Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2024.pdf
Tekst van het document
In 2023 werd een nieuwe koers ingeslagen: er werd uitgebreider onderzoek gedaan voorafgaand aan sancties en er werd prioriteit gegeven aan grotere overtredingen. Deze koers is in 2024 voortgezet. Ook de aanpak van leegstand veranderde. Amsterdam heeft sinds december 2022 een nieuwe Leegstandverordening. Vanaf dat moment werd de handhaving een stuk effectiever. In veel zaken spelen moeizame verbouwingen en andere vertragingen echter een rol. Deze zaken nemen grofweg rond de negen maanden in beslag. Veel zaken die in de loop van 2023 zijn opgepakt, hebben pas tot een positief resultaat geleid in 2024. De aanpak corporatiewoningen heeft na de zomer van 2024 concreet vorm gekregen, daarvan worden de resultaten in 2025 verwacht.
Jaarverslag 2024
Activiteit 1.4.1.1 We bieden huisvesting voor kwetsbare groepen. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Aantal woningen toegewezen aan kwetsbare huishoudens
1.800 (2023)
1.976
2.200
2.137
2
Aantal gehuisveste statushouders (personen)
2.000 (2023)
1.575
1.400 -1.600
1.498
Activiteit 1.4.1.2 We wijzen met voorrang woningen toe aan bepaalde beroepsgroepen. Indicatoren activiteit 1
Aantal woningen aan beroepsgroepen
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
200 (2023)
119
200
236
Activiteit 1.4.2.1 We houden toezicht op en handhaven de wettelijk minimumkwaliteit. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Aantal op kwaliteit geïnspecteerde adressen
200 (2023)
211
200
210
2
Aantal verbeterde woningen naar aanleiding van inspectie en/of handhaving
150 (2023)
142
150
145
45
H.2.1
Activiteit 1.4.2.2
Activiteit 1.4.3.1
We ondersteunen bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen.
We maken beleid en handhaven de regels woninggebruik.
Indicatoren activiteit
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Aantal ondersteunde adressen
n.v.t. (2023)
4.835
7.500
11.914
2
Aantal adressen waar maatregelen zijn genomen
n.v.t. (2023)
36.979
8.250
18.132
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik
1.200 (2023)
3.212
2.300
3.488
2
Huisbezoeken/ buitendienstonderzoeken
6.000 (2016)
5.370
6.000
3.488
Handhavingsbesluiten
300 (2016)
186
450
226
3
Activiteit 1.4.2.3 We verstrekken omgevingsvergunningen en zien toe dat bedrijven en burgers voldoen aan actuele wet en regelgeving op het gebied van veiligheid, bouwveiligheid en infrastructuur. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw, monumenten, splitsen, omzetten woonruimte, meldingen bouw, aanvragen ruimtelijke ordening.
9.700 (2022)
9.074
9.700
8.356
2
Aantal verleende vergunningen waarop toezicht is gehouden (monumenten, bouw, ruimtelijke ordening, splitsen en omzetten woonruimte) waarop toezicht is gehouden
5.400 (2022)
5.839
5.400
4.866
Activiteit 1.4.1.1 In totaal zijn 2.137 huishoudens gehuisvest via het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen, dit is bijna het doel van 2.200 woningen. Door meer verhuringen in 2024 is het geen 30 procent, maar 27 procent van het totaal aantal verhuringen van sociale huurwoningen, vooral door de toevoeging van nieuwbouw. Het aantal gehuisveste statushouders is conform de begroting. Activiteit 1.4.1.2 Er zijn meer woningen toegekend aan beroepsgroepen dan begroot. In de prestatie afspraken van maart 2024 is afgesproken om het aantal beschikbare woningen voor de beroepsgroepenregeling te verhogen van 100 tot 200 naar 300 woningen per jaar. Omdat deze afspraak pas in maart 2024 is gemaakt en de uitvoering moest worden opgestart is het doel van 300 woningen in 2024 nog niet gehaald. Activiteit 1.4.2.1 De programmatische aanpak Woningkwaliteit richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Dit gebeurt door versterkt toezicht, de aanpak van complexe handhavingszaken en de uitvoering van stadsbrede thema projecten. Hierbij wordt een vriendelijk traject gehanteerd, waarbij eerst in gesprek wordt gegaan met de eigenaar voordat handhaving wordt ingezet. De cijfers omvatten niet het project loden leidingen. Daarnaast zijn in 2024 de voorgevels van 11.275 woningen gecontroleerd volgens de QuickScan-methode.
Jaarverslag 2024
46
H.2.1
Activiteit 1.4.2.2 Er zijn veel eigenaren bereikt met het dienstverleningsaanbod gericht op het verduur zaming van woningen. Er zijn ruim meer eigenaren ondersteund en ruim meer maatregelen genomen. Het gaat hierbij om kleine en grote energiebesparende maatregelen. Activiteit 1.4.2.3 Het aantal ingediende aanvragen vergunning bouw is in 2024 lager dan begroot. Oorzaak is de afname van bouw door de relatief hogere rente, gestegen bouwkosten en veranderende wetgeving. Onder de Omgevingswet bestaat de mogelijkheid tot gefaseerde vergunningaanvragen voor het ruimtelijk deel en het bouwtechnisch deel, waardoor diverse aanvragen voor het bouwtechnische deel verschuiven naar 2025. Verder is voor bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet geen omgevingsvergunning meer verplicht, maar geldt een meldingsplicht. In het Jaarverslag VTH 2024 wordt deze ontwikkeling nader toegelicht.
Verbonden Partijen Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Amsterdam is samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst en de samenwerking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samen werking leggen we vast in een jaarlijkse uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan de te leveren producten en diensten en de prioriteiten in de taakuitvoering. In 2024 zijn deze grotendeels conform afspraak uitgevoerd.
Financiële toelichting Programmaonderdeel 1.4 Bouwen en Wonen (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024
Najaarsnota 2024
Rekening 2024
Verschil Rekening Najaarsnota
Activiteit 1.4.3.1 Het aantal meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik is veel hoger dan begroot, maar ligt in lijn met het aantal meldingen in 2023. Er was in 2024 een toename in het aantal meldingen over verhuurders. Een mogelijke verklaring hiervoor is de Wet goed verhuurderschap. Deze wet is sinds 1 juli 2023 van kracht. De gemeente heeft sinds die datum een meldpunt waar huurders terecht kunnen met klachten over hun verhuurder. 2024 is het eerste volle jaar dat de wet van kracht is. Dit is een verklaring voor de toename in het aantal meldingen. De aanhoudende wooncrisis is de laatste jaren veel in de publiciteit. Dit heeft Amsterdammers wellicht oplettender gemaakt en de bereidheid vergroot om tot melding over te gaan.
Baten
94,3
88,7
84,6
66,5
-18,1
Lasten
185,7
180,9
179,1
176,2
-2,9
Saldo Baten en Lasten
-91,5
-92,3
-94,4
-109,7
-15,3
Onttrekking
30,6
22,2
21,3
15,1
-6,2
Toevoeging
0,0
0,0
0,6
0,6
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
30,6
22,2
20,7
14,5
-6,2
Totaal 1.4 Bouwen en Wonen
-60,9
-70,1
-73,7
-95,2
-21,5
Er waren minder huisbezoeken/buitendienstonderzoeken in 2024 dan begroot. Ook dit heeft te maken met het prioriteitsbeleid. Niet elke melding werd belopen.
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 21,5 miljoen. Dit komt vooral door lagere baten van € 18,1 miljoen, lagere lasten van € 2,9 miljoen en een lagere onttrekking uit reserves van € 6,2 miljoen.
Het aantal handhavingsbesluiten was in 2024 lager dan begroot. Een belangrijke reden hiervoor is het prioriteitsbeleid. Om de handhavingscapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten, worden overtredingen met de hoogste impact op de leefbaarheid en woningvoorraad als eerste aangepakt. Een andere reden voor het lagere aantal handhavingsbesluiten dan begroot is dat na de uitspraak van de Raad van State in augustus 2024 over het onverbindend verklaren van de boetetabellen, de handhaving korte tijd werd stilgelegd.
Jaarverslag 2024
Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door:
47
H.2.1
Baten De totale baten van € 65,3 miljoen zijn € 18,1 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere inkomsten door tegenvallende WABO-vergunningen (€ 12,3 miljoen), met name vanuit de Omgevingsdienst NZKG (€ 9,3 miljoen) en bouwvergunningen bij de stadsdelen (€ 3,0 miljoen). Het aantal aanvragen bleef achter door diverse factoren, zoals de invoering van de Omgevingswet, waardoor veel projecten zijn uitgesteld naar 2025, wat resulteert in uitgestelde legesbaten. Andere factoren, zoals stikstof depositie, renteontwikkelingen, grondprijzen, het investeringsklimaat in Nederland en netwerkcongestie, liggen grotendeels buiten onze invloed, waardoor het moeilijk is om de inkomsten nauwkeurig te voorspellen. Daarnaast was er een negatief afwikkelingsresultaat op leges uit voorgaande jaren bij de Omgevingsdienst. • Lagere baten op het Isolatieoffensief (€ 3,4 miljoen). Zie ook de toelichting bij de lasten. • Lagere baten voor de opvang voor Oekraïense ontheemden (€ 1,4 miljoen). Dit wordt veroorzaakt door lagere bouwkosten waardoor ook minder Rijksbijdragen ontvangen worden. • Lagere baten voor Flexprojecten (€ 1,0 miljoen). Zie ook de toelichting bij de lasten. • Lagere baten vanuit de subsidie Sanering verkeerslawaai (€ 0,6 miljoen). Zie ook de toelichting bij de lasten. De resterende middelen worden toegevoegd aan de balans en worden volgend jaar ingezet.
• Lagere baten op de bestuurlijke boetes (€ 0,5 miljoen). Hiervoor zijn twee redenen. Er zijn in 2024 minder boetes opgelegd dan het jaar ervoor én de opgelegde boetes zijn lager. Bij het opleggen van boetes is meer gekeken naar prioriteit en rechtvaardigheid, dan naar het toepassen van een lik-op-stukbeleid. Daarnaast zijn in 2024 verschillende grote overtredingen opgepakt waarvan de zienswijzeprocedure nog loopt. Deze boetes moeten nog definitief worden opgelegd. • Hogere baten nieuwbouwproject Fibonacci (€ 0,5 miljoen). Voor inrichting van de omliggende openbare ruimte is van de projectontwikkelaar een bijdrage ontvangen. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Lasten De totale lasten van € 175,9 miljoen zijn € 2,9 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten voor diverse posten op de voorziening dubieuze debiteuren (€ 3,8 miljoen). Voor de directie Belastingen betreft dit € 4,1 miljoen nadelig als benodigde voorziening voor de WABO-vergunningen Omgevingsdienst NZKG. Jaarverslag 2024
Het gaat enerzijds om openstaande vorderingen waarvan de inning is opgeschort of uitgesteld onder andere door juridische procedures (€ 3,4 miljoen). Daarnaast gaat het om een binnengemeentelijke vordering uit 2014 (€ 0,7 miljoen). Er is niet eerder een voorziening gevormd voor het risico van oninbaarheid. Daarnaast is de voorziening opgehoogd in verband met bestuurlijke boetes (€ 0,3) miljoen. Deze was noodzakelijk vanwege bestuurlijke boetes waar nog procedures over lopen en die daarom nog niet zijn voldaan en voor vorderingen die niet (meer geheel) worden voldaan. Bij de vergunningen kon € 0,6 miljoen vrijvallen doordat een aantal posten betaald zijn. • Lagere lasten op het Isolatieoffensief (€ 3,0 miljoen). Op het Isolatieoffensief was € 16,2 miljoen begroot en is € 13,2 miljoen besteed. Doordat de Witgoedregeling voor stadspashouders en de Energiebespaarservice meer voorbereidingstijd vergden dan oorspronkelijk gepland in de begroting, zijn de uitgaven lager uitgevallen. De niet bestede middelen worden doorgeschoven naar 2025. • Lagere lasten op het Corporatiebudget (€ 2,8 miljoen). Deze worden ingezet voor subsidies aan woningcorporaties voor onrendabele vastgoedinvesteringen in de stedelijke vernieuwingsgebieden.
Omdat de vaststelling van enkele subsidies is doorgeschoven naar 2025 heeft er dit jaar een lagere onttrekking uit de reserve Corporatiebudget (Stifo/erfpacht) plaatsgevonden. • Hogere lasten opdrachtgeversbudgetten stadsdelen (€ 1,9 miljoen). De opdrachtgeversbudgetten zijn niet altijd geïndexeerd terwijl door inflatie de loonkosten in de afgelopen tien jaar sterk zijn toegenomen. Daarnaast leggen de opgaven in de gebieden en de eisen voor participatie een groter beslag op de beschikbare middelen en inzet van personeel. Tenslotte is bij een aantal projecten de uitvoering sneller opgang gekomen dan in de programmering was voorzien. • Lagere lasten voor de opvang voor Oekraïense ontheemden (€ 1,4 miljoen). Dit wordt veroorzaakt door lagere bouwkosten waardoor ook minder Rijksbijdragen ontvangen worden. • De hogere lasten voor vergunningen en de Omgevingswet (€ 1,3 miljoen). Dit komt door hogere personele kosten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet (OW) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024, de uitvoering van het handhavingsprogramma 2024 (VTH-up) en externe inhuur vanwege krapte op de arbeidsmarkt (€ 1,7 miljoen). Daarnaast zijn er extra kosten voor informatievoorziening rondom vergunningen (€ 1,0 miljoen), gericht op het in stand houden en verbeteren van de vergunning applicaties.
Verder zijn rijksmiddelen ontvangen voor de uitvoeringskosten van de Omgevingswet. De niet-bestede middelen worden doorgeschoven naar 2025 en toegevoegd aan de reserve overheveling gemeentefondsmiddelen.
48
H.2.1
• Hogere lasten voor het afhandelen van bezwaar en beroep (€ 1,2 miljoen). De benodigde inzet was hoger dan van te voren werd verwacht, waardoor aanvullende inhuur noodzakelijk bleek. • Lagere lasten voor flexprojecten (€ 1,0 miljoen). Bij de Najaarsnota 2024 zijn de baten en lasten voor een aantal flexprojecten onterecht begroot, omdat ze technisch verrekend worden met de grondexploitaties. Hierdoor vallen zowel de gerealiseerde kosten als opbrengsten lager uit dan in de najaarsnota was voorzien. • Hogere personele lasten sociaal door boventalligheid van medewerkers en de vervanging van langdurig zieken op de Masterplannen, het ongelijk investeren en de gebiedsgerichte opgave (€ 0,9 miljoen). Vanwege een hoog verzuimpercentage zijn (langdurig) zieke collega’s vervangen om de continuïteit van het werk te waarborgen. De overschrijding van het personele budget komt voort uit deze vervangingen, maar ook uit extra inzet op een steeds breder wordende opgave en aanvullend uitvoeringsbudget. • Lagere lasten voor de Integrale aanpak huisvesting kwetsbare groepen door vertraging in de oplevering van complexen (€ 0,8 miljoen). Eén complex werd opgeleverd, terwijl drie door externe omstandigheden naar 2025 zijn verschoven. De uitgaven zijn sterk afhankelijk van het aantal beschikbare panden en kavels.
Tussen september 2023 en september 2024 zijn 43 panden aangeboden, waarvan 19 afvielen en 6 definitief zijn toegewezen aan een doelgroep. • Lagere lasten op de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) (€ 0,7 miljoen). Voor het bereiken van de AAV-doelen zijn verschillende projecten voor doorstroming, rolstoelwoningen en woonzorgcirkels in uitvoering. De lasten zijn in sommige gevallen lager dan begroot. Zo worden subsidies voor rolstoelwoningen in de meeste gevallen pas uitbetaald nadat de woningen zijn gerealiseerd. Ook zijn voor de projecten voor middenhuur andere dekkingsbronnen beschikbaar gekomen. • Hogere lasten voor de nieuwe woonruimteverdeling (€ 0,7 miljoen). De nieuwe woonruimteverdeling is sinds medio januari 2023 van kracht. Bij invoering van de nieuwe woonruimteverdeling zijn de kosten niet meerjarig in de begroting opge nomen. Met name de kosten voor het beoordelen van aanvragen van start- en situatiepunten en behandeling van bezwaren en beroepen hebben geleid tot deze overschrijding. • Lagere lasten op de subsidie sanering verkeerslawaai (€ 0,6 miljoen) omdat de uitvoering van twee projecten vertraging heeft opgelopen, maar de oplevering en de kosten vallen in het boekjaar 2025. De resterende middelen worden toegevoegd aan de balans en worden volgend jaar ingezet. • Lagere lasten op de Wet betaalbare huur (€ 0,6 miljoen).
Dit heeft ermee te maken dat de middelen pas in het laatste kwart van het jaar beschikbaar zijn gesteld en daardoor in beperkte mate zijn aangewend. Deze middelen worden overgeheveld naar 2025. Jaarverslag 2024
• Lagere lasten bij wooncoöperatieven (€ 0,6 miljoen). Dit jaar zijn er minder leningen verstrekt aan wooncoöperatieven dan verwacht, waardoor de risicoreservering lager uit is gevallen dan begroot. De oorzaak van het lagere aantal leningen ligt in onvolledige dossiers bij aanlevering en uitstel vanwege lopende processen. • Hogere lasten nieuwbouwproject Fibonacci (€ 0,5 miljoen) door inrichting van de omliggende openbare ruimte. De hogere lasten worden gedekt door hogere baten. • Lagere lasten masterplan wonen (€ 0,5 miljoen). De programmaorganisatie van Nationaal Programma Samen Nieuw-West (NP SNW) heeft te maken met vertraging van projecten. De programmaorganisatie Masterplan Zuidoost (MP ZO) heeft dekking gevonden bij andere directies. De niet bestede budgetten worden doorgeschoven naar 2025 en toegevoegd aan de reserve coalitiemiddelen 2022-2026. • Hogere lasten voor een aantal projecten in de openbare ruimte (€ 0,5 miljoen). De werkzaamheden konden versneld worden opgeleverd. Omdat het stadsverbeterings projecten betreffen, wordt dit budget verrekend met de middelen in 2025. • Lagere lasten voor de huisvesting statushouders (€ 0,4 miljoen). In 2024 zijn 1.399 woningen toegewezen, mede dankzij een aanvullende budgetverhoging van € 1,9 miljoen naar een totaal van € 3,3 miljoen.
De uitgaven vielen lager uit doordat relatief veel jongerenwoningen met een lagere huur zijn gekoppeld en er geen kosten zijn gemaakt voor tolken en voorlichting. Daarnaast is de oplevering van 103 woningen in het Riekerpark doorgeschoven naar 2025. • Lagere lasten voor de opvang economisch daklozen bij de Buitenhof (€ 0,4 miljoen). De oplevering van de opvang verliep zonder dat de risicomarges nodig waren en de projectscope bleef binnen de aanbesteding. • Lagere lasten op Bewonersondersteuning (€ 0,3 miljoen). Dit heeft voornamelijk te maken met een gedeeltelijke teruggave van subsidies die in eerdere jaren zijn verstrekt, omdat niet alle afgesproken activiteiten zijn uitgevoerd. • Lagere lasten met betrekking tot de afrekening van onze bijdrage aan de OD NZKG (€ 0,3 miljoen). Dit betreft de afrekening over 2023. • Lagere lasten op het project van Groot naar Beter (VGNB) (€ 0,2 miljoen). Dit is onder meer te herleiden tot het beperkte woningaanbod, de gebrekkige aansluiting bij de woningvraag van huurders met VGNB-voorrang en de lange doorlooptijd van de subsidieaanvraag. Er zijn inmiddels acties ondernomen om hierin verbetering aan te brengen. • Lagere lasten op Wonen boven Winkels (€ 0,2 miljoen) omdat er in 2024 geen nieuwe subsidies zijn verstrekt. De niet bestede middelen vloeien naar de reserve Wonen boven winkels en bedrijven.
• Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. 49
H.2.1
Onttrekkingen reserves • De onttrekking aan de reserve Corporatiebudget (Stifo/erfpacht) is € 2,8 miljoen lager dan begroot. Zie hiervoor de toelichting bij de lasten. • Onttrekking reserve coalitiemiddelen is € 2,6 miljoen lager dan begroot, vanwege diverse afwijkingen met betrekking tot coalitieakkoord middelen en gelden voor de masterplannen. Zie ook de lasten. • De onttrekking aan de reserve Wooncoöperatieven is € 0,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral omdat er minder leningen zijn verstrekt dan verwacht. De oorzaak van het lagere aantal leningen ligt in onvolledige dossiers bij aanlevering en uitstel vanwege lopende processen.
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. Woningcorporaties hebben onvoldoende mutaties in de woningvoorraad waardoor minder woningen beschikbaar komen voor urgenten/ kwetsbare groepen/ ouderen/ statushouders. Hierdoor kan mogelijk niet 80 procent van de urgenten binnen drie maanden een woning vinden.
• Om de druk op het aantal beschikbare woningen voor kwetsbare groepen te verlagen worden de urgentiecriteria aangepast. Het verwachte effect is dat mensen met de hoogste urgentie sneller aan een passende woning kunnen worden geholpen. De druk op het aantal voor kwetsbare groepen beschikbare woningen neemt daardoor af.
2. ls gevolg van het verlagen van de Bed-andBreakfastquota in de stad bestaat het risico dat potentiële Bed-and-breakfasteigenaren een schadeclaim indienen.
• Om het risico te beperken worden de schadeoorzaken geanalyseerd
Jaarverslag 2024
Beleidskaders • Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV): de AAV is een integraal programma met maatregelen die zijn gericht op het realiseren van voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad. • Huisvestingsverordening 2024: beschrijft het instrumentarium en de toepassing hiervan, in relatie tot woonruimteverdeling en woningvoorraad. Met de huisvestingsverordening verdeelt het college schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Zo wordt de Amsterdamse woningvoorraad beschermd en wordt de leefbaarheid in wijken en buurten gewaarborgd. • Leegstandsverordening Amsterdam 2022: gezien de schaarste aan woningen in Amsterdam is langdurige woningleegstand zeer onwenselijk. Met leegstandverordening kan de gemeente optreden tegen langdurige leegstand in Amsterdamse woningen. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. • Omgevingswet: de Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger.
• Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): dit is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging, VTH beleid fysieke leefomgeving (vaststelling naar verwachting eind 2023) hierin geven we aan hoe we de VTH taken.
50
H.2.1
2.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten. Onze vastgoedportefeuille verhuren we voor een groot deel aan een zeer verschillende groep huurders. Het grootste deel betreft maatschappelijke huurders. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
Doel 1.5.3 Amsterdam streeft naar een zo groot mogelijke CO2-reductie van haar maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille.
Doel 1.5.1
Indicatoren doel
Amsterdam heeft een vastgoedportefeuille die voldoet aan de gemeentelijke en landelijke ambities en wetgeving op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en bouwkundige kwaliteit. Indicatoren doel 1
NEN 2767, onderhoudsniveau minimaal 3, sober en doelmatig
1
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
82,6% (2020)
86%
85%
88,3%
Doel 1.5.2 Amsterdam streeft naar een optimaal gebruik van haar maatschappelijke vastgoed portefeuille om een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement te behalen en gemiste inkomsten te minimaliseren. Indicatoren doel 1
Bezettingsgraad
Jaarverslag 2024
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
86% (2022)
89%
95%
89%
We verduurzamen onze maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
23% (2022)
25%
25%
27,4%
Doel 1.5.1 We hebben ons vastgoed onderhouden conform de meerjarenonderhoudsplanning. Volgens deze planning pakten we panden aan om groot onderhoud uit te voeren en te investeren in ons bestaande vastgoed. Het uitvoeren van groot onderhoud is van groot belang om te zorgen dat ons vastgoed het gewenste onderhoudsniveau behoudt. Tegelijkertijd met de geplande onderhoudswerkzaamheden kijken we naar de mogelijkheden om te verduurzamen. De verduurzamingsopgave en het onderhouden van onze vastgoedportefeuille hebben een sterk verband. Door het combineren van werkzaamheden hebben onze huurders zo min mogelijk overlast. Doel 1.5.2 De begroting is te optimistisch geweest. We streven naar een optimale bezettingsgraad maar werken tegelijk ook aan verduurzamingsopgave die bijvoorbeeld juist vraagt om leegstaande units om uit te kunnen wijken/ als wissellocatie te gebruiken. Tenslotte staan panden soms ook leeg omdat er te weinig investeringsruimte is om de panden eerst op te knappen zodat een volgende verhuring mogelijk is.
51
H.2.1
Doel 1.5.3 We hebben ons vastgoed via het Uitvoeringsprogramma Duurzaam Vastgoed verduurzaamd en daarbij een groot aantal panden aangepakt. Het programma heeft als doel om de CO2-uitstoot in 2030 met minimaal 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Om dit doel te behalen is in 2024 gewerkt aan circa 70 panden. De verschillende maatregelen bestaan uit isoleren van gevels, daken en vloeren, het toepassen van dubbel glas en aanbrengen van led-verlichting. Daarnaast worden installaties vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp of door aansluiting op een warmtenet. We werkten zoveel mogelijk circulair en waar mogelijk pasten we klimaatadaptieve maatregelen toe zoals het aanbrengen van waterberging of groene daken. In 2024 is het aantal panden met een A-label gestegen naar 27,4 procent. Ten opzichte van 1990 is de CO2-uitstoot van de vastgoedportefeuille met 21,5 procent afgenomen.
Verbonden Partijen Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. is eigenaar van de verpachte agrarische grond in de Volgermeer.
Financiële toelichting Programmaonderdeel 1.5 Vastgoed (bedragen x € 1 miljoen)
Baten
Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024 79,1
77,5
Najaarsnota 2024
Rekening 2024
Verschil Rekening Najaarsnota
78,7
83,3
4,6
Lasten
64,5
56,4
58,4
64,6
6,2
Saldo Baten en Lasten
14,6
21,1
20,3
18,7
-1,6
Onttrekking
1,0
3,7
3,7
3,7
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
2,7
2,7
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
1,0
3,7
1,0
1,0
0,0
Totaal 1.5 Vastgoed
15,6
24,9
21,4
19,8
-1,6
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 1,6 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 4,6 miljoen en hogere lasten van € 6,2 miljoen.
Jaarverslag 2024
Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door: Baten De totale baten van € 83,3 miljoen zijn € 4,6 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door: • Hogere baten door hogere doorberekeningen van servicekosten (€ 2,5 miljoen). Tegenover deze hogere baten staan ook hogere lasten. Deze zijn per saldo neutraal. • Hogere baten uit pachten (€ 1,7 miljoen). Een deel van de opbrengst van de pachten is afhankelijk van de omzet van de gebruiker. Omdat dit een onzekere opbrengst is, worden deze niet volledig begroot. • Overige afwijkingen lichten we niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,4 miljoen). Lasten De totale lasten van € 64,6 miljoen zijn € 6,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten door een hogere toevoeging aan de voorziening groot onderhoud (€ 2,8 miljoen) vanwege gestegen prijzen. De toevoeging volgt een vaste metho diek, waarbij marktindexering en externe herijking worden verwerkt. Jaarlijks moet voldoende worden gedoteerd om groot onderhoud de komende 25 jaar te dekken. • Hogere lasten voor servicekosten (€ 2,5 miljoen). Zie ook de baten. • Hogere lasten door het toevoegen van duurzaamheidsmiddelen aan de voorziening groot onderhoud (€ 1,8 miljoen).
Deze middelen zijn bestemd voor de verduurzaming van vastgoed op het gebied van kunst en cultuur en zal de komende jaren daarop worden ingezet. • Hogere lasten door een lagere vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren. In de begroting is uitgegaan dat er een bedrag van € 2,0 miljoen aan vorderingen die eerder waren voorzien, kon vrijvallen. Per saldo kon in 2024 de voorziening met € 1,2 miljoen worden verlaagd. Ten opzichte van de begroting is dit een nadeel van € 0,8 miljoen. • Lagere lasten voor calamiteitenonderhoud (€ 0,9 miljoen). • Lagere lasten doordat meer salariskosten aan projecten konden worden doorberekend (€ 0,6 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Onttrekkingen reserves In dit programmaonderdeel zijn geen afwijkingen op de reserves.
52
H.2.1
Risicobeheersing
Beleidskaders
Actuele risico’s
Maatregelen
1. De verduurzamingsoperatie loopt vertraging op doordat de bestedingen ruim achterblijven bij de begrote bedragen. Aanbestedingen en/ of werkzaamheden moeten worden uitgesteld door krapte op de arbeidsmarkt en schaarste aan materialen. De gemeente kan daardoor haar voorbeeldfunctie op dit dossier niet waarmaken.
• Het opstellen van een integrale planning van de verduurzamingsaanpak van de vastgoedportefeuille heeft er in 2024 aan bijgedragen dat de bestedingen volgens planning zijn verlopen.
2. Het beheren van vastgoed zit in een fraudegevoelig klimaat. Integriteit kan in het geding komen. De administratieve organisatie is nog niet volledig en de informatie voorziening (financieel en management informatie) is nog niet optimaal.
• Er zijn protocollen uitgewerkt, werkprocessen vastgelegd en er is regelmatig gemonitord op de aanbestedingsresultaten.
Jaarverslag 2024
• In het vierde kwartaal 2024 is de actualisatie van de vastgoedstrategie vastgesteld. Hierin is onder meer de nieuwe systematiek van de kostprijsdekkende huur opgenomen.
53
H.2.1
2.1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer In het tegengaan van de klimaatcrisis werken we aan de overgang naar een duurzame, klimaatneutrale en aardgasvrije stad waar we grondstoffen (hoogwaardig) hergebruiken. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)? Doel 1.6.1 Amsterdam voldoet aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs door de stad aardgasvrij te maken voor 2040 en de CO2-uitstoot met 95% te verlagen voor 2050 en is een stad met schone lucht waar afval als grondstof wordt gebruikt. Indicatoren doel
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
4.420*
3.070**
***
2.821 -2.936 ****
1
Totale CO2 emissies (in kton) verbruik van energie op het Amsterdamse grondgebied
*
De peilwaarde is aangepast van 5.000 naar 4.420. In 2024 is besloten om de uitstoot van de AEB niet meer mee te nemen om de ontwikkeling in andere sectoren beter inzichtelijk te maken.
**
In het jaarverslag 2023 was de uitstoot nog niet bekend en zijn de cijfers van 2022 gepubliceerd. De uitstoot in 2023 is hier nu weergegeven.
***
Er zijn alleen doelstellingen voor 2025, 2030 en 2050.
****
De exacte uitstoot over 2024 wordt later bekend. Er wordt rekening gehouden met een laag en hoog scenario.
Jaarverslag 2024
Doel 1.6.1 We lopen nog achter om aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs te voldoen. In 2024 is hard gewerkt aan de reductie van CO2-uitstoot met een breed scala aan activiteiten: • Met corporaties en huurderskoepels hebben we afspraken gemaakt over verduur zaming van corporatiewoningen. Dit is onderdeel van de prestatieafspraken Samen werken aan de volkshuisvesting. Corporaties verbeteren en verduurzamen in de periode tot en met 2027 27.000 tot 33.000 woningen, we werken gezamenlijk aan verduurzaming van vve’s, aan de warmtetransitie, en zonnepanelen op corporatie daken. Gezamenlijk stellen we een agenda Klimaatadaptatie op en in 2024 is een zogenaamde Community of Practice voor het opschalen van biobased isoleren gestart. • We hebben gewerkt aan 14 collectieve warmteprojecten voor de nieuwbouw, waaronder Sluisbuurt Noord, waarvoor in 2025 een overeenkomst wordt verwacht. In het Hamerkwartier en Strandeiland mislukten aanbestedingen vanwege te grote financiële risico’s; alternatieve aardgasvrije oplossingen worden onderzocht. Daarnaast werden bodemenergieplannen verder ontwikkeld voor onder andere Buikslotermeerplein en Nelson Mandelabuurt om efficiënt gebruik van bodemenergie en systeeminterferentie te voorkomen. • Samen met onze partners en industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) hebben we de Cluster Energie Strategie (CES) 2024 opgesteld.
In de CES 2024 staat beschreven op welke wijze de industrie in het NZKG samen met netbeheerders, overheden en andere stakeholders kan en wil verduurzamen. De industrie in het NZKG streeft naar een bijna volledige CO₂-neutrale en circulaire economie in 2050. • We zijn in contact met de top 10 meest energie intensieve bedrijven om afspraken te maken over het terugdringen van de CO2-uitstoot van de sector. We hebben in beeld gebracht wat de mogelijkheden en obstakels zijn voor de industrie om te verduurzamen en welke bijdrage de gemeente Amsterdam kan leveren. Het traject moet in 2025 leiden tot afspraken met de bedrijven.
54
H.2.1
Activiteit 1.6.1.1
Activiteit 1.6.1.2
We dragen bij aan de transitie naar een circulaire economie.
We werken aan een klimaatneutrale én aardgasvrije stad (routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050).
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
16,0 miljard kg (2020) *
16,6 miljard kg (2022) **
16,5 miljard kg (2023) ***
13.9 miljard kg (2023) ****
Totale hoeveelheid nieuw niethernieuwbaar materiaalgebruik in Amsterdam
*
De peilwaarde is naar herberekening bijgesteld van 23,0 miljard kg naar 16,0 miljard kg.
**
In het jaarverslag 2023 was 17,4 miljard kg gerapporteerd over 2022, deze is naar herberekening bijgesteld naar 16,6 miljard kg.
***
De begroting waarde is na herberekening bijgesteld van 20 miljard kg naar 16,5 miljard kg.
****
De CBS-cijfers over 2024 zijn bekend in 2026.
Activiteit 1.6.1.1 Om de transitie naar een circulaire economie te versnellen is in 2024 de Uitvoeringsagenda circulair 2023‑2026 conform het raadsbesluit uitgevoerd. Als voornaamste resultaten hebben we met het oprichten van de Biobased Academy het gebruik van hernieuwbaar isolatiemateriaal ‘opgeschaald’. Daarnaast hebben we een circulair ondernemersdiner georganiseerd waarin we ruim 60 (advies)trajecten zijn gestart. Hiermee kregen de ondernemers inzicht in de duurzaamheidsimpact van hun producten en hebben ze concrete stappen richting circulaire bedrijfsvoering en verdienmodellen gezet. Ook hebben we voor grote bedrijven en industrie circulaire principes beter geïntegreerd in de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Sinds 2024 moeten zij bij hun vergunningaanvraag maatregelen voorstellen voor grondstoffenbesparing en afvalpreventie. Daarnaast is het toezicht op afvalscheiding aangescherpt, met 120 thema-inspecties in vier nieuwe sectoren, zoals het tegengaan van voedselverspilling in hotels.
Jaarverslag 2024
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Deel van Amsterdammers dat zegt de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden
75% (2019)
88%
75%
*
2
Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied
46 (2018)
251
300
310
3
Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied
66 (2019)
75
84
84
4
Aantal woningequivalenten waarvoor in het betreffende jaar met WAMaanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden
n.v.t.
1.710
1.500
855
5
Totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij
123.700 (2024)
111.900
112.000
**
6
Aantal locatiebesluiten elektriciteitsstations (onderstations)
2
n.v.t.
5
7
Aantal locatiebesluiten elektriciteitshuisjes (MSR’s)
Nieuwe indicator
n.v.t.
80
*
In 2024 is er geen onderzoek uitgevoerd.
**
Deze waarde is nu nog niet bekend omdat de data van Liander nog gevalideerd dient te worden. De waarde wordt opgenomen in de monitor uitvoering energietransitie 2025.
Activiteit 1.6.1.2.1 Op verschillende wijzen zetten we in op het betrekken van bewoners en ondernemers in de stad bij de energietransitie. Zo heeft ons mobiel loket Jouw Huis van Morgen in 2024 alle stadsdelen aangedaan. Bewoners konden informatie krijgen over energie besparen, isoleren en overstappen op duurzame energiebronnen. Daarnaast is er gewerkt aan een nieuw energieloket online duurzaamwonen.amsterdam en duurzaamondernemen.amsterdam. We organiseerden bijeenkomsten in onder andere Nieuw-West en Watergraafsmeer om bewoners te informeren over warmtenetten en hun zorgen te bespreken. Dit vergrootte het begrip en draagvlak, al blijven er vragen over kosten en impact. We blijven hierover in gesprek. 55
H.2.1
Ook hebben we samen met bewoners verschillende initiatieven in lokaal eigenaarschap stappen gezet richting realisatie waaronder warmte initiatieven KetelhuisWG, MeerEnergie en een coöperatieve zonneweide op Strandeiland. Het college heeft besloten dat de publiek-civiele samenwerking een volwaardige en volwassen positie moet krijgen in de realisatie van de energietransitie. Ook is er een compensatieregeling opgesteld voor bewoners in sociale huurwoningen die zijn overgestapt op warmte netten onder de voorwaarde dat kosten niet zullen toenemen. Activiteit 1.6.1.2.2 De opwekdoelen voor zonne-energie zijn behaald en daarmee zijn we op koers om de doelen te behalen voor 2030. In december 2024 is er 310 megawatt zonne-energie gerealiseerd. Dit is onder andere mogelijk gemaakt doordat we samen met het Havenbedrijf ingezet hebben op het benutten van grote daken voor opwek van zonne-energie. Andere dakeigenaren hebben advies gekregen over zonnepanelen, constructieonderzoek en over realisatie van zonnecarports op eigen terrein. Ook eigenaren van grote en middelgrote daken (vanaf 100m2) konden gebruik maken van maatwerkadviezen voor zonne-energie. Met de woningcorporaties hebben we afspraken gemaakt over de verdere uitrol van panelen, waardoor meer huurders kunnen profiteren van zonne-energie.
Verder is er subsidie beschikbaar gesteld voor het stimuleren van duurzame, circulaire, en lichtgewicht zonnepanelen. Ook is een hergebruikketen voor zonnepanelen opgestart in Amsterdam om te voorkomen dat oude panelen leiden tot een extra afvalstroom. Met hergebruikte zonnepanalen zijn we voornemens om in Amsterdamse een energiebank in te richten. Activiteit 1.6.1.2.3 In 2024 is het aantal windturbines in Amsterdam gestegen van 28 naar 32 windturbines, met een gezamenlijk vermogen van 84 megawatt piek. Met de vaststelling van het Programma Wind Amsterdam (PWA) wordt begin 2025 de basis gelegd om windturbines te realiseren. Activiteit 1.6.1.2.4 en 1.6.1.2.5 We werkten in meerdere buurten aan het aardgasvrij maken van bestaand vastgoed, samen met voormalige partners van Warm Amsterdam aan 17 projecten. In de Wildemanbuurt zijn flats gerenoveerd en aangesloten op stadsverwarming, vergelijk bare werkzaamheden lopen in de K-buurt en het Plan van Gool. Buurtinitiatieven zoals KetelhuisWG boekte voortgang en start naar verwachting in 2025 met de uitvoering. Bij grootschalige ondergrondse werkzaamheden reserveerde we ruimte voor toekomstige Jaarverslag 2024
warmtenetten. Steeds meer VvE’s tonen interesse in duurzame warmte, waarbij we ondersteunen met voorlichting en het zoeken naar schaalvoordelen. Toch zijn er minder investeringsbesluiten genomen dan voorzien. Door toegenomen kosten is het totaal aantal woningen waarvoor een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden lager dan de afgelopen jaren. Activiteit 1.6.1.2.6 De komende jaren breiden we 13 elektriciteitsstations uit en realiseren we 30 nieuwe om de problemen rondom netcongestie op te vangen. Voor 24 stations zoeken we locaties of stemmen we ruimtelijke inpassing af. In 2024 zijn vijf locatiebesluiten genomen, te weten voor de stations Schipluidenlaan, Slotermeer, Buikslotermeer, Wees Zuid en Rhijnspoor. We werken ook aan zeven nieuwe kabeltracés van 150 kilovolt tussen TenneT-stations. Ruimtelijke inpassing en netcongestie blijven uitdagingen, ondanks betere samenwerking met TenneT en Liander. Bewonersparticipatie is essentieel bij projecten voor elektriciteitsstations en kabelverbindingen, vooral in drukke gebieden zoals Sloterdijk en Amsterdam-Noord. Ondanks bewonersavonden blijft er weerstand door zorgen over visuele impact, elektromagnetische velden en bouwhinder, zoals bij Uilenburg. We verbeteren daarom de communicatie en organiseren Deep Dive-sessies om samenwerking en begrip te versterken.
Dit leidde tot het vrijwillig intrekken van het hoger beroep bij station Nieuwe Meer. Om zorgen over elektromagnetische velden te adresseren, stelde het college een voorzorgbeleid vast met de GGD. Dit beleid beperkt langdurige bloot stelling aan magneetvelden van 0,4 microtesla of hoger, met maatwerk waar nodig. Activiteit 1.6.1.2.7 Naast de elektriciteitsstations worden 2.612 middenspanningsruimtes (MSR’s) geplaatst, waarvan er momenteel aan 900 wordt gewerkt. Ook deze activiteit is gericht op de aanpak van netcongestie. De gemeente focust op locatiekeuze en procesverbetering, terwijl Liander de plaatsing verzorgt. Om MSR’s beter in de stad te laten passen, biedt Liander esthetische opties via een ‘menukaart’. In het Unesco Werelderfgoed-gebied worden ‘Peperbussen’ geplaatst, waarvan Liander de meerkosten draagt. In 2024 zijn 80 locatiebesluiten genomen. Dankzij stedelijk overleg in de tweede helft van het jaar is de besluitvorming versneld, met 13 besluiten in Q3 en 37 in Q4. Ondanks deze versnelling blijven capaciteitsproblemen bij Liander en juridische procedures de uitvoering onder druk zetten.
56
H.2.1
Verbonden Partijen
Financiële toelichting
Afval Energie Bedrijf (AEB) Het Afval Energie Bedrijf levert duurzame energie in de vorm van warmte en elektriciteit. Naast levering van warmte wordt ook ingezet op de levering van stoom aan de industrie.
Programmaonderdeel 1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer
Westpoort Warmte (WPW) WPW levert duurzame warmte in delen van de stad waaronder Amsterdam Noord en West. De gemeente is aandeelhouder van WPW in een joint-venture met Vattenfall. Er wordt nagegaan welke rol WPW kan spelen bij het opzetten van een publiek warmtebedrijf voor de hele gemeente. Liander Allianders dochteronderneming Liander heeft voor haar verzorgingsgebied de wettelijke taak te zorgen dat bewoners en ondernemers een betrouwbaar en betaalbaar distributienetwerk van gas en elektriciteit kunnen gebruiken. Liander is partner in de taskforce congestie en Warm Amsterdam. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Amsterdam is samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst en de samenwerking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samenwerking leggen we vast in een jaarlijkse uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan de te leveren producten en diensten en de prioriteiten in de taakuitvoering. In 2024 zijn deze grotendeels conform afspraak uitgevoerd.
(bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024
Najaarsnota 2024
Rekening 2024
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
17,2
4,9
21,3
20,7
-0,6
Lasten
57,8
77,1
75,4
63,5
-11,9
Saldo Baten en Lasten
-40,6
-72,2
-54,1
-42,8
11,4
Onttrekking
15,9
49,3
30,0
19,6
-10,3
Toevoeging
1,7
1,7
1,7
2,1
0,4
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
14,2
47,6
28,2
17,5
-10,7
Totaal 1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer
-26,4
-24,6
-25,9
-25,2
0,6
Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een positief resultaat van € 0,6 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 0,6 miljoen, lagere lasten van € 11,9 miljoen, een lagere onttrekking uit reserves van € 10,3 miljoen en een hogere toevoeging aan reserves van € 0,4 miljoen. Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door:
Port of Amsterdam De Amsterdamse haven is een Europese zeehaven die het voortouw neemt in het versnellen van duurzaamheid. De gemeente is de enige aandeelhouder van de Port of Amsterdam.
Jaarverslag 2024
57
H.2.1
Baten De totale baten van € 20,7 miljoen zijn € 0,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten doordat wij meer subsidie hebben ontvangen op basis van de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (€ 5,5 miljoen). In oktober 2024 zijn extra middelen toegekend door indexatie en voor het aardgasvrij maken van woningen. In totaal is € 53,6 miljoen ontvangen, wat € 36,5 miljoen meer is dan de oorspronkelijke beschikking. Het grootste deel van dit bedrag is inmiddels besteed. • Lageren baten aan de proeftuinen aardgasvrije wijken (€ 3,8 miljoen). Deze rijks bijdragen worden doorgeschoven naar toekomstige jaren. Zie ook de toelichting bij de lasten. • Lagere baten vanuit de bodemsanering (€ 0,5 miljoen). Aanvankelijk is afgesproken dat de Rijksbijdrage voor bodemsanering uit 2022 in 2025 zou aflopen. En zijn de opbrengsten voor bodemsanering in 2024 met een bredere financiële marge begroot. Ondertussen is duidelijk geworden dat de doorlooptijd van deze Rijks bijdrage verlengd is tot 2030. Wij zullen ook de toekomstige ramingen hierop aanpassen. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Lasten De totale lasten van € 63,5 miljoen zijn € 11,9 miljoen lager dan begroot.
Dit komt vooral door: • Lagere lasten op de middelen Klimaatfonds (€ 6,5 miljoen), voornamelijk doordat toegekende subsidies (€ 10,0 miljoen) pas later dan 2024 worden gerealiseerd en vastgesteld. De lasten kunnen pas worden verantwoord zodra de prestatie is geleverd. Vanwege de lange doorlooptijd tussen het toekenningsbesluit en de uiteindelijke verantwoording, verschuift de lastenverantwoording naar een later moment. • Lagere lasten voor de proeftuinen aardgasvrije wijken (€ 3,8 miljoen), doordat de toegekende subsidie voor het Wilhelmina Gasthuis-terrein nog niet is vastgesteld. De lasten kunnen pas worden verantwoord zodra de prestatie is geleverd. Hiertegenover staan ook niet-gerealiseerde baten, waardoor dit onderdeel budgettair neutraal is. • Lagere lasten op de uitvoeringskosten voor klimaat en energiebeleid (€ 0,5 miljoen). Dit betreffen diverse kleine afwijkingen op onze activiteiten van de energietransitie. De middelen blijven beschikbaar voor toekomstige jaren. Jaarverslag 2024
• Lagere lasten op de coalitiemiddelen voor zonne-energie (€ 0,7 miljoen). Een subsidieregeling voor duurzame zonnepanelen is inmiddels gestart, maar de subsidies zullen pas in 2025 en daarna worden verantwoord bij de realisatie van de projecten. De hiervoor gereserveerde middelen blijven daarom beschikbaar voor 2025. • Hogere lasten met betrekking tot de activiteiten voor circulaire economie en energietransitie (€ 0,5 miljoen). Deze hogere lasten worden veroorzaakt door een intensivering van activiteiten gericht op de waardeketen van consumptiegoederen, waaronder bewustwordingscampagnes zoals Green Friday, investeringen in de circulaire textielhub aan de Donauweg en extra inzet op biobased bouwen. • Hogere lasten op de versnellingsmiddelen duurzaamheid (€ 0,2 miljoen) door het vaststellen van subsidies uit de regeling versnellingsmiddelen en de bijbehorende beheerkosten. Hoewel deze subsidies in 2022 al waren toegekend, hebben de realisatie en vaststelling pas in 2024 plaatsgevonden, waardoor de verantwoording van de lasten naar 2024 is verschoven. Zie ook de toelichting op de lagere lasten van het Duurzaamheidsfonds. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Onttrekkingen reserves • De onttrekking aan de reserve Klimaatfonds is € 6,4 miljoen lager dan begroot.
Zie hiervoor ook de toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve duurzaamheidsfonds is € 3,1 miljoen lager omdat er extra baten uit het klimaatakkoord zijn ontvangen (begrote onttrekking was € 4,0 miljoen). Er is € 0,3 miljoen onttrokken voor de versnellingsmiddelen duurzaamheid. Zie hiervoor de toelichting bij de lasten. • De onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen is € 1,2 miljoen lager. Dit betreft € 0,7 miljoen voor de werkzaamheden met betrekking tot zonne-energie en € 0,5 op het klimaat en energiebeleid (zie ook de lasten). • De onttrekking aan de reserve Bodemsanering is € 0,5 miljoen hoger dan begroot, vanwege hogere saneringskosten voor lood in tuinen. Toevoegingen reserves De afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
58
H.2.1
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. Voor het behalen van de doelstellingen voor CO2-vermindering en aardgasvrij zijn we afhankelijk van een aantal factoren met bijbehorende risico’s, zoals: Verduurzaming landelijke elektriciteitsmix blijft achter. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de elektriciteitsmix in 2030 voor 75 procent duurzaam is. Amsterdam is hiervan afhankelijk voor het behalen van de doelstelling. Het Rijk komt te laat met goed instrumentarium, zoals de WCW en de WGIW, en biedt gemeenten niet voldoende financiële middelen om de doelen voor de energietransitie te halen. De energietransitie zorgt voor een overbelasting van de energie-infrastructuur. Er zijn grote boven- en ondergrondse aanpassingen nodig voor de inpassing van benodigde elektriciteitsinfrastructuur. Hiervoor is ruimte nodig, maar ook aangepaste financiële en wettelijke kaders op Rijksniveau. Netbeheerders moeten de mogelijkheid krijgen te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen om congestie te voorkomen.
• Naast het scala aan activiteiten die we uitvoeren voor de energietransitie, proberen we met verschillende maatregelen de risico’s voor het behalen van de doelstellingen te beperken, zoals: • Amsterdam draagt binnen zijn mogelijkheden/ gemeentegrenzen maximaal bij aan de verduur zaming van de elektriciteitsmix en spreekt het Rijk aan op haar rol. • Via onze lobby vragen we het Rijk om passende regelgeving, financiële bijdrages en een daadkrachtig en passend gemeentelijk instrumentarium. • We anticiperen in nauwe samenwerking met onze partners op de verwachte ontwikkelingen van gebiedsontwikkeling, aardgasvrije wijken, elektrisch vervoer en duurzame opwekking. • We stemmen binnen het programma met netbeheerders en met het Rijk af om investeringen in de toekomst mogelijk te maken en om voorrang te kunnen geven op het aansluiten van functies met maatschappelijke waarde.
2. Er is een groot tekort aan vakmensen voor de energietransitie. Techniek en bouw zijn nu al sectoren die kampen met te weinig personeel en de vraag naar gekwalificeerde mensen zal door de transitie alleen maar toenemen. Onderzoek naar de ontwikkelingen van de circulaire economie laat zien dat ook daar meer mensen nodig zijn.
• We bouwen een netwerk van werkgevers, brancheorganisaties en opleiders om (zij-) instroom in de sector te faciliteren en bevorderen, bijvoorbeeld met informatiecampagnes, voorschakeltrajecten, bemiddeling van werkzoe kenden en financiële regelingen om een (over) stap naar de sector te vergemakkelijken. Bij investeringen in duurzame maatregelen vragen we onze opdrachtnemers mee te werken aan deze maatregelen.
Jaarverslag 2024
Actuele risico’s
Maatregelen
3. Voor onze bijdrage aan het behalen van de landelijke doelstellingen op de circulaire economie zijn we afhankelijk van maatregelen die op Rijks- of EU-niveau genomen moeten worden. Daarnaast staat de huidige bouw opgave op gespannen voet met duurzaam heidsdoelstellingen wegens grootschalige toepassing van beton en staal in de huidige bouwmethoden. Daarom moet naast scherpere nationale criteria in wetgeving voor circulair bouwen, renovatie en sloop, harder moeten worden ingezet op verduurzaming van de bouw, maar ook op verhoging van bewoningsgraad van woningen te stimuleren met bijvoorbeeld woongroepen etc. Om een eerlijker speelveld te creëren moeten biobased en houten materialen beter gewaardeerd worden in landelijke instrumenten.
• De gemeente schrijft circulaire tenders uit en integreert circulair inkopen in het beleid. Er worden in MRA verband ook afspraken gemaakt over o.a. houten woningbouw zodat de markt zicht heeft op de groei van die markt en daarop in kan spelen.
4. De woningbouwopgave staat op gespannen voet met duurzaamheidsopgaven, onder meer door een toenemende vraag naar materialen.
• Via de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting wordt het gebruik van de bestaande woning voorraad verbeterd en wordt voor een deel in de woonbehoefte voorzien zonder nieuw te bouwen.
5. De gemeente loopt als onderdeel van de Nederlandse staat juridische risico’s als het niet het hare doet in het halen van de klimaatdoelen. De gemeente dient tussentijdse doelstellingen te halen binnen een tijdspad en hiervoor bewijs aan te leveren, dient doelen te actualiseren, en dient tijdig, passend, en consistent te handelen bij het opstellen en uitvoeren van regelgeving.
• De gemeente voert momenteel een onderzoek uit naar de precieze wettelijke verplichtingen en juridische risico’s die samenhangen met duurzaamheid en klimaatdoelen, en zal de resultaten gebruiken als leidraad bij het maken van keuzes.
59
H.2.1
Beleidskaders Nationaal • De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De wet gaat uit van nul uitstoot van broeikasgassen in 2050 (en 55 procent in 2030) en negatieve emissies na 2050. Conform de Klimaatwet, Europese afspraken en het klimaatakkoord van Parijs moet in 2030 de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55 procent zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. • Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) is naar de Tweede Kamer gestuurd. Het doel van de WCW is om de klanten te beschermen én om de overheden meer sturingsmogelijkheden te geven. • EU Fit for 55 pakket (EU, juli 2021), een pakket beleidsvoorstellen om het Europese Klimaatbeleid in lijn te brengen met de doelstellingen uit de Europese Klimaatwet. • In februari 2023 is het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) gepubliceerd.
• Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (B&W, 2023). In het Ontwikkelperspectief Distributienet leggen gemeente Amsterdam en Liander hun gezamenlijk belang in de verzwaring en uitbreiding van het distributienet vast. • In Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030 (2020) is de weg uitgestippeld naar een volledig duurzame organisatie in 2030. Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 (Gemeenteraad, december 2020) beschrijft hoe de stad samen met het Havenbedrijf, Noordzeekanaalgebied en bedrijven in het havengebied werkt aan een toekomstbestendige en duurzame Amsterdamse haven. • CES 1.0, Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied 1.0 (2021) is een aanbod voor CO2-reductie van de industrie in het Noordzeekanaalgebied. • In mei 2024 zijn we begonnen met het Warmteprogramma. In dit programma komt per buurt te staan welke duurzame warmte-oplossingen het meest geschikt zijn en wanneer de buurt bij voorkeur van het aardgas af gaat. • In 2024 is een start gemaakt met de herijking Warmtevisie (besluit genomen in 2025).
Lokaal • De strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 bevat een groot aantal maatregelen voor bedrijven, gemeente en burgers. • De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is een ambitiedocument met een langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie en met acties voor de korte termijn. • Strategie ‘Naar een stad zonder aardgas’ (december 2016) met daarin de aanpak om de overgang naar een aardgasvrije stad te versnellen, in nauwe afstemming met betrokken partijen in de stad. • De Transitievisie Warmte (vastgesteld gemeenteraad september 2021) geeft voor alle Amsterdamse buurten aan op welke termijn zij overstappen van aardgas op een alternatieve manier van verwarmen. • De afspraken van het landelijke Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES1.0 (gemeenteraad, 2021) is bepaald waar er mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsopwekking, zoals windturbines, zonnepanelen en duurzame warmtebronnen. In 2024 vindt een herijking van RES plaats; de zoekgebieden in Amsterdam worden aangepast als de planMER voor Programma Wind Amsterdam daar reden voor geeft. • Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (B&W, 2022). Het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van de hoofd elektriciteitsinfrastructuur in Amsterdam voor de periode 2022 tot 2035
Jaarverslag 2024
60
H.2.1
2.1.7 Begraafplaatsen en Crematoria Door de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria maken we uitvaarten mogelijk met ruimte voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
Activiteit 1.7.1.1 We faciliteren begravingen, crematies en herdenkingen, en onderhouden het culturele erfgoed van de begraafplaatsen; de parken en monumenten (het stenen archief van de stad).
Doel 1.7.1 Amsterdam geeft tegen kostendekkende tarieven de mogelijkheid tot begraven en cremeren, waarbij ruimte is voor ieders persoonlijke wens, ongeacht sociale, religieuze of culturele achtergrond. Indicatoren doel 1
Kostendekkendheid leges lijkbezorgingsrechten
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
95% (2018)
94,5%
100%
95,3%
Doel 1.7.1.1 De kostendekkendheid van de leges lijkbezorgingsrechten is 4,7 procent lager uitgevallen dan begroot. De oorzaak hiervan is tweeledig: namelijk minder (technische) crematies, waardoor de opbrengsten onder druk staan en stijgende lasten met name voor het achterstallig onderhoud aan de monumentale gebouwen van De Nieuwe Ooster.
Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2023
Begroting 2024
Jaarverslag 2024
1
Aantal begravingen
756 (2017)
746
700
719
2
Aantal crematies
2.141 (2017)
1.986
2.250
2.035
3
Marktaandeel uitvaarten overledenen in Amsterdam
35% Indicator niet Indicator niet (2024) benoemd benoemd
32,2%
4
NL Terreinlabel: duurzaamheids ambities begraafplaatsen De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder
Score C = Indicator niet Indicator niet voldoende benoemd benoemd (2024)
Nulmeting is uitgevoerd
Activiteit 1.7.1.1.1 In het begrote aantal begravingen 2024 is geen rekening gehouden met de samenvoeging met Weesp, waardoor het aantal begravingen in het jaarverslag 2024 hoger is uitgevallen. Op de begraafplaats Carspelhof hebben 52 begravingen plaatsgevonden en op de andere begraafplaatsen in totaal 667. Indien het aantal begravingen in 2024 en 2023 met elkaar wordt vergeleken dan zien wij dat het aantal begravingen in 2024 is afgenomen met 27.
Jaarverslag 2024
61
H.2.1
Activiteit 1.7.1.1.2 Het aantal crematies is ten opzichte van de begroting lager uitgevallen, maar in vergelijking met de realisatie in 2023 weer gestegen. Het lager aantal crematies in 2024 ten opzichte van de begroting is toe te rekenen aan het verminderde aanbod vanuit het anatomisch instituut Amsterdam, het Universitair Medisch Centrum en het Skill Centre. Het Skill Centre is een opleidingscentrum voor chirurgen en heeft een samenwerkingsverband met AMC en VUmc. Activiteit 1.7.1.1.3 De gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria streven naar een marktaandeel van 35 procent aan uitvaarten van overledenen in Amsterdam. In 2024 is het aandeel uitgekomen op 32,2 procent. We opereren in een concurrerende markt, waarbij de keuze voor een bepaalde begraafplaats of crematie meer locatiegebonden is dan tariefgebonden. Ook de prijs van een uitvaart kan een rol spelen bij de keuze. We zorgen dat de verschillende locaties ook hun aantrekkingskracht behouden door een excellente dienstverlening te bieden aan nabestaanden en uitvaartondernemers. Activiteit 1.7.1.1.4 NL Greenlabel heeft de organisatie ondersteund bij het opstellen van een duur zaamheidsambitie en het beoordelen van de huidige kwaliteit op het gebied van samenhangende duurzaamheid van het terrein De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder.
Een belangrijke stap is het uitvoeren van een nulmeting en het bepalen van de ambitie, beide voorkomend uit de duurzaamheidsdoelen uit het coalitieakkoord. Medio 2024 is de beoordelingsnotitie van NL greenlabel opgeleverd. Deze stap is het resultaat van samenwerking tussen de begraafplaatsen, Ruimte en Duurzaamheid en het programma Green Office van de gemeente. Het doel van deze samenwerking is om tot een 100% duurzame organisatie in 2030 te komen.