CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Najaarsnota 2021.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Najaarsnota 2021, vaststellen van de begrotingsmutaties en de taakveldenraming behorende bij de Najaarsnota 2021 en vaststellen van enkele afzonderlijke besluiten verband houdend met de Najaarsnota 2021. (ZD2021-014567)35.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Lasten De lasten dalen met € 39,3 miljoen. Deze daling is gemeentebreed neutraal, voornamelijk doordat de daling wordt gedekt uit reserves. • De lasten dalen doordat de begrote bijdrage van € 41,5 miljoen aan de zeesluis doorschuift naar 2022. Zie ook de verklaring bij de baten. • De lasten stijgen met € 3,5 miljoen. Dit betreft het realiseren van overprogrammering en additionele inhuur en het realiseren van ombouw voor de Akersluis en Cramersluis. Dit wordt gedekt uit de reserve Stadsbehoud.

• De lasten stijgen met € 1 miljoen. Bij de Voorjaarsnota 2021 zijn de extra begrote baten van de binnenhavengelden ten gunste gebracht van de reserve Stadsbehoud (een storting). Aangezien er in 2021 sprake is van hoge personele, ICT- en juridische lasten bij programma Varen wordt deze storting teruggedraaid. • De lasten dalen met € 1,7 miljoen als gevolg van een herverdeling van de overprogrammering van het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Per saldo is de mutatie gemeentebreed neutraal. • Overige afwijkingen zijn individueel kleiner dan € 0,5 miljoen. Die lichten we daarom niet verder toe.

Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.

Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.

Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.

Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.

28

H 2.2.3

2.2.3 Openbaar vervoer Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

121,7

132,0

-7,9

124,1

Lasten

180,0

190,9

-16,6

174,3

Saldo van baten en lasten

-58,3

-58,9

8,7

-50,2

De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 8,7 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 50,2 miljoen negatief.

Baten De totale baten dalen met € 7,9 miljoen naar € 124,1 miljoen. Tegenover de lagere baten van € 7,9 miljoen staan lagere lasten, per saldo is de mutatie gemeentebreed neutraal. Dit komt vooral door: • De baten dalen met circa € 8,4 miljoen. De begrote bijdrage door de Vervoersregio Amsterdam (VRA) aan OV knoop Lelylaan (en de hierdoor gedekte last) is verschoven naar 2023, 2024 en 2025. Daarnaast is bevestigd dat de totale bijdrage door de VRA is verhoogd met circa € 11,3 miljoen, deze komt daarmee totaal op € 24,7 miljoen.

• De lasten dalen met circa € 8,4 miljoen als gevolg van een verschuiving van lasten voor de OV knoop Lelylaan naar 2023, 2024 en 2025 (met de bijdrage van de VRA, beschreven bij Baten). • De lasten dalen met € 9,9 miljoen als gevolg van een herverdeling van de overprogrammering van het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Per saldo is de mutatie gemeentebreed neutraal.

Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.

Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.

Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.

Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.

Lasten De totale lasten dalen met € 16,6 miljoen naar € 174,3 miljoen. Dit komt vooral door: • De lasten stijgen met € 2 miljoen. Bij de Voorjaarsnota 2021 is vanuit Metro en Tram een claim ingediend voor transitiekosten van circa € 4 miljoen. Hiervan is circa € 2 miljoen gehonoreerd, met als voorwaarde dat de resterende € 2 miljoen dient te worden gevonden binnen de beschikbare middelen voor Openbaar Vervoer. Deze dekking is gevonden.

29

H 2.3

2.3 Economie

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

24,5

24,9

-1,9

23,0

Lasten

64,1

74,3

-8,3

66,0

Totaal Programma 3 Economie

-39,6

-49,4

6,4

-43,0

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

-0,1

17,1

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

20,0

17,2

Financiële toelichting Financiële afwijkingen De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 6,4 miljoen op de begroting. Het programma komt uit op een negatief saldo van € 43,0 miljoen. Per programmaonderdeel lichten we de afwijkingen toe.

30

H 2.3.1

2.3.1 Economie en innovatie Financiële afwijkingen

Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

24,5

24,9

-1,9

23,0

Lasten

64,1

74,3

-8,3

66,0

Saldo van baten en lasten

-39,6

-49,4

6,4

-43,0

De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 6,4 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 43,0 miljoen negatief.

Baten De totale baten dalen met € 1,9 miljoen naar € 23,0 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere baten van € 1,5 miljoen bij de markt- en staanplaatsheffing. Dit wordt volledig veroorzaakt door genomen maatregelen als gevolg van het coronavirus: – Alleen voedselkramen op de markt staan. – Lagere bezetting op de markt door de 1,5 meter afstand. De inzet is om voor deze inkomstenderving compensatie van het Rijk te ontvangen. Indien er geen rijkscompensatie volgt is er sprake van een tegenvaller van € 1,5 miljoen in de baten bij de markten. • Lagere baten van € 0,2 miljoen vanwege teruglopen van de bezoekers­ aantallen van Holland Casino waardoor de bezoekersheffing 2021 tegenvalt. Deze mutatie wordt gedekt binnen het programma. • Lagere baten van € 0,3 miljoen bij IN Amsterdam vanwege de verlenging van de genomen coronamaatregelen. Deze mutatie wordt gedekt binnen het programma. • Hogere baten van € 0,1 miljoen en saldo van overige mutaties individueel kleiner dan € 0,5 miljoen worden niet verder toegelicht.

De totale lasten dalen met € 8,3 miljoen naar € 66,0 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 3,7 miljoen vanwege actualiseren van de inzet van Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking (ESA). Structuurmiddelen worden gebruikt om te investeren in projecten en programma’s die aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van beleids­ doelstellingen. Voornaamste oorzaak van deze lagere lasten is dat de door het college toegezegde subsidie (€3,1 miljoen) aan het “Innovation Centre” van de Vrije Universiteit en Amsterdam UMC pas in 2024 uitgekeerd wordt vanwege uitstel van de bouwwerkzaamheden. Daarnaast zijn er minder lasten dan verwacht op de resterende beleidsprogramma’s van € 0,6 miljoen. • Lagere lasten van € 2,4 miljoen vanwege toevoegen van de ROM MRA-NHN aan de nieuwe financieringsreserve vanuit Programma 3 aan de Algemene Dekkingsmiddelen Programma A.5.03. Dit betreft een technische mutatie. • Lagere lasten van € 1,8 miljoen door actualisatie van het Economisch herstel- en Investeringsplan Amsterdam 2021-2024 (HIP). De in 2021 verkregen middelen voor het HIP van € 10,0 miljoen worden meerjarig geraamd op basis van de bestedingsplannen. Een aantal projecten en subsidieaanvragen zitten in de opstart- en propositiefase waardoor er geactualiseerd wordt in huidige jaarschijf en de geoormerkte middelen doorschuiven naar volgende jaren.

De verkregen middelen voor het HIP worden hierbij toegevoegd aan de reserve ESA. • Lagere lasten van € 1,2 miljoen door het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS). Met het finale contract uit 2014 heeft de gemeente € 50,0 miljoen beschikbaar voor bijdrage aan Stichting AMS. Deze mutatie is het gevolg van de lagere subsidie­ vaststelling 2020, als gevolg van de coronapandemie. Deze middelen blijven beschikbaar voor de resterende looptijd.

31

H 2.3.1

• Lagere lasten van € 0,3 miljoen in de apparaatslasten en algemene budgetten van IN Amsterdam ter dekking van de inkomstenderving door de verlenging van de genomen coronamaatregelen. • Lagere lasten van € 0,2 miljoen binnen het programma ter dekking van inkomstenderving van de bezoekersheffing van Holland Casino. • Hogere lasten van € 0,6 miljoen als gevolg van regulering van drukte op de markten. Mobiele toiletten op de markt, het plaatsen van dranghekken, inzet van hosts en beveiliging en extra uitgaven m.b.t. automatisering om administratie en de marktindeling te ondersteunen t/m 1 september 2021. De inzet is om voor deze hogere lasten compensatie van het Rijk te ontvangen. Indien er geen rijkscompensatie volgt is er sprake van een tegenvaller van € 0,6 miljoen in de lasten bij de markten. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen, naar aanleiding van de laatste draag­ krachtmeting die altijd na de VJN valt, voor de bedrijveninvesterings­ zones (biz): een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein waarbinnen ondernemers en/of eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. De opbrengsten uit opgelegde vorderingen voor de biz worden verantwoord in het programma­onderdeel A2. Belastingen waardoor deze mutatie gemeente­breed neutraal is.

• Lagere lasten van € 0,3 miljoen en saldo van overige mutaties individueel kleiner dan € 0,5 miljoen worden niet verder toegelicht

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Onttrekking

10,6

29,2

-6,1

23,1

Toevoeging

5,1

17,0

3,0

20,0

Mutatie reserves

5,5

12,2

-9,1

3,1

Onttrekkingen aan reserves • Lagere lasten van € 3,7 miljoen vanwege actualiseren van de inzet van Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking (ESA). Structuurmiddelen worden gebruikt om te investeren in projecten en programma’s die aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van beleids­ doelstellingen. Voornaamste oorzaak van deze lagere lasten is dat de door het college toegezegde subsidie (€3,1 miljoen) aan het “Innovation Centre” van de Vrije Universiteit en Amsterdam UMC pas in 2024 uitgekeerd wordt vanwege uitstel van de bouwwerkzaamheden. Daarnaast zijn er minder lasten dan verwacht op de resterende beleidsprogramma’s van € 0,6 miljoen. • Lagere lasten van € 1,8 miljoen door actualisatie van het Economisch herstel- en Investeringsplan Amsterdam 2021-2024 (HIP). De in 2021 verkregen middelen voor het HIP van € 10,0 miljoen worden meerjarig geraamd op basis van de bestedingsplannen. Een aantal projecten en subsidieaanvragen zitten in de opstart- en propositiefase waardoor er geactualiseerd wordt in de huidige jaarschijf en de geoormerkte middelen doorschuiven naar volgende jaren. De verkregen middelen voor het HIP worden hierbij toegevoegd aan de reserve ESA. • Lagere lasten van € 1,2 miljoen door het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS).

Met het finale contract uit 2014 heeft de gemeente € 50,0 miljoen beschikbaar voor bijdrage aan Stichting AMS. Deze mutatie is het gevolg van de lagere subsidie­ vaststelling 2020, als gevolg van de coronapandemie. Deze middelen blijven beschikbaar voor de resterende looptijd. • Hogere onttrekking van € 0,6 miljoen door de opbouw in de nieuwe financieringsreserve ROM MRA-NHN. Door raadsbesluit opgehoogd van € 2,4 miljoen naar € 3,0 miljoen over een periode van 4 jaar tot het maximale bedrag van € 12,0 miljoen. Naast de reeds gereserveerde opbouw in Programma 3 van € 2,4 miljoen is de storting aan de financieringsreserve opgehoogd met € 0,6 miljoen middels een extra vrijval aan de reserve Economische Structuurversterking.

De afwijkingen in dit programmaonderdeel leiden tot lagere onttrekking van € 6,1 miljoen en hogere toevoeging van € 3,0 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door: 32

H 2.3.1

Toevoegingen aan reserves

Toelichting bij indicatoren activiteit 3.1.4.3

• Hogere toevoeging van € 3,0 miljoen per jaar van 2021 t/m 2024 (maximaal € 12,0 miljoen) aan de nieuwe financieringsreserve ROM MRA-NHN, volgens het ritme van de verlening van het investerings­ krediet ad € 40,0 miljoen waarvan € 12 miljoen uit eigen vermogen. Deze reserve dient als risicoafdekking ten behoeve van deelname aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) MRA-NHN. De volledige dekking van het eigen vermogen van € 12 miljoen komt uit de reserve ESA.

De indicatoren verwijzen naar instrumenten van House of Skills. Streefwaarden blijven achter bij de Begroting 2021, omdat activiteiten en trajecten met kandidaten vanwege corona vertraging hebben opgelopen. Bovendien is de oorspronkelijke programmaperiode van House of Skills in 2021 afgelopen. Per 1 april 2021 is House of Skills onderdeel van de Amsterdam Economic Board. Voor deze vervolgfase hebben we met de partners opnieuw activiteiten en doelstellingen vastgesteld, gebaseerd op de financiering die op dit moment (voor 2021-2022) beschikbaar is. In de Begroting 2022 zijn de streefwaarden hierop aangepast.

Beleidsmatige afwijkingen Behalve de corona-effecten, zijn er geen beleidsmatige afwijkingen.

Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen. De meeste indicatoren betreffen onderzoeken die (twee)jaarlijks gemeten worden.

Activiteiten Activiteit 3.1.4.3 We zorgen dat de beroepsbevolking meer wendbaar is op de (toekomstige) arbeidsmarkt. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

1

Aantal uitgereikte skillspaspoorten

0 (2018)

134

2.000

750

800

2

Aantal aangemaakte profielen

0 (2018)

1.390

10.000

5813

6000

33

H 2.4

2.4 Kunst, cultuur en erfgoed

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

30,6

0,9

0,0

0,9

Lasten

207,8

212,2

-2,7

209,5

Totaal Programma 4 Kunst, cultuur en erfgoed

-177,3

-211,3

2,7

-208,6

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

0,0

4,1

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

5,5

4,2

Financiële toelichting Financiële afwijkingen De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 2,7 miljoen op de begroting. Het programma komt uit op een negatief saldo van € 208,6 miljoen. Per programmaonderdeel lichten we de afwijkingen toe.

34

H 2.4.1

2.4.1 Kunst en cultuur Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

30,0

0,8

0,0

0,8

Lasten

204,0

208,8

-2,7

206,2

Saldo van baten en lasten

-174,0

-208,1

2,7

-205,4

De afwijkingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 2,7 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 205,4 miljoen negatief.

Baten De totale baten voor € 0,8 miljoen blijven gelijk.

Lasten De totale lasten dalen met € 2,7 miljoen naar € 206,2 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 6,5 miljoen doordat het verstrekken van noodsteun (fase 3) aan de kunst en cultuursector in verband met corona lager uitvalt dan aanvankelijke was ingeschat. De instellingen konden een beroep (blijven) doen op rijksregelingen en cultuurfondsen. • Lagere lasten van € 3,0 miljoen doordat de steun aan Koninklijk Theater Carré vorm heeft gekregen door de aankoop van aandelenkapitaal in Carré. Tegenover de aankoop van aandelenkapitaal staat de financierings­ reserve Carré en de begrote lasten zijn omgezet naar een toevoeging aan deze financieringsreserve. • Lagere lasten van € 4,0 miljoen door de afwikkeling van toegekende subsidies in 2020 voor het steunplan in verband met de coronacrisis (fase 1 en fase 2), waarbij blijkt dat de kunst en cultuur sector minder steun nodig heeft dan verstrekt door besparingen op kosten en meevallende inkomsten. Een deel van de in 2020 verstrekte steun zal worden terug ontvangen.

• Lagere lasten van € 1,2 miljoen. Door de coronacrisis hebben minder kinderen kunnen deelnemen aan culturele activiteiten. Hierdoor heeft het Jongeren Cultuurfonds Amsterdam (JCFA) minder vergoedingen voor lesgeld aan kinderen uit minima gezinnen verstrekt. Het JCFA is • opgenomen in het cluster cultuureducatie van het Kunstenplan, het • bedrag wordt daarom toegevoegd aan de reserve Kunstenplan. • Hogere lasten van € 8,8 miljoen voor de actualisering van het steunplan kunst en cultuur, waaronder de nieuwe noodsteunregeling (fase 4), waarmee we culturele instellingen in de 2e helft van 2021 opnieuw kunnen helpen via een eenmalige subsidie. • Hogere lasten van € 1,2 miljoen doordat de verstrekte subsidie aan Het Nationaal Holocaust museum van € 5,0 miljoen niet volledig is gedekt in de begroting. • Hogere lasten van 0,6 miljoen voor het ontwikkelen van het integraal toekomstplan voor de OBA. Hierbij staan centraal: de vernieuwing van de OBA, het ontwikkelen van het gebouw en de programmering van OBA Next, en de herijking van het vestigingennetwerk. Dit wordt gedekt door een onttrekking aan de reserve Zuidas. • Hogere lasten van € 0,5 miljoen door de fusie met de gemeente Weesp, hierbij wordt de bibliotheek Weesp die onderdeel is van de bibliotheek Gooi en Meer toegevoegd aan het bibliotheken netwerk van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA).

Door de bibliotheek Weesp samen te voegen met de OBA ontstaan frictie- en transitiekosten. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen voor de subsidies aan Museum Het Schip en het Amsterdamse Bostheater. Bij de begroting 2021 heeft de gemeenteraad besloten het Amsterdamse Bostheater en Museum Het Schip te ondersteunen. Deze subsidies worden gedekt door een lagere toevoeging aan de reserve Kunstenplan. • Hogere lasten van € 0,3 miljoen voor de subsidies aan ICK Dans Amsterdam en Oxville Cinema waarmee twee culturele voorzieningen in Nieuw-West worden gerealiseerd. De eenmalige subsidies zijn nodig om de huisvesting geschikt te maken als culturele voorziening voor dans, respectievelijk film. De subsidies worden gedekt door een lagere dotatie aan de reserve Kunstenplan. 35

H 2.4.1

Reserves

Beleidsmatige afwijkingen

(bedragen x € 1 miljoen)

We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Onttrekking

5,0

0,0

0,0

0,0

Doelen

Toevoeging

0,3

1,5

0,4

1,9

We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.

Mutatie reserves

4,7

-1,5

-0,4

-1,9

Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.

Onttrekkingen aan reserves Er zijn geen wijzigingen in de begrote onttrekkingen.

Toevoegingen aan reserves De toevoegingen stijgen met € 0,4 miljoen ten opzichte van de laatst vast­ gestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door: • Een lagere toevoeging van € 0,7 miljoen aan de reserve Kunstenplan 2021-2024. De subsidies voor Museum Het Schip, het Amsterdamse Bostheater, ICK Dans en Oxville Cinema worden gedekt door de begroting voor de exploitatie van de culturele wijkvoorzieningen vanaf 2023 te verlagen. Dat is mogelijk omdat de realisatie van een deel van de culturele wijkvoorzieningen later zal plaatsvinden. Deze voorzieningen worden gedeeltelijk gedekt uit de reserve Kunstenplan. In de jaren 2023 en 2024 is daardoor een lagere onttrekking nodig. • Een hogere toevoeging van € 1,2miljoen aan de reserve Kunstenplan. Als gevolg van coronacrisis hebben minder kinderen kunnen deelnemen aan culturele activiteiten. Hierdoor heeft het Jongeren Cultuurfonds Amsterdam (JCFA) minder vergoedingen voor lesgeld aan kinderen uit minima gezinnen verstrekt. Conform de methodiek wordt deze onderbesteding toegevoegd aan de reserve Kunstenplan.

36

H 2.4.2

2.4.2 Erfgoed Financiële afwijkingen

Beleidsmatige afwijkingen

(bedragen x € 1 miljoen)

We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

0,5

0,2

0,0

0,2

Doelen

Lasten

3,8

3,4

0,0

3,4

We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.

Saldo van baten en lasten

-3,3

-3,2

0,0

-3,2

Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten. Er zijn geen afwijkingen in dit programmaonderdeel, waardoor het saldo gelijk blijft op € 3,2 miljoen negatief.

Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.

37

H 2.5

2.5 Onderwijs

Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

66,7

63,9

-0,3

63,6

Lasten

259,8

262,8

-5,2

257,6

Totaal Programma 5 Onderwijs

-193,1

-198,9

4,9

-194,1

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

0,1

29,5

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

30,6

29,4

Financiële toelichting Per programmaonderdeel lichten we de begrotingswijzigingen toe.

Baten De totale baten dalen met € 0,3 miljoen. Dit komt vooral door: • Daling in de baten van € 0,7 miljoen omdat gemeente de uitvoering van het beheer van 12 schoollocaties per 1 augustus 2021 teruglegt bij de schoolbesturen. De inning bij schoolbesturen van de vergoeding voor materiële instandhouding wordt door de gemeente stopgezet. Zie ook toelichting bij de lasten. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,4 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

De totale lasten dalen met € 5,2 miljoen. Dit komt vooral door: • Stijging in de lasten van € 2,0 miljoen door een uitkering vanuit de maart- en meicirculaire 2021 als onderdeel van het sociale coronasteunpakket SMWL (sociaal, mentaal, welzijn, leefstijl). Deze middelen worden ingezet voor het zomerprogamma MidzomerMokum 2021, en een geïntensiveerde inzet van activiteiten voor jongeren in de herfst- en kerstvakantie. • Daling in de lasten van € 2,4 miljoen door met name lagere subsidie­ aanvragen schoolbesturen (€ 1,1 miljoen), lagere subsidievaststellingen (€ 0,8 miljoen) en overige diverse/ kleinere onderbestedingen. De onder­bestedingen hangen deels samen met de coronacrisis. • Daling in de lasten van € 1,2 miljoen doordat in 2021 de sloop van een schoolgebouw is uitgesteld. Deze kosten worden doorgeschoven naar 2023 om de kosten te dekken van panden die gesloopt gaan voor (vervangende) nieuwbouw. • Daling in de lasten van € 1 miljoen door de middelen om onderwijs­ achter­standen te voorkomen binnen het doel Kansengelijkheid meerjarig in te zetten. We stellen hiermee het budget voor de komende jaren gelijk aan de verwachte lasten. • Daling in de lasten van € 0,8 miljoen vanwege een aanpassing in het kasritme rondom de gemeentelijke bijdrage aan het kenniscentrum Ongelijkheid.

• Daling in de lasten van € 0,8 miljoen omdat het deskundigheids­ bevorderingstraject (Schoolveiligheid) later van start gaat als gevolg van de langere voorbereidingstijd. Hierdoor loopt het traject met een halfjaar uit (tot juli 2023) en zijn deze middelen in 2023 nodig.

38

H 2.5

• Daling in de lasten van € 0,7 miljoen omdat gemeente de uitvoering van het beheer van 12 schoollocaties per 1 augustus 2021 teruglegt bij de schoolbesturen. De inning bij schoolbesturen van de vergoeding voor materiële instandhouding wordt door de gemeente stopgezet. Zie ook toelichting bij de baten. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,3 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.

39

H 2.5.1

2.5.1 Onderwijs Financiële afwijkingen

Doel 5.1.2

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

66,7

63,9

-0,3

63,6

Lasten

259,8

262,8

-5,2

257,6

Saldo van baten en lasten

-193,1

-198,9

4,9

-194,1

Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.

Kwaliteit: Ieder kind krijgt goed onderwijs in een kwalitatief goede school­ omgeving. Indicatoren doel

1

Elke school heeft voldoende, bevoegde leraren

3

Negatieve inspectieoordelen over kinderopvang, primaire onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m

Prognose ultimo 2021

200 fte (tekort) (2018)

-280 fte (tekort)

Toename tekort

Toename tekort

Toename tekort

KO: 5% (rode locaties) PO, VO, MBO: 6% (2018)

KO: 4%, PO: 4%, VO: 3,5%, mbo >0%

KO: <5%, PO: <5%

KO: 3,5% KO: 3,5% PO: 4% PO: 4% VO: 5,6 VO: 4 mbo: zie mbo: zie toelichting toelichting

Beleidsmatige afwijkingen Doelen Doel 5.1.1 Iedere Amsterdammer krijgt de kans om zich, ongeacht zijn of haar achter­ grond, via onderwijs, te ontwikkelen tot wie hij of zij kan of wil zijn. Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m

Prognose ultimo 2021

1a Alle peuters gaan naar een voorschool (Bereik alle peuters).

47% (2018)

47%

60%

47%

48%

1b Alle peuters gaan naar een voorschool (Bereik doelgroeppeuters).

73% (2018)

74%

78%

73%

75%

5.1.1.1 Door covid-19 is er in de eerste maanden van 2021 net als in het voorjaar van 2020 sprake geweest van een lagere instroom in de voorschool. De kinderopvang was enige tijd gesloten en sommige ouders waren terug­ houdend om hun kinderen te brengen. Na de lockdown zagen we weer een toeloop naar de voorschool, waardoor in juni de deelname weer vrijwel op het niveau zat van eind 2020 (en de periode vóór covid-19). We hebben echter door de covid-19 pandemie niet onze ambitie waar kunnen maken om meer kinderen te bereiken. Voor de communicatie richting ouders zetten we, naast de één op één benadering door met name de OKT’s, vanwege de covid-19 beperkingen nog steeds vooral in op digitale middelen zoals een digitale Dag van de Voorschool.

40

H 2.5.1

5.1.2.1 Voor de Begroting 2021 verwachtten we een toename van het leraren­ tekort. Na 8 maanden is dit inderdaad het geval en we verwachten dit ook voor de rest van het jaar. Ondanks de tekorten konden alle scholen na de zomervakantie open, al is dat wel met noodmaatregelen (zoals onbevoegden voor de klas). Vanuit het Rijk zijn maatregelen aangekondigd. Zo komt er een gedifferentieerde salaristoelage om het lerarentekort evenwichtiger te spreiden.

Voor het mbo is het arbitrair om oordelen om te zetten naar percentages van het geheel. Er zijn veel opleidingen per mbo en de inspectie kijkt niet naar alle opleidingen Daarom een toelichting op totalen. Een mbo-instelling is niet voldoende beoordeeld, vijf opleidingen hebben een negatief inspectieoordeel gekregen.

Activiteiten Leraren, onderwijsassistenten en schoolleiders die werken op scholen met veel achterstanden krijgen de komende twee jaar extra salaris. Het gaat om een toelage van gemiddeld 8 procent, bedoeld voor vestigingen in zowel het primair onderwijs als het voortgezet (speciaal) onderwijs. In totaal verdelen 149 Amsterdamse scholen de toelage van circa € 28,7 miljoen.

Activiteit 5.1.1.1 We bieden peuters kwalitatief hoogwaardige voorschoolse educatie aan, zodat zij een goede start op de basisschool kunnen maken.

In oktober start OCW een nieuwe meting die ons inzicht geeft in de tekorten, deze is in december beschikbaar.

Indicatoren activiteit

Daarnaast werken we ook dit jaar nog aan voldoende opleidingsplekken voor zij-instromers op basisscholen, onderzoek naar een meer kwalitatief beeld van het lerarentekort (‘de verhalen achter de cijfers’), verduurzaming projecten zoals modulair opleiden, lobby samen met G4 en Almere richting nieuw kabinet, voorbereiding op nieuwe coalitieperiode.

1

5.1.2.3 Het totaal aantal PO scholen dat onvoldoende scoort is gelijk gebleven ten opzichte van de start van het kalenderjaar. In het voortgezet onderwijs zien wij een lichte toename van het aantal afdeling dat onvoldoende beoor­ deeld wordt door de inspectie. We zien dat enkele afdelingen die eind 2020 onvoldoende beoordeeld zijn inmiddels weer voldoende worden beoordeeld. NB: Per 1 augustus 2021 gaat de inspectie werken met een bijgesteld onder­ zoekskader. In het toezicht houdt de inspectie rekening met de bijzondere situatie die door het coronavirus is ontstaa..

Percentage bereik doelgroep 2,5 4 jaar

Peilwaarde (peiljaar) n.v.t.

Rekening Begroting 2020 2021 74%

78%

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

73%

75%

Activiteit 5.1.1.2 We investeren extra in kinderen en jongeren (0­27 jaar) die vanwege hun achtergrondkenmerken niet tot optimale ontwikkeling komen en wiens participatiekansen belemmerd worden. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

3

PM (2019)

PM na vaststelling Kansengelijkheidsplan

Rekening Begroting 2020 2021 n.v.t.

PM

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

Zie Zie toelichting toelichting

Voor het mbo is het arbitrair om oordelen om te zetten naar percentages van het geheel. Er zijn veel opleidingen per mbo en de inspectie kijkt niet naar alle opleidingen Daarom een toelichting op totalen. Een mbo-instelling is niet voldoende beoordeeld, vijf opleidingen hebben een negatief inspectieoordeel gekregen.

41

H 2.5.1

Activiteit 5.1.1.3 We bieden volwassen Amsterdammers de kans om deel te nemen aan een professionele cursus om hun basisvaardigheden te ontwikkelen (taal, financiële en digitale vaardigheden). Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

3

Basaal taalniveau: percentage van de deelnemers aan een professionele cursus behaalt niveau A2/1F

23%

26%

27%

33%

27%

3

Basaal taalniveau: percentage van de deelnemers aan een professionele cursus behaalt niveau A2/1F

23%

26%

27%

33%

27%

5.1.1.3.1 Het aantal starts blijft vooralsnog iets achter bij de prognose, dit hangt samen met de maatregelen betreffende covid-19. Het onderwijs heeft grotendeels online plaatsgevonden, niet alle potentiele deelnemers kunnen of willen, online les volgen. Deze mensen kunnen na afschaffing van de maatregelen alsnog fysiek onderwijs volgen. Daarnaast is er om de doelgroepen analfabeten, TOB en NT1, toch te kunnen bereiken, in perioden dat dit kon, fysiek lesgegeven in kleine groepen. 5.1.1.3.3 Het percentage deelnemers dat A2/B1 heeft behaald, valt na 8 maanden hoog uit. Omdat nog niet alle cijfers in Raak zijn geregistreerd, is de prognose voor eind 2021 conform de doelstelling. Mogelijk valt het percentage ook dan hoger uit. Dit hangt samen met het feit dat door het online onderwijs relatief veel deelnemers de ‘Route naar B1’ hebben gevolgd, terwijl trajecten die gericht zijn op de meer kwetsbare Amsterdammers relatief minder deelnemers trokken. 5.1.2.1.1 Het gaat hier om het aantal leerlingen per leraar op primair en voortgezet onderwijs. Vanwege het lerarentekort (zie doel 5.1.2) verwachten we hier een afwijking.

Activiteit 5.1.2.1 We ondersteunen scholen en leraren ter versterking van de onderwijskwaliteit en we stimuleren dat Amsterdamse leerlingen goed voorbereid worden op de toekomst, door extra te investeren in de randvoorwaarden voor optimale ontwikkeling. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

1

14,4 (2018)

Aantal leerlingen per leraar per school po

Rekening Begroting 2020 2021 15,78

10,3

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

11,1.

11,1

5.1.1.1.1 Zie toelichting bij doel 5.1.1 5.1.1.2.3 Oorspronkelijk zou er een actieplan aanpak kansengelijkheid jeugd ontwikkeld worden. Deze opdracht is echter nooit gegeven, maar heeft vorm gekregen via de Stedelijke Bestuursopdracht Aanpak Kansenongelijkheid, die zich breed richt op alle domeinen van Sociaal en Ruimtelijk. De voortgang van dit beleid wordt door het college via voortgangsrapportages aan de Raad teruggekoppeld en de financiën via hun programmabegroting. 42

H 2.6

2.6 Sport

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

21,8

30,2

0,5

30,7

Lasten

88,1

88,4

-1,8

86,7

Totaal Programma 6 Sport

-66,4

-58,2

2,2

-56,0

Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

0,5

21,9

(bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatslasten

21,9

21,4

Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 2,2 miljoen op de begroting. Dit programma komt uit op een negatief saldo van € 56,0 miljoen. Per programmaonderdeel lichten we de begrotings­ wijzigingen toe.

43

H 2.6.1

2.6.1 Sport Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

21,8

30,2

0,5

30,7

Lasten

88,1

88,4

-1,8

86,7

Saldo van baten en lasten

-66,4

-58,2

2,2

-56,0

De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 2,2 miljoen op de begroting. Dit programmaonderdeel komt uit op een negatief saldo van € 56,0 miljoen.

Baten De totale baten stijgen met € 0,5 miljoen naar € 30,7 miljoen. Dit komt door: • Hogere baten van € 1,7 miljoen door corona. Dit bedrag bestaat uit: – Hogere baten van € 8,8 miljoen door corona compensatie middelen die wij van het rijk ontvangen. De middelen komen uit de Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties (TVS) en de Specifieke Uitkering Ijsbanen en Zwembaden (SPUK Ijz). Hieruit compenseren wij de kwijtgescholden huren en entreegelden bij sporthallen, sportparken en zwembaden (€ 7,1 miljoen). En ondersteunen wij externe exploitanten (€ 1,7 miljoen). – Lagere baten van € 7,1 miljoen uit verhuur en entreegelden van sporthallen, sportparken en zwembaden. Door corona waren onze sportaccommodaties gedurende een aantal maanden gesloten of beperkt bruikbaar. Voor die periode hebben wij de huren van amateurorganisaties en commerciële aanbieders kwijtgescholden. Bij zwembaden kwamen alleen entreegelden binnen van de buitenbaden.

• Hogere baten van € 1,5 miljoen doordat wij huren aan sportcentra hebben geïndexeerd. Dit is resultaatneutraal omdat ook onze lasten zijn gestegen. • Lagere baten van € 2,9 miljoen door verlaging van de aangevraagde Specifieke Uitkering Sport (SPUK). Dat komt doordat landelijk meer is aangevraagd dan het voor 2021 geldende uitkeringsplafond. Dit heeft geen gevolgen voor het resultaat omdat ook de lasten lager zijn. De overige mutaties van per saldo € 0,2 miljoen hogere baten betreffen afwijkingen kleiner dan € 1,0 miljoen die niet verder worden toegelicht.

Lasten De totale lasten dalen met € 1,8 miljoen naar € 86,7 miljoen. Dit komt door: • Lagere lasten van € 2,9 miljoen die worden gecompenseerd door de aangevraagde Specifieke Uitkering Sport (SPUK). Dit heeft geen gevolgen voor het resultaat, zie toelichting bij de baten. • Lagere lasten van € 1,2 miljoen door corona. Dit bedrag bestaat uit: – Lagere lasten van € 2,9 miljoen op sportevenementen. Door corona zijn de lasten van het EK voetbal 2020 (gehouden in 2021) lager dan vooraf begroot. Daarnaast zijn de middelen van het amendement sportevenementen niet besteed. Het college wordt gevraagd om deze middelen vanaf 2022 in te zetten voor sportevenementen. De instellingsduur van de reserve sportevenementen zal voor dit doel worden verlengd. – Hogere lasten van € 1,7 miljoen doordat wij coronasteun hebben verleend aan sportstichtingen die sporthallen, parken en zwembaden beheren (besluit college van BenW van 16 maart 2021). Door onze steun blijven de zwembaden, hallen en parken open en voorkomen wij dat sportaanbod omvalt. • Hogere lasten van € 1,5 miljoen van sportcentra. Deze lasten berekenen wij door via een indexering van de huren. De overige mutaties van per saldo € 0,8 miljoen hogere lasten betreffen afwijkingen kleiner dan € 1,0 miljoen die niet verder worden toegelicht.

44

H 2.6.1

Reserves

De nog geldende coronamaatregelen hebben financieel nog een duidelijke invloed. Wij hebben ook in 2021 te maken met een behoorlijke inkomsten­ derving en coronaschade voor sport (zie financieel beeld).

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Onttrekking

1,4

5,9

-1,8

4,1

Toevoeging

0,0

0,5

0,0

0,5

Mutatie reserves

1,4

5,4

-1,8

3,6

Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.

Activiteiten Activiteit 6.1.1.1

Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen in dit programmaonderdeel dalen met € 1,8 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit komt vooral door: • Lagere onttrekking aan de reserve sportevenementen van € 2,9 miljoen. Dit komt door lagere lasten van het EK voetbal 2020 door corona. Daarnaast is het amendement sportevenementen door corona niet besteed. Het college is gevraagd om de instellingsduur van deze reserve te verlengen. • Vrijval van € 1,1 miljoen uit de financieringsreserve sportaccommodatie­ fonds. Deze middelen worden overgeheveld naar programma­ onderdeel B2, Vastgoed. De middelen horen bij accommodaties die zijn opgenomen in de portefeuille van Vastgoed. Zij verzorgt de administratie en het beheer hiervan.

Toevoegingen aan reserves Er zijn geen afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting.

We stimuleren sport en bewegen van jeugdige Amsterdammers. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

1

Percentage jeugdigen (5 t/m 12 jaar) dat structureel wekelijks sport

79%

79%

81%

2

Percentage jeugdigen (13 t/m 18 jaar) dat structureel wekelijks sport

77%

55%

76%

3

Percentage jeugdigen (5 t/m 18 jaar) dat sport via school of naschoolse sport/naschoolse opvang (exclusief gymles)

18% (2018)

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

21%

Activiteit 6.1.1.2 We stimuleren sport en bewegen van jeugdige Amsterdammers.

Beleidsmatige afwijkingen Net als in 2020 speelt ook dit jaar corona een rol, maar minder dan vorig jaar. Hoewel er nog steeds coronamaatregelen zijn, zijn de mogelijkheden om te sporten uitgebreider dan vorig jaar.

Indicatoren activiteit

1

Percentage jeugdigen (5 t/m 18 jaar) dat lid is van een sportvereniging

Peilwaarde (peiljaar) 52%

Rekening Begroting 2020 2021 52%

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

57%

Uit de metingen van april 2021 zien we een gemiddelde daling van sport­ deelname van ongeveer 2 procent in alle stadsdelen. Maar sinds de maat­ regelen zijn versoepeld, lijkt dit te herstellen. Of dat herstel doorzet blijkt in de metingen van november 2021. 45

H 2.6.1

Activiteit 6.1.1.3

Activiteit 6.1.2.2

We stimuleren sport en bewegen van Amsterdammers met een achterstand of beperking.

We bieden structurele faciliteiten voor topsporters. Indicatoren activiteit

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

1

Percentage Niet sporters (BBV­verplicht)

54,5% (2014), 21% (2017)

23%

25%

2

Percentage volwassenen dat structureel wekelijks sport

60%

68%

68%

3

Percentage voorzieningen/ faciliteiten (toegankelijk) voor gehandicaptensport

n.v.t.

100%

100%

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

1

Aantal CTO’s programma’s

Peilwaarde (peiljaar) 13

Rekening Begroting 2020 2021 19

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

18

Toelichting activiteiten 6.1.1.4 en 6.1.2.2.

Voor de activiteiten 6.1.1.1. tot en met 6.1.1.3 kunnen we de stand van zaken nu niet vaststellen. De rapportages over de Sportdeelname index en van het Jeugdfonds Sport komen in het najaar 2021 beschikbaar.

Activiteit 6.1.1.4

In 2021 kregen 19 evenementenorganisaties een subsidiebijdrage. • 4 evenementen zijn vanwege corona afgezegd. • 4 evenementen zijn zonder publiek georganiseerd. • 3 evenementen zijn in aangepaste kleinere opzet georganiseerd. • 8 evenementen staan (doorgeschoven of niet dit najaar) nog in de planning. Er kunnen dit najaar nog 1 tot 2 nieuwe subsidieaanvragen binnenkomen, als de maatregelen dat toelaten. Dan halen we het streven voor 2021. Het aantal aansprekende topsportevenementen (EK, WK worldcup van liefst een olympische / paralympische discipline) is 2, namelijk EURO 2020 en het EK Hockey (dames én heren).

We verwerven, ondersteunen en organiseren (top)sportevenementen. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

1

Jaarlijks een kwalitatieve sportevenementenkalender met minimaal aantal (top) sportevenementen waarop vanuit begroting sport extra inzet op is gepleegd

-

26

21

2

Minstens één aansprekend topsportevenement per jaar in de categorie WK, EK, of Worldcup, bij voorkeur in een Olympische sport

1

2

1

Stand na 8m

Prognose ultimo 2021

46

H 2.7

2.7 Werk, inkomen en participatie

Financiële toelichting

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

1039,9

756,5

119,9

876,4

Lasten

1383,2

1180,1

109,6

1289,7

Totaal Programma 7 Werk, inkomen en participatie

-343,3

-423,6

10,3

-413,3

De totale baten stijgen met € 119,9 miljoen naar € 876,4 miljoen. Er zijn hogere bijdragen van het Rijk toegekend als gevolg van de coronacrisis. Dit wordt nader toegelicht in het onderdeel corona-impact en in de programma­ onderdelen van programma 7.

Lasten

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021 Apparaatslasten

Baten

152,0

152,8

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

-5,7

147,2

De totale lasten stijgen met € 109,6 miljoen naar € 1289,7 miljoen. De lasten stijgen niet in dezelfde mate als de baten. In de tweede helft van 2021 wordt er minder instroom van uitkeringsgerechtigden verwacht en een lagere vraag naar de instrumenten re-integratie uitkeringsgerechtigden. Dit wordt nader toegelicht in het onderdeel corona-impact en in de programmaonderdelen van programma 7.

47

H 2.7.1

2.7.1 Inkomensregelingen Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

1029,7

738,2

119,8

858,0

Lasten

1058,6

819,0

98,9

917,9

Saldo van baten en lasten

-29,0

-80,8

20,9

-59,9

De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 20,9 miljoen, waardoor het programmaonderdeel uitkomt op een negatief saldo van € 59,9 miljoen.

De bijstelling is op basis van de verwachte ontwikkeling van het bijstands­bestand. Het aantal bijstandsgerechtigden en de bijstandslasten groeien minder hard dan verwacht. • Lagere lasten van € 1,9 miljoen. Voor een evenwichtige verdeling tussen de programma’s vindt een verschuiving plaats van de apparaatsbudgetten van de juridische adviseurs binnen het Cluster Sociaal naar programma 8.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020t 2021

Baten De totale baten stijgen met € 119,8 miljoen naar € 858 miljoen. Dit komt voornamelijk door: • Hogere baten van € 134,8 miljoen doordat het Rijk de Tozo (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers) in 2021 heeft verlengd met een Tozo 4 en Tozo 5. Per 1 oktober 2021 stopt het Rijk met de Tozo. Tegenover een hoger beroep op de Tozo staat een hogere Rijksvergoeding. Dit betreft enerzijds een Rijksbaat om Amsterdammers te voorzien in een uitkering voor Tozo levensonderhoud en/of Tozo bedrijfskapitaal. Anderzijds betreft het hierbij een Rijksbaat om de Tozo-regeling te kunnen uitvoeren. • Lagere baten van € 15,0 miljoen door het bijstellen van het macro­ budget voor het verstrekken van uitkeringen. Het ministerie van SZW heeft in het definitieve macrobudget de realisatie en conjuncturele ontwikkelingen 2021 bijgesteld.

Lasten De totale lasten stijgen met € 98,9 miljoen naar € 917,9. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 125 miljoen, doordat het Rijk de Tozo in 2021 heeft verlengd met een Tozo 4 en Tozo 5. • Lagere lasten van € 24 miljoen door de gewijzigde raming op de bijstand.

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Onttrekking

20,7

28,2

-17,2

11,0

Toevoeging

58,1

0,0

9,3

9,3

Mutatie reserves

-37,4

28,2

-26,5

1,7

Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen dalen met € 17,2 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Onttrekkingen zijn bijgesteld op het project Veerkracht (€ 5,3 miljoen) en de uitvoering van de aanpak “Meer Kans op werk” (€ 2,3 miljoen). Enerzijds betreft het hierbij vertraging in de uitvoering als gevolg van de coronacrisis, anderzijds worden de activiteiten in 2021 gefinancierd uit de reguliere middelen. Hierdoor blijven middelen beschikbaar om zowel Veerkracht als Meer Kans op Werk in 2022 te continueren. • Een lagere onttrekking aan de reserve egalisatie inkomensdeel en conjunctuur in 2021 van € 9,5 miljoen. Dit is de nieuwe verwachte onttrekking als gevolg van het bijstellen van de raming. Het landelijke beeld is dat het aantal bijstandsgerechtigden minder hard zal groeien dan aanvankelijk is gedacht. Het aantal bijstandsgerechtigden en de bijstandslasten groeien minder hard dan verwacht bij de Voorjaarsnota, deze trend is ook landelijk zichtbaar. 48

H 2.7.1

Toevoeging aan reserves

Toelichting

De toevoegingen stijgen met € 9,3 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door: • Een toevoeging van € 9,3 miljoen. De Tozo-regeling is verlengd tot 1 oktober 2021. De extra beschikbare middelen zijn toegevoegd aan de reserve voor de voortzetting van activiteiten in 2021 en verder.

Beleidsmatige afwijkingen

7.1.1.- indicator 3 In Amsterdam is de bestandsomvang met 0,05% gedaald. Landelijk is er een toename van 0,55%. Dat betekent dat de bestandsomvang in Amsterdam zich gunstiger ontwikkelt dan in de rest van het land. De weergegeven stand geldt voor de periode januari t/m juni 2021 op basis van de data die nu beschikbaar zijn bij het CBS.

Activiteiten

Het Rijk heeft de Tozo (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Onder­ nemers) tweemaal verlengd; Tozo 4 (april-juni) en Tozo 5 (juli-september). De Tozo is met ingang van 1 oktober 2021 beëindigd. Daarnaast was van 1 januari tot 1 oktober 2021 de regeling Tegemoetkoming Onvoorziene Noodzakelijke Kosten (TONK) van kracht. De coronacrisis heeft de Amster­ damse economie en arbeidsmarkt relatief hard getroffen. Toch zien we dat in Amsterdam het totale bijstandsvolume licht daalt terwijl dat landelijk licht stijgt.

Activiteit 7.1.1.3 We bieden dienstverlening op maat, waar mogelijk digitaal en we versimpelen de aanvraag van sociale regelingen en bijstand en handelen klachten snel af. Indicatoren activiteit

Doelen Doel 7.1.1 Er is in Amsterdam financiële bestaanszekerheid (inkomenszekerheid) voor Amsterdammers die zelf niet (volledig) in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Indicatoren doel

3

Ontwikkeling van aantal bijstandsverstrekkingen in Amsterdam loopt in de pas met landelijk (procentpunt)

Peilwaarde (peiljaar) n.v.t.

Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8 maanden +0,65%

+0,5%

-0,60% (cijfers t/m juni 2021)

Prognose ultimo 2021 -0,50%

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8 maanden

Prognose ultimo 2021

2

Percentage klachten afgehandeld binnen de wettelijke termijn

93%

76,1%

90%

n.n.b.

80%

3

Aantal klachten dat per jaar binnenkomt

n.v.t.

1.277

790

n.n.b.

1.000

Activiteit 7.1.1.3 – indicator 2 De huidige stand is nog niet bekend vanwege het nieuwe registratiesysteem bij Subsidies Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal (SIS) waarmee we per april 2021 werken. Een betrouwbare waarde is nog niet goed uit het systeem te halen. De eindejaarsprognose schatten we in vanuit de resultaten van 2020 en de oorspronkelijke prognose bij de begroting 2021.

Activiteit 7.1.1.3 – indicator 3 De huidige stand is nog niet bekend vanwege het nieuwe registratiesysteem bij SIS waarmee we per april 2021 werken. Een betrouwbare waarde is nog niet goed uit het systeem te halen. De eindejaarsprognose schatten we in vanuit de resultaten van 2020 en de oorspronkelijke prognose bij de begroting 2021.

49

H 2.7.2

2.7.2 Werk, participatie en inburgering Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

9,7

17,6

0,0

17,7

Lasten

205,9

233,0

-9,4

223,5

Saldo van baten en lasten

-196,2

-215,3

9,5

-205,8

De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 9,5 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 205,8 miljoen.

Baten De totale baten blijven gelijk aan € 17,7 miljoen.

Lasten De totale lasten dalen met € 9,4 miljoen naar € 223,5 miljoen. Dit komt vooral door:

Begeleiding naar werk en participatie • Hogere lasten voorbereiding en invoering van de nieuwe wet inburgering en hogere lasten door aanpassing lonen voor mensen in de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) (3,2 miljoen). • Hogere lasten voor begeleiding van statushouders in hun traject naar werk, opleiding en participatie (€ 1,3 miljoen). Vanwege de verhoogde instroom eind 2020 was er in 2021 meer personele inzet voor de begeleiding van statushouders vanuit klantmanagers nodig. Verder vragen de voorbereidingen op de nieuwe wet inburgering om meer inzet. Daarom is er ondanks de ingeboekte bezuiniging niet minder personeel ingezet. Deze lasten worden gedekt vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) programma Geïntegreerde Territoriale Investeringen (GTI) en vanuit rijksmiddelen voor Inburgering van Statushouders.

• Hogere lasten voor maatregelen die het gemakkelijk maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. (€ 1,3 miljoen). • Hogere lasten voor intensieve begeleiding en ondersteuning vanuit de aanpak Meer Kans Op Werk (MKOW) (€ 1,0 miljoen). Binnen de aanpak is extra begeleiding geboden aan specifieke doelgroepen. De lasten worden voornamelijk gedekt vanuit het ESF-programma GTI. • Hogere lasten doordat een taakstelling in programmaonderdeel 7.2 verplaatst is naar programma B. Hiermee komt het beschikbare budget voor het begeleiden van uitkeringsgerechtigden naar werk en voor de aansturing van deze begeleiders in verhouding met elkaar (€ 0,8 miljoen). • Lagere lasten omdat lasten verschuiven met € 4,5 miljoen van begroting jaarschijf 2021 naar andere jaarschijven. Het gaat om de volgende activiteiten en middelen: – Stimulans aan publiek – private samenwerking ten bate van om- en bijscholing (€ 4,0 miljoen). – Stimulans aan uitkeringsgerechtigden middels werkbonus (€ 0,8 miljoen). – Gesubsidieerd werk in de culturele sector (Sargentini banen) (€0,5 miljoen). – Lagere verwachting IV-portfolio en doorontwikkeling Sociaal Domein (€ 0,4 miljoen). – Hogere lasten doordat een taakstelling in programmaonderdeel 7.2 verplaatst is naar programma B, van jaarschijf 2021 naar andere jaarschijven.

Dit betekent dat het beschikbare budget voor het begeleiden van uitkeringsgerechtigden naar werk en het budget voor de aansturing van deze begeleiders in verhouding komt (€ 1,2 miljoen). • Lagere lasten voor de begeleiding en ondersteuning van zelfstandige ondernemers in hun traject naar werk en participatie vanuit de aanpak Veerkracht. Het opstarten van het programma heeft enigszins vertraging opgelopen. De onderbesteding vloeit terug in de egalisatie­ reserve inkomensdeel conjunctuur ten behoeve van het voortzetten van het programma Veerkracht in 2022 (€ 2,6 miljoen). 50

H 2.7.2

• Lagere lasten voor de begeleiding en ondersteuning van uitkerings­ gerechtigden in hun traject naar werk en participatie. Gegeven de coronaregels kon niet alle begeleiding op locatie worden voortgezet. Daarom zijn vacatures niet meteen opgevuld, wat heeft geleid tot lagere lasten voor de begeleiding van uitkeringsgerechtigden. Hierdoor wordt in 2021 € 1,5 miljoen minder ESF-subsidie gedeclareerd. Er wordt voor € 0,6 miljoen overgeheveld naar programma B. Tenslotte wordt € 0,5 miljoen gedoteerd aan de reserve sociaal ten behoeve van transitiekosten 2022 voor de Tomingroep, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) in Weesp en de gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek (€ 2,6 miljoen). • Lagere lasten voor de tegemoetkomingen in de reiskosten voor mensen in een traject naar werk om zo het zoekgebied en daarmee de kans op werk te vergroten. Wegens de coronacrisis wordt er door deze mensen minder gebruik gemaakt van het openbaar vervoer (€ 1,1 miljoen). Deze middelen worden gedoteerd aan de egalisatiereserve inkomens­ deel en conjunctuur ten behoeve van Meer Kans op Werk. • Lagere lasten doordat de begeleiding van statushouders wordt ingebed in het reguliere apparaat. Als gevolg hiervan wordt budget over­ geheveld van programma 7 naar programma B voor de aansturing van de begeleiders (€ 0,7 miljoen).

• Lagere lasten doordat er minder uitkeringsgerechtigden interne en externe leerstages volgen als gevolg van de coronacrisis (€ 0,5 miljoen). Dit budget wordt ingezet ter dekking van het operationeel resultaat van Pantar Amsterdam. • Lagere lasten voor premies voor het experiment bijverdienen in de bijstand (€ 0,5 miljoen).

Overig • Programma 7.2 heeft in de Voorjaarsnota € 0,8 miljoen aan middelen areaal ontvangen. Hiervan is een deel gedoteerd aan de egalisatie­ reserve inkomensdeel en conjunctuur ten behoeve van Meer Kans op Werk (€ 0,5 miljoen). • Daarnaast wordt € 2,2 miljoen aan middelen voor autonome groei gereserveerd. Hiervan is een deel overgeheveld naar programma 7.1 (€ 1,3 miljoen). Het overige deel is gedoteerd aan de reserve inkomensdeel conjunctuur ten behoeve van Veerkracht (€ 0,9 miljoen). • Binnen programmaonderdeel 7.2 is een onderbesteding van € 2,1 miljoen

die voornamelijk bij het apparaat valt. Er wordt een deel ingezet ter dekking van het operationeel tekort bij Pantar Amsterdam (€ 0,7 miljoen) ter vervanging van de reserve – onttrekking bij Voorjaarsnota. Het resterende deel wordt gedoteerd aan de reserve inkomensdeel conjunctuur ten behoeve van Veerkracht (€ 1,4 miljoen). • Lagere lasten door niet benodigde Rijksmiddelen voor de lonen van medewerkers in de WSW. Dit budget wordt ingezet ter dekking van het operationeel resultaat van Pantar Amsterdam ter vervanging van de reserve – onttrekking bij voorjaarsnota (€ 0,4 miljoen). • Lagere overige lasten van € 1,4 miljoen. Deze lasten behelzen meerdere onderwerpen waarvan de individuele afwijking kleiner is dan € 0,5 miljoen.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Onttrekking

0,0

1,4

-1,4

0,0

Toevoeging

1,1

0,0

0,5

0,5

Mutatie reserves

-1,1

1,4

-1,9

-0,5

Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen aan de reserves dalen met € 1,4 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • In de Voorjaarsnota is een extra onttrekking begroot om een groter exploitatie­tekort van Pantar (€ 1,4 miljoen) te dekken. • Aangezien programma 7 op andere onderdelen onderbestedingen verwacht, wordt de onttrekking uit de Voorjaarsnota ongedaan gemaakt (€ 1,4 miljoen) bij de Najaarsnota.

Toevoeging aan reserve De toevoeging aan reserves stijgt met € 0,5 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Er is naar aanleiding van de bestuurlijke fusie tussen de gemeentes Weesp en Amsterdam een dotatie van € 0,5 miljoen gedaan aan de reserve voor transitie­kosten 2022 voor de Tomingroep. • De Tomingroep is verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wet 51

H 2.7.2

Sociale Werkvoorziening (WSW) in Weesp en de gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek.

Beleidsmatige afwijkingen De nieuwe instroom van mensen in de uitkering is hoger dan in dezelfde periode vorig jaar omdat de coronacrisis de Amsterdamse arbeidsmarkt hard heeft geraakt. We zien tegelijkertijd dat de totale bestandsomvang in Amsterdam minder hard groeide dan landelijk (programma 3.7.1). Dat betekent dat we er in zijn geslaagd om relatief veel mensen ook weer uit de bijstand te laten stromen. Op 22 maart 2021 is de ministeriële regeling rondom de Regionale Mobiliteitsteams van kracht geworden. Deze regeling zorgt ervoor dat er per arbeidsmarktregio een Regionaal Mobiliteitsteam komt. Dat kan mensen ondersteunen die door de coronacrisis met werkloosheid worden bedreigd of werkloos zijn geworden. Het Regionaal Mobiliteitsteam is in de regio Groot-Amsterdam ondergebracht in het Regionaal Werkcentrum. Het is een belangrijke aanvulling op de bestaande dienstverlening van het Regionaal Werkcentrum.

Doelen Doel 7.2 Amsterdammers die dienstverlening ontvangen van de gemeente doen duurzaam en naar vermogen mee. Indicatoren doel

1

Aantal Amsterdammers dat dienstverlening ontvangt van de gemeente en dat door uitstroom naar werk of scholing uitkerings­ onafhankelijk is

Peilwaarde (peiljaar) 4.538 (2018)

Rekening Begroting Stand na 8 2020 2021 maanden 4.015

4.520

3.262

Prognose ultimo 2021

Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

2

-2,4% (juni 2019)

Ontwikkeling van de Instroom in vergelijking met de andere drie G4­gemeenten (procentpunt), gemeten over een periode van 12 maanden

Rekening Begroting Stand na 8 2020 2021 maanden 1,5%

0%

+1,17%

Prognose ultimo 2021 +1,17%

Toelichting De coronacrisis zorgt voor veel onzekerheid op de arbeidsmarkt. In tijden van beperkende maatregelen vanwege corona werden veel extra mensen werk­ loos. Daardoor werd de concurrentiepositie van veel bijstands­gerechtigden slechter. Bovendien waren er minder kansen op de arbeidsmarkt vanwege het beperkte aantal vacatures. Vanwege die onzekerheid stelde het college de doelen rond uitstroom naar werk naar beneden bij. Echter, het economisch herstel op de arbeidsmarkt verloopt sneller dan gedacht. Bovendien waren er ook in de coronacrisis sectoren waar nog steeds behoefte was aan personeel was, zoals logistiek en supermarkten.

Doel 2 Deze indicator betreft de nieuwe instroom in de periode juli 2020-juni 2021. Die vergelijken we met de instroom over diezelfde periode een jaar eerder. We zien dat in Amsterdam de nieuwe instroom steeg met 3,218 procent en in de andere G4-steden met gemiddeld 2,044 procent. Vooral de nieuwe instroom in Utrecht en Den Haag is relatief laag. De hogere nieuwe instroom in Amsterdam komt omdat de coronacrisis de Amsterdamse arbeidsmarkt harder raakte dan elders in het land. We zien tegelijkertijd dat de totale bestandsomvang in Amsterdam minder hard groeide dan landelijk (programma 3.7.1). Dat betekent dat we er in zijn geslaagd om relatief veel mensen ook weer uit de bijstand te laten stromen.

5.000

52

H 2.7.2

Activiteiten Activiteit 7.2.1.1 We begeleiden Amsterdammers duurzaam naar werk, naar scholing of naar participatie. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Rekening Begroting 2020 2021

Stand na 7m

Prognose ultimo 2021

1

Totaal aantal Amsterdammers dat dienstverlening ontvangt van de gemeente en is uitgestroomd naar werk

7.506 (2017)

6.173

6.870

4.947

7.670

2

Totaal aantal Amsterdammers dat dienstverlening ontvangt van de gemeente en is uitgestroomd naar scholing

1.172

1.289

1.200

787

1.580

4

Aantal bijstandsgerechtigden dat nog geen uitzicht heeft op betaald werk dat participeert

14.986

17.281

18.000

16.277

17.000

7.2.1.1 activiteit 1 Door de grote onzekerheid over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt was de uitstroomambitie begin dit jaar bijgesteld. Door de versoepeling van de coronamaatregelen zien we de kansen op de arbeidsmarkt toenemen. Daardoor stromen er meer mensen uit de bijstand naar werk.

7.2.1.1 activiteit 2 Omdat de coronacrisis zorgde voor minder kansen op de arbeidsmarkt werkten we actief aan het begeleiden van bijstandsgerechtigden naar scholing. Zo komen werkzoekenden met een beter profiel op de arbeidsmarkt als de vraag weer toeneemt. Dit deden we vooral voor jongeren.

7.2.1.1 activiteit 4 Door de beperkende maatregelen vanwege de coronacrisis waren veel activiteiten voor participatie, zoals activiteiten in buurtcentra, gesloten. Door de versoepelingen van de coronamaatregelen verwachten we dat het aantal mensen dat participeert weer toeneemt.

53

H 2.7.3

2.7.3 Armoede en schuldhulp Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021

Begrotings­ wijzigingen

Najaarsnota 2021

Baten

0,5

0,7

0,1

0,8

Lasten

118,7

128,2

20,1

148,3

Saldo van baten en lasten

-118,1

-127,5

-20,0

-147,5

• Hogere lasten van € 2,3 miljoen door twee intensiveringen: Inkomenstoeslag (ITT) voor een bedrag van € 1,5 miljoen en Kindtegoed voor een bedrag van € 0,8 miljoen euro. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen bij Schuldhulpverlening door toegenomen realisatie tijdens het eerste kwartaal bij de buurtteams.

Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.

De afwijkingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 20,0 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 147,5 miljoen negatief.

Baten De totale baten stijgen met € 0,1 miljoen naar €0,8 miljoen. De afwijking is lager dan € 1 miljoen en zal niet verder worden toegelicht.

Lasten De totale lasten stijgen met € 20,1 miljoen naar € 148,3 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van 17,4 miljoen. Er is € 23 miljoen ontvangen uit de maartcirculaire en septembercirculaire voor de Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK). TONK is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende ontlasting bieden. De huidige prognose ligt € 5,6 miljoen lager, hiervan zal € 3,2 miljoen euro worden gebruikt als dekking voor de lasten Woonkostentoeslagen in het vierde kwartaal van het kalenderjaar 2021 plus intensiveringen binnen Armoedebestrijding. € 2,4 miljoen wordt overgeheveld naar 2022 om de verwachte stijgende kosten van Woonkostentoeslagen als onderdeel van de Bijzondere Bijstand in 2022 op te vangen.

Beleidsmatige afwijkingen Door de coronacrisis verandert het gebruik van de minimavoorzieningen. Dit hangt samen met de beperkende maatregelen en met de economische situatie. Het gebruik van de Stadspas of het gratis openbaar vervoer is bijvoorbeeld afgenomen terwijl het beroep op de bijzondere bijstand en de sociaal raadslieden is toegenomen. De ondersteuning van gedupeerde ouders in de hersteloperatie van de toeslagenaffaire is een flinke opgave in Amsterdam. Het college geeft dat voorrang. Wij bieden gedupeerde ouders ondersteuning aan op vijf leefgebieden: inkomen (schulden), wonen, zorg, gezin, werk. De buurt­ teamorganisaties benaderen en ondersteunen ouders, in samenwerking met het gemeentelijk Doorbraakteam. Het Rijk vergoedt alle hulpactiviteiten voor gedupeerde ouders die voortkomen uit de toeslagenaffaire. Gemeenten ontvangen hiervoor via een specifieke uitkering (SPUK) een financiële bijdrage gebaseerd op het aantal gedupeerden in de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10779253/1