Bijlage 1.Kaderbrief 2022 Vervoerregio
Tekst van het document
Postbus 626 1000 AP Amsterdam Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam
Gemeenteraden en Colleges van B&W van de gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam
T 020 527 37 00 E info@vervoerregio.nl W www.vervoerregio.nl KvK: 34374879000 IBAN: NL46BNGH0285168274 BIC: BNGHNL2G
Datum
15 april 2021
Onderwerp
Kaderbrief 2022
Uw kenmerk Ons kenmerk
Inlichtingen
2021/15523/RS Jan Wijma, 020 – 5273646 , j.wijma@vervoerregio.nl
Bijlagen
Geachte heer/mevrouw, Met het volgende citaat van voorzitter Egbert de Vries schetsen wij de huidige context waarin de Vervoerregio de Begroting 2022-2025 moet opstellen: “Het openbaar vervoer in het hele land heeft het moeilijk. We hebben allemaal dezelfde problematiek. Iedereen moet volgend jaar snijden in het aanbod. Maar de situatie in Amsterdam steekt hier wel bovenuit. In onze regio vervoeren we een derde van de dagelijkse instappers in het stad- en streekvervoer, het merendeel in Amsterdam. Vervoerder GVB is volledig afhankelijk van de opbrengsten daarvan. Die zijn grotendeels weggevallen door corona. Het gaat om zulke hoge bedragen, dat we dat zonder hulp van het Rijk niet kunnen oplossen.’’ Zonder bijdrage van het Rijk vrezen wij dat het OV-systeem zodanig moet worden afgeschaald, dat het snel opbouwen niet meer kan als het nodig is, bijvoorbeeld als in de Metropoolregio Amsterdam 250.000 extra woningen komen of als de COVID-19 pandemie voorbij is en onze inwoners bus, tram en metro weer opzoeken. In deze realiteit staan wij voor de opgave om de kaders voor de toekomstige begroting aan te geven.
Afgelopen week heeft het Rijk toegezegd de beschikbaarheidsvergoeding 2021 ook voor het 4e kwartaal te willen verstrekken en voor de periode daarna te willen werken aan een regeling om toe te werken naar een nieuw financieel evenwicht binnen de concessies, rekening houdend met de ontwikkeling rond COVID-19 en de beperkende maatregelen. Deze toezegging verlicht de opgave op korte termijn en geeft ons meer tijd om aan een structurele oplossing te werken. Daarnaast is ook afgelopen week bekend geworden dat het Rijk € 1,5 miljard uit het Groeifonds bijdraagt voor de verlenging van de Noord/Zuidlijn en het sluiten van de metroring.
Ons kenmerk
2021/15523/RS
Pagina
2 van 5
Het is een jaarlijkse afspraak vastgelegd in de ‘Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam’ om uiterlijk 15 april de kaders voor de begroting van het jaar daarop aan te geven. Voorheen werd deze asfpraak ingevuld met een Kadernota. Daarmee is de Kadernota de start van een nieuwe cyclus voor de P&C producties (begroting, bestuursrapportages en jaarstukken):
Aanleiding voor deze kaderbrief in plaats van een Kadernota Zoals in de eerste alinea’s van deze brief is geschetst, zijn de maatregelen die noodzakelijk zijn om het OV in deze tijden van COVID-19 af te stemmen op de beschikbare middelen zodanig onzeker en deels zeer onlangs bekend geworden, dat het opstellen van een Kadernota met concrete financiële kaders nog niet opportuun is. Daarom willen wij u in deze kaderbrief voorleggen op welke wijze wij van het financieel perspectief van het bestaand, door de regioraad vastgesteld beleid en financiële kaders willen komen tot de definitieve Begroting 2022 (met de verplichte meerjarenraming tot en met 2025) die in het najaar door de regioraad kan worden vastgesteld. Deze bestaande kaders zijn opgenomen in de door de regioraad vastgestelde Begroting 2021 en 1e Begrotingswijziging 2021. Huidige meerjarenraming als uitgangspunt In deze kaderbrief wordt ingegaan op welke wijze de beleidsontwikkelingen worden uitgewerkt als vervolg op de eind 2020 aan de Regioraad gepresenteerde ambities voor het jaar 2021 en verder. De meerjarenraming zoals die in de 1e Begrotingswijziging 2021 is vastgesteld, geeft daarbij de startpositie voor de financiële kaders weer.
In de volgende tabel zijn de begrotingen voor de jaren 2020 tot en met 2025 weergegeven zoals deze zijn opgenomen in de door de regioraad op 15 december 2020 vastgestelde 1e Begrotingswijziging 2021:
Ons kenmerk
2021/15523/RS
Pagina
3 van 5
Tabel 1 Begroting tot en met 2025 (x € 1.000) (Sub-)Programma
Jaarrekening 2019
Gewijzigde begroting 2020 (BURAP-2)
Primitieve begroting 2021
Gewijzigde begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
LASTEN Algemende dekkingsmiddelen Overhead Investeringsagenda mobiliteit
72
0
691
691
566
522
458
404
9.048
9.950
9.663
10.298
9.853
9.803
9.803
9.803
123.797
156.590
126.943
158.683
101.561
101.220
97.939
107.720
10.000
10.000
25.000
30.000
Bijdrage aanleg verlenging Noord/Zuidlijn en sluiten metroring Amsteltram
120.313
97.817
26.486
26.486
79.133
5.601
4.057
0
Concessies
100.622
235.639
98.821
111.356
89.375
85.795
80.179
77.179
BORI/MVP
110.596
138.040
116.955
108.915
111.360
109.657
112.920
122.525
Acitva GVB
4.453
29.368
12.106
20.806
28.064
22.884
28.747
41.224
Duurzaam en slim
1.161
5.109
0
0
0
0
0
0
Onderzoek, Studie en Samenwerking
6.410
10.654
9.398
9.448
8.443
8.285
8.285
7.835
Apparaatskosten
7.147
8.025
8.554
9.554
8.474
8.474
8.474
8.474
Verkeer en Vervoer
474.499
681.241
399.262
445.247
436.411
351.917
365.602
394.957
TOTAAL LASTEN
483.619
691.192
409.617
456.237
446.830
362.242
375.863
405.164
BDU jaarbijdrage
418.668
415.065
414.203
416.698
416.698
416.698
416.698
416.698
BDU saldo voorgaande jaren
28.204
102.050
-12.483
29.709
-4.633
-65.557
-48.808
-17.753
rentebaten
1.110
1.765
691
1.891
1.766
1.722
1.658
404
overige baten
-55
0
0
0
0
0
0
0
447.927
518.881
402.411
448.298
413.830
352.863
369.548
399.350
312
280
0
0
0
0
0
0 0
BATEN
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Investeringsagenda mobiliteit
919
15.521
0
0
0
0
0
Amsteltram
26.192
15.976
0
0
26.626
3.064
0
0
Concessies
7.738
137.253
5.127
5.300
5.300
5.300
5.300
5.300
0
0
BORI/MVP
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
229
0
0
0
0
0
0
0
1.102
1.995
1.998
1.998
993
935
935
435
Acitva GVB Duurzaam en slim Onderzoek, Studie en Samenwerking Apparaatskosten
0
47
206
140
140
140
140
140
140
Verkeer en Vervoer
36.227
170.951
7.266
7.438
33.060
9.438
6.375
5.875
TOTAAL BATEN
484.466
690.112
409.677
455.737
446.890
362.302
375.923
405.224
847
-1.080
60
-500
60
60
60
60
-60
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
MUTATIES RESERVES Toevoeging aan reserves
-1.460
-60
-60
-60
-60
-60
-60
Onttrekking van reserves
613
1.140
0
560
0
0
0
0
-847
1.080
-60
500
-60
-60
-60
-60
0
0
0
-0
-0
0
-0
0
TOTAAL MUTATIES RESERVES
RESULTAAT
*) Het begrote bedrag van de concessies in 2020 ad € 235 mln is inclusief de beschikbaarheidsvergoeding ad € 130 mln. **) Na 2023 ontstaat ruimte omdat de Amsteltram slechts geringe uitgaven meer vergt. Deze vrijvallende middelen worden voor een deel in de meerjarenbegroting opgenomen als beoogde bijdrage vanuit de Vervoerregio voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en het sluiten van de metroring.
De ontwikkeling van het saldo BDU resulterend uit bovenstaande begroting is als volgt: Tabel 2 Ontwikkeling Saldo BDU tot en met 2025 (x € 1.000) Ontwikkeling BDU-fonds
Jaarrekening 2019
Gewijzigde Primitieve Gewijzigde begroting 2020 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 begroting 2021 begroting 2021 (Burap-2)
Beginstand
207.450
177.702
75.841
75.652
45.942
50.576
116.132
164.941
Beschikte jaarbijdrage Totaal Beschikbare BDU
418.668 626.118
415.065 592.767
414.203 490.043
416.698 492.350
416.698 462.640
416.698 467.274
416.698 532.831
416.698 581.639
Inzet BDU Eindstand fonds BDU
-446.872 179.246
-517.116 75.652
-401.720 88.323
-446.407 45.942
-412.064 50.576
-351.141 116.132
-367.890 164.941
-398.946 182.693
Ons kenmerk
2021/15523/RS
Pagina
4 van 5
Ontwikkelingen op te nemen in de Begroting 2022-2025 Hoewel niet alle ontwikkelingen kwantificeerbaar zijn, willen we u wel aangeven welke ontwikkelingen met een mogelijk substantieel financieel effect in het begrotingsproces worden meegenomen: Structurele effecten van veranderend reizigersgedrag op de reizigersopbrengsten bij vervoerders. Primair zijn de vervoerders verantwoordelijk om tot een financieel sluitend vervoersaanbod te komen en via de transitieplannen hun begrotingen bij te stellen. De Vervoerregio wil daarbij gezamenlijk met Rijk, vervoerders en aandeelhouders naar oplossingen zoeken om de gevolgen voor het aanbod van het OV acceptabel te houden. Bij de financiële opgave wordt rekening gehouden met de positieve effecten van de herijking van de concessie Amsterdam over 2019, die nog niet eerder in de meerjarenbegroting waren verwerkt. De mogelijke verlenging na 2021 van de beschikbaarheidsvergoeding OV die het Rijk afgelopen week tot en met het 4e kwartaal 2021 heeft toegezegd.
Het Rijk heeft op 9 april aangegeven in 2022 ‘iets’ te willen doen als bijdrage aan de tekorten door terug gelopen reizigersopbrengsten; De effecten van de vaststellen van de Jaarstukken 2020, waaronder het doorschuiven van begrotingsposten die in 2020 niet zijn besteed maar wel noodzakelijk blijven voor de uitvoering van de geplande projecten en voltooiing van nog af te rekenen posten; Noodzakelijke indexatie van begrotingsposten aan de opbrengstenkant (BDU) en aan de kostenkant (met name concessies, BORI/MVP, Investeringsagenda mobiliteit en de CAOgevolgen op personele kosten); De gevolgen van de voorgenomen aanbesteding van de concessie Zaanstreek-Waterland en van de voorgenomen inbesteding van de concessie Amsterdam; Gevolgen van de implementatie van het nieuwe model voor de governance van de strategische activa van de concessie Amsterdam en de daaruit voortvloeiende begrotingseffecten; Gevolgen van ontwikkelingen rond de gewenste verlenging van de Noord/Zuidlijn en het sluiten van de metroring. Op 9 april 2021 is bekend geworden dat het Rijk € 1,5 mrd uit het Groeifonds beschikbaar stelt.
Gevolgen van toenemende druk op de beschikbare middelen zowel door bovenstaande ontwikkelingen als door de groei van de omvang van ingediende mobiliteitsprojecten, afgezet tegen de zeer beperkte ruimte in de jaren tot en met 2022; De noodzaak van de opbouw dan wel in stand houding van een voldoende grote buffer als weerstandsvermogen voor de toegenomen en toenemende financiële risico’s, onder meer als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen. Naast het treffen van afdoende beheersmaatregelen heeft de Vervoerregio het saldo van de niet-bestede BDU als buffer voor onvoorziene ontwikkelingen (zie ook tabel 2). Rekening moet daarbij worden gehouden dat de meerjarenbegroting structureel sluitend moet zijn, dat wil zeggen dat de structurele inkomsten en uitgaven vanaf 2025 in evenwicht moeten zijn dan wel een positief saldo moeten hebben. In de tussenliggende jaren (2022 tot en met 2024) is het toegestaan dat de structurele lasten deels zijn gedekt door incidentele baten, bijvoorbeeld door de inzet van het saldo BDU uit eerdere jaren. Ook in 2022 zal de Vervoerregio geen gemeentelijke bijdrage ontvangen.
Ons kenmerk
2021/15523/RS
Pagina
5 van 5
Proces vanaf heden tot de vaststelling van de begroting 2022 Het proces om te komen tot vaststelling van de begroting 2022 zal in grote lijnen vergelijkbaar zijn met het proces zoals dit in 2020 is gevolgd. Op 6 juli 2021 zal de regioraad de Ontwerpbegroting 2022 vaststellen op basis van de dan bekende ontwikkelingen, waarna de Ontwerpbegroting 2022 aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt verstuurd voor de zienswijze procedure. De reacties worden gebundeld en verwerkt t.b.v. de op 26 oktober vast te stellen begroting. Op 26 oktober 2021 zal de regioraad de Begroting 2022-2025 vaststellen. Volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) dient de begroting van de Vervoerregio vóór 1 augustus ingediend te worden bij de Provincie Noord-Holland. Volgend op het aangevraagde uitstel in voorgaande jaren zal de Vervoerregio ook voor komend jaar uitstel vragen voor het indienen van de begroting. Zoals ook in 2020 is gerealiseerd, is de Investeringsagenda Mobiliteit één van de onderdelen die gelijktijdig met de begroting en de jaarstukken aan de regioraad wordt aangeboden. Desgewenst, afhankelijk van de ontwikkelingen rond COVID-19, is het mogelijk een Eerste Begrotingswijziging 2022 op te stellen ter vaststelling in de Regioraad van december 2021, analoog aan het proces zoals dit eind 2020 is gevolgd.
Flexibiliteit van beide kanten in het proces en rond zienswijzen De ontwikkelingen rond COVID-19, de gevolgen voor het reisgedrag en daarmee voor het OV, de bereidheid van het rijk om financieel bij te dragen in oplossingen voortvloeiend uit de transitieplannen van vervoerders en om te compenseren voor de teruggelopen reizigersopbrengsten zijn momenteel onvoorspelbaar. Niet alleen in de uitkomst, maar ook in het moment waarop duidelijkheid zal ontstaan. Dat vereist flexibiliteit vanuit onze kant om te zoeken naar oplossingen en deze te implementeren, waarbij wij waarde hechten aan uw visie, om daarmee uw voorstellen en aanbevelingen tijdig mee te kunnen nemen in de besluitvorming. Wij hopen dat u als gemeenteraad begrip heeft voor de soms krappe termijnen en ook van uw kant waar mogelijk flexibiliteit kunt inzetten om met ons mee te kunnen denken. Hoogachtend, Drs. M. Ruigrok Portefeuillehouder Financiën Lid Dagelijks Bestuur
Dit document is digitaal ondertekend en bevat daarom geen zichtbare handtekening. Zie akte van ondertekening. Digitally signed by Zynyo B.V. Date: 2021.04.15 11:17:00 CEST Document ID: b85d5dbb-06ed-4715-aeb67464d68fa306