Bijlage 1 - Najaarsnota 2021.pdf
Tekst van het document
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
54
H 2.7.3
Activiteiten
Toelichting Activiteit 7.3.1.2 – indicator 2
Activiteit 7.3.1.2 We bieden kinderen uit een gezin met een minimuminkomen voorzieningen aan om te kunnen deelnemen aan sport en cultuur en om ondersteund te worden in onderwijsdeelname om zo de kansengelijkheid Indicatoren activiteit
2
Aantal gebruikte activiteiten door kinderen en jongeren op het gebied van cultuur en sport en onderwijs
Peilwaarde (peiljaar) 104.000
Rekening Begroting 2020 2021 114.770
124.000
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
32.138
56.000
Activiteit 7.3.1.3
1
Het aantal unieke gebruikers van de Stadspas
2
Percentage werkende minima in loondienst dat gebruik maakt van minimaregelingen en/of schuldhulpverlening
Activiteit 7.3.1.3 – indicator 1 Vanwege de coronamaatregelen waren er de eerste helft van het jaar minder mogelijkheden om activiteiten aan te bieden. We zien echter een groei vanaf de tweede helft van het jaar. Van de dagtochten, Artis en rondvaarten is zeer veel gebruik gemaakt in augustus.
Activiteit 7.3.1.3 – indicator 2
We bieden minimaregelingen aan voor alle Amsterdammers met een laag inkomen met als focus de doelgroep die we nog onvoldoende bereiken: werkende minima. Indicatoren activiteit
Voor kinderen in gezinnen met een laag inkomen zijn er verschillende activiteiten die aangeboden worden via de Stadspas. Door de beperkende coronamaatregelen lagen veel activiteiten stil. Inmiddels hebben de samenwerkende partners het aanbod weer opgestart. We zien vooral vanaf augustus dat de kinderen de weg naar de activiteiten weer weten te vinden. We verwachten tot eind december een inhaalslag te kunnen maken.
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
58.000
60.569
74.000
36.532
50.000
27% (2015)
33%
41%
33%
35%
De streefwaarde voor 2021 is gebaseerd op de oude berekening van OIS. OIS berekent momenteel het bereik van werkende minima in loondienst over een groter aantal minimaregelingen. Daardoor is het percentage bereikte werkende minima in loondienst lager dan de oorspronkelijke streefwaarde voor 2021. Om te kunnen vergelijken met de peilwaarde, is deze door OIS met terug werkende kracht eveneens herberekend. We zien dat het bereik onder werkende minima in loondienst blijft groeien.
55
H 2.8
2.8 Volksgezondheid, jeugd en zorg
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
124,0
120,8
57,0
177,8
Lasten
1132,9
1127,6
59,1
1186,7
Totaal Programma 8 Volksgezondheid, jeugd en zorg
-1008,9
-1006,8
-2,1
-1008,9
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
40,9
212,0
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
151,5
171,1
Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een negatief effect van € 15,5 miljoen op de begroting. Het programma komt uit op een saldo van baten en lasten van € 1.022,2 miljoen. Per programmaonderdeel lichten we de begrotingswijzigingen verder toe.
56
H 2.8.1
2.8.1 Basisvoorzieningen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
96,4
96,1
58,5
154,6
Lasten
277,5
280,9
54,2
335,0
Saldo van baten en lasten
-181,1
-184,8
4,3
-180,5
Baten De baten stijgen met € 58,5 miljoen naar € 154,6 miljoen. Dit komt door: • Hogere baten van € 53,7 miljoen door de actualisatie van de begroting, met name door het opnemen van extra baten voor corona gerelateerde activiteiten, die vergoed worden door het ministerie van VWS. • Hogere baten van € 5,5 miljoen doordat extra activiteiten worden uitgevoerd in verband met corona bij het Streeklab. • Lagere baten van € 0,6 miljoen doordat minder taken worden uitgevoerd met betrekking tot forensische geneeskunde. Naar verwachting is dit in 2022 opgelost. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,1 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Lasten De lasten stijgen met € 54,2 miljoen naar € 335 miljoen. Dit komt door: • Hogere lasten van € 53,1 miljoen door de actualisatie van de begroting, met name door extra corona gerelateerde activiteiten (teststraten, vaccinaties, bron & contactopsporing). • Hogere lasten van € 1,6 miljoen vanwege extra middelen die in de maartbrief 2021 vanuit het Rijk beschikbaar zijn gesteld voor Perspectief jongeren in coronatijd. De middelen zijn bestemd voor het organiseren van activiteiten voor jongeren en zijn overgeboekt uit programma onderdeel 8.3. • Lagere lasten van € 1,0 miljoen inzake het Nationaal Museum Slavernijverleden, die zijn overgeboekt naar programmaonderdeel 8.4. • Hogere lasten van € 0,6 miljoen voor forensische geneeskunde mede veroorzaakt door hogere kosten voor inhuur extern personeel en nadelige posten uit voorgaande jaren.
• Hogere lasten van € 0,3 miljoen, die zijn overgeboekt uit een ander programmaonderdeel, dit betreft coalitiemiddelen in verband met drugsbestrijding/voorlichting. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,4 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021 Onttrekking
0,9
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
0,0
0,6
0,6
Toevoeging
0,0
0,0
4,5
4,5
Mutatie reserves
0,9
0,6
-4,5
-3,9
Toelichting Met het instellen van de reserve Versterking samenwerking laboratoria voor publieke gezondheidszorg doteren we € 4,5 miljoen in 2021. De reserve heeft als doel het uitvoeren van vervolgonderzoek naar de effecten van de Corona pandemie. En het voorbereiden van het Streeklaboratorium en de andere laboratoria in Amsterdam op een eventuele volgende gezondheidscrisis.
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten. 57
H 2.8.2
2.8.2 Wijkteams Reserves
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
1,7
0,1
0,0
0,1
Lasten
60,6
87,3
-1,6
85,7
Saldo van baten en lasten
-58,9
-87,2
1,6
-85,6
Baten
Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Er is geen sprake van begrotingswijzigingen.
Lasten De lasten dalen met € 1,6 miljoen naar € 85,7. Dit komt door: • Lagere lasten van € 1,5 miljoen voor Ouder- en Kindteams (OKT’s) door lagere huisvestingslasten en in voor 2021 was een bedrag voor zorg gereserveerd dat als gevolg van de inkoop HSJH 2021 door de OKT’s zelf zou worden geleverd. Hiervoor worden plannen ontwikkeld om beter aan de te sluiten op de individuele zorg. Voorgesteld wordt om € 1,0 miljoen in te zetten als dekking voor het tekort op de specialistische jeugdhulp. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,1 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.
58
H 2.8.3
2.8.3 Individuele voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
25,9
24,7
-1,5
23,2
Lasten
788,0
751,7
5,7
757,4
Saldo van baten en lasten
-762,0
-727,0
-7,2
-734,2
Baten De baten dalen met € 1,5 miljoen naar € 23,2 miljoen. Dit komt door: • Lagere baten van € 3,8 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen als gevolg van de in de september circulaire opgenomen uitname vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. • Hogere baten van € 2,3 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, omdat de gemeente Amsterdam een specifieke uitkering van het Rijk heeft ontvangen voor het versneld realiseren van (flexibele) huisvesting voor kwetsbare doelgroepen.
Lasten De lasten stijgen met € 5,7 miljoen naar € 757,4 miljoen. Dit komt door: • Hogere lasten van € 15,0 miljoen voor specialistische jeugdhulp, die gedekt worden uit het gemeentefonds. Dit is het gevolg van een stijging van cliënten in de relatief dure enkelvoudige zorgtrajecten (€ 10,0 miljoen) en onvoldoende doorstroommogelijkheden vanuit de hoog specialistische jeugdhulp (HSJS) naar voorzieningen voor beschermd wonen (€ 5,0 miljoen). • Lagere lasten van € 15,4 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen als gevolg van de in de september circulaire opgenomen uitname vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. • Lagere lasten van € 8,6 miljoen conform de besluitvorming bij de Begroting 2022 om dit te besteden in 2022 in plaats van in 2021. Dit betreft onder andere incidentele Rijksmiddelen voor de aanpak van dak- en thuislozen die in 2022 tot besteding komen.
• Hogere lasten van € 4,8 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, waarvan € 2,5 miljoen aan ontvangen middelen uit de meicirculaire voor met name prijscompensatie Beschermd Wonen en € 2,3 miljoen voor het versneld realiseren van (flexibele) huisvesting voor kwetsbare doelgroepen. • Hogere lasten van € 4,0 miljoen voor Individuele Betaalopdrachten (IBO’s) voor niet- gecontracteerde zorg, die gedekt worden uit het gemeentefonds. Vanwege de aanhoudende druk op het jeugdstelsel kunnen niet alle aanvragen voor specialistische jeugdhulp door de huidige kernpartners in behandeling worden genomen. Hogere lasten van € 2,6 miljoen voor Specialistische jeugdhulp als gevolg van een extra incidentele Rijksbijdrage via de Septembercirculaire 2021 om de wachttijdenproblematiek in de jeugdzorg tegen te gaan. Van de eerder landelijk toegekende € 613 miljoen was € 55 miljoen nog niet verdeeld. Het Amsterdamse aandeel van dit restant is € 2,6 miljoen. • Hogere lasten van € 2,0 miljoen voor Persoonsgebonden Budget (PGB) Jeugd, die gedekt worden uit het gemeentefonds.
De stijging van de uitgaven is het gevolg van: – De nieuwe inkoop HSJH waardoor de huidige kernpartners niet meer alle zorg kunnen leveren en als zorg toch nodig blijkt te zijn, wordt dit via een PGB verleend; – De uitkomst in ‘de zaak Brown’, waardoor PGB een gelijkwaardig alternatief is geworden van specialistische jeugdhulp en niet meer als tweede zorgoptie voor ouders/jeugdigen mag worden aangeboden; – Het afschaffen van verplichting tot onderaannemerschap bij de aanbieders van hoogspecialistische jeugdhulp; – De verrekening van de kosten die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) meer maakte voor de uitvoering van het pgb trekkingsrecht. Dit betreft de kosten die de SVB maakt om zorgverleners te betalen namens cliënten. • Lagere lasten van € 1,7 miljoen vanwege extra middelen die in de maartcirculaire 2021 beschikbaar zijn gesteld voor Perspectief jongeren in coronatijd. Deze middelen zijn bedoeld voor het organiseren van activiteiten voor jongeren en zijn daarom overgeheveld naar programmaonderdeel 8.1. 59
H 2.8.3
• Hogere lasten van € 1,5 miljoen voor landelijk ingekochte zorgtrajecten voor Jeugd. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat te weinig begroot is voor deze landelijke zorgtrajecten. Dit was de afgelopen jaren niet zichtbaar omdat de kosten onder de hoogspecialistische jeugdhulp werden geschaard. Door een verbetering in de admini stratieve aansluiting tussen ZorgNed en ons financieel systeem is de overschrijding duidelijk geworden. • Hogere lasten van € 1,2 miljoen omdat de vraag op specifieke onderdelen waaronder Hulp bij huishouden hoger ligt dan verwacht en door de extra uitgaven voor Ambulante Ondersteuning in verband met de transitie Buurtteams. Door een latere instroom van cliënten bij Buurt teams hebben sommige aanbieders extra uitgaven voor Ambulante Ondersteuning. Deze tekorten worden gedekt door lagere lasten voor programmaonderdelen 8.1 en 8.2. • Hogere lasten van € 1,1 miljoen voor het Steunpakket Sociaal, Mentaal, Welzijn, Leefstijl. Dit is een steunpakket van het rijk om de gevolgen van corona te helpen opvangen. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,8 miljoen die we verder niet toelichten, omdat de afwijkingen afzonderlijk kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Voorjaarsnota Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Onttrekking
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
1,3
0,0
13,8
13,8
Mutatie reserves
-1,3
0,0
-13,8
-13,8
bestedingen op Aanvullend Openbaar Vervoer en op Dagbesteding zijn het gevolg van de coronacrisis. Daarnaast is een incidenteel voordeel ontstaan bij de overheveling van Beschermd wonen plekken naar de WLZ. De middelen worden in latere jaren ingezet voor tegenvallers, zoals bij Hulp bij huishouden en Persoonsgebonden budgetten (Pgb) en voor de financiële risico’s die de transities naar de nieuwe inkoopcontracten en naar buurtteams met zich meebrengen. Hiervoor wordt in 2022 een bestemmingsvoorstel voorgelegd. Een extra dotatie van € 2,7 miljoen wordt conform de besluitvorming bij de Begroting 2022 ingezet om de hogere lasten bij Hulp bij het huishouden in 2022 en 2023 te dekken.
Beleidsmatige afwijkingen De nieuwe contractperiode voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) en aanvullende ondersteuning Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ging niet in op de geplande datum van 1 april 2021. De aanbestedings procedures hebben we ingetrokken en we sloten overbruggingsovereen komsten met huidige aanbieders MO/BW en de aanvullende ondersteuning Wmo. Dit betekent ook dat het voornemen om de tarieven voor MO/BW vast te stellen niet doorging. We hielden een evaluatie en herijking en we bereiden een nieuwe procedure voor. Door de coronasituatie was er naast de winterkouderegeling ook extra noodopvang voor mensen die dak- en thuisloos zijn.
Toevoeging De verwachte stand van de egalisatiereserve Wmo per einde 2021 bedraagt € 15,2 miljoen, op grond van een verwachte aanvullende dotatie van € 13,8 miljoen. Conform de systematiek van de reserve wordt de onder besteding op met name Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (€ 6,0 miljoen), Aanvullend Openbaar Vervoer (€ 2,8 miljoen) en Dag besteding (€ 2,0 miljoen) aan de reserve gedoteerd. De incidentele onder 60
H 2.8.3
Doelen
Activiteiten
Doel 8.3.2
Activiteit 8.3.1.1
Amsterdammers krijgen de juiste zorg op de juiste plek ongeacht hun leeftijd. Indicatoren doel
5
De wachtlijsten voor MO/BW zijn afgenomen
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m
Prognose ultimo 2021
13 8 maanden maanden
16 maanden
ca. 16 maanden (afhankelijk van doelgroep)
8.3.2.5 De uitstroom uit voorzieningen stokt onder meer doordat het aantal beschikbaar komende woningen achterblijft. Daarbij is de instroom hoog uit de GGZ. We maakten in 2021 aanvullende afspraken met woningbouw corporaties om meer woningen te leveren voor de doelgroep MO/BW. Met de extra incidentele middelen vanuit het landelijk plan van aanpak dakloosheid ‘ Een (t)huis, een toekomst’ bieden wij: • tijdelijk extra plekken 24-uursopvang. • extra inzet op preventie. • meer en vernieuwde begeleiding geboden aan cliënten die op de wachtlijst staan, gericht op toeleiding naar werk, herstel en inzet van sociaal netwerk. Op de langere termijn zullen we de effecten hiervan terugzien in de wacht tijden. Door het budgetplafond levert de hogere vraag niet direct extra uitgaven op, maar nemen de wachttijden toe.
We bieden opvang en zorg aan vrouwen, mannen en kinderen die betrokken zijn bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Indicatoren activiteit
1
3
Percentage adviesvragen en meldingen van inwoners ten opzichte van het totaal
Aantal mensen in opvang/ bezettingsgraad bij Blijf Groep
Peilwaarde (peiljaar) 4% (2020)
96% (2019)
Rekening Begroting 2020 2021 n.v.t.
94%
8%
90%
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
Advies: 47,8%
Advies: 50%
Melding: 4,3%
Melding: 5%
96%
96%
Activiteit 8.3.1.2 We zorgen voor een goed functionerend Veilig Thuis. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar) n.v.t.
Rekening Begroting 2020 2021 Amsterdam: 37%, gehele regio 37% (gehele lokale veld)
Stand na Prognose 8m ultimo 2021
1
Percentage huishoudens dat direct na de veiligheids beoordeling en/of dienst1 door Veilig Thuis overgedragen wordt naar het lokale veld (wijkteams jeugd en volwassenen)
34,6% 37% gehele gehele regio regio Amsterdam- AmsterdamAmstelland Amstelland; 32,3% 35% Amsterdam Amsterdam; 45,4% 45% Amstelland- Amstellandgemeenten gemeenten
2
Het aandeel triagebesluiten welke binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen is afgerond vanaf binnenkomst van de melding
44%
51%
55%
3
Het aandeel triagebesluiten welke binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen is afgerond vanaf binnenkomst van de melding
56%
63%
65%
1 Telt niet op tot 100% ivm aandeel burgermeldingen.
61
H 2.8.3
Activiteit 8.3.2.1 We onderzoeken de overdrachtspartijen van Veilig Thuis in Amsterdam. We willen weten aan wie Veilig Thuis zaken overdraagt. En of er een absolute afname zichtbaar is als we kijken naar de overdrachten aan het lokale veld.
We verstrekken via wijkzorg WMOvoorzieningen, zoals HbH, woonen vervoersvoorzieningen, ambulante ondersteuning en dagbesteding. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
2
Aantal verstrekte Wmo voorzieningen
53.400 (2018)
57.780
52.000
60.542
n.v.t.
3
Aantal pgb’s voor Wmo voorzieningen via SVB
4.444
5.036
3.600
2.402
4.000
4
Aantal cliënten met een pgb via gemeente
201 (2017)
302
160
216
320
8.3.1.2.2 Doorlooptijd veiligheidsbeoordeling De doorlooptijd van de veiligheidsbeoordeling verbeterde tegenover 2020 en dat is volgens verwachting. De verbetering uit 2020 zetten we voort in 2021. Ook is het aantal dagen dat gemiddeld nodig is voor een veiligheids beoordeling in de eerste helft van 2021 verkort. De wettelijke termijn van 5 dagen halen we nog niet altijd, maar de beoordeling doen we nu gemiddeld in 7 dagen. Vorig jaar was dat meer dan 10 dagen.
8.3.1.1.1. Advies- en meldingen afkomstig van burgers
8.3.1.2.3 Doorlooptijd dienst Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek
Bijna de helft van het totaal aantal adviesvragen komt van burgers. Dit is een goede ontwikkeling: burgers weten Veilig Thuis te vinden. Mogelijk heeft de chatfunctie van Veilig Thuis geholpen bij de groei van het aantal adviezen. Die chatfunctie stimuleert laagdrempelig contact. De meldingen van burgers daalden iets in 2021 tegenover vorig jaar. In absolute aantallen: van 301 in 2020 naar 289 in 2021. Dat het aantal meldingen in 2020 iets hoger was kan komen door de alertheid die er in de eerste helft van 2020 was vanwege de lockdown. We blijven het de komende periode volgen.
De doorlooptijd van beide diensten verbeterde tegenover 2020 en dat is volgens verwachting. De verbetering uit 2020 zetten we voort in 2021. Omdat het per maand sterk kan verschillen, stelden we de verwachting voor eind 2021 op 65 procent.
8.3.1.1.3. Aantal mensen in opvang/ bezettingsgraad bij Blijf Groep: De bezettingsgraad van de Blijf Groep is de totale bezettingsgraad van crisesopvang en Begeleid Wonen voor vrouwen en voor mannen. In 2020 was de bezetting op de crisisopvang tijdelijk lager, namelijk 85 procent. Dit kwam door de coronamaatregelen. De bezettingsgraad van crisisopvang is nu met 95 procent weer bijna terug op het niveau van 2019. De bezetting bij Begeleid Wonen is 97 procent.
8.3.1.2.1. Overdrachten aan het lokale veld Het aantal overdrachten aan het lokale veld is lager dan in 2020. Vooral in Amsterdam wordt er minder overgedragen aan het lokale veld. In de Amstelland gemeenten ligt het aantal overdrachten meer dan 10 procentpunten hoger. Met het verdwijnen van Samen DOEN en de ontwikkelingen in de Amster damse keten draagt Veilig Thuis misschien vaker over aan andere zorgpartijen dan het lokale veld. Deze ontwikkeling volgt Veilig Thuis nauwgezet.
8.3.2.1.2 Aantal verstrekte Wmo-voorzieningen: Doordat cliënten per 1 januari 2021 een nieuwe beschikking hebben gekregen, is het aantal beschikkingen dit jaar geen goede indicator. Dit omdat deze veel hoger zal zijn dan vorige jaren zonder dat het iets over een stijging in gebruik zegt. Vanwege een wijziging in de financiering zijn alle cliënten per 1 januari 2021 opnieuw beschikt voor: • ambulante ondersteuning. • hulp bij huishouden. • dagbesteding. Hierdoor komt het aantal beschikkingen in 2021 veel hoger uit. Om dit intern te volgen kijken we naar unieke cliënten in plaats van naar beschikkingen. Want dit zegt meer over de groei van het gebruik van de voorzieningen. Volgend jaar stellen we een of meerdere nieuwe indicatoren voor om het gebruik van Wmo-voorzieningen te volgen. Het aantal beschikkingen heeft daarom dit jaar geen directe relatie met de uitputting van middelen.
62
H 2.8.3
8.3.2.1.3 Aantal Persoonsgebonden budgetten (pgb’s) voor Wmovoorzieningen via Sociale Verzekeringsbank (SVB): Het aantal afgegeven beschikkingen voor een pgb via SVB is in de eerste helft van het jaar een kleine 2.000. Hiermee zitten we onder het aantal van 2020 na een half jaar. Per 1 januari 2021 zijn het vaardigheidskader en het kwaliteits kader ingevoerd. Dit heeft zowel effect op nieuwe instroom voor pgb als op bestaande pgb-houders, vooral bij ambulante ondersteuning. Het aantal beschikkingen is inclusief 341 tijdelijke toekenningen. Het uiteindelijke effect zal daarom nog hoger zijn. We verwachten dat dit ook in de tweede helft van 2021 voor minder nieuwe instroom en minder herindicaties zorgt. Daarnaast maken we afspraken met de aanbieders van Safehouses zodat wij cliënten zonder regiobinding niet meer beschikken. De daling is het effect van eerder ingevoerde maatregelen. Bij de Voorjaarsnota 2021 is besloten tot maatregelen op pgb omdat de kosten al jaren stegen. We zien nu dat de maatregelen effect hebben.
8.3.2.1.4 Aantal cliënten met een pgb via gemeente: De toename in het aantal cliënten met een pgb via ons uit 2020 lijkt in 2021 door te zetten. Net als vorig jaar zit dit vooral bij scootmobiels. Bij de Voorjaarsnota 2021 pasten we de begroting voor 2021 aan vanuit het behaalde resultaat in 2020.
63
H 2.8.4
2.8.4 Diversiteit Reserves
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
6,9
7,8
0,8
8,6
Saldo van baten en lasten
-6,9
-7,8
-0,8
-8,6
Baten
Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Er zijn geen baten in dit programmaonderdeel.
Lasten De totale lasten stijgen met € 0,8 miljoen naar € 8,6 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 0,5 miljoen inzake het Nationaal Museum Slavernij verleden. Uit programmaonderdeel 8.1 is € 1,0 miljoen overgeboekt, waarvan € 0,5 miljoen wordt doorgeschoven naar 2022 conform de verwachte bestedingen in dat jaar. • Per saldo resteert nog een afwijking van € 0,3 miljoen die we verder niet toelichten, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.
64
H 2.9
2.9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
364,0
405,5
-14,4
391,1
Lasten
443,6
471,4
-23,0
448,4
Totaal Programma 9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
-79,6
-65,9
8,6
-57,3
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
-24,0
27,6
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
76,3
51,6
Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 8,6 miljoen op de begroting, waardoor het saldo uitkomt op € 57,3 miljoen negatief. Per programmaonderdeel lichten we de begrotingswijzigingen toe.
65
H 2.9.1
2.9.1 Riool en drinkwater Financiële afwijkingen
Lasten
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
199,3
207,4
-4,9
202,5
Lasten
199,6
202,9
-6,5
196,4
-0,4
4,5
1,6
6,1
Saldo van baten en lasten
De totale lasten dalen met € 6,5 miljoen naar € 196,4 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 6,5 miljoen voor de drinkwatertaak. Vanwege de coronamaatregelen zijn de werkzaamheden die achter de voordeur plaatsvinden vertraagd en daarbij is meer ingezet op de investerings werkzaamheden. Daarnaast zijn er door hernieuwde prijsafspraken lagere kosten voor chemicaliën, inkoop rivierwater en laboratorium.
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van op € 1,6 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 6,1 miljoen. Het saldo van € 1,6 miljoen wordt verrekend met de egalisatiereserve drinkwater.
Reserves
Baten
Onttrekking
De totale baten dalen met € 4,9 miljoen naar € 202,5 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere baten van € 4,9 miljoen door afname drinkwaterverbruik als gevolg van de coronamaatregelen en de tegenvallende zomer. In de maand juni zijn er stijgingen waargenomen in de drinkwatervraag vanwege het zomerse weer. Gedurende de maanden juli en augustus viel de drinkwatervraag terug vanwege het gematigde weer. Daarnaast hebben de coronamaatregelen invloed gehad op het drinkwater levering. Met name de aanhoudende afwezigheid van de klanten die forensen en het aanhoudende lagere toeristen aantal hebben een groot nadelig effect op het drinkwatergebruik.
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
Mutatie reserves
6,0
2,7
-1,5
1,2
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021 6,0
2,7
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
-1,5
1,2
Onttrekkingen aan reserves Een lagere onttrekking van € 1,5 miljoen aan de egalisatiereserve drinkwater. De lagere baten en lagere lasten worden verrekend met de egalisatiereserve drinkwater wat leidt tot een lagere onttrekking. De baten voor drinkwater zijn lager door de coronacrisis en coronamaatregelen (€ 4,9 miljoen) en de lasten zijn lager door ook de coronamaategelen en hernieuwde prijsafspraken (€ 6,4 miljoen). Zie ook de toelichtingen bij de baten en lasten.
Toevoegingen aan reserves Geen toevoeging aan de reserve drinkwater.
66
H 2.9.1
Beleidsmatige afwijkingen De beleidsmatige afwijking betreft de Nieuwe Sanitatie in Buiksloterham en Strandeiland. De pilot Buiksloterham wordt getemporiseerd waardoor het in bedrijf nemen van het lokale nieuwe sanitatie systeem opschuift in de tijd. Om de risico’s van het project te kunnen beheersen moet eerst een aantal knelpunten worden opgelost. De belangrijkste zijn beheersing van de meerkosten in de woning, onderzoek naar hoe nieuwe sanitatie zich verhoudt tot het bouwen met lichte materialen en het opzetten van servicediensten voor onderhoud en beheer. Daarnaast is randvoorwaardelijk voor een doorstart van de pilot, dat binnen afzienbare termijn een ander woonblok met minimaal 160 aan te sluiten woningen wordt gevonden op één van de gemeentelijke kavels in Buiksloter ham. Een gecommitteerde partner ‘achter de voordeur’ is een vereiste. In het stedenbouwkundig plan van Strandeiland d.d. 7 nov 2019 is toepassing van Nieuwe Sanitatie uitgangspunt. Begin 2021 hebben de projectorganisatie Strandeiland en Waternet (vanuit de Amsterdamse rioleringstaak) geconclu deerd dat de risico’s op storingen, lagere serviceniveaus dan wenselijk en meerkosten van de implementatie van vacuümriolering voor Strandeiland, met name in de woning, op dit moment te hoog zijn.
Vooruitlopend op kennis name hiervan door de Raad, bereiden Waternet en het projectteam Strand eiland de uitfasering van vacuümriolering alvast voor. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente hebben in bestuurlijk overleg begin april besloten om parallel daaraan een gezamenlijk haalbaarheidsonderzoek naar een alternatieve vorm van Nieuwe Sanitatie zonder vacuümriool uit te voeren. Hierbij ligt de focus op verkenning van een alternatieve duurzame lokale waterzuivering met de mogelijkheid voor levering van thermische energie uit afvalwater op Strandeiland. In het bestemmingsplan is een kavel gereserveerd voor een lokale zuivering. De geprognosticeerde € 1,3 miljoen bestaat uit kosten voor: • uitfaseren van het vacuümriool voor zwartwater. • voorbereiden van het definitieve ontwerp van de droogweer-, grijs- en hemelwaterriolering.
Na afronding van de haalbaarheidsstudie in het eerste kwartaal van 2022 is er meer zicht op: • de (meerjarige) kostenontwikkeling door afbouwen van vacuümriolering. • de mogelijke invoering van andere rioleringsconcepten voor een eventuele lokale zuivering.
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten Activiteit 9.1.1.1 We produceren en leveren drinkwater. Indicatoren activiteit
1
Hoeveelheid m3 geleverd drinkwater
Peilwaarde (peiljaar) 91,2
Rekening Begroting 2020 2021 92,7
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
93,9
Activiteit 9.1.1.2 We zorgen voor een optimale dienstverlening voor drinkwaterklanten. Indicatoren activiteit
1
Klanttevredenheid drinkwaterklanten
Peilwaarde (peiljaar) 7,5
Rekening Begroting 2020 2021 8.1
>8
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
Geen meting
Geen meting
67
H 2.9.1
Activiteit 9.1.1.3
Toelichting bij activiteit 9.1.1.2 We zorgen voor een optimale dienstverlening voor drinkwaterklanten.
We leggen huisaansluitingen drinkwater aan.
Bij de omschakeling naar Dynamics365 hebben we het klanttevredenheids onderzoek niet meegenomen in de MVP. Daardoor hebben we dit hele jaar nog geen klanttevredenheid kunnen meten rondom drinkwater. Dit betreft zowel de drinkwaterprocessen zelf, als het klantcontact hierover. De score voor de klanttevredenheidsprocessen betreft dan ook alleen de belasting processen en is daarom niet representatief.
Indicatoren activiteit
1
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Aantallen huisaansluitingen
2.178
1.650
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
1.106
2.000
Activiteit 9.1.2.1
Toelichting bij activiteit 9.1.1.3 We leggen huisaansluitingen drinkwater aan.
We leggen huisaansluitingen riolering aan.
De voornaamste reden voor de stijging is dat we meer huisaansluitingen aanlegden om loden binnenleidingen te vervangen.
Indicatoren activiteit
1
Peilwaarde (peiljaar)
Aantallen huisaansluitingen
Rekening Begroting 2020 2021 2.676
3.500
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
812
2.000
We beheren, onderhouden en renoveren het rioolstelsel.
1
Aantal kilometers gerenoveerde riolering
Voor het aantal aansluitingen op jaarbasis moeten we rekening houden met de coronacrisis. We verwachten in het tweede helft van dit jaar minder aanvragen voor aansluitingen door terugval in de bouw.
Toelichting bij activiteit 9.1.2.2 We beheren, onderhouden en renoveren het rioolstelsel.
Activiteit 9.1.2.2
Indicatoren activiteit
Toelichting bij activiteit 9.1.2.1 Aantal huisaansluitingen Riolering.
Peilwaarde (peiljaar) 38
Rekening Begroting 2020 2021 37
38
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
12
27
Toelichting bij activiteit 9.1.1.1 We produceren en leveren drinkwater De drinkwaterlevering hebben we lager geschat dan begroot. Door de corona maatregelen zien we dat er minder geleverde kubieke meters drinkwater zijn. Vooral sluiten van de fabrieken en het lager aantal toeristen dan voor de coronacrisis hebben een groot effect op de afname.
Om in de toekomst wel het aantal te renoveren km’s er is een realistische planning nodig. Om die te krijgen zijn we bezig om de verschillende meerjarenprogramma’s op elkaar af te stemmen. De insteek is dat de rioolwerkzaamheden leidend worden voor prioritering van de vervangings opgave van verhardingen. Het resultaat moet zijn dat de vervangingspiek van riolering, maar ook het wegenprogramma, gerealiseerd wordt volgens een afgestemde ‘gezamenlijke’ jaarplanning. Met mede als doel dat er zo efficiënt mogelijk gewerkt wordt. We staan voor een onmogelijke taak om alsnog de benodigde vervanging te halen. Dit betekent vooralsnog dat er minder uitgegeven gaat worden op de investering Renovatie wat uiteraard ook geldt ook voor het overgebleven krediet van 2020.
68
H 2.9.2
2.9.2 Afval en grondstoffen Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
155,2
183,9
-7,6
176,3
Lasten
134,3
146,8
3,4
150,3
Saldo van baten en lasten
20,9
37,1
-11,1
26,0
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 11,1 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 26,0 miljoen positief.
Baten De totale baten dalen met € 7,6 miljoen naar € 176,3 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere baten uit reinigingsrecht van € 3,4 miljoen door het college besluit in april 2021 om ondernemers de mogelijkheid te bieden om restitutie aan te vragen voor de maanden dat zij gedwongen door Lock down gesloten zijn geweest. ( zie verdere toelichting bij Corona impact ) • Lagere baten uit de afvalstoffenheffing van € 3,3 miljoen door een groter aandeel oninbaar en meer automatische ontheffingen en leegstand dan voorzien. Deze effecten zijn deels Corona gerelateerd. De lagere baten worden volledig gecompenseerd door de lagere lasten aan kwijt scheldingen van de afvalstoffenheffing (zie toelichting onder lasten); • Lagere baten van € 0,9 miljoen als gevolg van technische bijstelling doorbelastingen uren projecten (zie ook lasten).
Lasten De totale lasten stijgen met € 3,4 miljoen naar € 150,3 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 6,0 miljoen voor het afvalketen waaronder structurele knelpunten in de bedrijfsvoering (onderdeel van bestuurs
opdracht). Het nadeel op deze lasten vormt samen met het nadeel op de baten reinigingsrecht het verwacht tekort op het systeem afvalstoffenheffing van € 9,4 miljoen voor 2021; • Hogere lasten (budget) van € 1,5 miljoen in verband met Corona compensatie van het Rijk ten behoeve van afval; • Hogere lasten van € 0,5 miljoen door herverdeling van budgetten voor masterplan handhaving en reiniging; • Lagere lasten van € 3,3 miljoen als gevolg van bijstelling raming kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing; • Lagere lasten van € 0,9 miljoen als gevolg van technische bijstelling doorbelastingen mens-uren projecten (zie ook baten); • Lagere lasten van € 0,3 miljoen door verschuiving lasten wegens inbedding van inhuur in de lijn.
Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.
Beleidsmatige afwijkingen Bestuurlijke relevante ontwikkelingen 2021 Staat voornamelijk in het teken van de voortdurende effecten van Corona, waardoor er meer huishoudelijk afval en minder bedrijfsafval wordt aangeboden. De sterke groei van aangeboden ‘groot karton’ zet daarbij extra druk op de inzameling. Ook financieel heeft het aanhouden van Corona gevolgen voor de afvalketen: meer huishoudelijk afval betekent meer kosten; minder bedrijfsafval betekent dat er minder (commerciële) opbrengsten kunnen worden gegenereerd dan begroot, die niet volledig kunnen worden gecompenseerd door het mindere werk dat er rondom bedrijfsafval is.
69
H 2.9.2
Bij de Voorjaarsnota 2021 is ook de bestuursopdracht afvalstoffenheffing vastgesteld, waarbij opdracht is gegeven om meerjarig rust te brengen rondom de tarieven en de bedrijfsvoering bij Afval en Grondstoffen (financieel in control gecombineerd met goed werkgeverschap).
Activiteit 9.2.2.1 We zamelen huishoudelijk afval duurzaam in. Indicatoren activiteit
Doelen Doel 9.2.1
1
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Percentage meldingen kapotte container op totaal aantal containers neemt af
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
25%
Amsterdam voorkomt afval. Indicatoren doel
1
Kilogram huishoudelijk afval per inwoner per jaar (BBVverplicht)
2
Kilogram huishoudelijk fijn en grof restafval per inwoner per jaar
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m
358 kg (2019)
Prognose ultimo 2021 386,3 kg FHA: 70 kg GHA:56 kg
Activiteit 9.2.2.2 We maken het voor bewoners makkelijk om hun afval op de juiste manier aan te bieden. Indicatoren activiteit
Doel 9.2.2
1
Afval dat ontstaat, zamelen we zo duurzaam mogelijk in en krijgt een zo hoogwaardig mogelijke verwerking.
Activiteit 9.2.2.4
Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m
Prognose ultimo 2021
1
Kilogram gescheiden stroom per inwoner per jaar t.o.v. totale stroom (scheidingspercentage)
32,5%
2
Kilogram gerecyclede stroom per inwoner per jaar t.o.v. gescheiden stroom (recyclepercentage)
23,2%
Peilwaarde Rekening Begroting (peiljaar) 2020 2021
Aantal inzamelvoorzieningen voor GFT
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
144
We informeren bewoners en betrekken bewoners bij de afvalinzameling en verwerking. Indicatoren activiteit
1
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
Percentage meldingen kapotte container op totaal aantal containers neemt af
De indicatoren zijn onlangs vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2021. Mede door de opgave rondom Corona en het op orde brengen van de bedrijfsvoering zijn er nog niet voor alle indicatoren peilwaarden beschikbaar. Ook zijn in het verleden niet altijd gegevens voor de nieuwe indicatoren geregistreerd. Waar mogelijk zal in volgende P&C producten dit verder worden aangevuld.
Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.
70
H 2.9.3
2.9.3 Duurzaamheid en milieubeheer Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
1,3
5,3
-1,0
4,3
Lasten
78,4
85,4
-15,8
69,5
Saldo van baten en lasten
-77,2
-80,0
14,8
-65,2
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 14,8 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 65,2 miljoen negatief.
Baten De totale baten dalen met € 1 miljoen naar € 4,3 miljoen. Dit komt vooral door: • lagere baten van € 1 miljoen voor de proeftuin aardgasvrije wijken. Betreft vooruit ontvangen Rijksmiddelen van in totaal € 6,8 miljoen. Verwacht wordt dat de bestedingen dit jaar met € 1 miljoen lager zullen uitvallen en worden doorgeschoven naar 2022.Bij de najaarsnota worden dus zowel de baten als de lasten met € 1 miljoen verlaagd.
Lasten De totale lasten dalen met € 15,8 miljoen naar € 69,5 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 6,1 miljoen, gedekt uit de reserve klimaatfonds. De projecten voor 2021 zijn geïnventariseerd en naar verwachting komen de lasten zo’n € 6,1 miljoen lager uit. Dit komt onder andere doordat een aantal verplichtingen dat is aangegaan pas in latere jaren zal worden uitbetaald, zoals bijvoorbeeld subsidies voor het aardgasvrij maken van bestaande bouw. • Lagere lasten door verwerking van € 5,4 miljoen vanwege over programmering. Dit betreft een technische begrotingsmutatie vanwege
de systematiek van overprogrammering van SMF-projecten. Voor de overprogrammering van de SMF-projecten is het noodzakelijk om de hogere budgetten te compenseren met een negatieve stelpost waardoor het totale lastenniveau weer wordt teruggebracht naar het oorspronkelijke niveau. Deze last was ten onrechte centraal gealloceerd en is in de begroting 2021 naar evenredigheid verdeeld over de verschillend programmaonderdelen. • Lagere lasten luchtkwaliteit van € 2,8 miljoen. De verwachte onder besteding voor luchtkwaliteit heeft voor € 2,2 miljoen betrekking op het achterblijven van subsidie aanvragen o.a. als gevolg van de Coronacrisis. De subsidieregeling voor uitstootvrije voertuigen is daarom onlangs verlengd tot en met december 2022. De subsidie voor sloop en vervanging van dieselvoertuigen kon aangevraagd worden tot en met juli 2021 en de uitbetaling hiervan kan nog doorlopen in 2022. De overige lagere lasten van € 0,6 miljoen zijn het gevolg van het vervallen van handhaving voor de nieuwe milieuzones op buitenlandse kentekens, omdat er veel minder buitenlandse toeristen zijn die Amsterdam dit jaar bezoeken. Volgend jaar is de verwachting dat dit wel gaat plaatsvinden.
Daarnaast wordt de uitwerking van privileges voor uitstootvrije stadslogistiek naar 2022 doorgeschoven zodat dit in samenhang kan gebeuren met de nieuwe afspraken die gemaakt worden met de branche over de toekomst van stadslogistiek in Amsterdam. In totaal zal € 2,8 miljoen worden doorgeschoven naar 2022. Dekking lasten luchtkwaliteit komt uit het Stedelijk MobiliteitsFonds (SMF). • Lagere lasten van € 1,5 miljoen op bodemsaneringsprojecten door vertraging project waterbodem Zuidergas, minder uitgaven bodem sanering grondexploitaties en minder subsidies voor reguliere bodem saneringen. • Lagere lasten van € 1 miljoen voor het opzetten van een proeftuin aardgasvrije wijken (zie toelichting onder baten van dit programma onderdeel). • Hogere lasten van € 0,3 miljoen door extra kosten voor de uitvoering van het programma aardgasvrij doordat de proceskosten voor de Warmtemotor niet uit de 50 miljoen duurzaam herstel worden gedekt. 71
H 2.9.3
Hierdoor blijft het in het programma duurzaam herstel gestelde doel van 10.000 aardgasvrije woningen haalbaar. • De overige afwijkingen van € 0,5 miljoen lichten we niet toe omdat deze kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
-6,7
38,5
Onttrekking
50,1
45,2
Toevoeging
58,9
40,6
0,8
41,4
Mutatie reserves
-8,8
4,6
-7,5
-2,9
Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen dalen met € 6,7 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: • Een lagere onttrekking van € 6,1 miljoen aan de reserve klimaatfonds; dit hangt samen met de lagere lasten op dit onderdeel. • Een lagere onttrekking van € 1,5 miljoen aan de reserve bodem sanering; dit hangt samen met de lagere lasten op de bodem saneringsprojecten. • Een hogere onttrekking van 0,6 miljoen aan reserve energie verduurzaming woningen vanwege de hogere lasten in 2020, en een hogere onttrekking van 0,3 miljoen (restant reserve) om lasten programma aardgasvrij te dekken. Dit hangt samen met de hogere lasten op dit onderdeel.
Beleidsmatige afwijkingen De voortdurende coronacrisis had ook dit jaar gevolgen voor de activiteiten rondom duurzaamheid, zoals deze: • Bijeenkomsten met bewoners en partijen in de stad gebeurden meestal niet meer live. Dit vingen we op met digitale contacten en bijeenkomsten. • Geplande projecten samen met getroffen sectoren gingen dit jaar ook niet door. Denk hierbij aan de evenementensector en de zorg. • Vanuit duurzaamheid werken we mee aan plannen voor duurzaam herstel voor zowel het economisch herstel als het (versneld) halen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Verder hebben wij geen ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Doelen en activiteiten Voor zover de stand van de indicatoren na 8 maanden voor de doelen en activiteiten nu bekend is, is er geen aanleiding om voor de doelen en activiteiten de prognose ultimo 2021 bij te stellen.
72
H 2.9.4
2.9.4 Ruimtelijke ordening Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
0,6
0,5
-0,1
0,4
Lasten
23,8
28,2
-3,9
24,4
Saldo van baten en lasten
-23,2
-27,7
3,8
-23,9
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 3,8 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 23,9 miljoen negatief.
Baten De totale baten dalen met € 0,1 miljoen naar € 0,4 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 0,1 miljoen. Deze begrotingsmutatie is met name het gevolg van de samenstelling van de dossiers Amstelveen. De uitval in te scannen meter door dubbelingen is hoger dan de ingeschatte 10%.
Lasten De totale lasten dalen met € 3,9 miljoen naar € 24,4 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 0,4 miljoen bij de stadsdelen voor het digitaliseren van bouwdossiers. Deze mutatie is het gevolg van een onderbesteding, die komt met name doordat de werkvoorraad minder lastig en minder omvangrijk is gebleken dan verwacht. • Negatieve lasten van € 9,3 vanwege enerzijds hogere lasten (m.n. salaris en inhuur) en anderzijds door hogere dekking declarabele uren aan opdrachtgevers. • Hogere lasten € 0,4 miljoen. Betreft een bijdrage aan de oplossing van de stelpost Digitaal Stelsel Omgevingswet. • Lagere lasten van € 0,3 miljoen vanwege een technische begrotings mutatie vanuit de overprogrammering van de SMF-projecten.
• Hogere lasten van € 0,4 miljoen. Bestuurlijk afgesproken dat Almere en Amsterdam het organiseren van de Floriade Amsterdam Almere 2022 een gezamenlijke inzet is voor de Metropoolregio Amsterdam. Een inhoude lijke en programmatische deelname van Amsterdam aan de Floriade Expo 2022,op meerdere onderdelen uitgewerkt, zoals inrichting van een kavel op de Floriade met een tijdelijk paviljoen en buiteninrichting. • Additionele kosten invlechting Weesp van € 2,0 miljoen. • Hogere lasten van € 1,0 miljoen. Het project Zeecruise kende vorig jaar een onderbesteding, net als de projecten IJ-oevers en Sprong over ’t IJ. De besluitvorming over het advies oeververbinding duurt langer dan vooraf gepland. Het is een zorgvuldig proces samen met partners als RWS en alles draait om draagvlak. Daarom zijn werkzaamheden van 2020 naar dit jaar verschoven. Voor het project Zeecruise heeft is een deel van de in 2020 geplande werkzaamheden, met name het vervolgonderzoek naar verplaatsing Passenger Terminal Amsterdam en het opstellen van de beleidsvisie Zeecruise, verschoven naar 2021. • Hogere lasten van € 0,3 miljoen. De integrale ontwerpmethode openbare ruimte (IOOR) is een veelbelovende ontwerpinnovatie die tot forse besparingen in de projecten kan leiden. Bij de Voorjaarsnota is afgesproken om de gerealiseerde kosten in 2021 te betrekken bij de begroting in de Najaarsnota.
• Hogere lasten van € 0,9 miljoen vanwege de kosten voor de uittreding van Weesp aan Omgevingsdienst Gooi & Vechtstreek. • Hogere lasten van € 0,4 miljoen vanwege het besluit van de gemeente raad Weesp om extra budget beschikbaar te stellen voor het project Weesper Sluis. • Hogere lasten van € 0,7 miljoen voor de implementatie van de Omgevingswet. In 2018 is de start gemaakt met de implementatie van de Omgevingswet. Jaarlijks wordt de begroting over de jaarschijven beoordeeld en worden de budgetten aangepast. Het overschot bedroeg €1,1 miljoen. Hiervan wordt € 0,7 miljoen ingezet in 2021 voor de borging van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet in de organisatie. • Hogere lasten van € 0,1 miljoen vanwege diverse wijzigingen. Deze lichten we hier niet verder toe. 73
H 2.9.4
Reserves
Activiteit 9.4.1.2
(bedragen x € 1 miljoen)
We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling.
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Onttrekking
0,4
1,9
1,0
2,9
Toevoeging
4,9
0,2
0,0
0,2
Mutatie reserves
-4,5
1,7
1,0
2,7
Indicatoren activiteit
1
Onttrekkingen aan reserves De hogere onttrekking aan de reserve van € 1,0 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een hogere onttrekking van € 1,0 miljoen aan de reserve IJoever verbindingen; dit hangt samen met de hogere lasten op dit onderdeel.
Peilwaarde (peiljaar)
Aantal vastgestelde principebesluiten
Rekening Begroting 2020 2021 4
5
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
4
6
Activiteit 9.4.1.4
Beleidsmatige afwijkingen
We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam.
Doelen
Indicatoren activiteit
We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten
Rekening 2020
Begroting 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
17 (2017)
12
5
5
7
1
Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)
2
Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling
3
2
3
4
3
Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)
2
3
2
3
4
Percentage demografische druk (BBVverplicht)
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
Aantal toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid
8.900
9.000
6000
9000
2
Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stadsen dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst
22
10
13
20
3
Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie) aan initiatiefnemers en bestuurders
22
30
10
15
We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus. Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
1
Activiteit 9.4.1.1
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
46,6 6 Nog niet Geen (2017) beschikbaar streefwaarde
74
H 2.9.4
Activiteit 9.4.1.5 We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
1
Bezoekersaantallen Amstelland
3,1 miljoen
nog niet beschikbaar
3 miljoen
niet bekend
3 miljoen
2
Bezoekersaantallen Twiske Waterland
1,3 miljoen 1,6 miljoen
1 miljoen
niet bekend
1 miljoen
3
Bezoekersaantallen Spaarnwoude
5,1 miljoen
5 miljoen
niet bekend
5 miljoen
nog niet beschikbaar
Toelichtingen 9.4.1.1. We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus.
9.4.1.4 We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Het aantal adviesaanvragen voor plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke monumentenlijst is aanzienlijk hoger dan voorzien. Het aantal adviesverzoeken voor de Integrale Commissie is echter lager dan voorzien. Het hogere aantal aanvragen voor monumenten en beschermde gebieden komt door een inhaalslag. Het gaat om gebouwen die ooit zijn gewaardeerd met een orde 1 maar om wisselende redenen niet eerder zijn aangewezen als monument. Het aantal integrale adviesverzoeken hangt af van de bereidheid van derden om plannen in de initiatieffase voor te leggen voor een onafhankelijk advies. Dat kan dus schommelen. Voor onze inzet is deze verschuiving saldoneutraal.
9.4.1.5 We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. De bezoekersaantallen rapporteren we 1 keer per jaar in het voorjaar, na afsluiting van het kalenderjaar. Er zijn dus geen tussentijdse cijfers beschikbaar.
Het aantal verkenningen komt hoger uit dan geschat en heeft een iets andere verdeling. Dit heeft te maken met het toenemende belang van inpassen van de duurzaamheidsopgaven in ruimtelijke plannen. Daarom verhoogden we het aantal themastudies duurzame gebiedsontwikkeling. Deze verhoging lossen we binnen het budget op door de verkenningen kleiner te maken.
75
H 2.9.5
2.9.5 Begraafplaatsen en crematoria Financiële afwijkingen
Lasten: Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Baten
7,7
8,3
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
-0,7
7,6
Lasten
7,4
8,1
-0,2
7,8
Saldo van baten en lasten
0,2
0,2
-0,5
-0,3
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 0,5 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 0,3 miljoen negatief.
Baten: De totale baten dalen met € 0,7 miljoen naar € 7,6 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere baten € 0,1 miljoen uit huuropbrengsten van uitvaartcentrum De nieuwe Noorder. Per 1 januari 2021 is de verhuur aan een uitvaart ondernemer stopgezet. Het gebouw wordt nu verbouwd, zodat de exploitatie in eigen beheer kan worden uitgevoerd. Naar verwachting kan medio oktober worden gestart worden met de exploitatie. • Lagere baten € 0,3 miljoen uit leges lijkbezorgingsrechten. De begraaf plaatsen en crematoria hebben net als in 2021 te maken met opgelegde beperkingen als gevolg van corona. Door de 1,5 meter maatregel kunnen minder nabestaanden een uitvaart bijwonen. • Lagere baten € 0,3 miljoen uit opbrengst producten. Door de beperking van het aantal nabestaanden dat toegestaan is in onze aula’s en koffiekamers zijn er minder uitvaarten geweest en waardoor ook de opbrengst vanuit consumptieverkopen ook fors is gedaald.
De totale lasten dalen met € 0,2 miljoen naar € 7,9 miljoen. Dit komt vooral door: • Lagere personeelslasten € 0,2 miljoen als gevolg van vacatureruimte. • Hogere lasten € 0,1 miljoen vanwege extra inhuur bewaking om de opgelegde beperkingen door corona voor wat betreft aantal nabestaanden dat een uitvaart mag bijwonen en het handhaven van de 1,5 meter maatregel in de genoemde ruimten. • Lagere lasten van € 0,1 miljoen door minder inkopen van consumptie goederen.
Reserves Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties.
Beleidsmatige afwijkingen Doelen Doel 9.5.1 Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
1 Kostendekkendheid leges lijkbezorgingsrechten.
95% (2018)
Rekening Begroting Waarde na 2020 2021 8m 98%
100%
100%
Prognose ultimo 2021 96%
76
H 2.9.5
De schatting van de kostendekkendheid van de leges lijkbezorgingsrechten eind 2021 is vanuit de financiële afwijkingen 96%. Zie verder de toelichting op de ontwikkeling van de baten en de lasten.
Activiteiten Activiteit 9.5.1.1 We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en monumenten (het stenen archief van de stad). Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Rekening Begroting 2020 2021
Stand na 8m
Prognose ultimo 2021
1
Aantal begravingen
698
700
446
670
2
Aantal crematies
2.456
2.400
1.454
2.200
Door de opgelegde beperkingen vanwege corona mogen op de gemeente lijke begraafplaatsen en crematoria maar heel weinig nabestaanden een uitvaart bijwonen. Uitvaartondernemers wijken daarom uit naar begraaf plaatsen en crematoria waar meer nabestaanden de uitvaart kunnen bijwonen.
77
H 2.10
2.10 Grond
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
780,2
868,3
121,4
989,8
Lasten
524,3
556,5
91,6
648,1
Totaal Programma 10 Grond
255,9
311,9
29,8
341,7
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
-21,8
-58,8
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
135,3
-37,0
Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben, na verrekeningen met reserves, een positief effect van € 10,9 miljoen op de begroting. Dit bestaat uit een positief resultaat bij de tariefdiensten van € 8,9 miljoen (10.1 Grond) en een positief erfpachtresultaat van € 2,0 miljoen (10.2 Erfpacht). Het programma 10, zonder mutaties reserves, komt uit op een saldo van € 341,7 miljoen positief. Dit is een verbetering van € 29,8 miljoen. Per programmaonderdeel lichten we de begrotingswijzigingen toe.
78
H 2.10.1
2.10.1 Grond Financiële afwijkingen
Baten
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
553,8
539,8
193,0
732,9
Lasten
478,0
504,3
93,6
597,9
Saldo van baten en lasten
75,8
35,6
99,4
135,0
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 99,4 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 135,0 miljoen. Het programmaonderdeel Grond heeft voornamelijk betrekking op grond exploitaties. De opbrengsten en kosten in de grondexploitaties kunnen van jaar tot jaar sterk verschillen. De financiële ontwikkelingen moeten daarom over de gehele looptijd van de grondexploitaties worden bekeken. Het over grote deel van de baten en lasten in dit programmaonderdeel verrekenen we met de balans of reserves. Het heeft daardoor geen relatie met de algemene middelen. De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben, na verrekeningen met reserves, een positief effect van € 8,9 miljoen op de begroting als gevolg van een positief resultaat van de tariefdiensten. Dit positief resultaat wordt deels ingezet voor hogere lasten in programma B, Bestuur en organisatie en programma 9, Duurzaamheid en ruimtelijke ontwikkeling (invlechting Weesp). De overige afwijkingen worden verrekend met balansposten. Het programma onderdeel 10.1, zonder mutaties reserves, komt uit op een saldo van € 135,0 miljoen positief. Dit is een verbetering van € 99,4 miljoen.
De totale baten stijgen met € 193,0 miljoen naar € 732,9 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere baten in de grondexploitaties van € 100,0 miljoen. We verwachten dat er meer uitgiftes (met name in de Zuidas) plaatsvinden in de grondexploitaties in 2021 en we hebben een subsidie van het Rijk ontvangen voor de woningbouwimpuls van € 20,0 miljoen. • Hogere winstnemingen van € 78,1 miljoen. De winstnemingen worden jaarlijks bepaald en zijn afhankelijk van de voortgang van de grond exploitaties. • Hogere baten van € 15,0 miljoen, omdat de erfpachtinkomsten van woningbouwcorporaties, die conform afspraak worden gedoteerd aan het Verveningsfonds, bij verkoop sociale huurwoning of canonherziening einde tijdvak vanaf nu in dit programmaonderdeel worden verantwoord in plaats van in programmaonderdeel 10.2. Het bedrag bestaat enerzijds uit een verschuiving van € 12,0 miljoen en anderzijds hogere baten van € 3,0 miljoen. De verschuiving betreft een administratieve wijziging, zodat de baten in hetzelfde programmaonderdeel worden verantwoord als de reserve waaraan ze worden gedoteerd.
Lasten De totale lasten stijgen met € 93,6 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 83,0 miljoen door hogere administratieve verrekeningen. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans, zoals hierboven toegelicht. • Hogere lasten door een dotatie aan de voorziening plantekorten van € 20,0 miljoen, vooral als gevolg van een genomen investeringsbesluit met een negatief plansaldo. • Lagere lasten bij tariefdiensten van € 8,9 miljoen door enerzijds hogere personeelskosten (€ 2,7 miljoen), waarvan lagere salariskosten (€ 8,0 miljoen) en hogere inhuur (€ 10,7 miljoen) en anderzijds een hogere interne omzet van -/- € 11,7 miljoen. De hogere interne omzet wordt verwacht door de huidige opdrachtenportefeuille en de productivi 79
H 2.10.1
teit van de medewerkers. De hogere inhuur en lagere salarislasten komt doordat het moeilijk is om vacatureruimte in te vullen, ondanks dat de inhuurkosten voor projectmanagementactiviteiten lager zijn door een gewijzigd raamcontract. De prognose is onzeker, omdat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) per eind 2021 mogelijk invloed heeft op lasten van de externe inhuur en de bijbehorende omzet. • Lagere lasten voor het project Wallengebied van € 0,9 miljoen, omdat de afwikkeling van verkoop van panden pas in 2022 gebeurt. Dit is ook het jaar waarin het project wordt afgerond. Dit leidt tevens tot een lagere onttrekking. • Overige hogere lasten van € 0,3 miljoen die we verder niet toelichten, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
11,3
170,9
Onttrekking
242,8
159,6
Toevoeging
172,2
118,4
81,1
199,4
Mutatie reserves
70,6
41,3
-69,8
-28,5
Onttrekkingen aan reserves
• Een hogere onttrekking van € 0,6 miljoen aan de reserve Zuidas voor investeringen in de bibliotheek OBA Next. Vanaf 2025 worden deze middelen weer aan de reserve toegevoegd. • Een hogere onttrekking van € 0,9 miljoen voor de bijdrage van de Gemeente Amsterdam aan het project Weespersluis dat momenteel nog door Weesp wordt uitgevoerd, maar vanaf 2022 onderdeel uitmaakt van de gemeentebegroting. Een lagere onttrekking van € 0,9 miljoen aan de reserve Wallengebied, zoals toegelicht bij de lasten.
Toevoegingen aan reserves Een hogere toevoeging van € 81,1 miljoen aan de reserves leidt tot een dotatie van € 199,4 miljoen. De hogere toevoeging komt door: • Een hogere dotatie van € 78,1 miljoen aan de reserves Verevenings fonds en Zuidas door hogere winstnemingen in de grondexploitaties van € 78,1 miljoen, zoals toegelicht bij de baten. • Een hogere dotatie van € 3,0 miljoen aan de reserve Vereveningsfonds omdat er meer sociale huurwoningen worden verkocht en er meer splitsingen worden aangevraagd. Conform afspraak wordt een deel van deze erfpachtinkomsten toegevoegd aan de reserve.
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
Een hogere onttrekking aan de reserves van € 11,3 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een hogere onttrekking van € 7,0 miljoen aan de reserve Verevenings fonds voor investeringen in de parken Rembrandtpark en Noorderpark, conform eerder genomen raadsbesluiten. • Een hogere onttrekking van € 3,7 miljoen aan de reserve Verevenings fonds enerzijds door een hogere onttrekking van € 20 miljoen ter dekking van de stijging van de voorziening plantekorten (zie toelichting lasten) en anderzijds een lagere onttrekking van € 16,3 miljoen door lagere uitgaven in de grondexploitaties die direct verrekend worden met de reserve.