CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2024.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 2 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024). (VN2025-008412)48.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

H.2.1

opgeschort of uitgesteld door juridische procedures. Daarnaast is de voorziening gecorrigeerd voor bestuurlijke boetes (-/- € 0,3) miljoen en vergunningen (+ € 0,6 miljoen). • Lagere lasten op het Isolatieoffensief (€ 3,4 miljoen). Op het Isolatieoffensief was € 16,2 miljoen begroot en is € 12,8 miljoen besteed. Doordat de Witgoedregeling voor stadspashouders en de Energiebespaarservice meer voorbereidingstijd vergden dan oorspronkelijk gepland in de begroting, zijn de uitgaven lager uitgevallen. De niet bestede middelen worden doorgeschoven naar 2025. • Lagere lasten op het Corporatiebudget omdat enkele vaststellingstermijnen van subsidies zijn doorgeschoven naar 2025 (€ 2,8 miljoen). Hierdoor heeft dit jaar een lagere onttrekking uit de reserve Corporatiebudget (Stifo/erfpacht) plaatsgevonden.

• Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 30,9 miljoen door een vrijval van de voorziening Plantekorten. Door hogere grondprijzen hoeft minder te worden voorzien voor plannen met een tekort. • De toevoeging aan de reserve Financiering Erfpachtgrond is € 20,5 miljoen hoger dan begroot, doordat er meer is overgestapt van het voortdurende naar het eeuwigdurend stelsel. • De toevoeging aan de reserve Afkoopsommen is € 22,4 miljoen hoger dan begroot en komt doordat er meer grond is uitgegeven waarvan de canon is afgekocht

Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserves is € 34,1 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • De onttrekking van € 165,7 miljoen aan de erfpachtreserves is € 64,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt doordat meer erfpachtrechten die in het voortdurende stelsel waren afgekocht zijn overgegaan naar het eeuwigdurend stelsel. De grond die vanuit het erfpachtrecht eeuwigdurend is afgekocht, heeft geen waarde meer voor de gemeente. • Een lagere onttrekking aan het Vereveningsfonds (€ 12,5 miljoen), waarvan € 6,8 miljoen omdat we minder geld aan de voorziening Plantekorten hebben toegevoegd voor grondexploitaties in het Zuidasgebied. Daarnaast een lagere onttrekking voor overige kosten die met het Vereveningsfonds worden verrekend (€ 5,7 miljoen). Dit betreft voornamelijk lagere uitgaven voor projecten waarvoor aparte reserveringen zijn opgenomen binnen het Vereveningsfonds. • De onttrekking aan de reserve Klimaatfonds is € 6,4 miljoen lager dan begroot. Zie hiervoor ook de toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve Corporatiebudget (Stifo/erfpacht) is € 2,8 miljoen lager dan begroot. Zie hiervoor de toelichting bij de lasten.

Investeringen per programma

In de programmaonderdelen volgt een verdere toelichting van de afwijkingen op de baten, lasten, onttrekkingen en toevoegingen.

De gemeente investeert in gronden die worden uitgegeven in erfpacht. Wij verzorgen het bouwrijp maken van de grond en investeren op de binnenplanse infrastructuur van nieuwe gebieden. Dit alles wordt verrekend binnen het stelsel van het verevenings­ fonds (VEF). De kosten samenhangend met de grondproductie zijn opgenomen in de grondexploitaties. Zoals kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw-en woonrijp maken van de grond. Daartegenover hebben wij inkomsten ontvangen uit de erfpacht­ uitgifte van de grond. Het saldo daarvan wordt ingezet om te investeren in die gebieden die dat het hardst nodig hebben. Ook bij de woningbouw geldt het motto: ongelijk investeren voor gelijke kansen. In de actualisatie van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties hebben wij gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Voor meer informatie over de stand van zaken van de grondexploitaties, verwijzen naar de paragraaf 3.6 Grondbeleid.

Toevoegingen reserves De toevoeging aan de reserves is € 151,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 72,6 miljoen door meer winstnemingen en planafsluitingen (zie ook de toelichting bij de baten).

Jaarverslag 2024

27

H.2.1

Thema’s per programma Digitale stad / informatie: • We hebben er voor gezorgd dat alle medewerkers (1.000+) die grafische werkzaamheden doet om te komen tot realisatie projecten voor de gemeente Amsterdam op een veilige, beheerde en toekomst vaste werkplek zijn werkzaamheden kan doen. • We hebben met veel succes in stadsdeel Zuidoost digitale middelen ingezet (Woonmonitor, Amsterdam AR) om de nieuwbouw plannen van de gemeente Amsterdam visueel en bespreekbaar te maken met bewoners. • We hebben gewerkt aan het opleveren van een integrale monitor duurzaamheid. Daarnaast hebben we een koppeling gemaakt met de bestuursopdracht SLIM (Samen Leren Integreren van Maatschappelijke Opgaven) om via een buurtbarometer voor Amsterdam inzicht te krijgen in wat een speelt in gebieden over de thema’s fysiek, sociaal en duurzaamheid. • Er is in 2024 verder gewerkt aan de opbouw en verbetering van het datafundament door het beschikbaar stellen analysetools en het publiceren nieuwe informatie zoals de Nieuwbouwplannen, 3D-omgevingsinformatie op www.netherlands3d.eu en data over de ondergrond. Democratisering: • In 2024 vond het raadgevend referendum Hoofdgroenstructuur plaats. Naar aan­ leiding van de (negatieve) uitkomst heeft de raad verzocht om een Burgerberaad Groene Stad te organiseren, dat in 2025 zal plaatsvinden.

Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het doel van het coalitie­akkoord om drie burgerberaden te organiseren. • Bij de ruimtelijke ontwikkeling betrekken we de bewoners en belanghebbenden via participatietrajecten bij de ontwikkeling van de nieuwbouwprojecten. In 2024 zorgde de komst van de Omgevingswet dat participatieverantwoordelijkheid bij de initiatiefnemers ligt. Daarnaast is ook de participatieverordening in Amsterdam vastgesteld. In de gebiedsontwikkeling hebben beide nieuwe ontwikkelingen ook een plek gekregen in de participatietrajecten. • We hebben op verschillende wijzen ingezet op het betrekken van bewoners en onder­nemers in de stad bij de duurzame transities, bijvoorbeeld door participatie bij grote warmte- of energietrajecten in de wijken. Daarbij streven we naar 100 procent lokaal eigenaarschap van duurzame energiebronnen.

Jaarverslag 2024

Duurzaamheid: • De Omgevingsvisie richt zich op verdichten van bestaand stedelijk gebied, zodat er minimaal beslag wordt gelegd op de groene buitengebieden en maximaal wordt ingezet op benutten van bestaande (en toekomstige) ov-locaties en reeds aanwezige voorzieningen en kwaliteiten. Verdichting was ook in 2024 één van de belangrijkste ruimtelijke principes om duurzaamheid te bevorderen. De strategische keuzes ‘groeien binnen grenzen’ en ‘gezonde en duurzame mobiliteit’ richten zich specifiek op het duurzaam omgaan met ruimtegebruik, energie en mobiliteit. • Het isolatieoffensief is gestart, samen met woningbouwcorporaties en het Rijk. We zetten extra in op het treffen van isolatiemaatregelen, zoals het vervangen van enkel glas, met de focus op woningen met een slecht energielabel in wijken die dat het hardst nodig hebben. • In 2024 is het Uitvoeringsprogramma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed (UDGV) gestart. In het afgelopen jaar werkten we aan ongeveer 80 projecten (waarvan 70 binnen programma 1) waar verduur­zamingsmaatregelen zijn getroffen om de CO2-uitstoot te beperken. • Het UDGV kijkt bij de uitvoering van projecten ook naar mogelijkheden om klimaat­ adaptieve maatregelen toe te passen zoals waterberging en groene daken. Biobased isoleren (met natuurlijke materialen) is waar mogelijk ook toegepast.

• Het gedenkpark De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder beslaan samen in totaal 41 hectare en zijn onderdeel van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur. Door hun omvang en karakter zijn de gedenkparken een belangrijke groene plek in de stad en leveren een belangrijke bijdrage aan de terugdringing van het CO2-gehalte in de stad. Op alle gemeentelijke begraafplaatsen wordt voortdurend (groot-)onderhoud uitgevoerd, worden zieke en dode bomen en struiken vervangen voor nieuwe aanplant.

28

H.2.1

Kansengelijkheid: • Via ruimtelijke ordening hebben we invloed uitgeoefend op de toegankelijk­heid, inrichting en begaanbaarheid van de stad voor alle mensen, de bereikbaarheid (financieel en ruimtelijk) van woonfuncties en economische en maatschappelijke voorzieningen en een evenwichtige verdeling over de stad. Hiermee zorgen we dat alle inwoners toegang hebben tot groen, sport en andere voorzieningen in of nabij hun woonomgeving en zich thuis en veilig voelen in de stad. Andere manieren van werken vergroten de ruimte voor Amster­dammers om eisen en wensen kenbaar te maken en eigen initiatieven te realiseren. Dit komt bijvoorbeeld terug in de vast­ stelling van de Ontwikkelstrategie in 2024: Via de stelregel 40-40-20 (40 procent sociale woning­bouw) wordt ruimte gemaakt voor bouw van nieuwe sociale woningen, zodat mensen die afhankelijk zijn van dit aanbod meer kans maken op een woning. Nieuwbouw is feitelijk de enige mogelijkheid om substantieel sociale woningen toe te voegen aan de stad. De Ontwikkelstrategie geeft daarnaast aan dat het niet alleen om woningen gaat maar ook om een goede mix van voorzieningen, zodat bewoners ook als ze een kleinere actieradius hebben, voldoende goed bereikbare voor­zieningen nabij hebben.

Daarnaast heeft het college een besluit genomen over de verlenging en duurzame inpassing van een woonwerkgemeenschap op het Groene Veld in Noord; hiermee wordt invulling geven aan de ambitie om groepen in de samenleving die alternatieve vormen van (gecombineerd) wonen en werken voor­staan ruimte te bieden. Deze groepen maken zonder gemeentelijke hulp weinig kans om een plek te vinden. • We hebben ons ingespannen om van Amsterdam een stad te maken waar wonen betaalbaar is, passend bij de financiële situatie van elk huishouden. • Met de programma's Huisvesting Kwetsbare Groepen en Ouderenhuisvesting hebben we gewerkt aan het toegankelijk maken van de woningmarkt voor iedereen met een passende woningkwaliteit bij iedere levensfase. Om zo voor onze bewoners te zorgen door hen een passende woonplek te bieden met de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. • In 2024 is het dienstverleningsaanbod vanuit het isolatieoffensief, waarin de focus ligt op woningen met een slecht energielabel in wijken die dat het hardst nodig hebben, verder uitgebreid. Daarmee hebben we ingezet op het bestrijden energiearmoede door energielasten van mensen met lage inkomens te verlagen. Het thema Gebieden wordt apart toegelicht in een paragraaf.

Jaarverslag 2024

29

H.2.1

2.1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling We zorgen voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling, kaderstelling en door kwaliteitsborging en bouwplantoetsing goed en duurzaam kunnen functioneren. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Activiteit 1.1.1.1 We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus.

Doel 1.1.1

Indicatoren activiteit

Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werken leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken. Indicatoren doel 1

Actuele en door de raad vastgestelde Omgevingsvisie

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1 (2021)

1

1

1

Doel 1.1.1 De vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in 2021 heeft invulling gegeven aan deze doelstelling, omdat dit product een integraal toetsings- en sturingskader biedt voor de opvang en geleiding van de groei van de stad op langere termijn. Via tweejaarlijkse monitoring en regelmatige actualisatie van de Omgevingsvisie zorgen we dat dit ruimtelijke beleid actueel, samenhangend en uitvoerbaar blijft.

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)

17 (2017)

10

9

9

2

Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling

3 (2020)

7

2

4

3

Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)

2 (2020)

2

5

5

4

Percentage demografische druk (BBV-verplicht)

46,6 (2017)

46,7

46,7

46,3

Activiteit 1.1.1.2 We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling. Indicatoren activiteit 1

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Aantal vastgestelde principebesluiten

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

4 (2020)

0

3

2

30

H.2.1

Activiteit 1.1.1.3 We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Aantal toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid

8.900 (2020)

9.144

9.000

7.800

2

Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst

22 (2020)

20

25

16

3

Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie) aan initiatiefnemers en bestuurders

22 (2020)

16

25

20

Activiteit 1.1.1.4 We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Bezoekersaantallen Amstelland

3,1 miljoen (2020)

3,6 miljoen (2022)

3,3 miljoen*

2,7 miljoen (2023)

2

Bezoekersaantallen Twiske Waterland

1,3 miljoen (2020)

1,4 miljoen (2022)

1,4 miljoen*

2,2 miljoen (2023)

3

Bezoekersaantallen Spaarnwoude

5,1 miljoen (2020)

6,3 miljoen (2022)

6,1 miljoen*

8,7 miljoen (2023)

Jaarverslag 2024

Activiteit 1.1.1.1 De begrote prestaties zijn behaald maar het aantal verkenningen op gebied van duur­zame gebiedsontwikkeling is wat hoger uitgevallen dan begroot; dit is een reflectie van het toenemende belang van duurzaamheidsvraagstukken in de ruimtelijke ordening. Activiteit 1.1.1.2 Naast de twee vastgestelde principebesluiten is in 2024 gewerkt aan het opstarten van gebiedsontwikkeling op het RAI-terrein. Daar is echter niet gekozen voor vaststelling van een Principenota maar van een Uitgangspuntennotitie voor ontwikkeling van het terrein. Het vaststellen van de Ontwikkelstrategie 2035 en de bijbehorende her­ nieuwing van het uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Stad hebben voor enige vertraging gezorgd, omdat op basis van de Ontwikkelstrategie nieuwe principe­ besluiten zijn opgestart, zodat in 2025 de planvoorraad vanuit nieuwe principe­ besluiten in voldoende mate zal worden aangevuld. Activiteit 1.1.1.3 De algemene terugloop in het aantal aanvragen van een omgevingsvergunning is terug te zien in het aantal door de commissie uitgebrachte adviezen. De terugloop heeft vermoedelijk te maken met gestegen bouwkosten en andere externe factoren. De verwachting is dat het aantal aanvragen in de loop van 2025 weer zal toenemen.

Het werk van de commissie en van de ambtelijke ondersteuning verschuift inmiddels voor een deel naar het vroeg in het proces adviseren van bewoners en professionals over hun bouw- of verduur­zamingsinitiatief. Deze vorm van advisering is echter niet in de cijfers terug te vinden. Activiteit 1.1.1.4 De bezoekerscijfers van 2024 komen beschikbaar in het jaarverslag van de recreatie­ schappen, dat in de zomer van 2025 verschijnt. Daarom zijn de aantallen van 2023 opgenomen als meest actuele cijfers. De verschillen met voorgaande jaren zijn groot en hebben te maken met gewijzigde meetmethoden. De cijfers gemarkeerd met * zijn door de nieuwe meetmethode niet direct te vergelijken met de aantallen van 2023. De gecorrigeerde cijfers voor het Jaarverslag 2023 (bezoekersaantallen uit 2022) zouden als volgt zijn: Amstelland 2,7 miljoen (niet 3,6); Twiske Waterland 1,7 miljoen (Niet 1,4) ; en Spaarnwoude 9,2 miljoen (niet 6,3).

31

H.2.1

Verbonden Partijen

Financiële toelichting

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Amsterdam is samen met drie andere gemeenten eigenaar van de Omgevingsdienst en de samenwerking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college van B en W. Afspraken over de samen­ werking leggen we vast in een jaarlijkse uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan de te leveren producten en diensten en de prioriteiten in de taakuitvoering. In 2024 zijn deze grotendeels conform afspraak uitgevoerd.

Programmaonderdeel 1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaars­nota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaars­nota

Baten

1,5

0,0

0,0

3,7

3,7

Lasten

19,2

17,9

18,9

22,1

3,1

Saldo Baten en Lasten

-17,7

-17,9

-18,9

-18,4

0,6

Onttrekking

7,1

2,4

6,8

5,7

-1,1

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Recreatieschappen Samenwerking in de recreatieschappen richt zich op verbetering van regionaal groen en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de recreatiegebieden. Voor een dichtbevolkte en -bebouwde stad als Amsterdam zijn dit belangrijke groenvoorzieningen. Amsterdam neemt met de Provincie en overige gemeenten deel in: • Recreatieschap Groengebied Amstelland • Recreatieschap Twiske Waterland • Recreatieschap Spaarnwoude

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

7,1

2,4

6,8

5,7

-1,1

Totaal 1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling

-10,7

-15,5

-12,1

-12,7

-0,6

Voor de recreatieschappen zetten we in op het continueren en borgen van de huidige situatie. We houden daarbij rekening met een bescheiden autonome groei van de bezoekersaantallen, in lijn met de (bevolkings)groei van de stad en de regio. De gemeente Amsterdam oefent geen directe invloed uit op de bezoekersaantallen vanwege de minderheidspositie in de besturen. De bijdragen van de verschillende partners worden ingezet voor beheer en onderhoud, toegankelijkheid en informatie­ voorziening van de recreatieschappen. Via goede recreatieve verbindingen en promotie kan Amsterdam het gebruik wel verder stimuleren.

Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door:

Het programma­onderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 0,6 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 3,7 miljoen, hogere lasten van € 3,1 miljoen en een lagere onttrekking uit reserves van € 1,1 miljoen.

Baten De totale baten zijn € 3,7 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten voor de duurzaamheidsprojecten Resilio (€ 1,6 miljoen) en Atelier (€ 2,2 miljoen). Dit betreffen EU-subsidies die nog niet waren begroot in het lopende jaar. Zie ook de toelichting op de lasten. Lasten De totale lasten van € 22,1 miljoen zijn € 3,1 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten voor de meerjarige duurzaamheidsprojecten Resilio en Atelier (€ 3,3 miljoen), beiden zijn gefinancierd door EU-subsidies waarvoor Amsterdam penvoerder is. In 2024 droegen deze projecten bij aan de weerbaarheid tegen klimaatverandering door de installatie van slimme blauw-groene daken en de ontwikkeling van Positive Energy Districts (PED’s), waarbij wijken meer duurzame energie opwekken dan ze verbruiken. Resilio is na dit jaar beëindigd.

Jaarverslag 2024

32

H.2.1

• Lagere lasten van € 2,3 miljoen op de uitvoering van de omgevingswet. Deze lagere lasten betreffen de ontvangen rijksmiddelen voor de transitie Omgevingswet van € 2,3 miljoen, die zijn bedoeld voor de transitiekosten 2025. • Hogere lasten op de bedrijfsvoering (€ 0,9 miljoen). Het negatieve bedrijfsvoeringresultaat wordt grotendeels veroorzaakt door enerzijds een lagere omzet door een lagere declarabiliteit dan begroot en anderzijds lagere personeels­lasten door het niet kunnen vervullen van vacatures door de krapte op de arbeidsmarkt. • Lagere lasten op de coalitiemiddelen Ruimte voor de stad (€ 0,8 miljoen). Dit bedrag bestaat voornamelijk uit de overheveling van de onderbesteding uit 2023. In 2024 hebben we dit bedrag opnieuw niet uitgegeven. • Hogere lasten op de Koppel Kansen (€ 0,6 miljoen). Door een administratieve fout uit het verleden is de dekking van dit project in 2024 komen te vervallen. • Lagere lasten op de omgevingsvisie (€ 0,4 miljoen). De digitalisering is uitgesteld vanwege de lopende gedeeltelijke actualisatie, om dubbel werk te voorkomen. Dit wordt een complexe operatie binnen het nieuwe Digitale Stelsel Omgevingswet, iets wat de gemeente Amsterdam en veel andere gemeenten nog niet eerder hebben gedaan. In 2024 is al voorbereidend werk verricht, en de uitvoering volgt in de tweede helft van 2025.

Conform de toezegging van de wethouder aan de raad moet dit uiterlijk eind 2025 gereed zijn. • Hogere lasten op het Jaarprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (€ 0,4 miljoen) vanwege met name een hogere inzet voor het opstellen van bestemmingsplannen en een aantal bestuurlijke opdrachten die aanvullend moesten worden verstrekt. Zoals de actualisatie van het Plaberum, de uitvoering en de effecten van de Bedrijvenstrategie in transformatiegebieden en de inspraak op het hoogbouwbeleid. • Hogere lasten voor het digitaliseren van bouwdossiers (€ 0,4 miljoen). Hoewel het project is afgerond zijn enkele medewerkers nog steeds in dienst. Omdat het project is beëindigd, was er geen budget voor deze tijdelijke kosten. Momenteel worden deze medewerkers begeleid naar ander werk. • Lagere lasten voor de voorbereidingskosten op de ‘Sprong over ’t IJ’ (€ 0,3 miljoen). Dit komt omdat er minder is uitgegeven aan studies, onderzoeken en communicatie, deels veroorzaakt door het verplaatsen van een samenwerkingsdag naar 2025. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Jaarverslag 2024

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. De hoge en snelle woningbouwproductie in combinatie met afnemende ruimte geeft een risico voor de integrale kwaliteit van de stad, op aspecten als: voorzieningen voor energie en warmte, leefbaarheid en bereikbaarheid, kansengelijkheid, openbare ruimte, groen, en maatschappelijke en economische voorzieningen. Ook is er het risico dat we de duurzaamheidsambities en de kwalitatief hoogwaardige woonmilieus die we willen niet behalen. De druk op de gemeentelijke financiën kan het risico vergroten dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor alle gewenste investeringen in publieke voorzieningen. Door de druk op de bouwprijzen (inflatie, materiaalkosten) en afkoeling van de woningmarkt dreigen er ook bouwplannen uitgesteld te worden en dreigt het terugverdienmoment voor voorinvesteringen (plan­ voorbereiding) later in de tijd te schuiven of onzeker te worden.

• Binnen Ruimte voor de Stad houden we de ontwikkeling van de plancapaciteit in de gaten en brengen we daaruit voortkomende knelpunten rond de randvoorwaarden voor stedelijke kwaliteit in beeld. Met de Ontwikkelstrategie 2035 hebben we een sturingsinstrument om hieraan richting te geven. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 draagt op hoofdlijnen zorg voor een goede verdeling van functies over de stad en geeft sturing op complexe ruimtelijke afwegingen. Zo vervult de Omgevingsvisie een belangrijke rol als beleidskader om ervoor te zorgen dat alle ruimteclaims in de stad op evenwichtige wijze worden afgewogen (‘complete stad’). Via versnelde en opgeschaalde aanpak van grote opgaven zoals dreigende congestie op het elektriciteitsnetwerk (programma Energie voor de Stad) wordt gewerkt aan het beperken of elimineren van risico’s.

2. Onvoldoende ambtelijke capaciteit: de grote maatschappelijke dynamiek, vele bestuurlijke wensen en zeer krappe arbeidsmarkt kunnen zorgen voor onvoldoende ambtelijke sturingsmogelijkheden (juridisch planologisch, ontwerp, procesbegeleiding en management). Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van functies en suboptimale ruimtelijke keuzes. De hoge druk op de woningmarkt en de bestuurlijke ambities zorgen voor een forse toename van de vraag naar juridische (planologische) vastlegging in het omgevingsplan en voor stedenbouw­ kundige en planologische advisering.

• Prioritering door in overleg met opdrachtgevers de capaciteit en behoefte af te stemmen. Prioritering door de capaciteitsvraag en werving binnen Ruimte en Duurzaamheid centraal aan te sturen. Brede inzet op werving en bezetting van vaste en tijdelijke medewerkers via stages, traineeplekken, startersbanen en omscholing.

3. Onvoldoende planvoorraad op middellange termijn. Ondanks het grote aantal woningen dat binnen de huidige gebiedsontwikkeling wordt voorbereid, loopt de planvoorraad op de middellange termijn terug. Hierdoor komt op de middellange termijn de bouwambitie onder druk.

• Om voldoende planontwikkeling in de komende 10-15 jaar mogelijk te maken met heldere prioriteringen is in 2024 de Ontwikkelstrategie 2035 vastgesteld. Hierin geven we sturing aan vergroten van de planvoorraad en houden we rekening met onzekerheden in de markt en hoe we daar als gemeente op in kunnen spelen.

33

H.2.1

Beleidskaders • Nationale wetgeving voor ruimtelijke ordening en bouwen, met name de Omgevingswet, die regelt hoe ruimtelijke plannen van Rijk, provincie en gemeenten tot stand komen. In het kader van de (uitwerkingsgebieden Nationale Omgevings­ visie) NOVEX heeft het Rijk zestien gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke transities en nationale opgaven vragen om herbestemming en/of ingrijpende herinrichting, waarvoor Rijk en regio samen ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s opstellen. Het Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam ( MRA) is hierbij te beschouwen als ontwikkelperspectief. Voor Amsterdam zijn daarnaast Noorzeekanaalgebied, regio Schiphol, Groene Hart en Lelylijn relevante NOVEX-gebieden/-opgaven. • De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin het toetsingskader voor de ruimtelijke plannen, voor gebiedsgericht en thematisch beleid en de investeringsagenda’s staan, en een toekomstbeeld over hoe we de fysieke leefomgeving kunnen invullen en gebruiken. De Omgevingsvisie is vastgesteld in 2021 en wordt elke 3 tot 4 jaar geactualiseerd om relevant en sturend te blijven bij veranderende opgaven en omstandigheden; deze actualisatie vindt plaats in 2025. • De Ontwikkelstrategie Amsterdam 2035, de stadsbrede inventarisatie en aansturing van stedelijke bouwlocaties om de gemeentelijke opgaven voor woningbouw, werkruimte en voorzieningen te kunnen vervullen.

• MRA-agenda 2025-2028, de actieagenda van de Metropoolregio Amsterdam voor de periode vanaf 2025.

Jaarverslag 2024

34

H.2.1

2.1.2 Grond Het duurzaam realiseren van de gewenste woningbouwproductie in gemengde wijken. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Doel 1.2.3 In de toekomst worden voldoende gebieden ontwikkeld voor wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen.

Doel 1.2.1

Indicatoren doel

Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen & kantoorruimte. Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

7.410 (2021)

5.314

7.500

4.541

2

1

Start bouw nieuwbouw woningen (totaal)

2

Netto toename kantorenvoorraad per jaar (m2 bvo)

15.000 m (realisatie 2021)

88.000

65.000

-11.500

3

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 bestaande woningen (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

14,8

n.v.t.

9,6

Doel 1.2.2 Gebieden ontwikkelen ten behoeve van wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Indicatoren doel

1

Aantal actieve grondexploitaties

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

160 (2023)

160

150

148

1

Omvang meerjarige planvoorraad woningen (periode van 4 jaar)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

46.000 (2022)

55.292

50.000

52.832

Doel 1.2.1 In 2024 is met de bouw gestart van 4.541 zelfstandige permanente woningen en 799 tijdelijke woningen. Het overgrote deel van de in 2024 in aanbouw genomen woningen betreft sociale huur. Er is gestart met de bouw van 1.887 sociale huurwoningen, waarvan ruim 1.800 door corporaties. In het middensegment huur zijn 1.006 woningen in aanbouw genomen. Ten opzichte van 2023 (314) is dit een fikse stijging, maar nog steeds niet toereikend om de ambitie te halen. Verder is de bouw gestart van 672 dure huurwoningen, 89 betaalbare koopwoningen (koop tot € 390.000) en 887 koopwoningen (boven € 390.000). Dit is afgezet tegen de landelijke cijfers en gezien de lastige markt­ omstandigheden, waaronder geopolitieke onzekerheid, netcongestie, stijgende rente, hogere bouwkosten en personeelstekorten, een mooi resultaat dat is bereikt door samenwerking van alle partners, corporaties, ontwikkelaars, beleggers en gemeente. Daarnaast is in 2024 in plaats van een toename sprake van een netto afname van de kantoren­voorraad van 11.500 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Kantoorwensen zijn sterk veranderd door de grootschalige omarming van thuiswerken. De uitwerking van thuiswerken blijft vooralsnog onzeker (gaan bedrijven nog meer inkrimpen in ruimtegebruik) en de adaptatie van AI-technieken vormt een extra onzeker element.

Dit leidt tot terughoudendheid bij partijen om kantoren te ontwikkelen en geeft een extra prikkel om kantoren te transformeren naar woningbouw.

35

H.2.1

Zie voor nadere inhoudelijke toelichting op de ontwikkelingen de rapportage ‘Woningbouwplan’ en de rapportage ‘Monitor kantoren Amsterdam’.

Activiteit 1.2.2.1 We voeren het projectmanagement uit van gebiedsontwikkelingsprojecten.

Doel 1.2.2 Met al deze projecten dragen we bij aan de ontwikkeling van de stad. In de jaarlijkse Staat van de gebiedsontwikkeling worden inhoudelijke voorbeelden toegelicht, over feitelijke ontwikkelingen en actuele prognoses wordt periodiek separaat gerap­por­ teerd via het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) en de actualisatie daarvan (AMPG).

Indicatoren activiteit 1

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

160 (2023)

160

150

148

Activiteit 1.2.2.2 Doel 1.2.3 De planvoorraad is belangrijk om tot 2028 te blijven voortbouwen. Er zitten nog veel projecten in de voorraad, 52.832 volgens de prognose. Vanwege de eerder genoemde lastige marktomstandigheden daalt het slagingspercentage echter, dus er is zorg of deze voorraad voldoende is om het doel van 7.500 nieuwbouwwoningen jaarlijks te halen. In 2024 zijn acht investeringsbesluiten vastgesteld waarmee 5.754 woningen zijn toegevoegd aan de actieve voorraad.

We maken de grond bouwrijp, inclusief verwerven en sloop. Indicatoren activiteit 1

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

160 (2023)

160

150

148

Activiteit 1.2.1.1

Activiteit 1.2.2.3

We monitoren de voortgang van projecten en treden in overleg met partners (corporaties, ontwikkelaars, beleggers) die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

We ontwerpen en richten de openbare ruimte in van nieuw te ontwikkelen gebieden.

Indicatoren activiteit

1

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Eén keer per jaar opstellen van de “rapportage Woningbouwplan”

1 (2022)

1

1

1

2

Twee keer per jaar opstellen van de rapportage “Monitor kantoren Amsterdam”

2 (2022)

2

2

1

Aantal actieve grondexploitaties

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

160 (2023)

160

150

148

Activiteit 1.2.2.4 We beheren en bewaken de prudentie van het Vereveningsfonds. Indicatoren activiteit 1

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Opstellen MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) in voorjaar en AMPG (Actualisatie MPG) in najaar

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1 (2022)

1

1

1

36

H.2.1

Activiteit 1.2.3.1 We houden de planvoorraad op peil. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Jaarlijkse toevoeging aantal woningen in vastgestelde investeringsbesluiten

8.900 (2022)

1.860

7.500

5.754

2

Eén keer per jaar maken van update en rapporteren over ontwikkeling van de planvoorraad

1 (2022)

1

1

1

Zie de toelichting onder de doelen.

Verbonden Partijen GEM Lutkemeer (CV, GEM Lutkemeer BV, Gemeente Amsterdam, Participatie Lutkemeer BV (GAP) / Schiphol Area Development Company (SADC). Amsterdam werkt samen met SADC in een deelneming (Lutkemeer CV/BV) aan de ontwikkeling van het Businesspark Amsterdam Osdorp in stadsdeel Nieuw-West.

Financiële toelichting Programmaonderdeel 1.2 is in financieel administratief opzicht zeer complex. Dit komt doordat de resultaten worden verrekend met balansposten. Deze administratieve verrekeningen moeten, door BBV-voorschriften, ook in de exploitatie verantwoord worden. Het gaat om verrekeningen met het onderhanden werk, vaste activa, voor­ zieningen en reserves. Om deze reden lichten we eerst de in 2024 gerealiseerde financiële stromen toe. De financiële stromen in het programma­onderdeel Grond betreffen in hoofdzaak de grondexploitaties in het Vereveningsfonds. Omdat de kosten en opbrengsten ver­rekend worden met het Vereveningsfonds heeft dit programma­onderdeel een beperkt effect op de algemene middelen. De resultaten hebben wel invloed op de vereven­ings­ruimte die nodig is voor de vaststelling van nieuwe verlieslatende plannen en de afdracht aan de algemene middelen. In 2024 bedroeg deze afdracht € 30,2 miljoen. De stand van de reserves die onderdeel uitmaken van het Vereveningsfonds is eind 2024 € 834 miljoen, waarvan € 40 miljoen vrije vereveningsruimte.

Jaarverslag 2024

Grondexploitaties zijn meerjarige projecten waarvan de resultaten over de gehele looptijd moeten worden bezien. De in 2024 gerealiseerde bedragen vormen alleen de jaarschijf 2024. Hierdoor geven de financiële toelichtingen op de afwijkingen in 2024 slechts een beperkt beeld. Over de financiële ontwikkelingen in het Vereveningsfonds wordt separaat gerapporteerd via het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG). In 2024 is € 472,0 miljoen aan baten gerealiseerd. Deze baten bestaan uit grond­ opbrengsten en overige opbrengsten (€ 267,2) en administratieve verrekeningen. De grond­opbrengsten, die vanaf 2013 niet meer zo laag waren, bestaan grotendeels uit grond­uitgiften in erfpacht (€ 224 miljoen). De administratieve verrekeningen bestaan uit winstnemingen (€ 107,6 miljoen) en het saldo van de projecten dat op het onderhanden werk wordt geactiveerd (€ 97,4 miljoen). Winstnemingen zijn geen inkomsten maar administratieve verrekeningen waarbij een deel van het gerealiseerde projectresultaat wordt verrekend met de reserve. Doordat de lasten in 2024 hoger zijn dan de baten is sprake van een negatieve kasstroom. Dit uit zich onder andere in een toename van het saldo van het onderhanden werk, waarop de kosten en opbrengsten van actieve plannen zijn geactiveerd (€ 204 miljoen). Dit zijn investeringen in projecten waarvan de opbrengsten in de toekomst liggen.

In 2024 hebben wij € 55,6 miljoen aan rijkssubsidies ontvangen die zijn toegevoegd aan een voorziening voor toekomstige kosten bij woningbouwprojecten. Deze zijn niet zichtbaar in de rekeningcijfers omdat deze niet als baten worden beschouwd, maar zijn vanzelfsprekend wel belangrijk voor een goed inzicht. De rijksbijdragen bestaan uit diverse specifieke doeluitkeringen voor woningbouw en bereikbaarheid, waaronder ook een bedrag van € 3,0 miljoen voor het huisvesten van aandachtsgroepen. In 2024 is € 410,4 miljoen aan lasten gerealiseerd. Deze lasten bestaan uit feitelijke kosten in grondexploitaties en overige projecten (€ 428,0 miljoen) en een verlaging van de voorziening plantekorten (-/- € 17,6 miljoen).

37

H.2.1

Programmaonderdeel 1.2 Grond (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspron­kelijke 2023 Begroting 2024

Najaars­nota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaars­nota

Baten

401,3

505,0

308,1

472,0

164,0

Lasten

423,6

526,2

362,2

410,4

48,2

Saldo Baten en Lasten

-22,3

-21,2

-54,1

61,7

115,8

Onttrekking

431,0

139,4

125,3

112,8

-12,6

Toevoeging

349,4

117,8

72,5

176,2

103,7

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

81,6

21,6

52,9

-63,4

-116,3

Totaal 1.2 Grond

59,4

0,5

-1,2

-1,8

-0,5

In overleg met de accountant is het saldo van de inkomsten en uitgaven in de projecten in de rekening 2024 in de baten gepresenteerd. In de Begroting 2024 (najaarsnota) is het saldo in de lasten gepresenteerd. Hierdoor lichten we grote afwijkingen toe bij de baten en de lasten. Het programma­onderdeel 1.2 heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 0,5 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 66,6 miljoen en lagere lasten van € 49,1 miljoen. Per saldo wordt € 116,3 miljoen meer verrekend met reserves. Het negatieve resultaat van € 0,5 miljoen wordt verrekend met het programma stadsverbetering (programma 2), omdat specifieke projectuitgaven eerder dan gepland hebben plaatsgevonden. Baten De totale baten van € 472,0 miljoen zijn € 164,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten door de verrekening van inkomsten en uitgaven in de projecten met het onderhanden werk (€ 97,4 miljoen). We hebben al een aantal jaar te maken met een negatieve kasstroom. Als het jaarsaldo van de projecten negatief is, wordt de verrekening met de balans in de baten gepresenteerd. Zie ook de toelichting bij de lasten. • Hogere baten door meer winstnemingen. Een aantal grote plannen, waaronder Strawinsky Mahler en NDSM West hebben we afgesloten zoals bij het AMPG al

Jaarverslag 2024

werd gemeld (€ 72,6 miljoen). De positieve saldi van deze plannen die op het onderhanden werk stonden zijn toegevoegd aan de reserve. • Lagere baten omdat we in de begroting rekening hielden met baten uit rijkssubsidies voor onder andere flexwoningen en de startbouwimpuls (€ 21,6 miljoen). Deze zijn al ontvangen, maar worden pas als baten gepresenteerd als (deels) is voldaan aan de subsidievoorwaarden (opgeleverde woningen). In 2024 voldoen we nog niet aan deze voorwaarden en blijven deze middelen op de balans staan. • Hogere baten in de grondexploitaties door de uitgifte van grond in de gebiedsontwikkeling (€ 15,3 miljoen). Het moment van uitgifte en de hieraan verbonden baten is op voorhand moeilijk te voorspellen. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Lasten De totale lasten van € 410,4 miljoen zijn € 48,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten doordat we de verrekening van inkomsten en uitgaven in de projecten in de rekening in de baten presenteren (€ 181 miljoen). In de begroting staat dit nog aan lastenkant. Vooral omdat we minder hebben geïnvesteerd, is per saldo € 83,6 miljoen (€ 181,0 miljoen – € 97,4 miljoen) minder geactiveerd op het onderhanden werk.

Zie ook de toelichting bij de baten • Lagere lasten in de grondexploitaties en woningbouwprojecten doordat minder is geïnvesteerd in de grondexploitaties (€ 95,7 miljoen). Dit komt door vertraagde uitgiften, waardoor ook bepaalde investeringen zijn uitgesteld. Dit speelde onder andere bij de projecten Kauwgomballenfabriek, Buiksloterham, Amstel III en Strandeiland. • Lagere lasten doordat we per saldo minder hoeven te voorzien voor plannen met een negatief saldo (€ 37,7 miljoen). Dit komt hoofdzakelijk doordat we verwachten dat de grondprijzen stijgen. • Hogere lasten van € 0,6 miljoen voor meerjarige projecten (Reimerswaalbuurt en Spoorstrook Zuid) die deels gedekt worden uit het programma Stadsverbetering. Werkzaamheden zijn eerder dan voorzien uitgevoerd. In 2025 vallen de budgetten die hiervoor bestemd zijn vrij. Hierdoor heeft dit geen effect op de algemene middelen.

38

H.2.1

Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserve Vereveningsfonds en Zuidas is € 12,6 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Een lagere onttrekking van € 6,8 miljoen, omdat we minder geld aan de voorziening Plantekorten hebben toegevoegd voor grondexploitaties in het Zuidasgebied. Door hogere grondprijzen hoeft minder te worden voorzien voor plannen met een tekort. • Een lagere onttrekking voor overige kosten die met het Vereveningsfonds worden verrekend (€ 5,7 miljoen). Dit betreft voornamelijk lagere uitgaven voor projecten waarvoor aparte reserveringen zijn opgenomen binnen het Vereveningsfonds. Toevoegingen reserves De toevoeging aan de reserves Vereveningsfonds en Zuidas is € 103,7 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 72,6 miljoen door meer winstnemingen en planafsluitingen (zie hiervoor de toelichting bij baten). • Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 30,9 miljoen door een vrijval van de voorziening Plantekorten. Door hogere grondprijzen hoeft minder te worden voorzien voor plannen met een tekort. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. Gebiedsontwikkeling duurt lang en is onzeker. • Om de relatief grote risico’s te beheersen zijn Bij het actualiseren van grondexploitaties moet verschillende beheersmaatregelen getroffen. De rekening worden gehouden met lange termijn belangrijkste is dat reserveringen worden aannames. Bij het uitvoeren van plannen zal getroffen bij majeure (voor)investeringen en het blijken dat de werkelijkheid anders kan zijn gaan anticiperen op de toekomstige bovenplanse dan verwacht. Periodiek wordt een scenariovoorzieningen. Daarnaast wordt er een financiële analyse uitgevoerd en in het MPG opgenomen. buffer aangehouden in de reserves om project De belangrijkste risico’s en onzekerheden specifieke risico’s op te vangen en om in geval van liggen in verslechterende marktomstandighecrisis de proceskosten te kunnen dekken die niet den. meer terugverdiend kunnen worden. Deze financiële buffer wordt het weerstandsvermogen genoemd. Verder worden direct verliesvoorzieningen gevormd voor projecten met een geraamd financieel tekort.

Jaarverslag 2024

Beleidskaders • De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin het toetsingskader voor de ruimtelijke plannen, voor gebiedsgericht en thematisch beleid en de investeringsagenda’s staan, en een toekomstbeeld over hoe we de fysieke leefomgeving kunnen invullen en gebruiken. • Ontwikkelstrategie Amsterdam 2035, de stadsbrede inventarisatie en aansturing van stedelijke bouwlocaties om de gemeentelijke opgaven voor woningbouw, werkruimte en voorzieningen te kunnen vervullen. • Spelregels voor woningbouwprogrammering: de spelregels gaan over de toepassing van de gewenste woningbouwprogrammering (40 procent sociale huurwoningen, 40 procent middeldure huur- en koopwoningen en 20 procent dure huur- en koopwoningen) in de projecten. • In het woningbouwplan 2022-2028 wordt de Amsterdamse aanpak voor de nieuwbouw van woningen beschreven. Dit aan de hand van drie thema’s. De eerste is de bouw van jaarlijks gemiddeld 7.500 woningen, de tweede het bouwen van de goede mix, het derde thema is versnellen en versimpelen. • Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020: in dit actieplan zijn de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen met een instandhoudingstermijn van 25 jaar in 2020 herijkt. Verder is dit plan het beleidskader voor het realiseren van eeuwigdurende middeldure huurwoningen.

• Plaberum: procesbeschrijving die dient als leidraad voor de inrichting van de planvorming van ruimtelijke projecten. • Kantorenplan 2019-2026: Dit plan moet zorgen voor een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doel­groepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. Selectiebeleid woningcorporaties: corporaties hebben een voorrangspositie bij de bouw van sociale woningen. • Het selectiebeleid woningcorporaties beschrijft hoe het proces verloopt om voor een kavel te komen tot een selectie van een corporatie. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten.

39

H.2.1

2.1.3 Erfpacht Het uitgeven van nieuwe erfpachtrechten, beheren van door de gemeente Amsterdam uitgegeven erfpachtrechten en het uitvoeren van de overstapregeling naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Doel 1.3.1

Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van grond en komt de waardevermeerdering van grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door bestaande erfpachtrechten te beheren.

De waarde en het gebruik van grond ten dienste van inwoners en bedrijven laten komen.

De vraag in Amsterdam naar nieuw uit te geven grond, onder andere voor woningen en commercieel vastgoed, is groot. Behalve nieuwe gronduitgiften worden ook woningen gerealiseerd via transformaties. Tot 8 januari 2020 bestond de mogelijkheid om tegen gunstige voorwaarden een overstap naar het eeuwigdurende stelsel aan te vragen. De verwerking van de grote hoeveelheid overstapaanvragen (circa 165.000) is door de verscheidenheid aan erfpachtbepalingen en de verschillende benodigde databronnen een complex proces. De verwerking van de aanvragen vroeg in 2024 nog veel inzet. Daarnaast is een spijtoptantenregeling vastgesteld om erfpachters die in eerste instantie geen aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid te bieden tegen gunstige voorwaarden over te stappen. Dit heeft geleid tot 19.000 nieuwe aanvragen. In 2024 is 87 procent van deze aanvragen afgewikkeld.

Indicatoren doel

1

Canon (* € 1 miljoen)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

156 (2022)

154

157

162

Doel 1.3.1 De canon stijgt van 156 miljoen in 2022 naar 161 miljoen in 2024 vooral door uitgifte van nieuwe erfpachtrechten. Activiteit 1.3.1.1 We beheren de bestaande erfpachtrechten. Indicatoren activiteit

1 2

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

Aantal rechten (*1.000)

294 (2022)

295

306

299

Aantal wijzigingen van erfpachtrechten (zonder overstap)

563 (2022)

909

400

926

Erfpachtinformatiesysteem In 2021 is gestart met de ontwikkeling van het Nieuwe Informatie Systeem Erfpacht (programma NISE). Het nieuwe systeem is nodig, omdat het huidige systeem verouderd is, wat aanpassingen en onderhoud relatief duur maakt. Het nieuwe systeem zal zorgen voor meer efficiency en betere dienstverlening aan erfpachters. Dit programma is in 2024 gecontinueerd en zal ook in 2025 nog doorlopen.

Jaarverslag 2024

40

H.2.1

Activiteit 1.3.1.2 We verzorgen de uitgifte van nieuwe erfpachtrechten. Indicatoren activiteit 1

Grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten (* € 1 miljoen)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

255 (2022)

202

230

242

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Activiteit 1.3.1.3

Activiteit 1.3.1.1 Door nieuwe uitgiften en splitsing van erfpachtrechten is het aantal erfpachtrechten gestegen, maar minder hard dan voor 2022 toen er vanwege betere marktom­standig­ heden heel veel erfpachtrechten werden uitgegeven. Om die reden is het aantal uit de begroting 2024 niet gerealiseerd. De wijziging van het aantal erfpachtrechten is sterk afhankelijk van het aantal aanvragen om af te kopen. De afgelopen jaren is de canon sneller omhoog gegaan, omdat de inflatie hoog was. Daarom kwamen de afgelopen jaren veel aanvragen binnen om de canon af te kopen. De verwachting was dat dit aantal in 2024 aanzienlijk zou dalen, omdat de inflatie omlaag is gegaan.

We beheren het erfpachtstelsel. Indicatoren activiteit 1

Geen indicator beschikbaar

Activiteit 1.3.1.2 De grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten is in 2024 iets hoger dan begroot en ook in dezelfde orde van grootte als in 2022 en 2023. De uitgifte van nieuwe erfpachten is aanzienlijk hoger dan is aangegeven in 3.1.2 Grond, omdat niet alle uitgegeven grond onderdeel vormt van grondexploitaties.

Activiteit 1.3.1.4 We werken aan een continue verbetering van de dienstverlening. Indicatoren activiteit 1

Aantal afgehandelde overstap klantvragen (*1.000)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

33 (2022)

32

20

20

Activiteit 1.3.1.3, 1.3.1.4 en 1.3.1.5 Het aantal overstapaktes dat jaarlijks passeert kent sinds de piek in 2021 een dalende tendens doordat de meeste aanvragen inmiddels zijn afgewikkeld. In 2024 vonden vooral aktepasseringen plaats van spijtoptanten en grote beleggers. Over de ontwikkelingen van erfpacht wordt twee keer per jaar separaat gerapporteerd in een raadsinformatiebrief.

Verbonden Partijen

Activiteit 1.3.1.5

We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programma­onderdeel. We verzorgen de overstap van de voortdurende naar eeuwigdurende erfpachtrechten. Indicatoren activiteit 1

Aantal overstapaanbiedingen (*1.000)

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

22 (2022)

11

14

12

Financiële toelichting Bij dit programma­onderdeel geven we voor de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de Begroting eerst een uitleg over de methodiek. Voor het gebruik van de grond van de gemeente, het erfpachtrecht, ontvangen wij inkomsten in de vorm van een canon. De erfpachter kan kiezen of deze jaarlijks wordt verrekend of in een keer wordt afgekocht. De twee belangrijkste erfpachtstelsels zijn het voortdurende en het eeuwigdurende stelsel. In het voortdurende stelsel wordt bij ieder nieuw tijdvak (van meestal 50 jaar) een nieuwe canon vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde.

41

H.2.1

In het in 2016 ingevoerde eeuwigdurende stelsel wordt de canon eenmalig vastgesteld en alleen aangepast aan inflatie, tenzij het erfpachtrecht wordt gewijzigd (bijvoorbeeld door bestem­mingswijziging). Nieuwe uitgiften vinden eeuwigdurend plaats, tenzij nog sprake is van oude afspraken.

In overleg met de accountant is de deactivatie van grondwaarde in de rekening 2024 in de lasten gepresenteerd. In de Begroting 2024 (najaarsnota) is deactivatie van grondwaarde in de baten gepresenteerd. Hierdoor lichten we grote afwijkingen toe bij de baten en de lasten.

De opbrengsten zijn hoger wanneer er nieuwe uitgiften zijn of wanneer er voor bestaande rechten aanpassingen hebben plaatsgevonden. De canon-betalende (niet afgekochte) rechten zorgen voor jaarlijkse inkomsten voor de algemene middelen. Hogere canonopbrengsten dan geraamd in de Voorjaarsnota 2023 voegen we toe aan de reserve verbeteren schuldpositie.

Het exploitatiesaldo is, voor mutaties met reserves, € 185,4 miljoen positief. Van dit bedrag is € 107,9 miljoen afgedragen aan de algemene middelen en is € 4,2 miljoen toegevoegd aan de reserve verbeteren schuldpositie. De overige € 73,6 miljoen heeft betrekking op afkoopsommen en kosten van de overstap die met de reserves afkoopsommen en financiering erfpachtgrond worden verrekend.

De afgekochte canon, die we ontvangen in de vorm van een afkoopsom, worden ook aan reserves toegevoegd. De ontvangen afkoopsommen uit het voortdurend stelsel worden vooral toegevoegd aan de reserve afkoopsommen en de ontvangen eeuwigdurende afkoopsommen worden, na verrekening van de boekwaarde, toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond.

Het programma­onderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 0,8 miljoen. Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door een hogere toevoeging aan de reserve verbeteren schuldpositie. Dit wordt verder toegelicht onder toevoegingen reserves.

De canonopbrengsten en de afkoopsommen zijn grotendeels afhankelijk van het uitgifteniveau, de keuze van de erfpachter voor afkoop of canon-betalend en de nominale ontwikkeling van de canon. De gronduitgiften zijn sterk afhankelijk van de marktomstandigheden en hierdoor moeilijk te voorspellen. Het erfpachtresultaat (saldo na mutaties reserves) bestaat naast de jaarlijkse canonopbrengsten uit de kosten voor het beheer van het erfpachtstelsel, zoals apparaatslasten, rentelasten en overige lasten.

Baten De totale baten van € 419,5 miljoen zijn € 163,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten doordat we de begrote de-activatie van grondwaarde (€ 80,2 miljoen) in de lasten presenteren. Zie toelichting bij de lasten. • Hogere baten doordat meer is afgekocht (€ 79,6 miljoen). • Hogere (canon)opbrengsten doordat meer grond in erfpacht is uitgegeven ten opzichte van de bijgestelde begroting in de najaarsnota (€ 3,4 miljoen).

Programmaonderdeel 1.3 Erfpacht (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaars­nota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaars­nota

Baten

263,4

246,5

256,3

419,5

163,2

Lasten

50,5

55,4

52,8

234,1

181,3

Saldo Baten en Lasten

212,9

191,1

203,5

185,4

-18,1

Onttrekking

337,7

50,7

101,0

165,3

64,3

Toevoeging

240,6

124,9

346,2

393,2

47,1

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

97,1

-74,2

-245,1

-227,9

17,3

Totaal 1.3 Erfpacht

310,0

116,9

-41,6

-42,4

-0,8

Jaarverslag 2024

Lasten De totale lasten van € 234,1 miljoen zijn € 181,3 miljoen hoger dan begroot. Dit komt doordat we de de-activering van erfpachtrechten in overleg met de accountant aan de lastenkant presenteren en er meer is gedeactiveerd dan geraamd. Deactivatie vindt plaats als een erfpachtrecht eeuwigdurend wordt afgekocht en er op dat moment nog een grondwaarde op de balans staat. Per saldo hebben wij € 100,9 miljoen meer gedeactiveerd dan geraamd (€ 181,1 miljoen – € 80,2 miljoen, zie ook de baten), doordat er meer rechten zijn afgekocht in het eeuwig­durende stelsel.

42

H.2.1

Reserve Erfpacht De keuze van de erfpachter voor canon of afkoop en het stelsel (voortdurend of eeuwigdurend) heeft een grote impact op de mutaties in de reserves en is vooraf moeilijk in te schatten omdat we niet weten of de erfpacht gaat kiezen voor canon of afkoop en dat door de jaren heen nogal wisselend is. Hieronder wordt daarom beperkt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Wel staat beschreven waar de onttrekkingen en toevoegingen uit bestaan. Onttrekkingen reserves De totale onttrekking van € 165,3 miljoen, waarvan € 162,3 miljoen aan de reserve afkoopsommen en € 3,4 miljoen aan de reserve financiering erfpachtgrond, is € 64,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt doordat meer erfpachtrechten die in het voortdurende stelsel waren afgekocht zijn overgegaan naar het eeuwigdurend stelsel. De grond die vanuit het erfpachtrecht eeuwigdurend is afgekocht, heeft geen waarde meer voor de gemeente. En wordt daarom onttrokken aan deze reserve en toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond. Toevoegingen reserves De totale toevoeging van € 393,3 miljoen, waarvan € 134,2 miljoen aan de reserve Financiering Erfpachtgrond, € 104,9 miljoen aan de reserve afkoopsommen en € 4,2 miljoen aan de reserve verbeteren schuldpositie, is € 47,1 miljoen hoger dan begroot. Daarnaast is in 2024 € 150 miljoen toegevoegd aan de reserve Financiering Erfpachtgrond.

Dit bedrag heeft betrekking op een eerdere afdracht van ontvangen meerwaarde uit de overstapregeling aan de algemene reserve. • De toevoeging aan de reserve Financiering Erfpachtgrond is € 20,5 miljoen hoger dan begroot, doordat er meer is overgestapt van het voortdurende naar het eeuwigdurend stelsel. • De toevoeging aan de reserve Afkoopsommen is € 22,4 miljoen hoger dan begroot en komt doordat er meer grond is uitgegeven waarvan de canon is afgekocht. • De toevoeging aan de reserve verbeteren schuldpositie is € 4,2 miljoen hoger dan begroot, omdat we hogere canonopbrengsten hebben ontvangen. In de Voorjaarsnota 2023 is besloten hogere canonopbrengsten vanaf 2023 te gebruiken om de schuld van de gemeente te beperken door meer eigen vermogen op te bouwen. Doordat in de najaarsnota geen rekening is gehouden met deze nieuwe systematiek, waarbij hogere baten leiden tot een hogere toevoeging, heeft dit een negatief effect van € 0,8 miljoen in de jaarrekening. In de najaarsnota was sprake van een positief effect op de algemene middelen (per saldo neutraal).

Jaarverslag 2024

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. Door de vele afwijkende situaties en de complexiteit van het huidige erfpachtstelsel bestaat het risico dat niet de juiste aanbieding aan de erfpachter wordt verstrekt, of dat de erfpachter lang moet wachten totdat de aanvraag wordt afgewikkeld.

Beheersmaatregel is dat er een gespecialiseerd team klaarstaat om maatwerkaanbiedingen op te stellen. Om wachttijden te verkorten streven we ernaar om zoveel mogelijk (overstap)aanvragen automatisch af te wikkelen.

Beleidskaders • Diverse Algemene Bepalingen, de door de raad vastgestelde bepalingen voor het uitgeven van grond in erfpacht. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten. • Overstapregeling (inclusief spijtoptantenregeling), de regeling waarmee erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel.

43

H.2.1

2.1.4 Bouwen en Wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, duurzame, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Doel 1.4.2 Een toekomstbestendige woningvoorraad (duurzaam, basiskwaliteit en veilig).

Doel 1.4.1

Indicatoren doel

Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben. Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

% kwetsbare huishoudens dat binnen 3 maanden een woning vindt: statushouders, MOBW en sociaal medisch urgenten

80% (2016)

72%

80%

85%

2

Gemiddeld aantal aanbiedingen per verhuring op WoningNet

3,3 (2024)

n.v.t. *)

n.v.t. *)

3,0

3

% toewijzingen met zoekpunten

80% (2024)

n.v.t. *)

n.v.t. *)

89%

5

% toewijzingen met situatiepunten

4,0% (2024)

n.v.t. *)

n.v.t. *)

4%

6

% toewijzingen met startpunten

5,0% (2024)

n.v.t. *)

n.v.t. *)

8%

7

Gemiddelde WOZ-waarde (BBVverplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

€ 517.000

n.v.t.

€ 498.000

8

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (BBVverplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

€ 792

n.v.t.

€ 827

9

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBVverplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

€ 902

n.v.t.

€ 944

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Daling in het aantal slechte Energielabels (E, F, G) en stijging aantal goede Energielabels (B, A, A+)

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Daling E, F, G-labels t.o.v. 2023: -1,6%

2

Woningkwaliteit – verbeterde woningen na gemeentelijke interventie

n.t.b.

142

150

145

Doel 1.4.3 Beschermen van de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. Indicatoren doel 1

Aantal beëindigingen onrechtmatig woninggebruik, in gebruik genomen leegstaande woningen, opgeknapte woningen naar aanleiding van handhavingsmaatregelen

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

300 (2016)

923

1.500

1.082

44

H.2.1

Doel 1.4.1 In 2024 is 85 procent van de huishoudens die gehuisvest zijn via het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen binnen 3 maanden na het verkrijgen van de woonurgentie gehuisvest. Dit is meer dan voorzien (nl. 80 procent), door meerdere factoren, onder andere sneller en passender aanbod van de woningcorporaties, zodat de huishoudens van de wachtlijst snel gematcht konden worden aan een woning. Gemiddeld wordt een woning op WoningNet 3 keer aangeboden voordat hij geaccepteerd wordt. Voor de invoering van de nieuwe woonruimteverdeling was dat 9 keer. Bij 89 procent van de woningen die via WoningNet aan een woningzoekende wordt toegewezen, heeft de woningzoekende zoekpunten. Urgenten worden hierbij niet meegeteld. Er zijn wat meer woningen toegewezen aan woningzoekenden met startpunten dan verwacht (8 procent in plaats van 5 procent). *) de indicatoren 2,3,5 en 6 zijn bij de Voorjaarsnota 2024 toegevoegd en hadden in de Begroting 2024 dus nog geen waarde. Doel 1.4.2 In 2024 is het dienstverleningsaanbod van het isolatieoffensief verder uitgebreid. De eerste resultaten van de projecten en regelingen zijn zichtbaar. Op woningkwaliteit is grootschalig ingezet op het tegengaan van vocht- en schimmelproblematiek. Doel 1.4.3 Er zijn in 2024 minder beëindigingen onrechtmatig gebruik gerealiseerd dan begroot, maar meer dan in 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15703547/1