven voor gebruikers. De opgave van kosten uit paragraaf 6.1 mag voor maximaal 100% worden gedekt uit de rioolheffing. In Amsterdam wordt een veiligheidsmarge van 1% gehanteerd, zodat we winst op de rioolheffing voorkomen, voldoen aan onze verordening rioolheffing en procedures tegen de toerekening van kosten aan de rioolheffing voorkomen. Daarmee wordt 99% van de kosten gedekt uit de rioolheffing en 1% door de algemene middelen.
Renovatie riolen (categorie ‘Stad zijn’) Met dit krediet worden riolen vervangen of gerenoveerd, wanneer de toestand en of het functioneren niet meer voldoende is. Voor de jaren 2022 en 2023 wordt een aanzienlijk lager bedrag verwacht dan voor de jaren na 2023. Dit heeft
Om ongewenste schommelingen in de rioolheffing op te kunnen vangen, kan de Voorziening Rioolrecht worden ingezet. Regel is dat deze voorziening geen negatief saldo mag hebben. Tabel 6 laat zien hoe de rioolheffing en de voorziening rioolrecht zich
53
Tabel 6. Indicatie tarief eigenaren met effect op voorziening rioolrecht 2022 - 2027 (Prijspeil 2021, exclusief inflatie na 2022) (bedragen x € 1 mln. tenzij anders vermeld)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
84,7
89,6
91,6
94,7
96,0
99,3
5,8%
2,2%
3,4%
1,3%
3,4%
Totale jaarlijkse uitgaven
A
Stijging jaarlijkse uitgaven
B
Dekking algemene middelen (1%)
C
0,8
0,9
0,9
0,9
1,0
1,0
Prognose aantal eigenaren (x 1.000)
D
488
505
510
516
521
526
Indicatie tariefstijging
E
5,9%
3,0%
1,8%
1,8%
1,8%
1,8%
Indicatie tarief eigenaren
F
€ 152,50
€ 157,07
€ 159,90
€ 162,78
€ 165,71
€ 168,69
Raming opbrengst rioolheffing
G
85,5
88,5
90,9
93,4
96,0
98,7
Totaal inkomsten (C+G)
H
86,3
89,4
91,8
94,4
97,0
99,6
Saldo Inkomsten - uitgaven (H-A)
I
1,6
-0,2
0,3
-0,3
1,0
0,4
Voorziening rioolrecht per 1/1
J
4,6
6,2
6,0
6,3
5,9
7,0
Voorziening rioolrecht per 31/12 (H+J)
K
6,2
6,0
6,3
5,9
7,0
7,3
Figuur 12. Overzicht financiën gemeentelijke watertaken tot 2051.
54
ontwikkelen op basis van de opgave van kosten uit paragraaf 6.1. De opbrengst rioolheffing is een opsomming van de opbrengsten voor zowel het eigenaren- als het gebruikersdeel. Om de tabel overzichtelijk te houden, is alleen het voorgesteld tarief voor eigenaren gepresenteerd. Het tarief voor grootverbruikers stijgt met hetzelfde percentage als de tariefstijging voor de eigenaren. De prognose van het aantal eigenaren is gebaseerd op een toename van het aantal op te leveren nieuwe woningen. Hierbij is uitgegaan van de prognose tot 2050 van afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek, afgegeven op februari 2021. Voor Weesp worden de komende jaren jaarlijks 400 extra woningen verwacht, met name in de Bloemendalerpolder. Weesp int in 2022 zelf de rioolheffing. Vanaf 2023 geldt er één rioolheffing voor de gefuseerde gemeente. In Tabel 6 is daarom in 2023 een eenmalige extra toename te zien in het aantal eigenaren. De indicatie van de tariefstijging neemt af van 5,9% tot 1,8%, zie Tabel 6. Voor 2022 is rekening gehouden met de inflatiecorrectie, daarna is de stijging exclusief inflatiecorrectie. Ten opzichte van de stijging van de exploitatiekosten, is de tariefontwikkeling beperkt.
Dit is een gevolg van de woningbouwambitie: de hoeveelheid extra aansluitingen zorgt dat de kosten over een groter aantal eigenaren verdeeld kan worden, terwijl de stijging van extra uitgaven door areaaluitbreiding beperkt is. Figuur 12 laat het investeringsvolume, het verloop van de voorziening en de kapitaallasten zien.
6.3 Huisaansluitingen Het realiseren van aansluitingen op de riolering wordt bekostigd door het tarief voor huisaansluitingen. Deze activiteit wordt dus niet gedekt door de rioolheffing. De jaarlijkse kosten voor de periode 2022 – 2027 worden geraamd op € 3,2 miljoen. Het tarief om deze kosten te dekken wordt beschreven in de ‘Tariefbepalingen aanleg en beheer huisaansluitingen drink- en afvalwater’.
55
Colofon Het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 is opgesteld door Waternet in opdracht van Wethouder Dijksma en is 15 februari 2022 door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam vastgesteld. Over Waternet Waternet voert als stichting onder andere de gemeentelijke watertaken voor Amsterdam uit, onder een volledig mandaat van de gemeente. Dat betekent dat Waternet wat betreft deze taken gezien kan worden als onderdeel van de gemeente Amsterdam. Contact Stichting Waternet Korte Ouderkerkerdijk 7 1096 AC Amsterdam Projectleiding & Redactie Niels Schaart Jorik Chen Thematrekkers Carolijn Becker & Erik Spronk (Grondwater) Douwe de Voogt & Daniël Goedbloed (Rainproof) Saskia Holthuijsen & Nico Beumer (Riolering) Vormgeving LassooyDesign BNO Fotografie Fotobank Gemeente Amsterdam: Hoofdstuk 1, pagina 6: Daktuin bij het Rhijnspoorplein Hoofdstuk 2, pagina 8: Wateroverlast op de Weesperstraat Hoofdstuk 3, pagina 14: Riolering-onderdelen bij Jeugdland Hoofdstuk 4, pagina 20: Regenafvoer bij het Centraal Station Hoofdstuk 5, pagina 30: Rainproof bushokje bij Weteringschans Hoofdstuk 6, pagina 50: Bewatering in het Nelson Mandelapark Afsluiting, pagina 57: Regenplas in een Amsterdams park Dank aan alle betrokkenen Het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 is middels een open en integraal traject tot stand gekomen.
Daarbij zijn ruim tweehonderd collega’s betrokken geweest, onder andere van Waternet, Ruimte & Duurzaamheid, Verkeer & Openbare Ruimte, Vergunningsverlening Toezicht & Handhaving, Grond & Ontwikkeling, Ingenieurs bureau, Wonen, diverse Stadsdelen en Belasting, met daaronder vertegenwoordigers van de relevante bestuursopdrachten, trajecten, strategieën, teams en programma’s. Van buiten de gemeente is input ontvangen van onder andere Waterschap Amstel Gooi & Vecht, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Bestuurlijk Overleg Water AGV-gebied en de Intergemeentelijke Samenwerking Rioleringszorg. Ook is een participatietraject doorlopen voor input van inwoners, bedrijven en organisaties, en is een inspraaktraject doorlopen voor alle belang hebbenden en niet-belanghebbenden. Waternet dankt alle betrokkenen voor hun input bij de totstandkoming van het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027; het allereerste Omgevingsprogramma van Amsterdam volgens de bedoeling van de Omgevingswet.
LAS22003