CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Investeringsnota deel A Holterbergdistrict.pdf

RAAD 7 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Holterbergdistrict in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (VN2026-004506)21.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

sterkt. Het Hoogoordpark vormt het hart van het parklandschap

ecologie een sturend en integraal principe. Het ecologisch

en wordt in overleg met de gemeente geprogrammeerd met

raamwerk fungeert als adaptieve structuur die richting geeft aan

sport-, speel- en beweegvoorzieningen die zijn afgestemd op de

de ruimtelijke inrichting en transitie van het gebied naar een

context en de behoeften van de gebruikers.

biodiverse, klimaatadaptieve en natuurinclusieve leefomgeving. De ambitie is helder: het realiseren van een robuust ecosysteem

Daklandschap

waarin mens en natuur in balans samenleven.

Het derde landschap binnen het Holterbergdistrict is het daklandschap, dat samen met de verhoogde binnentuinen en

Het raamwerk is opgebouwd uit ecologische kerngebieden en

gevels een verticale dimensie toevoegt aan het gebied. Deze

verbindingszones, met de Molenwetering als ecologische hoofd-

landschappelijke laag is integraal onderdeel van het ontwerp

structuur. Deze vormt de ruggengraat voor soortverspreiding

en draagt bij aan de ecologische, sociale en ruimtelijke kwaliteit

en genetische uitwisseling. De aanleg van een ecoduct over de

van het district. Binnen de bouwblokken worden verhoogde,

A2, gecombineerd met een langzaamverkeersroute, versterkt de

intieme binnentuinen gerealiseerd die fungeren als (semi)

landschappelijke samenhang en draagt bij aan zowel ecologische

publieke ruimtes voor bewoners en gebruikers. Deze tuinen

als sociale meerwaarde.

bieden rust, groen en sociale interactie, en dragen bij aan de klimaatadaptatie en biodiversiteit van het gebied.

De inrichting is afgestemd op doelsoorten zoals ringslang, vleermuis, mus, gierzwaluw en wilde bijen. Ingezet wordt op natuur-

Op de hogere lagen van de gebouwen wordt het daklandschap

beheertypen als bloemrijk grasland, natuurvriendelijke oevers,

ingevuld volgens een gelaagd principe, geïnspireerd op de op-

poelen en struweel met mantelzoom. Minimaal 50% van de be-

bouw van berglandschappen. Lagere daken worden intensief

planting is inheems en genetisch gevarieerd. Ecologisch beheer

ingericht met sport- en speelvoorzieningen en belevingsgroen,

waarborgt de kwaliteit op lange termijn.

terwijl hogere daken extensieve groenzones krijgen die fungeren

De uitvoering wordt geborgd via een werkgroep Natuurinclusief,

als biotopen voor lokale flora en fauna. Deze aanpak maximali-

bestaande uit ecologen, ontwerpers en gebiedsspecialisten.

seert de ecologische waarde van het daklandschap en draagt bij

Deze werkgroep ontwikkelt plankaarten en doelsoortenprofie-

aan een robuust stedelijk ecosysteem. Bovendien zorgen de da-

len en bewaakt de uitvoerbaarheid, samenhang en ecologische

ken voor verkoeling, waterberging en een aantrekkelijk uitzicht,

meerwaarde gedurende alle fasen van de gebiedsontwikkeling.

wat de leefkwaliteit van het gebied verhoogt.

Een uitgebreidere visie op ecologie is als bijlage aan deze investeringsnota toegevoegd.

Stadslandschap

Figuur 13:

Parklandschap

Daklandschap

Raamwerk

Drie landschappen vormen het raamwerk van het Holterbergdistrict

Investeringsnota

Opgaven

30

Drie kwartieren, één district

die bijdragen aan levendigheid, veiligheid en sociale cohesie:

Het ruimtelijk-programmatisch raamwerk verdeelt het Holter-

werkplaatsen, horeca, ateliers, buurtvoorzieningen en entrees.

bergdistrict in drie samenhangende kwartieren, elk met een

De plinten en de functies sluiten aan en zijn complementair aan

eigen karakter en programmatische invulling. Deze kwartieren

de functies in de gebieden rondom: ArenApoort en Bullewijk,

sluiten aan op de bestaande en geplande ontwikkelingen in de

zodat ook voor bewoners en bezoekers vanuit deze gebieden er

omgeving:

iets te bieden valt.

•

•

•

Het noordelijk gebied, het Arenakwartier, sluit aan op de

Het raamwerk is uiteraard functioneel van aard, maar als het

ArenAPoort en krijgt een stedelijk profiel met een mix van

gaat om gemotoriseerd verkeer, zijn de meest kwetsbare ver-

wonen, werken en voorzieningen.

keersdeelnemers leidend. We sluiten met deze planvorming dus

Het middengebied, het Weteringkwartier, vormt de

heel duidelijk aan op het gedachtegoed van Amsterdam Maakt

overgang naar Amstel III en het Hondsrugpark en biedt

Ruimte. We gaan daarbij ook uit van een zoveel mogelijk autoluw

ruimte aan innovatieve woon-werkconcepten en creatieve

district. Hoewel deze insteek ook wel tot tegenstellingen kan

bedrijvigheid.

leiden, bijvoorbeeld in het zuidelijk deel waar ook wel veel logis-

Het zuidelijk gebied, het Stapelkwartier, omgeven door

tiek verkeer te verwachten is, of wanneer er veel evenementen-

datacenters en bedrijven, wordt ook veel stedelijker, maar

verkeer in en rond het gebied is, zijn de voetgangers en fietsers

behoudt een meer industrieel karakter met ruimte voor pro-

norm voor de inrichting van het gebied. Meer informatie over het

ductie, logistiek en energievoorziening.

verkeersnetwerk vindt u in de bijlagen bij deze nota.

Elk kwartier kent een eigen dichtheid, functiemix en bouw-

Bouwen in hoge dichtheden kan ook leiden tot een als

hoogte, wat leidt tot een gevarieerd stedelijk landschap. Binnen

grootschalig ervaren omgeving. Om de schaal van de bebou-

de kwartieren is een sequentie van smalle en bredere straten

wing te verkleinen en aan te laten sluiten bij de beleving op

ontworpen die leiden naar het centrale park. De belangrijkste

straatniveau, worden architectonische ingrepen toegepast zoals

knooppunten bevinden zich op de hoeken van de buurten en op

setbacks, luifels, bel-etages, POPs (privately owned public spac-

kruispunten van hoofdroutes en looplijnen, waar ruimte is voor

es) en variatie in de gevel. Deze elementen zorgen voor een

ontmoeting, voorzieningen en stedelijke levendigheid.

gelaagde structuur waarin elke straat en buurt een eigen sfeer en identiteit krijgt. Het resultaat is een uitnodigend straatbeeld dat

De menselijke maat als leidraad

bewoners, bezoekers en ondernemers inspireert en uitnodigt tot

Hoewel het Holterbergdistrict onderdeel is van een

gebruik.

grootstedelijke context, staat de menselijke maat centraal in het

Naast deze fysieke en functionele ingrepen wordt ook ingezet

ontwerp. De plinten van gebouwen worden actief ingezet om

op een liefdevolle laag in architectuur en stedenbouw. Dit betek-

interactie met de straat te stimuleren. Hier komen functies samen

ent aandacht voor verfijning in details, tactiliteit van materialen, warme kleuren, menselijke schaal en zorgvuldige overgangen tussen privé en publiek domein. Deze laag draagt bij aan een gevoel van geborgenheid, herkenning en verbondenheid met de

De Entree

naar Amsterdamse Poort

plek. Het is deze laag die maakt dat mensen zich niet alleen kunnen oriënteren, maar zich ook thuis kunnen voelen.

Arenakwartier

Randvoorwaarden: Hoogoorddreef

naar station Bijlmer ArenA

•

Elke ontwikkelstap is ‘altijd af’: het ontwerp en de uitvoering moeten in elke fase een volwaardig en leefbaar eindbeeld opleveren, met aandacht voor verblijfskwaliteit, functional-

Weteringkwartier

Molenwetering

iteit en esthetiek. Hoofdkanaal

•

Openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting, met aandacht voor groen, zitplekken, verlichting en materialisatie.

Karspeldreef

Stapelkwartier

naar station Bullewijk

•

Architectonische schaalverkleining via setbacks, luifels, bel-etages, POPs en variatie in de gevels.

•

Gelaagde opbouw van straatwanden die bijdragen aan herkenbaarheid en identiteit van straten en buurten.

•

Functionele en esthetische samenhang tussen gebouwontwerp en straatbeleving.

Figuur 14: 31

De drie kwartieren reageren op de identiteiten van de omgeving

Investeringsnota

Opgaven

•

Toegankelijkheid en veiligheid als uitgangspunt bij ontwerp en programmering van de plint en openbare ruimte.

•

aanpasbaarheid en circulair bouwen. •

Contextuele inpassing: Hoogbouw wordt getoetst op be-

Actieve plinten met functies die sociale interactie en leven-

zonning, windcomfort, zichtlijnen en aansluiting op de

digheid bevorderen (zoals horeca, ateliers, buurtvoorzienin-

bestaande stedelijke structuur.

gen). De liefdevolle laag is expliciet aanwezig in alle bovengenoemde

Plintenstrategie De plint vormt de overgang tussen gebouw en straat en speelt

randvoorwaarden, waarbij bijzondere aandacht voor tactiliteit,

daarmee een cruciale rol in de beleving, levendigheid en sociale

fijne details en zorgvuldige overgangen tussen functies en

veiligheid van het Holterbergdistrict. In het ruimtelijk-program-

domeinen. De liefdevolle laag draagt bij aan een gevoel van

matisch raamwerk is daarom veel aandacht besteed aan de

geborgenheid en verbondenheid met de plek.

kwaliteit, flexibiliteit en programmering van de plinten. Het doel

Stadssilhouet Het Holterbergdistrict vormt een belangrijke schakel in het stadssilhouet dat zich ontwikkelt rond ArenAPoort en Amstel III

is om een uitnodigend en gevarieerd straatbeeld te creëren dat bewoners, bezoekers en ondernemers aanspreekt en zich in de tijd kan aanpassen aan veranderende behoeften.

(eerder in de nota ook wel Bijlmer-West genoemd). Hier krijgt

Een toekomstbestendige plint voldoet aan een aantal ruimtelijke

hoogbouw niet alleen een functionele, maar ook een beeldbepa-

en functionele voorwaarden. Door de volledige begane grond

lende rol. De gemeente ziet dit gebied als kans om bij te dragen

van bouwblokken te benutten, ontstaat ruimte om logistiek,

aan een herkenbare skyline die past bij de grootstedelijke am-

techniek en fietsparkeren centraal in het blok te organiseren.

bitie van Amsterdam, zonder de menselijke maat uit het oog te

Hierdoor blijven de straatzijden beschikbaar voor actieve

verliezen.

functies zoals werkplaatsen, horeca, winkels, maatschappelijke

In de omgevingsvisie Amsterdam 2050 en in het hoogbouwbe-

voorzieningen en entrees van woningen of bedrijven.

leid voor de stad, wordt er specifiek ruimte gemaakt voor hoog-

Randvoorwaarden:

bouw in de Zuidoostflank van Amsterdam. Hierdoor wordt het

•

mogelijk om, net zoals bijvoorbeeld in de Zuidas, nabij station

bieden aan zowel kleine als grotere functies, met flexibele

Bijlmer-ArenA (met directe verbindingen naar o.a. Amsterdam CS, Schiphol, Eindhoven, Rotterdam) hoge dichtheden te maken,

indelingen en verschillende (ook lagere) huurprijzen •

terwijl er alsnog ruimte overblijft voor parken en pleinen. Hoogbouw is hier echter geen doel op zich, maar een van de

Voldoende voordeuren aan de straat: Directe toegang vanaf de straat stimuleert interactie en sociale veiligheid.

•

geving centraal. De gemeente stelt daarom duidelijke randvoorwaarden aan de inpassing van hoogbouw, zodat deze bijdraagt

Functiemenging en ritme: Een mix van functies met verschillende dagritmes zorgt voor een continue levendigheid.

•

middelen om een levendig, gemengd en toekomstbestendig stadsdeel te realiseren. Daarbij staat de kwaliteit van de leefom-

Variatie en flexibiliteit in korrelgrootte: De plint moet ruimte

Levendige hoeken: Gebouwhoeken worden geactiveerd met entrees, terrassen of transparante functies.

•

Slimme positionering van techniek en parkeren: Door deze

aan zowel het grotere silhouet als aan de directe beleving op

functies uit het zicht te houden, blijft de plint aantrekkelijk

straatniveau. Vanuit het gebied is er daarbij een geweldig uit-

en actief.

zicht over de Amstelscheg. Plintstrategie per straattype De belangrijkste uitgangspunten voor hoogbouw in het Holter-

De invulling van de plinten is afgestemd op de ligging en het

bergdistrict zijn:

karakter van de straat. Zo lenen de Holterbergweg, Lemelerbergweg en Hoogoorddreef zich voor grotere, representatieve plint-

•

•

•

Samenhang met het stadssilhouet: Nieuwe hoogbouw draagt

functies zoals showrooms, kantoren of maakbedrijven. De Entree

bij aan een herkenbare en samenhangende skyline, in lijn

en Molenwetering zijn juist geschikt voor kleinschalige horeca,

met de ontwikkeling van ArenAPoort en Amstel III.

winkels en ateliers, met een uitnodigend karakter dat uitnodigt

Menselijke maat en straatbeleving: Ook bij hoge gebouw-

tot flaneren en verblijven. In de Parkzone ligt de nadruk op

en blijft de ervaring op ooghoogte leidend. Een levendige

ontspanning, met ruimte voor terrassen, sport en recreatie. De

plint, goede overgangen en een veilige, toegankelijke open-

precieze programmering van de plinten zal verder uitgewerkt

bare ruimte zijn essentieel.

worden in de uitwerkingen per kwartier.

Duurzaamheid en flexibiliteit: Gebouwen moeten voorbereid zijn op de toekomst, met ruimte voor functiemenging,

Investeringsnota

Ook de oriëntatie op de zon speelt een rol: plinten met ocht-

Opgaven

32

endzon zijn ideaal voor koffiezaken en bakkerijen, terwijl locaties

30 meter hoogte, ter bevordering van sociale veiligheid,

met avondzon aantrekkelijk zijn voor restaurants en bars. Langs

overzichtelijkheid en sociale cohesie.

de Dreven en in het park is meer ruimte voor terrassen dan langs de stadslanen, waar doorgaand verkeer een grotere rol speelt.

•

Voor woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning geldt dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat deze eenzijdig georiënteerd zijn. Als er toch sprake is van eenzijdig

Woonkwaliteit

georiënteerde woningen, moet aantoonbaar worden ge-

Het Holterbergdistrict wordt ontwikkeld met een robuuste woon-

maakt dat elke woning beschikt over een adequate toetred-

programmering. Binnen deze programmering staat woonkwali-

ing van daglicht en uitzicht.

teit centraal. De woningen moeten niet alleen bijdragen aan de

Deze randvoorwaarden worden vanaf de eerste ontwikkelfase

kwantitatieve woningbouwopgave, maar ook aan het dagelijks

meegenomen in de verdere uitwerking van het stedenbouwkun-

functioneren en welzijn van bewoners. Er wordt daarom actief

dig ontwerp en de woningtypologieën.

gestuurd op een aantal ruimtelijke en programmatische randvoorwaarden die de basiskwaliteit van het wonen waarborgen.

3.4 Programma Het Holterberg District wordt ontwikkeld tot een hoogstedelijke,

Randvoorwaarden: •

•

gemengde wijk met hoge dichtheden. Door het stapelen van

Voorkom woningen kleiner dan 50 m² GBO in de eerste tien

bedrijfsruimten ontstaat ruimte voor woningen en bijbehorende

bouwlagen, zodat het zwaartepunt in de onderste lagen ligt

voorzieningen. Hierdoor wordt het gebied niet alleen een plek

bij meerpersoonshuishoudens. Deze huishoudens zorgen

om te werken, maar ook om te wonen, elkaar te ontmoeten en

voor meer reuring en sociale controle op straatniveau, wat

te bewegen. Basisvoorzieningen worden binnen het plangebied

bijdraagt aan de sociale veiligheid en levendigheid van de

gerealiseerd, terwijl overige voorzieningen op loop- of

wijk.

fietsafstand te bereiken zijn. De inrichting volgt de principes van

Een minimale gebruiksoppervlakte van 40 m² GBO voor wo-

de 15-minutenstad.

ningen bestemd voor permanente bewoning, ter bevorder•

•

•

ing van leefbaarheid en langdurig gebruik.

Gezien het ondernemende karakter van Zuidoost en de

Een inbouwberging van ten minste 6 m³ voor woningen

behoefte aan bedrijfsruimte zal tenminste 20% van het

kleiner dan 50 m² GBO, als standaardvoorziening voor

verhuurbare oppervlak in de plinten van de woongebouwen

opslag.

worden gereserveerd ten behoeve van zogenoemde '

Een private buitenruimte van minimaal 4 m² per woning,

impactondernemers’, zijnde ondernemers of initiatieven die,

met een uitbreiding van 2 m² per extra slaapkamer, buiten-

naast hun commerciele toegevoegde waarde, ook bijdragen aan

ruimtes zijn daarmee beter afgestemd op de huishoudens-

maatschappelijke, culturele en/of sociale meerwaarde voor het

samenstelling.

gebied.

Maximaal vijftig woningen per ontsluiting in gebouwen tot Programma en functiemix In de huidige Bedrijvenstrook bestaat circa 70% uit bedrijvigheid en 30% uit andere economische en maatschappelijke functies. Bij de verdichtingsopgave verschuift dit evenwicht: het zuidelijk deel blijft overwegend bedrijfsgebied, terwijl het noordelijk deel vooral woonfuncties krijgt. Voor de eerste ontwikkelstap wordt uitgegaan van de bouw van ruim 480.000 m² bvo, met een doorkijk naar een totaal van 1,2 à 1,3 miljoen m² bvo in 2040–2050. De groei zit deels in de uitbreiding van bedrijvigheid (naar 150% van het huidige metrage), maar vooral in toevoeging van woningen, kantoren en voorzieningen. In de beginfase wordt uitgegaan van circa 4.000 bewoners en evenveel werkenden; op termijn kan dit oplopen tot 12.000 à 13.000 in beide categorieën.

Figuur 15: 33

Plintenstrategie

Investeringsnota

Opgaven

gemeente is gelanceerd - en de 40/40/20 plint, waarbij een

Bedrijvigheid

deel van de plint wordt gereserveerd voor maatschappelijke

De ambitie is het realiseren van 150% bedrijfsruimte ten opzichte van de huidige 160.000 m², wat neerkomt op circa 240.000 m². Gestapelde bedrijfsruimte is een randvoorwaarde

impactmakers, kunnen hierbij een rol spelen. Afhankelijk van de doelgroep en de locatie zal worden bekeken wat benodigd is.

voor het slagen van de gebiedsontwikkeling en wordt gefaseerd gebouwd, voorafgaand aan toevoeging van andere functies.

AI en life sciences De AI Campus wordt ontwikkeld als knooppunt voor

Stadslogistiek en stadsverzorgende bedrijvigheid

kennisdeling, innovatie en talentontwikkeling, gesteund door

Loodgieters, distributeurs, garages, schoonmaakbedrijven

nabijheid van AMS-IX, universiteiten en zorginstellingen.

etc. – zijn essentieel voor het functioneren van de stad. De

High-performance computing ondersteunt onderzoek en

toenemende vastgoedprijzen dwingen deze bedrijven vaak naar

bedrijfsontwikkeling.

de stadsrand of daarbuiten, wat onhandig en weinig duurzaam is. Het Holterbergdistrict biedt ruimte op goed bereikbare locaties,

Samenwerking met het AUMC en het Life Science District

zonder functiebotsingen, zodat bedrijven efficiënt kunnen

biedt kansen voor academische en commerciële laboratoria,

werken, verduurzamen en circulaire ketens opzetten.

geïntegreerd met kantoren, geschikt voor uiteenlopende

De aanwezigheid van deze bedrijvigheid creëert bovendien

opleidingsniveaus.

leer- en werkplekken voor praktisch opgeleiden, met koppelkansen aan technische, ambachtelijke en digitale MBOopleidingen. Dit sluit aan bij de economische ambities van het Masterplan Zuidoost. Behalve voor het functioneren van de stad zijn deze bedrijven dus ook nodig voor het realiseren van het gewenste sociaal maatschappelijke weefsel (de vitale buurten). Niet al deze bedrijven zullen de gangbare (maximale) marktprijzen kunnen betalen. Daarom is het nodig om voor specifieke doelgroepen maatregelen te treffen waarmee ook voor deze doelgroepen passende huurprijsniveaus van toepassing gaan zijn. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het opnemen van regels in het omgevingsplan en afspraken te maken met ontwikkelaars over betaalbaarheid. De

Circulaire economie Doel is een volledig circulaire stad in 2050. Naast te sturen op circulair en biobased te bouwen. Word door intensiever gebruik van het gebied, de samenwerking tussen de bedrijven vergroot, en kunnen afvalstromen op elkaar aangesloten worden. Betaalbaar en collectief Doordat één ontwikkelende partij verantwoordelijk is, kunnen op gebiedsniveau schaalvoordelen worden benut. We organiseren samen: Logistiek en parkeren, stadslogistiek, parkmanagement en plinten, betaalbare bedrijfsruimte, circulariteit, collectief vervoer en bouwlogistiek, duurzame energie (onderstations, collectieve warmte/koude), leefbaarheid

werkcorporatie - waarvan de prijsvraag eind 2025 door de Ambitie Programma in m² BVO

1e ontwikkelstap

Doorkijk

Bedrijvigheid

183,000

240,000

Wonen

180,000

596,000

Woningen(aantallen)

2,450

8,000

Maatschappelijk

5,000

42,000

Stadsvoorzienend

26.000

54,000

Commercieel

9,000

65,000

HPC

50,000

50,000

Laboratoria

28,000

150,000

Kantoren

0

65,000

Parkeren

ntb

ntb

Investeringsnota

Opgaven

34

Wonen Wonen is met stadsverzorgende bedrijvigheid een hoofdopgave.

1.

vaak over bestaande binding met het gebied en profiteren

Alle woningen voldoen zo veel mogelijk aan de leidraad Gewoon Goed. Het gebied moet zich ontwikkelen tot een aantrekkelijk woon-werkgebied.

Mensen die werken in de directe omgeving – zij beschikken van korte reistijden.

2.

Mensen uit Amsterdam Zuidoost – bewoners die al een sociaal netwerk hebben in de buurt en voor wie het Holterbergdistrict een logische vervolgstap kan zijn.

Gemengd en gemeenschap 3.

Een sterke buurt begint met een woonprogramma dat

Mensen met cruciale beroepen die direct bijdragen aan de

verschillende woningtypen mengt: sociaal, middeldure en

sociale cohesie, zoals leerkrachten, zorgpersoneel en poli-

vrije sector, bij voorkeur op complex- of kavelniveau met eigen

tiefunctionarissen.

ingangen. Zo ontstaat een diverse bewonersgroep die zich thuis voelt én verbonden met de buurt. Gemeenschapszin groeit door

De eerste twee doelgroepen hebben al binding met de

informeel contact in de openbare ruimte én via georganiseerde

omgeving; om hen aan te trekken moet het woningaanbod in het

ontmoetingen, zodat mensen met gedeelde levensfase, cultuur

Holterbergdistrict functioneel, betaalbaar en uitnodigend zijn,

of interesses elkaar op een natuurlijke manier tegenkomen.

zodat bewoners zich thuis voelen én deel van de gemeenschap. Tegelijk is het belangrijk om cruciale beroepsgroepen zoals

Doelgroepen

leraren, zorgpersoneel en politie te accommoderen, gezien de

In de eerste ontwikkelfase wordt nadrukkelijk ingezet op doel-

bestaande tekorten in Zuidoost. Voorrang voor deze functies

groepen voor wie een pioniersgebied aantrekkelijk is. Het

kan direct bijdragen aan voldoende onderwijscapaciteit,

Holterbergdistrict heeft door de nabijheid van Intercitystation

zorgpersoneel en veiligheid, en zo de leefbaarheid van de wijk

Bijlmer Arena en Bijlmer Centrum een strategisch voordeel ten

versterken.

opzichte van veel andere stedelijke locaties. Deze ligging maakt het gebied bijzonder geschikt voor jongeren en studenten, waarbij extra aandacht wordt gevraagd voor jongeren uit Amsterdam

Woonprogramma

Zuidoost. In deze stadsdelen is de behoefte aan betaalbare jon-

In de eerste fase wordt meer ingezet op studenten en jongeren

gerenwoningen aanzienlijk, waardoor het Holterbergdistrict kan

die iets mobieler zijn en kunnen pionieren in nieuwe wijken.

voorzien in een urgente vraag.

Dat resulteert in een verhouding van circa 40% sociaal, 30% middelduur en 30% vrije sector. Voor de latere fasen wordt meer

Na vestiging van de eerste pioniers wordt de doelgroep strate-

ingezet op het middensegment, zodat de totale verhouding op

gisch verbreed naar:

30% sociaal, 40% middelduur en 30% vrije sector uitkomt. Dit

Woonprogramma, eerste ontwikkelstap Prijssegment

Gemiddelde GO in m²

Aandeel

Type

Jongeren/ studenten woningen

Sociaal

23

32.7%

JSH

45

8.2%

55

Midden

Duur

Totaal Totaal

35

Investeringsnota

2 kamer woningen

3 kamer woningen

4 of meer kamer woningen

Totaal

GO Totaal

800

-

-

-

800

18400

Huur

-

100

100

200

9000

30.6%

Huur

-

250

500

-

750

41250

45

0.0%

Koop

-

-

-

-

-

-

70

28.6%

Huur

-

-

350

350

700

49000

70

0.0%

Koop

-

-

-

-

-

-

800

350

950

350

2450

117650

33%

14%

39%

14%

100%

100%

Opgaven

is in lijn met de uitgangspunten voor transformatiegebieden

een derde koopwoningen toegevoegd. Afhankelijk van de

in het Woningbouwplan 2022-2028, waarbij de sociale huur

ontwikkeling kan het programma doorgroeien naar 5.500–8.000

wordt uitgegeven aan een woningcorporatie. De uitzondering

woningen, mits de bijbehorende voorzieningen én verdichting

betreft hier de studenten- en jongerenwoningen die door

bedrijvigheid worden gerealiseerd.

een private partij zullen worden gerealiseerd, maar wel onder de sociale huurwoningen vallen. Daarom wordt als extra eis

Maatschappelijke Voorzieningen

van de studenten- en jongerenwoningen de helft van de

Volgens de referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen

woningen gerealiseerd tot de aftoppingsgrens en de andere

is voor het Holterberg District een raming opgesteld. Het IKC en

helft tot de liberalisatiegrens. Dit is een aanscherping van het

schoolplein vragen hierbij om zorgvuldige inpassing. Overige

beleid voor transformatiegebieden, waarin normaalgesproken

kleinere voorzieningen worden voornamelijk langs het park

uitgegaan wordt van 100% tot de liberalisatiegrens. Voor elk

geplaatst. Sport-, spel- en groenvoorzieningen worden via het

segment wordt een gevarieerd woningaanbod geboden, met

centrale landschapspark met elkaar verbonden. Het recreatieve

als uitgangspunt dat elke woning Gewoon Goed is. De eerste

en sportieve programma is geïntegreerd in het parklandschap, in

fase bestaat volledig uit huurwoningen; op termijn wordt circa

paviljoens en op gebouwen.

Maatschappelijke Voorzieningen Holterberg District Eerste ontwikkelstap Domein

Voorziening

Aantal

BVO in m²

Onderwijs

Integraal kindcentrum

1

3,738

1,690

Kinderdagverblijf (commercieel)

1

350

150

4,088

1,840

Basisvoorzieningen

1

Buurtkamer

Terrein in m²

117 117

Zorg

Huisartsenpraktijk

1

328 328

Kunst en Cultuur

500

Wijkkunstvoorziening

500 Sport

7,175

Sportveld anders georganiseerde sporten

7,175 Sport en spelen in de openbare ruimte

Speelplek

6

900

Speelveld

2

2,000 2,050

Sport in de openbare ruimte

4,950 Groen

Gebruiksgroen

18,028

Eco systeemgroen

36,028 54,056 5,033

Totaal

Investeringsnota

Opgaven

68,021

36

Dankzij een innovatief ruimtegebruik worden alle normen voor

materialen, vintage meubelen, kringloop- en repairwinkels. Deze

sport, spelen en groen binnen de gestelde grenzen gehaald.

mogen de bedrijvigheid niet verdringen, maar juist versterken door producten lokaal van makers te betrekken.

Commerciële Voorzieningen Overige voorzieningen Horeca

Bedrijventerreinen bieden naast bedrijven vaak ruimte aan or-

Horeca vervult een rol als ontmoetingsplek, informele werkplek

ganisaties die meer oppervlakte nodig hebben maar beperkt

en versterkt het vestigingsklimaat. De aanwezigheid van

kapitaalkrachtig zijn, zoals religieuze instellingen, of functies met

voorzieningen beïnvloedt de keuzes van bewoners, bedrijven

wat meer overlast, zoals grootschalige horeca of leisure. Afhan-

en instellingen. Met de komst van nieuwe kantoren en

kelijk van de behoefte in Zuidoost en Amsterdam wordt bekeken

woningen groeit de vraag naar daghoreca (zoals lunchrooms en

of hier plek voor kan worden gemaakt. Bijzondere concepten

koffiecorners) en avondhoreca (cafés, restaurants, snackbars,

dragen bij aan de identiteit van het Holterberg District, zowel als

clubs). De pioniersdoelgroep van kleine, jonge huishoudens

placemaking-element als gezichtsbepalende functie.

zorgt voor een sterke startvraag. Het aanbod omvat 10–15 zaken, samen circa 1.500 m², aangevuld met bijzondere concepten met ondergeschikte horeca. In het zuidelijk deel, zonder woningbouw, is ruimte voor functies die meer overlast kunnen geven en zich richten op bezoekers van buiten het gebied, zoals nachtcultuur en zalen voor rouw en trouw.

Kort verblijf bij bedrijven Veel bedrijven hebben tijdelijk personeel, van stagiairs tot specialisten. Een combinatie van bedrijfsruimte met serviced apartments kan uitkomst bieden, naar voorbeeld van de Makerstoren in Sloterdijk. Verblijfsduur: circa 4 weken tot 1 jaar, via contracten met werkgevers. Het Holterberg District is geschikt voor een tweede pilot. We besluiten daarover na evaluatie van de eerste

Dagelijkse boodschappen

pilot.

In het Holterberg District is uitsluitend ruimte voor dagelijkse boodschappen. Niet-dagelijkse aankopen kunnen gedaan worden in het nabijgelegen centrum van Zuidoost (Amsterdamse Poort). In de beginfase is er draagvlak voor één middelgrote supermarkt. Bij groei naar 10.000–12.000 inwoners kan dit worden uitgebreid met een grotere supermarkt en beperkte dagelijkse detailhandel. Door de nabijheid van andere winkelgebieden is de kans voor niet-dagelijkse detailhandel klein. In combinatie met de bedrijvigheid is wel ruimte voor bijzondere concepten met ondergeschikte detailhandel.

Perifere en grootschalige detailhandel De ArenAPoort huisvest diverse grote winkels, waaronder de Villa Arena, die achterbleef bij de verwachtingen. Voor grootschalige winkels is in het centrum steeds minder plek, maar in het Holterberg District is ruimte aanwezig. Circulaire concepten kunnen hier de aantrekkingskracht vergroten, zoals tweedehands bouwDagelijkse Detailhandel en Horeca

37

1e ontwikkelstap

Doorkijk

Supermarkt

Middelgroot (1.000 m² )

Groot 1.500 m²

Dagelijkse Detailhandel

3-5 (300-500)

8-10 (800-1.000)

Horeca

10-15 (1.500 m² )

30-40 (3.500-4.000)

Investeringsnota

Opgaven

Investeringsnota

Opgaven

38

39

Investeringsnota

Opgaven

4

Duurzaamheid

Het Holterbergdistrict wordt een duurzaam en circulair inno-

voor iedere ontwikkeling is om te werken middels vooraf

vatiedistrict. Circulaire ontwerpprincipes bieden de kans om

gestelde maximum CO₂-uitstoot en -budgetten, voor zowel het

ontwikkelingen te realiseren die passen op de roadmap richting

energiegebruik tijdens gebruik (de operationele emissies) als de

2050. In de Omgevingsvisie 2050 is vastgelegd dat groei binnen

materiaal gebonden emissies in de productie- en bouwfase.

de draagkracht van de planeet centraal staat, waarbij klimaatverandering en de gevolgen ervan actief worden tegengegaan. Het

Een overzicht van stadsbrede randvoorwaarden en ambities op

doel op duurzaamheid is een district dat voldoet aan de ambities

het gebied van duurzaam ontwikkelen zijn te vinden op de web-

van de Omgevingsvisie, regeneratief is en gebouwd wordt bin-

pagina ‘Duurzaam ontwikkelen’ van Gemeente Amsterdam: www.

nen de principes van de Amsterdamse donut. Binnen planetaire

amsterdam.nl/duurzaamontwikkelen.

grenzen, met ten alle tijden een sterk sociaal fundament.

Relevante duurzaamheidsthema’s die specifiek voor het Holterbergdistrict gelden worden nader toegelicht in deze inves-

Voor alle besluitvorming en uitvoering op het gebied

teringsnota. Voor alle thema’s geldt als leidend principe dat

van duurzaamheid geldt ‘Duurzaam, tenzij’, conform de

duurzaamheidsmaatregelen altijd integraal met de stedenbouw,

raadsinformatiebrief ‘Onze stad van morgen’. Voorwaardelijk

architectuur en de openbare ruimte worden vormgegeven.

Figuur 16:

Verbeelding van de gestapelde bedrijvigheid, AI en circulaire hub binnen het Holterbergdistrict

Investeringsnota

Duurzaamheid

40

4.1 De stip op de horizon De gebiedsontwikkeling Holterbergdistrict kiest nadrukkelijk voor de toekomst door zich te verbinden aan de Europese duurzaamheidskaders. Vanuit de EU-Taxonomie en de ESG-rapportageverplichtingen wordt niet alleen voldaan aan wetgeving, maar zetten we een stap vooruit richting transparante, meetbare en betekenisvolle duurzaamheid. We streven naar een ontwikkeling

▪

>100m: factor 1,8

Vanaf 2026 wordt er iedere vijf jaar een maximaal CO2-budget opgesteld voor het Holterbergdistrict, gebaseerd op (verwachte) initiatieven en toe te voegen programma. Voorafgaand aan het vaststellen van het CO2-budget wordt een eerste vingeroefening gedaan op programma en volumeopbouw om het CO2-budget te kunnen bepalen.

die niet alleen financieel verantwoord is, maar ook maatschappe-

Paris Proof grenswaarden

Materiaal gebonden emissies kg

lijk en ecologisch waarde toevoegt.

CO2-eq.per m2 2021

2030

2040

2050

Voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot sluiten wij de komen-

Woning (eengezinswoning

200

126

75

45

de jaren aan op het initiatief van NEPROM en DGBC met de Quick

Woning (meersgezinswoning

220

139

83

50

Carbon Indicator (QCI) waarmee integraal gestuurd kan worden

Kantoor

250

158

94

56

op de materiaalgebonden CO₂-uitstoot en de operationele emis-

Retail vastgoed

260

164

98

59

sies op de korte termijn (15 jaar). Naast de CO2-uitstoot kan ook

Industrie

240

151

91

54

de biogene CO2-opslag in de toegepaste biobased materialen worden berekend. Het streven is de CO2-uitstoot en de CO2-op-

Figuur 17:

slag met elkaar in balans te brengen en CO2-neutraliteit zo dicht mogelijk te benaderen. 2040 is de stip op de horizon. Het doel is om met de ontwikkeling van het Holterbergdistrict aan te sluiten op de Paris Proof streefwaarden van de DGBC (Dutch Green Building Council). De grenswaarden voor de ontwikkeling van Holterbergdistrict zijn in dit hoofdstuk gedefinieerd voor zowel materiaalgebonden- als operationele emissies. Mocht de gedefinieerde ambitie binnen de gebouwgrens niet behaald worden, mag de grens voor materiaal- en energiestromen verlegd worden van gebouwniveau tot gebiedsniveau of

scherpte BENG-eisen gekoppeld aan de vastgestelde grenswaarden vanuit EU-Taxonomie. Dit betekent dat gebouwen zodanig worden ontworpen en uitgevoerd dat zij aantoonbaar bijdragen aan de Europese klimaatdoelen, met focus op energie-efficiëntie tijdens exploitatie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Naast de EU-Taxonomie kan BREEAM als mogelijke tool ingezet worden om de duurzaamheidsdoelstellingen te toetsen. •

gingsvariabelen voor biogene CO2-opslag, te weten: ▪

miscanthus. ▪

giesysteem •

Afvalstromen vanuit Holterbergdistrict omzetten naar pallets voor productie waterstof/biogas Wat uitdrukkelijk niet is toegestaan: PV of wind op afstand

ning. Reststromen van energie uit het HPC mogen als compensatie van de operationele emissies meegenomen worden. De volgende voorwaarden gelden: •

Voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot wordt gestuurd op maximaal embodied carbon conform de Paris Proof grenswaarden volgens de DGBC (zie figuur 17), Uitgangspunt in tabel is laagbouw tot circa 40 m. Voor bebouwing hoger dan 40m geldt de volgende correctie:

41

▪

40-70m : factor 1,2

▪

70-100m: factor 1,5

Investeringsnota

factor van 1,0 voor CO₂-opslag in bamboe, als gevolg van de korte groeiperiode.

▪

factor van 0,3 voor CO₂-opslag in (naald)hout, geproduceerd met duurzame (FSC-gecertificeerde) bosbouw.

•

Op het gebied van CO2 wordt het gebied Holterbergdistrict als geheel beschouwd, wat betekent dat CO2- (rest)stromen

buiten het gebied. Vanwege de complexiteit is de HPC uitgesloten van de bereke-

factor van 1,0 voor CO₂-opslag in gewassen met een korte teeltijd op landbouwgrond, zoals hennep, vlas en

binnen Holterbergdistrict inzetten voor duurzaam ener-

•

Voor CO2 opslag wordt gebruik gemaakt van de vastleg-

energiestromen HPC (binnen gebied of buiten het gebied)

Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO)

Gebaseerd op een distributiecentrum.

Voor de operationele CO2-uitstoot wordt gewerkt met aange-

bergdistrict ingezet worden. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld:

•

Paris Proof grenswaarden conform DGBC, CO2 budget uitgedrukt in CO2-eq. per m2 BVO 1

zelfs energiestromen van buiten het gebied die binnen Holter•

1

binnen (en ook van buiten) het gebied kunnen worden meegerekend (omrekening naar kg CO2 eq). •

Er wordt uitgegaan van het scenario volgens de verwachte Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022 waarbij de CO₂-intensiteit van de energiemix (elektriciteit) in 2040 vrijwel nul is. Wanneer op gebouwniveau (c.q. kavel) de materiaalgebonden-, of de operationele CO2 doelen zoals gesteld in dit hoofdstuk aantoonbaar niet haalbaar zijn mag de initiatiefnemer de budgetten bij elkaar optellen waarmee onderlinge compensatie binnen een fase (bouwfase van 5 jaar) mogelijk wordt. Er zal ten alle tijden aan de landelijke

Duurzaamheid

wettelijke eisen voldaan moeten worden. Deze uitwisseling

demontabele constructies.

tussen kavels is enkel mogelijk wanneer deze zich binnen

Aangezien volledige CO₂-neutraliteit bij oplevering niet realis-

dezelfde ontwikkelfase van het Holterbergdistrict bevinden.

tisch is, wordt uitgegaan van een ‘carbon break-even point’ op

CO2 budget uitwisseling tussen ontwikkelfasen wordt niet

de lange termijn. Dit houdt in dat de investeringen in duurzame

per definitie uitgesloten met de voorwaarde dat, indien

opwekking, materiaalhergebruik en circulaire waarde-creatie

de ontwikkelaar dit wil toepassen, dit voorgesteld moet

gedurende het gebruik leiden tot compensatie van de initiële

worden aan de gemeente met concrete CO2 budgetten en

CO₂-uitstoot uit bouw en materiaal.

tijdsplanning. Uitwisseling van CO2 budgetten tussen de ontwikkelfasen kan alleen na schriftelijke goedkeuring van

4.2 Holterbergdistrict Circulair

de gemeente.

Met de ondertekening van het Nationale Grondstoffenakkoord in 2017 heeft de gemeente Amsterdam zich gecommitteerd aan

Biobased bouwen is het uitgangspunt om het aandeel abioti-

de landelijke doelstellingen om in 2030 50% minder nieuwe,

sche grondstoffen drastisch te verminderen en in lijn te kunnen

niet-herwinbare grondstoffen (metalen, minerale en fossiele

brengen met de circulaire doelstellingen van het Rijk. Houtbouw

grondstoffen) te gebruiken die er toe moeten leiden dat de stad

en biobased bouw conform de definitie van het MRA Convenant

in 2050 een volledig circulaire economie heeft. Deze belofte is

Houtbouw en het Houtbouw Pact is het uitgangspunt voor uti-

in Amsterdam verankerd in de ‘Strategie Amsterdam Circulair

liteits- en woningbouw waarbij gestreefd wordt naar tenminste

2020- 2025’. De strategie richt zich op drie grote waardestromen:

20% houtbouw in 2025 en 30% houtbouw richting 2030. De

gebouwde omgeving, consumptiegoederen en voedsel.

focus van het houtbouwconvenant ligt op de toepassing van hout in de draagconstructie. Daarnaast wordt ook ingezet op andere

In de Visie Zuidoost Circulair 2030 (https://openresearch.amster-

toepassingen van biobased bouwen: biobased gevelbekleding,

dam/nl/page/123449/visie-amsterdam-zuidoost-circulair-2030) is

isolatie, binnenwanden en alternatieven voor constructief hout

reeds verkend welke huidige circulaire initiatieven aanwezig zijn

op basis van vezelgewassen. De materiaalgebonden CO2-pres-

in Zuidoost, hoe groot de waardestromen zijn en welke ruimtelij-

tatie van de gevel wordt zwaarwegend meegenomen in de

ke schakels er noodzakelijk zijn. Bij de verdere uitwerking van de

keuze van de gevelbekleding. Voor logistieke bedrijvigheid en

kavels kan de Visie Zuidoost Circulair 2030 als leidraad gebruikt

(parkeer)hubs is het aannemelijker om in te zetten op prefab,

Figuur 18:

Uitvoeringsagenda circulair 2023-2026

Investeringsnota

Duurzaamheid

42

worden. Naast de grootschalige stadsverzorgende bedrijvigheid in het

> Close the loop: het sluiten van kringlopen door recycling van

Holterbergdistrict is het integreren van fijnmazige circulaire func-

materialen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort en

ties in het ruimtelijk-programmatisch raamwerk essentieel om

daardoor minder grondstoffen nodig zijn.

deze waardestromen effectief te verduurzamen en kringlopen te sluiten. De hoge dichtheid in het gebied zorgt voor aanzienlijke

In deze vier strategieën wordt de zogenoemde R-ladder ge-

materiaalstromen wat gunstig is voor zowel de afzetmarkt van

bruikt. Hoe hoger op de ladder hoe circulairder de strategie is.

circulaire producten als de oogst van materialen ten behoeve van circulaire bedrijvigheid.

Circulair bouwen Voor bestaande bebouwing en openbare ruimte wordt geïnven-

Circulaire economie

tariseerd welke materialen waardevol zijn om te behouden voor

Programmatisch wordt ingezet op functies en bedrijvigheid die

hergebruik en hoe deze geïntegreerd kunnen worden in nieuwe

de transitie naar een circulaire economie omarmen en versnellen.

projecten of lokaal hergebruikt kunnen worden. Circulair slopen

Denk daarbij aan repaircafé’s, circulaire ambachtscentra, tweede-

is de norm. Maak gedurende de duur van demontage tot ople-

hands winkels en horeca met lokale producten. Dit verkleint de

vering gebruik van (tijdelijke) materialenbanken en hubs voor

hoeveelheid afval, sluit kringlopen, komt ten goede aan de por-

opslag en hergebruik. Materialen zijn eindig; behandel ze als

temonnee van de inwoners en maakt het gebied klaar voor een

gedeelde grondstoffen en voorkom overmatig materiaalgebruik

toekomst waarin afval zoveel mogelijk wordt voorkomen.

in zowel ontwerp- als uitvoeringsfase.

Het Holterbergdistrict wordt ontwikkeld als een gebied met

Nieuwe gebouwen en programma zijn adaptief en kunnen

hoge ruimtelijke dichtheid, waarin zowel consumentgerichte als

meegroeien met veranderende behoeften, het veranderde kli-

bedrijfsmatige waardestromen samenkomen. Deze concentratie

maat en technologische innovaties. Modulaire, demontabele en

van diverse stromen creëert een unieke voedingsbodem voor

geprefabriceerde bouwmethoden zijn het uitgangspunt, zodat

circulaire bedrijvigheid. Binnen dit ecosysteem ontstaan substan-

gebouwen duurzaam kunnen worden aangepast, ontmanteld of

tiële kansen voor ondernemingen die reststromen kunnen om-

herbestemd.

zetten in waardevolle producten, diensten of grondstoffen.

binatie met de principes beeldkwaliteit (form follows structure,

De schaal van de gebiedsontwikkeling in com-

rationele, rechthoekige bouwvolumes) nodigen uit om efficiëntie Om deze potentie daadwerkelijk te ontsluiten, is het essentieel

te maximaliseren en modulaire bouwmethoden als hoofdprinci-

dat waardestromen in een vroeg stadium van het ontwerpproces

pe toe te passen. Gebouwen zijn niet absoluut in het gebruik van

in beeld worden gebracht en het ontwerp van de bouwblokken

één circulaire denkrichting, maar zoeken het optimum in verschil-

hierop is afgestemd. Dit vraagt om ruimtelijke configuraties die

lende materialen en toepassingen: biobased, circulair of andere

het verzamelen, verwerken en distribueren van waardestromen

materialen met een lage of zelfs netto-positieve milieu-impact.

faciliteren, in combinatie met voldoende fysieke ruimte voor circulaire bedrijven die deze processen kunnen uitvoeren.

Het Nieuwe Normaal (https://www.hetnieuwenormaal.nl) wordt als leidraad bij het ontwerpproces gebruikt. Tijdens de initia-

Voor alle partijen gelden vier kernstrategieën om de economie

tief- en schetsontwerpfase wordt per indicator een kwalitatieve

circulair te maken:

onderbouwing geformuleerd. Vanaf het voorlopig ontwerp wordt naast een onderbouwing een berekening circulair bouwen

> Narrow the loop: minder grondstoffen gebruiken door van

toegevoegd op tenminste de onderstaande indicatoren van Het

producten af te zien (refuse), producten te delen (rethink) of ze

Nieuwe Normaal:

efficiënter te fabriceren (reduce).

•

Milieuprestatie Gebouw (MPG)

•

Materiaalgebonden CO2-uitstoot (kg CO2-eq/m² BVO)

> Substitute: het vervangen van lineaire en fossiele primaire

•

Materiaalgebonden CO2-opslag (ton CO2-eq)

grondstoffen voor hernieuwbare, biobased alternatieven met

•

Herkomst materialen (% massa biobased, hergebruikt, gere-

minder milieu-impact.

cycled) •

Losmaakbaarheid (%)

> Slow the loop: het langer en intensiever gebruiken van pro-

De berekening wordt gemaakt middels gevalideerde rekenin-

ducten en onderdelen door hergebruik (re-use) en reparatie

strumenten zoals BCI Gebouw, GPR Gebouw of Madaster.

(remanufacture, refurbishment, repair); wat de vraag naar nieuwe producten vertraagt.

43

Investeringsnota

Gebouwen worden flexibel gebouwd, zodat latere aanpassingen

Duurzaamheid

aan ruimtes mogelijk zijn. Bij woningen kleiner dan 50 m² GBO moet het samenvoegen van woningen mogelijk zijn. Voor de

Betaalbaarheid voor de eindgebruiker is een belangrijke afwe-

plinten van iedere ontwikkeling geldt hetzelfde uitgangspunt om

ging in de keuze van een energiesysteem. Waar mogelijk wordt

verschillende korrelgroottes eenvoudig te kunnen samenvoegen,

ingezet om verduurzaming van de bestaande bouw te koppelen

dan wel op termijn op te splitsen in kleinere eenheden.

aan de nieuwbouw.

4.3 Duurzame energie

HPC en Duurzaamheid Voor het Holterbergdistrict is de basis van het warmte- en kou-

Randvoorwaarde zijn lage temperatuur energiesystemen, een mi-

de systeem een Smart Thermal en electric grid die warmte,

nimale belasting van het elektriciteitsnetwerk en het zoveel mo-

koude en elektra kan uitwisselen, tijdelijk opslaan en daarmee

gelijk voorkomen van kostbare installaties. Passieve maatregelen

de verschillende vragers in het gebied met elkaar verbindt. De

vormen integraal onderdeel van het beeldkwaliteitskader. Denk

systemen worden gevoed met de restwarmte die vrijkomt vanuit

hierbij bijvoorbeeld aan compacte bouwvolumes, installatiearm

de HPC en vanuit een op koude gedimensioneerde warmte- en

bouwen en het maken van luifels ten behoeve van schaduw en

koude opslag (WKO). Als mogelijke onderdeel van het energie-

het toepassen van zomernachtventilatie dan wel de mogelijkheid

systeem wordt een koppeling met het stadskoudenet (Ouderker-

tot het natuurlijk ventileren van de woning. Nieuwbouw wordt

kerplas) en stadswarmtenet van Vattenfall onderzocht.

aardgasvrij gerealiseerd en zonder toepassing van (tijdelijke) biomassa gestookte installaties. Voor het energiesysteem wordt gestuurd op zoveel mogelijk uitwisseling van energiestromen en het hiermee behalen van een balans, zodat hierdoor de inzet van Dry-coolers zo veel mogelijk voorkomen wordt.

4.4 Uitstootvrije mobiliteit en schone lucht Het is van belang dat er voldoende duurzame laadinfrastructuur aanwezig is. Parkeervoorzieningen zijn voorbereid op volledig uitstootvrij verkeer in 2030 . Centrale hubs met deelconcepten voor o.a. auto’s, fietsen, scooters en andere vormen van LEV

Nieuwbouw van woningen wordt gerealiseerd met een duur-

(Light Electric Vehicles) moeten er aan bijdragen dat afhankelijk

zaam lage temperatuur (LT) energiesysteem. Bij de keuze van het

van de af te leggen afstand bewoners en gebruikers de keuze

energiesysteem voor verwarming en koeling dient uitgegaan te

hebben hoe ze willen reizen. Om deelconcepten aantrekkelijk te

worden van het principe comply or explain; warmte is laagtem-

maken, wordt autobezit beperkt door de laagst mogelijke par-

peratuur en duurzaam, tenzij daar om zwaarwegende redenen

keernorm te hanteren (conform de Nota Parkeernormen Auto).

van wordt afgeweken.

Figuur 19:

Voorbeeld van toepassing van Het Nieuwe Normaal op de bouwmethode en architectuur.

Investeringsnota

Duurzaamheid

44

Tijdens de bouw wordt gebruikgemaakt van slimme, duurzame bouwlogistiek en het gebruik van schone bouwwerktuigen. In de uitvoeringsfase wordt bij de studie naar de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk ook het elektriciteitsverbruik voor elektrisch vervoer betrokken. Ontwikkelende partijen maken vroegtijdig inzichtelijk hoe de bouwlogistiek georganiseerd is en dat er voldoende tijd is om circulair te slopen (indien noodzakelijk) en voldoende ruimte beschikbaar om zowel geoogste materialen en bouwelementen als nieuwe bouwelementen tijdelijk op te slaan.

4.5 Landschap en openbare ruimte Waar verharding noodzakelijk is, is het startpunt kwalitatief hoogwaardig hergebruik van beschikbare materialen uit het gebied of de directe omgeving. Wanneer herbruikbare materialen niet beschikbaar zijn worden kwalitatief hoogwaardige, duurzame materialen gekozen met een zo laag mogelijke milieu-impact, CO2-uitstoot en zo hoog mogelijke CO2-opslag. De gemeente zal werken vanuit een Total Cost of Ownership en met CO2-budgetten voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

4.6 Monitoring en bijsturing Voor het Holterbergdistrict wordt een monitoringsplan opgetuigd om de stand van zaken en progressie op de duurzaamheidsdoelstellingen voor circulariteit, energie en groen te kunnen bepalen. Alle belanghebbenden leveren vanuit hun kennis en expertise kwantitatieve data aan over kavels en de daarbij behorende parameters, ondersteund middels een kwalitatieve onderbouwing. Er zal voor het gehele gebied een C02-nulmeting worden gemaakt. Vanaf 2026 wordt er iedere vijf jaar een maximaal CO2-budget opgesteld voor het Holterbergdistrict, gebaseerd op (verwachte) initiatieven en toe te voegen programma. Deze wordt opgesteld in samenspraak tussen alle relevante stakeholders, initiatiefnemers en de gemeente. Initiatiefnemers rapporteren circulariteit gedurende het ontwerpproces en houden een CO2-exploitatie bij waarin materiaalgebonden en operationele emissies alsook CO2-opslag structureel worden genoteerd en geactualiseerd. De verzamelde data wordt vrij beschikbaar gesteld aan de gemeente. Vanaf 2026 wordt er om het jaar door de gemeente een verslag uitgebracht over de stand van zaken met betrekking tot het afgesproken CO2-budget. Het verslag wordt breed gedeeld met belanghebbenden.

Met data uit de monitoring en verslaglegging kan er strategisch worden bijgestuurd op de te behalen duurzaamheidsdoelen in het Holterbergdistrict, met als belangrijke ijkpunten 2030 en 2040, waarin de verslaglegging wordt vastgesteld door het college.

45

Investeringsnota

Duurzaamheid

Investeringsnota

Milieu-aspecten

46

47

Investeringsnota

Milieu-aspecten

5

Milieu-aspecten

5.1 Energievoorziening en netcongestie

•

van transformatorstations en kabeltracés met de boven- en

Een toekomstbestendig Holterbergdistrict vraagt om een robuuste energievoorziening en digitale infrastructuur. De energietran-

ondergrond; •

sitie, de groeiende vraag naar elektriciteit en de opkomst van datagedreven toepassingen stellen hoge eisen aan het netwerk.

Voldoende transportcapaciteit en het integraal ontwerpen

Glasvezel en ruimte voor HPC-faciliteiten met aandacht voor veiligheid, geluid en uitstraling;

•

Energievoorzieningen voldoen aan gemeentelijke duurzaam-

De gemeente Amsterdam werkt daarom samen met netbeheer-

heidsnormen restwarmte en lokale opwekking worden be-

ders aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet, zoals vastgelegd

nut;

in het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam

•

2035 en het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam. De

Vroegtijdige afstemmingen en samenwerking met netbeheerders en digitale partners is vereist.

vraag naar elektriciteit zal richting 2050 naar verwachting verdrievoudigen tot verviervoudigen – ten opzichte van 2025.

Ambities: •

Optimalisatie energieverbruik gedurende levensduur

Voor het Holterbergdistrict betekent dit dat de gemeente en

•

HPC en slimme netten ondersteunen stedelijke innovatie.

ontwikkelaars de energie-infrastructuur vanaf de start integraal

•

Infrastructuur is schaalbaar en voorbereid op toekomstige

moeten meenemen in de planvorming. Denk hierbij aan de inpassing van transformatorstations, ruimte voor kabeltracés en afstemming met netbeheerders. Innovatieve

technologie. •

Digitale voorzieningen dragen bij aan maatschappelijke doelen zoals energiegelijkheid en open data.

oplossingen zoals lokale energieopslag, slimme netten en energiehubs worden actief verkend om piekbelasting te verminderen en flexibiliteit te vergroten. Tegelijkertijd biedt het district

5.2 Milieu

kansen om zich te profileren als digitale proeftuin. De gemeente

Klimaat

Amsterdam erkent in haar Tech Radar 2024 het belang van High

Het Holterbergdistrict wordt ontwikkeld met het oog op een toe-

Performance Computing (HPC) voor stedelijke innovatie. HPC

komstbestendige en klimaatadaptieve stad. Dit vormt een extra

maakt het mogelijk om grote hoeveelheden data te verwerken

uitdaging, gezien het gebied in een lage polder ligt.

en complexe stedelijke systemen te simuleren, bijvoorbeeld op het gebied van energie, mobiliteit en klimaatadaptatie.

Klimaatverandering leidt tot toenemende risico’s op wateroverlast, droogte, hittestress en bodemdaling. Deze opgaven vragen

Het faciliteren van HPC vraagt om specifieke voorzieningen:

om een integrale benadering van de inrichting van het gebied,

een stabiele energievoorziening met piekcapaciteit, snelle glas-

waarbij klimaatadaptatie niet als afzonderlijk thema wordt be-

vezelverbindingen en ruimtelijke inpassing van technische instal-

naderd, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het ruimtelijk

laties. Door deze elementen vroegtijdig te integreren in

ontwerp.

het stedenbouwkundig ontwerp, kan het Holterbergdistrict uitgroeien tot een toekomstgericht stadsdeel dat technologische

De ontwikkeling van het district sluit aan bij de uitgangspunten

innovatie koppelt aan duurzaamheid en maatschappelijke meer-

van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, waarin Rijk, pro-

waarde.

vincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk de ambitie

Randvoorwaarden:

Investeringsnota

Milieu-aspecten

48

hebben uitgesproken om Nederland uiterlijk in 2050 klimaatbes-

bestaande bedrijven, maar ook bijvoorbeeld met het behoud

tendig en waterrobuust ingericht te hebben. Dit betekent dat

van bestaande bomen.

bij alle ruimtelijke ingrepen – van herinrichting van de openbare ruimte tot nieuwbouw – structureel rekening wordt gehoud-

In de integrale milieu-analyse worden de volgende conclusies

en met de gevolgen van extreem weer. Denk hierbij aan het

getrokken:

voorkomen van wateroverlast door slimme waterberging, het

•

Ophoging is effectief tot maximaal 20 a 30 cm.

toevoegen van oppervlaktewater, het beperken van hittestress

•

De ontwateringsdiepte van 90 cm wordt in een groot

door vergroening, en het versterken van de bodemkwaliteit om

gedeelte van het plangebied gehaald en op enkele plekken

verzakking tegen te gaan.

niet •

Het aanleggen van nieuwe watergangen is een

Hitte

noodzakelijke maatregel om opbolling van grondwater

Net als veel andere stedelijke gebieden, is het Holterbergdistrict

tegen te gaan, water te kunnen bergen en snel te kunnen

gevoelig voor hittestress. Door de hoge mate van verharding, be-

afvoeren

perkte aanwezigheid van groen en de dominante aanwezigheid

In overleg met Waternet is besloten om aan de hand van een

van grootschalige bebouwing en infrastructuur ontstaat tijdens

3D-grondwatermodel de bouwplannen, bouwpeilen en maatre-

warme periodes een verhoogde temperatuur in het gebied.

gelen in de openbare ruimte gezamenlijk te monitoren. Ambities

Er wordt actief gestuurd op het beperken van hittestress en het versterken van de klimaatadaptieve kwaliteit van de leefomgeving. Dit gebeurt door het toevoegen van verkoelend groen, het toepassen van waterdoorlatende en reflecterende materialen, en het creëren van schaduwrijke verblijfsplekken. Groene daken, gevelgroen en het behoud van bestaande bomen dragen bij aan het verlagen van de oppervlaktetemperatuur. Randvoorwaarden: Hittestress-analyses bij iedere ontwikkeling als onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp. Behoud, versterking ofwel verplanten van bestaande boomstructuren. Realisatie van schaduwrijke verblijfsplekken, met name op veelgebruikte routes en pleinen. Afstemming op ‘Beleidskader Puccinimethode, standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld’. Water Met de invoering van de Omgevingswet is de traditionele watertoets geïntegreerd in de bredere verplichting tot weging van het waterbelang. Dit betekent dat waterveiligheid, waterkwaliteit, waterberging en grondwaterbeheer vanaf de start van elke ruimtelijke ontwikkeling integraal moeten worden meegewogen. Water wordt in het Holterbergdistrict niet als restpost, maar als sturend principe beschouwd. Dit betekent dat de afweging over waterberging, infiltratie en afvoer al in deze investeringsnota wordt gemaakt. Het plangebied is in de huidige situatie voor 95% verhard.

Water wordt zo snel mogelijk afgevoerd, de grondwaterstand is relatief hoog. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt een ontwateringsdiepte (het verschil tussen maaiveld en grondwaterstand) van 90 cm. Hoewel dit formeel een transformatie is en geen nieuw gebied, zal het gebied wel als zodanig worden beschouwd, daarbij rekening houdend met de belangen van

49

Investeringsnota

Figuur 20:

Voorziene watersysteem in het plangebied.

Milieu-aspecten

•

Een veilige, klimaatadaptieve omgeving

•

Water als zichtbaar en beleefbaar onderdeel van de open-

•

dige afstemming tussen economische dynamiek en leefkwaliteit.

bare ruimte

Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de cumu-

Combinatie van waterberging met groen, recreatie en

latieve geluidbelasting en de wettelijke normen uit de Om-

ecologie

gevingswet. Waar nodig worden geluidswerende maatregelen getroffen, zoals bouwkundige voorzieningen, slimme oriëntatie

Geluid

van gebouwen en de inzet van geluidsluwe zones. De ambitie is

Voor een hoogstedelijke locatie kent het Holterbergdistrict,

om een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te realiseren,

relatief gunstige geluidsomgeving. De A2, de A9 en het spoor

waarin wonen en werken in balans zijn.

bevinden zich allen op meer dan 600 meter van de locatie waar woningen voorzien zijn. De gemeentelijke ontsluitingsweg Hol-

Randvoorwaarden:

terbergweg (s111) ligt wel op de grens van het plangebied.

•

Toetsing aan de normen uit de Omgevingswet.

Verkeerslawaai is in de integrale milieuanalyse nader onderzocht.

•

Akoestisch onderzoek als verplicht onderdeel van de planvorming.

Aan de grenswaarden kan worden voldaan door middel van afschermende bebouwing of geveluitvoering.

•

Geen gevoelige functies binnen zones met structurele overschrijding van grenswaarden zonder mitigerende maatregelen.

Het Holterbergdistrict is een gebied waar bedrijvigheid en wonen met elkaar zullen worden verweven. Het gaat om kantoren,

•

Toepassing van geluidswerende bouwkundige maatregelen

logistieke bedrijven, handelsbedrijven en voorzieningen. Deze

en stedenbouwkundige opzet (zoals geluidsluwe gevels en

functies zijn onder voorwaarden mogelijk in combinatie met

oriëntatie van functies).

gevoelige functies. Deze functiemenging vraagt om een zorgvul-

•

Afstemming met bestaande bedrijven over hun vergunde geluidsruimte.

Ambities: Integratie van geluidsluwe zones in de openbare ruimte en plinten.

Lucht Het Holterbergdistrict voldoet in 2025 aan de Europese en landelijke normen voor luchtkwaliteit. De concentraties stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM10 en PM2,5) liggen onder de wettelijke grenswaarden, waarmee het gebied voldoet aan de basisvoorwaarden voor een gezonde leefomgeving. Bij de verdere uitwerking van het gebied wordt rekening gehouden met de Richtlijn Gevoelige Bestemmingen Luchtkwaliteit 2024. Deze richtlijn biedt aanvullende bescherming voor kwetsbare groepen, zoals kinderen en ouderen, en stelt eisen aan de locatie van gevoelige functies zoals scholen en zorgvoorzieningen ten opzichte van drukke infrastructuur. Randvoorwaarden: •

Geen gevoelige functies binnen 150 meter van een snelweg.

•

Geen gevoelige functies binnen 50 meter van een provinciale weg.

•

Geen gevoelige functies binnen 25 meter van stedelijke wegen met >10.000 motorvoertuigen per etmaal.

•

Figuur 21:

Toetsing door GGD vereist bij afwijking van de richtlijn.

Cumulatief wegverkeerslawaai in de referentiesituatie op 5m hoogte

Investeringsnota

Milieu-aspecten

50

Stikstofdepositie Voor elk project in het Holterbergdistrict wordt beoordeeld hoe de uitstoot van stikstof zodanig wordt beperkt, dat omliggende natuurgebieden geen schade wordt toegebracht. Zie de Milieuanalyse in de bijlage.

Door de herinrichting van zowel boven- als ondergrond worden transportkabels (mogelijk) verlegd en afgestemd met de transformatie bovengronds. Vanwege de complexiteit en voorbereidingstijd is vroegtijdige afstemming met telecomaanbieders noodzakelijk. In de nadere fasering wordt per partij bepaald welke delen behouden of verlegd worden.

Ondergrond De ontwikkeling van de bedrijvenstrook naar een gemengd

Elektra

gebied vereist een integrale benadering van de ondergrondse

De huidige elektriciteitsinfrastructuur heeft onvoldoende capac-

infrastructuur. De bestaande netten zijn grotendeels ingericht op

iteit voor de geplande woningbouw. Er worden reserveringen

een monofunctionaliteit van de bedrijvenstrook en voldoen niet

opgenomen voor laag- en middenspanningsnetten. Algemene

aan de toekomstige capaciteitsvraag. De Holterbergweg en Le-

voedingspunten (AVP’s) en transformatoren worden inpandig

melerbergweg fungeren als hoofdstructuur voor ondergrondse

gerealiseerd. De exacte vermogensbehoefte wordt in een latere

tracés.

fase bepaald. in samenwerking met Liander en Tennet wordt gewerkt aan de realisatie van een Onderstation Liander van

Hoe om te gaan met alle bestaande en toekomstige ondergrondse infrastructuur wordt verder in het proces afgestemd met het Bijzonder Coördinerend Overleg. Het huidige masterplan Kabels en Leidingen voor Amstel III zal daarbij leidend zijn. In het ontwerp van de openbare ruimte wordt de Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte (IOOR) ingezet om alle ruimtevragers, ondergrond en bovengrond, goed op elkaar af te stemmen. De werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, zullen vanwege de overlast die ze met zich meebrengen worden geïnventariseerd en zoveel mogelijk tegelijk worden uitgevoerd. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor de verschillende deelthema’s: Riolering en duurzame waterafvoer Het bestaande rioolstelsel is niet geschikt om het volledige programma op aan te sluiten. Hierdoor dient er een nieuw rioleringsplan te worden uitgewerkt. Randvoorwaarden: •

Inrichting conform het Omgevingsprogramma Riolering 2022–2027

•

Toepassing van een gescheiden rioolstelsel voor vuil- en regenwater.

•

Lokale infiltratie, berging of hergebruik van regenwater.

150kV. Externe veiligheid en risicobeheersing Bij gebiedsontwikkeling in Amsterdam is externe veiligheid een essentieel aandachtspunt. Het gaat hierbij om het beheersen van risico’s die voortkomen uit de nabijheid van risicobronnen zoals transport van gevaarlijke stoffen, hoogspanningsleidingen, bedrijven met gevaarlijke stoffen of vitale infrastructuur. In het kader van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moeten deze risico’s expliciet worden meegewogen in de planvorming. Voor het Holterbergdistrict gelden specifieke eisen. Het gebied ligt nabij de A2 en A9, en kent een mix van functies met variërende kwetsbaarheid. Dit vraagt om een risicoanalyse in samenwerking met de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, waarin het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) worden getoetst. De uitkomsten bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals het vergroten van afstanden tot risicobronnen, het beperken van kwetsbare functies of het verbeteren van vluchtroutes. De gemeente hanteert het principe van veilig ontwerpen: risico’s worden zoveel mogelijk voorkomen door slimme keuzes in ruimtelijke inrichting, functiespreiding en bouwtechniek. In het Holterbergdistrict betekent dit onder meer:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16873584/1