CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Inventarisatie veiligheid op en rond studentencomplexen 2020 def.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 14 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bestuurlijke reactie op motie 1507 van het lid De Jong van GroenLinks en motie 1513 van het lid Hammelburg van D66 en terugkoppeling ‘veiligheidscheck studentencomplexen’ (ZD2021-003135)2.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventarisatie veiligheid op en rond studentencomplexen Februari 2021. Door: de werkgroep Veiligheid studentencomplexen

Belangrijkste elementen:  Veiligheid is een belangrijk thema op en rond de grote studentencomplexen in de stad. Om die reden heeft de werkgroep Veiligheid Studentencomplexen voor de tweede keer een inventarisatie gemaakt van de situatie op 64 verschillende complexen.  De complexen zijn beoordeeld op 11 verschillende punten zoals aantal incidenten op het complex èn in de omgeving, klachten, locatie, openbare ruimte, aanvoerroutes, gemeenschapsgevoel, reuring, veiligheidsmaatregelen en toekomstplannen.  De 64 complexen zijn eerst beoordeeld door de wijkagenten en de veiligheidscoördinatoren van de stadsdelen. Daarna is de informatie aangevuld door corporaties en studentenorganisaties en vervolgens gezamenlijk beoordeeld.  Op 53 van de 64 de complexen is de veiligheid voldoende op orde volgens alle betrokkenen.  Bij 12 complexen is nader onderzoek gedaan en zijn zo nodig direct maatregelen genomen. Daarna is de situatie als voldoende veilig beoordeeld.  11 complexen zijn op de monitorlijst geplaatst, waardoor deze elke bijeenkomst van de werkgroep Veiligheid studentencomplexen worden besproken.  De meeste veiligheidsproblemen spelen niet zozeer op een complex maar meer in de omgeving. De veiligheidssituatie in de wijk vertaalt zich ook naar de ervaren veiligheidssituatie op het complex.  De veiligheidssituatie in de panden wordt als behoorlijk goed beoordeeld.

Dit verschilt wel per pand. Daar waar knelpunten zijn gesignaleerd worden deze aangepakt.  Op een aantal plekken is weinig sociale interactie op het complex waardoor het gemeenschapsgevoel en de (onderlinge) sociale controle beperkt is.  Het proces van de inventarisatie heeft de lokale samenwerking tussen beheerders, bewoners, politie en stadsdeel versterkt. Ook op centraal niveau is de samenwerking goed. Alleen het contact met de nieuwe studentenhuisvesters ontbreekt soms nog.  Internationale studenten vormen een kwetsbare groep omdat zij moeilijker kunnen inschatten wat wel of niet veilig is en minder netwerk hebben om op terug te vallen.  Een aantal bevindingen van de vorige inventarisatie uit 2017 staan nog steeds; de (on)veiligheid wordt beïnvloed door o.a. de hoge mutatiegraad, bewonersgedrag, ligging, en staat van de openbare ruimte.

Inleiding Sinds een aantal jaren is er veel aandacht voor de veiligheid op wooncomplexen voor studenten in Amsterdam en omgeving. Na een aantal ernstige incidenten op verschillende plekken in de stad werden er zorgen geuit over de veiligheid op sommige studentencomplexen en de routes er naar toe. Studentenvakbond ASVA stelde een meldpunt in voor onveilige woonsituaties, waarop een aantal meldingen binnenkwam. In de gemeenteraad werden de afgelopen jaren verschillende malen raadsvragen gesteld en debatten gevoerd over de veiligheid op studentencomplexen. Dit alles was in 2017 aanleiding om een onderzoek te doen naar de veiligheid op de studentencomplexen in Amsterdam en omliggende gemeenten. Het rapport ‘Inventarisatie veiligheid op en rond studentencomplexen’ is in 2017 naar de gemeenteraad gestuurd. Het rapport was gemaakt door de integrale werkgroep Veiligheid Studentencomplexen die sinds 2016 bestaat. In die werkgroep zitten al relevante partners zoals de politie, studentenorganisaties (ASVA, SRVU, ISA), woningcorporaties (DUWO, De Key), onderwijsinstellingen (VU, UVA, HVA), stadsdelen en de gemeenten Amsterdam (OOV, Wonen, G&O), Amstelveen en Diemen. Deze werkgroep Veiligheid Studentencomplexen komt structureel een aantal keren per jaar bij elkaar en in 2019 is in de werkgroep besloten om een nieuwe inventarisatie uit te voeren.

Als gevolg van de corona-pandemie zijn de uitvoering en de rapportage vertraagd. Bij deze informeert de werkgroep u over de uitkomsten. Inventarisatie in drie fases en op elf onderzoekspunten Net als de eerste keer is de inventarisatie uitgevoerd in meerdere fases. In de eerste fase zijn alle studentencomplexen met meer dan 100 woningen op 11 verschillende punten beoordeeld. Dat gebeurde in eerste instantie door de wijkagenten en de veiligheidscoördinatoren van de stadsdelen. Vervolgens zijn de uitkomsten hiervan besproken in de werkgroep alwaar de informatie is aangevuld door de studentenorganisaties, woningcorporaties en onderwijsinstellingen. Daarna is in de werkgroep per complex beoordeeld of de veiligheid voldoende is of dat er nog aanvullende informatie gewenst is om een oordeel te kunnen vellen. In de tweede fase is er ingezoomd op de wooncomplexen die niet direct door de eerste ronde kwamen. Daarbij is extra informatie opgevraagd bijvoorbeeld bij politie of bij de bewoners. Daarna is deze aanvullende informatie met alle leden van de werkgroep besproken. Tot slot zijn deze complexen ook gezamenlijk beoordeeld. Bij panden waarbij na tweede ronde nog zorgen waren kon de werkgroep besluiten tot een derde fase met aanvullende maatregelen ter plaatse. In totaal zijn er 64 complexen in Amsterdam, Amstelveen en Diemen met meer dan 100 woningen onderzocht.

Dat is fors meer dan de 42 complexen die in 2017 zijn beoordeeld. Naast de nieuw opgeleverde complexen, zijn nu ook de gemengde complexen meegenomen waar studenten gemengd wonen met jonge statushouders en jongeren die niet studeren. Tabel: Aantal onderzochte complexen en woningen Gemeente/Stadsdeel aantal complexen aantal woningen Amstelveen 2 3.423 Centrum 4 731 Diemen 3 2.360 Nieuw West 17 6.705

percentage 13% 3% 9% 25%

Noord Oost West Zuid Zuidoost Totaal

6 18 2 3 9 64

2.102 6.139 605 1.320 3.151 26.536

8% 23% 2% 5% 12% 100%

Resultaten 1e fase In de eerste fase zijn alle complexen beoordeeld op 11 verschillende punten, zie de tabel hieronder. De wijkagenten en de veiligheidscoördinatoren hebben rapportcijfers gegeven op basis van hun professionele inschatting en met hun kennis van het gebied en toegang tot cijfers. De tabel dient als volgt gelezen te worden; Bij het eerste onderwerp (‘incidenten in het complex’) werd een hoog rapportcijfer gegeven als er geen/weinig sprake is van incidenten. Een lage score zou betekenen dat er wel veel problemen zijn. Net als bij de vorige inventarisatie is er voor gekozen om de scores van de individuele complexen niet breed te verspreiden om stigmatiserende beeldvorming te voorkomen. De scores zijn uiteraard wel in de werkgroep gedeeld met alle betrokkenen inclusief de studentenorganisaties. Daar waar op bepaalde items slechte cijfers werden gescoord is met de alle lokale partijen gekeken naar wat er aan de hand is en of maatregelen nodig zijn. Hieronder staan de gemiddelde cijfers per item, wat inzicht geeft welke items de meeste en de minste impact hebben op de (ervaren) veiligheid.

Onderzochte onderwerpen Gemiddelde beoordeling 1 Incidenten in complex (frequentie en ernst) 7,2 2 Incidenten in omgeving (frequentie en ernst) 6,6 3 Klachten, bijvoorbeeld over (geluids-)overlast, onveiligheidsgevoel, etc. 6,9 4 Locatie (bijvoorbeeld afgelegen of om andere reden sociaal (on)veilig) 6,9 5 Omgeving/openbare ruimte (veilig ontwerp en onderhoud) 7,1 Sociale veiligheid door "reuring" in directe omgeving 6 6,6 7 Bereikbaarheid per fiets inclusief aanrijroutes 7,9 8 Bereikbaarheid per OV inclusief aanlooproutes 7,5 9 Gemeenschapsgevoel (zijn er gemeenschappelijke ruimten, actieve bewonerscommissie) 7,2 Veiligheidsmaatregelen gebouw (bijvoorbeeld; sloten, verlichting, deuren, 10 ramen, camera's) 7,3 Toekomstplannen (bijvoorbeeld, verbouwing of beëindiging) 11 7,6 De gemiddelde scores op alle items waren voldoende tot goed, maar bij de individuele scores zaten wel uitschieters. Vooral bij de ‘incidenten in de omgeving van een complex’ werden soms slechte cijfers gescoord. Uit de gemiddelde scores blijkt dat de onveiligheid vaak meer in de omgeving van de complexen zit dan op de complexen zelf. Tegelijkertijd zijn de scores op het item ‘locatie’ best hoog, er zijn dus relatief weinig complexen waarbij bijvoorbeeld de afgelegen ligging tot duidelijke veiligheidsproblemen leidt.

Het lijkt er op dat vooral de gewone veiligheidsproblematiek in een wijk zich ook vertaalt naar de score op de studentencomplexen.

Resultaten 2e fase Na bespreking van alle 64 complexen in de eerste fase zijn er 52 beoordeeld als voldoende veilig, de 12 overgebleven complexen zijn in de twee ronde extra onderzocht. Op sommige complexen was de informatie nog niet compleet of bleek dat er bij de ASVA veel meldingen waren in een bepaald complex. Op sommige complexen leiden de lage(re) scores ertoe dat de lokale partners en de bewoners met elkaar in gesprek kwamen en samen de situatie hebben beoordeeld en eventuele problemen hebben aangepakt. Tot slot ging het soms om oudere complexen die op korte termijn gaan sluiten. De aanvullende informatieronde en de extra aandacht en maatregelen op lokaal niveau voor een aantal complexen hebben er toe geleid dat uiteindelijk 11 van de 12 complexen als voldoende veilig zijn beoordeeld door de werkgroep. Wel is er behoefte om de vinger aan de pols te houden bij een aantal complexen. Daartoe is er een zogenaamde monitorlijst gemaakt. De complexen die hier op staan zullen elke werkgroepvergadering worden besproken, zodat een eventuele achteruitgang snel wordt opgemerkt en kan worden aangepakt. 16% van de bestaande complexen staat op de monitorlijst. Resultaten 3e fase Bij één complex is de situatie dusdanig dynamisch dat besloten is om deze in een derde fase nog intensiever aan te pakken.

Het gaat om een complex in een ontwikkelingsgebied waarbij de openbare ruimte continue verandert en daardoor onder druk staat. In samenwerking tussen beheerder, stadsdeel, politie en bewoners wordt elke maand gekeken naar de (veiligheids)situatie. Betrokken partijen zijn van mening dat de samenwerking goed is en voldoende garanties biedt voor de bewoners. Resultaten inventarisatie Totaal aantal onderzochte complexen In 1e fase als voldoende veilig beoordeeld. In 2e fase na aanvullende informatie /maatregelen als voldoende veilig beoordeeld. Op de monitorlijst voor periodieke bespreking In 3e fase geïntensiveerd toezicht en overleg

Aantal complexen 64 52 12

Aantal woningen 26.536 21.740 4.796

Percentage van totaal 100% 81% 19%

10 1

6.473 +/- 500

16% 2%

Algemene aandachtspunten Internationale studenten Er zijn de laatste jaren veel internationale studenten in Amsterdam komen wonen – al is dit door corona het afgelopen jaar wel minder geweest. De universiteiten en hogescholen bieden hen huisvesting aan, gekoppeld aan een bepaald onderwijsprogramma van enkele maanden tot een jaar. De onderwijsinstellingen maken hiervoor volume-afspraken met de corporaties die grote studentencomplexen beheren. Sommige internationale studenten die in minder populaire en/of meer afgelegen complexen worden ondergebracht hebben soms onveiligheidsgevoelens, zeker als er net een incident in de buurt is geweest . Daar komt bij dat zij de stad en Nederland niet kennen en daardoor minder goed kunnen inschatten wat wel of niet veilig is. Bovendien hebben zij minder netwerk waar zij op terug kunnen vallen als ze zich onveilig voelen. Om deze problematiek te verminderen hebben de hoger onderwijsinstellingen hun voorlichting aan nieuwe buitenlandse

studenten geïntensiveerd en krijgen ze ook meer begeleiding van uit de beheerders van de complexen en/of de universiteiten. Reuring en sociale veiligheid Op een aantal complexen blijkt dat er weinig sociale interactie is. Met name in de complexen met alleen maar zelfstandige woningen en zonder gemeenschappelijke ruimten blijken de bewoners elkaar niet (goed) te kennen en zijn er weinig bewoners in de openbare ruimte op en rond de complexen. Hierdoor is er weinig sociale controle en voelt men zich sneller unheimisch. Dit speelt sterker tijdens de lange winteravonden. Een van de manieren om dit op te lossen is door meer sociaal verkeer en reuring te stimuleren, bijvoorbeeld door meer gemeenschappelijke ruimtes of publieke functies zoals winkels of horeca. Lokale samenwerking Uit de inventarisatie blijkt dat de lokale samenwerking tussen de verschillende partners over het algemeen goed verloopt. Eigenlijk iedereen is zich steeds meer bewust van de noodzaak om lokaal en gebiedsgericht te werken. De corporaties zetten steeds meer in op contact met de bewoners en op het stimuleren van community vorming. Het gebruik van sociale media en whatsappgroepen zijn hierbij behulpzaam. Ook de onderwijsinstellingen dragen waar mogelijk steeds actiever bij aan het verbeteren van het huisvestingsklimaat van studenten.

Tot slot zijn ook de studentenorganisaties een positieve factor bij het creëren van meer veiligheid. De SRVU, de International student Association (ISA) en de ASVA zijn actief in de werkgroep hebben een belangrijke inhoudelijke bijdrage geleverd aan deze inventarisatie. Eigenlijk is er op dit punt maar één zorg te benoemen en dat is het contact met sommige nieuwe commerciële uitbaters van studentenhuisvesting. In praktijk blijkt het soms nog moeilijk om alle beheerders/eigenaren te betrekken bij de lokale samenwerking ten aanzien van veiligheid. Belangrijke inzichten uit de vorige inventarisatie In de vorige Inventarisatie Veiligheid studentrencomplexen uit 2017 is een aantal inzichten beschreven over wat veiligheidsrisico’s zijn ten aanzien van studentenhuisvesting. Een deel van deze inzichten zijn nog steeds van belang voor een goede analyse van de veiligheidssituatie op de grotere studenten complexen. Daarom worden ze hieronder kort herhaald.

Kenmerken studentencomplexen in relatie tot veiligheid Bewonersgedrag zoals: - Gemeenschappelijke toegangsdeuren openlaten of openmaken zonder te checken wie er binnenkomt. - Verlies van sleutels zonder dit te melden. - Weinig onderling corrigerend gedrag. - Onervarenheid in zelfstandig wonen of onverschilligheid. - Ander leefpatroon waardoor men vaker pas heel laat thuiskomt. Anonimiteit en weinig sociale verbinding door: - Grootschaligheid van de complexen. - Hoge mutatiegraad van 30-35% per jaar. - Weinig gemeenschappelijke ruimten. Bouwkundige situatie: - Alle complexen (moeten) voldoen aan het Bouwbesluit t.a.v. hang- en sluitwerk

-

behalve een enkel complex dat tijdelijk is. Bij de meeste complexen hebben de gemeenschappelijke toegangsdeuren elektronische sleutels. Bij verlies kan een individuele pas worden geblokkeerd.

Ligging en omgeving: - Sommige complexen liggen in nieuw te ontwikkelen gebieden waardoor ze relatief afgelegen liggen. - Hierdoor kunnen problemen ontstaan bij de bereikbaarheid, zoals lange fiets- en aanlooproutes naar OV-haltes met weinig ander verkeer en soms weinig verlichting of beperkte zichtlijnen. - Sommige complexen worden omgeven door bouwactiviteiten. De afgeschermde bouwplaatsen en tijdelijke maatregelen voor verkeer en verlichting kunnen voor onveilige(re) situaties zorgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9965165/1