CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag 2023.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 20 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023) (VN2024-006743)49.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Jaarverslag 2023

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Leiden Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 25 april 2024 Jaarverslag 2023

2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 4.169,5

€3.943,3

miljoen

Inkomsten binnen de gemeente

miljoen

Inkomsten uit het Rijk

2000

3000

9

13

2500

1500

2000 1000

1500

8 8

500

1

2

3

0

4

5

6

7

10

7

14

1000

12

500

11

0

Lokale heffingen

€ 1.404,5 miljoen

Andere inkomsten­bronnen

€ 2.765,0 miljoen

1

Parkeergelden

€ 304,8 miljoen

8

Grondopbrengsten en winstnemingen

2

OZB

€ 290,4 miljoen

9

Onttrekkingen aan reserves

3

Afvalstoffenheffing

€ 179,5 miljoen

10

Erfpacht

€ 263,4miljoen

4

Toeristenbelasting

€ 233,2 miljoen

11

Dividend

€ 14,9 miljoen

5

Drinkwater

€ 200,3 miljoen

12

6

Leges

€ 105,4 miljoen

7

Rioolheffing

Jaarverslag 2023

€ 91,0 miljoen

Overig

Inkomsten uit het Rijk

€ 3.943,3 miljoen

€ 401,3 miljoen

13

Gemeentefonds

€ 1.593,6 miljoen

14

Specifieke uitkeringen

€491,8 miljoen

€ 2.999,2 miljoen € 944,1 miljoen

Wat is het resultaat? Inkomsten

€ 8.112,8 miljoen

Uitgaven

€ 7.990,7 miljoen

Resultaat

€ 122,1 miljoen

Inkomsten TOTAAL

€ 8.112,8 miljoen

3

Uitgaven

Uitgaven Waar gaat het naar toe?

€ 7.990,7

miljoen De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. Dit overzicht geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag, waar we per programma­ onderdeel onder andere ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de behaalde resultaten en de financiële toelichtingen.

2000 A5

1500

6

2

7

1

1000 500

B

3

0

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

2

Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer

3

Economie, kunst, cultuur en erfgoed

4

Sport

5

8

4

€ 811,1 miljoen

A1

€ 301,2 miljoen

5

Onderwijs

€ 1.179,3 miljoen

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

€ 1.252,0 miljoen

€ 243,7 miljoen

7

Sociale zaken en Armoedebestrijding

€ 1.231,3 miljoen

€ 96,0 miljoen

8

Veiligheid

A1

A5

B

A.1 - A.4 onder andere gemeente­ fonds, belastingen A.5 Toevoegingen aan reserves B. Bestuur en organisatie

€ 179,5 miljoen € 1.594,4 miljoen € 851,0 miljoen

€ 251,2 miljoen

Uitgaven TOTAAL Jaarverslag 2023

€ 7.990,7 miljoen

4

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord6

5.

Leeswijzer7 1.

Bestuurlijke- en Financiële hoofdlijnen 

2.

Programma's21 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B

3.

Verplichte en overige paragrafen 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

4.

Bouwen, wonen en duurzaamheid Openbare ruimte, water, groen, vervoer Economie, kunst, cultuur en erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit Sociale zaken en armoedebestrijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

Bedrijfsvoering Openbaarheid (Wet open overheid)  Financiering Grondbeleid Lokale heffingen Onderhoud kapitaalgoederen Verbonden partijen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Investeringsparagraaf Subsidieparagraaf Frictiekosten

Voortgang aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer 

Jaarverslag 2023

5.1 5.2

10 22 57 113 138 150 163 192 214 229 241

6.

7.

266 267 284 286 295 309 315 332 341 346 355 359

364

Grondslagen voorwaardering en resultaatbepaling374

8. 9.

Waarderingsgrondslagen voor activa en passiva Grondslagen van resultaatbepaling

375 379

Financiële overzichten en de rechtmatigheidsverantwoording 2023

382

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

383 385 393 396 400 409 419

Overzicht baten en lasten per programma Overzicht baten en lasten per programmaonderdeel Overzicht incidentele baten en lasten Taakveldenrealisatie Doelenrealisatie Brugstaat Rechtmatigheids­verantwoording 2023

Balans

422

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Balans met toelichting Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Verloopstaat ontvangen doeluitkeringen Niet uit de balans blijkende verplichtingen Kasstroomoverzicht

423 447 460 467 471 473

Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage)

478

Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT)

517

10. Afkortingen- en begrippenlijst

520

11. Controleverklaring accountant

529

5

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Voor u ligt het Jaarverslag 2023. In het jaarverslag legt het college van B en W verantwoording af over de uitvoering van het beleid dat in de begroting voor 2023 is vastgesteld. In 2023 is vol ingezet op de drie prioriteiten uit het coalitieakkoord: het aanpakken van de wooncrisis, ongelijk investeren voor gelijke kansen en het bestrijden van de klimaatcrisis. Met de integrale aanpakken in de stadsdelen Zuidoost, West en Noord werken publieke en private partijen langjarig samen aan een betere toekomst met gelijke kansen voor bewoners van deze stadsdelen. In de drie gebieden komen plannen steeds meer tot uitvoering. In 2023 zijn er ruim 5000 nieuwe woningen bijgekomen en is de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting van kracht gegaan met maatregelen om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te vergroten. Met het isolatieoffensief hebben we al 30.000 Amsterdammers geholpen met het verlagen van hun energieverbruik door kleine energiebesparende maatregelen te installeren. Door hogere inkomsten uit de toeristenbelasting en door de onvoorspelbaarheid van de uitkering die we vanuit het Rijk krijgen, hebben we in 2023 meer inkomsten ontvangen dan verwacht. Dit geld gaat naar de algemene reserve zodat we daar de komende jaren, als de rijksinkomsten verminderen, gebruik van kunnen maken.

In de bestuurlijke- en financiële hoofdlijnen kunt u lezen wat er nog meer gebeurd is om onze stad sociaal, duurzaam, leefbaar en veilig te houden. Het jaarverslag is een dik boekwerk om door te nemen. Daarom presenteren we ook een publieksvriendelijke versie op hoofdlijnen. In het e-magazine nemen we u per programma er in sneltreinvaart doorheen.

Met vriendelijke groet, Hester van Buren Wethouder Financiën Jaarverslag 2023

6

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is het jaarverslag van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent dit jaarverslag dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van het jaarverslag toe. Het Jaarverslag 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstuk 1

Daarnaast kent het jaarverslag een aantal niet-verplichte paragrafen. Dit zijn de Investeringsparagraaf, Subsidieoverzicht en Frictiekosten.

Hoofdstuk 4

Voortgang aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer

Bestuurlijke- en financiële hoofdlijnen Dit onderdeel beschrijft de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen over het jaar 2023. Hierin staan de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente Amsterdam in 2023 en het rekeningresultaat.

Hoofdstuk 2 Programma’s

Het hoofdstuk Programma’s is opgebouwd uit 8 programma’s, het overzicht Algemene dekkingsmiddelen en het overzicht Bestuur en organisatie. Elk programma bestaat uit programmaonderdelen. Alle programma’s beginnen met een samenvatting van de programmaonderdelen, de belangrijkste investeringen en de thema’s per programma. Per programmaonderdeel zijn de behaalde doelen en activiteiten en de financiële realisatie beschreven. Verder worden de verbonden partijen genoemd die zijn ingeschakeld om doelen te behalen en is er aandacht voor de risico’s en beheers­ maatregelen en de geldende beleidskaders.

Hoofdstuk 3

Verplichte paragrafen en overige paragrafen Artikel 9 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noemt de paragrafen die gemeenten verplicht moeten opnemen in het jaarverslag. Het gaat hier om de paragrafen Bedrijfsvoering (inclusief duurzaamheid), Openbaarheid (Wet open overheid), Financiering, Grondbeleid, Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Jaarverslag 2023

Dit hoofdstuk geeft een stand van zaken van de aanbevelingen. De aanbevelingen die in het Jaarverslag 2022 zijn afgedaan, zijn niet meer opgenomen. De aanbevelingen van de Rekeningencommissie en ACAM naar aanleiding van Jaarverslag 2022 zijn toegevoegd. Nieuw is dat ook de aanbevelingen van de Rekenkamer zijn opgenomen. Dit betreft alle aanbevelingen van de Rekenkamer uit 2023 en de aanbevelingen uit oudere rekenkamerrapporten waarvan nog niet alle aanbevelingen zijn afgedaan.

Hoofdstuk 5

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling In de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn de algemene grondslagen die worden gebruikt voor het opstellen van het jaarverslag opgenomen.

Hoofdstuk 6

Financiële overzichten en rechtmatigheids­verantwoording 2023 Hier zijn de financiële overzichten op detailniveau en de rechtmatigheids­verantwoording 2023 opgenomen. In bijlage 6.1 is een overzicht van de baten, lasten, onttrekkingen en toevoegingen per programma opgenomen. In bijlage 6.2 worden de baten, lasten, onttrekkingen en toevoegingen op het niveau van het programmaonderdeel weergegeven. Bijlage 6.3 bevat de incidentele baten en lasten. In bijlage 6.4 is de taakveldenraming opgenomen (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In bijlage 6.5 geven we de doelenrealisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. Bijlage 6.6 bevat de brugstaat. En in bijlage 6.7 is de rechtmatigheidsverantwoording 2023 opgenomen.

7

Hoofdstuk 7

Balans met toelichting De belangrijkste ontwikkelingen in de balansposten gedurende 2023 worden in dit hoofdstuk toegelicht. De geconsolideerde balans en de bijbehorende toelichting zijn opgesteld volgens de verslaggevingsrichtlijnen uit het BBV.

Hoofdstuk 8

Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa) De gemeente moet elk jaar aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze specifieke uitkeringen heeft besteed. Deze verantwoording leggen we af in de SiSa-bijlage in het jaarverslag.

Hoofdstuk 9

Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT) Dit hoofdstuk geeft inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen weer, volgens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Afkortingen- en begrippenlijst Deze lijst verklaart de afkortingen en lastige begrippen die in het jaarverslag worden gebruikt.

Controleverklaring accountant Het Jaarverslag 2023 sluit af met de controleverklaring van de accountant.

Jaarverslag 2023

8

1

H1

1 1.1

Bestuurlijke- en Financiële hoofdlijnen

Inleiding

Met het jaarverslag legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over de resultaten en de financiën in 2023. In dit hoofdstuk beschrijven we de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen. We starten met een terugblik op de inzet en de bereikte resultaten in 2023. Het college heeft in 2023 vol ingezet op de drie prioriteiten uit het coalitieakkoord: het aanpakken van de wooncrisis, ongelijk investeren voor gelijke kansen en het bestrijden van de klimaatcrisis. De voornemens uit het coalitieakkoord 2022-2026 zijn in 2023 uitgewerkt in concrete plannen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Na de terugblik op de bereikte resultaten gaan we in dit hoofdstuk in op de financiële ontwikkelingen. We lichten de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de begroting toe en gaan in op de financiële situatie van de gemeente. Dit jaar houden we geld over. Enerzijds door hoger dan verwachte inkomsten uit toerisme. Maar ook door grilligheid in de uitkering van middelen van het Rijk. Daardoor vallen baten hoger uit dan verwacht en kunnen we ze pas in de komende jaren besteden. Zoals de extra rijksbijdrage voor investeringen in woningen en infrastructuur. In 2023 heeft Nederland ook een nieuwe Tweede Kamer gekozen. Sindsdien loopt een kabinetsformatie. De onzekerheid over de gemeentefinanciën vanaf 2026 is nog niet van tafel.

1.2

Terugblik op de inzet en bereikte resultaten

In het Amsterdams Akkoord 2022-2026 zijn onze ambities vastgelegd. We werken aan een verantwoorde groei van de stad, een solidaire stad met kansen voor iedereen en een duurzame toekomst voor Amsterdam. In het jaarverslag verantwoorden we per programma wat we in 2023 hebben gedaan en bereikt. Hieronder lichten we er een aantal hoofdpunten uit.

Verantwoorde groei Het hebben van een dak boven je hoofd is één van de belangrijkste zorgen van Amsterdammers. Woningzoekenden kunnen steeds moeilijker een geschikte en betaalbare woning vinden. In 2023 is de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting vastgesteld, met een pakket aan maatregelen om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te vergroten. Daarnaast zijn extra maatregelen genomen om het woningaanbod te vergroten, zoals het schrappen van eisen waaraan bouwplannen moeten voldoen. Ook is een Doorbouwakkoord gesloten met onder andere woningcorporaties, projectontwikkelaars, bouwbedrijven en investeerders. Ondanks de gestegen inflatie, hogere bouwkosten en lagere opbreng­ sten zijn er in het afgelopen jaar meer dan vijfduizend woningen in aanbouw genomen. Veel Amsterdammers vinden het verkeer in hun buurt onveilig. Eind 2023 is daarom de maximumsnelheid op een groot deel van de wegen verlaagd van 50 naar 30 kilometer per uur. Met Amsterdam maakt Ruimte heeft het college een start gemaakt met een gesprek met de stad over de toekomstige inrichting van de openbare ruimte. De stad wordt steeds drukker, de komende 25 jaar komen er 250.000 Amsterdammers en 200.000 werknemers bij, maar de openbare ruimte groeit niet mee. Daarom moeten we keuzes maken.

In 2023 zijn we gestart met het voeren van gesprekken in de stad over de voorgestelde koers, die gesprekken lopen door in 2024.

Jaarverslag 2023

10

H1

Vanwege het toenemende autoverkeer voerden we de pilot Weesperstraat uit. Van 12 juni tot en met 23 juli waren de Weesperstraat en drie omliggende straten tussen 6:00 en 23:00 uur afgesloten voor autoverkeer. Met deze pilot werd onderzocht wat de effecten zijn op de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in de Weesperstraat, Valkenburgerstraat en de omliggende buurten. De proef is inmiddels geëvalueerd. Het aantal elektrische fietsen is het afgelopen jaar flink gegroeid. De snelheidsverschillen tussen fietsers zijn groter geworden en dat zorgt voor meer onveiligheid op het fietspad. Bovendien worden e-bikes en fatbikes vaak opgevoerd, waardoor de snelheidsverschillen nog groter zijn. We hebben diverse gesprekken met het Rijk gevoerd om een gezamenlijke aanpak uit te werken waaronder handhaving en plek op de weg. We hebben gewerkt aan de voorbereiding van de pilot van 30 km naar 20 km, waarmee we de snelheidsverschillen op het fietspad kleiner willen maken. Met het oog op een autoluwe stad zijn de kortparkeertarieven verhoogd, de tarieven voor vergunningen gelijkgetrokken en de tijden van betaald parkeren verruimd. Tegelijk krijgen Amsterdammers meer uren voor de bezoekersregeling en wordt de regeling gebruiksvriendelijker gemaakt. Ook is besloten om betaald parkeren uit te breiden in Nieuw-West en Zuidoost. Dit wordt vanaf 2024 in stappen ingevoerd.

Solidaire stad met kansen voor iedereen Amsterdam is geen eiland, het staat als metropool in verbinding met veel landen en culturen. De oorlog in het Midden-Oosten trekt een wissel op onderling vertrouwen en heeft polarisatie en spanningen in Amsterdam tot gevolg. De spanningen zijn voelbaar in de Amsterdamse gemeenschappen die met deze regio’s verbonden zijn. Daarom is het Draaiboek Vrede in werking gezet. Dat houdt in dat het college, de politie en de stadsdelen contact onderhouden met diverse netwerken en gemeenschappen. Samen zijn we extra alert op signalen van onrust en dreiging en proberen we spanningen te voorkomen en beheersen. We zetten in op dialoog met verschillende gemeen­ schappen en faciliteren verbinding tussen betrokkenen. We stellen de norm dat racisme, discriminatie en uitsluiting in Amsterdam niet worden getolereerd. We zien een stijging van de discriminatiecijfers. Lang niet iedereen meldt. De meldingen die er zijn vormen dus slechts het topje van de ijsberg. Hierom werken we aan een versterking van de rol en positie van het meldpunt (discriminatie.nl). In samen­spraak met de vele gemeenschappen en groeperingen in de stad die zich met dit onderwerp bezighouden is het beleid vernieuwd. In het beleid ligt de nadruk behalve op groepen die gediscrimineerd worden ook op individuen die zich willen emanciperen. Nieuw is Jaarverslag 2023

ook dat er nader onderzoek komt naar anti-Aziatische discriminatie en validisme: discriminatie van mensen met een beperking. De kwartiermakers voor het Nationaal Slavernijmuseum hebben verder gewerkt aan een voorstel voor de locatie en invulling van het museum. Helaas komen discriminatie en racisme ook voor binnen de gemeentelijke organisatie. Dat werd bevestigd in externe onderzoeken van Muzus en het Kennisplatform Inclusief Samenleven, die in opdracht van de gemeente werden uitgevoerd. De gemeente moet een veilige en inclusieve werkplek zijn voor iedere medewerker. Dat is nodig om een betere werkgever te zijn maar ook om in verbinding te blijven met de diverse stad die Amsterdam is. We werken hieraan vanuit de Bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit, die - onder andere - naar aanleiding van de onderzoeken zal worden geactualiseerd in 2024. In 2023 werden, in aanvulling op de interne vertrouwenspersonen, externe vertrouwenspersonen aangesteld en is een extern meldpunt ingericht voor medewerkers van de gemeente. Een aantal stadsdelen in Amsterdam kent hardnekkige en samenhangende problemen. We investeren extra in deze stadsdelen. Met de integrale aanpakken in stadsdelen Zuidoost, West en Noord werken publieke en private partijen langjarig samen aan een betere toekomst voor bewoners van deze stadsdelen. In de drie gebieden komen plannen steeds meer tot uitvoering.

Met de nieuwe ‘Agenda Digitale Stad’ kijkt de gemeente Amsterdam hoe technologie kan helpen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken als kansenongelijkheid, krapte op de arbeidsmarkt, mentale gezondheid, veiligheid en afnemend vertrouwen in de politiek. Tegelijkertijd kijken we kritisch naar de toegevoegde waarde van digitale toepassingen en maken we bewuste afwegingen. Niet alles digitaal omdat het kan. In de agenda is veel aandacht voor digitale inclusie, de online leefwereld van jongeren en een verantwoord gebruik van artificiële intelligentie. Door de aanhoudende inflatie stond ook in 2023 de bestaanszekerheid van veel Amsterdammers onder druk. Daarom zijn de inkomensgrenzen voor minimum­ voorzieningen verruimd. De inkomensgrens is verhoogd van 120% naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. De inkomensnorm voor de kindregelingen is met ingang van het schooljaar 2023-2024 tijdelijk verhoogd naar 150%. Ook is een Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen vastgesteld met maatregelen en acties die ervoor zorgen dat Amsterdammers met weinig geld beter en sneller geholpen worden. Met het programma Iedereen Kans op Werk helpt de gemeente zoveel mogelijk 11

H1

Amsterdammers aan een betaalde baan. Het aantal Amsterdammers in de bijstand is gedaald naar minder dan 35.000 en dat is historisch laag. De omstandigheden waarin een kind of jongere opgroeit mag geen rol spelen in zijn of haar onderwijsontwikkeling. Daarom is het aantal Familie Scholen uitgebreid van tien naar vijfentwintig. De medewerkers van een Familie School kunnen helpen en ervoor zorgen dat de thuissituatie verbeterd, waardoor een leerling zich beter voelt en zich meer op school kan concentreren. Amsterdam kan niet zonder het mbo. Daarom is in 2023 samen met de scholen een nieuwe MBO-Agenda 2023 -2027 opgesteld, waarmee de gemeente € 35 miljoen investeert in het Amsterdamse mbo en in arbeidsmarkt­ beleid. Personeelstekorten vormen een groot probleem voor het onderwijs. We investeren in de periode 2023-2027 € 24 miljoen in het aanpakken ervan. Personeelstekorten spelen breder zoals bij de zorg en veiligheid. We werken aan een actieplan Personeelstekorten voor het hele sociaal domein. In 2023 zagen we een onverminderde vraag naar toezicht en handhaving op een veelheid aan opgaven. We hebben verschillende projecten in gang gezet waarmee we meer handhavers willen werven en opleiden. Van 22 juli tot en met 30 november 2023 reisden Amsterdamse kinderen van 4 tot en met 11 jaar kosteloos met het openbaar vervoer van GVB.

Het gratis reizen was bedoeld om kinderen de kans te geven om in de vakantie of het weekend met het OV op bezoek te gaan bij familie of vrienden, naar een park of een zwembad, of naar een museum of evenement. Dit moet ervoor zorgen dat de kinderen en hun ouders in de toekomst ook vaker gebruik zullen maken van het openbaar vervoer. We zien verharding op straat en toenemende mentale problemen onder jongeren. Het jongerenwerk kan een belangrijke rol spelen in de aanpak hiervan. Daarom heeft Amsterdam in 2023 extra geïnvesteerd in het jongerenwerk in de stad, vooral in de wijken waar dat het hardst nodig is. Onder andere is de Amsterdamse Jongerenwerk Academie opgericht die het vakmanschap en de kwaliteit van het jongerenwerk in Amsterdam moet waarborgen en vergroten. Mede dankzij het programma Thrive Amsterdam mentaal gezond is in 2023 een gesprek over mentale gezondheid met en tussen talloze Amsterdammers gevoerd, waarbij ze aangemoedigd werden om open te zijn over hun eigen ervaringen en te luisteren naar die van een ander. Het programma kent een plan van aanpak langs vier actielijnen: mentaal gezonde stad, mentaal gezonde buurt, mentaal gezond onderwijs en mentaal gezond aan het werk. In 2023 hebben ruim 600 (mede) door Thrive georganiseerde activiteiten plaatsgevonden met een bereik van ruim 10.000 personen. Jaarverslag 2023

De GGD heeft in 2023 de aanpak Beter Beschermd tegen Besmettelijke Ziekten geïntensiveerd, gezien de landelijke trend van dalende vaccinatiegraden. Tot mei liep de vaccinatiecampagne uit het Rijks Vaccinatie Programma in sport(hallen). Daarna was het mogelijk om zonder afspraak te vaccineren bij de OKT’s in Nieuw West, Zuidoost en Noord. Verder heeft de gemeente heel gerichte communicatie toegepast op doelgroepen en gebieden met een lage vaccinatiegraad. De groep dak- en thuislozen mensen groeit. Eind 2023 is het programmaplan ‘Versterking aanpak dakloosheid’ (2023-2026) vastgesteld, waarmee Amsterdam 20 miljoen euro extra investeert. Door deze investering komen er 300 tot 400 extra woningen en opvangplekken beschikbaar en is er plek voor 250 mensen in de winteropvang en ook wordt er meer geïnvesteerd in preventie van dakloosheid. Het herstel van de cultuursector heeft in 2023 vorm gekregen, maar de gevolgen van de coronacrisis voor de cultuursector zijn nog steeds merkbaar. Dat heeft ook te maken met de hoge energiekosten. Met het herstelplan kunst en cultuur ondersteunt de gemeente de sector. Ook is een Uitvoeringsagenda Nachtcultuur gepresenteerd met vijftien maatregelen om de Amsterdamse nachtcultuur verder te ondersteunen.

Duurzame toekomst De gevolgen van klimaatverandering zijn overal merkbaar, ook in Amsterdam. De bestaande en nieuwe plannen voor een energiezuinige, gezonde, groene en weerbare stad hebben we samengevat in één plan van aanpak: Onze stad van morgen. Samen met partners in de stad en belangrijke spelers in de energietransitie werken we aan de overstap naar een aardgasvrije stad, het oplossen van congestie en onderzoeken we duurzame bronnen zoals geothermie en waterstof. Er is een boring naar geothermie uitgevoerd en het afvangen van CO2 bij het Afval Energie Bedrijf Amsterdam is concreet geworden. De doelstelling voor 250 megawatt aan zonnepanelen op de daken is in 2023 behaald. Voor de windzoekgebieden is een milieueffectrapportage opgesteld waarin de effecten van mogelijke windparken op de omgeving staat beschreven. Ook heeft Amsterdam haar standpunt over de toekomst van Schiphol aangescherpt naar krimp van het aantal vluchten. In 2022 is het college gestart met het Isolatieoffensief. Er zijn meer dan 30.000 Amsterdammers geholpen met het verlagen van hun energieverbruik door kleine energiebesparende maatregelen te installeren. Daarnaast zijn verenigingen van eigenaren ondersteund bij verduurzaming.

12

H1

We leiden Amsterdammers naar scholing en werk in de sectoren voor energietransitie. Het Regionaal Werkcentrum heeft loopbaanpaden ontwikkeld voor de bouw-, techniek- en metaalsector. Daar kunnen mensen zonder ervaring in deze sectoren op een snelle manier worden omgeschoold. In 2023 hebben 225 mensen op deze manier een baan gevonden in deze sectoren.

1.3.1

Toelichting op baten, lasten en het rekeningresultaat

Onderstaande figuur toont het verloop van baten, lasten en de toevoegingen en onttrekkingen reserves gedurende het jaar. Figuur 1 Ontwikkeling in baten en lasten, en toevoegingen en onttrekkingen reserves in 2023

In de strijd tegen overmatig toerisme en overlast zijn in december 2022 de Visie Bezoekerseconomie 2035 en een breed pakket aan maatregelen door de gemeenteraad aangenomen. Maatregelen zoals aangescherpte sluitingstijden, een blowverbod, touringcarbeleid, of het aanscherpen van quota’s voor B&B en het reguleren van vakantieverhuur, onderzoek naar de rivier- en zeecruise zijn slechts een paar van de initiatieven die in 2023 in gang zijn gezet.

We zijn als college halverwege onze termijn in een wereld die continu in beweging is. Met volle overtuiging zetten we in op de voornemens uit het collegeakkoord, en dat doen we in tijden van financiële onzekerheid. Onze inzet is en blijft gericht op het aanpakken van de wooncrisis, het ongelijk investeren voor gelijke kansen en het bestrijden van de klimaatcrisis. Om zo de stad klaar te maken voor een duurzame en sociale toekomst.

8,0 7,0 6,0

Bedragen x € 1 miljard

Koers houden

9,0

Rekeningresultaat en exploitatie

In de financiële hoofdlijn gaan we in op de volgende onderwerpen: • De ontwikkeling van baten, lasten en het rekeningresultaat • Ontwikkeling van het saldo van baten en lasten • Rechtmatigheid • Afwijkingen van de begroting per programma • Structurele exploitatieruimte • De balans, waaronder de meerjarige ontwikkeling in gemeentelijke bezit en de financiering daarvan. • De ontwikkeling van het risicobeeld.

Jaarverslag 2023

0,8

6,0

5,9

1,2

1,4

1,5

1,4

1,7

1,6

1,6

6,3

6,2

6,2

6,2

6,4

6,3

6,4

6,5

5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 -

1.3

0,7

1,1

Primaire begroting Voorjaarsnota

Begroting 2024

Najaarsnota

Lasten

Baten

Toevoegingen reserves

Onttrekkingen reserves

Realisatie

Figuur 1 laat zien dat in 2023 de baten hoger uitkwamen dan de lasten. We houden daardoor geld over, in andere woorden: het rekeningresultaat is positief. Aan de reserves hebben we evenveel toegevoegd als onttrokken en is er per saldo geen effect op het rekeningresultaat. Als we de realisatie vergelijken met de primaire begroting is het duidelijk dat de begroting van lagere bedragen uitging, zowel bij de baten en lasten als bij de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Een van de redenen daarvoor is dat de uitkering uit het gemeentefonds door het jaar heen van grote invloed is op het rekeningresultaat. Verschillen gedurende het jaar zijn in meer detail ook terug te zien in de financiële tabellen van de programmaonderdelen van deze jaarrekening.

13

H1

De mutaties in de reserves zijn aanzienlijk hoger dan begroot en zijn in belangrijke mate toe te schrijven aan: • de systematiek op de programmaonderdelen Grond en Erfpacht. De financiële stromen hiervan worden vrijwel geheel verrekend met reserves. • de toevoegingen aan de reserves voor de Schaalsprong en Sprong over het IJ, zoals besloten bij de Begroting 2024. • Rekeningresultaat over 2022 dat wordt toegevoegd en onttrokken aan de algemene reserve. Hoewel er inhoudelijke redenen zijn voor de verschillen in de ramingen gedurende het jaar zien we aanleiding voor een verbeterslag op de kwaliteit van de ramingen. We zullen de mogelijkheden voor ramingsbijstellingen in kaart brengen met als doel de verschillen tussen de primaire begroting en de realisatie te verkleinen. Het saldo van lasten, baten en reservemutaties van figuur 1 mondt uit in het rekeningresultaat. In onderstaande figuur 1a is het verloop van het begrote en gerealiseerde rekeningresultaat weergegeven gedurende het jaar.

Figuur 1a Rekeningresultaat 2023 200,0 180,0 160,0 140,0

Bedragen x € 1 miljoen

De gerealiseerde baten zijn € 0,6 miljard hoger dan in de primaire begroting. De belangrijkste afwijkingen zijn het gevolg van autonome ontwikkelingen zoals hogere rijksbijdragen voor inkomensregelingen, de energietoeslag, de verlenging van de noodopvang voor Oekraïners en investeringen in woningbouw en infrastructuur. Daarnaast meer toeristenbelasting en vermakelijkheidsretributie ontvangen dan verwacht. De lasten vallen € 0,4 miljard hoger uit, dit komt door de hogere rijksbijdragen. Een deel van de extra bijdragen van het Rijk zoals de energietoeslag en middelen voor de noodopvang zijn in 2023 niet alleen ontvangen maar ook gelijk uitgegeven. Ook zien we hogere lasten voor overhead. Daarbij gaat het om ICTgerelateerde uitgaven, bedrijfsvoering en energieprijzen.

120,0 100,0 80,0 60,0

118,2

122,1

Najaarsnota

Realisatie

98,9 40,0 20,0 -

0

0

Primaire begroting

Voorjaarsnota

Begroting 2024

Begin 2023 was sprake van een voordeel van € 122 miljoen als gevolg van vooral de jaarafsluiting 2022. Dit bedrag is bij de Voorjaarsnota 2023 toegevoegd aan de algemene reserve. Dit is gedaan om de meerjarige negatieve effecten van vooral een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds (het zogenaamde “ravijn”) te kunnen dragen. Hierdoor zien we bij de Voorjaarsnota 2023 een resultaat van € 0. Bij de Begroting 2024 jaarschijf 2023 raamden wij vervolgens een voordeel van € 98,9 miljoen als gevolg van vooral beleidsarme verschuivingen tussen de jaren (de zogenaamde “kasschuiven”) en het beter dan verwachte renteresultaat als gevolg van een lagere schuldraming. Bij de Najaarsnota 2023 nam het positieve resultaat toe met € 19,3 miljoen naar € 118,2 miljoen. Dit kwam met name door het positieve effect van de septembercirculaire voor 2023.

Jaarverslag 2023

Het resultaat bij de jaarrekening van € 122,1 miljoen is met € 3,9 miljoen positiever dan verwacht bij de najaarsnota. Belangrijkste oorzaken zijn de onzekerheid over de omvang van de daadwerkelijke subsidies van bijvoorbeeld het Rijk en de Vervoerregio Amsterdam en de huidige economische onzekerheid waardoor we bepaalde baten conservatief ramen. Dat gaat onder andere om de winstnemingen uit grondexploitaties, de afkoop van erfpacht en de toeristenbelasting. Zie verder paragraaf 1.3.4 voor de toelichting van de verschillen tussen de najaarsnota en de jaarrekening per programma. 14

H1

1.3.2

Ontwikkeling saldo baten en lasten

Figuur 2 geeft een weergave van de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten zonder reservemutaties over de afgelopen 5 jaar. Dit saldo bestaat uit het verschil tussen onze opbrengsten en onze kosten. Een positief saldo draagt bij aan de houdbaarheid van de gemeentefinanciën. De laatste drie jaar is het saldo positief wat de houdbaarheid heeft verbeterd.

In 2023 is er een positief saldo van € 123,0 miljoen. De belangrijkste redenen daarvoor staan in paragraaf 1.3.4 toegelicht. Omdat per saldo meer is toegevoegd dan onttrokken aan de reserves valt het saldo van lasten en baten hoger uit dan het rekeningresultaat van € 122,1 miljoen.

1.3.3

Rechtmatigheid

Deze jaarrekening bevat voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording door het college (zie hoofdstuk 6.7). Dit is het gevolg van een wijziging van de Gemeentewet. In voorgaande jaren gaf de accountant een rechtmatigheidsoordeel, dat is nu niet meer het geval. Wel betrekt de accountant de rechtmatigheidsverantwoording in het oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening.

Figuur 2 Saldo van baten en lasten exclusief onttrekking en toevoeging aan reserves 250

Bedragen x € 1 miljoen

150 160,4

50

123,0

63,1

0 -50

-150

-257,7

De onrechtmatigheden komen boven de daarvoor gestelde grens van 2%, dat is € 160 miljoen, uit. Het gaat daarbij om het niet naleven van inkoopvoorwaarden en om begrotingsoverschrijdingen. Inkooponrechtmatigheid De inkooponrechtmatigheid betreft € 75,9 miljoen aan bestedingen waarbij niet voldaan is aan de Europese aanbestedingsregels. Deze inkopen zijn ten onrechte niet of niet op tijd aanbesteed, overschrijden de contractwaarde of zijn niet tijdig verlengd.

-211,7

-250

-350 2019

2020

Saldo van baten en lasten realisatie

2021

2022

2023

Na het negatieve saldo in 2019 en 2020 door de onder andere de corona-effecten is er voor de jaren 2021 en 2022 sprake van een positief saldo. Het positieve saldo in 2021 van € 63,1 miljoen was vooral te danken aan een voordeel door corona-gerelateerde baten, een hogere uitkering uit het gemeentefonds en een vrijval van de verlies­ voorziening Afval Energie Bedrijf. Het jaar 2022 kende een voordelig saldo van € 160,4 miljoen. Dit werd voornamelijk verklaard door het programma Grond en de algemene dekkingsmiddelen. Bij programma Grond was het verwachte nadeel flink kleiner door een stijging van de marktprijzen van woningen en commercieel vastgoed. Voor de algemene dekkingsmiddelen was er sprake van hoger dan verwachte inkomsten op het gebied van de toeristenbelasting.

Jaarverslag 2023

In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we de oorzaken toe en gaan we in op de verbetermaatregelen om de inkooponrechtmatigheid in de toekomst terug te dringen. De sturing op de inkoop moet beter en de verantwoording over de inkoop moet duidelijker. Daarbij hoort een strakke monitoring om onrechtmatigheid zoveel mogelijk te voorkomen. We verwachten dat het effect van de inspanningen zich na verloop van tijd zal vertalen in een lagere onrechtmatigheid. Begrotingsonrechtmatigheid De begrotingsonrechtmatigheid bedraagt € 230,2 miljoen en vormt een nieuw aspect in de rechtmatigheidsverantwoording. Het bedrag aan begrotingsonrechtmatigheid bestaat uit alle overschrijdingen op de lasten per programmaonderdeel sinds de laatst vastgestelde begroting, de najaarsnota. Deze overschrijdingen zijn weliswaar onrechtmatig maar passen binnen het vastgestelde beleid en zijn daarom als acceptabel geduid. De begrotingsoverschrijdingen zijn toegelicht bij de verschillende programmaonderdelen.

15

H1

Begrotingsafwijkingen na de najaarsnota doen zich altijd voor en kunnen we niet altijd beïnvloeden. De hoogte van het bedrag aan begrotingsonrechtmatigheid geeft wel aanleiding om na te gaan of er mogelijkheden zijn om hier meer grip op te krijgen.

1.3.4

Afwijkingen per programma

Tabel 1 Financiële afwijkingen per programma (bedragen x € miljoen) Nr

Programma

Begroting 2023 Begroting 2023 Rekening 2023 (primitief) (najaarsnota)

Verschil Rekening Begroting (najaarsnota

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

-18,0

-143,3

54,9

198,2

2

Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer

-588,8

-649,8

-566,3

83,5

3

Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed

-204,5

-221,7

-218,9

2,8

4

Sport

-63,9

-66,4

-65,5

0,9

5

Onderwijs

-248,8

-239,3

-239,5

-0,1

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

-1.109,9

-1.110,7

-1.094,8

15,9

7

Sociale zaken en Armoedebestrijding

-411,6

-399,6

-451,9

-52,3

8

Veiligheid

-228,4

-239,7

-231,1

8,6

A

Algemene Dekkingsmiddelen

3.541,4

3.724,1

3.731,0

6,9

B

Bestuur en organisatie

-728,2

-789,6

-794,9

-5,3

Saldo van Baten en Lasten

-60,9

-136,1

123,0

259,0

Mutaties reserves

60,9

254,3

-0,9

-255,1

Resultaat

0,0

118,2

122,1

3,9

Het Jaarverslag 2023 laat ten opzichte van de oorspronkelijke Begroting 2023 een voordeel zien van € 183,9 miljoen voor bestemming reserves en € 122,1 miljoen na bestemming reserves. Het positief resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2023 van € 259,0 miljoen voor bestemming reserves en van € 3,9 miljoen na bestemming reserves wordt uitgebreid Jaarverslag 2023

toegelicht in de verschillende programma’s. Hier verklaren we het resultaat op hoofdlijnen. De afwijkingen ten opzichte van de Najaarsnota 2023 op de baten hebben in het algemeen te maken met twee onzekerheden. Dit is ten eerste de onzekerheid over de omvang van de daadwerkelijke subsidies van bijvoorbeeld het Rijk en de Vervoerregio Amsterdam en over wanneer ze worden uitgekeerd. En ten tweede de huidige economische onzekerheid waardoor we bepaalde baten conservatief ramen, zoals bij winstnemingen grondexploitaties, afkoop erfpacht, toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie. Grondexploitaties en erfpacht Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid heeft voor bestemming reserves een voordeel van € 198,2 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2023. Het resultaat wordt vooral verklaard door hogere baten: • lagere lasten gebiedsontwikkeling doordat minder middelen zijn toegevoegd aan de voorziening Plantekorten. Redenen zijn het niet verder dalen van grondprijzen en de ontvangen rijksbijdragen (€ 95,4 miljoen). • hogere baten in verband met meer afkoop en overstap erfpacht (€ 53,8 miljoen). • hogere baten door meer winstnemingen en lagere reserveringen voor projectrisico’s bij de grondexploitaties (€ 17,1 miljoen). • hogere baten gebiedsontwikkeling door de uitgiftes in het Zuidas-gebied die alsnog eind 2023 plaatsvonden in plaats van 2024 (€ 35,8 miljoen).

Het positieve resultaat wordt bijna geheel verrekend met de reserves en voorzieningen. Openbare ruimte, drinkwater en afval (programma 2) Programma 2 Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer heeft voor bestemming reserves een voordeel van € 83,5 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2023. Het resultaat wordt vooral verklaard door hogere baten en lagere lasten: • hogere baten van de Vervoerregio Amsterdam (€ 14,8 miljoen); hier staan ook meer lasten tegenover (projecten Van Woustraat Noord, Koninginneweg en Parnassusweg). • lagere lasten als gevolg van minder projecten stadsverbetering (€ 55,0 miljoen minus de hogere lasten als gevolg van de extra subsidies ad € 14,8 miljoen van de Vervoerregio Amsterdam (zie het eerste punt) is een onderbesteding van per saldo € 40,2 miljoen) . Belangrijkste redenen daarvoor zijn capaciteitsproblemen, vertragingen bij de aanbesteding en door onvoorziene omstandigheden zoals zware regenval. 16

H1

Energietoeslag (programma 7) Programma 7 Sociale zaken en armoedebestrijding heeft voor bestemming reserves een nadeel van € 52,3 miljoen ten opzichte van de Najaarsnota 2023 als gevolg van vooral de energietoeslag. Dit nadeel staat tegenover het voordeel van extra rijksinkomsten voor energietoeslag.

1.4

Balans

1.4.1

Balans 2023

Tabel 3 Balans (bedragen x € miljoen)

1.3.5

Structurele exploitatieruimte

Tabel 2: Meerjarig beeld van het structurele begrotingssaldo (bedragen x € miljoen) 2019

2020

2021

2022

2023

Structurele baten

4.788,0

5.575,5

6.327,7

5.979,9

6.346,0

Structurele lasten

4.754,5

5.219,2

6.200,4

5.726,9

6.179,9

Structureel begrotingssaldo

33,5

356,3

127,3

253,0

166,1

Bovenstaand saldo geeft aan hoeveel de structurele lasten nog kunnen stijgen, of de structurele baten kunnen dalen, voordat we de structurele lasten niet meer volledig kunnen dragen. Een negatief saldo geeft aan dat de begroting niet structureel sluit. Dit betekent dat je incidenteel geld nodig hebt om structurele lasten te bekostigen. Een negatief saldo kan leiden tot een negatieve beoordeling van de toezichthouder, de provincie Noord-Holland. In 2023 zijn zowel onze structurele inkomsten als uitgaven gestegen. De belangrijkste stijging van de structurele baten zit in de toename van het gemeentefonds (circa € 150,0 miljoen), toeristenbelasting (circa € 100,0 miljoen) en de OZB (circa € 60,0 miljoen). Dit betreffen structurele baten. Hierdoor is er voor 2023 sprake van een positief structureel saldo van € 166,1 miljoen. Dit houdt in dat we voldoende structurele baten hadden om onze structurele lasten te dragen. In het hoofdstuk 6.3 Overzicht incidentele baten en lasten staat meer over de structurele exploitatieruimte.

Jaarverslag 2023

ACTIVA

2022

2023

PASSIVA

2022

2023

Grond

8.526,2

8.534,4

Reserves

7.984,1

8.107,1

Materieel bezit

5.605,0

5.905,3

Voorzieningen

420,0

541,7

Financieel bezit

1.165,7

1.099,7

Schuld

6.715,8

6.693,9

786,4

888,9

Overig

963,4

1.085,6

16.083,3

16.428,3

Totaal

16.083,3

16.428,3

Overig bezit Totaal

Het balanstotaal is in 2023 met € 345,0 miljoen toegenomen. In 2022 was de toename vergelijkbaar. De toename is het gevolg van de forse investeringen die we doen, ter vervanging, voor de groei van de stad en voor een complete stad. De schuld is iets lager dan eind vorig jaar en onze reserves zijn toegenomen. Voor de belangrijkste balansposten is de toelichting als volgt: • Grond Het bezit aan erfpachtgrond is toegenomen met € 8 miljoen hoewel er € 203 miljoen aan grond in erfpacht is uitgegeven. Een eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. Door de ontvangst van eeuwigdurende afkoopsommen vanwege uitgifte en bij overstap neemt de grondwaarde niet met € 203 miljoen maar met € 8 miljoen toe. • Materieel en financieel bezit In 2023 hebben we flink geïnvesteerd, bijna € 540 miljoen, in voornamelijk gebouwen, tunnels, wegen en riolering. Ook hebben we kapitaal en leningen verstrekt, voor zo’n € 65 miljoen. De afschrijvingen, desinvesteringen en ontvangen aflossingen bedroegen tezamen ruim € 370,0 miljoen, zodat ons bezit is toegenomen met circa € 235,0 miljoen.

17

H1

• Reserves en voorzieningen De reservepositie is bijna € 125 miljoen hoger dan vorig jaar. De algemene reserve is toegenomen door het positieve rekeningresultaat in 2022 en heeft nagenoeg de normhoogte bereikt. De voorzieningen zijn toegenomen met € 122 miljoen, vooral door ontvangst van bouwstimuleringsgelden vanuit het Rijk die we te zijner tijd weer gaan uitgeven. • Schuld De schuld is licht afgenomen ten opzichte van 2022. De externe financieringsbehoefte voor de investeringen en gronduitgiften bleef beperkt vanwege de beschikbare eigen middelen (reserves en resultaat).

1.4.2

Meerjarige ontwikkeling

Hieronder is de balansontwikkeling in de afgelopen jaren te zien, onderverdeeld naar de grootste posten in onze bezittingen en naar schuld en reserves. Figuur 4 Ontwikkeling balanstotaal 18,0 16,0

Bedragen x € 1 miljoenen

• Investeringen We hebben voor ongeveer € 540 miljoen geïnvesteerd in vervanging, verbetering en uitbreiding van onze bezittingen. Daarnaast hebben we voor ongeveer € 30 miljoen geïnvesteerd in ICT- en IV-oplossingen. Deze investeringen mogen we niet activeren, omdat we ze niet in eigendom verkrijgen. Het totaalbedrag van onze investeringen is uitgekomen op € 571 miljoen, dat is lager dan de (bijgestelde) raming van € 654 miljoen. Door capaciteitstekort en aanbestedingsproblemen is meer vertraging opgetreden dan vooraf gedacht. De paragraaf Investeringen gaat hier verder op in.

14,4

14,0 12,0 10,0

8,3

7,7

8,2

8,0

4,6

5,3

4,8

6,2

1,7

1,2

2,0

1,2

16,4

16,1

15,7

15,1

8,5

7,8

8,5

8,0

8,5

8,1

5,2

6,7

5,6

6,7

5,9

6,7

2,0

1,4

2,0

1,6

8,0 6,0 4,0 2,0 -

2019

2020

Materieel bezit - grond

2,0

1,2

2021

2022

2023

Reserves

Materieel bezit - gebouwen, wegen

Schuld

Overig

Overig

Het balanstotaal nam in de afgelopen jaren gestaag toe. We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd zodat ons bezit is toegenomen en daarmee ook onze financieringsbehoefte. De toename van ons bezit met € 2 miljard heeft zich vooral vertaald in meer schuld. De reserves zijn in die periode licht gestegen met € 150 miljoen, onder andere als gevolg van de jaarresultaten. Door eeuwigdurende afkoop van canon is de toename van het grondbezit afgevlakt.

1.4.3

Balansratio’s: solvabiliteit en schuldquote

Het kengetal solvabiliteit vertelt hoeveel van ons bezit is gefinancierd met eigen vermogen (reserves). Bij deze jaarrekening is de solvabiliteit 49%, dat is een lichte afname vergeleken met 2022. Gecorrigeerd voor erfpacht is de solvabiliteit 33%, dat is een lichte toename ten opzichte van 2022. Een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 50% valt binnen de bandbreedte van de signaleringswaarde ‘neutraal’ van de provincie. Jaarverslag 2023

18

H1

Onder de 20% is de signaleringswaarde ‘onvoldoende’. De schuldquote laat zien hoe hoog de schuld is in verhouding tot de baten. Bij deze jaarrekening is de schuldquote (exclusief erfpacht) 54%. Dit is een lichte daling ten opzichte van de vorige jaarrekening (56%). Inclusief erfpacht is de schuld­quote 101%. De daling van de schuldquote komt omdat in 2023 de schuld gelijk is gebleven en de baten zijn toegenomen. Een schuldquote tussen de 90 en 130% valt binnen de bandbreedte van de signaleringswaarde ‘neutraal’ van de provincie. In het hoofdstuk Balans, de paragraaf Investeringen en in de Financieringsparagraaf staat meer toelichting over de schuldquote en solvabiliteit.

1.5

Ontwikkeling van het weerstandsvermogen Onzekerheden leiden tot risico’s. Risico’s kunnen kort op elkaar volgen en elkaar versterken. Toch is het niet waarschijnlijk dat veel risico’s tegelijk zullen optreden en ineens geld gaan kosten. Uitzonderingen zijn crisis zoals we dat in de coronajaren hebben gezien. We houden daarom financiële weerstandscapaciteit aan. Dat is het bedrag dat minimaal nodig is om voor een beperkte periode van 2 jaar de financiële gevolgen van ons risico te kunnen dragen. Dat geeft tijd om op ordentelijke wijze de begroting aan te passen zonder direct beleidsuitgaven om te moeten buigen. Figuur 5 Ontwikkeling algemene reserve 500,0

Risico’s en weerstandsvermogen

450,0

Belangrijke ontwikkelingen in het integrale risicobeeld

400,0

Bedragen x € 1 miljoenen

De gemeente is in staat geweest om de financiële klappen van de corona jaren achter zich te laten. Dat zien we terug in een positieve ontwikkeling van het rekeningresultaat en de Algemene Reserve. Van belang is dat we in 2023 te maken hadden met: • Aanhoudende geopolitieke spanningen. Die raken een internationale en verbonden metropool als Amsterdam. De gevolgen van de aanhoudende oorlog in Oekraïne drukken in allerlei vormen ook op Amsterdam, via vluchtelingenstromen tot prijsstijgingen in energie en grondstoffen. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt voor maatschappelijke onrust. • Stijging van het loon- en prijspeil als gevolg van inflatie. Hoewel de inflatie terugloopt zien we loonstijgingen doorzetten, evenals bouwkosten voor onze projecten. • Ook in 2023 zijn de rentestanden hoger dan waar we jarenlang aan gewend zijn geraakt. Dat gaat zorgen voor stijgende rentelasten.

350,0 300,0 250,0 200,0 150,0

348,0

312,8

100,0

174,6

50,0

96,9

78,5

2019

2020

2021

2022

2023

Algemene reserve Normhoogte (5% begrotingstotaal)

Verder hebben we te maken met: • Klimaatverandering. De wereldwijde energie gerelateerde uitstoot van kooldioxide (CO2) bereikte in 2023 een recordhoogte. De effecten van klimaatverandering tekenen zich ook voor Amsterdam zichtbaar af. De risico’s zullen vooral impact hebben in de openbare ruimte en de infrastructuur. • Verslechtering in rijksfinanciën. De rijksuitgaven lopen op. Het rijkstekort zal vanaf 2028 niet meer binnen de 3%-norm uit de Europese begrotingsregels blijven. Dat zal zijn weerslag kunnen hebben op door ons te ontvangen rijksmiddelen. In de programma's vindt u meer informatie over de risico's voor ons beleid. Risico's met betrekking op de bedrijfsvoering vindt u in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Jaarverslag 2023

Het beleid dat de raad in 2022 heeft vastgesteld schrijft een normhoogte Algemene Reserve voor. Die normhoogte is € 321 miljoen, 5% van het begrotingstotaal. Uit figuur 5 blijkt dat we dat niveau zo goed als bereikt hebben in 2023. Daarmee is het herstelplan voor de Algemene Reserve succesvol afgerond. Meer informatie vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

19

2

H2

2

Programma's 2.1

Bouwen, wonen en duurzaamheid

22

2.2

Openbare ruimte, water, groen, vervoer

57

2.3

Economie, kunst, cultuur en erfgoed

113

2.4

Sport

138

2.5

Onderwijs

150

2.6

Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit

163

2.7

Sociale zaken en armoedebestrijding

192

2.8

Veiligheid

214

2.A

Algemene dekkingsmiddelen

229

2.B

Bestuur en organisatie

241

21

H 2.1

2.1 Bouwen, wonen en duurzaamheid 2.1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling Ruimtelijke ordening zorgt voor een stad en regio die door ruimtelijke visie- en beleidsvorming, planontwikkeling en kwaliteitsborging goed en duurzaam functioneren.

2.1.2 Grond In het programmaonderdeel grond werken we aan de realisatie van complete en gemengde wijken met voldoende nieuwe woningen. We streven naar een jaarlijkse start bouw van 7500 woningen in de verhouding 40% sociaal, 40% middelduur en 20% markt. Dit is opgenomen in het Amsterdams Akkoord. Het realiseren van deze ambitie is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. De gemeente bouwt niet zelf maar dat doen marktpartijen.

2.1.3 Erfpacht De gemeente houdt grip op het gebruik van de grond met het erfpachtstelsel. In 2023 hebben 18.000 erfpachters een aanvraag ingediend voor de nieuwe spijtoptanten­ regeling. Op die manier wordt aan erfpachters die in eerste instantie geen overstap­ aanvraag hebben ingediend of gedurende het proces de aanvraag niet hebben gecontinueerd alsnog de gelegenheid geboden om tegen gunstige voorwaarden over te stappen.

2.1.4 Bouwen en Wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, duurzame, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Jaarverslag 2023

• Op 16 januari 2023 is de nieuwe woonruimteverdeling live gegaan. De nieuwe woonruimteverdeling beoogt te zorgen dat mensen die het hardst een nieuwe woning nodig hebben, een betere kans krijgen om een woning te vinden. Woningzoekenden hebben met het nieuwe systeem nu zelf invloed op hun slaagkansen door actief te zoeken en door situatie- en of startpunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om punten op te bouwen en hun positie op de ranglijst te verbeteren. • De Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) is op 20 juli 2023 vastgesteld door de raad. De AAV is een woonvisie (met daarin de Woonzorgvisie geïntegreerd) én een actieplan om de grote vraagstukken over volkshuisvesting in Amsterdam aan te pakken. Met dit plan werken we aan een stad met voldoende betaalbare en goede woningen voor iedereen. • In 2023 is het beleidskader Woonwagens en Standplaatsen vastgesteld. Met het beleidskader streven we onder andere naar een uitbreiding van het aantal standplaatsen en het verkorten van de wachttijden, het toewijzen van standplaatsen langs een transparante systematiek en een professionalisering van het beheer en onderhoud. • Het Uitvoeringsplan voor het isolatieoffensief is op 17 oktober 2023 vastgesteld door het college. In dit uitvoeringsplan versnelt het college het isolatietempo in de stad.

Hierbij ligt de focus op woningen van bewoners in een kwetsbare positie. • De gezamenlijke schimmelaanpak is eind november 2023 tot stand gekomen met de Amsterdamse corporaties, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), !WOON, GGD en Woningkwaliteit van de gemeente Amsterdam. Met deze aanpak worden vocht en schimmel grondig en eenduidig aangepakt. • De eerste Energiebespaarservice is in november 2023 afgerond. Met dit project zijn er meer dan 35.000 woningen van huishoudens die veelal kampen met energiearmoede van kleine energiebesparende maatregelen voorzien.

22

H 2.1

2.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten. Onze vastgoedportefeuille verhuren we voor een groot deel aan een zeer verschillende groep huurders. Het grootste deel betreft maatschappelijke huurders. In 2023 verkochten wij volgens plan enkele panden die geen beleidsdoel meer dienden. Verder is ook in het afgelopen jaar veel tijd en aandacht besteed aan de vastgoedstrategie. Daarmee stellen we een visie vast onder meer over hoe we onze maatschappelijke voorzieningen zo goed mogelijk kunnen faciliteren. De vastgoeds­ trategie zal volgens planning in het tweede kwartaal van 2024 worden vastgesteld. Een belangrijke ontwikkeling is dat we in 2023 hebben besloten € 150 miljoen beschikbaar te stellen voor de verduurzaming van ons vastgoed. Het doel is om daarmee de CO2-uitstoot in belangrijke mate te verminderen. De nu reeds vergevorderde plannen komen vanaf 2024 tot uitvoering en we pakken al in 2024 diverse panden aan. Deze aanpak zal tot zeker 2030 doorlopen, gezien de omvang van de portefeuille en de beoogde CO2-reductie. We hebben in 2023 onze huurders financieel ondersteund door ze te compenseren voor de hoge huurverhogingen. Huurders die een huurverhoging kregen van meer dan 6,4% werden voor 1 jaar voor dat meerdere gedeelte gecompenseerd.

Ook hebben we in 2023 besloten – gezien de hoge huurindexeringen van de afgelopen jaren – de huren van de standaardcontracten in 2024 niet te verhogen.

2.1.6 Duurzaamheid en Milieubeheer Het beperken van de gevolgen van de klimaatcrisis, grondstoffencrisis en biodiversiteitscrisis vraagt om een radicale omslag in ons denken, onze manier van werken, hoe we zijn georganiseerd en ons gedrag. Dat geldt voor al onze ambtenaren én voor bewoners, ondernemers en bedrijven. Duurzaamheid is niet vrijblijvend. Helaas liggen we, ondanks onze inspanningen, niet op koers in het behalen van onze duurzaamheidsdoelen op energie en materiaalgebruik. Er is een andere werkwijze nodig: nieuwe manieren van werken en een uitfasering van niet-duurzaam werken. We moeten versnellen om onze doelen te halen. Dit doen we op basis van bestaande plannen, zoals de Routekaart Amsterdam klimaatneutraal, de Transitievisie Warmte, de Groenvisie en de Strategie Amsterdam Circulair. Versnellen lukt ons alleen samen met onze partners: woningcorporaties, onderwijsinstellingen, bewoners en bedrijven.

Jaarverslag 2023

Onze Stad van Morgen In juli 2023 heeft het college van B en W zich opnieuw gecommitteerd aan de doelstellingen uit het coalitie akkoord met het ondertekenen van de raads­ informatiebrief Onze stad van morgen. Die beschrijft de urgentie en de gevolgen van de klimaatcrisis voor Amsterdam én onze aanpak om dit gezamenlijk te bestrijden. De opdracht is helder, nu moeten we deze verder gaan uitvoeren, ook wanneer dit lijkt te schuren met andere doelstellingen uit het coalitieakkoord. Hiermee wordt de basis gelegd voor Duurzaam Tenzij als uitgangspunt voor alle portefeuilles, ook voor toekomstige collegeperiodes. Met de bestuursopdracht Duurzame Toekomst Stad en Organisatie committeert de gemeentelijke organisatie zich aan het gezamenlijk en tijdig realiseren van de verduurzaming van de stad en organisatie. Doel van dit instrument is om duurzaamheid te verbreden van één portefeuille naar een beginsel bij het maken van al het beleid. De komende jaren zijn bepalend voor het behalen van de duurzame doelstellingen en het tegengaan van de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Tegelijkertijd is duidelijk dat het een enorme uitdaging wordt om onze doelen tijdig te behalen. Amsterdam staat hierin niet alleen: de rest van de wereld moet zich ook inspannen om deze doelen te halen, maar wij nemen nu wel onze verantwoordelijkheid.

Hiermee hebben we een belangrijke aanjagende rol en veel invloed op de noodzakelijke versnelling.

Energietransitie Evenals voor andere grote opgaven, zoals de woningbouwopgave, is er voor de energietransitie behoefte aan een slagvaardige organisatie om de verbouwing van de stad de komende decennia te begeleiden. Met het Collegebesluit om per 1 oktober 2023 de uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad op te richten, geeft het bestuur een duidelijke richting aan deze stedelijke behoefte. Deze organisatie is speciaal opgericht voor het veiligstellen van de levering van de nutsvoorziening energie; het oplossen van congestie en aanleg van warmtenetten. Om inwoners te helpen bij energiebesparing heeft het college het Uitvoeringsplan voor het isolatieoffensief vastgesteld. In dit uitvoeringsplan legt het college uit met welke inzet het isolatietempo in de stad wordt versneld. Hierbij ligt de focus op het verbeteren van de woningen van bewoners in kwetsbare positie. Wat betreft duurzame bronnen is de doelstelling voor 250 MW aan zonnepanelen op de daken in 2023 behaald. Voor geothermie is onderzoek naar de potentie gestart. Voor waterstof is de regio aangewezen door Europa als belangrijke schakel voor de ontwikkeling van de waterstofeconomie.

23

H 2.1

Circulaire Economie Ongeveer 80% van de CO2 -uitstoot van Amsterdam wordt veroorzaakt door materiaalgebruik. Deze CO2 wordt niet ín onze stad uitgestoten, maar wel dóór Amsterdammers. Daardoor hebben we een grote impact op gemeenschappen over de grens. Om deze impact zoveel mogelijk te beheersen zal ons huidige economische model plaats moeten maken voor een nieuw, circulair economisch model waarin nieuw materiaalgebruik zoveel mogelijk wordt vermeden, producten een lange levensduur krijgen, en materialen na gebruik weer worden ingezet voor nieuwe producten. Om de omslag naar een circulaire economie te versnellen is in november 2023 de uitvoerings­ agenda Circulair 2023 – 2026 vastgesteld. Belangrijke mijlpalen in 2023 waren: • Verdere ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie om in 2026 in staat te zijn circulair te werken.

Zo is hergebruik van materialen nu uitgangspunt voor inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte; • We zijn gestart met het biobased isoleren en renoveren van de eigen panden en er is een biobased innovatiepaviljoen gerealiseerd waar samen met innovatieve bedrijven nieuwe mogelijkheden voor duurzamer bouwen worden getest; • Lancering van Circulaw; het online kennisplatform waar juridische kennis beschikbaar wordt gesteld om beleidsmedewerkers concrete handvatten te geven om meer circulariteit mogelijk te maken door het (anders) inzetten van bestaande wet- en regelgeving; • Amsterdam heeft zich verbonden aan het initiatief Sustainable Finance, om met onder meer grote banken nieuwe, circulaire financieringsvormen te ontwikkelen met als doel circulair financieren de norm te maken in 2030.

2.1.7 Begraafplaatsen en crematoria De gemeente Amsterdam kent dertien gemeentelijke begraafplaatsen en twee gemeentelijke crematoria met rouwcentra: begraafplaats/crematorium De Nieuwe Ooster (stadsdeel Oost) en begraafplaats/crematorium De Nieuwe Noorder met zeven dorpsbegraafplaatsen (stadsdeel Noord), begraafplaats Driemond (stadsdeel Zuidoost), begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon (Weesp) en de - voor begraven – gesloten begraafplaats Huis te Vraag (stadsdeel Zuid). In 2023 hebben de gemeentelijke begraafplaatsen/crematoria 35% van alle uitvaarten verzorgd van overledenen in Amsterdam. Het overgrote deel van deze uitvaarten vindt plaats op De Nieuwe Ooster en De Nieuwe Noorder. In 2023 is de restauratie van 23 graf­ monumenten op de begraafplaats Landscroon afgerond. Er is een team van vrijwilligers opgericht die gaan helpen bij het groenonderhoud op de begraafplaats Landscroon. Jaarverslag 2023

Op de begraafplaats Carspelhof is het nieuwe beheerdersgebouw en het toiletgebouw voor bezoekers opgeleverd. Op De Nieuwe Noorder is in 2023 het hele jaar gewerkt aan het herinrichten van de paden, het opknappen van de grafvakken en groen­borders. In 2023 is gestart met het duurzaam vervangen van de brandstof aangedreven machines en zijn op de parkeerplaats van De Nieuwe Ooster 2 laadpalen geplaatst. De urnenmuur op de begraafplaats De Nieuwe Ooster is helemaal opgeknapt en het interieur van het rouwcentrum is vernieuwd.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Primaire Begroting 2022 2023

Begroting 2023 (Najaarsnota)

Rekening 2023

Verschil Rekening Begroting 2023 (Najaarsnota)

Baten

977,3

869,1

786,9

865,9

79,1

Lasten

811,1

887,1

930,2

811,1

-119,2

Saldo Baten en Lasten

166,2

-18,0

-143,3

54,9

198,2

Onttrekking

544,7

338,9

878,3

823,3

-55,0

Toevoeging

677,7

280,9

450,9

591,7

140,8

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-132,9

58,0

427,4

231,6

-195,7

Totaal Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

33,3

40,0

284,0

286,5

2,5

Rekening Primaire Begroting 2022 2023

Begroting 2023 (Najaarsnota)

Rekening 2023

Verschil Rekening Begroting 2023 (Najaarsnota)

284,2

277,9

-6,3

Apparaatslasten (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen) Apparaatslasten

256,0

259,4

Het programma heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2023 een positief resultaat van € 2,5 miljoen. Dit komt vooral door hogere baten van € 79,1 miljoen, lagere lasten van € 119,2 miljoen en per saldo een toevoeging aan onze reserves van € 195,7 miljoen. 24

H 2.1

Baten De totale baten van € 865,9 miljoen zijn € 79,1 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt op hoofdlijnen veroorzaakt door: • Hogere baten binnen de gebiedsontwikkeling (€ 56,9 miljoen). Dit betreffen hogere uitgiftes in het zuidasgebied (€ 35,8 miljoen), hogere winstnemingen (€ 17,1 miljoen) en overige inkomsten (€ 4,0 miljoen). • Hogere baten bij erfpacht, omdat er meer is afgekocht bij uitgifte in het voortdurende stelsel en bij de overstap (€ 53,8 miljoen). Deze middelen zijn toegevoegd aan de erfpacht reserves. • Hogere baten voor grootstedelijke omgevingsvergunningen bij de Omgevingsdienst (€ 5,3 miljoen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14254984/1