Bijlage 1 - Investeringsnota deel A Holterbergdistrict.pdf
Tekst van het document
Waterleiding Mogelijk hebben de bestaande waterleidingen onvoldoende
•
stellingen) binnen invloedsgebieden van risicobronnen.
capaciteit om alle ontwikkelingen binnen het Holterbergdistrict op te vangen. Er wordt met waternet onderzocht of er nu vol-
•
Het realiseren van robuuste ontsluitingsstructuren voor hulpdiensten.
doende capaciteit aanwezig is, of dat de waterleidingen vervangen moeten worden.
Het vermijden van gevoelige functies (zoals scholen, zorgin-
•
Het integreren van vluchtroutes en veilige verzamelplekken in het ontwerp van de openbare ruimte.
Telecom De noord-zuidoriëntatie van de Holterberg- en Lemelerbergweg
Randvoorwaarden:
maakt het gebied belangrijk voor doorgaande telecomtracés.
•
Risicoanalyse conform Bkl en afstemming met de Veiligheidsregio.
51
Investeringsnota
Milieu-aspecten
•
Voldoende afstand tot risicobronnen en veilige inrichting
integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling.
van de openbare ruimte.
In dat kader is voor het Holterbergdistrict een mobiliteitsplan
•
Bereikbaarheid voor hulpdiensten en robuuste vluchtroutes.
opgesteld langs een vijftal thema’s:
•
Inpassing van voorzieningen voor incidentbestrijding
-
Verdichten: Goede ruimtelijke ordening maakt mobiliteit efficienter
Functiemenging binnen plangebied Het Holterbergdistrict is een gebied waar bedrijvigheid en wonen met elkaar zullen worden verweven. Het gaat om kantoren, logistieke bedrijven, handelsbedrijven en voorzieningen. Deze functies zijn onder voorwaarden mogelijk in combinatie met gevoelige functies. Deze functiemenging vraagt om een zorgvul-
-
Verbinden: Netwerken vanuit het STOMP Principe
-
Veraangenamen: Aantrekkelijke openbare ruimte stimuleert duurzame mobiliteit
-
Verknopen: Mobiliteitshubs voor een aantrekkelijke en duurzame buurt
-
Verleiden: Passende Parkeernormen stimuleren duurzame mobiliteit
dige afstemming tussen economische dynamiek en leefkwaliteit. De Handreiking Activiteiten en Milieuzonering biedt hiervoor
Deze thema’s zorgen er gezamenlijk voor dat de nadruk in het
belangrijke richtlijnen, die helpen bij het inpassen van bedrijvig-
gebied langzamerhand zal verschuiven naar lopen, fietsen en
heid in een stedelijke omgeving zonder dat dit ten koste gaat
openbaar vervoer als primaire vervoerswijzen. Het gebied blijft
van de woonkwaliteit. Volgens de handreiking zijn in gemengde
uitstekend toegankelijk per auto, maar de auto krijgt een meer
gebieden bedrijvigheid uit milieucategorie 1 en 2 zonder aan-
ondersteunende rol. Dit vraagt om een slimme inrichting van de
vullende maatregelen toelaatbaar, terwijl bedrijven uit categorie
openbare ruimte, waarin voetgangers en fietsers de ruimte krij-
3.1 een minimale afstand van 30 meter tot woonfuncties moeten
gen, en deelmobiliteit en hubs worden gefaciliteerd.
aanhouden. In Holterbergdistrict zal bij de inpassing van woningbouw rekening moeten worden gehouden met de bestaande
Door mobiliteit niet als technische opgave, maar als ruimtelijke
bedrijven. Hoewel de meeste bedrijven in de praktijk ingevuld
en sociale kwaliteit te benaderen, draagt het Holterbergdistrict
zijn met activiteiten tot categorie 2.0, is hun vergunde ruimte
bij aan een gezonde, bereikbare en toekomstbestendige stad.
vanuit het omgevingsplan op basis van categorie 3.1 . Voor de combinatie van woningen met bedrijven in de plint in nieuwbou-
Parkeren
wsituaties zal worden aangestuurd op bedrijven tot categorie
In de Nota Parkeernormen wordt gebruik gemaakt van een ge-
2.0. Voor het toe te voegen onderstation zal milieucategorie 3.2
biedsindeling met A-, B- en C-locaties. Het gebied rondom sta-
van toepassing zijn, met een minimale afstand van 100 m tot
tion Bijlmer Arena is een A-locatie, terwijl het Holterbergdistrict
woonfuncties. Buiten het plangebied heeft het gebied rondom
(als bedrijventerrein) als C-locatie gekenmerkt wordt. De ontwik-
de Johan Cruijff Arena milieucategorie 4.2. De bijbehorende
keling van het gebied zal hier verandering in aanbrengen. Het
richtafstand van 200 m komt niet in de buurt van het plangebied.
deel van het plangebied waar woningen worden toegevoegd, wordt een B-locatie. Het overige deel blijft een C-locatie, waar
Randvoorwaarde: •
dige inpassing van geluidgevoelige functies (zoals wonen) zal moeten worden aangetoond. •
maatwerk wordt toegepast.
Elke bouwfase zal maatwerk betekenen, waarbij de zorgvul-
De rechten van bestaande bedrijven in het gebied zullen
Randvoorwaarden: ▪
brede stoepen, veilige fietspaden en toegankelijke
leidend zijn bij de inpassing. Ambitie: •
oversteken. ▪
OV-bereikbaarheid: Aansluiting op hoogwaardig openbaar vervoer (metro, bus, trein) is randvoorwaarde voor
Een dynamisch, leefbaar gebied, waar bedrijvigheid en wonen met elkaar zijn verwezen, zonder elkaar te verdrukken.
Voorrang voor actieve mobiliteit: Ruimte voor
verdichting. ▪
Inpassing van deelauto’s, -fietsen en -scooters in combinatie met mobiliteitshubs.
Verkeer en mobiliteit
▪
projectgebied; autoluwe inrichting binnen het gebied.
De gemeente Amsterdam staat voor de opgave om een
Inrichting volgens het principe van Duurzaam Veilig,
groeiende stad bereikbaar, leefbaar en veilig te houden.
met 30 km/u als uitgangspunt.
In lijn met de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit wordt ingezet op een duurzame, inclusieve en efficiënte mobiliteitstransitie. Voor het Holterbergdistrict betekent dit dat mobiliteit vanaf de start
Investeringsnota
Parkeren wordt geconcentreerd aan de randen van het
Ambities: ▪
Toegankelijke en inclusieve mobiliteit voor alle
Milieu-aspecten
52
doelgroepen, inclusief ouderen en andersvaliden. ▪
Stimuleren van elektrisch vervoer, logistieke hubs en zero-emissie stadslogistiek.
▪
Mobiliteit wordt gecombineerd met groen, water en verblijfsruimte.
▪
Bewoners en gebruikers worden actief betrokken bij het ontwikkelen van duurzame mobiliteitskeuzes.
▪
Hubs als sociale ontmoetingsplek, met voorzieningen op het dak en de begane grond en deelmobiliteit op de lagen ertussen.
Meer informatie: Mobiliteitsbeleid Amsterdam Uitvoeringsplan Verkeersveiligheid 2024 (PDF)
Afvalverwerking Voor het Holterbergdistrict heeft het de voorkeur om een Ondergrondse Afval Terminal (OAT) te installeren, analoog aan de Sluisbuurt. De dichtheden in het Holterbergdistrict zijn vergelijkbaar hiermee. De voordelen hiervan zijn alsvolgt: •
Een OAT past in de aanpak van het Holterbergdistrict om tot een circulaire economie te komen. Al het afval wordt naar een containers op een centraal punt gezogen.
•
Een OAT past in de aanpak van een autoluwe wijk, waar auto’s geparkeerd worden in mobiliteitshubs, waar ook de pakketdiensten hun pakketten afleveren en er dus geen vuilniswagens en ander zwaar verkeer meer door de straat hoeft te rijden.
•
Bij een traditionele inzameling zouden circa 200 ondergrondse containers nodig zijn. Dit zou een enorm beslag leggen op de openbare ruimte. Bouwen in hoge dichtheid vereist een aantrekkelijke openbare ruimte.
•
De Directie Grondstoffen heeft de verwachting dat er binnen vijf jaar geen chauffeurs meer kunnen worden gevonden om in haar taken te voorzien. Een OAT leidt tot een enorme reductie van het aantal rijbewegingen van vuilniswagens.
Ook wordt er ingezet op het verminderen en ombuigen van de afvalstromen in lijn met de circulaire doelstellingen zoals beschreven in hfd 4
53
Investeringsnota
Milieu-aspecten
Investeringsnota
Milieu-aspecten
54
55
Investeringsnota
Milieu-aspecten
6
Proces, planning en fasering
6.1 Ontwikkelstrategie
achtereenvolgens afsprakenbrieven, realisatieovereenkomsten en uiteindelijk erfpachtovereenkomsten, zoals binnen de gemeente Amsterdam gebruikelijk is. De lat kan zeer hoog
Co-creatie met de markt
worden gelegd: ambities ten aanzien van het behoud en de
In een stad waar ruimte schaars is en de druk op het stedelijk ge-
intensivering van bedrijfsruimte gaan hand in hand met het
bied toeneemt, verandert ook de manier waarop gebiedsontwik-
toevoegen van woningbouw en voorzieningen. Op deze schaal is
keling vorm krijgt. In een context waarin de stad voortdurend
het mogelijk de gemeentelijke normen voor groen, water, sport
verandert, vervult de gemeente geen statische rol, maar geeft zij
en onderwijs te halen en daar harde afspraken over te maken.
invulling aan een dynamische opgave die vraagt om flexibiliteit,
Zowel met de eerste partij die aan tafel zit, als de anderen die
alertheid en bestuurlijke sensitiviteit.
volgen.
Omdat de gemeente geen kavels in eigendom heeft binnen het plangebied, is ze bij de transformatie afhankelijk van de markt. Marktpartij Ventura City heeft in dit geval het initiatief genomen. Er is een samenwerking opgezet waarbij de gemeente een faciliterende en kaderstellende rol heeft. Onderdeel van de samenwerking is een stuurgroep waarin gemeente en marktpartij Ventura vertegenwoordigd zijn. De gemeente streeft naar een vorm waarin de transformatie aan de markt kan worden overgelaten en er tegelijkertijd maximale maatschappelijke waarde wordt gecreëerd. De gemeente zorgt hierbij voor betrokkenheid en advies van ambtenaren en bestuurders, waardoor de transformatie zich zal bewegen binnen de gestelde kaders en binnen lokaal, stedelijk en regionaal beleid. Tegelijkertijd vragen thema’s die het plangebied overstijgen en veel afstemming binnen de gemeente vereisen, zoals mobiliteit en energie, onverminderd een intensieve betrokkenheid van de gemeente. Integrale aanpak De unieke situatie dat een ontwikkelaar circa 20 hectare van de in totaal 30 hectare grond die het Holterbergdistrict beslaat contractueel onder controle heeft, biedt een kans voor een integrale, grootschalige gebiedsontwikkeling. De gemeente en deze marktpartij zullen deze kans gaan verzilveren door privaatrechtelijk afspraken te maken door middel van
Investeringsnota
Elke fase een succes De gebiedsontwikkeling kenmerkt zich door de grote omvang, maar ook door de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van terreinen. Om die reden is het van essentieel belang dat er in elke fase direct op zichzelf staande kwaliteit wordt gerealiseerd en dat de ontwikkeling zich meteen verhoudt met de bestaande omgeving. Naast de ruimtelijke kwaliteit zal dit voor de gemeente een belangrijk toetsingscriterium zijn om mee te werken aan individuele bouwplannen. Ruimte voor initiatief, binnen publieke randvoorwaarden Het is essentieel dat deze initiatieven bijdragen aan de bredere stedelijke opgaven. Daarom wordt er gestuurd op een evenwichtige verdeling van functies en op het realiseren van maatschappelijke meerwaarde. Wie in dit gebied wil bouwen, moet ook bijdragen aan het collectief. Dat betekent onder meer dat toevoeging van woningen of kantoren gepaard moet gaan met een substantiële inzet op bedrijfsruimte, voorzieningen en hoogwaardige openbare ruimte. De gemeente stelt hiervoor duidelijke randvoorwaarden op, die zijn verankerd in beleidskaders en ruimtelijke uitgangspunten. Deze randvoorwaarden zijn niet bedoeld als beperking, maar als richtinggevende principes die zorgen voor samenhang, kwaliteit en toekomstbestendigheid. Binnen deze kaders is er volop ruimte voor innovatie, maatwerk en experiment. De gemeente
Proces, planning en fasering
56
faciliteert initiatieven die passen binnen deze koers en zorgt
ontwikkeld. In lijn met de Participatieverordening 2024 en het
voor een integrale afstemming met andere beleidsvelden,
Beleidskader Participatie is participatie geen vrijblijvende in-
zoals mobiliteit, energie en klimaatadaptatie. Zo ontstaat een
spraak, maar een structureel en transparant onderdeel van het
ontwikkelklimaat waarin publieke en private belangen elkaar
ontwikkelproces.
versterken, en waarin de stad op een verantwoorde manier kan groeien.
Er is in de fase van de principe- en projectnota al het nodige gedaan aan participatie. Ook voor deze nota is er geparticipeerd
6.2 Placemaking
door ondernemers in het gebied. Voor het verdere verloop van
De eerste ontwikkelstappen binnen het Holterbergdistrict vinden
de gebiedsontwikkeling na het investeringsbesluit,die vele jaren
plaats aan de Lemelerbergweg. Hierdoor ontstaat aanvankelijk
zal beslaan, betekent dit dat participatie voortdurend een terug-
een fysieke en visuele barrière langs de Holterbergweg, die de
kerend traject is, met duidelijke doelen, verwachtingen en terug-
verbinding met Bullewijk en de ArenAPoort belemmert. Ook de
koppeling. De gemeente zal telkens per bouwproject of andere
aansluiting met het omliggende landschap van de Amstelscheg
participatieplichtige zaken, een participatieplan opstellen waarin
is in deze fase beperkt, terwijl verwacht wordt dat toekomstige
staat:
gebruikers hier juist actief gebruik van willen maken. Waar de participatie over gaat, Om deze ruimtelijke en functionele disruptie te verzachten, zijn
•
Wie betrokken worden,
diverse maatregelen ten behoeven van placemaking voorzien
•
Welke invloed zij kunnen uitoefenen,
die bijdragen aan een duidelijke routing en een gevoel van
•
Hoe hun inbreng wordt verwerkt.
verbondenheid met de omgeving. Deze maatregelen omvatten onder andere:
De participatie is inclusief: er wordt actief gezocht naar ondervertegenwoordigde groepen, en bijeenkomsten zijn toe-
• •
Het Huis van de Toekomst als tijdelijk baken en informatie-
gankelijk en begrijpelijk voor iedereen. Ook wordt ingezet op
punt voor Bijlmer-West en het Holterbergdistrict;
netwerkparticipatie: samenwerking met bestaande buurtplat-
Een luchtbrug, of een doorgang door bestaande loodsen
forms, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers.
aan de Holterbergweg, als verlengstuk van de Entree; •
Een doorgang door de Intraloxloods, die de Hessenberg-
Randvoorwaarden:
weg en Kaspeldreef met elkaar verbindt.
•
Een participatieplan is verplicht bij elk ruimtelijk project.
•
De participatie is transparant, inclusief en afgestemd op de doelgroep.
Daarnaast wordt de aansluiting met de Amstelscheg versterkt door de aanleg van een voet- en fietsbrug met ecologische
•
inbreng is gedaan.
functie in het verlengde van de Molenwetering. Binnen het gebied Amstel III kantorenstrook wordt op termijn ook de re-
Er is een eindverslag waarin wordt verantwoord wat met de
•
Samenwerking met lokale netwerken en gebiedspartners is structureel onderdeel van het proces.
alisati van een fietstunnel onder het spoor Amsterdam–Utrecht nagestreefd. Deze ingreep zou het Nelson Mandelapark direct verbinden met de Amstelscheg, de Ouderkerkerplas en Ouder-
Ambities:
kerk aan de Amstel, waarmee een robuuste recreatieve en func-
•
Versterking van sociale cohesie en mede-eigenaarschap.
tionele fietsroute ontstaat.
•
Innovatieve vormen van co-creatie en placemaking.
•
Door participatie en samenwerking structureel te veranker-
Ook wordt er budget gereserveerd voor particuliere initiatieven
en, ontstaat een Holterbergdistrict dat niet alleen ruimtelijk,
voor placemaking in de openbare ruimte omdat we ook in an-
maar ook sociaal duurzaam is.
dere projecten in Amsterdam en in de omgeving van het project zien dat al dan niet tijdelijke initiatieven een grote impact kun-
Meer informatie:
nen hebben op de beleving van de ruimte. Een mooi voorbeeld
Bewonersparticipatie – Gemeente Amsterdam
is de Proefzaak in Bullewijk dat ook na kantooruren voor leven-
Participatieverordening 2024 (PDF)
digheid zorgt.
6.3 Participatie en samenwerking
6.4 Juridisch-planologisch kader Holterbergdistrict ligt binnen het bestemmingsplan van Amstel
De gemeente Amsterdam streeft naar een stad die samen met
III West, vastgesteld op 11 september 2013. De gewenste
bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners wordt
ontwikkeling past niet binnen de bestaande planologische
57
Investeringsnota
Proces, planning en fasering
kaders. Net als in de naastgelegen Amstel III Kantorenstrook
vastgesteld of er sprake is van een op zich staand stedelijk
past hier een gefaseerde en flexibele benadering, waarin per
ontwikkelingsproject dan wel dat dit zodanige samenhang met
deelgebied juridische ruimte wordt gecreëerd voor nieuwe
andere voorziene activiteiten heeft dat die tezamen als één
functies en programma’s. Dit gebeurt met procedures voor
stedelijk ontwikkelingsproject hebben te gelden.
afwijking van het omgevingsplan. Belangrijk uitgangspunt is dat elke fase een afgeronde ontwikkeling vormt, met eigen kwaliteit en samenhang. Milieuonderzoeken tonen aan dat – mits de juiste
Integrale analyse milieu effecten Het is wel nodig en gewenst om voor het hele Holterbergdistrict
mitigerende maatregelen worden getroffen – de ontwikkeling
inzichtelijk te hebben welke effecten het plan heeft op het
verantwoord kan plaatsvinden. De gemeente zorgt er tezamen
milieu. Daarom is een integrale analyse gemaakt van deze
met de marktpartijen voor dat deze onderzoeken integraal
effecten (bijlage). Uit de uitgevoerde milieuonderzoeken blijkt
worden meegenomen in de planvorming, zodat juridische
dat, mits de juiste mitigerende maatregelen worden getroffen,
procedures niet losstaan van de inhoudelijke ambities. Door
er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden
het juridisch-planologisch spoor te koppelen aan de ruimtelijke
verwacht. Daarmee kan worden voldaan aan de geldende wet-
en maatschappelijke doelen, ontstaat een ontwikkelstrategie
en regelgeving. Toch blijft het noodzakelijk om alert te blijven op
die niet alleen juridisch houdbaar is, maar ook inhoudelijk
wijzigingen in het juridische kader en om tijdig te anticiperen op
gedragen. Zo wordt het juridische kader geen sluitstuk, maar
nieuwe eisen.
een strategisch instrument dat bijdraagt aan de realisatie van een toekomstbestendige stadswijk. Datacenterbeleid De gemeente moet conform de jurisprudentie over de mer-
De High Performance Compute Facility (HPC) valt onder het
regelgeving de afweging maken of een gebiedsontwikkeling
datacenterbeleid. Dit beleid is in juni 2025 bekrachtigd in het
een stedelijk ontwikkelingsproject is, of dat er in die
bestemmingsplan Datacenters. Aangezien de HPC al in het pro-
gebiedsontwikkeling sprake is van meerdere stedelijke
gramma van het in 2023 vastgestelde Projectbesluit Holterberg-
ontwikkelingsprojecten. De verschillende stedenbouwkundige
district is opgenomen, wordt deze als (voorafgaand aan de terin-
ontwikkelingen aan de westkant van het spoor in Zuidoost
zagelegging van het ontwerpbestemmingsplan) bekend initiatief
worden in het kader van de mer-regelgeving door de gemeente
beschouwd. De HPC zal wel aan alle in het datacenterbeleid
tot op heden consequent beschouwd als afzonderlijke stedelijke
genoemde vestigingsvoorwaarden moeten voldoen.
ontwikkelingsprojecten. Ook voor het Holterbergdistrict wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van meerdere stedelijke ontwikkelingsprojecten binnen het plangebied. Daartoe is van belang dat de gemaakte afspraken veel ruimte laten in de uiteindelijke uitwerking van het Holterbergdistrict en de concrete (bouw) activiteiten van de afzonderlijke deelprojecten gefaseerd zullen worden uitgevoerd. Het is te verwachten dat er tussen verschillende concreet op stapel staande activiteiten niet of nauwelijks bouwkundige en organisatorische verbindingen zijn en het doorgaan van die activiteiten niet afhankelijk is van de ontwikkeling van andere nog te transformeren delen. Uit de jurisprudentie volgt dat op basis van die argumenten door het bevoegd gezag met recht tot de conclusie kan worden gekomen dat er sprake is van afzonderlijke stedelijke ontwikkelingsprojecten. De definitieve keuze of er sprake is van één of meerdere stedelijke ontwikkelingsprojecten kan pas worden gemaakt en op toereikende wijze worden onderbouwd, nadat er een of meer concrete activiteiten zijn waarvoor een omgevingsvergunning voor (onder meer) de buitenplanse omgevingsplanactiviteit
6.5 Tijdspad en mijlpalen Een ontwikkeling van deze omvang heeft een doorlooptijd van minimaal 10 jaar, gerekend vanaf het investeringsbesluit. Op basis van de huidige informatie kan tot pakweg de komende acht jaar een inschatting worden gemaakt van de planning. Dat tijdpad kenmerkt zich door de volgende mijlpalen: 2025 Ter visie legging Investeringsnota 2026 Vaststelling Investeringsnota 2026 1e placemaking activiteiten 2027 Start bouw gestapelde bedrijfsruimte 2029 Start bouw 1e woongebouw 2029 Oplevering gestapelde bedrijfsruimte 2031 Start bouw 2e woongebouw 2032 Oplevering 1e woongebouw 2034 Oplevering 2e woongebouw 2034 Start bouw Onderstation en HPC De bouw van het onderstation is afhankelijk van de planning van Liander/Tennet. Momenteel worden er inspanningen verricht om deze planning naar voren te halen.
wordt voorbereid. Per aanvraag moet worden onderzocht en
Investeringsnota
Proces, planning en fasering
58
6.6 Financiën Bij deze investeringsnota hoort een vertrouwelijke financiële bijlage waarin de ruimtelijke afbakening van het plangebied, het huidige gebruik en de eigendomssituatie van de kavels zijn
gunstige financiële verhouding. Deze verwachting vormt een belangrijk uitgangspunt voor de verdere financiële onderbouwing van de gebiedsontwikkeling.
opgenomen. Op basis van het voorgestelde programma is een
6.7 Risico’s
raming opgesteld van de verwachte kosten en opbrengsten
Aangezien de gemeente in deze ontwikkeling een
van de gebiedsontwikkeling. De analyse laat zien dat de trans-
faciliterende en kaderstellende rol heeft, liggen de grootste
formatie aanzienlijke economische potentie biedt. Het huidige
investeringsrisico’s bij de marktpartijen met wie de gemeente
ruimtegebruik bestaat grotendeels uit laagbouw en bedrijfsfunc-
samenwerkt. Zij zullen in vastgoed een veelvoud investeren
ties met een relatief lage grondwaarde. Door verdichting en het
van de totale grondexploitatie. Ter indicatie, de erfpacht maakt
toevoegen van functies als wonen, kantoren, laboratoria en voor-
ongeveer 10% uit van de begroting van de marktpartijen.
zieningen ontstaat een substantiële waardestijging. Deze functiemix leidt tot hogere erfpachtopbrengsten, die ingezet worden
De afhankelijkheid van deze marktpartijen is dan ook meteen als
om publieke investeringen mogelijk te maken. De gemeentelijke
het grootste risico te benoemen. Dit investeringsbesluit biedt
kosten bestaan voornamelijk uit investeringen in de openbare
echter voldoende waarborgen om genoemde ambities waar te
ruimte en proceskosten voor de begeleiding van initiatieven.
maken. Het financiële risico dat de gemeente loopt betreft in
Grondverwerving is geen voorkeursstrategie, maar kan in speci-
eerste aanleg de proceskosten. Door de jaren heen kan dat, on-
fieke gevallen — bijvoorbeeld voor maatschappelijke voorzienin-
danks de efficiënte opzet, nog aardig oplopen. De verwachting
gen — noodzakelijk zijn. De financiële strategie is gericht op het
is dat dit ruimschoots wordt goedgemaakt door de waarde die,
dekken van kosten uit de meerwaarde die de herontwikkeling
vroeger of later, aan het gebied wordt toegevoegd
genereert. Een ander financieel risico dat zich kan voordoen is dat de geZuidoost NOVEX gebied Amsterdam Zuidoost speelt een belangrijke rol binnen de deelregio MRA-Oost van de Metropoolregio Amsterdam en is opgenomen in de NOVEX-uitvoeringsagenda (NOVEX=Nationale OmgevingsVisie EXecutiekracht) vanwege de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De NOVEX-aanpak bevordert samenwerking tussen het Rijk en regionale partijen, met focus op woningbouw, mobiliteit en duurzaamheid. Zuidoost wordt gezien als een gebied met veel ontwikkelpotentieel binnen de meerkernige structuur van MRA-Oost. Er zijn afspraken gemaakt over investeringen en uitvoering die bijdragen aan de transformatie van de regio. Ter versnelling van de woningbouw in Zuidoost is een Rijksbijdrage verleend. Voor de inrichting van de openbare ruimte in het Holterbergdistrict is in de beschikking een bedrag van €18,1 miljoen opgenomen. Het betreft onder meer maatregelen die de bereikbaarheid en ruimtelijke samenhang versterken, zoals een fietsbrug over de A2 richting de Amstelscheg. Deze ingrepen zijn van strategisch belang voor het functioneren van het gebied en dragen bij aan de integrale gebiedsontwikkeling, de kwaliteit van de openbare ruimte en het leefklimaat voor de eerste bewoners. Tegelijkertijd wordt, op basis van de voorgestelde verdichting en functiemenging, een positief saldo op de grondexploitatie verwacht.
De combinatie van intensief ruimtegebruik en een relatief beperkt aandeel openbare ruimte draagt bij aan een
59
Investeringsnota
meente investeringen in openbare ruimte doet, nog voordat de gehele bouwopgave is voltooid. Een investering die ten goede komt aan de 1e bewoners, maar door de erfpachten van alle bouwproductie moet worden terugbetaald. Ook de (deadline van) de Rijksbijdrage kan hier een rol inspelen. Daar waar de kosten normaalgesproken al gedekt zijn door de opbrengsten, kan het voorkomen dat een voorinvestering in openbare ruimte noodzakelijk en verstandig kan blijken Mobiliteit en bereikbaarheid De mobiliteitsopgave in het gebied Amstel III/Bijlmer ArenA is complex en urgent. Door de combinatie van grootschalige woningbouw, functiemenging en de nabijheid van grote evenementenlocaties komt het bestaande mobiliteitsnetwerk onder toenemende druk te staan. Zowel het autoverkeer als het openbaar vervoer bereiken op piekmomenten hun capaciteit, terwijl tegelijkertijd de ambitie bestaat om het gebied aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor voetgangers en fietsers. Om deze transformatie in goede banen te leiden, is een pakket aan mobiliteitsmaatregelen noodzakelijk. Denk hierbij aan het stimuleren van laag autobezit via lage parkeernormen, het realiseren van parkeerhubs aan de randen van het gebied, het inzetten op deelmobiliteit en smart mobility, en het verbeteren van de infrastructuur voor langzaam verkeer.
Deze maatregelen dragen bij aan een duurzame en toekomstbestendige mobiliteitsstructuur. Tegelijkertijd schuilt er een risico in de afhankelijkheid van externe partijen en omliggende gebieden. Voor de uitvoering van veel maatregelen is samenwerking nodig met onder meer NS, ProRail, Rijkswaterstaat en andere
Proces, planning en fasering
overheden. Een integrale benadering en bestuurlijke afstemming
en de voortdurende ontwikkelingen rondom stikstofwetgeving
zijn daarom cruciaal om de bereikbaarheid van het gebied
zorgen voor onzekerheid in de planvorming en besluitvorming.
te waarborgen en de mobiliteitstransitie succesvol te laten
Deze onzekerheden kunnen leiden tot vertragingen of
verlopen.
aanvullende eisen aan de planologische procedures. Om hiermee om te gaan, wordt gekozen voor een hybride en
Behoud van stadsverzorgende bedrijvigheid
flexibele juridische strategie. Dit betekent dat per fase wordt
De transformatie van het gebied naar een gemengde
bekeken welk juridisch instrumentarium het meest geschikt is:
stadswijk brengt kansen met zich mee, maar ook risico’s voor
van afwijkingsprocedures binnen het huidige bestemmingsplan
bestaande functies. In het bijzonder staat de stadsverzorgende
tot aanpassingen binnen het toekomstige omgevingsplan.
bedrijvigheid onder druk. Deze bedrijven vervullen een
Deze aanpak biedt ruimte om voortgang te boeken, ook
essentiële rol in de stedelijke economie, maar zijn vaak minder
wanneer wet- en regelgeving verandert. Tegelijkertijd worden
kapitaalkrachtig en kunnen moeilijk concurreren met functies
de milieuaspecten zorgvuldig onderzocht. Uit de uitgevoerde
die hogere huren genereren, zoals kantoren of woningen. Om
milieuonderzoeken blijkt dat, mits de juiste mitigerende
verdringing te voorkomen, wordt gestuurd op behoud en
maatregelen worden getroffen, er geen belangrijke nadelige
versterking van deze bedrijvigheid. Dit gebeurt onder meer
gevolgen voor het milieu worden verwacht. Daarmee kan worden
via erfpachtvoorwaarden die het gebruik van bedrijfsruimte
voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Toch blijft het
borgen en functiewijziging uitsluiten. Daarnaast wordt ingezet
noodzakelijk om alert te blijven op wijzigingen in het juridische
op het realiseren van gestapelde bedrijfsgebouwen die
kader en om tijdig te anticiperen op nieuwe eisen. Dit vraagt
specifiek zijn ontworpen voor stadsverzorgende functies. In het
om een nauwe samenwerking tussen juridische, planologische
ontwerpproces wordt nauw samengewerkt met ondernemers en
en milieutechnische disciplines binnen de gemeente, en
brancheorganisaties om te zorgen dat de gebouwen aansluiten
om een continue dialoog met externe toezichthouders en
bij hun wensen en bedrijfsvoering. Monitoring en bijsturing zijn
vergunningverleners. Alleen zo kan de voortgang van de
essentieel: de eerste projecten worden zorgvuldig geëvalueerd
gebiedsontwikkeling worden geborgd binnen een veranderende
en de lessen worden meegenomen in volgende fasen. Ook geldt
juridische context.
het principe dat bedrijfsruimte altijd als eerste gerealiseerd moet zijn, voordat andere functies worden toegevoegd. Deze aanpak vraagt om een actieve rol van de gemeente in het ontwerp,
Energievoorziening en netcapaciteit De energietransitie en de snelle groei van het gebied stellen
de programmering en de toetsing van plannen. Alleen zo kan
hoge eisen aan de energie-infrastructuur. De beschikbaarheid
worden geborgd dat de economische diversiteit van het gebied
van elektriciteit vormt een toenemende uitdaging, mede door
behouden blijft en dat de stad ook in de toekomst kan rekenen
de beperkte capaciteit op bestaande onderstations en de
op een robuuste, functionerende basis van stadsverzorgende
lange doorlooptijden voor uitbreiding. In een vroeg stadium
bedrijvigheid.
is daarom in kaart gebracht wat de toekomstige energievraag
Juridische en planologische onzekerheden De gebiedsontwikkeling vindt plaats in een dynamisch juridisch en beleidsmatig speelveld. De invoering van de Omgevingswet
is en welke oplossingen mogelijk zijn. Voor het zuidelijk deel van het gebied, Holterbergdistrict, is een nieuw inkoopstation gepland dat wordt geïntegreerd in een multifunctioneel gebouw. Dit station moet voorzien in de basisbehoefte van het
Kwaliteitsborging Uitwerking ontwerp- en bouwteams
Investeringsnota
Toetsing Supervisieteam Advies SIOK Advies COK 3 Toetsing COK 3 Toetsteam OR
Investeringsnota HBD Pogrammatisch-ruimtelijk raamwerk (SP) HBD Beeldkwaliteitplan op hoofdlijnen Raamovereenkomst Gemeente-Ontwikkelaar
Privaatrechtelijke vastlegging van Investeringsnota en SP
Afsprakenbrief Gemeente - Ontwikkelaar
Privaatrechtelijke afspraken per kavel/deelgebied
Deelgebiedsuitwerking Beeldkwaliteitsplan per kwartier Bouwenveloppen per gebouw/cluster obv SO VO gebouw/cluster DO gebouw/cluster Vergunningsaanvraag (BOPA), inclusief DO Maaiveld/ontwerp openbare ruimte SO-VO-DO Herijking Investeringsnota SP/BKP na 5 jaar
Figuur 23:
Proces prognose
Investeringsnota
Proces, planning en fasering
60
gebied en vormt een belangrijke randvoorwaarde voor verdere
momenten in het ontwikkeltraject.
ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe bedrijven
De supervisor fungeert als inhoudelijk bewaker van
via een ‘smart grid’ optimaal gebruik kunnen maken van de
de ontwerpkwaliteit en is betrokken bij zowel de
beschikbare capaciteit. Voor de warmtevoorziening wordt
stedenbouwkundige uitwerkingen als de architectonische
ingezet op restwarmte van de nabijgelegen High Performance
invulling van bouwplannen. Binnen het SO-VO-DO-traject
Compute Facility, waarmee een duurzame en efficiënte
speelt de supervisor een adviserende en toetsende rol,
oplossing wordt geboden. Ondanks deze maatregelen blijft de
waarbij hij of zij de plannen beoordeelt op samenhang,
beperkte beschikbaarheid van elektriciteit een risico, vooral
esthetiek, en inpassing in de omgeving. De supervisorheeft
als de vraag sneller groeit dan de infrastructuur kan bijbenen.
het mandaat om gemotiveerde afwijkingen van deze principes
Daarom is het van belang om in elke fase van de ontwikkeling
te beoordelen en goed te keuren. Ook bij de beoordeling
de energievoorziening expliciet mee te nemen in de
van omgevingsvergunningaanvragen wordt de supervisor
planvorming en om nauw samen te werken met netbeheerders
ingeschakeld om te waarborgen dat de plannen voldoen aan de
en energiepartners. Alleen zo kan worden voorkomen dat
gestelde ruimtelijke en beeldkwaliteitscriteria.
de energietransitie een knelpunt vormt voor de ruimtelijke ontwikkeling.
De Commissie Omgevingskwaliteit (COK) toetst de plannen aanvullend op hun ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Deze
Eigendomssituatie en afhankelijkheid
toetsing vindt plaats op vooraf vastgestelde momenten in het
De eigendomssituatie in het gebied is complex. Alle kavels,
proces, zoals weergegeven in het bijgevoegde schema. Dit sche-
inclusief delen van de infrastructuur, zijn in erfpacht uitgegeven.
ma biedt inzicht in de formele toetsmomenten en de bijbehoren-
Dit beperkt de directe sturingsmogelijkheden van de gemeente
de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke afspraken.
op aspecten als planning, woningsegmentering, betaalbaarheid en functiemenging. Bovendien is een groot deel van het gebied
Naast deze publieke toetsingsstructuur zijn er privaatrechtelijke
in handen van één initiatiefnemer, wat de voortgang van de
overeenkomsten tussen de gemeente Amsterdam en de
ontwikkeling sterk afhankelijk maakt van de samenwerking met
betrokken ontwikkelende partijen. In deze overeenkomsten
deze partij. Hoewel er afspraken zijn gemaakt over de ruimtelijke
worden aanvullende afspraken gemaakt over de ruimtelijke
en programmatische uitgangspunten — zoals de verplichting
kwaliteit, waaronder eisen ten aanzien van ontwerp,
tot het realiseren van 150% bedrijfsruimte ten opzichte van het
materialisatie, duurzaamheid en openbare ruimte. Deze
huidige metrage — blijft het risico bestaan dat de voortgang
afspraken vormen een belangrijk instrument om de ambities uit
stokt bij gebrek aan overeenstemming of veranderende
het gemeentelijk beleid ook juridisch te verankeren.
marktomstandigheden. Voor andere grondeigenaren geldt dat zij zich bij transformatie moeten conformeren aan dezelfde uitgangspunten. De gemeente stuurt op een gefaseerde ontwikkeling, waarbij elke fase een volwaardig en kwalitatief hoogwaardig stuk stad moet opleveren. Daarbij wordt gestuurd op een evenwichtige mix van renderende en niet-rendabele functies, zodat publieke doelen zoals groen, voorzieningen en betaalbare woningen geborgd blijven. Deze aanpak vraagt om een stevige regierol van de gemeente, heldere afspraken met alle betrokken partijen en een continue toetsing van plannen aan de gestelde kaders.
6.8 Kwaliteitsborging De ruimtelijke kwaliteit van het project wordt vanaf de initiatieffase zorgvuldig bewaakt door het gemeentelijk projectteam, dat hierin een centrale coördinerende rol vervult.
6.9 Besluitvorming en vervolg Voor deze gebiedsontwikkeling is nauwgezet het Plaberum gevolgd: Principenota (2021), Projectnota (2023) en deze investeringsnota volgen elkaar elke twee jaar op. Vanaf het Investeringsbesluit gaat een periode van 10 jaar in waarin de hierin vastgelegde kaders van kracht zijn en de grondexploitatie actief is. 5 jaar na vaststelling van deze nota zal een evaluatiemoment worden ingebouwd, om te controleren of de hier gestelde kaders nog van toepassing zijn; of voorwaarden ruimer moeten worden gesteld, of juist strakker. Indien daartoe aanleiding is, zal het Investeringsbesluit worden geactualiseerd. Indien die aanleiding er niet is, blijft de tienjaars termijn van kracht. Het besluit of een actualisatie noodzakelijk is, zal worden genomen door het College.
Dit team ziet toe op de naleving van de ruimtelijke ambities zoals vastgelegd in het Ruimtelijk-programmatisch raamwerk en andere beleidsdocumenten. Ter versterking van deze kwaliteitsborging worden de supervisor en de Commissie Omgevingskwaliteit (COK) actief betrokken bij meerdere cruciale
61
Investeringsnota
Proces, planning en fasering
Colofon OPDRACHTGEVER Gemeente Amsterdam Co-OPDRACHTGEVER Ventura City Development Beeldverantwoording Herzog & de Meuron, Barcode Architects, Bureau Bas Smets, Gemeente Amsterdam
Bijlage Lijst 1.
Mobiliteitsplan Holterbergdistrict 2. Memo parkeren en hubs HBD 3. Integrale milieuanalyse HBD 4. Participatie rapport HBD 5. Marktverkenning detailhandel en horeca 6. Windonderzoek HBD 7. Bezonningsstudie HBD 8. Bodemenergie HBD 9. Geotechnisch onderzoek HBD 10. Akoestisch onderzoek HBD
11. Quickscan OAT 12. BLVC kader Amstel III 13. LIB Pre advies Holterbergdistrict fase 1 14. Oplegger en advies Commissie Omgevingskwaliteit 15. Oplegger en advies Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit 16. Natuurtoets 17. Notitie Ecologie Holterbergdistrict 18. Visie Sport en Groen