Bijlage 1 Inspectierapport Tjalling Koopmans College Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Tjalling Koopmans College Amsterdam voor havo en vwo, TKC-Amsterdam
Herstelonderzoek
Datum vaststelling: 30 september 2022
Samenvatting
Op 16 en 17 mei 2022 hebben wij een herstelonderzoek uitgevoerd bij SVPO Amsterdam, afdelingen havo en vwo. De aanleiding was het oordeel zeer zwak dat wij na een kwaliteitsonderzoek hebben vastgesteld op 28 april 2021. Conclusie De conclusie van het herstelonderzoek van mei 2022 is dat we de afdelingen havo en vwo opnieuw als zeer zwak beoordelen, al is er sprake van enige verbetering. Evenals in 2021 heeft de school onvoldoende zicht op de ontwikkeling van de leerlingen en schiet de begeleiding van leerlingen tekort. Verder bewaakt en verbetert de schoolleiding de kwaliteit van het onderwijs onvoldoende. Er is geen toereikend stelsel van kwaliteitszorg en geen verbetercultuur. De onderwijsresultaten hebben we opnieuw niet kunnen beoordelen. De kwaliteit van de lessen is wel verbeterd. De leraren stimuleren de leerlingen meer dan voorheen om actief mee te doen aan de lessen. We concluderen desondanks dat het bestuur te weinig in staat is tot verbetering van de onderwijskwaliteit.
Bestuur: 42749 Stichting voor Persoonlijk Onderwijs (SVPO) School: 31FG|00 SVPO Amsterdam SVPO Amsterdam is één van de acht scholen voor persoonlijk onderwijs (SVPO). Elke school heeft zijn eigen bestuur. De besturing en de inrichting van de acht scholen en de personele samenstelling van hun besturen zijn gelijk. De scholen hebben ook dezelfde inrichting van het onderwijsproces (leermiddelen, leerlingvolgsysteem, lessentabel, examenreglement, programma van toetsing en afsluiting), hetzelfde schoolplan, dezelfde schoolgids en hetzelfde veiligheidsbeleid. Alle scholen bieden onderwijs op havo- en vwo-niveau aan en richten zich op leerlingen die op een hoger niveau een diploma willen halen dan hun basisschool adviseerde.
Vervolg De afdelingen havo en vwo van SVPO Amsterdam zijn voor de tweede achtereenvolgende keer als zeer zwak beoordeeld. Het bestuur en de school moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs op SVPO Amsterdam verbetert. De inspectie informeert de minister over dit rapport. De minister besluit hoe het vervolgtraject voor de school eruit ziet. De inspectie bepaalt dan welk vervolgtoezicht nodig is. De inspectie informeert het bestuur daarover.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
2/27
Inhoudsopgave
1.
Onderzoeksopzet
4
2.
Conclusie en vervolg
8
3.
Onderzoeksresultaten
11
3.1. Onderwijsproces
11
3.2. Veiligheid en schoolklimaat
17
3.3. Sturen, kwaliteitszorg en ambitie
17
4.
Reactie van het bestuur
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
22
3/27
1 . Onderzoeksopzet Dit hoofdstuk bevat na de inleiding een nadere toelichting op de aanleiding tot het herstelonderzoek 2022. Daarna volgt een korte weergave van de context waarbinnen het herstelonderzoek plaatsvond. Vervolgens benoemen we het doel en de inhoud van het herstelonderzoek en geven we een opsomming van de onderzoeksactiviteiten. Het hoofdstuk eindigt met een leeswijzer. 1.1 Inleiding Op 16 en 17 mei 2022 hebben wij een herstelonderzoek uitgevoerd bij SvPO Amsterdam, afdelingen havo en vwo. In een herstelonderzoek gaan we na of eerder vastgestelde tekortkomingen zijn hersteld, maar bovenal hebben we bij SvPO Amsterdam onderzocht of afdelingen havo en vwo niet meer zeer zwak zijn. In dezelfde periode als het herstelonderzoek bij de school vindt ook een herstelonderzoek plaats bij het bestuur van de school, waar eveneens diverse tekortkomingen zijn geconstateerd. Daarover wordt separaat gerapporteerd. 1.2 Aanleiding De aanleiding voor het herstelonderzoek bij de school was het oordeel zeer zwak over de afdelingen havo en vwo dat wij na een kwaliteitsonderzoek voor de eerste keer hebben vastgesteld op 28 april 2021. Dit onderzoek werd uitgevoerd conform het Onderzoekskader 2017 van de inspectie.
Het eindoordeel zeer zwak is in 2021 toegekend vanwege het oordeel onvoldoende over de standaarden: Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2), Didactisch handelen (OP3) en Kwaliteitszorg (KA1). Daarnaast werden ook de standaarden Toetsing en afsluiting (OP8), Kwaliteitscultuur (KA2) en Verantwoording en dialoog (KA3) als onvoldoende beoordeeld. De standaard Veiligheid (VS1) was voldoende. De standaard Resultaten (OR1) werd in het onderzoek van 2021 niet onderzocht en beoordeeld. Er waren vanwege het nog korte bestaan van de school te weinig gegevens over resultaten beschikbaar om tot een oordeel daarover te komen. Na het kwaliteitsonderzoek van 2021 heeft de inspectie toezicht gehouden op het verbetertraject. In het vervolg op dit onderzoek zijn in oktober 2021 en februari 2022 voortgangsgesprekken met het bestuur gevoerd. Tijdens deze gesprekken heeft het bestuur ons verteld de vastgestelde tekortkomingen noch te herkennen, noch te erkennen. We constateerden tijdens deze voortgangsgesprekken dan ook onvoldoende voortgang in de verbetering. 1.3 Context De inspectie heeft omwille van de doelmatigheid en beperking van de toezichtlast in de periode maart - juni 2022 bij alle acht besturen en scholen een herstelonderzoek uitgevoerd. Over al deze onderzoeken zijn separate rapporten opgesteld.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
4/27
1.4 Doel en inhoud Doel Het doel van het herstelonderzoek 2022 was om opnieuw een eindoordeel over de onderwijskwaliteit vast te stellen. Daarbij zijn we nagegaan of en in hoeverre de onderwijskwaliteit is verbeterd. We hebben daarbij gebruik gemaakt van het vigerende onderzoekskader: het Onderzoekskader 2021. Daarin is de naamgeving van standaarden veranderd ten opzichte van het Onderzoekskader 2017 en heeft een herschikking van aspecten van onderwijskwaliteit plaatsgevonden. Sommige aspecten van onderwijskwaliteit vallen nu onder andere standaarden dan in 2017. De standaarden van het kader van 2021 zijn gebaseerd op nagenoeg dezelfde wetgeving als de standaarden van 2017. Inhoud
Standaarden Om een eindoordeel te kunnen vaststellen hebben we die standaarden onderzocht en beoordeeld die conform het vigerende onderzoekskader meewegen bij de bepaling van het eindoordeel. Dit betreft: • • • •
Zicht op Ontwikkeling en begeleiding (OP2) Pedagogisch en didactisch handelen (OP3) Veiligheid (VS1) Visie, ambities en doelen (SKA1)
Tevens onderzochten en beoordeelden we de volgende standaarden: • Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) • Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3) De keuze om deze twee SKA-standaarden toe te voegen komt voort uit het volgende. We hebben in het rapport van bevindingen van 28 april 2021 vastgesteld dat het stelsel van kwaliteitszorg ontoereikend is voor de bewaking en de verbetering van de onderwijskwaliteit (art 23a WVO). In het Onderzoekskader 2021 hebben, vanwege eerder genoemde herschikking, alle drie SKA-standaarden deels betrekking op het stelsel van kwaliteitszorg.
Overige wettelijke vereisten Deugdelijkheidseisen die niet aan een standaard in het waarderingskader zijn verbonden vatten we in de regel samen onder de noemer 'Overige wettelijke vereisten' (zie Onderzoekskader 2021). De inspectie onderzoekt onder deze noemer in 2021/2022 de zorgplicht passend onderwijs en de schoolkosten/vrijwillige ouderbijdrage. Deze thema’s nemen we mee in de onderzoeken omdat zowel schoolkosten als passend onderwijs gekoppeld zijn aan stelselthema’s kansengelijkheid en passend onderwijs waar we in
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
5/27
deze periode extra aandacht aan besteden. In het herstelonderzoek 2022 hebben we ervoor gekozen om de wijze waarop de school omgaat met passend onderwijs te beschrijven bij de standaard Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2). Tevens hebben we besloten bij dit herstelonderzoek geen nader onderzoek te doen naar de schoolkosten/vrijwillige ouderbijdrage. Het bestuur staat onder verscherpt financieel toezicht. Over financiële zaken rapporteren we separaat.
Signalen In de voorbereiding van ieder onderzoek kijken we altijd naar eventuele signalen die bij de inspectie zijn binnengekomen. Soms heeft dat gevolgen voor de uitvoering van het onderzoek. We hebben meerdere signalen met het bestuur besproken. Dit zijn onder andere signalen over problemen met betrekking tot de schoolkosten/ouderbijdrage en taalreizen. Dit heeft geleid tot aangepaste communicatie van het bestuur naar ouders en verbetering van de informatie die de school biedt hierover. Niet beoordeeld De standaard Resultaten (OR1) is ook in het herstelonderzoek 2022 niet onderzocht en beoordeeld. In verband met de uitbraak van Covid-19 zijn de leerresultaten van het schooljaar 2020-2021 geen betrouwbare graadmeter voor de onderwijskwaliteit van scholen en leerwegen. Daarom worden de leerresultaten in het schooljaar 2021-2022 niet beoordeeld. Alle scholen en leerwegen, dus ook de afdelingen havo en vwo van SvPO Amsterdam, krijgen ‘geen oordeel’. Ook wordt er geen aanvullend onderzoek verricht, zoals bedoeld in bijlage B van de Regeling leerresultaten (zie Regeling leerresultaten VO 2016, Bijlage B). Tot slot, voor de in 2021 vastgestelde tekortkomingen in de schoolgids (‘de schoolgids bevat geen informatie over de bevindingen uit het systeem van kwaliteitszorg van de school (art.
24a, eerste lid sub a en l WVO)’) en het schoolplan (‘hoe de school omgaat met taalachterstanden is niet beschreven in het schoolplan. Daarmee voldoet het schoolplan niet (volledig) aan art. 24, tweede lid, sub a WVO’) geldt dat deze in april 2021 reeds via een zogenoemd bureauonderzoek zijn onderzocht. De conclusie was dat deze tekortkomingen zijn hersteld. Deze herstelopdrachten blijven daarom in het onderzoek 2022 buiten beschouwing. 1.5 Onderzoeksactiviteiten Het herstelonderzoek bestond uit de volgende activiteiten: • documentenanalyse; • gesprek met de schoolleider/ locatiedirecteur; • twee gesprekken met afvaardigingen van docenten: een gesprek met docenten Spaans en Duits en gesprekken met docenten van de overige vakken;
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
6/27
• gesprek met vier mentoren en medewerker(s) belast met taken die betrekking hebben op de begeleiding van leerlingen; • inzage in het leerlingvolgsysteem met een medewerker van de school die inzicht heeft in alle mogelijkheden van Workbook; • inzage in verslagen van leerlingbesprekingen/ mentoren overleg; • inzage in ontwikkelingsperspectieven; • enquête onder leerlingen; • bijwonen mentorenoverleg; • 16 lesbezoeken, verdeeld over beide afdelingen en onder- en bovenbouw; • gesprekken met leerlingen. 1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de hoofdconclusie (het eindoordeel) en het vervolg van het toezicht. Hoofdstuk 3 biedt een nadere toelichting op het eindoordeel, alsook de bevindingen over de afzonderlijke standaarden. In hoofdstuk 4 is de beleidsreactie van het bestuur op het onderzoek en het rapport opgenomen, waarin staat beschreven op welke wijze het bestuur de bevindingen uit het onderzoek betrekt bij de verdere ontwikkeling van de school.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
7/27
2 . Conclusie en vervolg Dit hoofdstuk bevat de conclusie van het herstelonderzoek 2022, dat wil zeggen het eindoordeel over de afdelingen havo en vwo van SvPO Amsterdam met een korte toelichting. Daarna volgt een overzicht van geconstateerde tekortkomingen en herstelopdrachten. Ook beschrijven we het vervolg van het toezicht. 2.1 Conclusie We beoordelen de onderwijskwaliteit van de afdelingen havo en vwo van SvPO Amsterdam als zeer zwak, vanwege het oordeel onvoldoende over de standaarden Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2) en Visie, ambities en doelen (SKA1). De kwaliteit van de lessen is verbeterd. Daarom is de standaard Pedagogischdidactisch handelen (OP3) als voldoende beoordeeld. Het eindoordeel over de onderwijskwaliteit bij SvPO Amsterdam is het resultaat van de beslisregel die de inspectie hanteert bij afdelingen waarbij we de leerresultaten niet kunnen beoordelen. De beslisregel bij het eindoordeel zeer zwak, die gebaseerd is op de wettelijke bepaling hieromtrent, luidt: twee of meer van de volgende vier standaarden zijn onvoldoende: Zicht op ontwikkeling en begeleiding, Pedagogisch-didactisch handelen, Veiligheid en Visie, ambities en doelen (Onderzoekskader 2021, paragraaf 6.5.2; art. 23a1, derde lid WVO, Regeling leerresultaten VO 2016, Bijlage B).
2.2 Tekortkomingen en herstelopdrachten Tekortkoming
Herstelopdracht
Toezicht
Het bestuur draagt geen zorg voor de kwaliteit van het onderwijs: de afdelingen havo en vwo zijn zeer zwak (art. 23a en 23a1, derde lid WVO).
Het bestuur moet zorgen dat op beide afdelingen de onderwijskwaliteit verbetert van het oordeel zeer zwak naar ten minste het oordeel onvoldoende, zoals gedefinieerd in het geldende Onderzoekskader van de inspectie (paragraaf 6.5).
De minister besluit hoe het vervolgtraject voor de school eruit ziet. De inspectie bepaalt dan welk vervolgtoezicht nodig is.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
8/27
Tekortkoming
Herstelopdracht
Toezicht
Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2) De school zorgt niet dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen (art. 2, tweede lid WVO en art. 32e, eerste lid WVO).
Het bestuur moet zorgen dat beide afdelingen zorgdragen voor een ononderbroken ontwikkeling van leerlingen door het volgen van de ontwikkeling van leerlingen en het bieden van passende begeleiding.
idem
De school heeft niet in beeld of de leerlingenpopulatie kampt met structurele achterstanden. Er is in ieder geval geen sprake van structurele en herkenbare bestrijding van (taal)achterstanden (art. 6c WVO). De school voldoet niet aan de eisen omtrent het bieden van extra ondersteuning (art. 12, WRO, jo, art. 8, vijfde lid, Besluit ROD en art. 26 vierde lid WVO).
Ook moet het bestuur structureel en herkenbaar werken aan de bestrijding van achterstanden, in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal.
Het bestuur moet zorgen dat de ontwikkelingsperspectieven worden geregistreerd in ROD en eens per jaar worden geëvalueerd met ouders. De ontwikkelingsperspectieven moeten ook op alle andere onderdelen voldoen aan de wet, zoals een onderbouwing bevatten van het uitstroomperspectief en een vermelding van het op overeenstemming gerichte overleg met ouders.
Pedagogisch-didactisch handelen (OP3) De afstemming van de lessen op verschillen tussen leerlingen schiet tekort. Dit gaat ten koste gaat van het ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen (art. 2, tweede lid WVO).
Het bestuur moet zorgen dat de leraren hun onderwijs afstemmen op verschillen tussen leerlingen, opdat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen.
idem
Visie, ambities en doelen (SKA1) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO)
Het bestuur moet als onderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg toetsbare doelen formuleren voor alle belangrijke aspecten van onderwijskwaliteit, die tevens aansluiten op de kenmerken van de leerlingenpopulatie van de school.
idem
Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO).
Het bestuur moet als onderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg uitvoering geven aan verbetering van het onderwijs. Daartoe moet het zorgen voor een professionele en veilige leer- en verbetercultuur en zorgen dat de schoolleiding en de leraren samen werken aan verbetering van de onderwijskwaliteit.
idem
Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO).
Het bestuur moet als onderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg zorgen dat de onderwijskwaliteit regelmatig en systematisch wordt geëvalueerd opdat gerichte verbetering kan plaatsvinden.
idem
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
9/27
2.3 Vervolgtoezicht De afdelingen havo en vwo van SVPO Amsterdam zijn voor de tweede achtereenvolgende keer als zeer zwak beoordeeld. Het bestuur en de school moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs op SVPO Amsterdam verbetert. De inspectie informeert de minister over dit rapport. De minister besluit hoe het vervolgtraject voor de school eruit ziet. De inspectie bepaalt dan welk vervolgtoezicht nodig is. De inspectie informeert het bestuur daarover.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
10/27
3 . Onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk geven wij per kwaliteitsgebied en standaard de oordelen van het herstelonderzoek weer, aangevuld met een toelichting. De oordelen zijn voor de afdelingen havo en vwo gelijk. Waar er sprake is van verschillende bevindingen tussen beide afdelingen, is dat opgenomen in de toelichting.
3.1. Onderwijsproces
Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2) We beoordelen deze standaard als onvoldoende. De school volgt de ontwikkeling van de leerlingen onvoldoende systematisch en biedt geen passende begeleiding. Daardoor zorgt de school er niet voor dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen (art. 2, tweede lid; art. 32e, eerste lid WVO). De school heeft niet in beeld of de leerlingenpopulatie kampt met structurele achterstanden. Er is in ieder geval geen sprake van structurele en herkenbare bestrijding van (taal)achterstanden (art. 6c WVO). De school voldoet niet aan eisen omtrent het bieden van extra ondersteuning (art. 12, WRO, jo, art. 8, vijfde lid Besluit ROD en art. 26, vierde lid WVO). Het bestuur krijgt hiervoor herstelopdrachten. Hieronder volgt een toelichting.
Toelichting In 2021 heeft de inspectie de standaard Zicht op ontwikkeling en begeleiding als onvoldoende beoordeeld vanwege de volgende drie tekortkomingen. • De wijze waarop de school de ontwikkeling van de leerlingen volgde en begeleidde was van onvoldoende kwaliteit. Daardoor was onvoldoende gegarandeerd dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen (art. 2, tweede lid WVO). • Dit gold in het bijzonder voor de vakken Spaans en Duits. De leraren Spaans en Duits vervulden in onvoldoende mate hun inhoudelijke rol (art. 32e, eerste lid WVO). • De school besteedde onvoldoende herkenbaar en gestructureerd aandacht aan het bestrijden van (taal)achterstanden (art. 6c WVO).
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
11/27
Aan de standaard Zicht op ontwikkeling en begeleiding is per augustus 2021 een nieuw element toegevoegd: biedt de school extra ondersteuning conform de wettelijke vereisten (voorheen de aparte standaard Extra ondersteuning)? In 2021 heeft de inspectie de standaard Extra ondersteuning niet onderzocht en beoordeeld. Nu, in 2022, hebben we de kwaliteit van de extra ondersteuning wel onderzocht. De bevindingen hebben we betrokken bij het oordeel over de standaard Zicht op ontwikkeling en begeleiding omdat extra ondersteuning daar nu integraal deel vanuit maakt. Bij het herstelonderzoek van 2022 stellen we vast dat in de situatie van 2021 geen verandering is opgetreden. De eerder vastgestelde tekortkomingen zijn onvoldoende hersteld. Zicht op ontwikkeling en begeleiding is dus nog steeds van onvoldoende kwaliteit. Dit blijkt uit het volgende: 1. De wet vereist dat het onderwijs is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen opdat zij een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen (art. 2, tweede lid WVO). Dit vraagt van de school dat zij de ontwikkeling van de leerlingen volgt, analyseert en waar nodig passende begeleiding biedt (Onderzoekskader 2021). Dit gebeurt nog steeds in onvoldoende mate:
De school verzamelt onvoldoende informatie. Om de ontwikkeling van leerlingen te volgen en vervolgens passende begeleiding te kunnen bieden, is het allereerst van belang dat de school vanaf binnenkomst van leerlingen op de school systematisch en zorgvuldig informatie verzamelt over de kennis en vaardigheden van leerlingen op alle belangrijke domeinen (Onderzoekskader 2021). Dit gebeurt onvoldoende. De school heeft wel voor iedere leerling een onderwijskundig rapport (OKR) waarin informatie over leerlingen wordt verzameld maar de waarde van deze informatie is beperkt. De leervorderingen worden niet bijgehouden, anders dan de reguliere cijferregistratie. De school neemt geen landelijk genormeerde toetsen af en heeft ook geen alternatief daarvoor. Of leerlingen de referentieniveaus voor taal en rekenen beheersen, weet de school dan ook niet. Het OKR bevat wel een logboek waarin allerlei gebeurtenissen rondom leerlingen worden vastgelegd. Dit betreft diverse, tamelijk willekeurige aantekeningen van grotere en kleinere voorvallen, algemene observaties en verslagen van gesprekken met ouders.
Analyses over stagnerende ontwikkeling van leerlingen ontbreken Om passende begeleiding te kunnen bieden aan leerlingen die dat nodig hebben, is het van belang dat de school de verzamelde informatie over de ontwikkeling van leerlingen grondig analyseert door deze informatie te vergelijken met de verwachte ontwikkeling. Uit niets blijkt dat deze analyses plaatsvinden, hooguit treffen we opmerkingen aan als 'werktempo laag'. Tijdens de mentorenoverleggen beperken de leraren de
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
12/27
gesprekken tot gedragsproblematiek. Zelden gaat het over de ontwikkeling van de leerresultaten en over (diepere) oorzaken die daaraan ten grondslag kunnen liggen. De conclusie van deze gesprekken is veelal dat de leerling zijn gedrag moet verbeteren ('harder werken'). Handelingsadviezen voor leraren troffen we sporadisch aan.
Er is geen passende begeleiding Voorgaande leidt er toe dat van passende begeleiding bij een stagnerende (of versnelde) ontwikkeling geen sprake is. Concrete, doelgerichte hulpplannen zijn niet aangetroffen. De school werkt met een mentoraat maar mentoren vullen hun rol naar eigen goeddunken en zeer wisselend in. Leerlingen vertellen dat ze zelf initiatief moeten nemen als ze hulp nodig hebben en dat de ene leraar wel en de andere niet bereid is aanvullende ondersteuning te bieden. 'Je moet geluk hebben met je mentor of leraar' zeggen de leerlingen. Recentelijk zijn 'ondersteunende zorgcoördinatoren' (OZC-ers) aangesteld die de zorgcoördinator moeten helpen en een eerste aanspreekpunt vormen voor leraren. Dit laatste gaat steeds beter, maar wie precies waarvoor verantwoordelijk is, is niet duidelijk. De OZC-ers vinden zelf dat ze hun inhoudelijke expertise verder moeten ontwikkelen voordat ze ten volle hun rol kunnen vervullen. Van begeleiding bij Spaans en Duits is nauwelijks sprake Zicht op ontwikkeling en begeleiding schieten in het bijzonder tekort bij de vakken Spaans en Duits. De leerlingen volgen zelfstandig een digitaal lesprogramma Spaans en/of Duits. Er staan geen lessen Spaans of Duits op het rooster. Het contact met de vakleraren beperkt zich tot een of enkele momenten per jaar en het initiatief hiertoe gaat veelal uit van de leerling.
De vakleraren Spaans en Duits hebben geen toegang tot het leerlingvolgsysteem en participeren niet in het mentorenoverleg. Zij hebben dus nauwelijks zicht op de ontwikkeling en vorderingen van hun leerlingen en kunnen geen passende begeleiding bieden. De leerlingen klagen dat zij deze vakken als zelfstudie ervaren. Er zijn dan ook amper leerlingen die in de bovenbouw kiezen voor een van deze twee talen. Behalve ten aanzien van art. 2, tweede lid WVO, is de inrichting van het onderwijs bij de vakken Spaans en Duits in strijd met art. 32e, eerste lid WVO. Dat artikel schrijft voor dat onder het beroep van leraar wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school. Deze verantwoordelijkheid veronderstelt dat bij de overdracht van kennis en vaardigheden een zekere mate van sturing en structurering van het leerproces plaatsvindt, wat ook onderschreven wordt door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694). De inspectie oordeelt dat de begeleiding van de leerlingen bij de vakken Spaans en Duits dermate beperkt wordt ingevuld dat van sturing en structurering van het leerproces onvoldoende sprake is en de genoemde
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
13/27
verantwoordelijkheid voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school onvoldoende ingevuld wordt. 2. De wet schrijft voor dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van achterstanden in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal (art. 6c WVO). Dit veronderstelt dat de school weet of er structureel (taal)achterstanden zijn en, als dat het geval is, het aanbod afstemt op de kenmerken van de leerlingenpopulatie. We stellen opnieuw vast dat de school geen aandacht besteedt aan het structureel en herkenbaar bestrijden van (taal)achterstanden:
Geen structurele bestrijding van (taal)achterstanden De school heeft de indruk dat de kenmerken van de leerlingenpopulatie verandert, en dat dit een toename kan betekenen van het aandeel leerlingen met (taal)achterstanden. Ten opzichte van vorig jaar, toen we al vaststelden dat de school geen aandacht besteedde aan taalachterstanden, is er echter niets veranderd. Geen taaltoets, geen taalbeleid, geen taalcoördinator, of anderszins. 3. De wet schrijft voor dat het schoolondersteuningsprofiel een beschrijving biedt van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven (art. 1 WVO). Voor leerlingen die deze ondersteuning nodig hebben, moet de school vastleggen- na op overeenstemming gericht overleg met de ouders in het ontwikkelingsperspectief hoe zij het onderwijs afstemt op de behoefte van de leerling en registreert zij het ontwikkelingsperspectief in ROD (art. 8, vijfde lid Besluit ROD, art. 26 eerste en derde lid WVO en art. 17b, eerste lid WVO). Het ontwikkelingsperspectief moet ten minste één keer per schooljaar met de ouders worden geëvalueerd (art. 26, vierde lid WVO). Aan deze eisen wordt niet volledig voldaan:
Smalle benadering extra ondersteuning Het schoolondersteuningsprofiel van SVPO Amsterdam bevat een beschrijving van voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven. Deze voorzieningen vallen in de optiek van de school echter samen met de basisondersteuning, die vooral bestaat uit kleine klassen en (daardoor de mogelijkheid tot) persoonlijke aandacht. Voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven stelt de school ontwikkelingsperspectieven op, maar in de praktijk gebeurt dat alleen als leerlingen doorgeleid worden naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs. Ook leerlingen in kleine klassen die niet naar het vso doorgeleid worden kunnen extra ondersteuning nodig hebben. Wij geven de school daarom in overweging een minder smalle benadering te kiezen van de opdracht die elke school heeft om extra ondersteuning te bieden en daarmee ruimte te maken voor leerlingen die meer specifieke ondersteuning nodig hebben dan louter onderwijs in een kleine setting. Ontwikkelingsperspectieven voldoen niet aan de eisen De school heeft voor vier leerlingen een ontwikkelingsperspectief
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
14/27
opgesteld. De ontwikkelingsperpectieven zijn niet geregistreerd in het register onderwijsdeelnemers (ROD). Evaluaties zijn niet uitgevoerd. In het format zijn ze wel voorzien maar niet gepland. Ook andere verplichte onderdelen, zoals een onderbouwing van het uitstroomperspectief en een vermelding van het op overeenstemming gerichte overleg met ouders, ontbreken. Pedagogisch-didactisch handelen (OP3) We beoordelen deze standaard nu als voldoende. Het pedagogischdidactisch handelen stelt de leerlingen voldoende in staat om te leren en zich te ontwikkelen. De afstemming van de lessen op verschillen tussen leerlingen schiet echter, evenals in 2021, tekort. Dit gaat ten koste van het ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen (art. 2, tweede lid WVO). Hiervoor krijgt het bestuur een herstelopdracht. Hieronder volgt een toelichting.
Toelichting In 2021 heeft de inspectie de standaard Didactisch handelen als onvoldoende beoordeeld vanwege de volgende tekortkoming.
Het didactisch handelen droeg onvoldoende bij aan het leren en de ontwikkeling van de leerlingen. Leraren sloten onvoldoende aan bij de onderwijsbehoeften van leerlingen met een achterstand of behoeften aan extra uitdaging, waardoor een effectief leerproces bij deze leerlingen onvoldoende tot stand kwam (art. 2, tweede lid WVO). Bij het herstelonderzoek van 2022 stellen we vast dat de situatie van 2021 is verbeterd. De eerder vastgestelde tekortkomingen zijn deels hersteld en het Pedagogisch-didactisch handelen (zoals de standaard vanaf 2021 heet) is nu van voldoende kwaliteit. Dit blijkt uit het volgende:
Leskwaliteit is beter dan in 2021 Het negatieve oordeel van 2021 berustte op drie bevindingen. Er heerste geen stimulerend leerklimaat waardoor leerlingen actief en betrokken waren, de leerstof werd niet in een logische opbouw aangeboden (onvoldoende structuur) en het onderwijs werd niet afgestemd op verschillen tussen leerlingen. We constateren nu dat ten aanzien van de eerste twee bevindingen verbetering is opgetreden. Er heerst in de lessen in het algemeen een rustige werksfeer. Ook zijn de leerlingen actief en betrokken, doordat de leraren vragen stellen en afwisselende werkvormen hanteren, waaronder samenwerkingsopdrachten. In de meeste lessen is ook een duidelijke structuuur herkenbaar: instructie zelfstandige verwerking - samenvatting en afsluiting. Afstemming schiet echter tekort Wat betreft afstemming op verschillen is er weinig vooruitgang geboekt. In de meeste lessen geven de leraren strikt klassikaal les, ondanks de wel degelijk aanwezige verschillen tussen leerlingen, zoals blijkt uit de cijferadministratie en de grote variatie in werktempo die wij zagen. Leraren gaan gedurende de les niet systematisch na of leerlingen de stof begrijpen en zij
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
15/27
krijgen mede daardoor niet altijd hulp als ze de lesstof niet begrijpen. Ook van vooraf geplande ondersteuning van leerlingen met een achterstand, of van uitdaging van leerlingen met een voorsprong, is onvoldoende sprake. Slechts sporadisch zette de leraar de betere leerlingen snel aan het werk of gaf hij extra instructie aan leerlingen die de lesstof niet begrepen. Vaker kwam het voor dat leerlingen die eerder klaar waren geen aanvullende opdracht kregen maar, of aan een ander vak gingen werken, of met hun mobiele telefoon in de weer waren.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
16/27
3.2. Veiligheid en schoolklimaat
Veiligheid (VS1) Wij beoordelen deze standaard als voldoende. De school zorgt voor een veilige omgeving voor leerlingen. Hieronder volgt een toelichting.
Toelichting In 2021 heeft de inspectie de standaard Veiligheid als voldoende beoordeeld omdat het bevoegd gezag zorgdroeg voor de veiligheid op school (art. 3b, eerste lid WVO), waarbij het bevoegd gezag in ieder geval: a. beleid met betrekking tot de veiligheid voerde, b. de veiligheid van leerlingen op school monitorde met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft, en c. er zorg voor droeg dat bij een persoon ten minste de volgende taken waren belegd: 1. het coördineren van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten en 2. het fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten. De inspectie heeft in het rapport van 2021 ook enkele aanbevelingen gedaan om de monitoring te verbeteren de informatie op de website te verrijken. Bij het herstelonderzoek van 2022 stellen we vast dat in de situatie van 2021 geen verandering is opgetreden. De standaard Veiligheid is nog steeds van voldoende kwaliteit. Of er met de aanbevelingen iets is gedaan, kan de schoolleiding niet zeggen. Aan de standaard is per augustus 2021 wel een nieuw element toegevoegd: de school dient de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren (art. 3a WVO). Dit is het geval, zo blijkt uit informatie op de website van de school.
3.3. Sturen, kwaliteitszorg en ambitie
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
17/27
Visie, ambities en doelen (SKA1) We beoordelen de standaard als onvoldoende. Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO). Het bestuur krijgt hiervoor opnieuw een herstelopdracht. Hieronder volgt een toelichting.
Toelichting Geen toetsbare doelen Het bestuur dient zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs door het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg. Een stelsel van kwaliteitszorg is een cyclisch systeem dat aanvangt met het stellen van doelen voor alle belangrijke aspecten van onderwijskwaliteit, die tevens aansluiten op de kenmerken van de leerlingenpopulatie (Onderzoekskader 2021). De school beschikt hier niet over. Toetsbare doelen zijn nergens geformuleerd; niet voor de leerresultaten, niet voor de veiligheid en niet voor de leskwaliteit. Daardoor is niet duidelijk wat de school met het onderwijs precies wil bereiken en hoe het haar, wel omschreven visie en ambities wil realiseren. Ook van aansluiting op de leerlingenpopulatie is geen sprake. Het gemis aan doelen ontneemt het stelsel van kwaliteitszorg focus en maakt werken aan kwaliteitsverbetering – als het gebeurt – ongericht. Geen verbeterplan Ook voor de kortere termijn zijn geen concrete doelen geformuleerd, er is zelfs geen verbeterplan opgesteld naar aanleiding van het oordeel zeer zwak, behoudens een generiek actieplan van het bestuur dat gericht is op alle SVPO-scholen en dus niet ingaat op de specifieke tekortkomingen bij SVPO Amsterdam. Gevolg is dat er op SVPO Amsterdam nauwelijks gewerkt is aan verbetering.
Zowel schoolleiding als leraren zeggen dat ze hier ook niet in gestimuleerd en gefaciliteerd zijn door het bestuur. Het bestuur heeft hen altijd voorgehouden dat het werken aan de tekortkomingen niet nodig was, omdat dit een geschil is tussen bestuur en onderwijsinspectie dat in de rechtszaal wordt uitgevochten. Geen aansluiting bij de kenmerken van de populatie Van doelgerichte en planmatige aansluiting van het onderwijs op de kenmerken van de leerlingenpopulatie is dan ook geen sprake, ook al omdat de school die kenmerken niet duidelijk in beeld heeft. Verschillende gesprekspartners vertellen ons dat ze de leerlingenpopulatie zien veranderen en dat er mogelijk meer leerlingen met taalachterstanden instromen. De schoolleiding zegt dat ze bij SVPO Amsterdam 'te maken hebben met een populatie waarvan niet iedereen weet hoe je hier mee om kunt gaan.' Nergens hebben we echter een analyse van de (veranderende) leerlingenpopulatie aangetroffen, laat staan
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
18/27
gerichte maatregelen om taalachterstanden te bestrijden of anderszins in te spelen op veranderende populatiekenmerken.
Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) We beoordelen de standaard als onvoldoende. Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO). Het bestuur krijgt hiervoor opnieuw herstelopdrachten. Hieronder volgt een toelichting. Toelichting In 2021 heeft de inspectie binnen het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie de volgende tekortkomingen vastgesteld, die binnen het Onderzoekskader 2021 deels zijn ondergebracht bij standaard SKA2. • Het stelsel van kwaliteitszorg schoot tekort in de uitvoering en is ontoereikend voor de bewaking en de verbetering van de onderwijskwaliteit (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO). • Het bestuur faciliteerde in onvoldoende mate professionalisering en het gezamenlijk werken aan beter onderwijs door het team van schoolleiding en docenten. Ook hadden docenten te weinig ruimte om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Door deze tekortkomingen droeg het bestuur onvoldoende zorg voor de kwaliteit van het onderwijs (art. 23a en art. 24 vierde lid WVO) • en werd niet voldaan aan de wettelijke eisen rond zeggenschap van docenten (art. 32e, eerste tot en met derde lid WVO).
Bij het herstelonderzoek van 2022 stellen we vast dat in de situatie van 2021 onvoldoende verandering is opgetreden. De eerder vastgestelde tekortkomingen zijn slechts op een onderdeel hersteld en de vernieuwde en nu geldende standaard Uitvoering en kwaliteitscultuur is onvoldoende. Dit blijkt uit het volgende:
Beperkte sturing op verbetering De schoolleiding heeft, ondanks het ontbreken van doelen en een concreet verbeterplan, wel aandacht besteed aan verbetering van de leskwaliteit, onder meer door het bezoeken van lessen en het voeren van feedbackgesprekken met docenten. Van een aantal niet-functionerende leraren is afscheid genomen. Deze aanpak heeft echter een weinig structureel en planmatig karakter. Bij lesbezoeken maakt de schoolleiding geen gebruik van een lesobservatie-instrument, de uitkomsten van de lesbezoeken worden niet geaggregeerd op schoolniveau, bij feedbackgesprekken spelen leerlingenquêtes over de onderwijskwaliteit geen rol, anders dan bij de beoordeling van leraren. De schoolleiding legt met leraren zelden concrete afspraken vast over het verbeteren van de leskwaliteit. Ook op andere terreinen dan de leskwaliteit is er geen systematische sturing op verbetering: geen vastgestelde procedure met
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
19/27
duidelijke meetmomenten en handvatten voor het gebruik van verzamelde gegevens om de kwaliteit van het onderwijs in beeld te brengen en waar nodig bij te sturen.
Verbetercultuur komt niet van de grond Voor de realisering van de gestelde doelen is een professionele en veilige leer- en verbetercultuur voorwaardelijk (Onderzoekskader 2021). Ook na het oordeel zeer zwak uit 2021 is geen verbetering zichtbaar. Het ontbreken van een verbetercultuur op SVPO Amsterdam ligt hieraan ten grondslag. Er zijn wel pogingen gedaan om hier verandering in aan te brengen, door intervisie en een SVPO-Academie. Beide initiatieven zijn echter nog niet van de grond gekomen. Soms krijgen leraren van de schoolleider individuele feedback op hun functioneren, of tips over wat ze beter kunnen doen. Ook krijgen ze het advies hun scholingsbudget goed te besteden. E.e.a. is echter van vrijblijvende aard. De schoolleiding en de leraren werken niet planmatig en structureel samen aan verbetering van de onderwijskwaliteit. Het gegeven dat er geen verbeterplan is, spreekt boekdelen. Gezamenlijke inspanningen en afspraken om de tekortkoming bij afstemming te herstellen, zijn er niet, vandaar dat we opnieuw een tekortkoming op dit onderdeel hebben vastgesteld. Verder is er weinig tijd voor professionalisering, mede vanwege de lange lesdagen. Van het professionaliseringsbudget wordt dan ook weinig gebruik gemaakt. Lichtpuntjes Wel zijn er enkele lichtpuntjes.
De individuele feedback die leraren gekregen hebben van de schoolleider heeft wel bijgedragen tot verbetering van de leskwaliteit. Bij enkele leraren heeft dit ook geleid tot meer vormen van afstemming op behoeften van leerlingen tijdens de les. Ruimte om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, zoals de wet vereist (art. 32e, eerste, tot en met derde lid WVO) is er inmiddels wel. Leraren zeggen voldoende professionele ruimte te ervaren. De school beschikt tevens over bevoegde leraren, of leraren die daartoe in opleiding zijn. Met de laatste groep leraren zijn afspraken gemaakt om te zorgen dat zij de noodzakelijke kwalificaties behalen. Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3) We beoordelen de standaard als onvoldoende. Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO). Het bestuur krijgt hiervoor opnieuw een herstelopdracht. Hieronder volgt een toelichting.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
20/27
Toelichting In 2021 heeft de inspectie binnen het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie de volgende tekortkomingen vastgesteld, die binnen het Onderzoekskader 2021 deels zijn ondergebracht bij standaard SKA3. • Het stelsel van kwaliteitszorg schoot tekort in de uitvoering en is ontoereikend voor de bewaking en de verbetering van de onderwijskwaliteit (art. 23a en art. 24, vierde lid WVO). • Het bestuur faciliteerde de MR-leden niet met tijd (art. 28, derde lid WMS). Bij het herstelonderzoek van 2022 stellen we vast dat in de situatie van 2021 beperkt verandering is opgetreden. De hierboven als eerste genoemde tekortkoming is niet hersteld. De tweede tekortkoming is wel hersteld. De vernieuwde en nu geldende standaard Uitvoering en kwaliteitscultuur is onvoldoende. Dit blijkt uit het volgende:
Geen systematische evaluatie van het onderwijs We herhalen hier nogmaals dat het bestuur dient zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs door het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg. Een stelsel van kwaliteitszorg omvat na het stellen van doelen en de uitvoering ervan een evaluatie, waarna verbetering volgt. Ook dit laatste onderdeel van het sluitstuk van het stelsel van kwaliteitszorg schiet tekort bij SVPO Amsterdam. Er zijn weliswaar enkele meetinstrumenten in gebruik waarmee onderdelen van de onderwijskwaliteit in beeld gebracht kunnen worden (veiligheidsmonitor, lesbezoeken, leerlingenquêtes), maar een kwaliteitskalender o.i.d. ontbreekt en deze instrumenten worden maar beperkt ingezet en nauwelijks gebruikt voor algehele kwaliteitsverbetering. Zoals gezegd benut de schoolleiding de leerlingenquête alleen voor de beoordeling van individuele leraren. Ook analyseert de school de leerresultaten niet systematisch, waardoor inzicht in de resultaten van het onderwijs ontbreekt. Van doelgerichte verbetering is op SVPO Amsterdam dan ook geen sprake. Medezeggenschap voldoende gefaciliteerd De in 2021 vastgestelde tekortkoming ten aanzien van de medezeggenschap is hersteld (art. 28, derde lid WMS). De leraren die lid zijn van de MR van SVPO Amsterdam kunnen een deel van hun mentoruren inzetten voor MR-werkzaamheden.
Mentortaken worden dan overgenomen door collega's.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
21/27
4 . Reactie van het bestuur Hieronder geeft het bestuur aan op welke wijze het de bevindingen uit het onderzoek betrekt bij de verdere ontwikkeling van de onderwijskwaliteit: Ter inleiding Sinds 7 juni 2022 kent de school - evenals de overige SvPOschoolstichtingen - een nieuw bestuur dat op interim basis aan de slag is gegaan, nadat de voormalig bestuurder zijn taken heeft neergelegd en is teruggetreden. Het interim bestuur bestaat uit vijf parttime leden waarvan drie leden (mevrouw Yolande Ulenaers, de heren Van Bennekom en Straathof) de rol van dagelijks bestuur vervullen en twee leden (de heren Van Asseldonk en Van der Knaap) een toezichthoudende rol hebben. Het interim bestuur heeft als opdracht van de minister voor Primair en Voortgezet onderwijs meegekregen om de rust in de scholen terug te brengen en voor continuïteit van het onderwijs te zorgen. Hiernaast is het bestuur aan de slag om de herstelopdrachten van de Inspectie van het Onderwijs uit te voeren en de kwaliteit van de scholen in Amsterdam, Hoorn en Utrecht op het vereiste niveau te brengen. Het interim bestuur gaat er vanuit dat de Inspectie van het Onderwijs in haar beoordeling rekening houdt met de beperkte periode dat het nieuwe bestuur aan het werk is.
Context van de school Het bestuur heeft kennisgenomen van de conceptrapportage van het herstelonderzoek naar de SvPO-school in Amsterdam en is voortvarend aan de slag gegaan om samen met de schoolleider en het personeel te werken aan de geconstateerde tekortkomingen. Vanaf dit schooljaar kent de school een nieuw aangetreden schoolleider, die de school in Amsterdam van binnenuit kent. Het bestuur wil nadrukkelijk aantekenen dat de docenten en schoolleider hebben aangegeven dat er in het verleden te weinig middelen beschikbaar zijn gesteld en er onvoldoende ruimte was om gericht aan de verbetering van de tekortkomingen op schoolniveau te kunnen werken. Bovendien zag de school zich in het afgelopen schooljaar geconfronteerd met veel negatieve publiciteit in de landelijke en regionale media en werd er ook via de social media niet positief over de school geschreven. Deze periode heeft veel druk gelegd op de leiding en de docenten van de school. Een en ander leidde ook tot een verloop onder leerlingen en personeel. Het behoeft geen lang betoog dat dit geen ideale situatie was om tot verbeteringen te komen. Desondanks zijn de docenten en de schoolleider in overleg met het nieuw aangetreden bestuur erin geslaagd het schooljaar 2021/2022 op een goede manier af te sluiten en te zorgen voor een goede start van het nieuwe schooljaar.
De kans om in dit schooljaar 2022/2023 te laten zien dat de school wel degelijk in staat is om het onderwijs te verbeteren wordt dan ook met beide handen aangegrepen.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
22/27
In de zomervakantie heeft het interim bestuur besloten om Workbook grotendeels te vervangen door VO-content, om een nieuw leerlingvolgsysteem te implementeren en om het mailsysteem te vervangen. Met deze wijzigingen zetten we de eerste noodzakelijke stappen in de verbeteraanpak. Hoewel deze implementatietrajecten de nodige aandacht en inzet vragen van schoolleiding en teams, is het schooljaar bij alle SvPO-scholen in optimistische sfeer gestart. Vanaf dag 1 van het nieuwe schooljaar zijn experts van Leren Verbeteren als procesbegeleiders betrokken bij de vestigingen in Utrecht, Amsterdam en Hoorn. Op basis van documentenonderzoek, gesprekken en lesbezoeken wordt nu gewerkt aan een gericht verbeterplan. Reactie per tekortkoming en herstelopdracht Hieronder geven wij per relevante door de inspectie geconstateerde tekortkoming (cursief weergegeven) aan welke verbeteractiviteiten zijn of worden ingezet.
Het bestuur draagt geen zorg voor de kwaliteit van het onderwijs: de afdelingen havo en vwo zijn zeer zwak. Het bestuur heeft kennis genomen van de kwaliteitsaanpak die de vorige bestuurder in 2021 heeft opgesteld. Deze aanpak schoot tekort op een aantal punten en leidt niet tot de gewenste kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Het huidige bestuur ontwikkelt derhalve een kwaliteitszorgstelsel dat de volgende kenmerken heeft: • wordt door docenten, schoolleiders en bestuur als vanzelfsprekend ervaren; • heeft een cyclisch karakter; • kent een grote betrokkenheid van schoolleiders en docenten; • geeft alle betrokkenen - inclusief de interne toezichthouders - een goed overzicht; • kent sturing vanuit bestuur en schoolleiding; • voldoet aan de eisen van de WVO. Inmiddels is een dezer dagen een beleidsnota door het bestuur vastgesteld die in de genoemde voorwaarden voorziet en er op is gericht om schoolleiding en docenten een passende rol te geven in dit stelsel. Deze nota wordt op korte termijn besproken met de schoolleiders en de GMR i.o. Bovendien zijn schoolleiders en bestuur gestart met het uitvoeren van de verbetering van de interne kwaliteitszorg. Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2) De school volgt de ontwikkeling van de leerlingen onvoldoende systematisch en biedt geen passende begeleiding.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
23/27
Inmiddels is een nieuw leerlingvolgsysteem (SOMtoday) ingevoerd. Docenten zijn vanaf de eerste schooldag ondersteund om binnen dit systeem te kunnen werken. Hiermee is een belangrijke voorwaarde geschapen om de ontwikkeling van de individuele leerling beter te registreren en de ondersteuning van zorgleerlingen beter vast te leggen. Bij het vaststellen van het ontwikkelperspectief voor leerlingen zullen ouders nadrukkelijk worden betrokken. Het mentoraat wordt versterkt, zodat er gerichter aandacht aan leerlingen kan worden besteed die dit nodig hebben. De functie van de zorgcoördinator krijgt binnen de school een duidelijker profiel en verantwoordelijkheden. De zorgcoördinator zal een taak krijgen in het toezien op het verzamelen van de juiste informatie en het verbeteren van de analyses wanneer de ontwikkeling van leerlingen stagneert. Hierbij zal ook gerichte scholing worden aangeboden. In samenwerking met het Samenwerkingsverband passend onderwijs willen wij meer externe ondersteuning voor onze zorgleerlingen in de school halen. Dit alles binnen de mogelijkheden van het ondersteuningsplan van de school.
Ook werkt de school niet structureel en herkenbaar aan het bestrijden van achterstanden, in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal. Aan het begin van het schooljaar wordt geïnventariseerd welke leerlingen met taalachterstand kampen. Doordat het bestuur een contract heeft afgesloten met VO-content is er een goed online programma beschikbaar om gericht te werken aan het wegwerken van de taalachterstanden. Voort zal de school ontwikkelingsperspectieven in de toekomst vast gaan leggen in het register onderwijsdeelnemers (ROD).
De school voldoet niet aan alle eisen omtrent het bieden van extra ondersteuning. Het ondersteuningsplan wordt aangevuld met een paragraaf waarin wordt beschreven aan welke leerlingen de school extra ondersteuning kan geven en hoe de begeleiding concreet vorm zal krijgen.
De inspectie was van mening dat de begeleiding bij Spaans en Duits van onvoldoende kwaliteit is om leerlingen zich ononderbroken te laten ontwikkelen. Het interim bestuur heeft de huidige gang van zaken met alle betrokken scholen en aanbieders geëvalueerd en verbeteringen doorgevoerd. Op basis van deze evaluatie is voor het komend schooljaar overgegaan op een andere methode. Voor Duits wordt de aanpak van VO-content grotendeels gevolgd en voor Spaans is een aangepast programma ontwikkeld. Ook zijn er nieuwe afspraken gemaakt met de begeleiders die de leerlingen op afstand begeleiden.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
24/27
Het bestuur beraadt zich met de schoolleiders over aanvullende verbeteringen vanaf schooljaar 2023/2024. Er is dus sprake van gerichte sturing van het proces gericht op kwaliteitsverbetering. Pedagogisch-didactisch handelen (OP3) De lessen kennen geen logische opbouw, geen stimulerend leerklimaat en van afstemming op verschillen in ontwikkeling tussen leerlingen is geen sprake. Daardoor zorgt de school niet dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. De inspectie constateert dat de leskwaliteit beter is dan in 2021 en het pedagogisch-didactisch handelen van voldoende kwaliteit is. Wel schiet de afstemming op verschillen tussen de leerlingen tekort. Vanaf het begin van het schooljaar wordt een projectbegeleider van ‘Leren verbeteren’ in de school ingezet. Deze begeleider stelt samen met de docenten en schoolleiding een verbeterplan op waarin stelselmatig wordt gewerkt aan een betere afstemming op verschillen tussen de leerlingen binnen de klas. Wij zullen u dit verbeterplan, nadat het is vastgesteld, toesturen. Visie, ambities en doelen (SKA1) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg.
Onder het hoofdje ‘Het bestuur draagt geen zorg voor de kwaliteit van het onderwijs: de afdelingen havo en vwo zijn zeer zwak’ heeft het bestuur zijn aanpak en voornemens al kenbaar gemaakt. Op schoolniveau zullen toetsbare doelen worden geformuleerd. Hierboven is gemeld dat aan een verbeterplan wordt gewerkt. In het verbeterplan zal doelgerichte en planmatige aansluiting van het onderwijs op de kenmerken van de leerlingenpopulatie een duidelijk punt van aandacht zijn. Uitvoering en kwaliteitscultuur (SKA2) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder het hoofdje ‘Het bestuur draagt geen zorg voor de kwaliteit van het onderwijs: de afdelingen havo en vwo zijn zeer zwak’ heeft het bestuur zijn aanpak en voornemens al kenbaar gemaakt.
Leraren hebben onvoldoende ruimte om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Bij het verbetertraject zijn docenten volop betrokken. Het bestuur zal docenten bij de keuze van onderwijsmethoden en vormgeving van het mentoraat - binnen het gekozen onderwijskundig concept van de SvPO-scholen’ professionele ruimte te geven, waarbij overleg op vak/ sectieniveau tussen docenten van de acht SvPO-scholen wordt
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
25/27
gestimuleerd. In het verbeterplan zal ook worden aangegeven welke scholingsmogelijkheden de docenten worden geboden. Bovendien wordt er een scholingsbeleid ontwikkeld dat aan de medezeggenschapsraad in Q4 wordt aangeboden.
Er wordt niet voldaan aan de wettelijke eisen rond zeggenschap van docenten. Docenten worden vanaf dit schooljaar betrokken bij de keuze voor lesmethoden, de veranderende mentoropzet en de keuze voor meer rapportmomenten. Grote onderwijskundige veranderingen zullen niet zonder overleg met de docententeams plaatsvinden. Team- en vakoverleg zal worden bevorderd. Evaluatie, verantwoording en dialoog (SKA3) Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder het hoofdje ‘Het bestuur draagt geen zorg voor de kwaliteit van het onderwijs: de afdelingen havo en vwo zijn zeer zwak’ heeft het bestuur zijn aanpak en voornemens al kenbaar gemaakt. Op schoolniveau zullen toetsbare doelen worden geformuleerd. Er wordt aan een verbeterplan gewerkt. De in 2021 vastgestelde tekortkoming ten aanzien van de medezeggenschap is volgens de inspectie hersteld (art. 28, derde lid WMS). De leraren die lid zijn van de MR van SVPO Amsterdam kunnen een deel van hun mentoruren inzetten voor MR-werkzaamheden. Mentortaken worden dan overgenomen door collega's. Tot slot Het bestuur a.i. heeft de conclusies en waarnemingen uit het conceptrapport grondig bestudeerd en is op de belangrijkste punten aan de slag gegaan met verbeteracties.
Op schoolniveau wordt op basis van een verbeterplan stelselmatig gewerkt aan verbetering van het onderwijs. Het bestuur constateert dat docenten en schoolleiding goed gemotiveerd zijn om hun aandeel in het verbetertraject te leveren. Wij zenden de inspectie op korte termijn het verbeterplan toe dat nu wordt opgesteld. Wij informeren de inspectie in oktober over het nieuw vastgestelde kwaliteitsbeleid, waarin wij de inbreng van docenten cruciaal vinden.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
26/27
Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060