CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2024.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024) (VN2025-008413)48.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Jaarverslag 2024

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: TODAY, Utrecht Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 24 april 2025 Jaarverslag 2024

2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 4.006,7

€ 4.097,6

miljoen

Inkomsten binnen de gemeente

1.200

3.500

9

13

3.000 2.500

800

2.000

12 1

400

2 3

4

1.500

8 10

5 6

7

14

1.000 11

500

0

0

Lokale Heffingen

€ 1.516,9 miljoen

1

Parkeergelden

2

OZB

3

Afvalstoffenheffing

4

Toeristenbelasting

5

miljoen

Inkomsten uit het Rijk

Drinkwater

6

Leges

7

Rioolheffing

Jaarverslag 2024

€ 339,1

miljoen

€ 297,3

miljoen

€ 186,9

miljoen

€ 286,4

miljoen

€ 209,8

miljoen

Andere inkomstenbronnen

€ 2.489,8 miljoen

8

Grondopbrengsten en winstnemingen

€ 472,0

9

Onttrekkingen aan reserves

€ 999,7

10

Erfpacht

11

Dividend

12

Overig

miljoen

miljoen

€ 3.013,7

13

Gemeentefonds

14

Specifieke uitkeringen

miljoen

€ 1.083,8

miljoen

€ 419,5

miljoen

€ 77,7

miljoen

€ 520,9

miljoen

Wat is het resultaat? Inkomsten

€ 8.104,2 miljoen

Uitgaven

€ 8.110,8 miljoen

Resultaat

€ -6,5 miljoen

€ 100,0

miljoen

€ 97,4

miljoen

Inkomsten TOTAAL

€ 8.104,2 miljoen

3

Uitgaven

Uitgaven Waar gaat het naartoe? 1.500 1.200

€ 8.110,8

6

2

miljoen De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. Dit overzicht geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag, waar we per programma­onderdeel onder andere ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de behaalde resultaten en de financiële toelichtingen.

7 A5

1

B

900 600 5

3

300

8 A1

4

0

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

2

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

4

Sport en Bewegen

€ 981,0

miljoen

€ 1.310,4

miljoen

€ 262,7

miljoen

€ 101,8

miljoen

€ 325,0

5

Onderwijs

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

€ 1.342,7

7

Sociale Zaken en Armoedebestrijding

€ 1.287,2

8

Veiligheid

miljoen

miljoen

miljoen

A1

A.1-A.4 onder andere Gemeente­fonds, Belastingen

A5

A.5 Toevoegingen aan Reserves

B

B. Bestuur en Organisatie

€ 137,5

miljoen

€ 1.121,1

miljoen

€ 944,7

miljoen

€ 296,7

miljoen

Uitgaven TOTAAL Jaarverslag 2024

€ 8.110,8 miljoen

4

weerbaar en wendbaar

Weerbaar

Financiële positie

Wendbaar Deze financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële positie en – ontwikkelingen. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in categorieën. Deze sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaal­ waarden. Categorie groen is het minst risicovol, categorie rood het meest. We vertalen dit naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn. We lichten dit verder toe in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Algemene reserve Dit is het vrij besteedbare eigen vermogen en is een buffer voor het kunnen opvangen van (niet-structurele) financiële tegenvallers.

Interne norm (5% van begrotingstotaal) 8%

Onze weerbaarheid is goed. Hierdoor kunnen we tegen een stootje als het een tijdje wat minder gaat.

6% 4% 2% 0% 2020

2021

2022

2023

2024

Netto schuldquote standaardschuld

Solvabiliteit

Structurele exploitatieruimte

Grondexploitatie

50

90

Onze wendbaarheid is ruim voldoende. Dit betekent dat we ons relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden.

Belastingcapaciteit

0

95

105

35 130 <90%

<20% 20

90-130% >130%

0

58,0%

>50%

220

0

Dit toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten. 60%

50%

40% 2020

2021

Jaarverslag 2024

2022

20

20-50%

2023

2024

48,0%

100

0

Dit toont hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen.

0%

50%

-2%

40%

-4%

30%

-6%

20%

-8%

10%

-10% 2021

2022

2023

2024

<0%

<95%

20-35%

0%

95-105%

>35%

>0%

>105%

-1,2%

100

-6

Dit toont hoe groot onze grondpositie (de waarde van de grond) is vergeleken met onze totale baten.

60%

2020

<20%

5,6%

6

50

2021

2022

2023

2024

150

Dit toont hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen.

Dit toont hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt vergeleken het landelijke gemiddelde.

8,0%

110%

6,0%

100%

4,0%

90%

2,0%

80%

0,0% 2020

95,0%

70% 2020

2021

2022

2023

2024

2020

2021

2022

2023

5

2024

Inhoud

Inhoudsopgave Leeswijzer7 1

Hoofdlijnen

9

2

Programma’s

20

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B

22 64 117 147 162 175 206 233 249 266

3

4

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport en Bewegen Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale Zaken en Armoedebestrijding Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen Bestuur en Organisatie

Verplichte en overige paragrafen

290

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

292 299 309 316 324 345 359 372 374 389 393

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Financiering Lokale Heffingen Verbonden Partijen Onderhoud Kapitaalgoederen Grondbeleid Bedrijfsvoering Openbaarheidsparagraaf Investeringsparagraaf Subsidieoverzicht Gebiedsgericht Werken (Integrale Aanpak)

Voortgang aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer

Jaarverslag 2024

401

5

6

7

8

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

411

5.1 5.2

413 417

Waarderingsgrondslagen voor activa en passiva Grondslagen van resultaatbepaling

Financiële overzichten en de rechtmatigheidsverantwoording 2024

419

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

421 423 432 435 439 447 456

Overzicht baten en lasten per programma Overzicht baten en lasten per programmaonderdeel Overzicht incidentele baten en lasten Taakveldenrealisatie Doelenrealisatie Brugstaat Rechtmatigheidsverantwoording 2024

Balans

458

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

460 484 499 507 511 513

Balans met toelichting Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Verloopstaat ontvangen doeluitkeringen Niet uit de balans blijkende verplichtingen Kasstroomoverzicht

Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa-bijlage)

516

Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT)

548

10

Afkortingen- en begrippenlijst

550

11

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

559

9

6

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is het jaarverslag van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent dit jaarverslag dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van het jaarverslag toe. Het Jaarverslag 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstuk 1 Hoofdlijnen Dit onderdeel beschrijft de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen over het jaar 2024. Hierin staan de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente Amsterdam in 2024 en het rekeningresultaat.

Hoofdstuk 2 Programma’s Het hoofdstuk Programma’s is opgebouwd uit 8 programma’s, het overzicht Algemene dekkingsmiddelen en het overzicht Bestuur en Organisatie. Elk programma bestaat uit één of meerdere programmaonderdelen. Alle programma’s beginnen met een samenvatting van de programmaonderdelen, de belangrijkste investeringen en de thema’s per programma. Per programmaonderdeel zijn de behaalde doelen en activiteiten en de financiële realisatie beschreven. Verder worden de verbonden partijen genoemd die zijn ingeschakeld om doelen te behalen en is er aandacht voor de risico’s en beheersmaatregelen en de geldende beleidskaders.

Hoofdstuk 3 Verplichte en Overige Paragrafen Artikel 9 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noemt de paragrafen die gemeenten verplicht moeten opnemen in het jaar­ verslag. Het gaat hier om de paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, Financiering, Lokale Heffingen, Verbonden Partijen, Onderhoud Kapitaalgoederen, Grondbeleid, Bedrijfsvoering en Openbaarheid.

Jaarverslag 2024

Daarnaast kent het jaarverslag een aantal niet-verplichte paragrafen. Dit zijn de Investeringsparagraaf, Subsidieoverzicht en Gebiedsgericht Werken.

Hoofdstuk 4 Voortgang Aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer Dit hoofdstuk geeft een stand van zaken van de aanbevelingen. De aanbevelingen die bij het Jaarverslag 2023 zijn afgedaan of niet zijn overgenomen, zijn niet meer opgenomen in het overzicht. Toegevoegd zijn de overgenomen aanbevelingen uit het verslag van de Rekeningencommissie en het accountsverslag van ACAM bij het Jaarverslag 2023 en alle aanbevelingen van de Rekenkamer uit 2024.

Hoofdstuk 5 Grondslagen voor Waardering en Resultaatbepaling In de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn de algemene grondslagen die worden gebruikt voor het opstellen van het jaarverslag opgenomen.

Hoofdstuk 6 Financiële Overzichten Hier zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. • In bijlage 6.1 is een overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen. • In bijlage 6.2 worden de baten en lasten op het niveau van het programmaonderdeel weergegeven. • Bijlage 6.3 bevat de incidentele baten en lasten. • In bijlage 6.4 is de taakveldenrealisatie opgenomen (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). • In bijlage 6.5 geven we de doelenrealisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. • In bijlage 6.6 is de brugstaat opgenomen. • In bijlage 6.7 is de rechtmatigheidsverantwoording 2024 opgenomen.

7

Leeswijzer

Hoofdstuk 7 Balans met Toelichting De belangrijkste ontwikkelingen in de balansposten gedurende 2024 worden in dit hoofdstuk toegelicht. De geconsolideerde balans en de bijbehorende toelichting zijn opgesteld volgens de verslaggevingsrichtlijnen uit het BBV.

Hoofdstuk 8 Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa) De gemeente moet elk jaar aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze specifieke uitkeringen heeft besteed. Deze verantwoording leggen we af in de SiSa-bijlage in het jaarverslag.

Hoofdstuk 9 Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT) Dit hoofdstuk geeft inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen weer, volgens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Hoofdstuk 10 Afkortingen- en Begrippenlijst Deze lijst verklaart de afkortingen en lastige begrippen die in het jaarverslag worden gebruikt.

Hoofdstuk 11 Controleverklaring Accountant Het Jaarverslag 2024 sluit af met de controleverklaring van de accountant.

Jaarverslag 2024

8

1 Hoofdlijnen

H.1

1.1 Inleiding Met het jaarverslag legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over de resultaten en de financiën in 2024. In dit hoofdstuk beschrijven we de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen. We starten met een terugblik op de inzet en de bereikte resultaten in 2024. Het jaar 2024 mag een bewogen jaar worden genoemd waarin veel is gebeurd. Voorbeelden hiervan zijn de studentenprotesten met bezettingen, de herdenking van 7 oktober, de Ajax-Maccabi rellen en voortdurende oorlog in Oekraïne. Amsterdammers zagen alles duurder worden: de boodschappen, de sportschool, kosten voor auto en openbaar vervoer. Dat raakt Amsterdammers die het al niet breed hebben hard en maakt de behoefte aan investeringen in bestaanszekerheid nog belangrijker. In 2024 is gestart met de bouw van ruim 4.500 woningen. Dit blijft achter bij de bestuurlijke doelstelling van 7.500 woningen, maar is afgezet tegen de landelijke cijfers een goede prestatie. Er was aandacht voor de geschiedenis, met een mooi openingsfeest van het jubileumjaar Amsterdam 750 in oktober 2024. Maar ook met de opening van het Holocaustmuseum, activiteiten in het kader van het Herdenkingsjaar Slavernijverleden en een volgende stap naar het Nationaal Slavernijmuseum.

1.2 Terugblik op de inzet en bereikte resultaten Het afgelopen jaar stond de bestaanszekerheid van veel Amsterdammers onder druk en heeft de gemeente zich ingezet om die last te verlichten. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 is de inkomensnorm voor de kindregelingen voor de duur van vier schooljaren verhoogd naar 150 procent, zodat ook Amsterdammers net boven de minimagrens hiervoor in aanmerking komen. Bij de Cyberbank hebben we 1.800 Amsterdammers met een stadspas voor een klein bedrag kunnen voorzien van een opgeknapte laptop, waarmee ook zij digitaal zelfredzaam kunnen zijn. Het aantal Amsterdammers in de bijstand bereikte in de zomer van 2024 een historisch laag aantal van iets minder dan 35.000.

om huidige leraren te behouden en nieuwe leraren op te leiden. Dat leverde in 2024 eindelijk een daling van het lerarentekort in de stad op. Het aantal familiescholen met brede ondersteuning voor het hele gezin is uitgebreid van 10 naar 39. Jeugdzorg en jeugdhulp is meer gebiedsgericht ingezet om de bredere blik op gezinsproblematiek vorm te geven. We hebben de versnippering in het jongerenwerk aangepakt door in elk stadsdeel een alliantie te creëren. In NieuwWest gingen we daardoor van 19 organisaties naar 4 organisaties die opereren onder één alliantie. Daarnaast hebben we extra investeringen gedaan in de sociale basis, met onder andere extra jongerenwerkers in kwetsbare gebieden en aanbod voor ouderengericht op bewegen, ontmoeten en participatie. Met de Amsterdamse Voetbal Agenda hebben we ingezet op vitale verenigingen. Er is geïnvesteerd in ruimten voor cultuureducatie, oefen-, studio’s en presentatiezalen in Amsterdam Zuidoost, Noord en Nieuw-West. Middels het Kunstenplan 2025-2028 ontvangen 171 organisaties een bijdrage, waarvan 30 procent voor het eerst in het Kunstenplan terecht kwam. Vanwege de maatschappelijke onrust die ook in Amsterdam is ontstaan sinds het oplaaiende conflict in het Midden-Oosten is ingezet op verbinding en solidariteit door het organiseren van verschillende dialoogbijeenkomsten.

Ook is, naast de inzet tegen discriminatie van andere groepen, gewerkt aan een aanpak moslimdiscriminatie en een meer gecoördineerde aanpak op antisemitisme. Voor de eigen organisatie zijn stappen gezet om een inclusieve en sociaal veilige werkomgeving te creëren. Maatregelen zijn onder andere streefcijfers vanaf schaal 12 en hoger, bewust inclusief werven en selecteren, prestatieafspraken en trainingen voor leidinggevenden en maatregelen om toegankelijkheid te verbeteren. Eind 2024 waren er 3826 opvangplekken voor asielzoekers in Amsterdam beschikbaar in COA-locaties. Amsterdam ligt op koers om per medio 2025 aan de opgave van de Spreidingswet te voldoen, namelijk 4479 opvangplekken. Eind 2024 werden er 3.173 Oekraïense ontheemden in de gemeentelijke opvang in Amsterdam opgevangen.

De gemeente zette in op het tegengaan van personeelstekorten in de zorg en welzijn met het programma Amsterdam Vitaal en Gezond. Tot 2027 is extra geld vrijgemaakt Jaarverslag 2024

10

H.1

Vasthouden aan een duurzame toekomst De energietransitie kende veel uitdagingen, maar er zijn toch stappen gezet. Het programma Wind Amsterdam (PWA) is opgesteld en inmiddels vastgesteld in 2025. In het programma is de basis gelegd om meer windturbines binnen Amsterdam te kunnen realiseren om te voldoen aan de RES doelstelling. Inzet daarbij is om zoveel als mogelijk windturbines in het Havengebied te realiseren. Het aantal windturbines steeg van 28 naar 32. Om de energiecongestie aan te pakken zijn 5 locatiebesluiten voor onderstations en 80 middenspanningsruimtes gerealiseerd. De uitrol van warmtenetten stokt, vooral door gebrek aan wetgeving en financiën vanuit het Rijk. Een herijking van de warmtetransitie is in 2025 gepresenteerd. Ondertussen is er gewerkt aan 14 collectieve warmteprojecten, waaronder Sluisbuurt Noord, en aan diverse buurtinitiatieven zoals KetelhuisWG en MiddenMeer Noord. De CO2-uitstoot daalde van 3.070 kiloton in 2023 naar 2.900 kiloton1, helaas onvoldoende om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit is onder andere een uitstootvrije zone ingesteld voor stadslogistiek. Daarnaast is de milieuzone voor dieselpersonen- en bestelauto’s aangescherpt en is er een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen ingevoerd, waardoor oudere dieselvoertuigen niet meer in bepaalde delen van de stad mogen rijden.

Het publieke laadnetwerk is uitgebreid naar 8.400 laadpunten. Afval op straat was en is een grote ergernis van Amsterdammers, ondernemers en bezoekers. Daarom hebben we extra medewerkers ingezet, een zomeraanpak ontwikkeld voor de centrumgebieden en parken en extra middelen uitgetrokken voor de reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Om de statiegeldproblematiek te verminderen, hebben we succesvolle proeven gedaan met het weghalen van afval­bakken en met het gebruik van doorzichtige afvalzakken en zelfsluitende deuren voor de afvalbakken. Het college heeft gewerkt aan de verbetering van de verkeersveiligheid door de maximumsnelheid op meer dan 80 procent van de wegen te verlagen naar 30 kilometer per uur, met fysieke aanpassingen en succesvolle handhavingsacties. Daarnaast is er extra aandacht besteed aan de verkeersveiligheid van e-bikes en fatbikes, met gerichte campagnes vooral gericht op jongeren.

Ondanks dat er sprake was van financiële krapte zijn er ongeveer 100 onderhoudsprojecten uitgevoerd, waaronder renovatie van bruggen en verhardingen. En is er meer ruimte gecreëerd voor voetgangers, fietsers en groen door parkeerplekken te verwijderen en door betaald parkeren uit te breiden in Zuidoost, Nieuw-Sloten, Osdorp en De Aker. Er zijn nieuwe plekken gecreëerd voor spelen, bewegen en ontspannen, zoals het Sumatraplantsoen en de herinrichting van de Weesperzijde. Ondanks personeelstekorten in het openbaar vervoer is het aantal reizigers gestegen. Het college heeft € 7,5 miljoen geïnvesteerd in toegankelijkheid en OV-initiatieven. Kinderen tussen 4 en 11 jaar konden een half jaar gratis gebruikmaken van het openbaar vervoer. Het college heeft in 2024 opnieuw extra maatregelen genomen om de drukte in de (binnen)stad tegen te gaan, met het besluit over het verminderen van de zee- en rivier­cruise en verdere aanscherping van het overnachtingsbeleid (‘geen bed erbij’). Er is gestart met de bouw van 4.541 permanente zelfstandige woningen en 799 tijdelijke flex­woningen. Door lastige marktomstandigheden hadden ontwikkelaars moeite om tot een sluitende businesscase te komen en werd de bouw in veel gevallen uitgesteld. Ook zorgde onzeker­heid van rijksbeleid over middeldure huur ervoor dat beleggers een afwach­tende houding aannamen.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de huisvesting van kwetsbare groepen, waarvoor in 2024 de doelstelling ruimschoots is gehaald. De invoering van de Wet betaalbare huur en de wet Goed verhuurderschap geeft ons handvatten om de rechten van zittende bewoners van huurwoningen te beschermen. Hiervoor zijn meldpunten gestart en wordt gericht gehandhaafd. Daarnaast is via het isolatieoffensief actief gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad

1.3 Rekeningresultaat en exploitatie Het jaarverslag geeft een financieel beeld van de gemeentelijke organisatie aan de hand van kengetallen. De balansratio's en ontwikkelingen van baten en lasten laten een financieel gezonde en weerbare organisatie zien. Bij het presenteren van de oorspron­ kelijke begroting 2024 was daarvan geen sprake. Door een forse korting op het gemeentefonds en tekorten in de financiering van de jeugdzorg was de meerjarige begroting van de stad structureel niet sluitend.

1 De exacte uitstoot over 2024 wordt later bekend. Er wordt rekening gehouden met een laag scenario (2.821 kiloton) en een hoog scenario (2.936 kiloton).

Jaarverslag 2024

11

H.1

Maatregelen die we afgelopen jaar hebben getroffen door met name bezoekers maar ook bewoners van de stad een grotere bijdrage te vragen, brengen baten en lasten meerjarig weer in evenwicht. Maar prudent financieel beleid blijft noodzakelijk en de financiële ken­getallen over 2024, die hieronder nader worden toegelicht, geven een bemoedigend beeld. We blijven in gesprek met het Rijk over de gemeentefonds-uitkeringen, rijks­bezui­ nigingen op Jeugdzorg en de hervormingsagenda jeugd die onvoldoende tot stand komt.

1.3.1 Toelichting op baten, lasten en het rekeningresultaat Onderstaande figuur toont het verloop van baten, lasten en de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves gedurende het jaar. Figuur 1: Ontwikkeling in baten en lasten, en toevoegingen en onttrekkingen reserves in 2024. 9 8

Bedragen x € 1 miljard

7

1,1 1,0

0,6

0,6

0,7 0,7

0,8 0,8

0,8 0,9

6,5

6,5

6,7 6,6

6,7 6,7

6,7 6,8

7,0 7,1

Voorjaarsnota

Begroting 2025

Najaarsnota

Realisatie

6 5 4 3 2 1 0

Oorspronkelijke begroting Lasten

Toevoegingen reserves

Baten

Onttrekkingen reserves

Figuur 1 laat zien dat in 2024 de baten hoger uitkwamen dan de lasten. Aan de reserves hebben we iets meer toegevoegd dan onttrokken. Het rekeningresultaat is daarmee licht positief. Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van een saldo neutraal resultaat. Bijstellingen van de begroting hebben geleid tot aanpassingen in baten, Jaarverslag 2024

lasten, onttrekkingen en toevoegingen. De gerealiseerde baten zijn € 0,6 miljard hoger dan in de oorspronkelijke begroting. Dit komt door hogere rijksbijdragen voor inkomens­regelingen en specifieke uitkeringen, en investeringen in woningbouw en infra­structuur. Daarnaast hebben we meer toeristenbelastingen ontvangen dan begroot. De gerealiseerde lasten zijn € 0,5 miljard hoger dan oorspronkelijk verwacht. Dit komt door hogere kosten bij infrastructurele projecten, een getroffen voorziening van € 59 miljoen voor de verstrekte lening aan het Afval Energiebedrijf (AEB) en hogere lasten voor de bedrijfsvoering. Onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves zijn respectievelijk € 0,4 miljard en € 0,5 miljard hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit is het gevolg van de systematiek op de programma­onderdelen Grond en Erfpacht waarbij de financiële stromen hiervan vrijwel geheel worden verrekend met reserves. Daarnaast wordt het rekeningresultaat 2023 toegevoegd en onttrokken aan de algemene reserve. Met dit jaarverslag zetten we een grote stap om de navolgbaarheid van de afwijkingen te verbeteren. Vanuit de raad en de rekenkamer klinkt – terechte – kritiek dat het in onze jaarstukken niet altijd goed mogelijk is om te volgen wat de redenen zijn voor het verschil tussen oorspronkelijke begroting en realisatie.

In het jaarverslag wordt immers toegelicht wat de redenen zijn voor de verschillen tussen najaarsnota en realisatie. De verklaring voor afwijkingen tussen oorspronkelijke begroting en realisatie is verdeeld over verschillende P&C-producten. Om de raad goed inzicht te geven in deze totale ontwikkeling, zonder het jaarverslag zelf langer te maken, presenteren we bij dit jaarverslag een dashboard (via amsterdam.nl/jaarverslag). In dit dashboard wordt voor ieder programmaonderdeel inzicht gegeven in de oorspronkelijke begroting, de tussentijdse bijstellingen van de begroting – voorjaarsnota, bijstelling lopend jaar in begroting komende jaar en najaarsnota – en de realisatie. En wordt op een navolgbare manier verklaard wat het verschil is tussen oorspronkelijke begroting en realisatie. Ook wordt inzicht gegeven in hoe de programmaonderdelen bijdragen aan het rekeningresultaat en in de reserves bij ieder programmaonderdeel. Hiermee maken we de afwijkingen beter navolgbaar voor de raad. Hiernaast werken we aan het verbeteren van onze ramingen en de veronderstellingen, als opvolging van het onderzoek van de rekenkamer naar de voorspellende waarde van de begroting. Hierover wordt de raad binnenkort geïnformeerd in de vorm van een plan van aanpak. Het saldo van lasten, baten en reservemutaties mondt uit in een beperkt, negatief rekeningresultaat.

Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is de afwijking van het gerealiseerde resultaat gering. Gedurende het jaar is het resultaat aanzienlijk 12

H.1

gewijzigd. In onderstaande figuur 2 is het verloop van het begrote en gerealiseerde rekeningresultaat weergegeven in 2024. Figuur 2: Verloop rekeningresultaat 2024.

Bedragen x € 1 miljoen

120 100 80 60 93,0

40

67,4

20 0 -20

3,3

0

-6,5 Oorspronkelijke begroting

Voorjaarsnota

Begroting 2025

Najaarsnota

Realisatie

Rekeningresultaat

Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van een saldoneutraal resultaat. In het kader van de Begroting 2025 heeft voor 2024 een begrotingswijziging plaatsgevonden waarbij geplande uitgaven zijn verschoven in de tijd en het verwachte resultaat is aangepast naar € 67,4 miljoen. In de najaarsnota is het verwachte resultaat naar boven bijgesteld naar € 93,0 miljoen op basis van de positieve effecten van de septembercirculaire, hogere inkomsten toeristenbelasting en diverse overige mutaties met een negatief effect.

Jaarverslag 2024

Uiteindelijk is het resultaat voor 2024 door een aantal lastig te voorspellen factoren uitgekomen op € 6,5 miljoen negatief. Gelijktijdig met het aanbieden van het jaar­ verslag biedt het college de raad een voorstel aan om het rekeningresultaat te verwerken in de Algemene Reserve en het resultaat te betrekken in de integrale afweging in het voorjaar. In de voorjaarsnota lichten we de uitkomst daarvan toe, onder andere bij het verloop van de reserves. Twee redenen hebben geleid tot de afwijking van het resultaat ten opzichte van de najaarsnota: • Hogere lasten door het treffen van een voorziening van € 59 miljoen voor de verstrekte lening aan het Afval Energiebedrijf (AEB). Deze voorziening is getroffen op basis van een inschatting van hoeveel geld AEB waard is. Die inschatting wordt vooral gebaseerd op de verwachte financiële prestaties van AEB. We hebben de voorziening gebaseerd op de meerjarenbegroting van het AEB-management met daarbij extern gevalideerde aannames en daarnaast meerdere externe waarderingen. Daaruit volgt dat de huidige waarde van het bedrijf lager uitkomt dan wat in het vorige jaarverslag stond. Op basis van de momenteel beschikbare informatie is dit een beste schatting. Gezien de mate van subjectiviteit en afhankelijkheden in de aannames zullen wij de ontwikkeling van de waardering van het AEB nauwlettend blijven volgen.

• Lagere baten uit het gemeentefonds doordat de maatstaf ‘aantal huishoudens met een laag inkomen’ in het gemeentefonds is geactualiseerd op basis van werkelijke cijfers. Bij deze actualisatie is gebleken dat het aandeel van Amsterdam binnen deze maatstaf kleiner is dan eerder werd aangenomen. Dit leidt tot een structurele verlaging van de Algemene Uitkering, waardoor we in 2024 € 45,0 miljoen minder ontvangen uit het gemeentefonds dan begroot. Het Rijk heeft aangekondigd dat deze structurele verlaging in komende meicirculaire zal worden verwerkt.

13

H.1

1.3.2 Ontwikkeling saldo baten en lasten

1.3.3 Afwijkingen per programma

Figuur 3 geeft een weergave van de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten zonder reservemutaties over de afgelopen 5 jaar. Dit saldo bestaat uit het verschil tussen onze opbrengsten en onze kosten. Een positief saldo draagt bij aan de houd­ baarheid van de gemeentefinanciën. De houdbaarheid heeft zich laatste vier jaar verbeterd gelet op de positieve saldi.

Bedragen x € 1 miljoen

Figuur 3: Saldo van baten en lasten exclusief onttrekking en toevoeging aan reserves. 250 200 150 100 50 0 -50 -100 -150 -200 -250 -300 -350

160,4 63,1

122,4

114,8

-211,7

2020

2021

2022

2023

2024

Saldo van baten en lasten realisatie

Na het negatieve saldo in 2020 door onder andere de corona-effecten is er voor de jaren daarna sprake van een positief saldo. Het positieve saldo in 2021 van € 63,1 miljoen was onder andere te danken aan een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Het saldo in 2022 was € 160,4 miljoen positief door een fors kleiner nadeel bij programma Grond door een stijging van de marktprijzen van woningen en commercieel vastgoed. Daarnaast werd meer toeristenbelasting gerealiseerd dan verwacht. In 2023 was er een positief saldo van € 122,4 miljoen door met name een onderbesteding op projecten Stadsverbetering. Het saldo van 2024 wordt gevormd door ontwikkelingen binnen diverse programma's. De belangrijkste ontwikkelingen worden hieronder nader toegelicht.

Jaarverslag 2024

Tabel 1. Financiële afwijkingen per programma (bedragen x € miljoen) Nr

Programma

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

2

Begroting 2024 Begroting 2024 (oorspronkelijk) (najaarsnota)

Rekening 2024

Verschil Rekening Begroting (najaarsnota)

8,4

2,2

94,6

92,3

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

-655,8

-656,2

-665,0

-8,8

3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

-223,3

-239,8

-235,8

4,0

4

Sport en Bewegen

-68,4

-68,6

-67,3

1,3

5

Onderwijs

-267,8

-261,3

-263,7

-2,4

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

-1.199,3

-1.225,8

-1.208,9

17,0

7

Sociale Zaken en Armoedebestrijding

-436,6

-425,6

-363,9

61,7

8

Veiligheid

-260,4

-261,6

-258,4

3,2

A

Algemene Dekkingsmiddelen

3.833,4

4.044,5

3.961,7

-82,9

B

Bestuur en Organisatie

-741,2

-858,5

-878,5

-19,9

Saldo van Baten en Lasten

-11,0

49,3

114,8

65,5

Mutaties reserves

11,0

43,7

-121,4

-165,1

Resultaat

0,0

93,0

-6,5

-99,5

Het Jaarverslag 2024 laat ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 een voordeel zien van € 125,8 miljoen voor bestemming reserves en een nadeel van € 6,5 miljoen na bestemming reserves. De resultaten ten opzichte van de Najaarsnota 2024 van € 65,5 miljoen voor bestemming reserves en van € 99,5 miljoen negatief na bestemming reserves, worden uitgebreid toegelicht in de verschillende programma’s.

14

H.1

Naast de eerder genoemde verklaringen zijn de voornaamste afwijkingen in de programma’s voor bestemming reserves: • Voordelig saldo binnen de gebiedsontwikkeling, volgens geldende systematiek grotendeels verrekend met reserve Vereveningsfonds (€ 125,1 miljoen). • Hogere baten door vrijval van middelen ‘Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2023’ (€ 31,5 miljoen). • Lagere baten door lager afgekochte erfpachtrechten (€ 21,4 miljoen). De afwijkingen per programma voor bestemming reserves staan hieronder meer in detail toegelicht. Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Programma 1 heeft een voordeel van € 92,3 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2024. Dit resultaat kan voornamelijk worden verklaard door: • Voordelig saldo binnen de gebiedsontwikkeling van € 125,1 miljoen door meer winstnemingen, hogere gronduitgiften en lagere lasten doordat er minder is geïnvesteerd in de grondexploitaties. Ondanks dit saldo zijn de grondopbrengsten sinds 2013 niet meer zo laag geweest. • Nadelig saldo binnen het erfpachtstelsel doordat minder erfpachtrechten zijn afgekocht van € 21,4 miljoen. Dit is een saldo van opbrengsten uit afkoopsommen en deactiveringen​. • Lagere inkomsten door een lager aantal vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) van € 12,3 miljoen.

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer Programma 2 heeft een nadeel van € 8,8 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2024. Het resultaat wordt vooral verklaard door: • Hogere baten uit parkeren door contractuele verhogingen voor abonnementen, meer betaalde parkeeracties in de parkeergarages en het realiseren van lagere kosten bij de uitvoeringsprocessen (per saldo € 7,2 miljoen). • Hogere lasten binnen programma’s Stadsbehoud en Stadsverbetering onder andere wegens gunstige weeromstandigheden en het benutten van mogelijkheden tot projectversnellingen (per saldo € 17,7 miljoen).

Jaarverslag 2024

Sociale Zaken en Armoedebestrijding Programma 7 heeft een voordeel van € 61,7 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2024. Dit voordeel wordt vooral verklaard door: • Hogere baten door vrijval van het restant van de middelen ‘Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2023’ die op de balans staan (€ 31,5 miljoen).​ • Lagere lasten door minder uitgevoerde inburgeringstrajecten dan voorzien (€ 12,5 miljoen).​ • Lagere lasten bij de verstrekkingen van uitkeringen. Het gemiddelde uitkeringsbedrag was lager dan begroot, wat leidde tot lagere uitkeringslasten (€ 13,0 miljoen).​ Algemene Dekkingsmiddelen Programma A heeft een nadeel van € 82,9 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2024. Dit nadeel wordt vooral verklaard door: • Hogere lasten door het treffen van een voorziening voor de verstrekte lening aan het Afval Energiebedrijf (AEB) (€ 59 miljoen). • Lagere baten door een bijstelling van de maatstaf ‘aantal huishoudens met een laag inkomen’ in het gemeentefonds waardoor een structureel negatieve bijstelling van de inkomsten uit het gemeentefonds voor 2024 ontstaat (€ 45 miljoen). • Hogere baten toeristenbelasting door een toename van het aantal overnachtingen van toeristen in de stad (€ 18,7 miljoen). Bestuur en Organisatie Programma B heeft een nadeel van € 19,9 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2024.

Dit resultaat wordt vooral verklaard door: • Hogere lasten door extra inzet flexkrachten voor moeilijk in te vullen vacatures en om taakstellingen in de toekomst in te kunnen vullen (€ 10,8 miljoen) hoofdzakelijk bij de financiële en personele functie. • Hogere lasten door inzet van extra capaciteit om de benodigde voortgang te bereiken op de digitale opgaven van met name Stedelijke Ontwikkeling, Werk Participatie en Inkomen en Beheer Openbare Ruimte (€ 5,2 miljoen). • Hogere lasten door niet gerealiseerde taakstellingen en extra inzet van capaciteit voor de ontwikkeling van de vakgroepen en afdelingen op het gebied van digi­ta­ lisering en innovatie, zoals het implementeren van agile-werkwijzer en maken van digitaliseringsstrategieën (€ 3,8 miljoen).

15

H.1

1.4 Balans

1.3.4 Structurele exploitatieruimte Deze maatstaf geeft aan hoeveel ruimte er is om de structurele lasten te dragen. Het percentage is 5,55 procent en laat zien in hoeverre de structurele lasten nog kunnen stijgen, of de structurele baten kunnen dalen, voordat de begroting structureel uit balans raakt. Er is geen norm voor dit kengetal, maar een negatief saldo betekent dat structurele lasten (deels) worden gedekt met incidentele middelen. Dit kan aanleiding zijn voor een negatieve beoordeling door de toezichthouder, de provincie NoordHolland. Tabel 2. Meerjarig beeld van het structurele begrotingssaldo. 2020

2021

2022

2023

2024

Structurele baten

5.575,5

6.327,7

5.979,9

6.346,0

7.100,6

Structurele lasten

5.219,2

6.200,4

5.726,9

6.179,9

6.706,5

356,3

127,3

253,0

166,1

394,1

bedragen x € miljoen)

Structureel begrotingssaldo

In 2024 is het structureel begrotingssaldo uitgekomen op € 394,1 miljoen positief. Dit is een duidelijke verbetering ten opzichte van 2023. Deze stijging is het gevolg van relatief beperkte incidentele baten en juist hoge incidentele lasten. Omdat incidentele lasten het structureel saldo verbeteren, heeft dit geresulteerd in een sterk positief saldo. Daarmee is de begroting structureel in evenwicht. Meer informatie over de opbouw van het structurele saldo is opgenomen in hoofdstuk 6.3 Overzicht Incidentele Baten en Lasten.

1.4.1 Balans 2024 Tabel 3. Balans (bedragen x € miljoen) Activa

2023

2024

Passiva

2023

2024

Grond

8.534,4

8.520,3

Reserves

8.107,1

8.221,9

Materieel bezit

5.905,3

6.305,3

Voorzieningen

541,7

660,3

Financieel bezit

1.099,7

1.095,0

Schuld

6.683,7

7.063,6

888,9

1.203,1

Overig

1.095,8

1.178,0

16.428,3

17.123,7

Totaal

16.428,3

17.123,7

Overig bezit Totaal

Het balanstotaal is in 2024 met € 695,5 miljoen toegenomen. De voornaamste reden is dat we blijven investeren in vervanging, voor de groei van de stad en voor een complete stad. Daarentegen is ook de schuld gestegen en nemen onze reserves toe. De belangrijkste ontwikkelingen op de diverse balansposten worden hieronder nader toegelicht.

• Grond Het bezit aan erfpachtgrond is afgenomen met € 14 miljoen hoewel er bijna € 200 miljoen aan grond in erfpacht is uitgegeven. Veel bestaande contracten zijn naar eeuwigdurend afgekochte erfpacht omgezet. Een eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. • Materieel en financieel bezit In 2024 is voor € 593,3 miljoen geïnvesteerd in vervanging, verbetering en uitbreiding van onze bezittingen, met name gebouwen, tunnels, wegen en riolering. Voor ongeveer € 61,5 miljoen hebben we geïnvesteerd in de bedrijfsvoering, voornamelijk ICT- en IV-oplossingen. Paragraaf Investeringen geeft meer in detail aan op welk gebied investeringen hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn voor € 54 miljoen kapitaal en (met name) leningen verstrekt, waaronder de lening van € 45 miljoen aan AEB.

Jaarverslag 2024

16

H.1

• Schuld De schuld is in 2024 met € 380 miljoen toegenomen als gevolg van de externe finan­ cieringsbehoefte voor de investeringen in de stad. Onze omvangrijkste investeringen betreffen (school)gebouwen en de openbare ruimte zoals parkeer­voorzieningen, kades, bruggen, tunnels, wegen, verlichting en verkeerssystemen. Ondanks de schuldstijging blijft de externe schuld houdbaar en voldoen we aan de verplichte financiële kengetallen. Zie ook paragraaf 3.2 Financiering.

1.4.2 Meerjarige ontwikkeling Hieronder is de balansontwikkeling in de afgelopen jaren te zien, onderverdeeld naar de grootste posten in onze bezittingen en naar schuld en reserves. Figuur 4: Ontwikkeling balanstotaal. 20 18 16 Bedragen x € 1 miljard

• Reserves en voorzieningen De reservepositie is in 2024 met € 114,8 miljoen gestegen, met name door de sys­te­matiek op de programmaonderdelen Grond en Erfpacht. De financiële stromen hiervan worden vrijwel geheel verrekend met reserves. In tegenstelling tot vorig jaar is de algemene reserve gedaald met € 23,9 miljoen. Dit is het gevolg van verreke­ ning van het resultaat van 2023 en een onttrekking ten gunste van de finan­cierings­ reserve erfpacht, volgend uit het herstelplan ten tijde van de coronacrisis. De voor­ zieningen zijn eveneens toegenomen met € 118,6 miljoen door ontvangen rijks­sub­ sidies voor toekomstige kosten bij woningbouwprojecten. Ook is naar aanleiding van besluitvorming bij de Najaarsnota 2024 conform BBV-voorschriften de egalisatie­ reserve afval omgezet naar een nieuwgevormde egalisatievoorziening afval.

15,1

16,4

16,1

15,7

14 12 10

8,3

7,7

4,8

6,1

8,5

8,2

6,7

6,3

7,1

1,6

2,3

1,8

7,8

8,5

8,0

8,5

8,0

6,7

5,6

6,7

5,9

1,2 2021

2,0

1,4

2,0

8,5

17,1

8 6 4 2 0

2,0

1,2 2020

5,2

2,0

2022

2023

Overig

Overig

Materieel bezit - gebouwen, wegen

Schuld

Materieel bezit - grond

Reserves

2024

Het balanstotaal nam in de afgelopen jaren toe. Ons bezit en daaraan gekoppeld onze financieringsbehoefte is gegroeid door de investeringen die we als gemeente doen in de stad. Door eeuwigdurende afkoop van canon is de toename van het grondbezit afgevlakt. De toename van ons bezit met € 2 miljard heeft zich voor de helft vertaald in meer schuld. De reserves zijn in die periode gestegen met € 500 miljoen.

1.4.3 Balansratio’s: solvabiliteit en schuldquote Financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële positie en – ontwikkelingen van een organisatie. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Middels het dashboard van onze financiële positie vertalen we de kengetallen in gezamenlijkheid naar hoe weerbaar en wendbaar we als gemeente zijn. De signaalwaarden sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaalwaarden. Aan deze worden de waarden van Amsterdam jaarlijks getoetst door de Provincie Noord-Holland, onze toezichthouder. Jaarverslag 2024

17

H.1

Weerbaar Onze weerbaarheid is goed. We kunnen tegen een stootje als het een tijdje wat minder zou gaan. Dit blijkt uit onze solvabiliteit, netto schuldquote en weerstandsvermogen. De solvabiliteit vertelt hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen. Met een solvabiliteit van 48 procent in 2024 blijven we volgens onze toezichthouder voldoen aan de signaalwaarde ‘redelijk’. Vergeleken met 2023 is de solvabiliteit licht gedaald met 1 procentpunt.

1.5 Weerstandsvermogen Voor de financiële robuustheid van de gemeente Amsterdam zijn de hoogte van de algemene reserve in combinatie met zorgvuldig begrotingsbeleid en verantwoorde schuldontwikkeling de belangrijkste indicatoren. Over het geheel genomen zijn er voldoende buffers om tegenvallers de komende jaren op te vangen. Figuur 5: Ontwikkeling algemene reserve huidige coalitieperiode.

Wendbaar Onze wendbaarheid is voldoende. Dit betekent dat we ons relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden. Dit blijkt uit onze structurele exploitatie­ ruimte van 5,55 procent en belastingcapaciteit van 95 procent. De structurele exploitatie­ruimte vertelt hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen. De belastingcapaciteit vertelt hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. En daarmee de mate waarin er kan worden bijgestuurd bij tegenvallers. We lichten dit verder toe in paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing en paragraaf 3.2 Financiering.

Bedragen x € 1 miljoen

600

De netto schuldquote toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten. Met een netto schuldquote zonder erfpacht (standaardschuld) van 58 procent voldoen we ruim aan de 110 procent waar we ons voor de lange termijn op richten.

500 400 300 423,0

200 100 0

96,9

78,5

2020

2021

Rekeningresultaat

312,8

288,9

2023

2024

321,0

174,6 2022

2025

2026

Normhoogte (5% begrotingstotaal)

Het beleid dat de raad in 2022 heeft vastgesteld schrijft een normhoogte Algemene Reserve voor. Die norm hoogte is € 342 miljoen, 5 procent van het begrotingstotaal. In 2023 was de norm zo goed als bereikt. Door de toevoeging van het resultaat over 2023 van € 122,1 miljoen en een in de Begroting 2025 aangekondigde onttrekking van € 150 miljoen, is de algemene reserve ultimo 2024 licht gedaald. Deze onttrekking was onderdeel van het herstelplan ten tijde van de coronacrisis. Zoals aangekondigd wordt deze nu teruggedraaid zonder onze financiële weerbaarheid al te zeer aan te tasten omdat we het hoger dan verwachte rekeningresultaat van 2023 aan de Algemene Reserve hebben kunnen toevoegen. Bovendien laat een doorkijk naar de reserve­standen in 2025 en 2026 een positief beeld zien ten opzichte van de norm. Daarin zijn opge­nomen de begrote toevoegingen en onttrekkingen zoals deze in de Begroting 2025 zijn vastgesteld. Uitgaande van de huidige Algemene Reserve van € 289 miljoen rekenen we op een kans van 7,5 procent dat deze tekortschiet om risico in de komende twee jaar op te kunnen opvangen. Hoe meer zekerheid wij verlangen des te hoger het bedrag dat we aan moeten houden voor het opvangen van de gevolgen.

Jaarverslag 2024

18

H.1

1.6 Rechtmatigheid In 2023 was het de eerste keer dat het college zelf de rechtmatigheid moest beoor­ delen. Hierdoor was er onduidelijkheid over de werkwijze. De accountant (ACAM) kon niet volledig controleren of de beoordeling klopte waardoor in de contro­leverklaring een oordeel met beperking is afgegeven. Voor verslagjaar 2024 zijn er maatregelen genomen waardoor het proces om de rechtmatigheidsverantwoording op te stellen aanzienlijk is verbeterd. De verantwoordingsgrens is bepaald op basis van 2 procent van de totale lasten inclusief toevoeging aan de reserves en komt voor 2024 uit op € 162,2 miljoen. De totale rechtmatigheidsafwijking over 2024 overschrijdt de verant­ woordingsgrens. De inkooponrechtmatigheid is € 81,2 miljoen. Dit bedrag komt voort uit uitgaven waarbij niet is voldaan aan de Europese aanbestedingsregels. Sommige aankopen zijn niet of te laat Europees zijn aanbesteed, hebben een contract­waarde die is overschreden, of hebben contracten die niet tijdig zijn verlengd. In de paragraaf bedrijfsvoering leggen we uit waardoor de inkooponrechtmatigheid is ontstaan en welke verbeteringen we doorvoeren om deze in de toekomst te verminderen. We verwachten dat deze maatregelen op termijn leiden tot minder inkoop­onrecht­matig­ heid. De begrotingsonrechtmatigheid is € 383,6 miljoen.

Het gaat daarbij om lasten in de programmaonderdelen die hoger uitvielen dan de raming in de laatst vastgestelde begroting (de najaarsnota). De afwijkingen zijn acceptabel omdat ze passen binnen het vastgestelde beleid. Het grootste verschil komt door een andere presentatie van de gerealiseerde lasten bij grond en erfpacht in overleg met de accountant (samen € 229,5 miljoen). Het gaat hier om een boekhoudkundige technische correctie. Ook de afwaardering van het Afvalenergiebedrijf telt mee omdat deze plaatsvond na de najaarsnota (€ 59 miljoen). In hoofdstuk 2 zijn alle lasten­overschrijdingen per programma­onderdeel toegelicht. Verschillen tussen wat we van plan zijn uit te geven en wat we echt uitgeven zijn normaal. Wel zullen we onderzoeken of er maatregelen mogelijk zijn om een deel van de afwijkingen al voor de najaarsnota in beeld te krijgen.

Jaarverslag 2024

19

2 Programma's

H.2

Programma's

2 

2.1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

22

2.2

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

64

2.3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

117

2.4

Sport en Bewegen

147

2.5

Onderwijs

162

2.6 Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

175

2.7

Sociale Zaken en Armoedebestrijding

206

2.8

Veiligheid

233

2.A

Algemene Dekkingsmiddelen

249

2.B

Bestuur en Organisatie

266

21

H.2.1

2.1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

H.2.1

Samenvatting 2.1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling

2.1.2 Grond

We zorgen door goede ruimtelijke ordening voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, kaderstelling en door kwaliteitsborging en bouw­plan­ toetsing goed en duurzaam functioneren.

Het Amsterdams Akkoord gaat uit van een verantwoorde groei van de stad. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7.500 woningen in de verhouding 40 procent sociaal, 40 procent middelduur en 20 procent markt.

Amsterdam groeit hard, in aantal inwoners en nog sneller in aantal arbeidsplaatsen, en ook de bezoekersaantallen blijven zeer hoog. Deze groei heeft veel positieve aspecten maar levert ook veel druk op de ruimte, leefbaarheid en vastgoedprijzen op. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) biedt de overkoepelende visie hoe we de fysieke leefomgeving willen ontwikkelen en om willen gaan met deze groei. Daarom werken we aan voldoende ruimte voor nieuwe woningen en de bijbehorende voorzieningen op korte en lange termijn. Belangrijke gebiedsontwikkelingen die gestart zijn of in voorbereiding zijn bieden ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven, scholen, sportvoorzieningen en groen in aantrekkelijke gemengde stadswijken. Waar nodig ontwikkelen of actualiseren we beleidskaders en brengen ze in lijn te met de (ambities en doelen van) de Omgevingsvisie. Door zorgvuldige voorbereiding is de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 soepel verlopen. Hierdoor adviseren we bijvoorbeeld op een meer integrale wijze over ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Dit heeft ook gevolgen voor de werkwijze van de Commissie Omgevingskwaliteit (COK).

De totale woningbouwproductie van Amsterdam in 2024 was 4.541. Dit blijft weliswaar achter bij de bestuurlijke doelstelling van 7.500 woningen, maar is afgezet tegen de landelijke cijfers een goede prestatie. De gemeente bouwt niet zelf, dat doen marktpartijen. Door lastige marktomstandigheden, waaronder geopolitieke onzekerheid, netcongestie, stijgende rente, hogere bouwkosten en personeels­ tekorten, hadden ontwikkelaars moeite om tot een sluitende businesscase te komen en werd de bouw in veel gevallen uitgesteld. Ook zorgde onzekerheid van rijksbeleid over middeldure huur ervoor dat beleggers een afwachtende houding aannamen.

We sturen op ruimte voor een langjarig hoge bouwambitie van 7.500 woningen per jaar, waarvan een aanzienlijk deel gelabeld als betaalbaar. Hiervoor is voldoende uitvoeringsklare ‘planvoorraad’ nodig want voordat de woningen daadwerkelijk gebouwd kunnen worden is veel voorbereiding nodig. Voor de komende jaren is voldoende harde planvoorraad opgebouwd maar daarna (vanaf ongeveer 2028) valt deze scherp terug. De Omgevingsvisie (vastgesteld 2021) biedt de ruimte en richting om de huidige planvoorraad voor de periode daarna aan te vullen. In 2024 is de Ontwikkelstrategie 2035 vastgesteld, waarmee we de komende 10 tot 15 jaar zorgen voor ruimte om nieuwe gemengde stadswijken te realiseren.

Jaarverslag 2024

In 2024 zijn acht investeringsbesluiten vastgesteld waarmee 5.754 woningen zijn toegevoegd aan de actieve planvoorraad.

2.1.3 Erfpacht Als aanvulling op de invoering van het eeuwigdurende erfpachtstelsel, is in 2017 de overstapregeling vastgesteld. Erfpachters met een woning kunnen daardoor overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. In het coalitie­akkoord is een spijtoptantenregeling opgenomen om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen. Dit heeft geleid tot ongeveer 19.000 nieuwe aanvragen, waarvan in 2024 al 87 procent is afgewikkeld. Het college heeft in 2024 besloten om een vaste, onafhankelijke, externe beleids­ adviescommissie in te stellen, zodat voorafgaand aan de vaststelling van nieuw beleid of van wijzigingen van bestaand beleid hierover door onafhankelijke deskundigen wordt geadviseerd. Daarnaast heeft het college besloten om – gedurende een jaar – een geschillencommissie in te richten. Door het instellen van de geschillencommissie wordt tegemoetgekomen aan de gemeentelijke ambitie om de overzichtelijkheid en acceptatie van de uitvoering van het Amsterdamse erfpachtstelsel te vergroten. 23

H.2.1

2.1.4 Bouwen en Wonen We werken, onder andere via de zeven doelen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting, aan de beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Bijzondere aandacht gaat uit naar de huisvesting van kwetsbare groepen, waarvoor in 2024 de doelstelling ruimschoots is gehaald. De invoering van de Wet betaalbare huur en de wet Goed verhuurderschap geeft ons handvatten om de rechten van zittende bewoners van huurwoningen te beschermen. Hiervoor zijn meldpunten gestart en wordt gericht gehandhaafd. Daarnaast is via het isollatieoffensief actief gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit en verduur­zaming van de bestaande woningvoorraad.

2.1.5 Vastgoed Onze vastgoedportefeuille (exclusief scholen en parkeergebouwen) bestond uit ongeveer 2.400 eenheden in ongeveer 1.000 gebouwen en ongeveer 2.000 gronden. We verhuurden ons bezit aan een grote verscheidenheid aan huurders. De gemeentelijke huisvesting voor het ambtelijk apparaat staat in programma­ onderdeel B.5 Overhead en niet in dit programma­onderdeel. Het is in 2024 niet mogelijk gebleken om het verkoopprogramma van commercieel vastgoed (panden zonder beleidsdoel en zonder strategisch doel) af te ronden. Deze verkooptransacties schuiven nog een jaar door naar 2025. De redenen van het uitstel zijn divers, zoals benodigd funderingsherstel voordat de verkoop plaatsvindt of vergunningtrajecten die meer tijd vergen. We verwachten een definitieve afronding van het lopende verkoopprogramma in 2025. Er is op dit moment geen sprake van een uitbreiding van het verkoopareaal. In 2024 is het uitvoeringsprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed gestart. Er is gewerkt aan ongeveer 70 projecten waar verduur­zamingsmaatregelen zijn getroffen om de CO2-uitstoot te beperken. We hebben in 2024 volgens planning de middelen uitgegeven en daarmee ruim 6,5 ton CO2-reductie behaald. We registreren de reductie op moment dat een project geheel is afgerond. Voor een groot deel van de in 2024 gestarte projecten geldt dat deze pas in 2025 gereed zijn.

De actualisatie vastgoedstrategie en het algemeenbelangbesluit zijn op 13 november 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit zijn belangrijke strategische opgaven waaraan Gemeentelijk Vastgoed een bijdrage levert: verantwoorde groei, een solidaire stad met betaalbaar maatschappelijk vastgoed, een duurzame toekomst en de ontwikkeling van ambtelijke huisvesting in de stad. De ambities die hieruit voortvloeien maken we samen met andere directies en stadsdelen waar. De actualisatie van de vastgoedstrategie beschrijft ook de nieuwe huurprijssystematiek, met het uitgangspunt om maatschappelijk vastgoed kostprijsdekkend te verhuren. Bij wijze van uitzondering bestaat de mogelijkheid om te verhuren onder de kostprijs. De uitzonderings­mogelijk­ heden zijn terug te vinden in het algemeenbelangbesluit.

2.1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer In het tegengaan van de klimaatcrisis werken we aan de overgang naar een duurzame en klimaatneutrale stad waar we grondstoffen (hoogwaardig) hergebruiken. In 2024 zette Amsterdam belangrijke stappen in de energietransitie, met focus op uitvoering en samenwerking met bewoners en bedrijven. De CO2-uitstoot daalde naar verwachting tot circa 2.900 kiloton1, in 2023 was dit 3.070 kiloton, maar dit is onvoldoende om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Om dit te versnellen, is gestart met de ontwikkeling van een klimaatbegroting. De Cluster Energie Strategie 2024 werd opgesteld om de industrie in het Noordzeekanaalgebied te verduurzamen, en gesprekken met grote bedrijven over CO2-reductie zijn gestart. Met bewoners, bedrijven en instellingen is intensief samengewerkt aan activiteiten die moeten leiden tot een daling van het gebruik van niet-hernieuwbare materialen. Er zijn concrete stappen gezet naar circulaire bedrijfsmodellen, integratie van circulaire principes in vergunningverlening en handhaving, en een gerichte inzet van financiële middelen op circulaire doelen. De gestelde opwekdoelen voor zonne-energie zijn behaald in 2024. In december 2024 is er 310 megawatt zonne-energie gerealiseerd. Daarnaast is in 2024 het aantal windturbines in Amsterdam gestegen van 28 naar 32 windturbines.

Het programma Wind Amsterdam (PWA) is opgesteld en wordt vastgesteld in 2025. In het programma is de basis is gelegd om meer windturbines te kunnen realiseren.

1 De exacte uitstoot over 2024 wordt later bekend. Er wordt rekening gehouden met een laag scenario – 2.821 kiloton en een hoog scenario – 2.936 kiloton.

Jaarverslag 2024

24

H.2.1

De stad investeerde in duurzame warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte van datacenters. Er werd gewerkt aan 14 collectieve warmteprojecten, waaronder Sluisbuurt Noord. Buurtinitiatieven zoals KetelhuisWG droegen bij aan de warmte­ transitie. Voor de elektriciteitsinfrastructuur zijn vijf locatiebesluiten voor onderstations en 80 middenspanningsruimtes gerealiseerd. Hier blijft netcongestie een uitdaging.

2.1.7 Begraafplaatsen en Crematoria De gemeente Amsterdam kent dertien gemeentelijke begraafplaatsen en twee gemeentelijke crematoria met rouwcentra: begraafplaats/crematorium De Nieuwe Ooster (stadsdeel Oost) en begraafplaats/crematorium De Nieuwe Noorder met zeven dorpsbegraafsbegraafplaatsen (stadsdeel Noord), begraafplaats Driemond (stadsdeel Zuidoost), begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon (Weesp) en de – voor begraven – gesloten begraafplaats Huis te Vraag (stadsdeel Zuid). De gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria opereren in een concurrerende markt. In 2024 zijn de buitenmuren van het monumentale aulagebouw op De Nieuwe Ooster door middel van een speciale behandeling gereinigd, het houtwerk hersteld en geschilderd en scheuren gerepareerd. Op De Nieuwe Noorder is ook in 2024 het hele jaar gewerkt aan het herinrichten van de paden, het opknappen van de grafvakken en groenborders. De jaarlijkse activiteit Herinnering Verlicht is dit jaar met succes op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder op een zondagmiddag georganiseerd. De belangstellenden hebben enthousiast geregeerd en de belangstelling was ook vele malen groter dan de in 2023 georganiseerde doordeweekse versie.

Financiële toelichting Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaars­nota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaars­nota

Baten

865,9

931,6

758,6

1.075,6

317,0

Lasten

811,1

923,2

756,4

981,0

224,7

Saldo Baten en Lasten

54,9

8,3

2,2

94,6

92,3

Onttrekking

823,3

267,8

288,2

322,3

34,1

Toevoeging

591,7

244,4

423,6

574,8

151,2

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

231,6

23,4

-135,4

-252,5

-117,1

Totaal 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

286,5

31,7

-133,2

-157,9

-24,8

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaars­nota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaars­nota

266,6

294,9

28,4

Apparaatslasten (bedragen x € 1 miljoen)

Apparaatskosten

277,9

257,9

Begin 2024 werden we opgeschrikt door een brand in de crematieruimte op De Nieuwe Ooster als gevolg van een technische storing. Door vakbekwaam en adequaat handelen van de betreffende ovenist en de brandweer kon de brand beperkt blijven tot de crematieruimte. De schade was desondanks groot maar heeft gelukkig beperkt effect gehad op de bedrijfsvoering.

Jaarverslag 2024

25

H.2.1

Programma 1 kent complexe financiële stromingen, omdat resultaten worden verrekend met reserves en diverse administratieve verrekeningen plaatsvinden. Hierdoor geeft de bovenstaande tabel niet altijd een volledig beeld van de werkelijke effecten op het programma, en bieden de financiële toelichtingen op afwijkingen slechts een beperkte inkijk. De grondopbrengsten (€ 250 miljoen) waren bijvoorbeeld sinds 2013 niet meer zo laag. Desondanks is in 2024 € 30,2 miljoen afgedragen aan de algemene middelen vanuit het Vereveningsfonds (VEF). Daarnaast is bij de begrotings­ besluitvorming voor 2025 besloten om de vrijval van € 150 miljoen uit de reserve financiering erfpacht, die in 2021 plaatsvond, terug te draaien. Hierdoor valt in 2024 € 150 miljoen vrij uit de algemene reserve, die vervolgens is toegevoegd aan de reserve financiering erfpacht. Het programma heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 24,8 miljoen. Dit komt vooral door hogere baten van € 317,0 miljoen en lagere lasten van € 224,7 miljoen, een hogere onttrekking uit reserves van € 34,1 miljoen en een hogere toevoeging aan reserves van € 151,2 miljoen. Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door: Baten De totale baten van € 1.075,6 miljoen zijn € 317,0 miljoen hoger dan begroot.

Dit komt vooral door: • Hogere baten doordat we de begrote deactivatie van erfpachtrechten in overleg met de accountant met ingang van de rekening 2024 in de lasten presenteren (€ 80,2 miljoen). Deactivatie vindt plaats als een erfpachtrecht eeuwigdurend wordt afgekocht en er op dat moment nog een grondwaarde op de balans staat. • Hogere baten doordat meer is afgekocht (€ 79,6 miljoen). • Hogere baten door de verrekening van inkomsten en uitgaven in de projecten van de gebiedsontwikkeling (€ 97,4 miljoen). Als het jaarsaldo van projecten negatief is, wordt deze technisch verrekend in de baten. • Hogere baten door meer winstnemingen doordat we een aantal grote plannen hebben afgesloten (€ 72,6 miljoen). De positieve saldi van deze plannen die op het onderhanden werk stonden zijn toegevoegd aan de reserve. • Hogere baten in de grondexploitaties door de uitgifte van grond in de gebiedsontwikkeling (€ 15,3 miljoen). Het moment van uitgifte en de hieraan verbonden baten is op voorhand moeilijk te voorspellen. • Lagere baten omdat we in de begroting rekening hielden met baten uit rijkssubsidies voor onder andere flexwoningen en de startbouwimpuls (€ 21,6 miljoen). Deze zijn al ontvangen, maar kunnen pas in toekomstige jaren worden aangewend. Jaarverslag 2024

• Lagere baten doordat minder erfpachtrechten zijn afgekocht (€ 21,4 miljoen). • Lagere inkomsten door tegenvallende WABO-vergunningen (€ 12,3 miljoen), met name vanuit de Omgevingsdienst NZKG (€ 9,3 miljoen) en bouwvergunningen bij de stadsdelen (€ 3,0 miljoen). Het aantal aanvragen bleef achter door diverse factoren, zoals onder andere de invoering van de Omgevingswet. Lasten De totale lasten van € 981,0 miljoen zijn € 224,7 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten doordat we administratieve verrekeningen in de baten presenteren (€ 181 miljoen). In de begroting staat dit nog aan lastenkant. Vooral omdat we minder hebben geïnvesteerd, is per saldo € 83,6 miljoen minder geactiveerd op het onderhanden werk. Zie ook de toelichting bij de baten. • De totale lasten van € 234,1 miljoen zijn € 181,3 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral doordat we in overleg met de accountant met ingang van de rekening 2024 de de-activering van erfpachtrechten aan de lastenkant presenteren. Zie ook de toelichting bij de baten. • Lagere lasten in de grondexploitaties en woningbouwprojecten doordat minder is geïnvesteerd in de grondexploitaties (€ 37,2 miljoen). Dit komt door vertraagde uitgiften, waardoor ook bepaalde investeringen zijn uitgesteld.

• Lagere lasten op de middelen Klimaatfonds (€ 6,5 miljoen), voornamelijk doordat toegekende subsidies (€ 10 miljoen) pas later dan 2024 worden gerealiseerd en vastgesteld. Vanwege de lange doorlooptijd tussen het toekenningsbesluit en de uiteindelijke verantwoording, verschuift de lastenverantwoording naar een later moment. • Hogere lasten doordat de toevoeging aan de voorziening groot onderhoud (€ 4,6 miljoen). Deze wordt enerzijds verklaard door de gestegen prijzen (€ 2,8 miljoen) en anderszijds door het toevoegen van de duurzaamheidsmiddelen Kunst en Cultuur aan de voorziening groot onderhoud in programma 3 (€ 1,8 miljoen). • Lagere lasten voor de proeftuinen aardgasvrije wijken (€ 3,8 miljoen), doordat de toegekende subsidie voor het Wilhelmina Gasthuis-terrein nog niet is vastgesteld. De lasten kunnen pas worden verantwoord zodra de prestatie is geleverd. Hiertegenover staan ook niet-gerealiseerde baten, waardoor dit onderdeel budgettair neutraal is. • Hogere lasten voor diverse posten op de voorziening dubieuze debiteuren (€ 3,8 miljoen). Voor de Omgevingsdienst NZKG betreft dit € 4,1 miljoen nadelig waarbij het voornamelijk gaat om openstaande vorderingen waarvan de inning is 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669935/1