CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag 2023.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 12 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023) (VN2024-006730)49.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Lasten De totale lasten van € 811,1 miljoen zijn € 119,2 miljoen lager dan begroot. Dit wordt op hoofdlijnen veroorzaakt door: • Lagere lasten doordat we minder geld hebben toegevoegd aan de voorziening Plantekorten binnen de gebiedsontwikkeling. Dit komt doordat de grondprijzen niet verder dalen en de ontvangen bijdragen van het Rijk zorgen voor een verbetering van de plansaldi (€ 95,4 miljoen). • Lagere lasten op een aantal duurzaamheidsmiddelen (€ 8,6 miljoen). Dit betreffen diverse middelen met betrekking tot duurzaamheid, die afgelopen jaar niet volledig tot besteding zijn gekomen (klimaatfonds, klimaatakkoord etc.). De vertraging is veelal ontstaan doordat de middelen pas later in 2023 beschikbaar waren. Of doordat de subsidie verlening vertraagd is. • Lagere lasten voor de opvang van Oekraïners (€ 5,0 miljoen). De bouwkosten zijn lager dan begroot door vertraging van de start van de verbouwing van één locatie, alsmede vertraging van de (financiële) afronding van een tweetal andere locaties. • Lagere lasten op de onderdelen energiearmoede (€ 3,9 miljoen) en isolatieoffensief (€ 2,8 miljoen). Dit wordt veroorzaakt omdat de meeste uitvoerende werkzaamheden in 2024 tot verantwoording komen. • Hogere lasten voor de uitvoeringskosten in de grondexploitaties en woningbouwprojecten (€ 46,0 miljoen).

Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal grote investeringen hebben plaatsgevonden. Het gaat onder andere om het landmaken van het Strandeiland, het Buiteneiland en investeringen voor de IJ-tram.

Jaarverslag 2023

Reserves Onttrekkingen reserves • Lagere onttrekking uit de reserve Vereveningsfonds en Zuidas (€ 57,3 miljoen). Dit betreffen voornamelijk technische boekingen, die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de grondexploitaties in de gebiedsontwikkeling. • Lagere onttrekking uit het klimaatfonds en duurzaamheidsfonds (tezamen € 8,0 miljoen), omdat de duurzaamheids maatregelen vertraagd zijn opgestart of pas in 2024 tot verantwoording komen. • De onttrekking aan de reserve coalitie middelen is € 7,7 miljoen lager dan begroot. Dit betrof onder andere het Isolatieoffensief, de Huisvesting kwetsbare groepen en diverse kleinere regelingen. De uitvoering is veelal werd gestart, maar ken een doorloop naar 2024.

Toevoegingen reserves • Hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds en Zuidas (€ 67,9 miljoen). Dit betreffen voornamelijk technische boekingen, die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de grondexploitaties in de gebiedsontwikkeling. • Hogere toevoeging aan de erfpacht reserves doordat er meer is overgestapt van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel (€ 43,2 miljoen) en doordat er meer grond is uitgegeven waarvan de canon is afgekocht (€ 29,7 miljoen). In de programmaonderdelen volgt een verdere toelichting van de afwijkingen op de baten, lasten en reserves.

Investeringen De gemeente investeert in gronden die worden uitgegeven in erfpacht. Wij verzorgen het bouwrijp maken van de grond en investeren op de binnenplanse infrastructuur van nieuwe gebieden. Dit alles wordt verrekend binnen het stelsel van het verevenings­ fonds (VEF). De kosten samenhangend met de grondproductie zijn opgenomen in de grondexploitaties. Zoals kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond. Daartegenover hebben wij inkomsten ontvangen uit de erfpachtuitgifte van de grond. Het saldo daarvan wordt ingezet om te investeren in die gebieden die dat het hardst nodig hebben. Ook bij de woningbouw geldt het motto: ongelijk investeren voor gelijke kansen.

25

H 2.1

In het AMPG hebben wij gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Voor meer informatie over de stand van zaken van de grondexploitaties, verwijzen naar de paragraaf Grondbeleid verderop in dit boekwerk.

Thema’s per programma Digitale stad / informatie • We hebben veel werk verzet om het voor bewoners in de toekomst mogelijk te maken zelf virtueel in een wijk rond te lopen (bijv. met AR-applicaties) met in 3D weergegeven geplande projecten. We doen dit om betere bewonersparticipatie bij die projecten te realiseren. • We hebben de vernieuwing van applicaties ter ondersteuning van woonruimte­ verdeling, urgentieverlening en vergunningverlening voortgezet en doorontwikkeld. • We hebben het programma IV-vernieuwing gecontinueerd om meer data gestuurd te kunnen handhaven. • We hebben een nieuw puntensysteem opgezet voor woonruimteverdeling, waar onze inwoners digitaal inzage in hebben. • We hebben de trajecten Nieuw Amsterdams Klimaat en de Duurzame Wegwijzer gecontinueerd om bewoners, bedrijven en andere partijen in de stad te informeren en te betrekken bij duurzaamheid. • Digitalisering speelt een belangrijke rol in de ruimtelijke ordening, om processen te verbeteren of te versnellen, complexe informatie te kunnen verwerken en snel en helder inzicht aan belanghebbenden te kunnen bieden. In 2023 is vooral gezorgd dat alle digitale systemen gereed waren voor de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024.

Democratisering • Ruimtelijke ordeningsprocessen zijn bijna altijd participatieprocessen en verschillende ontwikkelingen binnen het programmaonderdeel Ruimtelijke ontwikkeling zijn gericht zich op het vergroten van de ruimte voor inwoners/ ondernemers om meer invloed op beleid uit te kunnen oefenen en ruimte te nemen om zelf initiatieven van de grond te krijgen. Voor de Ontwikkelstrategie 2035 die in 2023 is opgesteld (vaststelling gepland medio 2024) is bijvoorbeeld een uitgebreid participatietraject doorlopen.

Jaarverslag 2023

Duurzaamheid • Ruimtelijk beleid en duurzaamheid zijn zeer nauw verweven. Verdichten van de bestaande stad is in zichzelf duurzaam en ruimtelijk beleid zorgt ook dat de ruimtebehoefte van duurzaamheidsmaatregelen wordt ingepast in de ontwikkeling van de stad. In 2023 is bijvoorbeeld gewerkt aan de inpassing van de gebouwen en bouwwerken die nodig zijn voor de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk en voor het ruimtelijk inpassen van windmolens. • Het Uitvoeringsplan voor het isolatieoffensief, waarvan de aanpak energie-armoede een onderdeel is, is op 17 oktober 2023 vastgesteld door het college. In dit uitvoeringsplan legt het college uit met welke inzet het isolatietempo in de stad wordt versneld. Hierbij ligt de focus op woningen van bewoners in kwetsbare positie. De aanpak energiearmoede richt zich primair op ongeveer 89.000 huis­ houdens die leven in energie-armoede. De aanpak van de gemeente richt zich op energiebesparing op de korte termijn door niet-bouwkundige maatregelen te nemen. • De begraafplaatsen en crematoria zetten zich zoveel als mogelijk is in voor een duurzame bedrijfsvoering. Afval wordt gescheiden ingezameld. De begraafplaatsen zijn tevens gedenkparken en worden ter behoud van rust en groen volledig ecologisch beheerd. Bestrijdingsmiddelen worden niet meer gebruikt.

Kansengelijkheid • De nieuwe Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting ziet erop toe dat de woningmarkt toegankelijk is voor iedereen met een passende woningkwaliteit bij iedere levensfase. We zorgen voor onze bewoners door hen een passende woonplek te bieden met de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. • In 2023 is in de Bestuursopdracht Bouwen aan Kansengelijkheid een paragraaf over ruimte en kansengelijkheid opgenomen om te koppeling tussen fysiek en sociaal domein te benadrukken; daarnaast het Handboek Ruimte voor Kansen opgesteld, om op een praktische wijze invulling te geven aan de opdracht vanuit de Omgevingsvisie om binnen het ruimtelijke domein te werken aan inclusiviteit en kansengelijkheid.

Gebiedsgericht werken Ruimtelijke ontwikkeling is sterk gebiedsgericht van karakter omdat veel ruimtelijke opgaven vertaald worden in concrete gebieds- of locatieontwikkeling en omdat veel initiatieven die de aanzet of aanleiding geven tot planvorming op buurt- of wijkniveau ontstaan. Er zijn in 2023 verschillende gebiedsgerichte verkenningen afgerond, zoals voor de stationskwartieren, de Tuinen van West en de zone rondom de Dr. Lelylaan, en het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West is opgesteld (afronding begin 2024). Verbeteren van de openbare ruimte vindt meestal plaats in de gebieds­ ontwikkeling, zoals vergroening en ruimte voor sport en spel. 26

H 2.1.1

2.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling Ruimtelijke ordening zorgt voor een stad en regio die door ruimtelijke visie- en beleidsvorming, planontwikkeling en kwaliteitsborging goed en duurzaam functioneren. Indicatoren activiteit

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Indicatoren doel

1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

Geen indicator beschikbaar

Doel 1.1.1 Aan deze doelstelling is geen indicator gekoppeld. De vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in juli 2021 heeft invulling gegeven aan deze doelstelling, omdat dit product een integraal toetsings- en sturingskader biedt voor de opvang en geleiding van de groei van de stad op langere termijn. Via regelmatige actualisaties (per 2-4 jaar) van de Omgevingsvisie zorgen we dat dit ruimtelijke beleid actueel, doelgericht, samenhangend en uitvoerbaar blijft.

Activiteit 1.1.1.1

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling

3 (2020)

2

5

7

3

Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)

2 (2020)

6

5

2

4

Percentage demografische druk (BBV-verplicht)

46,6 (2017)

47,2

Geen streefwaarde

46,7

Activiteit 1.1.1.1 Visie- en beleidsvorming op het schaalniveau van regio, stad en stadsdelen/gebieden zorgen er voor dat ruimtelijke beleidsopgaven vertaald worden in samenhangend en uitvoerbaar beleid en kaderstelling, zodat de beoogde maatschappelijke effecten bereikt kunnen worden. Het gaat zowel om thematisch beleid (zoals groen, verduurzaming, water of bouwen, bedrijvigheid) als op (integraal) gebiedsgericht beleid. Met deze activiteiten voldoen we aan wettelijke taak vanuit de omgevingswet om het beleid voor de fysieke leefomgeving op orde te hebben en geven we sturing en invulling aan onze ambities als gemeente.

Activiteit 1.1.1.2 We zorgen voor integrale en kwalitatieve afwegingen bij inzet en prioritering ruimtelijke ontwikkeling.

We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus.

Indicatoren activiteit

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

1

17 (2017)

9

10

10

Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)

Jaarverslag 2022

2

Doel 1.1.1 Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werken leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken.

Peilwaarde (peiljaar)

Aantal vastgestelde principebesluiten

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

4 (2020)

0

5

0

Activiteit 1.1.1.2 Wij richten ons op het optimaliseren van de beleidsprocessen voor de fysieke

Jaarverslag 2023

27

H 2.1.1

leefomgeving, zodat de beoogde maatschappelijke effecten zo effectief mogelijk worden bereikt. Dit gaat om de inhoud van planvorming (waar dient welk programma ontwikkeld te worden?), het realisatieproces (hoe vindt de realisatie plaats?) en de planning (wanneer?). In 2023 is voor het sturen van gebiedsgerichte ontwikkelingen de Ontwikkelstrategie 2035 opgesteld; in afwachting van bestuurlijke vaststelling van deze strategie zijn geen principebesluiten genomen, omdat principebesluiten een vertaling moeten zijn van de Ontwikkelstrategie. Daarnaast leert de ervaring van de afgelopen jaren dat door de toegenomen complexiteit van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling en de afnemende gemeentelijke middelen meer voorbereidingstijd nodig is per besluit.

Activiteit 1.1.1.3 Wij richten ons op het waarborgen van voldoende kwaliteit in de fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers, bezoekers zowel van nu als voor toekomstige generaties. Door het onafhankelijk toetsen van aanvragen omgevingsvergunning voor bouwwerken, advisering met betrekking tot het aanwijzen van beschermde gezichten of monumenten en integrale advisering op gebiedsontwikkelingen geven we invulling aan de wettelijke taken en onze ambities als gemeente om de omgevingskwaliteit en daarmee de aantrekkelijkheid van de stad te behouden en te versterken en zorgvuldig om te gaan met cultuurhistorische waarden. Duurzaam bouwen en woonkwaliteit zijn thema’s die een steeds belangrijker onderdeel worden van het integrale advies.

Activiteit 1.1.1.3 Activiteit 1.1.1.4 We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam.

We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam.

Indicatoren activiteit

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Bezoekersaantallen Amstelland

3,1 miljoen

Geen gegevens beschikbaar

3,2 miljoen

nog niet bekend*

2

Bezoekersaantallen Twiske Waterland

1,3 miljoen

1.66 miljoen

1,3 miljoen

nog niet bekend*

3

Bezoekersaantallen Spaarnwoude

5,1 miljoen

6,0 miljoen (2021)

6,8 miljoen

nog niet bekend*

1

2

3

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

Aantal toetsen van aanvragen omgevings­ vergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid

8.900 (2020)

9.540

9.000

9144

Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst

22 (2020)

Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuur­ historie) aan initiatief­ nemers en bestuurders

22 (2020)

Jaarverslag 2023

29

25

20

*Voor Amstelland, Twiske-Waterland en Spaarnwoude zijn de bezoekcijfers over 2023 nog niet beschikbaar, omdat er een nieuwe telmethodiek is geïntroduceerd. Een nadere analyse van de cijfers is nodig.

18

25

16

Activiteit 1.1.1.4 We bieden voldoende recreatiemogelijkheden voor Amsterdammers en versterken de landschappelijke en natuurlijke waarden rondom de stad. Voor Amsterdam als grote dichtbevolkte en snelgroeiende stad met een hoge gebruiksdruk op het binnen­ stedelijke groen en beperkte mogelijkheden om het groenareaal binnen de stad uit te breiden, zijn de groen- en recreatiegebieden rondom de stad van groot belang voor de leefbaarheid, ontspanning en gezondheid van de inwoners.

28

H 2.1.1

Verbonden partijen

Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2023 een negatief resultaat van € 1,1 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 1,5 miljoen, hogere lasten van € 1,2 miljoen en een lagere onttrekking aan de reserves van € 1,5 miljoen.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving werken we rond bouw, milieu en bodem samen met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Wij zijn samen met andere gemeente eigenaar van de Omgevingsdienst. De samenwerking is gebaseerd op een Gemeenschappelijke Regeling. De OD NZKG werkt in opdracht en mandaat van het college. Afspraken over de samenwerking worden elk jaar vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. Hierin staan de te leveren producten en diensten.

Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2023 komt vooral door:

Baten Hogere baten als bijdragen voor een aantal meerjarige opdrachten (€ 1,5 miljoen). Dit betreft een EU-subsidie (Atelier) en een provinciale bijdrage (Vernatting Burkmeer). Zie verder de toelichting bij de lasten.

Recreatieschappen De provincie en de deelnemende gemeenten in de recreatieschappen zetten zich gezamenlijk in voor de kwaliteit, recreatieve betekenis en biodiversiteit van regionaal groen en de recreatiegebieden. Amsterdam neemt deel in Recreatieschap Groengebied Amstelland, Twiske Waterland en Spaarnwoude.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Primaire Begroting 2022 2023

Begroting 2023 (Najaarsnota)

Rekening 2023

Verschil Rekening Begroting 2023 (Najaarsnota)

Baten

4,1

0,0

0,0

1,5

1,5

Lasten

15,7

13,6

18,1

19,2

1,2

Saldo Baten en Lasten

-11,6

-13,6

-18,1

-17,7

0,3

Onttrekking

0,8

2,1

8,6

7,1

-1,5

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,8

2,1

8,6

7,1

-1,5

Totaal Pro­gramma­ onderdeel 1.1 Ruimtelijke ontwikkeling

-10,9

-11,5

-9,5

-10,7

-1,1

Jaarverslag 2023

Lasten De totale lasten van € 19,2 miljoen zijn € 1,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten voor een aantal meerjarige opdrachten (€ 1,5 miljoen). Dit betreffen de projecten Atelier en Vernatting Burkmeer. • Hogere lasten van op jaarprogramma ruimtelijke ontwikkeling (€ 0,7 miljoen). Dit werd veroorzaakt door meer benodigde inzet voor het opstellen van bestemmingsplannen. De hogere inzet was voorzien vanwege de druk van de invoering Omgevingswet op 1 januari 2024. Toch bleek dit meer werk dan verwacht. Ook was er sprake van een aantal bestuurlijke opdrachten die aanvullend werden verstrekt. Het ging bijvoorbeeld om de actualisatie van het Plaberum en meer capaciteit voor uitvoering en de effecten van de Bedrijvenstrategie in transformatiegebieden, Ook was er meer capaciteit nodig dan voorzien om de inspraak op het hoogbouwbeleid goed te verwerken. • Lagere lasten op de bedrijfsvoering (€ 0,9 miljoen). De beschikbare capaciteit is productiever en efficiënter ingezet, waardoor de personeels- en inhuurlasten per saldo lager uitvielen. • Lagere lasten voor Ruimte voor de Stad (€ 0,9 miljoen). Dit betreft een onder­ besteding op de coalitiemiddelen Gebiedsontwikkeling. De onderbesteding heeft te maken met de werkzaamheden van de ontwikkelstrategie 2035. Een deel van het werk is verschoven naar 2024.

De resterende middelen zijn beschikbaar in de reserve coalitiemiddelen en worden overgeheveld naar de Begroting 2024.

29

H 2.1.1

• Lagere lasten voor de projecten Oostbrug en Sprong over ‘t IJ (€ 0,7 miljoen). De belangrijkste oorzaak van de lagere lasten is dat het projectteam vanwege de beperkte beschikbare capaciteit binnen de gemeente pas aan het eind van 2023 op volle kracht was. Daarom zijn er in 2023 minder voorbereidingskosten gemaakt. Na de besluitvorming in het college over de Voorjaarsnota 2023 zijn de voorbereidingen getroffen voor het werven van een projectmanager Oostbrug. Rond de zomer zijn door de directeur V&OR en de programmamanager Sprong over het IJ gesprekken gevoerd met mogelijke kandidaten. Na de selectie is de projectmanager Oostbrug gestart met het formeren van een team en het opstellen van een Projectplan. Het team was eind 2023 op volle kracht. Doorlooptijden van het selecteren van een projectmanager Oostbrug en het formeren van een volledig projectteam Oostbrug kost meerdere maanden. Dat traject had niet versneld kunnen worden. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Reserves

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. De hoge en snelle woningbouwproductie geeft een risico voor de integrale kwaliteit van de stad, op gebieden als: voorzieningen voor energie en warmte, bereikbaarheid, openbare ruimte, groen, maatschappelijke en economische. Hierdoor is het risico aanwezig dat we de duurzaamheidsambities en de kwalitatief hoogwaardige woonmilieus die we willen niet behalen. De druk op de gemeente­ lijke financiën kan het risico vergroten dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor alle gewenste investeringen in publieke voorzieningen. Door de druk op de bouwprijzen (inflatie, materiaalkosten) en afkoeling van de woningmarkt dreigen er ook bouwplannen uitgesteld te worden en dreigt het terugverdienmoment voor voor­investeringen (planvoorbereiding) later in de tijd te schuiven of onzeker te worden.

Binnen Ruimte voor de Stad houden we de ontwikkeling van de plancapaciteit in de gaten en brengen we daaruit voortkomende knelpunten rond de randvoorwaarden voor stedelijke kwaliteit in beeld. We organiseren binnen de gemeente op structurele wijze middelen voor investeringen in groen, openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen. Randvoorwaarden voor kwalitatieve groei worden geborgd in de fases van het Plaberum. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 draagt zorg voor een goede verdeling van functies over de stad en geeft sturing op complexe ruimtelijke afwegingen, als beleids­kader waarbinnen alle ruimteclaims in de stad op evenwichtige wijze worden afgewogen (‘complete stad’). Door gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen zoals voor de ondergrond, Nieuw-West, Zuidoost en de Haven wordt gestuurd op de ruimtelijke en programmatische samenhang, zodat bij gebieds- en project­ontwikkeling het resultaat voor de stad meer is dan de som der delen. Via opgeschaalde aanpak van grote opgaven zoals dreigende congestie op het elektriciteitsnetwerk of het programma Klimaatadaptatie wordt gewerkt aan het beperken of elimineren van risico’s. Om voldoende plan­ontwikkeling in de komende 10-15 jaar mogelijk te maken met heldere prioriteringen is de Ontwikkelstrategie 2035 opgesteld, die in 2024 door de raad wordt behandeld.

Hierin wordt rekening gehouden met onzekerheden in de markt en hoe we daar als gemeente op in kunnen spelen.

2. Onvoldoende ambtelijke capaciteit: de grote maatschappelijke dynamiek, vele bestuurlijke wensen en zeer krappe arbeidsmarkt kunnen zorgen voor onvoldoende ambtelijke sturings­ mogelijkheden (juridisch planologisch, ontwerp, procesbegeleiding en management). Dit kan leiden tot een onevenwichtige verdeling van functies en suboptimale ruimtelijke keuzes. De hoge druk op de woningmarkt en de bestuurlijke ambities zorgen voor een forse toename van de vraag naar juridische (planologische) vastlegging in bestemmingsplannen/omgevingsplan en voor stedenbouwkundige en planologische advisering.

Prioritering door in overleg met opdrachtgevers de capaciteit en behoefte af te stemmen. Prioritering door de capaciteitsvraag en werving binnen Ruimte en Duurzaamheid centraal aan te sturen. Brede inzet op werving en bezetting door vaste en tijdelijke medewerkers via aantrekkelijk werkgeverschap, waaronder het aanbieden van stages, traineeplekken, startersbanen en omscholing.

Onttrekkingen reserves • De onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen is € 1,0 miljoen lager dan begroot. Zie hiervoor de verklaring bij de lasten. • De onttrekking aan de reserve IJ-oeververbinding is € 0,4 miljoen lager dan begroot door lagere lasten die in de financiële toelichting op de baten en lasten in dit programmaonderdeel verder worden toegelicht. • De onttrekking aan de Sprong over ‘t IJ (brug) is € 0,3 miljoen lager dan begroot door lagere lasten die in de financiële toelichting op de baten en lasten in dit programmaonderdeel verder worden toegelicht. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Jaarverslag 2023

30

H 2.1.1

Actuele risico’s

Maatregelen

3. Onvoldoende planvoorraad op middellange termijn. Ondanks het grote aantal woningen dat binnen de huidige gebiedsontwikkeling wordt voorbereid, loopt de planvoorraad op de middellange termijn terug. Hierdoor komt op de middellange termijn de bouwambitie onder druk.

Om voldoende planontwikkeling in de komende 10-15 jaar mogelijk te maken met heldere prioriteringen is de Ontwikkelstrategie 2035 opgesteld, die in 2024 door de raad wordt behandeld. Hierin houden we rekening met onzekerheden in de markt en hoe we daar als gemeente op in kunnen spelen.

Beleidskaders • Nationale wetgeving voor ruimtelijke ordening en bouwen, met name de Omgevingswet die regelt hoe ruimtelijke plannen van Rijk, provincie en gemeenten tot stand komen en hoe gestuurd wordt op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en een evenwichtige verdeling van functies. • De Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin het toetsingskader voor de ruimtelijke plannen, voor gebiedsgericht en thematisch beleid en de investeringsagenda’s staan, en een toekomstbeeld over hoe we de fysieke leefomgeving kunnen invullen en gebruiken. • Ontwikkelstrategie 2035, de stadsbrede inventarisatie en aansturing van stedelijke bouwlocaties om de gemeentelijke opgaven voor woningbouw, werkruimte en voorzieningen te kunnen vervullen, in samenhang met verbetering van buurten en kernen in de stad. • MRA-agenda, de actieagenda van de Metropoolregio Amsterdam voor de periode 2020 tot en met 2024 (ruimtelijk vertaald in de regionale Verstedelijkingsstrategie). Er wordt in 2024 gewerkt aan de opvolger van de MRA-agenda voor 2025 en verder.

Jaarverslag 2023

31

H 2.1.2

2.1.2 Grond In het programmaonderdeel grond werken we aan de realisatie van complete en gemengde wijken met voldoende nieuwe woningen. In 2023 is gestart met de bouw van 5154 permanente woningen en 160 tijdelijke woningen, dit desondanks moeilijk marktomstandigheden door stijgende bouwkosten, rente en onduidelijk rijksbeleid. In 2023 zijn 9 nieuwe investeringsbesluiten vastgesteld voor de (woningbouw)ontwikkeling van nieuwe gebieden.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Indicatoren activiteit

Doel 1.2.1 Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen & kantoorruimte. Indicatoren doel

1

Start bouw nieuwbouw woningen (totaal)

2

Netto toename kantoren­ voorraad per jaar (m2 bvo)

3

Nieuw gebouwde woningen per 1.000 bestaande woningen (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Eén keer per jaar opstellen van de "rapportage Woningbouwplan"

1 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

1

1

2

Twee keer per jaar opstellen van de rapportage "Monitor kantoren Amsterdam"

2 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

2

2

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

7.410 (2021)

8.401

7.500

5.314

Doel 1.2.2

15.000 m2 (realisatie 2021)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

47.000

88.000

Gebieden ontwikkelen ten behoeve van wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen.

N.v.t.

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

N.v.t.

14,8

Indicatoren doel

1

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

166

154

150

160

Activiteit 1.2.1.1

Activiteit 1.2.2.1

We monitoren de voortgang van projecten en treden in overleg met partners (corporaties, ontwikkelaars, beleggers) die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.

We voeren het projectmanagement uit van gebiedsontwikkelingsprojecten. Indicatoren activiteit

1

Jaarverslag 2023

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

166

154

150

160

32

H 2.1.2

Activiteit 1.2.2.2 We maken de grond bouwrijp, inclusief verwerven en sloop. Indicatoren activiteit

1

Aantal actieve grondexploitaties

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

166

154

150

160

In 2023 is de woningvoorraad toegenomen tot 55.000, onder andere door het nemen van investeringsbesluiten genomen voor 9 nieuwe gebieden waarvoor ook de grondexploitatiebegrotingen zijn vastgesteld. Hiermee wordt de planvoorraad voor toekomstige woningbouw op peil gehouden.

Activiteit 1.2.2.4 We beheren en bewaken de prudentie van het Vereveningsfonds. Indicatoren activiteit

1

Opstellen MPG (Meerjaren Perspectief Grond­ exploitaties) in voorjaar en AMPG (Actualisatie MPG) in najaar

op peil te houden heeft de gemeente in 2023 met marktpartijen en corporaties een doorbouwakkoord gesloten en besloten tot een eenmalige herijking van de grondprijs, vlak voor de erfpachtuitgifte. Naast woningen wordt onder andere het bouwen van kantoren gefaciliteerd. Het aantal vierkante meters is hoger dan verwacht doordat de start van enkele kantoorkavels eerder heeft plaatsgevonden terwijl enkele transformaties zijn vertraagd. Binnen het portfolio aan grondexploitaties is in 2023 extra aandacht besteed aan het investeren in gelijke kansen door bijvoorbeeld extra te investering in stedelijke vernieuwingsprojecten.

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1 (2022)

1

1

1

Activiteit 1.2.3.1 We houden de planvoorraad op peil. Indicatoren activiteit

1

Jaarlijkse toevoeging aantal woningen in vastgestelde investeringsbesluiten

2

Eén keer per jaar maken van update en rapporteren over ontwikkeling van de planvoorraad

Doel 1.2.3 In de toekomst worden voldoende gebieden ontwikkeld voor wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Indicatoren doel

1

Omvang meerjarige planvoorraad woningen (periode van 4 jaar)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

46.000 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

50.000

55.292

Het jaar 2023 werd gekenmerkt door moeilijke marktomstandigheden. Door onduidelijk rijksbeleid en de gestegen rente en bouwkosten is de onzekerheid voor de afzet is toegenomen waardoor de businesscase van ontwikkelende marktpartijen sterk onder druk kwam te staan. Ondanks deze moeizame marktsituatie is in 2023 gestart met de bouw van circa 5200 woningen. Om de woningbouwproductie zo veel mogelijk Jaarverslag 2023

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

8.900 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

7.500 Woningen

1860

1 (2022)

Niet in jaarverslag / nieuwe indicator

1

1

Verbonden partijen GEM Lutkemeer (CV, GEM Lutkemeer BV, Gemeente Amsterdam, Participatie Lutkemeer BV (GAP)) / Schiphol Area Development Company (SADC) Amsterdam werkt samen met SADC in een deelneming (Lutkemeer CV/BV) aan de ontwikkeling van het Businesspark Amsterdam Osdorp in stadsdeel Nieuw-West.

33

H 2.1.2

Financiële toelichting De financiële stromen in het programma Grond betreffen in hoofdzaak de grond­ exploitaties in het Vereveningsfonds. Omdat de kosten en opbrengsten verrekend worden met het Vereveningsfonds heeft dit programmaonderdeel een beperkt effect op de algemene middelen. De resultaten hebben wel invloed op de vereveningsruimte die nodig is voor de vaststelling van nieuwe verlieslatende plannen en de afdracht aan de algemene middelen. In 2023 bedroeg deze afdracht € 88,2 miljoen, waarvan € 76 miljoen is toegevoegd aan de reserve incidentele schaalspronginvesteringen.

In 2023 is € 423,6 miljoen aan lasten gerealiseerd. Deze lasten bestaan uit kosten in grondexploitaties en overige projecten in de gebiedsontwikkeling (€ 460,9 miljoen). De overige lasten hebben betrekking op administratieve verrekeningen die nodig zijn om grondexploitaties neutraal in de exploitatie op te nemen. (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Primaire Begroting 2022 2023

Begroting 2023 (Najaarsnota)

Rekening Verschil Rekening 2023 Begroting 2023 (Najaarsnota)

Baten

465,4

482,5

381,9

401,3

19,4

Grondexploitaties zijn meerjarige projecten zijn waarvan de resultaten over de gehele looptijd moeten worden bezien. De in 2023 gerealiseerde bedragen vormen alleen de jaarschijf 2023. Hierdoor geven de financiële toelichtingen op de afwijkingen in 2023 slechts een beperkt beeld. Over de financiële ontwikkelingen in het Vereveningsfonds wordt separaat gerapporteerd via het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG).

Lasten

474,1

526,1

532,7

423,6

-109,1

-8,8

-43,6

-150,8

-22,3

128,6

Onttrekking

162,7

144,2

488,3

431,0

-57,3

Toevoeging

188,6

104,0

281,4

349,4

67,9

Programmaonderdeel 1.2 is in financieel administratief opzicht zeer complex. Dit komt doordat de resultaten worden verrekend met balansposten. Doordat we in 2023 meer lasten hebben dan baten is deze positie toegenomen met ongeveer € 192 miljoen. Deze administratieve verrekeningen moeten, door BBV-voorschriften, ook in de exploitatie verantwoord worden. Het gaat om verrekeningen met het onderhanden werk, vaste activa, voorzieningen en reserves. Om deze reden lichten we eerst de in 2023 gerealiseerde financiële stromen toe.

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-25,8

40,3

206,9

81,6

-125,3

Totaal Programma­onderdeel 1.2 Grond

-34,6

-3,3

56,1

59,4

3,3

In 2023 is € 401,3 miljoen aan baten gerealiseerd. Deze baten bestaan uit grondopbrengsten (€ 281,4 miljoen), winstnemingen (€ 103,1 miljoen) en overige opbrengsten. De grondopbrengsten bestaan grotendeels uit gronduitgiften in erfpacht (€ 195 miljoen). Door de moeizame marktsituatie zijn deze het laagst sinds 2013. Winstnemingen zijn een administratieve verrekening waarbij het deel van de grondexploitatieprojecten dat als winst moet worden aangemerkt en aan de reserve vereveningsfonds en de reserve Zuidas is toegevoegd. In 2023 hebben wij € 102,2 miljoen aan rijkssubsidies ontvangen die zijn toegevoegd aan een voorziening voor toekomstige kosten bij woningbouwprojecten. Deze zijn niet zichtbaar in de rekeningcijfers. De rijksbijdragen bestaan uit diverse specifieke doeluitkeringen voor woningbouw en bereikbaarheid, waaronder ook een bedrag van € 18 miljoen voor de Startbouwimpuls. De startbouwimpuls is geld dat via ons aan marktpartijen wordt uitbetaald voor bepaalde projecten. Jaarverslag 2023

Saldo Baten en Lasten

Het programmaonderdeel 1.2 heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2023 een positief resultaat van € 3,3 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 19,4 miljoen en lagere lasten van € 109,1 miljoen. Per saldo wordt € 125,3 miljoen meer verrekend met reserves.

Baten De totale baten van € 401,3 miljoen zijn € 19,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten in de grondexploitaties doordat een aantal uitgiftes in het zuidasgebied alsnog heeft plaatsgevonden waarvan werd verwacht dat deze in 2024 plaats zouden vinden (€ 35,8 miljoen). • Lagere baten omdat we in de begroting rekening hielden met te ontvangen rijksbijdragen (€ 37,4 miljoen). We hebben in 2023 € 102,2 miljoen aan rijksmiddelen ontvangen, maar doordat wij dit aan een voorziening hebben toegevoegd, is dit niet zichtbaar in de *jaarrekening.

34

H 2.1.2

• Hogere baten door meer winstnemingen, omdat we meer baten hebben ontvangen in 2023 en minder hoeft te worden gereserveerd voor projectrisico’s (€ 17,1 miljoen). Deze winstnemingen zijn aan de reserve Vereveningsfonds toegevoegd. • Hogere baten door hogere bijdragen van woningbouwcorporaties, die conform de samenwerkingsafspraken met de woningbouwcorporaties, aan het Vereveningsfonds zijn toegevoegd (€ 4,0 miljoen).

Lasten De totale lasten van € 423,6 miljoen zijn € 109,1 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere lasten doordat we minder geld hebben toegevoegd aan de voorziening Plantekorten. Dit komt doordat de grondprijzen niet verder dalen en de ontvangen bijdragen van het Rijk zorgen voor een verbetering van de plansaldi. (€ 95,4 miljoen). • Lagere lasten in verband met de administratieve verrekening van de resultaten in de grondexploitaties. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties en rijksbijdragen met de balans (€ 56,3 miljoen). • Hogere lasten in de grondexploitaties en woningbouwprojecten doordat onder andere een aantal grote investeringen eerder hebben plaatsgevonden dan voorzien. Het gaat onder andere om het landmaken van het Strandeiland en het Buiteneiland en investeringen voor de IJ-tram (€ 46,0 miljoen). • Lagere lasten voor de projecten Burgemeester Roellstraat en Spoorstrook Zuid (€ 3,8 miljoen). Deze projecten worden betaald uit het programma Stadsverbetering (Programma 2). De lasten zijn te vroeg opgenomen in de meerjarenbegroting en schuiven daarom door naar de periode 2024-2026 wanneer de projecten worden uitgevoerd. • Hogere lasten van € 0,3 miljoen voor beheerskosten van IV-applicaties. Hier staat een baat tegenover in programma B.

Jaarverslag 2023

Reserves Onttrekkingen reserves De onttrekking aan de reserve Vereveningsfonds en Zuidas is € 57,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Een lagere onttrekking van € 95,4 miljoen, omdat we minder geld aan de voorziening Plantekorten moeten toevoegen, zoals toegelicht bij de lasten. • Een hogere onttrekking van € 46,9 miljoen voor de overheveling van de vrije vereveningsruimte van de reserve Zuidas naar de reserve Vereveningsfonds. De vrije vereveningsruimte in de reserve Zuidas is hoger doordat eerder winstnemingen zijn genomen en projectrisico’s zijn afgenomen. (zie ook toevoegingen). In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om de vrije vereveningsruimte alleen nog in de reserve Vereveningsfonds op te nemen. • Een lagere onttrekking voor overige kosten die met het Vereveningfonds worden verrekend (€ 9,2 miljoen). Dit bedrag is opgebouwd meerdere onderdelen, waaronder een lagere onttrekking voor proceskosten duurzaamheid omdat deze lasten gedekt zijn uit rijksmiddelen (CDOKE) in programmaonderdeel 1.6 (€ 3,0 miljoen), een lagere onttrekking omdat we minder onvoorziene uitgaven hadden (€ 4,5 miljoen) en lagere apparaatskosten wat grotendeels komt doordat vacatures nog niet zijn ingevuld (€ 1,6 miljoen). • Een hogere onttrekking voor projectkosten van het project Zuidasdok (€ 0,4 miljoen).

Toevoegingen reserves De toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds en Zuidas is € 67,9 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Een hogere toevoeging van € 46,9 miljoen voor de overheveling van de vrije vereveningsruimte uit de reserve Zuidas naar de reserve Vereveningsfonds (zie ook onttrekkingen). • Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 17,1 miljoen door meer winstnemingen en planafsluitingen (zie hiervoor de toelichting bij baten). • Een hogere toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds van € 4,0 miljoen door hogere bijdragen van woningbouwcorporaties (zie hiervoor de toelichting bij baten).

35

H 2.1.2

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

Gebiedsontwikkeling heeft een lange looptijd en kent een grote mate van onzekerheid. Bij de actualisatie van de grondexploitaties moet noodzakelijkerwijs worden uitgegaan van langjarige aannames. Bij de realisatie van de plannen zal blijken dat de werkelijkheid zal afwijken van deze aannames. Periodiek wordt een scenarioanalyse uitgevoerd die in het MPG wordt opgenomen. De grootste generieke risico’s en onzekerheden zijn gelegen in verslechterende marktomstandigheden.

Om de relatief grote risico’s te beheersen zijn verschillende beheersmaatregelen getroffen. De belangrijkste is dat reserveringen worden getroffen bij majeure (voor)investeringen en het anticiperen op de toekomstige bovenplanse voorzieningen. Daarnaast wordt er een financiële buffer aangehouden in de reserves om project specifieke risico’s op te vangen en om in geval van crisis de proceskosten te kunnen dekken die niet meer terugverdiend kunnen worden. Deze financiële buffer wordt het weerstandsvermogen genoemd. Verder worden direct verliesvoorzieningen gevormd voor projecten met een geraamd financieel tekort.

Beperkte investeringsruimte Gemeente Amsterdam

We zoeken vanuit de gebiedsontwikkeling actief de samenwerking met het Rijk, de regio, woningcorporaties en overige gemeentelijke onderdelen om te komen tot het optimale programma.

• Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020: in dit actieplan zijn de voorwaarden voor nieuwe middeldure huurwoningen met een instandhoudingstermijn van 25 jaar in 2020 herijkt. Verder is dit plan het beleidskader voor het realiseren van eeuwigdurende middeldure huurwoningen. • Plaberum: procesbeschrijving die dient als leidraad voor de inrichting van de planvorming van ruimtelijke projecten. • Kantorenplan 2019-2026: Dit plan moet zorgen voor een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. • Selectiebeleid woningcorporaties: corporaties hebben een voorrangspositie bij de bouw van sociale woningen. Het selectiebeleid woningcorporaties beschrijft hoe het proces verloopt om voor een kavel te komen tot een selectie van een corporatie. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten.

Beleidskaders • Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam. • Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld in 2021): deze visie bevat een beleidsagenda met vastgesteld beleid. • Spelregels voor woningbouwprogrammering: de spelregels gaan over de toepassing van de gewenste woningbouwprogrammering (40% sociale huurwoningen, 40% middeldure huur- en koopwoningen en 20% dure huur- en koopwoningen) in de projecten. • In het woningbouwplan 2018-2025 staat de ambitie voor de nieuwbouw de komende jaren. De ambitie is om gemiddeld 7.500 woningen per jaar en gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen door corporaties en 1.670 middeldure huurwoningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Deze ambitie maken we waar door nieuwe woningen te bouwen, maar ook door transformatie van bestaande (monofunctionele) gebieden.

Jaarverslag 2023

36

H 2.1.3

2.1.3 Erfpacht We houden grip op het gebruik van de grond door het erfpachtstelsel.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Activiteit 1.3.1.1 We beheren het erfpachtstelsel en de (bestaande) erfpachtrechten.

Doel 1.3.1 Indicatoren activiteit

De waarde en het gebruik van grond ten dienste van inwoners en bedrijven laten komen. Indicatoren doel

1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Geen indicator beschikbaar

Algemeen Door het erfpachtstelsel houden we grip op het gebruik van de grond. Ook komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren. In 2023 hebben 18.000 erfpachters een aanvraag ingediend voor de nieuwe spijtoptantenregeling. Op die manier wordt aan erfpachters die in eerste instantie geen overstapaanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid geboden om tegen gunstige voorwaarden over te stappen.

Erfpachtinformatiesysteem In 2023 hebben we gewerkt aan de ontwikkeling van het Nieuwe Informatie Systeem Erfpacht (programma NISE). Het nieuwe systeem is nodig, omdat het huidige systeem verouderd is, waardoor aanpassingen en onderhoud relatief duur zijn. Het nieuwe systeem zal zorgen voor meer efficiëntie en betere dienstverlening aan de erfpachters. Dit programma wordt in 2024 gecontinueerd en zal ook in 2025 nog doorlopen. Jaarverslag 2023

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Aantal rechten (*1.000)

286

294

298

295

2

Aantal wijzigingen van erfpachtrechten (zonder overstap)

563

600

400

909

Activiteit 1.3.1.2 We verzorgen de uitgifte van nieuwe erfpachtrechten. Indicatoren activiteit

1

Grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten (* €1 mln)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

308

356

230

202

Activiteit 1.3.1.4 We werken aan een continue verbetering van de dienstverlening. Indicatoren activiteit

1

Aantal afgehandelde klantvragen (*1000)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

43

36

18

32

37

H 2.1.3

Activiteit 1.3.1.5 We verzorgen de overstap van de voortdurende naar eeuwigdurende erfpachtrechten. Indicatoren activiteit

1

Aantal notarieel gepasseerde overstapaktes (*1.000)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

16

27

14

14,7

Het aantal te beheren erfpachtrechten is in 2023 toegenomen tot 295.000. Dat is lager dan begroot omdat er minder grond in erfpacht is uitgegeven. Het aantal wijzigingen van erfpachtrechten was in 2023 relatief hoog, doordat er meer aanvragen voor afkoop van de canon zijn binnen gekomen (los van de overstap). In het kader van de overstap zijn in 2023 bijna 15.000 aktes gepasseerd bij de notaris; voor circa 94% van de voor 8 januari 2020 ingediende aanvragen voor overstap naar eeuwigdurende durende erfpacht is eind 2023 een aanbieding verzonden. In 2023 zijn er in het kader van de spijtoptantenregeling circa 18.000 nieuwe overstap aanvragen binnen gekomen. De overstap leidt nog steeds tot veel klantvragen.

Verbonden partijen Er worden geen verbonden partijen ingeschakeld voor dit programmaonderdeel.

Financiële toelichting

• Als de canon in het voortdurende stelsel wordt afgekocht, ontvangt de gemeente een afkoopsom. Deze afkoopsom wordt aan de reserve afkoopsommen toegevoegd. De reserve Afkoopsommen is altijd gelijk aan de grondwaarde bij uitgifte. Mocht de ontvangen afkoopsom hoger (of eventueel lager) zijn dan de grondwaarde, dan wordt dit verschil verrekend met de reserve financiering erfpachtgrond. • De gemeente heeft naast een voortdurend erfpachtstelsel ook een eeuwigdurend erfpachtstelsel. Een eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde meer voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. Bij een overstap van het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel wordt allereerst de afkoopsom aangewend voor de aflossing van de bestaande grondwaarde op de balans waarna de meerwaarde conform de Nota Financiële Verantwoording Grondexploitaties en erfpachtbeheer wordt toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond. • De rente over de reserve afkoopsommen en de reserve financiering erfpachtgrond komt ten gunste van de jaarlijkse exploitatie. Ook in het programmaonderdeel Erfpacht is veel verrekend met reserves. De ontvangen afkoopsommen uit de overstap naar het eeuwigdurende stelsel zijn toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgronden. In 2023 is € 116 miljoen aan afkoopsommen uit de overstapregeling ontvangen.

De ontvangen afkoopsommen bij nieuwe erfpachtuitgiften in het voortdurende stelsel zijn toegevoegd aan de reserve afkoopsommen. Voor het rekeningresultaat is vooral de exploitatie van de canon betalende rechten van belang, omdat het positieve resultaat van de canon betalende rechten aan de algemene middelen wordt afgedragen. (bedragen x € 1 miljoen)

De financiële stromen in de erfpachtexploitatie, de reserve afkoopsommen en de reserve financiering erfpachtgrond worden in dit programmaonderdeel toegelicht. In de door de raad vastgestelde Nota Financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte is vastgelegd hoe deze financiële stromen administratief worden verwerkt en (een deel van) de baten en lasten met de reserves worden verrekend. De financiële stromen zijn het meest eenvoudig op te splitsen in canon, reguliere afkoopsommen en afkoopsommen overstap. De canon betalende rechten zijn reguliere (jaarlijkse) inkomsten. Deze nemen toe bij nieuwe uitgiften. De grondwaarde bij uitgifte wordt door het onderdeel erfpacht als het ware “aangekocht” van de grondexploitatie en wordt gefinancierd met een binnengemeentelijke lening. Over deze lening wordt rente betaald. Jaarverslag 2023

(bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Primaire Begroting 2022 2023

Begroting 2023 (Najaarsnota)

Rekening Verschil Rekening 2023 Begroting 2023 (Najaarsnota)

Baten

337,1

213,8

208,9

263,4

54,5

Lasten

46,9

56,8

50,4

50,5

0,1

Saldo Baten en Lasten

290,2

157,0

158,5

212,9

54,4

Onttrekking

264,5

126,9

318,4

337,7

19,3

Toevoeging

436,6

174,5

167,7

240,6

72,9

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-172,1

-47,6

150,7

97,1

-53,6

38

H 2.1.3

(bedragen x € 1 miljoen) Totaal Programma­ onderdeel 1.3 Erfpacht

Rekening Primaire Begroting 2022 2023 118,1

109,3

Begroting 2023 (Najaarsnota) 309,2

Rekening Verschil Rekening 2023 Begroting 2023 (Najaarsnota) 310,0

0,8

Het positieve netto-exploitatieresultaat van het programmaonderdeel Erfpacht in 2023 bedraagt € 110,0 miljoen; dit is het nettoresultaat van de baten en lasten, verminderd met de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Dit resultaat bestaat voornamelijk uit de jaarlijkse canoninkomsten verminderd met de (interne) rente en apparaatskosten. Ontvangen afkoopsommen worden toegevoegd aan de reserves. Daarnaast is € 200,0 miljoen onttrokken uit de reserve Financiering erfpachtgrond. Het programmaonderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2023 een positief resultaat van € 0,8 miljoen. Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2023 komt vooral door:

afkoop en dat door de jaren heen nogal wisselend is. Hieronder wordt daarom beperkt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Wel staat beschreven waar de onttrekkingen en toevoegingen uit bestaan.

Onttrekkingen reserves De totale onttrekking van € 137,9 miljoen, waarvan € 132,1 miljoen aan de reserve afkoopsommen en € 5,8 miljoen aan de reserve Financiering Erfpachtgrond, is € 19,3 miljoen hoger dan begroot. Daarnaast is in 2023 € 200 miljoen uit de reserve gehaald voor incidentele schaalspronginvesteringen en het project Sprong over het IJ. De schaalspronginvesteringen bestaan uit het doortrekken Noord/Zuidlijn, het sluiten van de Ringlijn en Zuidasdok. Deze bedragen zijn toegevoegd aan hiervoor bestemde reserves in programma 2. • De onttrekking aan de reserve Afkoopsommen is € 19,1 miljoen hoger dan begroot. Dit komt doordat meer erfpachtrechten die in het voortdurende stelsel waren afgekocht zijn overgegaan naar het eeuwigdurend stelsel. De grond die vanuit het erfpachtrecht eeuwigdurend is afgekocht, heeft geen waarde meer voor de gemeente. En wordt daarom onttrokken aan deze reserve en toegevoegd aan de reserve Financiering erfpachtgrond.

Baten De totale baten van € 263,4 miljoen zijn € 54,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten doordat meer is afgekocht bij uitgifte in het voortdurende stelsel en bij overstap (In totaal € 53,8 miljoen). • Hogere canonopbrengsten doordat meer grond in erfpacht is uitgegeven ten opzichte van de bijgestelde begroting in de najaarsnota (€ 0,7 miljoen). In de najaarsnota is de begroting met € 6,3 miljoen naar beneden bijgesteld, omdat er meer tussentijds en bij overstap is afgekocht dan waar we rekening mee hielden.

Lasten

Toevoegingen reserves De totale toevoeging van € 240,6 miljoen, waarvan € 178,9 miljoen aan de reserve Financiering Erfpachtgrond en € 61,7 miljoen aan de reserve afkoopsommen, is € 72,9 miljoen hoger dan begroot. • De toevoeging aan de reserve Financiering Erfpachtgrond is € 43,2 miljoen hoger dan begroot, doordat er meer is overgestapt van het voortdurende naar het eeuwigdurend stelsel. • De toevoeging aan de reserve Afkoopsommen is € 29,7 miljoen hoger dan begroot en komt doordat er meer grond is uitgegeven waarvan de canon is afgekocht.

De totale lasten van € 50,5 miljoen zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. Dit komt door hogere lasten voor het beheer van applicaties voor erfpachtrechten en een verhoging van de voorziening voor oninbare debiteuren.

Risicobeheersing Risico’s

Maatregelen

Reserves

Door de vele afwijkende situaties en de complexheid van het huidige erfpachtstelsel bestaat het risico dat niet de juiste aanbieding aan de erfpachter wordt verstrekt of dat de erfpachter lang moet wachten totdat de aanvraag wordt afgewikkeld.

Beheersmaatregel is dat er een gespecialiseerd team klaarstaat om maatwerkaanbiedingen op te stellen. Om wachttijden te verkorten streven we ernaar om zoveel mogelijk (overstap-)aanvragen automatisch af te wikkelen.

De keuze van de erfpachter voor canon of afkoop en het stelsel (voortdurend of eeuwigdurend) heeft een grote impact op de mutaties in de reserves en is vooraf moeilijk in te schatten omdat we niet weten of de erfpacht gaat kiezen voor canon of Jaarverslag 2023

39

H 2.1.3

Beleidskaders • Diverse Algemene Bepalingen, de door de raad vastgestelde bepalingen voor het uitgeven van grond in erfpacht. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten. • Overstapregeling (inclusief nieuwe Spijtoptantenregeling), de regeling waarmee erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel.

Jaarverslag 2023

40

H 2.1.4

2.1.4 Bouwen en wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, duurzame, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Doel 1.4.1

Doel 1.4.1 Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben. Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

% kwetsbare huishoudens dat binnen 3 maanden een woning vindt: statushouders, MOBW en sociaal medisch urgenten

80%

60%

80%

72%

2

Aantal actieve woningzoekenden in Woningnet

N.v.t.

72.517

PM

91.254

3

Gemiddelde WOZ-waarde (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

N.v.t.

€ 433.000

N.v.t.

€ 517.000

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

N.v.t.

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

N.v.t.

1

4

5

Jaarverslag 2023

Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben. In 2023 heeft 72% van de kwetsbare huishoudens binnen 3 maanden een passende woning gevonden. Dat is lager dan de streefwaarde van 80% en ruim meer dan de 60% uit 2022. Het maken van de match tussen de woning en de bewoner heeft tijd nodig en hangt af van de beschikbaarheid van een passende woning én de woonbehoefte van de bewoner.

Activiteit 1.4.1.1 We bieden huisvesting voor kwetsbare groepen. Indicatoren activiteit

€ 727

N.v.t.

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Aantal woningen toegewezen aan kwetsbare huishoudens

1.800 (2023)

1.850

1.800

1.976

2

Aantal gehuisveste statushouders (personen)

2.000 (2023)

1.283

2.000

1.575

€ 792

Activiteit 1.4.1.1 € 837

N.v.t.

€ 902

We bieden huisvesting voor kwetsbare groepen We zijn er niet in geslaagd onze doelstelling om 2.000 statushouders te huisvesten, te realiseren. De taakstelling inclusief het herhuisvesten van statushouders die eerder een tijdelijk huurcontract hadden, was net als voorgaande jaren hoger dan het maximaal aantal beschikbare woningen.

41

H 2.1.4

Doel 1.4.2

Activiteit 1.4.1.2 We wijzen met voorrang woningen toe aan bepaalde beroepsgroepen. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

200 (2023)

202

200

119

Aantal woningen aan beroepsgroepen

Een toekomstbestendige woningvoorraad (duurzaam, basiskwaliteit en veilig) Het isolatieoffensief is uitgewerkt onder andere met de Energiebespaarservice en de VvE-aanpak, het programma woningkwaliteit is voortgezet en er is een schimmelaanpak met corporaties gelanceerd. Er zijn nog geen indicatoren waarmee we de doelrealisatie monitoren. Bij de Voorjaarsnota 2024 volgt op basis van het uitvoeringsprogramma isolatieoffensief een voorstel voor een of meer indicatoren om de doelbereiking te monitoren.

Activiteit 1.4.2.1

Activiteit 1.4.1.2 We wijzen met voorrang woningen toe aan bepaalde beroepsgroepen. In 2023 zijn 119 woningen toegewezen via de beroepsgroepenregeling. Hiervan zijn 79 sociale huurwoningen en 40 middeldure huurwoningen. In de samenwerkings­ afspraken 2020 tot en met 2023 is afgesproken dat corporaties minimaal 50 sociale huurwoningen en 50 middeldure huurwoningen aanbieden aan potentiële kandidaten uit specifieke beroepsgroepen in het onderwijs, de zorg en de bij de politie. Bij een aantoonbaar grotere vraag die aansluit bij het op dat moment beschikbare aanbod, wordt dit aantal opgehoogd tot maximaal 100 sociale huurwoningen en 100 middeldure huurwoningen. Er geldt dus een bandbreedte. Het aantal sociale huurwoningen dat is toegewezen valt binnen de afgesproken bandbreedte. Het aantal middeldure huurwoningen is net onder de bandbreedte. Of de aantallen worden behaald is mede afhankelijk van of het beschikbare aanbod aansluit bij de behoefte van de kandidaten.

We houden toezicht op en handhaven de wettelijk minimumkwaliteit. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Aantal op kwaliteit geïnspecteerde adressen

200 (2023)

161

200

211

2

Aantal verbeterde woningen naar aanleiding van inspectie en/of handhaving

150 (2023)

335

150

142

Activiteit 1.4.2.2 Doel 1.4.2

We ondersteunen bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen.

Een toekomstbestendige woningvoorraad (duurzaam, basiskwaliteit en veilig). Indicatoren doel

1

Bijdragen aan een duurzame, veilige en kwalitatieve fysieke leefomgeving met behoud van monumentale waarde.

Jaarverslag 2023

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Aantal ondersteunde adressen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

4.835

2

Aantal adressen waar maatregelen zijn genomen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

36.979

42

H 2.1.4

Activiteit 1.4.2.2 We ondersteunen bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen Aantal ondersteunde adressen: er zijn in 2023 voor in totaal 3.060 woningen in 75 VvE’s adviestrajecten afgerond.Daarnaast is voor 1.775 woningen buiten vve’s een advies uitgebracht. Aantal adressen waar maatregelen zijn genomen: er zijn bij 35.282 huishoudens kleine energiebesparende maatregelen geïnstalleerd, bij 21 projecten met totaal 616 huurders is op initiatief van de huurder verduurzamingsmaatregelen genomen en er is 1.081 woningen in vve’s een subsidie verstrekt voor isolerende maatregelen.

Activiteit 1.4.2.3

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw, monumenten, splitsen, omzetten woonruimte, meldingen bouw, aanvragen ruimtelijke ordening.

9.700 (2022)

9.700

9.700

9.074

2

Aantal verleende vergunningen waarop toezicht is gehouden (monumenten, bouw, ruimtelijke ordening, splitsen en omzetten woonruimte) waarop toezicht is gehouden

5.400 (2022)

5.400

5.400

5.839

Activiteit 1.4.2.3 We verstrekken omgevingsvergunningen en zien toe dat bedrijven en burgers voldoen aan actuele wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid, bouwveiligheid en infrastructuur. Het aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw is lager dan begroot. Oorzaak is de afname van bouw door de gestegen rente en bouwkosten. Jaarverslag 2023

Doel 1.4.3 Beschermen van de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. Indicatoren doel

1

We verstrekken omgevingsvergunningen en zien toe dat bedrijven en burgers voldoen aan actuele wet en regelgeving op het gebied van veiligheid, bouwveiligheid en infrastructuur. Indicatoren activiteit

Eind december is nog een stijging van aanvragen geregistreerd vanwege nieuwe regels die op 1 januari 2024 zijn ingegaan.

Aantal beëindigingen onrechtmatig woning­ gebruik, in gebruik genomen leegstaande woningen, opgeknapte woningen naar aanleiding van handhavings­ maatregelen

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

300

1.426

1.500

923

Doel 1.4.3 Beschermen van de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. • Er zijn in 2023 minder beëindigingen onrechtmatig gebruik gerealiseerd dan begroot. Dit komt doordat er uitgebreider onderzoek werd gedaan voorafgaand aan sancties en er prioriteit werd gegeven aan de grotere overtredingen. Daarnaast werden na een rechterlijke uitspraak over het boetebeleid een aantal maanden minder tot geen boetes opgelegd. Tot slot werden er bij leegstand meer leegstands­ gesprekken gevoerd en bij woningkwaliteit meer zaken al opgelost in het (voor) traject. In 2023 is met de handhaving dus een koers ingeslagen met uitgebreider onderzoek, meer prioriteit voor excessen en meer vroegtijdig dialoog bij de kleinere overtredingen. • We hebben ons ook ingezet voor het bevorderen van de kwaliteit van woningen in de stad. Ten opzichte van voorgaande jaren zijn er minder opgeknapte woningen na handhaving. Enerzijds komt dit doordat er in 2023 geen grootschalige projecten meer zijn uitgevoerd waar complete flatgebouwen zijn opgeknapt. De in 2023 opgeknapte woningen betreffen vooral individuele woningen. Anderzijds werden er in 2023 vaker zaken opgelost in het (voor)traject of na het versturen van een voornemen tot last onder dwangsom. In 2023 hoefde het dus minder vaak tot aan de officiële sancties te komen.

43

H 2.1.4

Financiële toelichting

Activiteit 1.4.3.1 We maken beleid en handhaven de regels woninggebruik. Indicatoren activiteit

(bedragen x € 1 miljoen)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2022

Begroting 2023

Jaarverslag 2023

1

Meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik

1.200 (2023)

2.951

2.300

3.212

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14215262/1