CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 MIRT-brief januari 2026

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de afspraken in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (VN2026-000407)16.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456 0000 F 070-456 1111 Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764 Bijlage(n) 11

Datum Betreft

13 januari 2026 MIRT-brief januari 2026

Geachte voorzitter, Een goede bereikbaarheid in en van Nederland is van groot belang. De winterse omstandigheden van afgelopen week hebben nog eens extra onderstreept hoe essentieel een goed werkend mobiliteitssysteem is in ons dagelijks leven. De fysieke infrastructuur in Nederland vormt de ruggengraat van onze samenleving én houdt onze delta veilig. Zonder infra geen nieuwe woningen, zonder infra geen militaire mobiliteit, en zonder infra geen economische ontwikkeling. Als we willen investeren in woningbouw, de weerbaarheid van Nederland en ons verdienvermogen, zijn ook investeringen in mobiliteit nodig. De afgelopen jaren zijn scherpe keuzes noodzakelijk gebleken in het investeringsprogramma van het Mobiliteitsfonds (MF), onder meer vanwege financiële tegenvallers bij lopende projecten en programma’s, onvoldoende stikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Door een deel van het investeringsprogramma te pauzeren, is het mogelijk geworden om basiskwaliteitsniveaus vast te stellen voor de instandhouding van de netwerken en verder te werken aan diverse aanlegprojecten in (naderende) realisatie.

In de Miljoenennota 2026 heeft het kabinet besloten dat een deel van de prijsbijstelling tranche 2026 opnieuw wordt ingezet als dekking van structurele problematiek Rijksbreed.1 Eerder is bij de Voorjaarsnota 2025 door het kabinet besloten om de helft van de prijsbijstelling tranche 2025 (€ 2,1 miljard) in te houden. De taakstellingen hebben een structurele doorwerking, omdat de verplichtingen meerjarig vastliggen. Indicatief betekent het inhouden van de prijsbijstelling dat tot en met 2039 (huidige looptijd fondsen) circa € 3,9 miljard aan prijsbijstelling wordt ingehouden op het MF en Deltafonds (DF) samen. Dit effect loopt ook na 2039 door. Dit leidt tot nieuwe keuzes binnen het MF. Uw Kamer wordt hierover bij de Voorjaarsnota 2026 geïnformeerd. Zoals in de Kamerbrief Langetermijnperspectief infrastructuur en woningbouw is aangegeven, neemt het budgettair kader van het MF af en is er een steeds groter deel nodig voor de exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur. 2 1

Kamerstuk 36 800-XII

2

Pagina 1 van 33

Hierdoor is er nauwelijks ruimte om tegenvallers op te vangen en is er geen ruimte voor nieuwe investeringen binnen het MF. In juli jl. is de Kamer geïnformeerd over de financiële opgaven en beleidswensen op het MF die optellen tot tientallen miljarden euro’s.3 Tegelijkertijd zijn er uitvoeringsbeperkingen, zoals onvoldoende stikstofruimte en de krapte op de arbeidsmarkt waardoor ook niet alles uitgevoerd kan worden. Dit terwijl er steeds meer beheersmaatregelen nodig zijn om de infrastructurele netwerken veilig en beschikbaar te houden, zoals onlangs aan de Kamer is gemeld in de Staat van de Infrastructuur.4

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

De bereikbaarheid en mobiliteit van Nederland staan hiermee onder toenemende druk. Als een nieuw kabinet een goed functionerend netwerk wil waarborgen, zijn voldoende structurele middelen een belangrijke randvoorwaarde, zowel voor instandhouding als voor nieuwe grootschalige structuurversterkende projecten. Tijdens de Bestuurlijke Overleggen MIRT hebben de regio’s opnieuw opgeroepen om structureel meer geld voor aanleg en instandhouding van infrastructuur vrij te maken. Binnen de huidige financiële kaders kunnen urgente en maakbare instandhoudingopgaven van het MIRT-programma niet zoals gepland worden uitgevoerd. Dit kan onverwachte afsluitingen, omleidingen en vertragingen tot gevolg hebben. Ten aanzien van de capaciteit van Rijkswaterstaat (RWS) begrijpen de regio’s de keuze van het prioritair inzetten van capaciteit op exploitatie en onderhoud alsmede vernieuwing. Ze vragen tijdens de bestuurlijke overleggen echter wel om meer inzicht in de afweging die gemaakt wordt bij de inzet van de capaciteit van RWS, ook omdat dit consequenties heeft voor (gepauzeerde) aanlegprojecten. Het rijk zal hierover in 2026 in gesprek gaan met de regio’s om deze afweging en prioritering meer inzichtelijk te maken. Ondanks de demissionaire status van het kabinet en de beperkende ontwikkelingen (o.a.

beperkte stikstofruimte en beschikbare arbeidscapaciteit) blijft IenW werken aan de instandhouding van de netwerken en aan projecten die wél maakbaar zijn. Hiervoor werkt IenW samen met andere departementen, provincies, gemeenten, vervoerregio’s en waterschappen. De langetermijninvesteringen in de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid van Nederland zijn opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Samen met de vijf MIRT-regio’s en de goederenvervoercorridorpartijen vinden elk jaar de BO’s MIRT plaats. Deze overleggen vormen daarmee een belangrijk moment om opgaven te agenderen, te bespreken en afspraken te maken met regionale bestuurders, en om – waar mogelijk – (investerings)beslissingen te nemen over toekomstige projecten en programma’s. De combinatie van afnemende budgetten, toenemende instandhoudingsopgaven en grotere nationale behoeften aan mobiliteit voor woningbouw, economie en (militaire) weerbaarheid maakt een herziening van de MIRT-systematiek nodig. Met de MIRT-brief eind 2026 zal de Kamer over de voorgenomen richting worden geïnformeerd. Hierbij wordt voortgebouwd op de verkennende gesprekken die de afgelopen tijd zijn gevoerd met partijen die bij het MIRT betrokken zijn. 5 Herziening van de MIRT-systematiek wordt in overleg met de regio’s nader onderzocht om zo het MIRT toekomstvast vorm en inhoud te geven.

3

Kamerstuk 29 435, nr. 270

4

Kamerstuk 36 800-A, nr. 9

5

Kamerstuk 36 600-A, nr. 16 Pagina 2 van 33

Van 5 tot en met 8 januari 2026 hebben de BO’s MIRT plaatsgevonden. In deze BO’s zijn afspraken gemaakt met de regio’s over de € 2,5 miljard die vanuit het kabinet beschikbaar is gesteld voor de bereikbaarheid van nieuwe woningen, zowel in stedelijke gebieden als in kleinere kernen. De Kamer is eerder geïnformeerd over de verdeling van de middelen.6 € 1,3 miljard wordt ingezet voor voorstellen gericht op Woningbouw op Korte termijn (WoKT). Hiermee wordt de bouw van ongeveer 145.000 nieuwe bereikbare woningen ondersteund. € 1,2 miljard wordt gereserveerd voor bereikbaarheidsmaatregelen in de grootschalige woningbouwgebieden. Vanuit het Gebiedsbudget van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) zal daarnaast nog € 877 miljoen worden geïnvesteerd in grootschalige woningbouwgebieden. Dit alles draagt bij aan de realisatie van ongeveer 128.000 woningen tot 2035. Het geheel van afspraken is te vinden in de afsprakenlijst die bij deze brief is bijgevoegd.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

Er zijn aanzienlijk meer, veelal kwalitatief goede, voorstellen ontvangen dan aan financiële middelen beschikbaar is. Dat betekent dat er ook veel goede voorstellen nu niet gehonoreerd zijn, zoals die van de in de Ontwerpnota Ruimte aangewezen nieuwe grootschalige woningbouwgebieden Alkmaar Kanaalzone, BSK Apeldoorn, Helmond Centrum+ en Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE). Met deze gebieden blijven we in gesprek. Het is aan een nieuw kabinet hier keuzes op te maken, waarbij de ingediende proposities als basis kunnen dienen. Daarnaast is geconcludeerd dat het zinvol is om gezamenlijk met de regio te onderzoeken wat het effect is van het toepassen van generieke rendementseisen voor de landelijke WoKT-regeling op de WoKT-voorstellen in de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Zeeland. Onderdeel van dit onderzoek is de vraag of een landelijke WoMo-regeling met generieke criteria recht kan doen aan de verschillen in woningbouwopgaven in verschillende regio’s, mede in het licht van de activiteiten in het kader van Elke Regio Telt. De onderzoeksopzet hiervoor zal op korte termijn door het Rijk in samenwerking met de betreffende regio’s worden uitgewerkt. Verder is onder meer afgesproken een MIRT-verkenning te starten voor de N33 Appingedam – Eemshaven (uit kabinetsreactie “Nij Begun”) waarvoor € 252,5 miljoen beschikbaar is binnen het MF.

Hiermee moet de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van en naar de Eemsdelta verbeterd worden. Daarnaast is afgelopen oktober de A16 bij Rotterdam geopend. Hierdoor stroomt het verkeer vlotter door en wordt de leefbaarheid voor de bewoners langs de A13 en A20 versterkt. Ook is onlangs de startbeslissing genomen voor de Nedersaksenlijn. Met de komst van de Nedersaksenlijn verbetert de bereikbaarheid en ontstaan kansen voor verbetering van de ruimtelijk-economische ontwikkeling en brede welvaart in de regio. Verder zijn met regionale overheden onder meer afspraken gemaakt voor € 38 miljoen voor het streven om de komende tien jaar op de tien drukste knelpunten op het spoor en de weg de spits aan te pakken. De Kamer wordt, mede namens de minister van VRO, geïnformeerd over de uitkomsten van de BO’s MIRT voor zover die betrekking hebben op het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De minister van VRO informeert de Kamer met een separate brief over de uitkomsten van de BO’s ten aanzien van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Een volledig overzicht van alle bestuurlijke afspraken is te vinden in de bijlage bij deze brief. Met deze brief informeren we de Kamer over de volgende zaken: 6

Kamerstuk 32 847, nr. 1389 Pagina 3 van 33

1.

2. 3.

Voortgang MIRT-projecten en -programma’s 1.1. Regio Oost 1.2. Regio Noordwest 1.3. Regio Zuidwest 1.4. Regio Noord 1.5. Regio Zuid 1.6. Goederenvervoercorridors 1.7. Algemeen/regio-overstijgend Moties en toezeggingen in het kader van het MIRT Slot

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1. Voortgang MIRT-projecten en -programma’s 1.1. Regio Oost In het BO MIRT Oost is gesproken over verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid van steden en het landelijk gebied. Ook kwam aan de orde dat er mogelijk infrastructurele opgaven kunnen voortvloeien uit het programma Ruimte voor Defensie, bijvoorbeeld bij Zeewolde. De ministeries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plek hebben of kunnen krijgen in het MIRT. Daar waar de MIRT-systematiek niet passend is, zal gezamenlijk worden gekeken naar de mogelijkheden voor tijdige ingebruikname van benodigde infrastructuur gelet op de noodzakelijke versterking van de krijgsmacht. De betreffende regio’s zullen daarbij worden betrokken. Verder zijn er afspraken gemaakt voor grootschalige woningbouwgebieden in Nijmegen, Zwolle en Arnhem. Er is gesproken over de nieuwe grootschalige woningbouwgebieden. In landsdeel Oost betreft dat de gebieden Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) en Apeldoorn Binnenstad- Spoor en Kanaalzone (BSK), waar geen inframiddelen zijn toegekend. Rijk en regio gaan in het eerste kwartaal van 2026 verder met elkaar in gesprek over mogelijkheden binnen bestaande afspraken en richting de toekomst. Voor woningbouw op korte termijn worden onder meer in de gemeenten Dalfsen, Doetinchem en Raalte middelen toegekend.

Zowel via grootschalige woningbouwgebieden als woningbouw op korte termijn zijn er bijdragen afgesproken voor het realiseren van goed ontsloten woningbouw in verstedelijkingsgebieden in NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. 1.1.1. Vrije kruising Arnhem-Oost Bij het BO MIRT 2022 is afgesproken om een MIRT-onderzoek uit te voeren naar een vrije spoorkruising ten oosten van Arnhem Velperpoort om het groeiende personenvervoer te accommoderen. Dit MIRT-onderzoek is in de afgelopen periode afgerond en als bijlage bijgevoegd. Uit het onderzoek en de bijbehorende participatiebijeenkomsten komt naar voren dat er zeker ruimtelijke kansen zijn te creëren bij het ontwerpen van een dergelijke vrije kruising middenin Arnhem, maar dat er ook nog belangrijke knelpunten zijn. Het is dan ook belangrijk dat de omwonenden hier te zijner tijd goed bij betrokken worden. Vanwege de samenhang met het MIRT-onderzoek naar de gehele spoorcorridor Utrecht – Arnhem – Duitse grens waarvan de resultaten en bestuurlijke bespreking in 2026 worden verwacht, hebben de betrokken partijen nu geen vervolgafspraken gemaakt rondom de vrije kruising Arnhem-Oost. 1.1.2. Berlijntrein

Pagina 4 van 33

ProRail heeft recent met IenW en de regio de tussenresultaten gedeeld van hun onderzoek naar de robuuste inpassing van de versnelde Berlijntrein en van 740 meter lange goederentreinen conform de TEN-T-verplichting op hetzelfde traject. ProRail heeft daarbij aangegeven dat voor station Deventer een extra onderzoeksslag nodig is. Hierover is met de regio een BO MIRT afspraak gemaakt.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

Uit de tussenresultaten blijkt een vierde perron op station Deventer (€ 95-135 miljoen) en een snelheidsverhoging tussen Hengelo en Oldenzaal grens (€ 25-65 miljoen7) nodig om het huidige knelpunt bij Deventer op te lossen.8 Een vierde perron draagt ook bij aan meer/snellere (inter)nationale treinen en eventuele dubbelsporigheid Zwolle - Deventer.9 Van de snelheidsverhoging Hengelo - Oldenzaal profiteren ook de regionale treinen. Een snelheidsverhoging Amersfoort - Apeldoorn (€60-85 miljoen) zal de robuustheid en de reistijd verder verbeteren en de overstap op Amersfoort voor bijvoorbeeld reizigers uit Twente naar Schiphol versterken. Deze laatste maatregel is ook nodig voor verdere groei van treinfrequenties bovenop de PHS-dienstregeling. Uit de studie volgt ook dat met aanpassingen op het emplacement Deventer het mogelijk wordt om aldaar 740 meter lange goederentreinen te faciliteren, waarmee zowel de Weesp-route als de IJssellijn geschikt worden voor 740 meter goederentreinen richting Bad Bentheim. In het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer wordt deze aanpassing gezien als prioriteit.

Aangezien binnen het huidige 740 meter programma geen financiële middelen beschikbaar zijn voor het emplacement Deventer zal, na oplevering van de studie in 2026, binnen de uitvoeringsagenda van het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer met prioriteit worden gezocht naar financiële middelen om het project voort te zetten. 1.2. Regio Noordwest In het BO MIRT Noordwest zijn belangrijke besluiten genomen die een impuls geven aan de grote opgaven op het gebied van bereikbaarheid en woningbouw. Voor de Metropoolregio Utrecht (MRU) zijn afspraken gemaakt over de bereikbaarheid in relatie tot de grootschalige ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg. Daarbij is onder meer een voorlopig voorkeursalternatief vastgesteld voor de Merwedelijn in combinatie met stappen voor het hoofd- en onderliggend wegennet en het fietsnetwerk in Utrecht Zuidwest. Voor het gepauzeerde project A1/A28 knooppunt Hoevelaken is geconstateerd dat ondanks de breed gedeelde ambitie de randvoorwaarden nu niet kunnen worden ingevuld voor een (gefaseerde) herstart. Gezien de urgentie van het project en de wil van partijen om er de schouders onder te zetten, is afgesproken dat rijk en regio gezamenlijk de mogelijkheden in de aanpak van de stikstofopgave verkennen.

Verder zijn onder meer de uitkomsten van de eindrapportage van het Gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone onderschreven en zijn vervolgafspraken gemaakt. In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is afgesproken een MIRT-verkenning A27 Zeewolde – Eemnes te starten. Daarnaast zet het Rijk zich in om het project A6 Almere Oostvaarders – Lelystad op een gepast moment te herstarten. Voor beide projecten is door het Rijk (aanvullend) budget beschikbaar gesteld. Hiermee worden stappen gezet ter verbetering van de bereikbaarheid van Flevoland en de ontsluiting van de grote woningbouwopgave in deze provincie. De nieuw 7

Exclusief eventueel benodigde maatregelen rondom overwegen en baanstabiliteit.

8

Kamerstuk 29 984, nr. 1201

9

Kamerstuk 36 600-A, nr. 63 Pagina 5 van 33

aangewezen grootschalige woningbouwlocatie Alkmaar krijgt een impuls door een bijdrage uit het gebiedsbudget van het ministerie van VRO. De regio heeft haar teleurstelling uitgesproken dat er vanuit het Rijk geen middelen zijn toegewezen voor de ontsluiting van het nieuw aangewezen grootschalig woningbouwgebied Alkmaars Kanaal. De regio Noord-Holland Noord heeft voorgesteld in de regio een gezamenlijke Rijk-regio pilot te starten met de inzet van drones bij incidentmanagement op de infrastructuurnetwerken. Het Rijk heeft toegezegd hierop terug te komen betreft mogelijkheden.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

Tenslotte heeft de regio Noordwest aandacht gevraagd voor het beter benutten van Europese subsidies, zoals het Social Climate Fund, bijvoorbeeld voor investeringen in de passage van hoofdinfrastructuur door doorfietsroutes. 1.2.1. Zuidasdok Er zijn verdere stappen gezet in de realisatie van het programma Zuidasdok. In de bijlage is de eerste halfjaarrapportage 2025 over het programma Zuidasdok opgenomen. In de eerste zes maanden van 2025 hebben grootschalige werkzaamheden plaatsgevonden aan de Openbaar Vervoer Terminal en Knooppunt De Nieuwe Meer. Op 31 oktober 2025 is Knooppunt Amstel gegund aan Boskalis, Mobilis en Van Gelder. Het integraal definitief ontwerp van de tunnel wordt opgesteld. In december 2023 is een verwacht tekort op Zuidasdok van € 600 miljoen tot € 800 miljoen gerapporteerd. In 2024 zijn in opdracht van het bestuurlijk overleg Zuidasdok versoberingsmogelijkheden in beeld gebracht en is gekeken of onderdelen van het project kunnen worden getemporiseerd. Toen is afgesproken een taakstelling door te voeren van € 70 miljoen die behaald wordt door het soberder realiseren van de projectscope. Ook hebben de bestuurders verzocht de mogelijkheid van een robuustere bouwmethode te onderzoeken. Inmiddels is gebleken dat een aangepaste bouwmethode onvoldoende aanvullende besparing oplevert en deels niet veilig toepasbaar is.

De opdrachtgevers blijven gericht op maatregelen om verdere kostenstijgingen te voorkomen. Met oog op de opdrachtverlening voor de tunnel hebben de opdrachtgevers in 2024 afgesproken hierover uiterlijk in de tweede helft van 2025 een besluit te nemen. Tijdens de realisatie van het programma en het ontwerpproces van de tunnel is meer duidelijkheid ontstaan over risico’s, planning en kosten. Ondanks de inzet op versoberingen en het voorkomen van meerkosten, is het verwachte tekort begin 2025 helaas verder toegenomen naar € 1.150 miljoen tot € 1.300 miljoen. De door het programma Zuidasdok gemelde oorzaken sluiten aan bij eerder gemelde factoren bij kostenstijgingen in het programma zoals inflatie, schaarste en risicoavers gedrag van de markt, toenemende indirecte kosten, de grote bouwcomplexiteit, de staat van het areaal en de ondergrond. Een structurele omstandigheid bij de kostenstijgingen is ook dat Zuidasdok in hoogstedelijk gebied gerealiseerd wordt. Het gebied moet tijdens de bouw op een veilige manier bereikbaar blijven. Het station en de snelweg blijven open terwijl ze worden uitgebreid. Het gaat om een kostenprognose die nog kan wijzigen en niet om onherroepelijke externe verplichtingen. Er zijn optimalisaties mogelijk, maar er kunnen ook nieuwe tegenvallers optreden.

Er wordt in 2026 een externe toets uitgevoerd naar de door het programma Zuidasdok toegepaste processen, methoden en technieken voor het ontwerpen en beprijzen van het programma en welke waarborgen daaromheen zijn ingericht. De bouw van de Minervapassage vertraagt, met gevolgen voor project tunnel en project OVT-3. De vertraging heeft Pagina 6 van 33

gevolgen voor het risicoprofiel op de eindmijlpaal. Rekening houdend met deze onzekerheden verschuift de eindmijlpaal van Zuidasdok naar 2035-2037. In een BO op 5 november hebben Rijk en regio de scope van Zuidasdok zoals opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok nogmaals bevestigd. Het is duidelijk geworden dat het besluit over de noordelijke tunnel en Knooppunt Amstel noord pas in 2026 nodig is. Eind 2026 is er ook meer zekerheid rondom de uitvoeringsprijs van de tunnel en het ontwerp voor Knooppunt Amstel Zuid. Ondertussen wordt doorgewerkt aan een integraal definitief ontwerp voor realisatie van tunnel zuid en tunnel noord, waarbij met het nu beschikbare budget in ieder geval tunnel zuid gerealiseerd wordt. Er is afgesproken dat het besluit over fasering en financiering van tunnel noord en KNA-noord uiterlijk eind 2026 wordt genomen. De gehele scope kan alleen worden gerealiseerd met aanvullend budget.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.2.2. Herijking planning project A9 Badhoevedorp – Holendrecht Het project A9 Badhoevedorp – Holendrecht is het laatste project van het weguitbreidingsprogramma Schiphol – Amsterdam – Almere (SAA). Bij de opdrachtnemer is vertraging opgetreden bij de uitvoering van de werkzaamheden aan de verdiepte ligging nabij de gemeente Amstelveen. Oorzaken hiervan liggen in vertraagde vergunningen, gewijzigde wetgeving en onverwachte omstandigheden zoals het aantreffen van een oude onbekende weg. Hierdoor verschuift de openstellingsmijlpaal van zowel het project als het programma SAA van eind 2027 naar medio 2029. 1.2.3. OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer Op 7 oktober jl. heeft een bestuurlijk overleg over de MIRT-verkenning OV-verbinding Amsterdam Haarlemmermeer (OVAH) plaatsgevonden. De opdrachtgevers (Vervoerregio Amsterdam, Schiphol, Schiphol Area Development Company (SADC), gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer, Provincie NoordHolland, NS en ministerie van IenW) hebben met elkaar gesproken over de tussenresultaten van de MIRT-verkenning. In het BO MIRT 2024 is met elkaar afgesproken om te komen tot een richtinggevend conceptbesluit voor een voorlopig voorkeursalternatief. Rijk en regio zijn het eens dat van de vijf alternatieven, zoals beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, ingezet wordt op het alternatief ‘bovengrondse metro’.

De huidige inschatting komt erop neer dat er in totaal € 4-7 miljard nodig is voor de OV-verbinding, afhankelijk van de lengte van het tracé en nadere uitwerking. Het is een uitdaging om gezamenlijk voldoende financiële middelen beschikbaar te hebben ter dekking van het voorlopig voorkeursalternatief. Rijk en regio gaan er de komende periode gezamenlijk aan werken om de financiering rond te krijgen. Vanaf 2039 wordt structureel € 200 miljoen vanuit de extrapolatie gereserveerd voor de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer op de begroting van IenW. Het is aan een volgend kabinet om een vervolgbesluit te nemen voor dit project. De Voorkeursbeslissing is volgens de huidige planning eind 2026 voorzien. Het belang en de urgentie van het project voor het (spoor)netwerk als geheel en voor de bereikbaarheid van Nederland staat niet ter discussie. Sterker nog, het project OVAH is noodzakelijk voor een goede bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam, voor een toekomstvast spoornetwerk voor Nederland. Pagina 7 van 33

1.2.4. Groot Merwede en Rijnenburg Rijk en regio zetten in op grootschalige ontwikkeling van in totaal 63.000 tot 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeidsplaatsen in Groot Merwede en Rijnenburg. Grootschalige ontwikkeling is afhankelijk van diverse voorwaarden (bijvoorbeeld water, bodem en energie op orde) en van benodigde maatregelen en investeringen voor bereikbaarheid en leefbaarheid. Rijk en regio stellen daarom een ontwikkelstrategie op.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

Vooruitlopend op de ontwikkelstrategie en voortbouwend op zowel het MIRTonderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg als de MIRT-verkenning OV en Wonen, is op het BO MIRT afgesproken om vervolgonderzoek te doen naar de toekomstige OV- en autobereikbaarheid van Groot Merwede en Rijnenburg. Enerzijds wordt een startbeslissing voorbereid voor een MIRT-verkenning naar het doortrekken van de Merwedelijn als ‘Rijnenburglijn' naar Rijnenburg. Anderzijds wordt vervolgonderzoek uitgevoerd naar de ontsluiting van Rijnenburg per auto in samenhang met het functioneren van het hoofdwegennet. Voor de maatregelen die uit beide vervolgonderzoeken volgen, is nog geen financiële dekking beschikbaar. Voor de MIRT-verkenning OV en Wonen hebben Rijk en regio het voorlopig voorkeursalternatief vastgesteld van een Merwedelijn met een verdiepte ligging. Hiertoe reserveert het Rijk een taakstellend budget van € 562 miljoen inclusief btw extra en de regio € 160 miljoen exclusief btw extra. Met het vaststellen van het voorlopig voorkeursalternatief worden vóór 2035 tenminste 10.000 extra woningen in Groot Merwede gerealiseerd, aanvullend op de 25.500 woningen die zijn afgesproken in het BO MIRT 2022. Daarnaast spant de regio zich in om vanaf 2035 te starten met het ontwikkelen van Rijnenburg (22.000 tot 25.000 woningen).

Hiermee is ook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Koerhuis en Minhas om afspraken met Utrecht en Nieuwegein te maken over de afspraken in het coalitieakkoord en het aantal te bouwen woningen vóór en na 2030.10 Rijk en regio werken toe naar een zo spoedig mogelijk voorkeursbesluit voor de MIRTverkenning waarna de MIRT-planning en -studiefase kan starten. 1.2.5. ERTMS Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad (SAAL) In de afgelopen periode is met de regio gesproken over de landelijke uitrol van ERTMS en de frequentieverhoging op de SAAL-corridor. Daarbij is uitgebreid stilgestaan bij de complexiteit, onzekerheden en verwachtingen van de betrokken partijen. Het rijden van extra treinen in 2033 (conform Dienstregelingsmodel II) is de gezamenlijke ambitie, maar vormt een grote uitdaging. De uitrol van ERTMS op de SAAL-corridor is noodzakelijk om hoogfrequent vervoer mogelijk te maken. De programmadirectie ERTMS werkt samen met partners in de spoorsector en de regio aan de verdere uitwerking hiervan. Daarnaast wordt gewerkt aan mogelijke alternatieve verbeteringen van de bereikbaarheid en wordt de ontwikkeling van het aantal reizigers onderzocht. Het streven is om in 2026 te komen tot verdere keuzes. 1.3.

Regio Zuidwest In het BO MIRT Zuidwest zijn voor € 276 miljoen in totaal 17 WoKT-afspraken gemaakt waarmee wordt bijgedragen aan de versnelde realisatie van ruim 30.000 woningen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt voor € 277 miljoen voor de goede 10

Kamerstuk 36 200-A, nr 19 Pagina 8 van 33

bereikbaarheid en ontsluiting van de grootschalige woningbouwgebieden Rotterdam Oostflank, Den Haag CID Binckhorst en de Oude Lijn. Vanuit het gebiedsbudget is € 236 miljoen in Zuidwest toegekend. In totaal draagt dit bij aan de start realisatie van 18.650 extra woningen tot en met 2034 in de grootschalige woningbouwgebieden. In navolging van de WoKT-besluiten die zijn genomen met Zeeland en met de regio Noord wordt er een onderzoek gestart tussen Rijk en regio naar de effecten van de toepassing van rendementseisen voor de WoKTregeling.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

De regio heeft het belang van een goed functionerend infranetwerk benadrukt, ook vanwege de financiële tekorten en de vele ruimtelijke opgaven waaronder woningbouw. Vanuit de regio is aangegeven dat de prijsbijstelling op de indexatie vanuit het Rijk op termijn tot tekorten zal leiden en dit een opgave is. Hierbij is aandacht gevraagd voor de gepauzeerde wegenprojecten (A4 Haaglanden – N14, A4 Burgerveen – N14, A15 Papendrecht – Gorinchem, A16 Van Brienenoordcorridor) en een oproep gedaan strategische keuzes te maken bij de prioritering wanneer er weer geld (en stikstof en maakcapaciteit) beschikbaar is. Benoemd is ook de resterende gezamenlijke opgave om het eindbeeld van de gehele schaalsprong voor de Oude Lijn te kunnen realiseren. Voor de gebiedsontwikkeling Cortelande heeft de regio het belang van een nieuw station Zuidplas-Westergouwe benadrukt in verband met de regionale ambitie voor de modal shift van 5 procent. De regio neemt initiatief om na te gaan of een station bijdraagt aan deze ambitie. Het Rijk heeft aangegeven vanuit landelijke afweging nu geen nut en noodzaak van een nieuw station te zien. Het Rijk neemt daarom en vanwege het ontbreken van personele capaciteit niet deel aan onderzoek naar een station Zuidplas-Westergouwe. Er is doorgepraat over de ruimtelijke keuzes (o.a.

woningbouw, economie, energie, landbouw, water) die in het kader van Zeeland 2050 gemaakt moeten worden en de (mogelijke) implicaties daarvan voor de Midden Zeelandroute en de Zeelandbrug. Met de toekenning van € 20 miljoen voor de Deltaweg bij Goes, vanuit het budget voor ‘kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming’, kan Zeeland de verkeersdoorstroming verbeteren op één van de drukke delen van de Midden Zeelandroute. In deze route is de Zeelandbrug een belangrijke schakel, waarvan het einde van de technische levensduur dichterbij komt. Rijk en regio starten daarom gezamenlijk een variantenonderzoek naar de oeververbinding Oosterschelde. Zeeland heeft aangegeven het gesprek over hun ambitie voor een vierde Intercity trein per uur vanuit Vlissingen te willen blijven voeren. Het Rijk doet hier ook onderzoek naar en staat open voor het gesprek. Daarnaast heeft Zeeland aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid bij calamiteiten en onderhoud van Zeeland en specifiek voor stremmingen van de Vlaktetunnel. Afgesproken is om binnen de kaders van de Tunnelwet te kijken wat mogelijk is in de procedures en te kijken naar de aanleg van calamiteitendoorsteken. Ook bekijkt het Rijk wat mogelijk is in relatie tot de renovatie van de Vlaketunnel. Gesprekken hierover vinden binnen Zeeland Bereikbaar plaats.

Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam hebben afgesproken een verkenning te starten naar verschillende oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek in de haven en de impuls voor de leefomgeving van het Rotterdamse havengebied (NOVEX Rotterdamse Haven). 11 11

Het startdocument is te vinden op https://www.novexrotterdamsehaven.nl/downloads/startdocument. Pagina 9 van 33

Hierbij staat niet de groei, maar de transitie van de haven centraal. Het toekomstbestendig maken van de haven is essentieel voor Nederland en Noordwest-Europa vanwege de bijdrage aan het verdienvermogen, de strategische autonomie, leveringszekerheid, Defensie en het realiseren van duurzaamheidsdoelstellingen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.3.1. Opening A16 Rotterdam In oktober 2025 is een mijlpaal bereikt: de A16 Rotterdam is volledig in gebruik genomen. Op maandag 6 oktober reden de eerste auto’s zuidwaarts richting Dordrecht en Breda over de gloednieuwe snelweg; drie weken later volgde de noordelijke rijrichting naar Delft en Den Haag. Met deze 11 kilometer lange verbinding tussen de A13 bij Rotterdam The Hague Airport en de A16 bij het Terbregseplein is de bereikbaarheid van Rotterdam en Lansingerland verbeterd. Het verkeer stroomt vlotter door en de leefbaarheid voor de bewoners langs de A13 en A20 is versterkt. De A16 Rotterdam is bovendien innovatief aangelegd. Het is de eerste energieneutrale snelweg van ons land met tunnel: de 2,2 kilometer lange Rottemerentunnel draait volledig op zonne-energie, ondersteund door batterijen, en is tijdens de bouw al zoveel mogelijk emissieloos gerealiseerd. Het resultaat is een duurzame snelweg. Als ministerie van IenW zijn we er bijzonder trots op. 1.3.2. Oude Lijn Rijk en regio zijn in 2022 gestart met de MIRT-verkenning Oude Lijn waarin verschillende alternatieven worden onderzocht voor een schaalsprong op de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht. Het betreft de opwaardering van vier bestaande stations, de toevoeging van vier nieuwe stations op verstedelijkingslocaties en de uitrol van een hoogfrequente citysprinter op het tracé van Den Haag Centraal naar Dordrecht.

Deze schaalsprong is randvoorwaardelijk voor de bouw van ca. 200.000 woningen en ca. 85.000 arbeidsplaatsen in de Zuidelijke Randstad en kent een ongekend hoge maatschappelijke kosten-baten score. Alle opdrachtgevers onderschrijven het belang van deze schaalsprong. Om de gehele schaalsprong te realiseren is aanvullend ca. € 2 miljard nodig. Rijk en regio hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om hiervoor financiering te vinden. Het is aan een volgend kabinet om een vervolgbesluit te nemen voor dit project. Rijk en regio hebben afgesproken verder te werken aan alle onderdelen van de Oude Lijn. Dit betekent dat voor de bestaande stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI en Schiedam Centrum op korte termijn gestart kan worden met de planstudiefase. Voor knooppunt Dordrecht zijn partijen het eens over de benodigde maatregelen, maar moeten nadere afspraken worden gemaakt over de daarbij behorende kostenverdeling. Parallel wordt verder uitgewerkt wat nodig is voor frequentieverhoging naar 8 sprinters per uur. De verkenning naar de aanleg van de nieuwe stations Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle en de daarvoor benodigde spoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam wordt in 2026 afgerond. Partijen houden een substantieel deel van het budget gereserveerd om hier volgend jaar verdere afspraken over te kunnen maken.

Een deel van dat budget is geoormerkt voor station Rijswijk Buiten. Afhankelijk van de besluitvorming over station Dordrecht wordt ook een reservering gemaakt voor het nieuwe station Dordrecht Leerpark. 1.3.3. MerwedeLingelijn Pagina 10 van 33

De MIRT-verkenning voor het project Inframaatregelen MerwedeLingelijn is in 2024 gestart met het uitbrengen van de startbeslissing. In de MIRT-verkenning worden de kansrijke oplossingsrichtingen verder uitgewerkt. Eind 2025 wordt de nota kansrijke oplossingen verwacht, waarna toegewerkt kan worden naar het uitwerken van een voorkeursvariant. De keuze hiervan is voorzien voor medio 2026.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.3.4. BRT Leiden – Zoetermeer Rijk en regio hebben afspraken gemaakt over de uitvoering van de aanleg van het traject Bus Rapid Transport (BRT) Leiden – Zoetermeer. Het project is van meerwaarde voor de ontwikkeling van het gebied tussen Leiden en Zoetermeer en voor de ontsluiting van woongebieden. De totale kosten worden geraamd op € 74 miljoen waarbij Rijk en regio ieder de helft bijdragen. 1.3.5. Suppletie Galgeplaat De planuitwerking is afgerond voor het PAGW-project (Programmatische Aanpak Grote Wateren) zandsuppletie Galgeplaat en Slikken van den Dortsman. De planuitwerking resulteert in 2025 in een afgestemd ontwerp van de zandsuppletie Galgeplaat en omgeving. Het project wordt naar verwachting in de winter van 2026/2027 opgeleverd. 1.4. Regio Noord In het BO MIRT Noord is het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn vastgesteld en is teruggeblikt op het nemen van de startbeslissing voor de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn op 6 oktober 2025. Ook is kort stilgestaan bij de stand van zaken van het Masterplan Lelylijn en vooruitgeblikt naar de presentatie van het advies van de Lelylijn-gezant Klaas Knot op 30 januari 2026. Daarnaast is gesproken over de voortgang van de vervanging van de bruggen in de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl.

De regio heeft daarbij haar zorgen uitgesproken over de staat van de Friese bruggen en de planning om tot vervanging van deze bruggen te komen. Er is ook doorgepraat over de Gerrit Krolbrug in Groningen en het besluit om geen tijdelijke verbinding te realiseren tijdens de bouw van de nieuwe brug. Verder is gesproken over de verdeling van de WoMo-middelen. De grootschalige woningbouwgebieden Groningen Suikerzijde en Groningen Stadshavens/Eemskanaalzone krijgen beide een bijdrage uit het gebiedsbudget. Voor de woningbouw op korte termijn worden in de gemeenten Leeuwarden, Midden-Drenthe en Westerkwartier middelen toegekend. De regio heeft haar teleurstelling uitgesproken over deze uitkomst. Er is geconcludeerd dat het zinvol is om gezamenlijk te onderzoeken wat het effect is van het toepassen van generieke rendementseisen voor de landelijke WoKT-regeling op de WoKTvoorstellen in de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Zeeland. Onderdeel van dit onderzoek is de vraag of een landelijke WoMo-regeling met generieke criteria recht kan doen aan de verschillen in woningbouwopgaven in verschillende regio’s, mede in het licht van de activiteiten in het kader van Elke Regio Telt. De onderzoeksopzet hiervoor zal op korte termijn door het Rijk en de betreffende regio’s worden uitgewerkt. 1.4.1. N33

Pagina 11 van 33

Rijk en regio hebben afgesproken om een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) op te stellen om gezamenlijk invulling te geven aan de programmatische benadering voor de N33. Het streven is om de SOK najaar 2026 te ondertekenen. 1.4.1.1. Gefaseerde herstart N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) In 2021 is het project N33 Midden stilgelegd vanwege een gebrek aan stikstofruimte en financiën.12 In 2023 heeft het kabinet in het kader van “Nij Begun’’ € 145 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld voor de N33 Midden, bovenop de door Rijk en regio al gereserveerde middelen.13 Afgelopen periode zijn Rijk en regio in overleg getreden over een gefaseerde herstart van de N33 Midden en de randvoorwaarden hiertoe, met daarbij een focus op de financiën, vergunningsruimte voor stikstof en maakcapaciteit. Afgesproken is dat de provincie Groningen een financiële bijdrage van € 39,8 miljoen levert aan de N33 Midden en het voortouw neemt om de benodigde vergunningsruimte voor realisatie van de weg te verwezenlijken. Ook is afgesproken om reeds gedane grondaankopen door de provincie bij het vervolg te betrekken. Het totale taakstellend budget voor de realisatie van de N33 Midden bedraagt € 201,9 miljoen.14 Partijen werken de komende periode verder aan de herstart van de planning- en studiefase van de N33 Midden.

Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld inclusief scenario’s voor het omgaan met eventuele financiële tekorten.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.4.1.2. Startbeslissing N33 Noord (Appingedam – Eemshaven) De afgelopen twee jaar hebben Rijk en regio gezamenlijk gewerkt aan het MIRTonderzoek N33 Noord. Tijdens het BO MIRT is afgesproken tot het starten van een MIRT-verkenning. Voor de oplossing is er een taakstellend budget van € 252,5 miljoen15 beschikbaar (op artikel 11 reserveringen van het MF). Zoals gebruikelijk bij een MIRT-verkenning zal er breed gekeken worden naar diverse oplossingsrichtingen, zowel voor de weg als voor de oeververbinding. Ook de samenhang met de ruimtelijke ontwikkeling in de Eemshaven, de Oostpolder en Delfzijl zal beschouwd worden. Het streven is om de startbeslissing van de verkenning uiterlijk eind Q2 2026 te publiceren. De uitkomsten van de MIRTverkenning worden naar verwachting tijdens het BO MIRT van 2028 geagendeerd, met het doel om een (bestuurlijke) voorkeursbeslissing vast te stellen. 1.4.2. Haak om Leeuwarden Zuid – knooppunt Werpsterhoek Op het knooppunt Werpsterhoek, dat een onderdeel vormt van de Haak om Leeuwarden Zuid, is sprake van scheurvorming in het wegdek en deformatie van de kunstwerken. Het project Haak om Leeuwarden Zuid is in 2014 gerealiseerd en opengesteld voor gebruik. Er lijken meerdere oorzaken voor de geconstateerde scheurvorming en deformatie te zijn, waaronder de wijze waarop destijds in het project staalslakken zijn toegepast.

Op meerdere plekken zijn lokale uitlogingseffecten geconstateerd. Vanwege de civieltechnische en (potentiële) milieugevolgen, treft RWS beheersmaatregelen om de beschikbaarheid en veiligheid van het knooppunt te borgen en de milieu-impact op de directe omgeving te minimaliseren. Zo worden de constructies intensief gemonitord, wordt het verhoogde pH-water uit de terpen onttrokken en zijn er afrasteringen geplaatst. Over deze situatie en de getroffen maatregelen is afstemming met de 12

Kamerstuk 36 200-A, nr. 78

13

Kamerstuk 35 561, nr. A

14

Van dit budget is reeds € 4,3 miljoen besteed aan voorbereidende werkzaamheden.

15

In 2023 heeft het kabinet in het kader van “Nij Begun’’ € 250 miljoen beschikbaar gesteld. Vanwege indexatie is dit bedrag inmiddels € 252,5 miljoen. Pagina 12 van 33

bevoegd gezagen en belangrijkste stakeholders (gemeente Leeuwarden, Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân en ProRail). Er wordt door RWS – in nauwe afstemming met de eerdergenoemde partijen – ook gewerkt aan een definitieve oplossing. Op dit moment worden nog meerdere scenario’s onderzocht. Zodra er meer duidelijkheid is over het vervolg, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Over algemene informatie over staalslakken is de Kamer eerder geïnformeerd.16

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.4.3. MIRT-verkenning Bereikbaarheid Ameland De Kamer is op 3 september jl. geïnformeerd over de voortgang van de MIRTverkenning en de in te stellen commissie van onafhankelijke deskundigen. 17 Dhr. Sander de Rouwe (burgemeester Kampen) is bereid gevonden om de commissie te leiden. De commissie bestaat verder uit de leden: dhr. Dirk Roukema Msc., Prof. Dr. Ir. Zheng Bing Wang en Prof. Dr. Erik Verhoef. Daarnaast krijgt de commissie ondersteuning van een secretaris. Tijdens de verkenning zal de commissie op de zeefmomenten (de zogenaamde “trechteringsmomenten’’ binnen de MIRTverkenning) adviseren. Het ministerie van IenW zal het advies vanuit de commissie betrekken bij de verdere besluitvorming, ten einde een voorkeursbeslissing vast te stellen. De opdracht van de commissie loopt af bij het uitbrengen van een twopager over de voorkeursbeslissing. Dit is naar verwachting eind 2027. 1.4.4. HRMK-spoorbrug Tijdens het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio geconstateerd dat het budget niet toereikend is voor het uitvoeren van een MIRT-verkenning. Hieruit is de afspraak gemaakt om de mogelijkheden voor aanvullende financiering in beeld te brengen om voor eind 2025 een eventuele MIRT-startbeslissing te kunnen nemen. Rijk en regio hebben zich in het afgelopen jaar ingezet om verschillende financieringsopties in beeld te brengen.

Dit heeft niet geleid tot aanvullende middelen die wel nodig zijn om een MIRT-verkenning te starten. 1.4.5. Bruggen Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD) De afgelopen periode heeft IenW besluiten genomen over diverse bruggen van de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD). Afgelopen juni heeft IenW een voorkeursbesluit genomen voor de Friese bruggen Uitwellingerga, Spannenburg en Kootstertille. De bruggen blijven beweegbaar en krijgen een doorvaarhoogte van minimaal 7,40 meter. Hiermee is vervanging van deze bruggen een stap dichterbij gekomen. Daarnaast heeft IenW in september de projectbeslissing voor de Groningse Gerrit Krolburg genomen, waardoor de vervanging van deze brug de realisatiefase ingaat. De verwachting is dat de nieuwe brug eind 2029 af is, waarmee een belangrijke verbinding in de stad Groningen is hersteld. 1.5. Regio Zuid In het BO MIRT Zuid zijn afspraken met de provincie Noord-Brabant en de gemeente ’s-Hertogenbosch gemaakt over Bosch Centraal. Aanvullend op de middelen die dit project vanuit het programma Woningbouw en Mobiliteit ontvangt, wordt ook een extra bijdrage uit het MF beschikbaar gesteld. Hierdoor kan de MIRT-verkenning naar de volgende fase gebracht worden. Ook de regio verhoogt haar bijdrage aan het project. Het station ’s-Hertogenbosch is een belangrijk knooppunt in het nationale spoornetwerk. Met deze bijdrage wordt 16

Kamerstuk 30 015, nr. 137

17

Kamerstuk 36 600-A, nr. 68 Pagina 13 van 33

onder andere een nieuw busstation, een brede en veilige Interwijkverbinding met toegang tot de perrons en verbreding van die perrons mogelijk gemaakt.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Met Limburg zijn afspraken gemaakt over het verder uitwerken van de Verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal. Binnen 1,5 kilometer van de IC stations in Limburg is voldoende ruimte voor verdere verstedelijking en verdichting. Door die tegelijk op te laten gaan met economische en sociale ontwikkeling, geven Rijk en regio invulling aan de VISTA-strategie van de Nota Ruimte. 18 Hiermee benutten we de beschikbare capaciteit van het spoornetwerk ook beter. Rijk en regio blijven daarbij oog houden voor verdere ontwikkelpotentie van het spoor- en OV-netwerk, waarbij nadrukkelijk ook aandacht is voor het verbeteren van grensoverschrijdende verbindingen zoals naar Aken, Düsseldorf en Luik.

Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.5.1. Brainport In 2024 is het Beethovenconvenant gesloten. Daarmee benadrukt het kabinet het belang van de Brainportregio voor heel Nederland.19 Dit jaar is verder vervolg gegeven aan de afspraken uit het Beethovenconvenant tijdens het BO MIRT. In mei 2025 is de startbeslissing genomen voor de integrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting, waarbij het eerste besluit onder verantwoordelijkheid valt van het Rijk en de andere twee onder verantwoordelijkheid van de regio.20 De verkenning naar de Noordwestelijke ontsluiting wordt versneld uitgevoerd. Dit is nodig vanwege de voorziene opening van de eerste fase van de uitbreiding van ASML op de Brainport Industries Campus Noord (BIC-Noord). Het Bus op Vluchtstrook-traject A67 is gerealiseerd en vanaf januari 2026 kunnen er ook bussen op de vluchtstrook bij de A2 tussen knooppunt Leenderheide en Leende rijden. Het Bus op Vluchtstrooktraject op de A50 wordt in 2026 gerealiseerd. Voor het traject A58 Eindhoven - Tilburg zijn afspraken gemaakt over een doorstart en zijn voorbereidende werkzaamheden opgestart om de doorstart in 2027 mogelijk te maken. De regio heeft aandacht gevraagd voor de samenhang tussen de MIRT-verkenning A2/N2 Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting en de A58 Eindhoven – Tilburg.

In de bestuurlijke kerngroep over de MIRT-verkenning A2/N2 Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting zullen rijk en regio nadrukkelijk aandacht aan de samenhang besteden. Gezien de snelle ontwikkeling van de Noordwestelijke ontsluiting en de fysieke verbinding met de verbreding A58, maken Rijk en regio nadere (financiële) afspraken in BKG hierover. Voor het in 2023 gepauzeerde MIRT-project Leenderheide - Geldrop op de A67 zijn afspraken gemaakt over een pakket van mitigerende maatregelen. Dit vanwege het pauzeren van dit wegenproject. Voor de MIRT-Verkenning Spoorknoop Eindhoven (SKE) heeft het Rijk aanvullend € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag maakt het mogelijk om stap 1 van deze verkenning naar de planning- en studiefase te brengen. De gemeente Eindhoven heeft voor dit project aandacht gevraagd voor het tempo en de samenhang tussen de verschillende stappen van de MIRT-Verkenning naar de Spoorknoop en de Multimodale Knoop. Tot slot is het geactualiseerde MIRT-onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainport vastgesteld. Dit onderzoek geeft aan wat er voor 2040 (met een doorkijk 18

Kamerstuk 29 435 nr. K.

19

Kamerstuk 33 009, nr. 141

20

Kamerstuk 36 600-A, nr. 61 Pagina 14 van 33

naar 2050) nodig is op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en energie om de schaalsprong van de Brainportregio mogelijk te maken. 1.5.2. A2 Het Vonderen – Kerensheide Het project A2 Het Vonderen - Kerensheide wordt geconfronteerd met een aantal uitdagingen die tot € 178 miljoen aan extra kosten en twee jaar vertraging leiden. Het betreft onder meer het nemen van noodzakelijke maatregelen ten behoeve van een beschermde vleermuissoort en enkele tegenvallers door onder andere bodemsaneringen, bestrijding van ongewenste plant- en diersoorten en benodigd archeologisch onderzoek. Uit aanvullend ecologisch en juridisch onderzoek blijkt dat het project zonder de extra maatregelen voor de vleermuizen niet kan doorgaan. Daarom zijn de extra middelen vrijgemaakt uit het MF. De MIRT-mijlpaal openstelling ligt nu op eind 2029.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.5.3. Ingebruikname tijdelijk spoor Vught In het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) is een belangrijke mijlpaal bereikt op de PHS Goederencorridor Zuid Nederland: in oktober is het tijdelijk spoor in Vught gerealiseerd waarmee het treinverkeer kan blijven rijden gedurende de bouw van de verdiepte ligging van het spoor. De ingebruikname van het tijdelijk spoor is een belangrijke mijlpaal in dit complexe project, waarbij in goede afstemming met de regionale partners en omgeving is gewerkt. Deze tijdelijke ligging van het spoor in Vught heeft helaas een aantal jaren forse impact in de gemeente Vught. Ook voor de dienstregeling levert dit een uitdaging op. Uiteindelijk zal er met de verdiepte ligging van het spoor in Vught en de extra sporen tussen Den Bosch en Vught meer capaciteit zijn op het spoor en minder impact op de omgeving, waarbij ook een aantal overwegen zal zijn verdwenen. 1.6. Goederenvervoercorridors De internationale multimodale goederenvervoercorridors en de daaraan gelegen zeehavens en knooppunten in het achterland vormen de belangrijke ruggengraat van onze economie en logistieke stromen. Bij Voorjaarsnota is een bedrag van € 150 miljoen aanvullend vrijgemaakt voor veiligheid en goederenvervoer. 21 Hiervan is € 43 miljoen gereserveerd voor truckparkings en € 79 miljoen voor het Impulsprogramma Goederenvervoer.

Bij het BO Goederenvervoercorridors zijn afspraken over de besteding van deze middelen gemaakt om de internationale multimodale goederenvervoercorridors en knooppunten verder te versterken, de benutting ervan te vergroten en te verduurzamen. 1.6.1. Modal shift-aanpak IenW heeft de afgelopen jaren verladers ondersteund bij het verplaatsen van transport van goederen via de weg naar spoor of vaarwegen. Voor de voortzetting van het stimuleren van een modal shift in het goederenvervoer op de corridors is voor 2026 en 2027 een bedrag beschikbaar gesteld van € 7 miljoen voor een modal shift van weg naar water en € 2 miljoen voor een modal shift van weg naar spoor. Deze middelen zijn bij Voorjaarsnota 2025 gereserveerd. 1.6.2. Kijfhoek Binnen het Impulsprogramma Goederenvervoer is een bedrag van € 30 miljoen gereserveerd voor Kijfhoek. Met de beschikbaar gestelde middelen wordt een vernieuwd perspectief voor het wagenladingvervoer gecreëerd. ProRail kan hiermee een neutrale dienstvoorziening op Kijfhoek realiseren en heeft de ruimte 21

Kamerstuk 36 725-A, nr. 4 Pagina 15 van 33

om bij de vaststelling van het heuveltarief op Kijfhoek tot een voldoende concurrerend heuveltarief te komen. Verschraling van het vervoersaanbod op het spoor en een reverse modal shift van ladingstromen wordt hiermee voorkomen. 1.6.3. Bereikbaarheidsaanpak Haven Rotterdam Door een sterk toegenomen verkeersaanbod, waaronder groeiend gecontaineriseerd goederenvervoer, zal naar verwachting de komende jaren de congestie op de aan- en afvoerwegen naar de Rotterdamse haven sterk toenemen. De bereikbaarheid van de haven, de logistieke efficiëntie en leveringszekerheid van bedrijven, en de toppositie van de Rotterdamse haven als de logistieke toegangspoort tot Europa, komen daarmee in het gedrang. Om blijvend een goede bereikbaarheid te kunnen borgen werken IenW, Havenbedrijf Rotterdam, de Topsector logistiek en de logistieke sector aan een maatregelenpakket. Over dit pakket zullen in het voorjaar van 2026 met de sector nadere afspraken worden gemaakt. Voor de uitvoering van eerste maatregelen vanuit dit pakket is voor 2026 een budget van € 2 miljoen beschikbaar gesteld.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.6.4. Emplacement IJsselmonde Er kan uitvoering gegeven worden aan een pakket aan projecten op de Maasvlakte door de afspraak om middelen beschikbaar te stellen voor de uitplaatsing van een deel van het emplacement IJsselmonde. Het gaat om de aanleg van bundel 2 op Maasvlakte Zuid, elektrificatie van de Distridriehoek en aanpassing van de C2 bocht. Dit besluit biedt zo niet alleen ruimte voor de gebiedsontwikkeling van Feijenoord XL, maar draagt ook positief bij aan de capaciteit, verdere verduurzaming en de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer. 1.6.5. Truckparkings Voor vrachtwagenchauffeurs moeten er zowel op de korte als lange termijn meer veilige rustplekken komen. Dat komt de verkeersveiligheid ten goede en daarmee wordt invulling gegeven aan Europese regelgeving (TEN-T). Hierbij is het ook van belang dat er voldoende voorzieningen zijn voor chauffeurs. Hiervoor wordt in totaal € 43 miljoen gereserveerd vanaf 2027. De financiële middelen voor truckparkings zijn onder andere bedoeld voor de aankoop van nieuwe gronden en het uitbreiden en herinrichten van bestaande parkeerplaatsen om zo meer rustplekken voor chauffeurs te creëren. 1.6.6.

Regeling Clean Energy Hubs Het doel van de SPUK Clean Energy Hubs is om provincies te stimuleren de realisatie van Clean Energy Hubs te versnellen en daarmee bij te dragen aan de verduurzaming van zwaar wegtransport en de binnenvaart. De SPUK Clean Energy Hubs gaat van start op 1 april 2026 en de looptijd van de regeling is vijf jaar. Afgesproken is dat de provincies cofinanciering bijdragen, wat maakt dat de totaal beschikbare overheidsmiddelen daarmee om en nabij de € 40 miljoen zijn. Er geldt een prioritaire uitrol op de corridors en een verdeling van 50 procent voor de weg en 50 procent voor water. 1.6.7. Beter Benutten Last Mile Spoor Door het gebruik van sensoren en camera’s kan de capaciteit op emplacementen beter worden benut. Eerder zijn middelen beschikbaar gesteld voor pilotprojecten bij de spooremplacementen Botlek, Maasvlakte West, Moerdijk en Amsterdam Houtrakpolder. Vanwege positieve resultaten wordt een bedrag van € 300.000 beschikbaar gesteld voor de verdere doorontwikkeling van de pilots in Moerdijk en

Pagina 16 van 33

Amsterdam Houtrakpolder met de ontwikkeling van een toepassing voor de verkeersleiding. 1.6.8. Haalbaarheidsonderzoek 740 meter Botlek Het kabinet heeft eerder middelen beschikbaar gesteld voor diverse investeringen om het netwerk geschikt te maken voor het rijden met 740 meter lange treinen. Met de eerder door ProRail opgestelde uitrolstrategie wordt ingezet op het geschikt maken van de drukste corridors voor het rijden met 740 meter lange treinen en het doen van investeringen in een aantal herkomsten/bestemmingen met een grote 740 meter potentie, waaronder emplacement Botlek. Een bedrag van € 500.000 wordt door IenW beschikbaar gesteld voor de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek naar de realisatie van 740 meter lange sporen op Botlek. Het Havenbedrijf van Rotterdam draagt € 50.000 in-kind bij.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

1.6.9. Optimalisatie WHK Kraaiven – Loven IenW heeft besloten om vanuit het programma GVC een aanvullende bijdrage toe te kennen aan het project Optimalisatie WHK Kraaiven-Loven waarmee Tilburg zal worden ontsloten voor grote klasse IV schepen. De definitieve afspraken over de decentrale projectfinanciering van dit project en de reservering van € 10 miljoen voor een fonds gericht op het stimuleren van natte bedrijventerreinen zullen begin 2026 officieel door IenW, Noord-Brabant en Tilburg worden bekrachtigd. 1.6.10. SPUK Versterking havenvoorzieningen De bestaande SPUK Versterking havenvoorzieningen draagt bij aan het (structureel) stimuleren van een modal shift van weg naar water door investeringen in haveninfrastructuur te ondersteunen. De SPUK Versterking Havenvoorzieningen GVC Oost en Zuidoost wordt met € 2 miljoen verhoogd ten behoeve van enkele aanpassingen, zoals de toevoeging van Corridor Zuid. 1.6.11. Knooppunten op de Realisatiepacten Multimodale Goederenvervoercorridors Bij het BO MIRT zijn afspraken gemaakt over de uitvoering van de realisatiepacten bij de zeehavens van Amsterdam, Moerdijk, North Sea Ports en de logistieke knooppunten van Nijmegen en Sittard-Geleen/Stein. De realisatiepacten voor Tilburg, Venlo en Rotterdam gingen hen voor. In de realisatiepacten zijn logistieke afspraken tussen Rijk en regio gemaakt over gezamenlijke prioritaire opgaven.

Hiermee gelden bij acht van de negen grote multimodale knooppunten op de achterlandverbindingen afspraken voor het versterken van de rol van het knooppunt als aanjager (regionaal en op de corridor) van efficiënt, snel, duurzaam en veilig goederenvervoer. Dit gebeurt vanuit de lokale situatie met inzet op het versterken van de hub-functie, ‘het juiste bedrijf op de juiste locatie’ in binnenhavens, het digitaliseren van het logistieke proces en het bevorderen van modal shift naar de binnenvaart en het spoor. Vanuit IenW wordt een bedrag van € 1 miljoen per pact bijgedragen. De regionale partijen zorgen voor cofinanciering van eveneens € 1 miljoen per knooppunt. De start van realisatiepact Tiel – als laatste grote multimodale knooppunt - is voorzien voor besluitvorming in 2026. 1.7. Algemeen/regio-overstijgend 1.7.1. Landelijke aanpak spitsspreiden en-mijden Het Rijk gaat – samen met de regio – aan de slag met de uitwerking van de aanpak spitsspreiden en -mijden. Dit programma streeft ernaar de komende tien jaar op de tien drukste knelpunten op het spoor en de weg de spits aan te pakken. Met concrete oplossingen wordt gewerkt aan het spitsprobleem door het optimaler

Pagina 17 van 33

benutten van de bestaande netwerken. Lessen die daaruit getrokken kunnen worden, kunnen daarna een plaats krijgen in het reguliere bereikbaarheidsbeleid. Het programma zet in op de stimulering van ander gedrag voor wie dat kan, zodat er ruimte ontstaat voor wie in de spits moet reizen. De motie van het lid Van Dijk verzoekt de regering om samen met werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen tot een landelijke aanpak te komen om woon-werkverkeer beter te spreiden over de dag en de week.22 De aanpak spitsspreiden en -mijden23 geeft uitvoering aan deze motie. Daarbij wordt niemand beperkt in zijn mobiliteitskeuzes. De auto heeft en houdt een belangrijke plek in ons mobiliteitssysteem die we blijven faciliteren. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van het lid Heutink die verzoekt de regering te erkennen dat het mijden van de spits niet voor iedereen is weggelegd en dat de overheid autogebruik, op welk moment dan ook, moet faciliteren.24

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2025/277764

We nemen initiatieven richting werkgevers en onderwijsinstellingen om werknemers en studenten buiten de spits te laten reizen als dat mogelijk is. Daarnaast werkt het Rijk samen met partners zoals RWS, ProRail en NS aan een landelijke aanpak waarin zij kijkt naar haar eigen rol als werkgever, reisalternatieven, fiscale mogelijkheden en communicatie. De campagne Rij spitsvrij wordt vervolgd, waarbij de inzichten uit de evaluatie van de eerste campagne worden meegenomen. De evaluatie van de campagne is in de bijlage te vinden. Het publiceren van de evaluatie geeft uitvoering aan de toezegging aan het lid Van Dijk om de evaluatie van de campagne Rij spitsvrij toe te sturen. 25 Gezien de nu beschikbare middelen zijn in de BO’s MIRT afspraken gemaakt met de regio voor 2025, 2026 en 2027, met de intentie tot een vervolg voor 2028 en 2029. Op basis van de eerste resultaten zal omstreeks na twee jaar de aanpak worden verfijnd, en zal worden bezien welke mix van maatregelen kan worden doorontwikkeld. Daarnaast wordt onderzocht welke investeringen nodig zijn om de gestelde ambities verder in te vullen. De Kamer is eerder geïnformeerd dat de motie van het lid Minhas c.s. 26 en de motie van de leden Van der Graaf en Krul27 betrokken zouden worden bij het onderzoek naar het spreiden van reizigers en het verlichten van de spits.

28 In het najaar van 2024 heeft de Kamer een stand van zaken van deze moties ontvangen.29 In de brief is vermeld dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) begin 2025 een onderzoek naar de reisbewegingen van studenten en scholieren is gestart. Naar verwachting wordt dit onderzoek begin 2026 afgerond, waarna het wordt gepubliceerd. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, wordt verkend of nader onderzoek naar kortingen op abonnementen voor deze doelgroepen opportuun is en hoe uitvoering wordt gegeven aan beide moties. 1.7.2. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16524082/2