CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 13 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027 (VN2023-024065)31.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Inhoud Voorwoord3 Waarom dit Integraal Huisvestingsplan?

6. Duurzaamheid schoolgebouwen

28

6.1 Beleidskader duurzaamheid 

28

4 7. Afwegingskader

30

8. Opgaven en voorzieningen

32

Leeswijzer7 1. Inleiding

8

2. Beleid en ambities

10

2.1 Inclusief onderwijs 2.2 Soepele overgangen 2.3 Gezonde schoolomvang 2.4 Medegebruik 2.5 Schooltuinen 2.6 Sporten en bewegingsonderwijs

3. W  ettelijk en beleidskader onderwijshuisvesting 3.1 Landelijk kader 3.2 Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen 3.3 Lokaal kader

4. Leerlingprognose

10 12 13 15 16 18

34 42 47 53 60 66 70 76 80

19 19 20 22

24

4.1 Primair onderwijs (po) 4.2 Voortgezet onderwijs (vo) 4.3 (Voortgezet) speciaal onderwijs (vso)

8.1 Nieuw-West  8.2 West  8.3 Oost  8.4 Noord  8.5 Zuidoost  8.6 Centrum 8.7 Zuid  8.8 Weesp  8.9 Huisvestingsopgave speciaal en (voortgezet) speciaal onderwijs

24 24 24

9. Financiën en risico’s 9.1 Werkwijze en uitgangspunten 9.2 Directe financiering door de gemeente 9.3 Richtlijnen en -prijzen onderwijshuisvesting 9.4 Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP) 9.5 Instandhouding  9.6 Risico’s

26

5.1 Primair onderwijs 5.2 Voortgezet onderwijs 

26 27

82 83 83 83 84 84

Versie X.X XX-XX-2023

Bijlage 1. Afwegingskader 5. Nieuwkomersonderwijs

82

87 Foto titelblad:

Bijlage 2. Overzicht projecten

89

Tijdelijke huisvesting van permanente kwaliteit tbv IKC Blijhaven en Baanbreker, Amsterdam Noord

2

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Voorwoord Goed onderwijs is de basis voor een goede ontwikkeling later in het leven. Helaas krijgt niet iedereen in onze stad dezelfde kansen, en dit kan grote invloed hebben op de schoolloopbaan van de kinderen en jongeren. Amsterdam wil hier wat aan doen. Daarom kiezen we ervoor om ongelijk te investeren, zodat we juist meer gelijke kansen kunnen bieden. Want niet elke school en elke buurt verkeert in dezelfde situatie. In dit licht hebben we, in lijn met het coalitieakkoord, besloten om het meest te investeren in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Daar is investeren het hardst nodig om meer kansen voor leerlingen te creëren. We hebben forse ambities. Op het gebied van inclusief onderwijs, onderwijskwaliteit en het lerarentekort. Om deze ambities waar te maken moeten kinderen en professionals zich prettig voelen in een school. We zien op verschillende plekken in de stad dat dit nog niet altijd het geval is, of omdat de school niet past bij het onderwijs wat wordt geboden, het schoolgebouw niet voldoende mogelijkheden biedt voor de opgave in de wijk of omdat het schoolgebouw verouderd is. Opgave waar we samen met de schoolbesturen werk van moeten maken.

3

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Op basis van deze ambities en uitdagingen gaan we zo effectief mogelijk investeren in onderwijshuisvesting en dat doen we ongelijk. Zo kunnen we bijdragen aan meer kansengelijkheid in onze stad en ervoor zorgen dat de kinderen die het nodig hebben ook de meeste steun ontvangen. Want ieder kind verdient dezelfde kansen in het onderwijs. Ik ben ervan overtuigd dat dit Integraal Huisvestingsplan bijdraagt deze ambitie waar te maken. Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs

Waarom dit Integraal Huisvestingsplan? In de afgelopen jaren is met het IHP 2018-2022+ gewerkt aan een veelzijdige aanpak om de onderwijshuisvesting in Amsterdam op orde te krijgen en te houden. De nadruk lag in deze periode op nieuwbouw van scholen ten behoeve van de groei van de stad. Er zijn in dat kader prachtige nieuwe schoolgebouwen gerealiseerd. Daarnaast zijn schoolgebouwen gerenoveerd, verduurzaamd, hebben gebouwen een fris binnenmilieu gekregen en zijn schoolpleinen vergroend. De verwachting is dat het inwonertal van Amsterdam tussen 2022 en 2050 verder toeneemt met zo’n 20 procent. Deze groei is niet gelijk verdeeld over de verschillende gebieden van de stad. De meeste groei wordt verwacht op plekken waar veel nieuwe woningen worden gebouwd. Tegelijk zien we bevolkingskrimp in de oudere delen van de stad. Dat heeft ook gevolgen voor het aantal leerlingen in verschillende delen van de stad, en daarmee ook voor een gezonde schoolgrootte. In een stad die verandert, is het essentieel om in elke wijk - oud of nieuw - een gevarieerd schoolaanbod te hebben. Daarmee is er keuze voor ouders en leerlingen. Waar bestaande schoolgebouwen verouderen, is het belangrijk om de kwaliteit te behouden en te verbeteren. Renovatie of vervanging en zeker ook verduurzaming zijn daarbij onmisbare stappen.

Dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) zet deze ontwikkelingen om in ambities en een strategische planning van welke onderwijsvoorzieningen waar en wanneer nodig zijn.

4

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Nieuwbouw De opgave voor de nieuwbouw van scholen wordt voornamelijk bepaald door het tempo van de woningbouw. De voortgang van de woningbouwontwikkelingen (realisatiegraad) wordt daarom op de voet gevolgd om de impact op de nieuwbouwopgave voor onderwijs passend te maken. In de komende IHP periode is het streven om zo’n 20 nieuwe scholen (PO en VO) bij te bouwen. Renovatie en vernieuwbouw Het bestaande aanbod van schoolgebouwen in de stad moet kwalitatief op orde zijn en blijven. De opgave rondom het vervangen en verduurzamen van de grote hoeveelheid bestaande schoolgebouwen is groot. Amsterdam streeft er in de periode van dit Integraal Huisvestingsplan (2024-2027) naar 5 á 6 schoolgebouwen (PO en VO) per jaar te vernieuwen. Deze vernieuwingen worden niet beperkt tot één-op-één renovaties of sloop en nieuwbouw. Juist een integrale aanpak is essentieel, met slimme combinaties, efficiënte inzet van tijdelijke huisvesting en bestaande leegstand. Vernieuwing kan zo ook tot stand komen door scholen te verplaatsen van bestaande naar nieuwe wijken, door het sluiten of samenvoegen van scholen in krimpgebieden.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen De uitdaging is groot, want voor het eerst is een plafond vastgesteld in de hoogte van de jaarlijkse investeringen in de uitbreiding en het up-to-date houden van de onderwijsvoorzieningen. De komende jaren dient het nieuw ontwikkelde afwegingskader als basis waarmee keuzes gemaakt worden met betrekking tot de prioriteit en volgorde van renovaties van schoolgebouwen in de stad. Er wordt niet meer alleen gekeken naar de technische staat van het gebouw, zoals in het verleden. Uitgangspunt is ongelijk investeren voor gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren in de stad. Op dit moment zijn er grote verschillen tussen scholen op het gebied van kwaliteit, lerarentekort en onderwijshuisvesting. Op het gebied van onderwijshuisvesting liggen er kansen om bij te dragen aan meer kansengelijkheid. Daarnaast zijn de andere beleidsambities meegenomen in het afwegingskader, zoals inclusief onderwijs, een gezonde schoolgrootte en duurzaamheid. In dit licht krijgen – waar mogelijk – renovaties in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord voorrang. Inclusief onderwijs Ieder kind verdient dezelfde kansen om zich optimaal te ontplooien, ook als het daarvoor (tijdelijk) extra zorg of ondersteuning nodig heeft. Amsterdam investeert in een sterke pedagogische basis op alle (voor)scholen en een adequate zorg- en ondersteuningsstructuur.

Uitgangspunt is dat in principe alle kinderen en jongeren naar de (voor)school gaan. Als daar extra zorgondersteuning bij nodig is, wordt dit zoveel mogelijk naar de school toegebracht. De komende jaren wordt dus toegewerkt naar schoolgebouwen die ruimte bieden aan inclusief onderwijs. De uitdaging is om inclusief onderwijs zoveel mogelijk vorm te geven binnen de bestaande schoolgebouwen en nieuwe schoolgebouwen flexibel in te richten. Ook een goede spreiding van zorgondersteuning over de stad is belangrijk, evenals extra inzet in de gebieden waar dit het hardst nodig is. De behoefte aan extra ruimte ten behoeve van inclusief onderwijs kan op gespannen voet staan met de beschikbaarheid van middelen en vierkante

5

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

meters. Dit vraagt de komende jaren om het maken van complexe afwegingen en afstemming met het veld.

Verduurzaming In de voorjaarsnota 2023 heeft het college financiële ruimte vrijgemaakt voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Om ook voor onderwijshuisvesting een goede invulling te geven aan de beschikbaar gestelde extra investeringsruimte en om deze zo effectief mogelijk in te zetten, wordt integraal naar verduurzamingsmogelijkheden binnen onderwijshuisvesting gekeken. Komend jaar wordt samen met de schoolbesturen een routekaart verduurzaming onderwijshuisvesting opgezet. Het verduurzamen van de al bestaande gebouwen vormt hierbij de grootste uitdaging. Ook is de gemeente actief aan de slag met het vereenvoudigen en versnellen van de processen rondom nieuwbouw middels het Innovatief Partnerschap Schoolgebouwen (IPS). Hierdoor bouwt Amsterdam de komende 10 jaar samen met schoolbesturen en drie bouwconsortia aan kwalitatief hoogwaardige, flexibele en duurzame schoolgebouwen. Gezonde schoolgrootte Samen met de schoolbesturen, met name in het primair onderwijs, streeft de gemeente naar scholen van een gezonde omvang. Dit is van belang voor het bieden van kwalitatief goed onderwijs met voldoende leerkrachten. De wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) is sinds 1 november 2020 van kracht. De nieuwe wet maakt het mogelijk om een nieuwe school te starten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen.

Het toetsen van nieuwe schoolinitiatieven ligt volledig bij het Rijk. Als gemeente hebben we daar geen rol meer in. De gemeente heeft echter wel de wettelijke taak om binnen veertien maanden na het besluit van de minister in (tijdelijke) huisvesting te voorzien binnen een bepaalde afstand van de gewenste plek van vestiging. Dat is in een verdichtende stad als Amsterdam geen makkelijke opgave. Het uitgangspunt binnen de gemeente Amsterdam is dat een nieuwe school start in een tijdelijk of bestaand schoolgebouw

waar ruimte is. Definitieve huisvesting volgt later en is afhankelijk van verschillende factoren. De afgelopen jaren zien wij dat nieuwe initiatieven vooral gevestigd willen worden in gebieden met een krimpend leerlingaantal. Dat heeft consequenties voor een gezonde schoolgrootte van de al bestaande scholen. Amsterdam probeert, door samenwerking tussen bestaande scholen en nieuwe initiatieven, de nieuwe initiatieven niet te huisvesten in krimpende wijken met meerdere kleine scholen, maar waar mogelijk in wijken die niet krimpen. Het totale investeringsbudget telt voor de periode 2024 – 2027 op tot in totaal 440 miljoen. Aan de investeringsbedragen kunnen geen rechten worden ontleend.

6

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Leeswijzer Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) is opgesteld door de afdeling Onderwijs en de afdeling Maatschappelijke Voorzieningen. Met het onderwijsveld (vertegenwoordigers van primair onderwijs, voortgezet en speciaal onderwijs) hebben we gesproken over de invulling en keuzes die ten grondslag liggen aan dit IHP. Het IHP is ook besproken met de ruimtelijke directies. De stadsdelen van Amsterdam en het stadsgebied Weesp hebben er kennis van genomen. Het IHP 2024-2027 vervangt en is een vervolg op en actualisatie van het IHP 2019-2022+. Hoofdstuk 1 beschrijft de onderwijsvoorzieningen in Amsterdam in vogelvlucht en bevat de uitgangspunten van dit IHP. Hoofdstuk 2 beschrijft de ambitie die de stad Amsterdam, de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van belangrijke thema’s. Hierin is een aantal afspraken opgenomen. Hoofdstuk 3 gaat in op de specifieke context van de onderwijshuisvesting, inclusief de wettelijke kaders waarbinnen de gemeente werkt. Hoofdstuk 4 schetst op basis van prognoses hoe het leerlingaantal zich de komende jaren ontwikkelt. Hieraan gerelateerd behandelt hoofdstuk 5 de ontwikkelingen op het gebied van het nieuwkomersonderwijs. De oorlog in Oekraïne heeft impact op de onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 6 heeft betrekking op de duurzaamheidseisen die wet en regelgeving en ons beleid aan de huisvesting stellen.

7

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Hoofdstuk 7 geeft inzicht in het afwegingskader op basis waarvan de komende jaren keuzes gemaakt worden bij de prioritering in de onderwijsvoorzieningen en dan vooral in de renovaties van schoolgebouwen. Hoofdstuk 8 beschrijft de opgaven en voorzieningen voor onderwijshuisvesting voor de periode 2024-2027. Deze komen voort uit de beleidsontwikkelingen, context en ambities van het college op het terrein van onderwijs(huisvesting). Dit hoofdstuk gaat in op de opgaven en voorzieningen voor het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. Hoofdstuk 9 behandelt de financiën en de risico’s.

1. Inleiding Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2024-2027 beschrijft de ambities, kaders en opgaven voor onderwijshuisvesting in de gemeente Amsterdam. Hierdoor kan het college de komende vier jaar inspelen op ontwikkelingen en toekomstige noodzakelijke investeringen. Zo kunnen Amsterdamse leerlingen op een fijne plek naar school. In de afgelopen jaren is met het IHP 2018-2022+ gewerkt aan een veelzijdige aanpak om de onderwijshuisvesting op orde te krijgen en te houden. De nadruk lag in deze periode op de nieuwbouw van scholen ten behoeve van de groei van de stad. Er zijn in dat kader nieuwe eigentijdse gebouwen gerealiseerd. Daarnaast zijn schoolgebouwen gerenoveerd en verduurzaamd, hebben gebouwen een fris binnenmilieu gekregen (programma Gezonde Scholen Amsterdam) en zijn er schoolpleinen vergroend (Amsterdamse Impuls Schoolpleinen). Ook is de gemeente actief aan de slag met het vereenvoudigen en versnellen van de processen rond nieuwbouw middels het Innovatief Partnerschap (IPS).1 Hierdoor bouwt Amsterdam de komende tien jaar samen met schoolbesturen en drie consortia (samenwerkingsverband tussen architect en leverancier/aannemer) aan kwalitatief hoogwaardige, flexibele, duurzame schoolgebouwen.

zijn nieuwe scholen nodig. Soms is verplaatsing of capaciteitsuitbreiding van bestaande schoolgebouwen een optie om de komst van leerlingen op te vangen. In een veranderende stad is het essentieel om een gevarieerd schoolaanbod in elke wijk in stand te houden. Dit biedt keuzemogelijkheden voor ouders en leerlingen. In een stad waar gebouwen verouderen, is het belangrijk om de kwaliteit van bestaande schoolgebouwen te behouden en te verbeteren. Renovatie en verduurzaming zijn daarbij onmisbare stappen. Samen met schoolbesturen werkt de gemeente aan deze opgaven.

Waarom dit IHP nodig is Amsterdam groeit, maar niet overal. De toename van het aantal woningen, maar ook de krimp in de oudere delen van de stad hebben niet alleen gevolgen voor het aantal inwoners, maar ook voor het aantal leerlingen, en daarmee voor het onderwijs. Het IHP zet deze ontwikkelingen om in ambities en een strategische planning van welke onderwijsvoorzieningen waar nodig zijn.

Het IHP 2024-2027 bouwt deels voort op deze aanpak. In een groeiende stad is het noodzakelijk om voldoende ruimte te maken voor een maatschappelijke voorziening als onderwijs. Soms

Het gemeentebestuur streeft naar realisatie van 7500 woningen per jaar2. Waar dat nodig is, bijvoorbeeld vanwege de grote afstand tot bestaande basisscholen, zijn extra schoolgebouwen gepland. Zolang onzeker is waar daadwerkelijk woningen gerealiseerd worden, heeft dit impact op de planning van nieuwe schoolgebouwen. Bovendien is 7500 woningen per jaar een streefgetal. Door stijgende bouwkosten, dalend consumen-

1

2

Innovatiepartnerschap schoolgebouwen - Sociaal Domein (amsterdam.nl)

8

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Coalitieakkoord 2022-2026 - Gemeente Amsterdam

tenvertrouwen en personeelsschaarste is het geen zekerheid. Vertraging in de nieuwbouw biedt financiële ruimte om ook te blijven werken aan de vervangingsopgave. We streven er in deze IHP-periode naar om vijf tot zes schoolgebouwen (po en vo) per jaar te vernieuwen.

gebouwen afstoten. In Zuidoost, Nieuw-West en Noord zet het college in op ongelijk investeren voor gelijke kansen, door renovaties van bestaande scholen eerder te plannen. Daarbij blijft het een uitdaging om voldoende tijdelijke huisvesting te vinden in de verdichtende stad.

De komst van nieuwe woningen heeft invloed op de groei en krimp in de stad. De prognose van O&S is dat het inwonertal van Amsterdam tussen 2022 en 2050 toeneemt met zo’n 20 procent.3 Deze groei is niet gelijkmatig verdeeld over de delen van de stad. De meeste groei wordt verwacht op plekken waar veel nieuwe woningen worden gebouwd, met name langs de IJ-oevers in Noord, in het Westelijk Havengebied, in Overamstel, Amstel III en IJburg Oost. Dit zijn nieuwbouwgebieden. In de meeste oudere wijken daalt het inwonersaantal of blijft het gelijk.

Om de portefeuille in stand te houden moeten jaarlijks dus vijf tot zes renovatieprojecten in voorbereiding genomen worden op het Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP)

Amsterdam heeft een groot aantal schoolgebouwen: circa 380, de aparte gymzalen niet meegeteld. Het bestaande aanbod van schoolgebouwen moet kwalitatief op orde zijn en blijven, ook als het veroudert. De stad heeft een grote opgave voor vervanging en verduurzaming. De staat van gebouwen verslechtert in de loop van de tijd, er komen duurzaamheids- en functionaliteitseisen bij en de technische staat van gebouwen moet soms beter. Het vastgoed moet toekomstbestendig zijn. Gebouwen gaan veertig tot zestig jaar mee en worden gemiddeld na vijftig jaar vervangen. Dit betekent dat er jaarlijks vijf tot zes gebouwen (zowel po als vo) vervangen of vernieuwd moeten worden om de portefeuille in stand te houden. Dit wordt niet alleen ingevuld door een-op-een renovaties dan wel sloop/ nieuwbouw. De portefeuille vernieuwt ook doordat scholen verhuizen van bestaande naar nieuwe wijken of doordat scholen in krimpgebieden sluiten of samenvoegen en hun verouderde 3  Bevolkingsprognose 2023-2050 | Website Onderzoek en Statistiek (amsterdam.nl)

9

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Lobby In de afgelopen jaren hebben diverse onderzoeken aangetoond dat zowel schoolbesturen als gemeenten onvoldoende geld van het Rijk ontvangen voor onderwijshuisvesting. Schoolbesturen ontvangen te weinig middelen om hun gebouwen te kunnen exploiteren en aan te passen aan de veranderende eisen van het onderwijs. Gemeenten ontvangen te weinig middelen om hun wettelijke taak uit te voeren door te voorzien in voldoende adequate huisvesting voor het onderwijs. Het is dus van groot belang dat schoolbesturen en gemeente zich samen met partners als de G4, de VNG en de sectorraden inzetten voor meer geld voor onderwijshuisvesting vanuit het Rijk. We blijven pleiten voor meer geld, onder andere door de conclusies uit het IBO-onderzoek onder de aandacht te brengen (zie hoofdstuk 3).

2. Beleid en ambities 2.1 Inclusief onderwijs Ieder kind/jongere verdient dezelfde kansen om zich optimaal te ontplooien, ongeacht de buurt waar je opgroeit, het inkomen van ouder(s) of verzorgers, of eventuele extra (tijdelijke) zorg of ondersteuning. Onderwijs speelt een sleutelrol bij het stimuleren van ontwikkelmogelijkheden voor kinderen. Op de (voor)school spelen en leren kinderen vanaf hun tweede jaar samen. Ook ouders uit dezelfde buurt ontmoeten elkaar via de school. Dit maakt dat school een samenleving in het klein is. Kinderen vormen zich er als persoon en doen er sociale vaardigheden op. Zij oefenen er voor de grote maatschappij.

De schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs, de samenwerkingsverbanden po en vo en de gemeente Amsterdam hebben een gezamenlijke ambitie-agenda 2023-2027 op­gesteld. Deze agenda gaat uit van een sterke samenwerking tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp gericht op bestaans­ zekerheid. De partijen slaan de handen ineen om werk te maken van inclusieve (voor)schoolgemeenschappen. Hier zijn alle kinderen en jongeren welkom. Zij kunnen zich er samen met hun eigen buurtgenootjes en leeftijdgenoten ontwikkelen. Als daarbij ondersteuning nodig is, organiseren we dat tijdig en zoveel mogelijk in de eigen omgeving. We kijken daarbij verder dan alleen naar het kind. Waar nodig bieden we ondersteuning aan het gehele gezin om de thuissituatie te verbeteren en kansengelijkheid te bevorderen. Met deze ontwikkeling bieden we ook het hoofd aan de stijgende leerlingaantallen en wachtlijsten voor het speciaal onderwijs (so). Dit is des te belangrijker omdat we in Amsterdam, net als in de andere G4-gemeenten, de laatste jaren een groei zien in het so.

10

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Daarnaast zien we dat de ondersteuningsvragen en -behoeften van kinderen en jongeren (en hun ouders) sterk verschillen per wijk. Om te bepalen welke inzet waar nodig is, maken de samenwerkingspartners gezamenlijk analyses waarbij we data en inzichten bundelen. Zo zorgen we ervoor dat de inzet en het aanbod goed op elkaar zijn afgestemd. Ook voorkomen we overlap en zorgen we voor een goede spreiding over de stad. We investeren in een sterke pedagogische basis op alle (voor)scholen en in een adequate zorg- en ondersteuningsstructuur door middel van onderzoek en professionalisering. Er wordt door ouders steeds meer gebruik gemaakt van het leerrecht. Dat betekent dat kinderen en jongeren die voorheen volledig in zorgvoorzieningen verbleven, nu vaker naar school gaan. Uitgangspunt is dat in principe alle kinderen en jongeren naar een (voor)school gaan. Als daar extra zorgondersteuning bij nodig is, willen we dat dit zoveel mogelijk op de locatie plaatsvindt. Dat vraagt mogelijk ook iets van onderwijshuisvesting. Er wordt door ouders steeds meer gebruik gemaakt van leerrecht. We verkennen hoe we kinderen en jongeren die nu volledig naar zorgvoorzieningen gaan, (speciaal) onderwijs kunnen laten volgen. Dit geldt ook voor de zorgonderwijsgroepen. Deze aanpak vraagt om experimenteren op het snijvlak van onderwijs en zorg, en waar nodig om het doorbreken van schotten.

We doen dit onder meer vanuit de gezamenlijke aanpak voor het jonge kind ‘Kansrijk vervolg op een kansrijke start’. Het experiment voor onderwijs-zorgarrangementen op so-scholen en zorglocaties in Amsterdam is daar onderdeel van.

We breiden het aantal inclusieve initiatieven op basisscholen uit. Samen met het samenwerkingsverband po werken we toe naar een goede spreiding over de stad van inclusieve basisscholen. Het samenwerkingsverband po selecteert met schoolbesturen welke scholen gaan starten met inclusieve onderwijsinitiatieven. Het streven van het samenwerkingsverband po is dat in 2025 in elke wijk een inclusief initiatief is gestart. Een eerste stap is ervoor zorgen dat er in elk stadsdeel een initiatief staat en dat anderen kunnen leren van deze voorbeelden. Het samenwerkingsverband vo stimuleert nauwe samenwerking tussen regulier en speciaal voortgezet onderwijs. De komende jaren werkt het onderwijs toe naar een situatie waarin het diplomagerichte vso en het regulier onderwijs intensief en effectief samenwerken. Het doel is dat over een aantal jaren elke diplomagerichte leerling is ingeschreven bij een reguliere school. Ook hier geldt dat benodigde zorgondersteuning zoveel mogelijk op de locatie waar de leerling onderwijs volgt plaatsvindt. Bovenstaande ontwikkelingen en bewegingen kunnen gevolgen hebben voor het aantal leerlingen op een school en de wensen ten aanzien van het schoolgebouw. De wens is dat dit op termijn leidt tot een krimp van het speciaal onderwijs. We zien op de korte termijn echter nog steeds een groei van het so.

De komende jaren zoeken we hierin de balans: we werken toe naar schoolgebouwen die ruimte bieden aan inclusief onderwijs én speciaal onderwijs. Voor sommige leerlingen is speciaal onderwijs de meest passende plek. We hebben goed zicht nodig op welke leerlingen met de benodigde ondersteuning een plek in het regulier onderwijs kunnen krijgen of houden. Het samenwerkingsverband vo werkt aan een plan voor (meer) inclusief onderwijs en inventariseert wat dit vraagt van onderwijshuisvesting. Zo zorgen we ervoor dat (waar nodig) schoolgebouwen geschikt zijn voor inclusief onderwijs. We streven daarbij naar een goede spreiding over de stad en voldoende inzet in

11

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

gebieden waar dit het hardst nodig is. Daarom is dit een criterium in het afwegingskader (zie hoofdstuk 7). Naast de financiële kant speelt er een ruimtelijk aspect. Ruimte is schaars en bestaande schoolgebouwen zijn niet zomaar uit te breiden of aan te passen. De uitdaging zal zijn om inclusief onderwijs zoveel mogelijk vorm te geven binnen de bestaande schoolgebouwen en om nieuwe schoolgebouwen flexibel in te richten. De behoefte aan extra ruimte voor inclusief onderwijs kan op gespannen voet staan met de beschikbaarheid van middelen en vierkante meters. Dit vraagt de komende jaren om zorgvuldige afwegingen en een goede afstemming met het veld.

Ambities • Zoveel mogelijk kinderen volgen basisonderwijs in hun wijk. • Het samenwerkingsverband po werkt op de lange termijn toe naar goede spreiding van inclusieve basisschoolinitiatieven; een eerste stap is om toe te werken naar één inclusief basisschool initiatief per stadsdeel en hier lering uit te trekken. • De ambitie van het samenwerkingsverband vo is dat in de loop van deze IHP-periode zoveel mogelijk diplomagerichte leerlingen staan ingeschreven bij een reguliere school. Afspraken 1. Samenwerkingsverband po en vo werken aan een integraal plan voor inclusief onderwijs voor po en vo en stellen met het veld vast wat dit vraagt van onderwijshuisvesting, zowel de komende jaren als meer op lange termijn. 2. In het afwegingskader (zie hoofdstuk 7) wordt meegewogen of een plan voor renovatie/vervangende nieuwbouw bijdraagt aan meer inclusief onderwijs, nadat bovengenoemd plan is vastgesteld.

2.2 Soepele overgangen Alle Amsterdamse kinderen en jongeren hebben een stabiele schoolloopbaan met soepele overgangen. Kinderen en jongeren hebben recht op goede begeleiding tijdens hun hele onderwijsloopbaan. Een cruciaal moment in de onderwijsloopbaan is de doorstroom tussen de verschillende onderwijssectoren. Het is belangrijk dat dit doorstroommoment soepel wordt ingericht met (waar nodig) de juiste begeleiding. Dit vraagt om samenwerking tussen de verschillende onderwijssectoren en een breed gedragen gezamenlijke onderwijsvisie.

Binnen een schoolloopbaan zijn er verschillende overgangen. Het is belangrijk dat deze voor alle kinderen goed verlopen. De eerste grote overgang speelt zich af rond vier jaar, als kinderen starten op de basisschool. Een Integraal Kind Centrum (IKC) kan helpen om te zorgen voor soepele overgangen tussen de voorschoolse educatie of de kinderopvang , het primair onderwijs en het speciaal (basis) onderwijs. In een IKC hebben de verschillende organisaties, zoals kinderopvang, basisonderwijs, (jeugd) zorg, eventueel speciaal onderwijs en naschoolse activiteiten, een gedeelde visie en een gezamenlijke organisatie die de leerling en de ouders begeleidt. De domeinen kinderopvang en onderwijs en soms ook jeugd en zorg komen er samen, zodat leren en ontwikkelen optimaal gefaciliteerd worden. Een IKC kan een organisatievorm zijn, waarbij de verschillende partijen in verschillende gebouwen nauw met elkaar samenwerken (campusmodel). Binnen een IKC kunnen ook alle organisaties vanuit één gebouw samenwerken en optimaal gebruikmaken van de beschikbare ruimte. Het uitgangspunt van de gemeente is dat er in nieuwe wijken IKC’s gebouwd worden. Schoolbesturen en gemeente werken de komende jaren uit hoe de samenwerking binnen IKC’s beter geregeld kan worden met afspraken over zeggenschap en samenwerking.

Voor de bestaande stad werken schoolbesturen en samenwerkingsverband gezamenlijk uit wat er per gebied nodig is en wat realiseerbaar is. Een tweede grote overgang is van primair naar voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat dit moment soepel wordt ingericht

12

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

zodat alle jongeren kans hebben op een optimale onderwijsloopbaan. De vroege selectie van leerlingen vormt voor sommigen een belemmering. Om de overgang beter te laten verlopen bieden sommige scholen onderwijs vanaf tien jaar of , een brede brugklas en/of een extra voorbereidend jaar op het voortgezet onderwijs voor leerlingen van het primair onderwijs. Dit vraagt daarmee ook om een bredere kijk op onderwijshuisvesting, over de schotten van primair en voortgezet onderwijs heen. Daarnaast is er nog te vaak sprake van uitval bij de overgang van vo (specifiek vmbo) naar mbo, de derde grote overgang in de schoolloopbaan. Dit kan komen doordat jongeren geen of een verkeerde studiekeuze maken, motivatieproblemen krijgen door overlap in het lesprogramma of moeite hebben om zich in de nieuwe onderwijsomgeving staande te houden. Op diverse scholen bestaat al de mogelijkheid om op de middelbare school onderwijs te volgen en een diploma te behalen voor het mbo. De komende jaren werken schoolbesturen uit welk aanbod nodig is voor een goede overgang van vmbo naar mbo en wat dit vraagt van de betrokken scholen en de onderwijshuisvesting. Hierbij is specifiek aandacht voor kinderen en jongeren met extra ondersteuningsbehoefte. Dit vraagt om samenwerking over onderwijssoorten heen en een overkoepelende onderwijsvisie, zoals ook vastgelegd in de Onderwijs Ambities Amsterdam.

Ambities • We komen tot een gezamenlijk gedragen onderwijsvisie voor een optimale onderwijsloopbaan voor kinderen en jongeren. Afspraken 1. Samen met het onderwijsveld maakt de gemeente Amsterdam een vertaalslag van de visie voor een optimale onderwijsloopbaan naar de vraag op het gebied van onderwijshuisvesting. 2. Schoolbesturen, kinderopvang, zorgpartijen en gemeente maken hernieuwde afspraken over de governance binnen een IKC, om de samenwerking tussen partijen zo goed mogelijk te faciliteren. 3. Nieuwe schoolgebouwen in nieuwe wijken zijn een IKC.

2.3 Gezonde schoolomvang Alle kinderen en jongeren in Amsterdam hebben toegang tot passende, duurzame en aantrekkelijke onderwijsvoorzieningen. Voor kinderen tot twaalf jaar is dit aanbod te vinden in de buurt. Amsterdam groeit en krimpt, wensen van ouders en leerlingen veranderen, de maatschappelijke opgave wordt groter en diverser. Dit vraagt om een meebewegend onderwijsaanbod, zowel in de hele stad als in specifieke wijken.

De dynamiek van groei en krimp van de bevolking heeft gevolgen voor het leerlingaantal op de Amsterdamse scholen. Op sommige scholen neemt het aantal leerlingen af, andere scholen zien een (forse) groei van het aantal leerlingen. Als we op wijk- en gebiedsniveau kijken zien we aan de ene kant gebieden met een te groot scholenaanbod voor het aantal woonachtige kinderen en aan de andere kant gebieden waar door woningbouw een tekort aan plekken kan ontstaan. Ook zien we dat wensen en behoeften van ouders en leerlingen wisselen: er is meer vraag naar een specifieke vorm van onderwijs dan er in (een deel van) de stad aangeboden wordt. In het algemeen zien we dat er stadsbreed overcapaciteit is, op zowel het po als het vo. Schoolbesturen en gemeente streven naar basisscholen met voldoende leerlingen, minimaal stabiel boven de opheffingsnorm.4 We spreken dan van scholen met een gezonde omvang; die zijn beter in staat om onderwijs van goede kwaliteit te bieden. In Amsterdam zitten een kleine veertig po-scholen onder de opheffingsnorm. Een groot deel van deze scholen staat in wijken die krimpen en de komende jaren blijven krimpen, waardoor de verwachting is dat het leerlingaantal nog verder daalt. Samenvoegen of sluiten van scholen met te weinig leerlingen heeft de aandacht van de schoolbesturen in het primair onderwijs en van het college van B&W.

Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen gaan schoolbesturen in het po ertoe over scholen onder de opheffingsnorm in krimpende wijken samen te voegen, te verplaatsen of 4

13

In Amsterdam is de opheffingsnorm voor het po 195 leerlingen.

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

te sluiten. Projecten die hiertoe bijdragen zijn onderdeel van het afwegingskader (zie hoofdstuk 7). Bij het samenvoegen of sluiten van scholen moet wel gekeken worden of de scholen een bredere functie hebben. Denk aan ruimte bieden aan Familiescholen, ruimte voor kinderopvang naast de voorschool, of andere maatschappelijke activiteiten. De huidige regels en middelen bieden hier nu echter geen handvaten voor. Kleine scholen zitten vaak in gebouwen die geschikt zijn voor een groter leerlingaantal. In deze gebouwen is dus sprake van theoretische leegstand. De leegstand, in verschillende delen van de stad, is vaak erg versnipperd en kan daarom lastig uitgeruild worden. Waar een nieuwbouwgebied in de buurt van een wijk met te veel onderwijscapaciteit wordt gerealiseerd, wordt onderzocht of het mogelijk is om een school te verplaatsen of te verhuizen. Daarnaast wordt ook bekeken in hoeverre de capaciteit in de bestaande stad toereikend is om leerlingen uit deze nieuwbouwgebieden op te vangen zodat er een evenwichtig onderwijsaanbod blijft en er niet gebouwd wordt voor leegstand. We kijken zoveel mogelijk per wijk (po) of stadsbreed (vo) of er voldoende onderwijscapaciteit is. Zo voorkomen we dat een groeiende school leidt tot meer totale capaciteit, maar zetten we er vooral op in om de beschikbare capaciteit in de stad of in de wijk zo goed mogelijk te benutten.

Dit kan betekenen dat voor een groeiende school medegebruik bij een andere school de voorkeur heeft boven uitbreiding van de school of het plaatsen van noodlokalen. Met het sluiten, samenvoegen of verplaatsen van scholen werken we toe naar scholen die passend gehuisvest zijn volgens de gemeentelijke onderwijshuisvestingsverordening en de wettelijke normen. Dit biedt echter niet altijd voldoende ruimte voor aanvullende activiteiten die bijdragen aan een optimale ontwikkelkans voor leerlingen. Wellicht zijn er scholen waar extra ruimte gewenst is voor andere activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van

de leerlingen (bijvoorbeeld in de vorm van familiescholen of extra zorgaanbod), voor een doorlopende leerlijn of voor de buurt. Dit stelt ons als gemeente soms voor dilemma’s en vraagt om een afweging hoe zich dit verhoudt tot het uitvoeren van de wettelijke taak en de beschikbare financiële middelen voor onderwijshuisvesting. Ook in het vo kampt een aantal scholen met teruglopende leerlingaantallen. Voor middelbare scholen geldt een opheffingsnorm per afdeling, dus niet voor de hele school. Uit de gegevens van de jaarlijkse analyse van de Centrale Loting en Matching, weten we dat een aantal scholen altijd meer plekken aanbiedt dan dat zij gevuld krijgen. De gemeente vindt het belangrijk dat ouders en leerlingen kunnen kiezen uit een breed onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs. We willen dat op alle niveaus verschillende concepten en denominaties worden aangeboden. Voor scholen met dalende leerlingaantallen (en teruglopende instroom) werken schoolbesturen samen om deze scholen beter te laten aansluiten bij de behoefte van leerlingen en hun ouders. Schoolbesturen kijken gezamenlijk hoe hierin verbetering mogelijk is, bijvoorbeeld door meer samenwerking en door kennis en expertise te delen. De fysieke groei van Amsterdam aan de randen van de huidige stad betekent dat het onderwijs in deze gebieden op de lange termijn moet meegroeien.

De gezamenlijke schoolbesturen in het OSVO zorgen voor spreiding van onderwijssoorten in relatie tot de groei van de stad. Ook bepalen ze op basis van prognoses welke onderwijssoorten kunnen groeien. De gemeente gaat waar mogelijk inzetten op herschikking in deze en tussen gebieden, bijvoorbeeld door aanbod te verhuizen of een bepaald onderwijsaanbod in een gebied of wijk op te heffen. Betere aansluiting van het onderwijsaanbod vo op de behoefte van ouders en kinderen wordt niet met extra capaciteit huisvesting opgelost. De gemeente werkt met het OSVO samen aan een nieuw Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen, met als uitgangs-

14

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

punt het behoud van een aantrekkelijk, divers en gespreid aanbod. Het verbeteren van kwalitatief goede scholen die minder in trek zijn heeft de voorkeur boven uitbreiding van populaire scholen. In 2025 wordt het nieuwe Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen vastgesteld. Hierin staat hoe het voortgezet onderwijsaanbod in Amsterdam voor de periode daarna eruit komt te zien. Hierbij worden ook de nieuwe (vo-)scholen betrokken die op grond van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS ) in de stad komen.

Ambities • Het primair onderwijs streeft naar een evenwichtig aanbod van basisonderwijs per gebied, waarin er voor ouders te kiezen valt uit verschillende scholen in de buurt van het woonadres. • We streven naar zo min mogelijk scholen onder de 195 leerlingen. Ook blijven we kritisch kijken naar bestaande scholen gevestigd op één locatie die (snel) blijven doorgroeien. • Het zorgen voor voldoende capaciteit wordt zoveel mogelijk per wijk (po) of stadsbreed (vo) bekeken en niet per individuele school. Afspraken 1. Met de schoolbesturen is afgesproken dat we streven naar scholen met een gezonde schoolomvang. 2. Met de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs is afgesproken dat zij komen tot een beter afgestemd aanbod van onderwijs in de diverse delen van de stad. 3. De gemeente stimuleert het samenvoegen van te kleine scholen in het primair onderwijs door voorrang te geven bij renovaties waarin meerdere te kleine scholen samenkomen. Hiervoor is een criterium opgenomen in het afwegingskader (zie hoofdstuk 7).

2.4 Medegebruik Onze maatschappelijke opgave om alle kinderen en jongeren datgene te bieden wat nodig is om zich optimaal te ontwikkelen en perspectief te hebben, vraagt een bredere kijk op het onderwijsgebouw. Daarnaast zien we dat de stad verdicht en er steeds meer druk is op de beschikbare ruimte. In de bestaande stad is vraag naar ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en het lukt niet altijd om aan de vraag naar ruimte te voldoen. Tegelijkertijd zijn er schoolgebouwen met theoretische leegstand en zijn er schoolgebouwen en gymzalen die een deel van de dag of avond niet gebruikt worden.

De toenemende behoefte aan inclusief onderwijs, ruimte voor inclusieve schoolinitiatieven of waar extra ruimte gewenst is voor andere activiteiten ten behoeve van de ontwikkeling van de leerlingen (bijvoorbeeld in de vorm van familiescholen), een doorlopende leerlijn of voor de buurt, kan van invloed zijn op hoe schoolgebouwen worden gebruikt. Om kinderen en jongeren te bieden wat nodig is om zich optimaal te ontwikkelen en perspectief te hebben, moeten we samen kijken hoe dat gebruik zich ontwikkelt. Zo hebben we de afgelopen periode onder meer gezien dat een zorgonderwijsgroep plaats moest maken voor regulier onderwijs. Dat een kopklas plaats moest maken voor groei van de school waarin ze gehuisvest zijn. De komende jaren verzamelen we dit soort voorbeelden zodat we kunnen bepalen hoe om te gaan met ongewenste verdringingen van functies. Een bredere blik op het onderwijsgebouw vraagt ook om een andere manier van omgaan met de beschikbare ruimte. Een groot aantal schoolgebouwen wordt nu al voor meerdere doeleinden gebruikt en heeft dus een ruimere functie. De komende tijd kijkt de gemeente samen met de schoolbesturen hoe ‘leegstand’ in de school tijdens schooltijden zo goed mogelijk kan worden ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van de leerlingen Samen zetten we in op het vergroten van het aanbod van familiescholen.

Hierbij werkt de school samen met maatschappelijke instellingen op verschillende beleidsterreinen, zoals armoede, jeugd, zorg, sport en

15

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

de wijk. Het doel is brede ondersteuning bieden aan het gehele gezin, waarbij ook de thuissituatie en de leefomgeving van het kind worden meegenomen. Dilemma is dat dit wel moet passen binnen de beschikbare onderwijshuisvesting. Naast de inzet van schoolgebouwen voor doeleinden als naschoolse opvang of maatschappelijke organisaties die sport- of culturele activiteiten organiseren, liggen er mogelijk kansen voor ruimer medegebruik. De komende tijd bespreekt de gemeente met schoolbesturen wat er nodig is om tot een nog intensiever gebruik van schoolgebouwen te komen, en om de ruimte beschikbaar te stellen aan maatschappelijke initiatieven en organisaties. Het gaat dan vooral om gebruik in de avonden en weekenden. Hierbij zal de gemeente ook kijken naar mogelijkheden bij andere maatschappelijke voorzieningen voor medegebruik van scholen. De komende tijd wordt uitgewerkt welke keuzes en prioriteiten schoolbesturen en gemeente maken om leegstand in schoolgebouwen te benutten, rekening houdend met de wettelijke taak van de gemeente en het belang van de leerlingen.

Ambities • We zetten leegstand in schoolgebouwen overdag op schooldagen zo goed mogelijk in ten behoeve van de leerlingen in de stad. • We onderzoeken mogelijkheden om leegstand op avonden en weekenden in te zetten ten behoeve van andere maatschappelijke voorzieningen (ten behoeve van de wijk). • We gaan efficiënt om met de beschikbare onderwijshuisvesting en sportvoorzieningen. • We bouwen nieuwe schoolgebouwen flexibel, ook met het oog op bijvoorbeeld (mede)gebruik na schooltijd.

Afspraken 1. De gemeente werkt samen met de schoolbesturen uit hoe op schooldagen overdag zo goed mogelijk gebruik kan worden gemaakt van de beschikbare schoolgebouwen en sportvoorzieningen ten behoeve van de ontwikkeling van het kind, en stelt vast welke keuzes en prioriteiten hieraan ten grondslag liggen. 2. De gemeente werkt samen met de schoolbesturen uit hoe schoolgebouwen op avonden en weekenden gebruik kan worden gemaakt door maatschappelijke instellingen en wat daarvoor nodig is.

2.5 Schooltuinen Schooltuinen zijn altijd met de stad meegegroeid. Bij uitbreiding van de stad en groei van het aantal leerlingen kwamen er schooltuinen aan de rand van de stad bij zodat alle leerlingen mee konden doen. Ook in de toekomst en juist in een groeiende en verdichte stad is het belangrijk dat natuur- en milieueducatie (NME) kan plaatsvinden in een groene omgeving en dat alle basisschoolleerlingen in aanraking komen met tuinieren en ecologie. Spreiding van schooltuincomplexen over de stad is een belangrijke factor om het schooltuinprogramma toegankelijk te houden. De reistijd voor groepen van en naar de schooltuin vormt een afweging voor scholen voor deelname aan het programma. Nieuwe scholen in ontwikkel- en transformatiegebieden moeten ook gebruik kunnen maken van een schooltuin in de omgeving.

De Amsterdamse schooltuinen bestaan ruim honderd jaar. Ze zorgen ervoor dat een groot aantal Amsterdamse kinderen wordt bereikt in het kader van natuur- en milieueducatie (NME). De Verordening voor het lokale onderwijsbeleid (VLOA) in onze gemeente voorziet in NME op de schooltuinen. Alle basisscholen in Amsterdam, zowel van het reguliere als het speciaal basisonderwijs, kunnen er gebruik van maken. In 2021 nam 73 procent van de scholen deel; vanwege covid was dit aandeel lager dan in voorgaande jaren, toen gemiddeld 85

16

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Schooltuin Aemstel

procent van de scholen deelnam. Per jaar tuinieren bijna 7.000 basisschoolleerlingen (groep 6/7) op een van de dertien Amsterdamse schooltuinen. Sinds 2019 is er een veertiende, tijdelijke schooltuin bijgekomen in de tuin van het Rijksmuseum. Er wordt gewerkt aan een plan voor nog eens vijf jaar schooltuinieren in de tuin van het Rijksmuseum. Andere leerjaren bezoeken de schooltuinen voor een kortdurend NME-aanbod. Behalve dat schooltuinen van toegevoegde waarde zijn voor de bezoekende schoolkinderen, kan de tuin ook een functie in de buurt vervullen. Bij het verder verdichten van de stad neemt de noodzaak om meer mensen te laten genieten van het bestaande

groen toe. De schooltuincomplexen kunnen hierin een rol spelen door openstelling voor een breder publiek. De komende jaren streven we ernaar om de schooltuinen voor de buurt toegankelijk te maken. Ook andere activiteiten voor (jonge) kinderen sluiten goed aan bij de doelstelling van de schooltuinen. Op een aantal tuinen vinden al buitenschoolse activiteiten plaats. De wens is om het naschools ontwikkelaanbod verder uit te breiden. Te denken valt aan medegebruik door een naschoolse natuurclub of groene/ natuurgerichte buitenschoolse opvang (BSO). Sinds maart 2022 is Weesp onderdeel van de gemeente Amsterdam. Scholen uit stadsgebied Weesp kunnen zich nu ook inschrijven voor het schooltuinprogramma. Dit zet extra druk op de beschikbare capaciteit. In totaal zijn er 7077 tuintjes beschikbaar voor kinderen die deelnemen aan het schooltuinprogramma. In 2023 verwachten we 6733 deelnemende leerlingen, exclusief de leerlingen uit stadsgebied Weesp. Dit betekent dat momenteel 95 procent van de capaciteit op de schooltuinen wordt benut. Dit geeft een marge van 5 procent (344 tuintjes) waarmee de verwachte groei vanuit Weesp op de korte termijn kan worden opgevangen.

Ambities • We zetten in op goede spreiding en voldoende capaciteit van het schooltuinaanbod. • Gebouwen, grond en bedrijfsvoering zijn duurzaam. In het kader van NME zouden de gebouwen op de schooltuinen een voorbeeldfunctie moeten vervullen op het gebied van duurzaamheid en energiegebruik. De meeste gebouwen zijn verouderd en voldoen niet aan de eisen van duurzaamheid en energiezuinigheid. • De schooltuinen worden breed toegankelijk voor de buurt.

17

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Afspraken Om de schooltuinen toekomstbestendig te maken investeert de gemeente de komende tien jaar op circa tien tuinen in de vervanging van de huidige lesgebouwen. Net als bij de onderwijsgebouwen moet bij nieuwbouw geïnvesteerd worden in de bouw van duurzame gebouwen (Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en gasloos).

2.6 Sporten en bewegingsonderwijs De ambitie van de gemeente is dat alle inwoners goed leren bewegen, plezier hebben in bewegen en voldoende beweging krijgen. Voldoende sport en bewegen brengt plezier en draagt bij aan een goede fysieke, mentale en sociale gezondheid. Onder kinderen en jongeren (met name leerlingen in het vmbo en het mbo) is er echter sprake van veel beweegarmoede. Voldoende en goede accommodaties voor bewegingsonderwijs (zowel voor binnen- als buitensport) zijn daarom cruciaal om Amsterdammers al op jonge leeftijd op school hun talenten te leren ontdekken op het gebied van bewegen. Dit vraagt om voldoende gymzalen en sportvelden die het mogelijk maken om het volledige curriculum van bewegingsonderwijs aan te bieden in het po en het vo.

Het creëren van voldoende capaciteit op het gebied van gymzalen en sportvelden vraagt om optimale benutting van maatschappelijk vastgoed. Voor sportaccommodaties geldt dat deze multifunctioneel zijn en zowel voor bewegingsonderwijs als voor breedtesport kunnen en moeten worden gebruikt. Multifunctionele accommodaties die aansluiten bij de huidige beweegcultuur maken het mogelijk om eigentijds bewegingsonderwijs aan te bieden. De gemeente wil dat alle jonge inwoners goed leren bewegen, plezier hebben in bewegen en dat voldoende doen. Daartoe stellen we een subsidie beschikbaar aan po-scholen. Met de subsidieregeling bewegingsonderwijs in de VLOA geeft de gemeente de kwaliteit van het bewegingsonderwijs in het po blijvend een impuls. Het doel is dat leerlingen van groep 1 tot en met 8 op alle scholen minimaal 90 minuten per week bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakleerkracht bewegingsonderwijs.5

5 Vanaf 1 augustus 2023 zijn basisscholen verplicht ten minste twee (les)uren bewegingsonderwijs per week te geven.

18

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

De gemeente wil meer doen dan alleen de wettelijke taak op het gebied van bewegingsonderwijs uitvoeren. Centraal staat daarbij bijvoorbeeld de vraag hoe de hedendaagse sportparticipatie kan aansluiten bij de inrichting van de openbare ruimte, bij de accommodaties voor bewegingsonderwijs en bij het thema ‘bewegen in en om de school’. Daarbij is het de ambitie om ook gebruik te maken van nieuwe concepten op het gebied van sportaccommodaties. De ambities en plannen per gebied voor sportvoorzieningen staan ook beschreven in het Strategisch Huisvestingsplan Sport.

Ambities • Alle inwoners van Amsterdam leren op jonge leeftijd goed bewegen, hebben plezier in bewegen en krijgen voldoende beweging. Afspraken 1. De gemeente optimaliseert de benutting van maatschappelijk vastgoed. We richten de ruimte rond scholen en de openbare ruimte zo in dat leerlingen uitgedaagd worden tot bewegen. We focussen op multifunctionele sportaccommodaties ten behoeve van het bewegingsonderwijs. 2. Om voldoende capaciteit in gymzalen en op sportvelden te hebben moet het maatschappelijk vastgoed optimaal worden benut. We onderzoeken of de huidige prioriteringsregels nog aansluiten op de wettelijke taak om voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs te bieden en om de overige beleidsdoelen te bereiken.

3. Wettelijk en beleidskader onderwijshuisvesting 3.1 Landelijk kader Wetgeving De basis voor wet- en regelgeving over huisvesting van scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), in de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) en in de Wet op de Expertisecentra (WEC). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor voldoende en adequate huisvesting. Adequate huisvesting betekent passend bij het type onderwijs en voor het aantal leerlingen dat de school telt. De wetgeving bepaalt ook dat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor het onderhoud en aanpassing van de school- en gymgebouwen. Volgens de genoemde wetten heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: • bekostiging van uitbreiding, inclusief de eventueel benodigde kavel grond; • bekostiging van (vervangende) nieuwbouw, inclusief de eventueel benodigde kavel grond; • bekostiging van eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); • vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme); • bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs.

19

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van schoolbesturen Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen hebben schoolbesturen te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de rijksoverheid en één vanuit de gemeente. Sinds 2015 kunnen schoolbesturen geen aanspraak meer maken op een gemeentelijke vergoeding voor het onderhoud van hun onderwijspanden (met uitzondering van onderhoud aan gymnastieklokalen in het PO). De schoolbesturen zijn namelijk verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het schoolbestuur rechtstreeks een vergoeding van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), als onderdeel van de lumpsum. Onder het beheer vallen het binnenklimaat en de maatregelen die nodig zijn om de luchtkwaliteit in het gebouw te waarborgen. Schoolbesturen en gemeenten zijn wel gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. De PO-Raad, de VO-raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) staan op het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de geldende onderwijswetten. Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Daaronder valt ook de renovatie van schoolgebouwen.

In het voorstel van de drie partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste zestien jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaar wordt daarbij een

concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en vervangt het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw nodig is. Daarnaast stellen de partijen voor om het voor schoolbesturen in het primair onderwijs gemakkelijker te maken om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de huisvesting, zoals nu al het geval is in het voortgezet onderwijs. De minister van OCW heeft het voorstel van deze drie partijen omarmd en op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel. De verwachting is dat de wet begin 2025 in werking treedt. Als gemeente hebben we samen met de G4 gereageerd op de eerste conceptteksten van deze wet. We volgen de ontwikkeling nauwlettend en starten waar nodig een lobby richting de Tweede Kamer. We zullen daarbij blijven benadrukken dat er eerst voldoende middelen nodig zijn voor de opgaven voor onderwijshuisvesting en verduurzaming voordat we een stelselwijziging kunnen onderzoeken. Mocht invoering van de wet van invloed zijn op dit IHP, dan zal het IHP daar op worden aangepast.

IBO Onderwijshuisvesting In het voorjaar van 2021 verscheen het eindrapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting (IBO).6 Dit onderzoek is uitgevoerd na diverse signalen waaruit blijkt dat er verbeteringen wenselijk én noodzakelijk zijn op het beleidsterrein onderwijshuisvesting. De belangrijkste signalen zijn afkomstig uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2016)7 en uit het onderzoek van McKinsey (2020)8 naar de doelmatigheid en

6  https://open.overheid.nl/documenten/ronl-8c2f6299-0b84-4815-8642a3ab093849d7/pdf 7  https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2016/02/04/schoolgebouwen-primair-en-voortgezet-onderwijs-de-praktijk-gecheckt 8  https://open.overheid.nl/documenten/ronl-02959f09-a582-411b-ae186298d6a55093/pdf

20

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

toereikendheid van het funderend onderwijs. Uit het IBO-rapport blijkt dat er structureel jaarlijks minimaal € 0,7 miljard per jaar extra nodig is om de onderwijshuisvesting in Nederland op een aanvaardbaar peil te brengen. Verder worden de volgende knelpunten in het huidige stelsel gesignaleerd: • Het huidige stelsel stimuleert een total-costs-of-ownershipbenadering onvoldoende; • Geen eenduidige integrale eisen waar onderwijshuisvesting aan moet voldoen; • De beleidscyclus is niet gesloten: rijksambities, monitoring en toezicht zijn onvoldoende ingeregeld; • Gebrek aan goede koppeling tussen eisen, (bouw)kosten en beschikbare budgetten; • Gebrek aan expertise met betrekking tot ontwikkeling, realisatie en beheer van onderwijshuisvesting bij school­ besturen en gemeenten. Er wordt een aantal aanbevelingen gedaan om de knelpunten op te lossen: • Het optimaliseren van het huidige stelsel; • Het aanpakken van de verouderde voorraad door een tijdelijke financiële impuls; • Het oormerken van budgetten en het eenvoudig beleggen van verantwoordelijkheden; • Het creëren van een ‘Centrale Bouwcatalogus’ met een nadruk op standaardisatie van het bouw- en ontwerpproces en van bepaalde elementen van schoolgebouwen.

3.2 Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen Algemeen De wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) is sinds 1 november 2020 van kracht voor het stichten van nieuwe basisscholen en scholen in het voorgezet onderwijs. De wet maakt het mogelijk om een nieuwe school te starten op basis van

belangstelling van ouders en leerlingen. Achterliggend idee is dat er zo meer ruimte ontstaat om op basis van een onderwijsconcept in plaats van op basis van een geloofsrichting of levensbeschouwelijke overtuiging een school te beginnen. Op deze manier moet de wet zorgen voor meer vernieuwing in het onderwijs en meer keuzevrijheid voor ouders. Gemeenten, schoolbesturen of ouders die het initiatief nemen om een nieuwe school op te richten, moeten vooraf aantonen dat: 1. genoeg ouders en leerlingen belangstelling hebben voor de nieuwe school; 2. de nieuwe school goed onderwijs gaat geven; 3. bestuurders en toezichthouders van onbesproken gedrag zijn.9

Toepassing in Amsterdam Het toetsen van nieuwe schoolinitiatieven ligt sinds de invoering van de wet volledig bij het Rijk. Als gemeente hebben we daar geen rol meer in. We hebben echter wel de wettelijke taak om binnen veertien maanden na het besluit van de minister in (tijdelijke) huisvesting te voorzien. Dat is in een verdichtende stad als Amsterdam geen gemakkelijke opgave. De initiatiefnemer dient bij zijn aanvraag de gewenste viercijferige postcode van vestiging in. Het voedingsgebied waarbinnen het initiatief ouderverklaringen mag ophalen, beslaat voor het po zes kilometer en voor het vo vijftien kilometer. De gemeente mag de school binnen deze straal huisvesten. Als het niet lukt om (tijdelijk) huisvesting te vinden, kan de school (tijdelijk) in een ander gebied moeten starten of kan er onder voorwaarden een jaar uitstel worden gevraagd bij DUO.

9  Wat zijn de voorwaarden om een nieuwe school op te richten? | Rijksoverheid.nl

21

Gemeente Amsterdam

Integraal Huisvestingsplan 2024-2027

Het uitgangspunt binnen de gemeente Amsterdam is dat een nieuwe school altijd start in een tijdelijk of bestaand schoolgebouw waar ruimte is. Definitieve huisvesting volgt later en is afhankelijk van verschillende factoren zoals de groei van het aantal leerlingen en de beschikbaarheid van schoolgebouwen. De afgelopen jaren zien wij dat de aanvragen voor nieuwe initiatieven niet altijd plaatsvinden in gebieden waar groei van het leerlingaantal wordt verwacht. We zien eerder dat deze initiatieven gevestigd willen worden in een gebied met een dalend leerlingaantal, met een groot scholenpalet en met meerdere scholen met een klein leerlingaantal. Deze ontwikkeling heeft consequenties voor de bestaande scholen en effect op de beweging binnen de schoolbesturen in het po om het aantal kleine scholen terug te brengen. Binnen de huidige wetgeving is geen ruimte om deze lokale context te laten meewegen in het oordeel van de minister. Om te stimuleren dat het aantal kleine scholen wordt teruggebracht en dat scholen worden samengevoegd, zal de gemeente Amsterdam bij voorkeur proberen nieuwe initiatieven niet te huisvesten in krimpende wijken met meerdere te kleine scholen.

We richten ons erop dat bestaande scholen en nieuwe initiatieven samenwerken, zodat er een evenwichtig scholenpalet ontstaat dat aansluit bij de wensen en behoeften van ouders en leerlingen zonder dat er een nieuwe school moet worden gesticht. Om de komende jaren toch voldoende ruimte te hebben voor nieuwe initiatieven reserveert de gemeente onderwijscapaciteit voor nieuwe initiatieven en zorgen we waar mogelijk voor huisvesting in wijken die niet krimpen.

3.3 Lokaal kader Verordening onderwijshuisvesting De uitwerking van het beleid en het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020’.10 In hoofdstuk 1 van deze verordening staat welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig is opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt een zogenoemd Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd.

OHP Jaarlijks stelt het college van B&W het Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP) vast. Een OHP heeft altijd betrekking op een bepaald kalenderjaar. Het omvat alle toegekende voorzieningen waarvoor schoolbesturen een aanvraag hebben ingediend. Bij de toekenning wordt ook aangegeven welk bedrag gemoeid is met de toegekende voorziening. Het college beoordeelt aan de hand van criteria uit de verordening welke voorzieningen worden toegekend. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.1 bevat de verordening een overzicht van de typen voorzieningen die kunnen worden aangevraagd. Voorbeelden daarvan zijn vervangende huisvesting (in de vorm van renovatie, vernieuwbouw of sloop/ nieuwbouw), tijdelijke huisvesting en uitbreiding van bestaande schoolgebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13550223/1