Bijlage 1. Jaarverslag 2020
Tekst van het document
45
H 3.1.2
Baten en lasten 2020 Bijdragen RIEC AA
Baten
Lasten Overheveling naar 2021
1. RIEC reguliere middelen
1.581.299
2. RIEC structurele middelen
1.763.153
867.549
895.604
3. RIEC incidentele versterking
5.202.955
1.624.636
3.578.319
849.547
654.543
195.004
9.396.954
4.728.027
4.668.927
4. RIEC regionale aanpak afpakken crimineel vermogen Totaal
1.581.299
-
1. 2020 heeft voor het RIEC AA in het teken gestaan van de herijking en reorganisatie. Dit jaar zijn in een enorm tempo fundamentele veranderingen gerealiseerd. Langs de geformuleerde versterkingslijnen (financiële stromen, cruciale schakels en doorgroeiers) is het programmatisch kader voor deze drie versterkingslijnen ontwikkeld. De nieuwe focus alsmede de impact daarvan op de governance, de werkwijze in werkgroepen, de doorontwikkeling naar projectgroepen, het werkproces en de organisatie van het RIEC AA stond dit jaar centraal. Het RIEC AA werkt vanuit de overtuiging dat een gezamenlijke, geïntegreerde aanpak succesvol is bij het tegengaan van ondermijning. Daarbij gaan een bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale aanpak hand in hand. Het RIECbureau faciliteert de ambitie van de partners om integraal samen te werken tegen ondermijnende criminaliteit, waarbij casusinformatie in een vroeg stadium wordt gedeeld, gezamenlijke keuzes worden gemaakt over welke partners tot een interventie overgaan en successen met elkaar worden gevierd. Het RIEC-bureau ondersteunt de integrale aanpak van ondermijning en helpt de partners een effectievere overheid te zijn.
Het RIEC-bureau heeft het afgelopen jaar ondersteund aan de hand van onderstaande vijf punten: • Duurzame samenwerking, waarbij de samenwerking tussen de partners van de overheid onderling, maar ook met maatschappelijke coalities wordt gestimuleerd en versterkt; • Objectieve Kennis en Expertise, waarbij kennis en leren veel meer worden gemobiliseerd en versnelling wordt aangebracht bij kennisinterventies;
• Integrale Intelligence en Analyse, waarbij een ontwikkeling van verdergaande technologisering en verbeterde data-analyses wordt gestimuleerd; • Slimme (bestuurlijke) Weerbaarheid, waarbij de informatiepositie van de partners wordt versterkt en de handelingspositie wordt verbreed; • Flexibele Uitvoeringskracht, waarbij de partners worden ondersteund en gefaciliteerd in de uitvoeringsfase zonder dat het RIEC daarbij de verantwoordelijkheden van de partners overneemt, bijvoorbeeld door monitoring, coördinatie, ontkleurd project- en programmamanagement. 2. Het RIEC-bureau heeft in 2020 gebouwd aan een kennisfundament in lijn met de nieuwe focus. Dit kennisfundament dient ter ondersteuning van de projectgroepen (zodat iedereen dezelfde informatiepositie heeft) en helpt om focus aan te brengen. Daarnaast zijn nieuwe informatiebronnen aangeboord en is de kwaliteit van de analyseproducten vergroot door meer structuur aan te brengen in het werkproces. Dit jaar zijn nieuwe RIEC projectgroepen gestart. Er is gekozen voor project groepen omdat hierin het projectmatige en actiegerichte karakter van samenwerking tot uiting komt. 3. De focus van de versterking is gekoppeld aan de corebusiness van het RIEC AA, namelijk het verstoren van de drugseconomie in regio AA.
Hierdoor is er gefocust gewerkt aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit, is hier verdieping in aangebracht en is er gericht uitvoeringscapaciteit gealloceerd. Dit alles heeft ertoe geleid dat er integraal gedragen plannen liggen, met een gezamenlijke visie, in plaats van een optelsom van individuele acties. Het fundament voor een duurzame samenwerking is gelegd. Als voorbeeld: door de incidentele versterkingsmiddelen heeft de aanpak van ondermijning in de Amstellandgemeenten een enorme boost gekregen. Zowel bij de 5 gemeenten individueel als de samenwerking onderling. De uitvoering van de lijn Doorgroeiers in drugscriminaliteit is ondergebracht in het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). De focus op deze doorgroeiers is ingebed in een breed pakket aan maatregelen in het programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken. Het programma beoogt de sociale ontwrichting door drugshandel van buurten en (kwetsbare jonge) mensen te verminderen en wijken en jongeren weerbaarder te maken tegen de aantrekkingskracht van 46
H 3.1.2
drugs. Er wordt geprobeerd om crimineel gedrag te doen stoppen met een combinatie van drang en dwang en het bieden van perspectief. Op basis van inzichten en ervaring worden interventies ingezet om te voorkomen dat (jonge) mensen verder verstrikt raken in de (zwaar) georganiseerde drugscriminaliteit en daarin doorgroeien. In de wijken worden maatregelen ingezet die laten zien dat misdaad niet loont, vertrouwen herstellen, mensen een ander perspectief bieden en kansen vergroten. In de vernieuwde RIEC AA samenwerking is de keuze gemaakt om het overzicht en het bewaken van de regionale samenhang te beleggen bij het nieuwe gremium, het Operationeel Coördinerend Overleg. Ten behoeve hiervan worden - door partners ingebrachte - signalen gecentraliseerd ontvangen, opgewerkt, beoordeeld en gewogen. In samenwerking met de wetenschap wordt onderzoek verricht naar de dynamiek en adaptie binnen criminele netwerken. 4. Het RIEC AA maakt een beweging om duurzamer naar de drugseconomie in regio AA te kijken en zich daarbij te richten op de aanpak van criminele geldstromen en cruciale schakels. Zo zijn er onderzoeken van bijvoorbeeld de politie waarbij grote geldbedragen worden (af)gepakt. De (integrale) aanpak is dus ook geld gedreven. Het verplaatsen en investeren van crimineel vermogen is als hoofdlijn benoemd in de RIEC aanpak.
Risico’s en maatregelen Actuele risico’s
Maatregelen
1. Vermenging onderwereld met bovenwereld (onder andere financiële stromen).
De maatregelen uit De Weerbare Stad worden uitgevoerd, onder andere meer financiële kennis en ervaring opbouwen, samenwerken met partners in binnen- en buitenland en informatie vergaren en analyseren.
2. Toename radicalisering jongeren.
Aanpak radicalisering, gericht op het tegengaan van radicalisering van individuen en groepen (waaronder jongeren). Continu monitoren van radicalisering en extremisme in de stad, aanpak bijsturen waar nodig
3. Ingezette trajecten om instroom in de criminaliteit of terugval te voorkomen hebben niet (altijd) het gewenste effect.
Blijven leren en verbeteren van ingezette trajecten door evaluaties. Opleidingen en trainingen regisseurs en andere professionals in de stad.
Actuele risico’s
Maatregelen
4. Draagvlak onder partners neemt af voor de huidige (preventieve) aanpak van criminaliteit.
Blijven investeren in de samenwerking en de gezamenlijke aanpak, op alle niveaus.
5. Drukte in de stad gaat gepaard met overlast: er ontstaat een spanning tussen wonen, werken en recreëren op een en dezelfde plek.
Dit risico was dit jaar door corona niet aan de orde. Wel heeft de inzet op de maatregelen in het kader van de coronacrisis veel inzet gevraagd en is er veel extra inzet op de handhaving van afvalbijplaatsingen geweest.
6. Agressie en geweld op straat tegen handhavers. Om de veiligheid van de handhavers op straat te garanderen, zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met de politie, trainingen gegeven en zijn bodycams verstrekt en portofoons vervangen. 7. Productieve uren handhavers sluiten onvoldoende aan bij de 24/7 behoefte van de stad door vergrijzing en beperkingen van weten regelgeving (NRGA en 55+).
Dit risico is afgenomen door de specifieke aandacht voor werving en selectie met de Taskforce Werving en Onboarding. Tevens zetten we wervings campagnes in die hun vruchten afwerpen. Het is wel een taai probleem dat ook in de toekomst zeker aandacht vraagt.
Beleidskaders • De Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) is het lokale handhavings kader voor de gemeente Amsterdam • Het ministerie van Veiligheid en Justitie stelt de kaders vast voor de handhavingsdomeinen en-bevoegdheden en voor de samenwerking tussen gemeenten en politie. • De gemeenteraad stelt jaarlijks de stedelijke handhavingsprioriteiten vast. • Het gemeentelijk rapport Organisatie Bestuurlijk Toezicht scheidt handhaving en toezicht in diverse (de)centrale taken.
47
H 3.2
Programma 2 | Portefeuillehouder: wethouder de Vries
3.2 Verkeer, vervoer en waterstaat 3.2.1 Verkeer, vervoer en parkeren > In 2020 hebben wij, in het kader van de aanpak van achterstallig onderhoud, het programmaplan Bruggen en Kademuren vastgesteld samen met de marktstrategie. Wij hebben belangrijke mijlpalen bereikt met het onderzoek naar de technische staat en de vernieuwing van de bruggen en kademuren.
> In januari 2020 hebben wij de Agenda Amsterdam Autoluw vastgesteld. In de agenda staan 27 maat regelen die bijdragen aan een leefbare en bereik bare stad. Dit doen we door de voetafdruk van de rijdende en geparkeerde auto te verminderen en ruimte te maken voor onder andere voetgangers, fietsers, fietsparkeren, spelen en groen.
3.2.2 Water
> Om meer leefruimte te creëren hebben we in 2020 gewerkt aan het verlagen van de vergunnings plafonds voor het aantal parkeerplaatsen, zijn we gestart met de voorbereiding van betaald parkeren in Nieuw-West en hebben wij stadsbrede parkeer vergunningen ingevoerd voor light electric vehicles (LEV’s).
> In 2020 is door het min of meer stilvallen van de toeristische industrie minder gevaren door de passagiersvaart. De uitgifteronde van de eerste tranche pleziervaart is om die reden uitgesteld van maart 2022 naar maart 2024. De pleziervaart heeft, op enkele weekenden en feestdagen na, wel gebruik gemaakt van de grachten. Er is minder overlast geconstateerd door geluid en snel varen. Wel is het totale aantal overlast meldingen op water licht gestegen, vanwege gemelde wrakken.
> In 2020 heeft de gemeenteraad de Nota Varen Deel 2 vastgesteld. Samen met de Nota Varen Deel 1 geeft ons dit een handvat bij het streven naar een evenwichtig, veilig en duurzaam gebruik van water en wal.
48
H 3.2
3.2.3 Openbaar vervoer > In 2020 zijn samen met het GVB en de Vervoer regio Amsterdam verdere stappen gezet in de verbetering van de governance-structuur (reorganisatie OV-keten). Volgens planning is de reorganisatie eind 2021 klaar. > Wij hebben met het Rijk en de regio nieuwe onderzoeken afgerond ter voorbereiding op het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn tussen halte Isolatorweg en Centraal Station. > Met werkgevers en onderwijsinstellingen hebben we afspraken gemaakt (het gaat om intentie- en tijdelijke afspraken) over het spreiden van les- en werktijden, om de druk op het mobiliteitssysteem structureel te verlichten (spitsmijden).
49
H 3.2
Programma 2 | Portefeuillehouder: wethouder de Vries
3.2 Verkeer, vervoer en waterstaat Financiële toelichting
Lasten
(bedragen x € miljoen) (bedragen x Rekening € 1 miljoen) 2019 Baten
455,5
Primaire Begroting 2020 Rekening Verschil Rekening Begroting 2020 (Najaarsnota) 2020 Begroting 2020 (Najaarsnota) 479,9
438,2
415,9
-22,3
Lasten
613,0
648,1
546,4
553,9
7,5
Saldo
-157,5
-168,2
-108,2
-138,0
-29,8
Programma 2 heeft ten opzichte van de begroting een negatief resultaat van € 29,8 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 22,3 miljoen en hogere lasten van € 7,5 miljoen.
Baten De totale baten van € 415,9 miljoen zijn € 22,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere subsidiebaten van € 25,9 miljoen van vooral de Vervoersregio Amsterdam als gevolg van vertragingen in projecten. Tegenover deze lagere baten staan ook lagere lasten. • Lagere parkeerbaten van € 3,4 miljoen die het gevolg zijn van de effecten van de 2e corona golf. • Hogere doorbelaste kosten van € 1,1 miljoen aan de Universiteit van Amsterdam in verband met herstelwerkzaamheden van de ingestorte kademuur. • Hogere baten van € 5,1 miljoen door een vrijval van de voorziening groot onderhoud parkeergebouwen.
De totale lasten van € 553,9 miljoen zijn € 7,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 25,5 miljoen als gevolg van vertragingen in projecten die samenhangen met lagere subsidiebaten. • Hogere lasten van € 22,3 miljoen binnen het kader van de projecten van de reserves Mobiliteitsfonds (SMF), Stadsbehoud, Rode Loper en de reserve Achterstallig onderhoud, openbare ruimte & groen. • Diverse over- en onderschrijdingen die per saldo uitkomen op hogere lasten van € 10,7 miljoen. Hierin zijn onder meer begrepen; hogere lasten project Dora (€ 1,3 miljoen), hogere lasten voor apparaatskosten en interne doorbelasting (€ 6,1 miljoen). Hogere lasten herstel kademuren (€ 1,1 miljoen) en een niet gerealiseerde compensatie van het negatief resultaat in 2019 (€ 2,3 miljoen).
Financiële toelichting Binnen programma 2 is voor circa € 150 miljoen projecten geprogrammeerd binnen het kader van het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF). In september 2020 is een herziene Verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds door de Raad vastgesteld en met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 in werking getreden. Hierdoor is er met ingang van 2020 een systematiek van overprogrammering in de budgetsystematiek opgenomen. De belangrijkste aanleiding voor het toepassen van deze systematiek is dat er de laatste jaren sprake was een jaarlijkse onderbesteding van circa 30 tot 40%, ondanks maatregelen om de onderbesteding te beperken. De besteding komt nu uit op 94%, waarmee het doel van overprogrammering om de bestedingsratio te verbeteren in 2020 gelijk effect heeft gehad.
50
H 3.2
Het financiële effect van overprogrammering ad € 53,9 miljoen en een aanvullende correctie bij de najaarsnota van € 19,0 miljoen met als doel het bestedingspercentage verder te verhogen, in totaal € 72,9 miljoen, is integraal opgenomen in programmaonderdeel 2.1. Deze verschillen worden toegelicht in de paragraaf SMF. In de toelichting op de verschillende programmaonderdelen zal alleen worden ingegaan op de realisatie ten opzichte van het totale budget inclusief overprogrammering.
Apparaatslasten (bedragen x € miljoen) (bedragen x Rekening € 1 miljoen) 2019 Apparaatslasten
134,2
Primaire Begroting 2020 Rekening Verschil Rekening Begroting 2020 (Najaarsnota) 2020 Begroting 2020 (Najaarsnota) 58,0
59,6
119,7
60,0
51
H 3.2.1
3.2.1 Verkeer, vervoer en parkeren Naar een autoluwe, leefbare en verkeersveilige stad.
Belangrijke ontwikkelingen Coronacrisis De coronacrisis heeft er in 2020 toe geleid dat de focus van crowdmanagement meer gericht is op bestendiging en inzet van crowdmanagementmaatregelen en het versneld ontwikkelen van onze crowdmanagement-systemen in lokale gebieden zoals parken, recreatieve plekken en winkelgebieden. Hierdoor zijn we steeds beter in staat om de veiligheid in de openbare ruimte te garanderen, de dagelijkse drukte te managen en bereikbaarheid te verbeteren. De coronacrisis heeft er toe geleid dat er minder mensen op straat waren, minder verkeer, minder toerisme en minder overlast/hinder. We hebben hier waar mogelijk gebruik van gemaakt om versneld en/of vervroegd onderhoud uit te voeren aan winkelstraten, de Dappermarkt, evenemententerreinen en aan plekken waar het normaal lastig is om storingen te verhelpen, zoals boven de ingang van de IJtunnel. Tijdens de coronacrisis is een verblijf in de buitenlucht voor veel Amsterdammers een welkome afwisseling van thuiswerken of lockdown geworden. Dit leidde er toe dat meer onderhoud nodig was van groen en parken.
Autoluw In de agenda Autoluw, die in 2020 is vastgesteld, staan 27 maatregelen die bijdragen aan een leefbare en bereikbare stad. Dit doen we door de voetafdruk van de rijdende en geparkeerde auto te verminderen en ruimte te maken voor onder andere voetgangers, fietsers, fietsparkeren, spelen en groen.
Deelvervoer In 2020 is het aanbod van deelvoertuigen in de stad toegenomen: • In de zomer van 2020 heeft de gemeente 700 vergunningen verleend aan twee aanbieders van elektrische deelscooters (ieder 350). • Het aantal deelauto’s is in 2020 gegroeid met meer dan 750 auto’s, waarvan 500 elektrische deelauto’s met een stadsbrede autodeel parkeervergunning (free floating).
Niet alleen op straat is een toename van deelvervoer zichtbaar. Ook de informatievoorziening is verbeterd met een website, een gemeentelijk loket voor autodeel-organisaties en bewoners, en in de jaarlijkse brief aan vergunninghouders wordt gewezen op de voordelen die autodelen biedt. Dit heeft ertoe geleid dat Amsterdam de Autodeel Award voor grote gemeenten heeft gewonnen in 2020. Dit is een prijs van Natuur&Milieu en het ministerie van I&W.
Verkeersmanagement We hebben in 2020 proeven gedaan met zelfrijdende voertuigen in combinatie met nieuwe intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) in het Europese project Concorda. Amsterdam is koploper in het landelijke project “verkeersmanagement informatie voor route advies”.
Programma Stadsbehoud Was 2019 nog een opstartjaar, inmiddels kunnen we constateren dat de uitvoering van het programma Stadsbehoud op stoom begint te komen. In 2020 is de onderuitputting van 2019 gekeerd. Dit leidde tot verbeteringen in de stad en tot het behalen van de ambities. We hebben onze uitvoerings organisatie zo ingericht dat we meer groot onderhoud en vervanging kunnen uitvoeren. Terwijl we in het verleden te lang te weinig onderhoud hebben gedaan, kunnen we nu melden dat we méér onderhoud hebben uitgevoerd dan gepland. In 2020 is de uitvoeringsorganisatie zodanig op orde gebracht dat we de capaciteit hebben om de achterstalligheid de komende jaren te kunnen blijven wegwerken en de stad structureel goed te onderhouden. Het Programma Stadsbehoud heeft naast het belang voor de openbare ruimte ook een sociaal belang. Er werken duizenden mensen aan het beheer van de openbare ruimte, van dagelijks onderhoud tot grote projecten. Het programma zorgt voor veel (extra) werkgelegenheid.
52
H 3.2.1
Programma Bruggen en Kademuren In 2020 had het verkrijgen van meer inzicht in de technische staat van het areaal prioriteit en is het uitgebreide onderzoeksprogramma van het programma Bruggen en Kademuren voortgezet. De onderzoeksresultaten bevestigen dat er een grote vernieuwingsopgave is. Waar nodig hebben we veiligheidsmaatregelen getroffen. Bij de start van het programma was de inschatting dat 10 tot 60% van de in totaal 827 bruggen slecht zou kunnen zijn. De resultaten van de onderzoeken geven aan dat we in het midden van die bandbreedte zitten. De volgende ontwikkelingen en resultaten zijn in gang gezet, gerealiseerd of geïmplementeerd: • Inmiddels zijn van ruim 130 kademuren en 100 bruggen de constructies beoordeeld op mogelijke veiligheidsrisico’s. De resultaten bevestigen de grote vernieuwingsopgave. Waar nodig zijn veiligheidsmaatregelen getroffen (bewaken, beperken, versterken). • We hebben een programmering opgesteld voor vernieuwing voor de periode 2021-2026 met een doorkijk tot 2040. Het afgelopen jaar zijn we volop bezig geweest met het voorbereiden van mogelijke proeftuinen voor levensduurverlenging, toetsing, monitoring en sensoring, en vernieuwing. • Het afgelopen kwartaal hebben de 3 marktcombinaties van Innovatie partnerschap Kademuren gewerkt aan de uitwerking van hun innovatieve oplossing.
Er wordt met boomspecialisten kritisch meegedacht met de oplossingen voor boombehoud. • In onze bomenaanpak staat veiligheid altijd voorop. We verwachten dat de mogelijkheden voor boombehoud met de jaren zullen toenemen, maar in 2020 hadden we nog geen technieken tot onze beschikking die boombehoud op grotere schaal mogelijk maken. Ook in de toekomst zullen op sommige plekken monumentale bomen staan waar geen oplossing voor beschikbaar is. De kades die wij in 2020 hebben voorbereid voor uitvoering, zijn onder de loep genomen vanwege de geplande kap van bomen. Zo konden we zien of wachten op oplossingen voor boombehoud, afgezet tegen wijziging in de projectkosten en –planning, haalbaar was. Bij de Leliegracht en de Herengracht hebben we in 2020 gekozen voor uitstel.
Bij deze projecten gaat een nieuw team samen met de belanghebbenden kijken naar een passende aanpak. Een brede conferentie met experts van binnen en buiten de gemeente is onderdeel hiervan. Ook voor woonboten wordt in overleg met bewoners en belanghebbenden gewerkt aan een aanpak
Specifieke beleidsdoelen (bedragen x € miljoen)
Doel 2.1.1
Baten 2,7 - Lasten 30,2
Er is meer ruimte voor leven en spelen op de straten. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
1
65% (2017)
Het percentage plusnet voetganger dat voldoet aan de minimale doorloopruimte van 1,80 meter.
66%
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
70%
zie toelichting
We hebben een pilot knip Weesperstraat voorbereid. Deze is vanwege de impact van de coronacrisis op de verkeersstromen, voorlopig uitgesteld tot begin 2023 vanwege werkzaamheden aan de Piet Heintunnel. De besluitvorming over het beleidskader Ruimte voor de Voetganger is na de inspraakperiode in het voorjaar van 2020 tijdelijk stilgelegd als gevolg van de coronacrisis. We streven er nu naar om voor de zomer 2021 duidelijkheid te scheppen over het moment van besluitvorming over het nieuwe voetgangersbeleid. Wij hebben de indicator dit jaar niet gemeten vanwege onvoldoende relevantie. Alle coronamaatregelen hebben gezorgd voor een compleet veranderde situatie, namelijk een sterk afgenomen drukte in de openbare ruimte (‘op de stoepen’). Deze indicator wordt onder normale omstandigheden weer actueel en opgepakt.
53
H 3.2.1
Activiteit 2.1.1.1
Activiteit 2.1.1.2
We maken de stad verder autoluw.
We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfsruimte.
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
1
Opgeheven parkeerplaatsen.
n.v.t.
1109
1200
1240
2
Percentage vergunninghouders dat gebruik maakt van garageplekken die voor hen beschikbaar zijn gesteld. Gemiddelde bezettingsgraad van garageplekken in de avonduren.
n.v.t.
73%
≥ 90%
64%
3
Gemiddelde bezettingsgraad parkeer plaatsen in fiscaal gebied binnen de ring en in fiscaal gebied totaal, gemeten op een maatgevend moment (periode waarin de vraag naar parkeercapaciteit het hoogst is).
n.v.t.
Binnen de ring: 73,9% Totaal: 70,7%
≤ 90%
Binnen de ring: 72,0% Totaal: 69,9%
Aantal parkeerders dat niet in het centrum-gebied parkeert, vanwege gebruik P+R. De gemiddelde parkeerdruk.
n.v.t.
Aantal gereden autokilometers in Amsterdam.
pm
4
5
niet meetbaar pm
zie toelichting pm
Indicatoren activiteit
Indicator 4 is niet meetbaar. Bij Voorjaarsnota 2021 zal worden voorgesteld deze indicator te laten vervallen. Indicator 5 wordt modelmatig berekend met het Verkeersmodel Amsterdam 3.0. Bij de Voorjaarsnota 2021 zullen de resultaten voor heel 2020 bekend zijn.
Jaarverslag 2019
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
1
Gemiddelde bezettingsgraad fietsparkeerplekken en gemiddelde fietsparkeerdruk op de hotspot-locaties uit het meerjaren-plan fiets. Streven is bezettingsgraad van maximaal 85% en fietsparkeerdruk van max. 125% in 2022. Tweejaarlijkse meting.
Gemiddelde parkeerdruk hotspots = 195%, gemiddelde bezetting 90% (2016)
Gemiddelde parkeerdruk hotspots= 129%, gemiddelde bezettingsgraad hotspots= 78%
Bezettingsgraad max 85%, fietsparkeerdruk max. 125%
zie toelichting
2
Maximaal percentage verwaarloosde fietsen en wrakken en percentage ongebruikte fietsen (op basis van de maximale parkeerduur van 2 weken en 6 weken) in de rekken.
10% (2012)
9,7%
Wrakken: 1%, ongebruikte fietsen: 2%
zie toelichting
3
Percentage Plusnet Fietsroutes dat voldoet aan de minimale streef kwaliteit voor de gemiddelde trajectsnelheid uit de Mobiliteits Aanpak Amsterdam. Streefcijfer 88%. Trajectsnelheid in km/u Binnen Ring A10,excl. Noord: > 15,1 Buiten Ring A10 en Noord.
Streefwaarden zijn in nieuwe beleidskader verkeersnetten aangepast t.o.v. eerdere jaren
Niet gemeten in 2019
4
Fietstevredenheidscijfer. Streefwaarde 7,5 te realiseren in 2025 (fietstevredenheid wordt 2 jaarlijks gemeten).
7,1 (2015)
6,9
zie toelichting
Het parkeerbeleid draagt bij aan de doelstelling om leef- en verblijfruimte vrij te spelen, door het aantal vergunningen te beperken en door parkeervergunningen beschikbaar te stellen voor light electric vehicles (LEV’s). Hierdoor is een einde gekomen aan het parkeren van de elektrische brommobielen op het trottoir (zoals Biro’s). Verder zijn in 2020 de tarieven van de mantelzorgvergunningen verlaagd, de vergunningtarieven geharmoniseerd en het kortingspercentage van de bezoekersvergunning is (in het merendeel van de vergunninggebieden) verhoogd naar 65%. We hebben onderhandelingen gevoerd met exploitanten van parkeergarages om parkeergaragecapaciteit voor vergunninghouders beter te benutten. We hebben ook gewerkt aan gedragsverandering bij fietsparkeren door mensen op afstand van drukke gebieden te laten parkeren onder andere door Parkeer & Looppalen te plaatsen, zodat men netter parkeert.
Peilwaarde (peiljaar)
zie toelichting
7,2
zie toelichting
De fiets is het belangrijkste vervoermiddel in de stad. De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan de verbetering van de fietsinfrastructuur (zoals de ‘fietsring’) en dat blijven we doen. Naast de voortdurende groei van het aantal fietsers leidt de opkomst van meer ‘fietsachtige’ voertuigen, zoals bakfietsen en speed pedelecs tot steeds hogere eisen aan de fietsinfra structuur. We werken daarom in al onze projecten continu aan het veiliger, comfortabeler en aantrekkelijker maken van het fietsnetwerk. Daarnaast werkten we aan meer fietsparkeerplekken, zowel in gebouwde stallingen (RAI, Rokin, Zuidplein), als op het maaiveld (bijna 5000 extra).
54
H 3.2.1
Indicator 1 meten we tweejaarlijks. De gemiddelde bezettingsgraad van de stallingen in coronatijd lag in de maanden van lockdown rond de 30%, voor de lockdown was dat tussen de 50 en 90%. Indicator 3 willen wij vervangen door de indicator “Percentage fietspad met een minimale breedte van 2,5 meter” (Plusnet fiets, binnen Ring A10 en ten zuiden van het IJ). In de Monitor Meerjarenprogramma Fiets 2020 (gepland: april 2021) wordt in beschrijvende vorm ingegaan op de projecten die in 2020 zijn gerealiseerd en een effect hebben gehad op de in de begrotingsindicator genoemde breedte. Wij hebben, in verband met corona, niet de gehele periode kunnen handhaven. Hierdoor beschikken we niet over de cijfers van indicatoren 2 en 4.
Activiteit 2.1.1.3 We zorgen voor veiligheid en doorstroming op drukke verblijfsplekken Indicatoren activiteit 1
Inzet crowdmanagement tijdens feestdagen gericht op doorstroming publiek. Inzet crowdmanagement Wallen zorgt voor geen afsluitingen door de Politie. Streefwaarde is beschikbaarheid van stegen.
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019 n.v.t.
99,9%
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
≥ 95%
≥ 95%
Voor de veiligheid en doorstroming op drukke verblijfplekken hebben we indicatoren opgesteld voor het Wallengebied en de bereikbaarheid. Deze indicatoren zijn toentertijd opgesteld met het oog op de toenemende drukte op de Wallen. Dit jaar heeft de coronacrisis-periode ervoor gezorgd dat er geen noemenswaardige drukte is geweest, zodat het streefcijfer is gehaald.
(bedragen x € miljoen)
Doel 2.1.2
Baten 284,4 - Lasten 263,8
Amsterdam is voor iedereen bereikbaar op een veilige en duurzame manier. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020
Jaarverslag 2020
1
Aantal ernstige verkeersslachtoffers per 100.000 inwoners (jaarbasis).
120 (100% in 2010)
n.v.t.
90
zie toelichting
2
Percentage Plusnet auto dat voldoet aan de minimale toetswaarde voor de gemiddelde trajectsnelheid uit het Beleidskader Verkeersnetten.
n.v.t.
n.v.t.
62%
62%
Met betrekking tot de indicator 1 kunnen we momenteel geen betrouwbare cijfers geven van de ernstige verkeerslachtoffers, omdat we geen toegang hebben tot recente ongevalsdata. Er loopt een landelijk initiatief in het kader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 om ambulancedata vrij te geven. Er is nog geen datum bekend waarop deze landelijk beschikbaar moeten zijn. We verwachten ze pas in 2022. Wij zijn in 2020 een onderzoek begonnen naar 30 km/u als norm. De indicator 2 wordt momenteel onderzocht. Het cijfer is een voorlopige inschatting. Het onderzoek is vertraagd vanwege de impact van de coronacrisis op de onderzoekscapaciteit. Resultaten worden op z’n vroegst in 2021 verwacht.
Activiteit 2.1.2.1 We beheren en onderhouden onze assets (verkeer, vervoer en parkeren). Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020
Jaarverslag 2020
1
Beschikbaarheidspercentage Amsterdamse wegtunnels voor verkeer.
n.v.t.
98%
98%
98%
2
Het aantal gebieden (van de 22 gebieden) in Amsterdam dat wordt onderhouden op kwaliteitsniveau Sober, bij verhardingen.
(2019)
12
8
11
3
Achterstallig onderhoud bij assets groen en verhardingen. Streefwaardes uitgedrukt in € aan achterstallig onderhoud.
€ 60 miljoen (2016)
€ 27,5 miljoen
€ 15 miljoen
€ 19,5 miljoen
55
H 3.2.1
Indicatoren activiteit 4
Versnellen van de vervanging van bruggen (aantal per jaar) en kademuren (strekkende meters per jaar).
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020 (2019)
bruggen: 1, kademuren 30 m
Jaarverslag 2020 3 bruggen in voorbereiding; 240m vernieuwing kademuur gereed
Ons ambitieniveau voor de hele stad is sober. Niveau sober betekent dat 90% areaal kwaliteit A+, A, B of C heeft en maximaal 10% niveau D mag zijn. Wanneer sprake is van meer dan 10% niveau D dan spreken we van achterstallig onderhoud (1AH&S). Minder dan 10% beschouwen we als werkvoorraad. Wij onderhouden 11 gebieden op het niveau Sober of hoger en bij 11 gebieden is sprake van achterstallig onderhoud. Dit betekent niet dat het hele gebied achterstallig is, of niet op sober wordt onderhouden, maar dat er dus meer werkvoorraad is dan de 10% grens die we hanteren. Voor Verhardingen streven wij ernaar dat in 2025 alle stadsdelen minder dan 10% onder niveau D (slecht) hebben. Het stedelijke gemiddelde is 11%, waarbij de plusnetten op 5% zitten en stadsdelen Noord, Nieuw-west, Oost en Amsterdamse Bos op ruim boven de 10%, tot wel 19%. In 2020 zijn er 78 verhardingsprojecten (groot onderhoud en/ of vervanging voor circa € 41 miljoen en 300.0000 m2) opgeleverd en in beheer genomen. Voorbeelden zijn de Dappermarkt, fietspaden in landelijk Noord en het Brettenpad. We hebben in 2020 107 speeltoestellen en ondergronden vervangen en hebben in Oost en Nieuw-West (Nuriveldje) Cruijff Courts opgeknapt.
Verder is in het project Oosterdokseiland (werk met werk maken) het maaiveld compleet opnieuw ingericht, is groot onderhoud gepleegd aan brug 2270, is bij brug 1939 een nieuwe westelijke aanlanding gerealiseerd en is het brugwachterhuisje tot hotel (Sweets) omgebouwd. Wij hebben het Vondelpark aangepakt, met onderhoud aan de entree en voetpaden, het terugbrengen van wateroverlast, het vernieuwen van plantvakken, en het planten van bomen. We werken ook aan het verbeteren van de wegtunnels. In 2020 zijn de aan bestedingen voor de renovatie van de Piet Heintunnel en de aanpassingen aan de Michiel de Ruijtertunnel succesvol afgerond (project Michiel de Ruijter tunnel is inmiddels in uitvoering gegaan) en waren de renovatie van de Arenatunnel en de vernieuwing van de verkeerscentrale in voorbereiding.
Toelichting 2.1.2.1.3 We hebben minder achterstalligheid ingelopen dan begroot. Voor verhardingen is conform begroting € 8 miljoen uitgegeven om achterstallig onderhoud in te lopen In 2020. Voor groen is het ons niet gelukt de achterstalligheid terug te dringen, doordat er vertraging in de herplant van bomen is opgetreden. Hierover is de gemeenteraad reeds geïnformeerd (zie raadsbrief d.d. 20 maart 2020).
Toelichting 2.1.2.1.4 De drie bruggen in voorbereiding waren de Kikkerbilsluis en de bruggen op de kruising Herengracht - Leliegracht. Daarnaast werd een bijdrage geleverd aan onder meer de 9 bruggen van de Oranje Loper, Vijzelstraatbruggen en de Berlage brug.
Activiteit 2.1.2.2 We zorgen voor een slim en robuust netwerk ten behoeve van de doorstroming. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
1
Percentage van de werkzaamheden op hoofdnetten dat gezamenlijk met andere partijen wordt uitgevoerd (werk met werk maken); in 2019 wordt ten minste 80% van de grotere werkzaamheden (uitvoeringsduur langer dan 2 weken) gecombineerd uitgevoerd.
n.v.t.
82%
80%
80%
2
Percentage minder meldingen over ervaren hinder door touringcars in de stad.
(2018)
21% (226)
10%
>10%
3
Percentage van de evenementen in Zuidoost waarbij de uitstroom niet langer dan 75 minuten duurt.
n.v.t.
83%
90%
zie toelichting
We hebben de verkeerscirculatieonderzoeken voor centrum-west, centrumoost en de noordelijke Van Woustraat afgerond. Daarnaast is het dynamische parkeerverwijssysteem operationeel. Verder hebben we een nieuwe incident-module (routeplan-applicatie) opgeleverd die op basis van Waze-data (data van weggebruikers over bijvoorbeeld wegafsluitingen en gevaarlijke situaties) incidenten detecteert en deze direct 56
H 3.2.1
doorgeeft aan de verkeerscentrale. Ook hebben we in project Socrates in samenwerking met publieke (onder andere Rijkswaterstaat en Provincie Noord-Holland) en private partijen (onder andere TomTom en BMW) onderzocht hoe we de doorstroming kunnen verbeteren én grip houden op ons wegennetwerk. We hebben verder voorbereidingen getroffen voor een proeftuin “intelligente toegang Oudezijds”. Hiermee doen we ervaringen op met het op een slimme manier toegang verlenen van bepaalde doelgroepen tot een bepaald gebied. In verband met de coronacrisis is Indicator 3 niet gemeten.
Activiteit 2.1.2.3 We verbeteren de verkeersveiligheid. Indicatoren activiteit 1
2
Activiteit 2.1.2.4 We stimuleren duurzamere mobiliteit. Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
Begroting 2020
Zie toelichting.
Jaarverslag 2020 zie toelichting
Indicator 1: Actieplan Schone Lucht rapporteert in het jaarverslag onder programma 9 met indicatoren voor luchtkwaliteit. Met het programma Amsterdam Klimaat Neutraal wordt gekeken naar CO²-reductie. Zie ook daarvoor programma 9 voor meer informatie.
Activiteit 2.1.2.5 Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
Percentage ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig (BBV-verplicht).
9% (2015)
Percentage overige vervoersongevallen met een gewonde fietser (BBV-verplicht).
10% (2015)
Begroting 2020
Jaarverslag 2020 zie toelichting zie toelichting
Indicatoren 1 en 2: we kunnen momenteel geen betrouwbare cijfers geven van de ernstige verkeersslachtoffers, omdat we geen toegang hebben tot recente ambulance-ongevalsdata. Er loopt een landelijk initiatief in het kader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) 2030 om ambulancedata vrij te geven. Deze worden op zijn vroegst in 2022 verwacht. Daarnaast gaan we in gesprek met onze regionale ambulancedienst om te kijken of we sneller over deze data kunnen beschikken om zo ongevallen te kunnen voorkomen. We maken gebruik van politie-ongevalsgegevens (ViaStat) voor het bepalen van black spots in combinatie met aanvullende data. Hoewel deze cijfers niet compleet zijn, kunnen we wel trends in deze ongevalscijfers waarnemen. Ook werken we bij de aanpak black spots steeds meer risico-gestuurd in plaats van puur ongeval-gestuurd, conform landelijk beleid SPV.
We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
1
Aantal gemeentelijke garages met led-verlichting.
n.v.t.
5
8
10
2
Aantal garages en stallingen voorzien van laadpalen. In 2019 worden laadpalen aangebracht in 14 garages. In 2022 zijn alle garages en stallingen voorzien van laadpalen.
n.v.t.
12
25
15
Het streefcijfer van indicator 2 is niet gehaald in verband met de her-aanbesteding in 2020. Begin 2020 stonden er 1.742 laadpalen op straat. Nu zijn dat er 2.870, dus er zijn 1.128 laadpalen bij gekomen. Iedere laadpaal heeft 2 aansluitingen dus er zijn in totaal 5.740 oplaadpunten.
57
H 3.2.1
Verbonden partijen
Baten
Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten op het gebied van verkeer en openbaar vervoer en is namens de gemeenten actief om besluitvorming voor te bereiden, regionaal beleid op stellen, concrete projecten te initiëren en uit te voeren én samenwerking tussen betrokken partijen tot stand te brengen. De Vervoerregio zet zich in voor een optimale bereikbaarheid van de Amsterdamse regio en is de regisseur van het regionale verkeer en vervoer. Zo draagt de Vervoerregio bij aan goede verbindingen tussen bestemmingen, zodat mensen zich per openbaar vervoer, fiets of auto snel, veilig en comfortabel kunnen verplaatsen.
Servicehuis Parkeer en Verblijfsrechten (SHPV) Voor handhaven van het betaald parkeren gebruiken we het Nationaal Parkeer Register (NPR) van de coöperatie Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). Het SHPV beheert namens de aangesloten gemeenten het NPR. Zo kunnen we op dezelfde landelijke digitale manier parkeren registreren en het register raadplegen voor (digitale) handhaving.
Financiële toelichting (bedragen x € miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening 2019
Primaire Begroting 2020
Begroting 2020 (Najaarsnota)
Rekening 2020
Verschil Rekening Begroting 2020 (Najaarsnota)
Baten
328,8
343,2
289,7
289,8
0,1
Lasten
292,2
405,4
296,7
323,5
26,8
Saldo
36,6
-62,2
-7,0
-33,6
-26,7
Het programmaonderdeel 2.1 heeft ten opzichte van de begroting een negatief resultaat van € 33,6 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 0,1 miljoen en hogere lasten van € 26,8 miljoen.
De totale baten van totaal € 289,8 miljoen zijn per saldo € 0,1 hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten van € 5,1 miljoen door een vrijval van de voorziening groot onderhoud parkeergebouwen. • Hogere baten uit reclameopbrengsten van € 1,5 miljoen. Dit komt doordat de verwachte afname in de billboard reclames meeviel en de inkomsten uit steigerdoekreclames hoger waren. • Hogere bijdragen van € 2,3 miljoen, onder meer door een niet begrote bijdrage van Rijkswaterstaat van € 1,5 miljoen in het project A9. Tegenover deze bijdrage zijn ook kosten gerealiseerd. • Lagere parkeerbaten van € 3,4 miljoen. De geprognotiseerde parkeer baten zijn in de voorjaarsnota 2020, als gevolg van corona, € 50,0 miljoen naar beneden bijgesteld ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dit is gebeurd op basis van de ontwikkeling van de parkeerinkomsten. Bij deze inschatting is echter geen rekening gehouden met een tweede Corona golf. De lagere baten deden zich voornamelijk voor bij het parkeren op straat. De lagere parkeeropbrengsten leiden tot een lagere dotatie aan de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF). • Lagere ontvangsten van € 5,2 miljoen aan subsidies van met name de Vervoersregio Amsterdam. Tegenover de lagere ontvangsten staan ook lagere lasten. In 2020 heeft een vertraging voorgedaan bij de realisatie van projecten.
• Lagere diverse baten voor een bedrag van € 0,2 miljoen die vanwege de geringe omvang niet nader worden toegelicht.
Lasten De totale lasten van € 323,5 miljoen zijn € 26,8 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Hogere lasten van € 14,4 miljoen in het kader van het SMF. De financieel technische verwerking van overprogrammering ad € 72,9 miljoen (€ 53,9 miljoen overprogrammering en € 19,0 miljoen aanvullende correctie bij de najaarsnota) is integraal opgenomen in programma onderdeel 2.1. Dit heeft verschillende consequenties die in de paragraaf SMF zijn weergegeven. In de toelichting op de verschillende programma onderdelen zal alleen worden ingegaan op de realisatie ten opzichte van het totale budget inclusief overprogrammering. Indien rekening wordt gehouden met een correctie voor de overprogrammering is er 58
H 3.2.1
sprake van een overschrijding van € 58,8 miljoen. (Budget exclusief overprogrammering is: Budget € 52,4 minus realisatie van € 66,8 = € 14,4 miljoen overschrijding. Budget inclusief overprogrammering is: € 125,3 miljoen minus realisatie van € 66,8 miljoen = € 58,5 miljoen onderschrijding) Deze onderuitputting betreft lagere uitgaven bij circa 230 projecten. De belangrijkste redenen voor de vertragingen zijn: complexiteit van de aanbestedingsprocedures, langere doorlooptijd van het juridisch traject bij het afsluiten van de contracten met derden, afhankelijkheid van externe partijen, onvoorziene en aanvullende werk zaamheden bij de projectplanning, krapte op de arbeidsmarkt en de effecten van de coronacrisis. Projecten met vertraging zijn bijvoorbeeld Fietsparkeren Stationseiland, Programma Fiets, Parkeervelden H en G, Fietsbrug NHK, Jephtastraat Leeuwendalersweg, Loopdekken Amsterdam Support, Optimalisatie Fietsnetwerk Zuidoost en Overdiemerweg. Zie voor een verdere toelichting op alle projecten de paragraaf Stedelijk Mobiliteitsfonds. • Hogere lasten van € 12,4 miljoen met betrekking tot circa 65 groot onderhoud projecten die vallen binnen de kaders van de Reserves Stadsbehoud. Dit komt door een versnelde uitvoering dankzij de lockdownmaatregelen.
De coronacrisis gaf onverwacht gelegenheid om (noodzakelijk) onderhoud uit te voeren op plekken waar onderhoud normaal gesproken voor vrij veel hinder zorgt en om woongebieden te herstraten waar geen opgave met andere projecten was. Verder is onvoorzien grootschalig noodherstel uitgevoerd aan wegen, zoals Oostzanerdijk, Brettenpad en Poppendammergouw. Om het noodzakelijk onderhoud inzichtelijk te maken, te programmeren en uit te kunnen voeren, zijn meer mensen ingehuurd. • Lagere lasten van € 0,4 miljoen binnen het kader van het project POR, Zuidelijke IJoever. • Lagere lasten van € 4,5 miljoen voor projecten ten laste van de reserve Achterstallig Onderhoud onder meer door een vertraging van het project Implementatie Zone Zwaar Verkeer • Lagere lasten parkeren voor een bedrag van € 5,1 miljoen. Voornamelijk lagere uitgaven voor het ICT-herstelplan (€ 1,4 miljoen) en lagere kosten als gevolg van corona (€ 3,4 miljoen). Dit leidt tot een hogere storting aan de reserve SMF. • Hogere apparaat gerelateerde lasten van € 5,0 miljoen vanwege (voorkoming) achterstallig onderhoud, grootschalig noodherstel/ calamiteiten en effecten door Corona.
• Hogere lasten van € 2,3 miljoen als gevolg van niet gerealiseerde taakstellingen. Invulling van deze taakstelling werd mede bemoeilijkt door de effecten van Corona en de intensivering van extra werkzaam heden in de openbare ruimte. • Hogere interne doorbelasting van € 1,1 miljoen met betrekking tot beleidsmatig onderzoek en advies. • Hogere lasten van € 2,6 miljoen binnen het programma Bruggen en Kademuren. De hogere lasten zijn onder andere veroorzaakt doordat op meer plekken veiligheidsmaatregelen zijn toegepast. Ook zijn er meer bruggen in monitoring en zijn extra kosten gemaakt voor het houtenpalenonderzoek. • Hogere lasten projecten DORA (Deltaplan Openbare Ruimte Amsterdam) van € 1,3 miljoen. De projecten DORA hebben in 2019 vertraging opgelopen met financiële effecten in 2020 door een latere planning van Waternet inzake een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak voor de Tuindorpen Oostzaan en Buiksloot. • Lagere lasten van € 4,3 miljoen door projecten die vertraging hebben ondergaan zoals Fietsverbinding Haarlemmer houthaven, Fietsroute Noorderijplas en Fietsbrug NH-kanaal. Tegenover deze lagere lasten staan lagere subsidiebaten. • Diverse hogere lasten van € 2,0 miljoen die niet nader worden toegelicht vanwege de relatief geringe omvang per begrotingspost.
Reserves (bedragen x € miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening 2019
Primaire Begroting 2020
Begroting 2020 (Najaarsnota)
Rekening 2020
Verschil Rekening Begroting 2020 (Najaarsnota)
Onttrekkingen reserves
229,3
364,0
322,7
308,4
-14,3
Toevoegingen reserves
310,4
325,8
330,0
305,9
-24,1
Mutatie reserves
-81,2
38,2
-7,4
2,5
9,9
De reserve-onttrekkingen in deze tabel hebben betrekking op de dekking van de lasten in de programma-onderdelen 2.1, 2.2 en 2.3. Daarnaast ook op de programma’s 8, 9, 10 en 11, alsmede onttrekkingen voor investeringsuitgaven en balansmutaties. 59
H 3.2.1
Lagere onttrekkingen De lagere onttrekkingen van € 14,3 miljoen hebben betrekking op hogere en lagere onttrekkingen voor verschillende programma-onderdelen alsook onttrekkingen voor investeringen en balansmutaties. De lagere onttrekking van € 14,3 miljoen wordt veroorzaakt door: • Hogere onttrekkingen voor programma 2 voor een bedrag van € 22,3 miljoen • Hogere onttrekkingen voor programma 1 voor een bedrag van € 0,3 miljoen • Lagere onttrekking programma 8 voor een bedrag van € 0,1 miljoen • Lagere onttrekkingen voor programma 9 voor een bedrag van € 2,1 miljoen • Hogere onttrekking voor programma 10 voor een bedrag van € 0,9 miljoen • Lagere onttrekkingen voor programma 11 voor een bedrag van € 6,4 miljoen • Lagere onttrekkingen voor balansmutaties voor een bedrag van € 0,4 miljoen • Hogere onttrekking voor programma B voor een bedrag van € 0,1 miljoen • Lagere onttrekkingen voor investeringen voor een bedrag van € 28,9 miljoen
Toevoegingen Er is een bedrag van € 24,1 miljoen minder toegevoegd aan de reserves. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een lagere dotatie van € 27,8 miljoen aan de financieringsreserve vanwege lagere investeringsuitgaven. De investeringsuitgaven vormen geen onderdeel van de baten en lasten van programma 2. • Een hogere dotatie van € 3,4 miljoen aan de reserve SMF als gevolg van enerzijds lagere exploitatielasten parkeren en anderzijds lagere parkeerbaten. • Een hogere dotatie van € 0,2 miljoen aan de reserve Stadsbehoud. Hieronder worden de mutaties toegelicht die betrekking hebben op respectievelijk de programma-onderdelen 2.1, 2.2 en 2.3.
Onttrekkingen 2.1 Er is een bedrag van € 22,3 miljoen meer onttrokken dan begroot in dit begrotingsonderdeel. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een hogere onttrekking aan de reserve SMF van € 14,4 miljoen. Het bestedingspercentage ten opzichte van de begroting (de onttrekking) is dit jaar uitgekomen op 93%. Vorig jaar was dit 65%. De verhoging van het bestedingspercentage wordt veroorzaakt door een toegepaste overprogrammering waardoor meer projecten in behandeling zijn genomen. Ondanks dat er projecten naar voren zijn gehaald en sneller tot uitvoering zijn gekomen is er ook een aantal projecten vertraagd,
onder andere door een langere inspraakprocedure. Projecten/programma’s met een onderbesteding zijn onder andere programma Fiets, Groengelden en Luchtkwaliteit. Per saldo is er sprake van een lagere onttrekking. • Een hogere onttrekking aan de reserve Stadsbehoud van € 12,4 miljoen. Hogere projectlasten met betrekking tot circa 65 groot onderhoud projecten infrastructuur in diverse gebieden in de stad. Dit komt door een versnelde uitvoering dankzij de lockdownmaatregelen. • Een lagere onttrekking reserve Achterstallig onderhoud van € 4,5 miljoen door vertraging van diverse projecten. • De overige lagere onttrekkingen van € 0,4 miljoen worden vanwege de geringe verschillen niet nader toegelicht.
Onttrekkingen 2.2 Er is een bedrag van € 7,9 meer onttrokken dan begroot in dit begrotings onderdeel. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een hogere onttrekking aan de reserve Achterstallig onderhoud van € 6,6 miljoen vanwege hogere kosten binnen het programma Bruggen en Kademuren. • Een hogere onttrekking aan de reserve Stadsbehoud van € 1,3 miljoen als gevolg van een aantal calamiteiten en het uitvoeren van het noodzakelijk onderhoud aan civiele constructies.
Onttrekkingen 2.3 Er is een bedrag van € 7,5 miljoen minder onttrokken dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • Een lagere onttrekking aan de reserve SMF van € 7,5 miljoen, vanwege lagere projectlasten zoals project Maatregelen station Lelylaan en Binnenring, Lightrail en overige Metro en Tram projecten (€ 2,6 miljoen)
Subsidies van betekenis Subsidie 1. Subsidie Lang Parkeren
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
€ 0,4 miljoen
€ 0,2 miljoen
1 Lang Parkeren De subsidie Lang Parkeren is een regeling voor vergunninghouders uit het centrumgebied. Zij kunnen een vergoeding krijgen als zij hun auto langer dan een dag parkeren in parkeergarages buiten het centrumgebied. 60
H 3.2.1
Risico’s en maatregelen Actuele risico’s
Maatregelen
1. De opgave bij bruggen en kades vraagt een enorme uitbreiding van de (ambtelijke) capaciteit en expertise. Door schaarste op de arbeidsmarkt is er niet snel genoeg voldoende gekwalificeerd personeel.
Inzetten van een brede wervingscampagne voor (technisch) personeel.
2. Een groot deel van de huidige bruggen en kademuren voldoet naar verwachting niet aan de huidige wet- en regelgeving. Het preventief afsluiten van alle verdachte bruggen en kademuren zou teveel druk leggen op het functioneren van de stad.
We hebben een eenduidige aanpak per risico categorie met een afwegingskader voor verder handelen opgesteld. Daarnaast hebben wij bij de Voorjaarsnota 2019 middelen vrijgemaakt voor onderzoek, incidentmanagement en voor een programma Kades en Bruggen. Maar ondanks deze maatregelen kunnen wij incidenten, zoals we eerder zagen op plekken in de stad, niet uitsluiten.
3. Toenemend gebruik van de openbare ruimte Verkeersmanagement, spreiden gebruik, passende geeft hogere beheerkosten en/ of lagere kwaliteit. materiaalkeuze, alternatief voor de areaalsystematiek (automatische bekostiging voor intensiever gebruik).
Opgetreden risico’s
Maatregelen
1. De beheersmaatregelen tegen verspreiding van het coronavirus hebben invloed op de uitvoering van de agenda Autoluw. Enerzijds omdat de auto wordt gezien als een alternatief voor het OV. Anderzijds omdat de uitvoering van verschillende OV-maatregelen later volgt nu er minder gebruik van wordt gemaakt.
We werken de OV-maatregelen uit zover we kunnen en maken afspraken met het GVB om de maatregelen uit te voeren zodra het gebruik van het OV weer toeneemt.
2. Het aantal fietsers blijft toenemen. Dat zorgt voor blijvende druk op de infrastructuur en fietsparkeervoorzieningen.
Het ontwikkelen van een hernieuwde stadsbrede visie op de parkeermogelijkheden bij OV-knoop punten. Er wordt ook ingezet op uitbreiding buiten de ring.
Beleidskaders • Actieplan Schone Lucht (april 2019) werkt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Het richt zich op het uitstootvrij maken van het verkeer in de stad en het beperken van de uitstoot van andere bronnen. Daarmee behalen we de WHO-advieswaarden voor schone lucht, uiterlijk in 2030. Deze doelstelling gaat verder dan de door de Europese Unie gestelde normen voor luchtkwaliteit. • Agenda Amsterdam Autoluw (2020), waarin is opgenomen hoe we Amsterdam autoluw gaan maken.
• Actieprogramma Smart Mobility 2019-2025 (2019), dat informatie geeft over de belangrijkste Smart Mobility-ontwikkelingen en Amsterdamse projecten die daarop inspelen. • Beleidskader Hoofdnetten/Verkeersnetten (2018) waarin de belangrijkste netwerken voor de bereikbaarheid van en in de stad staan, inclusief de bijbehorende eisen en richtlijnen. • Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018). Geeft normen en richtlijnen voor fiets- en scooterparkeren bij nieuwbouw en gebouwen die een andere functie krijgen. • Beleidskader Ruimte voor de Voetganger (2021), nog in ontwikkeling, waarin komt te staan hoe we de voetganger een plek geven in de openbare ruimte. • Notitie Afwegingen bij Amsterdamse fietsstraten, fietspaden & fietsstroken toepassen. • Beleidskader Hoofdnetten/Verkeersnetten (2018) waarin de belangrijkste netwerken voor de bereikbaarheid van en in de stad staan, inclusief de bijbehorende eisen en richtlijnen. • Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018). Geeft normen en richtlijnen voor fiets- en scooter-parkeren bij nieuwbouw en gebouwen die een andere functie krijgen. • Beleidskader Verkeersnetten (2017). Hierin staan de doelen en wensen uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met een afwegingskader als belangen botsen.
• Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek Amsterdam (2017), waarin voor het goederenvervoer in Amsterdam een aantal maatregelen staat om leefbaarheid, doorstroming en efficiëntere bevoorrading voor en door vervoerders en verladers te bevorderen. • Meerjarenprogramma Fiets 2017-2022 (2017), waarin staat hoe we omgaan met de fietsers en hun fietsen. • Kader Fietsparkeren (2015), waarin staat hoe we met fietsparkeren om gaan. • Programmaplan Bruggen en Kademuren (2020), waarin de aanpak voor bruggen en kademuren is opgenomen. • Mobiliteitsaanpak 2030 (2013) is het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam tot 2030. • Nota Parkeernormen Auto (2017). Deze nota stelt parkeernormen vast voor nieuwbouw- en transformatieprojecten in de stad. Hiermee voorkomen we dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot extra parkeerdruk en dat dit op omliggende straten wordt afgewenteld. 61
H 3.2.1
• Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 2016-2022, een bijgewerkt programma over de verkeersveiligheid in Amsterdam dat de gemeenteraad in 2016 vaststelde. • De Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015) houdt Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk met concrete maatregelen die meer ruimte maken en de doorstroming verbeteren. Voor voetganger, fietser, OV-reiziger en de automobilist. • Plan Vernieuwing P+R – nieuw P+R-concept, waarbij we slim parkeer plaatsen inkopen en uitbreiding van P+R de ‘vraag’ volgt. • De (jaarlijkse) gemeentelijke parkeerverordening – regelgevingskader parkeerbeleid, waarin geboden en verboden rondom parkeren staan, en de typen parkeervergunningen. • De (jaarlijkse) verordening Parkeerbelastingen, met daarin tarieven voor kort parkeren en parkeervergunningen. • Verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds Amsterdam (2020), een fonds met inkomsten van het straatparkeren om de openbare ruimte en het verkeer- en vervoersysteem te verbeteren. • Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (WARVW 2006, 2013, 2019) en Bouwbesluit 2012. • 1Stad1Opgave (maatregel Koopmanschap: 7 Puccini en 8 Inkoop Grond, Weg en Waterbouw). • Het Stedelijk Kader Buitenreclame (2020) bepaalt de randvoorwaarden voor het toestaan van reclame in de openbare ruimte.
• Het nieuwe centraal-stedelijke “Handboek Inrichting Openbare Ruimte Amsterdam” zorgt voor de digitale en integrale ontsluiting van al het beleid dat van toepassing is op de inrichting van de openbare ruimte. Het betreft onder meer de volgende belangrijke beleidsproducten: – Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt om meer regie te voeren op ontwikkeling, inrichting, beheer van de openbare ruimte, afgestemd op het gebruik. – In het Beleidskader “1Amsterdam Heel & Schoon” (2017) staan de principes voor onderhoud, reiniging en assetmanagement. – De Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode,2018) bevat standaard inrichtingsprincipes en materiaalkeuzes voor het ontwerpen en aanleggen van de openbare ruimte, gekoppeld aan de centrale inkoop van materiaal. – Het Beleidskader Verlichting (2017) definieert de rol van verlichting in Amsterdam en stelt de kaders waarbinnen de gemeente haar taken voor de verlichting uitvoert, waaronder de transitie naar 100% LED verlichting.
62
H 3.2.2
3.2.2 Water Een begaanbaar, aantrekkelijk, schoon en veilig openbaar water voor alle gebruikers met zo min mogelijk overlast voor de Amsterdammer.
Belangrijke ontwikkelingen
De schoonheidsgraad (indicator 1) voldoet (ruim) aan de afgesproken norm, maar valt wat lager uit dan de afgelopen jaren. Door de coronacrisis is er minder gevaren en dat heeft effect op de schoonheidsgraad.
Programma Varen De wereldwijde coronacrisis heeft vanaf half maart grote impact gehad op de passagiersvaart en de pleziervaart. Door de afname van het aantal bezoekers aan de stad is de vraag naar passagiersvaart sterk verminderd. Tussen tweede helft maart en 1 juni 2020 was de passagiersvaart verboden. Daarna gold een maximum van 30 personen mits 1,5 meter afstand kon worden gehouden. Met de tweede lockdown is de passagiersvaart wederom stilgelegd. Ook voor de pleziervaart golden in 2020 diverse beperkingen waaronder een vaarverbod in het centrum op verschillende dagen in april en mei en een beperking van het aantal personen aan boord. De transportvaart heeft het hele jaar gewoon gevaren, voornamelijk ten behoeve van werkzaamheden rond kademuren en bruggen. In 2020 is de eerste loting voor exploitatievergunningen passagiersvaart geweest. Er zijn 706 aanvragen geweest voor de eerste 155 exploitatie vergunningen. De toegekende exploitatievergunningen gaan in op 1 maart 2024. Het Uitvoeringsplan Transport over Water is vastgesteld door het college. Er is gestart met pilots om transport over water te ontwikkelen.
Activiteit 2.2.1.1 We baggeren en verwijderen drijf- en grofvuil uit openbaar water. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019
1
592 (2017)
(bedragen x € miljoen)
Doel 2.2.1
Baten 1,0 - Lasten 45,0
Het openbare water is begaanbaar, aantrekkelijk, schoon en veilig voor alle gebruikers.
Schoonheidsgraad van de grachten 0-10.
600
385
Door het coronavirus zijn veel evenementen niet door gegaan in Amsterdam, is er veel minder gevaren en waren er veel minder toeristen. Dit verklaart de afname van afval in de Amsterdamse grachten.
Activiteit 2.2.1.2
Indicatoren activiteit 1
1
626
Jaarverslag 2020
We stellen kaders, verlenen vergunningen, houden toezicht en handhaven op het water.
Specifieke beleidsdoelen
Indicatoren doel
Aantal ton verwijderd drijf- en grofvuil.
Begroting 2020
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019 7,8 (2017)
8,2
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
>7
7,6
Geen indicatoren omdat de jaarlijkse Grachtenmonitor hierover rapporteert.
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2019 n.v.t.
n.v.t.
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
n.v.t.
n.v.t.
63
H 3.2.2
Activiteit 2.2.1.3
water’ en ‘Boten - overige overlast’. De belangrijke categorieën ‘Geluid op het water’ en ‘Vaargedrag - snel varen’ nemen af. Ook voor de lockdown periode laten de overlastmeldingen een zelfde beeld zien.
We bedienen bruggen en sluizen. Indicatoren activiteit 1
Percentage passages door beroepsvaarders dat plaatsvindt binnen de gestelde termijn.
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020 97% (2014)
95%
95%
Jaarverslag 2020 95%
Activiteit 2.2.2.1 We gaan overlast en openbare orde verstoringen veroorzaakt door passagiersen pleziervaart tegen.
Activiteit 2.2.1.4
Indicatoren activiteit
We beheren en onderhouden onze assets (water). 1 Indicatoren activiteit 1
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020
Het aantal gebieden (deelgebieden) dat op vastgesteld niveau Sober wordt onderhouden.
Jaarverslag 2020 zie toelichting
Omdat nog niet alle watergangen in kaart zijn gebracht en daarmee de verantwoordelijkheid van het onderhoud van deze watergangen niet belegd is, worden streefwaarden later vastgesteld. (bedragen x € miljoen)
Doel 2.2.2
Baten 3,4 - Lasten 6,7
De leefkwaliteit van de Amsterdammer verbeteren door het verminderen van overlast door passagiers- en pleziervaart. Indicatoren doel 1
Het aantal MORA meldingen (melding openbare ruimte en overlast). Melding geluidsoverlast per maand. Input komt uit grachtenmonitor.
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020 150 (2015)
375
max 350
Jaarverslag 2020
Verminderen aantal illegale reders en versterking handhaving. Indicator: Het totaal aantal overlastmeldingen is terugdrongen tot hetzelfde niveau als in 2015.
Peilwaarde Jaarverslag Begroting (peiljaar) 2019 2020
Jaarverslag 2020
249 (2015)
zie toelichting
300 totaal waarvan 80 structureel
280
De indicator wordt vertaald naar: ‘Aangetroffen advertenties op internet’ + ‘Aangetroffen websites aanbieders’. De indicator kan niet worden gemeten en wordt vervangen door: ‘Aangetroffen advertenties op internet’ + ‘Aangetroffen websites aanbieders’. Hiervan is het verloop: 249 in 2015 (het peiljaar), 96 in 2019, 25 in 2020. Vanaf april 2021 zal vaargedrag dat mogelijk duidt op illegale passagiersvaart bijgehouden worden. Dit is mogelijk door de verdere uitrol van sensoren van de Digitale gracht in combinatie met de vignet plicht voor alle vaartuigen. Vanuit het systeem van de Digitale gracht analyseren we scheepvaartbewegingen op het vermoeden van passagiersvaart zonder vergunning. Op basis van deze analyses zal vervolgens gerichte controle en handhaving plaatsvinden (informatie gestuurde handhaving).
380
De opgenomen indicator 1 betreft meldingen overlast op het water, dus niet alleen geluid. Het totaal aantal meldingen overlast op het water in het vaar seizoen 2019/2020 (okt 2019 t/m sep 2020) is uitgekomen op 380 per maand, iets meer dan in 2019. De hogere waarde komt door de categorie ‘Wrak in het 64
H 3.2.2
Activiteit 2.2.2.2 We gaan de toenemende drukte op en aan het binnenwater beheersen. Indicatoren activiteit 1